Bijlage bij nr. 1 VTH-beleidsplan 2024-20230 Hendrik-Ido-Ambacht
Tekst van het document
Inhoud Inhoud .............................................................................................................................. 2 Inleiding ........................................................................................................................... 3 Leeswijzer......................................................................................................................... 5 1.
Omgevingsanalyse ..................................................................................................... 6 Bestuurlijke ambities ........................................................................................................................... 6 Juridische ontwikkelingen ................................................................................................................... 7 Maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen ............................................................................... 9 Organisatorische ontwikkelingen ...................................................................................................... 10
2. Missie, visie & Doelstelling ...........................................................................................12 Missie ................................................................................................................................................ 12 Visie ................................................................................................................................................... 12 Doelstellingen .................................................................................................................................... 12
3. Risicoanalyse en prioritering ........................................................................................15 4.
Strategieën, uitgangspunten en werkwijzen ..............................................................18 Preventiestrategie ............................................................................................................................. 19 Vergunningsstrategie ........................................................................................................................ 20 Scheiding van functies ................................................................................................................... 20 Wettelijk kader voor Vergunningverlening ................................................................................... 21 Werkwijze Vergunningverlening Omgevingsrecht ........................................................................ 21 Werkwijze en proces vergunningverlening APV en BW ................................................................ 23 Vergunningen en meldingen APV en BW ...................................................................................... 23 Toezichtstrategie ............................................................................................................................... 25 Welke soorten toezicht zijn er? .....................................................................................................
25 Handhavingsstrategie ........................................................................................................................ 27 Gedoogstrategie ................................................................................................................................ 28
5.
Borging van de uitvoering .........................................................................................29 Organisatie en middelen ............................................................................................................... 29 Monitoring en evaluatie ................................................................................................................ 29
Bijlage 1 | Risicoanalyse en prioritering............................................................................31 Activiteiten toezicht en handhaving voor Omgevingsrecht .............................................................. 31 Activiteiten toezicht en handhaving voor APV & BW........................................................................ 32
Bijlage 2 | Samenwerking Ketenpartners .........................................................................34 Bijlage 3 | Richtlijn dwangsommen en begunstigingstermijnen LHSO ...............................37
2
Inleiding Voor u ligt het Vergunning-, Toezicht- en Handhavingsbeleid 2024-2030 (hierna: VTH-beleidsplan) van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht (hierna: de gemeente). Het beleidsplan is tot stand gekomen met behulp van gesprekken met het cluster VTH. Dit plan schetst het kader waarbinnen het cluster VTH van de gemeente haar taken uitvoert en beschrijft deze kaders aan de hand van landelijke wet- en regelgeving, met name het omgevingsrecht. Daarnaast worden ook kaders gesteld aan de hand van lokale regels, met name de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV). Hierin heeft de gemeente een aanzienlijk deel van haar eigen regels vastgelegd die betrekking hebben op de openbare ruimte, orde en veiligheid. Ook Bijzondere Wetten zoals de Alcoholwet worden in dit beleidsplan meegenomen. Hoewel dit geen lokale regelgeving is, heeft het vaak veel invloed op eerdergenoemde thema’s en zijn bijkomende taken belegd bij cluster VTH. Binnen de gemeente bestaat een apart team Leefbaarheid en Veiligheid (hierna: L&V), wiens taken buiten dit beleidsplan vallen. Dit team schrijft, in afstemming met het team VTH, een eigen beleidsplan (Integrale veiligheid en leefbaarheid 2022-2025). Dit beleidsplan is exclusief milieutaken. Hoewel de gemeente het bevoegde gezag is voor milieutaken, zijn deze taken uitbesteed aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.
Het VTH-beleid met betrekking tot milieutaken is terug te vinden in de regionale uitvoerings- en handhavingsstrategie van de gemeenten en de provincie in de regio Zuid-Holland (Nota VTH 2024-2027, Vertrouwen verdienen, vertrouwen behouden). Het VTH-beleidsplan is vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders (hierna: het college) en zal ter kennisname worden verstuurd naar de gemeenteraad en de provincie Zuid-Holland. Het doel van dit VTH-beleidsplan is om te komen tot een uniforme werkwijze en een integrale afweging van de beschikbare middelen. Dit beleidsplan vormt ook de basis voor het jaarlijks opstellen van het uitvoeringsprogramma voor de VTH-taken en bijbehorende evaluatie van voorgaande jaren. Sinds 2024 is de Omgevingswet van kracht en is ook de Wet kwaliteitsborging (hierna: Wkb) gefaseerd in werking getreden. Deze nieuwe wetten hebben grote gevolgen voor de taken en werkwijze van VTH gedurende de looptijd van dit beleidsplan. In verdere hoofdstukken wordt daarom meerdere malen over deze impact gesproken. Met dit VTH-beleidsplan voldoet de gemeente aan de wettelijke verplichtingen onder het Omgevingsbesluit. Hiernaast wil de gemeente transparant zijn over wat zij doet, waarom zij dit doet, welke keuzes er worden gemaakt bij het uitvoeren van de VTH-taken en hoe dit is georganiseerd.
3
De systematiek van de “BIG8” Dit beleid volgt de systematiek van de BIG8-cyclus uit het Omgevingsrecht. De verschillende stappen in de cyclus vormen samen het VTH-beleid en het uitvoeringsprogramma. Het VTHuitvoeringsprogramma wordt, net als het jaarverslag en de evaluatie, elk jaar vastgesteld door het college. De gemeenteraad en de provincie worden hierover geïnformeerd. Ook geven de stappen richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie. Om te laten zien dat beleid en uitvoering elkaar aanvullen zonder dat er sprake is van een hiërarchische relatie, is de BIG8 gekanteld. Op deze manier staan beleid en uitvoering naast elkaar. Deze gelijkwaardige, continu doorwerkende relatie is precies wat een correcte inrichting van de cyclus nodig heeft. In dit VTH-beleid geeft de gemeente de BIG8-cyclus weer aan de hand van iconen. Ieder icoon staat voor een bepaalde stap uit de cyclus. Op de volgende pagina worden de stappen van de BIG8-cyclus in een leeswijzer afgebeeld.
4
Leeswijzer Deze leeswijzer heeft als doel het duidelijk maken welk onderdeel van de BIG8-cyclus de gemeente in welk hoofdstuk van dit VTH-beleid beschrijft. De onderstreepte, dikgedrukte woorden zijn onderdelen van de BIG8-cyclus. Omgevingsanalyse
Strategieën en werkwijze
•
•
In hoofdstuk 4 gaat de gemeente in op de wijze waarop zij haar werkzaamheden uitvoert.
•
De gemeente vult dit aan met mogelijke veranderingen onder de Omgevingswet en de Wkb.
•
Daarbij wordt aangegeven hoe de risicoanalyse en prioritering doorwerkt in de praktijk.
Ten behoeve van de prioriteiten en doelen voor de komende beleidsperiode beschrijft de gemeente in dit hoofdstuk: o Een gebiedsanalyse. o De verbeterpunten uit de evaluaties van afgelopen beleidsperiode. o De relevante ruimtelijke ontwikkelingen voor deze beleidsperiode. o De relevante juridische ontwikkelingen voor deze beleidsperiode. o De relevante bestuurlijke ontwikkelingen voor deze beleidsperiode. o De organisatorische ontwikkelingen van deze beleidsperiode.
•
In het uitvoeringsprogramma geeft de gemeente de stand van zaken van deze ontwikkelingen.
Missie, visie & doelstellingen
Borging uitvoering
•
De missie in hoofdstuk 2 vloeit voort uit visiedocumenten van de gemeente.
•
Beschikbare middelen voor de komende beleidsperiode worden inzichtelijk gemaakt in hoofdstuk 5.
•
Aan de hand van deze visie bepaalt de gemeente de strategie op het gebied van VTH voor deze beleidsperiode.
