RN 083 Grondstoffenbeleidsplan Helmond 2026-2028
Tekst van het document
Meldingenstructuur en datagebruik Er is behoefte aan een betere afhandeling en structurering van meldingen over afval. Op dit moment komen meldingen ongefilterd binnen, wat leidt tot overbelasting van planners (welke de meldingen afhandelen). Het inrichten van een frontoffice of voorscreening kan dit probleem verlichten. Daarnaast is er een wens voor meer sturing op basis van actuele data en dashboards, zodat sneller kan worden bijgestuurd op vervuiling, bijplaatsingen of inzamelresultaten. Behoefte aan wijkgerichte verfijning Alle gesprekspartners benadrukken het belang van een wijkgerichte aanpak in de komende beleidsperiode. Geen grote nieuwe ingrepen, maar het verfijnen en bijsturen van beleid op basis van lokale knelpunten en kansen. Wijken verschillen sterk in samenstelling, bebouwing, gedrag en behoefte. Daarom is het van belang om maatwerk te leveren en samen te werken met wijkteams, afvalcoaches en bewoners. De inzichten uit deze gesprekken benadrukken de noodzaak om beleid niet alleen topdown te bepalen, maar ook in nauwe samenspraak met uitvoerende medewerkers vorm te geven. Om op basis van deze informatie de besproken kansen en knelpunten te verwerken in dit beleidsplan, onder andere de wijkgerichte aanpak, het versterken van de inzet van de GRIP-wagen, het verbeteren van communicatie over grondstoffen, en de inzet op betere monitoring en handhaving.
Hiermee wordt niet alleen inhoudelijk beter beleid gemaakt, maar ontstaat er ook meer eigenaarschap binnen de organisaties die het beleid uitvoeren.
Pagina 20 van 36
5. Beleidsscenario’s In de voorgaande hoofdstukken zijn de ambities en doelstellingen van de gemeente Helmond voor de periode 2026–2028 uiteengezet. In dit hoofdstuk worden deze verder geconcretiseerd in een aanpak die is gebaseerd op maatwerk en gefaseerde besluitvorming. De kern van deze benadering is: eerst leren, dan opschalen. Helmond kiest ervoor om in de eerste beleidsjaren te investeren in onderzoeken naar wijkgerichte verbeteringen van de afvalinzameling, communicatie en ondersteuning. Door op buurtniveau praktijkervaring op te doen, gericht te monitoren en bewoners actief te betrekken, ontstaat inzicht in wat werkt en wat niet. Pas op basis van die ervaring worden bredere maatregelen overwogen, zoals aanpassingen in de inzamelfrequentie of tarieven (opschalen). Deze gefaseerde aanpak draagt bij aan een realistische uitvoering, beheersbare kosten en het behouden van draagvlak onder inwoners. Binnen dit beleidsplan vindt een wisselwerking plaats tussen de drie pijlers van grondstoffenbeleid: het serviceniveau voor inwoners, het milieurendement en de kosten. Door het zwaartepunt te verschuiven van de ene pijler of maatregel naar de ander, kan gestuurd worden op serviceniveau, milieurendement of kosten. De maatregelen zijn tot stand is gekomen op basis van de ambities van Helmond, de wensen en meningen van haar inwoners en de ervaringen van haar medewerkers.
In dit hoofdstuk worden oplossingsrichtingen en verbetermaatregelen per stroom en doelgroep uitgewerkt, met oog voor de wijkcontext. Deze maatregelen vormen samen de basis voor een robuust, maar flexibel beleid dat in 2027 en 2028 op basis van meetbare resultaten kan worden uitgebreid of bijgesteld.
