Verslag - raad 20 06 2023
Tekst van het document
Maar nog steeds denk ik dat heel veel mensen wel de behoefte hebben om naar hun eigen huis te kunnen gaan met hun auto. Dank u wel. De voorzitter: Is dat de vraag of een stelling?
Mevrouw Spoek-van Dinther: Het is meer inderdaad een stelling. De voorzitter: Ja. Mevrouw Spoek-van Dinther: Dank u. De voorzitter: Wilt u daar een reactie op of … Mevrouw Spoek-van Dinther: Kan. Misschien de reactie of dat de wethouder herkent wat ik net aangeef over BSD. De voorzitter: Nou, herkent, zal best wel, maar of hij het ermee eens is, is even de vraag. Wethouder Bonte. De heer Bonte: Nou, misschien goed om, want het is ook wel goed om hier nuance aan te brengen, hè. Het is niet zo dat er, ook bij nieuwbouw, dat er helemaal geen ruimte meer is voor auto's, dus er zullen nog steeds ook mensen zijn die daarvoor kiezen. We gaan er alleen vanuit en dat is ook het type woningen dat we daar bouwen en dat is waar we de wijk ook op inrichten, is dat daar ook mensen gaan wonen die ook andere vormen van vervoer kiezen. En daar is deze wijk ook bij uitstek geschikt voor, juist vanwege de ligging zo dicht bij een Intercity station. Dus we geloven ook dat dat voldoet aan een vraag en aan een behoefte. En het biedt heel veel kansen, juist in die vergroening en de kwaliteit in de openbare ruimte. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie, zeg maar, van de zijde van de gemeenteraad, of in ieder geval van het college is beantwoord. Maar ik kijk even naar de zijde van de gemeenteraad.
Mevrouw Janssen, tweede termijn, of nog iets blijven liggen? Mevrouw Janssen-Jansen: Ja, er is nog iets blijven liggen. De voorzitter: Zet u de microfoon aan? Mevrouw Janssen-Jansen: Ja, er is nog iets blijven liggen. Het gaat eigenlijk over dat je toch bedrijventerreinen overhoudt, waar je startups kunt faciliteren om als ze doorgroeien, dat ze ruimte hebben om door te groeien. En is daar ruimte voor in dat hele Stationskwartier? Of zeg je dan: dan moeten ze buiten die ring van het Stationskwartier naar de bedrijventerreinen toe? De voorzitter: Wie gaat er over de ruimte? Ik dacht wethouder Van den Waardenburg, hè? Is er ruimte voor startups? Nou, misschien wethouder Bonte … De Kort? Mevrouw Van den Waardenburg: Ik zal het in ieder geval proberen. Ik heb het ook in de commissie beantwoord. Er is zeker plaats voor startups en scale-ups. Maar als, ik kan me zo voorstellen dat als een bedrijf echt te groot wordt, dat hij op een gegeven moment ook heil elders gaat zoeken. De VVD heeft ook in de Commissie zich uitgesproken voor, hè, zorgen te maken om het aantal bedrijventerreinen dat wij hebben. Dat heb ik ook bevestigd, hè, dat het natuurlijk heel belangrijk is dat we ook Varenschut Noord tot ontwikkeling brengen, regionaal bedrijventerrein tot ontwikkeling brengen.
Maar dat we ook zeker moeten kijken naar bestaande bedrijventerreinen, hoe we dat ook beter kunnen inrichten met elkaar. Dus volgens mij moeten we aan twee knoppen gaan draaien, zowel startups en scale-ups, zoals bijvoorbeeld ook bij Strijp-S, maar ook aan onze bedrijventerreinen, is belangrijk om daaraan te blijven werken. De voorzitter: Zo voldoende? Ja? Oké.
Mevrouw Janssen-Jansen: Dan had ik nog een vraag aan mijnheer Bonte, eigenlijk. De voorzitter: Wethouder Bonte, ja. Mevrouw Janssen-Jansen: Dat gaat over de parkeerplekken bij het station. Als, we hebben zo weinig bus voorzieningen, dat als mensen naar het Centraal Station moeten omdat ze ergens naartoe moeten met de trein, hun auto parkeren in dat gebied, of achter bij Zuidkade of bij de cacaofabriek. Dus, en die staan eigenlijk al allemaal bomvol, dus ja. En als je daar in het Stationskwartier nog meer huizen bouwt, dan loop je dus gewoon tegen parkeerproblemen aan, ook voor de mensen die er wonen. Zoals in Utrecht bijvoorbeeld mijn eigen zoon ooit een uur voor zijn eigen parkeergarage moet wachten, bijvoorbeeld. Heel gezellig, maar niet echt, dus. Kunt u daar misschien wat verduidelijking op geven, of u daar parkeergarages gaat bouwen of faciliteiten zodat iederéén bediend wordt? De heer Bonte: De visie geeft de algemene uitgangspunten aan. En dat is een wijk waar de parkeernorm lager ligt dan in andere wijken van de stad, omdat we denken dat het kan, omdat er ook goeie alternatieven zijn. En we denken dat door ook die keuze te maken voor meer actieve mobiliteit wandelen, lopen, dat je dan ook kan zorgen voor die kwaliteit in de openbare ruimte.
Hoe die parkeernorm er precies uit komt te zien, waar we parkeerplekken weghalen en op welk tempo, dat is echt de nadere uitwerking, dus dit is de visie, maar het tempo waarin en de concrete invulling komt op een later moment. En dan komen we ook bij u terug. Dus dan , en dat hebben we ook in het participatieproces, want participatieproces zijn zulk soort vragen ook wel gesteld. Hè, hoe zit dat dan met mijn parkeerplaats voor de deur? Overigens, hè, huidige bewoners, daar gaan we niks aan veranderen. Dus als die nu hun auto voor de deur kunnen parkeren, dat kunnen ze blijven doen, dus dat, daar gaat niet de parkeerplek weggehaald worden. Maar voor nieuwbouw gaan we wel een lagere parkeernorm stellen dan dat we die op veel andere plekken in de stad stellen. Dus dat zullen woningen worden met gemiddeld minder parkeerplaatsen. Maar, nogmaals, de concrete, dit is de richting die we aangeven en de concrete invulling komt ook nog op latere momenten bij u terug. De voorzitter: Oké. De heer Rieter heeft nog een vraag. De heer Rieter: Ja, ik heb hier wel een vraag over, want dit triggert mij wel. Want die mensen die natuurlijk nu in het centrumgebied wonen, die hebben niet één vaste parkeerplek. Dus als u dan woningen gaat bijbouwen en daar de parkeerdruk minder is, dan dezelfde aantal parkeerplekken moeten dan verdeeld worden over meer mensen.