•
Aan de hand van dit inzicht kan de gemeente monitoren of de gestelde doelen haalbaar zijn en/of deze moeten worden bijgesteld.
•
Met de hoofddoelstellingen in hoofdstuk 2 geeft de gemeente richting aan het programma voor de komende beleidsperiode.
•
In de uitvoeringsprogramma’s wordt verder ingegaan op specifieke jaarlijkse opgaven.
•
•
Dit programma krijgt vorm in het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma wijst de gemeente specifieke acties toe om de doelstellingen te behalen.
Met de beleidsevaluatie maakt de gemeente de beleidscyclus rond. Hierin wordt de methode voor de evaluatie van het VTH-beleidsplan en het uitvoeringsprogramma beschreven.
•
•
De gemeente heeft een interne monitoringstool voor doelstellingen waarin zij deze acties opneemt. Ook bewaakt zij hierin de voortgang.
Jaarlijks zal de gemeente het uitvoeringsprogramma evalueren, zodat eventuele bijsturing kan plaatsvinden.
Risicoanalyse en prioritering •
In hoofdstuk 3 beschrijft de gemeente hoe de risicoanalyse is opgesteld en de prioritering is toegepast.
•
Door middel van deze risicoanalyse en prioritering geeft de gemeente vervolgens vorm aan de werkwijze voor de VTH-taken.
•
Daarbij laat de gemeente zien welke activiteiten de hoogste prioriteiten krijgen tijdens de komende beleidsperiode op het gebied van het Omgevingsrecht en APV/Bijzondere Wetten zijn.
•
In het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma wordt vervolgens de koppeling tussen de risicoanalyse en prioritering en de beschikbare en benodigde middelen gemaakt.
5
1. Omgevingsanalyse De Omgevingsanalyse beschrijft de invloed van zowel interne als externe factoren op de VTHwerkzaamheden. Het richt zich op de omgeving waarbinnen VTH actief is en beschrijft relevante trends, gebeurtenissen en ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het werk in de komende beleidsperiode. De analyse begint met een terugblik op de eerdere VTH-taakuitvoering, gevolgd door een gebiedsanalyse en een beschrijving van de bestuurlijke ambities van de gemeente voor het fysieke domein. Daarna wordt ingegaan op de impact van juridische, maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen op de VTH-werkzaamheden. Eerdere fasen VTH Cyclus Vanuit het Interbestuurlijk Toezicht (hierna: IBT) van de provincie Zuid-Holland wordt toegezien op verschillende beleidsdomeinen van de gemeente, waaronder het omgevingsrecht en de bijbehorende taken die worden uitgeoefend door het cluster VTH. Tijdens de uitvoering van het vorige VTHbeleidsplan heeft de gemeente voldaan aan de procescriteria voor VTH op het gebied van omgevingsrecht. Elk jaar zijn er een uitvoeringsprogramma, jaarverslag en evaluatie vastgesteld door het college, die ter inzage zijn aangeboden aan de gemeenteraad (eerstelijnstoezicht) en de provincie (tweedelijnstoezicht).
Ook is er volgens afspraken gewerkt aan het behalen van de doelstellingen, waardoor onder andere de transparantie van de VTH-werkzaamheden is verbeterd en er meer risicogestuurd en integraal wordt gewerkt. Gebiedsanalyse In Hendrik-Ido-Ambacht heerst een dorpse sfeer met een nadruk op veiligheid, rust en betrokkenheid. De centrale ligging in de Maritieme Topregio Drechtsteden biedt werkgelegenheid en economische kansen. Bedrijventerreinen zoals Antoniapolder Plus, Sandelingen en het in ontwikkeling zijnde Circulair Bedrijvenpark Ambachtsezoom dragen bij aan de economische diversiteit. De gemeente grenst in het noorden aan de Waal en in het oosten aan de rivier de Noord. De ligging biedt een goede verbindingen naar Rotterdam en Dordrecht via de A15 en A16. Met meer dan 32.000 inwoners, waarvan een deel woont in de relatief nieuwe wijk De Volgerlanden met meer dan 4000 woningen, heeft de gemeente een rustige, groene uitstraling. Dit komt mede door haar goede verbindingen met waterwegen en groenruimtes zoals natuureiland Sophiapolder.
Bestuurlijke ambities In het coalitieprogramma "Samen voor Ambacht" 2022-2026 zijn een aantal belangrijke opgaven beschreven. De algehele samenwerking is een belangrijk thema, zowel met inwoners, ondernemers en organisaties, als op regionaal niveau. De gemeente hecht veel waarde aan een goede regionale samenwerking. Het uitgangspunt van samenwerken is dat er aantoonbare meerwaarde voor de gemeente en haar inwoners moet zijn. Daarbij is het belangrijk dat de lokale organisatie en het bestuur krachtig, wendbaar en flexibel zijn. Naast samenwerking zijn in het programma ook andere thema’s opgenomen die invloed hebben op het cluster VTH en haar werkzaamheden. Zo heeft de gemeente een uitgesproken ambitie op het gebied van duurzaamheid, waarbij specifieke stimuleringsmaatregelen voor zonnepanelen en isolatie aan bod komen. Binnen duurzaamheid is er ook aandacht voor groen en het groene karakter van de gemeente. Naast duurzaamheid zijn er ook specifieke ambities op het gebied van de openbare ruimte, het onderhoudsniveau van die ruimte, veiligheid en dienstverlening. Het inzetten op kwaliteit van de openbare ruimte en in een bredere zin duurzaamheid vragen om draagvlak en betrokkenheid van belanghebbenden. Participatie is daarom, juist op lokaal niveau, van absoluut belang.
In de gemeente wordt dan ook ingezet op participatie, onder andere door heldere gesprekken te voeren en maatwerk te leveren. Deze aanpak is verwoord
6
in de Participatienota. De gehele aanpak van het onderwerp participatie moet zorgen voor meer betrokken jongeren, meer reflectie, meer aandacht voor het individueel belang, Naast de genoemde voorbeelden van samenwerking, duurzaamheid en participatie, is ook de ambitie om te blijven bouwen aan woningen noemenswaardig. De gemeente is altijd een bouwgemeente geweest, waarin ruimte voor woningbouw als vanzelfsprekend werd beschouwd. Het is de ambitie om dit binnen onze mogelijkheden zo te houden gezien de grote maatschappelijke opgave waar de gemeente een bijdrage aan wil leveren. Op langere termijn zijn er echter geen grote bouwlocaties meer voorhanden, waardoor de gemeente creatief moet zijn in het bijdragen aan het woningbouwvraagstuk. Binnen het VTH-domein worden initiatieven die bijdragen aan deze ambities zoveel mogelijk gestimuleerd.
Juridische ontwikkelingen Zoals in de inleiding besproken is sinds 1 januari 2024 de Omgevingswet van kracht. Daarnaast is ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen deels in werking getreden. Dit zal in de nabije toekomst voor uitdagingen zorgen op het gebied van werkprocessen, financiën, samenwerking en algehele organisatie. Het nieuwe stelsel van de Omgevingswet en daarbij de Wkb zorgen namelijk samen voor omvangrijke veranderingen in de relevante wet- en regelgeving rond VTH. Het is daarom logisch dat personeel en organisatie ook een verandering doormaken. Omgevingswet De Omgevingswet is een bundeling en modernisering van diverse wetten voor de fysieke leefomgeving. De wet omvat veel oude wet- en regelgeving op het gebied van bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en ook natuur. Met de komst van de wet is de manier van werken anders geworden. Een voorbeeld is participatie, wat in het stelsel van de Omgevingswet meer centraal is komen te staan. Ook de versimpeling, het inkorten, en het verdere digitaliseren van de processen rond vergunningverlening, toezicht en handhaving zorgen ervoor dat de komende jaren uitdagend worden. Een belangrijke verandering van de Omgevingswet is de versteviging van de zorgplicht voor een veilige en gezonde leefomgeving. Deze wordt geleidelijk ingevoerd en op lokaal niveau toegepast.
