Bijlage bij nr. 5 20230831 Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030 [definitief]
Tekst van het document
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030 Netwerk Economie Zuid-Holland Zuid Rotterdam, 31 augustus 2023
Bedrijventerreinenvisie ZuidHolland Zuid 2023-2030
Netwerk Economie Zuid-Holland Zuid Rotterdam, 31 augustus 2023
Auteur: Luc Heestermans Dennis de Koning Zazie Weiffenbach
HEE/RG 1004583rap
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
Inhoudsopgave 1
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid ...........................................4
1. Economische visie op de bedrijventerreinen van Zuid-Holland Zuid ............................. 4 2. Visie op balans vraag en aanbod ....................................................................................... 7 3. Visie op bestaande terreinen .............................................................................................. 8 4. Ruimte voor grote / specifieke ruimtevragers................................................................... 8 5. Visie op transformatie ....................................................................................................... 12 6. Visie op herstructurering .................................................................................................. 15 7. Visie op monitoring ........................................................................................................... 17 8. Visie op relatie met andere ruimtevraag en omliggende regio’s................................... 17
2 2.1 2.2
Programmering .....................................................................................20 Doel van de programmering............................................................................ 20 Balans vraag en aanbod ................................................................................. 20
2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.2.6 2.2.7 2.2.8 2.2.9 2.2.10
Ruimtevraag ............................................................................................................... 20 Aanbod ....................................................................................................................... 21 Uitbreidingsvraag ....................................................................................................... 21 Vervangingsvraag ...................................................................................................... 22 Hard planaanbod ........................................................................................................ 22 Balans uitbreidingsvraag en hard planaanbod ........................................................... 22 Zachte plannen........................................................................................................... 23 Balans vraag en aanbod ............................................................................................ 24 Benodigde ruimte door beter benutten van bestaande bedrijventerreinen ................ 25 Transformatie en compensatie ................................................................................... 25
Bijlage I: Details programmering ....................................................................26 Programma per werkmilieu ......................................................................................... 26 Status zacht planaanbod ZHZ (peildatum: juni 2023) ................................................. 30 Bijlage II: Indicatieve balans per deelregio.....................................................31 Bijlage III – Overzicht transformatie- en compensatieplannen .....................36 Bijlage IV – Potentiële ruimtewinst door beter benutten ............................... 37 Resultaat...................................................................................................................... 37 Toelichting werkwijze................................................................................................... 38
/3
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
1
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid
1. Economische visie op de bedrijventerreinen van Zuid-Holland Zuid De regio Zuid-Holland Zuid bestaat uit vier deelgebieden met verschillend karakter. GoereeOverflakkee, Hoeksche Waard en gemeente Molenlanden zijn landelijke gebieden. De bedrijventerreinen hebben hier veelal een lokaal tot regionaal karakter, zijn relatief kleinschalig van opzet en bieden met name ruimte aan lokale ondernemers. Bedrijvenpark Oostflakkee, De Bosschen, Bedrijvenpark Hoeksche Waard en Schelluinen West zijn de regionale bedrijventerreinen in deze gebieden. De Drechtsteden en de zone langs de Merwede tot aan Gorinchem zijn sterk verstedelijkt en geïndustrialiseerd. In de binnenhavens langs de grote vaarwegen heeft zich een sterk maritiem cluster ontwikkeld, met een groot netwerk aan verbonden industriële bedrijvigheid op nietwatergebonden bedrijventerreinen. Daarnaast is ook de voedingsmiddelenindustrie, dankzij de koppeling met agrarische sector, een belangrijk cluster in Zuid-Holland. De ligging aan de snelwegen A15, A16 en A27 heeft ervoor gezorgd dat er enkele clusters met grootschalige distributie zijn ontstaan. Zuid-Holland Zuid zet richting de toekomst in op behoud en versterking van de clusters die de regio kenmerken. Als afgeleide daarvan speelt de transitie naar circulaire bedrijfsvoering bij in de regio gevestigde bedrijven een belangrijke rol in de ruimtevraag.
Binnen het Netwerk Economie Zuid-Holland Zuid zijn meerdere doelstellingen opgesteld waarin het bevorderen van de brede welvaart voor de inwoners van Zuid-Holland Zuid een centrale rol speelt. Zuid-Holland Zuid beoogt de werkgelegenheid van bestaande clusters te versterken, de industriële clusters te verbreden en te vernieuwen om het verdienvermogen van de regio op peil te houden. Verder streeft de regio ernaar de aansluiting op de Trans European Netwerk te verduurzamen en aan te passen op de energietransitie, de collectiviteit van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen te bevorderen, (financiële) inzet van gemeenten te versterken in het kader van “het juiste bedrijf op de juiste plaats” beleid. Tenslotte willen de gemeenten in Zuid-Holland Zuid selectiever om gaan met toelating van bedrijven van buiten de eigen regio. Ten slotte speelt de transitie naar circulaire bedrijfsvoering bij in de regio gevestigde bedrijven een belangrijke rol in de ruimtelijke ontwikkelingen op bedrijventerreinen. Al met al moet geconcludeerd worden dat, hoewel er op regionaal niveau balans is tussen vraag en aanbod voor de periode tot en met 2030, de gemeenten in Zuid-Holland Zuid zorgvolding moeten omgaan met de ruimte op bedrijventerreinen. Dit geldt voor zowel gemengd stedelijke en reguliere bedrijventerreinen als voor hmc- en watergebonden activiteiten.
Voor logistiek is tot en met 2030 ruim voldoende ruimte. Ook wat logistiek betreft wordt, gelet op de maatschappelijke impact van deze sector voor de regio zelf, zorgvuldig ruimtegebruik en selectiviteit bij de uitgifte betracht. Zoals geïllustreerd in onderstaande tabel vindt er verschillende mate uitwisseling plaats tussen de vier subregio’s. Uitbreidingswensen en compensatie kunnen in sommige gevallen in andere deelregio’s worden gefaciliteerd. Gezien het feit dat gemeenten zich in hun beleid
/4
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
nadrukkelijk richten op het behouden van lokale ondernemers, ligt de zoektocht naar een oplossing in de eigen deelregio echter meer voor de hand.
Alblasserwaard
Binnen ZHZ
Buiten ZHZ
De noordelijke Drechtseden
Met buurgemeenten in Noord-Brabant,
Alblasserdam, Sliedrecht, Papendrecht en
Gelderland en Utrecht
Hardinxveld-Giessendam Drechtsteden
Alblasserwaard en Hoeksche Waard
Met buurgemeenten in de MRDH en
Goeree-
Beperkt
Met de buurgemeenten in de MRDH
Dordrecht
Met buurgemeenten in de MRDH
Noord-Brabant
Overflakkee Hoeksche Waard
Goeree-Overflakkee Deelregio Goeree-Overflakkee, die samenvalt met de gelijknamige gemeente, richt zich in de eerste plaats op het faciliteren van de (uitbreidings)behoefte van lokale bedrijven. De koppeling van activiteiten op bedrijventerreinen met de agrarische sector en maritieme sector is daarbij thematisch van belang. Ten aanzien van de circulaire transitie richt gemeente Goeree-Overflakkee zich op het stimuleren van circulaire bedrijfsvoering bij bestaande bedrijven en het faciliteren van de lokale ruimtebehoefte voor circulaire activiteiten en materiaalstromen. De lokale bedrijventerreinenvisie van de gemeente Goeree-Overflakkee bevat in drie onderling samenhangende doelstellingen: 1. Faciliteren van lokale ondernemers; 2. Ruimte bieden aan bedrijvigheid die bijdraagt aan de thema’s binnen het Smart Waterbeleid en de innovatieve duurzaamheidsambities; 3. Verduurzaming van bedrijventerreinen in het kader van de energietransitie1. Om lokale ondernemers zo goed mogelijk te faciliteren, zet de gemeente Goeree-Overflakkee in op het bieden van voldoende en kwalitatief goede ruimte op nieuwe en bestaande bedrijventerreinen. Hoeksche Waard De bedrijvigheid in deelregio c.q. gemeente Hoeksche Waard kenmerkt zich door een gemengd karakter met van oudsher veel familiebedrijven.
