CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 086 3. ETFAL (ruimtelijke onderbouwing)

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente HelmondBij agendapunt: Bindend adviesrecht omgevingsvergunning plan 'Ons Francien' aan de Bestevaer Helmond30.277 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

bestemmingsplan

Helmond Ons Francien - 68 woningen Helmond

DATUM IMRO IDN

13 juni 2025 NL.IMRO.0794.OnsFrancienHelmond-0001

PROJECT PROJECTLEIDER

Ons Francien Rob Verkooijen

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Woonpartners 20240960

AUTEUR STATUS

Rho Adviseurs ontwerp

Inhoudsopgave Onderbouwing

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Projectgebied

6

1.3

Afwijking (tijdelijk) omgevingsplan

7

1.4

Leeswijzer

8

Huidige situatie

9

2.1

Ruimtelijk

9

2.2

Functioneel

12

Toekomstige situatie

13

3.1

Ruimtelijk

13

3.2

Functioneel

18

Toetsing aan omgevingsplan en wetgeving

20

4.1

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden

20

4.2

Strijdigheden met omgevingsplan

23

Hoofdstuk 5

Visie en beleid op de locatie

24

5.1

Nationaal beleid

24

5.2

Provinciaal beleid

29

5.3

Regionaal beleid

34

5.4

Gemeentelijk beleid

36

Hoofdstuk 6

Omgevingsaspecten

43

6.1

Inleiding

43

6.2

M.e.r.-beoordeling

43

6.3

Externe veiligheid

45

6.4

Geluid

47

6.5

Luchtkwaliteit

55

6.6

Geur

57

6.7

Bodem

59

6.8

Trillingen

63

6.9

Milieubelastende activiteiten

65

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

3/97

6.10

Natuur en stikstof

66

6.11

Water

70

6.12

Archeologie

80

6.13

Cultuurhistorie

81

6.14

Verkeer en parkeren

83

6.15

Groen

86

6.16

Duurzaamheid

88

6.17

Gezondheid

89

Uitvoerbaarheid

94

7.1

Financiële uitvoerbaarheid

94

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

94

Hoofdstuk 8

Voorbereiding en participatie

96

Participatie

96

Hoofdstuk 7

8.1

4/97

Onderbouwing

5/97

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In het zuidelijke deel van de wijk Helmond-Oost, tussen de Bestevaer en Deurneseweg liggen 4 percelen die in eigendom zijn van woningcorporatie Woonpartners. De betreffende percelen zijn nu in gebruik als openbaar groen. Woonpartners heeft deze percelen in samenspraak met de gemeente Helmond aangewezen als geschikt voor nieuwbouw. In combinatie met Fijn wonen heeft Woonpartners het voornemen om op deze locatie 4 nieuwe appartementengebouwen te realiseren onder de projectnaam "Ons Francien". Het is de bedoeling om in totaal 68 appartementen te verwezenlijken, wat betekent dat er per gebouw 17 appartementen zullen komen. De gewenste ontwikkeling van Ons Francien is in strijd met het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Helmond met daarin het bestemmingsplan 'Helmond Oost I' (vastgesteld op 09-06-2015). Om deze reden dient een vergunning te worden verleend voor een "Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit" (afgekort: BOPA).

1.2

Projectgebied

Het projectgebied ligt in het zuidelijke deel van de wijk Helmond-Oost in Helmond. In figuur 1.1 is de globale ligging weergegeven.

Figuur 1.1 Globale ligging projectgebied in Helmond (Bron: PDOK) Het projectgebied ligt tussen de Bestevaer en de Deurneseweg in en bestaat uit vier afzonderlijke delen die gescheiden worden door een drietal appartementengebouwen en bijbehorende parkeerplaatsen. Ten zuiden van het projectgebied, ten zuiden van de Deurneseweg en het spoor, ligt bedrijventerrein Hoogeind wat het grootste en oudste bedrijventerrein van Helmond is. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Helmond, sectie C, perceelnummers 11081, 11083, 11085 en 11087.

6/97

In figuur 1.2 is het projectgebied op perceelsniveau weergegeven.

Figuur 1.2 Kadastrale kaart projectgebied met globale begrenzing van de deelgebieden (Bron: Kadaster.com en PDOK)

1.3

Afwijking (tijdelijk) omgevingsplan

Op grond van artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet zijn alle op 1 januari 2024 geldende beheersverordeningen en bestemmingsplannen (en alle bestemmingsplannen die nog in procedure zijn en die straks nog onherroepelijk worden) van rechtswege één omgevingsplan geworden. De regels zelf zijn dus niet gewijzigd, maar formeel bestaan beheersverordeningen en bestemmingsplannen niet meer. Het omgevingsplan is in te zien in het omgevingsloket (www.omgevingswet.overheid.nl). Hier zijn de bestemmingsplannen te zien die van rechtswege zijn opgenomen in het omgevingsplan en de vanuit de wet gekregen 'bruidsschat'. Dat zijn de bouw- en milieuregels die voorheen landelijk golden, maar die het Rijk voortaan over laat aan de gemeente. Volgens het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn op het projectgebied de volgende plannen van toepassing: Bestemmingsplan 'Helmond Oost I', vastgesteld op 09-06-2015; Paraplubestemmingsplan Parkeren (vastgesteld 27-02-2018); Paraplubestemmingsplan waterberging 2024 (vastgesteld 23-05-2024). Bestemmingsplan 'Hoogeind - Geluidzone' (Vastgesteld 14-03-2023) Het planvoornemen zal moeten voldoen aan de regels zoals vastgelegd in de paraplubestemmingsplannen zoals hierboven genoemd. In hoofdstukken 3 en 4 wordt nader ingegaan op deze paraplubestemmingsplannen. In paragraaf 6.14 wordt nader ingegaan op de regels die gelden ten aanzien van Parkeren.

In paragraaf 6.11 wordt aangetoond dat voldaan wordt aan de eisen voor waterberging. Volgens het bestemmingsplan 'Helmond Oost I', weergegeven in figuur 1.3, hebben de gronden de bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Het planvoornemen is echter niet strijdig met de

7/97

bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Binnen de bestemming vindt wel een herinrichting plaats waardoor deze gronden ook onderdeel uitmaken van het projectgebied. Tot slot zijn voor alle vier de deelgebieden twee gebiedsaanduidingen aangegeven: 'milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied'; 'geluidzone – industrie'.

Figuur 1.3 Bestemmingsplan 'Helmond Oost I' (Bron: Regels op de kaart) Het beoogde planvoornemen is in strijd met het omgevingsplan. omdat woningen niet binnen de bestemming 'Groen' zijn toegestaan en hier ook niet tbv gebouwd mag. Dit betekent dat het initiatief zowel strijdig is met de gebruiksregels als de bouwregels van het omgevingsplan. In Hoofdstuk 4 wordt hier nader op ingegaan.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 en 3 omvatten een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als de functionele aspecten aan de orde komen. Hoofdstuk 4 bevat een toetsing aan het omgevingsplan en wetgeving, met het oog op de huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden, samen met de strijdigheden met omgevingsplan. In hoofdstuk 5 wordt het relevante beleid op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau beschreven. In hoofdstuk 6 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 7 komt de financiële en maatschappelijke haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 de uitkomst van het participatietraject in kaart gebracht en gekeken naar de voorbereiding.