Jurisprudentie zal in de komende jaren uitwijzen hoe de zorgplichten juridisch geïnterpreteerd zullen worden. Onder de Omgevingswet vervalt ook de mogelijkheid tot het vergunnen van rechtswege, wat meer gebruik van de Wet dwangsom en beroep mogelijk maakt. Als er niet binnen de beslistermijn een beslissing wordt genomen, kan de aanvrager een dwangsom eisen, waardoor er druk ontstaat om tijdig beslissingen te nemen. Om deze uitdaging aan te gaan, is er door het cluster VTH een nieuw VTHsysteem geïmplementeerd. Hierbij is geanticipeerd op het nieuwe DSO (het Digitale Stelsel Omgevingswet), waar veel informatie gebundeld is. Daarnaast zijn er werkprocessen geïmplementeerd die de komende jaren na evaluatie worden aangescherpt. Er wordt continu gewerkt aan planvorming, terwijl het cluster ook capaciteit inzet om bij te dragen aan het bijsturen op basis van de nieuwe praktijk. Het blijven optimaliseren van werkprocessen en het succesvol afronden van de totale implementatie van het nieuwe stelsel is een belangrijk thema voor de gemeente.
7
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) De Wkb is, net als de Omgevingswet, per 1 januari 2024 in werking getreden. In tegenstelling tot de Omgevingswet is de inwerkingtreding echter stapsgewijs. De Wkb heeft als doel de kwaliteit van bouwprojecten te verbeteren en de positie van de bouwconsument te versterken. Vanaf 1 januari 2024 geldt de wet alleen voor nieuw te bouwen bouwwerken van gevolgklasse 1, zoals de meeste grondgebonden woningen. In een latere fase zal het verbouwen van deze bouwwerken eveneens onder de Wkb vallen. Gevolgklasse 2 en 3 bouwwerken (grote bouwwerken en bouwwerken met een maatschappelijke functie) vallen voorlopig nog wel onder gemeentelijk bouwtoezicht. Met de komst van de Wkb wordt het toetsen van bouwplannen en het toezicht tijdens bouwprojecten in veel gevallen bij een marktpartij belegd. Dit heeft uiteraard gevolgen voor de werkvoorraad van vergunningverlening en toezicht voor de bouwactiviteit. Het verdwijnen van taken is echter niet het enige gevolg van de Wkb, er komen namelijk ook nieuwe taken bij in de vorm van een aantal meldingen. Het is belangrijk dat de werkprocessen die hiervoor zijn ingericht goed werken. Gedurende de beleidsperiode van 2024-2030 wordt extra aandacht besteed aan het monitoren van alle veranderingen die de Wkb met zich mee heeft gebracht en nog zal brengen.
Het doel is om het beleid, de werkwijzen en werkafspraken aan te passen waar nodig, met het oog op de geleidelijke transitie van publiek naar private kwaliteitscontrole en om, waar nodig, bij te sturen. Hoewel een verschuiving van werkzaamheden plaatsvindt van de gemeente naar private kwaliteitsborgers, blijft de gemeente uiteindelijk het bevoegd gezag. Daarnaast vergen de evaluatie van de Wkb en de stapsgewijze inwerkingtreding tijd en aanpassingsvermogen. Wet goed verhuurderschap Op 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap in werking getreden. Met de wet wil de regering ongewenste verhuurpraktijken voorkomen en tegengaan. Woningzoekenden, huurders en arbeidsmigranten worden beter beschermd. Om dat te bereiken richt deze wet zich tot verhuurders van reguliere woonruimte, verhuurders van verblijfsruimte voor arbeidsmigranten en verhuurbemiddelaars. Deze wet introduceert verschillende instrumenten, waaronder (basis)normen voor goed verhuurderschap, de bevoegdheid om verhuurvergunningen te introduceren en de mogelijkheid voor gemeenten om het beheer van een woning over te nemen. Ook moeten gemeenten verplicht een meld- en informatiepunt inrichten. De gemeente is aangesloten bij een regionaal meldpunt en gaat vanuit VTH toezicht houden op eventuele overtredingen.
Optioneel kunnen gemeenten voor het invoeren van een aantal vergunningstelsels kiezen, zoals een algemene verhuurvergunning of een verhuurvergunning arbeidsmigranten. Als uit deze keuze uitvoeringstaken voor Vergunningen en Handhaving uitvloeien moet er op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid worden getoetst. De uitkomsten daarvan kunnen worden opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Wat de uiteindelijke impact is op de capaciteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving zal gedurende de komende beleidsperiode duidelijk moeten worden.
8
Energie labels Kantoorpanden Per 1 januari 2023 moeten bepaalde kantoorgebouwen een geldig Energielabel C hebben, met een maximale waarde van 225 kWh per m² per jaar voor primair fossiel energiegebruik. Als aan deze waarde niet voldaan wordt kan het gebouw vanaf die datum niet meer als kantoor gebruikt worden. De verplichting is in eerste instantie vastgelegd in artikel 5.11 van het Bouwbesluit. Sinds 1 januari 2024 vindt men de regels in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), in artikel 3.87. Bij alle kantoren en in het bijzonder bij nieuwe vergunningaanvragen voor kantoren neemt de gemeente een actieve houding aan als het gaat om eventuele toezicht en handhaving. Hoewel deze taken bij de Omgevingsdienst zijn belegd heeft de gemeente een belangrijke signaalfunctie. Eventueel toezicht op kantoorgebouwen die aan de energielabel C-eisen moeten voldoen wordt zorgvuldig voorbereid. Eigenaren/huurders worden als dat nodig is via een brief geïnformeerd, en bij niet naleven kan handhaving worden gestart. Asbest en asbesthoudende dakbedekking Er komt geen landelijk verbod op asbesthoudende dakbedekking. De gemeente gaat zich de komende jaren oriënteren op programma’s en regelingen van het rijk en provincie en de omgevingsdienst. Daarnaast houdt de gemeente de ontwikkeling van eventuele nieuwe wet- en regelgeving, maar ook richtlijnen in de gaten.
Maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen De gemeente staat voor grote maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen in de komende periode. Dat zijn bijvoorbeeld: duurzaamheid, de landelijke woningbouwopgave en stikstofproblematiek. Daardoor worden de VTH-werkzaamheden complexer. Dit vraagt om een integrale aanpak om deze ontwikkelingen het hoofd te bieden. Duurzaamheidsopgave Duurzaamheidsvraagstukken, zoals energietransitie en klimaatadaptatie, zullen de komende bestuursperiode veel aandacht krijgen. Dit vraagt om een integrale aanpak bij vergunningverlening en toezichthouden. Er zal meer kennis nodig zijn op het gebied van duurzaamheid, bouwkundige eisen en klimaatdoelstellingen. Daarnaast wordt duurzaamheid een steeds belangrijker thema bij horeca en evenementen, bijvoorbeeld qua reductie van het gebruik van plastic en afval scheiden in het algemeen. Een ander aandachtpunt bij duurzaamheid wat binnen het VTH-domein valt is de beoordeling van bouwwerken. Bij met name vergunningplichtige bouwwerken worden ook vaak de esthetische en cultuurhistorische waarde beoordeeld. Bij het verduurzamen van gebouwen kunnen de eisen die aan deze waarden gesteld worden botsen met duurzaamheidsdoelen. Zonnepanelen kunnen ontsieren, warmtepompen overschrijden wel eens de geluidsnorm en (kleine) windvangers ontnemen soms zicht.
