Verslag - Raad 3 juni
Tekst van het document
wel een hele spannende voor ons, want we gaan een ontzettend grote opdracht buiten de deur zetten. Het leveren van goede zorg is cruciaal, zeker in deze sociale teams. Zij hebben echt die centrale rol in dat stelsel en juist met hen willen we ook die meer outreach aanpak realiseren richting bijvoorbeeld huisartsen, maar juist ook richting scholen en richting de meest kwetsbare inwoners. De gemeente komt daar veel meer in een passende rol als opdrachtgever in plaats van uitvoerende en zoals u in de RIB ook heeft kunnen lezen, staat de kwaliteit ook echt voorop bij deze aanbesteding. Dus we gaan uit van een vast bedrag en we sturen op kwaliteit. In de raadsinformatiebrief zijn ook de aandachtspunten die u daar vorige keer in januari op heeft meegegeven is aangegeven hoe die zijn verwerkt in de aanbesteding. Dan geef ik nu het woord aan mijn college Paul Berkers, wij wisselen hier even, over de decentralisatie beschermd wonen. Decentralisatie beschermd wonen De heer Berkers: Ja. Katelijn, dank je wel. Beste raadsleden, ik wil graag ingaan op twee resterende onderwerpen nog: decentralisatie beschermd wonen en zo meteen, zoals aangekondigd, even de motie van de gemeente Roerdalen. Het is zo dat wij beschermd wonen uitvoeren op dit moment. Dat doen wij voor onze gemeente Helmond en ook voor de deelgemeenten. We hebben de rol als centrumgemeente daarin.
Bij beschermd wonen, gaat het om huisvesting met begeleiding en zorg voor inwoners met forse ondersteuningsvragen. U kunt dan denken aan mensen met GGZ-problematiek, met een verslaving waar ook 24-uurstoezicht ter sprake is. Het is zo dat het Rijk deze zorg gaat decentraliseren en inhoudelijk gaat dat plaatsvinden vanaf 1 januari 2022 en financieel een jaar later vanaf 2023. Het is zo dat naast die decentralisatie er ook sprake is van een inhoudelijke doorontwikkeling waarbij het uitgangspunt is dat we gaan van beschermd wonen naar beschermd thuis. Eigenlijk kun je zeggen dat je van een integrale setting veel meer gaat naar zo zelfstandig mogelijk wonen van deze doelgroepen en ook het meedoen van deze mensen in de stad en in de wijk staat daarin centraal. Wel met een behoorlijk intensieve vorm van begeleiding die voor deze doelgroepen gezien de achtergronden van de mensen wel nodig is. In juni 2020 hebben de colleges van Helmond en de Peelgemeenten een reisplan opgesteld met uitgangspunten om die decentralisatie vorm te geven. Een van de dingen die toen is vastgesteld is dat Helmond een centrum of regiegemeente blijft, dat we inhoudelijk intensief gaan samenwerken, intensiever dan dat we nu eigenlijk doen en dat we willen behouden wat goed loopt.
Bijvoorbeeld één onderdeel daarvan is de continuering van de zorg voor de cliënten natuurlijk en ook het voorkomen van versnippering van het aanbod. De komende periode gaan we dat reisplan verder uitwerken en dan gaat het om juridische, financiële, organisatorische en inhoudelijke afspraken die geborgd gaan worden in een dienstverleningsovereenkomst en een uitvoeringsplan wat vastgesteld gaat worden en uitgewerkt gaat worden. Dan gaat het over, ja, meer inhoudelijke afspraken, bijvoorbeeld over hoe we de toegang organiseren of de vestiging van de voorzieningen die nu nog vaak in de centrumgemeenten zijn en waarbij denkbaar is dat dat ook in de regiogemeenten wat meer gaat plaatsvinden. Ook het bevorderen van doorstroming is een onderwerp wat we aan de hand zullen nemen. Nou, via de voortgangsbijeenkomst van de kadernota sociaal domein zullen we uw raad ook meenemen en mocht het nodig zijn nog tussentijds. Het is denk ik wel goed om tot slot nog even te noemen dat parallel aan de decentralisatie ook de transitie van beschermd wonen speelt. Het is zo dat er behoorlijk wat mensen nu in de Wmo in beschermd wonen zitten die hele zware problematiek zitten en die echt zeer langdurig ondersteund worden.
Het is daarbij zo dat die mensen opnieuw bekeken worden en op moment dat dat ter sprake is dan vindt er een overgang van Wmo naar de Wet langdurige zorg plaats waarbij het budget ook de cliënt volgt.
