Bijlage 2 bij raadsvoorstel 9.1 - Achter Vrouwgelenweg 80 - Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
21
4.3.2 Analyseresultaten
22
5.
23
Conclusies en aanbevelingen
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
Bijlagen aantal pagina's (excl. voorblad) 1.
topografische ligging en kadastrale gegevens
2
2.
situatietekening
1
3.
boorprofielen
7
4.
analyseresultaten grond
18
5.
analyseresultaten grondwater
7
6.
analyseresultaten asbest
2
7.
toetsingstabellen grond
8
8.
toetsingstabellen grondwater
3
9.
foto’s onderzoekslocatie
4
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
1. Inleiding In opdracht van OD205 heeft Tritium Advies B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Vrouwgelenweg (ong.) te Hendrik-Ido-Ambacht. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanprocedure van de locatie en de toekomstige aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of op de locatie sprake is van een bodemverontreiniging een bodemverontreiniging, welke mogelijk een belemmering vormt voor de voorgenomen bestemmingsplanprocedure. Tritium Advies B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Kwalibo Op een deel van de werkzaamheden die in het voorliggende rapport worden beschreven is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor deze kwaliteitsborging zijn onderdelen van het onderzoek onder Kwalibo uitgevoerd. Indien dit het geval is, dan is dit bij het betreffende onderdeel expliciet vermeld. Onderdelen zonder vermelding over Kwalibo, zijn niet onder Kwalibo uitgevoerd.
pagina 1 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
2. Vooronderzoek Als onderdeel van het verkennend bodemonderzoek is een standaard vooronderzoek uitgevoerd volgens de Nederlandse norm NEN 5725 (januari 2009). De in de navolgende tabel weergegeven bronnen zijn geraadpleegd. Tabel 2.1: overzicht geraadpleegde bronnen tijdens vooronderzoek. bron
contactpersoon
datum
uitvoerder Tritium Advies B.V.
-
9 oktober 2017
dhr. A.G.J. Martens
dhr. A.G.J. Martens
internet www.ahn.nl www.dinoloket.nl www.bodemloket.nl www.topotijdreis.nl www.bagviewer.kadaster.nl Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid bodemarchief
dhr. P. den Breejen
28 oktober 2017
bodemkwaliteitskaart
-
9 oktober 2017
-
9 oktober 2017
overige bronnen Google Earth
dhr. A.G.J. Martens
Flashearth
2.1 Locatiegegevens In de navolgende tabel zijn de locatiegegevens opgenomen. De topografische ligging en de kadastrale gegevens zijn weergegeven in bijlage 1. Een situatietekening is weergegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in bijlage 10. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie weergegeven. Tabel 2.2: locatiegegevens. locatie
coördinaten x
Vrouwgelenweg (ong.), Hendrik-Ido-Ambacht
y
104.204 428.001
totale opp.
onderzoeks-
gemeente
kadastrale percelen sectie
nummer
(m²)
locatie (m²)
Hendrik-Ido-
9209, 9205, 15279,
E
6.400
6.400
Ambacht
15280, 15283
Figuur 2.1 luchtfoto onderzoekslocatie.
pagina 2 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
Op de luchtfoto zoals weergegeven in figuur 2.1 is de huidige onderzoekslocatie weergegeven. De locatie is volledig onbebouwd en onverhard. De locatie betreft een voormalig bosschagegebied. De belendende percelen zijn in gebruik als wonen (oosten en westen), openbare weg ‘Vrouwgelenweg’ (zuiden) en braakliggend (noorden). Tevens blijkt de onderzoekslocatie ten oosten, westen en zuiden omringd te zijn door sloten. Historische situatie Uit historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) blijkt dat de onderzoekslocatie vanaf circa 1850 tot heden onbebouwd is geweest. De eerste bebouwing in de directe omgeving is vanaf de jaren ’60 gerealiseerd. Uit het kaartmateriaal blijkt dat geen voormalige (gedempte) watergangen aanwezig zijn op de onderzoekslocatie. Ten noorden en oosten van de onderzoekslocatie blijkt een (voormalige) boomgaard aanwezig te zijn geweest. In de toekomst wordt de locatie heringericht en is men voornemens 3 woningen achter het perceel van de Vrouwgelenweg 80 te realiseren. De woningen worden ontsloten via één ontsluitingsweg op de Vrouwgelenweg. De watergangen welke de onderzoekslocatie nu omsluiten worden niet gedempt.
Bekende bodembedreigende activiteiten Uit de informatie van de website www.bodemloket.nl blijkt dat in de directe omgeving van de onderzoekslocatie de navolgende (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden, waardoor de bodem mogelijk verontreinigd is geraakt. Tabel 2.3. potentieel bodembedreigende activiteiten in de directe omgeving. locatie
(bedrijfs)activiteit
Vrouwgelenweg 70 - 74 (zuidoosten)
erfverharding met kolengruis
92 (noordwesten)
bestrijdingsmiddelenopslagplaats glastuinbouw hbo-tank (bovengronds)
Golfbaan Peeregaard ongenummerd (noorden)
glastuinbouw demping
Volgerlanden ongenummerd (zuiden)
glastuinbouw groentekwekerij
Uit de memo van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (26 september 2017) blijkt dat de onderzoekslocatie binnen de verspreidingszone van PFOA (Perfluoroctaanzuur) is gelegen. Deze verspreiding is waarschijnlijk veroorzaakt doordat deze door de Chemours-fabriek uitgestoten stof, is neergeslagen (‘atmosferische depositie’) op en in de bodem. Sinds 2012 wordt PFOA niet meer gebruikt door Chemours. Sinds 2013 stoot Chemours GenXstoffen uit, de vervanger van PFOA. Ook GenX-stoffen worden in licht verhoogde gehalten aangetoond in de grond van de omgeving Chemours.
pagina 3 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
2.2 Eerder uitgevoerd onderzoek Op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn eerder de in de navolgende tabel vermelde onderzoeken uitgevoerd. Tabel 2.4: eerder uitgevoerd onderzoek onderzoekslocatie. omschrijving
locatienaam
opgesteld door
datum
kenmerk
gegevens onderzoekslocatie 1.
verkennend onderzoek
Vrouwgelenweg 82
MH Nederland
01-04-2000
b99.141.v1
2.
verkennend onderzoek
Vrouwgelenweg (ong.)
