Voorjaarsnota 2021
Tekst van het document
Indexering subsidiebudgetten De indexering van subsidies vindt plaats op basis van een gewogen gemiddelde (80% /20%) van de loon- en prijsstijgingen voor de collectieve sector (publicatie Macro Economische Verkenning, M.E.V). Voor de prijsstijging wordt de prognose van de prijs overheidsconsumptie netto materieel (IMOC) gehanteerd. Voor de loonstijging wordt uitgegaan van de prijs overheidsconsumptie beloning werknemers.
22
In de loop van het begrotingsjaar vinden geen tussentijdse mutaties meer plaats. Wel wordt de structurele doorwerking c.q. daadwerkelijke afwijking verrekend in het percentage van het volgende jaar. Voor de Programmabegroting 2022 komt de indexering uit op 1,4%. Voor de gemeenschappelijke regelingen (MRE, GGD, ODZOB en veiligheidsregio) geldt een andere, meer specifieke systematiek voor de indexering. Indexering van prijsgevoelige interne budgetten Volgens de afgesproken systematiek vindt er indexering plaats voor prijsgevoelige posten. Het indexeringspercentage wordt gebaseerd op de prijsontwikkelingen voor de collectieve sector zoals deze gepubliceerd worden in het M.E.V. In de loop van het begrotingsjaar vinden geen tussentijdse mutaties meer plaats. Wel wordt de structurele doorwerking c.q. daadwerkelijke afwijking verrekend in het percentage van het volgende jaar. Voor de Programmabegroting 2022 komt de indexering uit op 2,1%. Deze indexering is ook van toepassing op de inkomstenposten. Dit met uitzondering van belastingtarieven, leges en heffingen en van huuropbrengsten van gebouwen. Deze hebben een eigen indexering. Indexering van belastingtarieven, leges en heffingen In het tarievenbeleid is het toepassen van inflatiecorrectie op de tarieven het uitgangspunt.
In de afgesproken systematiek worden de jaarlijkse bijstellingen afgeleid van de consumentenprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de loop van het begrotingsjaar vinden geen tussentijdse mutaties meer plaats. Bij de bepaling van het percentage voor de Programmabegroting vindt ook een nacalculatie over het voorgaande jaar plaats. Het indexeringspercentage voor de tarieven 2022 komt daarmee uit op 0,4%. Uitganspunt is dat dit percentage wordt toegepast op alle tarieven voor belastingen, heffingen en leges. Als bij heffingen en leges de opbrengsten hierdoor de kosten overstijgen worden vervolgens de opbrengsten, en daarmee de tarieven, overeenkomstig naar beneden bijgesteld. Indexering huurprijzen De gemeentelijke gebouwen, die aan derden worden verhuurd, worden geïndexeerd op basis van de CBS-index voor huurprijzen in de vrije sector volgens de consumentenprijsindex (CPI) met als peildatum augustus. Aangezien deze peildatum nog in de toekomst ligt kunnen we dit pas meenemen bij het opstellen van de Programmabegroting 2022. Loonkostenontwikkelingen De laatste afgesloten cao voor gemeenten loopt tot 1 januari 2021. Hoe de lonen zich daarna zullen ontwikkelen is nu nog niet duidelijk.
We houden voor de Programmabegroting 2022 rekening met een kostenstijging van 2% en zodra er meer bekend is over de nieuwe cao zullen we bekijken in hoeverre bijsturing nodig is. 3.2.2 Ontwikkelingen gemeentefonds Nieuwe verdeelmodel gemeentefonds De gemeentefondsuitkering vormt de grootste inkomstenbron voor gemeenten. De afgelopen jaren is door het Rijk gewerkt aan een herziening van de verdeelmodellen van het gemeentefonds. Begin 2021 is het nieuwe verdeelmodel gepresenteerd met een eerste indicatie van de financiële effecten voor individuele gemeenten. Op basis van kritische vragen van de Raad voor het Openbaar Bestuur over de nieuwe verdeling is echter door BZK (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) besloten om het verdeelvoorstel nog eens kritisch tegen het licht te houden. De verwachting is dat er medio 2021 een aangepast voorstel ligt. De ingangsdatum van de nieuwe verdeling staat gepland per 1 januari 2023. 23
Gesprekken over financiële positie van gemeenten Gelijktijdig met het proces om te komen tot een nieuwe verdeling van het gemeentefonds vinden er door gemeenten ook gesprekken plaats met het Rijk over de toereikendheid van de omvang van het gemeentefonds. Het vergroten van de omvang van het gemeentefonds, voordat tot de nieuwe herverdeling overgegaan kan worden, is door de VNG tot grootste prioriteit benoemd. Uit recent onderzoek van Cebeon in opdracht van het ministerie van BZK blijkt dat steeds meer gemeenten in de knel komen met hun financiën. Grootste oorzaak zijn de stijgende kosten in het Sociaal Domein waarvoor het Rijk, naar verhouding, onvoldoende budget beschikbaar stelt. Deze verslechtering van de financiële positie heeft een negatieve impact op het voorzieningenniveau van gemeenten. Helderheid over de financiële positie van gemeenten was voor het Rijk ook de reden om de invoering van de herverdeling op te schuiven naar 2023. Het vertrekpunt voor de Programmabegroting 2022-2025 De gemeentefondsuitkering waar we van uitgaan bij het opstellen van de Programmabegroting 20222025 wordt conform onze uitgangspunten gebaseerd op de meicirculaire 2021. Deze is eind mei beschikbaar. Daarnaast zijn ook de meerjarige effecten van de september- en decembercirculaire 2020, zoals verwerkt bij de 1e Berap 2021, meegenomen in het perspectief.
De ontwikkeling van de gemeentefondsuitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Via de normeringssystematiek (trap op/trap af) hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van de algemene uitkering. Als onderdeel van het steunpakket ter bestrijding van de gevolgen van corona is de jaarlijkse toename en/of afname van het gemeentefonds (accres) bevroren in de jaren 2020 en 2021. Met ingang van 2022 zal deze weer een rol gaan spelen. De besteding van de gemeentefondsuitkering De algemene uitkering is een vrij besteedbaar middel voor gemeenten. In het Helmondse beleid zetten we de zogenoemde taakmutaties, de decentralisatie- en integratie-uitkeringen onverkort in voor de betreffende beleidsterreinen.