Motie Roerdalen over huishoudelijke hulp De heer Berkers: Dan ga ik nu verder naar de laatste toelichting. De motie Roerdalen. Het is zo dat de gemeenteraad van de gemeente Roerdalen een motie heeft vastgesteld over huishoudelijke hulp vanuit de Wmo en de gevolgen voor het abonnementstarief voor gemeenten. Onderdeel van die motie van de gemeente Roerdalen was dat ze die ook wilden voorleggen aan alle Nederlandse gemeenten. Dat stuk is op 13 april bij uw raad als ingekomen stuk, agendastuk 10 is dat binnengekomen. Toen heeft uw raad verzocht om daar apart bij stil te staan met een korte toelichting, dus geef ik nou graag. De motie heeft u ook kunnen lezen bij die ingekomen stukken. De inhoud van die motie is dat er zorgen zijn over de financiën van Wmo als gevolg van de landelijke invoering van het abonnementstarief. Dat betekent een vaste eigen bijdrage voor de Wmo van 19 euro per maand en dat er geen inkomenstoets plaatsvindt. Dus onafhankelijk van het inkomen van mensen betaalt iedereen dezelfde bijdrage. Wat de gemeente Roerdalen constateert is dat er een aanzuigende werking is op met name de huishoudelijke ondersteuning en dat het Rijk eigenlijk onvoldoende compensatie geeft voor de kosten die daarmee gemoeid gaan.
Het verzoek van de gemeente Roerdalen was ook aan haar eigen raad en aan de overige gemeenten van Nederland om het Rijk te bewegen tot verbetering van de systematiek van huishoudelijke ondersteuning, bijvoorbeeld door invoering van zo’n inkomenstoets en de VNG te verzoeken dat standpunt ook mee te nemen in de gesprekking met betrekking tot de kabinetsformatie. Als we gaan kijken naar de situatie in de gemeente Helmond, dan is dat eigenlijk heel herkenbaar wat er in Roerdalen ter sprake is. Voordat er sprake was van de invoering van het abonnementstarief hebben wij onze zorgen al neergelegd bij de VNG en de VNG ook bij VWS, omdat we ons zorgen maakten over de compensatie. Dat ging vooral over de inkomsten die je misloopt als gevolg van de eigen bijdrage, maar veel minder over een mogelijk aanzuigende werking. Die feitelijke toename van huishoudelijke ondersteuning is wel degelijk ter sprake. We hebben u daar ook eerder over geïnformeerd, bijvoorbeeld in de raadsinformatiebrief 4 op 15 januari 2020. We hebben ook al eerder wel signalen afgegeven bij de VNG dat de betaalbaarheid van de Wmo daarmee onder druk komt te staan. Wat we graag aan u voorleggen is de vraag of u die motie van de gemeente Roerdalen over kunt nemen.
Ik kan me voorstellen dat er ook nog vragen zijn over de andere onderwerpen die net in het laatste deel aan de orde zijn geweest, dus mogelijk dat daar nu ook gelegenheid voor is om die vragen te stellen. Dat was mijn toelichting, voorzitter. De voorzitter: Dank je wel. Dan kijk ik … Ja. Dan kijk ik even naar de vragen die er zijn. Mevrouw Janssen, ik begin met u. Mevrouw Janssen-Jansen: Dank je wel, voorzitter. Zal ik beginnen met vragen aan mevrouw Lukassen of eerst aan mijnheer Berkers? De voorzitter: In zijn algemeenheid. Mevrouw Janssen-Jansen: In zijn algemeenheid. Nou, om even op de presentatie van mijnheer Berkers terug te komen voor die motie van Roerdalen. Ik begreep dat ze dan ook een inkomenstoets wilden hebben, maar waar leg je dan die grens? Want voorheen was dat best een laag bedrag waarbij mensen toch een bedrag van iets van 45 euro per maand of per week moesten betalen voor drie uur ondersteuning en, ja, het probleem voor ons is eigenlijk: waar leg je die inkomensgrens? Dat is eigenlijk … Dat willen ze uitgezocht hebben. Dan de vragen over het gezinshuis. Want op dit moment lopen naast de Beierweg lopen nog een aantal aanvragen over gezinshuizen.
