Verslag raadsbijeenkomst 18 november 2021
Tekst van het document
Je gaat eerst met elkaar in gesprek, je gaat de verbinding zoeken, je zorgt dat er vaste contactpersonen zijn, je gaat kijken of je deel kan nemen aan bepaalde
overleggen en onderdeel daarvan is dat je fysiek in de buurt zit. Want dat maakt het gewoon makkelijker. Dus dat is de insteek, het gaat om de relatie, niet om de plek waar je zit. Rondom privacy, ja dat is een ingewikkeld punt. Dat kennen wij allemaal. Er zijn gelukkig heel veel juridische mogelijkheden om in samenwerkingsconvenanten en allemaal van dat soort zaken dingen goed af te hechten. Maar het is ook heel goed mogelijk om anoniem met elkaar over situaties te spreken. Als een huisarts of bijvoorbeeld een intern begeleider in een school wat informatie op wilt halen rondom een situatie van een gezin, dan hoef je niet de naam te noemen. Dus je hebt ook kennisontwikkeling, kennisuitwisseling op een anonieme manier. De voorzitter: Dank je wel voor de beantwoording aan die zijde. Dan gaan we naar de laatste drie vraagstellers, in ieder geval die nu hier op papier staan. Dus mevrouw Jansen, de heer Yeyden en mevrouw Tamarinov. Allereerst geef ik mevrouw Jansen het woord. Mevrouw Jansen: Ja dank je wel voorzitter. Ik had nog een vraag, omdat mijnheer Hoven aangaf in zijn presentatie dat de opdracht volstrekt is binnen de wettelijke kaders van wat kan en wat niet kan. Maar stel dat u van andere instellingen bijvoorbeeld een woningbouwcorporatie of voor iemand die bij u in het sociaal traject zit, dat u daar hulp aan moet verlenen.
Zoekt u dan ook ‘…’ tussen verschillende organisaties zodat u ook de persoon kan helpen? Tot zover. De voorzitter: De heer Yeyden. De heer Yeyden: Dank je wel voorzitter. Twee vragen, nog steeds de dank voor de presentatie van alle personen. De voorzitter: U valt wat weg de heer Yeyden. De heer Yeyden: Dan ga ik iets dichterbij zitten voorzitter. Hoor je mij zo wel of niet? Ja goed. Nou dan ga ik nog meer voorover buigen dan hoor je me misschien nog beter. Even een kort vraagje, want dat is mij even niet duidelijk geworden. Er waren drie partijen die hebben meegedaan aan de gunning, die hebben ingeschreven en die hebben de gunning ook verkregen. Vervolgens wordt er een aparte stichting opgezet, Sociale Teams Helmond, ik neem aan dat de drie partijen die zich hebben ingeschreven daar ook zitting in hebben, ook in het bestuur of in toezicht. En vervolgens hoor ik mijnheer De Vries zeggen, ja en de stichting Sociale Teams Helmond die is ook onderdeel van Lentl of die valt onder Lentl. Misschien heb ik het verkeerd begrepen maar graag daar nog even wat verduidelijking over. En vervolgens als laatste nog de hulpvragen zeg maar 80 procent doet het sociale team zelf en 20 procent dat zal dan de specialistische zorg zijn.
Maar kunt u ook aangeven tot waar die 80 procent … Waar die uit bestaat en wat is het moment dat het doorverwezen wordt en hoe dat gewoon in zijn werk gaat in de praktijk? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het was uiteindelijk goed hoorbaar, dus dat was mooi. Mevrouw Tamarinof, tot slot. Mevrouw Tamarinof: Ja, dank u wel voorzitter. Ik wil ook nog even aansluiten bij mevrouw Warmerdam. Ik wil iedereen feliciteren met deze aanbesteding die ze hebben gewonnen en ook bedanken voor de duidelijke presentatie, veel duidelijk geworden. En ik heb ook wel veel antwoorden gehoord door de andere vragen. Nog één praktische vraag: komt er … Ik hoor dat jullie overal in de wijken gaan zitten, lijkt me ook hartstikke goed. Komt er ook een soort centrale plek waar jullie zitten in Helmond? Waar … Een soort hoofdkantoor of wat is het idee daarvan? Dat was mijn vraag.