24
4. Aandachtspunten richting de toekomst De Programmabegroting 2022 – 2025 is de laatste begroting van deze bestuursperiode. Samen met onze inwoners, onze maatschappelijke partners en met uw raad hebben we als college de afgelopen jaren gewerkt aan een mooie toekomst, voor de stad en voor de organisatie. Uitgangspunt voor 2022 is dat we zoveel mogelijk inzetten op het realistisch uitvoeren, intensiveren en afronden van bestaande ambities, zodat een nieuwe coalitie een voortvarende start kan maken. Dit betekent echter niet dat nieuwe initiatieven niet mogelijk zijn. Nieuwe kansen en mogelijkheden, zeker daar waar deze bijdragen aan onze strategische koers, pakken we en als we aanpassingen aan ons beleid noodzakelijk achten passen we deze toe. Bij het toekennen van financiële ruimte voor nieuwe ambities hanteren we als uitgangspunten dat er een concreet plan aan ten grondslag moet liggen en dat de ambities alleen worden opgenomen voor 2022. Immers: onze bestuursperiode reikt tot en met dat jaar. Ook moet extra financiële ruimte worden vrijgemaakt voor de uitvoering c.q. ambtelijke capaciteit. De afweging om nieuwe ambities wel of niet te kunnen honoreren wordt pas gemaakt bij de Programmabegroting 2022-2025.
Op dat moment wordt op integrale wijze gekeken naar hoe beschikbare middelen én ambities kunnen worden gecombineerd, bijdragend aan de strategische doelen zoals we die voor Helmond voor ogen hebben. In het vervolg van dit hoofdstuk volgt een weergave van een aantal nieuwe aandachtspunten die (daar waar relevant) ook terug zullen komen in het overdrachtsdossier.
4.1
Nieuwe ambities
Enkele nieuwe ambities voldoen aan de gestelde uitgangspunten en daarvan wordt voorgesteld deze op te nemen in jaarschijf 2022 van de Programmabegroting 2022 – 2025: Bedragen x € 1.000 Beleidswensen Onderhoud asfalt Wolfsputterbaan dekking exploitatiebudget wegonderhoud Energiearmoede (pilot) Helmond. Makers van de Toekomst Toekomstbestendige griffie Totaal beleidswensen
I I I I S
€ € €
2022 -600 pm -570 -100 pm -1.270
2023
2024
2025
pm pm pm 0
pm pm pm 0
pm pm pm 0
Onderhoud asfalt Wolfsputterbaan De geluidsreducerende asfaltdeklaag van de Wolfsputterbaan heeft geleden onder de strenge vorst en sneeuw in de winter van 2020/2021. Herstelwerkzaamheden nemen daardoor snel toe in frequentie en omvang, waardoor het wenselijk is om in 2022 groot onderhoud uit te voeren door de asfaltdeklaag te vervangen. Dit achten we een noodzakelijke investering om problemen én hogere kosten op langere termijn te voorkomen. Energiearmoede In de commissievergadering van 30 maart 2021 hebben wij de mogelijkheden van de motie “energietransitie als hefboom inzake energiearmoede” met uw raad verkend. We zetten in op gelijke kansen voor de huishoudens met een inkomen tot maximaal 150% van het bijstandsniveau om duurzaamheidsmaatregelen te nemen en daarmee bij te dragen aan het verkleinen van de tweedeling. Dit doen we enerzijds via zachte voorzieningen en coachgesprekken. Parallel daaraan wordt een plan van aanpak uitgewerkt dat zich richt op de uitvoering van fysieke maatregelen, zoals de aanleg van isolatie en zonnepanelen bij de particuliere woningeigenaren. Afhankelijk van de woning en mogelijkheden bekijken we welke voorzieningen het meest interessant zijn. Samen met individuele inwoners en corporaties willen we werk met werk maken en al beoogde ontwikkelingen
25
in wijken koppelen aan deze duurzaamheidsimpuls. We gaan daarbij uit van ongeveer 50 woningen per jaar. Helmond. Makers van de Toekomst Als stad willen we de komende jaren tevens werken aan promotie van ons eigen DNA. De afgelopen tijd hebben we gewerkt aan de totstandkoming van het Verhaal van de Stad: Helmond, Makers van de Toekomst. Via dit verhaal, passend bij de lef en durf die Helmond uitstraalt maar ook bij de vele toekomstige oplossingen waar we aan werken, willen we de stad sterker op de kaart zetten. Lokaal, regionaal en soms nog breder dan dat. Om dit goed te doen zijn middelen nodig, passend bij de groeisprong en toekomst die we voor ons zien. Hiermee maken we Helmond, samen met partners met wie we samenwerken, zichtbaarder. Zowel binnen als buiten de gemeentegrenzen. Toekomstbestendige griffie De rol van de raad is de afgelopen jaren veranderd en het aantal dossiers waarin de raad een rol heeft is toegenomen. Onder andere door de invoering van de rekenkamer, het instellen van raadswerkgroepen en meer aandacht voor raadscommunicatie wordt vaker een beroep op de griffie gedaan. Daarnaast moet de griffie extra (wettelijke) taken oppakken, zoals de AVG en is er vanuit de raad behoefte aan meer inhoudelijke en organisatorische ondersteuning door de griffie.
Momenteel loopt er een onderzoek ‘toekomstbestendige raadsgriffie’, waarbij een plan wordt opgesteld voor een kwalitatieve en kwantitatieve raadsgriffie.