8/97

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Ruimtelijk

Het projectgebied is gelegen in het zuidelijke deel van de wijk Helmond-Oost. Het gebied is verdeeld over vier stukken grond die functioneren als openbare ruimte. Deze groenvoorzieningen worden van elkaar gescheiden door drie appartementengebouwen. Het projectgebied ligt tussen twee wegen, één daarvan is de Bestevaer en de andere is de Deurneseweg. De Deurneseweg is een N-weg die Deurne en dorpen ten oosten daarvan verbind met Helmond en Eindhoven. Gekeken naar de ruimtelijke structuur van de wijk Helmond-Oost vallen een aantal dingen op. De aanwezigheid van groenstructuur en het hoofdwegenpatroon vormen een duidelijke begrenzing van de drie buurten Beisterveld, Beisterveldse Broek en Straakven, dit is duidelijk te zien in de figuren 2.1.1 en 2.1.2.

Figuur 2.1.1 Kaart ruimtelijke structuur Helmond-Oost

Figuur 2.1.2 Kaart buurten Helmond-Oost (Bron: Ruimtelijk plannen) 9/97

De groenstructuur in de wijk bestaat uit het centraal gelegen Hortensiapark, de groenzone langs de kanaalomleiding en de verbindende zone daartussen. Samen met de Wethouder van Wellaan en Bakelsedijk zorgt de groenstructuur voor de scheiding van de drie buurten. In de jaren 50 en 60 werd de Beisterveld uitgebreid. Voorzieningen - zoals kerk, pastorie, lagere school, patronaatsgebouw en clubhuis - werden centraal in de buurt geplaatst. De buurten Beisterveldse Broek (waar het projectgebied in ligt) en Straakven zijn gebouwd op basis van een sterke wijkgedachte. Deze gedachte ging ervan uit dat een wijk een duidelijke begrenzing moet hebben. Daarnaast dienden de verschillende gemeenschappelijke voorzieningen op loopafstand bereikbaar te zijn. Deze gedachte is nog steeds te zien met in het centrum van de wijk een gebied met voorzieningen zoals een supermarkt, slager en dergelijke winkels. Het projectgebied bestaat uit een viertal percelen met een openbare functie. Alle vier de percelen zijn voorzien van verschillende groen- en speelvoorzieningen. Aan de oostzijde van deze gronden zijn appartementengebouwen te zien, deze bestaan ieder uit 5 bouwlagen. Aan de noordzijde bevinden zich rijwoningen en parkeervoorzieningen voor de bewoners zijn te vinden aan de westzijde. Het complete projectgebied grenst aan de zuidkant aan een fietspad en de Deurneseweg.

Beide zorgen deze voor de verbinding tussen Deurne, Helmond en Eindhoven.

Figuur 2.2 Luchtfoto projectgebied huidige situatie (Bron: PDOK) Deelgebied 1 In figuur 2.3 zijn de verschillende groenvoorzieningen in deelgebied 1 goed te zien. Tussen al het groen is de speelvoorziening te zien in de vorm van een voetbaldoel. De parkeervoorziening beschikt ook over een apart parkeervak waar elektrische auto's kunnen laden.

10/97

Figuur 2.3 Aanzicht westzijde huidige situatie deelgebied 1 (Bron: Google Maps) Deelgebied 2 Dit deelgebied verschilt niet veel van de eerste. Qua oppervlakte is deelgebied 2 wat groter, maar qua invulling is het nagenoeg identiek. In deelgebied zijn geen speelvoorzieningen aanwezig maar bestaat de invulling vooral uit groenvoorzieningen.

Figuur 2.4 Aanzicht westzijde huidige situatie deelgebied 2 (Bron: Google Maps) Deelgebied 3 Deelgebied 3 is ongeveer even groot als deelgebied 2. In deelgebied 3 is het aanbod aan speelvoorzieningen echter aanzienlijk groter.

Figuur 2.5 Aanzicht westzijde huidige situatie deelgebied 3 (Bron: Google Maps)

11/97

Deelgebied 4 Net als deelgebied 2 is in deelgebied 4 voornamelijk groen aanwezig.

Figuur 2.6 Aanzicht westzijde huidige situatie deelgebied 4 (Bron: Google Maps) De 4 deelgebieden zijn allemaal nagenoeg hetzelfde. De oppervlakten variëren enigszins maar niet significant. Verder hebben alle deelgebieden een voornamelijke groene invulling waarbij deelgebieden 1 en 3 aanvullend zijn voorzien van speelvoorzieningen.

2.2

Functioneel

Het projectgebied maakt deel uit van de stedelijke bebouwing van Helmond. Aan de oostzijde van Helmond zorgt de Zuid-Willemsvaart voor de scheiding met het landelijk gebied. De Deurneseweg splitst de woonwijk Helmond Oost met het grootste en oudste bedrijventerrein van de stad, namelijk Hoogeind. Het projectgebied is gelegen in een woonwijk waar zowel appartementen als grondgebonden woningen te vinden zijn. In hoofdzaak gaat het bij grondgebonden woningen over rijtjeswoningen. De openbare ruimte is voornamelijk te vinden langs de Zuid-Willemsvaart ten oosten van het projectgebied en in de huidige situatie bestaat het projectgebied ook uit openbare ruimte in de vorm van infrastructuur (verkeer en parkeren) en groen.

12/97

Hoofdstuk 3 3.1

Toekomstige situatie

Ruimtelijk

3.1.1 Stedenbouwkundig ontwerp Het ontwerp is gebaseerd op eerder gestelde randvoorwaarden en uitgangspunten. Het streven is om de locatie "Ons Francien" onderdeel te laten worden van de stempel die zich 4 keer aan de Bestevaer herhaalt. De wijk Helmond-oost is een zogenoemde 'stempelwijk' die stamt uit de jaren zestig. In dit type wijken werden herhalende stedenbouwkundige eenheden, genaamd stempels, gebouwd. Het doorgaande verkeer wordt buiten de buurten om geleid en dit creëert een rustig woongebied. Deze wijken kennen vaak grote, gemeenschappelijke groenzones. Deze rust in de buurt moet worden gewaarborgd en de beoogde ontwikkelingen moeten daarvoor gaan zorgen door een afgekaderde binnenruimte te creëren die geluid vanaf de drukke Deurneseweg tegen moet houden. In het ontwerp is te zien dat er dus vier losse bouwblokken gebouwd gaan worden. Deze vier bouwblokken bestaan elk uit 17 huurappartementen, in totaal voorziet het plan in de realisatie van 68 huurappartementen. De huurprijs van de appartementen blijft onder de liberalisatiegrens, waardoor deze vallen onder de categorie sociale huur. De beoogde grootte van de appartementen is circa 65 m2 gebruiksoppervlak (hierna: gbo). Bij deze appartementen wordt in de openbare ruimte, aansluitend op de bestaande parkeerplaatsen, extra ruimte vrij gemaakt voor parkeren.

