'verslag - Raad (12.03.2024)'
Tekst van het document
Maar stel, je hebt maandagavond fractievergadering gehad en je komt tot de conclusie dat je een hamerstuk eraf wil hebben, stuur het dan even door naar de andere fracties, zodat die zich dan mogelijk ook kunnen voorbereiden. Want dan heeft iedereen weer hetzelfde in het vizier. De voorzitter: Oké. Mevrouw Willems-Kardol: Voorzitter? De voorzitter: Ja. Mevrouw Willems. Mevrouw Willems-Kardol: Maar dan hoor ik u dus eigenlijk zeggen dat de afspraak die we hadden dus eigenlijk al volstaat. Want dat was wat we hadden, en dat dit dus eigenlijk een overbodig amendement is. Mevrouw Spierings-van Deursen: Ja, het woordje ‘bij voorkeur’ gaat er in principe uit. En de vraag is dus eigenlijk aan onszelf, want het is óns reglement, of we op tijd willen aangeven of we dat doen. En of dat nou 48 uur of 12 uur, maar zo vroeg mogelijk als u weet dat u een hamerstuk eraf wil halen, zodat ook andere fracties nog de mogelijkheid hebben om te kijken, goh, wil ik er dan ook nog iets over zeggen? De voorzitter: Oké. Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Wil ik even een aanvulling op doen. Het gaat ook om de ondersteunende ambtenaren en wethouders, die op tijd, en de griffie die, en de commissievoorzitter, die nog één en ander kunnen voorbereiden. Daar gaat het ook over. De voorzitter: Oké. Dan kijk ik even; mevrouw Spoek en dan de heer Boetzkes.
Mevrouw Spoek-van Dinther: Dank je wel, voorzitter. Ik denk dat we allemaal in kunnen stemmen dat je dat bij voorkeur eerder doet. En vaak is dat ook daadwerkelijk het geval, zie je al meteen, dat willen we bespreken. Maar ik betreur toch wel enige vorm die ik nu bij de SP proef, dat we dan … Stel dat een fractie tóch alsnog daar wél de behoefte aan heeft, dat ze dan tegen gaan stemmen op procedure, in plaats van op inhoud. Dat vind ik wel een beetje jammer om te horen, want ik denk dat we met z’n allen wel naar de inhoud moeten blijven kijken. En voor mij staat het er nu perfect in, bij voorkeur 48 uur van tevoren. En helaas gaat dat niet altijd lukken. De voorzitter: Oké. De heer Boetzkes en dan mevrouw Maráczi. Eerst mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Nou, ik zal tegenstemmen als er dus geen ambtelijke ondersteuning beschikbaar is, en een wethouder niet aanwezig is. Want dan denk ik dat we, dat niet voldoende en goed besproken kan worden. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Spierings? De heer Boetzkes nog? De heer Boetzkes: Ja, voorzitter, een ander punt. Ik wou deze discussie niet onderbreken. Maar mijn punt gaat over de opmerking die mevrouw Spierings maakte over dat er meer tijd nodig is. Dus ik doel hier op het amendement wat wij indienen, over dat die insprekers toch weer tot ’s middags mogen inspreken.
Kunt u misschien duiden welke tijd dat is en waar dit dan klem loopt? Mevrouw Spierings-van Deursen: Nou, het zou zomaar klem kunnen lopen als er veel insprekers zijn. Dat weet je dus pas op de dag van de vergadering om twee uur, dan kun je niemand meer bereiken. Stel dat je voor zou willen stellen vanuit de agendacommissie, of vanuit jou als fractie, begin een half eerder. Want we hebben ook een gewone agenda erin zitten. De agendacommissie plant, daar hangen tijden aan, en daar wordt naar gekeken. Als wij dan binnen dat aantal mensen wat komt inspreken, zo groot is, dan lopen we dus het risico dat we onze agenda niet kunnen afwerken. Op die dag zelf kunnen wij eigenlijk niemand meer bereiken om te zeggen, jongens, we willen een half uur eerder beginnen. Want iedereen is op het werk, iedereen is bezig. Als je dit op tijd weet, zou je nog iets kunnen regelen door bijvoorbeeld te zeggen, we beginnen om zeven uur, want we hebben vijftien insprekers. En je hebt maar een half uur, dus je kunt ook zeggen, die vijftien krijgen allemaal twee minuten, maar of dat gaat werken is natuurlijk de volgende vraag. De voorzitter: Oké, we vallen in herhaling een beetje. Mevrouw Willems. Mevrouw Willems-Kardol: In aanvulling van Helder Helmond, begrijp ik wel, hoe vaak is dit nou in de praktijk voorgekomen? En als je dan 48 uur doet, dan zit je in de weekenden.
