CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 091 Programmabegroting 2025-2028

Gemeenteraad 5 november 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Programmabegroting 202539.259 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Inhoud 1

INLEIDING BEGROTING 2025 - 2028 ......................................................................................... 1

2

BEGROTING IN 1 OOGOPSLAG ................................................................................................ 9

3

BUDGETTAIR KADER EN FINANCIËLE ONTWIKKELINGEN ........................................................11 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

4

BELEIDSPROGRAMMA'S ........................................................................................................27 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

5

GRONDSLAGEN BEGROTING ......................................................................................................... 15 BUDGETTAIR KADER .................................................................................................................... 16 BESCHIKBARE RUIMTE ................................................................................................................. 17 BESTEDING BESCHIKBARE RUIMTE ................................................................................................. 20 INVESTERINGEN ......................................................................................................................... 23 MEERJARENRAMING OVERZICHT.................................................................................................... 25 HOOFDPUNTEN WEERSTANDSVERMOGEN ........................................................................................ 26 PROGRAMMA 1: MEEDOEN, RONDKOMEN, VOORUITKOMEN................................................................. 28 PROGRAMMA 2: DUURZAAM EN LEEFBAAR ....................................................................................... 51 PROGRAMMA 3: ECONOMISCH VITAAL EN AANTREKKELIJK ...................................................................

82 PROGRAMMA 4: BESTUUR EN ORGANISATIE...................................................................................... 96 ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN.................................................................................................. 114

VERPLICHTE PARAGRAFEN ................................................................................................. 119 5.1 LOKALE HEFFINGEN .................................................................................................................. 119 5.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ............................................................................ 128 5.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ............................................................................................... 136 5.4 FINANCIERING......................................................................................................................... 141 5.5 BEDRIJFSVOERING.................................................................................................................... 146 5.6 VERBONDEN PARTIJEN............................................................................................................... 152 5.7 GRONDBELEID......................................................................................................................... 176 5.8 WET OPEN OVERHEID (WOO) ...................................................................................................... 183

6

BIJLAGEN ........................................................................................................................... 184 6.1 EMU-SALDO........................................................................................................................... 185 6.2 OVERZICHT STRUCTUREEL LASTEN EN BATEN................................................................................... 186 6.3 OVERZICHT INCIDENTELE LASTEN EN BATEN ................................................................................... 187 6.4 STRUCTURELE TOEVOEGINGEN EN ONTTREKKINGEN AAN RESERVES ..................................................... 194 6.5 RESERVES EN VOORZIENINGEN ................................................................................................... 195 6.6 INVESTERINGSPROGRAMMA (IVP)................................................................................................ 197 6.7 KANSRIJKE INVESTERINGEN 2026-2028 ....................................................................................... 198 6.8 BBV INDICATOREN................................................................................................................... 199 6.9 OVERZICHT VAN GERAAMDE BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD ............................................................

201 6.10 TAAKVELDEN PER PROGRAMMA................................................................................................... 204 6.11 FINANCIËLE POSITIE ................................................................................................................. 206 6.12 OVERZICHT KADERNOTA'S EN BELEIDSNOTA'S ............................................................................... 207 6.13 MAATREGELEN SOCIAAL DOMEIN ............................................................................................... 210 6.14 VOORSTEL ONTTREKKING RESERVE WONINGBOUWFONDS ................................................................ 212 6.15 AFKORTINGEN EN ACRONIEMEN ................................................................................................. 214

1 Inleiding Begroting 2025 - 2028 Een sterker Helmond voor iedereen. Een inclusieve, duurzame en levendige stad. Gebruikmakend van de kansen die de schaalsprong ons biedt. We zijn als college nu ruim twee jaar bezig om deze uitdaging in goede banen te leiden. We hebben daarin belangrijke stappen gezet. Dat is samengevat in de Tussenstand van het Ambitieakkoord die in juni van dit jaar verscheen. De uitdaging wordt er de komende tijd alleen maar groter op. Want zoals we in de Voorjaarsnota eerder dit jaar al aangaven: er is financieel zwaar weer op komst. Dat geldt zeker niet alleen voor Helmond, want hier hebben alle gemeenten mee te maken. Taken en middelen worden vanaf 2026 ernstig uit balans gebracht door het rijk. Tegelijkertijd stijgen de kosten in het sociaal domein; dat werkt sterk door in ons huishoudboekje, aangezien dit domein bijna de helft van de gemeentelijke begroting beslaat. Voor Helmond komt daar nog een ontwikkeling bovenop: de schaalsprong. We groeien naar 115.000 inwoners. We hebben steeds gezegd: deze groei is geen doel op zich. Waar het uiteindelijk om gaat is dat de stad sterker wordt en zoveel mogelijk mensen profijt hebben van deze ontwikkeling. Dat gebeurt alleen als we erin slagen van de schaalsprong een kwaliteitssprong te maken. De kosten gaan daarbij wel voor de baten uit.

We doen uitgaven en investeringen die normaal gesproken niet door een stad van onze omvang worden gedaan. Anders gezegd: het Gemeentefonds houdt er geen rekening mee dat wij in de nabije toekomst meer inwoners, meer bedrijven en meer bezoekers hebben. Terwijl we de stad daar wel klaar voor moeten maken. In de vorige begroting hebben we dat al zichtbaar gemaakt door geld opzij te zetten voor toekomstige investeringen, en daar gaan we ook de komende jaren mee door. Onverminderd belangrijk is het toegroeien naar een ‘Andere Overheid’. In de kern is dat het centraal zetten van de leefwereld van onze inwoners en zorgen dat onze dienstverlening en uitvoering op orde zijn. Want in de uitvoering van ons beleid komen inwoners en ondernemers de gemeente tegen. We kunnen nog zoveel goede beleidsstukken en visies maken: vooral in de directe contacten bouwen we aan het vertrouwen tussen overheid en samenleving. Dat begint met ‘houding en gedrag’ in combinatie met de kwaliteit van de uitvoeringsprocessen; dat zijn dan ook aandachtspunten in de doorontwikkeling van onze organisatie en bij de werving van nieuwe medewerkers. Verder zijn dienstverlening, participatie en wijkgericht werken belangrijke pijlers onder deze ambitie.

Financiële bijstellingen Al deze ontwikkelingen vinden een vertaling in de voorliggende begroting. We ontkomen daarbij niet aan stevige financiële bijstellingen. Gelukkig is ons vertrekpunt een zeer gezonde financiële huishouding, dus we kunnen een stootje hebben. We hebben verder het advies van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ter harte genomen: breng ombuigingen vanaf 2026 in beeld maar maak ze nog niet onomkeerbaar. Daarvoor is de financiële onzekerheid te groot. De hoop is nog steeds dat er betere financiële afspraken met het rijk worden gemaakt. Voor 2025 geven we wel al concreet aan met welke maatregelen de begroting sluitend is gemaakt. Het bezuinigingsbedrag hebben we in 2025 nog weten te beperken door: - een beperking van de indexering van subsidies tot 2,5% (in plaats van 4,64%). Overigens stellen we voor het Sociaal Domein voor om een nullijn te hanteren, als onderdeel van een pakket aan maatregelen om het tekort op dit domein terug te dringen (het totaalpakket staat in bijlage 6.13); 1

-

de nieuw in te stellen Reserve Woningbouwfonds te financieren uit de algemene reserve. Het beroep dat we doen op deze reserve is overigens acceptabel, want ons weerstandsratio1 ligt rond de 2,7. Dat is ruim boven het in Helmond afgesproken minimum van 1,5 en de landelijke norm van 1,0.

De komende jaren loopt het tekort in het sociaal domein verder op naar circa 16 miljoen euro. We kiezen ervoor om ongeveer 11 miljoen euro te zoeken binnen het sociaal domein zelf, maar ook op zoek te gaan naar maatregelen op andere terreinen omdat wij staan voor een sociale stad. Voor 2026 en verder gaan we over de volle linie inventariseren wat de opties zijn. Dat doen we naast het Sociaal Domein ook voor Ruimtelijk, Economie en Cultuur en voor het Concern. Dat start in het najaar van 2024 en de resultaten presenteren we in de Voorjaarsnota van 2025. Zoals gezegd: we hopen in het belang van onze inwoners dat een bezuiniging van deze omvang uiteindelijk niet nodig blijkt te zijn.