Op bijna alle bedrijventerreinen is een kenmerkende mix van bedrijvigheid te vinden die de Hoeksche Waard en haar bedrijventerreinen sterk maakt. Agrifoodbedrijven vormen een dragend cluster in de Hoeksche Waard. Dit komt voort uit de combinatie van agrarische bedrijven met voedselverwerkende industrie en technische bedrijvigheid. Ook zijn veel logistieke bedrijven binnen de Hoeksche Waard actief binnen het agrifood-cluster. De combinatie van agrarische bedrijvigheid, industrie, techniek en ICT en logistiek zorgt ervoor dat er binnen de Hoeksche Waard een innovatief agrifoodcluster is ontstaan dat verder versterkt kan worden. Hoeksche Waard heeft stevige ambities wat betreft circulariteit. Dit is niet beperkt tot het agrifoodcluster, maar wordt breed opgepakt in de vier onderwerpen bouw en infra, kringlooplandbouw, consumenten en zwerfafval. Voldoende ruimte en een sterk netwerk van
1
Actieplan bedrijventerreinen Goeree-Overflakkee (2022)
/5
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
innovatieve bedrijven zijn hiervoor zeer belangrijk2. Naast het stimuleren van circulaire bedrijfsvoering bij bestaande bedrijven en faciliteren van de lokale circulaire behoefte, biedt Hoeksche Waard ruimte ook aan een regionale circulaire hub in de vorm van de Urban Miner van Dura Vermeer in 's-Gravendeel. Met het project SHIPP21 in Puttershoek wordt bovendien door middel van herontwikkeling van een verouderd bedrijventerrein een regionale watergebonden logistieke hub gerealiseerd. Alblasserwaard Deelregio Alblasserwaard bestaat uit de gemeenten Molenlanden en Gorinchem. Molenlanden De kracht van de economie van Molenlanden is de veelzijdigheid en diversiteit. Om die te versterken bouwt de gemeente aan een netwerk van ondernemers, stakeholders en gemeente. Ook wordt ingezet op circulaire bedrijfsvoering bij bestaande bedrijven3. Bovendien is het van belang voor de gemeente dan de activiteiten op hun bedrijventerreinen aansluiten bij de gemeentelijke economische en ruimtelijke kenmerken. Hierin spelen lokaal karakter, landschap en bijdragen aan vitale stedelijk- en buitengebied een centrale rol. Een groot gedeelte van de bedrijventerreinen in Molenlanden heeft een lokaal karakter. Uitzondering hierop zijn IHC-Kinderdijk, Gelkenes en Schelluinen-West, waar ruimte geboden wordt aan respectievelijk maritieme en gemengde maakindustrie.
Schelluinen-West heeft transportgebonden bedrijvigheid als doelgroep. De bedrijventerreinen in Molenlanden huisvesten relatief veel industriële bedrijvigheid, groothandel en regulier MKB. Deze zijn vaak watergebonden en allen sterk verbonden met de gemeenschap. Daarbij worden de bedrijven in Molenlanden economisch gekenmerkt door hun relatief hoge baanaanbod voor middelbaar opgeleiden. Molenlanden identificeert deze eigenschap als een economische kracht en heeft daarom aandacht voor het behouden hiervan. Gorinchem Gemeente Gorinchem stelt het versterken van de regionale economie centraal. Specifiek aandachtspunt daarbij is de (maak)industrie, waarbinnen het maritiem/ binnenvaartcluster een dominante rol vervuld. Desondanks zet de gemeente breed in op bedrijven die de robuustheid van de economische structuur versterken. Innovatie, duurzaamheid en circulaire bedrijfsvoering bij bestaande en nieuwe bedrijven staan daarbij centraal. Met de komst van regionaal bedrijventerrein Groote Haar vanaf 2026 biedt Gorinchem eveneens ruimte aan grootschaligere bedrijven en bedrijven in hogere milieucategorieën. De gemeente richt zich daarbij op bedrijven in de maakindustrie die de economische structuur versterken en/of verbreden en maakindustrie die de basis kan vormen voor een circulair cluster. Er is tevens ruimte voor logistieke bedrijven, maar nadrukkelijk niet voor XXL-logistiek.
Het bedrijventerrein wordt tevens ingezet als schuifruimte om (droge) bedrijven die nu op natte kavels gevestigd zijn de mogelijkheid te bieden zich te verplaatsen4. 2 3 4
Actieplan bedrijventerreinen Hoeksche Waard (2022) Bedrijventerreinenvisie Molenlanden, Meer en betere ruimte voor bedrijventerreinen (2022) Regionaal Maatschappelijke Agenda Alblasserwaard-Vijfheerenlanden (2021)
/6
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
Drechtsteden Deelregio Drechtsteden is een sterk verstedelijkt en geïndustrialiseerd gebied dat bestaat uit zeven samenwerkende gemeenten. Stedelijke economie, handel en (zware) industrie bestaan naast elkaar. In de zeven gemeenten van de Drechtsteden liggen bijna 70 bedrijventerreinen, waarvan er 25 watergebonden zijn. Van oudsher kenmerkt de economie van de Drechtsteden zich door de sterke maritieme maakindustrie. De Drechtsteden huisvest het hele palet van scheeps- en (super)jachtbouw, deltatechnologie en baggeraars tot maritieme innovatie en binnenvaart. De aanwezigheid van veel MKB-bedrijven en ook specifieke clusters, zoals het aerospace-cluster in Papendrecht, geven kleur aan de bedrijvigheid van de Drechtsteden. Dat bedrijventerreinen belangrijk zijn voor de Drechtsteden blijkt wel uit het feit dat zo’n 45 % van alle banen zich op de bedrijventerreinen bevindt. Dat is een substantieel hoger percentage dan het gemiddelde van 25% tot 35% in vele andere regio's in Nederland. De gunstige ligging aan de vervoerscorridors (de 3 TEN-T-corridors Rhine-Alpine, NorthseaMediterranean en Northsea–Baltic) maakt dat de Drechtsteden van oudsher een natuurlijke aantrekkingskracht hebben op bedrijven die logistieke diensten verlenen. Vervoer en op- en overslag via water, weg en (in mindere mate) spoor is dan ook een groeiende sector in de Drechtsteden.
Met betrekking tot transport via het spoor zien we dat de 3 stamlijnen die in de Drechtsteden aanwezig zijn door de jaren heen minder worden gebruikt en dat die in de huidige tijd -ook technische gezien- nog maar beperkt bruikbaar zijn. Dit maakt dat de Drechtsteden selectief willen omgaan met ruimte voor distributie en logistiek. Toenemende aandacht voor brede welvaart, waarin wonen, werken en leven met elkaar in balans zijn, maakt dat al deze activiteiten zorgvuldig ingepast moeten worden. Daarmee willen de Drechtsteden zich vooral richten op het versterken van sterke, bestaande clusters, bedrijven die de economische structuur verbreden en bedrijven die bijdragen aan een duurzame werkgelegenheid gekoppeld aan de ontwikkeling van de beroepsbevolking. Het accent komt veel meer te liggen op economische activiteiten met toegevoegde waarde voor de regio en tegelijkertijd het vinden van balans met de leefbaarheid en welbevinden van de inwoners van de regio. Daarmee verschuift opgave van het uitgeven van nieuwe hectaren werklocaties naar het beter benutten van de bestaande terreinen en te zorgen voor duurzame werkgelegenheidsontwikkeling. In de toewijzing van schaarse ruimte staat die afweging continu centraal. 2.
Visie op balans vraag en aanbod Om de ambities van de gemeenten in Zuid-Holland Zuid op het gebied van economie en werkgelegenheid waar te kunnen maken is balans in vraag en aanbod op bedrijventerreinen onontbeerlijk. Dat betekent dat Zuid-Holland Zuid zorgvuldig omgaat met de ruimte op bestaande en nieuwe terreinen. Tot en met 2030 zijn Distripark en Groote Haar de enige grootschalige ontwikkellocaties. Daarnaast richten de gemeente zich op het faciliteren van lokale uitbreidingsvraag door kleinschalige uitbreidingen. Op de bestaande bedrijventerreinen richten de gemeenten zich op het behouden, versterken en optimaliseren van de ruimte voor bedrijven; voor nieuwe en bestaande terreinen wordt selectiviteit betracht bij uitgifte. Dit wordt nader uitgewerkt in de volgende paragraaf.