Gemeenten kunnen duurzame oplossingen stimuleren en faciliteren door specifieke criteria op te nemen en maatwerkoplossingen met initiatiefnemers te bespreken. Hierbij is het streven om duurzaamheid naadloos te integreren, waarbij esthetiek en milieubewustzijn hand in hand gaan. Houtstook Houtstook door particulieren is een onderwerp dat aandacht vraagt. Onderzocht wordt of, en zo ja op welke manier, maatregelen kunnen worden getroffen om overlast te beperken. Gemeenten kunnen hier beleid voor maken en regels voor opstellen. Daarnaast gelden landelijke regels. Landelijke woningbouwopgave en stikstof Een andere uitdaging is de woningbouwopgave. In de gemeente ziet men een vergrote werkdruk in de afgelopen jaren door onder andere de groeiende vraag naar woningen. Ook is er schaarste in de 9
publieke ruimte. Tegelijkertijd heeft de problematiek rondom stikstof en luchtkwaliteit eventueel invloed op de mogelijkheden tot bouwen. Dit vraagt om creatieve oplossingen, aandacht en capaciteit. De gemeente heeft de komende beleidsperiode met name aandacht voor de veranderende wet- en regelgeving en de eventuele gevolgen voor de woningbouwopgave. Specifiek voor Hendrik-IdoAmbacht geldt dat de gemeente in de komende 5-10 jaar overgaat van een ontwikkelgemeente naar een beheergemeente. Ondermijning De aanpak van ondermijnende activiteiten is een thema dat steeds belangrijker wordt. In de gemeente wordt getoetst aan de Wet Bibob om de integriteit van aanvragers in kaart te brengen en misbruik van vergunningen te voorkomen. Dit houdt in dat de overheid de mogelijkheid heeft om vergunningen te weigeren of in te trekken wanneer er een ernstig vermoeden bestaat dat de aanvrager of zijn zakelijke partners zich in het verleden hebben beziggehouden met criminele activiteiten. Hoewel de werkzaamheden die met ondermijning te maken hebben vooral bij L&V zijn belegd voorziet de wet Bibob sinds de verbreding van de reikwijdte in 2020 ook verdere inzet vanuit VTH, door bijvoorbeeld de inzet van Bibob-toetsen voor vastgoed en bouwaanvragen waaraan een bepaald risico is verbonden.
Deze inzet verwacht de gemeente met name tijdens het opsporen van ondermijning bij het verlenen van vergunningen en integrale controles met ketenpartners, zoals de arbeidsinspectie, de belastingdienst, het RIEC, de politie, het OM en anderen. Verdere uitwerking rondom ondermijning kan worden gevonden in het gemeentelijke beleidsplan Integrale Veiligheid en Leefbaarheid 20222025 en de gemeentelijke beleidslijn Bibob 2017. Een deel van de ondermijningsaanpak komt voort uit het bestuurlijk interventieteam waarin 5 gemeenten samenwerken in de aanpak van ondermijning. Opvang en huisvesting van vluchtelingen en arbeidsmigranten De huisvesting van (arbeids-)migranten en vluchtelingen is een uitdaging voor de gemeente en heeft daarmee ook impact op het cluster VTH. De gemeente moet voldoen aan de wet- en regelgeving voor goede en legale huisvesting en controleert hierop door middel van onaangekondigde huisbezoeken. Overbewoning en illegale bewoning wordt aangepakt als dit leidt tot acute of onveilige situaties.
Organisatorische ontwikkelingen Het cluster VTH staat voor diverse ontwikkelingen die de werkzaamheden beïnvloeden. Integraliteit van werken De realiteit van de Omgevingswet is dat er meer integraal gewerkt wordt. Dit impliceert meer afstemmomenten tussen teams, zowel intern als met externe ketenpartners. De Omgevingstafel fungeert als een concreet voorbeeld van deze integrale samenwerking. De tafel is een vorm van vooroverleg waarbij alle betrokkenen, soms met de initiatiefnemer, een complexe vergunningaanvraag zorgvuldig bespreken voordat over wordt gegaan tot een echte vergunningaanvraag. Hiermee worden mogelijke problemen vroegtijdig gesignaleerd, waarna de officiële aanvraag potentieel makkelijker binnen acht weken kan worden behandeld. De gemeente wil de komende beleidsperiode een goede invulling geven aan de adviestafels. Niet alleen in het kader van integraliteit, ook participatie is hierin voor de gemeente een belangrijke factor. Nieuwe prioritering Dit herziene VTH-beleid omvat eveneens een nieuwe prioritering van de werkzaamheden, gebaseerd op een geactualiseerde risicoanalyse. Dit is in lijn met de ambitie van de Omgevingswet om gerichter te werken en prioriteiten binnen de gemeente helder te bepalen.
10
Digitalisering processen Er is een nieuw VTH-zaaksysteem geïmplementeerd om te voldoen aan de eisen van de nieuwe Omgevingswet en de Wkb. Dit systeem wordt niet alleen gebruikt voor vergunningverlening, maar ook voor toezicht en handhaving. De verdere implementatie vergt tijd en aandacht, maar zal uiteindelijk resulteren in meer efficiëntie en sturingsinformatie. Gedurende de komende beleidsperiode zal het systeem onder de praktijk van de Omgevingswet en Wkb worden getest. Het is daarbij belangrijk om te kijken of de digitale infrastructuur volstaat en waar eventuele verbeteringen nodig zijn. Krapte op de arbeidsmarkt De gemeente en ook het cluster VTH ondervinden uitdagingen door een krappe arbeidsmarkt. Het vinden van gekwalificeerd personeel wordt steeds lastiger.
11
2. Missie, visie & Doelstelling In dit hoofdstuk beschrijft het cluster VTH de missie, visie en doelstellingen voor de VTH-taken van de komende beleidsperiode. De missie vormt de basis voor wat het cluster VTH doet en is het uitgangspunt voor de uitvoering. Door middel van de visie wordt duidelijk hoe het cluster VTH invulling geeft aan de missie en welke rol het binnen de gemeente vervult. Het cluster heeft de visie verder uitgewerkt in een aantal hoofddoelstellingen, waarbij ook acties zijn opgesteld om deze doelstellingen te bereiken. Deze doelstellingen bieden richting voor de komende beleidsperiode en stellen de gemeente in staat om de visie in de praktijk te brengen. De missie, visie, doelstellingen en uitgangspunten zijn gebaseerd op belangrijke bestaande strategische documenten. Met name het coalitieprogramma 'Samen voor Ambacht' is hierbij van belang. Daarnaast zijn het VTH-beleid 2019-2023 en de Omgevingsvisie belangrijke pijlers. Tot slot is er input verzameld tijdens ambtelijke werksessies.
Missie Als gemeente streven wij, in samenwerking met de regio naar een leefbare omgeving. Hierin handelen wij professioneel, zelfstandig, integraal en daadkrachtig. Wij zijn verbindend en betrouwbaar. Zo zorgen wij samen, met burgers, bedrijven en instellingen op een duurzame manier voor een gezonde en veilige toekomst.
Visie In brede zin wordt gestreefd naar een duurzaam, veilig en groen Hendrik-Ido-Ambacht. Een autonome gemeente met een eigen identiteit en dorps karakter, waarin samengewerkt wordt op gemeentelijk en regionaal vlak met burgers, partners en bedrijven. Kwalitatief hoogwaardige publieke dienstverlening en frequente informatievoorziening vinden wij belangrijk, dit maakt ons transparant en betrouwbaar.
Onder het nieuwe stelsel van de Omgevingswet werken wij integraal en stellen wij ons faciliterend op. Wij gaan met een positieve houding het gesprek aan en werken risico-gestuurd. Wij handhaven waar noodzakelijk, maar er wordt eerst geïnformeerd of gewaarschuwd. Zo wordt gewerkt aan een leefbare gemeente. Wij voorkomen hinder en overlast en zorgen er samen voor dat men wet- en regelgeving nakomt.