Enkele ontwikkelingen uitgelicht De toelichting op de begrotingsprogramma’s laat zien dat het beleid zoals ingezet met het Ambitieakkoord, goeddeels wordt uitgevoerd. We zijn volop bezig om de sociale tweedeling te verminderen en gezondheidsverschillen te verkleinen, en bieden hulp en ondersteuning aan mensen die dat nodig hebben. We bereiden ons voor op klimaatverandering en waar mogelijk dragen we ons steentje bij aan het tegengaan daarvan. We investeren in het bereikbaar houden van de stad, brengen de voorzieningen naar een hoger niveau (scholen, sport, cultuur, etc.), revitaliseren bestaande en ontwikkelen nieuwe bedrijventerreinen, investeren in stads- en wijkontwikkeling en zorgen dat de basis op orde komt en blijft (veiligheid, openbare ruimte, dienstverlening/Andere Overheid). Kortheidshalve verwijzen we u naar hoofdstuk 4 waar al die activiteiten zijn toegelicht. Er zijn ook enkele ontwikkelingen die de komende tijd extra aandacht vragen van ons gemeentebestuur. Woningbouw Tot 2040 is het de ambitie om 15.000 woningen toe te voegen in Helmond. Woningen die we niet zelf bouwen; dat doen hoofdzakelijk de ontwikkelaars en woningcorporaties. Wel spelen we een belangrijke rol in het creëren van de juiste randvoorwaarden en in het ruimtelijk proces (met name omgevingsplan en vergunningverlening).

Qua aantallen was 2023 een uitstekend jaar met een toevoeging van bijna 900 woningen. Voor 2024 is de verwachting dat het er ongeveer 400 zijn. Helaas valt de realisatie in 2025 een stuk lager uit omdat enkele projecten vertraging oplopen. We blijven in dat jaar steken op een toevoeging van ruim 200. Weliswaar zijn in de meeste gevallen de planologische procedures doorlopen en omgevingsdialogen gevoerd, maar gaat de daadwerkelijke schop nog niet de grond in. De oorzaken zijn divers en hebben onder meer te maken met stijgende bouwkosten, onzekerheid over regelgeving van het rijk en procedures bij de Raad van State. Probleem is dan ook niet een tekort aan plannen, maar de realisatie van bestaande plannen. Daarom vinden we het noodzakelijk om als gemeente een flinke impuls te geven aan de woningbouw. In sommige gevallen kunnen we met gerichte maatregelen projecten vlot trekken en knelpunten wegnemen. Ook is geld nodig voor cofinanciering bij toekenning van rijkssubsidies en voor extra inzet van specialisten zoals planologen, planeconomen, verkeerskundigen en juristen. In totaal 10 miljoen euro trekken we daar de komende vier jaar voor uit, waarmee we de reeds aangekondigde Reserve

1 De mate waarin de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit betekent dat

het beleid veranderd moet worden. 2

Woningbouwfonds vullen. We verwachten dat de aantallen vanaf 2026 weer kunnen stijgen. Daarvoor is het overigens ook noodzakelijk te anticiperen op de netcongestie (zie hierna). Netcongestie In de Voorjaarsnota zeiden we al dat de krapte op het stroomnet ons zorgen baart. Daarmee hebben we niks te veel gezegd, want de problematiek is de laatste maanden nog pregnanter in beeld gekomen. Het gaat nog zeker 10 jaar duren voordat het landelijke elektriciteitsnetwerk weer op orde is. Inwoners beginnen er steeds meer last van te krijgen bij de teruglevering van opgewekte energie. Bedrijven worden geremd in hun ontwikkeling omdat ze bij uitbreiding of verplaatsing geen nieuwe aansluiting krijgen. En het wordt mogelijk ook een probleem voor de geplande woningbouw. Vooralsnog gaat het dan niet om kleinverbruikersaansluitingen, maar woningbouw met een grootverbruikersaansluiting zit al wel in de gevarenzone (met name hoogbouw met lift, verwarmingsinstallatie en ventilatiesysteem). In welke mate het probleem zich daadwerkelijk voor gaat doen, is afhankelijk van de beschikbare netwerkruimte en is op dit moment moeilijk te voorspellen. We willen als gemeente niet lijdzaam toezien en richten daarom een ‘Aanjaagteam netcongestie’ op.

Dat team gaat de contacten met Enexis stroomlijnen, gerichte lobbyactiviteiten uitvoeren, voorstellen doen voor (her)prioritering van projecten en innovatieve oplossingen bedenken en verkennen. We trekken daar 100.000 euro voor uit in 2025. Sportaccommodaties Sporten en bewegen staan in onze gemeente hoog in het vaandel. De afgelopen periode rezen er zorgen over het onderhoud van enkele (geprivatiseerde) sportaccommodaties. Naar aanleiding van deze signalen voerden we een brede quickscan2 uit van al onze geprivatiseerde sportaccommodaties. We onderzochten onder meer de actuele technische staat, gewenste en noodzakelijke investeringen en renovatie en tot slot de capaciteit en toekomstige behoefte. Daaruit kwam naar voren dat enkele sportverenigingen kampen met een actuele ondersteuningsvraag: RKSV Mierlo-Hout, Hockeyclub Helmond en Polaris. Voor een klein aantal andere verenigingen geldt dat mogelijk ook voor de komende vijf jaar. Voor ons is dat aanleiding een nieuw beleidskader op te stellen, waarbij ook wordt bekeken of in voorkomende gevallen een pad naar deprivatisering wenselijk en mogelijk is en onder welke voorwaarden. In dat geval nemen wij onderhoud en/of nieuwbouw van een accommodatie op in ons investeringsprogramma en gaat de vereniging de accommodatie van ons huren. Voor verder onderzoek en uitwerking hebben we (eenmalig) 250.000 euro opgenomen in de begroting.

Ook hebben we, vooruitlopend op de besluitvorming over het beleidskader, alvast 6 miljoen euro ‘vastgeklikt’ in ons investeringsprogramma ten behoeve van sportaccommodaties. Hiermee kunnen we voor RKSV Mierlo-Hout en Hockeyclub Helmond alvast aan de slag. Organisatie Onze organisatie is voortdurend in beweging. We hebben recent een aanpassing in structuur doorgevoerd en op onderdelen is de organisatie al versterkt. Maar ook de komende jaren staan de ontwikkelingen niet stil. We groeien door naar een 100.000+ gemeente en daarbij is onze uitvoeringscapaciteit – kwalitatief en kwantitatief – een blijvend aandachtspunt. We zien ook, mede op basis van een recent uitgevoerde benchmark, dat de organisatie nog niet goed in balans is. Er is meer prioritering nodig. Ook zijn we op enkele cruciale plekken onvoldoende concurrerend met onze arbeidsvoorwaarden, terwijl dat hard nodig is om de juiste mensen te werven én vast te houden.

2 Zie Raadsinformatiebrief (notubiz.nl), nr. 27, 20 februari 2024

3

De resultaten uit de benchmark worden nog nader geanalyseerd en daarna verwerkt tot een meerjarig personeelsplan, dat begin 2025 klaar is. Daarop vooruitlopend is in de begroting een extra uitgave opgenomen voor een gerichte reparatie van arbeidsvoorwaarden en voor opleiding (950.000 euro structureel). Daar tegenover staat een taakstelling van ongeveer 2,6 miljoen euro structureel (efficiencymaatregelen), ingeboekt vanaf 2026. Daarvan wordt 1,3 miljoen euro apart gezet als stelpost, bedoeld om de organisatie te versterken waar dat voor de schaalsprong noodzakelijk is. Verder doen we een extra investering in de steeds complexer wordende informatievoorziening, want tegenwoordig is zo ongeveer alles met elkaar verbonden. We moeten ervoor zorgen dat we een betrouwbare overheid blijven. Zo is een professionele dienstverlening steeds meer afhankelijk van digitale ontwikkelingen. Organisatiebreed moeten we verzekerd blijven van informatieveiligheid en hoge kwaliteit van data, en ook privacy-eisen vragen extra inzet.