Of begrijp ik het verkeerd? De voorzitter: Wethouder. De heer Bonte: Sowieso geldt het voor nieuwbouw, dat we daar verwachten dat parkeren op eigen terrein gerealiseerd wordt. Dus, hè, daar zal dat op eigen terrein plaats moeten vinden. Het enige is dat wij een lagere parkeernorm stellen dan we op andere plekken in de stad doen. Dus dat betekent dat een ontwikkelaar ook minder parkeerplekken hoeft te realiseren. Maar een bewoner krijgt dan ook niet de vergunning voor op straat, hè, dat doen we nu ook al niet. Maar dat zullen we in de toekomst dan ook zeker niet doen, een bewoner van zo'n nieuwbouwcomplex. De voorzitter: Oké, dank u wel voor de toelichting. De heer Van de Brug.
De heer Van de Brug: Ja, ik word toch getriggerd door de opmerking met betrekking tot het organiseren van parkeren op eigen terrein. Volgens mij is het Huis van de Stad toch ook wel ongeveer het, nou ja, bevindt zich in het Stationskwartier. Volgens mij hebben we daar niet geregeld dat we parkeren op eigen terrein. Dus hoe ziet u dat dan? Als u dat verplicht zou veranderen, waarom doen we dat voor ons eigen dan niet? De voorzitter: Wethouder Bonte, of wethouder Van Dijk? Wethouder Bonte. De heer Bonte: Mede namens wethouder Van Dijk. Wethouder Van Dijk fluisterde me net terecht ook in, hè, dus dat daar wel ook voor het gebruik in ieder geval door de ambtenaren, we daar van nabijgelegen parkeergarage Doorneind gebruik maken. Dus, wat dat betreft, daar kopen we dat dan in. Dat is dan niet letterlijk op het eigen terrein, maar dat is op een andere plek. En dat kan eventueel voor ontwikkelaars van woningen kan dat ook het geval zijn. Het uitgangspunt, maar dat is niet nieuw, dat is nu ook al zo, is dat we niet voor nieuwbouw straat parkeervergunningen gaan verstrekken. Dus dat zal echt zelf door ontwikkelaars gerealiseerd moeten worden, en de ontwikkelaars komen zelf. En dat kan wethouder Van den Waardenburg nog beter aan u toelichten.
Ontwikkelaars komen zelf naar ons toe, zeker in dit gebied, met een verzoek om die parkeernorm te verlagen, dus ontwikkelaars hebben daar zelf ook veel behoefte aan. En wij denken dat dat ook in dit gebied aan de behoefte voorziet. De voorzitter: Oké. Ik zie drie interrupties. De heer Peters, de heer Van Geel en mevrouw Spoek, mevrouw Janssen en de heer Van de Werff. Vijf interrupties. Ik begin met mevrouw, de heer Peters. De heer Peters: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik word dan toch een beetje getriggerd ook naar aanleiding van de opmerking die collega Van de Brug net maakt, want bij mijn weten hebben we de… Er zingt hier ergens een … Of ligt het aan mij? Het kan aan mij liggen. We hebben bij het vestigen van bedrijven in deze stad, stellen wij eisen aan eigen parkeervoorzieningen op eigen terrein. En ik heb er, ik begin er een beetje een dubbel gevoel bij te krijgen dat we dat bij ons eigen Huis van de Stad, en dat wisten we overigens al dat we van die parkeergarage gebruik zouden gaan maken. Maar verwacht u niet dat we daar wat gezeur over gaan krijgen in de stad? Als een bedrijf zich wil gaan vestigen, als we de eisen stellen aan zoveel parkeerplaatsen bij dat bedrijf zijn verplicht, dat er naar gewezen wordt van hé, wat doet u bij uw eigen Huis voor de Stad? Dat vind ik een beetje tricky. Voorzitter: Oké, dank u wel. Ik ga wat collecteren.
De heer Van Geel, ook op dit punt? Nee, op dit punt. Wel mevrouw Spoek op dit punt? Mevrouw Spoek-van Dinther: Ja, dank u wel, voorzitter. Als ik dit zo beluister dan ben ik bang dat mensen die nu in het centrum wonen en wel nog hun auto aan de straat kunnen parkeren, en er zijn dadelijk met een lage norm en geen mogelijkheid meer tot straatparkeren, hoe gaat zich dat verdelen? Gaan er heel veel auto's dan toch daaromheen, ergens overal proberen hun auto kwijt te kunnen, waardoor de mensen die nu nog aan de straat kunnen parkeren, dadelijk hun eigen plek toch ook min of meer weer kwijt zijn de niet vergunning plekken, maar de extra plekken? Dus ik ben een beetje bang dat we een overschot aan auto's net daarbuiten krijgen. Is het, ik hoor net ook dat er een concrete invulling nog later komt, is het een idee om daar toch eerst meer onderzoek naar te laten doen, naar de haalbaarheid van die parkeernorm in deze visie, voordat we dadelijk daadwerkelijk die vaststellen? Dus nu de visie wel vaststellen, maar de parkeernorm toch later nog een keer terug te nemen. De voorzitter: Oké.
Mevrouw Spoek-van Dinther: Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Janssen, ook op dit punt? Dan mevrouw Meulenbroek. Mevrouw Meulenbroek: Ja, want het, de opmerkingen van de wethouder triggerden mij dat hij zei dat de ontwikkelaar graag minder parkeerplaatsen wil maken. Ja, dank je de koekoek. Dat is alleen maar voordeliger voor hem, dus dat wil iedere projectontwikkelaar wel. Kijk, en als wij dadelijk daar heel veel huizen hebben en die mensen die moeten gewoon een, voor 100 euro in de maand een parkeerplaats huren, want daar komt het dan op neer. Hè, ja, je zult er maar op een sociale woningbouw, op een sociale huurwoning wonen en je moet ook nog 100 euro betalen voor je auto neer te zetten. De voorzitter: En uw vraag is? Mevrouw Meulenbroek: Of je dat mee wil nemen. Want een projectontwikkelaar, ja, die bespaart door geen parkeerplekken te maken, dus die krijgt … De voorzitter: Ik wil er toch even op wijzen, dat dit punt is natuurlijk nog een uitwerkingspunt voor een volgende discussie, dus dat heeft wethouder Bonte al gezegd: u mag nog wel een paar punten meegeven, maar we gaan daar niet eindeloos over discussiëren. De heer Van de Werff en dan mevrouw Meulenbroek. U staat echt op nummer zes, ja. De heer Van de Werff: Ja, dank u wel. Sluit aan bij de heer Peters. Wij hebben opgehaald in ons buurtcafé en wij wisten het eigenlijk al lang.