/7
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
Tegelijkertijd zien we de noodzaak van een zekere flexibiliteit om veranderende marktomstandigheden op de langere termijn, het tussentijds wijzigen van plannen en afstemming met andere ruimtevragers te kunnen opvangen. 3. Visie op bestaande terreinen Zuid-Holland Zuid is een economisch diverse regio met veel landelijk gebied, maar ook een sterk geïndustrialiseerde, verstedelijkte zone van de Drechtsteden tot in Gorinchem. Het watergebonden, maritieme karakter is de rode draad die de regio verbindt. Een tweede belangrijke gemene deler is de agrarische sector met verwante (voedingsmiddelen)industrie. Vanwege de strategische ligging vinden we eveneens enkele logistieke clusters in de regio. Dit beeld vertaalt zich in de visie van de regio op de bestaande bedrijventerreinen. De gemeentebesturen hebben de gedeelde ambitie om – waar nodig en waar mogelijk – aandacht te geven aan het versterken c.q. sterk houden van de regionale economie. Vanwege de grote druk op de ruimte, die zowel in landelijk als stedelijk gebied manifest is, wordt de aandacht daarbij verlegd van groei in kwantiteit naar groei in kwaliteit van bedrijventerreinen. Grootschalige uitbreiding is alleen nog mogelijk in Dordrecht (2e en 3e fase Distripark) en Gorinchem (Groote Haar). Verder spannen meerdere gemeenten zich in (nieuwe) zachte plannen voor lokale bedrijventerreinen richting harde plannen te ontwikkelen.
Het ontbreken van perspectief op de ontwikkeling van nieuw bedrijventerrein voor de meeste werkmilieus leidt tot de noodzaak voor een meer selectieve toelating van nieuwe bedrijven op de slechts enkele bedrijventerreinen die in ZHZ nog in uitgifte zijn of nog in uitgifte komen. De inspanningen in de richting van 'het juiste bedrijf op de juiste plaats' zoals dat de afgelopen jaren al in de Drechtsteden is gepraktiseerd, worden bovendien onverminderd voortgezet en zijn gericht op: • Ruimte voor watergebonden en hmc-bedrijven. Bijna alle bedrijventerreinen met ruimte voor de hogere milieucategorieën en watergebonden activiteiten in deze regio gelden als behoudswaardig. Behoud en versterking van deze terreinen is erop gericht ruimte te bieden aan de sterke regionale industriële clusters. Landelijke klimaatdoelstellingen en ook de economische doelstellingen inzake een meer circulaire economie zijn hiervoor mede richtinggevend. • Ruimte bieden aan lokale ondernemers. Selectiviteit is ook merkbaar in gemeenten die nieuwe bedrijventerreinen ontwikkelen. Dit zijn veelal lokale bedrijventerreinen, oftewel vooral gericht op bedrijven die een binding hebben met de eigen kern. De gemeenten in Zuid-Holland Zuid spreken daarom af selectief te zijn bij de uitgifte van bestaande, nieuwe en te herontwikkelen terreinen.
Van belang is dat de schaarse ruimte ingevuld wordt door economische activiteiten die aansluiten bij de ambities en behoeften op de arbeidsmarkt. In de aanbesteding van ruimte op bedrijventerreinen worden daarom selectiecriteria opgenomen ten aanzien van bijvoorbeeld aantal arbeidsplaatsen, innovatiekracht en aansluiting bij de gewenste regionale clusters. Een aantal gemeenten in de Drechtsteden trachten via het omgevingsbeleid de ontwikkeling van overmatige unitcomplexen te weren. 4. Ruimte voor grote / specifieke ruimtevragers
/8
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
HMC en watergebonden Ruimte voor hoge milieucategorieën en watergebonden bedrijvigheid gaan in Zuid-Holland Zuid hand in hand. Veel bedrijventerreinen met ruimte voor hmc-activiteiten bieden toegang tot het water en vice versa. Het onderscheid tussen de hoofdverbindingen (Merwede, Noord en Lek en binnenwateren is daarbij belangrijk. De eerste categorie is geschikt voor grotere binnenvaartschepen, terwijl de binnenwateren nog nauwelijks door vrachtschepen worden bevaren en vooral fungeren als pleziervaartroutes. Natte bedrijventerreinen langs de Linge hebben beperkt toekomstperspectief. Terreinen die er reeds liggen blijft Gorinchem accommoderen, zoals de Arkelsedijk II en Zuiderlingedijk. Zo investeert het bedrijf aan de Arkelsedijk II (Corbion) verder en geldt voor de Zuiderlingedijk dat er plannen zijn voor optimalisatie van het gebruik van het terrein waar alleen het westelijke gedeelte aan vaarwater is gelegen. De toekomstmogelijkheden voor Linge II en het zuidelijke gedeelte van de Spijksedijk worden meegenomen in de lange termijn visieontwikkeling van de Vleugels van de stad, maar blijven behouden. De overige natte bedrijventerreinen in de Alblasserwaard blijven hun functie behouden5. De natte bedrijventerreinen zijn nauw verbonden aan de maritieme maakindustrie.
Het is in de Alblasserwaardregio echter niet eenvoudig om een nieuwe locatie voor nat bedrijventerrein aan te wijzen. Bedrijventerreinen aan de Merwede, Lek en het Merwedekanaal blijven dan ook behouden als natte bedrijventerreinen. Deze terreinen willen de gemeenten behouden door ontwikkeling. Dat wil zeggen dat de gemeenten streven om deze terreinen economisch ten volle te benutten en hier met accountmanagement op in te spelen. Mogelijk dat er door verhuizing c.q. verplaatsing van niet-watergebonden bedrijven meer watergebonden bedrijven gefaciliteerd kunnen worden. Inzet op het behoud en beter benutten van watergebonden bedrijventerreinen geldt ook in de andere drie deelregio’s, in het bijzonder in de Drechtsteden. Voor hmc-locaties geldt dat zorgvuldig gekeken moet worden naar milieucontouren bij nieuwe uitgifte en ontwikkelingen, om te voorkomen dat woningbouwontwikkeling elders op slot wordt gezet dan wel de leefbaarheid in de bestaande woonwijken onder druk komt te staan. Voorts waken gemeenten ervoor dat bestaande hmc locaties niet beperkt gaan worden door eventuele woningbouwplannen. Dit vraagt met de alle belanghebbenden om een zorgvuldige afweging.
Anderzijds bieden bedrijventerreinen op kansrijke werklocaties die niet of suboptimaal gebruikt worden en op voldoende afstand van woonwijken gelegen zijn, de kans om ruimte vrij te spelen voor bedrijven met een hogere milieucategorie (vanaf categorie 4.1). De gemeenten in Zuid-Holland Zuid zetten zich onder meer in voor optimalisatie van het ruimtegebruik door middel van (versterkt) accountmanagement van bedrijventerreinen. Op die manier kunnen gemeenten ruimtevragers, waaronder bijvoorbeeld hmc-activiteiten, beter faciliteren en daarmee bijdragen aan de versterking van de regionale economie en brede welvaart. Uit de economische visies van de gemeenten en deelregio's van Zuid-Holland Zuid spreekt bovendien het belang dat het maritieme cluster, de (maritieme) maakindustrie en de voedingsmiddelenindustrie in de regionale economie spelen. Daarnaast is circulaire economie
5
Ofschoon er geen vraag naar nat terrein bekend is in Molenlanden, is voorzienbaar dat op HMC-locaties langs de Lek alsnog ruimte hiervoor niet kansloos is, als op de bestaande terreinen hiervan (delen van) percelen vrij komen op de markt.