Doelstellingen Voor de komende beleidsperiode zijn verschillende doelstellingen opgesteld. Om deze doelen te bereiken, is een reeks acties opgesteld die gericht zijn op het behalen van de gewenste resultaten. Het cluster VTH evalueert jaarlijks de voortgang van deze acties en past de koers indien nodig aan. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de behaalde resultaten, maar ook naar de ontwikkelingen in de omgeving en de behoeften van de stakeholders. Op deze manier blijft het cluster VTH flexibel en kan het optimaal afstemmen op de veranderende omstandigheden. In totaal heeft het cluster VTH drie doelstellingen voor de komende beleidsperiode geformuleerd. Hieronder worden deze doelstellingen één voor één geoperationaliseerd. Per doel volgt een nadere toelichting, de benodigde hoofdactiviteiten (meerjarige beleidsacties) om het doel te bereiken, en ook worden de gewenste resultaten per doel zo concreet mogelijk weergegeven. De specifieke jaarlijkse acties om de doelstellingen te behalen worden uitgewerkt in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma (UVP).
12
Doelstelling 1: Borging van de Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging binnen de organisatie Wat willen we bereiken? De komende beleidsperiode streven wij naar het succesvol borgen van de Omgevingswet en Wkb binnen de organisatie, haar personeel, beleid en werkprocessen. Hierbij handelen wij zoveel mogelijk ‘in de geest van de wet’. Wat gaan we daarvoor doen? Wij evalueren de al reeds geïntegreerde werkprocessen en producten die zijn geïmplementeerd als voorbereiding op de Omgevingswet en Wkb tijdig. Daarnaast brengen wij veranderingen in kaart op het gebied van inhoud en proces. Hierbij houden wij ook jurisprudentie in de gaten. Wij vertalen de veranderingen naar de dagelijkste praktijk van het cluster VTH. Wij veranderen waar nodig onze producten, werkwijze en processen. We zorgen hiermee voor actuele, vastgestelde werkprocessen en standaardbrieven en een goed werkend VTH IT-systeem voor zowel Omgevingsrecht als APV/BW. Naast deze onderdelen evalueren wij de financiële en organisatorische impact van de Omgevingswet en Wkb en zorgen in dit kader voor een goede legesverordening, begroting en een adequaat personeelsbestand. Wanneer zijn we tevreden? I.
II. III. IV.
Wij hebben alle Omgevingswet en Wkb gerelateerde werkprocessen beschreven en ingericht. Wij evalueren deze processen in ieder geval jaarlijks. Zo zorgt de gemeente dat er werkbare processen zijn. Wij hebben ons gehouden aan onze prioritering en handelen risico-gestuurd. Wij hebben een goede invulling gegeven aan de integrale benadering en gaan op een goede wijze om met vooroverleg en de adviestafels. We hebben de onderdelen APV en BW aangesloten op het VTH IT-systeem en ook het nodige beleid geactualiseerd. Doelstelling 2: Verbeteren van de borging van de VTH-beleidscyclus (Big8) binnen de organisatie Wat willen we bereiken? Naast de implementatie van de Omgevingswet en de Wkb blijven wij effectief in het uitvoeren van de kerntaken van VTH en sturen wij aan op verbetering van de beleidscyclus. In dit kader dragen wij de komende beleidsperiode zorg voor alle elementen van de BIG8-cyclus. Wat gaan we daarvoor doen? Wij doorlopen de BIG8 en zoeken daarbij naar een goede balans tussen het (her)formuleren van beleid en de uitvoering van VTH-taken. Wij evalueren het VTH-beleid jaarlijks en stellen jaarlijks een uitvoeringsprogramma op. Wij categoriseren onze werkzaamheden binnen onze VTH-applicatie zo veel mogelijk op basis van bestaand beleid. Wanneer zijn we tevreden?
I. II.
Wij krijgen door een inhoudelijk goede, maar ook tijdige oplevering van beleid en evaluatie een goede beoordeling bij de provincie. Beleidsstukken en evaluaties worden binnen de organisatie breed gedragen.
13
Doelstelling 3: Intern- en externe samenwerking optimaliseren. Wat willen we bereiken? De gemeente wil zich blijven ontwikkelen als goede samenwerkingspartner. Wij willen de interne samenwerking en rolverdeling verder optimaliseren. Zowel binnen de gemeente als met de ketenpartners moet de integraliteit en samenhang worden verbeterd, om beter en efficiënter te werk te kunnen gaan. Wat gaan we daarvoor doen? Wij hebben als gemeente een goed overzicht van interne en externe rolverdeling. Wij stellen waar nodig nieuwe samenwerkingsafspraken op. Met behulp van actuele afspraken werken we in de regio goed samen met ketenpartners wanneer dat nodig is (zie bijlage 2). Wanneer zijn we tevreden? I. II.
Initiatiefnemers en ketenpartners weten de medewerkers van het cluster VTH makkelijk en op een goede manier te bereiken. De medewerkers van VTH weten met welke ketenpartners zij moeten overleggen voor de meeste vraagstukken. Zo vergaren wij bijvoorbeeld snel advies en instemming als dat nodig is.
14
3. Risicoanalyse en prioritering Waarom prioriteert de gemeente haar werkzaamheden? De essentiële taak van VTH is het waarborgen van naleving van wet- en regelgeving in de leefomgeving. Gebruikers van de leefomgeving dienen zich aan de geldende regels te houden, omdat dit bijdraagt aan een veilige, gezonde, en leefbare omgeving voor de inwoners van de gemeente. Dit geldt voor zowel de vergunningverlening als het toezicht en de handhaving. Het cluster VTH kan niet overal tegelijk zijn. Het is mede hierom cruciaal om met name toezicht en handhaving op een effectieve wijze in te zetten. Vooral daar waar de impact van slecht naleefgedrag van regels het grootst is. Dit vereist een zorgvuldige risicoanalyse en prioritering van taken. Uitleg risicoanalyse en prioritering Tijdens het proces van vergunningverlening wordt al geprioriteerd gewerkt. Eenvoudige aanvragen met lage risico’s worden marginaal beoordeeld, terwijl complexe(re) aanvragen diepgaander worden beoordeeld, al dan niet met input van in- en externe adviseurs. Omdat deze bestendige werkwijze resulteert in een goed beeld van de uren die gemiddeld worden besteed aan een aanvraag, is geen specifieke prioritering uitgevoerd voor de vergunningstaken, maar is gerekend met de gemiddelde tijdsbesteding per type aanvraag en complexiteit.
Bij horeca aanvragen is er daarnaast specifieke aandacht voor ondermijning en de integriteit van de aanvrager/exploitant via de Wet Bibob, en ook de achtergronden van leidinggevenden die in Horecagelegenheden werkzaam zijn. Onder bepaalde voorwaarden wordt ook bij bouw- en milieuactiviteiten een Bibob-toets uitgevoerd. Dit gebeurt als de aanvraag een activiteit uit een risicocategorie bevat, de activiteit in een risicogebied wordt uitgevoerd of de gemeente de noodzaak ziet op basis van bestaande informatie. Voor een volledig overzicht zie de beleidslijn Bibob 2017 op wetten.overheid.nl. Toezicht en handhaving zijn nauw met elkaar verbonden. Hierbij is een duidelijke prioritering wel van essentieel belang, omdat risico's en effecten van slecht naleefgedrag geëvalueerd moeten kunnen worden. Daardoor kan beter worden ingespeeld op veranderingen in de maatschappij en behoefte aan inzet op specifieke thema’s. Bovendien kan de capaciteit maar één keer worden ingezet, terwijl er wel een beginselplicht tot handhaving geldt. Een handhavingsverzoek moet dan ook bijna altijd leiden tot handhavend optreden. Niet handhaven mag alleen in bijzondere gevallen. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat een prioritering de mogelijkheid biedt om niet urgente handhavingszaken op een later moment op te pakken.