Hoeveel van dit soort aanvragen lopen er nog meer op dit moment in de stad? Want er komen regelmatig vragen van mensen, omdat het een lucratieve inkomstenbron is natuurlijk als je in een van oorsprong sociale huurwoning daar mensen met begeleid wonen in zet. Bijvoorbeeld in de loop van 20 mei stonden al in de gauwigheid heb ik al vier aanvragen gezien voor het afwijken van het bestemmingsplan voor
begeleid wonen: in de Uiverlaan, in de Dijksestraat. Dus, zijn er nog meer? Want het lijkt nu of het een soort vliegwieleffect heeft waardoor er heel veel komen. Graag een reactie daarop. Even kijken. Ja, dat was het even tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank je wel. Dan ga ik verder met mevrouw Peijs. Mevrouw Peijs: Ja. Dank u wel, voorzitter. Drie punten. Eén vraag naar aanleiding van de informatie over de toeslagenaffaire. Goed om te horen dat de gemeente ook al voorbij die affaire kijkt en de lessen ook al breder trekt. Nog één vraag ten aanzien van die affaire: ik heb begrepen dat landelijk de oudervereniging heeft aangegeven dat de gedupeerde ouders eigenlijk niet herkenbaar in systemen terug willen komen, om maar even plat te zeggen: geen vlaggetje achter hun naam willen hebben als slachtoffer van. Dat betekent natuurlijk wel dat die mensen als zij die 30.000 euro hebben ontvangen zomaar op een controle van bijvoorbeeld Sensor kunnen rekenen als het gaat over hun uitkering. Is dat iets wat de wethouder herkent of iemand herkent? En wat daar aan gebeurt om te voorkomen dat mensen, ja, gewoon opnieuw in een hele vervelende situatie en weer opnieuw van verlies in de overheid geconfronteerd worden? Een tweede vraag, die heeft mevrouw Janssen eigenlijk voor een heel groot gedeelte ook al gesteld, over de gezinshuizen.
Fijn, mevrouw Janssen, dat u mijn signaal van vorige week ook overgenomen heeft. Het is een harstikke mooie voorziening; groot voorstander van, maar we moeten ook niet naïef zijn. Er zit inderdaad een verdienmodel onder. De zorgcowboys hebben dat zo gevonden en ik heb ook signalen dat op een aantal plekken in de stad gewoon huizen hiervoor opgekocht worden, dus mijn oproep ook aan de gemeente om aan de voorkant te komen. Wacht niet af tot we uiteindelijk schrijnende situaties krijgen en probeer het kaf van het koren te scheiden. Tot slot met betrekking tot de motie Roerdalen. Ja, ik vind dat hij nu heel open aan ons wordt voorgelegd als raad. Volgens mij hebben mevrouw Kolen en ik inderdaad deze motie wel even ter bespreking laten brengen. Vanuit de PvdA-fractie zijn wij het met de strekking van de motie zoals die vanuit Roerdalen is voorgelegd het hardgrondig eens. Uit alle informatie blijkt dat juist de stijging met betrekking tot de aanvraag huishoudelijke ondersteuning gestegen is hierdoor in de wijken waar over het algemeen wat hogere inkomens vertegenwoordigd zijn, dus de strekking om daar iets aan te laten doen die onderschrijven wij. Mevrouw Janssen geeft aan: ja, waar leg je dan de grens? Ja, die laat ik graag in de uitwerking verder over, maar dat je er iets mee moet, daar ben ik het zeer mee eens. Dat was hem. De voorzitter: Dank je wel, mevrouw Peijs.
We gaan naar mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook drie puntjes. Het eerste over de ervaringsdeskundigen hoorde ik dus dat die gelukkig opgeleid worden, en ik ben blij dat dat onderhand nu in gang is gezet. Maar betekent dat dan ook als ze opgeleid zijn, geslaagd en dat ze dan ook in dienst van de gemeente komen? Want dat was eigenlijk wel onze bedoeling. Dan heb ik nog ook een vraagje eigenlijk, ja, niet zo zeer alleen over gezinshuizen, maar sowieso we hebben dadelijk allemaal andere woonvormen en andere, ja, toch andere vormen zoeken, wat kleinschaliger en wat dichterbij en dan tegenover inderdaad het verdienmodel. Maar ik denk ook dat we eigenlijk, ja, ik weet niet hoe goed de gemeente dat in beeld in heeft, maar ik denk ook niet dat we als iedereen die iets aan wil bieden of zo ook meteen ervan uit moeten gaan dat het als verdienmodel wordt gezien. Dus ik wil eigenlijk zeggen: we moeten natuurlijk heel kritisch kijken, maar we kunnen ook niet alles en iedereen over een kam scheren en bij elke aanvraag denken: oké, daar gaat er weer eentje. Dus het wantrouwen, ja, vind ik een beetje moeilijk om nou iedereen en alles te wantrouwen die met iets goeds wil beginnen en inderdaad dat kleinschalige waar wij gewoon behoefte aan hebben, want dat hebben we toch nodig. Dus daar zit ik eigenlijk zelf een beetje mee te dubben.