5.1 Optimalisatie afvalscheiding 5.1.1 PMD (Plastic, Metaal en Drankenkartons) Helmond kent een relatief hoog inzamelcijfer voor PMD-afval. In 2024 werd gemiddeld 31 kg PMD per inwoner gescheiden ingezameld, wat boven het landelijk gemiddelde ligt en gunstig afsteekt ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Tegelijkertijd laten
Pagina 21 van 36
sorteeranalyses zien dat er nog sprake is van afkeur in de PMD-stroom bij verzamelcontainers en dat er binnen het restafval ruimte is voor verdere scheiding. Dit vraagt om gerichte optimalisatie, met name in de kwaliteit van de ingezamelde fractie. Zakken versus minicontainers Helmond maakt voor de laagbouw gebruik van een inzamelsysteem met zakken, wat over het algemeen leidt tot een schonere en minder vervuilde PMD-stroom. Invoering van minicontainers voor de laagbouw wordt op dit moment niet overwogen. De markt voor kunststoffen is in beweging, en een investering in minicontainers wordt beschouwd als risicovol met het oog op mogelijke toekomstige beleids- en systeemveranderingen. Het zakkenmodel biedt daarentegen flexibiliteit en voorkomt desinvesteringen. Bronscheiding/ nascheiding Helmond behaalt met bronscheiding goede resultaten in de hoeveelheid ingezamelde PMD, vooral in de laagbouw waar het zakkenmodel voor PMD relatief weinig vervuiling oplevert. Hoewel nascheiding in sommige stedelijke contexten voordelen kan opleveren, is dit voor de gehele gemeente Helmond op dit moment geen wenselijk alternatief. Onder de huidige omstandigheden werkt het invoeren van nascheiding in Helmond kostenverhogend. De nascheidingsinstallaties kunnen namelijk niet dezelfde hoeveelheid PMD uit het restafval halen als de inwoners van Helmond nu zelf doen.
Dat heeft onder andere te maken met het feit dat PMD dat samen met restafval wordt ingezameld meer vervuild is en daardoor van mindere kwaliteit. Op basis van de huidige cijfers, de inzet op kwaliteit van deelstromen, landelijke inzichten en marktontwikkelingen kiest Helmond ervoor om scheiden aan de bron, met zakken voor de laagbouw, te behouden. Dit systeem kent goede inzamelresultaten, zorgt voor een betere kwaliteit PMD en is financieel beheersbaar. De problemen rondom vervuiling doen zich voornamelijk voor bij 10% van de verzamelcontainers in hoogbouwlocaties. Daarom wordt in 2026 gestart met een onderzoek naar aanvullende nascheiding op afgekeurde PMD-vrachten in de hoogbouw, bijvoorbeeld via specifieke restafvalroutes of aanvullende sortering. Dit sluit aan bij de nieuwe werklijn van Verpact. Dit zal echter geen direct kostenvoordeel opleveren maar moet nadrukkelijk worden gezien als aanvullende kwaliteitsmaatregel en ook niet als alternatief voor het ingezette bronscheidingsbeleid. Het doel is om op lokaal niveau de
kwaliteit van de PMD-stroom te verbeteren zonder het gehele systeem aan te passen. Deze aanpak biedt ruimte voor gericht verbeteren waar dat nodig is, zonder onnodige investeringen of systeemveranderingen.
Duidelijke communicatie op de container: de
PMD: keuzes en verwacht effect PMD Behouden van bestaande inzamelsysteem met zakken voor laagbouw Onderzoek naar aanvullende nascheiding op afgekeurde PMD-vrachten in de hoogbouw volgens de nieuwe werklijn van Verpact
Service
Milieu
Kosten
Neutraal
Neutraal
Neutraal
n.v.t.
n.v.t.
Verhogend
5.1.2 GFT+E (Groente-, Fruit-, Tuinafval en Etensresten) Ondanks de bestaande inzamelstructuur belandt momenteel nog circa 34 kg GFT+E per inwoner in het restafval, wat neerkomt op ongeveer 24% van het totale GFT+E-aanbod. Opvallend is dat hiervan slechts 2 kg bestaat uit tuinafval; de overige 32 kg betreft groente, fruit- en etensresten. Hieruit blijkt dat de grootste optimalisatiekans ligt bij het inzamelen van keukenafval. Vorig jaar lag de focus op het verbeteren van de inzamelstructuur voor hoogbouw en is het aandeel gescheiden GFE met 6 kg per inwoner per jaar gestegen. Naar verwachting zal deze groei nog iets verder doorzetten in de komende periode. In de praktijk blijkt dat er in hoogbouwlocaties sprake is van vervuiling door plastic zakken en verkeerd aangeboden afval in de GFE-verzamelvoorzieningen. Deze vervuiling belemmert een hoogwaardige verwerking van het afval en leidt tot het afkeuren van volledige containers in 10% – 15% van de gevallen. Pilot verbetering inpandige inzameling GFE Op meerdere hoogbouwlocaties in Helmond wordt GFE momenteel ingezameld via inpandige verzamelcontainers. Uit ervaringen van Blink blijkt dat deze voorziening leidt tot vervuiling van de GFE-stroom, met name door het gebruik van plastic zakken en in sommige gevallen door restafval.