Investeringsprogramma Het investeringsprogramma laat in één oogopslag zien waar de komende jaren onze investeringen in de stad gaan landen. Flinke bedragen zijn gereserveerd voor onderwijshuisvesting, voor diverse ontwikkelingen in het centrum, voor de leefbaarheid in de wijken, voor de ontwikkeling van Houtsdonk, het Stationskwartier en De Braak fase 2B, voor de fiets- en bereikbaarheidsagenda, voor verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed en voor cultuurprojecten. Verder leggen we geld opzij voor strategische grondaankopen, vooruitlopend op het nieuwe grondbeleid.

Ontwikkeling van de lastendruk Woonlasten De woonlastendruk voor een gemiddeld huishouden gaat in 2025 met 2,83% omhoog (bij een gemiddelde OZB-waarde van € 346.000). Dat is gelijk aan de inflatiecorrectie. Vertaald naar euro’s is dat een gemiddelde verhoging van 2 euro per maand/24 euro per jaar. Er vindt wel een zekere verschuiving plaats tussen de componenten die deze woonlastendruk bepalen. Het basistarief voor de afvalstoffenheffing gaat 1,3% omlaag (kostendekkend), maar de werkelijke kosten voor een huishouden zijn afhankelijk van de hoeveelheid (rest)afval die een huishouden aanbiedt. De rioolheffing laten we dalen met 9,1%; volgens de reguliere systematiek zou dat een stijging van 2,3% zijn geweest. Deze daling is mogelijk door meer ‘werk met werk’ te maken: investeringen vanwege klimaatveranderingen worden vaker gekoppeld aan regulier onderhoud en vervanging. De doelstelling van een klimaatbestendige stad in 2050 wordt dan nog steeds gehaald. Daartegenover staat een stijging van de OZB met 11,0%. Doordat de rioolheffing is gebaseerd op de omvang van een huishouden en de OZB op de waarde van het vastgoed, betekent dat in de praktijk dat mensen met een duurder huis hun woonlasten iets meer zien stijgen: ruim 5% bij een OZB-waarde van 648.000. Vertaald naar euro’s is dat een bedrag van 5,25 euro per maand/63 euro per jaar.

De sterkste schouders dragen zo de zwaarste lasten. Overige lasten In 2024 heeft er geen indexatie van de parkeertarieven plaatsgevonden; dat gebeurt namelijk tweejaarlijks. Dat verklaart dat het parkeertarief in 2025 wordt geïndexeerd met 9%, want de afgelopen jaren was de inflatie een stuk hoger. Overigens overwegen we om ook voor dit tarief vanaf dit jaar te gaan werken met een jaarlijkse indexering. De hondenbelasting wordt geïndexeerd met 2,8%; de inkomsten van die belasting worden overigens besteed aan de bestrijding van hondenoverlast en zijn daarmee nagenoeg kostendekkend.

4

Tenslotte de toeristenbelasting: die gaat voor overnachtingen omhoog van 1,50 euro naar 3,00 euro en voor de camping van 1,00 naar 2,00 euro. We gaan deze inkomsten meer koppelen aan uitgaven die voor toerisme en recreatie worden gedaan.

Behandelprocedure De bestuurlijke behandelprocedure van de Programmabegroting 2025-2028 is als volgt: · College van burgemeester en wethouders 17 en 24 september 2024 · Raad (Algemene beschouwingen en vaststelling) 05 november 2024

5

Portefeuilleverdeling Burgemeester Elly Blanksma (tot en met 1 november 2024) Openbare Orde & Veiligheid, Integriteit, Bestuurs- en Juridische Zaken en Kabinet & Protocol, Handhaving (coördinatie) en Public Affairs.

Burgemeester Sjoerd Potters (vanaf 6 november 2024) Openbare Orde & Veiligheid, Integriteit, Bestuurs- en Juridische Zaken en Kabinet & Protocol, Handhaving (coördinatie) en Public Affairs.

Wethouder Arno Bonte Duurzaamheid, Klimaatadaptatie, Mobiliteit, Energietransitie, Milieu, Openbare ruimte, Natuur en water, Nieuw Brandevoort, Wijkwethouder Brouwhuis.

Wethouder Erik de Vries Sociale Zaken, Armoedebeleid, Centrumontwikkeling, Schulddienstverlening, Participatiewet, Horeca, Vergunningen en Handhaving, Wijkwethouder Binnenstad en Centrum.

6

Wethouder Gaby van den Waardenburg Stedelijke Ontwikkeling, Wonen en grondzaken, Schaalsprong Brainport, Ruimtelijke ordening, Omgevingswet, Vastgoed, Straatnamencommissie, Wijkwethouder Dierdonk en Helmond-Noord.

Wethouder Harrie van Dijk Sport, WMO, Inclusie, Personeel en organisatie, Huis voor de Stad, De Braak, Wijkaccommodaties, Wijkwethouderschap (coördinatie), Antidiscriminatie en diversiteit, Wonen en zorg, Burgerzaken, Wijkwethouder Helmond-West en Brandevoort.

Wethouder Marita van Lierop Cultuur, Evenementen, Ouderenbeleid, Vrijwilligers en mantelzorgers, Stadsmarketing, Toerisme en recreatie, Monumenten, Dierenwelzijn, Afval, Wijkwethouder Rijpelberg en Helmond-Oost.

7

Wethouder Martijn de Kort Economie, Arbeidsmarkt, Innovatie, Financiën (inclusief inkoop), Automotive Campus, Arbeidsmigranten, Digitalisering, Glasvezelnetwerk, Regionale samenwerking, Deelnemingen, Wijkwethouder Stiphout/ Warande.

Wethouder Thomas Tuerlings Jeugd, Onderwijs, Gezondheid, Brede welvaart, Opgave Andere Overheid, Preventie, Inburgering, Brainport Voor Elkaar, Wijkwethouder Mierlo-Hout en Participatie (coördinatie).

Gemeentesecretaris Alexander Meijer Algemeen directeur ambtelijke organisatie, Secretaris college van burgemeester en wethouders.

8

2 Begroting in 1 oogopslag

9

10

3 Budgettair kader en financiële ontwikkelingen Algemeen Bij de start van deze bestuursperiode stond Helmond er financieel goed voor. Tegelijkertijd zagen we dat de onzekerheden groter waren dan in eerdere bestuursperiodes en dat deze onzekerheden deels ook buiten onze invloedssfeer liggen. Zoals in de inleiding van deze begroting al is aangegeven, is het financieel perspectief inmiddels flink veranderd. Dit heeft verschillende oorzaken: door een gewijzigde financieringssystematiek van het gemeentefonds lopen de inkomsten van gemeenten fors terug. In de afgelopen jaren is er een disbalans ontstaan tussen de taken die gemeenten moeten uitvoeren en de bekostiging daarvan. Dit speelt vooral in het Sociaal Domein bij de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet. Maar ook op andere beleidsterreinen hebben we te maken met forse kostenstijgingen. Het gevolg hiervan is dat de beleidsvrijheid van gemeenten steeds verder wordt uitgehold. In de Voorjaarsnota 2024 hebben we al aangegeven dat het maken van een goed financieel ‘plaatje’ voor de komende jaren complex is. De ingezette schaalsprong draagt op vele vlakken bij aan een sterker Helmond voor iedereen. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat de schaalsprong er ook toe leidt dat we nu extra moeten investeren, juist om van die groei een kwaliteitssprong te kunnen maken. Daarbij gaat ‘de kost voor de baat uit’.

We moeten strak sturen op een efficiënte begrotingsuitvoering, ruimte creëren voor kwantitatieve en kwalitatieve groei in de stad en in de organisatie, én zoeken naar creatieve manieren om deze opgave te dekken. Om het huidige takenpakket van gemeenten en ambities van het kabinet ongewijzigd te kunnen blijven uitvoeren is een verbetering van het meerjarig financieel perspectief noodzakelijk. Zoals ook uit deze begroting blijkt, is dat perspectief er niet op korte termijn. Vandaar dat we - in lijn met vorig jaar - het begrotingsadvies van de VNG en provincie volgen: • Maak boekjaar 2025 sluitend, rekening houdend met de wijze waarop de financiële toezichthouders omgaan met de incidentele korting van 2025. Stel voor de jaren 2026 en verder een begroting op waarin wordt uitgegaan van het benodigde voorzieningenniveau op basis van uw eigen afwegingen. Deze reële begroting zal mogelijk tekorten laten zien. • Voer geen bezuinigingen door op andere beleidsterreinen vanwege de groei van de kosten voor jeugdzorg. • Overweeg rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen rondom het BtwCompensatiefonds (BCF) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze begroting geeft een reëel beeld van de opgaven waar onze gemeente voor staat, waarbij we de tekorten die daardoor ontstaan inzichtelijk maken.

