CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 084 Evaluatiedocument OFH incl. benchmark Blauwberg

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente HelmondBij agendapunt: Evaluatie en continuering Ondernemersfonds Helmond11.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Al die besturen moeten ‘gevuld’ worden met ondernemers die zich goeddeels belangeloos voor hun omgeving willen inzetten. Dat is in de huidige tijd een flinke uitdaging. Zeker als die bestuursleden er vervolgens achter komen dat de slagkracht en reikwijdte van het collectief beperkt is. In Helmond is bij aanvang een andere keuze gemaakt. De voordelen van de trekkingsrechten worden zeker gezien maar wel met de vaststelling dat enig schaalniveau noodzakelijk is. In plaats van 10 of meer trekkingsrechten is gekozen voor een bundeling in drie grotere trekkingsrechten: de bedrijventerreinen, het centrum en het wijkmanagement. De drie delen van het fonds beschikken ieder over een substantieel budget waarmee het 4

verschil kan worden gemaakt. De drie zorgen zelf weer voor een goede vertakking naar typen bedrijvigheid en/of deelgebieden. De Stichting Bedrijventerreinen Helmond (SBH) werkt met werkgroepen per terrein en per thema. Wijkmanagement Helmond (WMH) werkt met vertegenwoordigers van de sectoren commercie, sport, retail, cultuur, onderwijs, zorg en landbouw. En ook binnen het centrummanagement zijn de verschillende typen bedrijvigheid vertegenwoordigd. Het Helmondse voorbeeld heeft navolging gekregen in Laarbeek en Deurne. Ook daar zijn drie trekkingsrechten actief, met aanpassing aan de lokale omstandigheden: centramangement (alle kernen bijeen), bedrijventerreinen en buitengebied (landbouw + alle andere bedrijven en organisaties buiten de bebouwde kom). In Meierijstad wordt ook al nagedacht over een dergelijke drieslag. En ook buiten Brabant is er belangstelling voor de Helmondse praktijk, intussen al omgedoopt in het ‘Brabantse model’.

Professionaliteit van de aansturing. Ondernemers zijn van nature zuinig, overhead geldt als een kostenpost die je tot het minimum moet beperken. Natuurlijk is enige soberheid in de uitvoering een prima uitgangspunt. Een fonds werkt uiteindelijk met publiek geld, en bovendien betalen alle ondernemers daaraan mee. Maar het te ver doorvoeren van dit principe zou kunnen uitpakken in wat de Engelsen noemen “penny wise, but pound foolish’. Oftewel wat slim op de korte termijn lijkt is schadelijk op de (middel)lange termijn. In de praktijk blijkt dat ook. De meest succesvolle fondsen investeren allemaal in goede professionele capaciteit. In Leeuwarden, Leiden, Groningen, Delft, Westerveld, Houten, Súdwest-Fryslân, Sliedrecht en Wijk bij Duurstede werken ze met een overkoepelende fondsmanager. In Utrecht hebben ze zelfs een kleine staf van vijf personen – met circa 12 miljoen per jaar hebben ze er ook het budget voor. Andere fondsen werken met professionele inzet per deelgebied zoals in Deurne met een centrummanager, parkmanager en (een voorziene) buitengebiedmanager. Het voordeel van drie krachtige trekkingsrechtorganisaties maakt dat Helmond ook heeft kunnen investeren in goede professionele capaciteit. Alle drie de werkorganisaties kunnen rekenen op structurele professionele bijstand.

Hierdoor kan de continuïteit worden bewaakt, kan er snel en adequaat worden ingespeeld op vragen en initiatieven van ondernemers, zijn de services van een hoogstaand kwaliteitsniveau, is een goede en doorlopende gespreksrelatie met de gemeente geborgd, wordt de lange termijn agenda bewaakt en kan waar mogelijk aanspraak worden gemaakt op cofinanciering. Een overkoepelend fondsmanager is in de Helmondse context niet nodig. Er kan worden volstaan met praktische secretariaatsvoering, die in het kader van behoud van samenhang weer wordt uitgevoerd door de parkmanagementstaf.