/9
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
en de transitie van bedrijven in de regio naar een circulaire bedrijfsvoering een speerpunt in alle deelregio’s6. Het is, kortom, belangrijk dat er op passende locaties voldoende en kwalitatief goede ruimte geboden wordt aan hmc- en watergebonden activiteiten en dat die ruimte ook als zodanig benut wordt. Het maritieme cluster, de voedingsmiddelenindustrie en verwante innovatieve en duurzame maakindustrie zijn daarbij de belangrijkste speerpunten. Grote ruimtevragers Het beleid van provincie Zuid-Holland ten aanzien van grote ruimtevragers richt zich op grootschalige bedrijfsmatige ontwikkelingen in een samenhangend gebouwd complex op een bedrijfskavel met een oppervlak van 5 ha of meer. Het gaat daarbij vooral om de ruimtevraag van grote specifieke functies in de logistiek (XXL-logistiek) en de digitale economie (bijvoorbeeld hyperscale en co-locatie-datacenters), maar ook om andere bedrijfsfuncties die gehuisvest worden in een groot gebouwencomplex7. In de Omgevingsverordening Zuid-Holland is op kaart gezet welke bestemmingsplannen grote ruimtevragers toelaten. Dit betreft met name de havens.
In Zuid-Holland Zuid is vestiging van grote ruimtevragers beperkt tot de volgende locaties8: • Westelijke Dordtse Oever, Dordrecht • 1e en 2e Merwedehaven, Dordrecht • Groote Lindt, Zwijndrecht • Oosteind, Papendrecht • Het Plaatje en Molendijk, Sliedrecht • Voormalig Nedstaal-terrein, Alblasserdam • Klein Koninkrijk in 's-Gravendeel, Hoeksche Waard. Met uitzondering van de laatste liggen al deze locaties in de Drechtsteden. Zuid-Holland Zuid neemt deze aanwijzing over met dien verstande dat dit alle watergebonden locaties zijn die specifiek bestemd zijn om bij te dragen aan versterking van het maritieme cluster en/of watergebonden (circulaire) activiteiten in Zuid-Holland Zuid. Op deze locaties wordt geen ruimte geboden aan droge XXL-logistiek en datacenters. Voor de Westelijke Dordtse Oever verlegt gemeente Dordrecht de koers naar nadruk op ‘nat gebruik’ en heeft hierbij ook voorkeur voor uitgifte in erfpacht aan de gebruikers boven overdracht in eigendom.
6
7 8
Deze boodschap is ook terug te vinden in het rapport Economisch Netwerk Zuid-Holland Zuid, naar een samenwerkingsagenda" (2020, opgesteld door BCI) Herziening 2021 Omgevingsbeleid Omgevingsverordening Zuid-Holland Artikel 6.12a & Bijlage II, kaart 21. NL.IMRO.9928.OVerordening2019-GC10.
/ 10
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
Figuur 1
Locaties in Zuid-Holland Zuid waar vestiging van grootschalige ruimtevragers is toegestaan
Bron: Ruimtelijke plannen Zuid-Holland 9.
Op andere locaties in Zuid-Holland Zuid wordt in principe niet voorzien in ruimte voor grote ruimtevragers. Indien vestiging van een grote ruimtevrager toch wenselijk is voor versterking van het regionaal vestigingsklimaat en bijdraagt aan de brede welvaart, dan treedt de betreffende gemeente of deelregio hierover in overleg met provincie Zuid-Holland. Grootschalige distributie Dit betreft de categorie logistiek op een kavel tussen 3 en 5 hectare, ook wel XL-logistiek. Tot en met 2030 biedt Zuid-Holland Zuid op meerdere plekken voldoende ruimte om in de vraag van grootschalige distributie te kunnen voorzien. Dit zijn in de eerste plaats Distripark Dordrecht en Groote Haar (Gorinchem) die beide vanaf 2026 op de markt komen. Daarbij wordt aangetekend dat bij de uitgifte selectiviteit nagestreefd wordt op basis van het aantal arbeidsplaatsen die aansluiten bij het (geringere) aanbod op de regionale arbeidsmarkt en de bijdrage van het bedrijf aan versterking van het regionaal vestigingsklimaat. Naast beide nieuwe locaties biedt ook de herontwikkeling van Weverseinde, Puttershoek naar SHIPP21 specifiek ruimte aan grootschalige distributie, inclusief watergebonden containeroverslag. Verder is er ruimte voor XL-logistiek in op Dordtse Kil IIIen in beperkte mate ook op het herontwikkelde deel van het Nedstaalterrein Klein Nieuwland in Alblasserdam.
Op andere locaties en in andere gemeenten wordt in principe geen ruimte geboden aan nieuwvestiging van grootschalige distributie. Mogelijke uitzondering hierop is het incidenteel faciliteren van uitbreidings- of concentratiewens van een lokale ondernemer. Er wordt tot 2030 geen nieuw aanbod ontwikkeld voor deze doelgroep. In de omliggende regio’s is bovendien nog ruimte voor XL en XXL logistiek voorhanden of in ontwikkeling. Het gaat om de uitgiften op Logistiek Park Moerdijk (ca. 100 ha voor de XXL) in gemeente Moerdijk en om ca. 50 ha op Nieuw Reijerwaard in Barendrecht/Ridderkerk voor de doelgroep agrifood. Voorts vraagt Zuid-Holland Zuid aandacht voor de problematiek rondom huisvesting van arbeidsmigranten, die met name ingezet worden in de logistieke branche.
9
https://ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/
/ 11
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
5. Visie op transformatie De komende decennia zal de woningvraag in Nederland met ruim 1 miljoen huishoudens groeien. In de provincie Zuid-Holland gaat dat om 250.000 woningen tot 2050. Een deel van deze woningbouwopgave landt in Zuid-Holland Zuid, waarvan het overgrote deel in stedelijk gebied. In de landelijke gebieden is de druk van woningbouwplannen op bedrijventerreinen vaak minder groot. Dit heeft consequenties voor binnenstedelijk gelegen bedrijventerreinen. Op meerdere bedrijventerreinen wordt namelijk gekeken naar (vormen van) transformatie naar wonen. Deze locaties hebben vaak een gunstige ligging ten opzichte van het centrum van de stad, het water en/en het openbaar vervoer. Het is belangrijk dat verstedelijking bijdraagt aan de economische versterking van de steden, zonder de werklocaties te verdringen. Inwoners hebben arbeidsplaatsen nodig, praktisch opgeleiden zelfs dicht bij huis. De gemeenten in Zuid-Holland Zuid benadrukken daarom het belang van een goede balans in vraag en aanbod van bedrijventerreinen. Om dit te bereiken zijn soms ingrijpende processen van verandering c.q. upgrading noodzakelijk waarbij gemeenten een (in-)direct sturende overheid- en marktpartij rol nemen. Alle gemeenten in Zuid-Holland Zuid spannen zich voor deze processen in, soms ook met nodig risico.
In Drechtsteden is hiervoor de ROM-D vanouds en met toenemende regelmaat een professioneel ondersteunend instrument. Middels deze processen worden evenzeer sterk verouderde binnenstedelijke bedrijventerreinen en solitaire bedrijfslocaties10 gesaneerd en ook soms deels geschikt gemaakt voor een hoogwaardiger/ hoogstedelijk werkmilieu. Ten aanzien van de transformatie van bedrijventerreinen is regionale afstemming ook van belang vanwege het provinciaal omgevingsbeleid, dat planologische compensatie van bedrijventerrein vereist bij transformatie. Provincie Zuid-Holland schrijft voor dat een bedrijventerrein van milieucategorie 3.1 of hoger en een watergebonden bedrijventerrein bij transformatie volledig gecompenseerd wordt. Ook als maar enkele bedrijven die milieuruimte of de waterbereikbaarheid daadwerkelijk gebruiken en de vraag in de praktijk hiernaar beperkt is, tenzij is aangetoond dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Bovendien is compensatie van feitelijk gebruik en m² voor m² mogelijk mits wordt voldaan aan een evenwichtige balans in vraag en aanbod, vastgelegd in de door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale bedrijventerreinenvisie.