Deze vervuiling lijkt niet voort te komen uit onwil, maar eerder uit onwetendheid bij bewoners over wat er wel en niet in de container mag. Een manier om de kwaliteit van het ingezamelde GFE te verbeteren is gericht inzetten op de ervaren knelpunten van inwoners. Hiervoor start de gemeente met verschillende pilots om de kwaliteit van de ingezamelde GFE te verbeteren. Voor de inpandige inzameling betreft dit een pilot op circa 30 locaties waar de vervuiling het grootst is. De pilot bestaat uit twee maatregelen:
containers worden gewrapt met opvallende en begrijpelijke instructiestickers. Deze geven in één oogopslag aan wat er wel (en niet) in de container thuishoort. De beeldtaal op de stickers is ook geschikt voor bewoners die de Nederlandse taal minder goed beheersen. VANG-HHA heeft hier materiaal voor ontwikkeld wat ingezet kan worden. Dit kan worden uitgebreid naar alle grondstoffen die inpandig worden ingezameld op deze locaties. Fysieke aanpassingen van de container: om verkeerd gebruik te voorkomen, worden de containers voorzien van kleinere inwerpopeningen. Dit ontmoedigt het aanbieden van grote zakken restafval of PMD. Omdat GFE doorgaans in kleine hoeveelheden wordt aangeboden, blijven deze inworpen praktisch bruikbaar.
Pilot GFE-emmers (25-45 liter) bij hoogbouw Voor hoogbouwlocaties is een pilot in voorbereiding waarbij bewoners gebruik kunnen maken van GFEemmers van 20 tot 45 liter, voorzien van een chip. Deze kleinere emmers worden gekoppeld aan specifieke verzamelpunten of inzamelmomenten en zijn vooral geschikt voor huishoudens zonder ruimte voor een grote container. Het doel is om bewoners op een laagdrempelige en praktische manier te ondersteunen bij het scheiden van groente-, fruit- en etensresten, passend bij de woningtypologie en beperkte ruimte in huis. Een belangrijk voordeel van deze aanpak is dat bewoners het GFE-afval nu in hun eigen woning kunnen verzamelen en opslaan. Dit verlaagt de drempel aanzienlijk ten opzichte van de huidige situatie waarin bewoners voor elke kleine hoeveelheid GFE-afval naar een gezamenlijk inzamelpunt beneden moeten lopen. Iets wat in de praktijk vaak als onhandig of belemmerend wordt ervaren. Eerdere pilots, zoals in de gemeente Echt-Susteren (niet-diftar gemeente), laten zien dat deze methode effect heeft. Daar werd bij een vergelijkbare proef met 25-liter emmers in
Pagina 22 van 36
hoogbouw een daling van het restafval van 30% gerealiseerd, terwijl het vervuilingspercentage in het ingezamelde GFT+E daalde van 2,9% naar 1,8%2. Deze cijfers zijn niet een op een over te nemen voor Helmond maar laten wel het positieve effect van deze maatregel zien. Omdat de inzameling in deze pilot moet aansluiten op de bestaande routes en logistiek van Blink, wordt gekozen voor een kleinschalige en gerichte opzet. Een afgebakend deel van een wijk wordt geselecteerd, met maximaal 50 huishoudens die zich vrijwillig aanmelden en gemotiveerd zijn om actief mee te doen. Deelnemers worden dus niet verplicht, wat ruimte geeft voor betrokkenheid, feedback en een goede monitoring van de effecten. De resultaten van deze pilot bieden waardevolle inzichten voor de verdere ontwikkeling van GFE-inzameling in hoogbouwsituaties Pilot GFE-zakjes Daarnaast wordt een in 2025 een pilot opgestart met de uitgifte van verschillende GFEzakjes bij hoogbouwlocaties. Deze pilot is al bekostigd en zal niet worden meegenomen in de begroting voor dit beleidsplan. In de praktijk blijkt dat inwoners hun GFE-afval verzamelen in plastic zakjes. Hoewel dit goed bedoeld is, leidt het tot vervuiling van de GFT+E-stroom en kan de hele container om deze reden worden afgekeurd en worden afgevoerd als restafval.