BK Ingenieurs
20-10-2016
163607
gegevens directe omgeving 3
verkennend onderzoek
UDM Midden B.V.
11-10-2010
10010505
4.
nader onderzoek
UDM Midden B.V.
21-12-2010
10010642
5.
meldingsformulier BUS
UDM Midden B.V.
28-04-2011
udm 11010318
UDM Midden B.V.
29-07-2011
udm/11010318-04
saneringsplan 6.
meldingsformulier BUS evaluatieverslag
7.
bouwstoffenbesluit
Vrouwgelenweg 2-119A
Mol Milieu
03-07-2000
03562
8.
verkennend onderzoek
Vrouwgelenweg 84
UDM Midden B.V.
29-07-2003
udm 03.01.195
9.
saneringsonderzoek
Vrouwgelenweg (ong.)
MWH
18-02-2009
B08A0180
10.
verkennend onderzoek
Vrouwgelenweg 90
Mol milieu
08-05-1996
96.1296
11.
verkennend onderzoek
Mol Milieu
23-08-1996
96.1296B
12.
verkennend onderzoek
CBB
11-09-1998
5066201
13.
verkennend onderzoek
CBB
01-11-2003
5066201
14.
indicatief onderzoek
tmd
01-09-1991
H1091.7031/046.09
15.
oriënterend
tmd
31-12-1991
-
Golfbaan Peeregaard
bodemonderzoek 16.
verkennend onderzoek
MH Nederland
01-12-1995
B95.184
17.
oriënterend
MH Nederland
31-12-1995
B95.184A
bodemonderzoek 18.
nader onderzoek
MH Nederland
30-06-1997
b97.041.N1
19.
nader onderzoek
MH Nederland
01-08-1997
B97.01.N3
20.
nader onderzoek
MH Nederland
29-08-1997
B97.041.N3
21.
oriënterend
MH Nederland
14-10-1997
b97.041.n4/br/rha
MH Nederland
31-12-1997
-
bodemonderzoek 22.
nader onderzoek
pagina 4 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
Tabel 2.4: eerder uitgevoerd onderzoek onderzoekslocatie (vervolg). omschrijving
locatienaam
opgesteld door
datum
kenmerk
MH Nederland
31-12-1999
-
Search Milieu B.V.
17-02-2000
209056.0
gegevens directe omgeving 23.
oriënterend bodemonderzoek
24.
oriënterend bodemonderzoek
25.
nader onderzoek
MH Nederland
23-02-2000
B99.140.X1
26.
nader onderzoek
MH Nederland
07-04-2000
B99.140.X1
27.
oriënterend
MH Nederland
31-12-2000
-
bodemonderzoek 28.
saneringsonderzoek
MH Nederland
01-04-2008
B07.057.S1
29.
saneringsonderzoek
MWH B.V.
18-02-2009
B08A0180
30.
saneringsevaluatie
MWH B.V.
21-01-2010
B09A0076
De in voorgaande tabel weergegeven rapportages [7 t/m 9, 13, 15, 22 t/m 24 en 27] zijn niet in bezit van Tritium Advies B.V. Uit de overige rapportages die wel in bezit van Tritium Advies B.V. blijkt het volgende. Vrouwgelenweg (ong.) De onderzoekslocatie betreft de voorgenomen ontsluitingsweg van de huidige onderzoekslocatie. Ad 1 en 2. In het verleden is voor de toekomstige geplande ontsluitingsweg een grootschalig onderzoek aan de Peerengaard uitgevoerd. Voor zowel waterbodem als bodem [1]. Hieruit bleek de bovengrond licht verontreinigd te zijn met koper en PAK. In de slootbodem werd geen slibpakket aangetroffen en derhalve niet onderzocht. Aanleiding voor het onderzoek [2] was de voorgenomen eigendomsoverdracht (verkoop vanuit de Gemeente). Doel van het onderzoek was het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Uit de analyseresultaten bleek dat de bovengrond licht verontreinigd was met kwik. De ondergrond bleek niet verontreinigd te zijn met de onderzochte stoffen. Het grondwater bleek licht verontreinigd te zijn met barium en zink. Geconcludeerd werd dat nader bodemonderzoek niet noodzakelijk werd geacht en dat de resultaten geen bezwaar opleverde voor de voorgenomen eigendomsoverdracht. Vrouwgelenweg 74 Ad 3 t/m 6.
Uit het verkennend- en nader bodemonderzoek [3 en 4] bleek dat op de onderzoekslocatie een sterke verontreiniging met koper en een matige verontreiniging met lood en zink in de bovengrond aanwezig werd aangetoond. Geconcludeerd werd dat het een geval van ernstige bodemverontreiniging betrof welke onder BUS kon worden gesaneerd. De verontreiniging werd ontgraven door middel van een volledige verwijdering en is hierna aangevuld met achtergrondwaarde grond.
pagina 5 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
Vrouwgelenweg 90 Ad 10 t/m 12. De onderzoekslocatie werd als meerdere deellocaties onderzocht waaronder een bestrijdingsmiddelenopslag en een huisbrandolie (HBO)-tank (bovengronds 5 m3). Uit de analyseresultaten bleek dat de bovengrond licht verontreinigd was met zware metalen, PAK en minerale olie. De ondergrond bleek niet verontreinigd te zijn met de onderzochte stoffen. Het grondwater bleek licht verontreinigd te zijn met aromatische verbindingen, arseen, koper en zink. De bovengrond van de sloten bleek licht verontreinigd te zijn met arseen, cadmium, chroom, koper, zink, minerale olie, PAK en nikkel en matig verontreinigd te zijn met lood, nikkel en zink. Geconcludeerd werd dat de lichte verontreinigingen met aromatische verbindingen mogelijk te herleiden waren aan het aanboren van het veen. Tevens werd geconcludeerd dat aan de aangetoonde lichte verontreinigingen geen consequenties verbonden waren. Risico voor milieu en volksgezondheid werden niet verwacht. Geconcludeerd werd dat het slib uit de sloten niet geschikt werd geacht voor hergebruik. Afvoeren en verwerken diende op verantwoorde wijze te geschieden. Golfbaan Peeregaard (saneringslocatie) Ad 14. Aanleiding voor het onderzoek was de verkoop van enkele percelen grond en de voorgenomen aanleg van een golfbaan.