De voorzitter: Dank u wel. Dan beginnen we eerst bij de heer De Vries. De heer De Vries: Ja, dank u voorzitter. Ook mijn dank voor de complimenten die wij mogen ontvangen voor de opdracht die wij hebben gegund gekregen. Dus dank u voor uw opmerkingen. De heer Yeyden heeft een vraag gesteld die ik zal proberen te antwoorden over: valt de Stichting Sociale Teams nou onder Lentl ? Dat is best een wat ingewikkelde vraag moet ik u zeggen, omdat dat in stichtingenland eigenlijk helemaal niet kan. De ene stichting kan niet onder de ander vallen. Maar ik kan het niet concreter maken mijnheer Yeyden, dat het bestuur en toezicht in al die stichtingen dezelfde is. Dus als ik het over de stichting Sterker heb en ik heb het over de Stichting Sociale Teams Helmond of ik heb het over Lentl. Dus al die stichtingen waarin wij actief zijn in Brabant, Limburg en Gelderland … Al die stichtingen hebben hetzelfde bestuur en toezicht, ik kan het eigenlijk niet eenvoudiger zeggen. Dus de één valt niet onder de ander, maar al die stichtingen hebben hetzelfde bestuur en toezicht. En wat ik u al zei: Bauke Goedhart is directeur van de Stichting Sociale Teams Helmond en die hebben een grote mate van autonomie. En wat ik ook al heb toegelicht, is dat vanuit Lentl er een aantal ondersteunende diensten mogelijk geleverd kunnen worden aan ook de Stichting Sociale Teams Helmond.
En mocht u daar meer vragen over hebben … Misschien is het dan goed om dat op een ander moment nog eens wat te proberen te verduidelijken, want ik merk dat dit toch vaak wel wat ingewikkelde zaken zijn als het over dit soort juridische structuren gaat. Dus daarom met uw goedvinden laat ik het hier bij, mijnheer. De voorzitter: Dank u wel. Waren er nog meer vragen die u tot uw rekening kan nemen? Anders dan gaan we naar de … De heer De Vries: Ja, de rest laat ik aan mijn collega’s, voorzitter. De voorzitter: Is top en dan gaan we naar de heer Goedhart. Of ik zie eerst mevrouw Besselink, u was er nu. Mevrouw Meulenbroek: Voorzitter, ja sorry. We hebben het nog niet gedaan, maar mogen we elkaar ook interpreteren in … Hoe heet het, interpreteren of een tussenvraag stellen? De voorzitter: Interrumperen. Ja, dat kun je. Mevrouw Meulenbroek: Interrumperen, sorry. Naar aanleiding van de uitleg op de vraag van die de heer Yeyden, misschien een wat praktischer en wat simpele vraag. Mijn naam is Désirée Meulenbroek, GroenLinks. Wat ik me afvroeg is: zien wij straks in de jaarverslagen van de stichting … Ik weet überhaupt niet of wij die als raad trouwens krijgen. Zien wij dan wel hoe de financiering tussen al die stichtingen en de overkoepelende organisatie werkt? We hebben het namelijk in de raad ook heel vaak gehad over zorgcowboys en dat we ons daar zo’n zorgen over maken.