Ik snap het helemaal, maar ja, ik vind het toch lastig om meteen mensen te beschuldigen die iets beginnen dat het waarschijnlijk een verdienmodel is. Dan
over de motie. De SP staat er nog steeds zo in dat eigenlijk deze motie die gaan wij dan zeg maar wel zelf oplossen door bijvoorbeeld een inkomenstoets te gaan invoeren, maar wij vinden nog steeds dat iedereen recht heeft op hulp, of hij nou rijk of arm is of ziek of, dus eigenlijk, ja, pleiten wij er nog steeds voor dat het Rijk heeft die ingevoerd, dus het Rijk moet daar ook maar volledig voor compenseren. Dus wij gaan het nu eigenlijk alweer oplossen, terwijl we vind ik eigenlijk nog steeds aan moeten dringen bij jullie: jullie hebben dat zo ingevoerd, zorg er maar voor dat het geld er voor is. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Ja. Dank je wel. Ik zag … Ik had geïnventariseerd en ik zag een handje van mevrouw Warmerdam. Die heb ik ook bij de lijst gezet. Ook van mevrouw Koolen en ik zag een handje van mevrouw Peijs. Degene die een interruptie heeft die krijgt het woord. Mevrouw Peijs: Ja. De voorzitter: Mevrouw Peijs, dacht ik. Want die … Mevrouw Peijs: Ja. De voorzitter: Heb ik al aan het woord gelaten. Mevrouw Peijs: Ja, het was inderdaad een interruptie of in ieder geval een bijval van wat mevrouw Maráczi zegt. Die beweging van vertrouwen die is heel belangrijk, ook al het gaat over kleinschalige initiatieven.
Wat ik vorige week vroeg, en ik realiseer me dat ik dat vandaag niet zo duidelijk vroeg: er ligt natuurlijk ook een opgave van gemeenten met de gesloten jeugdzorginrichtingen om die ook langzaam om te ontwikkelen naar meer van dit type voorzieningen. Ik vraag me af hoe dat staat en dat dat wel genoeg aandacht krijgt in plaats van, ja, dit soort kleine initiatieven. Dus dat was … En ten aanzien van het puntje van de Roerdalen, mevrouw Maráczi, volgens mij is dat wel precies wat de motie zegt. Zij verzoeken het Rijk om met een oplossing te komen en niet zozeer als gemeente om dat op te lossen. De voorzitter: Dank je wel. Dan ga ik verder met de heer Yeyden. De heer Yeyden: Dank je wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk maar één vraagje, maar voordat ik daarmee begin even aansluitend op het voorgaande van mijn collega’s, met name van mevrouw Maráczi: wij moeten uitgaan van het vertrouwen en niet al bij voorbaat denken: hier is al iets mis. Nee, we moeten uitgaan vanuit het vertrouwen en daar waar het misgaat, moeten we ook gewoon keihard aanpakken en oppakken, zo simpel is het. Even een vraag ook naar mijnheer Berkers over, want hij had het erover dat we van beschermd wonen naar bescherm thuis gaan. Goede zaak, alleen er moet wel gezorgd worden dat er voldoende aanbod is om door te kunnen stromen, neem ik aan.
Heb je daar zicht in en heb je daar ook concrete toezeggingen of afspraken met woningbouwverenigingen dat er ook voldoende mogelijkheden zijn om door te kunnen stromen? Dank u wel. De voorzitter: Dank je wel. Dan ga ik verder met de heer Van der Zanden. Aan u het woord. De heer Van der Zanden: Dank u wel, voorzitter. Het is even aan de orde geweest de zogenaamde toeslagenaffaire. Dat gaat over de gedupeerden van de Belastingdienst die ten onrechte als fraudeurs werden aangemerkt die worden dan opgevangen door de gemeentes, maar je zou ook de parallel kunnen trekken met bijvoorbeeld de bijstandswetgeving, participatiewet. Daar worden wellicht ook door de strenge participatiewet mensen ten onrechte als fraudeur worden behandeld. Is daar misschien meer aandacht voor
nodig? Moeten we ook niet de les trekken uit de toeslagenaffaire voor andere rechtsgebieden zoals de participatiewet? En moet ook de communicatie met wat kan van de participatiewet moet dat ook duidelijk gecommuniceerd worden aan de bijstandsgerechtigden? Dat was om even aandacht te vragen. Dank je wel. De voorzitter: Dank je wel. Mevrouw Warmerdam. Mevrouw Warmerdam: Dank je wel, voorzitter. Ik heb een opmerking voor mijnheer Berkers inzake de motie Roerdalen. Wij zijn volledig tegen een inkomensgrens om de simpele reden dat we allemaal ouder worden, de groep tachtigplus wordt steeds groter, mensen worden hulpbehoevend en iedereen moet de kans hebben op betrouwbare hulp. We lezen steeds meer hoe mensen belazerd worden op oudere leeftijd, dus voor ons is heel belangrijk dat iedereen de kans krijgt op een betrouwbare hulp. Dat wil voor ons niet zeggen dat er geen inkomensgrens mag zijn. Of die nou gestaffeld is of dat je zegt … Of dat die gestaffeld is of niet, dat laten we even in het midden. Het is voor ons wij vinden dat het Rijk dat mag oplossen als ze vervolgens maar bij de keuze die ze maken de gemeenten naar evenredigheid compenseren. De voorzitter: Dank je wel, mevrouw Warmerdam. Duidelijk. Mevrouw Bach. Mevrouw Bach-Smits: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik had een vraag aan de heer Berkers.