5

Cross-overs en samenhang. De oudste fondsen bemerkten na enige tijd nog een ander nadeel van een strak systeem van (kleinere) trekkingsrechten: er is weinig ruimte voor overkoepelende samenwerking en cross-overs. Door het fonds op te knippen in deelgebieden en sectoren raakt de samenhang een beetje verloren. De vraag ‘what’s in it for me?’ voert dan de boventoon in het fonds, en de vraag naar wat goed is voor de stad en het economische ecosysteem als geheel verdwijnt een beetje naar de achtergrond. Zo zijn er in bestaande stedelijke fondsen verschillende wijkwinkelcentra met een eigen trekkingsrecht die vooral bezig zijn met de eigen agenda: promotie, aankleding van het centrum, evenementen, veiligheid. Voor een buitenstaander zijn het vrij gesloten werelden, je krijgt moeilijk een voet achter de deur bij initiatieven die verder reiken dan de directe cirkel van het centrum. De systematiek in Helmond dwingt de werkorganisaties feitelijk om zich open te stellen naar de buitenwereld. Om bij de wijkeconomie te blijven; iedereen met een goed plan dat bijdraagt aan het vestigingsklimaat in de wijk is welkom, of je nu ondernemer bent in een winkelcentrum, een sportclub in de wijk of een onderwijslocatie. Door de verscheidenheid aan bedrijfstypen komen ook mooie cross-overs en onvoorziene samenwerkingen van de grond.

Een bekend voorbeeld dat ‘in het land’ rondgaat is de organisatie van de jaarlijkse kerstmarkt bij ORO in samenwerking met de lokale wijkwinkeliers en met leerlingen van het ROC als gastheer. Andere voorbeelden zijn de introductiedagen van het ROC die in het centrum plaatsvinden in samenwerking met het centrummanagement, het Helmondse Art Festival (samenwerking centrum, culturele sector en onderwijs) en het aanbod aan AED trainingen in de wijken (sectoroverstijgend). Bovendien kan je niet ieder belang in een gebied passen, en een strak systeem van trekkingsrechten biedt weinig ruimte voor overkoepelende samenwerking. Zodra er initiatieven langskwamen die vroegen om een gezamenlijke aanpak bleek het lastig om alle trekkingsrechten op één lijn te krijgen. In Leeuwarden is het eenmalig gelukt met het project Culturele Hoofdstad 2018. Het bestuur is alle trekkingsgebieden afgegaan met de vraag om vier jaar achtereen 25% van het gebiedsbudget ‘af te staan’ voor het programma. Daar kregen ze uiteindelijk alle handen voor op elkaar, maar het kostte veel tijd en energie. Voor Leeuwarden was direct duidelijk dat een structureel stadsbreed budget noodzakelijk zou zijn. Leeuwarden, Leiden, Delft en andere fondsen hebben later alsnog een structureel percentage stadsbreed vastgelegd.

Nieuwe fondsen hebben van die praktijkervaring geleerd en werken al bij aanvang met een gemeentebreed budget. Zo werkt Deurne al vanaf de start met 15% gemeentebreed, Westerveld doet het met 80% en enkele fondsen laten het systeem van trekkingsrechten zelfs helemaal los en investeren 100% via een gemeentebrede overlegtafel (Sliedrecht, Hardinxveld-Giessendam, Terschelling). In Helmond vindt de overkoepelende samenwerking tussen de drie werkgebieden op vrij organische manier plaats. We geven vier actuele voorbeelden. •

Nieuwe project Local Birds waarbij wordt toegewerkt naar een community van lokale en duurzame ondernemers gericht op duurzame productie en bewustwording 6