En u heeft uitgelegd dat het een hele compacte kleine organisatie wordt, met een kleine compacte ondersteuningstaak. Maar ja, ik raak me toch een beetje het pad kwijt met het ‘…’ web van allemaal stichtingen. Kunt u mij dan praktisch uitleggen hoe dat financieel zit? De voorzitter: De heer De Vries. De heer De Vries: Ja, dat zal ik proberen te doen. Wat ik u net al zei: de Stichting Sociale Teams Helmond, dat is in formele zin de partij die de opdrachten neemt en dus de partij die de opdracht, zoals de gemeente Helmond die heeft gegeven, uit zal voeren. En wij krijgen voor die opdracht een bepaalde omvang aan subsidie en daar zullen wij middels een jaarrekening aan de gemeente, overheid een transparantie over verstrekken. Ik zou haast zeggen vanzelfsprekend. We zijn ook een ANBI-stichting, dus dat betekent dat dat
wat dat betreft ook vanzelfsprekend is. En ik ga ervan uit dat als wij dat aan de gemeente verstrekken, dat dat ook inzichtelijk is voor de raad. Dus mijn antwoord is daarop heel eenvoudig: ja. De voorzitter: Mevrouw Besselink. Mevrouw Besselink: Ja, dank u wel. Er werd een vraag gesteld over de 80 procent, dat is ook gelijk volgens mij de lastigste opgave, dus daar kan ik niet zo'n heel makkelijk antwoord op geven. Het heeft heel erg te maken tot waar gaat de hulpverlening straks? Dat was eigenlijk de vraag. En wanneer gaan we over naar die 20 procent? We kijken heel erg naar complexiteit en ook intensiteit van de hulpvragen die binnenkomen. Daarbij kun je je voorstellen dat bijvoorbeeld … Ik noem even een voorbeeld: complexe psychiatrie waarvoor 24uursopvang nodig is, dat is niet een vraagstuk wat wij binnenhouden. Of bijvoorbeeld specialistische traumabehandeling van jeugdigen, dat vraagt om zo een specialistische zorg. Dat zijn van die vragen, dat hoort niet in die 80 procent. De andere kant van het verhaal is dat het ook een dynamische opgave is, want om die 80 procent te kunnen behalen, moeten we heel erg gaan monitoren op de hulpvraag die er bij ons binnenkomt. Want op het moment dat blijkt dat een bepaalde hulpvraag een bepaalde expertise vraagt en dat dat vaak voorkomt, dan zullen wij daar ook onze teams op gaan aanpassen.
Ik zeg maar iets: als blijkt dat speltherapie heel vaak voorkomt en wij dat vaak aan het verwijzen zijn, naar de zwaarwegende hulp, dan zullen we daar ook zelf op gaan voorbereiden om dat zelf ook te gaan bieden. Dus op die manier gaan wij ook dit met elkaar onderzoeken en ook monitoren van: wat komt er binnen en hoe kunnen we onze expertises daar ook goed op afstemmen? Dus dat. En wat ik ook nog even wil aangeven, is dat wij ook de grenzen juist heel goed moeten bewaken. Omdat op het moment dat we alles gaan oppakken, dan lopen wij ook dicht. Dus ook bepaalde dingen juist niet meer doen, zorgen dat dat vanuit het voorliggende veld ook opgepakt gaat worden, dat is ook iets waar we heel erg op gaan sturen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Goedhart, of de heer Hoven. Ik zie allereerst nog een interruptie van de heer Manders, excuus. De heer Manders: Dank u wel voorzitter. Naar aanleiding van mevrouw Besselink: als u expertise mist zei u, dan gaat u daarvoor zorgen. Gaat u daarvoor zorgen met de bestaande medewerkers door die in feite bij te scholen of zoekt u dan medewerkers van buiten? De voorzitter: Mevrouw Janssen, ik neem ook gelijk uw interruptie mee. Mevrouw Janssen: Voorzitter, volgens mij hebben ze mijn vraag net niet beantwoord. De voorzitter: O, maar we zijn nog bezig met de beantwoording, dus wellicht komt die nog aan bod.
