RN 2026-004 Bijlage Participatieplan Nieuw Brandevoort
Tekst van het document
Participatieplan Nieuw Brandevoort
1
Samenvatting Nieuw Brandevoort wordt de grootste woningbouwontwikkeling van Helmond en een belangrijke stap in de ambitie om tot 2040 circa 15.000 nieuwe woningen te realiseren. De wijk moet een gezonde, groene en inclusieve leefomgeving worden, met ruimte voor ontmoeting, spel en natuur, en een evenwichtige verdeling van 30% sociale huur, 40% betaalbare koop en 30% vrije sectorwoningen. De omgeving betrekken bij de gebiedsontwikkeling Nieuw Brandevoort Dit participatieplan beschrijft hoe bewoners, partners en bestuur in elke fase worden betrokken bij de ontwikkeling van Nieuw Brandevoort. Het plan volgt het Beleidskader Participatie 2024, waarin participatie wordt gezien als middel om de kwaliteit van besluiten te verbeteren, begrip te vergroten en samen te werken aan een toekomstbestendige stad. Het doel van participatie is om plannen sterker en beter uitvoerbaar te maken, het vertrouwen tussen gemeente en samenleving te vergroten en helderheid te bieden over rollen, verwachtingen en momenten van invloed. Zo bouwen we samen aan een wijk die gedragen wordt door haar omgeving en aansluit bij de identiteit van Helmond. De drie deelprojecten waarbij de omgeving betrokken wordt Het plan richt zich op drie deelprojecten. 1. Voor het Structuurplan ligt de nadruk op technische en ruimtelijke hoofdlijnen zoals verkeer, water, energie, groen en voorzieningen.
Gemeente en partners werken hierin intensief samen, terwijl inwoners en organisaties via publiekscommunicatie worden geïnformeerd over de voortgang en gemaakte keuzes. 2. In het Stijl- en identiteitsbeeld staat het karakter van de wijk centraal: de sfeer, architectuur en beleving. Ontwerpers en experts werken aan de kernwaarden en beeldkwaliteit, terwijl (toekomstige) inwoners van Helmond meedenken over herkenbaarheid en uitstraling. 3. Voor de versnellingslocatie, het eerste deelgebied met circa 500 woningen, wordt meegedacht in onder meer ontwerp- en themasessies door experts, ontwikkelpartners en vakafdelingen. Zij vormen het ontwerpteam. Bewoners denken op een passend niveau op onderdelen mee over de inrichting van openbare ruimte, groen, mobiliteit en leefkwaliteit. Bestuur en raad zijn betrokken bij de besluitvorming. De communicatie verloopt via één centrale informatiebron, aangevuld met nieuwsbrieven, infographics, video’s en bijeenkomsten. Zo blijft het proces transparant en toegankelijk. De uitvoering ligt bij een samen te stellen participatie- en communicatiewerkgroep die de samenhang tussen deelprojecten bewaakt. Met dit plan legt de gemeente een stevige basis voor zorgvuldige, betekenisvolle samenwerking aan een wijk die Helmond verrijkt: groen, gezond en toekomstbestendig, ontwikkeld in samenspraak met de stad.
Zodra aan de projectplannen wordt gewerkt, kan dit participatieplan verder worden verfijnd.
2
Inhoudsopgave 1
Inleiding .........................................................................................................................................................4
2
Participatie: uitgangspunten en werkwijze ....................................................................................................5
3
Het project Nieuw Brandevoort .....................................................................................................................8
4
Communicatiestructuur voor publiekscommunicatie ................................................................................... 11
5
Participatieaanpak deelproject Structuurplan ............................................................................................. 13
6
Participatieaanpak deelproject Stijl & identiteitsbeeld ................................................................................ 18
7
Participatieaanpak Stedenbouwkundig Plan versnellingslocatie ............................................................... 21
8
Organisatie en randvoorwaarden ............................................................................................................... 25
9
Vervolgproces ............................................................................................................................................. 27
Bijlage 1. Overzicht en toelichting inhoudelijk fasen ......................................................................................... 28 Bijlage 2. Overzicht publieksgroepen en hun belangen .................................................................................... 33
3
1 Inleiding Nieuw Brandevoort wordt de nieuwe wijk van Helmond en het grootste woningbouwproject van de stad. Tot 2040 wil de gemeente circa 15.000 woningen bouwen, met een groot deel in deze wijk. De wijk wordt groen, gezond, inclusief, duurzaam, autoluw en gericht op ontmoeting, spel en natuur, met een mix van sociale huur, betaalbare koop en vrije sectorwoningen. Het plan verbindt Nieuw Brandevoort met de bestaande wijk Brandevoort en wordt ontwikkeld met oog voor de toekomst en respect voor het verleden. 1.1. Waarom dit participatieplan? De Gemeenteraad van Helmond heeft in het Beleidskader Participatie 2024 duidelijke uitgangspunten geformuleerd voor participatie. Participatie moet ruim worden opgezet, met betrokkenheid bij ontwikkeling, uitvoering en evaluatie en duidelijke richtlijnen voor initiatiefnemers. Deze zijn uiteraard ook van toepassing op het project Nieuw Brandevoort. Externe participatie adviseurs zijn gevraagd om te ondersteunen bij het maken van dit participatieplan voor de drie deelprojecten in de gebiedsontwikkeling voor Nieuw Brandevoort: Structuurplan, Stijl- en Identiteitsbeeld voor het gehele plangebied en het Stedenbouwkundig Plan voor de versnellingslocatie. Wat we opleveren is een participatieplan op hoofdlijnen voor deze drie deelprojecten. In dit plan omschrijven we welke publieksgroepen over welke onderwerpen worden betrokken.
Dat maakt het participatieproces helder, gestructureerd en het schept de juiste verwachtingen. We noemen het een plan op hoofdlijnen, omdat dit een iteratief proces is waarin de deelprojecten stap voor stap verder worden uitgewerkt. In elke ronde worden inzichten en keuzes verfijnd: we beginnen breed, leggen de uitgangspunten vast en werken deze vervolgens steeds gedetailleerder uit. Naarmate de ontwerpen verder vorm krijgen, wordt ook de participatie per project concreter ingevuld. 1.2. Hoe zijn we tot dit participatieplan gekomen? De inhoud van dit participatieplan is tot stand gekomen tijdens een werksessie op 30 oktober 2025 onder begeleiding van een extern adviesbureau. Tijdens deze interactieve bijeenkomst gingen de projectmanager, twaalf specialisten van verschillende gemeentelijke vakafdelingen en de communicatieadviseur gezamenlijk aan de slag. Per deelproject bepaalden we wie wanneer, op welke manier en over welke onderwerpen wordt betrokken. De opbrengst van deze sessie vormt de basis voor dit participatieplan op hoofdlijnen. 1.3. Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat over de uitgangspunten en waarmee we dit participatieplan hebben opgesteld. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van de inhoudelijke opgave en verschillende projectfasen.
In hoofdstuk 4 gaan we in op communicatie en doen we een voorzet in de vorm van een advies over welke passende communicatiekanalen kunnen worden ingezet. In hoofdstuk 5, 6 en 7 beschrijven we de participatieaanpakken voor resp. de deelprojecten structuurplan, stijl & identiteit en deelproject stedenbouwkundig plan voor de versnellingslocatie. Hoofdstuk 8 gaat kort in op de organisatie en randvoorwaarden die nodig zijn op de participatie succesvol te organiseren. Tot slot kijken we in hoofdstuk 9 vooruit naar het vervolgproces.
4
2 Participatie: uitgangspunten en werkwijze Dit hoofdstuk beschrijft de uitgangspunten en het theoretisch kader achter onze participatieaanpak voor de deelprojecten, en schetst wat we wel en niet van participatie kunnen verwachten. 2.1. Beleidskader participatie 2024 De gemeente Helmond werkt vanuit het Beleidskader Participatie 2024, waarin is vastgelegd hoe wij samen met inwoners, organisaties en bedrijven vormgeven aan plannen voor onze stad. Participatie is daarbij geen doel op zich, maar een middel om betere besluiten te nemen, meer draagvlak te creëren en de relatie tussen overheid en samenleving te versterken. We benutten de kennis, ervaring en initiatieven van inwoners omdat dit bijdraagt aan de kwaliteit van onze plannen en aan gezamenlijk eigenaarschap van de stad. Participatie draagt zo bij aan relevante gesprekken tussen overheid, omgeving en partners. De vorm die participatie krijgt, hangt af van het onderwerp: bij technische of juridische thema’s, zoals waterbeheer of verkeersveiligheid, zijn professionals de meest logische gesprekspartners. Bij vraagstukken over de leefomgeving zijn juist de ervaringen en ideeën van bewoners van waarde. Elk vraagstuk vraagt om maatwerk, met bewuste keuzes in niveau, vorm en betrokkenheid, passend bij de fase en de betekenis van het onderwerp.