Doel van het onderzoek was te beoordelen of het terrein milieuhygiënisch gezien geschikt was voor de toekomstige bestemming. Uit de rapportage bleek de gehele locatie in het verleden als boomgaard in gebruik te zijn geweest. Uit de analyseresultaten bleek de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd te zijn met koper, PAK en kwik. Tevens bleek de bovengrond matig verontreinigd te zijn met koper en lood. Het slib van de aanwezige watergangen bleek licht verontreinigd te zijn met koper, PAK en zink. Geconcludeerd werd dat de resultaten geen aanleiding gaven om beperkingen te stellen aan het toekomstige gebruik van de locatie als golfbaan. Naar wijziging van de bestemming naar een gevoeliger gebruik diende een nader onderzoek naar de matige verontreinigingen met zware metalen plaats te vinden. Ad 16 t/m 21, 25 en 26. Na uitvoering van de verkennend- en nadere bodemonderzoeken [16 t/m 19] bleken meerdere deellocaties sterk verontreinigd te zijn met zware metalen, te weten:
Het oefenterrein (1);
Green 3 (2);
pagina 6 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
Het Perenlaantje (3);
Ten zuiden van de schuur (4).
Verkennend- en aanvullend bodemonderzoek. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden van het verkennend bodemonderzoek [16] werden meerdere bodemvreemde bijmengingen aangetroffen (kolengruis, puin, slib en slakken) die kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Uit de analyseresultaten van het oefenterrein (1) bleek de bovengrond matig verontreinigd te zijn met koper en sterk verontreinigd te zijn met zink en lood. Ter plaatse van Green 3 (2) werden nog slechts lichte verontreinigingen met koper aangetoond. Uit de analyseresultaten van het Perenlaantje (3) bleek de bovengrond sterk verontreinigd te zijn met koper en lood. In een later stadium van het onderzoek [18] na de afperking van eerder aangetoonde verontreinigingen bleek ook een locatie ten zuiden van de schuur (4) sterk verontreinigd te zijn met koper. De verontreiniging werd voornamelijk in de bovengrond aangetoond. Uit aanvullend onderzoek [20] bleek het volgende:
(1): De bovengrond tot circa 0,50 m-mv bleek sterk verontreinigd te zijn met zink en lood.
(3): De bovengrond (0,20 - 0,50) van de locatie bleek sterk verontreinigd te zijn met
De omvang werd met het onderzoek nog niet vastgesteld; koper. De matig tot sterke verontreinigingen met koper werden bevestigd. De kern van de verontreiniging bevond zich in het Perenlaantje. Horizontaal werd de verontreiniging nog niet ingekaderd.
(4): Voornamelijk de bovengrond, plaatselijk ook de ondergrond, bleek sterk verontreinigd te zijn met koper.
Het slootslib van watergangen rondom de locatie ‘Golfbaan Peerengaard’ bleek over het algemeen licht verontreinigd te zijn met koper, minerale olie en bestrijdingsmiddelen (DDT, DDE, DDD). Aangezien sprake bleek te zijn van meerdere gevallen van ernstige bodemverontreiniging bestond de noodzaak voor het uitvoeren van saneringen. Geen sprake was van een urgente sanering wegens de immobiele karakters van de verontreinigingen. Uit het saneringsonderzoek [28] bleek dat een volledige ontgraving van de verontreinigde grond als meest geschikte variant werd geacht. Gekozen werd voor het ontgraven van de verontreinigde grond, in depot zetten, indicatief keuren en aanvullen van de saneringsput. Uit de evaluatie [30] bleek gedurende de sanering meer grond ontgraven te zijn dan vooraf verwacht. Uit de eindcontrole bleek dat de bodemkwaliteit voldeed aan de beoogde bodemkwaliteit die behoorde bij het toekomstig gebruik als golfbaan. Derhalve werden vervolgmaatregelen niet nodig geacht.
pagina 7 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
2.3 Bodemopbouw In de navolgende tabellen is een overzicht opgenomen van de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie. Tabel 2.5: bodemsamenstelling (maaiveldhoogte 0,8 m-NAP). laagomschrijving
dikte
samenstelling
doorlatendheid
deklaag
12 m
midden tot fijn zand en klei
matig
1e watervoerende pakket
14 m
midden tot grof zand
goed
Tabel 2.6: geohydrologische situatie. laagomschrijving freatisch e
1 watervoerende pakket
stijghoogte grondwater
stromingsrichting
1,9 m-NAP
onbekend, sterk beïnvloed door lokale watergangen
onbekend
onbekend
Op een afstand van circa 800 meter is het oppervlaktewater ‘Rietbaan’ gelegen. De onderzoekslocatie is niet gelegen in of nabij een grondwaterbeschermingsgebied. Op de onderzoekslocatie vindt geen grondwateronttrekking plaats. Over grondwateronttrekking in de omgeving van de locatie zijn geen gegevens bekend.
2.4 Bodemkwaliteitskaart In 2015 is de bodemkwaliteitskaart voor de regio Zuid-Holland Zuid vastgesteld. Op deze kaart is de landbodem van de regio ingedeeld in zones met een vergelijkbare milieuhygiënische bodemkwaliteit. De bodemkwaliteit van zowel de boven- als de ondergrond wordt ter plaatse van de toekomstige ontsluitingsweg geclassificeerd als ‘industrie heterogeen’ en ter plaatse van het overige deel van de locatie als ‘achtergrondwaarde’. De onderzoekslocatie heeft de functie ‘wonen’.