Naar voorbeeld van buurregio MRDH introduceert Zuid-Holland Zuid het instrument Compensatiewijzer om grip te houden op transformatie van bedrijventerreinen en de compensatie van bedrijven die moeten vertrekken in de vorm van vervangende ruimte11. Het instrument dient daarbij als hulpmiddel om compensatie te regelen voor nieuwe transformatielocaties, die niet in deze bedrijventerreinenvisie zijn opgenomen. De Compensatiewijzer vraagt gemeenten een compensatieplan op te stellen, met daarin een situatieschets van de transformatielocatie en daarbij hoe compensatie geregeld wordt door
10
11
Omdat het hier geen transformatie van bestaand bedrijventerrein naar een andere functie betreft, valt transformatie van solitaire bedrijfslocaties die niet als bedrijventerrein geregistreerd zijn niet onder de compensatieregels. Het leidt echter wel tot extra ruimtevraag (verplaatsingsvraag) indien het bedrijfsverplaatsingen tot gevolg heeft. Voor meer informatie, zie: Transformatiewijzer werklocaties MRDH.
/ 12
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
middel van beter benutten, nieuwe ontwikkelingen en functiemenging. Het benoemen van zowel de marktsituatie als de ruimtelijke aanpak is daarbij een belangrijke voorwaarde voor transformatie. Functiemenging is een middel om bedrijfsruimte te behouden in transformatiegebieden. Functiemenging is dus niet het doel, maar een instrument. Dat betekent niet dat er woningen toegevoegd worden op te behouden bedrijventerreinen, maar wel dat bij woningbouw op transformatielocaties de ruimte voor bedrijvigheid geborgd wordt. De focus ligt daarbij niet altijd op bedrijfsverplaatsingen, maar ook op innovaties bij de bron welke hinder kunnen verminderen en mengen mogelijk maken (toepassen van best beschikbare technieken (BBT)). Behoud met innovatie vraagt mogelijk een kleinere investering dan een bedrijfsverplaatsing. Onder functiemenging verstaan we: • Wel: behoud van bestaande bedrijven en/of ruimte voor werkgelegenheid bij transformatie • Wel: streven naar meer werkgelegenheid (milieucat. 1 en 2) in woongebieden. • Wel: pleiten om ruimte te reserveren voor werken in nieuwe woningbouwplannen. • Niet: woningen toevoegen op te behouden bedrijventerreinen. Goeree-Overflakkee Zowel tot aan 2030 als tot aan 2040 zijn er plannen voor de bouw van onder andere woningen op (delen van) enkele bedrijventerreinen. Het gaat om werklocaties met een gezamenlijke oppervlakte van 12,5 ha.
Voor de periode tot 2030 gaat het om 4 ha compensatie en voor de periode 2030-2040 gaat het om nog eens 4 ha. De gemeente wil medewerking van de provincie voor het realiseren van nieuw gemengd en nieuw lokaal bedrijventerrein. De inzet van de gemeente is dat ruimte die nodig is om door transformatie verloren gegane bedrijvenbestemmingen op het grondgebied van de eigen gemeente wordt gecompenseerd. De locaties hiervoor worden uitgewerkt in de Omgevingsvisie. Locaties die hiervoor zijn aangewezen zijn de uitbreiding van BPO en Oostplaat. Ook het bestaande aanbod op De Tram kan fungeren als compensatielocatie indien het een agrarisch verwant bedrijf betreft. De gemeente past bovendien slim ruimtegebruik toe door inbreidingsmogelijkheden te benutten (zie 6. Visie op herstructurering). Hoeksche Waard Gemeente Hoeksche Waard verwacht enkele nieuwe transformaties in de periode tot aan 2030 en 2040 (zie Bijlage III). Er zijn geen plannen om functiemenging op bedrijventerreinen te introduceren. Behoudens de twee transformatielocaties in Bijlage III blijft de toekomst van de bedrijfsbestemming op de bestaande en nieuwe bedrijventerreinen onveranderd. Wel verwacht gemeente Hoeksche Waard verplaatsing van enkele solitaire bedrijfsvestigingen naar een bedrijventerrein met een gezamenlijke omvang van circa 13 hectare.
Dit leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en verkeersveiligheid op de achterblijvende locaties. Omdat het solitaire bedrijfsvestigingen betreft, geldt hiervoor geen compensatieplicht. De wens is echter wel deze bedrijven te verplaatsen naar bedrijventerreinen, waardoor er wel sprake is van een extra verplaatsingsvraag. Deze bedrijfslocaties zijn immers gewoon in gebruik en voor de betreffende gebruikers is vervangende bedrijfshuisvesting noodzakelijk.
/ 13
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
Binnen de gemeentegrenzen van de Hoeksche Waard is voldoende (hard en zacht) planaanbod voorhanden en/of aanwijsbaar om te voorzien in ruimte voor de extra ruimtevraag. Daarvoor hoeft, naar verwachting, geen beroep te worden gedaan op bedrijventerreinen buiten de gemeente. Alblasserwaard In gemeente Molenlanden zijn geen bedrijventerreinen die op de nominatie staan voor transformatie. Gemeente Gorinchem werkt op haar beurt aan de grootschalige gebiedsontwikkeling ‘Vleugels van de Stad’, die ook consequenties heeft voor enkele binnenstedelijke bedrijventerreinen. Dit varieert van transformatie naar wonen tot functiemenging en verdichten van de werkfunctie. Bedrijventerrein Arkelsedijk I wordt getransformeerd naar wonen. Het betreft 5,5 hectare functieverandering. Arkelsedijk I staat geregistreerd als een nat bedrijventerrein. Beide gemeenten geven aan dat er geen marktvraag naar is en dat compensatie van dit natte bedrijventerrein derhalve niet nodig is. De Linge is op deze plek minder geschikt voor scheepvaart, vanwege de beperkte breedte en diepte en door toenemende droogte komende decennia zal de geschiktheid van de Linge naar verwachting verder afnemen. Hierdoor kan dit bedrijventerrein niet meer doelmatig als watergebonden terrein worden gebruikt.
Vanwege schaalvergroting in de binnenvaart zijn de wateren Boven Merwede, Lek en Merwedekanaal het meest geschikt voor vrachtverkeer. De Linge en het Kanaal van Steenenhoek lenen zich meer voor de pleziervaart. Verder geldt dat het bedrijventerrein al minimaal 10 jaar leeg staat, omdat het geen geschikte locatie meer is voor bedrijvigheid. De verkeersontsluiting is matig en de toegankelijkheid aan de smalle dijk is te beperkend voor de bedrijfsactiviteiten. Ook is er sprake van incourant vastgoed. Zo lang de transformatie zich nog in de planontwikkeling bevindt, wordt het terrein feitelijk nog in enige mate gebruikt voor groothandel en distributiecentrum in hout en andere bouwmaterialen (milieucategorie 3.1). Compensatie hiervan is mogelijk op Groote Haar. Voor Linge II Zuid (1 hectare) is in de nota van uitgangspunten een verandering naar functiemenging van wonen en werken voorzien. Omdat dit terrein al meer dan tien jaar leeg staat en de werkfunctie bovendien gedeeltelijk aanwezig blijft, is feitelijk geen compensatie nodig. Voor de Schelluinsestraat zijn plannen om het huidige bedrijventerreinen te veranderen in een modern werklandschap met een kleine en vooral middelgrote bedrijven met maakindustrie, groothandel, innovatie en enige ruimte voor functiemenging.