U had het erover als er geen echte uitkomst is bij mensen thuis begeleiden, en ik denk dan waarschijnlijk toch wel drugsverslaafden of andere zwaardere gevallen, komen ze in aanmerking voor een PGB. Wordt dat dan zelf zorg inkopen of wat moet ik me daar dan bij voorstelle? De voorzitter: Dank je wel, mevrouw Bach. De heer Panjoel. De heer Panjoel: Ja. Dank je wel, voorzitter. Ja, ik heb ook effen een vraag voor de heer Berkers. De decentralisatie van beschermd wonen, mooi in het kader van inclusie en kansengelijkheid, maar we zijn benieuwd of er nog andere afspraken gemaakt zijn met andere sociale partners. Dus de heer Yeyden van het CDA heeft net meer over de woning, maar eigenlijk meer gericht om andere sociale partners daar mogelijk bij betrokken zijn. Ja, daar zijn we benieuwd naar. De voorzitter: Dank je wel. Dan tot slot mevrouw Koolen. Mevrouw Koolen-Van der Zee: Ja. Dank je wel, voorzitter. Nou, we hadden eigenlijk een vraag over woonbestemming inderdaad, net als vorige week bij de Glimlach, die omgezet worden naar een maatschappelijke bestemming. Er is ons ter oren gekomen dat dat er wel huizen zijn in de straten die die aanvraag nu hebben gedaan. Het gaat hierbij om sociale huurwoningen, die dus betaalbaar zouden zijn ook voor jou en mij.
Dus hoe zit het daarmee met die bestemmingsplannen? Of hoe ziet dat er dan uit? En het gaat dan ook om verschillende aanvragen in dezelfde wijk. En ik hoor net zeggen dat er, als er getoetst wordt, wordt er gekeken naar de ruimte en naar de omgeving. En dat triggerde bij mij het stukje van die ruimtelijke vestiging. En dan het advies van het sociaal domein. En dat er een woonzorgvisie te zijner tijd komt en dat wij daar als raad bij betrokken worden. Dus dat is heel prettig om te horen. Maar die woonzorgvisie is er nu nog niet. En hoe zit het dan met de huidige aanvragen van mensen die, of instanties die een woonbestemming om willen zetten naar een maatschappelijke bestemming? Dank je wel. De voorzitter: Dank je wel. Ik heb vragen aan wethouders horen stellen. En die ga ik eerst het woord geven. En ik denk dat mevrouw Dortmans hier misschien wel als eerste het woord wil. Is dat zo, mevrouw Dortmans?
Mevrouw Dortmans: Nee, ik ben er eerlijk gezegd vanuit gegaan dat mevrouw Lukassen en mijnheer Berkers de vragen voor hun rekening zouden nemen. Dus ik zou voor willen stellen om dat … Maar ik zie wel collega Van Dijk. De voorzitter: Ja, ik heb ongetwijfeld vragen voor wethouders gehoord. Maar ik wist niet precies aan welke. Wethouder Van Dijk, of wethouder De Vries? Wethouder De Vries en wethouder Van Dijk, allebei geef ik u het woord. De heer …: Maar niet tegelijk, denk ik, voorzitter. Want dan gaat het wel mis. De voorzitter: Wethouder Van Dijk. De heer Van Dijk: Ja, dank je wel, voorzitter. Ja, ik ga graag in op de vragen met betrekking tot van beschermd wonen naar beschermd thuis. En de vraag is over voldoende aanbod. Ik begrijp dat ook. En dat klopt ook. De prestatieafspraken met onze woningbouwcorporaties die zijn dan ook heel belangrijk voor die uitstroom. Maar dan pak ik ook meteen even de vraag van de heer Panjoel erbij. We zijn op dit moment bezig met de woningbouwcorporaties, met de zorgcorporaties, met LEV-groep, zijn we in gesprek over de woonzorgvisie. We zijn in groepen met elkaar bezig om te bepalen van: welk soort zorg hebben we nou nodig? En welke woning past daarbij, in Helmond? Dat proberen we echt in kaart te brengen om straks te kijken of juist de integraliteit van verschillende zaken misschien samen opgepakt kunnen worden.