2.5 Conclusies vooronderzoek Op grond van het vooronderzoek kunnen de in de navolgende tabel weergegeven deellocaties worden onderscheiden.
pagina 8 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
Tabel 2.7: conclusie vooronderzoek. deel-
omschrijving
hypothese
verdachte parameters2)
locatie A
gehele locatie
B
onderzoek
verdacht verdacht
bestrijdingsmiddelen C
onderzoek PFAS
bodemverontreinigingen met zware metalen in
NEN-g pakket, arseen,
de directe omgeving van de onderzoekslocatie
chroom
voormalige boomgaarden ten oosten en
OCB
noorden van de locatie verdacht
atmosferische depositie PFOA
PFOA1)
opmerkingen bij de tabel: 1) Het is bekend dat Chemours sinds 2013 GenX-stoffen uitstoot, de vervanger van PFOA (perfluoroctaanzuur). De gehalten aan GenX-stoffen liggen lager dan de gehalten PFOA. Dat gecombineerd met het feit dat de GenX als minder toxisch wordt beschouwd dan PFOA, betekent dat de focus ten aanzien van onderhavig onderzoek ligt bij PFOA (e.e.a. conform de handreiking van de OZHZ, d.d. 03-11-2017); 2) verklaring afkortingen: NEN-g : pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie); OCB
: organochloorbestrijdingsmiddelen.
Asbest Uit het vooronderzoek is niet gebleken dat op of nabij de locatie handelingen met asbest zijn uitgevoerd in een mate dat hierdoor een bodemverontreiniging met asbest zou kunnen zijn ontstaan. Tevens zijn er geen aanwijzingen dat er puinlagen of bijmengingen met puin op de locatie of in de bodem aanwezig zijn. De locatie wordt derhalve (in eerste instantie) als onverdacht beschouwd op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Indien tijdens uitvoering van het veldwerk asbestverdachte materialen of puinbijmengingen worden aangetroffen, wordt met de opdrachtgever overlegd over de eventuele uitvoering van een asbestonderzoek.
pagina 9 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
3. Verkennend bodemonderzoek 3.1 Onderzoeksstrategie Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740+A1 (april 2016) en de te volgen strategie is per deellocatie weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 3.1: strategie verkennend bodem- en asbestonderzoek. deel-
strategie1)
omschrijving
boorwerk (m-mv)
locatie A
VED-HE-NL
gehele locatie
2
6.400 m
peilbuizen
grond4)
grondwater
15 x (1,0)
1
4 x NEN-g,
1 x NEN-gw,
arseen en
arseen en
3 x (2,0) B
VED-HE-NL
C
VED-HO-NL
analyses2)
boringen
chroom
chroom
-3)
-3)
3 x OCB
2 x OCB
2 x (2,0)5
1
4 x PFAS
2 x PFAS
onderzoek bestrijdingsmiddelen onderzoek PFAS
opmerkingen bij de tabel: 1) verklaring strategie: VED-HE-NL
: onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig;
VED-HO-NL
: onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, homogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming, niet-lijnvormig;
2) verklaring analyses: NEN-g
: pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie);
NEN-gw
: pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie);
OCB
: organochloorbestrijdingsmiddelen;
PFAS
:
pakket per fluor verbindingen (24 stuks, incl. PFOA), detectiegrens PFOA grond: 0,1 µg/kg d.s., detectiegrens voor PFOA grondwater: 0,001 µg/l;
3) de toplaag tot 0,30 m-mv (B) en het onderzoek van het grondwater op bestrijdingsmiddelen (B) wordt gecombineerd onderzocht met het onderzoek naar de gehele locatie (A). De toplaag (0,00 - 0,30 m-mv) wordt hierbij separaat bemonsterd; 4) conform de strategie voor een verdachte locatie, dienen 3 analyses van de verdachte laag te worden uitgevoerd. Om ook een uitspraak te kunnen doen over de ondergrond is 1 aanvullende analyse opgenomen zodat tenminste wordt voldaan aan het aantal ondergrondanalyses zoals de strategie ‘onverdacht’ voorschrijft; 5) de boringen ten behoeve van het onderzoek naar PFOA (C) worden gecombineerd uitgevoerd met de boringen voor de gehele locatie (A).
De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De grond- en grondwatermonsters worden conform AS3000 voorbewerkt.
pagina 10 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
3.2 Uitvoering 3.2.1 Kwalibo De coördinatie en planning van het veldwerk vindt plaats vanuit de onder BRL SIKB 2000 (versie 5, 12 december 2013) gecertificeerde vestiging van Tritium Advies B.V. te Nuenen. De boringen zijn geplaatst conform protocol 2001 (versie 3.2, 12 december 2013) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De peilbuizen zijn bemonsterd conform protocol 2002 (versie 4, 12 december 2013) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. In de navolgende tabel zijn de namen van de erkende veldwerkers weergegeven, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd. Tabel 3.2: erkende veldwerkers Tritium Advies B.V. veldwerkers
datum uitvoering
boornummers/ peilbuisnummers
boorwerkzaamheden Pauke van der Stelt
26 maart 2018
01 t/m 22
17 april 2018
03 en 16
monstername grondwater Joris Mathijssen
Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.
3.2.2 Grondonderzoek De plaats van de boringen is weergegeven in bijlage 2. Tijdens de veldwerkzaamheden deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. De bij de boringen vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn de in de navolgende tabel weergegeven afwijkingen waargenomen die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 3. Tabel 3.3: waargenomen afwijkingen. boring
traject
afwijking
(m-mv)
einddiepte (m-mv)
01
0,00 - 0,30
sporen puin
1,00
02
0,00 - 0,30
sporen puin
1,00
03
0,00 - 0,30
sporen puin
2,40
pagina 11 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
Omdat de herkomst en kwaliteit van het puin onbekend is, dient deze als verdacht op het voorkomen van asbest te worden beschouwd. In overleg met de opdrachtgever is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het aangetroffen puin. De resultaten van het verkennend asbestonderzoek zijn weergegeven in hoofdstuk 4.