Dat maatwerk vullen we in aan de hand van de vier sleutels van het Relevant Gesprek®, die helpen om per project scherp te bepalen waarom, waarover, met wie en hoe we het gesprek voeren. 2.3. Werken met de vier sleutels van het Relevant Gesprek® De 4 sleutels van het Relevant Gesprek® zijn een praktische structuur die ervoor zorgen dat de gesprekken die we voeren doelgericht, open en betekenisvol zijn: 1. Waarom gaan we in gesprek? Wat is het inhoudelijk eindresultaat en wat draagt participatie daaraan bij? Hoeveel ruimte van invloed is er? 2. Waarover gaan we in gesprek? Welk onderdeel van het project of thema staat centraal en wat is de concrete vraag die we beantwoord willen hebben? 3. Met wie gaan we in gesprek? Wie zijn de relevante gesprekspartners gezien het onderwerp en de fase van het proces? 4. Als wie gaan we in gesprek? Wie is voor de gesprekspartner de logische en relevante afzender? 5. Hoe in gesprek? Op welke manier betrekken we de omgeving: fysiek of digitaal? Alle deelnemers samen of ieder op hun eigen moment? Voor elk van de drie (deel)projecten binnen de gebiedsontwikkeling zijn deze vier sleutels uitgewerkt in een participatiematrix. In één oogopslag is zichtbaar hoe we de omgeving betrekken, waarover het gesprek gaat en hoe dit bijdraagt aan het inhoudelijke eindresultaat.
Zo wordt participatie niet iets ‘extra’s’, maar een vanzelfsprekend onderdeel van het werk aan een toekomstbestendige en gedragen gebiedsontwikkeling.
5
2.4. De participatietrap De participatietrap is een instrument om te bepalen wat de ruimte van invloed is (informeren, raadplegen, adviseren en coproduceren). Vervolgens wordt dit verder uitgewerkt naar de betrokkenheid per publieksdoelgroep. Afhankelijk van de relevantie van het onderwerp voor een bepaalde groep, worden mensen op verschillende manieren betrokken: • meebeslissen, wanneer hun inbreng direct invloed heeft op keuzes. Vaak ligt dit bij de beslissers of uitvoeringpartners. • meewerken, wanneer ze bijdragen aan de uitvoering. • meedenken, wanneer hun ervaringen of ideeën worden opgehaald, of • meeweten, wanneer het vooral gaat om informeren.
meewerken meedenken meedenken meeweten
Er is dus niet één vaste trede voor iedereen. Verschillende publieksgroepen kunnen op verschillende manieren worden betrokken, passend bij hun rol, verantwoordelijkheid en de betekenis van het onderwerp. In de participatieaanpak per (deel)project geven we per hoofdgroep aan hoe ze worden betrokken. 2.5. Mythes en misverstanden over participatie Participatie is een waardevol instrument om de omgeving te betrekken bij ontwikkelingen in hun leefomgeving. Tegelijkertijd kent het ook zijn beperkingen. Hieronder benoemen we enkele veelvoorkomende mythes en misverstanden over participatie: “Participatie is gelijk krijgen.” Dit misverstand ontstaat wanneer mensen hun inbreng niet terugzien in het eindresultaat. Participatie betekent niet dat ieders wens wordt overgenomen, maar dat alle belangen zorgvuldig worden afgewogen in de besluitvorming. “Participatie is bedoeld om draagvlak te krijgen.” Het doel van participatie is een goed gesprek voeren en verschillende perspectieven zichtbaar maken. Draagvlak kan een positief gevolg zijn, maar is geen doel op zich. “Als mensen ontevreden zijn, is het participatieproces mislukt.” Soms roept een besluit of proces weerstand op. Dat hoort bij participatie: het betekent dat mensen betrokken zijn. Onvrede betekent niet dat het proces fout is gegaan. Wel dat er belangen botsen en er goed moet worden gekeken hoe die zijn meegewogen.
“Iedereen moet overal over meepraten.” Niet elk onderwerp vraagt om dezelfde mate van betrokkenheid. Participatie is maatwerk: de relevantie van het onderwerp bepaalt wie betrokken wordt en op welke manier.
6
Door deze mythes bespreekbaar te maken, creëren we realistische verwachtingen en ruimte voor betekenisvolle gesprekken tussen gemeente, inwoners en partners. Het opstellen van een participatieplan aan de voorkant helpt daarbij: het maakt vooraf duidelijk waarom, waarover, met wie en hoe we het gesprek voeren, en welke ruimte voor invloed er is. Zo weten alle partijen wat ze van elkaar kunnen verwachten.
7
3 Het project Nieuw Brandevoort
3.1. Inhoudelijke opgave Nieuw Brandevoort is de toekomstige uitbreidingswijk van Helmond en vormt het grootste woningbouwproject van de stad in de komende decennia. De gemeente heeft de ambitie om tot 2040 circa 15.000 nieuwe woningen te realiseren, waarvan een aanzienlijk deel in Nieuw Brandevoort komt. De nieuwe te ontwikkelen wijk moet bijdragen aan een gezonde, groene en inclusieve leefomgeving met een evenwichtige verdeling van 30% sociale huur, 40% betaalbare koop en 30% vrije sectorwoningen. De gemeente benadrukt dat Nieuw Brandevoort een wijk moet worden voor iedereen: groen, duurzaam, autoluw, en met ruimte voor ontmoeting, spel en natuur. De wijk sluit aan bij de landelijke focus op verdichting rond stationslocaties en moet een voorbeeld worden van toekomstbestendig wonen in de Brainportregio.
3.2. Projectfasen gebiedsontwikkeling Nieuw Brandevoort De gebiedsontwikkeling Nieuw Brandevoort kent verschillende projectfasen. In elke fase heeft participatie een andere rol en functie. Voor de gebiedsontwikkeling Nieuw Brandevoort onderscheiden we onderstaande fasen. Fase
Periode
Belangrijkste resultaat
1. Initiatiefase
2023 – voorjaar 2024
Raadsbesluit Nieuwe Koers
2. Definitiefase A
2024 – 2026
Ambitiedocument, Stedenbouwkundige Ontwikkelvisie
2026
Structuurplan Stijl & identiteit Stedenbouwkundig plan (versnellingslocatie)
Definitiefase B 3. Ontwerpfase
2026-2027
4. Voorbereidingsfase
2027
Omgevingsplan versnellingslocatie
5. Realisatiefase 6. Nazorgfase
vanaf 2027 Vanaf 2030
7. Beheer en evaluatie
Vanaf 2030
Vergunningen, start bouw Evaluatie en wijkbeheer door bewoners en gemeente Evaluatie en wijkbeheer door bewoners en gemeente
De initiatiefase is afgerond. Ten tijde van het schrijven van dit participatieplan is de Stedenbouwkundige Ontwikkelvisie in definitiefase A ook bijna afgerond. Dit participatieplan richt zich op de twee deelprojecten in definitiefase B en op het Stedenbouwkundig plan voor de versnellingslocatie in de ontwerpfase. Het stedenbouwkundig plan wordt ontwikkeld parallel aan het Structuurplan. In bijlage 1 is een uitgebreide omschrijving van alle fasen opgenomen.
