Verslag - raad 29 11 2022
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE HELMOND d.d. 29 november 2022
Opening De voorzitter: Dames en heren, zou u uw plaatsen willen innemen? Dames en heren van de gemeenteraad, van harte welkom. Ook onze gasten op de publieke tribune en de mensen die thuis ook met ons deze vergadering meekijken, van harte welkom bij deze raadsvergadering. Speciaal welkom heet ik een aantal nieuwe medewerkers van de gemeente Helmond, die hebben in hun omwording zeg maar ook een avondje genieten in deze raadszaal. Dus ik zou zeggen: geniet ervan hoe wij hier met elkaar de democratie vormgeven. Dus van harte welkom, en heel veel succes in je nieuwe baan binnen de gemeente Helmond. Voordat we de raadsvergadering beginnen wil ik vragen om even te gaan staan en een moment van stilte en overdenking. Dank u wel. 1.
Aanwijzing van een lid als bedoeld in artikel 19 van het Reglement van orde van de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Helmond 2018. De voorzitter: Dan heet ik mevrouw Willems-Kardol van de VVD van harte welkom. Wij hadden het er net even over, nog gefeliciteerd met de geboorte van uw dochter, dat vier maanden ook weer zo voorbij is, hè, het vliegt om en ik heb begrepen dat alles goed gaat dus ik wil u hier van harte welkom heten in deze raadzaal. En in u dank ik ook de heer Sneijders voor zijn werk gedurende de afgelopen zestien weken. Dank u wel. Dan open ik nu de vergadering en wil ik graag een nummertje trekken voor het geval dat we vandaag gaan stemmen. Nummer acht, en dat correspondeert met de heer van Dam. Alstublieft. Er zijn geen berichten van verhindering, maar ik kijk even naar mevrouw Hendriks. Mevrouw Hendriks: Ja, het is de derde keer achtereen dat nummer acht wordt getrokken. Misschien kunnen we een ander systeem gaan invoeren? De voorzitter: Ja, nee, dat is at random, er zitten alleen in dat bakje misschien wel alleen maar nummer acht. Is dat echt waar? Mevrouw Hendriks: Ja, dat is echt waar. De voorzitter: Ja, nou, hé mijnheer van Dam, wat is er aan de hand? We weten het niet, hè? Nou, als ik het erom zou doen, dan zou ik mij niet lukken denk ik.
Toch? Nee, dus volgende keer zal ik nog meer zo … Mevrouw Hendriks: Misschien moeten we zo’n bingodingetje nemen, met van die balletjes erin. De voorzitter: Ja, dat kunnen we ook doen. Helemaal goed. Oké, als er maar een nummertje uitkomt. Ik kijk eventjes wie er niet aanwezig zijn of er berichten van verhindering. De heer Manders? De heer Manders: Ja, Serge die zit … of, mijnheer van de Brug zit op dit moment in de trein vanuit Den Haag, en is daarom wat later. De voorzitter: Oh, en die komt wel? De heer Tuerlings. De heer Tuerlings: Ja, ik zou graag mevrouw Meulenbroek afmelden.
De voorzitter: Bij deze. Anderen nog? Verder niet, iedereen is aanwezig. 2.
Vaststellen ontwerpagenda. De voorzitter: Dan gaan wij … Kom ik bij agendapunt twee: het vaststellen van de agenda. Kan iedereen zich vinden in de agenda die voorligt? De heer Guldenaar, en dan de heer Kant. Eerst de heer Guldenaar. De heer Guldenaar: Ik wilde nog een motie indienen. Ik weet niet of dat de juiste plaats is om dat nu aan te geven, maar … De voorzitter: Is het een motie vreemd aan de orde van de dag? Dus hij staat niet op de agenda, en daarom is hij ‘…’ Vreemd? Dat noem je zo. De heer Guldenaar: Nee, het gaat over een onderwerp wat op de agenda staat. De voorzitter: Oh. Welk onderwerp wilt u een motie in gaan dienen? De heer Guldenaar: Over zorg en welzijn. De voorzitter: En dat is bij agendapunt zeven. Dus ik zou de motie bij u inbrengen op zeven, zou ik die motie daar inbrengen. Ja? De heer Guldenaar: Ja, dank u wel. De voorzitter: Oké. De heer van der Kant. De heer Van der Kant: Ja, ook wij willen een motie vreemd aan de orde van de dag indienen. De voorzitter: Ja. En het onderwerp is? De heer Van der Kant: Burgerberaad. De voorzitter: Burgerberaad. Dat staat niet op de agenda, en dan is het vreemd aan de orde van de dag. En ik zal deze motie aan het einde van de vergadering, of aan het einde van de agenda plaatsen en dan zal ik hem behandelen. Met deze opmerking is de agenda akkoord. Ja.
3.
Behandeling ingekomen stukken en mededelingen zoals vermeld op bij dit agendapunt behorende lijst. De voorzitter: Dan ga ik naar agendapunt drie: de behandeling ingekomen stukken en mededelingen zoals vermeld op de bij deze agenda behorende lijst. Ik stel voor om brief één, nee eerst de ingekomen stukken A1 tot en met 2 en A5 tot en met A9 voor kennisgeving aan te nemen, kunt u daarmee instemmen? De heer Rieter. De heer Rieter: Dank u wel, voorzitter. Aandacht vragen voor brief A7: infobrief politieke inhoud inzake gemeenschappelijke regeling Blink. Hier heb ik inderdaad ook al een vraag over gesteld bij de begroting. Er is toen beantwoord dat er inderdaad een antwoord nog krijgen via een RIB. Mijn vraag is eigenlijk: wanneer we deze RIB gaan ontvangen, en dan of dan ook in die RIB de vragen die wij dan ook gesteld hebben bij de begroting of die daarin kunnen worden meegenomen.
De voorzitter: Oké. Mevrouw… wethouder van Lierop. Mevrouw Van Lierop: Antwoord op de vraag van Helder Helmond: de RIB wordt binnen nu en twee weken verstuurd. En de vragen die dan gesteld zijn tijdens de begroting kunnen daar ook antwoord op krijgen. De heer Rieter: Dank u wel. De voorzitter: De heer Rieter. Dank u wel, wethouder. Akkoord met deze opmerking? Dan stel ik voor om brieven B1 tot en met B3 voor advies aan het college te geven, kunt u daarmee instemmen? Helder Helmond. De heer Boetzkes: Ja, dank u wel voorzitter. Op brief B2 ontwikkelingen hartje Stiphout zouden we graag het college wijzen op de eerder binnengekomen brieven in juni en juli van dit jaar, waarbij een soortgelijk geluid te horen is. Constructief kritisch, maar waarvan alle briefschrijvers zich tegelijkertijd realiseren dat dit plan er ook moet komen. En wij willen het college dan ook een tweetal vragen stellen waarvan we begrijpen dat deze eventueel schriftelijk later beantwoord worden. Maar we willen vooral weten of de omgevingsmanager die vorig jaar voor Stiphout is aangesteld dit ook herkent, en hoe hij hiertegen aan kijkt. En of het college kan aangeven hoe dat ze … Ze hebben 19 februari in de communicatie aangegeven dat de communicatie naar de omgeving nauwlettend gevolgd zou worden, en dat ze daar ook in gaan sturen, zo is het ook online terug te vinden.
En wij vragen ons even specifiek af in dit plan, hoe dat het college dat gaat doen. De voorzitter: Ik kijk even naar wethouder van den Waardenburg. En het is de behandeling van een brief hè, dus het is op hoofdlijnen. Mevrouw Van den Wardenburg: Wij hebben inderdaad verschillende brieven over dit plan ontvangen en dat begrijpen we ook, het is natuurlijk in het hartje van Stiphout. Die eerdere brieven die hebben we allemaal aangegeven dat het plan in die zin nog niet tot een vergunningaanvraag heeft geleid. Dat wij ook de signalen terugleiden naar de initiatiefnemers, dat zijn er meerdere, die ook die eerdere brieven hebben opgepakt en met de buurt hebben besproken. Daar ging het onder meer over de achtertuinen, over de rijrichting, et cetera. Dus dat hebben ze meegenomen. Nu is het een brief vanuit de Dorpsstraat. Ook die hebben wij teruggeleid naar de initiatiefnemers met het uitdrukkelijke verzoek: neem dat mee, ga in gesprek. Dus tot op heden heeft dat nog niet geleid tot een aanvraag, maar doen wij er wel alles aan om in ieder geval alle signalen die wij ontvangen, terug te leiden naar de initiatiefnemers. De voorzitter: De heer Boetzkes. De heer Boetzkes: Ja, voorzitter dank u wel.