Ambtenaren parkeren hun auto in de Annawijk, pakken uit de koffer achter een vouwfietsje en fietsen naar het werk. Het is nog steeds met het vouwfietsje sneller op het nieuwe Huis van de Stad zijn, dan vanuit de parkeergarage. Hoe denkt u die gedragsverandering voor elkaar te kunnen krijgen door alle ambtenaren hun auto in de parkeergarage zetten? Want het is wel fijn parkeren in de Annawijk. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Meulenbroek. Mevrouw Meulenbroek: Dank u wel, voorzitter. Ik kan me niet heugen dat ik in deze raad zo vaak het woord ‘getriggerd’ heb gehoord. Maar ik ben ondertussen zelf ook behoorlijk getriggerd, want we hebben het hier over de stationsvisie en we waaien nu alsmaar verder uit naar parkeergarages in Utrecht, waar je een uur moet wachten, naar het Huis voor de Stad en gedrag van ambtenaren. Ik weet niet wat ik allemaal langs hoor komen, maar volgens mij gaat het vanavond over het Huis van de Stad, een visie op … De voorzitter: Nou, daar gaat het niet over. Mevrouw Meulenbroek: Sorry, gebiedsvisie Stationskwartier. Sorry, ik ben zó getriggerd dat ik me helemaal van mijn … De voorzitter: Wat is uw vraag? Mevrouw Meulenbroek: Maar mijn vraag is: kunnen we to the point blijven? De voorzitter: Dank u wel. Dat is niet aan de wethouder, dat is aan collega’s. Ik kijk, de heer Van Geel.
De heer Van Geel: Ja, toch nog even terugkomend op het punt, omdat ik, ik werd ook getriggerd. Namelijk, wat u zei is dat de mensen die een parkeerplek voor de deur hebben, die houden hun parkeerplek voor de
deur. Betekent dat dat u met vergunningen gaat werken om ervoor te zorgen dat inderdaad die mensen hun plek voor de deur houden? Dat is de vraag. De voorzitter: Oké. Nou, de heer Van Aert nog. Bent u getriggerd? De heer Van Aert: Nou, ik durf het niet meer te zeggen, wethouder, of voorzitter. De voorzitter: Ik was een Nederlands woord aan het zoeken voor ‘getriggerd’. De heer Van Aert: Ja, ik, kunnen we er een ander woord voor kiezen? De voorzitter: Eigenlijk gestimuleerd, hè? De heer Van Aert: Ja. De voorzitter: Je kunt dus, ik stimuleer u nu om een vraag te stellen. De heer Van Aert: Ja zeker. Ja, ik heb eigenlijk een, iets anders dan dit. Maar de wethouder heeft mij getriggerd in de zin van hij wil graag hebben dat we met de fiets, maar niet meer met de auto naar het Stationskwartier komen. Maar, wil je met het openbaar vervoer komen en je woont in Dierdonk, dan is dat een hele slechte zaak, want daar rijdt helemaal niks. En je kunt er met de bus niet komen, niks. Dus als je slecht ter been bent en ‘oudere’ en noem maar op, die hebben daar dan een probleem mee. Dus ik wil de wethouder vragen om daar dan graag heel veel aandacht aan te besteden aan het openbaar vervoer, dat dat verbetert naast het Stationskwartier toe. De voorzitter: Zo, nou, iedereen is getriggerd of gestimuleerd, of geprikt, misschien wel geprikkeld.
Dus wethouder Bonte, ik zou u willen vragen niet te veel prikkels en getrigger, triggers uit te delen, want anders dan gaat het niet tot een afronding komen. De heer Bonte: Nou, mijn constatering is dat veel van deze raadsleden staan te popelen om van gedachten te wisselen over de mobiliteitsvisie. Hè, want dit zijn bij uitstek zaken die daar ook aan de orde komen. Ik heb begrepen dat de agendacommissie heeft besloten om begin september dat op de agenda te zetten. Dan zijn we allemaal fris weer terug van het zomerreces. En dan stel ik ook voor om de suggesties die hier gedaan zijn en die her en der ook meningen hebben getriggerd, om die voort te zetten. De voorzitter: Oké, dank u wel, dank u wel. Ik kijk even aan de zijde van de gemeenteraad. Is er nog iemand die voor een tweede termijn? Nee, dan gaan we eens kijken of we tot een besluit kunnen komen. We hebben van u gekregen een amendement. Voordat ik ga stemmen over het besluit, zeg maar, het raadsvoorstel 51, zou ik graag het amendement, wat ingediend is door PvdA en door velen is ondertekend, om dat in stemming te brengen. Is er behoefte aan een stemverklaring onder het amendement wat voorligt? Nee? Dan mag ik het stem, het amendement met een hand opsteken laten stemmen.
Wie is voor dit amendement? Wie is tegen? Tegen is het CDA en daarmee is het amendement aangenomen en maakt het dus onderdeel uit van het raadsbesluit nummer 51. Dan kom ik bij de besluitvorming rondom raadsvoorstel 51. Is er behoefte aan een stemverklaring van iemand? Ja, mevrouw Spoek. Mevrouw Spoek-van Dinther: Ja, dank u wel voorzitter. De nodige twijfels hadden wij voor deze vergadering, maar zeker door de, het stukje wat wethouder Van den Waardenburg aangaf dat de raad per deelgebied eigenlijk nog aan zet is. En ook met de toezegging van wethouder Bonte dat we over bepaalde stukken, de
mobiliteitsvisie, na het reces, dat we daarop terugkomen, kunnen wij verder instemmen met deze gebiedsvisie. De voorzitter: Dank u wel. Is er nog meer behoefte aan stemverklaring? Zo niet, kan er gestemd worden met hand opsteken. Ja, dan, wie is voor dit voorstel? Wie is tegen? Tegen is het CDA en daarmee is het aangenomen. 12. Aanwijzing voorkeursrecht Stationskwartier. De voorzitter: Dames en heren, nu gaan we naar agendapunt 12, aanwijzing voorkeursrecht Stationskwartier, raadsvoorstel 37. Dit is niet in de Commissie geweest. Het is ook met de agendacommissie afgesproken dat het rechtstreeks in de raad behandeld zal gaan worden. Recent is de Wet voorkeursrecht van de gemeenten namelijk gewijzigd, dus wij hebben geacteerd als een voorlopig voorkeursrecht. Dat kunnen wij opleggen , om dat nu vervolgens in uw raad te bekrachtigen. Ik kijk eventjes of er raadsleden zijn die hier iets over zouden willen zeggen. De heer Boetzkes, aan u het woord. De heer Boetzkes, Helder Helmond. De heer Boetzkes: Dank u wel, voorzitter, en dank aan het college voor de uitgebreide zeven pagina's toelichting bij dit raadsvoorstel, want dat is oprecht verhelderend. Vragen die je krijgt tijdens het lezen van dit toch wel technische stuk, zijn daar goed in beantwoord.