Mevrouw Janssen: O, u was nog bezig. De voorzitter: Ja, we zijn nog bezig. Mevrouw Besselink. Mevrouw Besselink: Nou, het is zeker zo dat wij zo onze professionals gaan ondersteunen, dat zij zich ook kunnen blijven ontwikkelen. Dus als er een bepaalde expertise is waar onze mensen zich in kunnen ontwikkelen, dan is dat zeker iets waar we voor staan. Maar het zal er ook op neer komen dat je juist extern ook moet gaan werven, want er zijn gewoon bepaalde specialistische hulpvormen waar je gewoon ook extern voor moet gaan werven. Maar ook waar we voor bijvoorbeeld bij onze partner VIGO voor terechtkunnen, als het bijvoorbeeld gaat om wat zwaardere GGZ-problematiek. Dus en, en.
De voorzitter: De heer Goedhart. De heer Goedhart: Ja, misschien aanvullend daarop ook goed om te noemen dat de gemeente expliciet rekening gehouden heeft met de kleine aanbieders in de stad. Dus dat 5 procent van het budget ook besteed dient te worden aan de kleine aanbieders. En dat is op die manier ook een hele mooie kans om op casusniveau bij een specifieke inwoner, waar iets specifieks speelt, juist die kleine aanbieder in te schakelen die die specialisatie levert. De voorzitter: En de heer Goedhart, waren er nog meer vragen die bij u terecht waren gekomen? Dan zou ik zeggen: beantwoord die ook gelijk. De heer Goedhart: Ja, zeker. Er was sowieso uit de vorige ronde een vraag niet beantwoord. ‘Is er een klachtenprocedure?’ Ja. Dat is een korte vraag, kan ik daarop zeggen: die komt er, met een klachtencommissie daarachter. En twee vragen van de heer Van Lierop: ‘Hoe komen nieuwe cliënten bij u terecht? En van mevrouw Tamarinof: ‘Komt er een centraal kantoor?’ Nou, die hebben enig verband met elkaar. Er komt geen centraal kantoor. En dat heeft ermee te maken dat wij wijkgericht, georganiseerd en georiënteerd willen zijn. Wij hebben vier ontmoetingslocaties in de stad die ik tijdens de presentatie aangaf. En dat zijn de plekken waar het plaatsvindt, dus daar ontmoeten de teams elkaar, maar dat is waar ik ook wisselend mijn werkplek bijvoorbeeld ga vinden.
Dat heeft gewoon met onze filosofie te maken. En dat betekent dat inwoners op verschillende manieren bij ons binnenkomen. Haak ik weer even helemaal op het begin: wij gaan de inwoners zelf opzoeken, zelf treffen. We zorgen dat we samen met samenwerkingspartners … Een centrale voordeur noemen we het, dat kan digitaal, kan fysiek zijn, maar dat de plekken zijn in de wijk waar mensen terecht kunnen en dat ze altijd aan het juiste adres zijn. Het frontofficenummer van de gemeente blijft gewoon beschikbaar zodat er eenvoudig doorgeschakeld kan worden naar ons. En we zullen natuurlijk via formulieren op websites en digitaal, telefonisch en dergelijke ook allemaal bereikbaar zijn, dus zo kunnen mensen zich bij ons melden. De voorzitter: De heer Smits heeft een interruptie, zie ik. En daarna de heer Van Lierop. De heer Smits: Nee voorzitter, ik heb eigenlijk geen interruptie, maar ik heb eigenlijk een beetje een aanvullende vraag op het hele onderwerp. Ik ben raadslid en van mij wordt verwacht dat ik een soort controlerende functie heb. En ik ben nu een beetje aan het zoeken naar de wijze hoe je de controlerende functie kan oppakken.