4.2
Overzicht overige aandachtpunten richting de toekomst
Nieuwe ontwikkelingen die we in gang zetten moeten bijdragen aan de strategische doelen die we als stad hebben gesteld. Dit doen we op basis van de drie kapitalen uit de Telos-driehoek: sociaalcultureel, economisch en ecologisch kapitaal. De pijlers van onze Strategische Agenda. Sociaal-cultureel kapitaal: een sociale stad waar we tweedeling tegengaan Het is onze ambitie om de sociale status van Helmond te laten groeien. Hier hebben we sinds 2018 hard aan gewerkt, en dit blijft ook ons streven richting de toekomst. Daarbij kijken we hoe inwoners op allerlei vlakken kunnen bijdragen aan de samenleving. Hierbij is het tegengaan van tweedeling een belangrijk aandachtspunt. Deze tweedeling lijkt door de coronacrisis alleen maar verder toegenomen en daarom hebben we in de crisis- en herstelnota extra middelen beschikbaar gesteld om dit probleem tegen te gaan. Om de kloof tussen de doelgroep en de systeemwereld te verkleinen kunnen professionele ervaringsdeskundigen –inwoners die zelf ervaren hebben hoe het is om in armoede en met sociale uitsluiting te leven - ingezet worden. Hier willen we als college een impuls aan geven. Daarbij is het van belang dat iedereen mag meedoen. Ook de doelgroep met een complexe, multiproblematiek en mensen met een loonwaarde onder de 30%. Hiervoor is de gemeente aan zet, samen met haar welzijnspartners.
Tot deze doelgroep horen ook mensen die binnen hun mogelijkheden een bijdrage kunnen en willen leveren aan de maatschappij via maatschappelijke banen. Hiervoor geldt dat binnen de participatiewet voor de korte termijn een financiële beloning mogelijk is, zonder dat die beloning gekort wordt op de bijstandsuitkering. Dit zou ook moeten gelden voor diegenen die langere tijd zijn aangewezen op een bijstandsuitkering en die binnen hun mogelijkheden ook duurzaam een maatschappelijke bijdrage leveren. Tenslotte: werken moet lonen. Voor een beperkte groep die uitgestroomd is geldt dat ze alsnog onder de bijstandsnorm dreigen te komen doordat hun werkgerelateerde kosten (zoals vervoer) niet volledig vergoed worden. In bepaalde situaties kan een tijdelijke aanvulling (maximaal 12 maanden)
26
in de reiskosten woon-werk verleend worden waardoor deze groep niet onder het bestaansminimum komt. Een belangrijk fundament voor een stad met minder tweedeling is dat we werken aan de gezondheid van inwoners, zeker van hen die van nature minder gezond leven. Onder het verbeteren van de gezondheid verstaan we ook het tegengaan van depressie. Depressies zorgen ervoor dat mensen minder perspectief voor zichzelf zien en het is ook een belangrijke risicofactor voor zelfdoding. Via het project STORM, wat we in 2016 gestart zijn, worden klachten van depressie vroegtijdig gesignaleerd en aangepakt samen met middelbare scholen. Het is onze ambitie deze aanpak door te ontwikkelen en uit te breiden. Economisch kapitaal: stad waar zowel het MKB als topsectoren zich thuis voelen In de beoogde schaalsprong die we richting 2040 willen maken speelt het economisch vestigingsklimaat een belangrijke rol. Daarbij zetten we vol in op de economie van de toekomst. Als gemeente hebben we een faciliterende rol en bieden we ruimte aan ondernemers om duurzamer en innovatiever te werken. Op basis van een actieplan werken we samen met Stichting Bedrijventerreinen Helmond aan de kwaliteit van de bestaande bedrijventerreinen. Het huidige plan loopt na 2021 af en verdient een vervolg. We willen dat Helmond weer een van de meest MKB-vriendelijke steden van Nederland wordt.
Hier geven we invulling aan door ondernemers proactief te begeleiden en te faciliteren zodat we een rode loperaanpak voor bestaande en startende bedrijven waar kunnen maken. Met partners in de stad is een businessplan uitgewerkt onder de titel Helmond Start. Voor een duurzame uitvoering van deze plannen zijn extra middelen nodig. Binnen onze economische visie hoort ook een goede aansluiting op de Brainport-agenda én het krachtig presenteren van onze topsectoren. In dit licht nemen we jaarlijks deel aan de Dutch Design Week (DDW) en Dutch Technology Week (DTW) – door corona zijn deze evenementen in 2020 helaas niet in de beoogde opzet doorgegaan. Er is met partners gesproken over een andere vorm van (co)financiering van de events en in 2022 willen wij hier als gemeente weer volle aandacht voor genereren. Zoals aangegeven willen we vanaf 2022 actief werken aan het uitdragen van ons eigen DNA, met het Verhaal van de Stad als belangrijke ‘drager’ daarvan (zie nieuwe ambities). Binnen dat DNA is een speciale plek weggelegd voor het thema Automotive, een belangrijke pijler van Helmond. Momenteel onderzoek we de mogelijkheden om een stadsevenement met landelijke uitstraling te organiseren, waarmee we inwoners, ondernemers en – via het aantrekken van bezoekers – Helmond een flinke boost kunnen geven. Bij voorkeur combineren we dit met een bijpassende tentoonstelling in Museum Helmond.
Zo’n Automotive Jaar (idealiter gekoppeld aan de periode waarin in de Brainport regio de Formule E race wordt georganiseerd (waar de gemeente Helmond ook partner van is)) biedt enorme kansen voor onze positionering, maar kost vanuit de overheid wel (aanjaag)budget. Economisch kapitaal: op weg naar schoner en slimmer vervoer De wereld van de mobiliteit verandert snel. Al jaren werken we aan de introductie van Smart Mobility, en de opbrengsten hiervan worden steeds sterker zichtbaar. Daarmee wordt mobiliteit ook steeds interessanter voor commerciële partijen. Hiermee verandert ook de rol van de overheid en zullen nieuwe samenwerkingsvormen ontstaan (publiek, privaat en combinaties van publiek, privaat en gebruiker). Deze samenwerking is steeds minder vrijblijvend. Via afspraken en samenwerkingsovereenkomsten wordt van gemeenten op zijn minst een inspanningsverplichting verlangd en/of een financiële bijdrage aan regionale programma’s. Binnen de grote opgave die er 27
door onze betrokkenheid bij het MIRT ligt zijn ook grootschalige investeringen of exploitatiebudgetten nodig. Belangrijke thema’s waarvoor de komende jaren en zelfs decennia geld moeten worden uitgetrokken zijn: - De stedelijke hoofdinfrastructuur (op basis van de verkeersvisie); - Krachtenbundeling Smart Mobility en de gebiedsgerichte realisatie hiervan; - Regionale Mobiliteitsagenda (Metropoolregio); - Bereikbaarheidsagenda; - Regionale beleidsplannen (Metropoolregio) onder andere op het gebied van verkeersveiligheid, fiets en logistiek. Ook moeten we inzetten op gedragsverandering en het uitproberen en toepassen van innovatieve en creatieve oplossingen. Hiervoor kan een mobiliteitsfonds ingesteld worden, waaraan middelen toegevoegd moeten worden om te investeren in mobiliteitsdiensten. Aan de hand van deze middelen kunnen we samen met andere partijen (zoals provincie, de regio maar denk ook aan bijvoorbeeld het bedrijfsleven) investeren in innovatief verkeersmanagement, innovatieve vervoersconcepten en innovatieve deelmobiliteitsoplossingen. Ecologisch kapitaal Als we willen groeien, vraagt dit ook veel van de leefbaarheid in Helmond. Daarom zetten we vol in op de energietransitie en het klimaatbestendig maken van de stad. Dit doen we samen met inwoners en partners, waarbij de bewustwording al begint op de basisscholen.