3.2.3 Grondwateronderzoek Tijdens de grondwatermonstername zijn in het veld de zuurgraad (pH), de troebelheid (ntu) en de elektrische geleidbaarheid (Ec) van het grondwater bepaald. De meetresultaten zijn weergegeven in de navolgende tabel. De plaats van de peilbuizen is weergegeven in bijlage 2. Tabel 3.4: peilbuisspecificaties. peilbuis
filtertraject
grondwaterstand
zuurgraad
geleidbaarheid
troebelheid
(m-mv)
(m-mv)
(pH)
(Ec, µS/cm)
(ntu)1)
03
1,40 - 2,40
0,95
6,6
785
421
16
1,50 - 2,50
1,06
6,2
710
72
opmerking bij de tabel: 1) de verhoogde ntu (> 10) wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van niet opgeloste stoffen in het grondwater en kan leiden tot een overschatting van een grondwaterverontreiniging. Bij de interpretatie van de resultaten wordt bepaald of de verhoogde ntu van invloed is geweest op de resultaten.
3.2.4 Analyses De monsters zijn volgens de navolgende tabellen geanalyseerd door AL-West te Deventer (geaccrediteerd). Tabel 3.5: geanalyseerde monsters (grond). monster-
deelmonsters (m-mv)
chemische analyses1)
motivatie
NEN-g, arseen, chroom
sporen puin bovengrond (klei)
NEN-g, arseen, chroom
zintuiglijk schone bovengrond (klei)
NEN-g, arseen, chroom
zintuiglijk schone ondergrond (veen)
NEN-g, arseen, chroom
zintuiglijk schone ondergrond noordelijk
code A. gehele locatie MMA01
01 (0,00 - 0,30), 02 (0,00 - 0,30) 03 (0,00 - 0,30)
MMA02
04 (0,00 - 0,30), 07 (0,00 - 0,30) 09 (0,00 - 0,30), 12 (0,00 - 0,30) 14 (0,00 - 0,30), 15 (0,00 - 0,30) 17 (0,00 - 0,30), 19 (0,00 - 0,30) 21 (0,00 - 0,30)
MMA03
03 (0,90 - 1,40), 05 (1,50 - 2,00) 10 (1,30 - 1,80), 14 (1,50 - 2,00)
MMA04
07 (0,70 - 1,00), 09 (0,60 - 1,00) 11 (0,30 - 0,80), 13 (0,30 - 0,80)
MMA05
16 (0,30 - 0,80), 20 (0,30 - 0,80)
terreindeel (zand) NEN-g, arseen, chroom
21 (0,60 - 1,00), 22 (0,70 - 1,00)
zintuiglijk schone ondergrond zuidelijk terreindeel (zand)
B. onderzoek bestrijdingsmiddelen MMB01
12 (0,00 - 0,30), 14 (0,00 - 0,30)
OCB
verdachte toplaag (klei)
OCB
verdachte toplaag (klei)
OCB
verdachte toplaag (klei)
17 (0,00 - 0,30), 20 (0,00 - 0,30) MMB02
01 (0,00 - 0,30), 02 (0,00 - 0,30) 03 (0,00 - 0,30), 04 (0,00 - 0,30)
MMB03
07 (0,00 - 0,30), 08 (0,00 - 0,30) 21 (0,00 - 0,30), 22 (0,00 - 0,30)
pagina 12 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
Tabel 3.5 (vervolg): geanalyseerde monsters vervolg (grond). monster-
chemische analyses1)
deelmonsters (m-mv)
motivatie
code C. onderzoek PFAS MMC01
01a (0,00 - 0,30), 04a (0,00 - 0,30)
PFAS
bovengrond (klei)
PFAS
nabij de grondwaterstand (klei)
PFAS
bovengrond (klei)
FPAS
grond nabij de grondwaterstand (zand)
15a (0,00 - 0,30), 19a (0,00 - 0,30) MMC02
01a (0,50 - 1,00), 04a (0,70 - 1,00) 15a (0,70 - 1,00), 19a (0,80 - 1,00)
MMC03
07a (0,00 - 0,30), 10a (0,00 - 0,30) 14a (0,00 - 0,30), 21a (0,00 - 0,30)
MMC04
07a (0,70 - 1,00), 10a (0,60 - 1,00) 14a (0,80 - 1,20), 21a (0,60 - 1,00)
opmerkingen bij de tabel: 1) verklaring analyses: NEN-g
: pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie);
OCB
: organochloorbestrijdingsmiddelen;
PFAS
:
pakket per fluor verbindingen (24 stuks, incl. PFOA), detectiegrens PFOA grond: 0,1 µg/kg d.s., detectiegrens voor PFOA grondwater: 0,001 µg/l.
Tabel 3.6: geanalyseerde monsters grondwater. monster-
peilbuisnummer
code
filtertraject
chemische
(m-mv)
analyses1)
motivatie
A. gehele locatie, B. onderzoek bestrijdingsmiddelen, C. onderzoek PFAS 03-1-1
03
16-1-1
16
1,40 - 2,40
NEN-gw, PFAS,
1,50 - 2,50
OCB
onderzoek grondwater
opmerkingen bij de tabel: 1) verklaring analyses: NEN-gw
:
pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie);
PFAS
:
OCB
:
pakket per fluor verbindingen (24 stuks, incl. PFOA), detectiegrens PFOA grond: 0,1 µg/kg d.s., detectiegrens voor PFOA grondwater: 0,001 µg/l; organochloorbestrijdingsmiddelen.
3.3 Analyseresultaten 3.3.1 Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn vergeleken met de toetsingstabel 'Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater' uit de circulaire bodemsanering (Nederlandse Staatscourant, nr. 16675, 27 juni 2013). De resultaten van de grondmonsters zijn tevens vergeleken met de achtergrondwaarden die zijn weergegeven in de Regeling Bodemkwaliteit (Nederlandse Staatscourant, nr. 247, 20 december 2007 en daarop volgende aanpassingen). Bij onderhavig onderzoek zijn het organische stof- en lutumgehalte analytisch bepaald en weergegeven op het analysecertificaat. Met behulp van de bodemtypecorrectieformules uit de Regeling bodemkwaliteit zijn de meetwaarden van de grond omgerekend naar waarden voor standaardbodem (met een lutum percentage van 25 % en een organische stof percentage van
pagina 13 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
10 %). Voor de grond en het grondwater worden respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde beschouwd als het niveau waaronder sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De interventiewaarde betreft het niveau waarboven voor zowel de grond als het grondwater sprake kan zijn van risico's voor het milieu en de volksgezondheid. Een sanering van de bodem kan dan noodzakelijk zijn. In voorliggende rapportage wordt als criterium voor het uitvoeren van nader onderzoek de tussenwaarde gehanteerd. De tussenwaarde voor grond betreft het gemiddelde van de achtergrond- en de interventiewaarde en voor het grondwater het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde. De aanduiding van de mate van verontreiniging in het rapport is weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 3.7: aanduiding mate van verontreiniging. aanduiding in rapport
betekenis voor grond
betekenis voor grondwater
-
de toetsingswaarden worden niet
de toetsingswaarden worden niet
overschreden
overschreden
het aangetoonde gehalte ligt tussen de
het aangetoonde gehalte ligt tussen de
achtergrond- en tussenwaarde.
