CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting definitief

raadsvergadering openbaar 7 november 2024, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Besluitvorming programmabegroting 2025-202827.595 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Weerstandcapaciteit (x 1.000)

1-1-2024 1-1-2025 per inw.

Algemene reserves Incidenteel beschikbaar

20.922 20.922

23.008 23.008

Beschikbaar 'onvoorzien'

25

25

Onbenutte belastingcapaciteit Afvalstoffenheffing Riolering OZB Opbrengst volgens art. 12 norm Opbrengst volgens tarief HIA Vrije ruimte

365 -

62 -

9.772 7.066 3.071

10.918 7.522 3.458

Marktgelden Begraafplaatsen Wabo Burgerzaken + overige leges Totaal vrije ruimte belastingen

41 685 1.020 4.817

156 500 1.269 1.285 6.168

Totaal weerstandsvermogen (incidenteel + structureel)

25.764

29.201

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

701 701 1 2 333 229 105 5 15 39 39 188 890 -

37

Risicobeleid De doelstellingen voor risicomanagement zijn: • tijdig inzicht krijgen in de risico’s en het beheersen van deze risico’s • het beperken van de gevolgen van risico’s; • het risicobewust maken, ter voorkoming van risico’s of het beperken van de gevolgschade; • de beoordeling van het weerstandsvermogen in het kader van de BBV. Definitie: In dit kader gaat het om financiële risico’s, dat wil zeggen: gebeurtenissen die onze vermogenspositie positief of negatief beïnvloeden. Het risico wordt daarbij nader geconcretiseerd met de formule “kans x impact”. Risico´s met een structureel karakter hebben structurele maatregelen nodig, zoals het afsluiten van verzekeringen, het treffen van voorzieningen, het bijsturen van de administratieve organisatie, het aanpassen van beleid en de begroting etc. Tegenvallers met een structureel karakter kunnen we incidenteel opvangen met het weerstandsvermogen, maar moeten vervolgens van structurele maatregelen worden voorzien. Exploitatierisico´s die samenhangen met een recessie worden daarom (incidenteel) gerekend tot de risico´s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen: het risico op lagere rijksbijdragen, bijstandsverlening, bouwleges etc., maar moeten structureel worden aangepakt. Het bepalen van de risico’s is altijd een momentopname en moet daarom regelmatig worden herijkt (liefst binnen de P&C cyclus).

Bij de inventarisatie van de risico’s in deze paragraaf betreft het de actuele risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen. Dit zijn risico’s: • die niet op een andere manier zijn te ondervangen; • die een financieel nadelig gevolg kunnen hebben; • die relevant zijn (lees: risico van materieel belang); • die met redelijke zekerheid zich gaan voordoen en • niet direct beïnvloedbaar zijn. Voor de inventarisatie van de risico’s gelden de volgende criteria: • In het kader van het weerstandsvermogen zijn in principe alleen de financiële risico’s van toepassing waarvoor vooralsnog geen of onvoldoende beheersmaatregelen aanwezig zijn. • Voor invulling van het begrip ‘risico van materiële betekenis’ is gekozen voor een norm van 0,5% van de totale uitgaven van de gemeente, t.w. € 0,3 mln. Dus richten we ons op risico’s die een financiële impact kunnen hebben van € 0,3 miljoen of meer. Door clustering van een aantal kleinere risico’s binnen een programma, kan eventueel een al te strikt gebruik van deze minimum norm worden ondervangen. • Voor de beschouwing van de risico’s wordt een tijdshorizon gehanteerd van 4 jaar. De risicoberekening Per risico wordt op hoofdlijnen toegelicht wat het risico inhoudt. Vervolgens maken we op basis van de beschikbare informatie een inschatting over de omvang van het risico en de mate van zekerheid dat het risico zich voordoet.

De mate van zekerheid duiden we als volgt: zeer laag (10%), laag (30%), gemiddeld (50%) en hoog (80%). Daarnaast wordt bekeken of het risico structurele of incidentele gevolgen heeft.

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

38

Risico verbonden partijen Wij zijn eigenaar van een aantal verbonden partijen. Daardoor lopen wij ook indirecte risico's. Voor onze grote verbonden partijen maken we een inschatting welk risico wij als eigenaar in onze eigen risicoparagraaf moeten opnemen. Dit zijn: • De GR Sociaal: onze bijdrage is circa 18,8 miljoen (5,7%), • De bijdrage aan de gemeente Dordrecht voor het service onderdeel, de GBD, de OCD, Drechtsteden Dienstverlening, Boa's en de groei agenda is circa 6 miljoen (6,7%) • De OZHZ: onze bijdrage is circa 6 ton (2,2%). • De VRZHZ: onze bijdrage is circa 2,4 mln (5,4%). • De Dienst Gezondheid & Jeugd: onze bijdrage is zo’n 2,3 mln en SOJ 8,9 mln (5,8% en 7%). • Natuur- en recreatieschap IJsselmonde: circa 2 ton (16%). In de begrotingen van deze partijen zijn de risico's niet altijd in cijfers uitgedrukt en zeker niet opgeteld tot een gewogen gemiddelde. Inhoudelijk hebben veel risico’s een relatie met rijksmaatregelen en/of decentralisaties, m.n. op het gebied van sociale zekerheid. Extra aandacht gaat daarbij uit naar de (prognose van de) tekorten op de inkomensvoorziening bij de GRD/SDD en de verwachte tekorten bij de Serviceorganisatie van de DG&J. Ons risico schatten wij in als maximaal 10% van onze bijdragen. En specifiek voor GRD/SDD en de Serviceorganisaties van de DG&J extra 10% van onze bijdragen.

Conclusie verbonden partijen Alles tezamen resulteert een cumulatief bedrag van ongeveer € 6,9 miljoen. Beheersmaatregel: het actief bewaken in de ambtelijk en bestuurlijke overlegvormen. Risico Grondexploitaties Voor de grondbedrijf complexen geldt dat het niet alleen om negatieve, maar ook om positieve risico’s gaat. De begrote eindwaarde kan door marktrisico's immers zowel nadeliger als voordeliger uitvallen dan de prognose. Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden tot bijsturing, bijvoorbeeld in tempo, programmering etc. Ook eventuele subsidies kunnen een positief risico met zich meebrengen. Jaarlijks leggen we de risico’s van de lopende grondexploitaties ter kennisname voor aan de raad in de geactualiseerde GREX’en. Als we een verlies voorzien, wordt een 'voorziening' gevormd. Voor de algemene en specifieke risico’s is een algemene reserve Grondbedrijf gevormd (en een 'voorziening' voor ons aandeel in het voorziene verlies De Volgerlanden). Grondexploitaties kennen algemene risico’s zoals rente- en prijsmutaties, tijdsplanningen en afzetrisico’s en specifieke projectrisico’s. Bovendien geldt dat de risico's in zo’n grex op basis van onderzoek zo goed mogelijk, maar enigszins voorzichtig worden geraamd. Hierdoor kunnen zowel voor- als nadelen optreden.

Voor een uitgebreide toelichting op de Grex'en en risico’s verwijzen we naar de paragraaf Grondbeleid en de Grex'en zelf. Volgerlanden De Grex 2023 kent een maximale risicobuffer van 1,3 mln (met 90% zekerheid), en een negatief verwacht saldo op netto contante waarde van 7,2 miljoen. Ambachtsezoom De Grex 2023 fase 1 kent een maximale risicobuffer van 0,7 miljoen (met 90% zekerheid), en een verwacht positief saldo van 3,4 miljoen (waarvan reeds voor 2 mln winst is genomen). Genieterrein-Waterbusplein De Grex 2023 kent een maximale risicobuffer van 0,07 miljoen (met 90% zekerheid), en een verwacht negatief saldo van 4,5 miljoen op netto contante waarde, dat door een voorziening is afgedekt.