8
Definitiefase B In de definitiefase B worden de spelregels en randvoorwaarden voor de ontwerpfase ontwikkeld. Het Structuurplan vormt de technische en ruimtelijke uitwerking van de hoofdstructuren uit de Ontwikkelvisie en beschrijft waar en hoe de wijk op hoofdlijnen wordt ingericht. Het Stijl- en identiteitsbeeld bepaalt het uiterlijk en karakter van de wijk: de sfeer, uitstraling en samenhang tussen architectuur, openbare ruimte en landschap. Samen zorgen deze twee plannen voor een efficiënte ontwerpfase, met duidelijke keuzes voor ontwikkelaars en een stevige basis voor participatie van bewoners en andere belanghebbenden. Ontwerpfase In de ontwerpfase worden de kaders vertaald naar concrete ontwerpen en uitvoerbare plannen. Voor de versnellingslocatie, het eerste deelgebied met circa 500 woningen, wordt een stedenbouwkundig plan opgesteld waarin verkaveling, mobiliteit, groenblauw netwerk, voorzieningen en beeldkwaliteit samenkomen. Deze fase vormt de stap van visie naar realisatie en markeert het begin van de uitvoering van Nieuw Brandevoort.
3.3. Betrekken omgeving bij de gebiedsontwikkeling van Nieuw Brandevoort Zoals in het Beleidskader Participatie staat omschreven, wil de gemeente dat Helmond een fijne plek is om te wonen, werken en leven. Dat lukt alleen als inwoners, bedrijven en organisaties worden betrokken bij de ontwikkeling van de stad. In dit participatieplan omschrijven we in hooflijnen hoe we de omgeving gaan betrekken bij de gebiedsontwikkeling van Nieuw Brandevoort. Participatieplan op hoofdlijnen De gebiedsontwikkeling van Nieuw Brandevoort is in volle gang. Om tijdens verkiezingen en een eventuele formatie toch door te kunnen werken, stelt de gemeenteraad op 27 januari 2026 de hoogst noodzakelijke kaders vast, inclusief dit participatieplan. Daarmee borgen we zowel de voortgang als zorgvuldigheid: we kunnen door, mét duidelijke spelregels. We noemen het een plan op hooflijnen, we verfijnen deze in de vervolgfasen; een stedenbouwkundige ontwikkeling is immers een iteratief proces. Participatiedoelen Met het betrekken van de omgeving bij de ontwikkeling van Nieuw Brandevoort willen we het volgende bereiken: •
De kwaliteit van plannen en besluiten verbeteren. Door vroegtijdig in gesprek te gaan met bewoners, ondernemers en partners benutten we lokale kennis en ervaring om de stedenbouwkundige visie, het structuurplan en de deelprojecten inhoudelijk sterker en beter uitvoerbaar te maken.
•
Begrip en vertrouwen vergroten. We willen laten zien hoe keuzes tot stand komen en waarom bepaalde afwegingen worden gemaakt. Door bewoners goed te informeren en ruimte te geven voor inbreng, vergroten we het wederzijds begrip en het gevoel dat men gehoord wordt. Ook als niet alle wensen kunnen worden overgenomen.
•
Heldere rollen en verwachtingen creëren. We leggen per fase vast wie waarvoor verantwoordelijk is, welke ruimte er is voor invloed en op welke momenten de omgeving wordt betrokken. Zo wordt duidelijk wat de gemeente beslist, wat samen wordt onderzocht en waar bewoners en partners meedenken of meewerken.
9
•
Een gedragen en toekomstbestendige wijk ontwikkelen. Participatie helpt om Nieuw Brandevoort te laten groeien tot een groene, gezonde en inclusieve wijk die aansluit op het bestaande Brandevoort en bijdraagt aan de Helmondse woningbouwopgave. Door in gesprek te blijven over kwaliteit, identiteit en leefbaarheid bouwen we samen aan een wijk waar mensen zich thuis voelen. Voor nu en in de toekomst.
Om de participatiedoelen te bereiken omschrijven we per deelproject hoe we belanghebbenden betrekken. Het fundament daarvoor is een goede communicatiestructuur. Het succes van een participatieproces wordt immers grotendeels bepaald door tijdige en transparante communicatie. Daarom omschrijven we de communicatiestructuur in een apart hoofdstuk.
10
4 Communicatiestructuur voor publiekscommunicatie Tijdige en transparante communicatie is een belangrijke succesfactor van elk participatieproces. Het project Nieuw Brandevoort kent een lange doorlooptijd, omvat een groot gebied en veel belanghebbenden. Dat vraagt om een goede communicatieve basis die gedurende alle fasen van het proces geraadpleegd kan worden. Hiermee leggen we de basis voor transparante publiekscommunicatie. In elk project geven we aan hoe en waarover we het publiek communiceren. Onderstaand omschrijven we de structuur waarmee we dat doen.
4.1. Waarover communiceren? We onderscheiden drie niveaus waarop gecommuniceerd wordt: -
-
-
Over de inhoud: dit gaat over het goed uitleggen van de inhoudelijk opgave. Waarom is deze gebiedsontwikkeling nodig? Om welke (deel)gebieden gaat het? Wat is de relatie met de bestaande omgeving? Over het proces: welke stappen horen er bij de gebiedsontwikkeling tot de wijk Nieuw Brandevoort? Wat zijn de projectfasen? Wat zijn de resultaten en besluitvorming in de eerdere fasen? Waar staan we nu? Welke fasen liggen nog voor ons? Over de relatie: in beeld brengen van alle belangen van de verschillende publieksgroepen en hoe je tegemoet komt aan die belangen
In elke fase van het project informeren we publieksgroepen over de voortgang op inhoud, proces en relatie. Dat doen we via vooraf ingerichte kanalen die gedurende het proces beschikbaar blijven, zoals onderstaand omschreven.
4.2. Via welke kanalen communiceren? Centrale plek voor broninformatie Het is belangrijk dat er één centrale plek is waar alle informatie over Nieuw Brandevoort wordt gedeeld en geraadpleegd kan worden. Zo zorgen we voor transparantie en overzicht in een langdurig ontwikkelproces. Een centrale bron voorkomt dat informatie versnipperd raakt over verschillende kanalen en maakt het voor inwoners, partners en bestuurders eenvoudig om actuele en betrouwbare informatie terug te vinden. Het beleid van Gemeente Helmond is dat er geen aparte websites gemaakt worden, maar altijd naar de gemeentelijke website wordt verwezen. Deze digitale bron vormt daarmee de vaste basis voor communicatie en vertrouwen in de komende jaren. Vanuit ons beleid kunnen we aparte URL’s aanmaken. Zo zijn www.nieuwbrandevoort.nl en www.helmond.nl/nieuwbrandevoort al actief.
11
Updates over de voortgang van de projecten met digitale nieuwsbrief Tijdens de uitvoering van de deelprojecten wordt regelmatig informatie gedeeld over de status, voortgang en actuele ontwikkelingen, zodat belangstellenden actief op de hoogte blijven van nieuwe stappen. De digitale nieuwsbrief is daarbij het belangrijkste middel voor het verspreiden van actuele updates. Afhankelijk van de fase en behoefte kunnen aanvullende middelen worden ingezet om de omgeving te informeren, betrekken of uitnodigen, zoals brieven, flyers, video’s, bijeenkomsten, krantenberichten of berichten op sociale media. Visuele informatievoorziening Bij voorkeur wordt informatie zoveel mogelijk visueel gemaakt, zodat iedereen de plannen en ontwikkelingen gemakkelijk kan begrijpen. Kaarten en technische tekeningen zijn voor veel mensen lastig te lezen; daarom streven we ernaar om de informatie te verbeelden in toegankelijke vormen. Denk aan infographics, illustraties, animaties, video’s en fotocollages die laten zien hoe de wijk eruit kan komen te zien en wat de volgende stappen in het proces zijn. Op deze manier wordt de communicatie niet alleen duidelijker, maar ook aantrekkelijker en uitnodigender voor een brede groep inwoners en belangstellenden.
12
5
Participatieaanpak deelproject Structuurplan
5.1. Wat staat er in het Structuurplan? Het Structuurplan omschrijft het waar en hoe van de wijk op hoofdlijnen, met de uitgangspunten die in de ontwikkelvisie zijn bepaald. Het legt de grote lijnen vast voor hoe het gebied er op de kaart globaal uit komt te zien, hoe functies zoals wonen, groen en wegen worden geordend en wat de ruimtelijke uitgangspunten zijn. Het is het “geraamte” van het ontwerp. Om te komen tot het Structuurplan Nieuw Brandevoort wordt gewerkt aan twee trajecten die elkaar aanvullen en samen de basis vormen voor de verdere planvorming. 1. Structuren & randvoorwaarden Dit deelproject richt zich op de technische en ruimtelijke hoofdstructuren van het plan. Daarbij worden de volgende onderwerpen uitgewerkt: •
Woningbouw: verdeling en ruimtelijke positionering binnen de deelgebieden van het plangebied.