Nogmaals, ik snap dat de vragen misschien iets technisch van aard zijn, maar specifiek hè, de omgevingsmanager die hier voor deze wijk is aangesteld omwille van deze punten, en zeker ook het stukje richting de communicatie hoe dat opgepakt wordt. De voorzitter: Oké. Wordt meegenomen, dank u wel. Met deze opmerkingen akkoord? De heer Rieter. De heer Rieter: Dank u wel, voorzitter. Aanvraag voor B3, brief B3: Mail inzake locatie opvang probleemjongeren. Hier wordt verwezen over een vraag die inderdaad ook bij de bijeenkomst is gesteld. Aanstaande donderdag hebben wij een buurtcafé, dit is niet dat ik daar nou reclame voor wil maken, maar dan gaan wij, gaan wij dit onderwerp ook nog bespreken. En aan de hand van wat we in de wijk zijn geweest, de afgelopen weken, hebben we wel de wijkraad zowel, en de inwoners gesproken. En die waren niet tevreden over in ieder geval de bijeenkomst dat gewoon heel veel vragen onbeantwoord zijn gebleven. Dus mijn vraag
is eigenlijk richting de wethouder of hij dat beeld deelt? En of de gemeente ook anderszins nog een vervolgbijeenkomst daar gaat inplannen? Dat zijn eigenlijk mijn vragen voor de rest. De voorzitter: Nou, dit is naar aanleiding van een brief, en daar gaat u de inhoud in, kunt u dat zeg maar ook in het presidium hebben. Dat hoort niet in de raad nu hier thuis. Maar ik wil best een beetje coulant zijn en kijken even naar de wethouder om even kort … De heer Rieter: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder van Dijk. Ja? 24-uurs voorziening was de vraag. Oh sorry. De vraag was: komt er nog een aanvullende bijeenkomst? Omdat een aantal vragen nog niet duidelijk waren. De heer Rieter: Allereerst. Maar mijn vraag was ook: het ging inderdaad over de bijeenkomst die daar is geweest, en u was daarbij aanwezig. En wij hebben inwoners van Brouwhuis, de bewoners daar in het gebied, en ook gewoon de wijkraad gesproken. En er waren nog heel veel vragen onbeantwoord gebleven. Dus mijn vraag was meer: komt er nog een vervolgbijeenkomst, en hoe kijkt u zelf terug op die bijeenkomst? De voorzitter: Nee, dat gaan we dus nu niet doen, dus de laatste vraag stelt u hier een aanvullende vraag, zijn er nog vragen die leven, worden die nog beantwoord … die toegezegd zijn. Wij hebben het hier over brief B3, hè, dat is één brief. Wethouder.
De heer Van Dijk: Nou, het klopt dat er een aantal vragen niet beantwoord zijn, maar dat komt omdat we ook aan de vooravond staan van realisering, en we niet een dichtgetimmerd plan willen voorleggen, maar juist samen met omwonenden dit plan willen gaan realiseren. En dat is ook toegezegd, dat wij ze echt meenemen in dat gehele proces. De voorzitter: Oké. Dank u wel. En wij zullen gewoon brief B3 kunnen wij gewoon beantwoorden. Ja. Dank u wel, met deze opmerkingen akkoord? Ja, dan komen we bij de brieven van de aanvullingsagenda. Gaat over brief C1 en C2. Te beantwoorden conform het concept wat bij in NotuBox zit. Kunt u daarmee instemmen? De heer Heller? De heer Heller: Ja, dank u wel voorzitter. Het gaat over de conceptbrief aan We Care. Daar lees ik in: wij hebben de aanbevelingen verspreid binnen de ambtelijke organisatie van Helmond. De overige adviezen met betrekking tot vluchtelingenopvang en vuurwerk voor oud en nieuw nemen we dan ook mee in de overweging en de keuzes die we hier gaan maken. De adviezen en aanbevelingen zijn gedeeld met de betreffende afdeling.
De vragen van Forum voor democratie zijn: welke keuze denkt u te gaan maken? En wat zijn de consequenties voor de lokale vuurwerkhandel? En de reden waarom we dit vragen, is omdat we een wethouder in ons midden hebben die voorstander is van een vuurwerkverbod, omdat het een uit de hand gelopen traditie zou zijn, en de bron van deze informatie is een bericht van 7 januari 2020 op www.rijnmond.nl dank u wel. De voorzitter: Ja. U hebt de raadsinformatiebrief gehad, dus waarvan akte wat u zegt. Ja? De heer Heller: Nou ja, ik ben eigenlijk benieuwd of het überhaupt in overweging wordt genomen. Want ik vind dat het er een beetje vlak staat.
De voorzitter: We hebben een raadsinformatiebrief waarin we heel duidelijk aangegeven hebben dat wij dit jaar vuurwerkvrije zones hebben en dat wij een verkenning starten om volgend jaar een verbod in te richten. Maar dat gaan we beslist gezamenlijk doen. De heer Heller: Oké. De voorzitter: Ja? Oké. Met deze opmerking akkoord? Ja? 3D. Ter afdoening naar het college, met afschrift naar de raad De voorzitter: Dan stel ik voor om de brieven D1 in handen te geven van het college. Ter afdoening kunt u daarmee instemmen. Ja? Dan tot slot de lijst ingekomen stukken stel ik voor om de brieven E1 tot en met E4 van de VNG voor kennisgeving aan te nemen. Kan iedereen zich daarin vinden? Zo ja, dan is dat ook aangenomen. 4.
Benoeming leden van de Werkgeverscommissie. Raadsvoorstel 83. De voorzitter: Dan gaan wij over naar agendapunt vier. Dat is de benoeming leden van de werkgeverscommissie, raadsvoorstel 83. Ik kan … kan ik stemmen met handopsteken? Ja, bent u allemaal akkoord? Wie is er voor? Wie is tegen? Dan is het aangenomen.
5.
Bespreking verzoek CDA, VVD, FvD en Helder Helmond om informatie over de Opdrachtverstrekking impuls openbare ruimte. De voorzitter: Dan zijn we aangekomen bij de agendapunten vijf: bespreking van het verzoek CDA, VVD, Forum voor Democratie om de informatie over de Opdrachtverstrekking impuls openbare ruimte. Wie kan ik hier het woord over geven? De heer Peters. De heer Peters: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Op 27 september 2022 besloot de gemeenteraad in meerderheid om één miljoen in de stad te gaan investeren voor groen. Deze middelen kwamen uit het zogenaamde coronabudget. Op 7 oktober hebben de fracties van het CDA, VVD, Helder Helmond, en Forum voor Democratie een verzoek om informatie ingediend omdat er twijfels waren gerezen bij die fracties of de gunning en aanbesteding wel volgens de geldende regels was verlopen. Begrijpt u me goed, ik sta hier niet om een besluit terug te draaien. De meerderheid van de raad heeft dit besluit in volstrekt democratisch proces genomen. Ik sta hier wel omdat de gevraagde en verkregen informatie ons een duidelijk beeld hebben geschapen over het proces wat er aan dit besluit vooraf ging. En ik resumeer: op 14 mei 2022 besluit het college om het voorstel aan de raad voor te leggen. Blijkens de antwoorden die wij hebben gekregen blijkt dat op 18 juli 2022 vier aannemers zijn uitgenodigd voor een onderhandse aanbesteding.