•

•

•

van noodzaak tot duurzame consumptie. Dit initiatief wordt gezamenlijk gedragen door de drie trekkingsgebieden. De totstandkoming van een circulair collectief, opschalen van de bestaande grondstoffenhub die actief is op de bedrijventerreinen naar het centrum en de wijken. Investeren in communicatieplatform Chainels vanuit centrum en wijkmanagement, binnen deze online community kunnen alle ondernemers worden betrokken bij ontwikkelingen, nieuws en plannen. De gemeente is samenwerkingspartner in dit project. Beveiligingsinvesteringen. Vanuit wijkmanagement worden beveiligingsscans aangeboden aan alle bedrijven, dit initiatief komt voort uit beveiligingsarrangement dat al jaren op de bedrijventerreinen actief is. Het centrummanagement en wijkmanagement investeren de komende periode gezamenlijk in een pilot Keurmerk Veilig Ondernemen (kvo). Een werkmethodiek met certificering waarbij publiekprivate samenwerking op gebied van veiligheid van werkgebieden is geborgd. Op de bedrijventerreinen zijn al jarenlang succesvolle ervaringen opgedaan met KVO.

Fonds als prikkelgeld. Ondernemers staan er niet alleen voor. Er zijn verschillende externe partijen die kennis, uitvoeringskracht en/of budget hebben om mee te investeren op bepaalde thema’s. De Provincie heeft subsidiepotten klaar liggen om de vergroening en verduurzaming van bedrijventerreinen te realiseren. Netbeheerders hebben een tekort aan personeel om individuele bedrijven met hun noden adequaat te woord te staan maar investeren wel graag in collectieven die iets willen doen met hun energiebehoefte. De politie maakt een speerpunt van de aanpak van ondermijning. Waterschappen zijn ontvankelijk voor goede plannen die ten goede komen aan waterbeheer en -kwaliteit. En private investeerders kunnen bij een goede businesscase tot welkome investeringen worden verleid. Het punt is telkens dat die budgetten pas in beeld komen als er voldaan wordt aan twee eisen: 1. Een vorm van organisatie 2. Inzet van lokale cofinanciering. De ondernemers die hun organisatie op die twee punten voor elkaar hebben, trekken aan het langste eind. Een Helmonds voorbeeld dat landelijk tot de verbeelding spreekt zijn de Helmondse investeringen in “Smart Synergy”, het paraplu-programma voor verduurzaming van de terreinen.

In andere gemeenten circuleert een Helmonds begrotingsoverzicht waaruit duidelijk wordt dat met 380.000 euro aan fondsmiddelen ruim 1,5 miljoen aan publieke cofinanciering is losgemaakt. De Helmondse bedrijven ontvangen alleen al op dit project hun geïnvesteerde euro’s viermaal terug. Een groep ondernemers in Geertruidenberg achtte het Helmondse voorbeeld zelfs iets te succesvol om te gebruiken in het lokale gesprek over het fonds. De lat zou er te hoog mee worden gelegd.

7

Lage instap. Helmond is gestart met een investering van € 30 per 100.000 woz-waarde, verdeeld over eigenaar en gebruiker. Dat is – los van algemene inflatie – nog steeds het geldende tarief in Helmond. Daarmee zit Helmond aan de onderkant van de landelijke praktijk. De meeste fondsen gestart na pak ‘m beet 2015 werken met een tarief vanaf € 50 per 100.000 woz-waarde. De laatste jaren gaat dat steeds vaker richting 70 à 80 euro per 100.000 woz-waarde. Zo is in Deurne vastgelegd dat in drie jaar tijd wordt toegewerkt naar een tarief van 80 euro (in 2024 60 euro, in 2025 70 euro). Gezien de complexiteit van opgaven die op ondernemers afkomen valt daar veel voor te zeggen. En bovendien geven veel collectieven die nadenken over een fonds aan dat ze nu al meer investeren dan er met 30 euro kan worden opgebracht. De vraag is natuurlijk hoe Helmond het wel voor elkaar krijgt met deze beperktere investering. Die vraag is niet 1-2-3 te beantwoorden, al zal veel te maken hebben met het eerder benoemde punt van het schaalniveau en de mate waarin cofinanciering is verkregen. Het lijkt ook een kwestie te zijn van een historische voorsprong. Helmond was vroeg in de realisatie van collectiviteit, er is veel ervaring opgedaan met een efficiënte manier van investeren en het binden van cofinanciering. Wellicht dat ook in Helmond die 30 euro op enig moment gaat schuren.