streef- en tussenwaarde.
het aangetoonde gehalte ligt tussen de
het aangetoonde gehalte ligt tussen de
tussen- en interventiewaarde.
tussen- en interventiewaarde.
het aangetoonde gehalte ligt boven de
het aangetoonde gehalte ligt boven de
interventiewaarde.
interventiewaarde.
>AW of >S >T >I
= = = =
niet verontreinigd licht verontreinigd matig verontreinigd sterk verontreinigd
Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Om een indicatie te verkrijgen van de hergebruiksmogelijkheden van de grond voor een toepassing als landbodem, zijn de analyseresultaten van de grondmonsters aanvullend vergeleken met de tabellen 1 en 2 in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit (Nederlandse Staatscourant, nr. 247, 20 december 2007 en de daaropvolgende wijzigingen). De aanduiding van de milieuhygiënische classificering is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 3.8: aanduiding bodemkwaliteitsklasse. aanduiding in rapport
betekenis
achtergrondwaarde (AW)
grond kan vrij worden toegepast bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit.
wonen (WO)
grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader worden toegepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten "wonen" of "industrie".
industrie (IND)
grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader enkel worden toegepast bij de bodemfunctie en bodemkwaliteit "industrie".
niet-toepasbaar (NT)
grond kan elders niet worden toegepast. Indien deze grond vrijkomt moet deze worden afgevoerd naar een erkende verwerker.
PFOA In het vigerende beleid is voor PFOA in het grondwater geen streef- of interventiewaarde vastgesteld in de circulaire bodemsanering (Nederlandse Staatscourant, nr. 16675, 27 juni 2013). Tevens zijn geen lozingseisen ten aanzien van deze parameter vastgesteld. In het huidige interim beleid van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, zoals vermeldt in de ‘handreiking toepassing van PFOA houdende grond Drechtsteden e.o.’ (3 november 2017) worden voor PFOA in grondwater alleen risicogrenzen vermeld.
pagina 14 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
Derhalve worden de resultaten vergeleken met de door het RIVM opgestelde risicogrenzen. Zoals vermeld in het document ‘Risicogrenzen PFOA voor grond en grondwater’, met kenmerk 20170092. Momenteel zijn in de vigerende versie van het Besluit bodemkwaliteit geen hergebruiksnormen voor PFOA in grond vastgesteld. Om de hergebruiksmogelijkheden van de grond te bepalen zijn de analyseresultaten van de grondmonsters vergeleken met het huidige interim beleid van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, zoals vermeld in de ‘handreiking toepassing van PFOA houdende grond Drechtsteden e.o.’ (3 november 2017). De handreiking beschrijft de vaste uitvoeringspraktijk die de OZHZ en de betreffende gemeenten gelegen binnen de depositie contouren volgen. Dit in afwachting van toekomstig beleid of nadere regels. In de handreiking wordt gesteld dat indien uit onderzoek blijkt dat er in de grond géén PFOA in gehalten boven de detectiegrens wordt gemeten het reguliere van toepassing zijnde hergebruiksbeleid van toepassing is. Indien sprake is van PFOA bevattende grond kan grondverzet alleen plaatsvinden op locaties die even ver van, of dichterbij de verontreinigingsbron zijn gelegen dan de herkomstlocatie. Deze zones (1, 2 en 3) van vermoedelijke gelijke bodemkwaliteit ten aanzien van PFOA, zijn weergegeven in de bijlage van de handreiking.
Naast het voornoemde, bestaan de volgende mogelijkheden ten aanzien van het omgaan met vrijkomende PFOA-houdende grond. Tabel 3.9: toepassingsmogelijkheden PFOA houdende grond. Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid opslag in tijdelijk depot op de herkomstlocatie. opslag in tijdelijk depot elders binnen de zone met naar verwachting gelijke of sterkere mate van verontreiniging (inrichting depot behoeft melding conform besluit bodemkwaliteit). opslag in tijdelijk depot met onder- en bovenafdichting in een naar verwachting minder sterk verontreinigde zone of buiten de verdachte zone (inrichting depot behoeft melding conform besluit bodemkwaliteit). definitieve toepassing in IBC hergebruikslocatie (schaars).
Risicogrenzen De analyseresultaten worden tevens getoetst aan de door het RIVM opgestelde risicogrenzen zoals vermeld in het document ‘Risicogrenzen PFOA voor grond en grondwater’, met kenmerk 20170092. Hierin zijn de in de navolgende tabel weergegeven risicogrenzen afgeleid. Tabel 3.10: risicogrenzen PFOA in grond. humane risicogrenzen wonen met (moes) tuin
risicogrens grond µg/kg d.s.
