CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raadsvergadering 11 april 2023

Gemeenteraad 11 april 2023, gemeente HelmondBij agendapunt: Verslag en besluitenlijst31.713 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

En dan kijk ik even naar de voorzitter of het handig is één voor één te doen, of allemaal tegelijk? De voorzitter: Ja, hoeveel hebt u er? Stuk of vijf hè? Nou, dat is misschien goed toch één voor één te doen, want anders dan … Maar ze zitten wel op Notubox als het goed is hè? Dit is het eerste amendement, gaat over

kleinschalige opvang. Er wordt opgeroepen om 1C te vervangen. 1C, en gaat de verkenning naar de mogelijkheid om maximaal 250 asielzoeker op te vangen voor een duur van maximaal tien jaar binnen de gemeente Helmond. Te vervangen: 1C, een verkenning naar de mogelijkheid om maximaal 250 asielzoekers op te vangen voor de duur van maximaal tien jaar binnen de gemeente Helmond. Waarbij expliciet gekeken wordt naar dat spreading, spreiding denk ik. Ik snapte hem helemaal niet. Spreiding over meerdere kleinere locaties. En 2B, de locatie is geschikt voor maximaal 250 personen in verband met de gemeentelijke opgave van 341, dat te vervangen door: 2B, de locatie is geschikt voor maximaal vijftig personen en de ruimtelijke vraag dient passend te zijn. Oh ja. De ruimtelijke vraag van het COA was anderhalve hectare, en dat moet passend zijn. Oké. Deze is voldoende ondertekend, maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. De volgende. De heer De Greef: Dank u wel, voorzitter. De volgende gaat over veiligheid. Bij iedere opvanglocatie moet veiligheid vooropstaan. Dat betekent dat de plek waar de opvang komt goed door politie, boa’s en handhavers moet kunnen worden bereikt. De voorzitter: Mijnheer De Greef, excuus. Ik zie daar de heer Van Geel heeft nog een vraag denk ik over dit amendement. De heer Van Geel: Ja, over de vorige inderdaad nog. Er is er nog maar één.

De vraag is, die 250 die het COA wil graag grootschalige opvang, waarschijnlijk ook omdat ze het of organisatorisch niet aankunnen of te weinig budget hebben. Hebben jullie intern binnen de VVD ook al aan jullie landelijke broeders gevraagd of ze daar ook iets mee willen doen? De heer De Greef: Nee, wij hebben op dit moment nog geen overleg gehad met onze landelijke broeders, zoals u ze noemt. En voor ons is ook eerst belangrijk wat we in Helmond willen, eerst eens kijken of daar steun voor is. En laten we dan met het COA gaan onderhandelen. In die volgorde. De voorzitter: Ja, dank je wel. De heer Fkihi. De heer Fkihi: Mijnheer De Greef, ik had de volgende vraag. Waarom vindt u veiligheid nou per se de belangrijkste als het gaat om de opvang van asielzoekers? Kunt u dat uitleggen? De heer De Greef: Ik heb niet gezegd dat ik dat het belangrijkste vind, ik heb gezegd dat ik het ook heel belangrijk vind. Boven alle randvoorwaarden die er al zijn. Wij vinden veiligheid belangrijk, omdat dat goed is voor de mensen die in het asielzoekerscentrum zitten, want ook daar worden mensen zo nu en dan wel eens bedreigd. Het is niet alleen maar naar externen toe, het is ook intern. En juist mensen moeten veilig opgevangen worden. En er moet ook voorkomen worden dat er overlast in de wijk kan ontstaan.

Het wil niet zeggen dat dat altijd zo is, maar daarom is voor ons het van belang dat die veiligheid op orde is, om die kans zo klein mogelijk te maken. De voorzitter: Oké, u vervolgt. Want u was een amendementen aan het indienen over veiligheid. De heer De Greef: Ja, zeker. Even kijken, waar was ik gebleven? Dat BOA's en handhavers, dat dat op niveau moet zijn. Dat waar nodig cameratoezicht wordt ingezet en dat ook de BOA- en politiecapaciteit in de omliggende wijk op orde is. Nog steeds zijn er wijken waar te weinig capaciteit is in de vorm van wijkagenten. Helaas. Dat moet eerst op orde, en naar ons oordeel moet dat dus ook met het Rijk worden uit onderhandeld. Als wij, tussen aanhalingstekens, de problemen van het Rijk oplossen, waar wij dus voor zijn, dan mag het Rijk ook over de brug komen. En ook dat kan onderwerp van onderhandeling zijn. Wij werken mee. Oh, sorry, dat

heb ik net gezegd. Het één kan niet zonder het ander. En dat geldt ook wanneer een opvanglocatie net buiten onze gemeentegrens wordt geplaatst, maar de omliggende opvangvoorwaarden vooral door Helmondse wijken worden ingevuld. Ook om die reden hebben wij een amendement over veilige opvang dit keer. De voorzitter: Dank u wel, de heer De Greef. Dat is een amendement. Dat is het raadsvoorstel 043 als volgt te wijzigen. Eén, Onder punt M wordt de punt aan het einde vervangen door een puntkomma. Twee, een nieuwe punt N in te voegen dat luidt: Opvang geschiedt niet in wijken waar de inzet van de wijkagent niet voldoet aan de wet dan wel de norm. Alsmede wanneer de impact van de opvang vooral rust op een nabijgelegen wijk waar de inzet van politie en BOA’s niet op orde is. Is voldoende ondertekend en maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. U vervolgt uw betoog. De heer De Greef: Geen vragen? De voorzitter: De heer Van den Boogaard heeft nog een verduidelijkende vraag rondom dit amendement. De heer Van den Boogaard: Ja, dank u wel. Ik vraag me af of dit amendement überhaupt wel uitvoerbaar is, want er moet voldaan worden aan een norm van tachtig procent beschikbaarheid in de wijk. Nou, volgens mij wordt dat nergens gehaald. Dus volgens mij kan dit helemaal niet eens. Of u moet zorgen dat er structureel heel veel politie bijkomt. Maar dat moet dan landelijk geregeld worden.

Kunnen we niet in Helmond. De voorzitter: De heer De Greef. De heer De Greef: Daarom zei ik net, precies hè. Wij gaan nu deels een probleem voor het Rijk oplossen. Laat het Rijk dan ook over de brug komen. Dit is ook een norm die gewoon in de Politiewet vastligt, dus het Rijk moet daar ook gewoon simpelweg aan voldoen. Punt. De heer Van den Boogaard: Nee, maar dan kun je ook niet van ons eisen, als u zegt: dat doen ze niet. Dat wij voor hen andere problemen wel oplossen. Dat is in ieder geval ons standpunt. De voorzitter: Oké. Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Volgens mij gaat de lokale VVD gewoon eigenlijk omdraaien. Wij zijn hier gewoon afhankelijk van wat er landelijk gebeurt. Dus wij zitten nu met deze aankomende Spreidingswet, en de opvang van vluchtelingen. En ik ben bang als u deze amendementen wilt handhaven, dat we het straks net als met die coffeeshops, krijgen allerlei belemmeringen waardoor gewoon nergens geen locatie meer mogelijk is. De heer De Greef: Nou ja, wij betwijfelen of daar überhaupt al sprake is dat het dan niet mogelijk is. Waarom zou het niet mogelijk zijn? Waarom kan politie-inzet niet op orde worden gebracht als je dat met het Rijk kunt bespreken? Mevrouw Maráczi: Ja. Waarom is het dan nog steeds niet geregeld? De heer De Greef: Nee, ik ben het helemaal met u eens hè. Dat … De voorzitter: Mag het via de voorzitter, ja?