Figuur 3.1: Impressie beoogde situatie twee percelen Ons Francien

13/97

Figuur 3.2 Impressie beoogde situatie van één van de percelen Stedenbouwkundig gezien zijn er ook een aantal aandachtspunten waar rekening mee gehouden is: Er wordt een nieuwe riolering aangelegd in de verbindingsweg; Parkeren vindt plaats conform vastgesteld gemeentelijk parkeerbeleid; Er worden geen rijbanen gerealiseerd tegen bebouwing; Er is rekening gehouden met de aanwezige en toekomstig nutstracé en snelfietspad (zie figuur 3.5 t/m 3.8); Het nieuwe profiel met nieuwe gebouwen: 5m parkeren, 6m rijbaan + gebouw met galerij; De afmetingen van nieuwe parkeerplaatsen bedraagt minimaal 2,5 * 5 meter (conform beleid; De beoogde bebouwing wordt niet hoger dan de bebouwing in de omgeving (5 bouwlagen); Er is een nieuw ontwerp gemaakt voor de inrichting van het overblijvende groen ten behoeve van waterberging, groen, spelen en wandelen; De hondenuitlaatstrook aan de Deurneseweg wordt ingepast of verplaatst; Bestaande bomen worden zoveel als mogelijk gehandhaafd. Als dat niet mogelijk blijkt, zal herplanting plaatsvinden. Deze compensatie zal plaatsvinden in samenspraak en in samenwerking met de gemeente. 3.1.2 Ontsluiting en parkeren Nieuwe ontwikkelingen brengen nieuwe verkeersstromen met zich mee, hier moet rekening mee gehouden worden om eventuele ontsluitingsproblemen te voorkomen. Het verkeer zal zich vanaf het projectgebied richting het westen verplaatsen.

De woonstraten rondom de locatie Ons Francien hebben genoeg capaciteit, echter kunnen er eventueel problemen ontstaan bij het kruispunt tussen de Wethouder van Wellaan en de Kortenaerstraat.

14/97

Figuur 3.3 Verwachte nieuwe verkeersstroom vanaf projectgebied naar Wethouder van Wellaan De Bestevaer is alleen toegankelijk voor langzaam verkeer. Aan de Deurneseweg is een fietspad in twee richtingen dat zal worden omgevormd tot een snelfietsroute naar Deurne. Een aansluiting op het snelfietspad is wenselijk. In de directe omgeving van het projectgebied zijn met uitzondering van het fiets/wandelpad (Piet van Bokhovenpad) langs het kanaal verder geen afzonderlijke voorzieningen voor fietsers aanwezig. Fietsers kunnen zich afwikkelen op de rijbaan, gemengd met het autoverkeer. Voetgangers kunnen gebruik maken van de bestaande trottoirs. Mogelijke nieuwe voetpaden die aangelegd kunnen worden zijn minimaal 2,10 meter breed, geschikt om rollators/kinderwagens elkaar veilig te kunnen laten passeren, wat ook beschreven staat in het profielenboek van de gemeente. Voor de parkeernormen moeten alle parkeerplaatsen ten behoeve van de ontwikkeling op eigen terrein worden gefaciliteerd. De parkeervakken zelf worden uitgevoerd met grasbetontegels, voor een groene uitstraling en ter plekke kan het hemelwater rechtstreeks infiltreren in de bodem.

15/97

Figuur 3.4 Illustratie van gewenste parkeersituatie In paragraaf 6.14 zal dieper in worden gegaan op het thema Mobiliteit en parkeren. 3.1.3 Openbare ruimte Speelvoorzieningen Indien nog gewenst worden de speelvoorzieningen herplaatst op een nader te bepalen locatie. Honden De ten oosten van het projectgebied gelegen groenstrook die in gebruik is als honden uitlaatstrook kan gehandhaafd blijven. Deze locatie is dus ook buiten het projectgebied gelegen. Herinrichting openbare ruimte Per deelgebied is een inrichtingsplan gemaakt die rekening houdt met de kwaliteit van openbare ruimte in de huidige situatie. Zie figuren 3.5 t/m 3.8 voor deze inrichtingsplannen per deelgebied. Gemeentelijke disciplines die verantwoordelijk zijn voor beheer van openbare ruimte zijn in het kader van ''beheergericht ontwerpen'' zeer betrokken bij het ontwerpproces. Nieuwe bomen moeten volgens de leidraad 'Duurzame aanplant bomen' worden aangeplant. De inrichting van de groenvakken moet voldoen aan het beeldkwaliteitsniveau B uit de beeldkwaliteitscatalogus CROW. De compensatie van eventueel te verwijderen bomen als gevolg van de ontwikkeling, zal in samenspraak en samenwerking met de gemeente geen plaatsvinden.

16/97

Figuur 3.5: Beoogde situatietekening deelgebied 1 (Bron: Fijn wonen)

Figuur 3.6: Beoogde situatietekening deelgebied 2 (Bron: Fijn wonen)

17/97

Figuur 3.7: Beoogde situatie deelgebied 3 (Bron: Fijn wonen)

Figuur 3.8: Beoogde situatie deelgebied 4 (Bron: Fijn wonen)

3.2

Functioneel

Zoals beschreven bij 1.3 en 2.2 heeft de grond in de huidige situatie nog de functie openbare ruimte en de bestemming 'Groen'. Dit gaat uiteraard voor een groot deel veranderen. Een deel van het gebied zal openbare ruimte blijven, maar de belangrijkste aanpassing is de realisatie van woningen in combinatie met de realisatie van extra parkeervoorzieningen.

18/97

Een deel van de openbare ruimte zal fungeren als waterberging door de aanleg van wadi's. Daarbij zullen er ook een aantal speelvoorzieningen behouden of vervangen moeten worden.

19/97

Hoofdstuk 4 4.1

Toetsing aan omgevingsplan en wetgeving

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden

Zoals al eerder benoemd bij paragraaf 1.3 staat in het tijdelijke omgevingsplan dat in het projectgebied de volgende plannen van toepassing zijn: Bestemmingsplan 'Helmond Oost I' (vastgesteld op 09-06-2015), Paraplubestemmingsplan Parkeren (vastgesteld 27-02-2018) en Paraplubestemmingsplan waterberging 2024 (vastgesteld 23-05-2024). 4.1.1 Bestemmingsplan 'Helmond Oost I' Volgens het eerder genoemde bestemmingsplan 'Helmond Oost I', weergegeven in figuur 4.1, hebben de gronden de bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Daarnaast zijn er voor alle vier de deelgebieden twee gebiedsaanduidingen aangegeven: 'milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied'; 'geluidzone – industrie'.