Zeker als ook andere plekken in de regio en daarbuiten zich beter weten te organiseren, er komen meer kapers op de kust om publieke cofinanciering binnen te halen.

Publiek-private samenwerking. De samenwerking tussen het fonds, de werkorganisaties en de gemeente wordt als zeer constructief en positief ervaren. De beginselen van ‘noninterventie’ (de gemeente bemoeit zich niet met de bestedingen uit het fonds) en ‘nonsubstitutie’ (de gemeente probeert niet om te bezuinigen door eigen activiteiten naar het fonds te schuiven) zijn goed verankerd in het convenant en worden ook gehonoreerd. En de werkplannen van de drie trekkingsrechten maken duidelijk dat de gemeente in veel projecten participeert, zowel inhoudelijk als financieel. Voor de gemeente heeft het bestaan van het fonds ook een belangrijke betekenis, het heeft gezorgd voor een (nog) stabiele(re) wederpartij. Er zijn veel punten waarbij publieke doelen overeenkomen met de private doelen van ondernemers zoals: veiligheid, levendigheid, verduurzaming, werkgelegenheid, aantrekkelijkheid van de openbare ruimte. Doordat ondernemers via het fonds mee kunnen investeren staat de gemeente er niet meer alleen voor. In de jaren hebben fonds en gemeente de ondernemersagenda en de publieke agenda steeds beter op elkaar weten af te stemmen zodat er sprake is van echte synergie. Een praktisch voorbeeld van de samenloop van publieke en private belangen is het gevecht tegen de ondermijning, in dit geval het gebruik van bedrijfspanden voor illegale activiteiten.

Het bestrijden van ondermijning is een publieke taak, maar het kan niet zonder een vorm van ‘boots on the ground’: toezicht op en bekendheid met het terrein. Dat kunnen wijkagenten en boa’s nooit alleen af. Een door ondernemers zelf gefinancierd en 8

georganiseerd gebiedsmanagement is een steeds onmisbaarder wordend hulpmiddel. En voor de goede orde: ondermijning raakt niet alleen de overheid, maar ook de bonafide ondernemers – de overgrote meerderheid. Helmond heeft ook op dit thema een effectieve aanpak ontwikkeld. Tussen 2020 en 2022 is een pilot gedraaid gericht op de preventie van drugscriminaliteit in bedrijfspanden. Een belangrijke maatregel bleek het werken met gestandaardiseerde huurovereenkomsten waardoor bonafide verhuurders worden beschermd tegen malafide huurders. Verhuurders die deze overeenkomst hanteerden en te goeder trouw handelden worden door het Openbaar Ministerie ontzien van strafrechtelijke vervolging (wat doorgaans wel gebeurt). De pilot is zeer succesvol geweest en is intussen als vast onderdeel opgenomen in de Helmondse KVO aanpak. Op dit punt nog een laatste toevoeging. In een oriëntatie-onderzoek naar de mogelijkheden van een fonds in Den Bosch, is Helmond samen met Utrecht genoemd als een ‘good practice’ op het gebied van veiligheidsarrangementen. De aanpak in beide steden biedt op zichzelf al een goed beeld van de meerwaarde van gezamenlijke investeringen via een fonds. De effectiviteit van die investeringen is ook te staven met politiecijfers. We citeren uit dit rapport.