Dit is een tijdelijke oplossing; uiteindelijk moeten toekomstige begrotingen ook structureel sluitend zijn. Gezien de opgave waar we als gemeente voor staan, zal het college op drie terreinen besparingsmogelijkheden integraal in beeld brengen. Wij zullen in de Voorjaarsnota 2025 een pakket aan beheersmaatregelen presenteren die haalbaar zijn en die leiden tot een sluitende begroting in 2026 en verdere jaren. Landelijke ontwikkelingen Landelijk zien we de volgende ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op de financiële positie van gemeenten: •

Nieuw kabinet en Hoofdlijnenakkoord Conform onze uitgangspunten in de financiële verordening, baseren we de algemene uitkering van het gemeentefonds voor deze begroting op de meicirculaire van 2024. Bij de presentatie van het Hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet is aangekondigd dat dit akkoord nog verwerkt zou worden in een regeerprogramma en de Rijksbegroting 2025, die op Prinsjesdag 11

gepresenteerd is. Wij informeren uw raad via een raadsinformatiebrief (RIB) over de verwachte gevolgen voor de gemeentefondsuitkering. •

Netcongestie en de gevolgen ervan voor de beoogde woningbouwversnelling Door onvoldoende ruimte op het elektriciteitsnet ontstaat er op piekmomenten file: netcongestie. Hierdoor geeft de netbeheerder geen stroomaansluitingen meer af voor grootverbruikers. Denk bijvoorbeeld aan scholen en bedrijven. De verwachting is dat dit, met alle maatregelen die genomen worden, nog zeker tot 2035 een probleem blijft. Aanvragen worden via een vorm van prioritering door de netbeheerder afgehandeld. Alle woongebouwen krijgen de komende tijd nog wel een stroomaansluiting. Het aansluiten van woongebouwen verandert pas, als er congestie ontstaat op het laagspanningsnet. De netbeheerder kan niet aangeven of en wanneer Helmond te maken krijgt met laagspanningscongestie. Maar de kans dat we hier op de middellange termijn mee te maken krijgen lijkt reëel. Daarom gaan we voor de woningbouw slimme, netbewuste oplossingen zoeken. Daarnaast gaan we scenario’s uitwerken, zodat we voorbereid zijn. Qua prioritering leggen we de focus op projecten die het minst geraakt worden door het vraagstuk rondom netcongestie en het beste aansluiten bij onze volkshuisvestelijke opgave.

Budgettair beeld Bij deze meerjarenbegroting 2025-2028 is het onze inzet om de schaalsprong financieel toekomstbestendig vorm te blijven geven. Dit doen we vanuit de ambities uit het Ambitieakkoord, die in de vier programma’s van deze begroting terugkomen. De accenten die in de Voorjaarsnota gelegd zijn, komen daarin terug. ‘Brede Welvaart’ en de schaalsprong zijn hierin de verbindende opgaven. Zoals gesteld in de Voorjaarsnota, zoeken we de balans tussen het realiseren van ambities/opgaven en de beschikbare (structurele) middelen. Het doel is zorgen voor een sluitende begroting. Doordat de taken en middelen van gemeenten vanaf 2026 ernstig uit balans worden gebracht door het kabinet, moeten er vanaf dat jaar fundamentele maatregelen worden genomen. Dit doen wij idealiter op een manier die geen afbreuk doet aan onze doelen en ambities. Vandaar dat we de periode tot de Voorjaarsnota 2025 benutten om de keuzes en mogelijkheden, maar ook de gevolgen en impact hiervan, scherp te krijgen. Tegelijkertijd doet ook Helmond een dringend beroep op het kabinet om de taken en financiering van de gemeenten meer met elkaar in evenwicht te brengen. En hierbij ook extra aandacht te geven aan gemeenten die een flinke ontwikkeling doormaken en fors groeien qua aantal inwoners, zoals Helmond.

Indexeringen Jaarlijks passen we onze budgetten aan met de verwachtingen die we hebben voor loon- en prijsontwikkelingen. Dan doen we zowel voor de geraamde kosten als opbrengsten. De aanpassing die we doen, baseren we op landelijke ramingen van het Centraal Planbureau. Het percentage voor de loonkostenontwikkeling in 2025 is een inschatting, omdat de huidige CAO geldig is tot en met 31 december 2024. In de Voorjaarsnota stelden we voor om voor deze begroting een aantal indexen te hanteren. Op enkele punten passen we dit nu aan ten gevolge van de financiële situatie: • Prijsindex 1,6% • Lonen en sociale lasten 3,0% • Subsidies1 2,5% / 0,0%2 (VJN: 4,64%) • Onroerende Zaakbelasting (OZB)3 11,0% 12

• • •

Parkeertarieven4 Lokale heffingen Huuropbrengsten vastgoed

9,0% (VJN: 2,8%) 2,8% 3,6% (VJN: pm)

1. Het percentage voor subsidies is, vergeleken met de Voorjaarsnota, naar beneden bijgesteld. De opbrengst van deze maatregel zetten we deels in als dekkingsmaatregel om de begroting sluitend te krijgen. Daarnaast nemen we structureel € 1 miljoen op voor knelpunten en maatwerk. Daar waar nodig zetten we deze middelen in voor gerichte maatregelen. 2. Voor het sociaal domein stelt het college voor om een nullijn te hanteren. Dit is onderdeel van een pakket aan maatregelen om het tekort op dit domein terug te dringen. Dit wordt elders in deze begroting beschreven. 3. Hierbij gaan we uit van een tariefstijging van de woonlasten bij een gemiddelde woningwaarde in Helmond (€ 345.000) van 2,8%. De woonlasten voor een huiseigenaar bestaan uit afvalstoffenheffing, rioolheffing en onroerende zaakbelasting (OZB). Door een daling van zowel afvalstoffenheffing als de rioolheffing, komt de stijging voor de OZB in 2025 uit op 11%. Een nadere toelichting hierop is opgenomen in de paragraaf Lokale Heffingen. 4. Het parkeertarief indexeren we met 9,0%. De verklaring hiervoor is dat er in 2024 geen indexatie van de parkeertarieven heeft plaatsgevonden; dat gebeurt namelijk tweejaarlijks. De afgelopen jaren was de inflatie een stuk hoger en die werkt nu door in het tarief. Overigens stellen we voor om ook voor dit tarief vanaf 2026 te gaan werken met een jaarlijkse indexering.

Personele strategie In de Voorjaarsnota gaven we aan dat we een personele strategie gaan ontwikkelen die duidelijk moet maken wat we als organisatie kwalitatief en kwantitatief nodig hebben om onze gemeentelijke ambities waar te maken. Aan de ene kant moet onze uitvoeringscapaciteit dusdanig zijn dat we de lange termijn opgaven, die nodig zijn voor- maar ook voortvloeien uit- de Schaalsprong, aankunnen. Aan de andere kant moeten we investeren in onze aantrekkingskracht als werkgever. Onze arbeidsvoorwaarden moeten onze huidige medewerkers binden en nieuwe medewerkers boeien. In deze begroting stellen we geld beschikbaar voor het verbeteren van: • de primaire arbeidsvoorwaarden; • de secundaire arbeidsvoorwaarden; • de sociale cohesie, waaronder opleidingen. Tegenover deze impuls staat een taakstelling van € 2,6 miljoen vanaf 2026. Sociaal Domein De financiële verwachtingen voor het Sociaal Domein zijn niet goed. Wij verwachten verder stijgende tekorten op de budgetten voor de Jeugdzorg en Wmo, en afnemende compensatie door het Rijk. Open einde regelingen en verplichtingen voor het garanderen van kwaliteit en continuïteit van zorg, geven een flinke druk op de gemeentelijke financiën. Tegelijkertijd hebben wij hierdoor maar zeer beperkte mogelijkheden om bij te sturen. We zoeken de oplossingen voor deze opgave in de volle breedte van het Sociaal Domein.