scenario ‘wonen met tuin’
674
scenario ‘wonen met moestuin’
389
Tabel 3.11: risicogrenzen PFOA in grondwater. humane risicogrenzen wonen met (moes) tuin
risicogrens grondwater µg/l
scenario ‘wonen met tuin’
98
scenario ‘wonen met moestuin’
56
levenslange consumptie van 2 liter ongezuiverd grondwater per dag
0,39
pagina 15 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
3.3.2 Grond De analyseresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 4. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 7. Een samenvatting hiervan is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 3.12: samenvatting toetsingsresultaten grond. monster- boringen
motivatie
toetsingsresultaten
code
Bbk1)
Wbb > AW
>T
>I
-
-
IND
A. gehele locatie MMA01
MMA02
01 (0,00 - 0,30), 02 (0,00 - 0,30)
sporen puin bovengrond
koper, zink,
03 (0,00 - 0,30)
(klei)
lood, PAK
04 (0,00 - 0,30), 07 (0,00 - 0,30)
zintuiglijk schone
kwik
-
-
WO
09 (0,00 - 0,30), 12 (0,00 - 0,30)
bovengrond (klei)
-
-
AW
14 (0,00 - 0,30), 15 (0,00 - 0,30) 17 (0,00 - 0,30), 19 (0,00 - 0,30) 21 (0,00 - 0,30) MMA03
MMA04
03 (0,90 - 1,40), 05 (1,50 - 2,00)
zintuiglijk schone
nikkel,
10 (1,30 - 1,80), 14 (1,50 - 2,00)
ondergrond (veen)
molybdeen
07 (0,70 - 1,00), 09 (0,60 - 1,00)
zintuiglijk schone
kobalt
-
-
AW
11 (0,30 - 0,80), 13 (0,30 - 0,80)
ondergrond noordelijk
kwik
-
-
AW
verdachte toplaag (klei)
drins
-
-
-2)
verdachte toplaag (klei)
drins
-
-
-2)
verdachte toplaag (klei)
drins
-
-
-2)
terreindeel (zand) MMA05
16 (0,30 - 0,80), 20 (0,30 - 0,80)
zintuiglijk schone
21 (0,60 - 1,00), 22 (0,70 - 1,00)
ondergrond zuidelijk terreindeel (zand)
B. onderzoek bestrijdingsmiddelen MMB01
12 (0,00 - 0,30), 14 (0,00 - 0,30) 17 (0,00 - 0,30), 20 (0,00 - 0,30)
MMB02
01 (0,00 - 0,30), 02 (0,00 - 0,30) 03 (0,00 - 0,30), 04 (0,00 - 0,30)
MMB03
07 (0,00 - 0,30), 08 (0,00 - 0,30) 21 (0,00 - 0,30), 22 (0,00 - 0,30)
opmerking bij de tabel: 1) de toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) dient als indicatief te worden beschouwd; 2) gezien het geringe aantal geanalyseerde parameters wordt de toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) voor deze monsters niet representatief geacht.
pagina 16 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
Tabel 3.13: samenvatting analyseresultaten PFAS in grond. monster- boringen
motivatie
gehalte
gehalte
gehalte
herschikken
code
(meest
PFOA
PFOS
PFHpA
binnen
hergebruik buiten
verdachte laag)
(μg/kg
(μg/kg
(μg/kg
aangewezen
aangewezen
d.s.)1)
d.s.) 1)
d.s.) 1)
PFOA zone
PFOA zone
2,8
< 0,1
< 0,1
toegestaan in
niet toegestaan
C. onderzoek PFAS MMC01
01a (0,00 - 0,30)
bovengrond (klei)
04a (0,00 - 0,30)
zone 1, 2 en 3
15a (0,00 - 0,30), 19a (0,00 - 0,30) MMC02
01a (0,50 - 1,00)
nabij de
04a (0,70 - 1,00)
grondwaterstand
0,6
< 0,1
< 0,1
15a (0,70 - 1,00)
(klei)
bovengrond (klei)
5,2
0,4
0,2
07a (0,70 - 1,00)
grond nabij de
1,0
< 0,1
< 0,1
10a (0,60 - 1,00)
grondwaterstand
14a (0,80 - 1,20)
(zand)
19a (0,80 - 1,00) MMC03
07a (0,00 - 0,30) 10a (0,00 - 0,30) 14a (0,00 - 0,30) 21a (0,00 - 0,30)
MMC04
21a (0,60 - 1,00) opmerkingen bij de tabel: 1) verklaring parameters: PFOA
: perfluoroctaanzuur;
PFOS
: perfluroctaansulfonzuur;
PFHpA
: perfluorheptaanzuur.
3.3.3 Grondwater De analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn weergegeven in bijlage 5. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 8. Een samenvatting hiervan is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 3.14: samenvatting toetsingsresultaten grondwater. monster- peilbuiscode
nummer
filtertraject
motivatie
(m-mv)
toetsingsresultaten Wbb >S
>T
>I
barium
-
-
A. gehele locatie en B. onderzoek bestrijdingsmiddelen 03-1-1
03
1,40 - 2,40
16-1-1
16
1,50 - 2,50
onderzoek grondwater
pagina 17 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
Tabel 3.15: overzicht analyseresultaten PFAS in grondwater. monster- peilbuiscode
concentratie (μg/l)1)
filtertraject
nummer
(m-mv)
PFOA
PFOS
PFBA
C. onderzoek PFAS 03-1-1
03
1,40 - 2,40
0,009
0,005
0,006
16-1-1
16
1,50 - 2,50
0,03
0,004
0,02
opmerkingen bij de tabel: 1) verklaring parameters: PFOA
: perfluoroctaanzuur;
PFOS
: perfluroctaansulfonzuur;
PFBA
: perfluorbutaanzuur.
3.3.4 Toetsing risico’s PFOA Na vergelijking van de analyseresultaten met de risicogrenswaarden van het RIVM blijkt dat in géén van de onderzochte mengmonsters de humane risicogrenzen voor PFOA in grond en grondwater worden overschreden.
pagina 18 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
4. Verkennend asbestonderzoek 4.1 Onderzoeksstrategie Het verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5707+C2 (december 2017). Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Indien asbestverdachte materialen worden aangetroffen, worden deze bemonsterd en ter verificatie aangeboden aan het laboratorium. De te volgen strategie is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 4.1: strategie verkennend asbestonderzoek. strategie1)
motivatie
inspectiegaten (m-mv)
analyses
(0,3 x 0,3 m) geplande ontsluitingsweg VED-HE
bijmengingen met puin (boring 01, 02 en 03)
625 m2
5 x (0,5)
1 x asbest in grond
1 x o.z. laag2)
opmerking bij de tabel. 1)
verklaring strategie: VED-HE
: strategie voor een verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld;
2) de gaten worden uitgevoerd tot aan de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2 meter. Indien blijkt dat vanaf een bepaalde diepte het graven van gaten niet meer mogelijk is, worden boringen uitgevoerd met een diameter van tenminste 12 cm.