Blijkens de aankondiging van een opdracht moest een potentiële aanbieder voor 8 september zijn offerte indienen en was de beoogde voorlopige vergunning voorzien op 15 september 2022. Op 6 oktober 2022 is de opdracht voorlopig gegund aan de firma Panhuijzen. Deze gunning is op 20 oktober definitief geworden. Het is ons duidelijk geworden dat de gunningsprocedure, op de feitelijke gunning na, al volledig was afgerond voordat de gemeenteraad had beslist over het raadsvoorstel. Alleen het gunningsbesluit, kennelijk bij nader inzien toch maar even uitgesteld tot na de raadsvergadering. Door de instemming van de gemeenteraad is alles netjes afgedekt. Maar, voorzitter, als de gemeenteraad het voorstel zou hebben verworpen, zou het project aan geen enkele inschrijver gegund kunnen worden. Uit de stukken die wij hebben ontvangen, blijkt niet dat een dergelijk voorbehoud is gemaakt bij de aanbesteding, terwijl de potentiële inschrijvers daar wel recht op zouden
hebben gehad, op die informatie, aangezien die een rol kan spelen bij hun keuze om wel of niet een aanbieding te doen. Het college heeft dus in onze ogen wel een juridisch risico genomen, door vast zonder voorbehoud te anticiperen op de uitkomsten van de stemming in de gemeenteraad. Hoewel de juridische consequenties lijken mee te vallen, vinden wij toch dat het college in deze casus onzorgvuldig heeft gehandeld. En dat is wat ons betreft tweeledig. Eén: wij vinden het tamelijk onbegrijpelijk waarom er kennelijk vrij snel na het collegebesluit van 14 mei 2022 wel een hele aanbestedingsprocedure kon worden afgehandeld, en het raadsvoorstel tot september moest wachten. Volgens ons had de volgorde andersom gemoeten. Graag een reflectie van het college op deze stelling. En twee: als er al eens zou moeten zijn dat de formele besluitvorming niet wordt afgewacht, voor de aanvang van een aanbestedingsprocedure, vinden wij dat potentiële inschrijvers de volledige informatie moeten krijgen. Dus in voorkomende gevallen expliciet benoemen dat de raad nog moet instemmen met de plannen. En dat is hier niet gebeurd. Ook hierop graag een reflectie van het college. Wij zouden graag van het college willen horen dat het in nieuwe voorkomende gevallen deze laatste aanbeveling gaat overnemen. Dus altijd een voorbehoud op instemming van de gemeenteraad. Tot zover in eerste instantie.
De voorzitter: Dank u wel, de heer Peters. De heer Rieter, dan de heer Heller. De heer Rieter. De heer Rieter: Dank u wel, voorzitter. Begin oktober hebben de fracties van CDA, VVD, Forum voor Democratie alsook Helder Helmond een verzoek om informatie ingediend. Dit vanwege twijfels of gunning of aanbesteding met betrekking tot de zogeheten Miljoen voor Groen wel volgens de geldende regels was verlopen. Collega Peters sprak zojuist klare taal en dit kunnen wij dus ook volledig onderschrijven. Helder Helmond ziet dan ook graag een reflectie van het college op het doorlopen proces tegemoet. Voorzitter, de gemeenteraad is het hoogste orgaan. En alhoewel de definitieve gunning pas na de raadsvergadering heeft plaatsgevonden, zetten we vraagtekens of dit proces daar ook recht aan doet. Door de opdracht voorlopig te gunnen al voor deze besluitvorming, lijkt het alsof stemming door de gemeenteraad slechts tot een formaliteit wordt teruggeworpen. Met andere woorden: wat nog even wordt afgetikt. Tijdens de raadsvergadering heeft er zeker mijns inziens een mooie discussie plaatsgevonden waarin verschillende voor- en tegenstanders met elkaar in debat zijn gegaan. Wij vragen ons serieus af of deze discussie alleen voor de bühne is geweest.
Of lagen er ook scenario’s klaar als het raadsvoorstel was afgewezen? We zouden graag horen van de wethouder hoe dit laatste scenario, dus het afwijzen van het raadsvoorstel, er in de praktijk had uitgezien. Graag een reactie waarin ook de juridische risico worden meegenomen, waar zojuist dus ook collega Peters op verwees. De voorzitter: De heer Manders. De heer Manders: Ja. De VVD heeft op basis van dit onderwerp gisteravond nog een brief opgevraagd. De brief van 6 oktober die genoemd wordt in de stukken, en die niet bij onze stukken zat. Intussen heb ik een half uur geleden die brief inderdaad ontvangen. Bij mij staat er een slotje bij, en ik denk dat het voor ieder raadslid van belang is dat die brief gelezen kan worden. Dat is namelijk een brief van 6 oktober, en ik zie hier mijn buurvrouw die hem niet kan lezen. Jullie kunnen hem wel lezen? Oké, dan … De voorzitter: Iedereen kan hem lezen. De heer Manders: Prima, dank je wel. De voorzitter: Oké. De heer Rieter, u vervolgt uw betoog.
De heer Rieter: Ja. Nou, ik snap in ieder geval dat die opdracht niet komt. Maar wij hadden inderdaad net ook, was ik ook aan het kijken toen ik nog daar zat, toen had ik ook moeite om de brief te lezen. Dus … De voorzitter: Als u ingelogd bent, dan kunt u de brief openen. De heer Rieter: Oké. Nou ja, ik was natuurlijk ingelogd. Dus een reactie op datgene wat ik net zei, en dat was dus de scenario’s die klaarstonden. Iedere periode worden we als gemeenteraad geïnformeerd hoe we omgaan met het tegengaan van belangenverstrengeling. En dat we zelfs de schijn van belangenverstrengeling dienen tegen te gaan. Dit omdat het draagvlak hiermee wordt aangetast. Onze fractie is van mening dat we ook de schijn van raadspassering niet mogen wekken. Onze fractie is het dus ook van mening dat we hier ook degelijk die schijn van raadspassering heeft plaatsgevonden. Wat is de opinie van de wethouder hierover? Tot slot, voorzitter, collega Maráczi benoemde in haar betoog bij de begroting dat de oppositie vaak de suggestie wekt dat er iets niet zou kloppen bij het college door middel van suggestieve vragen et cetera. Ik zie ze moeilijk kijken, maar ik zou zeggen: kijk nog even de raadsverga… of, de begroting terug. Voorliggend item bewijst dat het wel degelijk belangrijk is dat we als gemeenteraad alert moeten blijven.
Laten we vanavond niet de rijen na elkaar sluiten, maar constructief naar de toekomst kijken. Hopelijk kunnen we als gemeenteraad vandaag afspraken maken hoe we de schijn van raadspassering in de toekomst kunnen voorkomen. Staat de rest van de raad hiervoor open? Tot zover eerste termijn Helder Helmond. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Nou, ik kan het me heel goed herinneren, maar u zegt dat er nogal wat mis is met het college, maar dat heb ik niet gezegd. De voorzitter: De heer Rieter. De heer Rieter: U heeft uw bijdrage gehouden, en ik heb daar een aantal vragen op gesteld. En toen heeft u inderdaad daarop gereageerd, inderdaad dat er suggestieve vragen worden gesteld ook richting het college, dus daar verwees ik nu naar. Dus. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Ik kijk even naar de gemeenteraad, de heer Heller. Ja. De heer Heller vangt zijn bijdrage aan. De heer Heller, aan u het woord. De heer Heller: Dank u wel, voorzitter. In aansluiting van Helder Helmond en CDA, wat wij volledig onderstrepen, wil ik het volgende eventjes vertellen nog. Beste Helmonders, de fractie van Forum voor Democratie staat nadrukkelijk voor integer en transparant bestuur. Het is om die reden dat wij net als CDA, VVD, en Helder Helmond van mening zijn dat dit soort signalen dienen te worden onderzocht. Wij zijn dan ook blij dat dit punt op de agenda staat.