Ook dank voor de beantwoording van onze technische vragen, waaruit onder andere blijkt dat er geen eigenaren in verweer zijn gekomen tegen deze aanwijzingen. En dat is voor ons een positieve boodschap. Ondanks dat zij nog in bezwaar kunnen komen, betekent het veel, want ze hebben daar ruim de tijd voor gehad. Maar uit onze antwoorden blijkt ook dat uitstel van dit stuk niet mogelijk is. En daarmee zet het college de gemeenteraad weer met de rug tegen de muur. Eén dag voordat de termijn van drie maanden verloopt, vraagt u ons een beeldoordeel en besluit te vormen over wat in feite een groot dilemma is. En ik zal dat dilemma toelichten. Want aan de ene kant behoudt de gemeente de regie en voorkomt zij dat opportunistische ontwikkelaars de prijs opdrijven, om die vervolgens weer door te rekenen aan de nieuwe bewoners, in de vorm van veel te dure woningen. Maar aan de andere kant, het proces van aanwijzing voorkeursrecht kan leiden tot trage besluitvorming, bureaucratische rompslomp, vertraging, frustraties, verhoogt de complexiteit van het plan. Het leidt tot hogere kosten voor de gemeente, want ook onze gemeente kan elke euro maar één keer uitgeven. Het baart ons dan ook zorgen dat we teruglezen in de beantwoording van onze vragen dat de grondexploitaties met de verwachte financiële resultaten pas later met ons worden gedeeld.
Want, waar zeggen we nu ‘ja’ tegen? Kiezen we nu om grond te kopen in het stationsgebied, of een wijkhuis te bouwen in Rijkenberg? Om maar iets te noemen. In plaats van de aanwijzing voorkeursrecht zou de gemeente er ook kunnen, voor kunnen kiezen om meer samen te werken met de eigenaren in het Stationskwartier door middel van een dialoog. De gemeente kan ervoor kiezen om positieve ontwikkelingen te stimuleren en meer dynamiek, gezonde concurrentie en innovatieve projecten te laten ontstaan. Dus, hoewel deze aanwijzing voorkeursrecht in het Stationskwartier op eerste gezicht aantrekkelijk lijkt, is het belangrijk om de beperkingen te kennen. Maar dat geldt ook voor de positieve kanten. Want door het beschermen van publieke belangen en het behouden van de regie, het beheersen van speculatie en het stimuleren van participatie en betrokkenheid, draagt het juist bij aan een duurzaam en leefbaar Stationskwartier. En door controle te houden, voorkomt de gemeente dat ongewenste marktwerking, grond en vastgoed onnodig in waarde doet stijgen. En de betaalbaarheid van woningen, waar het hier al een paar keer over is gegaan vanavond, zou dat ten gunste moeten komen. En deze betaalbaarheid verwachten wij dan ook terug te zien in de uitwerking van de omgevingsplannen. Dat is iets wat we hier ook absoluut mee willen geven.
Wij hopen dat andere fracties met een sociaal hart, net als Helder Helmond, ik denk aan een SP, aan een Partij van de Arbeid, Mì Helmonders, waarmee wij samen nog een motie indienden om betaalbare
woningen, en dan heb ik het echt over woningen van 215 tot 255.000 euro koop, of een huur tot, ik hanteer de regionale begrippenlijst, een huur tot 850 euro hier ook te gaan laten realiseren. Want dan wordt het dilemma wat ik hier zojuist heb geschetst een keuze, een keus om op de lange termijn in te stemmen met de ontwikkeling van betaalbare woningen. En dat is waar Helder Helmond voor staat. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik kijk even naar de zijde van de gemeenteraad. Daar zijn, oké, de heer Peters en dan de heer De Mare. Of is er een interruptie? U hebt een interruptie mijnheer De Mare? De heer De Mare: Nou, eigenlijk een vraag, ik heb … De voorzitter: Nou, alleen een vraag, prima. De heer De Mare: Uit het betoog blijkt dat u er een beetje van uitgaat dat deze aanwijzing van het voorkeursrecht betekent dat aankoop van die gronden niet door middel van participatie gebeurt. Dit is toch alleen maar, heb ik begrepen, een soort, ja, veiligheidsklep. Maar je gaat altijd proberen om via overleg in middellijke zin gronden aan te kopen, maar je voorkomt dat er participatie mogelijk is. Dus ik zie die tegenstelling tussen dit aanwijzing voorkeursrecht en participatie, en in goede harmonie met grondeigenaren tot aankoop van gronden komen, die tegenstelling, die begrijp ik helemaal niet. De voorzitter: De heer Boetzkes. De heer Boetzkes: Voorzitter, dank u wel.