Onderdeel hiervan is dat het bedrijventerrein aan de west- en middenzijde beter wordt benut en er aan de oostzijde ruimte ontstaat voor woningbouw. Er wordt uitgegaan van 30% woningbouw en daarmee ontstaat een compensatievraagstuk van 6 hectare. Bij feitelijke compensatie kunnen de Gorinchemse bedrijven zich ofwel vestigen op de Groote Haar. Ofwel dat door intensivering van het ruimtegebruik in het westelijke en middengedeelte van de Schelluinsestraat ook daar compensatieruimte ontstaan. Drechtsteden De woningbouwopgave leidt ertoe dat (verouderde) bedrijventerreinen met minder toekomstperspectief in en ronde de stadscentra, zoals de Spoorzone in Dordrecht en Zwijndrecht en de dorpskernen, in aanmerking komen voor transformatie. Het gaat daarbij vaak om kleinschalige, oudere bedrijventerreinen met bedrijven die gemiddeld genomen minder arbeidsintensief zijn In de gebiedsontwikkeling wordt daarbij rekening gehouden met
/ 14
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
behoud van een passend werkprogramma. Bovendien wordt voor toekomstgerichte bedrijven per geval nut en noodzaak van verplaatsing binnen de gemeente of verplaatsing naar elders in de regio onderzocht. Specifiek voor Dordrecht en Zwijndrecht geldt daarbij dat ten aanzien van de ontwikkeling van de havens met hogere milieu categorieën ook zorgvuldig gekeken moet worden naar milieucontouren bij nieuwe uitgifte en ontwikkelingen, om te voorkomen dat woningbouwontwikkeling elders op slot wordt gezet dan wel de leefbaarheid in de bestaande woonwijken onder druk komt te staan. Dit vraagt met de alle belanghebbenden om een zorgvuldige afweging. 6. Visie op herstructurering Met het oog op de kwaliteit wordt over een breed front inzet gepleegd op de toekomstbestendigheid van de bedrijventerreinen. Daarbij hebben gemeente aandacht voor verduurzaming, het bevorderen van circulariteit, brede welvaart, aandacht voor de wateropgave, het aanbrengen van meer biodiversiteit, het realiseren van de energietransitie en zeer belangrijk: herstructurering en beter benutten c.q. intensiveren van bestaande bedrijventerreinen.
Ten aanzien van de wens tot ruimtewinst op bestaande bedrijventerreinen wordt tegelijkertijd opgemerkt dat er enige spanning zit tussen enerzijds de wens tot inbreiding en verdichting en anderzijds het verder bewerkstelligen van verduurzaming en klimaatadaptie op de bestaande bedrijventerreinen. De gemeenten in ZHZ hebben Ecorys onderzoek laten doen naar de potentie voor ruimtewinst op bestaande bedrijventerreinen. De gemeenten gaan of zijn al aan de slag met de uitvoering van deze plannen, bijvoorbeeld middels een actieplan bedrijventerreinen of het aantrekken van personele capaciteit om beter benutten en intensivering op bedrijventerreinen in de gemeente aan te jagen. De elf gemeenten maken ieder hierin hun eigen selectie naar intensiteit van het instrument; de zeven Drechtstedengemeenten verrichten een deel van die werkzaamheden gezamenlijk. Selectief is er ook aandacht voor functiemenging, dat wordt gezien als een middel om ruimte voor bedrijven te behouden indien besloten is tot transformatie naar wonen. Functiemenging is pertinent niet een op zichzelf staand doel en is met de typologie van maritiem/industrieel en agrifood vaak ook niet voordehand liggend in ZuidHolland Zuid (zie ook 5. Visie op transformatie).
Vanuit het oogpunt dat fysieke maatregelen eerder en beter van de grond komen wanneer ondernemers op een bedrijventerrein samen optrekken, werken alle gemeenten bovendien aan het stimuleren van de collectiviteit op de bedrijventerreinen. Op het moment dat ondernemers een gezamenlijk doel hebben, is het eenvoudiger maatregelen te realiseren die bijdragen aan maatschappelijke en economische doelstellingen, zoals met betrekking tot de circulaire transitie, afvalbeheer, energievoorziening, klimaatadaptatie, de uitstraling van het terrein en schoon, heel en veilig. Goeree-Overflakkee Herstructurering en revitalisering maken deel uit van het actieplan van de gemeente. Voor vier van de bedrijventerreinen zijn de vernieuwingsplannen al genoemd. Veel nadruk wordt gelegd op de verduurzaming, waarvoor ook de gevestigde bedrijven zelf aan de lat staan. In de eerstkomende jaren zijn grotere delen van het particulier gebied aan de westzijde van Tonisseweg toe aan herstructurering van vastgoed en revitalisering van het openbaar gebied.
/ 15
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
Er is op de bedrijventerreinen in de gemeente geen sprake van grote leegstandsproblemen Wel is er in het actieplan aandacht voor enkele kleinere acties, zoals terugdringing van leegstand in enkele bedrijfsverzamelgebouwen op Oostplaat in Middelharnis en in de Deltahaven in Stellendam. Hoeksche Waard Het is de intentie van het gemeentebestuur ook de komende jaren actief te zijn op het thema herstructurering op de bedrijventerreinen Boonsweg (gericht op herontwikkeling van verouderd bedrijfsvastgoed), Mijlpolder in ‘s-Gravendeel en Zuid-Beijerland. Het gaat daarbij om ‘het aanpakken van de minst aantrekkelijke locaties.’ In het actieplan van de gemeente is het hoe en wat hiervan nader aangegeven en daarin wordt met zekerheid ook aandacht gegeven aan de zogenaamde 'meekoppelkansen' op het gebied van klimaatadaptie, energietransitie, bevordering biodiversiteit en optimalisatie van de openbare ruimte op de bedrijventerreinen. Alblasserwaard Beide gemeenten zetten de inspanningen hun terreinen 'up to date' te houden de komende jaren onverminderd voort. Intensivering van het grondgebruik maakt deel uit van deze inzet. Concreet richten de twee gemeenten zich daarbij op intensieve en toekomstbestendige bedrijventerreinen op locaties die goed ontsloten zijn.
Bedrijventerreinen of bedrijfslocaties die niet meer bruikbaar zijn of passend in de omgeving, worden aangepakt ten behoeve van transformatie. Door middel van een programmatische aanpak willen beide gemeenten monitoren of er voldoende bedrijventerreinen van voldoende kwaliteit zijn. Mocht dit niet het geval zijn, dan vindt uitbreiding van bedrijventerreinen zoveel mogelijk plaats op de locaties waar de behoefte is, aansluitend aan bestaande terreinen én waar het zo goed mogelijk aansluit bij de complexe ruimtelijke omstandigheden in de Alblasserwaard. Ter illustratie: Voor de gemeente Molenlanden vertaalt zich dit in het beleid ‘ruimte voor bedrijven’. Hierin wordt integraal gekeken naar solitaire bedrijfslocaties en bedrijventerreinen. Ingezet gaat worden om middels een programmastructuur te werken aan drie pijlers: 1. Het verduurzamen, intensiever en toekomstbestendig(er) maken van bestaande bedrijventerreinen 2. Solitaire bedrijfslocaties (veelal aan smalle linten) op locaties waar dat niet passend is transformeren naar een functie die wel passend is (veelal wonen of recreatie) 3. Bestaande bedrijventerreinen uitbreiden en eventueel een nieuw bedrijventerrein om te voorzien in de behoefte aan bedrijfslocaties van Molenlandse bedrijven. Hierbij worden aspecten zoals bodem, water, verkeer, natuur en landschap in een vroegtijdig stadium beschouwd.