Doel is om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting voor de komende jaren. Als blijkt dat de opgave te groot is om alleen door het Sociaal Domein gedragen te worden, moeten wij de afweging maken binnen het totaal van de gemeentelijke begroting. Voor 2025 geldt dat er reeds maatregelen genomen worden om de kosten beheersbaar te houden. In bijlage 6.13 van deze begroting zijn deze maatregelen opgenomen.

13

Investeringsprogramma en reserve grote projecten Onze investeringsportefeuille blijft onverminderd groot. Zoals aangegeven in de Voorjaarsnota, hebben we ons investeringsprogramma in de aanloop naar deze begroting opnieuw beoordeeld. De komende periode blijven wij scherp kijken naar nut, noodzaak en tempo van investeringen. Externe ontwikkelingen (zoals de netcongestie) maken dat we niet altijd het tempo kunnen maken dat onze stad nodig heeft. Volgens onze bekostigingssystematiek van de investeringen hanteren we een gesloten systeem. Dit houdt in dat we het budget dat beschikbaar komt, wanneer investeringen volledig zijn afgeschreven, inzetten om nieuwe investeringen te bekostigen. Hiermee kunnen we jaarlijks vervangingsinvesteringen doen en de ruimte die resteert inzetten voor nieuwe initiatieven. De komende jaren komen er forse opgaven op ons af. Daarom hebben we bij de meerjarenbegroting 2024 besloten tot een stapsgewijze ophoging van het investeringsbudget, het zogenoemde kapitaallastenplafond. In lijn met deze besluitvorming hogen we het kapitaallastenplafond ook in deze begroting op met structureel € 1 miljoen vanaf de jaarschijf 2028. Daarnaast zien we in de jaarschijven 2025-2027 een onderbesteding op het kapitaallastenplafond.

Deze verwachte beschikbare ruimte in de kapitaallasten voor de jaren 2025 en 2026 voegen we toe aan de vorig jaar ingestelde reserve grote projecten. Reserve Woningbouwfonds Voorgesteld wordt een nieuwe reserve in te stellen om de woningbouwproductie vlot te trekken en knelpunten weg te nemen die de productie in de weg staan. Over een periode van 4 jaren wordt in totaal € 10 miljoen in deze reserve gestort. Dit bedrag onttrekken we aan de algemene reserve. Deze reserve wordt in de komende jaren onder meer ingezet voor: • Financiële ondersteuning van projecten op het gebied van parkeren, openbare ruimte etc.; • Cofinanciering voor subsidies/externe bijdragen voor grotere woningbouwprojecten in de stad; • Inzetten van incidentele capaciteit in de keten (planjuristen, planeconomen, verkeerskundigen). Schaalsprong Een deel van onze financiële positie wordt beïnvloed door exploitatie-uitgaven en investeringen die we nu doen om de beoogde kwalitatieve schaalsprong te realiseren. Dat betekent dat we nu uitgaven doen, die we niet zouden doen als we die ambitie als stad niet hadden. Hiervoor krijgen wij geen aparte financiële middelen. Ofwel: een gemeente die deze opgave niet heeft, heeft meer financiële ruimte voor overige opgaven.

De afgelopen jaren is de basis gelegd voor een schaalsprong richting 2040, en vanaf begrotingsjaar 2022 hebben we ook jaarlijks middelen beschikbaar gesteld. Hierbij kijken we verder dan ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. We kijken bijvoorbeeld ook naar maatregelen op het gebied van jeugd en onderwijs, cultuur en recreatie en veiligheid. Met de beschikbare middelen geven we de komende jaren een blijvende impuls aan de bouw van woningen, het ontwikkelen van werklocaties, de mobiliteitstransitie en voorzieningen, met als doel het kwaliteitsniveau van de stad en het leefklimaat voor onze inwoners duurzaam en structureel te verbeteren. Dit past bij de lijn die de raad heeft vastgesteld bij het Verstedelijkingsakkoord, Omgevingsvisie en voorgaande begrotingen.

14

In onderstaande tabel hebben we inzichtelijk gemaakt wat de impact van deze ontwikkelingen is op de begroting 2025-2028. Het betreft een globaal beeld dat duidelijk maakt wat de ruimte in de begroting is, als we geen middelen inzetten voor de schaalsprong. Daarnaast kunnen we dit overzicht gebruiken in de gesprekken met ondermeer het rijk, over extra middelen die nodig zijn voor de schaalsprong. In het komende jaar werken we dit verder uit. (bedragen x € 1.000 / - is negatief)

2025 1.729 5.500 7.229

Saldo Programmabegroting 2025-2028 Schaalsprong (intensiveringen) Uitgangpunt begroting excl. inzet schaalsprong

3.1

2026 -2.826 5.400 2.574

Grondslagen begroting

In de begroting 2025 hanteren we de onderstaande grondslagen en uitgangspunten: Omschrijving

Grondslagen

Lonen en sociale lasten

3,0%

Prijzen

1,6%

Gemeentefondsuitkering

Meicirculaire 2024

Onroerendezaakbelasting

WOZ-waarde en tariefindex 11,0%

Overige lokale heffingen: •

Afvalstoffenheffing / rioolheffing

Kostendekkend

•

Overige heffingen

Zie paragraaf lokale heffingen

Parkeertarieven

9,0%

Tarieven

Kostendekkend

Omslagrente

1,0%

Aantal inwoners

96.640

Aantal woningen (exclusief recreatie)

43.615

15

2027 1.997 5.400 7.397

2028 -572 5.400 4.828

3.2

Budgettair kader

De voorbereiding van deze programmabegroting 2025-2028 startte met de Voorjaarsnota 2024. In de Voorjaarsnota informeerden we uw raad over het budgettair kader voor de begroting 2025, met als vertrekpunt het meerjarig beeld zoals vastgesteld in de meerjarenbegroting 2024-2027. Dit beeld wijzigt door verschillende autonome ontwikkelingen en nieuwe ambities waarvan de uitwerking plaatsvindt in deze meerjarenbegroting 2025-2028. Nieuwe ambities hebben we afgewogen tegen de beschikbare middelen. Daarbij hebben we ook gekeken naar continuïteit van al ingezet beleid. Deze afweging resulteert in een begroting die in 2025 en 2027 een positief saldo heeft van € 1,7 en € 2,0 miljoen. De jaren 2026 en 2028 en verder laten daarentegen een tekort zien van € 2,8 en € 0,6 miljoen. Deze bedragen leest u af in de laatste regel van de tabel hieronder. - is negatief / (bedragen x € 1.000)

Actuele begroting 2025-2028

2025

Budgettair beeld

2026

Begroting

Bezuinigingsopgave 2025-2028 Saldo begroting 2024-2027 Saldo actuele begroting 2024-2027

2028

Meerjarenbegroting

0

Nieuwe ontwikkelingen begroting 2025-2028

2027

2025

-3.466 -3.466 2026

-2.570 -5.001 -7.571

-2.570 -5.001 -7.571

2027

2028

6.304 1.600

14.478 1.600

15.507 1.600

850 1.363 2.200 100 160 2.200 5.000 2.570 30.521

-1.215 872 2.200 100 160 2.200 5.000 2.570 28.994

Beschikbare bestedingsruimte Gemeentefondsuitkering Beschikbare ruimte uit verwachte onderbesteding BCF 2024 Reservering nieuw beleid/grote opgaven 2025 Ruimte/tekort kapitaallastenbudget Herziene berekeningssystematiek voorziening verliesgevend grondexploitaties Opbrengst onroerend zaakbelastingen (OZB) Opbrengst toeristenbelasting Opbrengst indexering parkeertarieven Verlaging indexering subsidiebudgetten Besparingsopgave Taskforce ruimtelijk, economie en cultuur Besparingsopgave Taskforce Concern Totaal beschikbare bestedingsruimte

-2.564 1.600 15.106 3.700 1.655 2.200 100 160 2.200

24.157

1.560 1.614 2.200 100 160 2.200 4.000 2.570 22.308

Toevoeging ruimte kapitaallastenbudget aan reserve grote opgaven/projecten Reservering voor loon- en prijsontwikkeling 2025 Reservering voor maatwerk subsidieontwikkeling Autonome ontwikkelingen Beleidsintensivering Totaal besteding beschikbare ruimte