Waardoor je makkelijker tot nieuwe woonvormen kunt komen, waar begeleiding kan plaatsvinden. Dus daar zijn we eigenlijk nu volop mee bezig. Overigens moet ik ook aangeven: wat je nu ziet en -de heer Berkers refereerde er straks aan- we zien een enorme uitname van Wmo naar WLZ. We hadden dat destijds ingeschat op ongeveer 20-30%. Maar we zien het nu al echt oplopen naar 50%. En dat betekent ook dat heel veel mensen die eerst begeleid woonden, dus nu naar de WLZ gaan. En dat de groep die achterblijft, dus wellicht een andere vraag nodig heeft dan dat we tot nu toe steeds gegeven hebben. Dus we zijn ook daar ook echt aan het bekijken van: welke ondersteuningsbehoefte heeft deze groep nu echt specifiek nodig? Nou ja, op die terreinen zijn we dus nu volop aan het schakelen. En dan wil ik ook nog wel even terugkomen op de motie Roerdalen. Ik hoor wat verschillende geluiden. De een zegt: we willen de inkomensgrens niet handhaven, want het Rijk is daarvoor aan zet. Of: ga staffelen. Ik denk dat de motie, tenminste zo interpreteer ik hem, oproept om het Rijk terug te geven van: hé, kijk daar naar. En wellicht komt er een staffeling uit, of wat dan ook. Maar in ieder geval het signaal door te geven. Ik zou graag toch wat meer informatie van u willen horen, hoe u daarin staat. Moeten we nu wel reageren? Want het is uw eigen vraag in feite.
Of niet? Gaan we nu wel deze motie ondersteunen, of niet? Dus dat zou ik toch nog wel even na willen vragen. En overigens er werd gesteld een inkomensgrens. Wij in Helmond hanteren 130% ‘…’ van bijstandsniveau. Die hoeven überhaupt geen bijdrage te betalen. Maar dus graag nog even van uw raad meer duiding in… Ik vind het een beetje nu nog niet duidelijk of wij nu zelf daar iets mee moeten doen. De voorzitter: Wethouder, ik denk dat ik dit hier moet aanvullen. Dit is een informatieve bijeenkomst. Dus ik zou toch, als je daar een afweging over wilt maken over die motie, dan zal u dat in een ander gremia moeten doen. En er zijn best wel mogelijkheden voor. Ongetwijfeld weten onze raadsleden daar raad mee. Ik zou verder aan de heer De Vries het woord willen geven. De heer De Vries: Ja, dank je wel, voorzitter. Dat gaat over drie punten. Te beginnen bij de vraag van de PvdA over de toeslagenaffaire, en de slachtoffers daar met vlaggetjes. Maar ik snap heel goed wat mevrouw Peijs bedoelde. Die € 30.000 is echt bedoeld als compensatie van het leed wat geleden is. Het is dus níet de bedoeling dat schuldeisers op dat bedrag van € 30.000 springen. En het is wat mij betreft ook níet de
bedoeling dat uitkeringsinstanties zoals Senzer dat als inkomen bestempelen, waardoor de uitkering wordt stopgezet of gekort. Dat heb ik ook al eens ingebracht in Senzer. Daar wordt rekening mee gehouden. Dus als iemand slachtoffer is en als iemand om díe reden die compensatie heeft gekregen, dan wordt er in principe een uitzondering gemaakt. En die ruimte die proberen we ook zoveel mogelijk te pakken. In het verlengde daarvan vroeg de heer Van der Zanden: moet je de parallel niet trekken met de Participatiewet? Want we zien het vertrouwen ernstig geschaad met de toeslagenaffaire, vertrouwen in de overheid. En zijn wij ook niet vanuit de Participatiewet heel erg wantrouwend en controlerend? Die constatering is ook in deze raad had ook al eens eerder gedaan. Dat we daar ook eigenlijk toe moeten naar meer maatwerk. En ik durf te zeggen: dat doen wij in Helmond. En dat doen wij in de Peelregio al volop. Omdat Senzer ook al een aantal jaren geleden echt die beweging heeft gemaakt naar werken volgens de bedoeling. En uitgaan van wat iemand nodig heeft. De omgekeerde toets zullen we maar zeggen. Dus daar wordt dat al volop toegepast. En uw raad heeft volgens mij onlangs ook een motie aangenomen in het kader van de Participatiewet, die ook in het verlengde ligt hiervan. Door te zeggen dat giften voortaan voor een bedrag van € 1200 worden vrijgesteld.