Drechtsteden Veel bedrijventerreinen laten zich kenmerken als gemengd bedrijventerreinen met relatief kleinschalige MKB-bedrijven en een divers aanbod van sectoren en opleidingsniveaus. Het zijn vaak terreinen zonder een uitgesproken signatuur en zonder kansen voor clustervorming en/of specifieke branchering. Met het oog op de toekomstbestendigheid van de bedrijventerreinen hebben meerdere gemeenten bedrijventerreinpaspoorten opgesteld, waarin uitgangspunten voor de toekomst van het terrein ten aanzien van werkgelegenheidsprofiel, duurzaamheidsdoelstellingen en de
/ 16
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
gewenste ruimtelijke kwaliteit zijn beschreven. Naast het schoon, heel en veilig houden liggen de opgaven op deze terreinen dan op verduurzamen van het vastgoed, het stimuleren circulariteit en duurzame mobiliteit. Dit vraagt een maatwerkgerichte aanpak per gemeente. Daarbij werken inmiddels de meeste gemeenten in de Drechtsteden met een gemeentebreed ondernemersfonds of een of meerdere bedrijveninvesteringszones (BIZ), waarmee met en door ondernemers wordt ingezet op gebiedsbeheer en collectieve inzet op tal van zaken als mobiliteit, duurzaamheid, energie en klimaatadaptatie. Bovendien bieden terreinen op kansrijke locaties die niet of suboptimaal gebruikt worden en op voldoende afstand van woonwijken gelegen zijn, de kans om ruimte vrij te spelen voor bedrijven met een hogere milieucategorie (vanaf categorie 4.1). Het voorbeeld van de verplaatsing van de firma's Peute en Dolderman laat zien dat wanneer gemeenten en provincie daarin samen optrekken en daar ook financiering voor vrijmaken dit een succesvolle aanpak kan zijn met een grote toegevoegde waarde voor de regio. 7. Visie op monitoring De Drechtsteden brengen elke 2 jaar een bedrijfsruimtemonitor uit, waardoor er een actueel beeld van de bedrijventerreinontwikkelingen. De laatst verschenen monitor uit 2021, laat een grote daling van leegstand en een toename van de bedrijventerreinenuitgifte zien.
Dit beeld is ook zichtbaar in de andere deelgebieden, die de ontwikkelingen op bedrijventerreinen op hun eigen manier monitoren. Zij laten met regelmaat onderzoek doen naar de gewenste bedrijventerreinenontwikkelingen en stellen op basis daarvan actieplannen op. De gemeenten in Zuid-Holland Zuid onderkennen het nut van monitoring en eenduidigheid in de inzichten die dat oplevert. Na vaststellen van deze bedrijventerreinenvisie vindt de tweejaarlijkse bedrijfsruimtemonitor voortaan plaats op het niveau van Zuid-Holland Zuid met daarin nadrukkelijk onderscheid tussen de vier deelregio’s. Gedeelde inzichten in de ontwikkelingen op bedrijventerreinen en marktontwikkelingen ten aanzien van de regionale clusters, human capital en innovatie geven de deelregio’s de mogelijkheid en onderbouwde basis om tussentijds bij te sturen in de profilering van bedrijventerreinen. Bovendien zorgt toepassing van het instrument Compensatiewijzer ervoor dat transformatieplannen continu worden gemonitord. Ook hiervoor is het nuttig een totaaloverzicht van vraag en aanbod bij te houden. 8. Visie op relatie met andere ruimtevraag en omliggende regio’s In het kader van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het programma NOVEX wordt landelijk door provincies en regio’s gewerkt aan de ruimtelijke puzzel.
Daarin wordt de ruimtelijke uitwerking gepresenteerd van de grote opgaven op het gebied van wonen (volkshuisvesting), transitie van het landelijk gebied en verduurzaming van mobiliteit en energievoorziening. Met de ruimtelijke puzzel worden keuzes gemaakt over de manier waarop en de plekken waarop de verschillende ruimtevragers landen. Wonen Er is sprake van een forse woningbouwopgave in aantallen in het stedelijk gebied in de Drechtsteden en Gorinchem. Ook in landelijke gebieden is het zaak de woningvoorraad op pijl
/ 17
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
te houden en aan te laten sluiten bij de marktbehoefte. Op verschillende plekken wordt gekeken naar transformatie van bedrijventerreinen ten behoeve van wonen. Dit is nader uitgewerkt in de visie op transformatie en het hoofdstuk transformatie en compensatie. Infrastructuur en mobiliteit Voor het goed functioneren van de bedrijventerreinen is adequate ontsluiting een harde randvoorwaarde. Zuid-Holland Zuid is gelegen aan drie Europese TEN-T-corridors RhineAlpe, Northsea-Mediterrannean en Northsea – Baltic. De meeste bedrijventerreinen beschikken over een redelijke tot goede ontsluiting op die corridors via de Rijkswegen A15, A16 en A27 of een van de provinciale wegen. Bovendien zijn veel bedrijventerreinen, in met name de Drechtsteden en Gorinchem, ontsloten op vaarwater. De groei van het vrachtverkeer over het spoor in ZHZ laat twee gezichten zien: enerzijds op het doorgaande spoor is het vrachtvervoer over onder andere de Betuwelijn en de Oude Lijn (door Zwijndrecht en Dordrecht) groeiend. Anderzijds is het gebruik van de aanwezige stamlijnen in Dordrecht en Zwijndrecht drastisch afgenomen. Op de drie stamlijnen, twee in Dordrecht en één in Zwijndrecht, is gebruik voor vrachtverkeer over het spoor de afgelopen decennia afgenomen en zijn er meerdere technische beperkingen vernomen.
De mogelijkheden om hierin verbeteringen aan te brengen zijn in dit dicht-verstedelijkte verkeer maar heel beperkt. Het vrachtvervoer over water kent schaalvergroting (thans grotere binnenvaartschepen), maar qua vrachtvervoersprestatie is deze minder hard doorgegroeid dan het vrachtvervoer over de weg. Het vervoer over water kent echter geen congestie, terwijl –in potentie- het vervoer over water ook nog het voordeel heeft van 30% mindere CO2-uitstoot, waardoor groei van vervoer over water het meest kansrijk is. Dit wordt bewezen door de snelle groei van het containertransferium in Alblasserdam dat in 2014 werd geopend en waar in 2021 al meer dan 100.000 containers werden overgeslagen. Uitgangspunt is dat we deze initiatieven alleen steunen wanneer dit: 1. Een bijdrage levert van een afname van vervoersstromen op onze eigen bedrijventerreinen en daarmee ten goede komt van het omliggende stedelijke gebied. 2. Voor- en natransport geen extra milieudruk legt op bestaande woongebieden en beoogde herontwikkelingslocaties. 3. Voorzien wordt in passende faciliteiten voor de verduurzaming van de binnenvaart Landelijke gebieden kennen qua arbeidsmobiliteit vaak een omvangrijke netto-uitgaande pendel. Hier is de bereikbaarheid van de bedrijventerreinen per ov het belangrijkste aandachtspunt als het gaat om mobiliteit.
Duurzaamheid en landschap Bij de optimalisatie van bestaande en ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen hanteren de gemeenten in ZHZ de regels ten aanzien van behoud en versterking van natuur, landschap en water, en de geldende stikstofregels. Voorts merken de gemeenten op dat optimalisatie van het ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen vaak vraagt om een afweging tussen intensivering en optimalisatie ten behoeve van verduurzamingsopgaven. Met de inzet op de circulaire transitie bij bestaande bedrijven en de bijdrage aan de verduurzaming van de binnenvaart dragen bedrijven(terreinen) in de Drechtsteden ook in bredere zin bij aan de verduurzamingsopgave.
/ 18
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
Bovenregionale samenwerking De deelregio’s van Zuid-Holland Zuid vormen ieder hun eigen deelgebied. De ligging van Zuid-Holland Zuid maakt echt wel dat er regelmatig uitwisseling plaatsvindt met omliggende regio’s. Dit zijn met name de BAR-gemeenten in de MRDH, Moerdijk, Werkendam (maritiem cluster) en de bedrijventerreinen in aangrenzende gemeenten in de provincie Utrecht.
/ 19
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
2
Programmering
2.1 Doel van de programmering Met de programmering wordt duidelijk in hoeverre er op dit moment sprake is van balans tussen vraag en aanbod op bedrijventerreinen in Zuid-Holland Zuid. Hieruit blijkt dat er sprake is van balans voor de periode tot en met 2030. Desalniettemin zien de gemeenten in ZHZ zich genoodzaakt om selectiever om te gaan met de ruimte op bestaande bedrijventerreinen. Bovendien betekent een totaalbalans op regionaal niveau niet dat er op lokaal niveau overal voldoende ruimte is. Gemeenten blijven daarom, waar nodig, uitbreiding van lokale bedrijventerreinen nastreven. Hoewel beter benutten en intensivering niet noodzakelijk is voor het bereiken van balans, spreken de gemeenten van Zuid-Holland Zuid uit dat zij optimalisatie van het ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen belangrijk vinden. Gemeenten oriënteren zich daarbij op instrumentarium, capaciteit en middelen, waarbij ROM-D in de Drechtsteden een belangrijke rol speelt, en gaan hierover graag het gesprek aan met PZH. In de volgende paragrafen wordt de balans tussen vraag en aanbod gepresenteerd. In Bijlage I is een gedetailleerd overzicht opgenomen van hard planaanbod, zachte plannen en plannen voor ruimtewinst door beter benutten van bestaande bedrijventerreinen. In bijlage III is tevens een overzicht opgenomen van transformatie- en compensatieplannen.