De heer De Greef: Voorzitter, voor mevrouw Maráczi. Nu hebben we misschien eindelijk een keer een onderhandelingspositie die we jaren niet gehad hebben. Zo werkt onderhandelen ook, daar moet je ook zo nu en dan gebruik van maken. In ieder geval naar ons standpunt. De voorzitter: U hebt een interruptie van uw eigen VVD. De heer Van de Brug: Nee, geen interruptie. Een opmerking, in aanvulling op wat mevrouw Maráczi zei. Ik heb zojuist een wethouder horen zeggen dat er keiharde garanties zijn, dat er bij de 24-uursopvang het allemaal goed geregeld is. En nu twijfelt u dat een gemeente keiharde garanties kan geven dat het bij een opvang van vluchtelingen goed geregeld is. Ik bedoel, waar praten we hier over? Dat is toch iets wat we zouden kunnen regelen als gemeente? Wij vragen alleen: regel dat goed van tevoren. Wat u in feite ook vraagt, en andere mens ook vragen bij de 24-uursvoorziening. De voorzitter: Oké. De heer ‘…’. Mevrouw Maráczi: Volgens mij was dat een reactie op mij. Ik twijfel nergens aan, de VVD … De voorzitter: Ik ga over het woordvoerderschap. Dus u twijfelt … Mevrouw Maráczi en dan de heer Van Geel. Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Ik twijfel daar niet aan, maar de VVD komt hier met een motie, die er dus wel aan twijfelt en dat alles niet kan. Ik denk dat het heel normaal is dat er net als bij een 24-uurslocatie bij een azc extra beveiliging komt.

Dat hoort er gewoon bij. De voorzitter: De heer Van Geel. De heer Van Geel: Ja. Ik voel me hier enigszins ongemakkelijk bij, want in principe zegt u nu dat u keihard gaat onderhandelen over de ruggen van de mensen die opgevangen moeten worden. En daar voel ik me niet helemaal prettig bij, wou ik even gezegd hebben. De voorzitter: Waarvan akte, dank u wel. De heer De Greef. De heer De Greef: Die laat ik volledig voor uw rekening, want dat is niet wat ik gezegd heb. Laat dat duidelijk zijn. Dan ga ik verder. Over pilots, we zijn positief als VVD, staan we tegenover het willen voeren van pilots om te kijken of vluchtelingen niet sneller aan het werk of de inburgering kunnen worden geholpen. Dat draagt bij aan de veiligheid. Het biedt mensen een toekomstperspectief en dat leidt gemiddeld genomen tot minder overlast. Wel hopen wij dat hiermee het reguliere onderwijs niet onder druk om te staan. Een puntje over de betrokkenheid van onze inwoners. Het laatste zorgpunt dat wij hebben is hoe die inwoners en andere belanghebbenden betrokken worden bij de besluitvorming. Naar ons oordeel gaat dat niet om uitsluitend een aantal informatierondes nadat het besluit is gevallen, ook al is dat ook heel belangrijk. Nee, onze inwoners die verdienen het dat ze mee kunnen praten over de opvang en de randvoorwaarden hiervoor. Dat leidt tot meer democratisch draagvlak.

Laten we de tijd die er nu nog is voordat de verplichtingen worden opgelegd, vooral ook daarvoor gebruiken. En om die reden hebben we ook hiervoor een motie. De voorzitter: Dank u wel. Dat betreft een motie, participatie bij opvang vluchtelingen. Ik lees even het dictum voor. Draagt het college op zo spoedig mogelijk een participatietraject te starten om inzichtelijk te krijgen waar de angsten, veronderstelde problemen en andere problemen bij onze inwoners zitten om deze zoveel

mogelijk weg te kunnen nemen voordat daadwerkelijk tot het openen van een AZC wordt besloten. De raad te informeren over de uitkomst van dit traject, voordat tot het openen van een AZC wordt besloten. Oké. Deze maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. Dank u wel. De heer Van Geel. De heer Van Geel: Ook hier weer een vraag over. Dus in principe, ik probeer hem te duiden hè, in principe wilt u aan de mensen gaan vragen waar liggen uw angsten? In plaats van … De voorzitter: Even via de voorzitter. Laat hem even de vraag afmaken. De heer Van Geel: In plaats van in te gaan op wat zijn uw wensen. Ik vind hem vreemd geformuleerd, laat ik het zo zeggen. De voorzitter: Uw vraag is dan? De heer Van Geel: Of de heer daar ook zo over denkt, dat het toch een beetje een vreemde formulering is. De voorzitter: De heer De Greef. De heer De Greef: Nou, laat ik daar twee dingen over zeggen. Als het de formulering is wil ik graag met u praten over de woorden en of we die aan kunnen passen. Als dat ertoe leidt dat er steun komt. Ik vind formulering niet raar, anders had ik hem niet gekozen. Omdat er heel veel mensen angsten hebben, en het ook mooi zou zijn als we die angsten weg kunnen nemen. Dat is waar de motie toe oproept, hè. De motie zegt niet: we gaan het niet doen. De motie zegt niet: als mensen niet willen dan doen we het niet.

De mensen … De motie zegt alleen: als mensen angst ervaren, problemen voorzien, kunnen we die zoveel mogelijk wegnemen. En dat doe je door met mensen te praten en daarnaar te kijken. Dat is het enige waar de motie toe oproept. De voorzitter: Ik kijk even naar de zijde van de gemeenteraad. Ja, mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Ik vraag me even af, want volgens mij hebben wij ook wel enige ervaring ondertussen met de opvang van vluchtelingen, en ik vraag me dan af of de VVD daar dan ergens iets gemist heeft. Want volgens mij is daar ook geparticipeerd met de omwonenden. De heer De Greef: Vooral is het daar zo dat vooral omwonenden veel geïnformeerd zijn, vaak ook achteraf, en soms leidt dat ook tot draagvlak. Maar het is niet voor niks dat de komst, dat kunt u op de COA-website lezen, dat de komst van dit soort centra bijna altijd tot gedoe leidt, in sommige gemeenten zelfs eerder al, en dan hebben we het al over de eerdere opvangfase, tot rellen en dergelijke. Nou volgens mij moeten we dat ten koste van alles zien te voorkomen en dat is de bedoeling van de motie, om dus vroegtijdig met mensen in gesprek te gaan. De voorzitter: Mevrouw Tamarinof.

Mevrouw Tamarinof: Even voor mijn beeld: u wilt dat eigenlijk doen voordat er een locatie zou zijn, toch? Maar is het dan niet … Ik bedoel, ik denk niet als je het nu zo aan de hele stad zou vragen dan zijn dat denk ik angsten die mensen hebben, die eigenlijk al wel bekend zijn. Want dat zijn eigenlijk altijd wel een beetje dezelfde. Is het dan niet goed … Dat soort informatie hebben we al. Dat je pas als er locaties in beeld zijn, dat je dan veel specifieker op de gebieden in kunt gaan? Dat er nu niet zo heel veel nieuws uit zou komen, uit zo’n onderzoek.

De heer De Greef: Voor ons komt daar niets nieuws uit. Het is en-en hè. Dat wil niet zeggen als er straks een locatie wordt aangewezen, dat je niet opnieuw met de mensen die daaromheen wonen in gesprek kunt gaan. Wat wij willen, en misschien zijn sommige dingen al wel helder, maar die vullen wij soms ook voor mensen in. Dat mensen zelf het gevoel hebben dat ze gehoord worden. Dat is ook één van de kenmerken van participatie, dat mensen het gevoel hebben inbreng te doen en dat daar iets mee gedaan wordt. En nu zitten we in de fase dat we er nog iets mee kunnen doen. Op het moment dat de locatie is aangewezen, kunnen we er nog weinig mee. Dus vandaar deze tweetrapsraket. De voorzitter: De heer Fkihi. De heer Fkihi: Mijnheer De Greef, we hebben allemaal gezien voor de komst van de amv’ers, alleenstaande minderjarige vreemdelingen, dat de inwoners van Helmond-west werden daarbij betrokken, er werden heel veel lelijke dingen gezegd, heel veel onderbuikgevoelens. Uiteindelijk bleek het tegendeel waar. Zo jammer is dat. Maar stel dat bij zo’n bijeenkomst, bij zo’n participatie, heel veel van dat soort lelijke dingen gezegd worden en men is faliekant tegen. Wat doet u dan? De voorzitter: De heer De Greef. De heer De Greef: Volgens mij is deel bij participatie. Daarom heb ik ook gezegd: je luistert en probeert het zoveel mogelijk weg te nemen. Je kunt niet alles wegnemen.