Nee, integendeel, ik geef aan bij de positieve punten dat juist participatie en de dynamiek, punten zijn die naar voren kunnen komen met het aanwijzen van deze gronden. De voorzitter: Wat is het negatieve punt? De heer De Mare begrijpt niet wat het negatieve punt is? De heer Boetzkes: Nee, nee, ik heb vraag voor de heer De Mare gesteld, maar dat was me even niet duidelijk. De voorzitter: Ja, dat was de vraag. De heer Boetzkes: Maar de negatieve punten kunnen leiden tot trage besluitvorming, en een ondoorzichtig proces met het toewijzen van gronden. Wanneer iemand zijn grond gaat verkopen, hoe gaat het dan lopen? Een aanwijzing voorkeursrecht houdt ook in dat wanneer iemand zijn grond nu aanbiedt, dat daar een procedure doorlopen moet worden, die niet heel lichtzinnig is. Het is niet een kwestie van nou, dan koopt de gemeente hem wel. Dus ook daarin zitten gewoon risico's die kunnen leiden tot frustratie, het verhogen van de complexiteit. En die moeten we ook zeker met mekaar benoemen. Dus ja, fijn dat u daar nog even de nadruk op wil leggen. Ik wil juist de nadruk leggen op de positieve punten die er liggen met zo'n plan. Maar, dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dank u wel de heer Boetzkes. De heer De Mare begrijpt het nog niet helemaal, maar dat, misschien door de uitleg van de wethouder misschien. Ja? Dank u wel. Dan dank ik de heer Boetzkes voor zijn bijdrage.
Dan geef ik de heer Peter, CDA, het woord. Is er daarna, na de Peters nog iemand? Nee, dan zou ik zeggen, de heer Peters, u kunt uw betoog beginnen. De heer Peters: Dank u wel, voorzitter. Ja, in de Commissie heeft collega Maarten Bloks daar hier al het een en ander over gezegd. En we zijn over de verantwoordelijkheid van het een en ander niet helemaal … De voorzitter: Even voor de duidelijkheid, we hebben geen commissie gehad over dit onderwerp.
De heer Peters: Nee, nee, dat kwam zijdelings aan de orde bij de behandeling van het Stationskwartier. De voorzitter: Oké, maar dit voorstel, want anders dan, daar ben ik mee begonnen, dat is … De heer Peters: En dat is precies de kern van ons probleem. Wij hadden dit heel graag in commissieverband toch wat tijdiger met elkaar willen bespreken. De voorzitter: Oké. De heer Peters: En wij voelen ons een beetje, collega van Helder Helmond zei het ook al, een beetje met de rug tegen de muur gezet. Dus we hebben hier, misschien dat het college daar toch nog iets over kan zeggen, want ik vind het een beetje een, ik wil niet zeggen ‘overvaltactiek’, want dat vind ik een beetje flauw. Maar wij hebben er, wij voelen ons er niet senang bij, om het dan zomaar even te zijn. De voorzitter: Oké, het raadsvoorstel zat bij de RIB van 23 maart, dus u had ruim de tijd. Dus, en de agendacommissie heeft dit besloten, niet het college. Ja? Oké, dank u wel. Dus die, ik zou mevrouw willen vragen, wethouder Van den Waardenburg om kort te reageren. Mevrouw Van den Waardenburg: Ja, wat vragen over eigenlijk wat is zo'n WVG nou? Want in het verleden werd er weleens een besloten raadsvergadering gehouden, er werd niet van tevoren gezegd wat het onderwerp dan was en werd ter plaatse aan u voorgelegd: laten we een WVG vestigen. Eén daarvan was ook destijds Varenschut Noord.
De wet is gewijzigd en vandaar dat het college nu de bevoegdheid heeft om een WVG voornemen, zeg maar, te vestigen. En dan vervolgens aan de raad om dat te bekrachtigen, dan wel, dan al niet. En bij de RIB inderdaad van 23 maart bent u op de hoogte gesteld van dit voorgenomen besluit van het college. En wij hebben juist gepoogd om dat tegelijkertijd met het Stationskwartier aan u voor te leggen, omdat juist deze WVG ook van belang is om de ambities en de visie die we in de Stationskwartiervisie hebben neergelegd met elkaar mogelijk te maken. En tuurlijk sluit dit dialoog niet uit. Wat we eigenlijk doen is een soort van vlies over een aantal percelen in het Stationskwartier leggen. En stel nou dat die eigenaar voornemens is om de grond te verkopen, dus we gaan niet dwingen. Stel dat die voornemens is om de grond te gaan verkopen, dan moet hij dat als eerste aan de Gemeente aanbieden. Dan kunnen we als gemeente op dat moment zeggen: dat willen we wel aankopen of niet, het is wel passend of niet. Stel nou dat we als gemeente zeggen ‘we willen het niet aankopen’, dan kan die eigenaar het vervolgens aan een andere partij verkopen. Willen wij het wel aankopen, dan wordt de waarde van de grond samen vastgesteld. Dat is eigenlijk wat je hier doet.
En je moet dit ook, dat geldt tijdelijk voor drie jaar, en binnen die drie jaar moeten we ook een ruimte besluit nemen, samen met u, bijvoorbeeld een bestemmingsplan om dat te bekrachtigen. De voorzitter: De heer Boetzkes. Mevrouw Van den Waardenburg: Dan geldt het voor tien jaar. De voorzitter: De heer Boetzkes heeft een interruptie. De heer Boetzkes: Ja, voorzitter, even heel kort. Misschien kan de wethouder even verduidelijken wie ze bedoelt met ‘de gemeente’. Dus het aankopen van de grond, wat u net naar verwijst, wie dan besluit dat die grond aangekocht wordt. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder.
Mevrouw Van den Waardenburg: Dat is een goeie vraag. De, u vroeg volgens mij ook naar de Nota grondbeleid. In het ambitie akkoord is opgenomen dat we eigenlijk naar een actief grondbeleid willen, dus veel meer proactief zaken aankopen. Op dit moment moeten we eigenlijk met alle aankopen die volgens mij bijvoorbeeld een flinke aankoop zijn, ook terug naar de raad, dan wel via de berap et cetera. Wij zitten eraan te denken dat, om snelheid te betrachten, je bijvoorbeeld ook kunt zeggen dat de gemeente, zeg maar, hè, het college gemandateerd wordt voor een bepaald bedrag zelf aan te kopen, om dat vervolgens ook aan de raad achteraf voor te leggen via bijvoorbeeld de berap. Maar daar gaan we in het kader van de Nota grondbeleid nog met elkaar over spreken hoe dat verder vorm te geven. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Van den Waardenburg: Dan, even kijken, de betaalbaarheid, ja, daar maakte Helder Helmond een punt van. Betaalbaarheid vinden wij als college ook heel belangrijk. Vandaar ook dat wij, wat mevrouw Spoek straks ook al aangaf, in de Stationskwartiervisie ook duidelijk hebben aangegeven welk percentage woningen we daar zien landen, zoals ook 30 procent sociale huur. En juist wanneer je zo'n WVG op zo'n groot gebied neerlegt, geeft dat ook meer regie aan de gemeente om daar ook bijvoorbeeld op te sturen.