“Om nog een beeld te geven van de effectiviteit van de investeringen in voorbeeldsteden vergelijken we recente politiecijfers over de grootste terreinen in Utrecht en Helmond met die van Den Bosch. Geteld wordt het aantal geregistreerde misdrijven die door de politie zijn vastgelegd.

Den Bosch Rivu De Herven De Brand totaal selectie Bossche terreinen Utrecht Lageweide Papendorp Oudenrijn totaal selectie Utrechtse terreinen Helmond Helmond industriegebied zuid terreinen Hoogeind en BZOB

Hectare terrein

Aantal geregistreerde misdrijven 2023

Aantal misdrijven per 100 hectare

2013-2023

341 124 160 625

203 129 55 387

60 104 30 62

-5 +/- 0 +26 + 21

446 165 158 769

213 86 82 381

48 52 52 50

- 81 - 31 - 31 - 143

763

154

20

- 126

Natuurlijk is ieder terrein anders en zijn er meer factoren te benoemen die van belang zijn voor het inschatten van de veiligheidssituatie. Maar de cijfers uit Utrecht en Helmond maken wel duidelijk dat gezamenlijke inspanningen van ondernemers vanuit een vaste financiële bron van betekenis zijn.”

9

Afsprakenkader kan lichter. De relatie tussen de gemeente en een ondernemersfonds wordt in de regel in een convenant vastgelegd. Er is een sterke voorkeur voor om dat convenant licht en regelarm te houden. Hoe meer de verantwoordelijkheid bij de ondernemers ligt, hoe groter de prikkel om goed werk af te leveren. En het is niet nodig om een noodrem af te spreken voor de eventualiteit van fraude of malversaties. Het fonds is juridisch een gesubsidieerde stichting. De gemeente heeft wettelijk al de bevoegdheid om ten allen tijde in te grijpen bij dergelijke eventualiteiten. Het is nog nooit nodig geweest in de landelijke praktijk. Het convenant kan een looptijd hebben van enkele jaren of voor onbepaalde tijd (zie verderop). Vervolgens kan worden volstaan met een eenvoudige subsidieaanvraag- en beschikking met verwijzing naar de afspraken uit het convenant. Daar waar het convenant niet in voorziet kan worden teruggevallen op de algemene subsidieverordening. Helmond werkt niet met een convenant maar op basis van een subsidiebesluit. Daar is op zichzelf niets mis mee, maar dit betekent in de praktijk dat het Helmondse fonds meer verplichtingen heeft dan de meeste andere fondsen uit ‘de familie’. We noemen een aantal verschillen ten opzichte van de landelijke praktijk: •

•

•

Het fonds kan maar beperkt reserveringen aanbrengen, 10% van het jaarbedrag. In principe lastig bij een investeringsfonds met een lange termijn horizon. Het fonds heeft er echter beperkt last van. Ten eerste omdat het geld in het Helmondse fonds aardig rolt, er zijn bestedingen genoeg. Anderzijds kunnen de drie werkorganisaties zelf wel reserves aanleggen voor lange termijninvesteringen. Het fonds dient ieder jaar een overzicht in te dienen van de werkplannen van de drie trekkingsrechten. Die verplichting is er in andere fondsen niet, daar kan worden volstaan met een goede verantwoording achteraf. Het fonds dient een goedkeurende controleverklaring te kunnen overleggen. Dat is een vrij zwaar instrument, meer gangbaar in de fondsenwereld is een samenstelverklaring van de accountant. Minder kostbaar en minder tijdrovend, en toch een vorm van controle. In sommige convenanten wordt daarbij afgesproken om eens in de zoveel jaar een controleverklaring te laten uitvoeren.

Het Helmondse fonds heeft zich aan die afspraken kunnen conformeren mede in het licht van de hartelijke samenwerking met de gemeente op inhoudelijke dossiers. Met het aangaan van een nieuwe periode voor het fonds kan echter ook opnieuw naar deze verhouding worden gekeken.