Mensen die bepaalde vooroordelen hebben, die zul je daar ook niet snel van afbrengen. Wat je wel kunt doen bij zo’n sessie, wat u eigenlijk nu aan mij vertelt, aan die mensen vertellen: we hebben die locatie daar gehad, daar is het zo gegaan. Dat heeft niet tot problemen ... En wie weet neemt dat bij een aantal de weerstand wel weg. Kijk, ik leef ook niet in de droom, laat ik dat vooropstellen, als dat misschien bij u het beeld is, dat met participatie en een vroegtijdig gesprek alles bij iedereen weg wordt genomen. En alle 95 duizend Helmonders in de polonaise gaan voor de opvang. Dat idee heb ik ook niet. Maar in ieder geval dat je een deel van de angsten hopelijk weg kunt nemen, of mensen kunt overtuigen. De voorzitter: Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Ik snap het even niet meer. Dit gaat dus niet over als er al een locatie bekend is, maar gewoon in het … Ja. Maar hoe ziet u dat dan concreet voor zich? De voorzitter: De heer De Greef. De heer De Greef: Voorzitter, ik zie dat heel concreet voor me. Er is op dit moment nog geen locatie voorhanden, dus er is op dit moment ook nog tijd om daarover na te denken, hoe we die participatie gaan invullen. Er liggen nog geen concrete voorstellen, in ieder geval niet voor alle opvang, voor, dus als we morgen starten met een participatietraject hebben we alle tijd om dat nog mee te wegen. De voorzitter: Mevrouw Meulenbroek.

Mevrouw Meulenbroek: Ja. Het verbaast mij ook een beetje. Want wat ik dan mis in uw amendement, is dat u daar ook even de kosten bij zet. Want de VVD is toch altijd echt ook op de kosten. En heel breed hè. Het is al een paar keer genoemd. Zonder een gebied, over heel Helmond een referendum of een enquête of een participatietraject of overlegtafels, of wat we ook gaan organiseren. Dat brengt natuurlijk de nodige kosten maar ook de nodige onrust met zich mee. En, zoals mijn partijgenote mevrouw Tamarinof al roept: wat levert

dat op, wat worden we dan wijzer? Behalve al die onderbuikgevoelens en zoals mijnheer Fkihi naast mij zegt al die nare dingen die dan gezegd kunnen worden. Wat moeten we daar dan mee? Er is niets zo erg als verwachtingen wekken waar we weinig mee kunnen. De voorzitter: Mevrouw Maráczi nog. Mevrouw Maráczi: Ik wil ook nog even een opmerking maken. Want communiceren met elkaar en participeren zijn twee verschillende dingen. En participatie is niet alleen met elkaar in gesprek gaan, maar participatie is ook als er straks een locatie komt, dat je dat samen met de omwonenden zo goed mogelijk in gaat vullen. Dat is participeren. De voorzitter: De heer Heller. De heer Heller: Dank u wel, voorzitter. In aansluiting op wat mevrouw Meulenbroek vraagt aan de VVD, als het gaat over kosten. Ik denk dat het een heel zorgvuldig traject kan zijn om te zorgen dat we met allerlei mogelijke dingen rekening houden, om te kijken dat we dus niet blindelings één of andere verplichting aangaan. En daarmee kunnen we enorm grotere kosten voorkomen. Dus ik vind het zeker de investering waard. De voorzitter: Oké. We gaan even tot afronding komen op dit punt, wat is participatie en hoe u daartegen aankijkt. De heer De Greef: Dank u, voorzitter. Volgens mij is participatie, eerst in antwoord op vragen van de SP, breder dan de ene opvatting die u heeft.

Het college ziet participatie bijvoorbeeld ook heel vaak als alleen maar informeren. Dat is de allereerste stap die vaak gevolgd wordt. Dat staat ook in de participatieladder die we eerder met elkaar in de commissie besproken hebben. Dit is één van de varianten daarop. En nogmaals, ik zei net al, het is een tweetrapsraket. Dat laat onverlet dat tegen de tijd dat er een locatie geselecteerd is, je dan nog steeds met omwonenden weer het gesprek voert. Het is en-en. En de kosten waar mevrouw Meulenbroek op wijst, kosten gaan bij een democratisch proces die zijn er altijd. Dat is het hele idee van een democratisch proces. Als we dat niet willen, zouden we überhaupt nooit aan participatie moeten doen. Volgens mij heb ik als VVD constant ingebracht hoe belangrijk wij participatie vinden. Dus ja, zoals ook de heer Heller zegt, het mag wat geld kosten. Als daarmee draagvlak vergroot wordt, want dat is het doel, en dat is oprecht wat wij denken dat gebeurt als je wel met mensen in gesprek gaat, in plaats van dat wij hier voor hen bedenken wat goed voor ze is. Dat dat tot uiteindelijk minder kosten zal leiden. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan mag u doorgaan met uw betoog. De heer De Greef: Even kijken. Nou, dan hebben we er nog eentje over de Gulbergen. De Gulbergen is natuurlijk een beetje een atypische opvanglocatie.

Die ligt niet in Helmond, maar hij heeft wel veel gevolgen voor één van onze wijken. En als wij naar de randvoorwaarden van het college kijken, zoals die in het voorstel staan, en zeker als die aangevuld zouden worden door onze randvoorwaarden, dan voldoet de Gulbergen daar in de verste verte niet aan. En wij vinden dan ook dat wij als Helmond niet zomaar moeten instemmen in Metropoolregioverband met het vestigen op de Gulbergen. Even los van of de raad van Nuenen nu wel of niet tot een ander oordeel komt. Want tot op heden zijn ook zij tegen. En om die reden ook een motie voor de Gulbergen.

De voorzitter: Oké, dank u wel, de heer De Greef. De motie die ingediend wordt dictum draagt als volgt: draagt het college op niet in te stemmen in het algemeen bestuur van de Metropoolregio Eindhoven met de vestiging van een AZC op de Gulbergen. En gaat over tot de orde van de dag. Voldoende ondertekend en maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. De heer Van den Boogaard heeft een aanvullende vraag hierop denk ik. De heer Van den Boogaard: Dank u wel, voorzitter. U geeft aan dat u geen vluchtelingenopvang wil op de Gulbergen. Maar dat kan juist Helmond helpen doordat we daar al een aantal mensen opvangen, kosten scheelt ons weer juist opvang in de stad. Wilt u dan liever dat we meer mensen op gaan vangen in Helmond dan op de Gulbergen? Is dat wat u dan voorstelt? De heer De Greef: Nee, want Nuenen zelf is ook op zoek naar andere opvanglocaties. Dus die gevolgtrekking is helemaal niet automatisch zo. De voorzitter: Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Ik wil even een opmerking maken over de constatering: De AZC dichtst bij de Helmondse woonwijk Brandevoort ligt. Ja, ik vind het een beetje een rare opmerking. Want we hebben het altijd over spreiding en zo, dus is de wijk Brandevoort dan toch weer iets aparts? De heer De Greef: Nee. Maar net zo goed als dat we het daarstraks over Brouwhuis hadden, ligt dit AZC op de Gulbergen toevallig bij Brandevoort.

Het heeft weinig zin om de Rijpelberg daarbij te noemen. Ik heb net een motie ingediend voor alle andere wijken. Mevrouw Maráczi: Maar is dit van belang voor deze motie? De heer De Greef: Ja, want als je oproept dat het niet invloed mag hebben op één van onze wijken, dan heb ik die wijk bij naam genoemd, dat is Brandevoort. De voorzitter: Mevrouw Maráczi, via de voorzitter. Mevrouw Maráczi: Sorry. Maar als wij vluchtelingen gewoon in Helmond op gaan vangen, dan hebben we het toch over spreiding in wijken? Dus dan is het toch ook … Ja. Brandevoort en dat weten we Stiphout liggen meestal niet in de richting waar we iets op gaan zetten. De voorzitter: Uw vraag is? Mevrouw Maráczi: Ik vind gewoon deze toevoeging vind ik gewoon eigenlijk overbodig. De voorzitter: Oké. Dat is een mening. Prima. De heer Van den Boogaard. De heer Van den Boogaard: Nog even als reactie op het antwoord. We hebben wel degelijk als gemeente een taakstelling. We moeten, onze regio moet een bod neerleggen. Als we dus geen vluchteling opvangen op de Gulbergen, betekent dat dat we als Helmond ergens anders die aantallen vandaan moeten halen. En dat betekent dus dat de opvang in de stad plaats moet vinden. Dus dat is wel degelijk een direct gevolg van als u zegt: we willen geen vluchtelingen op de Gulbergen. De voorzitter: De heer De Greef.