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

39

Conclusie grondexploitaties Om het gecombineerde risico te bepalen, moet ook rekening worden gehouden met de verwachte positieve resultaten. Dat is ten dele in de boeken verwerkt. Ons aandeel in het risico's Volgerlanden, Ambachtsezoom en Waterbusplein, minus het nog niet geboekte positieve resultaat Ambachtsezoom en Volgerlanden resulteert in een gecombineerd risico van 2,1 miljoen met een gemiddelde kans van optreden (50%). Risico Algemene uitkering / decentralisaties De effecten van rijksmaatregelen zijn voor de middellange termijn allerminst zeker. De macroeconomische ontwikkelingen zijn moeilijk te voorspellen, laat staan de bestuurlijke vertaling door het Rijk naar de uitkeringen voor gemeenten en/of verdeelmodellen. Dat geldt in het bijzonder voor het sociale domein. Voor de drie decentralisaties Jeugdhulp, WMO en Participatiewet met hun kortingen zijn de effecten zorgwekkend, zowel voor het totaal als voor een individuele gemeente (het verdeelmodel). Deze middelen zijn onderdeel geworden van de algemene uitkering. Specifiek risico Het gemeentefonds heeft een herijking ondergaan. Vanaf 2026 wordt het gemeentefonds op een andere wijze berekent dan we voorheen gewend waren. Tot die tijd zijn we redelijk zeker van onze inkomsten, mede door het vastzetten van het zogeheten accres.

Het Coelo heeft het effect van de herijking van het gemeentefonds becijferd op een gezamenlijk tekort van 3,9 miljard euro vanaf het jaar 2026. Het Rijk heeft besloten de gemeenten tegemoet te komen met een incidentele bijdrage in het gemeentefonds van 1 miljard euro in het jaar 2026. Naast de herijking van het gemeentefonds, welk een groot financieel risico vormt vanaf 2026, is het afgelopen een principe akkoord gemaakt tussen het Rijk en de gemeenten omtrent het inboeken van het besparingspotentieel op de Jeugdzorg. Dit heeft tot gevolg dat de komende 2 jaren (2024 en 2025) minder besparingspotentieel moet worden ingeboekt door gemeenten op hun begroting. Hierdoor krijgen gemeenten de tijd om de besparingsmaatregelen. In het afgelopen jaar is een principe akkoord bereikt tussen het Rijk en de gemeenten omtrent het financieel kader van de Hervormingsagenda Jeugd. De effecten hiervan (bevriezen van rijksinkomsten voor de jaren 2024 en 2025) zijn verwerkt in de meicirculaire 2023. De jaren na 2025 blijft de besparing ingeboekt. In het eerste kwartaal 2025 komt het advies van de Deskundigen commissie over de financiering na 2025 en eventuele incidentele vergoeding. Conclusie algemene uitkering en doeluitkeringen In onze P&C instrumenten anticiperen we zo goed mogelijk op plannen van het Rijk (taakstellingen). Dat geldt ook voor eventuele herverdelingseffecten.

Voor deze risicoparagraaf houden we rekening met een nadelig restrisico ter grootte van 5% van ons taakveld Algemene Uitkering = € 2,7 miljoen. Incidentele, algemene risico’s Naast de specifieke risico's kennen we ook incidentele, algemene risico's, zoals een beroep op onze achtergestelde garantieverstrekkingen. Deze bedragen in totaal circa € 50 miljoen. Ook een hogere loon- of prijsstijging dan geraamd valt hieronder: een omzet van circa € 107 miljoen, inclusief GREX’en en verbonden partijen. De kans bovenop de al eerder beschreven risico's wordt ingeschat op extreem laag, oftewel 1 procent. De gemeente is zelf verantwoordelijk voor de pensioenen van (oud-)wethouders, voor dit risico hebben we een voorziening gevormd.

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

40

Recapitulatie Omdat de risico's van verbonden partijen en rijksuitkeringen semi-structureel zijn worden deze tweemaal meegeteld in de hierna opgenomen totaal telling.

Samenvatting (x 1.000) Programma 1 - Sociaal, Welzijn en Educatie Verbonden partijen algemeen Programma 2 - Ruimtelijke Ordening, Economie en Wonen Grondexploitatites Programma 4 - Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen Algemene Uitkering en overige rijksbijdragen Algemeen Totaal risico's

BG 2024

BG 2025

5.796

6.900

950

1.050

2.700 1.550 10.996

2.700 1.070 11.720 29.201 2,5

Weerstandscapaciteit Weerstandsratio

25.764 2,3

Financiële kengetallen in relatie tot de financiële positie. Hierna volgt een overzicht gegeven van de verplichte, financiële kengetallen afgezet tegen de normen van de VNG. Zoals bekend is onze schuldquote hoog door onze relatief grote grondexploitatie Volgerlanden. Tegelijkertijd zien we dat door ons voorzichtige, solide, financiële beleid de trend van alle financiële kengetallen positief is. Dat geldt ook voor onze weerstandsratio die we hiervoor berekend hebben. Wanneer we de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie bekijken, kunnen we concluderen dat de gemeente financieel gezond is. Recapitulatie

voldoende

onvoldoende

Netto schuldquote

<100%

Netto schuldquote gecorr. voor verstrekte leningen

<100%

Solvabiliteitsratio

2025

2026 2027 2028

>130%

89%

77%

56%

77%

>130%

86%

74%

53%

73%

>50%

<30%

27%

31%

35%

34%

Grondexploitatie

>100%

<130%

39%

24%

8%

5%

Structurele exploitatieruimte

<50%

>100%

2,2%

0,1% 0,6% 0,7%

Belastingcapaciteit

<100%

>120%

105%

108% 108% 108%

Voor de gedetailleerde berekening van bovenstaande kengetallen wordt verwezen naar de bijlage.

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

41

Paragraaf 2 Financiering Inleiding In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente, zoals de stand van de leningen portefeuille, de rente ontwikkeling, de kasgeldlimiet en de garantstellingen. Het kader voor het geldstromenbeleid is het op 8 december 2015 door de gemeenteraad vastgestelde Financieringsstatuut en de algemene wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat dit zo goedkoop mogelijk gebeurt door de kasgeldlimiet optimaal te benutten en dat zoveel mogelijk (goedkoop) kort vermogen wordt aangetrokken. Bij het aantrekken van lang geld proberen we zoveel mogelijk te anticiperen op de meerjarige kapitaalbehoefte en het spreiden van rente risico's. Rente ontwikkelingen De tarieven op de geldmarkt (kortlopende leningen) volgen de tarieven die de ECB hanteert met haar beleidsrente. Na enkele jaren van stijgingen is dit tarief in juni met een kwart procentpunt verlaagd tot 3,75% op dit moment. Verwacht wordt dat de inflatie ruimte biedt voor verdere verlagingen in de komende maanden. Het is lastig om in te schatten wat de frequentie en de grootte van de stappen zal worden, maar de algemene marktverwachting is dat eind 2024 de rente 0,50 procentpunt lager zal zijn dan nu. De verwachting voor de kapitaalmarktrente is dat die wat zal gaan dalen.

De duurste lening is op dit moment een 20-jarige aflossingsvrije lening die ongeveer 3,30% kost inclusief de liquiditeitsopslag. Voor langere looptijden gelden lagere tarieven. De liquiditeitsopslagen nemen toe naarmate de looptijd langer wordt, maar per saldo wordt een langere lening goedkoper. Waar de opslag voor een 10jaarslening medio 2023 nog 0,20% was, is de actuele opslag 0,40%. Het afgelopen jaar heeft de rente zich als volgt ontwikkeld:

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

42

Langlopende leningen De totale gemeentelijke langlopende leningenportefeuille valt in twee delen uiteen, te weten een deel voor de Algemene Dienst en een deel voor De Volgerlanden. Voor 2024 verwachten we een langlopende lening aan te trekken van 23 miljoen euro en 11 miljoen volgend jaar. Beide leningen worden aangetrokken voor de algemene dienst. Conclusie: In verhouding tot de grootte van de gemeente kennen wij met het project De Volgerlanden een bijzonder grote grondexploitatie, waardoor onze gemeente één van de hoogste schuldquote van Nederland kent (zie voor de kengetallen in de paragraaf 1. Weerstandsvermogen). Nu dit project vergevorderd is, neemt onze schuldpositie en schuldquote flink af. Voor een gedetailleerd meerjarenoverzicht van al onze geldleningen verwijzen naar de bijlagen, daarin is te zien dat we eind 2026 circa 40 miljoen aan langlopende geldleningen verwachten. Verwachte leningenportefeuille