-3.700 -2.920 -1.000 -8.725 -6.080 -22.425

-1.560 -2.920 -1.000 -11.975 -4.215 -21.670

-2.920 -1.000 -12.675 -4.359 -20.954

-2.920 -1.000 -13.675 -4.400 -21.995

1.729

-2.826

1.997

-572

Saldo ontwerp begroting 2025-2028

Toelichting op de tabel In de tabel hebben we uiteengezet hoe het meerjarig beeld uit de begroting 2024-2027 wijzigt met als resultaat een bijgesteld meerjarig beeld voor de begroting 2025-2028. In de Voorjaarsnota hebben we u al geïnformeerd over verschillende, autonome ontwikkelingen waar we weinig tot geen invloed op hebben. In deze meerjarenbegroting hebben we aanvullende ontwikkelingen maar ook nieuwe ambities opgenomen. In de begroting maken we onderscheid tussen structurele (jaarlijks terugkerende) en incidentele (minder dan 4 jaren beschikbaar) baten en lasten. Dit onderscheid maken we in de tabellen zichtbaar door de aanduiding S (structureel) of I (incidenteel). 16

De begroting is in 2025 structureel in evenwicht. Hiermee voldoen we aan de regelgeving. De provincie toetst hierop vanuit haar rol als toezichthouder. Ook in 2027 laat de begroting een positief saldo zien. In 2026 en vanaf 2028 gaan we de min in. Daarnaast ontkomen we er niet aan om aanvullende besparingsopgaven op te nemen. In paragraaf 3.3 'Beschikbare bestedingsruimte' lichten we de verschillende componenten toe die in de tabel staan. Beschikbare bestedingsruimte is financiële ruimte die enerzijds ontstaat door externe ontwikkelingen, zoals extra opbrengsten uit de gemeentefondsuitkering, maar ook het verlagen van de kosten en het verhogen van de opbrengsten. Besteding beschikbare ruimte: de financiële ruimte die ontstaat, zetten we in voor beleidsintensiveringen. Een overzicht hiervan is opgenomen in paragraaf 3.4. In de afzonderlijke programma's lichten we deze vervolgens toe. De beleidsintensiveringen doen zich voor als gevolg van nieuwe ontwikkelingen en bijstellingen ten aanzien van het bestaande beleid. In het saldo van de Programmabegroting 2025-2028 zijn alle op het moment van opstellen van deze begroting bekende ontwikkelingen verwerkt, inclusief de meicirculaire 2024 van het gemeentefonds.

3.3

Beschikbare ruimte

In deze paragraaf geven we inzicht in de financiële uitgangspositie voor de begroting 2025-2028 en de beschikbare bestedingsruimte.

Beschikbare ruimte gemeentefonds In de Voorjaarsnota 2024 informeerden wij uw raad over de beschikbare financiële ruimte in de gemeentefondsuitkering. Deze was gebaseerd op de september- en decembercirculaire 2023 en de Voorjaarsnota van het Rijk. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2025-2028 hebben we deze, conform onze uitgangspunten, geactualiseerd volgens de meicirculaire 2024. In onderstaande tabel laten we het totaaleffect zien van de beschikbare ruimte in de gemeentefondsuitkering voor het meerjarenperspectief van de begroting 2025.

Ontwikkeling van de gemeentefondsuitkering in de meicirculaire 2024 In de meicirculaire 2024 heeft de wijziging van de gemeentefondsuitkering een positief effect op de beschikbare, financiële ruimte voor de begroting 2025-2028 vergeleken met het beeld bij de Voorjaarsnota 2024. De beschikbare ruimte neemt toe met € 1,4 miljoen in 2025 oplopend naar € 2,4 miljoen in 2028. Raming BTW Compensatiefonds (BCF) Gemeenten mogen voor hun overheidstaken eventuele in rekening gebrachte BTW declareren bij het BCF. Wanneer de declaraties van alle gemeenten samen bij het BCF lager uitvallen dan er aan budget beschikbaar is, wordt het restant toegevoegd aan de algemene uitkering van het 17

gemeentefonds. Andersom geldt dat wanneer gemeenten meer declareren, een uitname wordt gedaan uit het gemeentefonds ten gunste van het BCF. De afrekening vindt jaarlijks plaats in de meicirculaire. Gemeenten mogen in de ramingen in hun begroting en meerjarenraming rekening houden met de ruimte vanuit de (toekomstige) onderbesteding op het BCF. Omdat de hoogte van deze ruimte erg onzeker is, zijn in het verleden afspraken gemaakt tussen de gezamenlijke toezichthouders en het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) over wat een reële hoogte van deze ruimte is. De afspraak is dat de laatst gerealiseerde ruimte uit het BCF de maximaal toegestane ruimte is die gemeenten mogen ramen in hun begroting en meerjarenraming. Deze gerealiseerde ruimte maakt het Rijk jaarlijks bekend in de meicirculaire. Voor de raming in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 mag dus de definitieve afrekening van het jaar 2023 gebruikt worden. Tot op heden hebben wij het niet nodig gevonden om in onze begroting op voorhand rekening te houden met deze ruimte. Dit ook vanwege de onzekerheid van de hoogte van het bedrag. Echter gezien de beperkte structurele ruimte die we op dit moment hebben, en gezien de (financiële) uitdagingen waar we als gemeente voor staan, achten we het verantwoord om van deze mogelijkheid gebruik te maken.

Hiermee volgen we ook het advies van de VNG op om rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen rondom het BCF. Voorzichtigheidshalve ramen we niet het hele bedrag maar de helft. Dat komt neer op € 1,6 miljoen. De definitieve afrekening 2023 uit het BCF voor Helmond was € 3,2 miljoen, in eerdere jaren was deze lager. Taakgebonden wijzigingen en wijzigingen decentralisatie- en integratie-uitkeringen Het gemeentefonds (GF) bestaat uit de algemene uitkering (AU), decentralisatie-uitkeringen (DU’s) en integratie-uitkeringen (IU’s). De AU is de grootste component. De omvang van de AU wijzigt door algemene wijzigingen en taakgebonden wijzigingen. De algemene wijzigingen beïnvloeden de financiële ruimte van gemeenten omdat ze geen veranderingen kennen voor het takenpakket. De taakgebonden wijzigingen hebben wel betrekking op de taken van een gemeente en hebben dus corresponderende gevolgen voor inkomsten en uitgaven. Dit laatste geldt ook voor de DU’s en de IU’s. Ons beleid voor de taakgebonden wijzigingen en de wijzigingen voor de decentralisatie- en integratieuitkeringen is dat we ze 1-op-1 verrekenen met het beleidsveld (lees: begrotingsbudget) waar ze betrekking op hebben. Hieronder hebben we drie tabellen opgenomen waarin deze wijzigingen zijn weergegeven. Een inhoudelijke toelichting op deze wijzigingen leest u in raadsinformatiebrief 1052024 over de meicirculaire 2024.

18

Beschikbare ruimte overig Reservering nieuw beleid/grote opgaven 2025 In de begroting 2024-2027 hadden we in het begrotingsjaar 2025 een incidenteel overschot van ruim € 15 miljoen. Dit hielden we beschikbaar. In deze begroting zetten we dit bedrag volledig in. Ruimte/tekort kapitaallastenbudget Wanneer we de uitgavenplanning van de investeringen wijzigen, heeft dat effect op de ruimte in het kapitaallastenbudget. In de jaren 2025-2027 is dit effect positief doordat we investeringen temporiseren. Vanaf 2028 slaat dit beeld om vanwege het extra beslag dat we in de latere jaren leggen op het kapitaallastenbudget. De ruimte vanaf 2027 maakt onderdeel uit van het begrotingsresultaat. In 2025 en 2026 voegen we de (incidentele) ruimte in het kapitaallastenbudget toe aan de reserve grote projecten. Deze reserve is bij de programmabegroting 2024-2027 ingesteld om te sparen voor grote opgaven. Daarbij is de afspraak gemaakt dat we jaarlijks in het begrotingsproces bekijken welke incidentele middelen we aan de reserve kunnen toevoegen Dit gezien de relatie van deze reserve met de investeringen voor grote opgaven als schaalsprong, verduurzaming en maatschappelijke opgaven.