De heer De Greef: Naar ons oordeel is dat niet. Want wat u terecht zegt is: dan is er een probleem bij de regio. En dat hoeft dus niet automatisch op het bord van Helmond terecht te komen. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Van den Boogaard. Tot slot. De heer Van den Boogaard: Ja, iedere gemeente die moet naar vermogen vluchtelingen opvangen, dus dan wilt u het afschuiven op regiogemeenten waar ze ook al moeite moeten doen om überhaupt vluchtelingen te kunnen opvangen? Dus wij vinden dat je als gemeente Helmond sociaal moet zijn, en de vluchtelingen op moet vangen. Daar zijn wij grote gemeente voor, dan moet je niet afschuiven op de kleinere gemeenten die veel minder ruimte hebben om überhaupt vluchtelingen op te vangen. De voorzitter: De heer Heller. De heer Heller: Dank u wel, voorzitter. Reactie op D66. Ik heb straks expres in mijn betoog aangegeven dat er vooralsnog geen enkele verplichting geldt, en dat het vooral een kwestie is van dat op ons gemoed wordt gespeeld. Dus wat ik nog een keer wil benadrukken, is dat de stelling niet juist is dat ons iets is opgelegd. Wij leggen het onszelf op en daar hebben wij een keus in, en daarom zitten we hier. De voorzitter: Dank u wel. Dat zijn allemaal meningen. Als u uw betoog vervolgd, mijnheer De Greef. De heer De Greef: Ja, nee, ik zou er van alles op willen zeggen, maar laat ik dat inderdaad maar niet doen dan.

De laatste, die gaat over de Spreidingswet, want dan hebben we het bruggetje maar mooi gemaakt. In de toekomst mogelijk komt die Spreidingswet er, en vanaf dat moment wordt de raad eigenlijk buitenspel gezet en is het college voortaan aan zet, en moeten wij volgzaam doen wat men vanuit het Rijk afkondigt. En om te voorkomen dat we als raad dan helemaal buitenspel komen staan, hebben we ook daar een motie over de betrokkenheid van de gemeenteraad, die er niet om ziet om bevoegdheden weg te nemen bij het college. Want die zijn dan helder en die zijn van het college. Maar dat het college actief, eigenlijk zoals ze dat nu ook gedaan hebben voordat men dacht dat het een raadsbevoegdheid was, de raad vooraf blijven betrekken bij de besluitvorming. Niet meer of minder. De voorzitter: Daar hebt u ook een motie voor ingediend, of gaat u indienen? Dank u wel. Ik zag mevrouw Maráczi al voordat de motie ingediend is. Mevrouw Maráczi: Ja, het ging om de Spreidingswet. Ik was heel nieuwsgierig hoe mijnheer De Greef zelf over de Spreidingswet denkt van de landelijke VVD. De voorzitter: Wat vindt u ervan? De heer De Greef: Nou, wat zal ik zeggen. Dat hij niet zou moeten worden ingediend. Maar dat is hij inmiddels al wel. De voorzitter: De heer Van Aert. De heer Van Aert: Ja.

Ik wil de heer De Greef vragen, wil de VVD überhaupt wel asielzoekers in Helmond opvangen? Want zoals ik het nu begrijp helemaal niks, met al die amendementen en moties. De voorzitter: De heer De Greef.

De heer De Greef: Volgens mij heb ik duidelijk ben ik mijn betoog begonnen dat wij vinden dat we moeten opvangen wat verplichtingen, landelijke verplichtingen, internationale verplichtingen, ons opleggen. Dat we dat gewoon moeten doen. Volgens mij is ons door het college bij de commissie gevraagd om, als wij aanvullende randvoorwaarden hebben, om die te formuleren. En wij hebben niet meer of minder dan dat gedaan. We hebben een aantal aanvullende randvoorwaarden. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan ga ik even de motie die ingediend is, dat gaat over de betrokkenheid van de gemeenteraad. Verzoekt het college op wanneer de Spreidingswet in werking is getreden niet over te gaan tot besluitvorming in het kader van die wet, dan nadat de raad in gelegenheid is gesteld zijn wens en bedenkingen kenbaar te maken aan het college. En gaat over tot de orde van de dag. En maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. Ik dank de heer De Greef voor zijn bijdrage. Ik kijk even naar de zijde van de gemeenteraad. De heer Fkihi voor een tweede termijn, of een eerste termijn? Ja, neemt u plaats. DENK. Ja hoor, en dan de heer Peters, CDA. We zijn nog maar net begonnen, de heer Van Aert. Ja? De heer Van Aert: Voorzitter. U had de heer Mol op uw lijst staan. De voorzitter: Had ik gezegd hè? Na de heer Fkihi mag u. De heer Fkihi: Voorzitter.

Hoe mooi is het om te zien hoe voortvarend het college de opvang van vluchtelingen oppakt? Hoe mooi is het dat we als gemeente aan onze morele plicht voldoen ons steentje bij te dragen aan de vluchtelingenopvang in onze regio? Hoe mooi is het dat de gemeente Helmond, als braafste jongetje van de klas in de regio, het goede voorbeeld geeft aan buurgemeenten wat betreft het voldoen aan de taakstelling? Hoe mooi is het dat u in Helmond een jaar geleden de Oekraïense ontheemden met open armen hebben ontvangen? Wij stonden vooraan klaar, waren solidair met hen, en lieten ons van onze beste kant zien. Hoe mooi is het om te zien dat onder andere Syrische statushouders in Helmond het goed doen? Ze participeren goed in de Helmondse samenleving, spreken de Nederlandse taal en zijn maatschappelijk ook actief. Mijn complimenten. Voorzitter, hoe mooi zou het zijn als wij vluchtelingen en statushouders uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika hetzelfde warme welkom geven als de Oekraïense ontheemden? Hoe mooi zou het zijn als wij oog hebben voor de mens achter de vluchteling en statushouder? Dat we begrip hebben voor het leed dat zij als oorlogsslachtoffers hebben ondervonden? Hoe mooi zou het zijn dat geen enkele vluchteling buiten op het gras hoeft te slapen in Ter Apel? Dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van de landelijke overheid, maar ook van de lokale overheid.

Hoe mooi zou het zijn als we het tekort aan woningen in Helmond niet in de voeten schuiven van statushouders? De oplossing voor het woningtekort is bouwen, bouwen, bouwen, en niet minder statushouders. Hoe mooi zou het zijn als wij vluchtelingen en statushouders niet zien als een probleem? Hoe mooi zou het zijn als we de statushouders bedanken voor hun bijdrage aan de groei van Helmond naar de honderdduizend inwoners? De schaalsprong gaat niet vanzelf. Hoe mooi zou het zijn als wij het in de raad hebben over vluchtelingen en statushouders, niet als eerste over veiligheid en leefbaarheid hebben, maar over participatie, onderwijs en deelname aan de arbeidsmarkt? Hoe mooi zou het zijn als we solidair zijn met alle oorlogsslachtoffers, waar ze ook vandaan komen? De voorzitter: Dank u wel, de heer Fkihi, voor uw bijdrage. Dan zou ik willen vragen de heer Mol, om zijn bijdrage te starten. Daarna de heer Peters van het CDA. De heer Mol. De heer Mol: Het is niet gebruikelijk dat ik het zeg, maar recht uit het hart. Mooie inbreng. Voorzitter, voordat ik namens de fractie van 50Plus nog enkele opmerkingen zal maken, kan ik u alvast melden dat wij natuurlijk zullen instemmen met dit voorstel. Ik zeg dit zo expliciet, omdat er in de wandelgangen werd geroepen dat wij tegen zouden stemmen. Daar was wat de onduidelijkheid over. En dat is pertinent niet zo. In de

Opiniecommissie heeft de fractie zich afgevraagd waar nu de wettelijke basis ligt ter onderbouwing van de opgelegde opgave en de verplichtingen die daar aanhangen. Immers, het is zeer twijfelachtig of de thans ingediende Spreidingswet de eindstreep zal gaan halen. De samenstelling van de Eerste Kamer medio mei van dit jaar zou weleens de bottleneck kunnen zijn. Overigens ook zonder een Spreidingswet of iets dergelijks, zijn wij als 50Plus de mening toegedaan dat er sprake moet zijn van een grote mate van solidariteit en hulp aan vluchtelingen. Helmond moet daar solidair in zijn. Daarnaast vragen wij ons af of onze organisatie qua capaciteit dit nog kan handelen. De tekst en uitleg van de gemeentesecretaris in de bijeenkomst van vorige week gaf een zorgelijk beeld voor de nabije toekomst. Wij begrijpen dat deze besluitvorming prioriteit heeft, maar ten koste waarvan? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Peters en daarna aan mevrouw Yahia, van GroenLinks. De heer Peters: Dank u wel, voorzitter. Ik ga het betoog wat ik in de commissievergadering heb gehouden niet overdoen. Maar volgens mij spreken wij hier vanavond over kaders die we het college meegeven en volgens mij wordt er dan met die kaders in de hand gekeken en komt er een voorstel wat terugkomt in de raad. En ik ga dan toch een stukje terug in de historie.