Stand per

Nieuwe lening

Aflossingen

Stand per

1-1-2025

2025

2025

31-12-2025

Algemene Dienst

€ 68.500

€ 11.000

€ 2.625

€ 76.875

De Volgerlanden

€ 15.000

€-

€ 15.000

€-

Totaal

€ 83.500

€ 11.000

€ 17.625

€ 76.875

Renterisico korte termijn: de kasgeldlimiet De externe financieringsbehoefte wordt ingevuld met kortlopende en langlopende leningen. Bij het aantrekken van kortlopende geldleningen met een looptijd tot 1 jaar, moeten we rekening ouden met de kasgeldlimiet, gemaximeerd in de Wet fido. De kasgeldlimiet is gelijk aan 8,5% van het begrotingstotaal. De Wet fido bepaalt ook dat maximaal drie achtereenvolgende kwartaaloverschrijdingen zijn toegestaan. Oogmerk van het door de servicegemeente uit te voeren gemeentelijke saldobeheer is om de limietruimte optimaal te benutten. Berekening kasgeldlimiet

Bedragen x € 1.000 1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

€ 9.265

€ 9.265

€ 9.265

€ 9.265

Gemiddeld. netto vlottende schuld (+) of gemiddeld netto vlottend overschot (-)

€ 13.500

€ 18.000

€ 6.000

€ 8.000

Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

€ 4.235-

€ 8.735-

€ 3.265

€ 1.265

Begrotingstotaal 2025 Limiet 8,5% van Totaal begroting

€109.000 € 9.265

Renterisico lange termijn: de renterisiconorm De Wet fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met de renterisiconorm biedt de Wet fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. De norm heeft als doel om het toekomstig renterisico op de lange financiering te beperken door spreiding in de aflossingen en renteherzieningen af te dwingen. Deze norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal. Uit deze tabel blijkt dat de gemeente in 2025 de renterisiconorm niet zal overschrijden.

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

43

Renterisiconorm Renterisico's Renteherzieningen

Bedragen x € 1.000 2025

2026

2027

2028

€-

€-

€-

€-

Aflossingen

€ 17.625

€ 8.125

€ 8.125

€ 2.625

Renterisico

€ 17.625

€ 8.125

€ 8.125

€ 2.625

€ 109.000

€ 100.000

€ 108.000

€ 86.000

Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal 2025-2028 Percentage regeling

20%

20%

20%

20%

Renterisiconorm

€ 21.800

€ 20.000

€ 21.600

€ 17.200

Toetsing aan norm:

€ 4.175-

€ 11.875-

€ 13.475-

€ 14.575-

Liquiditeitsrisico Liquiditeitsrisico is het risico dat de gemeente door een tekort aan geldmiddelen niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is dit risico beperkt, onder meer door een kredietlimiet van € 8 miljoen met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Kredietrisico's De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht loopt kredietrisico op verstrekte geldleningen en leningen waarop een borgstelling is afgegeven. Het totaalbedrag aan verstrekte geldleningen per eind 2025 is: • Leningen aan woningcorporatie Rhiant: € 33 duizend • Woningfinancieringen gemeentepersoneel: € 1 miljoen • Veiligheidsregio ZHZ (kazerne): € 1,1 miljoen • Startersleningen: € 0,7 miljoen • Duurzaamheidsleningen: € 0,5 miljoen • Lening VVOG: € 0,2 miljoen • Totaal: € 3,6 miljoen In april 2023 heeft de raad een budget van € 2.000.000,- beschikbaar gesteld om gefaseerd te storten in het fonds voor duurzaamheidsleningen bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) voor het verstrekken van leningen. Begin september 2024 zijn er voor €0,2 miljoen aan duurzaamheidsleningen verstrekt. In februari 2024 heeft de raad een budget van € 700.000,- beschikbaar gesteld om gefaseerd te storten in het fonds voor startersleningen bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) voor het verstrekken van leningen.

Per eind juli 2024 is er voor € 31.000 aan startersleningen aan particulieren verstrekt en zijn er aanvragen voor nog € 240.000 In het kader van de uitvoering van het IHP zijn we bezig met de realisatie van schoolgebouwen, waarin het onderwijsgedeelte ook ruimte voor kinderopvang komt. We hebben met de schoolbesturen afgesproken dat de gemeente hiervoor aan de schoolbesturen geldleningen verstrekt. Voor de scholen in aanbouw zullen we geldleningen verstrekken voor totaal € 1,2 miljoen. Voor de scholen die nog gerealiseerd gaan worden, moeten we de bedragen nog bepalen. Daarnaast staat de gemeente per 31 december 2025 voor € 75,5 miljoen garant. • aan directe borgstellingen € 7,7 miljoen. Deze zijn verstrekt aan 2 organisaties: o HVC Alkmaar (1,06 procent-belang; "getrapt" via GR Gevudo): € 6 miljoen

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

44

o Woningstichting Rhiant € 1,7 miljoen (1 lening) • aan indirecte borgstelling € 66,8 miljoen en dat heeft betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Gezien de zekerheidsstructuur rond de WSW is aan deze garantstellingen een relatief laag risico verbonden. Voor de specificatie van onze gewaarborgde leningen verwijzen we naar de staat van gewaarborgde geldleningen Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mogen we een bedrag van 2 procent van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. Wanneer we het drempelbedrag overschrijden, moet het meerdere afgestort worden in de schatkist. Op het schatkistsaldo wordt de daggeldrente (EuroSTR) vergoed en bedraagt op het moment van schrijven circa 3,6%. Berekening drempel Begrotingstotaal

€ 109.000

Relevant percentage

2,00%

Drempelbedrag (afgerond)

€ 2.180.000

Rente toerekening Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteren we in de begroting een omslagrente van 1,5 %. Berekening rente omslag percentage

1-1-2025

Boekwaarde investeringen per 1/1

152.644.041

- grex Volgerlanden en het voorzien verlies

-29.170.545

A. Totaal boekwaarde

123.473.496

AF: Boekwaarde investeringen niet in omslag betrekken

-13.732.767

B. Boekwaarde waarover rente wordt verdeeld

109.740.729

C. Totaal financiering

130.593.355

D. Financieringstekort + of overschot - (A-C)

-7.119.859

E. Totale rentelasten

1.141.084

AF: Rente niet in omslag te betrekken:

517.741

F. Te verdelen rente

1.658.824

Werkelijk percentage omslagrente is F/ B *100

1,51%

Afgerond percentage omslagrente*

1,50%

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

45

Paragraaf 3 Lokale heffingen Inleiding Lokale heffingen kunnen we onderscheiden in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk binnen het werkterrein van de gemeente worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelastingen (OZB) en hondenbelasting. Deze heffingen zijn niet verbonden aan een inhoudelijk programma en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen. Deze paragraaf heeft betrekking op beide heffingen. In het vervolg gaan wij achtereenvolgens in op:  Ontwikkelingen en rijksbeleid  Overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen  Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)  Overige lokale heffingen  Kwijtscheldingen

Ontwikkelingen en rijksbeleid Rijksbeleid In het hoofdlijnenakkoord van de nieuwe coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB is opgenomen dat de stijging van de gemeentelijke woonlasten (OZB) wordt gemaximeerd via afspraken met gemeenten. Vervangen macronorm OZB door benchmark lokale lasten Vanaf 2020 is de macronorm OZB vervangen door de jaarlijkse benchmark, waarin naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. De benchmark beoogt door meer vergelijking, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. In de benchmark voor 2024, opgenomen in de Coelo atlas 2024 vanaf pagina 188, wordt een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de gemeentelijke tariefontwikkeling per provincie gegeven, net als de landelijke en provinciale gemiddelden. Met de (grafische) vergelijking voor Zuid-Holland op pagina 197 worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten inzichtelijk gemaakt.

Het overzicht vergelijkt binnen de provincie het cumulatief bedrag van de drie heffingen per gemeente, minus de tegemoetkoming in de woonlasten (heffingskorting) voor 2024 en de mutatie van de woonlasten per gemeente ten opzichte van 2023.