Blijkens informatie is het college gered door de spreekwoordelijke bel na de eerste ronde. Men zou natuurlijk gegokt kunnen hebben op de standaard solidariteit van de coalitiepartijen, maar de gemeenteraad is geen casino. Ik heb ook geleerd dat je nooit moet gokken met andermans geld, in dit geval duur betaald belastinggeld. Als de gemeente Helmond haar voornemen overeind houdt om het vertrouwen van de Helmonders, en dus onze kiezers, te herstellen is het van groot belang dat het college het goede voorbeeld geeft. Voorzitter, ik herinner mij de vragen in een brief van 12 oktober 2022 aan het college, waarop het college op 8 november antwoord gaf. Het ging over uitlatingen in de media van wethouder Bonte over onder andere de maximumsnelheid van dertig kilometer die in heel Helmond zou gaan gelden. En het antwoord van het college wordt zeer nadrukkelijk en zelfs in een met felgeel geaccentueerde tekst aangegeven dat het hier om de opvatting van de wethouder ging. Het lijkt alsof het college als geheel
zich hiervan dus distantieert. Forum voor Democratie verwacht van het college, en van de wethouder Bonte in het bijzonder, dat men zich aan de democratische spelregels houdt, en juist ook bij persmomenten duidelijk benadrukt of het om eigen opvatting gaat, of om afgetikt beleid. Immers, het is aan de raad als geheel om hierover te beslissen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Kijk even naar de zijde van de gemeenteraad, niemand meer voor de eerste termijn. Dan wil ik wethouder Bonte vragen om te beantwoorden. Wethouder Bonte. De heer Bonte: Ja, voorzitter dank u wel. Dank voor de vragenstellers als vervolg op de schriftelijke vragen die inderdaad op een eerder moment zijn ingediend. En eigenlijk de bijdrage vanuit de verschillende fracties vanuit de raad, betreffende eigenlijk twee momenten of twee vragen die daar gesteld worden. Wat is het moment waarop er tot een gunning is overgegaan? En twee, ik hoorde u die in verschillende toonaarden vragen wat in het hypothetische geval, dat de gemeenteraad niet akkoord was gegaan met het verstrekken van het Miljoen voor Groen? Ik heb u schriftelijk, en dat zal ik hier ook doen, aangegeven hoe wij de procedure hebben gevolgd.
U heeft zelf hè, in 2020 aangegeven dat er één miljoen voor de versterking van de openbare ruimte in vier wijken, vier sociaal zwakkere wijken, beschikbaar zou moeten komen in het kader van het coronacrisis en herstel fonds. De voorzitter: De heer Peters heeft een interruptie. De heer Peters. De heer Peters: Dat is correct voorzitter, wat de wethouder daar aangeeft. Maar in datzelfde raadsbesluit is aangegeven dat nadere uitwerking nog door de raad moest worden vastgesteld. Dus er is een kaderbesluit genomen, maar nadere invulling diende nog plaats te vinden. Wat dat betreft moet u eventjes het oorspronkelijke raadsvoorstel nog eens even bekijken. De voorzitter: Wethouder Bonte. De heer Bonte: Ja voorzitter, ik ken het raadsvoorstel goed. En die nadere uitwerking, die is gekomen in het voorstel wat het college in mei, afgelopen mei aan u heeft voorgelegd. En dat is het voorstel wat in september hier is besproken, waarna uitgebreid debat over plaats heeft gevonden met als uitkomst dat er een meerderheid heeft gezegd: het is inderdaad belangrijk dat we juist in deze wijken inzetten op vergroening. Ik kan u zeggen, ik ben twee weken geleden bij het startschot van die vergroening aan de slag gegaan, en de bewoners zijn daar enorm blij mee. Dus volgens mij heeft u er ook goed aan gedaan om dat geld vrij te maken om echt met de vergroening hier aan de slag te gaan.
Maar, en daar gaan uw vragen over, wij hebben zorgvuldig ook in de besluitvorming en de voorbereiding van de aanbesteding het traject ook van besluitvorming in de raad gevolgd. We zijn, en u refereert aan een aantal data, met de voorbereiding en de uitvraag bij vier aannemers zijn wij, hè die hebben we in gang gezet. Maar we hebben de timing van de besluitvorming over het voorlopig en definitief gunnen, hebben we zo gepland dat dat na de raadsvergadering heeft plaatsgevonden. U heeft de brief, daar werd door de VVD ook aan gerefereerd, de brief ontvangen van 6 oktober, dus na de raadsvergadering van 27 september, waarin de voorlopige gunning bekend is gemaakt, en die is op 20 oktober uiteindelijk definitief gemaakt. Dus dat zijn, besluit over zowel over de voorlopige vergunning als uiteindelijk de definitieve gunning, heeft plaatsgevonden na de raadsvergadering. De voorzitter: De heer Rieter heeft een interruptie.
De heer Rieter: Ja, dat laatste over dat die … Nog even herhaald dadelijk. Mijn vraag is eigenlijk: waarom is die besluitvorming in de raad, waarom is dat niet eerder gebeurd? Waarom zijn jullie niet eerder naar het presidium gekomen van, wij willen dit aftikken in de raad? Want u schetst nu het proces … De voorzitter: Duidelijke vraag, ja. De heer Bonte: Ja, voorzitter, ik kan er makkelijk antwoord op geven: daar gaat u zelf over. Het college heeft in september een besluit genomen en u een voorstel voorgelegd. Het is aan u als raad om te bepalen wanneer u dat op de agenda zet. En u heeft daar, en ik neem aan dat dat in de agendacommissie gebeurd is, besloten om dat in september te agenderen, en wij hebben daar ook uiteindelijk aanbestedingsproces op afgestemd. De voorzitter: De heer Peters. De heer Peters: Voorzitter, ik probeer het nog een keer. Er is een voorlopige gunning geweest vóór de raadsvergadering, zonder … Voorzitter, ik heb hier de stukken liggen. En ik zie de wethouder een ontkennende beweging maken, maar ik ... Wij hebben hier de stukken hier gewoon liggen. Er is een voorlopige gunning geweest zonder dat daarbij een voorbehoud is gemaakt op goedkeuring raad. En dat heeft plaatsgevonden vóór de raadsvergadering van september.
En ik zou het toch wel heel graag een klein beetje meer reflectie van het college willen, want ik bedoel anders kan ik straks niet anders dan een hele nare motie indienen. En dat zou ik graag willen voorkomen. De voorzitter: Wethouder Bonte. De heer Bonte: Ja, voorzitter, dan zou ik ook een oproep aan de heer Peters willen doen om wel de feiten even in ogenschouw te nemen. En de feiten zijn dat er op 27 september de raadsvergadering heeft plaatsgevonden. Dat de voorlopige gunning heeft plaatsgevonden op 7 oktober, en de voorlopige gunning is overigens wat in een aanbestedingsproces altijd plaatsvindt, en waar bestaat die voorlopigheid uit; uit het feit dat partijen die de gunning niet gekregen hebben, de mogelijkheid moeten kunnen hebben om daartegen in beroep te gaan. Dus de voorlopige gunning heeft op 6 oktober plaatsgevonden, en de definitieve gunning op 20 oktober. En u heeft beide brieven in uw bezit. De voorzitter: De heer Peters en dan de heer Manders. De heer Peters: En dat, voorzitter, is nou precies waar het niet goed gegaan is. En ik ben blij dat de wethouder het aanhaalt, want daar had een voorbehoud bij moeten staan bij de voorlopige gunning, onder voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad. En dat is niet gebeurd. U had het rechtaan dat u zegt: in verband met procedures van de drie andere indieners, hè, dat is juridisch correct.
Maar nog juridischer correcter was het geweest als er een voorbehoud van goedkeuring gemeenteraad had gestaan. De voorzitter: De heer Manders. De heer Bonte: Ja maar, voorzitter, misschien even goed om duidelijkheid hier te scheppen … De voorzitter: Even wachten. Ik ben hier de voorzitter. Dan mag eerst de heer Manders en dan mag u reageren. De heer Manders. De heer Manders: Ja, dat is ook precies de reden waarom wij heel graag die brief van 6 oktober wilden hebben, waarop staat dat de meervoudige onderhandse aanbesteding heeft plaatsgevonden op 8 september.
En er wordt in de andere stukken gesproken over de opschortende voorwaarden. De VVD ging ervan uit dat die opschortende voorwaarden onder andere inhielden dat de raad natuurlijk wel formeel nog toestemming moest geven voor die gunning. En daar zie ik nu twee opschortende voorwaarden staan, dat er binnen een periode van 10 kalenderdagen er een overeenstemming wordt bereikt over definitieve tekst. Maar bij die opschortende voorwaarden staat niets over een goedkeuring die nog moet volgen door de raad. En dat is de essentie waar het hier om gaat. Dat betreft de gunning van 8 september 2022, dat is ver voor de raadsvergadering, wethouder. Dus daar zou de VVD ook graag een antwoord op willen hebben. De voorzitter: Duidelijk. Wethouder Bonte. De heer Bonte: Ja, voorzitter er is hier echt sprake van een spraakverwarring. De gunning, dus de keuze welke van de vier ingeschreven partijen uiteindelijk de opdracht krijgt, de gunning, de defini… of, sorry, de voorlopige gunning, met die voorwaarden die gesteld zijn, die heeft plaatsgevonden op 6 oktober. Dus na de raadsvergadering. Toen was al bekend dat er een meerderheid in de raad was om überhaupt die miljoen voor groen uit te trekken. Dus daar hoefde niet het voorbehoud van instemming raad gemaakt te worden. Dan hebben we het over de gunning. Iets anders is het uitzetten, hè de aanvraag in de aanbesteding.