Is het zo … En misschien is de vraag voor de heer Hoven, dat bij de aanbesteding de bekende, de bestaande verordeningen, kaderstellingen die we ooit in het verleden gedaan hebben binnen het sociale domein, zijn die nog steeds geldig of worden er wijzigingen aangebracht vanwege deze nieuwe herstart van die sociale teams? Dat is eigenlijk de vraag die ik had, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Lierop. De heer Van Lierop: Dank u wel voorzitter. Ik heb nog een vraag aan de heer Goedhart, naar aanleiding van zijn opmerking die die net had over de ‘…’ cliënt bij jullie in contact. Wat me daarin opvalt, is dat het voornamelijk over elektronica gaat. En als ik me de wijken in de stad voor de geest haal, dan zitten er ook mensen tussen die de elektronica zeer slecht kunnen bedienen. Dus de vraag is: worden er ook nog andere media gebruikt? Dat is mijn vraag. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Hoven.
De heer Hoven: Ja, bedankt. Vraag van de heer Smits, over controlerende functie en de kaders zoals we die hadden, bijvoorbeeld vanuit de kadernota sociaal domein, die zijn nog steeds geldig. In principe is de relatie tussen de Stichting Sociale Teams Helmond, die gaat … Dat is een relatie met het college. Dus de verantwoordingen die wij vragen van de stichting … Het gaat bijvoorbeeld over al die prestatie-indicatoren die we met elkaar afspreken, die gaan van wat meer algemeen tot vrij gedetailleerd. En uiteindelijk denk ik dat een deel van die prestatie-indicatoren, dat we die ook moeten laten landen in de infographic, zoals we die ook regelmatig naar u toesturen, of in de prestaties zoals in de begroting of de verantwoording terugkomen. En dat is denk ik de wijze waarop de raad uiteindelijk echt haar controlerende rol kan invullen. De voorzitter: En mevrouw … De vraag van mevrouw Janssen, die is ook voor u. De heer Hoven: Die heb ik dan niet meer scherp. De voorzitter: Even kijken. We hebben nog de vraag van de heer Van Lierop, dat is om de elektronica. Ik weet niet of u die wil beantwoorden, anders gaan we weer terug naar de heer Goedhart. De heer Goedhart: Ja, mijnheer Van Lierop heeft uiteraard helemaal gelijk.
En ik begon het … Ik eindigde het rijtje met een aantal elektronische manieren waarop we contact kunnen hebben, maar ik begon het rijtje ook met de centrale voordeur. En dat betekent dat er een plek is in de wijk waar u naartoe kunt, waar u zich meldt en waar iemand is die u gewoon netjes te woord staat. Dus daar wordt zeker in voorzien. En de filosofie dat wij zelf de wijk in willen gaan om inwoners te ontmoeten op de plek waar ze wonen, dat is ook een fysieke ontmoeting waar je elkaar treft en gewoon op een eenvoudige manier met elkaar in gesprek gaat. Dus we willen eigenlijk alles aanbieden van een inloop tot inderdaad de mogelijkheid om te chatten, passend bij waar iemand zich comfortabel bij voelt. De voorzitter: Dank u wel. Tot slot mevrouw Janssen, of u uw vraag even wil herhalen. Dan gaan we nog … Dan gaan we deze commissievergadering afronden. Mevrouw Janssen. Mevrouw Janssen: Het ging over de wettelijke kaders, mijnheer Van Hoven, die de gemeente gesteld heeft wat kan en wat mag. En de synergie daartussen, want de andere … De nieuwe aanbesteden of die de aanbestedingsbronnen hebben, die gaan kennismaken met de samenwerkingsprojecten. Maar krijgen zij ook de ruimte om die te pakken als nodig is om met u … We hebben in die commissies van ‘ruimte om te leven’ gekeken op een gegeven moment welke partners samen een probleem zouden kunnen oplossen.