Dus ook hier blijkt wel uit dat: ja, de lessen die wij kunnen leren van de toeslagenaffaire kunnen we ook lokaal iets mee. Tot slot de vraag van mevrouw Maráczi van de SP over ervaringsdeskundigen: gaan die na hun opleiding ook daadwerkelijk aan het werk? Dat is zeker de bedoeling. Daar worden ze ook voor opgeleid. Om hun vaardigheden en hun ervaringen die zij hebben, leren omzetten in ondersteuning naar anderen. Of dat per se bij de gemeente is, dat kan ik niet zeggen. Want het zou ook kunnen dat LEV-groep, Senzer -die ook zeer geïnteresseerd zijn in dit traject- dat daar ook werkplekken beschikbaar komen. Dat lijkt me alleen maar goed. Want ook daar is de inzet van ervaringsdeskundigen denk ik meer dan welkom. Voor zover, voorzitter. De voorzitter: Dank je wel, wethouder De Vries. Ik zag de heer Van Dijk nog. Wil die nog een aanvulling geven, of is het zo compleet? De heer Van Dijk: Dat zat ook op dit onderwerp, voorzitter. Ik heb toevallig vanmiddag nog een overleg gehad met een ervaringsdeskundige binnen ‘…’. En ja, er wordt echt aan gewerkt om te kijken of we een plek kunnen geven. De voorzitter: De heer De Vries heeft u het gras voor de voeten weggemaaid. De heer Van Dijk: Nou ja. De voorzitter: Dan ga ik verder met mevrouw, ik denk, Katelijn Lukassen? Ja? En de heer Berkers. Wie mag ik het eerste het woord geven? Mevrouw? Mevrouw Lukassen-Bouwmans: Ja, mij.
En dan sta ik zo dadelijk netjes op 1,5 m afstand op en dan mag Paul hier nog eventjes komen zitten, inderdaad. Nog even kort over de gezinshuizen. Als het gaat over het aantal aanvragen en verder echt hele technische details, dan zullen wij zorgen dat u daar zeer binnenkort schriftelijk over geïnformeerd gaat worden. Dus heel specifiek kan ik de vraag op dit moment niet beantwoorden. In ieder geval, wat nog belangrijk is bij vestiging van zorgaanbieders -of dat nu gezinshuizen zijn of andere zorgaanbieders- wordt die check op kwaliteit zeer serieus genomen. Voordat er überhaupt een contract wordt afgegeven. En ook als er een contract is, wordt er vervolgens goed gekeken, door onze contractmanagers, zowel op kwaliteit als op andere onderdelen. Bijvoorbeeld van de bedrijfsvoering. Dus die checks zitten er inderdaad in. En dan zullen we daar ook schriftelijk nog verder op terug gaan komen. En dan ga ik opstaan voor Paul. Ja.
De heer Berkers: Er was nog één vraag die openstond van mevrouw Bach. Dat ging over de pgb-zorgen bij beschermd wonen. Het is zo dat wij, als het gaat om beschermd wonen, het ging over de vraag met mensen met bijvoorbeeld zware psychische problematiek of verslavingsproblematiek. En of pgb dan wel passend is. Het is zo dat we hele goede alternatieven hebben met aanbieders. Dus zorg in natura is vaak gewoon een heel goede mogelijkheid. En pgb is dan daarmee ook niet nodig. Een aantal jaren terug hebben we ook het pgbbeleid verder aangescherpt. Om echt goed te kunnen sturen op de kwaliteit van de pgb-zorg. Dus dat wil ik graag nog toevoegen als antwoord op haar vraag. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. Als er geen prangende vragen meer zijn, dan wil ik tot slot, ik heb misschien nog één … De griffier: Mevrouw Koolen. De voorzitter: Mevrouw Koolen? De griffier: Mevrouw Janssen. De voorzitter: En mevrouw Janssen. Tot slot mevrouw Koolen. Mevrouw Koolen-van der Zee: Ja, ik geloof niet dat mijn vraag beantwoord is over van woonbestemming naar maatschappelijke bestemming. En mevrouw Lukassen had het over die woonzorgvisie die te zijner tijd naar de raad komt. Maar hoe dat dan nu zit met de huidige aanvragen van mensen die of organisaties die dan wonen naar maatschappelijke bestemming willen gaan, van een woning. De voorzitter: Dank je wel. Mevrouw Janssen.