Want dat is ook een vraag die de heer Peters in zijn bijdrage stelde. Dan wek je een verwachting richting de markt: wij gaan hier een aanbesteding doen. En de vraag van de heer Peters was: had je daar ook niet het voorbehoud van instemming van de raad mee moeten nemen? Ja en nee, zou ik daarop willen zeggen. Ja natuurlijk moesten wij rekening houden met een eventueel negatief oordeel van de raad. We hebben niet expliciet als voorbehoud opgenomen dat er instemming van de raad moet zijn, maar zoals we dat altijd in een aanbesteding van deze orde doen, maken we altijd een voorbehoud dat wij als gemeente het aanbestedingsproces kunnen stoppen. Dus als de raad nee had gezegd, dan hadden wij niet tot gunning over hoeven gaan. Dus dat voorbehoud zat er in. Niet zozeer gekoppeld aan instemming van de raad al dan niet, want dan had ook een ander feit zich voor kunnen doen. Wij hadden het recht überhaupt om niet tot gunning over te gaan. Dus daarmee hebben we ook geen enkel juridisch risico op dit vlak gelopen, en hebben we ook rekening gehouden met een scenario, waar een aantal van u naar gevraagd heeft, met een eventueel scenario dat u als raad had gezegd: nee, wij vinden dat dat geld hier niet voor beschikbaar moet komen. Dus dat hebben we aan het begin van die aanbesteding gedaan.
Op het moment dat we de in eerste instantie voorlopige vergunning en later definitieve vergunning hebben verricht, hebben we daar helemaal geen voorbehoud op meegenomen, want we wisten dat er een meerderheid in de raad was op 27 september om die miljoen te investeren. De voorzitter: De heer Boetzkes en dan de heer Rieter. De heer Boetzkes: Voorzitter, dank u wel. Ik wilde even goed begrijpen, de wethouder geeft nu aan dat de voorlopige gunning dus in oktober is gebeurd, maar in de stukken is aangegeven dat de geplande voorlopige gunning op 15 september was. Dus is de vraag: zijn wij voor de gek gehouden, of zijn de partijen die u heeft gevraagd hierop in te schrijven voor de gek gehouden? Want is dan die geplande voorlopige gunning was eigenlijk iets waar u niet aan kon voldoen, of niet aan wilde voldoen? Hoe zit dat dan weer in elkaar? De voorzitter: De heer Bonte. De heer Bonte: Nou, dat is … ik doe even uit mijn hoofd, maar dat is volgens mij inderdaad een stuk in juli of in augustus geweest, hè, dus in dat hele aanbestedingsproces. Dus daar is een datum genoemd van een beoogd moment waarop de gunning heeft, of zou plaatsvinden. Wij hebben, en de reden waarom dat uiteindelijk op een later moment heeft plaatsgevonden, is natuurlijk het feit dat u eind september die raadsvergadering had.
Dus dat we daarop wilden wachten. En dat is de reden waarom we ook later gegund hebben, daar hebben we inderdaad de partijen over geïnformeerd. Maar het is niet in zijn algemeenheid ook niet heel ongebruikelijk dat als je helemaal aan het begin van een aanbestedingsproces een beoogde gunningsdatum hebt, dat dat uiteindelijk misschien een paar weken later uitpakt. Dat is helemaal niet ongebruikelijk, dus dat is ook niet iets waar partijen nou heel erg mee verrast zijn. Maar uiteraard zijn op het moment dat wij wisten wat de definitieve … Het moment zou zijn waarop we die gunning plaats zouden laten vinden zijn de partijen daar ook over geïnformeerd. De voorzitter: Oké. U vervolgt. De heer Rieter. De heer Rieter: Ja, ik wil mijn vraag eigenlijk nog wel even herhalen die ik net stelde. Waarom is gewoon die definitieve besluitvorming door de raad niet naar voren gehaald? Waarom is het niet gebeurd? Want u verwijst net dat presidium en wij als raad zijn aan zet, maar het gebeurt geregeld ieder presidium, dat dan wel het college vraagt: dit moet acuut nu worden behandeld, want anders komen we in de problemen. Dus waarom heeft het college dat nu ook niet gedaan? Dus twee periodes daarvoor gewoon naar voren heeft gehaald? De voorzitter: Oké. Wethouder Bonte. De heer Rieter: Graag daar nu wel een reactie op. De heer Bonte: Ja, daar was ook geen reden toe.
Dus kijk, u heeft ervoor gekozen om het op dit moment die 27 september te agenderen. Voor ons was er geen dringende reden om dat verder naar voren te halen. Maar wij hebben natuurlijk wel ons aanbestedingsproces daarop ingericht. Dus wat dat betreft, en we hebben netjes gewacht totdat we die in eerste instantie voorlopige gunning en later definitieve gunning hebben gedaan, totdat er een raadsbesluit was genomen. En ja, wat dat betreft had u twee weken eerder hem geagendeerd in de raad, of twee weken zal, hè, dat zal een maand eerder geweest zijn, ja dan hadden we misschien net iets eerder met het gunningsproces aan de slag kunnen gaan. Maar hij kwam nog relatief overeen met de planning die we hadden. Dus er was geen dringende noodzaak om u op te roepen om hem eerder op de agenda te zetten. De voorzitter: Oké. Ik kijk even naar de zijde van de gemeenteraad wie voor een tweede termijn … De heer Peters. De heer Peters: Ik heb behoefte aan een schorsing, voorzitter. De voorzitter: Oké. Dan … Hoeveel tijd heeft u nodig? Tien minuten, dan schors ik nu de vergadering. De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering en ik vraag de heer Peters het woord te … Of ik geef de heer Peters het woord. De heer Peters: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Dit soort processen moet je zorgvuldig doen met elkaar.
En ik dank in ieder geval het college namens de vragenstellers voor de beantwoording van de vragen in de eerste termijn. Maar die riepen bij ons toch nog wel wat ongemakkelijk gevoel op, laat ik het zo zeggen. Maar we hebben hem, omdat we een aantal juristen in ons gezelschap hebben, dat juridisch goed kunnen toetsen. En wij hebben inderdaad niks echt juridisch verkeerds kunnen vinden in het hele proces. Maar ik zou toch wel het college willen vragen om een klein beetje meer empathisch vermogen als er dit soort kritische vragen
gesteld worden, aan de dag gelegd kan worden. Dit heeft in ieder geval wel voorkomen dat wij een motie van afkeuring niet zullen indienen op dit moment, omdat het onvoldoende grond heeft. Tot zover. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dank u wel voor uw bijdrage. De heer Rieter. De heer Rieter: Ja, heel kort, want volgens mij zitten we nog steeds in de tweede termijn, zoals ik begreep. Maar onze fractie blijft er wel moeite mee hebben bij de schijn van raadspassering. Niet om de woorden van de heer Peters over te doen, daar schijnt dus juridisch niets fout te zijn gegaan, maar ik heb wel een vraag aan de wethouder: hoe kijkt u daar zelf tegen, en hoe gaat u daar in de toekomst mee om? De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Zo niet, dan vraag ik wethouder Bonte tot slot de openstaande vragen te beantwoorden. De heer Bonte: Ja, dank aan de heer Peters. Ik ben blij dat in ieder geval de vragen naar tevredenheid beantwoord zijn. U geeft aan, en ik zie dat de heer Rieter dat ook heeft, hè, dat er wel een gevoel nog bij u blijft hangen. Ik wil toch een poging doen om dat weg te nemen. En weet dat als het gaat om zulk soort grote besluiten, dat het college nooit het, want daar gaat het hier in feite om, het budgetrecht van de raad wil passeren, op geen enkele manier. Dus dat is hier niet gebeurd, dat zullen we in de toekomst ook niet doen.