•
Mobiliteit: uitwerking mobiliteitsconcept waar verkeersstructuur, bereikbaarheid, parkeervoorzieningen en verkeersveiligheid samenkomen.
•
Voorzieningenniveau in de wijken: met het bouwen van nieuwe woningen komen ook inwoners naar Nieuw Brandevoort. Dat vraagt om meer voorzieningen en meer kwalitatieve openbare ruimte. De gemeente Helmond gebruikt het (theoretisch) rekenmodel Barcode om inzichtelijk te krijgen wat het toevoegen van woningen daadwerkelijk betekent voor de voorzieningen. De aantallen in de uitkomsten van het model moeten zorgvuldig worden ingepast in de bestaande stad en aangepast worden op basis van behoefte, onder- en overcapaciteit. Daarvoor is per type voorziening maatwerk nodig. Het gaat om bijvoorbeeld onderwijs, zorg en welzijn, sport/spelen en groen.
•
Waterhuishouding en klimaatadaptatie: inrichting van waterberging, wadi’s, beken en maatregelen tegen hittestress en wateroverlast.
•
Energievoorziening: duurzame energieconcepten voor verwarming, koeling en elektriciteit.
•
Groenblauw netwerk en landschap: verbinding tussen natuur, recreatief groen en ecologische structuren.
2. Uitvoerbaarheid & fasering In dit traject wordt de praktische, financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van de plannen uitgewerkt en in de tijd gefaseerd. Onderwerpen zijn: •
Ondernemen: ruimtelijke inpassing en ontwikkelruimte voor bedrijven en werkgebieden.
•
Fasering en haalbaarheid: planning van de uitvoering en afstemming tussen deelgebieden, voorzieningen en partners.
•
Techniek: praktische uitvoerbaarheid van de systeemkeuzes uit de stedenbouwkundige ontwikkelvisie, waaronder verkeer, water/klimaat, energie, groen, ondergrond/milieu.
13
5.2. Hoe betrekken we de omgeving bij het Structuurplan? 5.2.1. Samengevat Bij de onderwerpen Structuren & randvoorwaarden en Uitvoerbaarheid & fasering werken we op verschillende participatieniveaus met onze ontwikkelpartner, woningbouwcorporaties, deskundigen, partners en vertegenwoordigers uit de omgeving aan goed afgestemde technische en praktische randvoorwaarden. Daarna volgt de bestuurlijke afstemming en verankering, waarin keuzes worden onderbouwd en helder toegelicht. Via gerichte publiekscommunicatie, zoals bijvoorbeeld nieuwsbrieven, visuele middelen en bijeenkomsten, houden we inwoners en partners op de hoogte van de voortgang, de gemaakte keuzes en het vervolg van het proces. In onderstaande Participatiematrix is uitgewerkt wie op welke manier wordt betrokken, en welk participatieniveau daarbij hoort: van meewerken tot meedenken of meeweten.
14
5.2.2. Participatiematrix In de Participatiematrix zie je in één oogopslag wie we waarover betrekken om te komen tot het Structuurplan. Bij sleutel 4 (Hoe?) geven we voorbeelden van mogelijke gespreksvormen. Zo laten we ruimte om bij de verfijning van het participatieplan nog meer maatwerk toe te passen bij de keuze van de gespreksvormen. Trajecten
Structuren & randvoorwaarden (inhoud/techniek)
Sleutel 2 – Waarover?
Sleutel 3 – Met wie?
Mobiliteit, water/klimaat, energie, groen, ondergrond/milieu, woningen, scholen, (zorg)voorzieningen, sport. Basis: harde data (o.a. aantallen woningen).
Ontwikkelpartner Woningbouwcorporaties
Meewerken
Verkeer, Waterschappen, ODZOB, Enexis, Provincie, ProRail, , voorzieningenpartijen.
Meedenken/ meewerken
Bestuurlijke afstemming en verankering
Sleutel 4 – Hoe? We noemen hier voorbeelden.
Natuurplatform Brabant, Stichting bedrijventerrein Helmond (SBH), ondernemersvereniging, winkeliers, schoolbestuur, zorginstellingen, buurgemeenten. Uitvoerbaarheid & fasering
Participatieniveau
Werkateliers + technische reviews passend bij type partner en participatieniveau
Meedenken
Ronde tafelgesprekken
Coördinatieoverleggen + normtoetsen.
Fasering, governance partners, water, ondergrond, landschap, ecologie en natuur. Bouwlogistiek, verkeersstructuur, milieu: veiligheid/geluid/lucht, duurzame energie: netcongestie en voorziening vrewarming/verkoelin g.
Uitvoering, Verkeer/Beheer, Veiligheidsregio, ODZOB, Enexis, Provincie en waterschappen, ontwikkelpartner, woningcorporaties, scholen en verenigingen.
Meewerken (afstemmen op norm & planning).
Vastleggen Structuurplan
Regiegroep Stuurgroep
Besloten wordt of het voorgelegd wordt aan college/raad
Afstemmingsoverleg
College/gemeenteraad
College beslist mee/ (of het naar de gemeenteraad gaat),
Collegevergadering .Adviescommissie, raadsvergadering
Meeweten: nieuwe/toekomstige voorzieningen-partners
15
De gemeenteraad beslist/stelt vast. Publiekscommunicatie
Wat ligt vast, waarom, en wat is de volgende stap.
Groepen met een belang: inwoners (huidig/toekomstig), Brandevoorts Belang, ondernemersvereniging, Natuurplatform Helmond.
Meeweten
Publieksvriendelijke factsheet/infographic + Q&A + online viewer, bijeenkomsten.
Toelichting op de Participatiematrix 1) Structuren & randvoorwaarden In dit traject leggen we in samenspraak met de genoemde partners het technische geraamte van de wijk vast: de hoofdstructuren voor mobiliteit, water, energie, groenblauw, ondergrond en milieu, evenals de samenhang met woningen, scholen, (zorg)voorzieningen en sport. De gesprekken zijn gebaseerd op harde data, zoals het aantal woningen en de benodigde capaciteit van netwerken en voorzieningen. De gemeente werkt nauw samen met haar ontwikkelpartner en de woningcorporaties (meewerken). Met systeempartners zoals de Waterschappen Aa en Maas en De Dommel, ODZOB, Enexis, Provincie NoordBrabant en ProRail geven we waar dat passend en gewenst is concreet invulling aan meewerken: kennis bundelen en samen de grenzen en kansen bepalen. De ontwikkelpartner en de woningcorporaties (woCom, Compaen en Woonbedrijf) worden in een ambtelijke projectgroep betrokken op de voortgang en daarin uit te werken deelopgaven. Ook onze systeempartners worden daarbij betrokken. Op basis daarvan worden aanvullende ateliers met deze (systeem)partners georganiseerd op inhoud, indien dit nodig is. We vragen ook kennis en inzichten van o.a.
het Natuurplatform Brabant, de ondernemersvereniging Helmond, Stichting bedrijventerrein Helmond (SBH), winkeliers, schoolbesturen, zorginstellingen en bedrijven in de regio, zodat er voor hen geen onverwachte keuzes ontstaan, bijvoorbeeld dat er later ‘zomaar’ locaties in een vlekkenplan lijken te zijn toegewezen. De mogelijke gespreksvormen zijn werkateliers en technische reviews (bijvoorbeeld over hydrologie, energie en ondergrond) waarin we samen werken aan kaarten en scenario’s. 2) Uitvoerbaarheid & fasering We toetsen de uitvoerbaarheid van het plan dat ontstaat, ook op aspecten van civiele techniek. Participatie vindt plaats op het niveau van meewerken door af te stemmen op inhoud en planningen. Dat doen we in coördinatie-overleggen en normtoetsen. Nieuwe en toekomstige partners worden geïnformeerd (meeweten). 3) Bestuurlijke afstemming en verankering De uitkomsten van de vorige stappen worden bestuurlijk vertaald naar randvoorwaarden die richting geven aan de volgende fase, de planfase. Na afstemming met de regiegroep en stuurgroep, bepaalt het college in een collegevergadering of het Structuurplan naar de gemeenteraad kan (meebeslissen). In de adviescommissie wordt het structuurplan toegelicht. De gemeenteraad beslist vervolgens over het Structuurplan (meebeslissen). Vooraf kunnen betrokkenen inzage nemen en vragen stellen.