En ook het EHADterrein is een voorbeeld, dat terrein gaan we nu samen met corporaties ontwikkelen, zodat zij niet achteraan aansluiten, maar juist aan de voorkant meedenken. Dus dat geeft juist ook, als het gaat bijvoorbeeld om sociale huur, geeft dat veel meer flexibiliteit en mogelijkheid om juist ook die betaalbaarheid ten goede te laten komen. Dat waren volgens mij de vragen, voorzitter. De voorzitter: Oké. De heer Van der Burgt. De heer Van der Burgt: Voorzitter, dankjewel. Ik heb geen opmerkingen over de WVG. Juist gevolgd, de juiste weg gevolgd, college. Ik heb wel een opmerking over de Nota grondbeleid. Wanneer kunnen we die tegemoet zien in de nieuwe versie? De voorzitter: Wethouder Van den Waardenburg. Mevrouw Van den Waardenburg: Ja, ik had die graag al lang aan u voorgelegd, maar ik kan u ook melden dat het helaas wat stil heeft gelegen, ook omdat we daar een juiste ambtenaar voor moesten vinden die dat voor ons gaat oppakken. Ik hoop eind van dit jaar, begin volgend jaar. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik kijk even naar de zijde van de gemeenteraad. De heer Boetzkes, een interruptie nog, of even een korte tweede termijn? Ja? De heer Boetzkes: Een hele korte tweede termijn, voorzitter. De voorzitter: Oké.
De heer Boetzkes: Want ik denk dat er een aantal dingen goed zijn beantwoord en ook duidelijk maken dat we allemaal balen dat we inderdaad tegen een grondbeleid, Nota grondbeleid, zitten te kijken, die helaas alweer verouderd is. Gelijktijdig is hij natuurlijk wel heel belangrijk, en tot nu toe dus ook waar we het mee moeten doen. De wethouder benadrukt ook een aantal positieve aspecten, gekeken naar het EHAD-terrein en hoe we de regie kunnen houden, wat denk ik ook terecht is, en wat ook absoluut ten goede kan komen aan de betaalbaarheid. En ik denk dat we daar echt niet alleen over sociale woningen, maar ook over betaalbare woningen mogen praten. Maar we moeten zeker ook die risico's blijven benoemen, want die grond die
eventueel aangeboden wordt, zal de gemeente ook moeten kunnen kopen, zeker als we ook echt die ambitie hebben om dat te doen. En dat punt hebben we hier in ieder geval wel willen maken. Maar ik kan namens Helder Helmond zeggen dat wij positief zijn over dit voornemen en dit besluit. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Peters, CDA. De heer Peters: Ja, dank u wel, voorzitter, als u mij toestaat van mijn plaats, want het is heel kort. Dank voor de heldere uitleg tijdens het college, en die hebben ons qua besluit doen draaien. Zoals het een goeie bestuurderspartij betaamt, kun je je ook laten overtuigen, zullen we maar zeggen. Dank voor de uitleg en wij zullen vóór dit voorstel stemmen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dank u wel. Ik kijk even naar zijde van de gemeenteraad. Voldoende bediscussieerd. Dan ga ik over tot stemming. Kan er gestemd worden met hand opsteken? Zo ja, wie is voor het voorstel aanwijzen voorkeursrecht Stationskwartier, raadsvoorstel 37? Wie is tegen? Dan is dit unaniem aangenomen. 13. Moties vreemd aan de orde van dag De voorzitter: Dan komen wij bij agendapunt 13, motie vreemd aan de orde van de dag. Dat zal de heer Guldenaar van Mì Hellemonders gaan indienen. De heer Guldenaar, aan u het woord. De heer Guldenaar: Dank u wel, voorzitter. Geachte voorzitter, college, raadsleden en publiek. Ja, wat is het toch warm hè, de laatste weken.
Ik zie sommigen ‘nee’ schudden, dat is echt zo. Kunt u de maand mei nog herinneren, toen we dachten dat er geen einde zou komen aan de continue regen? In mijn jeugd hadden wij andere voorjaars en zomers, dat hoef ik niet wetenschappelijk te onderbouwen. Dus we hebben te maken met intensievere regenval en de zomers zijn de laatste jaren bekend om hun langdurige droogtes. Voorzitter, dit leidt in Noord-Brabant, maar ook in de rest van het land, tot bezorgdheid over de watervoorziening in de toekomst. “Zij zijn groot, ik is klein”. Wie kent deze uitspraak nog van Calimero? Bestond niet eens …. Niemand. ‘Zij zijn groot, ik is klein’. Nou, wat ik hiermee wil zeggen is Mì Hellemonders zijn, en ik hoop ook de Gemeente Helmond, vindt dat regenwater niet zomaar in het riool mag stromen. Wij willen dat de Gemeente Helmond de bouwers van de toekomst verplicht moet stellen om systemen aan te leggen om regenwater op te vangen en vast te houden. Gemeente Tilburg is de eerste gemeente in Nederland die afdwingbare regels voor de hemelwateropvang heeft opgesteld. Zij noemde dit het parapluplan. Nou, Mì Hellemonders vinden dat niet zo'n goedgekozen naam. Mì Hellemonders vindt een betere naam, het zou moeten zijn … Een paraplu is tegen de regen, hè, paraplu. Mì Hellemonders vindt een betere naam: het spaarwaterplan. Niet spaarwater, maar het spaarwaterplan, het SWP.