10

4. Bestendiging van het fonds

Het Helmondse fonds maakt dit jaar haar 13e jaargang mee. Het fonds heeft zich in die jaren weten te ontwikkelen tot een vaste en gewaardeerde partner in ondernemend Helmond. Het fonds is een werkbare oplossing gebleken voor de ‘freerider problematiek’. Bovendien schept het fonds de ruimte om blijvend te investeren in de lokale economie. Het heeft geleid tot meer onderlinge samenwerking en een betere organisatiegraad van ondernemers. De inzet van het fonds is gericht op continuering van het fonds. De algemene wens is om het fonds voor onbepaalde tijd te continueren. Daarmee zou Helmond het voorbeeld volgen van de volgende fondsen, met tussen haakjes het startjaar van het fonds: • • • • • • •

• • • • • •

Alblasserdam (2016) Assen (2011) Bodegraven-Reeuwijk (2014) Culemborg (2013) Delft (2011) Enkhuizen (2018) Groningen (2011)

Hendrik-Ido-Ambacht (2022) Leiden (2005) Lisse (2011) Utrecht (2012) Vlaardingen (2014) Westerveld (2017)

Daarmee is niet vastgelegd dat het fonds voor eens en altijd zal bestaan. Het staat de gemeente altijd vrij om kritisch naar het reilen en zeilen van het fonds te blijven kijken. Het betekent wel dat het bestaansrecht van het fonds niet periodiek meer ter discussie staat. Naast een vertrouwenssignaal zou dit besluit ook in praktische zin veel betekenen voor het fonds en de bij het fonds betrokken partijen. De investeringshorizon wordt groter en het fonds zal ook door externen nog meer worden gezien als een stabiele partner waar zaken mee kan worden gedaan. In het licht van de grote uitdagingen op het gebied van verduurzaming en energietransitie wordt die stabiliteit steeds belangrijker. De plannen gaan gepaard met grote investeringen in installaties met een afschrijftermijn van tientallen jaren. Een beperkte loopduur van het fonds wordt daarmee in de praktijk steeds meer een handicap. 5. Agenda voor de toekomst

De ambitie is om met het fonds de komende jaren verder te blijven bouwen aan een sterk ondernemersklimaat en goede onderlinge samenwerking. Ieder jaar presenteren de drie werkorganisaties hun jaarplannen met daarin zowel aandacht voor ‘de basis’ (schoon, heel 11

veilig, promotie) als voor bijzondere crossovers en strategische lange termijn investeringen (energietransitie, arbeidsmarkt, digitalisering). Deze balans wil het fonds goed blijven treffen. In de fondsenwereld wordt wel gesproken van generatiebestedingen. Het is de ontwikkeling van bestedingen die vaak plaatsvindt, van praktisch en korte termijn naar (middel)lange termijn met een grotere impact. Onderstaande een klein overzicht. Eerste generatie

Tweede generatie

Derde generatie

Praktische voorzieningen, korte termijn, eenmalige activiteiten

Door-organiseren van ‘eerste generatie’, professionalisering, middellange termijn belangen, cross-overs. • Parkmanagement en kvo op bedrijventerrein • Centrum-management voor winkelcentra • Beveiligingsarrangementen • Grote, terugkerende evenementen (winterfair, ijsbaan, meerdaagse markten) • Evenementenkalender afgestemd met omgeving • Gezamenlijke inkoop • Opbouw stagenetwerk e.d.