Figuur 4.1 Uitsnede bestemmingsplan 'Helmond Oost I' (Bron: Regels op de kaart) Groen Conform artikel 6 van het bestemmingsplan 'Helmond Oost I' zijn de voor 'Groen' aangewezen gronden binnen het projectgebied bestemd voor: a. groenvoorzieningen, bermen en beplanting; b. speelvoorzieningen; c. waterpartijen, waterberging, waterlopen en waterinfiltratie; d. leidingen en openbare nutsvoorzieningen; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouw zijnde, parkeervoorzieningen, paden en overige verhardingen. Binnen de bestemming Groen gelden voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen niet worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen met een maximale bouwhoogte van 3 m¹ en een maximale oppervlakte van 25 m²; b. de bouwhoogte van lichtmasten en andere masten bedraagt maximaal 6 m¹; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3 m¹; d. op overkluisde waterlopen mogen geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd.

20/97

Verkeer - Verblijfsgebied Op basis van artikel 11 zijn de voor 'Verkeer-Verblijfsgebied' aangewezen gronden bestemd voor: a. wegen en straten, pleinen, voet- en fietspaden met een functie gericht op zowel verblijf als de afwikkeling van het doorgaande verkeer en het bestemmingsverkeer; b. parkeer-, groen- en speelvoorzieningen, straatmeubilair en afvalverzamelvoorzieningen; c. waterhuishoudkundige doeleinden, waterlopen, wateropvang- en infiltratievoorzieningen; d. leidingen en openbare nutsvoorzieningen; e. met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde. Binnen deze verkeersbestemming gelden, voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, de volgende bepalingen: f. gebouwen mogen niet worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen met een maximale bouwhoogte van 3 m¹ en een maximale oppervlakte van 25 m²; g. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 8 m¹; h. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 3 m¹. Ter plaatse van de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' kent het planvoornemen overigens geen strijdigheid. De percelen worden ter plaatse, binnen de geldende bestemming, wel heringericht. Om die reden maken deze gronden ook onderdeel uit van het projectgebied.

4.1.2 Bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan Parkeren' Artikel 3.2 van het Paraplubestemmingsplan Parkeren stelt dat: Voor de in artikel 3.1 genoemde ruimtelijke plannen worden de in de tabel genoemde artikelen vervangen door, dan wel, indien in de tabel "n.v.t." is opgenomen, aangevuld met onderstaande regels: a. Bij nieuwbouw, uitbreiding en/of functieverandering van een gebouw dient op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid te worden gerealiseerd en vervolgens in stand te worden gehouden. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, indien wordt voldaan aan de 'Beleidsregel parkeernormen Helmond 2017', als vastgesteld op 10 februari 2017. Indien deze beleidsregel gedurende de werking van dit plan wordt gewijzigd, dient aan de gewijzigde beleidsregel te worden voldaan; b. Bij nieuwbouw, uitbreiding en/of functieverandering van een gebouw waarvoor een behoefte bestaat voor ruimte voor het laden of lossen van goederen dient hieraan op het betreffende perceel tenminste voldaan te worden. De betreffende artikelen uit het bestemmingsplan 'Helmond Oost I', die volgens artikel 3.1 uit het Paraplubestemmingplan Parkeren vervangen dienen te worden door de regels uit artikel 3.2 zijn: Artikel 3.2.1 sub j, 4.2.1 sub m, 5.2.1 sub j, 7.2.1 sub h, 8.2.1 sub j, 9.2.1 sub f, 13.2.1 sub g en de bijlage Parkeernormen.

Dat de nieuwbouw van Ons Francien voldoet aan de eisen van de geldende beleidsregel wordt nader toegelicht in paragraaf 6.14.2 'Parkeren' van deze onderbouwing. Verder stelt artikel 3.3 'Afwijken van parkeereis' uit het Paraplubestemmingsplan dat het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte en/of laad- en losruimte wordt voorzien;

21/97

b. c. 1. 2. 3.

uit de bedrijfsvoering (aantoonbaar) blijkt dat minder parkeerplaatsen noodzakelijk zijn; geheel of gedeeltelijk wordt voorzien in de aanleg van parkeerplaatsen in het openbaar gebied, mits: door de aard van de bebouwing fysiek geen ruimte is voor de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein; ter compensatie kan worden voorzien in een parkeerplaats in de openbare ruimte; de noodzaak vanuit een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing wordt aangetoond.

Ten slotte zegt artikel 3.4 'Nadere eisen' dat: "Het bevoegd gezag kan bij Omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van de maatvoering van de parkeervoorzieningen, zoals bedoeld in lid 3.2 indien dit, gelet op de feitelijke omstandigheden, noodzakelijk is." 4.1.3 Bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan waterberging 2024' Artikel 3 'Partiële herziening waterberging' stelt dat Onderstaande (algemene) regels betrekking hebben op alle bestemmingsplannen en bestemmingen binnen de gemeente Helmond. Artikel 3.1 'Toevoeging' Aan de bestemmingsplannen, opgenomen in Bijlage 1 bij het paraplubestemmingsplan 'vigerende plannen' wordt het hierna volgende Artikel 4 Partiële herziening inzake waterberging toegevoegd. De regels uit artikel 4 'Partiële herziening of van toepassing verklaring regels waterberging' luiden als volgt: Artikel 4.1 'Waterberging' Onderstaande regels betreffen de herziening of de van toepassing verklaring van de regels inzake waterberging(en). Artikel 4.2 'Voorwaardelijke verplichting waterbergingen' 1. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen staat vast dat wordt voorzien in een waterberging. 2.

De maatvoering, het functioneren en de instandhouding van de waterberging, worden vastgesteld met toepassing van de beleidsregel ‘Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen’, vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders, vastgesteld op 12 december 2023, gepubliceerd op 22 december 2023 (Gemeenteblad 2023, 552603). 3. Als de onder lid 2 bedoelde beleidsregel wordt gewijzigd, dient de nieuwe (gewijzigde) beleidsregel te worden toegepast. 4. Het college van burgemeester en wethouders kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 1 als het realiseren van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is. Hoe de ontwikkeling van Ons Francien rekening houdt met deze regels over waterberging is nader toegelicht in paragraaf 6.11.2 'Toetsing' van het omgevingsaspect 'Water'. Artikel 4.3 'Uitzonderingen' Artikel 4.2 is niet van toepassing: 1. Op bouwplannen waarover vóór inwerkingtreding van dit bestemmingsplan privaatrechtelijke afspraken

22/97

over waterberging of andere maatregelen, die bijdragen aan klimaatbestendigheid, tussen de initiatiefnemer en de gemeente zijn gemaakt en die afwijken van het bepaalde in artikel 4.2. Deze privaatrechtelijke afspraken dienen te zijn geborgd in een overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente; 2. Voor aanvragen voor een omgevingsvergunning, waarbij de bij de ontwikkeling beoogde aan te leggen verharding minder dan 50 m² bedraagt. Artikel 4.4 'Nadere eisen' Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van de maatvoering, het functioneren en de instandhouding van de waterberging, zoals bedoeld in artikel 4.2 sub 2. indien dit, gelet op de feitelijke omstandigheden, noodzakelijk is.