Om dit probleem op een laagdrempelige en positieve manier aan te pakken, wordt in Helmond een proef voorbereid met het verstrekken van biologisch afbreekbare en papieren GFE-zakjes (met kiemplantlogo) aan bewoners van hoogbouwcomplexen. Afhankelijk van de resultaten van de pilot wordt bekeken of en hoe deze aanpak breder kan worden ingezet in de gemeente. GFT+E: keuzes en verwacht effect GFT+E Pilot verbetering inpandig GFE op 30 locaties: Containers wrappen Aparte deksel met kleinere inworp Pilot 25-40 liter containers voor GFE – 50 stuks Pilot GFE-zakjes Verwacht effect van maatregelen en doorleer effect maatregel 2024
Service
Milieu
Kosten
Neutraal
Verhogend
Verhogend
Verhogend Verhogend
Neutraal Neutraal
Verhogend n.v.t.
+ 4 kg
5.1.3 Textiel 3 van de 9 kg textiel belandt op dit moment nog in het restafval. Verbetering van de textielinzameling is daarom een belangrijk aandachtspunt voor de komende
2
Tussenevaluatie Afvaltransitie Susteren, 2020
Pagina 23 van 36
beleidsperiode. Om de resterende 3 kg terug te dringen, wordt ingezet op uitbreiding van inzamelpunten en heldere communicatie over wat wel en niet mag worden aangeboden. Verbetermaatregelen zoals uitbreiding van containers en gerichte communicatie kunnen in specifieke wijken worden getest en verfijnd. Daarbij wordt ook onderzocht of textielcontainers op locaties zoals scholen, buurthuizen of andere maatschappelijke voorzieningen kunnen worden geplaatst. Dit biedt kansen voor beter toezicht en beheer, doordat deze locaties vaak al onder toezicht staan en beperkte openingstijden kennen. Hierdoor is er mogelijk minder kans op vandalisme, opengebroken containers en bijplaatsingen. Deze locaties kunnen aanvullend zijn op de bestaande plekken en gericht worden ingezet in wijken waar juist die problematiek vaker voorkomt. Tegelijkertijd bieden deze locaties mogelijkheden voor educatie en betrokkenheid van de buurt bij circulaire initiatieven. Hoewel het exacte aantal extra te plaatsen containers nog moet worden bepaald, wordt op basis van eerdere ervaringen een extra opbrengst van 0,5 tot 1 kg textiel per inwoner per jaar verwacht. De kosten voor het plaatsen van extra textiel containers en de opbrengst van textiel heffen elkaar op en maakt deze maatregel kostenneutraal.
Textiel: keuzes en verwacht effect Textiel Extra communicatie rondom textiel Plaatsing extra containers op beheerde locaties Verwacht effect maatregelen
Service Neutraal Verhogend
Milieu Verhogend Verhogend + 0,75 kg
Kosten Verhogend Neutraal
5.1.4 Luiers Op dit moment is aparte inzameling van babyluiers in Helmond mogelijk. Hiermee wordt gezinnen de mogelijkheid geboden om luiers gescheiden aan te bieden, zodat zij hiervoor niet worden belast in het diftarsysteem. De gescheiden ingezamelde luiers worden echter nog niet apart verwerkt, omdat er op dit moment geen verwerkingscapaciteit beschikbaar is voor deze stroom. Hierdoor komt het ingezamelde materiaal alsnog in het restafval terecht. Gemiddeld wordt er in Helmond circa 13 kg luiers en incontinentiemateriaal per inwoner per jaar aangeboden via het restafval. Opvallend is dat deze hoeveelheid nog hoger ligt bij de verzamelcontainers. Deze stroom bestaat uit zowel babyluiers als incontinentiemateriaal van ouderen en personen met een medische indicatie. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt aan een Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor luiers en incontinentiemateriaal per 2026. Deze regeling zal naar verwachting voorzien in een financiële vergoeding voor zowel de
inzameling als de verwerking van deze producten. De daadwerkelijke waarde van deze regeling staat of valt echter met de beschikbaarheid van verwerkingscapaciteit. Op dit moment is die capaciteit in Nederland zeer beperkt tot niet aanwezig. Dit vormt het grootste knelpunt voor gemeenten. De gemeente Helmond volgt deze ontwikkelingen nauwlettend en zal op het moment dat verwerking mogelijk wordt, beoordelen of opschaling van de gescheiden inzameling haalbaar en wenselijk is.