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

46

Belastingopbrengsten (x € 1.000)

JR 2023

BG 2024

BG 2025

perc van totaal

7.024

7.065

7.522

41%

258

257

209

1%

6.234

7.322

7.731

42%

Afvalstoffenheffing

4.682

5.064

5.290

29%

Rioolheffing

2.620

2.834

2.927

16% 3%

Algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen) Onroerendezaakbelastingen Hondenbelasting Subtotaal Gebonden heffingen

Lijkbezorgingsrechten Bouwleges Burgerzaken + overige leges Marktgeld

388

565

580

1.003

1.056

1.096

6%

535

712

736

4%

41

54

46

0%

Subtotaal

8.948 10.286 10.675

58%

TOTAAL

15.182 17.608 18.406

100%

Belastingdruk

2021

2022

2023

2024

2025

Gemiddelde WOZ-waarde

309.000 336.000 397.000 409.000

425.000

OZB-eigenaar

325,37

327,26 364,44

382,00

400,33

Afvalstoffenheffing (meerpers.)*

350,64

373,68 404,16

436,44

448,95

Rioolheffing eigenaar

128,52

130,31 138,38

149,45

153,63

Rioolheffing gebruiker (meerpers.)

59,52

60,24

Bijdrage woonlasten Ontwikkeling lastendruk

864

% stijging t.o.v. vorig jaar

63,84

68,88

70,80

-63,00

-76,00

-32,00

891

908

961

1.042

3,2%

1,8%

5,8%

8,4%

* Tot 2024 gold in Hendrik-Ido-Ambacht een tarief voor één- en meerpersoonshuishoudens. Vanaf 2024 kent Hendrik-Ido-Ambacht het recycle-tarief (diftar).

Toelichting Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen het grootste deel van de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk. De gemiddelde woonlast OZB is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde (kolom 2023 is een voorlopige schatting) te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De OZB is na de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. De OZB bestaat uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen (bedrijven, enz.). De gemeenteraad bepaalt de tarieven en daarmee de door belastingplichtigen te betalen belasting. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak. Deze wordt vastgesteld op basis van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Voor 2025 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2024. De verschuldigde OZB is een percentage van de waarde van de onroerende zaak.

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

47

Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval te dekken. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval. Sinds 2024 geldt het recycletarief. Nu wordt een vast bedrag betaald plus een variabel deel op basis van het aantal worpen. Rioolheffing Met ingang van 2010 is het rioolrecht ex artikel 229 van de Gemeentewet vervangen door de rioolheffing ex artikel 228a van diezelfde wet. Dit is het gevolg van de inwerkingtreding van de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken. Hiermee hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om naast de kosten van zorgplicht voor het afvalwater ook de kosten van de zorg voor het hemel- en grondwater te verhalen via de rioolheffing. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten hiervoor. Welke kosten via de rioolheffing worden verhaald moet met het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) zijn vastgesteld. Hondenbelasting De Gemeentewet regelt dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. De hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelasting, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. In onze gemeente is een relatie tussen de opbrengst en de voorzieningen die voor honden worden gerealiseerd.

Vanaf 2023 is het tarief voor een tweede hond of meer gelijkgetrokken met het tarief voor de eerste hond. Hiervoor was het tarief van de tweede hond of meer hoger dan de eerste. In 2024 is het nieuwe hondenbeleid vastgesteld. Het streven is naar het in balans brengen van de inkomsten en de uitgaven en werken naar het zo doelmatig mogelijk in zetten van de hondenbelasting. Dit betekent dat we de inkomsten zoveel mogelijk proberen overeen te laten komen met de uitgaven. Daarom verlagen we de hondenbelasting in 2 stappen vanaf 2025 en in 2026 . Het tarief van een kennel wordt in 2025 en 2026 ook verlaagd. Tarieven In het algemeen zijn de woonlasten voor 2025 met 2,8% geïndexeerd. Het tarief van de OZB daalt de laatste jaren om de stijging van de WOZ-waarde te compenseren. Het tarief van de afvalstoffenheffing is met ingang van 2021 iets extra verhoogd om de kosten van de rijksafvalstoffenbelasting in 3 jaar / in 3 stappen te compenseren. Voor 2025 is ervoor gekozen de indexatie van de variabele tarieven te verwerken in het vaste tarief. Hierdoor blijven de variabele tarieven ronde bedragen. Voor de rioolheffing betalen eigenaren van panden een vast bedrag per jaar. Hierbij is de situatie van 1 januari bepalend. Daarnaast betalen ook gebruikers van panden rioolheffing.

De OZB percentages voor 2025 kunnen pas definitief worden berekend wanneer de stijging of daling van de WOZ-waarden bekend zijn, deze zijn op dit moment onvoldoende bekend. In de tabel is een voorlopig tarief opgenomen. De verwachte stijging van de waarde van de woningen, leidt tot aanpassing van het tarief. Hierdoor geeft een stijging van de waarde, geen stijging van de belastingen. Met de jaarlijkse voorstellen tot wijziging van de belastingverordeningen, worden de nieuwe tarieven voorgelegd. Op dat moment zijn de stijgingen van de WOZ-waarden bekend en kan het nieuwe tarief berekend worden.

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

48

OZB

2022

2023

2024

2025

Eigenaar woning

0,0974

0,0918

0,0934

n.n.b.

Eigenaar niet-woning

0,2808

0,2819

0,2949

n.n.b.

Gebruiker niet-woning

0,2288

0,2229

0,2365

n.n.b.

Afval

2022

2023

2024

2025

Meerpersoons

373,68

404,16

368,98

381,45

Eenpersoons

265,2

288,96

254,58

263,18

Stijging

7,1%

8,5%

-10,0%

3,4%

Afval

2022

2023

2024

2025

ontgrendeling 30 liter

n.v.t.

n.v.t.

1,25

1,25

ontgrendeling 60 liter

n.v.t.

n.v.t.

2,5

2,5

minicontainer 140 liter

n.v.t.

n.v.t.

5,85

5,85

minicontainer 240 liter

n.v.t.

n.v.t.

10

10

Stijging

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0,0%

Riool

2022

2023

2024

2025

Eigendom

130,31

138,38

149,45

153,63

Gebruik meerpersoons

60,24

63,84

68,88

70,8

Gebruik eenpersoons

30,12

31,92

34,44

35,4

Stijging

1,3%

6,1%

8,0%

2,8%

Honden

2022

2023

2024

2025

Tarief 1ste hond

126,96

134,76

145,44

116,11

Tarief 2e e.v. hond

208,44

134,76

145,44

116,11

Tarief kennel

757,32

804,24

868,56

692,86

1%

-2%

8%

-20%

Stijging

Vergelijking andere gemeenten Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen. Deze gegevens zijn gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2022 van COELO op www.coelo.nl en geven de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden weer op basis van de gemiddelde WOZ-waarde van een koopwoning.

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

49

Tege-

Rangnr.

heffing stoffen- moet-

Riool-

Afval-

meerpers.

Gemiddelde Tarief

OZB

Gemeente

WOZwaarde OZB ei

genaar eig/gebr h effing koming Totaal

Dordrecht

382.000 0,0905

345

234

357

huish.

936

106

Sliedrecht

364.000 0,0712

319

277

351

947

124

Alblasserdam

409.000 0,0991

404

169

449

-40

982

173

Hendrik-Ido-Ambacht

465.000 0,0934

434

218

410

-76

986

176

Hardinxveld-G'dam

418.000 0,1054

440

207

344

991

181

Zwijndrecht

389.000 0,0866

337

322

368

1027

220 244

Papendrecht

400.000 0,1136

454

169

424

1047

Landelijk gemiddelde

484.000 0,0909

423

225

346

994

De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten.