De prioritering dient hier dus een essentieel onderdeel van de motivering om direct of op een later moment, al dan niet projectmatig, tot handhaving over te gaan. Om de prioritering te bepalen heeft een ambtelijke werkgroep van het cluster VTH een analyse gemaakt van overtredingen waar toezicht en handhaving het meest nodig zijn. Hierbij zijn met behulp van de gegevens van vergelijkbare gemeenten risico’s in kaart gebracht volgens een vaste methodiek en aan de hand van verschillende beoordelingscriteria. De risicoscores zijn bepaald door voor elk criterium een inschatting te maken van het effect van slecht naleefgedrag. Dit levert een gemiddelde risico-inschatting van alle criteria op. Als de activiteit ook een verhoogde kans heeft op slecht naleefgedrag moet eerder of vaker worden opgetreden. De risico-inschatting wordt dan met een extra factor voor slecht naleefgedrag verhoogd. Het resultaat is een tabel waarbij de risico's met laag, gemiddeld en hoog worden vastgesteld voor alle activiteiten. In onderstaand tabel wordt aangegeven op welke wijze de toezicht en handhaving per 15
prioriteit zal plaatsvinden. Dit vormt het belangrijkste onderdeel van het toezicht- en handhavingsbeleid, waardoor de gemeente gericht inspanningen kan leveren waar dat het meest nodig is. Prioriteit
Wijze van Toezicht & Handhaving
Prioriteit
Laag
Projectmatig
1,0 – 2,0
Gemiddeld
Projectmatig, Op verzoek of Direct handhaven
2,0 – 3,0
Hoog
Direct handhaven
3,0 en hoger
Hieronder volgt een overzicht van de hoogste en laagste prioriteiten binnen het omgevingsrecht en de APV/BW voor de komende beleidsperiode. Hoogste 7 prioriteiten Omgevingsrecht
Illegaal appartement, woningsplitsing en kamerbewoning
3,6 Hoog
Staat van bestaande gebouwen en bouwwerken – strijdigheid Bbl/Wkb
3,3 Hoog
Sloopmelding met Asbest (kleiner dan 35 m2)
3,0 Hoog
Handhaving Wkb bij ingebruikname/gereedmelding
2,9 Gem.
Gevolgklasse 2/3 bouwactiviteit Bbl
2,8 Gem.
Maatwerkbesluit op verzoek
2,8 Gem.
Handhaving illegale sloop
2,8 Gem.
Laagste 5 prioriteiten Omgevingsrecht
Illegale bouwwerken geen gebouw zijnde (airco's, schotels, reclame)
1,8 Laag
Illegale bouw: aan-/uit-/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging – achterzijde
1,8 Laag
Sloopmelding
1,7 Laag
Bouwmelding bouwwerk gevolgklasse
1,1 Laag
Vergunningvrij – Bouwactiviteit
1,1 Laag
Hoogste 5 prioriteiten APV/BW
Artikel 2:25 Evenementenvergunning B
3,3 Hoog
Artikel 2:36 - Exploitatievergunning (bedrijf)
2,8 Gem.
16
Wet Bibob - Toetsing vergunningaanvraag (ook Vastgoed, vooral horeca)
2,8 Gem.
Artikel 2:25 Evenementenvergunning A
2,6 Gem.
Alcoholwet - Artikel 3 - Vergunning horecabedrijf of slijtersbedrijf
2,6 Gem.
Laagste 5 prioriteiten APV/BW
Ontheffingen/vrijstellingen
1,7 Laag
Reclame
1,5 Laag
Alcoholwet - Artikel 30 - Melding van wijziging inrichting/vergunning
1,4 Laag
Artikel 5:15 - Ventvergunning
1,4 Laag
Alcoholwet - Artikel 30a - Melding wijziging leidinggevende
1,0 Laag
17
4. Strategieën, uitgangspunten en werkwijzen Om ervoor te zorgen dat inwoners en bedrijven zich aan de regels houden en de kwaliteit van de leefomgeving verbetert, hanteert het cluster VTH verschillende uitvoeringsstrategieën. Deze strategieën bevatten de belangrijkste uitgangspunten voor het werk van de gemeente. Zij geven aan hoe de VTH-taken worden uitgevoerd en hoe de doelen en prioritaire werkwijze worden bereikt. In de figuur hieronder is de samenhang tussen de strategieën weergegeven. Ten opzichte van de vorige beleidsplannen zijn de strategieën deels herzien, mede door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de gedeeltelijke inwerkingtreding van de Wkb. De komende beleidsperiode gaat de gemeente de uitvoering van deze deels nieuwe strategieën monitoren en evalueren. Als hiertoe aanleiding is, worden de strategieën herzien.
Preventiestrategie (voorkomen) -
Heldere en actuele regelgeving Communicatie en participatie Bemiddeling Consequent gebruik van sancties
Aanpak om te voorkomen dat overtredingen ontstaan
Uitvoeringsstrategieën
Vergunningenstrategie (reguleren) -
Ja, mits.. Samenwerkend Positieve grondhouding
Aanpak om voorwaarden op te leggen aan activiteiten
Toezichtstrategie (controleren) -
Gebiedsgericht toezicht Integraal toezicht Informatie-gestuurd Prioritair werken
Aanpak om inzicht te houden in naleefgedrag en gedragsmotieven
Handhavingsstrategie/Sanctiestrategie (optreden) -
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) Sanctiematrix Strafrechtelijk optreden Bestuurlijke sancties Handhavend optreden tegen overheden
Gedoogstrategie (uitstellen handhaven) -
Landelijk kader en jurisprudentie Overgangssituatie en overmachtssituatie Gedoogkader
18
Aanpak bij constatering van overtredingen
Aanpak van uitstellen van handhaven in overtredingssituaties
Preventiestrategie Om de kwaliteit van de omgeving zo hoog mogelijk te houden en efficiënt met tijd en middelen om te gaan, vindt de gemeente het belangrijk om preventief te handelen. Preventie richt zich op het voorkomen van problemen in de fysieke leefomgeving door het vergroten van bewustwording. Hiermee draagt de gemeente samen met haar omgeving en partners efficiënt bij aan een veilige samenleving. De gemeente hanteert hierbij de volgende uitgangspunten; Heldere en actuele regels Door duidelijke en heldere regelgeving op te stellen wordt naleving bevorderd. De regels van de gemeente zijn in lijn met recente wet- en regelgeving en sluiten goed aan op de praktijk. Een goede informatievoorziening zorgt daarnaast voor betere bekendheid met de geldende wet- en regelgeving. Participatie en communicatie Participatie en tijdige communicatie spelen een cruciale rol in de preventiestrategie van de gemeente. Het is belangrijk dat initiatiefnemers de haalbaarheid van hun plannen kunnen bespreken in een vooroverleg en dat belanghebbenden worden betrokken bij de planvorming via het Participatiekader. Zowel de gemeente als de inwoners van Hendrik-Ido-Ambacht hechten waarde aan participatie. Het motto is "We doen het samen en hebben elkaar nodig!", omdat de Ambachtse samenleving wordt gevormd door de gemeenschap als geheel.
Participatie wordt gezien als een dynamisch proces dat samen met inwoners, ondernemers, medewerkers en bestuur wordt verfijnd en verbeterd. Door regelmatig te oefenen met participatietrajecten groeit het vertrouwen in elkaar en in de uitkomsten van dergelijke trajecten. De visie op participatie is vastgelegd in de vijf uitgangspunten van de 'Ambachtse aanpak', die beschrijven hoe de gemeente wil samenwerken met inwoners, bedrijven en organisaties. Deze uitgangspunten stellen dat participatie maatwerk is, het belangrijk is om een goed beeld te hebben van wie er deelneemt, dat kaders vooraf worden vastgesteld, dat participatie laagdrempelig moet zijn en dat participatie tijdig wordt ingezet. Voor een volledige beschrijving kijkt u in de Participatienota “Ambachtse Aanpak”. Bemiddeling (of mediation) In sommige situaties kan de inzet van een informeel gesprek onder onafhankelijke begeleiding uitkomst bieden voordat er juridische wegen worden bewandeld. De gemeente onderzoekt de effectiviteit van mediation en buurtbemiddeling. Consequent handhaven om naleving te bevorderen Door consistent handhavend op te treden, wordt verondersteld dat het vooruitzicht op sancties een afschrikwekkende werking heeft en daarmee overtredingen voorkomen kunnen worden.