Herziene berekeningssystematiek voorziening verliesgevende grondexploitaties Wanneer we een grondexploitatie openen met een verwacht verlies, zijn we volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht om een voorziening te treffen voor het verwachte verlies. Tot op heden berekenden we dat verlies tegen de contante waarde van het verlies, waarbij we jaarlijks 2% van het verlies moesten storten in een voorziening om uiteindelijk het verlies tegen eindwaarde te kunnen dekken. In de nota grondbeleid 2024 is voorgesteld om de voorziening in 1 keer op te hogen naar eindwaarde. De jaarlijkse storting in de voorziening is daarmee niet meer nodig en levert een voordeel op dat (op basis van de huidige grondportefeuille) afloopt naar € 872.000 structureel. Opbrengst onroerende zaakbelastingen (OZB) De verhoging van het tarief voor de OZB levert extra inkomsten op van structureel € 2,2 miljoen. Een toelichting op de tariefsverhoging leest u in de paragraaf 'lokale heffingen'. Opbrengst toeristenbelasting De tariefsverhoging voor overnachtingen en de camping levert samen een extra inkomst op van € 100.000.

19

Opbrengst indexering parkeertarieven De hogere indexering van de parkeertarieven door de systematiek van tweejaarlijkse indexering levert € 160.000 aan inkomsten op. Vanaf de begroting 2026 indexeren wij deze tarieven jaarlijks. Verlaging indexering subsidiebudgetten Het beperken van de indexering van subsidies tot 2,5% levert € 2,2 miljoen structureel op. Een deel hiervan (€ 1,0 miljoen) houden we overigens beschikbaar voor het toepassen van maatwerk wanneer we dit noodzakelijk achten. Zoals aangegeven stelt het college voor om voor het sociaal domein een nullijn te hanteren, als onderdeel van een pakket aan maatregelen om het tekort op dit domein terug te dringen. Dit wordt elders in deze begroting beschreven. Besparingsopgave ruimtelijk, economie en cultuur en Concern De komende jaren loopt het tekort in het sociaal domein verder op. We kiezen ervoor om een deel van de besparingen te zoeken binnen het sociaal domein zelf, maar ook op zoek te gaan naar maatregelen op andere terreinen om ruimte te houden voor nieuw beleid en eventuele verdere tekorten van het sociaal domein op te kunnen vangen. Voor 2026 en verder gaan we over de volle linie inventariseren wat de opties zijn. We gaan op drie terreinen hiermee aan de slag.

De besparingsopgaven op het terrein “ruimtelijk, economie en cultuur” en op het terrein van het “concern” beschouwen we als algemene dekkingsmiddelen en staan om die reden in de tabel in paragraaf 3.2. 'Budgettair kader'. De besparingsopgave op het terrein van het sociaal domein hebben we opgenomen in het programmahoofdstuk 2 in de tabel 'autonome ontwikkelingen' omdat deze specifiek gericht is om het tekort in het sociaal domein te beperken. De werkzaamheden starten in het najaar van 2024, en de resultaten presenteren we in de Voorjaarsnota van 2025.

3.4

Besteding beschikbare ruimte

In paragraaf 3.3 heeft u inzicht gekregen in de financiële uitgangspositie voor de programmabegroting 2025-2028 en de beschikbare bestedingsruimte. In deze paragraaf gaan we in op de besteding van die ruimte. De bestedingen die aangeduid zijn met een I zijn incidenteel en die met een S zijn structureel.

3.4.1 Besteding beschikbare ruimte voor autonome ontwikkelingen

20

In de voorjaarsnota 2024 hebben we u onderstaand overzicht gepresenteerd van zogenoemde autonome ontwikkelingen waar we bij de besteding van de beschikbare ruimte rekening mee moeten houden. Deze hebben we ook toegelicht. Het gaat om ontwikkelingen met meerjarige, budgettaire gevolgen die zich tijdens het jaar voordoen én waar we als gemeente geen directe invloed op kunnen uitoefenen of ontwikkelingen waar al eerder over besloten is. Deze ontwikkelingen hebben we in deze begroting verwerkt. Na de Voorjaarsnota hebben zich aanvullende, autonome ontwikkelingen voorgedaan. Deze staan in de tabel hieronder. De toelichting hierop is opgenomen in het betreffende programmahoofdstuk. - Is negatief (bedragen x 1.000)

Progr. Autonome ontwikkelingen 1 Uitrol van Kansrijk in andere wijken 1 dekking: reserve Sociale Stad 1 Herziene systematiek uitvoeringsbijdrage GR Senzer 1 Duurzaam financieel houdbaar Sociaal Domein 1 dekking: reserve Sociaal Domein 1 dekking: besparingsopgave Taskforce Sociaal Domein 1 Opvang statushouders in Buitenjan Veldhoven 1 dekking: reserve nieuwkomers 1 Programmateam Asiel en Migratie 1 dekking: reserve nieuwkomers 1 dekking: specifieke uitkering opvang ontheemden Oekraïne Totaal programma 1: Meedoen, rondkomen, vooruitkomen 2 MRE regionale bekostigingssystematiek schaalsprong 2 Dekking: reserve grote opgaven/projecten 2 Interne crisisorganisatie Totaal programma 2: Duurzaam en Leefbaar 3 Samenwerking regionaal bedrijventerreinen Totaal programma 3: Economisch vitaal en aantrekkelijk 4 Bijdrage VNG Congres 2025 in Brainportregio 4 dekking: reserve regionale samenwerking 4 Opvang paspoortenpiek 4 Personele strategie 4 Versterken Strategie 4 Representatie Totaal programma 4: Bestuur en organisatie AD Domeinarchitectuur AD Altijd Verbonden AD Capaciteit voor Functioneel en Applicatiebeheer AD Datagedreven werken Totaal Algemene dekkingsmiddelen

2025 102 -102 1.400 10.182 -6.000 -3.282 64 -64 929 -663 -266 2.300

2026 102 -102 1.400 14.937 -4.000 -6.937 47 -47

5.400

5.400

215 215 100 100 95 -95 156 950 98 150 1.354 128

160 160

160 160

156 950 98 150 1.354 383

907 151 1.186

Totaal

5.155

21

2027 98 -98 1.400 14.943 -10.943

2028 I/S I I 1.400 S 14.970 S I -10.970 S I I I I I 5.400 220 I -220 I 160 S 160 I

907 151 1.441

156 950 98 150 1.354 383 600 907 151 2.041

156 950 98 150 1.354 383 600 907 151 2.041

8.355

8.955

8.955

I I I S S S S S S S

3.4.2

Besteding beschikbare ruimte voor beleidsintensiveringen

Naast de kosten die de autonome ontwikkelingen met zich mee brengen, zetten we de beschikbare ruimte ook in om gerichte beleidsintensiveringen te bekostigen. Hiermee geven we op een duurzame manier invulling aan de uitdagingen die we als gemeente op meerdere aandachtsgebieden hebben. Deze intensiveringen staan in onderstaande tabel. Een toelichting op deze kosten leest u ook in het betreffende programmahoofdstuk. (bedragen x € 1.000 / - is negatief)

Progr. Beleidsintensiveringen 1 Meerjarenonderhoudsprogramma (MJOP) onderwijshuisvesting 1 Versterken programmeren integraal huisvestingsplan (IHP) fase 2 1 Verdere uitwerking IHP Sport/accommodatiebeleid Totaal programma 1: Meedoen, rondkomen, vooruitkomen 2 Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2 Dekking: reserve bouwleges 2 Reserve woningbouwfonds 2 Dekking: algemene reserve 2 Ondersteuning MRE Wonen 2 Gebiedsontwikkeling, strategie & onderzoeken 2 Sociale activiteiten - Wijkontwikkelingsplan (WOP) Rijpelberg 2 Toezicht en handhaving 2 Uitvoeringsmasterplan jeugd, ondermijning, digitale criminaliteit 2 Energiehuis 2 Wijkuitvoeringsplannen transitievisie Warmte 2 Aanjaagteam netcongestie 2 Deelmobiliteit, vraaggericht openbaar vervoer (OV) 2 Randvoorwaarde mobiliteitstransitie - Julianalaan 2 Aanvullende indexering budgetten realisatie en beheer 2 Reiniging wegen Totaal programma 2: Duurzaam en Leefbaar 3 Exploitatie Kunsthal 3 Onderscheidende evenementen 3 Uitvoeringsbudget Cultuurvisie 3 Uitvoeringsbudget Erfgoedvisie Totaal programma 3: Economisch vitaal en aantrekkelijk 4 Aanvraag Wijkgericht Werken bij de begroting 4 Noodhulp 4 Contractmanagement Totaal programma 4: Bestuur en organisatie AD Artikel 213a Totaal algemene dekkingsmiddelen