4.2

Strijdigheden met omgevingsplan

De beoogde ontwikkeling van Ons Francien betreft de realisatie van 68 woningen. Binnen de bestemming 'Groen' is de bouw van gebouwen, met uitzonderingen van nutsvoorzieningen en bouwwerken geen gebouw zijnde, niet toegestaan. De realisatie van de beoogde appartementengebouwen is op grond van de geldende bestemming niet mogelijk. De activiteit wonen is niet mogelijk binnen de bepalingen van de bestemming 'Groen'. Ook zijn de gronden voor het gebruik van de activiteit parkeren niet toegestaan. De verdere beoogde herinrichting van de openbare ruimte met groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterberging passen binnen de gebruiksmogelijkheden van de bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'.

23/97

Hoofdstuk 5 5.1

Visie en beleid op de locatie

Nationaal beleid

5.1.1 Nationale Omgevingsvisie 5.1.1.1 Beleidskader Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is.

Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. duurzaam economisch groeipotentieel 3. sterke en gezonde steden en regio's 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied.

Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van

24/97

toekomstige generaties. 5.1.1.2 Toetsing De vier prioriteiten uit de NOVI zijn verder uitgewerkt in 26 beleidskeuzes, die in de toelichting van de NOVI zijn vertaald naar 21 Nationale belangen. Gezien de aard van dit project zijn vooral de volgende nationale belangen relevant: (1) Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; (2) Realiseren van een goede omgevingskwaliteit; (5) Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woningbehoeften; Ten aanzien van nationaal belang 1 en 5 is de onderbouwing terug te vinden in paragraaf 5.1.3.1 (Ladder voor duurzame verstedelijking). De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Dat geldt ook voor een omgevingsvergunning waarmee van het omgevingsplan wordt afgeweken. Op deze plek volstaat de conclusie dat sprake is van een duurzame ontwikkeling die aansluit op de woningbehoefte.

Ten aanzien van nationaal belang 1 en 2 kan worden opgemerkt dat in hoofdstuk 6.2.3 (Fysieke leefomgeving) het project aan de hand van de relevante aspecten in de fysieke leefomgeving is gemotiveerd, gevolgd door een algehele afweging van het project in hoofdstuk 8.1 (Belangenafweging en conclusie). Op deze plek volstaat de conclusie dat met het project sprake is van een goede omgevingskwaliteit. Overige nationale belangen zijn minder relevant voor dit project, omdat deze ofwel het schaalniveau overstijgen ofwel op een voor dit project onbelangrijk thema betrekking hebben. 5.1.2 Instructieregels Rijk (AMvB's) 5.1.2.1 Beleidskader Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); c.

de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert. In het Bkl staan instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De instructieregels gaan over: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl);

25/97

beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5 Bkl), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6 Bkl) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7 Bkl), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Ladder voor duurzame verstedelijking Een belangrijke instructieregel is de zogenoemde 'ladder voor duurzame verstedelijking'.

Dit is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl bepaalt dat deze instructieregel ook geldt voor een bopa. Bij een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is, wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling, en als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 5.1.2.2 Toetsing Met behulp van de digitale voorziening 'Regels op de kaart' (Omgevingsloket) is voor het projectgebied bepaald welke gebiedsgerichte instructieregels uit het Bkl voor dit project relevant zijn. Uit raadpleging van 'Regels op de kaart' blijkt dat het projectgebied is gelegen binnen een gebied waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren.

Het Bkl stelt binnen dergelijke gebieden regels aan maximale bouwhoogte van windturbines om verstoring van het radarbeeld te voorkomen. Dit project voorziet niet in windturbines en gelet op de bouwhoogte die mogelijk worden gemaakt vormt dit project geen belemmering voor de werking van het nabijgelegen radarstation. Voor zover thematische instructieregels (omgevingsaspecten) uit het Bkl van belang zijn voor dit project, vindt een afweging van deze instructieregel plaats in hoofdstuk 5 van deze onderbouwing. Overige instructieregels uit het Bkl zijn minder relevant voor dit project, omdat deze ofwel het schaalniveau overstijgen ofwel op een voor dit 30/75 project onbelangrijk thema betrekking hebben.

26/97

5.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.1.3.1 Beleidskader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Bij een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g Bkl legt hiervoor geen grens vast. Geldende jurisprudentie onder de Wro/Bro is vanaf 12 woningen, een functiewijziging met een oppervlak groter dan 500 m² bvo, meer dan 500 m² bvo bebouwing of een functie die gelet op de ruimtelijke uitstraling een stedelijke ontwikkeling is. Leegstand mag volgens jurisprudentie niet 'onaanvaardbaar' zijn.

Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied moet ook rekening worden gehouden met de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het omgevingsplan en de aard van de omgeving. Als wordt voorzien in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling heeft betrekking op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft de beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 5.1.3.2 Toetsing Het project is een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder voor duurzame verstedelijking. Ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden worden meer dan 12 woningen extra mogelijk gemaakt. Het project is gelet op de geldende jurisprudentie voldoende substantieel.

Het project ligt in stedelijk gebied gelet op de huidige stedelijke functie en de ligging in het samenstel van bebouwing met andere stedelijke functies. Er zal in de toekomstige situatie gezien de grote woningbehoefte geen sprake zijn van onaanvaardbare leegstand. Ook is geen sprake van een dienst. De woonbehoefte moet worden beschreven. 5.1.3.2.1 Beschrijving woonbehoefte In dit project worden 68 woningen (huurappartementen) mogelijk gemaakt, waarbij alle woningen vallen in de categorie sociale huur. Uit diverse bronnen blijkt dat deze ontwikkeling inspeelt op de woonbehoefte. Woonvisie Helmond 2040 In de woonvisie voor 2040 wordt gesproken over het bijbouwen van meer sociale huurwoningen, zodat urgent woningzoekenden sneller kunnen worden gehuisvest. Wat ook te lezen is in deze visie is dat de gemeente

27/97

ernaar streeft om 15.000 woningen bij te bouwen tot 2040. Volgens een woningbehoefteonderzoek van ABF en STEC komt naar voren dat in de periode 2020-2030 2.100 sociale huurwoningen nodig zijn. Percentueel wil de gemeente Helmond minimaal 30% sociale huur in de nieuwbouwplannen om de voorraad op pijl te houden in de periode tot 2040. In de woonvisie worden analyses op wijkniveau gedaan over waarop wordt ingezet bij woningbouwmogelijkheden. Over Helmond Oost wordt hierin het volgende genoemd: De woningvoorraad kent een zeer hoog aandeel sociale huur (67%). Op termijn is daarom meer differentiatie naar prijssegment gewenst (ook toevoegen koop, middenhuur). De vergrijzing is nu nog gemiddeld, maar dit gaat de komende jaren toenemen. Het aantal huishoudens van 65 jaar en ouder groeit van ruim 1.000 naar ruim 1.800 in 2040. Er staan behoorlijk wat appartementen in de wijk (42%), maar dat is deels zonder lift. Woonwensenonderzoek 2024 Helmond Zoals te zien is in figuur 5.1 is de behoefte het grootste bij huurwoningen in de prijsklasse €651-€880, gevolgd door de prijsklasse €455-€650. Dit betekent dat er in Helmond een grote vraag naar sociale huurwoningen is.