Dat is wat anders dan dat wij wel in de voorbereiding een aantal zaken in voorbereiding kunnen zetten. Dat hebben we in dit geval gedaan als het gaat om het in gang zetten van een aanbesteding om ook vaart te kunnen maken op het moment dat er een besluit is genomen. En wat wij normaal gesproken doen, en dat is in dit geval ook gebeurd, als er zo’n aanbesteding in gang wordt gezet: altijd een voorbehoud opnemen dat een opdracht uiteindelijk niet gegund zal worden. En dat kan zijn omdat er bijvoorbeeld een ander besluit door de raad genomen wordt, dus als dat hier was uitgepakt dan had ook de gunning niet plaatsgevonden. Maar er kunnen ook andere redenen soms in zo’n traject optreden. Een reden kan bijvoorbeeld ook zijn dat er uiteindelijk, ja, veel te duur wordt ingeschreven. Of dat om andere redenen, hè dus, er kunnen altijd redenen zijn waarom we uiteindelijk zo’n gunning niet plaats laten vinden. Maar weet ook dat we daar een afweging van de raad ook een rol in laten spelen. Ik ben ervan overtuigd dat we dat hier heel zorgvuldig hebben gedaan, en ik ben blij dat we met de schriftelijke beantwoording en beantwoording op dit moment ook de twijfels die daarover bestonden hebben weg kunnen nemen.
Weet ook dat we daar naar de toekomst toe doen, en mocht het aan de orde zijn, hè dus mochten we zulk soort voorstellen ook aan de raad voorleggen, dan lijkt het me goed, hè want dan hebben we daar aan de voorkant daar ook de duidelijkheid over, dat we dat ook expliciet in de voorstellen in uw richting meenemen. Zodat u ook aan de voorkant die duidelijkheid daarover heeft. De voorzitter: Dank u wel. Dank u wel, wethouder Bonte. Dat is de toezegging die de raad vroeg. Dus kan ik hiermee de behandeling van dit agendapunt afsluiten? Zo ja, dan sluit ik het bij deze af. Hamerstuk 6.
Bestuursrapportage (Berap) 2022. Raadsvoorstel 75. De voorzitter: Dan ga ik met uw goedvinden naar agendapunt zes, dat is de tweede bestuursrapportage 2022. Dat is een hamerstuk. Kan dat met een hamerstuk afgedaan worden? Zo ja, dan is het aangenomen.
Bespreekstukken Standpunten fracties over bespreekstukken 7.
Visie Wonen, Welzijn en Zorg. Raadsvoorstel 76. De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt zeven, dat is de visie wonen, welzijn en zorg. Raadsvoorstel 76 en Forum voor Democratie had daar een voorbehoud gemaakt, dus ik geef mevrouw Spoek het woord. Mevrouw Spoek, aan u het woord. Mevrouw Spoek-Van Dinther: Ja, voorzitter dank u wel. De ouderenzorg in Nederland is de afgelopen tien jaar enorm afgebroken. Ook in Helmond voelen we daar de gevolgen van. In 2013 al, zijn er wetten aangenomen die erop gericht waren ouderen langer thuis te laten wonen. In theorie een hele mooie gedachte. Veel ouderen geven immers zelf aan zo lang mogelijk thuis te willen blijven wonen. In de praktijk bleek dit echter een bezuiniging. Terwijl verzorgingshuizen hun deuren moesten sluiten, werden ook de eisen voor de verpleeghuizen verhoogd. Hierdoor viel een vrijwel niet te overbruggen gat tussen alleen thuis wonen en opname in een verpleeghuis. De ouderen die in dit gat vallen krijgen met tal van problemen te maken. Op dit moment is het zo dat de veiligheid van ouderen ernstig in het geding moet zijn om urgentie te krijgen voor een plekje in een zorginstelling. Vaak is deze urgentie pas groot als er thuis al een ongeluk is gebeurd waardoor mensen in een ziekenhuis en in een revalidatiecentrum terecht komen.
De hoeveelheid ouderen met deze vorm van urgentie zal naar verwachting in 2040 verdubbeld zijn. De visie wonen, welzijn en zorg vloeit voort uit het landelijk beleid zoals opgesteld door minister Helder. In de ogen van deze minister moeten ouderen zelf meer doen om gezond en zelfstandig te blijven, met behulp van technologie, familie, en kennissen, en geschikte woningen. Zijn deze ouderen dan zelf schuldig en het krijgen van bijvoorbeeld dementie? In Helmond vertaalt dit zich enerzijds in Samen Zorgend, een plan wat in de basis precies aansluit bij de visie van Forum voor Democratie Helmond: er voor elkaar zijn, en zo lang mogelijk zelfstandig in vrijheid wonen. En anderzijds in nog te bouwen woningen die voorzien in het samen zorgend kunnen leven. Elkaar helpen met een boodschapje of een klusje in huis, en omzien naar elkaar door een kopje thee of een wandelingetje samen. Dit moedigen wij als FVD alleen maar aan. Samen Zorgend voorziet echter niet in de 24-uurs zorg die mensen nodig hebben bij ernstiger somatische of psychogeriatrische klachten. De ouderen, zoals omschreven in de beantwoording van onze eerste vraag, zoals gisteren door de griffie onder de raad verspreidt, dat zijn deze ouderen en daar gaat het over, hier kan geen robot, kopje thee, mantelzorger, of wijkverpleegkundige tegenop. Dit vraagt om veel meer dan hetgeen deze visie in voorziet.
FVD Helmond ziet dat de ouderenzorg op dit moment landelijk ook een punt van discussie is. Vele partijen kunnen zich niet vinden in de visie van de huidige minister van ouderenzorg. Wij hopen dat andere partijen in de raad dit ook erkennen, en dat we samen kunnen besluiten dat het nu nog niet het moment is om deze visie vast te stellen. Wij mogen onze ouderen niet aan hun lot overlaten. Pas op de plaats maken en bijstellen met de hoop dat landelijk beleid hier ook in gaat voorzien. Ik rond af, voorzitter. Daarnaast willen wij daarom ook een motie indienen welke het college verzoekt een noodsignaal voor het verder groeiend gebrek aan ouderenzorg, bij het niet uitbreiden van verzorgingsinstellingen naar minister Helder te sturen. Ik heb de motie hier als u wilt. De voorzitter: Dank u wel. De motie zegt noodsignaal ouderenzorg. Dictum is: het noodsignaal te sturen naar minister Helder, het niet uitbreiden van de verpleegzorg in Nederland zal leiden tot een steeds verder groeiend gebrek aan goede ouderenzorg. Dit onvermijdelijk zal leiden tot onveilige leefomstandigheden voor onze Helmondse ouderen. We willen de minister met klem verzoeken dit beleid te herzien, en gaat over tot de orde van de dag is voldoende ondertekend en maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. U bent gekomen aan het einde van uw betoog?
Mevrouw Spoek-Van Dinther: Ja. De voorzitter: Dank u wel. De heer Stevens: Mag ik een vraag stellen, voorzitter? De voorzitter: Ja natuurlijk, ik zag ook mevrouw Maráczi, de heer Stevens en dan mevrouw Maráczi. De heer Stevens: Oh, maar ik mag eerst. Fijn, dank u. Eén van de redenen dat er niet goed gezorgd wordt, is omdat er ook personeelstekort is. En nu wil ik een vraag inleiden met een heel klein stukje van Omroep Flevoland, als dat mag voorzitter? Omroep Flevoland heeft een reportage gemaakt over de inzet van Indonesische verpleegkundigen. Een jaar geleden kwamen 22 verpleegkundigen uit het Aziatische land naar Nederland, omdat er in Flevoland een groot tekort is aan zorgpersoneel. Woonzorg Flevoland is tevreden over de samenwerking, er wordt hier dan ook nagedacht voor een vervolg van deze proef. Bent u bereid ook in deze oplossingen te zoeken, om het personeelstekort op te lossen hier in Helmond? De voorzitter: Ik kijk even naar mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Ja ik wilde eigenlijk even vragen van … Want die zorgen over de zorg, die deden wij natuurlijk ook als SP, dat roepen wij al jaren maar dat heeft met veel meer te maken dan alleen te weinig personeel. Kip en ei verhaal. Maar waarom zouden wij dan toch niet met deze visie gewoon aan de gang kunnen gaan? Want het één hoeft het ander niet uit te sluiten. De voorzitter: Ik kijk even naar mevrouw Janssen.