En ik hoor collega Mol net zeggen dat de collega van DENK recht uit zijn hart spreekt. Dat doe ik nu ook, want als je terugkijkt naar de historie, dan hebben de Hongaren in de jaren ‘50 onze samenleving verrijkt. Dan hebben de Vietnamese een actieve bijdrage geleverd aan onze lokale, landelijke, regionale gemeenschap hardwerkende mensen. Vanuit die gedachte heeft mijn partij gekeken naar de uitgangspunten die we hebben in dit kader, en dat is solidariteit en verantwoordelijkheid nemen. En vooral naastenliefde te betrachten. Je vlucht niet uit luxe, je vlucht omdat je daar een reden toe hebt. En ik vind het inderdaad dan niet gepast om op voorhand te spreken over veiligheid en bewaking. En natuurlijk, het college gaat er allemaal naar kijken. Het moet passen. En natuurlijk moeten de bewoners, de omwonenden, worden meegenomen. Maar de kerngedachte is voor het Christendemocratisch appèl allereerst naastenliefde. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Mevrouw Yahia, GroenLinks en daarna mevrouw Spierings, Lokaal Sterk. Mevrouw Yahia: Dank je wel, voorzitter. GroenLinks staat er positief tegenover, goed voorstel. We zijn ervan overtuigd dat het niet meer dan logisch is dat je je medemens bijstaat indien dat nodig is. We hebben gezien hoe goed Oekraïense vluchtelingen zijn opgevangen door de stad. Zij worden betrokken bij projecten.

Jongeren leren de taal en ze ontdekken hoe mooi onze stad is. Deze jongeren zijn niet anders dan jongeren uit Eritrea, Afghanistan of Syrië. Het schetst een oneigenlijk beeld om het woord vluchtelingen steeds samen met de woorden onveilig en overlast in de mond te nemen. Tot op heden hebben de jongeren in de Torenstraat nog nooit voor overlast gezorgd, mede dankzij de inzet van buurtbewoners, het COA en vrijwilligers. Recentelijk was ik uitgenodigd op een feest, georganiseerd door de jongeren die momenteel in de Hoogstraat woonden. Er is heerlijk gegeten, gelachen en wij hebben taalspelletjes gespeeld. De jongeren vertelden vol trots over hun taallessen en over wat zij het mooiste stukje van Helmond vinden. Zij doen echt hun best om hun hand uit te steken naar de stad en om hopelijk nieuwe vriendschappen te creëren en van elkaar te kunnen leren, en om wie weet binnenkort aan een fijne werkplek te kunnen komen. Deze jongeren zijn allang blij dat ze in een veilig land toevlucht hebben gevonden, en zijn niet van plan om dit geluk te riskeren. Laten we een open houding hebben tegenover deze nieuwe bewoners van onze stad. Ze met een glimlach begroeten als we ze op straat tegenkomen en ons best doen om de verschillen niet te zien als een probleem. Dank je wel.

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Yahia. Dan mevrouw Spierings, Lokaal sterk. Mevrouw Spierings, aan u het woord. Mevrouw Spierings-Van Deursen: Dank u wel, voorzitter. De fractie van Lokaal Sterk staat ook achter het voorstel. De randvoorwaarden die genoemd zijn, kunnen onze instemming hebben. Wij vinden ook dat die minderjarige alleenstaande vreemdelingen waar mevrouw Yahia het net over had, dat dat heel goed gaat. En ik spreek uit een heel klein verhaaltje uit het verleden. In een woning hier midden in de stad werd een huis door de woningbouw omgebouwd voor vier minderjarige alleenstaande vreemdelingen. De hele buurt in rep en roer, want het huis was niks meer waard. En nou, bedenk alle problemen maar die ze op voorhand hadden. Politie is erbij geweest, wijkagent is erbij geweest, de woningbouw. Uiteindelijk zijn daar vier jongens komen wonen, twee uit Eritrea, twee uit Afghanistan. Binnen twee weken aten die in heel de buurt, speelden ze met heel de buurt, gingen ze mee voetballen. Toen die weggingen na 3,5 jaar was de buurt eigenlijk verdrietig, want het huis is nu weer verhuurd aan iemand anders, de tuin wordt niet meer bijgehouden. Dus die mensen hebben daar nooit last van gehad en hebben ook echt aangegeven: onze vooroordelen waren geheel onterecht.

En ik zeg niet dat altijd goed gaat, maar er zijn heel veel voorbeelden waar het wel goed kan gaan, dus onze partij kan instemmen. De enige vraag is inderdaad: als de Spreidingwet niet doorgaat, dan neem ik aan dat de vluchtelingen toch opgevangen moeten worden en dan zal er in de regio gekeken worden naar hoe we dat met zijn allen kunnen doen, maar ook in onze stad. En wij kunnen daar volledig achterstaan. De voorzitter: Oké, dank u wel. Kijk aan de zijde van de gemeenteraad of er nog een behoefte is aan een eerste termijn. Zo niet, dan stel ik voor om de vergadering voor tien minuten te schorsen, want het college heeft even behoefte om de vijf moties en amendementen die ingediend zijn om er even naar te kijken. De heer Peters, mag ik het niet? De heer Peters: Nou, nee, maar ja, dan ga ik u daarna vragen om een schorsing van de zijde van de raad, want ik heb wel behoefte om ook een duiding van het college te horen. De voorzitter: Dat kan, natuurlijk. Ik schors de vergadering. De voorzitter: Wilt u uw plaatsen innemen? Dames en heren van de gemeenteraad, zou u uw plaatsen in willen nemen. Neemt u uw plaatsen in. Dames en heren van de gemeenteraad. Wij hebben om schorsing gevraagd en de wethouder zal namens het college verder een toelichting geven op deze schorsing. Wethouder Van den Waardenburg, aan u het woord. Mevrouw Van den Waardenburg: Dank u wel, voorzitter.

We hebben al tweemaal gesproken ook in commissieverband over hoe wij als Helmond onze inzet doen namens ons, maar ook de regio. Wij scoren goed als het gaat om Oekraïners, wij scoren goed als het gaat om statushouders, maar niet rondom asielzoekers. Dus we zijn echt niet het braafste jongetje van de klas. En de staatssecretaris van de VVD, die roept eigenlijk op tot die spreiding: hoe kunnen we nou over heel Nederland spreiden? Daarom willen wij als regio ook een bod doen en als gemeente Helmond ons steentje aan bijdragen. En juist als tweede grootste gemeente, maar juist nog veel belangrijker willen wij namelijk vanuit die solidariteit als gemeente en als college ons steentje bijdragen. En ik vind het, en dat moet me echt van het hart, ontzettend mooi, de bijdrages die worden gedaan vanavond. En dan niet alleen de voorstanders, maar ook de tegenstanders. Iedereen spreekt echt vanuit het hart en zo moet volgens mij politiek zijn. Wij willen als college stellen we voor om binnen deze kaders dan vluchtelingen op te vangen, en daar zullen we in ieder geval komen we nog te spreken als het gaat om de amendementen en moties van de VVD gesteund wordt. Volgens mij allemaal door Forum ook. Mijn bijdrage was in die zin kort, maar nou ga ik dus echt in op die vijf punten. En ik waardeer het enorm dat de raad

meedenkt: hoe kunnen we nou het zo maken dat wij in ieder geval mee kunnen instemmen? Dus die waardering is er echt. En ook al het werk wat in deze moties en amendementen zit. De amendementen over de kleinschalige opvang, daar kunnen we helaas dus niet positief over adviseren. En dat zal ik toelichten. De vijftig personen waarin dit amendement, moet ik het goed zeggen, over werd gesproken, die vijftig personen, dat is enkel bij AMV. Bij een locatie die dus niet AMV is, is 150 de ondergrens. Wij kijken natuurlijk, en daarom staat er ook maximaal, naar wat de locatie aankan, hoe groot de begeleiding moet zijn en hoe ook de veiligheid kan worden gewaarborgd. Maar dat maximum geeft de ruimte om te kijken wat kan. En vandaar ook dat wij niet zullen adviseren om ieder geval die grens van maximaal 250 terug te schroeven naar vijftig. Dan het amendement veiligheid. Ja twee, nummertje twee. En dan de wens is daar ook echt om voldoende inzet over politiecapaciteit. En daar verwijzen wij naar puntje M van het nummertje twee van het raadsvoorstel, waarin duidelijk staat dat we een veiligheids- en beheersplan willen opstellen. En we kunnen de toezegging doen dat we, zoals bij eerdere locatiekeuzes, afspraken maken met het OM en de politie over de passende inzet in het kader van het veiligheidsbeheerplan van de opvanglocatie.