Figuur 5.1 Gewenste prijsklasse in de huur voor iedereen in de gemeente Helmond (Bron: Woonwensenonderzoek 2024) Provinciale woningbouwafspraken 2022 - 2030 Om het huidige woningtekort aan te pakken hebben het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening vastgesteld dat ze samen extra inspanning zullen gaan leveren om bepaalde afspraken, gebaseerd op randvoorwaardelijke provinciale woonopgave, uit te voeren. In het nationale programma Woningbouw is het streven om 900.000 woningen bij te bouwen tot 2030. Twee derde van deze woningen moeten betaalbaar zijn, hieronder vallen 250.000 sociale huurwoningen. De provinciale woonopgave draagt bij aan deze nationale opgave. Gedeputeerde Staten draagt bij aan het in balans brengen van de woningvoorraad en het verdelen van deze opgave tussen gemeenten. Dit evenwicht is gericht op het streven om naar 30% sociale huur toe te werken in de bestaande woningvoorraad in zowel regionaal verband als per gemeente. Zoals al eerder aangegeven deelt de gemeente Helmond dit doel en kan het betreffende project hieraan bijdragen. Woonbehoefteprognose Noord-Brabant, actualisering 2023 De woonbehoefteprognose geeft een indicatie van de verwachte woonbehoefte tot en met 2030 in relatie tot de verwachte bevolkingsomvang.

De verwachting is dat de woningvoorraad zal toenemen van 42.335 in 2023 naar

28/97

49.270 in 2035, een toename van 6.935 woningen. Deze prognose houdt echter geen rekening met de schaalsprong in Helmond. Helmond gaat uit van een groei van 15.000 woningen in de periode 2020-2040 (waarvan 2.500 reeds gebouwd). Monitor bevolking en wonen (september 2024) Volgens de monitor bevolking en wonen is de benodigde capaciteit in Helmond in de periode 2024 tot en met 2033 5.945 woningen (prognose + vervangingsopgave) en is er slechts harde plancapaciteit voor 2.960 woningen. Dit betekent dat er nog veel zachte plannen omgezet moeten worden in harde plannen. Dit plan geeft daar mede invulling aan. Regionale woondeal Zuidoost-Brabant (2023) Er is sprake van een groot woningtekort. Om het woningtekort terug te dringen tot een gezond evenwicht, wordt met het programma Woningbouw nationaal ingezet op de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. Om dit te realiseren wordt gestreefd naar het bereiken van 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar. Daarbij is het streven dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar is. De regio Zuidoost-Brabant zet zich, in samenwerking met corporaties en marktpartijen, in voor de netto toevoeging van minimaal circa 42.000 woningen in de periode 2022 tot en met 2030. Elke gemeente neemt een ‘fair share’ van de regionale opgave. De minimale kwantitatieve opgave per gemeente is aangegeven in bijlage 2 van de woondeal.

Meer realiseren mag, dan wordt het woningtekort sneller ingelopen. In de regionale woondeal Zuidoost-Brabant is afgesproken dat de gemeente Helmond zich inzet voor het toevoegen van netto 6.000 woningen tot en met 2030. Voor Helmond gaat het om tweederde betaalbaar, waarvan 30% sociaal. Het minimum van 30% sociale huur en twee derde betaalbaar in de nieuwbouwopgave geldt voor elke gemeente. In dit project wordt uitgegaan van 100% sociale huur. 5.1.4 Conclusie Het project past binnen de beleidskaders van de Nationale Omgevingsvisie en de instructieregels uit het Bkl. In Helmond is voor de periode 2024 t/m 2033 nog behoefte aan het toevoegen van bijna 3.000 woningen aan de harde plancapaciteit. Met dit plan kan daar mede invulling aan worden gegeven met betaalbare woningen.

5.2

Provinciaal beleid

De provincie Noord-Brabant heeft een belangrijk deel van haar ruimtelijke beleid en regelgeving vastgelegd in de ‘Omgevingsvisie Noord-Brabant’ en de ‘Omgevingsverordening Noord-Brabant’. In onderstaande twee subparagrafen wordt aandacht besteed aan de relevantie van dit provinciale beleid en deze provinciale regelgeving voor onderhavig plan.

29/97

5.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 5.2.1.1 Beleidskader De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot 2050. Dat gaat om ambities op het gebied van de energietransitie, een klimaat-proof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Brabantse Omgevingsvisie geeft aan hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien. En waar Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijndoelen te halen. De visie noemt hiervoor een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moet er minder energie worden gebruikt en meer duurzame energie worden opgewekt. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop men zich verplaatst verandert en dit stelt andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering is er sprake van meer extremen in temperatuur en neerslag. Dit heeft gevolgen voor de inrichting van Noord-Brabant. 5.

Concurrerende, duurzame economie: Noord-Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt. 5.2.1.2 Toetsing De Brabantse Omgevingsvisie is uitgewerkt in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. In deze verordening vindt een vertaalslag van de hoofdopgaven in concreet bindende regels plaats. De ontwikkeling wordt in navolgende paragraaf getoetst aan deze verordening. 5.2.2 Omgevingsverordening Noord-Brabant 5.2.2.1 Beleidskader De provincie Noord-Brabant heeft op 12 mei 2023 de Omgevingsverordening Noord-Brabant (Ov) vastgesteld. De Ov is een planologische verordening waarin eisen gesteld worden aan ontwikkelingen en vormt een direct toetsingskader voor ontwikkelingen. In de Ov zijn regels opgenomen waarvan de provincie het belangrijk vindt dat die door iedere gemeente worden toegepast bij ruimtelijke besluiten. De onderwerpen die in de Ov staan, vinden hun basis in de in december 2018 vastgestelde Brabantse omgevingsvisie. Voor elke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in paragraaf 5.1.2 van de Ov. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied.

In het geval van dit project zijn rechtstreeks werkende regels en de instructieregels voor gemeenten relevant. Hierna wordt aan deze regels getoetst. Volgens de verbeelding van de Omgevingsverordening ligt het projectgebied binnen de volgende werkgebieden (figuur 5.2): Grondwaterbeschermingsgebied (Kaart 1: Rechtstreeks werkende regels, milieubeschermingsgebieden, natuur, water en wegen)

30/97

Figuur 5.2 Kaart 1 Ov aanduiding projectgebied (Bron: Ruimtelijke plannen) De instructieregels zijn in de meeste gevallen gekoppeld aan een werkingsgebied. Volgens de verbeelding van de Omgevingsverordening ligt het projectgebied binnen de volgende werkingsgebieden (figuur 5.3): Stedelijk gebied (kaart 5: Basiskaart stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant); Beperking grootschalige logistiek (kaart 5: Basiskaart stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant).