Na afloop publiceren we een Q&A waarin gemotiveerd staat welke suggesties zijn overgenomen en welke niet. Zo verbinden we bestuurlijke zorgvuldigheid met open communicatie richting raad en omgeving. 16
4) Publiekscommunicatie Het Structuurplan is vooral technisch van aard. Wat betreft participatie gaat het hier over meeweten: inzicht geven in wat er vastligt, waarom dat nodig is en wat de volgende stap wordt. We doen dat nadat de stukken openbaar zijn, en voor de besluitvormende raad. We informeren de publieksgroepen duidelijk, actief en transparant. Zij weten waar ze aan toe zijn, wat al vastligt en wanneer ze in de voorbereidingsfase opnieuw inhoudelijk kunnen meedenken. We informeren publieksgroepen met een belang: huidige en toekomstige inwoners van Nieuw Brandevoort, de pioniersvereniging, ondernemers en maatschappelijke partners, zoals Brandevoorts Belang en Natuur Platform Helmond met heldere, publieksvriendelijke middelen zoals een infographic en/of factsheet, een interactieve online viewer, uitlegvideo’s, een Q&A overzicht. Ook organiseren we bijeenkomsten.
17
6 Participatieaanpak deelproject Stijl & identiteitsbeeld 6.1 Wat staat er in het Stijl- en Identiteitsbeeld? Het Stijl- en identiteitsbeeld beschrijft de samenhangende stijl en identiteit van Nieuw Brandevoort op het vlak van stedenbouw, landschap en architectuur. Het laat de sfeer, het gevoel en de uitstraling van de nieuwe wijk zien en vormt de brug tussen de stedenbouwkundige ontwikkelvisie en de verdere planuitwerking. Om tot dit Stijl- en identiteitsbeeld te komen, worden twee trajecten uitgewerkt: 1. Waarden en beeldkwaliteit Dit traject richt zich op het vastleggen van de stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische waarden die de basis vormen voor de wijk. Het beschrijft de hoofdprincipes voor structuur, maat, schaal, materiaalgebruik, kleur en vormgeving, en geeft richting aan de gewenste beeldkwaliteit. 2. Maatschappelijke inbreng Dit traject brengt de sociale en culturele waarden in beeld die bijdragen aan de herkenbaarheid, identiteit en beleving van de wijk. Het onderzoekt hoe bewoners en gebruikers de wijk straks ervaren, hoe publieke ruimtes uitnodigen tot ontmoeting en hoe de identiteit van Nieuw Brandevoort aansluit bij het karakter van de bestaande stad.
De opbrengsten van beide trajecten worden samengebracht in één integraal stijl- en identiteitsbeeld, dat als inhoudelijk kader dient voor de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan en de toetsing van toekomstige ontwerpen.
6.2 Hoe betrekken we de omgeving bij het Stijl- en Identiteitsbeeld? 6.2.1. Samengevat Bij het uitwerken van de stijl en identiteit van de nieuwe wijk betrekken we de omgeving op verschillende niveaus van participatie. We werken samen met vakspecialisten aan de ruimtelijke en architectonische kwaliteit (meewerken), voeren een maatschappelijke dialoog over beleving en herkenbaarheid (meedenken), borgen bestuurlijke richting in besluitvorming (meedenken en meebeslissen) en delen via publiekscommunicatie informatie over de voortgang (meeweten). In de onderstaande Participatiematrix is uitgewerkt wie op welke manier wordt betrokken, en welk participatieniveau daarbij hoort: van meewerken tot meedenken of meeweten.
18
6.2.2.Participatiematrix In de Participatiematrix zie je in één oogopslag wie we waarover betrekken om te komen tot het Stijl- en Identiteitsbeeld. Trajecten
Sleutel 2 – Waarover?
Sleutel 3 – Met wie?
Waarden & beeldkwaliteit (inhoud/ ontwerp)
Kernwaarden, sfeer/identiteit, korrel & massa, materialisatie, overgangen publiek– privaat.
Ontwerpteam, stedenbouw, architectuur, landschapsontwerp.
Meewerken – samen opstellen van de ontwerpprincipes.
Ontwerpateliers + referentie/moodboards.
Maatschappelijke inbreng
Wat maakt Nieuw Brandevoort herkenbaar en geliefd; beleving en gebruik. Toets op herkenbaarheid binnen de kaders van het Structuurplan.
Vertegenwoordigende organen van bewoners, ondernemers, toekomstige bewoners, Brandevoorts Belang, Natuurplatform Brabant, Denktank.
Meedenken → raadplegen/adviseren.
Dialoogsessies, panelpeilingen, beeldkeuzeworkshops met feedbackrondes.
Vastleggen Stijl & Identiteit als kader; doorvertaling naar beeldkwaliteit.
Regiegroep Stuurgroep
Besloten wordt of het voorgelegd wordt aan college/raad
Afstemmingsoverleg
College Gemeenteraad (beeldvormend/oorde elsvormend).
College meebeslissen, Raad eerst meedenken, daarna beslissen.
Collegevergadering, Thema-avond, adviescommissie, raadsvergadering
Brede publiek, pers, gemeentelijke communicatiekanalen .
Meeweten
Beeldsamenvatting van 1 a 2 pagina’s, online galerij “voor/na”, korte video, nieuwsbrief via bestaande gemeentelijke kanalen, bijeenkomsten.
Bestuurlijke afstemming en verankering
Publiekscommunicatie
Waarom deze stijl is gekozen, wat het betekent in straatbeeld en materiaalgebruik.
Participatieniveau
Sleutel 4 – Hoe? We noemen hier voorbeelden.
Meeweten: Natuurplatform Helmond, Brandevoorts Belang.
Toelichting op Participatiematrix 1) Waarden & beeldkwaliteit In dit traject formuleren we de ontwerpprincipes die de identiteit van Nieuw Brandevoort bepalen. We werken samen met het ontwerpteam, stedenbouwkundigen en landschapsontwerpers aan sfeer, schaal, materiaalgebruik en belevingskwaliteit. Het participatieniveau is meewerken: het ontwerpteam en de gemeente stellen de ontwerpprincipes gezamenlijk op. In ontwerpateliers en met referentiebeelden of moodboards onderzoeken we verschillende stijlrichtingen en bepalen we wat past bij de kernwaarden van de wijk. 19
2) Maatschappelijke inbreng Vervolgens bespreken we met belanghebbende vertegenwoordigers uit de samenleving wat Nieuw Brandevoort herkenbaar en geliefd maakt. We toetsen de ontwerpen op beleving, gebruik en identiteit, binnen de ruimtelijke kaders van het Structuurplan. Aan tafel zitten vertegenwoordigende organen van bewoners (zoals de pioniersvereniging), ondernemers, verenigingen en toekomstige bewoners. We organiseren dialoogsessies, peilingen en beeldkeuze-workshops waarin feedback wordt verzameld en teruggekoppeld. Het participatieniveau is hier dus meedenken met als doel raadplegen: men kan ideeën en kennis delen. We hanteren duidelijke kaders en maken tevoren afspraken over wat er met de input gebeurt. Voor organisaties die het proces willen volgen (zoals Natuurplatform Helmond en Brandevoorts Belang) geldt het niveau meeweten, dus die informeren we over het resultaat van de meedenksessies. 3) Bestuurlijke afstemming en verankering De resultaten uit de ateliers en dialoogsessies worden bestuurlijk vertaald naar een definitief Stijl- en Identiteitskader. Tijdens een beeldvormende thema-avond klankborden ontwerpers en experts met de raad aan de hand van voorbeeldbeelden en participatieopbrengsten. Zo ontstaat begrip voor de gemaakte keuzes voordat de raad besluit. Het participatieniveau is voor het college meebeslissen en de gemeenteraad denkt mee en beslist/stelt vast.
4) Publiekscommunicatie Tot slot maken we het stijl- en identiteitsverhaal zichtbaar en begrijpelijk voor het brede publiek. We laten zien waarom voor een bepaalde stijl is gekozen en wat dit betekent voor straatbeeld, architectuur en materiaalgebruik. De communicatie richt zich op meeweten. Dat doen we transparant en visueel in de vorm van bijvoorbeeld een beeldsamenvatting van 1 a 2 pagina’s, een online galerij “voor/na” en een korte beeldimpressie op video. Voor publicatie gebruiken we bestaande kanalen, zoals de gemeentelijke nieuwsbrief en website.