19
Vergunningsstrategie Met vergunningverlening wordt de basis gelegd voor een goede uitvoering door de vergunninghouder. De gemeente hanteert hierbij de volgende uitgangspunten; Ja, mits… De gemeente heeft een positieve grondhouding als het gaat om maatschappelijk initiatief. Initiatieven worden beoordeeld op mogelijkheden. De gemeente werkt naar een vergunbare aanvraag toe in de geest van de Omgevingswet. Ook hierin is het van groot belang om samen te werken. De gemeente doet dit samen met burgers, bedrijven en andere (keten)partners. Door actief aan te sturen op vooroverleggen en conceptverzoeken waar dit noodzakelijk is komt men samen tot een zo positief mogelijke bijdrage aan de gemeente en haar omgeving. Vooroverleg, conceptverzoek en betrokkenheid De gemeente staat voor heldere communicatie en externe betrokkenheid. Initiatiefnemers worden aangemoedigd om tijdig en zo compleet mogelijk conceptaanvragen in te dienen. Zo kan tijdig gekeken worden wat er nodig is om het initiatief haalbaar te maken. Ook kan op deze manier vroeg worden onderzocht of er (extern) draagvlak is voor het plan. De gemeente biedt tijdens deze fase duidelijke uitleg over procedures en verwachtingen. Tegelijkertijd wordt actief ingezet op het informeren, adviseren en betrekken van inwoners en bedrijven om draagvlak en begrip te bevorderen.
Dit omvat proactief reageren op complexe aanvragen en vroegtijdig contact leggen met externe partners, dus ook voor de formele vergunningaanvraag. Dit doet de gemeente via officiële wegen zoals de intaketafel, maar waar mogelijk ook via informele gesprekken met initiatiefnemers. Scheiding van functies Om de objectiviteit van de werkzaamheden te waarborgen, hanteert het cluster VTH een strikte scheiding tussen vergunningverlening en toezicht/handhaving. Dit houdt in dat de behandelaar van een vergunningaanvraag geen toezicht houdt op de uitvoering daarvan. Samenwerking ketenpartners Een goede samenwerking tussen de gemeente en haar partners is van groot belang voor een effectieve en efficiënte aanpak van vraagstukken in de leefomgeving. Bij sommige aanvragen heeft de gemeente te maken met andere bevoegde gezagen. De gemeente werkt samen met de regio Drechtsteden om integraal advies te bieden over vraagstukken in de leefomgeving. Om de samenwerking (zowel intern als extern) verder te verbeteren en de volledigheid van de adviezen te vergroten, gaat de gemeente de komende beleidsperiode een zo groot mogelijk onderdeel van de samenwerking met ketenpartners evalueren. Door de samenwerking met (keten)partners te versterken, kan de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving worden verbeterd. Dit bevordert adviezen en zorgt voor breed gedragen keuzes op het gebied van de leefomgeving.
Zo wordt deze leefomgeving op een verantwoorde wijze ingericht en beheerd.
20
Wettelijk kader voor Vergunningverlening Hier behandelt de gemeente het wettelijke kader voor vergunningverlening van het omgevingsrecht, de APV en BW. Ook is een aantal werkwijzen en processtappen opgenomen. De gemeente hanteert objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. Deze criteria zijn gebaseerd op zowel wettelijke bepalingen als lokale beleidsregels en verordeningen. Zie onderstaand figuur voor een overzicht van de belangrijkste wet- en regelgeving. Let op: dit is geen uitputtende lijst.
Omgevingsrecht
APV & Bijzondere Wetten
Omgevingswet
Algemene Plaatselijke Verordening
Omgevingsbesluit
Alcoholwet
Omgevingsregeling
Wet op de kansspelen
Invoeringsbesluit
Winkelwet
Bruidsschat
Opiumwet
Omgevingsplan (tijdelijk)
Omgevingsplan (tijdelijk)
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
Huisvesting
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob)
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
Beleidslijn Bibob 2017
Lokale verordeningen en beleid
Leegstandswet Telecommunicatiewet Wegenverkeerswet Zondagswet Evenementenbeleid Afvalstoffenverordening
Werkwijze Vergunningverlening Omgevingsrecht Vooroverleg Met het van kracht worden van de Omgevingswet is de beslistermijn meestal slechts 8 weken. Voordat een inwoner of ondernemer een vergunningaanvraag doet, is het daarom wenselijk dat men bij de gemeente een dialoog aangaat via de intake- en/of de omgevingstafel. In deze procedure wordt gekeken of het initiatief (vanuit wet- en regelgeving bezien) wenselijk en haalbaar is. De gemeente begeleidt initiatiefnemers in dit proces. In het geval van complexe, grote of gevoelige plannen kan de dialoog worden voortgezet aan de omgevingstafel. Hierbij is gekozen om de casemanager het traject van omgevingstafel tot en met het besluit op de vergunningaanvraag te laten behandelen. Op de website van de gemeente wordt helder beschreven wat de procedure is voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning. Werkwijze en proces vergunningverlening Na binnenkomst van de aanvraag, volgt het cluster VTH standaardwerkwijzen op hoofdlijnen, die per type vergunning kunnen verschillen. De processtappen van de standaardwerkwijzen zijn vastgelegd in het VTH-zaaksysteem. Het verloop van de afhandeling van vergunningaanvragen of meldingen wordt 21
in dit systeem bijgehouden. In het algemeen ziet dit proces voor behandeling van de vergunningaanvraag eruit zoals hieronder beschreven. Als algemene leidraad voor de toetsing van vergunningen geldt dat uit de ingediende gegevens altijd voldoende aannemelijk moet zijn dat aan de geldende regelgeving wordt voldaan. #
Processtap
1
Inboeken, registreren en eventueel digitaliseren van de aanvraag
2
Sturen ontvangstbevestiging
3
Casemanager omgevingsvergunning bepaalt:
4
•
Bevoegd gezag;
•
Uitgebreide of reguliere procedure;
•
Publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen (veelal via frontoffice);
•
Overzicht bewaken over lopende procedures en de voortgang.
De casemanager is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag: •
Toets volledigheid en ontvankelijkheid;
•
(Vak)inhoudelijke toets aan relevante beoordelingskaders;
•
Uitzetten bij interne- en externe adviseurs;
•
Bewaken van de termijn;
•
Aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager;
•
Opstellen (concept)beschikking;
•
Registratie.
5
Archiveren beschikkingen (analoog en digitaal)
6
Mogelijk bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening
Werkwijze en proces sloop en Wkb-meldingen Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) geeft landelijk geldende regels voor de technische eisen waaraan bouwwerken moeten voldoen. Het bevat voorschriften uit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Meldingen onder het omgevingsrecht vallen onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) voor milieu en Bbl voor bouw. Bij meldingen wordt enkel de volledigheid beoordeeld; onvolledige meldingen worden niet behandeld. De melder wordt hiervan op de hoogte gebracht. Meldingen worden via het DSO bij de gemeente ingediend of uitbesteed aan de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid en de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Het toezicht op bouwactiviteiten verandert met de introductie van de Wkb, waarbij private kwaliteitsborgers primair verantwoordelijk worden voor het toezicht op gevolgklasse 1 bouwwerken. Later, na een evaluatie zal dit eventueel gaan gelden voor gevolgklassen 2 en 3. De volle verantwoordelijkheid hiervoor blijft voorlopig bij de gemeente. Gemeenten behouden in ieder geval de rol van bevoegd gezag en blijven verantwoordelijk voor toezicht op bestaande bouw en bouw- en sloopveiligheid. Meldingen zoals de bouwmelding en gereedmeldingen worden risico gestuurd behandeld, waarbij lokale risico's worden gecontroleerd in het borgingsplan.