En of u daar open voor staat of dat de synergie gezocht kan worden of dat u puur vanuit de zorg … Of dat zij dat puur alleen maar vanuit de zorg aanbieden. Dat was eigenlijk de vraag. De voorzitter: Mevrouw Meulenbroek, u heeft hier een aanvullende vraag? Tenminste, dat verwacht ik. Uw microfoon, we horen u niet. Mevrouw Meulenbroek: Sorry, dank u wel voorzitter voor de reminder, ik had mijn microfoon ook niet aanstaan. Het is een beetje een naamhandeltje, want we hebben het volgens mij over alles gehad. Behalve over één facet misschien wat minder en dat is toch wel een heel belangrijk facet, omdat daar ontzettend veel vrijwilligers ook actief zijn en dat is het voorliggende veld. En denk aan al die vrijwilligers bij Humanitas, bij sportclubs, bij het ziekenhuis. Ik weet niet waar ze allemaal werken, maar het zijn er heel veel, dat hebben jullie in de programmabegroting ook kunnen lezen. En ik vroeg mij af of onze nieuwe partners daar ook al kennis mee hebben gemaakt en hoe ze daar ontvangen zijn en of ze daar iets over kunnen vertellen, hoe ze die samenwerking voor zich zien.
De voorzitter: De heer Hoven, we beginnen bij u. De heer Hoven: Die wettelijke kaders, die gelden, maar die moeten meer gezien worden als randvoorwaarden. En het is zeker de bedoeling dat de stichting en de professionals in de wijk de relatie leggen met andere partners om uiteindelijk de problemen waar de inwoners tegenaan lopen, op te lossen. Dus het is zeker niet beperkend bedoeld. De voorzitter: Dan tot slot, ik denk voor de heer Goedhart omtrent de vrijwilligers. De heer Goedhart: Ja vrijwilligers, die zijn van onschatbare waarde. Daar draait zo ontzettend veel op, dat je daar niet aan voorbij kunt gaan als stichting in de stad. We hebben nog geen contact gemaakt of direct kennis gemaakt met bijvoorbeeld een Humanitas. Wel natuurlijk met LEV in gesprek geweest, die ook veel vrijwilligers werkzaam heeft. En dat heeft ermee te maken, wat ik in de presentatie zei, is dat we in een hele korte tijd hele duidelijke afspraken te maken hebben met een aantal partijen. En met de andere partijen maken we op dit moment kennis. We hebben een hele lijst met organisaties en daar worden steeds kennismakingsafspraken mee gemaakt. Daar staan ook de organisaties op die vele vrijwilligers in dienst hebben, maar we hebben ze nu nog niet gesproken. Dus dat zal vermoedelijk in december gaan gebeuren. Wij werken zelf ook met veel vrijwilligers.
Dat sluit aan bij wat ik zeg, dat past heel erg bij de visie van de stichting. Mevrouw Meulenbroek: Grappige verspreking hè, dat u zei dat ze bij u in dienst zijn en ook bij anderen in dienst zijn. Maar het is onbetaald werk hè, dus laten we vooral niet vergeten. De heer Goedhart: U heeft helemaal gelijk. De voorzitter: Volgens mij wilde nog iemand iets aanvullen, was het mevrouw Besselink? Mevrouw Besselink: Nou, ik zat wel even te denken van … Wat ik wilde aanvullen is dat we in wijken gaan werken met de teams en dat ieder team ook een aanjager gaat krijgen. Een aanjager van het voorliggende veld, zodat er ook echt één professional, één sociaal werker is, die als een soort makelaar ook al die initiatieven in de gaten houdt en verbindt continu. Ook omdat het belang … En die sociale basis is voor ons van zo'n groot belang, want als er geen sterke sociale basis is, dan kunnen wij onze doelstellingen ook niet behalen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Besselink: Ja. Einde -Afsluiting door de voorzitter De voorzitter: Dan zijn we aan het slot gekomen van deze bijeenkomst. Ik dank iedereen hartelijk voor zijn deelname. En speciale dank voor de heer Hoven, mevrouw Besselink, de heer De Vries en de heer Goedhart. Goed om periodiek dergelijke sessies te houden. Fijne avond en ik sluit bij deze de vergadering. En natuurlijk dank ik ook de wethouder, natuurlijk.
De heer …: Fijne avond, dank u wel.