20
7 Participatieaanpak Stedenbouwkundig Plan versnellingslocatie 7.1 Wat staat er in het Stedenbouwkundig Plan? Voor een eerste deelgebied in het plangebied wil de gemeente samen met haar partners versneld aan de slag met de planfase. Dit noemen we de versnellingslocatie. Het betreft de verdere uitwerking van het eerste concrete deelgebied met circa 500 woningen. Om tot het Stedenbouwkundig Plan te komen, worden meerdere trajecten uitgevoerd die elkaar aanvullen en samen de inhoudelijke basis vormen voor de omgevingsplanwijziging en de eerste bouwfasen. 1. Programma In dit traject werken vakafdelingen en ontwikkelpartners samen aan de uitwerking van de woningtypologieën, de ruimtelijke dichtheid en het voorzieningenprogramma. Doel is om een evenwichtige mix te realiseren die aansluit bij de woonvisie en bijdraagt aan een leefbare, inclusieve wijk. 2. Verkaveling en ruimtelijke opbouw Hierin worden de verkaveling, de bouwhoogten en de verhouding tussen bebouwd en onbebouwd gebied uitgewerkt. Dit deelproject vormt de basis voor de inrichting van de wijk en bepaalt de ruimtelijke samenhang tussen wonen, groen en voorzieningen. 3. Openbare ruimte en groen-blauw netwerk Richt zich op de inrichting van straten, pleinen, groen- en waterelementen. De nadruk ligt op een klimaatbestendige en gezonde leefomgeving met ruimte voor spelen, ontmoeten en bewegen. 4.
Mobiliteit en parkeren Het mobiliteitsconcept wordt in dit deelgebied toegepast. Uitwerkt wordt hoe het deelgebied ontsloten wordt, slimme parkeeroplossingen en welke toepassingen van duurzame mobiliteit worden ingezet (we werken met het STOMP-principe: stappen, trappen, OV, deelmobiliteit, parkeren) . 5. Voorzieningen en leefkwaliteit In dit traject wordt de woningbouwopgave voor 500 woningen en de voorzieningen uitgewerkt, met aandacht voor onderwijs, zorg, ontmoeting, sport en recreatie. De Barcode voorzieningen vormt de leidraad voor het gewenste voorzieningenniveau. 6. Beeldkwaliteit en identiteit De ruimtelijke en architectonische principes uit het Stijl- en identiteitsbeeld worden geconcretiseerd tot richtlijnen voor architectuur, materiaalgebruik en straatbeeld, zodat de nieuwe wijk herkenbaar aansluit bij Brandevoort. 7. Uitvoerbaarheid en fasering Tot slot worden de technische, financiële en maatschappelijke randvoorwaarden vertaald naar een uitvoerbare planning. Hierin worden de kosten, bouwfasering en haalbaarheid vastgelegd, zodat elk deelplan realiseerbaar is binnen de vastgestelde kaders. Het Stedenbouwkundig Plan vormt daarmee de inhoudelijke basis voor de wijziging van het omgevingsplan en de start van de realisatie van Nieuw Brandevoort.
21
7.2 Hoe betrekken we de omgeving bij het Stedenbouwkundig Plan? 7.2.1. Samengevat Bij de uitwerking van het Stedenbouwkundig Plan werken we ontwerpend en gebiedsgericht. Vakteams en ontwikkelpartners werken aan het programma, ontwerp en inrichting van de ruimte (meewerken en coproduceren). Bij de openbare ruimte, het groen en de mobiliteit denken bewoners en partners mee over kwaliteit, gebruik en bereikbaarheid (meedenken). De uitvoerbaarheid en fasering worden uitgewerkt met betrokken partners (meewerken), waarna het bestuur besluiten neemt op basis van de resultaten (meebeslissen). Via publiekscommunicatie blijven inwoners en belangstellenden op de hoogte van de voortgang (meeweten). 7.2.2.Participatiematrix In de Participatiematrix zie je in één oogopslag wie we waarover betrekken om te komen tot het Stedenbouwkundig plan. Trajecten
Sleutel 2 – Waarover?
Sleutel 3 – Met wie?
Participatieniveau
Sleutel 4 – Hoe? We noemen hier voorbeelden.
Programma
Programma, dichtheid.
Experts van vakafdelingen, ontwikkelpartner, woningcorporaties.
Meewerken.
Werksessies.
(Stedenbouwkundig) ontwerp & inrichting ruimte/groen
Verkaveling, typologie, hoogtes/massa, sociale veiligheid, verkeer & mobiliteit, energie & duurzaamheid, woongroen & buurtgroen.
Experts, ontwikkelpartner, woningcorporaties, vakafdelingen (ontwerpteam), bewoners (op onderdelen).
Meewerken (ontwerp binnen kaders). → coproduceren (binnen duidelijke kaders op deelthema’s met bewoners).
Ontwerpateliers (per publieksgroep op onderdelen/ thema’s)
Openbare ruimte & groen/blauw
Straten & pleinen, spelen & ontmoeten, water & groenstructuur, autoluwte, sociale veiligheid.
Georganiseerde bewoners (werkgroep/klankbord), wijkraad, beheer, landschapsontwerp, bestuur wijkaccommodatie, Natuurplatform Helmond.
Meedenken → coproduceren (op geschikte onderdelen).
Dialoogsessies en ontwerp-workshops.
Mobiliteit & parkeren
Ontsluiding, parkeren, Duurzame mobiliteit, laadvoorzieningen, governance.
Vakafdelingen, verkeerscollega’s, provincie/OV, partners in deelmobiliteit, woningcorporaties, ontwikkelpartners, bewoners & ondernemers (over gebruik)
Vakafdelingen en partners: meewerken, omgeving: meedenken.
Themasessies + online peilingen.
22
Uitvoerbaarheid & fasering
Bouwfasering, bereikbaarheid, hinderbeperking, kosten/haalbaarheid, energie.
Uitvoering/aannemersadvies, beheer, veiligheidsregio, energiepartners (o.a. Enexis).
Meewerken.
Overleggen + normtoetsen.
Bestuurlijke afstemming en verankering
SO/VOkeuzemomenten, vaststelling plan, koppeling participatieverslag.
Regiegroep Stuurgroep
Besloten wordt of het voorgelegd wordt aan college/raad
Afstemmingsoverleg
College gemeenteraad.
College meebeslissen. Raad meeweten → oordeelsvormend → meebeslissen.
Inwoners, breed publiek, pers.
Meeweten.
Publiekscommunicatie
wat is gekozen, waarom, effecten per buurt, volgende stap.
opiniecommissie, collegevergadering voor vaststelling Online viewer (SO/VO), samenvatkaarten, korte video/infographic, nieuwsbrieven, bouwapp., bijeenkomsten.
Toelichting op de Participatiematrix 1) Programma De basis van het Stedenbouwkundig Plan ligt in het voorzieningenprogramma en de dichtheid van de wijk. In deze stap werken vakafdelingen, ontwikkelpartner en woningcorporaties samen om de juiste balans te vinden tussen woningtypen, voorzieningen en ruimtegebruik. Het participatieniveau is meewerken, gericht op inhoudelijke afstemming in werksessies. 2) Ontwerp & inrichting van ruimte en groen Het stedenbouwkundig ontwerp beschrijft de ruimtelijke vertaling van de ambities: de verkaveling, typologie, bouwhoogtes, mobiliteit, duurzaamheid en de inpassing van groen. Hier werken we in ontwerpateliers samen met experts en ontwikkelpartners (van schetsontwerp (SO) naar Voorlopig Ontwerp (VO) naar Definitief Ontwerp (DO) (meewerken). Bij deelonderwerpen zoals buurtgroen, verkeersveiligheid en sociale ruimte wordt met bewoners coproducerend samengewerkt binnen duidelijke kaders. Zo ontstaat een integraal ontwerp dat inhoudelijk sterk is én gedragen wordt door de omgeving. 3) Openbare ruimte & groen-blauw Bij de inrichting van de openbare ruimte staat ontmoeten, spelen, bewegen en klimaatadaptatie centraal. Met bewoners, Natuur Platform Helmond en beheer wordt nagedacht over de vormgeving van straten, pleinen en groenstructuren.