Met incidentele middelen is het tot en met 2022 mogelijk geweest om extra een eenmalige impuls te geven aan de bestrijding van zwerfvuil, reinigingsactiviteiten en voorlichtingsprogramma’s hierover op basisscholen (bv. campagne Klien-it!). Na 2022 vallen deze incidentele middelen weg. Met betrekking tot onkruidbestrijding op verharding staan we op een kruispunt om te bepalen hoe we dit de komende jaren willen organiseren en financieren. In de komende maanden werken we dit verder uit en brengen we in beeld of de beschikbare budgetten toereikend zijn om het gewenste kwaliteitsniveau te realiseren. Ecologisch kapitaal: Helmond werk aan de afspraken in het landelijk klimaatakkoord De laatste jaren lag onze focus in Helmond vooral op de opgaven die samenhangen met de energietransitie. Het bereiken van onze doelstellingen om klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken hangt niet alleen samen met de energietransitie zelf. Zonder een systeemverandering naar een meer circulaire economie (zonder fossiele brandstoffen) en een beperkter gebruik van nieuwe grondstoffen, gaan we de doelstellingen om klimaatverandering te beperken niet bereiken. Als gemeente moeten we de circulaire economie daarmee steeds meer centraal stellen en is het bovendien belangrijk hierin zelf het goede voorbeeld te geven.
Doorkijk naar de toekomst: digitale stad Helmond De wereld om ons heen verandert steeds sneller onder invloed van digitalisering en technologie. Denk bijvoorbeeld aan slimme meters die energiestanden doorgeven of camera’s in de openbare ruimte die gezichten en bewegingspatronen herkennen. Als gemeente Helmond, stad van makers van de toekomst, werken we de komende jaren aan onze Digitale Agenda. Immers: innovatie is (mits goed gehanteerd) de drijfkracht van die toekomst. De mogelijkheden, maar ook kwetsbaarheden van digitalisering (denk aan informatieveiligheid en cybercriminaliteit), brengen opgaves met zich mee. Voor inwoners, ondernemers, overheden en vele andere partijen. Als gemeente Helmond hebben we hier oog voor, maar beseffen we ons ook dat we de komende jaren nog meer op dit thema moeten
28
inzetten om de samenleving te laten profiteren én te beschermen voor wat er in de informatiesamenleving gebeurt.
5. Overige ontwikkelingen In dit hoofdstuk gaan wij in op een aantal andere onderwerpen die van belang zijn voor het opstellen van de Programmabegroting 2022-2025. Tot slot gaan we in op de ontwikkeling van de woonlasten en de mogelijkheden die binnen deze kaders bestaan voor het kunnen financieren van knelpunten.
5.1
Wettelijke uitvoeringstaken
Wet inburgering De nieuwe Wet inburgering, die op 1 januari 2022 ingaat, legt de regie over het inburgeringsproces bij gemeenten neer. Dat betekent een flink pakket aan nieuwe verantwoordelijkheden. Om de voorbereidingen voor de implementatie voort te zetten en de groep inburgeraars die onder de huidige wet vallen extra te begeleiden, worden bij de meicirculaire incidenteel extra middelen beschikbaar gesteld. Of de middelen die het Rijk beschikbaar stelt voor de uitvoering van de Wet inburgering toereikend zijn is nog niet duidelijk. Wet kwaliteitsborging Op 14 mei 2019 is de Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen aangenomen door de Eerste Kamer en deze zal naar verwachting per 1 juli 2022 in werking treden. Deze wet regelt dat een deel van de vergunningplichtige bouwwerken onder private kwaliteitsborging tot stand moeten komen. Dit betekent dat een deel van de taken van vergunningverlening voor deze categorie bouwwerken komt te vervallen en dat ook het feitelijke toezicht op de bouw van deze projecten niet meer door de gemeente wordt uitgevoerd. De Wkb roept een aantal nieuwe instrumenten in het leven. Deze nieuwe instrumenten vragen mogelijk om een nieuwe uitvoerings- en handhavingsstrategie. Dit zal in 2021 uitgewerkt worden en dit loopt parallel aan de uitwerking van de invoering omgevingswet.