Figuur 5.3 Kaart 5 Ov aanduiding projectgebied (Bron: Ruimtelijke plannen) De volgende artikelen uit de instructieregels en rechtstreeks werkende zijn relevant voor de ontwikkeling van

31/97

het project: Artikel 5.17 Grondwaterbeschermingsgebied Lid 1 Een omgevingsplan ter plaatse van Grondwaterbeschermingsgebied strekt mede tot bescherming van de kwaliteit van het grondwater en de bodem. Lid 2 Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, stelt regels die: a. het risico op schade aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater voorkomen; d. de ontwikkeling van functies en activiteiten die risico's geven voor de kwaliteit van het grondwater beperkt, zoals stedelijke ontwikkeling, het houden van evenementen en milieubelastende activiteiten waarbij schadelijke stoffen worden gebruikt; en e. het gebruik van schadelijk uitloogbaar bouwmateriaal verbieden. Lid 3 Als schadelijk uitloogbaar bouwmateriaal wordt in ieder geval aangemerkt: a. zink, lood, koper; b. gewolmaniseerd hout; c. teerbitumen. Artikel 5.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een omgevingsplan dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor wonen, werken of voorzieningen, wijst daarvoor een locatie aan binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken; en b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen als: a.

een goede omgevingskwaliteit wordt bevorderd, met een veilige en gezonde leefomgeving; b. toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. rekening wordt gehouden met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit worden benut; en f. wordt bijgedragen aan een duurzame, concurrerende economie. 5.2.2.2 Toetsing Artikel 5.17 Grondwaterbeschermingsgebied Het werkingsgebied bevindt zich in een grondwaterbeschermingsgebied, weergegeven in figuur 5.2. Binnen deze grondwaterbeschermingsgebieden zijn woningen, wegen en bedrijven toegestaan, maar er gelden wel

32/97

wettelijke regels om vervuiling van het grondwater te voorkomen. In artikel 5.17 van de verordening zijn instructieregels opgenomen. In deze regels is bepaald dat, ter plaatse van deze aanduiding, de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede zijn aangewezen voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater en de bodem. Er zal hierdoor moeten worden aangetoond dat de beoogde ontwikkeling hier geen negatieve effecten op heeft. Gebouwen dienen bijvoorbeeld geen schadelijke uitloogbare stoffen te bevatten. Ook gelden er beperkingen met betrekking tot het aanleggen van wegen. Er zal een melding gedaan moeten worden bij afstromend hemelwater van wegen. Activiteiten in de bodem tot 3 meter diepte zijn rechtstreeks toegestaan omdat dit weinig invloed heeft op de kwaliteit van het grondwater en dus doorgaans geen gevaar oplevert. In paragraaf 3.3.3 (artikelen 3.29 t/m 3.40) van de Omgevingsverordening zijn de inhoudelijke regels van het grondwaterbeschermingsgebied opgenomen. Voor de beoogde ontwikkeling is met name artikel 3.38 'meldplicht andere lozingen dan afstromend hemelwater' relevant. Hierin is opgenomen dat het verboden is om ander afvalwater dan afstromend hemelwater te lozen. Dit verbod geldt niet als: a.

het te lozen afvalwater uitsluitend bestaat uit grondwater afkomstig van bronbemaling, huishoudelijk afvalwater of afvalwater afkomstig uit een openbaar ontwateringsstelsel, een openbaar vuilwaterriool of een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de wet ; b. er voorzieningen worden getroffen waardoor: 1. geen afvalwater in de bodem infiltreert; of 2. het afvalwater dat vanuit de voorziening in de bodem infiltreert voldoet aan de toetsingswaarden, bedoeld in bijlage XIX, onder A, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en c. een melding is gedaan als bedoeld Artikel 3.4 . Met in achtname van deze regels levert de beoogde ontwikkeling geen onevenredige risico's voor gebruik van schadelijke stoffen op. Uitloogbaar bouwmateriaal wordt niet toegepast. De regels uit paragraaf 3.3.3 van de OW zijn met name relevant bij de fase ten aanzien van de civieltechnische uitwerking en beheer. Artikel 5.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling Het projectgebied ligt in het door de provincie aangewezen 'stedelijk gebied', weergegeven in figuur 5.3. Binnen deze gebieden kan worden voorzien in de ruimte voor wonen, werken en andere verstedelijkingsopgaven, om zo de verstedelijking zo veel mogelijk te bundelen. Binnen het stedelijk gebied liggen verschillende mogelijkheden voor inbreiding, herstructurering en intensief, meervoudig ruimtegebruik.

De ontwikkelingen in het projectgebied passen binnen de regionale afspraken die zijn gemaakt in de provinciale woningbouw afspraken 2022-2030 (zie 5.1.3.2.1). Daarnaast betreft het een duurzame stedelijk ontwikkeling en draagt het bij aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving.

33/97

5.2.3 Conclusie Het project past binnen de beleidskaders van de provinciale Omgevingsvisie en de instructieregels uit de TAM-Omgevingsverordening.

5.3

Regionaal beleid

5.3.1 Beleidskader Negen gemeenten in het Stedelijke Gebied Eindhoven (SGE) zijn een samenwerking aangegaan. Dit stedelijke gebied is het hart van de Brainport en een sterke internationaal georiënteerde regio met innovatieve bedrijvigheid en hoogwaardig woon- en leefklimaat. Deze regio is al een tijd hard aan het groeien. In het Verstedelijkingsakkoord SGE staat dat verwacht wordt dat de regio de komende jaren 62.000 extra woningen nodig heeft en dat er 72.000 extra arbeidsplaatsen gefaciliteerd moeten worden voor 2040. In combinatie met ambities op het gebied van klimaat en brede welvaart vraagt dat om acties die gemeentegrenzen overschrijden. Alle gemeente samen kunnen meer bereiken door als één te werken. Verstedelijkingsakkoord Stedelijk Gebied Eindhoven - De Afspraken Deze afspraken zijn gemaakt door de betreffende gemeenten binnen de regio, maar ook door de waterschappen, de provincie en verschillende ministeries van het Rijk.