Tuurlijk schalen we op indien gewenst, maar dat is tot op heden nooit noodzakelijk geweest. En daarnaast hebben we ook één van onze gemeentelijke medewerkers, die zit in de VNG-commissie, die dus juist ook gaat over die randvoorwaarden van opvanglocaties. Dus landelijk bij de VNG wordt daar ook over gesproken en die geven dat dan weer door aan het kabinet, wat de wensen zijn, en zal dit ook zeker één van de punten zijn die wordt meegegeven aan de landelijke commissie. Dan motie participatie. Volgens mij derde. Participatietraject gaat dat over. Dan kunnen wij daar niet positief adviseren. En waarom niet? We hebben juist hele goede ervaringen met gerichte participatietrajecten in de stad. Dus daar waar als u dit raadsvoorstel vaststelt en we tot een locatie komen, dan de gerichte participatie daarop in te zetten, dat werkt het beste. En vandaar ook dat we in het raadsvoorstel een communicatieparagraaf hebben opgenomen die daar ook op ingaat. Dan de motie betrokkenheid raad. Volgens mij is dat nummer vier … De voorzitter: De heer De Greef heeft hier nog een opmerking over. Of een vraag. De heer De Greef: Ik zou willen vragen aan de wethouder hoe andere Helmonders dan hun inbreng kunnen doen? Want ik snap wat u zegt dat er goede ervaringen mee zijn, maar ik betwist die goede ervaringen ook niet hè. Dat heb ik net gezegd. Dat moet er blijven.

Het gaat erom dat ook andere Helmonders hun inbreng kunnen doen. De voorzitter: Wethouder Van den Waardenburg. Mevrouw Van den Waardenburg: Volgens mij waren die bijeenkomsten met de buurt openbaar en dat zouden we in de toekomst zeker ook kunnen doen. De voorzitter: De heer De Greef. De heer De Greef: En hoe weten Helmonders die niet uit die buurt komen waar ze terecht moeten? Hoe worden zij actief betrokken? Want dat is eigenlijk, dat is waar de motie op ziet. Mevrouw Van den Waardenburg: Dan zou je zeker ook gewoon op de gebruikelijke manier waarop we altijd communiceren, daar ook bijvoorbeeld in de Loop of zo een artikeltje kunnen plaatsen. Maar dan … Ja. Dan kom ik … Volgens mij was ik bij de motie betrokkenheid raad. Of heb ik die al gehad? U brengt me even van de wijs. Vele wensen- en bedenkingenprocedure. Dat is het voorstel van de VVD. Ja, met dit traject hè, waarbij we al twee keer eigenlijk in commissieverband met u hebben gesproken en nu ook een raadsvoorstel hebben omgevormd, laten we ook zien dat we heel belangrijk vinden wat u als raad hiervan vindt. Dus we kunnen ook

toezeggen dat als, ook al komt de Spreidingswet er wel, dat we dan kijken of we met de wensen- en bedenkingenprocedure in ieder geval kunnen tegemoet komen aan de wens om hier als raad ook intensief bij betrokken te blijven. En tot slot de motie Gulbergen. Daar kunnen we niet positief over adviseren. Wij zijn voorstander van deze ontwikkeling, juist ook omdat het wel ruimte biedt aan vluchtelingen. En uiteindelijk gaat echt de gemeente Nuenen daarover, en niet het AB van de MRE. Wij geven uiteraard die randvoorwaarden mee richting Nuenen, maar nogmaals, het is het autonomie van betreffende gemeente. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Even een vraag over motie vier, betrokkenheid raad. Legt de wethouder hem dan net zo uit als ik, dat die eigenlijk overbodig is? De voorzitter: Mevrouw Van den Waardenburg. Mevrouw Van den Waardenburg: Op dit moment wel, omdat we ook met de heer De Greef uitgebreid in conclaaf zijn gegaan. Of het nou de bevoegdheid was van college of de raad. We proberen u zo intensief mogelijk mee te nemen. We hebben gezegd: nou, deze leggen wij specifiek terug bij de raad. Mocht nou die Spreidingswet in werking treden, dan wordt het een collegebevoegdheid. En dan is het in het principe aan het college. En er wordt eigenlijk voorgesteld: neem de raad dan mee via een wensen- en bedenkingenprocedure.

Volgens mij neemt het college dan uiteindelijk nog steeds het besluit, maar wordt de raad wel meegenomen tijdens een vergadering om wensen en bedenkingen kenbaar te maken. De voorzitter: Het is aan uw raad om dat zo vast te stellen. Mevrouw Maráczi: Sorry, maar nou vind ik het nog niet erg duidelijk van de wethouder. Want volgens mij is dit gewoon een toezegging en is hij dan overbodig. Dat is mijn vraag eigenlijk. De voorzitter: Wethouder. Ja, is maar net hoe u interpreteert. Mevrouw Van den Waardenburg: Ja, ik wil er wel een harde toezegging van maken. Maar in principe kunnen wij ook positief adviseren over deze motie. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Heller. De heer Heller: Ja, dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de wethouder in verband met wat ze net aangeeft met betrekking tot de stellingname van de gemeenteraad in Nuenen. De essentie van wat voorligt is ook niet dat wij in rechte gaan treden van wat de gemeenteraad in Nuenen mag beslissen, maar wel dat we in regionaal overleg wel waarderen dat als de gemeente Nuenen meent dat dat geen verstandige locatie is, dat we hun daarin steunen en daarmee ook meteen proberen te voorkomen dat Helmond overlast gaat ondervinden van die locatie. Graag een reactie daarop. De voorzitter: Oké, wethouder. Mevrouw Van den Waardenburg: Dank u wel, voorzitter.

Uiteindelijk is het zo dat de MRE heeft een vergunningsaanvraag gedaan bij de gemeente Nuenen. De gemeente Nuenen gaat uiteindelijk over die aanvraag. Dus als zij hem toe- of afwijzen, is uiteindelijk hun beslissingsbevoegdheid. Dus daar zit de MRE dan niet meer tussen. Of bovenop.

De voorzitter: De heer Heller. De heer De Greef. De heer De Greef: Ja, sorry. Het kan dan toch zo zijn, als het MRE de aanvrager is, dat het MRE beslist die aanvraag in te trekken? Dus in die zin gaan ze er toch over? Mevrouw Van den Waardenburg: Ja, maar dan komen we een beetje in een semantische discussie. Ik bedoel, eerst moet de gemeente Nuenen zelf bepalen wat ze ermee willen. Als ze afwijzen hoef je hem ook niet in te trekken. De heer De Greef: Helemaal eens hè. Als ze hem inderdaad afwijzen, dan wordt het overbodig. Maar wat wij proberen te voorkomen hiermee is dat om wat voor reden dan ook, het doorgedrukt wordt. Wat soms in de krant ook wel gesuggereerd wordt. Dan wil ik u daarmee niet in de mond leggen dat u dat gezegd heeft, maar om te voorkomen dat dat doorgedrukt wordt. Dan kan het MRE eventueel ook zelf beslissen die aanvragen in te trekken, dan hoeft Nuenen ook niet meer te beslissen hè. Dus in die zin is het een beetje een kip/ei discussie, wat komt eerst? De enige reden dat Nuenen moet beslissen is omdat die aanvraag er ligt. Is die aanvraag weg, hoeven ze ook niet te beslissen. Mevrouw Van den Waardenburg: Voorzitter, het wordt wel heel technisch. Volgens mij is in ieder geval wat u wilt bereiken met die motie, dat die locatie op Gulbergen niet doorgaat. Uiteindelijk vinden wij als college dat wel een geschikte locatie.