5.2
Ontwikkeling woonlasten
Voor het jaar 2022 wordt de inflatie op 0,4% gesteld. Hiermee worden de meeste tarieven verhoogd, behalve die waarvoor wettelijke beperkingen gelden. Daarnaast wordt de Afvalstoffenheffing verhoogd met de kosten, die voortvloeien uit de invoering van de gescheiden luierinzameling, waardoor die kosten in totaal met ongeveer 2,3% stijgen. Dit resulteert in het onderstaande beeld. De woonlasten kunnen worden bekeken vanuit het perspectief van de gebruiker van een woning (meestal de huurder), maar ook vanuit dat van de eigenaar van dat pand. Tabel: Belastingen die tot woonlasten voor gebruikers leiden (in €) Jaar
Rioolheffing
Afvalstoffenheffing *
Totaal
2021 2022
190,80 191,52
237,46 242,88
428,26 434,40
Verandering totaal t.o.v. voorgaand jaar 1,43%
Als er sprake is van een woning waarvan de eigenaar ook gebruik maakt, betaalt deze ook Onroerendzaakbelasting (OZB). Tabel: Belastingen die tot woonlasten voor eigenaren/gebruikers leiden (in €). 29
Verandering totaal t.o.v. voorgaand jaar
Jaar
OZB*
Rioolheffing
Afvalstoffenheffing *
Totaal
2021 2022
353,00 355,50
190,80 191,52
237,46 242,88
781,26 789,90
1,11%
Hiervoor genoemde situatie is hieronder verder uitgewerkt naar objecten met verschillende woningwaardes. Tabel: Woonlasten eigenaar/gebruiker bij verschillende woningwaardes (in €). Woningwaarde 2021/ 2022
245.000
300.000
400.000
600.000
1.000.000
Rioolheffing 2021 Afvalstoffenheffing 2021 OZB 2021 Eigenaar/ gebruiker
190,80 237,46 353,00 781,26
190,80 237,46 432,50 860,76
190,80 237,46 576,50 1.004,76
190,80 237,46 865,00 1.293,26
190,80 237,46 1.442,00 1.870,26
267.000
327.000
400.000
872.000
1.000.000
191,52 242,88 355,50 789,90
191,52 242,88 435,00 869,40
191,52 242,88 580,00 1.014,40
191,52 242,88 870,00 1.304,40
191,52 242,88 1.450,50 1.884,90
1,11%
1,00%
0,96%
0,86%
0,78%
Uitgangspunt OZB en Riool +0,4%, Afval +2,3%: Rioolheffing 2022 Afvalstoffenheffing 2022 OZB 2022 Eigenaar/ gebruiker Wijziging t.o.v. 2021
* uitgangspunt Afval is op basis van 14 ledigingen van de restafvalcontainer.
30
6. Investeringen 6.1
Uitwerking investeringen 2022 (IVP) en kansrijke investeringen
In de Programmabegroting 2022-2025 worden de gemaakte keuzes met betrekking tot het investeringsprogramma voor de jaarschijf 2022 aan uw raad voorgelegd. Naast het investeringsprogramma (IVP) 2022 wordt in de Programmabegroting 2022-2025 een inventarisatie opgenomen van kansrijke investeringen voor latere jaren (2023 en later). Deze vormen weer het vertrekpunt bij de voorjaarsnota 2022. Als voorbereiding op de Programmabegroting 2022 en het bijhorende investeringsprogramma worden bij deze voorjaarsnota investeringswensen benoemd, die de komende jaren een rol gaan spelen in het investeringsbeleid. Openstaande investeringen Door omstandigheden kunnen investeringen vertraging oplopen of juist versneld gerealiseerd worden. Voor deze Voorjaarsnota zijn alle openstaande investeringen beoordeeld en realistisch geraamd. Dit komt tot uitdrukking in het kapitaallastenplafond. Bij het bepalen van de vrije ruimte binnen het kapitaallastenplafond is rekening gehouden met meerjarige investeringen waartoe reeds is besloten: Meerjarig vastgestelde investeringen Bedragen x 1000 Programma onderwijshuisvesting periode 2018-2025 € 24,4 mln. Huis van de Stad € 37,6 mln. Investering Sportpark de Braak € 33,38 mln. Nieuwe zwemvoorziening € 13,5 mln. Vervanging sluis 9 € 7,3 mln. Totaal (lasten reeds afgedekt)
31
Herziene investeringsplanning t/m 2020 2021 2022 2023 2024 1.550 2.900 5.200 6.250 5.250 2.547 9.000 15.000 11.060 3.465 3.500 6.000 14.715 2.700 220 600 7.500 5.180 1.060 1.960 3.920 360 8.842 17.960 37.620 37.565 7.950
2025 3.250 3.000
6.250
Investeringsprogramma (IVP) en kansrijke investeringen Zoals aangegeven in de inleiding zijn in de begroting 2021 – 2024 de investeringen uit onderstaande tabel als kansrijk opgenomen. Wijzigingen ten opzichte van die begroting zijn vetgedrukt opgenomen. Over de investeringen die zijn opgenomen in jaarschijf 2022 wordt bij de begroting 2022 – 2025 besloten om hiervoor een krediet te verstrekken. De andere jaren zijn kansrijk en komen in latere jaren in het besluitvormingstraject. Aan de vervangingsinvesteringen is jaarschijf 2025 toegevoegd. Nieuwe afwegingen voor nieuw beleid zijn nog niet in de tabel opgenomen, maar worden afzonderlijk toegelicht. Het investeringsprogramma voor de jaarschijf 2022 heeft invloed op de vrije ruimte van het kapitaallastenplafond vanaf 2023, omdat een investering het volgende jaar na gereed melding pas kapitaallasten gaat genereren. Als nieuwe afwegingen worden toegekend, heeft dit effect op de ruimte in de kapitaallasten. Het investeringsprogramma 2022 en de kansrijke investeringen 2023 en verder: Bedra gen x € 1.000