Mevrouw Janssen, ook nog iets? Nee? Dank u wel. Dan geef ik u het woord, mevrouw Spoek. Mevrouw Spoek-Van Dinther: Ja. Voorzitter, dank u wel. Ja, weet je, personeelstekort inderdaad is één van de grote problemen. Het verdelen over de thuiszorg is met het huidige personeelstekort bijvoorbeeld ook iets wat absoluut geen optie gaat zijn voor deze zorg. Die proef die u noemt is iets, ja god, als het werkt niet direct waar ik zeg: nou, helemaal niet. Maar ook in Helmond hebben wij een hoger percentage werklozen bijvoorbeeld dan in de rest van Nederland. Ik denk dat herziening van het banenstelsel en kijken: hé, welke banen zijn nou niet direct primair noodzakelijk, en welke banen wel? Dat zou ik toch eigenlijk als eerste stuk willen doen. En daarnaast kwam ook uit de beantwoording naar voren, zijn we nu al … Zijn ze nu al met Senzer, ORO en de Zorgboog en WSP bezig om afspraken te maken om dingen af te stellen. Dus eigenlijk zou ik eerst dat soort dingen nog verder willen onderzoeken, en afwachten om te kijken hoe wij het binnen het Helmondse kunnen houden. En daarnaast, ja zoals ik in de motie dus ook al aangaf, kijken: waar kan landelijk nog toch iets aangepast worden, want ook landelijk is die discussie heel heftig op dit moment. Dat er toch meer verpleegzorgplekken bij gaan komen voor deze mensen.
En dat sluit meteen denk ik aan bij de vraag van mevrouw Maráczi: nee, het één hoeft het ander niet uit te sluiten, maar wij zijn één van de eerste in Helmond met deze visie, en op dit moment denk ik niet dat dat de visie is waar we in voorop moeten willen lopen juist omdat we zien dat deze niet volledig voorziet in de zorgbehoeften van al onze ouderen. De voorzitter: Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Wel even een opmerking op maken, want wij zitten hier wel in Helmond, en in Helmond hebben wij nog gewoon alle verzorgingshuizen die we altijd gehad hebben, en verpleeghuizen. En als je boven de rivieren gaat, dan is het echt een ramp. Maar ik denk niet, ja ik vind de motie kan heel sympathiek zijn,
maar ik denk echt niet dat wij daar iets aan hebben, ik denk dat we veel meer, onze wethouders zijn sowieso altijd al aan het lobbyen in Den Haag bij de VNG en overal waar ze maar kunnen. En ik denk echt niet dat deze oproep mevrouw Helder gaat besluiten om een ander beleid te gaan voeren. Dus ik zou eerlijk eigenlijk liever de mensen, of die landelijke partijen hebben opgeroepen om daar flink tekeer te gaan. Maar ik denk dat wij in Helmond met deze motie, ja weinig effect zullen hebben. Mevrouw Spoek-Van Dinther: Misschien … sorry. De voorzitter: Mevrouw Koolen. Mevrouw Koolen-van der Zee: Ja, dankjewel voorzitter. Even een aanvulling hierop: een signaal naar landelijk is natuurlijk altijd goed, wat wel is in deze visie is dat we hebben afgesproken in ieder geval met elkaar over denken is het feit dat het een document is wat we nu in de eerste stap moeten zetten naar aanpassingen voor de toekomst. En wat uiteindelijk ook uit het zorgachtergrond is teruggehaald, is het feit dat we ook over willen gaan naar meer welzijn. Dus er wordt verschil gemaakt: kan er lichte zorg niet naar welzijn medewerkers. En er zijn ook mensen die daarvoor opgeleid worden nu. Dus de visie is gewoon ook heel belangrijk om nu een stap te zetten naar verandering die we nu al moeten inzetten naar de toekomst. De voorzitter: Ik kijk even naar de gemeenteraad. Mevrouw Spoek.
Mevrouw Spoek-Van Dinther: Ja, dank u wel voorzitter. Ik zie inderdaad ook echt wel de goede dingen in deze visie terugkomen, het is meer het feit dat die in mijn optiek nog vooruitloopt op zaken die er nog aan ontbreken. Ik maak me echt oprecht, FVD Helmond maakt zich echt oprecht zorgen om die 2400 ouderen, of 2200 die in 2040 dement zullen zijn, hè, ten opzichte van de 1200 nu. Dus ik denk dat wij het niet te eenvoudig af moeten doen. En ik denk dat het juist aan ons is als raad van Helmond om niet alleen naar boven naar de partijen te kijken, van laat ze het daar maar uitvechten. Maar om ook namens Helmond heel duidelijk dat signaal af te geven dat wij ons zorgen maken om onze Helmondse ouderen. De voorzitter: We vallen in herhaling. Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Nou, ik wil nog wel één aanvulling maken, want volgens mij hebben wij in de adviescommissie heel duidelijk het signaal afgegeven en ook naar de zorgbestuurders die in ‘…’ zaten en de woningverenigingen. Die hebben wij wel meegegeven inderdaad dat we echt nog een generatie te gaan hebben om dit te kunnen overbruggen. Dus ik denk wel dat uw zorgen gedeeld worden. De voorzitter: Oké. Dank u wel, dank u wel voor uw bijdrage. En dan geef ik het woord aan wethouder van Dijk. Wethouder van Dijk. De heer Van Dijk: Ja, dankjewel voorzitter.
Allereerst op uw laatste woorden van mevrouw Maráczi terug te komen: ja wel degelijk deelt dit college de zorgen. Vandaar ook dat we met zorginstellingen, woningcorporaties, cliëntorganisaties, adviesraad sociaal domein, aan de voorkant zijn begonnen en samen met elkaar hebben gekeken: nou, wat zien we in Helmond? Wat is er? Wat is de opgave? En hoe denken wij deze opgave met elkaar te gaan invullen? Wij willen dus niet wachten op alleen maar een signaal af te geven aan Den Haag. Wij zetten liever in op wat er morgen al kunnen gaan doen om deze problemen te kunnen gaan werken. Want als we op Den Haag moeten gaan wachten, kunnen we misschien nog jaren wachten. We hebben nu in Helmond … We zien in Helmond: met elkaar hebben we een probleem, en niet alleen in Helmond, dit doen we ook in gezamenlijkheid met de Peel. We hebben samen, en dan kijk even wethouder
Dortmans aan, regiobeelden opgesteld waarin dit probleem wel degelijk geadresseerd is. Ook bij de VNG zijn we hier volop met elkaar bezig, dus dat signaal wordt wel degelijk afgegeven. Dus ben daar echt niet bang voor. Overigens, uw motie klopt niet helemaal, want u geeft aan dat er in het beleid geen woonzorgplekken meer gerealiseerd worden en dat klopt niet. Afgelopen week heeft minister de Jonge, mevrouw Helder, de woonzorg … of de Wonen Ondersteuning Zorg Ouderen, zo heet die hè, voorgelegd en daar staat in dat er 40.000 woonzorgplekken worden gecreëerd waarvan de helft voor mensen met dementie. Dus gelukkig is er in Den Haag ook een beetje aandacht voor deze groep. Ja, nogmaals voorzitter wij kiezen ervoor, waarom toch deze visie? Wij kiezen ervoor om te doen waar we wel invloed op hebben. En we willen daarom ook niet wachten, want het probleem is inderdaad zoals u zelf terecht aangeeft, kan erg groot worden. Tot zover in eerste instantie. De voorzitter: Oké. Mevrouw Spoek. Mevrouw Spoek-Van Dinther: Dank u wel, voorzitter. De wethouder gaf in één van de eerste, volgens mij zelfs de opiniecommissie, aan: zorg is op dit moment niet meer van wieg tot graf. We moeten accepteren dat we het anders moeten gaan doen. Dat komt voor mij … Voor ons als Forum over als: ja, we hebben geen keuze, dus we moeten nou eenmaal.