Herinnert u zich nog de douchetimer die wij als presentje hebben uitgedeeld? Wel, dit was een jaar geleden. Nog om een keer extra de bewustwording aan te stippen van de besparing van het gasverbruik, een besparing van het schone drinkwater. Voorzitter, we moeten het schone drinkwater beschouwen als een belangrijk kunstgebit, eh, kunstbezit. Wat zeg ik nou weer? Nou, even weer serieus. We weten dat Brabant water in Nederland bekendstaat om toch wel het beste drinkwater in Nederland. U weet ook het bestaan van regenwater en grijswatersystemen. Je kunt regenwater op twee manieren benutten: bergen en infiltreren, zodat het bij het grondwater weer wordt aangevuld, en het opvangen en gebruiken voor de wc, tuin, wasmachine, schoonmaak en zelfs voor de douche. Hiermee wordt kostbaar drinkwater bespaard. Ook grijs water, het afvalwater van bad, douche en wastafels kun je ook hergebruiken voor toiletspoeling, met tussenstappen, wasmachine en buitenkraan. Dit kan bij woningen, appartementen, hotels scholen en sportcentrum. Afsluitend, Mì Hellemonders willen middels de opgestelde
motie het college, dat groen Helmond een warm hart toedraagt … Ik hoor niemand iets zeggen, dan is, u kent het gezegde ‘wie zwijgt, stemt toe’, in beweging te brengen om snelheid te ontwikkelen. De voorzitter: Zo werkt dat niet in de gemeenteraad. Dat kan wel zijn, maar dat is niet het principe van democratie. De heer Guldenaar: Niet? De voorzitter: Nee, nog niet. De heer Guldenaar: Ik zit nog niet zo lang in de gemeenteraad. In beweging te brengen om snelheid te ontwikkelen om ons schone drinkwater te koesteren en mogelijke maatregelen uit te gaan voeren. Tot zover. Voorzitter, zou u het dictum kunnen voorlezen? De voorzitter: Graag. We zullen eens kijken. Oké, dank u wel. Er is een motie vreemd aan de orde van de dag en de motie heet spaarwater. Dictum is het volgende: roept het college op ter oriëntering bij de volgende versie van de Gemeentelijke Watertaken Plan de raad te informeren over de uitkomsten bij plannen die voortvloeien uit het Gemeentelijke Watertaken Plan, operationeel programma 2022 van het Gemeentelijk Rioleringsplan Helmond, 2019-2023, waarvan het GRP en waterketen begin 2019 zijn vastgesteld. Is er nog een volgende pagina? Ja.
Het volgende punt is steeds de nieuwste voorbeelden van hergebruik van water, het gebruik van grijs water stimuleren en andere maatregelen, zoals bijvoorbeeld in België de verplichte bouw van waterreservoir onder nieuwbouwhuizen, nadrukkelijk in de plannen mee te nemen, zeker te bekijken of de besparingsmogelijkheden als een verplicht onderdeel opgenomen kan worden in de bestemmingsplannen. En gaat over tot de orde van de dag en maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. Dank u wel. Is er nog iemand van de raad die een vraag heeft? De heer Van der Kant. De heer Van der Kant: Ja, een deel van uw verhaal doet mij denken, eerlijk gezegd, aan de motie die we vorig jaar hebben ingediend over het opvangen van regenwater. Dus ik hoor een deel een herhaling van zetten. En daarnaast hoor ik dat het regenwater moet worden opgevangen en moet worden hergebruikt voor badkamer en wc, et cetera. Kunnen die naast elkaar bestaan? De voorzitter: Ik collecteer even een paar vragen. De heer Manders en de heer Van Geel. De heer Manders. De heer Manders: Ja, ik had ook een vraag aan de wethouder van het college wat betreft die grijs water aanleg. Ik heb ook begrepen dat er regelmatig problemen zijn juist met het grijs water en dat ook de betrouwbaarheid met betrekking tot hygiëne et cetera een rol speelt.
Dus ik zou eigenlijk vragen, voordat we helemaal diep ingaan op zo’n motie: is er al eens een analyse gemaakt van de problematiek, is er gekeken naar de oplossing, de mogelijke oplossingen, naar de kosten wat dit betreft en wat nu de beste oplossing is? Want dan kunnen wij weten als raad of we deze motie eventueel zouden kunnen steunen. Maar dat is voor ons allemaal heel onduidelijk. Dus misschien een reactie van het college hierop. De voorzitter: Reactie van het college komt zo meteen. De heer Van Geel en dan de heer De Mare. De heer Van Geel: Ja, wat betreft de betaalbaarheid van woningen, ik zie, persoonlijk zie ik meer in opvang van, en klimaatadaptatie op gemeentegrond, dan bij de huizen zelf, vanwege juist die betaalbaarheid van de nieuwbouw. Op het moment dat je dit soort systemen gaat verplichten en dus niet optioneel houdt, zeg maar,
dan ben ik bang dat we daarmee onze nieuwbouw weer duurder maken, waardoor je … dus het verplichtende karakter staat mij enigszins tegen. De voorzitter: De heer De Mare en dan de heer Van Aert. De heer De Mare: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik sta wat verbaasd over het feit dat de gedachtegang achter deze oproep, achter deze motie vreemd aan de orde van de dag is natuurlijk heel sympathiek. Maar het gaat ook over onderwerpen waarin in de waterschappen, in de drinkwaterleiding bedrijven en in de bouwregelgeving al denk ik tienduizenden pagina's aan zijn gewijd, heel veel rapporten. En veel van wat u vraagt is al gewoon staande regelgeving en wordt op allerlei wijze onderzocht. Dus wat dat betreft is de aandacht ervoor prima, maar die is er ook inderdaad al heel erg nadrukkelijk. De voorzitter: de heer Van Aert. De heer Van Aert: Ja, ik onderbouw eigenlijk een beetje de woorden van de heer Manders, want grijs water, daar zitten ook natuurlijk medicijnresten en zo in, dus om dat te hergebruiken valt het nog niet zomaar mee. Dus, dat wat in het waterschap is dat ook regelmatig onderzocht en het zijn moeilijke problemen om die op te lossen, dus je kunt zomaar niet grijs water hergebruiken, want ze komen onder heel veel problemen. De voorzitter: Ja, dank u wel. Terwijl de heer Guldenaar de motie heeft ingediend, is het buiten gaan regenen, dus ik vind het wel fantastisch.
De heer Guldenaar: Zo zie je maar weer. De voorzitter: Alleen dat al, hè? De heer Guldenaar en daarna geef ik de wethouder het woord. De heer Guldenaar: Dank u wel voor de indiening, voor de ingediende vragen. En er is inderdaad al heel lang over gepraat, over de opvang, en inderdaad een jaar geleden misschien ook al een keertje naar boven gebracht. Maar wat er compleet nieuw aan is, is dat wanneer we aan nieuwbouw gaan denken, aan nieuwe projecten gaan denken, dat er, dat wij daarin een verplichting zetten om daarover na te denken en dat als een soort verplichting mee te nemen. Dat is geheel nieuw. Er zijn een hele hoop plannen natuurlijk al een jaar geleden van we kunnen dit doen en we kunnen dat doen. Maar bij, als je nu een voorstel, wat wij indienen, om het net als in Tilburg als een verplicht onderdeel in het bestemmingsplan op te nemen, dan geeft het een hele andere diepte en een hele andere manier hoe dat wij met dit plan omgaan dan: ik heb een goed idee om het zo te doen, of het zo te doen. Er moet natuurlijk meer onderzoek nog gaan verricht worden, dat hebben wij ook gevraagd om te kijken of de plannen daarvoor naar voren, en het onderzoek naar voren gebracht zou kunnen worden.