Eenmalige en wasbare luiers Milieu-impact per verschoning (endpoint) 100% 80%
Wasbare luiers
60%
Om luierafval te voorkomen is een wasbare luier een alternatief. Een wasbare luier is een herbruikbare luier gemaakt van stoffen zoals katoen, bamboe of microvezel. In tegenstelling tot wegwerpluiers kunnen wasbare luiers na gebruik worden gewassen en opnieuw gebruikt. Ze bestaan vaak uit een absorberende binnenlaag met een inlegvel en een waterdichte buitenlaag. Er zijn op dit moment alleen wasbare luiers op de markt voor baby’s waardoor de groep bewoners die gebruik maakt van incontinentiemateriaal hier geen gebruik van kan maken.
40%
CE Delft (2023) heeft een onderzoek gedaan naar het milieueffect van wasbare luiers. De wasbare luier heeft in het basisscenario voor de meeste impactcategorieën een lagere impact dan eenmalige luiers. De milieu impact wordt sterk bepaald door hoe de luiers gewassen worden. Er wordt in het onderzoek van CE Delft rekening gehouden met een basisscenario wassen. Dit is gebaseerd op gegevens en aannames over het typische wasgedrag van Nederlandse huishoudens (CE Delft, 2023). Wanneer een huishouden op een minder duurzame manier wast dan gemiddeld kan dit dus betekenen dat het de impact van wasbare luiers hoger ligt dan in het figuur wordt beschreven. Om de praktische toepasbaarheid in Helmond te verkennen, wordt een pilot gestart met tien gezinnen. Deze proef moet inzicht geven in gebruikservaringen, eventuele belemmeringen en succesfactoren rondom het gebruik van wasbare luiers. De resultaten van deze pilot vormen waardevolle input voor toekomstig beleid en voor het opzetten van een bredere ondersteuning richting andere geïnteresseerde gezinnen.
Eenmalige luier (verbranding) Eenmalige luier (recycling)
20% 0%
Wasbare luier (basisscenario) Menselijke gezondheid
Ecosystemen Grondstoffen
Bron: CE Delft, 2023
Het verwachte effect van wasbare luiers ligt tussen de 3 kg en 9 kg afvalreductie per deelnemend gezin per jaar. Hoewel dit op het totale restafvalcijfer van de gemeente nog een beperkte impact heeft, schuilt de waarde vooral in de opschaalbaarheid van de maatregel. Bij bredere toepassing biedt het een structurele kans op afvalreductie. Luiers: keuzes en verwacht effect Luiers
Service
Milieu
Kosten
Pilot wasbare luiers 10 gezinnen
Verhogend
Neutraal
Verhogend
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Recyclingcapaciteit in Nederland blijven volgen
5.2 Verlagen restafval 5.2.1 Restafval (fijn) De gemeente Helmond streeft ernaar het restafval verder binnen de aankomende beleidsfase verder terug te dringen naar 90 kg per inwoner per jaar. Daarbij wordt de ambitie van 75% afvalscheiding verlengd. Hoewel Helmond grote vooruitgang heeft geboekt op de gescheiden inzameling, bedraagt de hoeveelheid fijn restafval nog altijd circa 103 kg per inwoner per jaar. Verlaging inzamelfrequentie laagbouw Om inwoners te stimuleren tot betere afvalscheiding en hergebruik, wordt voorgesteld om de inzamelfrequentie van restafval voor laagbouwwoningen te verlagen van één keer per twee weken naar één keer per vier weken. Deze maatregel is erop gericht op het minder
Pagina 24 van 36
vanzelfsprekend maken van het aanbieden van restafval, en zo de bewustwording en motivatie voor afvalscheiding te vergroten. Momenteel bedraagt het gemiddelde aantal aanbiedingen 7 keer per jaar. De 140 liter container wordt gemiddeld 6x aangeboden en de 240 liter gemiddeld 8x per jaar. Een verlaging van de inzamelfrequentie zal vooral effect hebben op huishoudens in de laagbouw die relatief veel restafval aanbieden en draagt daarmee bij aan gedragsverandering bij deze doelgroep. Uit onderzoek en praktijkervaring blijkt dat gedragsverandering onder inwoners vaak pas op gang komt wanneer de inzamelstructuur verandert. Tegelijkertijd levert deze aanpassing een kostenbesparing op, omdat er minder restafval hoeft te worden verbrand en hoeft te worden verwerkt en getransporteerd. De verlaging van de frequentie sluit aan bij ontwikkelingen in andere gemeenten waar deze maatregel aantoonbaar heeft geleid tot reductie van restafval én hogere kwaliteit van gescheiden stromen. Naar verwachting kan frequentieverlaging het restafval in Helmond met nog 10% per inwoner per jaar verminderen en het scheidingspercentage verder verhogen. Tegelijkertijd blijft de inzamelfrequentie van andere grondstoffen (zoals GFT+E en PMD) ongewijzigd, zodat er voldoende mogelijkheden zijn voor correct gescheiden afval.