Kwijtschelding Als een belastingplichtige door financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen deze inkomensgrens verruimen naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats. Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst om op deze manier de administratieve lasten voor de burger te verminderen en de afhandeltermijn te verkorten. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. De bedragen aan kwijtschelding zijn: (x € 1.000)

Begroting 2024

Begroting 2025

Rioolheffing

22

29

30

Afvalstoffenheffing

156

160

193

Totaal

178

189

223

Begroting 2025

JR 2023

Hendrik-Ido-Ambacht

50

Kostendekking kostendekkendheid Kosten taakveld incl. kwijtschelding mutatie reserve

riool

afval

begraven

markt

bouwleges

burgerzk

overig

2.146.252

4.634.277

959.891

166.091

1.264.175

1.416.656

211.079

504.682

-

-

-

-

-

-

Inkomsten excl. heffingen

-121.854

-338.683

-183.329

-8.407

-

-

-

Netto kosten taakveld

2.529.080

4.295.594

776.562

157.684

1.264.175

1.416.656

211.079

Overhead

183.483

187.331

304.029

11.000

1.032.880

167.565

222.969

btw

214.437

868.820

-

33.114

68.291

2.564

-

Totale kosten (a)

2.927.000

5.351.745

1.080.591

201.798

2.365.346

1.586.785

434.048

Opbrengst heffingen (b)

2.927.000

5.290.000

580.448

45.716

1.096.193

643.418

92.412

0

61.745

500.143

156.082

1.269.153

943.367

341.636

100%

99%

54%

23%

46%

41%

21%

Overige toe te rekenen kosten:

Onbenut Dekking (b/a*100)

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

51

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Wegen, riolering, water, openbaar groen, gebouwen en afval-inzamelvoorzieningen vormen niet alleen belangrijke schakels in de gemeentelijke infrastructuur, ze leveren ook een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de gemeente. Ze hebben daarmee waarde voor de bereikbaarheid, de economie, de omgevingskwaliteit en de veiligheid. Om die waarde duurzaam en efficiënt in stand te houden, is een systematisch en planmatig beheer noodzakelijk. Het beheer is dan ook gericht op het duurzaam in stand houden van de gemeentelijke voorzieningen. Dit houdt in dat we kapitaalgoederen op een zodanige manier onderhouden dat tegen zo beperkt mogelijke kosten de voorzieningen voortdurend goed functioneren en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is dat de veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte op voldoende wijze gewaarborgd blijven en daar waar mogelijk een vorm van burgerparticipatie wordt ingebouwd. Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), artikel 12, lid 2, moet in de begroting over het onderhoud van kapitaalgoederen worden aangegeven: 1. het actueel beleidskader (met betrekking tot beheerplannen: wanneer vastgesteld of geactualiseerd); 2. het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau; 3.

de vertaling van de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau in de begroting. Voor het beheer zijn beheersystemen beschikbaar om de beheertaak te ondersteunen en om goede financiële ramingen te maken. De beheersystemen hebben als doel het beheer binnen vastgestelde kwalitatieve normen zo effectief en efficiënt mogelijk in te richten. Dat betekent: op het aan te houden kwaliteitsniveau gerichte maatregelen op de juiste plaats en op de juiste momenten tegen de laagst mogelijke kosten. Bij het bepalen van prioriteiten wegen we risico's af. In de beleidsplannen maken we alle afwegingen en de consequenties daarvan inzichtelijk . Op deze manier komen wij tot effectief en efficiënt beheer. Leidend voor het daadwerkelijke onderhoudsprogramma zijn de resultaten van de jaarlijkse inspecties van kapitaalgoederen. Voor de financiële aspecten van het beheer verwijzen we naar de programma's (met name "3. Buitenruimte") en de staat 'reserves en voorzieningen' (reserve Wegen en voorziening Riolering). Kapitaalgoederen Onderstaand overzicht geeft de actuele beleid- en beheerplannen weer. In de beleidsplannen zijn de kaders en ambities opgenomen. De beheerplannen geven aan hoe we het beheer en onderhoud uitvoeren.

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

52

Onderdeel openbare ruimte

Beleid- en beheerplan

Vastgesteld

Planning/ actualisering

1. Wegen

Beleidsplan wegenbeheer 2013-2023

13-5-2013

2024

Wegenbeheerplan (inclusief civiele kunstwerken, verkeersvoorzieningen en straatmeubilair) 2022 2026

10-5-2022

2026

Mobiliteitsplan 2021-2030

8-11-2021

2030

Beleidsplan openbare verlichting 2020-2024

7-10-2019

2024

Beheerplan openbare verlichting 2021-2025

10-5-2022

2025

Beleidsplan infrastructurele kunstwerken 2015-2023

12-1-2017

2024

Beleidsplan verkeersvoorzieningen 2015-2023

25-8-2015

2024

Beleidsplan straatmeubilair 2015-2023

25-8-2015

2024

2. Riolering

Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2019-2023

3-12-2018

2024

3. Water

Baggerplan 2019

8-7-2019

2024

Beheer- en onderhoudsplan oeverbeschermingen 2018-2026

5-3-2018

2026

Beeldkwaliteitsplan Groen 2015-2019

1-12-2016

2024

Beleidsplan bomen 2019-2033

3-12-2018

2033

Groenstructuurplan 2013- 2023

21-5-2013

2024

Groenbeheerplan plus 2022-2026

15-3-2022

2026

Beleidsplan begraafplaatsen 2020-2030

2-3-2020

2030

Beheerplan begraafplaatsen 2022-2027

13-12-2022

2027

Speelruimteplan 2020-2030

15-6-2020

2030

Beheerplan speelvoorzieningen 2021-2026

8-3-2022

2026

5. Gebouwen

Meerjarenonderhoudsplannen gemeentelijke gebouwen 2022-2026

24-5-2022

2026

6. Afvalinzameling

Grondstoffenbeleidsplan 2019-2023; uitwerking in Implementatieplan recycle-tarief 2024

7-2-2022

2025

Zwerfafval- uitvoeringsplan 2019-2023

2-7-2019

2024

4. Openbaar groen

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

53

Onderwerp Wegen

Kunstwerken

Riolering

Groen

Gebouwen Afval

Begroting 2025

Kerncijfers Begroting 2024

Kerncijfers begroting 2025

Totaal areaal

Totaal areaal

1.456.107 m2

1.505.568

Asfalt

Asfalt

389.576 m2

397.360 m2

Elementen

Elementen

1.055.120 m2

1.091.213 m2

Half verharding (wandelpaden)

Half verharding (wandelpaden)

7.531 m2

16.995 m2

Bruggen

Bruggen

101

101

Viaducten

Viaducten

2

2

Tunnels

Tunnels

2

2

Overige kunstwerken

Overige kunstwerken

125

175

Vrijverval riolering

Vrijverval riolering

gemengd riool: 57 km

gemengd riool: 63 km

vuilwaterriool: 51 km

vuilwaterriool: 46 km

regenwaterriool: 66 km

regenwaterriool: 66 km

drainage: 15 km

drainage: 15 km

totaal: 189 km

totaal: 190 km

Rioolgemalen

Rioolgemalen

rioolgemalen: 27

rioolgemalen: 33

in beheer van het waterschap: 2

in beheer van het waterschap: 2

Drukrioleringen

Drukrioleringen

pompunits: 122

pompunits: 145

drukriolering: 28 km

drukriolering: 25 km

Peilbuizen

Peilbuizen

33

33

Lengte watergangen

Lengte watergangen

33 km (in beheer bij gemeente)

33 km (in beheer bij gemeente)

Aantal bomen

Aantal bomen

12.281

13.022

Gras (gazon, grasveld, ruwgras)

Gras (gazon, grasveld, ruwgras)

807.035 m2

766.116 m2

Plantsoen (beplanting) + bosplantsoen

Plantsoen (beplanting +bosplantsoen)

243.811 m2

245.456 m2

Aantal speelplekken

Aantal speelplekken

166

140

Aantal gebouwen in onderhoud

Aantal gebouwen in onderhoud

20

14

Aantal ondergrondse afval inzamelsysteem

Aantal ondergrondse afval inzamelsysteem

606

617

Aantal afvalbakken

Aantal afvalbakken

581

581 Hendrik-Ido-Ambacht

54

Verlichting

Aantal lichtpunten 7.681

Aantal lichtpunten 7.797

Toelichting 1. Wegen 1.A Wegenbeheer Wat gaan we in 2025 doen? Volgend jaar willen we het integraal project "Kruiswiel fase 6" uitvoeren, groot onderhoud uitvoeren ter plaatse van de Brink (minder verharding en meer groen en spelen), Amandel- en Bramengaarde (n.a.v. zettingen) en de Vrouwgelenweg. Als onderdeel van de reconstructie van de Laan van Welhorst voeren we hier onderhoudswerkzaamheden uit. Daarnaast voeren we nog (integrale) onderhoudswerkzaamheden uit naar aanleiding van de inspectieresultaten van de laatste weginspectie. Hier is op dit moment nog geen zicht op. Beleidskader De algemene doelstelling voor het wegbeheer is het voeren van een duurzaam wegbeheer waarbij we de veiligheid voor de verkeersdeelnemers in stand houden. Comfort en aanzien van de weg spelen hierbij een beperkte rol. In 2022 is het Beheerplan Wegen 2022-2026 vastgesteld. 1.B Verkeer en vervoer Wat gaan we in 2025 doen? In 2021 hebben we het Mobiliteitsplan 2021-2030 vastgesteld. Bij het Mobiliteitsplan is ook een uitvoeringsplan vastgesteld. Hierin zijn de onderzoeken en maatregelen opgenomen die we willen uitvoeren. Met de extra middelen vanaf 2025 gaan we verder met de uitvoering. Zoals de opvolging van de onderzoeken naar de parkeerdruk, de fiets- en voetgangersoversteken en de fietsroutes. Beleidskader De raad heeft in december 2021 het Mobiliteitsplan 2021-2030 vastgesteld.