En ik heb even gekeken naar de randvoorwaarden. Volgens mij is vooral randvoorwaarde als het gaat over die maximaal 250 personen. Dat zou roet in het eten kunnen gooien. Maar voor de rest is die locatie wel geschikt te maken, denken wij. Maar er kunnen natuurlijk nog andere zaken spelen, maar in ieder geval de aanvraag ligt er. Dus milieutechnisch et cetera zal het wel in ieder geval zijn uitgezocht door de MRE. Dat. Daarnaast geven wij ook aan dat wij randvoorwaarden meegeven. Als het bijvoorbeeld gaat over de begeleiding of het onderwijs, aansluiting op de arbeidsmarkt. Dat zijn voor ons wel randvoorwaarden die wij dan meegeven in dat bod. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik kijk in de zijde van de gemeenteraad. Dank u wel, wethouder, voor het beantwoorden van de vragen en het ingaan op de moties en amendementen. Kijk even naar de zijde van de gemeenteraad. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Ja, de heer Peters. Is de tweede termijn of een stemverklaring? Oh, een schorsing ja. De heer Peters: Even, want ik probeer voor mezelf even te recapituleren en voor vervolgens vraag ik een korte schorsingen, vijf minuten heb ik behoefte aan om met mijn collega's te recapituleren. Amendement één zegt het college niet voor. Amendement twee wordt er een toezegging gedaan om daar later op terug te komen in overleg met politie, justitie indien dat aangebracht is.

Toch? Nou, zie je, goed dat ik hem dan even recapituleer, want dan … Ik wil even weten hoe het college dan de moties precies duidt. Mevrouw Van den Waardenburg: Ik zal even reageren. Inderdaad op de dat tweede amendement zeggen we eigenlijk toe, en dat staat ook eigenlijk al in puntje M, dat wij gaan voor een veiligheids- en beheerplan, wat we eerder ook hebben gedaan met het OM en de politie, waarbij we voor de passende inzet in het kader van dat beheerplan spreken. Dus dat dat voor ons een harde voorwaarde is voor zo’n locatie, zo’n beheerplan. Met OM en politie. De heer Peters: Helder. Als ik dan, voorzitters, als het mag. Motie één is niet positief, motie twee ook niet positief. En motie drie, daarvan zegt u: in feite wordt dat straks meegenomen en u doet een harde toezegging ook op die laatste.

De voorzitter: Betrokkenheid van de raad, klopt. Maar u had net een andere volgorde. De heer Peters: Nee, goed. De volgende was even aangepast. Gulbergen werd eerst behandeld en toen de anderen. Dus vandaar dat ik een beetje in verwarring was. Ik vraag een schorsing aan, voorzitter, van vijf minuten. De voorzitter: Oké, ik schors de vergadering voor vijf minuten. De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Ik zou even willen vragen aan de bode om even te kijken of er partijen zijn die nog in vergadering zitten. Bode, zou u even willen kijken of … Ik zou graag, gezien het tijdstip, de vergadering willen hervatten. Ja, heel goed. Ik mis nog de helft, alleen de VVD. We missen alleen de VVD nog. Die hebben we wel nodig, want die hebben al die moties en amendementen ingediend. Stel dat ze allemaal intrekken. Dan heb ik een ander debat. Ja, ik wil wel graag beginnen. Het is elf uur. Maar de VVD had geen schorsing aangevraagd. Bode, is de VVD … Oké, had u het niet gehoord? Ja, maar hier is het te doen. Oké. Ik heropen de vergadering. De heer Peters heeft de schorsing aangevraagd. De heer Peters, aan u het woord. De heer Peters: Ja. Mijn fractie was toch een beetje in verwarring over: wat neemt het college nou over en wat niet, of waar ligt een positief of een negatief advies? Ja, de negatieve, die hebben we al gehoord. Dus wij hebben onze afwegingen gemaakt.

Maar ik denk ook dat de indieners van de moties en amendementen wellicht behoefte hebben na hun schorsing om nog iets te zeggen over of ze alle voorstellen of moties en amendementen staande houden. Is mij even benieuwd. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik kijk even naar de VVD, de heer De Greef. De heer De Greef: Dank u, voorzitter. Nou, wij hebben ook goed geluisterd. Wij willen nog één keer ter bevestiging vragen over de motie van de betrokkenheid van de raad, als de Spreidingswet er is, hè, want daar gaat die motie over. Daar heb ik u als het goed is horen zeggen dat u de raad actief wil blijven betrekken, ook via wensen en bedenkingen. Dus dan kan die wat ons betreft ingetrokken worden, want met die toezegging is dat geregeld. Dan het amendement over kleinschalige opvang. Als ik u goed gehoord heb is 150 het minimum wat gesteld wordt, dan zou vijftig een onmogelijke eis zijn. Dus die trekken wij ook in. En de andere blijven staan. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dank u wel voor uw toezegging. Dus dat betekent dat we één amendement hebben en twee moties. Met uw goedvinden. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Ja. De heer Heller. De heer Heller: Ja. Dank u wel, voorzitter. De fractie van Forum voor Democratie heeft behoefte om naar aanleiding van de gevoerde discussie de volgende opmerkingen te maken.

Vooropgesteld dat wij vasthouden aan het principe dat Helmond, gelet de te verwachten negatieve consequenties, deze beurt aan zich voorbij zou moeten laten gaan. Maar gezien het sentiment inderdaad dat deze waarschijnlijk niet in meerderheid mee zal gaan in onze oproep in het belang van de stad Helmond, kijken wij nogmaals naar de moties en amendementen die door de VVD ingediend zijn en waar wij deels mee ingediend hebben. Wij zijn van mening dat er binnen deze raad kennelijk onvoldoende reële kennis is van zaken over de risico's van in ieder geval grootschalige opvang. De genoemde voorbeelden klinken wellicht charmant, maar zijn geen garantie voor de toekomst. Er liggen legio voorbeelden van excessieve gewelddadigheden op diverse locaties in het land, maar ook dichterbij huis, zoals bijvoorbeeld in Budel, waar de bus van het openbaar vervoer zelfs niet meer stopt. We hebben tevens vele signalen ontvangen dat de integratie op veel fronten, mochten de vluchtelingen hier al aan deelnemen …

De voorzitter: Een stemverklaring is altijd kort hè. De heer Heller: Ja, maar ik ben nog één zin verwijderd van mijn laatste mededeling. Mochten de vluchtelingen hieraan al deelnemen, niet tot het vooropgestelde doel leidt. En deze constateringen baren ons ernstige zorgen. Op het moment dat wij constateren dat de ingediende amendementen en moties niet door de raad worden gesteund, zullen wij tegen het raadsvoorstel stemmen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kijk ik even … Ja, de heer Van de Werff. De heer Van de Werff: Dank u wel, voorzitter. Helder Helmond blijft van mening dat we vooruit aan het lopen zijn op landelijk beleid dat nog moet plaatsvinden. We blijven dan ook van mening dat we niet vooruit moeten lopen op onze taakstelling. De moties en amendementen omhelzen dan ook de essentie van ons standpunt dat we hebben uitgedragen tijdens de commissie. Om die reden zullen we dan ook pas met het raadsvoorstel instemmen, wanneer er positief gestemd wordt over de resterende moties en amendementen. De voorzitter: Mevrouw Maráczi, dan mevrouw Wijnands. Mevrouw Maráczi: Wij kunnen zeker instemmen met dit voorstel en ik wil nog even mijn complimenten maken aan mijn collega's van SP en … Sorry, DENK, GroenLinks en de heer … Oh, ik ben zijn naam kwijt. Peters, dank u wel, De voorzitter: Hoelang zit u in de raad? Mevrouw Maráczi: Al heel lang, maar het is laat.