Investeringsprogramma 2022 Ruimte kapitaallastenplafond t.b.v. kapitaallasten Vervangingsinvesteringen Speelvoorzieningen Wegen regulier (ophoging jaarlijks 1 miljoen) Opwaarderen openbare verlichting Vervanging verkeerregelinstallaties (VRI's) Openbaar groen Vervanging bomen Vervanging natuur en recreatie Vervanging brug Geldropseweg Meerkosten brug Geldropseweg Cofinanciering provincie (bereikbaarheidsakkoord) Rijpelbaan Kasteel Traverse Deurneseweg Vervanging containers Rioleringszorg (kostendekkend via rioolrecht) dekking rioolrecht Onderhoud en vervanging van de ICT-infrastructuur Nieuw beleid Voorbereidingskrediet Jan van Brabant Investering Jan van Brabant (Totaal 17,7 miljoen - 9 miljoen 2026 en 2,7 miljoen 2027) Impuls innovatieve concepten vitalisering bedrijventerreinen Doorontwikkeling Food Tech Brainport Vergroten aantrekkelijkheid Centrum Wijkinvesteringen - herstructurering en leefbaarheidsvraagstukken Regionale Bereikbaarheidsagenda (OUD) Flankerende maatregelen N279 Uitvoering Fietsagenda Helmond (OUD) Ontsluiting sport en beleefcampus de Braak Uitvoering Natuurontwikkeling in kader van B5-bod Verduurzamen gemeentelijk vastgoed Realistische raming investeringsprogramma (excl. dekking)
2022 IVP
2023 2024 2025 Kansrijke investeringen
€ 250 € 250 € 250 € 2.573 € 3.200 € 3.200 € 3.200 € 3.200 € 700 € 700 € 700 € 700 € 400 € 400 € 400 € 400 € 450 € 450 € 450 € 450 € 450 € 450 € 450 € 450 € 150 € 150 € 150 € 150 € 1.600 € - € € 1.000 € - € € -300 € - € € 800 € - € € - € 2.600 € € - € - € 1.500 € 60 € 60 € 60 € 60 € 2.490 € 1.746 € 1.793 € 1.793 € -2.490 € -1.746 € -1.793 € -1.793 € 895 € 405 € 704 € 773 €
750 €
€ € €
6.000
250 € - € 500 € - € € 1.500 € 1.500 € - € 2.000 € 2.000 € 2.400 € 2.400 € 1.800 € 1.800 € 1.500 € 1.000 € € 500 € - € € 317 € 1.000 € € 500 € - € € 250 € 250 € 250 18.662 19.311 15.957 18.349
Beschikbare ruimte kapitaallastenplafond
6.2
750
Totaal
2023
2024 2025 Kapitaallasten 2.435 1.321 2.137
3.323 12.800 2.800 1.600 1.800 1.800 600 1.600 1.000 -300 800 2.600 1.500 240 7.822 -7.822 2.777
€ € € € € € € € € € € € € € € € €
19 € 96 € 30 € 14 € 20 € 20 € 7 € 69 € 43 € -13 € 24 € - € - € 7 € - € - € 158 €
38 € 191 € 60 € 28 € 39 € 39 € 13 € 69 € 43 € -13 € 24 € 78 € - € 13 € - € - € 228 €
55 255 84 38 54 54 18 69 43 -13 24 52 45 19 348
1.500 6.000 250 500 3.000 4.000 8.400 2.500 500 1.317 500 750 72.279
€ € € € € € € € € € € €
- € - € 15 € 30 € - € - € 104 € 65 € 55 € 14 € 30 € 15 € 821
45 € - € 15 € 30 € 90 € 87 € 207 € 108 € 54 € 57 € 30 € 30 € 1.601
83 15 30 165 153 261 98 54 47 30 42 2.121
-281
16
1.614
Toelichting vervangingsinvesteringen
Binnen de investeringen wordt onderscheid gemaakt in vervangingsinvesteringen, die vrijwel jaarlijks om een nieuwe investering(stranche) vragen en incidentele investeringen als gevolg van nieuw beleid, waarbij vervanging niet periodiek aan de orde is. De vervangingsinvesteringen hebben een noodzakelijk karakter en hebben een hogere prioriteit dan de investeringen als gevolg van nieuw beleid. Voor de vervangingsinvesteringen is jaarschijf (2025) toegevoegd. Een tweetal investeringen (vervanging brug Geldropseweg en ICT-infrastructuur) wijzigen ten opzichte van de oorspronkelijke raming:
32
Meerkosten vervanging brug Geldropseweg Bij de eerste globale raming is rekening gehouden met vervanging van het brugdek en verbreding van het fietspad. Het beschikbare budget van € 1,8 miljoen is hiervoor toereikend. Echter is toen niet onderzocht of de onderbouw van deze brug nog (her)bruikbaar is en of deze de extra belasting vanwege de verbreding van het brugdek aan kan. Aanvullende inspecties laten zien dat de bestaande onderbouw grotendeels gehandhaafd kan blijven maar wel versterkt en aangepast dient te worden voor veilig hergebruik. Onderhoud en vervanging van de ICT-infrastructuur Om het huidige niveau van bedrijfsvoering en het digitale serviceniveau van de dienstverlening in stand te houden zijn de komende jaren vervangingen op het gebied van digitalisering, automatisering en huisvesting reguliere vervangingsinvesteringen noodzakelijk.
6.3
Nieuwe afwegingen
Behalve genoemde vervangingsinvesteringen, die noodzakelijk zijn voor het in stand houden van een bestaand voorzieningenniveau, zijn aanvullend investeringen nodig om nieuwe ambities te realiseren. Deze zijn nog niet opgenomen in bovenstaande tabel en voor een tweetal investeringen (regionale bereikbaarheidsagenda en uitvoering fietsagenda Helmond) wordt een aanpassing van de beschikbare bedragen voorgesteld. Daarnaast is de huisvesting Jan van Brabant Molenstraat toegevoegd. In raadsvoorstel 23 van 13 april van dit jaar heeft u besloten de financiële gevolgen van de gekozen nieuwbouwvariant nader uit te werken in de voorjaarsnota en de meerjarenbegroting 2022-2025. De optie tot doordecentralisatie is opgenomen in paragraaf 3.1.2 omdat die optie gevolgen heeft voor onze exploitatiebudgetten. Als de gemeente ervoor kiest om zelf de nieuwbouw te realiseren, moeten we daar in onze investeringsbudgetten rekening mee houden. Vandaar dat hiervoor een voorbereidingskrediet is opgenomen en vanaf jaarschijf 2025 het bedrag wat nodig voor de nieuwbouw. Evenemententerrein Berkendonk Het college heeft vorig jaar besloten onderzoek te doen naar de realisatie van een (volwaardig) evenemententerrein in Berkendonk. Inmiddels zijn er een aantal scenario’s in beeld. Voordat hier een keuze uit gemaakt wordt, is het belangrijk om een zorgvuldig planproces te doorlopen.