2.2 Balans vraag en aanbod In de balans van vraag en aanbod vergelijken we de totale ruimtevraag met hard en zacht planaanbod. Indien daarmee geen balans gehaald wordt, moet beter benutten en intensivering leiden tot een oplossing. Ook transformatie- en compensatieplannen zijn onderdeel van de balans tussen vraag en aanbod.
2.2.1 Ruimtevraag De totale ruimtevraag bestaat uit de uitbreidingsvraag en de vervangingsvraag12: • Uitbreidingsvraag - Voor de uitbreidingsvraag baseren we ons op de behoefteraming bedrijventerreinen Provincie Zuid-Holland 2021 t/m 2030. Daarbij gaan we volgens het advies in dat rapport uit van scenario Hoog. Let op: Gezien de peildatum rekenen we in de programmering met de uitbreidingsvraag vanaf 2022 t/m 2030. • Vervangingsvraag – Ook de vervangingsvraag is gebaseerd op deze behoefteraming, maar samen met gemeenten vervolledigd en voorzien van inzicht in de compensatielocaties.
12
Voor een toelichting op beide begrippen, zie: Behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland 2021-2030.
/ 20
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
2.2.2 Aanbod Het aanbod bestaat uit hard planaanbod, zacht planaanbod en potentiële ruimtewinst door beter benutten: • Hard planaanbod – Hiervoor baseren we ons op de data uit de meest recente IBIS-lijst die door PZH is opgesteld. De peildatum van het aanbod is 1 januari 2022. Omdat sindsdien wel degelijk uitgifte plaatsgevonden heeft, kan voor sommige bedrijventerreinen de actuele stand afwijken van het gebruikte IBIS-cijfer. • Zacht planaanbod – Plannen die in formele beleidsdocumenten zijn opgenomen, maar waarvoor geen vastgesteld bestemmingsplan is. Het overzicht is samengesteld in overleg met de gemeenten. • Potentiële ruimtewinst door beter benutten – Beter benutten en intensiveren van bestaande bedrijventerreinen is een mogelijke oplossing indien hard en zacht planaanbod onvoldoende ruimte biedt om de ruimtevraag te faciliteren. Bovendien draagt beter benutten bij aan zorgvuldig ruimtegebruik en toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen. Beter benutten leidt evenwel niet per definitie tot ruimtewinst, bijvoorbeeld wanneer andere opgaven zoals klimaatadaptatie gediend worden. De potentie voor ruimtewinst door beter benutten en intensiveren is door Ecorys onderzocht ten behoeve van deze bedrijventerreinenvisie. Ook zijn reeds door gemeenten zelf uitgevoerde onderzoeken als bron gebruikt.
Het resultaat daarvan is met de gemeenten in Zuid-Holland Zuid gedeeld als niet-openbare bijlage zonder status en dient als basis voor verder onderzoek naar het benutten van de potentie. Ter illustratie zijn in bijlage IV van dit document enkele potentiekaarten bijgevoegd. 2.2.3 Uitbreidingsvraag In de behoefteraming bedrijventerreinen PZH is voor vier werkmilieus een prognose opgesteld van de uitbreidingsvraag vanaf 2021 tot en met 2030 en wordt een doorkijk gegeven naar de bandbreedte van de totale uitbreidingsvraag tot en met 2040. Deze programmering richt zich op de periode tot en met 2030, maar de prognose laat zien dat er – bovenop de te verwachten uitbreidingsvraag tot en met 2030 – ook in de periode 2031 tot en met 2040 nog eens 122 hectare extra uitbreidingsruimte op bedrijventerreinen gevraagd wordt. Omdat de balans tussen vraag en aanbod wordt bepaald op peildatum van het aanbod 1-12022, is ook de uitbreidingsvraag ook berekend over de periode 2022 t/m 203013. De uitbreidingsvraag voor de periode 2022 t/m 2030 bedraagt 43 tot 134 hectare. De verdeling per werkmilieu in scenario Hoog is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 1
Uitbreidingsvraag 2022 t/m 2030.
Werkmilieu
Uitbreidingsvraag Hoog 2022-2030
Gemengd stedelijk
7
Regulier
44
Grootschalige distributie
59
Grootschalige productie
23
Totaal
134
Waarvan watergebonden
22,5
Bron: Behoefteraming bedrijventerreinen PZH 2021 t/m 2030. 13
Dit in tegenstelling tot de behoefteraming bedrijventerreinen PZH, die gaat over de periode 2021 t/m 2030.
/ 21
Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid 2023-2030
2.2.4 Vervangingsvraag De vervangingsvraag als gevolg van transformatie van bedrijventerreinen naar een andere functie, zoals wonen, wordt inzichtelijk gemaakt in bijlage III. In die bijlage wordt direct aangegeven op welke locatie de vervangingsvraag gecompenseerd wordt (compensatieplannen). Op basis van het beeld in de volgende paragrafen wordt duidelijk hoeveel ruimte overblijft op bedrijventerreinen op het moment dat de uitbreidingsvraag tot en met 2030 wordt gefaciliteerd. Deze resterende ruimte kan mogelijk worden ingezet ter compensatie van transformatieplannen. Een bijzondere vorm van vervangingsvraag is de verplaatsingsvraag. Dit is vraag die ontstaat wanneer bedrijven die niet op een bedrijventerrein gevestigd zijn verplaatst worden naar een bedrijventerreinen. Dit vindt plaats bij bedrijven in de bebouwde kom of het buitengebied, die vanwege hun omvang, verkeersaantrekkende werking of hinder voor de omgeving, beter passen op een bedrijventerrein. Het zorgt daarmee voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Omdat het hier geen transformatie van bestaand bedrijventerrein naar een andere functie betreft, wordt de verplaatsingsvraag niet opgenomen in het overzicht met transformatie- en compensatieplannen. Verplaatsingsvraag leidt echter wel tot meer ruimtevraag op bedrijventerreinen, waarmee rekening gehouden moet worden in de bedrijventerreinenprogrammering.
2.2.5 Hard planaanbod Het harde planaanbod in Zuid-Holland Zuid op peildatum 1 januari 2022 is weergeven in onderstaande tabel. In de bijlage is per werkmilieu aangegeven op welke bedrijventerreinen het aanbod zich bevindt. Tabel 2
Hard planaanbod in ZHZ per werkmilieu (peildatum 1-1-2022)
Werkmilieu
Hard planaanbod 1-1-2022 (ha)
Gemengd stedelijk
0
Regulier
66
Grootschalige distributie
72
Grootschalige productie
64
Totaal
202
Waarvan watergebonden
19
Bron: IBIS-lijst PZH o.b.v. aanbodmonitor 2022. Peildatum 1 januari 2022.
2.2.6 Balans uitbreidingsvraag en hard planaanbod Uit onderstaande tabel blijkt dat voor de meeste werkmilieus voldoende aanbod aanwezig is of ontwikkeld wordt in de periode tot en met 2030. Enkel het gemengd stedelijk werkmilieu en watergebonden bedrijventerreinen bereiken geen balans. Daarbij merken we op dat het een balans op het niveau van Zuid-Holland Zuid betreft. Lokaal en regionaal verschilt de situatie, waardoor uitbreiding op veel plekken in de periode tot en met 2030 en ook daarna noodzakelijk is. De randvoorwaarden die gemeenten zichzelf daarbij stellen zijn uitgewerkt in het eerste hoofdstuk van deze bedrijventerreinenvisie.