Hierin zijn de kaders opgenomen voor het beleid voor de komende jaren.

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

55

1. C Openbare verlichting Wat gaan we in 2025 doen? In 2019 is het nieuwe beleidsplan vastgesteld met daarbij een budget per jaar voor het vervangen en het verduurzamen van ons areaal. Door de hoge energiekosten en de groei van nieuwe technieken op het gebied van smart lighting vervangen we het conventionele verlichtingsareaal voor duurzame Ledarmaturen met een goed dimprofiel. Dit bespaart op jaarbasis ongeveer 554 MWh. Beleidskader In 2019 is het Beleidsplan Openbare Verlichting 2020-2024 door de raad vastgesteld. 1.D Infrastructurele kunstwerken Wat gaan we in 2025 doen? In 2025 voeren we onderhoudswerkzaamheden uit aan de damwand aan de Havenkade en vervangen we de damwand aan de Groenewaal. De damwand langs Burgemeester Hofplein vervangen we door een natuurlijke oever. Beleidskader Binnen de openbare ruimte bevinden zich infrastructurele kunstwerken, die de kruising van (water)wegen of andere natuurlijke barrières mogelijk maken. Dit zijn onder andere bruggen, keermuren, trappen, tunnels en viaducten. Het huidige beleid is erop gericht de kunstwerken op het kwaliteitsniveau "basis" te onderhouden. Uitgangspunt is een zodanig kwaliteitsniveau dat de kunstwerken en bruggen naar behoren functioneren en er dus geen sprake is van achterstallig onderhoud of gevaarlijke situaties. Bij het beheer heeft het voorkomen van gevaarlijke situaties eerste prioriteit.

Tweede prioriteit is zorg dragen voor het goed functioneren van de voorzieningen, gevolgd door het wegwerken van eventueel achterstallig onderhoud. In 2022 is het "Uitvoeringsplan Civiele Kunstwerken", als onderdeel van het "Beheerplan Wegen 2022-2026", vastgesteld. 1.E Verkeersvoorzieningen Wat gaan we in 2025 doen? De buitendienst voert het dagelijks onderhoud uit inclusief eventuele vervangingen met uitzondering van (integrale) projecten waarin het onderhoud gelijk wordt meegenomen. Beleidskader Verkeersvoorzieningen zijn verkeersborden, straatnaamborden, ANWB-bebording, schrikhekken en verkeerspalen. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden volgens het uitvoeringsplan. We onderhouden de verkeersvoorzieningen op het basisniveau, waarbij we niet meer uitgaan van een kwaliteitsdifferentiatie per gebied. Reden hiervoor is dat verkeersvoorzieningen qua plaatsing, beheer en onderhoud moeten voldoen aan wettelijke bepalingen en landelijke richtlijnen. In het uitvoeringsplan zijn uitgangspunten voor de verkeersvoorzieningen geformuleerd. In 2022 is het "Uitvoeringsplan Verkeersvoorzieningen", als onderdeel van het "Beheerplan Wegen 2022-2026", vastgesteld.

1.F Straatmeubilair Wat gaan we in 2025 doen? De buitendienst voert het dagelijks onderhoud uit, inclusief eventuele vervangingen met uitzondering van (integrale) projecten waarin het onderhoud gelijk wordt meegenomen. Beleidskader Straatmeubilair, zoals banken, afvalbakken, fietsenstallingen en abri's, is een wezenlijk onderdeel van

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

56

de openbare ruimte. We onderhouden en beheren deze onderdelen vanuit het oogpunt van veiligheid en bruikbaarheid. Essentieel hierbij is het te hanteren kwaliteitsniveau voor het onderhoud. Op basis van de landelijke wetgeving en richtlijnen onderhouden we de betreffende voorzieningen in de openbare ruimte op het kwaliteitsniveau "basis". In 2022 is het "Uitvoeringsplan Straatmeubilair", als onderdeel van het "Beheerplan Wegen 2022-2026", vastgesteld. 2. Riolering

Wat gaan we in 2025 doen? Naast het reguliere onderhoud aan riolering gaan we verder in buurt Kruiswiel met onze rioolvervangingsopgave. Beleidskader Met het Water- en rioleringsprogramma (Wrp) geven wij vorm aan de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In het nieuwe Wrp wordt een voorstel wordt gedaan om klimaatadaptatie structureel te verankeren in onze projecten. Gezien de aard van de rioolheffing gaat het dan voornamelijk over het tegengaan van wateroverlast, al kunnen deze maatregelen ook positieve effecten hebben op bijvoorbeeld de thema's droogte en hittestress. Bewoners stimuleren wij door een subsidie om maatregelen te nemen op eigen terrein. Te denken valt aan regentonnen, vergroening en afkoppelen. Ontwikkelingen Duidelijk is dat het klimaat verandert. De zomers worden heter en de kans op extreme neerslag wordt steeds groter. Daarom gaan wij de aanpak van klimaatadaptatie steeds verder verankeren in ons beleid. Klimaatadaptatie is een van de thema's binnen het programma duurzaamheid. Bij stedelijke ontwikkelingen en herstructurering van bestaande gebieden nemen wij klimaatadaptatie zoveel mogelijk mee. Verder blijven wij betrokken bij de lopende regionale samenwerking. Voorziening riolering De voorziening riolering heeft als doel het gelijkmatig verdelen van kosten in de tijd om tariefschommelingen te voorkomen.

De voorziening wordt gevoed met het verschil tussen de jaarlijkse exploitatiekosten van de riolering en de inkomsten uit rioolheffing. De verwachte omvang van de voorziening per 31 december 2024 is circa € 7,8 miljoen. Bestemmingsreserve riolering In deze bestemmingsreserve zijn de precariogelden van 2018, 2019 , 2020 en 2021 gestort van in totaal €1,0 miljoen.

3. Water

Wat gaan we in 2025 doen? Naast baggerwerk bestaat de verplichting om wateren in ons beheer vrij te maken van los vuil en waterplanten. Conform het Beheer- en onderhoudsplan oeverbeschermingen voeren wij onderhoud uit aan de oeverbescherming op diverse locaties in onze gemeente. Beleidskader Op het gebied van waterbeheer hebben wij diverse plannen. Dit zijn het Baggerplan en het Beheer- en onderhoudsplan oeverbeschermingen. In het nieuwe Water -en rioleringsprogramma (Wrp), de opvolger van het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP), is de koppeling met waterbeheer opgenomen. 33 procent van de baggeropgave bekostigen wij vanuit de rioolheffing. Het baggerwerk en het verwijderen van planten voeren wij samen met waterschap Hollandse Delta uit, afhankelijk van de onderhoudsverplichting van de watergangen.