En ik wil inderdaad nog even mijnheer Peters bedanken dat hij zo ook nog even de Hongaarse vluchtelingen genoemd heeft. De voorzitter: Dat is een compliment, de heer Peters. Mevrouw Maráczi: Dank u wel. De voorzitter: Oké. Mevrouw Wijnands. Mevrouw Wijnands: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, mevrouw Maráczi haalt de woorden uit mijn mond. De voorzitter: U wilt ook complimenten maken? Die mag u nog wel een keer zeggen hoor. Mevrouw Wijnands: Nou … Ik wilde met name aangeven, we hebben als van de afgezien van de bijdrage in tweede termijn omdat er een aantal bijdragen zo prachtig vanuit hart gesproken waren, dat ik niet het idee had dat wij eroverheen konden gaan. Dus wij willen het CDA, DENK, en GroenLinks met name bedanken voor hun bijdragen. Wij zullen instemmen met dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog een stemverklaring? Nee. Ja, de heer De Greef. De heer De Greef: Voorzitter, een klein puntje van orde. Gelet op de stemverklaringen zouden we eerst over de moties kunnen stemmen, gelet op wat sommigen gezegd hebben, en dan over het voorstel? De voorzitter: Dat doen we altijd hè. Eerst het amendement, de moties, en dan het raadsvoorstel. Ja? Anderen nog? Zo niet, dan gaan wij over tot stemmingen. We gaan het amendement, amendement veilige opvang. Kan

er gestemd worden met handopsteken? Ja. Wie is voor dit amendement? Voor dit amendement is VVD, Forum voor Democratie en Helder Helmond. Wie is tegen? Dat zijn alle andere partijen. Daarmee is het amendement verworpen. Dan gaan we naar de motie, participatie bij opvang van vluchtelingen. Kan er gestemd worden met de hand opsteken? Zo ja, wie is voor deze motie? Voor deze motie is VVD, Forum voor Democratie en Helder Helmond. Wie is tegen? Dat zijn alle andere partijen en daarmee is het verworpen. Dan gaan wij over naar de motie: Laat de Gulbergen groen. Kan er gestemd worden met hand opsteken? Zo ja, wie is voor deze motie? Voor deze motie is VVD, Forum voor Democratie en Helder Helmond. Tegen, wie is tegen deze motie? Dat zijn de andere partijen. Daarmee is het verworpen. Dan gaan wij over tot stemmen van het raadsvoorstel 43. Dat gaat over de randvoorwaarden opvanglocatie asielzoekers. Kan er gestemd worden met handopsteken? De heer De Greef heeft een opmerking. De heer De Greef: wij zouden graag naar aanleiding van deze stemmingen een stemverklaring afgeven over het voorstel. Hoewel wij het zeer jammer vinden dat de door ons voorgestelde randvoorwaarden niet worden overgenomen, vinden wij, zoals ik ook in het betoog heb gezegd, nog steeds dat opvang wel plaats moet vinden, dat dat onze verplichting is.

En wij zullen dus anders dan anderen die dat net gezegd hebben, wel voorstemmen. De voorzitter: Dank u wel, dan gaan wij stemmen. Wie is voor dit voorstel? Wie is tegen? Tegen is Forum voor Democratie en Helder Helmond, en daarmee is het aangenomen. Dank u wel. 20. Moties vreemd aan de orde van de dag De voorzitter: Dan gaan we naar de laatste. Dat is motie vreemd aan de orde van de dag. En ik dacht dat de heer Van de Werff de motie wilde gaan indienen. De heer Van de Werff, aan u het woord. De heer Van de Werff. De heer Van de Werff: Ja, het is wel een latertje zo. Zware onderwerpen, en toch, wat er nu komt is uit de grond van mijn hart. Toen ik jong was, echt jong, kwam er een belangrijk iemand in Helmond op bezoek. Echt jong, het was 1960, burgemeester. En die man was volgens mij president van de Verenigde Staten, want hij stelde zich voor met de naam: president Ken-de-die. Nou, ik kende hem niet. Maar hij zei wel tegen mij: I ben een Hellemonder. En alle gekheid even op een stokje. Ruim een jaar geleden heeft Michael Rieter van Mi Hellemonders een motie in willen dienen over het Helmonds te verheffen tot immaterieel erfgoed. Die motie is aangehouden op advies van de toenmalige wethouder. Ik denk, dat kan anders. En ik kan eigenlijk zeggen dat ik gruts ben, en voor degenen die niet weten wat het woordje gruts is, dat betekent trots.

Ik ben gruts op het feit dat ik gepromoveerd ben aan de Keijologische Hogeskool, en ik mag mezelf professor noemen. Ik ben gruts dat ik de vergulde kwek heb gekregen van Haw Ut Hellemonds, en nu ook in het bestuur zit van Haw Ut Hellemonds. En ik ben nog veel grutser omdat het me gelukt is om bij Unesco het Helmonds dialect op te nemen in het Netwerk Immaterieel Erfgoed. En daarom vind ik dat de gemeente de inspanningsverplichting heeft om het Helmonds ook actief, proactief, uit te dragen. De motie wordt ingediend door Helder Helmond, VVD, Mi Hellemonders en Forum voor Democratie. De voorzitter: Dank u wel, heer Van de Werff. Deze motie heet vreemd aan de orde van de dag … Nee. Motie vreemd aan de orde van de dag. Ja, dat is vreemd. Hij heeft geen titel. De heer Van de Werff: Voorzitter, de titel is: Het Helmonds dialect.

De voorzitter: Het Helmonds dialect. Verzoekt het college om het Helmonds dialect actief uit te dragen op representatieve wijze. Dit kan zich onder andere uiten in echte Hellemondse naamgeving van ruimtes in het huis voor de stad, straatnamen met typisch Helmondse woorden en stadsmarketing uitingen van de gemeente. Dit alles zou in overleg kunnen worden gedaan met de Keiologie, Haw Ut Hellemonds, of een delegatie ervan. En gaat over tot de orde van dag. Voldoende ondertekend. En maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. Dank u wel. Nog iemand die een vraag heeft? Ja, mevrouw Tamarinof. Mevrouw Tamarinof: En het is niet de bedoeling dat alles tweetalig wordt met deze motie hè? De heer Van de Werff: Nee, zeker niet. Nee, het is representatief en natuurlijk ook op die plekken waar het kan. En het zou, zoals een echte Helmonder zegt, het gaat naar de kloten. Zoals ze in het Nederlands zeggen: het is een sterfhuisconstructie. En je mag tegenwoordig niet meer bouwen in verband met de stikstofcrisis, dus wij willen die sterfhuisconstructie zolang mogelijk uitrekken. En dat er nog een beetje van dat mooie dialect wat zo uniek is blijft bestaan. Als je wil kijken naar YouTube, boks ouwe, van professor Jos Zwanenberg, dan zul je snappen waarom het Hellemonds zo mooi en zo uniek is. De voorzitter: Oké. Anderen nog? Ja, mevrouw Brouwers. Mevrouw Brouwers: Dank u wel, voorzitter.

Ik had een vraagje over het laatste puntje, dat alles in overleg zou kunnen worden gedaan met Keijologie, Haw Ut Hellemonds, et cetera. Wat houdt precies dat overleg in, dat jullie kunnen worden geraadpleegd? Of dat daar een wisselwerking inzit, of dat jullie daarvoor worden betaald? Of hoe zit dat dan precies? De heer Van de Werff: Betaald nooit. Wij worden betaald door een naambordje of een plaatje bij een zaal te zien met een prachtig Hellemonds woord. We hebben nu ook het Ketsegenkse en het Haol. Nou, dat zijn de enige twee echte Hellemondse woorden die je hier in de stad tegenkomt. Vind ik toch zonde. De voorzitter: Oké. Anderen nog hierover? Nee. Dank u wel, heer Van de Werff. Dan vraag ik wethouder Van Lierop om in het dialect te antwoorden. Nee, grapje. Als er één dat zou kunnen, dan zou mevrouw Van Lierop dat wel kunnen hè. Mevrouw Van Lierop: Is da zo? De voorzitter: Is da zo, da is. Mevrouw Van Lierop: Ik ga het proberen, maar ik weet niet waar dat schip strand. Ergens. Nee, alle gekheid op een stokje. Nee, ook wij als college dragen het Hellemonds een heel warm hart toe. Wat inhoudt dat enige tijd geleden we in de krant zagen, een heel mooi artikel, waarin vermeld werd dat inderdaad het Hellemonds dialect is opgenomen in het Netwerk Immaterieel Erfgoed van Unesco.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12684695/2