De gemeente start in 2027 met een pilot op enkele restafval routes, voordat de maatregel wordt overwogen voor heel Helmond. Op basis van de halfjaarlijkse resultaten uit de pilot wordt een keuze gemaakt voor invoering van de frequentieverlaging voor alle routes in 2028. Randvoorwaarden en aandachtspunten Bij de invoering van vierwekelijkse inzameling is aandacht nodig voor: Communicatie en begeleiding, zodat inwoners weten hoe zij afvalstromen correct kunnen scheiden en wanneer de containers kunnen worden aangeboden; Begeleiding bij uitzonderingssituaties, zoals grote gezinnen of medische indicaties; o Voor inwoners met een medische indicatie is het belangrijk dat zij niet onevenredig worden geraakt door de maatregel. Zij ontvangen nu al een financiële compensatie en hebben de mogelijkheid om kosteloos een tweede
Pagina 25 van 36
restafvalcontainer aan te vragen, zodat ook zij voldoende capaciteit houden binnen het aangepaste inzamelsysteem. Dit zal extra onder de aandacht gebracht moeten worden. Monitoring van bijplaatsingen en afvalgedrag in de eerste maanden na invoering;
Restafval: keuzes en verwacht effect Restafval
Service
Milieu
Kosten
Vanaf 2028: Verlaging inzamelfrequentie laagbouw 1x in de 4 weken
Verlagend
Sterk verhogend
Verlagend
5.2.2 Grof (rest)afval Op dit moment wordt 19 kg per inwoner per jaar aan grof restafval aangeboden. Helmond doet het al heel goed maar er valt nog op verschillende gebieden winst te behalen. Zoals kleine grove stromen uit het restafval halen die daar nog vaak in belanden en initiatieven in hergebruik en afvalpreventie ondersteunen die bij de grote stromen effect hebben op de kilo’s. Verhoging inzet GRIP-wagen De GRIP-wagen is op dit moment vier keer per jaar op verschillende locaties in de gemeente Helmond beschikbaar. Deze mobiele voorziening maakt het voor inwoners laagdrempeliger om kleine hoeveelheden afval, zoals metaal, klein chemisch afval of kapotte elektrische apparaten, gescheiden aan te bieden. Er wordt onderzocht of het aantal rondes kan worden opgeschaald naar zes keer per jaar. Tegelijkertijd wordt gekeken naar een aanpassing van de afvalstromen die bij de GRIPwagen kunnen worden ingeleverd en het aan kunnen bieden van twee tassen in plaats van de huidige hoeveelheid van één tas. Deze evaluatie moet uitwijzen welke grondstoffen daar het meest geschikt voor zijn en hoe dit in de praktijk kan worden georganiseerd. Daarnaast zal ingezet moeten worden op betere en gerichtere communicatie rondom de GRIP-wagen. Veel inwoners zijn positief over het initiatief, maar niet altijd goed op de hoogte van waar en wanneer de GRIP-wagen langskomt.
In de komende periode wordt daarom extra aandacht besteed aan de zichtbaarheid van de routes en openingstijden, onder meer via digitale platforms, wijkcommunicatie en fysieke informatiepunten. In overleg met de wijkraden wordt gekeken naar de huidige locatiekeuzes en waar nodig aangepast. Zo kan het gebruik van de GRIP-wagen verder toenemen en bijdragen aan de doelstellingen van afvalpreventie en hoogwaardige recycling.