Mevrouw Janssen-Jansen: Dank je wel, voorzitter. Eentje daarvan was in het verlengde. Als wij schriftelijk daar antwoord op krijgen, binnen welke termijn gaat dat dan? Want die aanvragen die er nu liggen dat is een verlenging van de beslistermijn. Dus dan wil ik effe weten hoe lang dat dan duurt. En er was nog … Mevrouw Lukassen had het erover dat een plek in een gezinshuis de gemeente € 2000 per kind scheelde. Is dat per maand, of hoe moet ik dat zien, dat dat goedkoper was in een gezinshuis? Daar wilde ik eigenlijk nog iets meer uitleg over, graag. De voorzitter: Dank je wel. Ik kijk naar de wethouders, of die eventueel de vraag van mevrouw Koolen… De wethouder ‘…’ zit er niet bij, bouwen en wonen. Dus ik denk dat die even geparkeerd blijft. Daar krijgt mevrouw Koolen antwoord op. Ja? Mevrouw Dortmans: Nou, voorzitter, als ik heel kort mag. Want mevrouw Lukassen heeft al toegezegd dat we schriftelijk op een aantal vragen terug zullen komen, rond gezinshuizen. En ik stel voor dat we daar de vragen van mevrouw Janssen en Koolen ook bij betrekken. De voorzitter: Ja, dank je wel. Dan is nog een vraag over voor mevrouw Lukassen, als ik het goed heb? Mevrouw Lukassen-Bouwmans: Die is hiermee dan door de wethouder beantwoord, inderdaad. Komen we op terug. De voorzitter: Ja?
Mevrouw Lukassen-Bouwmans: Oh, nee, sorry. Nog eventjes over die kosten ook. Die zullen we nog meenemen, hoor, in die beantwoording. Maar ik gaf inderdaad aan, ten opzichte van een gemiddelde plek in een instelling, kan het inderdaad € 2000 per maand per kind schelen in financiële kosten. Maar nogmaals, de inhoudelijke voordelen wegen wat ons betreft zwaarder ook. De voorzitter: Dank je wel. Tot slot wil ik wethouder De Vries het woord geven om een slotwoord tot u te richten. Wethouder De Vries. 21.45 uur Slotwoord wethouder de Vries De heer De Vries: Ja, dank je wel, voorzitter. En dat zal ik net als degene die aftrapte, Harrie van Dijk, zal ik dat kort houden. Ik denk dat u aan de vele onderwerpen die vandaag voorbij zijn gekomen heeft kunnen merken dat er veel gebeurt op het sociaal domein. Dat we van ver komen met decentralisaties, maar dat er ook hele mooie perspectieven naar de toekomst zijn. Er zijn zorgen, zeker rond de coronacrisis en de gevolgen daarvan. Niet voor niets heeft u ook een agenda opgesteld om naast de kadernota ook rond corona oog te hebben voor het welzijn van onze inwoners. Die uitdaging pakken we op twee plekken op. We moeten echt goed kijken hoe we dadelijk, als de samenleving ook weer open gaat, hoe we ook hier de aandacht weer op de goede plekken neer kunnen leggen.
Mét ervaringsdeskundigen en met steeds als hoofddoel die inwoner die we proberen te ondersteunen waar nodig. En daar echt ook naast gaan staan. Dat is wat mij in ieder geval elke dag drijft in mijn werk. Dat is ook wat al onze collega’s dagelijks op de werkvloer motiveert. En daar gaan wij volop mee verder, volop mee aan de slag. En in het najaar willen we heel graag met u opnieuw een bijeenkomst als deze organiseren. En dan het líefst heel graag fysiek. Dat we elkaar ook in de ogen kunnen kijken. En dat we daarna ook met elkaar nog wat na kunnen praten. Want dat kan ook nu niet. Maar voor nu: dank! Dank voor uw aandacht. Dank voor uw vragen die óns scherp houden. En ik wens u nog een hele fijne avond. 21.55 uur Afsluiting De voorzitter: Dank je wel. Dan zijn wij nu aan het slot van deze avond gekomen, en deze bijeenkomst. En ik dank de raad en burgercommissieleden, de ambtelijke organisatie, de collegeleden. En goed om deze periodieke sessies te houden. En fijne avond. En ik sluit deze bijeenkomst.