Budget vóór intensivering 871 0 0 0 0 0 0 0 490 9 2.133 752 0 0 0 0 0 4.455 3.364 0 557 460 217 0 0 1.300 86

Totaal

3.4.3

2025 250 250 250 750 75 -75 2.500 -2.500 45 750 75 130 515 190 60 100 300 125 1.510 195 3.995

2026 250 250

2027 250 250

500

500

2.500 -2.500 45 600 75 130 355

2.500 -2.500 45 600 75 195 305

60

60

300

300

620 195 2.380

630 195 2.405 289 100 500 200 1.089

100 500 200 800 170 30 235 435 100 100

100 500 200 800 170 30 235 435 100 100

6.080

4.215

30 235 265 100 100

2028 I/S 250 S 250 S I 500 I I 2.500 I -2.500 I 45 S 600 S 75 S 265 S 305 S I 60 S I 300 S I 630 S 195 S 2.475 260 S 100 S 500 S 200 S 1.060 I 30 S 235 S 265 100 S 100

4.359

4.400

Overige technische mutaties

In deze begroting zijn ook wijzigingen opgenomen die voortkomen uit bestaand beleid, en in deze begroting geëffectueerd worden in de individuele begrotingsjaren, oftewel de zogenoemde ‘overige technische mutaties’. Deze zijn budgettair neutraal. De wijzigingen betreffen de volgende onderdelen: • De ramingen van de wijzigingen in de diverse grondexploitatieprojecten; • De ramingen van de inzet van de, door de raad geautoriseerde, onttrekkingen aan de bestemmingsreserves. Een overzicht van alle verrekeningen met reserves staat in bijlage 6.5 'Reserves en voorzieningen'; • De ramingen van de (gewijzigde en nieuwe) kapitaallasten die voortvloeien uit de investeringen; • De verwerking van de nominale ontwikkelingen (loon- en prijscompensatie) op basis van de afgesproken percentages; • De actualisatie van de doorbelasting van de salariskosten (uren) naar de diverse programma's.

22

3.5

Investeringen

De onderstaande investeringsvoorstellen voor de jaarschijf 2025 worden opgenomen in het Investeringsprogramma 2025 (verder IVP). De investeringsvoorstellen die opgenomen zijn in de jaren 2026-2028 komen op de lijst met "kansrijke investeringen", tenzij vermeld is dat deze meerjarig worden vastgesteld. Conform onze nota investeringsbeleid vindt afweging hierover plaats in de betreffende jaarschijf; voor 2026 is dit de begroting 2026-2029. De kapitaallasten van het Investeringsprogramma 2025 en van de meerjarig vastgestelde investeringen zijn bij deze begroting volledig en meerjarig gedekt. Tot en met 2024 werden de investeringen voor het betreffende begrotingsjaar bij het vaststellen van de begroting ook meteen als krediet beschikbaar gesteld. Als gevolg hiervan is in de afgelopen jaren een ‘boeggolf’ aan openstaande kredieten ontstaan. Ter voorkoming hiervan, vragen we de raad om een mandaat voor de investeringen in 2025. Pas nadat ons college heeft ingestemd met een onderbouwd projectplan, wordt het krediet ook daadwerkelijk beschikbaar gesteld.

Ten opzichte van de kansrijke investeringen die in de begroting 2024 voor de jaarschijf 2025 waren opgenomen, zijn de volgende nieuwe investeringen toegevoegd: • De Braak fase 2B Sport € 500.000 (totaal meerjarig € 4.300.000) • Kunstgrasveld Sportpark Brandevoort € 580.000 • Herontwikkeling sportaccommodatie Mierlo-Hout € 1.500.000 • Sportaccommodatie Hockeyclub Helmond € 1.500.000 • Landschapspark Kloostereind € 2.000.000 • Parkeergarage Piet Blomplein/Elzaspassage € 1.364.000 • Strategische grondaankoop regisserende verwervingen € 5.000.000 • Strategische grondaankoop strategische verwervingen € 2.500.000 • Kunsthal € 2.640.000 Het totaal aan ramingen investeringsprogramma jaarschijf 2025 is gewijzigd ten opzichte van jaarschijf 2025 uit de begroting 2024. Door een realistische raming zijn een aantal investeringen (gedeeltelijk) verschoven naar latere jaren. Mocht blijken dat investeringen toch eerder nodig zijn, dan leggen we dit via een apart raadsvoorstel of een berap aan de raad voor. Het totaal aan ramingen kansrijke investeringen jaarschijf 2026 is aanzienlijk toegenomen ten opzichte van jaarschijf 2026 begroting 2024. De oorzaak is een aantal nieuwe kansrijke investeringen die zijn toegevoegd aan jaarschijf 2026. De grootste is Parkeergarage Piet Blomplein/Elzaspassage waarbij de raming voor jaarschijf 2026 € 17.544.000 is. (Bedragen x € 1.000)

Progr. Investeringsprogramma 2025

2025 IVP

2026 2027 Kansrijke investeringen

2028

Totaal

Vervangingsinvesteringen 1 Speelvoorzieningen 1 Speelvoorzieningen - ophoging begroting 2024 1 Vervanging sportvelden 1 Vervanging sportvelden en inrichtingselementen - ophoging begroting 2024 2 Wegen regulier 2 Wegen regulier - ophoging begroting 2024 2 Opwaarderen openbare verlichting 2 Vervanging verkeerregelinstallaties (VRI's) 2 Openbaar groen 2 Vervanging bomen 2 Vervanging natuur en recreatie 2 Kasteel Traverse 2 Kasteel Traverse - ophoging tov begroting 2024 2 Deurneseweg 2 Deurneseweg - ophoging tov begroting 2024 2 Rioleringszorg (kostendekkend via rioolrecht) 2 Dekking rioolrecht 2 Vervanging containers 2 Dekking afvalstoffenheffing AD Onderhoud en vervanging van de ICT-infrastructuur AD Onderhoud en vervanging van de ICT-infrastructuur - wijziging begroting 2024 Realistische raming vervangingsinvesteringen (exclusief dekking)

Nieuw beleid

250 300 465 730 3.600 -300 700 1.870 450 450 150 1.250 0 0 0 2.255 -2.255 60 -60

250 200 330 515 5.000 -400 700 1.870 450 450 150 0 0 1.800 300 2.405 -2.405 60 -60

250 200 330 270 5.000 -1.800 700 800 450 450 150 0 0 0 0 2.505 -2.505 60 -60

135 10 16.925

323 200 12.753

1.202 150 15.432

1.202 -889 9.678

1.150 960 1.515 1.455 17.200 -1.000 2.800 6.250 1.800 1.800 675 2.950 3.290 1.800 300 9.270 -9.270 240 -240 2.862 -529 54.788

500 580 PM 1.500 1.500

600 0 0 1.500 1.500

700 0 0 0 0

2.500 0 0 0 0

4.300 580 0 3.000 3.000

23

1 De Braak fase 2B Sport* 1 Kunstgrasveld Sportpark Brandevoort 1 Herontwikkeling sportaccommodatie Mierlo-Hout** 1 Herontwikkeling sportaccommodatie Mierlo-Hout - verhoging begroting 2024 ** 1 Hockeyclub Helmond**

400 260 390 -60 3.600 1.500 700 1.710 450 450 225 1.700 3.290 0 0 2.105 -2.105 60 -60

(Bedragen x € 1.000)

Progr. Investeringsprogramma 2025

2025

2026

IVP

Kansrijke investeringen

1 De Braak fase 2B Sport*

500

600

1 Kunstgrasveld Sportpark Brandevoort

580

0

1 Herontwikkeling sportaccommodatie Mierlo-Hout**

PM

1 Herontwikkeling sportaccommodatie Mierlo-Hout - verhoging begroting 2024 ** 1 Hockeyclub Helmond**

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14566032/1