Verwachte groei aantal bezoekers GRIP-wagen 8000 7000
6000
6000
6500
7000
7500
5000
5000 4000 3000 2157
2528
3161
2000 1000 0 2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Sinds de start van het project tot en met het eerste kwartaal van 2025 is gemiddeld 5,4 kg grof afval per deelnemer ingezameld, wat neerkomt op circa 0,2 kg per inwoner per jaar. Hoewel de hoeveelheden bescheiden zijn, levert de GRIP-wagen aantoonbaar schonere afvalstromen op. Met een verbeterde inzet vanaf 2026 en de reeds zichtbare stijging in het aantal bezoekers, wordt verwacht dat dit aandeel kan oplopen tot ongeveer 0,4 kg per inwoner per jaar. De werkelijke waarde van GRIP ligt echter vooral in het faciliteren van gewenst gedrag, het versterken van contact met de wijk en het bieden van een communicatiemoment over afvalscheiding en hergebruik. Stimulering hergebruik en afvalpreventie Om hergebruik en afvalpreventie verder te stimuleren, zet Helmond in op uitbreiding van bestaande kringloopactiviteiten, samenwerking tussen circulaire partners en het versterken van het netwerk rondom de milieustraat. Doel is om te zorgen dat de milieustraat door bewoners steeds meer als laatste optie wordt gezien en dat herbruikbare goederen eerder hun weg vinden naar reparatie, hergebruik of upcycling. Hoewel het uiteindelijke streven een fysiek Circulair Ambachtscentrum (CAC) is, blijkt uit het haalbaarheidsonderzoek (Social Enterprise Lab, 2023) dat de benodigde locatie en infrastructuur op dit moment nog ontbreken.
De basis is gelegd: er zijn leer-werkplekken gerealiseerd, een textielsorteercentrum opgezet en nieuwe afspraken gemaakt over scheiding van deelfracties. Blink heeft inmiddels een regionale projectopzet uitgewerkt. Zodra een nieuwe locatie voor de milieustraat beschikbaar komt, kan worden doorgepakt met de realisatie van een fysiek Circulair Ambachtscentrum in Helmond of omstreken.
Pagina 26 van 36
Om deze reden kiest Helmond er in deze beleidsperiode voor om te investeren in een CACnetwerk, waarin bestaande initiatieven beter op elkaar worden afgestemd. Denk aan betere doorverwijzing op de milieustraat, samenwerking in inzameling en sortering, educatieve partnerschappen, en het betrekken van inwoners bij circulaire initiatieven. De bestaande samenwerking tussen gemeente, Blink, Senzer en Stichting Kringloopwinkel Helmond worden daarvoor verder versterkt. Voor de uitvoering van deze werkzaamheden wordt een budget van circa € 30.000 per beleidsjaar beschikbaar gesteld. Een voorbeeld van een circulair initiatief is ‘Heel Helmond Repareert’. Dit sluit aan bij landelijke campagnes zoals Heel Nederland Repareert, die als doel hebben om repareren de nieuwe norm te maken. De focus ligt op het promoten van reparatie en het zichtbaar maken van lokale plekken waar inwoners hun spullen kunnen (laten) repareren. Helmond sluit zich graag structureel aan met twee jaarlijkse reparatieweken vanaf 2026, in lijn met andere lokale initiatieven zoals Heel Helmond Sport en Heel Helmond Duurzaam. Grof restafval: keuzes en verwacht effect Grof (rest)afval
Service
Milieu
Kosten
Inzet GRIP-wagen verhogen van 4x naar 6x per jaar
Sterk verhogend
Verhogend
Verhogend
Investeren in CAC-netwerk
Verhogend
Neutraal
Verhogend
Verwacht effect maatregelen
– 0,4 kg
5.3 Zwerfafval en bijplaatsingen Zwerfafval in de openbare ruimte en bijplaatsingen bij ondergrondse containers vormen een zichtbaar en terugkerend probleem in de openbare ruimte. De gemeente Helmond ontvangt hier regelmatig meldingen over, en de maatschappelijke impact op het straatbeeld, de leefbaarheid en de beleving van bewoners is groot. Een volledig zwerfafvalen bijplaatsingsvrij straatbeeld wordt echter nooit als realistisch beschouwd. Daarom kiest Helmond voor een realistische en beheersbare aanpak, waarin wordt gestuurd op zichtbare verbetering en continuïteit doormiddel van beeldmeetlatten, handhaving en gedragsbeïnvloeding. Beeldmeetlatten als instrument voor monitoring De gemeente Helmond zal vanaf 2026 de beeldmeetlatten van CROW hanteren voor zowel zwerfafval als bijplaatsingen en een keuze maken voor het beheersniveau (A+ - D). Deze gestandaardiseerde meetmethode maakt het mogelijk om op objectieve wijze de kwaliteit van het straatbeeld in kaart te brengen, trends te monitoren en de effectiviteit van maatregelen te evalueren.