De participatie is hier meedenken → coproduceren: op onderdelen die zich goed lenen voor gezamenlijk ontwerp (zoals speelplekken of wandelroutes) wordt de omgeving actief betrokken; voor technische onderdelen blijft hun rol adviserend. 4) Mobiliteit & parkeren In dit traject werken we het mobiliteitsconcept uit het Structuurplan uit naar concrete toepassing van 23
ontsluiting, parkeren, verkeersvoorzieningen en de toepassing voor duurzame mobiliteit in dit deelgebied. We werken voor duurzame mobiliteit met het STOMP principe (Stappen, Trappen, OV, deelmobiliteit, Parkeren). Ook komen t, laadvoorzieningen en governance (regels, processen, structuren) aan de orde. De gemeente werkt voor de technische invulling samen met vakafdelingen, provincie, OV-partners, ontwikkelaars, corporaties, deelmobiliteitsaanbieders, (meewerken). De omgeving, zoals bewoners en ondernemers, denkt mee in themasessies en online peilingen. (bij structuurplan mobiliteitsconcept) 5) Uitvoerbaarheid & fasering Deze stap richt zich op bouwlogistiek, bereikbaarheid, hinderbeperking, kosten en energie. Met uitvoeringsen beheerpartners, de veiligheidsregio en energiepartners (zoals Enexis) stemmen we plannen af op praktische en veiligheidsnormen. Het participatieniveau is meewerken, uitgevoerd via overleggen en normtoetsen. 6) Bestuurlijke afstemming en verankering Na afstemming met de stuurgroep en regiegroep vindt de bestuurlijke borging plaats in het college. Het college besluit over de inhoudelijke keuzes in het Stedenbouwkundig plan, de raad wordt opiniërend betrokken. Het participatieniveau verschuift hier van meeweten naar meedenken. De vorm is een opiniecommissie, gevolgd door een collegevoorstel , inclusief koppeling met het participatieverslag.
7) Publiekscommunicatie Omwonenden en belanghebbenden worden goed geïnformeerd over wat is gekozen, waarom, en wat dit betekent per buurt. Het participatieniveau is meeweten: transparant, visueel en gericht op helderheid. De communicatie verloopt via een online viewer (SO/VO), samenvatkaarten, korte video’s of infographics, bijeenkomsten, nieuwsbrieven, een bouwapp voor actuele updates. Zo zorgen we voor verbinding met de stad in dit proces.
24
8 Organisatie en randvoorwaarden 8.1 Organisatie van de participatie De uitvoering van het participatieproces vindt plaats binnen de projectstructuur van Nieuw Brandevoort. De projectmanager is verantwoordelijk voor de integrale aansturing, in nauwe samenwerking met de trekkers van de deelprojecten. Voor de drie hoofdprojecten wordt één gezamenlijke communicatie- en participatiewerkgroep ingericht. De werkgroep bewaakt de kwaliteit van het participatieproces, zorgt voor afstemming tussen de deelprojecten en verzorgt de terugkoppeling richting bestuur, partners en omgeving. De bestuurlijke besluitvorming wordt voorbereid binnen het projectteam en afgestemd met het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. 8.2 Randvoorwaarden voor participatie Een zorgvuldig participatieproces vraagt om duidelijke organisatorische randvoorwaarden: • Heldere communicatie: complexe inhoud wordt waar mogelijk visueel gemaakt met infographics, tekeningen of video’s, zodat de inhoud goed begrepen wordt • Continuïteit in communicatie: één centrale informatiebron (website) en een informatiemomenten via nieuwsbrieven en bijeenkomsten, zodat publieksgroepen toegang hebben tot de informatie die ze nodig hebben • Tijd en capaciteit: voldoende ruimte in de planning voor voorbereiding, uitvoering en terugkoppeling van de participatiemomenten aan deelnemers en belanghebbenden.
• Afstemming: vaste momenten voor overleg tussen deelprojecten, communicatie en bestuur. 8.3 Risico’s en beheersmaatregelen In de gebiedsontwikkeling van Nieuw Brandevoort zijn enkele risico’s die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van de participatie en daarmee het realiseren van de participatiedoelen. Onderstaand overzicht benoemt de belangrijkste risico’s en de daarbij horende beheersmaatregelen. Risico Hoge projectdruk
Beheersmaatregel Realistische planning, duidelijke prioritering en tijdige besluitvorming om ad-hoc druk te voorkomen.
Parallelle deelprojecten
Toelichting De ambitie om in korte tijd resultaten te leveren kan ten koste gaan van de aandacht voor participatie en zorgvuldige afstemming. . Beperkte inzet van medewerkers of middelen kan leiden tot vertraging en minder kwaliteit in de uitvoering. Gelijktijdige trajecten kunnen leiden tot informatiegaten en inconsistenties.
Beperkte toegankelijkheid
Door tijdsdruk kunnen publieksgroepen te weinig gelegenheid krijgen om mee te doen.
Heldere planning, toegankelijke werkvormen en tijdige uitnodiging.
Beperkte capaciteit
Voldoende capaciteit reserveren voor communicatie en participatie; tijdig externe ondersteuning inschakelen indien nodig. Strakke afstemming, gezamenlijke planningsmomenten en beslismomenten inbouwen.
25
Conclusie Door tijdige afstemming, een vast ritme van terugkoppeling en voldoende capaciteit voor participatie en communicatie borgen we de kwaliteit, transparantie en legitimiteit van het proces. Daarmee dragen we direct bij aan de participatiedoelen voor de gebiedsontwikkeling van Nieuw Brandevoort, zoals omschreven in hoofdstuk 3 van dit Participatieplan: •
Betere plannen en besluiten – door lokale kennis en ervaring van bewoners, ondernemers en partners te benutten in de uitwerking van visie, structuurplan en deelprojecten.
•
Meer begrip en vertrouwen – door open te communiceren over keuzes, afwegingen en de verwerking van inbreng.
•
Heldere rollen en verwachtingen – door per fase vast te leggen wie waarvoor verantwoordelijk is en welke ruimte er is voor invloed.
•
Een gedragen en toekomstbestendige wijk – door samen te werken aan een groene, gezonde en inclusieve leefomgeving die aansluit bij het bestaande Brandevoort.
26
9 Vervolgproces In dit participatieplan hebben we in hoofdlijnen beschreven hoe we de omgeving betrekken bij de gebiedsontwikkeling van Nieuw Brandevoort, gericht op de volgende stap in deze gebiedsontwikkeling. Dit plan vormt daarmee het gezamenlijke kader voor een zorgvuldig, transparant en samenhangend participatieproces. Hoe gaan we verder? Iteratief werken: van grof naar fijn De gebiedsontwikkeling van Nieuw Brandevoort wordt uitgewerkt in een iteratief proces. In elke fase worden de plannen een stap concreter: van ontwikkelvisie, naar structuurplan, naar stedenbouwkundige ontwerpen en uiteindelijk naar uitvoeringsplannen. Dat geldt ook voor het participatieproces. Naarmate de inhoud van de drie deelprojecten concreter wordt, wordt ook duidelijker welke publieksgroepen in welke fase een rol hebben en op welke onderwerpen we hen betrekken. Het participatieproces wordt daarom gedurende het project steeds geactualiseerd, zodat het aansluit bij de actuele stand van de inhoud, de belangen van de publieksgroepen en de fasering van de gebiedsontwikkeling. Vaststelling participatieaanpak door de gemeenteraad Op basis van dit participatieplan legt de gemeenteraad de aanpak vast waarmee we de omgeving betrekken bij de gebiedsontwikkeling.