Hierin worden betrokken partijen (o.a. evenementenbranche en huidige gebruikers Berkendonk) en uw raad meegenomen. Met de uitkomst van deze belangenafweging zal een definitieve keuze gemaakt worden en kan tot uitvoering worden overgegaan. Op z’n vroegst in 2022 zou dan gebruik kunnen worden gemaakt van dit nieuwe evenemententerrein. Gulden Land en landschapspark Kloostereind De visie op beide projecten zijn eerder door uw raad vastgesteld. ’t Gulden Land is een samenwerking van Helmond, Laarbeek en het waterschap. Voor de deelprojecten ‘Beekherstel Gulden Aa’ en “inrichting de Bundertjes” zijn middelen beschikbaar. Voor de rondgang in combinatie met de Waterboulevard en het beleefbaar maken van ’t Gulden Huys zijn echter nog geen middelen gereserveerd. De rand van ’t Gulden Land leent zich voor relatief intensief recreatief gebruik. Momenteel zijn we bezig met de planvorming om dit recreatiepad aan de buitenrand van het gebied verder vorm te geven. Dan wordt ook onderzocht hoe een echte ronde rondom het gebied gemaakt kan worden. Dit verharde recreatie pad zou dan goed toegankelijk en aantrekkelijk zijn voor (snel)fietsers, skeeleraars, scootmobiels, hardlopers en wandelaars. Vanaf die ronde rondom het gebied wordt ook onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om het gebied in te gaan. In het middengebied is het recreatief gebruik extensiever.
De meeste paden in het gebied zijn voor 33
voetgangers. Tenslotte worden de mogelijkheden ten aanzien van recreatie op en aan het water van de Oude Zuid-Willemsvaart verder onder de loep genomen. Dit om de Waterboulevard extra aantrekkelijk te maken. De naamgeving van het gebied is te danken aan het voormalige Gulden Huys. Er worden plannen uitgewerkt hoe dit Gulden Huys zichtbaar gemaakt kan worden. Ook voor uitvoering van de visie Landschapspark Kloostereind voor de gemeentelijke projecten binnen het uitvoeringsprogramma zijn middelen nodig. Regionale Bereikbaarheidsagenda Voor de bereikbaarheidsagenda is in het investeringsprogramma tot en met 2028 jaarlijks € 1,8 miljoen beschikbaar. De uitgaven volgen voor een belangrijk deel het kasritme van de fietsagenda, omdat een deel van de fietsprojecten ook onderdeel uitmaakt van de regionale Bereikbaarheidsagenda. Verder worden de Helmondse middelen voor uitvoering van de regionale bereikbaarheidsagenda bepaalt doordat Helmond volgend is op de uitvoering van een aantal regionale/provinciale projecten (N279, N612, N270). Ten opzichte van de oorspronkelijke planning wordt een aanpassing van het uitgavenschema voorgesteld. Uitvoering Fietsagenda Helmond Voor de uitvoering van de fietsagenda zijn in het huidige investeringsprogramma alleen in de jaarschijf 2022 middelen beschikbaar.
Aanvullende middelen zijn nodig voor latere jaren en de bedragen voor de uitvoering van de fietsagenda zijn gewijzigd op basis van geactualiseerde ramingen en planningen van de fietsprojecten. Fietspad Brouwhuis-Asten incl. tunnel De pm-post betreft de recreatieve fietsroute Brouwhuisse Heide inclusief kruising Rochadeweg. Hiervoor zijn nog geen kosten bekend (wordt aan gewerkt). Er ligt een schetsontwerp voor het deel ter hoogte van N279 en aansluiting met de Rochadeweg. Dit is inclusief een fietstunneltje onder de Rochadeweg ter hoogte van de nieuwe aansluiting met de N279 (als onderdeel van het provinciaal inpassingsplan). Met de Provincie wordt nog overleg gevoerd over haalbaarheid en de kostenverdeling. Vervanging VRI’s Bij het vaststellen van het Integraal beheerkader en de assetsheet Verkeersregelinstallaties in 2020 is aangegeven dat in 2021 er een verdere uitwerking wordt gegeven aan de vervangingsopgave. Hierbij brengen we ook in beeld of de beschikbare middelen voor vervanging nog toereikend zijn. Een aantal ontwikkeling liggen hieraan ten grondslag: - Door ombouw van de verkeersregelinstallaties naar slimme verkeersregelinstallaties nemen de kosten voor vervanging toe; - De ombouw van de verkeersregelinstallatie van koper naar glasvezel vragen een investering; - De kosten voor materieel en materiaal zijn sterk toegenomen; - De vervanging komt in pieken.
Waarbij er de komende jaren relatief veel verkeersregelinstallaties vervangen moeten worden. In de 2e helft van 2021 hebben we in beeld wat de vervangingsopgave is en of de beschikbare middelen hiervoor toereikend zijn. Mogelijk kan dit leiden tot een aanvraag voor extra middelen.
34
7. Risico's 7.1
Overzicht van risico’s
De inventarisatie van de risico’s en daarmee de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit geschiedt binnen de gemeente Helmond door de specifieke risico’s financieel te kwantificeren en algemene risico’s te benoemen. De specifieke risico’s zijn risico’s die van toepassing zijn op Helmond. Allereerst wordt een inschatting gemaakt van de kans dat dit risico zich voordoet. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Leningen en borgstellingen (factor 0,05); Zeer klein (factor 0,1); Klein (factor 0,25); Midden (factor 0,5); Groot (factor 0,7); Zeer groot (factor 0,9). Voor een aantal risico’s zijn al beheersmaatregelen genomen. De kwantificering van deze beheersmaatregel brengen we in mindering op het risico. Per saldo ontstaat dan een restrisico. Het totaal aan restrisico resulteert dan in de benodigde weerstandscapaciteit. Naast de specifieke risico’s kennen alle gemeenten ook algemene risico's, bijvoorbeeld door macroeconomische ontwikkelingen. Voor algemene risico’s is het nog niet mogelijk de eventuele financiële omvang te kwantificeren. Indien deze risico’s voor de gemeente Helmond leiden tot meer specifieke en kwantificeerbare risico’s worden ze financieel vertaald en opgenomen bij de specifieke risico’s. Een algemeen risico wat momenteel erg actueel is en om die reden hier apart benoemd wordt, is het internationale tekort aan bouwmaterialen.
Dit leidt tot hoge bouwkostenstijgingen en schaarste op de markt voor de levering van diverse bouwmaterialen. Als gemeente lopen een risico op hogere prijzen bij aanbestedingen en een onvoorspelbare markt. Het kan daardoor voorkomen dat de huidige budgetten niet meer toereikend zijn. Eventuele extra benodigde ruimte kunnen we nu nog niet inschatten. Specifieke risico's Onderstaand het overzicht van de gekwantificeerde risico’s op basis van de actualisatie bij de jaarrekening 2020.
35
(bedragen x € 1.000)
Nr.