De hoofdlijn van de verstedelijkingsafspraken zijn kort samengevat: De verstedelijking in het SGE wordt geclusterd rond en langs bestaande en nieuwe (H)OV-knooppunten en –assen, door de ruimte intensief te benutten, daar waar de bereikbaarheid het best is en verbonden kan worden op reeds bestaande voorzieningen: Het centrum van Eindhoven (21.000 woningen inclusief Internationale Knoop XL) en het centrum van Helmond (10.000 woningen) worden sterk verdicht en vergroend, waarbij wordt ingezet op het maken van een internationaal metropolitaan interactiemilieu in Eindhoven en het maken van een stedelijk centrumgebied in Helmond. De verstedelijking zal daarnaast plaatsvinden langs de bestaande en nieuw te realiseren OV-assen, zoals een HOV 4-as van Eindhoven centrum richting de ASML-campus en De Run in Veldhoven (circa 10.000 woningen). Ook de bestaande OV-locaties, zoals de stationslocaties van Best en Geldrop dragen bij aan de verstedelijkingsambitie. Vitale kernen en majeure uitleglocaties maken het palet aan woonmilieus compleet. Na afronding van de majeure locaties zijn er in het SGE naar verwachting tot 2040 geen nieuwe grootschalige uitleglocaties voor woningbouw meer nodig.

Voor het werken wordt ingezet op het behouden en versterken van een aantal economische toplocaties en het zorgen voor voldoende ruimte op werklocaties om de toekomstige vraag naar bedrijfshuisvesting voldoende te kunnen blijven faciliteren, waarbij regionale afstemming het uitgangspunt is. We kijken voorbij de bestaande regionale programmeringsafspraken voor werklocaties en werken scenario’s uit om de blijvende groei van de hele waardeketen van de kennisintensieve maakindustrie te kunnen opvangen. Rijk, provincie en het SGE streven naar het maken van afspraken bij BO MIRT 2022 over ruimte voor bedrijven en nieuwe werkgelegenheid. Daarbij wordt verkend waar het wel/niet mogelijk is om werken te mengen met andere functies.

34/97

Wonen en werken staan niet op zichzelf. Het gaat op alle locaties om integrale opgaven inclusief mobiliteit, circulariteit, groen/blauw, energie en klimaat. Ook hiervoor zijn randvoorwaardelijke investeringen nodig. Voor mobiliteit wordt ingezet op een schaalsprong in het OV en op het spoor, een mobiliteitstransitie (minder, schoner, efficiënter) en het optimale gebruik van bestaande infrastructuur. Dit wordt verder uitgewerkt vanuit het MIRT-onderzoek Brainport in de deeluitwerkingen Mobiliteitstransitie, Multimodale Knoop XL, Toekomstvast Spoor Zuid-Oost Nederland en Hoofdwegennet/onderliggend wegennet en het toekomstbeeld OV. Het landschap is de drager van de ontwikkeling van het SGE. Het systeem van bodem, water en groen is daarom randvoorwaardelijk voor de verstedelijking en wordt gebruikt om te werken aan de grote transities (klimaatadaptatie, energietransitie, circulariteit) die het SGE klaar maken voor de toekomst. Verstedelijking gaat nadrukkelijk samen met meer groen en blauw. Het landschap is tot diep in de stad zichtbaar en voelbaar en draagt bij aan de kwaliteit van leefomgeving. Dit betreft binnenstedelijk groen en water en alles wat er nodig is om het SGE toekomstproof te maken (transities in energieopwekking, klimaatadaptatie, circulaire transities, agrarische functies, recreatiefuncties, etc.).

Uit de uitgangspunten voor de ontwikkeling van het Stedelijk Gebied Eindhoven komt dat er in Helmond tot 2040 circa 15.800 woningen bij moeten komen, waarvan 10.000 in het centrum+. Het is voornamelijk het doel om het gebied rondom het station te ontwikkelen, maar ontwikkelingen in heel Helmond is ook gewenst.

Figuur 5.4 Schematische verbeelding ontwikkelingen SGE (Bron: Verstedelijkingsakkoord SGE) 5.3.2 Toetsing Voor alle gemeenten die deel uitmaken van het Stedelijk Gebied Eindhoven geldt dat alle nieuwe woningbouwontwikkelingen dienen te worden ontwikkeld aan de hand van 7 Brainport Principes. De basis voor deze principes is vastgelegd in het regionale Afsprakenkader Wonen – Stedelijk Gebied Eindhoven (oktober 2017). In 2019 is dit uitgewerkt in een regionale Visie op Wonen. De Brainport Principes zijn:

35/97

Koesteren van Identiteit; Ruimte voor Innovatie; Invloed voor bewoners; Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor; Vraaggericht ontwikkelen; Benutting regionaal schaalniveau; Gezonde verstedelijking. Voor alle ontwikkelingen waarbij inbreiding binnen de grote kernen plaatsvindt van 75 woningen of meer, inbreiding vanaf 25 woningen in kleine kernen en uitbreidingslocaties vanaf 12 woningen, wordt getoetst aan de 7 Brainport Principes. Voor deze plannen worden de ambities gevisualiseerd met behulp van de ambitieroos. De beoogde ontwikkeling van Ons Francien voorziet in een binnenstedelijke intensivering met 68 woningen. Daarbij ligt het projectgebied binnen het stedelijk gebied van Helmond en grenst de locatie aan een bestaande gebiedsontsluitingsweg. Deze ontwikkeling hoeft dus niet getoetst te worden aan de 7 Brainport Principes. 5.3.3 Conclusie Het project past binnen de regionale beleidskaders.

5.4

Gemeentelijk beleid

5.4.1 Beleidskader Omgevingsvisie Helmond 2040 Op 6 februari 2024 heeft de gemeente Helmond de omgevingsvisie ''Omgevingsvisie Helmond 2040'' vastgesteld. Deze omgevingsvisie beslaat het gehele grondgebied van de gemeente en alles wat met de fysieke leefomgeving te maken heeft. Daarbij geeft het invulling aan de doelen van de Omgevingswet. In de omgevingsvisie staat hoe Helmond tot 2040 om wil gaan met verkeer, wonen, werken, natuur, energie, milieu, klimaat, water en cultuurhistorie. In hoofdlijnen worden vragen beantwoord als: Waar bouwen we nieuwe woningen? Hoe blijft het centrum aantrekkelijk? Waar werken we? Waar krijgt groen en natuur de ruimte? Hoe blijft Helmond bereikbaar? De gemeente Helmond heeft een bepaald toekomstbeeld van hoe de stad er in 2040 uit zou moeten zien. In 2040 is Helmond een inclusieve stad waar mensen wonen, werken, leren en ontspannen. De afkomst, opleidingsniveau of maatschappelijke positie van een persoon maakt dan niet uit. Ook is Helmond dan een vitale en levendige stad, met een sterke economie en een goede balans van aanbod in werk en talent. Het is een natuurlijke stad aan het water, daarnaast lopen natuur en stad vloeiend op elkaar over. In de toekomst is Helmond op een duurzame manier bereikbaar door de focus op duurzame en betaalbare mobiliteit als fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit.

Voor 2040 is het doel om klimaatneutraal te zijn en in 2050 zelfs klimaatbestendig. Zo wordt er geen CO2 meer uitgestoten en is het gebruik van fossiele brandstoffen teruggebracht tot het minimum. Als laatste is Helmond een gezonde en veilige stad, die ontspannen, sporten en bewegen stimuleert. Het realiseren van dit toekomstbeeld is een hele opgave. De gemeente Helmond noemt een drietal grote

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16149426/1