Tegelijkertijd mandateert en draagt de raad het college op om deze aanpak gedurende de verdere uitwerking van de plannen consequent toe te passen. Het college concretiseert de aanpak steeds in de projectplannen van de deelprojecten, die per fase worden geactualiseerd en bijgestuurd, ook voor wat betreft participatie. Op die manier blijft participatie een integraal onderdeel van de planvorming en geen losstaand traject. Stap na de ontwerpfase: van plannen naar voorbereiding Zodra de drie deelprojecten (het Structuurplan, het Stijl- en Identiteitsbeeld en het Stedenbouwkundig Plan voor de versnellingslocatie) zijn afgerond, gaat Nieuw Brandevoort over naar de voorbereidingsfase. Voor de versnellingslocatie wordt in deze fase een wijziging van het omgevingsplan uitgewerkt en ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Parallel daaraan wordt op basis van het Structuurplan een ontwikkelstrategie voor het gehele plangebied opgesteld. Deze strategie geeft richting aan de gefaseerde uitwerking van de toekomstige deelgebieden en zorgt voor een continue bouwstroom. De ontwikkelstrategie vertaalt de kernkwaliteiten uit de Stedenbouwkundige Ontwikkelvisie en het Stijl- en Identiteitsbeeld naar concrete deelgebieden en bouwfasen.
Daarmee ontstaat een logisch, uitvoerbaar en samenhangend traject voor de realisatie van Nieuw Brandevoort, steeds in samenhang met de actualisatie van de participatieaanpak.
27
Bijlage 1. Overzicht en toelichting inhoudelijk fasen De gebiedsontwikkeling van Nieuw Brandevoort verloopt volgens een aantal fasen, zoals onderstaand omschreven. Fase Periode Belangrijkste resultaat 1. Initiatiefase
2023 – voorjaar 2024
Raadsbesluit Nieuwe Koers
2. Definitiefase A
2024 – 2026
Ambitiedocument Stedenbouwkundige Ontwikkelvisie
2026
Structuurplan Stijl & identiteit Stedenbouwkundig plan (versnellingslocatie)
Definitiefase B 3. Ontwerpfase
2026-2027
4. Voorbereidingsfase
2027
Omgevingsplan versnellingslocatie
5. Realisatiefase 6. Nazorgfase
vanaf 2027 Vanaf 2030
7. Beheer en evaluatie
Vanaf 2030
Vergunningen, start bouw Evaluatie en wijkbeheer door bewoners en gemeente Evaluatie en wijkbeheer door bewoners en gemeente
1.Initiatiefase Aanleiding, noodzaak en opdrachtbepaling De gemeente Helmond staat voor een aanzienlijke woningbouwopgave. De demografische groei, in combinatie met de toenemende woningvraag binnen Helmond en de Brainportregio, vragen om de ontwikkeling van nieuwe woongebieden. Daarnaast sluit de landelijke beleidslijn aan bij deze noodzaak, met een nadruk op verdichting rond stationslocaties om de bestaande infrastructuur beter te benutten en duurzame mobiliteitskeuzes te stimuleren. De Helmondse Woonvisie vormt het inhoudelijk kader voor deze opgave. Hierin is vastgelegd dat de woningvoorraad evenwichtig moet worden uitgebreid, met een verdeling van 30% sociale huurwoningen, 40% betaalbare woningen en 30% vrije sectorwoningen. Tegen deze achtergrond is de gebiedsontwikkeling Nieuw Brandevoort een logische vervolgstap in de groei van Helmond. Nieuw Brandevoort wordt een toekomstgerichte wijk en biedt ruimte voor een mix van wonen, voorzieningen en groen. Nieuwe Koers: richtinggevend besluit Om richting te geven aan deze ontwikkeling heeft de gemeenteraad op 2 juli 2024 de Nieuwe Koers Nieuw Brandevoort vastgesteld. Dit richtinggevende besluit vormt het bestuurlijk startpunt voor de verdere uitwerking van de gebiedsontwikkeling. Participatie In deze fase vond geen participatie plaats.
Wél is gecommuniceerd over de woningbouwopgave tijdens een informatie avond op 18 september 2024
28
2.Definitiefase Definitiefase A – Ambitiedocument Doel Het doel van de deze is om de koers en de hoofduitgangspunten vast te stellen voor de integrale gebiedsontwikkeling Nieuw Brandevoort. Het omvat de visie, waarden en doelen voor een gezonde, groene en verbonden stadswijk. Het ambitiedocument kwam tot stand aan de hand van een gebieds- en beleidsanalyse. Besluitvorming In mei 2025 is het ambitiedocument voor Nieuw Brandevoort door het college onderschreven en besproken in de opiniecommissie op 3 juni. Het werd als bijlage opgenomen in de stedenbouwkundige ontwikkelvisie en samen aangeboden ter vaststelling in de raadsvergadering van 26 januari 2026. Inhoudelijke hoofdlijnen • De gebiedsontwikkeling betreft grofweg 2.500 tot 5.000 woningen, met waarschijnlijk circa 4.000 woningen. Bestuurlijk kader van maximaal 2500 woningen is niet verenigbaar is met de overige kaders uit het raadsbesluit nieuwe koers en dat onderbouwd is wat een verkenning naar een hoger woningaantal voor dit gebied aan kwaliteiten kan toevoegen voor de totale ontwikkeling en Helmond als stad. • Woningverdeling: circa 30 % sociaal, 40 % betaalbaar, 30 % vrije sector. • Kernambities zijn gericht op een gezonde, groene en verbonden stadswijk: divers & inclusief, typisch Helmonds/lokaal karakter, duurzaam/toekomstbestendig, voetgangers- en fietsvriendelijk, natuurinclusief/klimaatbestendig.
• Participatie en samenwerking zijn belangrijk. Participatie Het niveau van participatie in deze fase was informeren en raadplegen in de vorm van gesprekken met belanghebbenden, informatiebijeenkomsten en een woonwensenonderzoek. Inwoners hadden geen directe invloed op de uiteindelijke besluiten, omdat de keuzes in deze fase nog beleidsmatig waren. Zij zijn over het ambitiedocument en het proces geïnformeerd tijdens de informatie avond op 21 mei 2025. Definitiefase A - Stedenbouwkundige ontwikkelvisie Doel De Stedenbouwkundige ontwikkelvisie borduurt voort op het ambitiedocument. Het is de eerste vertaalslag naar ruimtelijke hoofdstructuren, systemen en principes voor de verdere uitwerking van het plangebied. Deze zijn op hoofdlijnen getoetst aan haalbaarheid. Besluitvorming De Stedenbouwkundige ontwikkelvisie Nieuw Brandevoort wordt op 27 januari 2026 ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Bij deze visie wordt het ambitiedocument als bijlage opgenomen. Zo werden beide documenten samen vastgesteld. Daarnaast stelde de gemeenteraad op die datum ook de financiële kaders ten behoeve van de GREX (grondexploitatie) en het participatieplan voor de planfase. Inhoudelijke kern In de Stedenbouwkundige ontwikkelvisie staan omschreven:
29
• • •
Voorstel voor technisch uit te werken hoofdstructuren of stedenbouwkundige aanzet voor de hoofstructuren voor mobiliteit, water, landschap en voorzieningen Richtinggevende keuzes voor woningtypologie en verdichting Duidelijke kernkwaliteiten als uitgangspunt voor de verdere planvorming
Participatie In deze fase vond participatie plaats op het niveau van informeren en raadplegen; een participatieve ronde met voorkeursvariant, verkenning van hoogte-opbouw, groen- en mobiliteitsstructuren, voorzieningen/“hart” van de wijk en aansluiting op bestaande Brandevoort. • schriftelijke reacties. • een gespreksronde met bewoners en (gecontracteerde) partners en belangenorganisaties voor het plangebied. • een informatieavond op 4 september 2025 met een Mentimeterpeiling. • een opiniërende commissievergadering op 23 september 2025 Het resultaat bestond uit inzicht in welke thema’s leven en wat de belangrijkste onderliggende zorgen zijn. Definitiefase B - Structuurplan en Stijl & Identiteit Het Structuurplan is de technische en ruimtelijke uitwerking van de hoofdstructuren uit de ontwikkelvisie. Het omschrijft het waar en hoe van de wijk op hoofdlijnen. Het Stijl- en identiteitsplan bepaalt het uiterlijk en karakter van de wijk. Samen zorgen ze ervoor dat de ‘spelregels’ voor de planfase (hoe het er concreet uit gaat zien) helder zijn. Dat zorgt ervoor dat de planfase efficiënt verloopt, met samenhang, duidelijke keuzes voor ontwikkelaars en een duidelijke basis voor participatie van bewoners en andere belanghebbenden. Structuurplan Doel Het Structuurplan omschrijft het waar en hoe van de wijk op hoofdlijnen, met de uitgangspunten die in de ontwikkelvisie zijn bepaald.