Bij signalen van bouwkwaliteitsovertredingen kan de gemeente de bouw stilleggen en/of een controle op de bouwplaats uitvoeren.
22
Werkwijze en proces vergunningverlening APV en BW In de APV heeft de gemeente de mogelijkheid om activiteiten die in de leefomgeving plaatsvinden aan extra regels te binden. Doel hiervan kan liggen in de bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en/of de bescherming van het milieu. Voor een aantal activiteiten eist de APV expliciet dat vooraf een vergunning of een ontheffing wordt aangevraagd of dat er een melding wordt gedaan. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van standaardaanvraagformulieren. De aanvragen worden geregistreerd in het VTH-zaaksysteem. Veel over de vergunningen op basis van de APV of BW vindt men op de website van de gemeente. In het algemeen ziet het proces voor vergunningverlening in het kader van de APV en BW eruit zoals hieronder beschreven. #
Processtap
1
Inboeken, registreren en eventueel digitaliseren van de aanvraag
2
Sturen ontvangstbevestiging
3
Casemanager bepaalt:
4
•
Bevoegd gezag;
•
Publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen (veelal via frontoffice);
•
Overzicht bewaken over lopende procedures en de voortgang.
De casemanager is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag: •
Toets volledigheid en ontvankelijkheid;
•
Risicoclassificatie;
•
(Vak)inhoudelijke toets aan relevante beoordelingskaders;
•
Uitzetten bij interne- en externe adviseurs;
•
Bewaken van de termijn;
•
Aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager;
•
Opstellen (concept)beschikking;
•
Registratie.
5
Archiveren beschikkingen (analoog en digitaal)
6
Mogelijk bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening
7
Evaluatie evenement
Vergunningen en meldingen APV en BW Evenementen De gemeente maakt onderscheid tussen een melding en een vergunning voor het organiseren van een evenement. Evenementen zijn opgedeeld in vier categorieën, te weten A, B, B+ en C, waarvan B+ en C niet in deze gemeente voorkomt. Een belangrijke voorwaarde bij evenementen is de bereikbaarheid van de hulpdiensten. •
De meldingen Deze evenementen hebben een beperkte impact op de directe omgeving en zijn alleen meldingsplichtig. Deze meldingen worden door de gemeente getoetst op de voorwaarden voor het organiseren van een kleinschalig evenement, volledigheid, veiligheid, beschikbaarheid van de openbare ruimte en elementen waarvoor een ontheffing of ander besluit nodig is. Dit kan bijvoorbeeld een verkeersbesluit zijn of een ontheffing in het kader
23
van de Alcoholwet of geluidsoverlast. Uiterste indieningsdatum betreft 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement. •
De A-evenementen A-evenementen hebben een grotere impact op de directe omgeving dan de melding en zijn vergunningplichtig. Ze kunnen niet voldoen aan de voorwaarden voor het organiseren van een kleinschalig evenement. Aanvragen worden getoetst op volledigheid, veiligheid en of er overlast beperkende maatregelen worden getroffen. Een complete vergunningaanvraag dient minstens 8 weken voorafgaand aan het evenement te worden ingediend. Het opstellen van een veiligheidsplan en of draaiboek is niet verplicht, tenzij de gemeente hier om verzoekt. Als er constructies zoals tribunes of tenten geplaatst worden, dan wordt advies gevraagd aan de constructeur en/of bouwinspecteurs. Een vooroverleg is niet verplicht, maar wel wenselijk als het een nieuw evenement betreft.
•
De B-evenementen B-evenementen hebben een grote(re) impact op de directe omgeving dan A-evenementen. Een complete vergunningaanvraag moet minstens 8 weken voorafgaand aan het evenement te worden ingediend. Daarnaast is het opstellen en indienen van een veiligheidsplan en draaiboek verplicht. De gemeente organiseert een vooroverleg (multidisciplinair overleg) en evaluatiegesprek met organisator, betrokken ambtenaren van L&V en team Buitenruimte en relevante partijen, zoals bijvoorbeeld politie, brandweer en GHOR. Ook vindt er een voorschouw van het evenement plaats, zodra het evenement is opgebouwd. Als er constructies zoals tribunes of tenten geplaatst worden, dan wordt advies gevraagd aan de constructeur en/of bouwinspecteurs.
Horeca-exploitatievergunning (Hex) Voor de exploitatie van een openbare inrichting is op grond van de APV een vergunning van de burgemeester vereist. In de APV staan ook categorieën genoemd waarvoor de vergunningplicht niet geldt en staan de toetsingsgronden vermeldt. Er wordt onder andere gekeken naar het omgevingsplan, de leeftijd en het gedrag van de ondernemer en de leefbaarheid in de directe omgeving van de openbare inrichting. Zodra een aanvraag ontvankelijk is en de benodigde adviezen zijn ontvangen, wordt deze inhoudelijk beoordeeld en vindt besluitvorming plaats. Een exploitatievergunning is persoonsgebonden en niet overdraagbaar. Alcoholwet De Alcoholwet vereist dat ieder bedrijf of iedere instelling die alcoholhoudende dranken verstrekt voor gebruik ter plaatse hiervoor een vergunning heeft. Voor slijterijen, waar alcohol verstrekt wordt met een promillage van meer dan 15% alcohol voor gebruik elders dan ter plaatse geldt eveneens een vergunningplicht. De Alcoholwet bepaalt uitputtend welke bijlagen bij de aanvraag om vergunning gevoegd moeten worden. Elke aanvraag wordt aan de Alcoholwet getoetst en zo nodig worden voorschriften aan de vergunning verbonden. De inrichting wordt steekproefsgewijs gecontroleerd op de inrichtingseisen door een bouwtoezichthouder. In het horecabedrijf moet een leidinggevende aanwezig zijn als er alcoholhoudende drank wordt verstrekt.
Horecabedrijven wisselen vaak van leidinggevenden en vragen daarom vaak een wijziging van het aanhangsel aan, die onderdeel uitmaakt van hun Alcoholwetvergunning. Op dit aanhangsel staan de leidinggevenden vermeld. De aanwezigheid van de juiste leidinggevenden wordt jaarlijks door de Buitengewoon Opsporingen Ambtenaren (hierna BOA's) gecontroleerd. Bij geconstateerde overtredingen vindt de controle frequenter plaats + leeftijdscontrole. Er wordt niet gecontroleerd op 'blurring'.
24
Wet op de Kansspelen (WOK) Voor de behandeling van een aanvraag voor een aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten, een loterij- of bingovergunning wordt aan de WOK getoetst. De vergunning is persoonsgebonden en wordt voor onbepaalde tijd verleend. Wet Bibob De Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur), geeft de gemeente de mogelijkheid om de achtergrond van een bedrijf of persoon te laten onderzoeken. Als er ernstig gevaar dreigt dat de vergunning of de subsidie wordt misbruikt voor criminele activiteiten, dan kan de gemeente de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning of subsidie intrekken. In 2017 is door de gemeente Bibob-beleid vastgesteld. Bij aanvragen voor een nieuwe exploitatie- en Alcoholwetvergunning wordt altijd een Bibob-toets uitgevoerd. Uitzonderingen zijn minimale wijzigingen, zoals het bijschrijven van leidinggevenden. Bij evenementen wordt aan de hand van de omstandigheden beoordeeld of een Bibob-toets benodigd is. Het Bibob-beleid is daarin leidend. Standplaatsvergunning De gemeente beschikt over vaste standplaatsen, incidentele standplaatsen, tijdelijke standplaatsen en marktstandplaatsen. De marktstandplaatsen maken geen onderdeel uit van dit VTH-beleid, daar deze door de marktmeesters in de gemeente Dordrecht worden beheerd. Voor standplaatsen geldt een maximumstelsel per locatie en dagen.