Dat is toch wel een kleine zorg die ik heb, want wij zouden ons daar niet zomaar bij neer willen leggen, dat we dat niet kunnen, want we zien die vergrijzing al heel lang aankomen één. En twee: de uitbreiding van die woonzorgplekken onder andere voor mensen met dementie, die is meer dan gehalveerd in relatie tot wat er initieel was toegezegd. Dus u verdraait daarmee toch wel een klein stukje de realiteit. De voorzitter: Wethouder van Dijk. De heer Van Dijk: Even op dat laatste, ik verdraai de realiteit niet. U geeft in uw motie aan, dat er in het beleid niet aandacht aan wordt besteed. En ik geef aan dat dat wel degelijk gebeurt, niet meer en niet minder. Even van de wieg tot aan je dood de zorg krijgen. Dat is nou precies waarom we met al die instellingen met elkaar bij elkaar zijn gaan zitten: omdat we het zorglandschap wel zien veranderen. En we willen liever voorkomen dan genezen, en met elkaar bekijken welke plannen we met elkaar kunnen inzetten om wel in onze regio, en vooral, ik praat nu over Helmond, om dan ook echt voor onze mensen, voor onze ouderen in Helmond wel een betekenis kunnen te kunnen zijn. Zodat zij hopelijk wel zo goed mogelijk zelfstandig, of goed begeleid oud kunnen worden. De voorzitter: Oké. Mevrouw Spoek. Interruptie, hè. Mevrouw Spoek-Van Dinther: Ja, wil ik nog even, dank u wel voorzitter, als laatste herhalen.
Daarmee gaan wij niet ondervangen wat die mensen, die 2400 of 2200 demente mensen echt nodig gaan hebben, absoluut niet. De voorzitter: Oké. Waarvan akte. Ja, dank u wel. Ik kijk even naar de gemeenteraad, eerste, tweede termijn? Ik dacht de heer Guldenaar ook nog aangekondigd heeft om een motie, hebt u ook nog een bijdrage of wilt u zo direct de motie indienen? Oké, ja. Neemt u plaats aan het spreekgestoelte. En dan mevrouw Janssen? Een bijdrage. Anderen nog? De heer Guldenaar. De heer Guldenaar: Dank u wel, voorzitter. Enigszins vooruitlopend op de nieuwe omgevingswet wat inhoudelijk bedoeld zal zijn om de huidige wirwar aan wet- en regelgeving in een wet te bundelen komt de voorliggende visie op ons pad. Hierbij heeft de participatie een cruciale rol omdat vanuit de integrale visie op de leefomgeving naar kwaliteit van de fysieke omgeving moet gekeken worden. Om ervoor te zorgen dat de
belangstelden en geïnteresseerden daar voldoende bij worden betrokken, is de participatie verankerd bij de wet. Het mag vormvrij, dus iedere gemeente mag zelf zien hoe die invulling daaraan geeft. Goede participatieprocessen kunnen het verschil maken met of zonder de nieuwe omgevingswet. Kijkende naar de visie woning, welzijn en zorg waar we als raad feitelijk tweemaal drie minuten verbaal aan mochten besteden, maar het ontlokt ons om uren meer over te praten omdat de essentie voor ons als Mì Hellemonders zien dat er zoveel kernwaarden in aanwezig zijn die onze samenleving raken, willen we daar dieper op ingaan. Opkomende problematiek dan wel uitdagingen op het gebied van verdubbeling in vergrijzing, en daarbij samenhangende uitdagingen zullen echter daadkrachtig moeten worden aangepast. Er wordt al jaren over gesproken. Ten slotte wisten we in het jaar 2000 al dat dit op ons pad zou komen. Armoede en eenzaamheid komen als sluipmoordenaars onze samenleving binnen, waar we ons tegen moeten kunnen wapenen. En dat kan alleen als we het collectief gaan aanpakken. Mì Hellemonders gaat daar verder in. Ze hebben landelijk project uitgezet bij de ANWB, het project genaamd Silver Alert Plan, bedoeld om in de nabije toekomst de veiligheid van de ouder wordende medemens meer te borgen.
Bij het ouder worden gaat vaak gebukt onder de termen zoals verwardheid en andere vormen van achteruitgang. Zo heeft de Nederlandse Alzheimervereniging reeds diverse berekeningen gemaakt. Ik zal hier verder niet te veel over uitweiden, dat zal zeker op een ander moment op terug komen. In hoofdstuk 2.8 van de voorliggende visie wordt summier ingegaan over het belang van wijken en buurten. Wij willen dit in een breder context plaatsen door eenzaamheid op straatniveau aan te pakken. Deze aanpak is nodig omdat ouderen, maar ook veel eenzamen nu thuis wegkwijnen en moeilijk te bereiken zijn. Wij doen hierbij een pleidooi om totstandkoming van een tienstratenplan om de eenzaamheid terug te dringen. Dit met inzet van vrijwilligers of participanten. Wij kennen allemaal de tragische situaties, wetende dat het al een keer is onderzocht dat eenzaamheid op grote schaal voorkomt. Deze mensen sporadisch contact hebben, dat willen wij … geen contact hebben, dat willen wij dat daar iets aan wordt veranderd. Het idee tienstratenplan, een vijfstratenplan kan ook, de uitwerking kan nog anders zijn, is simpel: De wijk in delen in tienstraten, en tien straatcoördinatoren zoeken één wijkcoördinator.
De straatcoördinatoren weten al in hun eigen straat de kwetsbare ouderen te bereiken en ondersteunen, en dragen zo gemeenschappelijk bij bij het terugdringen van de eenzaamheid onder ouderen in hun wijk. Je kunt deze straatcoördinatoren ondersteunen door ze intervisie geven en training geven. Grote doel is dus om de ouderen en de andere eenzame mensen uit hun sociaal isolement te halen. Mensen die nu niet uit het huis komen meer betrekken, wat weer het gevolg kan hebben dat deze mensen zich als vrijwilliger kunnen aanmelden om bijvoorbeeld ergens een kopje koffie te gaan drinken. Het concentreren van de activiteit in een wijk of een buurt is een grote meerwaarde. Maar ouderen en andere eenzamen zijn op dit moment van bezoeken in hun eigen vertrouwde omgeving. Ze hoeven niet naar een andere plek, waardoor de drempel wens en behoefte veel lager is. Wat hierna ontstaat kan als maatwerk worden beschouwd. Van belang is verder dat het stratenplan ingebed wordt in de lokale structuur van samenwerking en afstemming tussen organisaties. Dit faciliteert vrijwilligers bij het doorverwijzen. Behalve zorgorganisaties variërend van huisarts, wijkverpleging, tot ziekenhuis daar van het bestaan moeten afweten, is het vooral belangrijk dat er afstemming plaatsvindt met de welzijnsinstellingen zodat er op het hele netwerk aangehaakt kan worden.
Het uiteindelijke doel is dat de oudere zelfstandig op zoek gaat naar die activiteit waar hij of zij behoefte aan heeft. De vrijwilliger zal naar behoefte elke maand de oudere monitoren door te bellen of te bezoeken. Mì Hellemonders heeft een motie voorbereid, en die wil ik nu indienen. Zal ik alleen … Sorry, voorzitter zal ik alleen het dictum… De voorzitter: Ja hoor, prima. De heer Guldenaar: Ja. Het dictum bestaat hier draagt het college op om: te onderzoeken op welke wijze een tienstratenplan als pilot opgestart kan worden in een wijk. Dit binnen de reeds werkende en uitgezette
onderdelen van participerende burgers in de wijk. En het tweede: na een bepaalde tijd te evalueren en uit te breiden, en naar andere wijken in te zetten. En gaat over tot de orde van de dag. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Mag ik de motie hebben? Dank u wel. Hij is ondertekend en maakt onderdeel uit van de beraadslagingen, dank u wel voor de bijdragen. De heer Heller, had u een vraag? De heer Heller: Ja, dank u wel voorzitter. Een vraag aan de heer Guldenaar: de twee punten waarom gevraagd wordt na bepaalde tijd te evalueren en uit te breiden naar andere wijken, ik ga ervan uit dat dat alleen is als het positief uitpakt? Want daar voorziet deze zinsnede niet in dat het ook misschien negatief kan uitpakken. De voorzitter: De heer Guldenaar. De heer Guldenaar: Oh sorry voorzitter. Nee, ik neem ook aan dat als iets negatief uitpakt, dat dat dan niet slim is om het dan door te zetten. Maar ik denk ook gewoon dat als je vraagt aan de inwoners om ergens aan mee te werken, en ze hebben de kans om daar echt aan mee te werken, dat dat eerder positief zal uitvallen dan negatief. De voorzitter: Oké, dankjewel. De heer Manders, en dan … De heer Manders: Dank je wel, voorzitter. Een vraag: volgens mij zijn er 1353 straten in Helmond. Dus daar zou dan 135 vrijwilligers zijn bij een tienstratenplan. 270 … Daarnaast moeten die nog gecoördineerd worden.