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

57

4. Groen 4.A Groenbeleidsplan Wat gaan we in 2025 doen? In 2024 is het Groenbeleid herijkt en is het integraal groenbestek opnieuw Europees aanbesteed. In 2025 beginnen we met de uitvoer van het Groenbeleidsplan. Zo gaan we in de integrale projecten van Buitenruimte werken aan het verwijderen van functieloze verharding door te vergroenen. Daarnaast gaan we aan de slag met het uitvoeren van renovaties van MJOP-vakken. Bij alle werkzaamheden kijken we waar we biodiverse planten of bomen kunnen toepassen en waar klimaatadaptieve maatregelen genomen kunnen worden, zoals natuurvriendelijke oevers. Voor 2026 willen we 250 extra bomen gaan planten, in 2025 planten we in het voor- en najaar de helft van deze 250 extra bomen. De locaties van deze bomen baseren we op de uitkomsten van de Digital Twin. Beleidskader In oktober 2024 behandeld de gemeenteraad het nieuwe Groenbeleidsplan. Dit beleidsplan is een integraal beleid waarbij het Bomenbeleid, Groenstructuurplan en Groenbeleid samengevoegd worden. Het Groenbeleidsplan borduurt verder op het Groenbeheerplan+ waarbij we de doelstellingen van het Programma Duurzaamheid vertalen in beleid. Zo zetten we in op het verwijderen van functieloze verharding, het aanplanten van extra bomen, versterken van de biodiversiteit en het renoveren van groenvakken. Bomenbestand We hebben ongeveer 12.100 in beheer, hier komen nog extra bomen bij.

In het coalitieakkoord staat dat we extra bomen gaan planten. Hierbij is de inzet om de impact van deze bomen op de openbare ruimte te maximaliseren door de ecosysteemdiensten van de bomen optimaal te benutten. In 2025 gaan we in twee plantseizoenen een groot gedeelte van deze bomen planten, het resterende deel worden in 2026 gepland. Ontwikkelingen Bij de aanplant van nieuwe bomen, maar ook bij vervanging, kijken we steeds meer naar de toekomstwaarde van de locatie en de boomsoort (de juiste boom op de juiste plek). Ook houden we rekening met de bijdrage aan biodiversiteit en ecosysteemdiensten. Thema's die steeds belangrijker worden bij het inrichten en beheren van de openbare ruimte. 4.B Begraafplaatsen Wat gaan we in 2025 doen? We hebben in 2020 het begraafplaatsenbeleidsplan vastgesteld. Op basis van dit beleidsplan exploiteren we de begraafplaatsen en het uitvaartcentrum de komende jaren. Specifieke aandacht gaat hierbij naar het in stand houden van het dienstverlenings- en kwaliteitsniveau en het toewerken naar een toekomstbestendig uitvaartcentrum. Beleidskader Het begraafplaatsenbeleidsplan 2020-2030. 4.C Speelvoorzieningen Wat gaan we in 2025 doen? In 2024 is een begin gemaakt voor het herijken van het Speelruimteplan. In 2025 wordt dit voorgelegd aan de gemeenteraad en wordt het vastgestelde beleid uitgevoerd.

We gaan in 2025 grote speelplekken renoveren zoals de Brink, Henriette Ronnerstraat, Landmanshof, Warmoeziershof en de Nibbelinkstraat. Hierbij kijken we naar een goede mix aan speel- of sportaanleidingen, het stimuleren van ontmoeten en bewegen. In 2025 gaan we ook de hardlooproutes herstellen en indien nodig uitbreiden.

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

58

Beleidskader Het Speelruimteplan wordt in 2025 herijkt. Hiervoor is in 2024 een begin gemaakt. Het beleid wordt opnieuw ingestoken om meer te focussen op spelen, sporten & ontmoeten zodat het meer aansluit op de actuele behoefte van het gebruik van speel & sportplekken in de buitenruimte. Het beleidsplan zet ook in om beter aan te sluiten op de wensen van partners zoals jongerenwerk, straatcoaches en Hi5Ambacht. De beleidsdoelstellingen op het gebied van gezondheid en weerbaarheid van onze bewoners nemen we hierin mee, we willen buitenspelen, bewegen, gezond gedrag en ontmoeten stimuleren. 5. Gebouwenbeheer

Wat gaan we in 2025 doen? In 2021 hebben we alle onderhoudsplannen van de gemeentelijke gebouwen geactualiseerd. We voeren het onderhoud uit op basis van deze plannen. Voor de enkele gebouwen die worden afgestoten of gesloopt, voeren we alleen het onderhoud uit dat noodzakelijk is om het gebouw in stand te houden. Beleidskaders In het Meerjarig Onderhoudsplan (MOP) 2022-2031 wordt voor de middellange termijn richting gegeven aan een effectief en efficiënt beheer en onderhoud van de 14 gemeentelijke gebouwen. In dit meerjarige plan is aangegeven welke onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn in de komende periode. Het MOP is in 2021 geactualiseerd en in 2022 vastgesteld. Met het instellen van een egalisatiefonds ("voorziening") voor beheer en onderhoud van gemeentelijke gebouwen zijn middelen hiervoor beschikbaar. Zo kunnen we tussen gebouwen en over de jaren heen schuiven met middelen. Ontwikkelingen De plannen om Cultureel Centrum Cascade een facelift te geven (project "Revitalisatie") zijn opgestart in 2022 en op dit moment is de aanbesteding in voorbereiding. De planning is om in 2025 de plannen te realiseren zodat begin 2026 het vernieuwde Cultureel Centrum in gebruik kan worden genomen. De voormalige gymzaal aan de Weteringsingel was in gebruik voor vluchtelingen met een nietOekraïense achtergrond.

Op termijn slopen we de gymzaal samen met de Meander aan de Witte de Withstraat om zo plaats te maken voor een nieuwe energieneutrale school . Voor alle schoolgebouwen is een Integraal Huisvestingsplan vastgesteld. De komende paar jaar vervangen de resterende oude schoolgebouwen door nieuwe toekomstgerichte onderwijsgebouwen/kindcentra. De school aan de P.C. Hooftsingel 7 gebruiken we voor tijdelijke huisvesting van scholen, op termijn ontwikkelen we hiervoor een gebiedsvisie. Duurzaamheid Er vindt momenteel een haalbaarheidsstudie plaats naar de ontwikkelingen over het toepassen van (HVC-) Warmtenet bij gemeentelijk/maatschappelijk vastgoed. De uitkomsten van deze haalbaarheidsstudie zijn bepalend voor de toekomstige duurzame keuzes voor het vervangen van gasgestookte cv-installaties. Namelijk of aansluiting op het warmtenet of vervangen door elektrisch aangedreven warmtepompen. Waarbij aansluiting op het warmtenet onze voorkeur heeft vanuit de grote maatschappelijke opgave voor warmte. Bij aanpassingen van gebouwen maken we zoveel mogelijk gebruik van circulaire en herbruikbare materialen. Daarnaast kopen we stroom voor openbare verlichting en voor onze gebouwen 100% groen in via DVEP. Bij het actualiseren van de meerjarenonderhoudsplannen nemen we duurzaamheidsmaatregelen mee.

Bij scholen en de gebouwen in beheer van stichting Cascade hebben we een stimulerende rol voor wat betreft duurzaamheid.

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

59

6. Afval 6.A Afvalinzameling Wat gaan we in 2025 doen? Op 1 januari 2024 hebben we het recycletarief ingevoerd. Het recycletarief gaat uit van het principe 'de vervuiler betaalt'. Daarnaast zetten we in op controle van het onjuist aanbieden van afval en handhaving om de kwaliteit van de aangeboden grondstoffen en van de leefomgeving te borgen. In het coalitieprogramma 2022-2026 Samen voor Ambacht is opgenomen dat zoveel mogelijk bovengrondse inzamelpunten voor afval ondergronds worden gemaakt. Op dit moment hebben wij nog een aantal (55) bovengrondse containers voor oud papier en karton en glas. Deze maken we ondergronds. Beleidskader In 2019 is het grondstoffenbeleidsplan vastgesteld. Door het raadsbesluit om het recycletarief per 1 januari 2024 in te voeren zijn de kaders verder concreet gemaakt. 6.B Zwerfafval Beleidskader In 2024 hebben we het zwerfafvalplan herijkt. Hierin hebben we duidelijke uitgangspunten voor het toepassen van afvalbakken en acties om zwerfafval tegen te gaan, opgenomen. Verder blijven we aandacht vragen voor zwerfafval via de Nationale Opschoondag en het afvalprikker uitgiftepunt. Daarnaast focussen we ons op zwerfafval rondom inzamelplaatsen voor afval/grondstoffen.