De grondmonsters worden door een geaccrediteerd laboratorium geanalyseerd.
4.2 Uitvoering Kwalibo De coördinatie en planning van het veldwerk vindt plaats vanuit de onder BRL SIKB 2000 (versie 5, 12 december 2013) gecertificeerde vestiging van Tritium Advies B.V. te Nuenen. De werkzaamheden worden uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 (versie 5, 12 december 2013) conform protocol 2018 (versie 3.2, 10 maart 2016) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. In de navolgende tabel is de naam weergegeven van de erkende veldwerker, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk heeft uitgevoerd.
pagina 19 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
Tabel 4.2: erkende veldwerker Tritium Advies B.V. veldwerker
datum
nummers
17 april 2018
maaiveld
17 april 2018
AG01 t/m AG06
maaiveldinspectie Joris Mathijssen gaten en boringen (inspectie grond) Joris Mathijssen
4.2.1 Veldwerk asbestonderzoek Tijdens de veldwerkzaamheden deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. Maaiveldinspectie Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. Gezien de conditie van het maaiveld (lichte begroeiing van vegetatie) wordt de inspectie-efficiëntie van de locatie geschat op 50-70%. Bodem De plaats van de inspectiegaten is weergegeven in bijlage 2. De bij de werkzaamheden vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn de in de navolgende tabel weergegeven bodemvreemde bijmengingen waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging met asbest. Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 3. Tabel 4.3: afwijkende waarnemingen. inspectiegat
traject
zintuiglijk
(m-mv)
asbestverdacht materiaal
bodemvreemde bijmengingen
einddiepte (m-mv)
geplande ontsluitingsweg AG01
0,00 - 0,40
-
sporen puin
0,40
AG02
0,00 - 0,30
-
sporen puin
0,30
AG03
0,00 - 0,30
-
sporen puin
0,30
AG04
0,00 - 0,30
-
sporen puin
0,30
AG05
0,00 - 0,40
-
sporen puin
0,40
AG06
0,00 - 0,30
-
sporen puin
1,30
0,30 - 0,80
-
zwak puinhoudend
4.2.2 Analyses De monsters zijn volgens de navolgende tabel geanalyseerd door RPS te Breda (geaccrediteerd). Tabel 4.4: geanalyseerde monsters. monster-
inspectiegaten
code
traject
analyses
motivatie
(m-mv)
geplande ontsluitingsweg asbmm01
AG01 t/m AG06
0,00 - 0,80
asbest in grond
asbestverdachte grond
pagina 20 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
4.3 Analyseresultaten 4.3.1 Toetsingskader De analyseresultaten van de grondmonsters zijn vergeleken met de toetsingstabel 'Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater' uit de circulaire bodemsanering (Nederlandse Staatscourant, nr. 16675, 27 juni 2013). De interventiewaarde voor asbest is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. gewogen asbest (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). De te toetsen concentratie aan asbest betreft een optelling van de (omgerekende) gewogen concentratie aan asbest in het asbesthoudende materiaal (fractie >20 mm) en de gewogen concentratie aan asbest in de grond (fractie < 20 mm). De maximale waarde voor hergebruik van grond, baggerspecie en puin(granulaat) die verontreinigd zijn met asbest is weergegeven in de Regeling Bodemkwaliteit en is eveneens vastgesteld op 100 mg/kg d.s. gewogen asbest (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Asbestverwijderingsbesluit zijn niet van toepassing op handelingen met materialen met een asbestconcentratie beneden de maximale hergebruikswaarde. In dat geval zijn geen aanvullende maatregelen ten aanzien van asbest vereist bij bewerking of verwerking van de grond/puin.
Bij overschrijding van de hergebruikswaarde is sprake van een verontreiniging met asbest en dienen werkzaamheden met de grond/puin onder asbestcondities te worden uitgevoerd. Indien de resultaten van het verkennend onderzoek leiden tot het vermoeden dat er sprake is van een overschrijding van de hergebruikswaarde, dient een nader onderzoek plaats te vinden. Conform de NEN 5707 (augustus 2016) wordt nader onderzoek noodzakelijk geacht indien het gewogen gehalte aan asbest (hoogste gehalte) groter is dan de helft van de hergebruikswaarde. Indien de resultaten van het verkennend bodemonderzoek leiden tot het vermoeden dat er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging dient een nader onderzoek plaats te vinden. Nader onderzoek moet duidelijk maken of het hiervoor geldende criterium wordt overschreden. Conform de NEN 5707 (augustus 2016) wordt voor het uitvoeren van nader onderzoek de volgende criteria gehanteerd:
voor asbestinspectiegaten (0,3 x 0,3 m)
: indien voor een (deel)locatie en bodemlaag het gewogen gehalte aan asbest (hoogste gehalte) groter is dan de helft van de interventiewaarde;
voor boringen (diameter < 35 cm)
: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen.
Verder kan nader onderzoek zinvol zijn als op basis van de visuele inspectie van het maaiveld blijkt dat het gehalte aan asbest in de toplaag (bovenste 2 cm) niet overeenkomt met het gehalte in de inspectiegaten.
pagina 21 van 24
documentkenmerk: 1710/039/TM-01, versie 0
4.3.2 Analyseresultaten De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 6. Een samenvatting is weergegeven in de navolgende tabellen. Tabel 4.5: berekening totale concentratie asbest (mg/kg d.s.). monster-
inspectie-
code
gaten
toelichting
traject
concentratie
berekende
totaal
(m-mv)
< 20 mm1)
concentratie
gewogen
> 20 mm
concentratie2)
-
< 1,0
geplande ontsluitingsweg asbmm01
AG01 t/m AG06
asbestverdachte grond
0,00 - 0,80
< 1,0
opmerkingen bij de tabel: 1) concentraties asbest op basis van de onderzochte (meng)monsters zoals weergegeven op het analysecertificaat; 2) deze concentratie is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde.
pagina 22 van 24