Maar wat volgens Mì Hellemonders dan geheel nieuw is, is dat er een verplichting in het bestemmingsplan opgenomen kan worden, waarmee dat in ieder geval de wethouder mee aan de gang kan gaan met de nieuwe projecten om daarover na te denken. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik ga eens even naar de wethouder kijken of die kan beantwoorden. Wethouder Bonte. De heer Bonte: Ja, voorzitter, dank. Dank ook aan de heer Guldenaar om dit onderwerp inderdaad toepasselijk met dit weer buiten ter sprake te brengen. En ik ben ook blij dat u dat consequent op de agenda zet. Overigens, die douchetimer die gebruik ik nog met veel plezier elke dag, dus aan mij is die goed besteed geweest. En dat is wat mij betreft ook één van de maatregelen, hè, die we kunnen nemen om water te
besparen en waterverspilling tegen te gaan. Net als de motie, hè, die door de heer Van der Kant genoemd werd. We werken ook met het waterschap Aa en Maas samen in Brainport my District. Hè, wat ook op het gebied van waterbesparing een voorbeeldwijk moet zijn, zijn we ook bezig om te kijken hoe kunnen we daar zo innovatief mogelijk werken? Dus wat dat betreft, de richting die u voorstelt in de motie, die delen we en het uiteindelijke doel ook. U noemt wel een aantal concrete maatregelen in de motie, en dan ben ik het hier met de heer Manders eens, die wel vergen om eerst ook in beeld te brengen: zijn dat nou de meest effectieve maatregelen om te nemen? En ik wil u eigenlijk het volgende voorstellen om de motie nog even terug te nemen. En op het moment, want wij zijn op dit moment hard bezig met een nieuw gemeentelijk rioleringsplan, waar ook waterbesparing een belangrijk onderdeel van uitmaakt. En daar brengen we juist ook in beeld, hè, wat zijn daar de meest effectieve maatregelen om te nemen? Om dan weer eens even met elkaar van gedachten te wisselen. Passen we nou echt alles toe? En ik denk dat we een heel eind in uw richting gaan komen. Maar als er dan nog dingen zijn waarvan u zegt ‘ja, dat ontbreekt’, om dan met een motie te komen.
Dus het effect heeft u nu in ieder geval bereikt om dit onderwerp ook goed op de agenda te zetten en daar nogmaals de terechte aandacht voor te vragen. En dat we dan even specifiek op de maatregelen ingaan om te kijken: hoe kunnen we ook zo effectief mogelijk als gemeente zijn? De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik kijk even naar de heer Guldenaar. De heer Guldenaar: Dankjewel, wethouder, voor het beantwoorden van deze motie. Ja, ik zit niet zo lang in de politiek, dus er wordt heel veel dingen gezegd en meestal beantwoord ik dan altijd van is het nou ‘ja’ of ‘nee’? Maar het blijkt dat in veel gevallen ik een stap dieper moet denken. Dus deze motie wilt u aanhouden? De voorzitter: Nee, u houdt hem … Nee, nee. De heer Guldenaar: Ik … De voorzitter: Ja, we gaan even samenvatten. De heer Guldenaar: Ik hou, ja, ik … De voorzitter: De wethouder heeft daarop gereageerd namens het college. De heer Guldenaar: Ja. De voorzitter: Hè, waarin gezegd is dat er een rioleringsplan komt … De heer Guldenaar: Ja. De voorzitter: Waarin waterbesparing een heel belangrijk onderdeel is. De heer Guldenaar: Ja. De voorzitter: En u kunt dan, zeg maar, wachten met het indienen van deze motie, hè, om dan te kijken: wat is daar dan al in opgenomen? En als het nog niet voldoende is, dan kunt u dat opnieuw indienen en dan kijken wat dan … De heer Guldenaar: Oké, dus …
De voorzitter: Maar dan zou ik aan de wethouder vragen, als ik u was, wanneer komt dat rioleringsplan? De heer …: Dat is voorzeggen, dat is voorzeggen. De heer Guldenaar: Nee. De voorzitter: Ik ben nu aan het …. De heer Guldenaar: Dat is helemaal niet voorzeggen, want dat was mijn volgende vraag geweest. En dan, ja ... De voorzitter: Maar soms zegt u dat u er nog maar net in zit en dan help ik u en dan hoeft het weer niet. De heer Guldenaar: Nee. De voorzitter: Ja. De heer Guldenaar: Nee, dank u wel, voorzitter. Nee, en mijn volgende vragen zijn, en ik zeg al ‘ik zit er niet zolang, pas een jaar in’, is hoe u staat tegenover het, in ieder geval het, de tweede stap om het verplicht onder de, in een bestemmingsplan op te nemen, staat? Ja? De voorzitter: Wethouder Bonte. De heer Bonte: Nou, op uw eerste vraag, wat een hele slimme vraag is overigens: wanneer komt dat? Dat kan ik u na de zomer toezeggen. Dus dan hoop ik ook dat we zo snel mogelijk daarover kunnen spreken. En wat ik u ook wil toezeggen is dat we goede voorbeelden van elders in het land, waaronder Tilburg, dat we die ook meenemen. En dan ja, dan kunt u ook beoordelen: hebben we daar voldoende invulling aan gegeven in ons eigen beleid, of benodigt dat eventueel nog een aanscherping? De voorzitter: Oké, dank u wel, wethouder. Kijk ik even naar de heer Guldenaar.
Wilt u de motie aanhouden en nu niet in stemming brengen? De heer Guldenaar: Ik hou de motie aan, ja. De voorzitter: Dan houdt u de motie aan en daarmee wordt hij vandaag niet in stemming gebracht. 14. Sluiting De voorzitter: Dan zijn we gekomen aan het einde van deze gemeenteraadsvergadering. Ik nodig u allemaal uit om even na te praten in Westende. Wij zullen daar nog samen even deze vergadering evalueren. Ik sluit de vergadering en ik dank voor uw bijdrage.