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

60

Paragraaf 5 Grondbeleid Algemeen De gemeente heeft een Omgevingsvisie vastgesteld waarin onder andere aangegeven staat hoe zij het gebruik van de fysieke leefomgeving nu en in de toekomst ziet. Daarin zijn ambities opgenomen voor de realisatie van bijvoorbeeld woningen of bedrijfslocaties. Het grondbeleid helpt de gemeente om deze ambities te kunnen verwezenlijken en is vastgelegd in de 'Nota Grondbeleid 2023'. Deze nota is vastgesteld op 4 december 2023 en stelt de kaders waarbinnen het grondbeleid gevoerd wordt. Uitvoering grondbeleid In de nota is opgenomen dat er situationeel grondbeleid gevoerd wordt. Per situatie wordt bepaald of de gemeente actief gronden gaat verwerven om een plan te kunnen realiseren (actief grondbeleid) of een initiatiefnemer van een plan slechts gaat ondersteunen (faciliterend grondbeleid). Als er voor actief grondbeleid gekozen wordt, stelt de gemeenteraad een grondexploitatie vast waarmee de (financiële) kaders van het betreffende plan worden vastgelegd. De vastgestelde grondexploitatie wordt vervolgens jaarlijks herzien. Wanneer het nodig is om gronden te verwerven, is het uitgangspunt om zo lang mogelijk te proberen met de grondeigenaar tot overeenstemming over de verkoop te komen (minnelijke verwerving). Enkel in het uiterste geval worden de benodigde gronden onteigend.

Bij faciliterend grondbeleid worden de kosten die de gemeente maakt op de initiatiefnemers of grondeigenaren verhaald (kostenverhaal). Bij voorkeur wordt dit geregeld door het sluiten van een (anterieure) overeenkomst. Om het kostenverhaal in De Volgerlanden-Oost te regelen is in het verleden een exploitatieplan vastgesteld, wat nu onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan. Bij de meest recente herziening (voor de jaarrekening 2023) waren er drie actieve grondexploitaties: De Volgerlanden, Bedrijvenpark Ambachtsezoom Fase 1 en GenieterreinWaterbusplein. We verwachten de laatstgenoemde grondexploitatie in 2024 af te sluiten. Daarnaast zijn of worden er voor verschillende locaties kostenverhaalovereenkomsten gesloten, zoals voor de HAP Foods-locatie (Vrouwgelenweg 84 waar in totaal 17 woningen worden gerealiseerd) en Noordoevers fase 1a en fase 2.

Tabel 5.1 Projectoverzicht (peildatum 1-1-2024) Bedragen x €1.000.000,-

De Volgerlanden Verwachte afronding project Totale plangebied (ha) Areaal nog aan te kopen grond Areaal uitgeefbaar Areaal nog te verkopen grond Gerealiseerde kosten Gerealiseerde baten Boekwaarde Nog te realiseren baten -/- kosten Resultaat op eindwaarde Resultaat op netto contante waarde Gerealiseerde winstneming Risico's Begroting 2025

2028 210 ha

10,0 ha € 343,84 € 299,59 € 44,25 € 36,32 € -7,93 € -7,18 € 1,30 Hendrik-Ido-Ambacht

Ambachtsezoom Fase 1

2027 23,1 ha

GenieterreinWaterbusplein

2024 1,8 ha

15,3 ha 6,1 ha

1,1 ha 0,2 ha

€ 34,26 € 21,84 € 12,42 € 16,13 € 3,71 € 3,43 € 1,99 € 0,70

€ 9,41 € 4,18 € 5,23 € 0,64 € -4,59 € -4,54 € 0,07 61

Prognose verwachte resultaten grondexploitaties In tabel 5.1 worden de grondexploitaties per 1 januari 2024 samengevat. Hierin is per project, naast wat algemene informatie, het verwachte financiële resultaat opgenomen. Om de grondexploitaties te kunnen vergelijken zijn de resultaten contant gemaakt naar 1 januari 2024. De eventueel genomen winsten zijn niet verwerkt in het resultaat maar worden apart weergegeven. Ook de gewogen risicobedragen zijn opgenomen in de tabel. Voor de risicoanalyse wordt jaarlijks ingeschat welke risico's er van toepassing zijn, wat de bijbehorende risicobedragen zijn en wat de kans is dat de risico's zich voordoen. Vervolgens wordt een gewogen risicobedrag berekend met een zekerheidspercentage van 90%. Dit houdt in dat het voor 90% zeker is dat het genoemde bedrag voldoende is om de risico's af te dekken. In het weerstandsvermogen van de gemeente wordt met dit risicobedrag rekening gehouden. Per grondexploitatie wordt kort het toegepaste grondbeleid beschreven, net als een toelichting op het verwachte financiële resultaat. De Volgerlanden Beleidskader De gemeente heeft sinds het begin van het project actief grondbeleid gevoerd in het realiseren van woningbouwlocatie De Volgerlanden. De gemeente wilde alle gronden in eigendom verkrijgen om de regie te houden.

Veelal werden gronden van particulieren aangekocht en overige benodigde gronden, die in bezit waren van projectontwikkelaars, werden door bouwclaimovereenkomsten bij het gemeentelijke eigendom betrokken. De verwervingen in het De Volgerlanden zijn afgerond. Financieel kader De grondexploitatie vormt het financieel kader van het project en wordt jaarlijks geactualiseerd en opnieuw vastgesteld. De geactualiseerde grondexploitatie De Volgerlanden is op 8 juli 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Bedrijvenpark Ambachtsezoom Beleidskader Bij bedrijvenpark Ambachtsezoom passen we actief grondbeleid toe. Sinds 1 januari 2013 richt de planvorming van Ambachtsezoom zich alleen op het westelijke gedeelte van het bedrijvenpark (Fase 1). Alle gronden in het gebied zijn in eigendom van de gemeente. Financieel kader De geactualiseerde grondexploitatie Ambachtsezoom Fase 1, het financiële kader van de betreffende fase van het project, is vastgesteld in de raadsvergadering van 8 juli 2024. Genieterrein-Waterbusplein Beleidskader Bij dit project passen we actief grondbeleid toe. Alle nog uit te geven gronden zijn in eigendom van de gemeente. Financieel kader De geactualiseerde grondexploitatie Genieterrein-Waterbusplein, wat het financiële kader van de betreffende fase van het project vormt, is vastgesteld in de raadsvergadering van 8 juli 2024.

Begroting 2025

Hendrik-Ido-Ambacht

62

Tussentijdse winstneming Tussentijdse winstneming geldt vooral bij projecten die meerdere jaren duren. Hieronder zijn regels opgenomen over hoe we omgaan met (tussentijdse) winstneming:

1. Tussentijdse winstneming kan alleen plaatsvinden indien: a. voldoende zekerheid bestaat over het (verwachte) resultaat van de grondexploitatie, ofwel het resultaat op de grondexploitatie betrouwbaar kan worden ingeschat; én b. De grond (of het deelperceel) is verkocht; én c. De kosten zijn gerealiseerd . 2. Wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden voor tussentijdse winstneming, wordt de zogenaamde percentagemethode (POC) toegepast. 3. Bij de bepaling van de tussentijdse winst brengen we de risico's die specifiek samenhangen met de nog te realiseren kosten en opbrengsten van de grondexploitatie in mindering. Eventuele algemene risico's laten we voor de winstneming buiten beschouwing. Bij winstneming gelden in algemene zin de volgende uitgangspunten: de winst wordt naar rato van gerealiseerde kosten en opbrengsten (tot en met het lopende jaar) genomen. Dus indien 50% van de kosten is gerealiseerd en 50% van de grond is verkocht (over de gehele looptijd), dan is de winstrealisatie 50% x 50% = 25%. Zowel de realisatie van de kosten als de realisatie van de opbrengsten zijn bepalend voor de omvang van de winstrealisatie. Grondexploitatie Bedrijvenpark Ambachtsezoom heeft een verwacht positief resultaat en een POC van ca. 54%. Per 31 december 2023 is er € 1,99 miljoen aan winst genomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14581164/1