Risico's
I/S
kans
Grondslag risico's
Beheersing Dekking Restrisico
1.
Juridische claims
I
0,50
150
75
2a.
Open einderegeling WMO/Jeugd
I
0,50
2b. 2c. 3a. 3b. 4. 5. 6. 7. 8.
Participatiewet BUIG I Ontwikkeling Beschermd Wonen Verstrekte geldleningen I Borgstellingen I Leegstand Vastgoed I Vennootschapsbelasting I/S Regeling Specifieke Uitkering Sport S Fiscale claims I Calamiteiten I
0,10 0,05 0,05 0,10 0,30 0,30 0,20 0,10
Reserve 1.200 Sociaal Domein 2.790 Reserve I-deel PM 19.400 47.700 5.500 1.000 80 PM 8.000
9.
Claim afval
0,50
1.900
10.
Corona Risico's Algemeen Grondbedrijf Risico's Grondbedrijf
0,50
3.400
11.
I
Reserve Afvalstoffen
600
0
279
0 PM 970 2.385 550 300 24 PM 800
950
0 1.700 6.804 48.200 48.200
48.200 48.200
Totale restrisico Algemeen en Grondbedrijf
55.004
Voor een verdere toelichting op de bovenstaande risico’s verwijzen we naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de nog toe te zenden jaarrekening 2020.
7.2
Omvang weerstandsvermogen
De weerstandscapaciteit is te omschrijven als de omvang van de direct beschikbare financiële middelen om onverwachte financiële tegenvallers op te vangen. De beschikbare weerstandscapaciteit kent zowel een incidentele als een structurele component. Voor de bepaling van de beschikbare weerstandscapaciteit wordt normaliter uitgegaan van de stand bij de jaarrekening 2020. Echter worden dan een aantal ontwikkelingen, die via de algemene reserve lopen en waarover bij de Programmabegroting 2021 besloten is (zoals het toevoegen van de financieringsreserve aan de algemene reserve en de impuls voor corona), niet meegenomen. Vandaar dat de stand voor de Programmabegroting 2022 is opgenomen: (bedragen x € 1.000)
Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve vrij aanwendbaar
66.590
Algemene reserve grondbedrijf
60.123
Post onvoorzien incidenteel
250
Incidentele weerstandscapaciteit
126.963
Onbenutte belastingcapaciteit *
2.100
Structurele weerstandscapaciteit
2.100
Totale weerstandscapaciteit
129.063
* Onder voorbehoud
36
Incidentele weerstandscapaciteit € 127 miljoen De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit het vrij aanwendbaar deel van de algemene reserve, de algemene reserve grondbedrijf en de begrotingspost voor onvoorziene tegenvallers. Structurele weerstandscapaciteit € 2,1 miljoen De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de onbenutte belastingcapaciteit. De gemeente Helmond kan haar belastingen verhogen en haar heffingen kostendekkend maken om financiële tegenvallers op te vangen. De omvang van de onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte tussen de feitelijke opbrengst uit het totaal van de onroerendezaakbelasting, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing enerzijds en de opbrengst die de gemeente zou moeten realiseren als zij een beroep zou doen op een aanvullende bijdrage op grond van artikel 12 van de Financiële verhoudingswet (de zogenaamde artikel 12-norm) anderzijds. De onbenutte belastingcapaciteit is als volgt berekend: (bedragen x € 1 mi l joen)
Belastingcapaciteit (x € 1.000)
Huidige inkomsten Maximale inkomsten*
Onbenutte capaciteit
OZB
23,61
25,71
2,10
Afvalstoffenheffing
10,60
10,60
0,00
Rioolheffing
8,97
8,97
0,00
Totaal
43,18
45,28
2,10
* Dit is de opbrengst aan OZB-belastingen, wanneer de tarieven gelijk zouden zijn aan de artikel 12-norm (0,1809% van de WOZ- waarde). Voor Afvalstoffen- en Rioolheffing geldt dat kostendekking wordt bepaald op begrotingsbasis, hierdoor kunnen de cijfers bij de begroting afwijken.
7.3
Ratio’s
Ratio weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (middelen die beschikbaar zijn om risico’s te dekken) en benodigde weerstandscapaciteit (de risico’s die de gemeente loopt) van de gemeente Helmond. Deze relatie wordt uitgedrukt in een ratio weerstandsvermogen. Voor de gemeente Helmond bedraagt deze: € 129 miljoen / € 55 miljoen
=
2,35
Een ratio die lager is dan 1,0 duidt op een kwetsbare financiële positie omdat de beschikbare weerstandscapaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. De berekende ratio van 2,35 voldoet aan de streefwaarde zoals opgenomen in de financiële verordening van minimaal 1,5. Financiële positie Met financiële kengetallen kan de financiële toestand van de gemeente worden gemeten en beoordeeld. Kengetallen stellen het bestuur in staat snel inzicht te krijgen in de stand van zaken op een aantal deelgebieden. Voor de begroting 2021 zijn vijf kengetallen berekend die het volgende beeld geven:
37
Financële kengetallen
Jaarstukken
Begroting
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
2023
Begroting 2024
1.a Netto schuldquote
30,5%
47,4%
52,6%
57,4%
52,2%
1.b Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
25,3%
47,4%
52,6%
57,4%
52,2%
2.
Solvabiliteitsratio
48,9%
41,1%
39,4%
37,0%
37,6%
3.
Structurele exploitatieruimte
3,5%
1,6%
-0,2%
-0,4%
0,1%
4.
Grondexploitatie
34,1%
25,1%
21,3%
18,6%
18,0%
5.
Belastingcapaciteit
98,2%
100,5%
100,5%
100,5%
100,5%
De financiële positie kan beoordeeld worden aan de hand van de ratio’s solvabiliteit en netto schuldquote. Bij de herziening van het financieel beleid zijn normen vastgesteld voor de financiële positie. Om aan te sluiten bij de gemiddelde ratio’s gemeenten met een vergelijkbare grootte, is de solvabiliteit minimaal 30% en de netto schuldquote 75%. Door de financiële positie te visualiseren is in één oogopslag duidelijk hoe de gemeente Helmond ervoor staat. De groene lijn illustreert onze norm en de kleurvakken sluiten aan op de signaleringsgrenzen van de provincie.
38