Ik weet niet of dat dan het meest praktische is. Dus ik denk, laten we ook gewoon pragmatisch met elkaar denken hoe we hierin moeten handelen en dat dan misschien als een ‘bij voorkeur’ opnemen, in plaats van, als een verplichting. Mevrouw Spierings-van Deursen: Nee, oké, dat is een optie die je zou kunnen toevoegen. Maar wij hadden zelf geopteerd om dan bijvoorbeeld op maandag vijf uur, dan heb je nog een hele dag. Stel dat er heel veel in … Het is pas één keer gebeurd dat het echt helemaal fout door is gelopen. Maar niemand zegt dat het in de toekomst weer gebeurt, en daarom moeten we dan maar gewoon kijken hoe het loopt. De voorzitter: Oké. Ik ga toch een einde maken aan de beraadslagingen. Dank je wel, mevrouw Spierings. Er zijn vier amendementen ingediend. Ik ga ze in stemming brengen in volgorde van indiening, en daarna ga ik de
verordening in stemming brengen. Ik begin met het eerste amendement. Het eerste amendement is het inspreekrecht inwoners gemeenteraad, en dat is ingediend door Helder Helmond, Mì Hellemonders, Forum voor Democratie en VVD. Is er behoefte aan een stemverklaring rondom dit amendement? Zo niet, mag er gestemd worden met hand opsteken. Wie is voor dit amendement? Wie is tegen? Dan is dit amendement unaniem aangenomen. Dan heb ik een tweede amendement, dat gaat over inspreekrecht inwoners, raadscommissies, ook weer ingediend door Helder Helmond, Mì Hellemonders, Forum voor Democratie, VVD. Is er behoefte aan een stemverklaring? Zo niet, wie is voor dit amendement? Wie is tegen? Dan is het unaniem aangenomen. Dan heb ik een amendement op de Verordening van de raadscommissies. Die is ingediend door GroenLinks, DENK, CDA, D66, Forum voor Democratie, 50PLUS en Mì Hellemonders. Deze is ingediend, gewoon, die is voldoende ingediend. U weet welke het is? Het is de derde motie. Is er behoefte aan een stemverklaring? De heer Koolen: Dank je wel, voorzitter. Onze fractie gaat verdeeld stemmen over dit amendement. De voorzitter: Oké, prima. Dan gaan wij … Anderen nog? Dan gaan we met hand opsteken, wie is voor dit amendement? Voor dit amendement. De heer Rieter: Voorzitter, voorzitter, even voor de duidelijkheid. Welk amendement hebben we het nu over? De voorzitter: Het derde.
De heer Rieter: Het derde? De voorzitter: GroenLinks. De heer Rieter: Dan willen wij ook nog graag, dan wil Helder Helmond ook nog graag een stemverklaring afgeven. De voorzitter: Over de burgercommissieleden, ja? De heer Rieter: Ja. De voorzitter: Oké. De heer Rieter: Excuus. Kan ik? De voorzitter: Ja, stemverklaring. De heer Rieter: Oké. Helder Helmond zal dit amendement niet instemmen. We hebben op dit moment twaalf fracties, en we zijn van mening dat het ondersteunen van burgerleden en afgesplitste raadsleden aanlokkelijk is om nieuwe partijen op te starten, wat indirect meer ambtelijke ondersteuning en daarmee financiële middelen aan wordt uitgegeven. Dus dat is onze motivatie. De voorzitter: Oké. Zijn er nog anderen die behoefte hebben aan een stemverklaring? Zo niet, dan gaan wij stemmen. Wie is voor dit amendement? Voor dit amendement is Mì Hellemonders, PvdA, CDA, ja, verdeeld stemmen, dus de heer Koolen, VVD, Lokaal Sterk, DENK, GroenLinks, SP, D66, Forum voor Democratie,
50PLUS. Wie is tegen? Tegen is Helder Helmond, en van de VVD, vier leden van de VVD. Daarmee is het aangenomen. Dan ga ik het amendement, het laatste amendement is SP, amendement Verordening op de raadscommissies 2024. Is er behoefte aan een stemverklaring? Ja, de heer Rieter. De heer Rieter: Heel kort, voorzitter. Het is eigenlijk al duidelijk geworden net in de strekking die ik net al gaf. Helder Helmond zal dit amendement ook tegenstemmen. Ieder raadslid heeft gewoon het recht, en we moeten ook gewoon regels met elkaar vaststellen die we ook kunnen handhaven. Dus wij zijn tegen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kan er gestemd worden met stemverklaring, met hand opsteken. Wie is voor dit amendement? Wie? Voor is CDA, PvdA, GroenLinks, DENK, Lokaal Sterk, SP en 50PLUS. Wie is tegen? Tegen is VVD, D66, Forum voor Democratie, Helder Helmond en Mì Hellemonders. Er wordt vandaag zo verdeeld gestemd, dat we echt moeten tellen. De heer …: (Buiten de microfoon) 19 voor, 16 tegen. De voorzitter: 19 voor, 16 tegen. En daarmee is het aangenomen. Dan ben ik gekomen aan het einde van deze vergadering. De Verordening; dan moet ik de verordening zeggen. Dank je wel. We hebben zoveel werk, daar gaan we zelf over. Agendapunt 11. Ja, oké, de burgemeester bij de les houden. Wijziging. Ik was zo blij dat het voor tienen was, maar nu wordt het, nu wordt het nog één minuut.
Wijziging van de Verordening op de raadscommissies en het Reglement van Orde voor de gemeenteraad, raadsvoorstel 16, dat breng ik graag in stemming. Mag dat gestemd worden met hand opsteken? Zo ja, wie is voor? Wie is tegen? Dat is unaniem aangenomen. 12. Sluiting De voorzitter: Dan ben ik, zijn we gekomen aan het einde van deze vergadering. Ik stel voor dat we gaan evalueren bij West-Ende, kunnen we even doen. Morgenavond zie ik u weer, en dan is dat de laatste vergadering in dit huis. Ik sluit hierbij de vergadering. Dank u wel voor uw bijdrage.