Visie-gedreven bestedingen, eigen agenda ontwikkeling, lange termijn belangen

• • • • • •

Sfeerverlichting Sinterklaasintocht Eenmalige evenementen Promotie / folders Braderieën Open bedrijvendag

• • • • •

•

Kennis & kunde sessies, eigen informatiepositie Onderzoek naar en realisatie van energyhubs City- en regiomarketing onder regie ondernemers Eigen gebiedsvisie(s) ontwikkelen Collectieve werving tekortsectoren (techniek, onderwijs, zorg) Ondernemersstrategie op krimp en vergrijzing

De kunst is om niet teveel bij de eerste generatiebestedingen te blijven. Natuurlijk is het belangrijk een basisniveau aan voorzieningen te onderhouden, ook na tien jaar ondernemersfonds blijft de sfeerverlichting belangrijk. Maar het fonds is ook een plek voor innovatie en nieuwe samenwerkingsverbanden. Helmond wisselt feitelijk de drie generaties bestedingen al met elkaar af. De basis staat al vele jaren, dat betekent dat met de jaren ook steeds meer aandacht (en budget) vrij kan komen voor de derde generatie. Zeker door de koppeling van publieke cofinanciering zoals in de energietransitie projecten. Wat ligt er nog in het verschiet? We noemen groen en rijp een aantal kansen voor de Helmondse ondernemers die in de toekomst met een fonds kunnen worden opgepakt. •

Van plan naar actie, realisatie van de vier ‘rotondes’: de warmterotondes Groot Schooten en BZOB, de waterrotonde BZOB en de grondstoffenrotonde;

•

Toewerken naar lokale energyhubs als (deel)oplossing van de netcongestie met meer duurzame opwekking, gezamenlijke opslag en onderlinge verhandeling van 12

energie. Een interessante referentie voor Helmond is wellicht het grote project “Congestie management en Power Balancing” dat op het Utrechtse terrein Lage Weide met fondsgeld is geïnitieerd. •

Aan de slag met de Omgevingswet, eigen visievorming op ontwikkeling van werkgebieden en lokaal-regionale economie als geheel, visie op gewenste bedrijvigheid, branchering en sfeergebieden aanwijzen in de centra, leegstandsbeheer met lokale pandenbank, acquisitie van nieuwe bedrijvigheid met lokaal bidbook. Zie bijvoorbeeld ter inspiratie de staande praktijk van het centrummanagement in Leiden;

•

Kennis en kunde aanbod voor alle ondernemers, centraal informatieaanbod met actuele zaken, kennisbijeenkomsten op relevante onderwerpen (AI, ondermijning, verduurzaming, cybersecurity, hr-beleid), cursus- en trainingsaanbod, lokale informatievoorziening (zie ter inspiratie de Groninger Ondernemers Courant);

•

Samen met de overheid werk maken van klimaatadaptatie van werkgebieden (centra, terreinen, wijken); vergroening, tegels wippen, ruimte voor water, bestrijden van hittestress;

•

Verdere uitbouw van onderwijs-arbeidsmarktprojecten, Helmond nadrukkelijk op de kaart zetten als ‘werk- en techniekstad’ om lokaal talent voor de regio te behouden en noodzakelijk talent van buiten aan te trekken;

•

Verdere uitbouw van het nieuwe project “local birds” waar alle drie de trekkingsgebieden in participeren, stimuleren van duurzame consumptie en platform bieden aan innovatie, duurzame bedrijven in Helmond en hun (potentiële) klanten;

•

Hechtere regionale samenwerking van ondernemers op zowel praktische zaken als op strategische projecten met lange termijn belang. De economie stopt niet bij de gemeentegrenzen, en door meer regionale samenwerking tussen ondernemers te krijgen neemt de slagkracht toe. Samen met de ondernemers in de andere Peelgemeenten kan bijvoorbeeld worden ingezet op stevigere presentie in het Brainport verband, en om zo meer investeringen naar de regio te krijgen. Die optie wordt steeds reëeler nu het aantal fondsen in de omgeving toeneemt. Laarbeek heeft sinds 2017 een fonds, Deurne is in 2024 gestart en in andere regiogemeenten is het een onderwerp van gesprek.

De lijst kan moeiteloos uitgebreid worden, kansen genoeg en met een vaste basisfinanciering zijn ondernemers in staat om ze ook te verzilveren. 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16166228/1