Er worden voor Helmond twee afzonderlijke beeldmeetlatten vastgesteld: Zwerfafval beeldmeetlat: richt zich op rondslingerend klein afval (zoals verpakkingen, sigarettenpeuken, blikjes).
onderhoudsniveaus en beleidsdoelen. Ze maken het mogelijk om overlastgebieden structureel in beeld te brengen en gerichter in te grijpen. Waar voorheen veel inzet ging naar het ad hoc opruimen van meldingen, verschuift de inzet naar actief beheer van bekende probleemlocaties. Dit betekent onder andere: Voorspellend opruimen op bekende hotspots, met behulp van datamonitoring; Signalering door wijkteams, afvalcoaches en de buitendienst; Handhaving en toezicht. Deze aanpak vereist nauwe samenwerking tussen de verschillende uitvoerende diensten, waaronder Blink, de gemeentelijke buitendienst en toezicht & handhaving. Handhaving en toezicht Voor structurele gedragsverandering is handhaving onmisbaar. In Helmond kunnen alleen de gemeentelijke Boa’s formeel optreden en beboeten bij overtredingen. Andere betrokkenen, zoals afvalcoaches of toezichthouders van samenwerkingspartners, hebben een signalerende of preventieve rol, maar geen bevoegdheid tot sancties.
Bijplaatsing beeldmeetlat: richt zich op afval dat bewust wordt neergezet bij containers, zoals vuilniszakken, grofvuil of dozen.
Om extra aandacht te geven aan naleving van de regels en het bewustzijn onder inwoners te vergroten, organiseert de gemeente Helmond samen met Blink, de afdeling communicatie en de gemeentelijke handhavers handhavingsacties. Tijdens deze acties staan onder andere bijplaatsingen, verkeerd aangeboden afval of vroegtijdig aangeboden PMD-zakken centraal. De handhavingsacties dienen ook als leer- en meetmoment. De resultaten worden gebruikt om gerichter beleid te voeren, herhaling van gedrag te voorkomen en het toezicht op langere termijn effectiever in te richten. Indien succesvol, kan de aanpak worden herhaald met een wisselende thematiek, afhankelijk van actuele knelpunten of seizoensinvloeden. Voor de uitvoering van deze handhavingsacties wordt een budget van circa € 30.000 per beleidsjaar beschikbaar gesteld. Gedragsbeïnvloeding via afvalcoaches en communicatie
Deze meetlatten gelden voor de gehele gemeente en vormen het referentiekader voor
Pagina 27 van 36
Tot slot is gedragsverandering op de lange termijn alleen haalbaar via preventie en bewustwording. Daarom blijft Helmond inzetten op afvalcoaches die actief in de wijk aanwezig zijn. Zij informeren bewoners over de juiste aanbiedregels, motiveren tot beter
scheiden en signaleren knelpunten. In samenwerking met woningcorporaties en buurtbeheerders dragen zij bij aan een schone, sociale en leefbare woonomgeving. Ook wordt een structureel aanvullend budget van circa €30.000 voor communicatie opgenomen in de begroting. Naast algemene informatie wordt ingezet op het continueren van de educatieve programma’s op scholen over onder andere afvalscheiding en zwerfafval. Zwerfafval en bijplaatsingen: keuzes en verwacht effect Zwerfafval en bijplaatsingen
Service
Milieu
Kosten
Keuze beeldmeetlat (A+ - D) zwerfafval
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Keuze beeldmeetlat (A+ - D) bijplaatsingen
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Zwerfafvalmeting 2x per jaar
n.v.t.
n.v.t.
Verhogend
Meting bijplaatsingen 2x per jaar
n.v.t.
n.v.t.
Verhogend
Handhavingsweek
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Inzet afvalboa’s
n.v.t.
Verhogend
Verhogend
Inzet afvalcoaches en communicatie
n.v.t.
Verhogend
Verhogend
5.4 Communicatie en participatie – wijkgerichte aanpak In de speerpunten en doelstellingen van het grondstoffenbeleidsplan 2026–2028 is een wijkgerichte benadering een belangrijk onderdeel. Om de doelstellingen te behalen is stapsgewijze en duurzame gedragsverandering noodzakelijk waarin communicatie en participatie onmisbaar zijn. Om gedragsverandering effectief te stimuleren, is het essentieel om inzicht te hebben in de specifieke kenmerken, behoeften en intrinsieke motivaties van bewoners. Daarbij is aandacht nodig voor sociale dynamiek, taalniveau, culturele diversiteit en verschillen in behoeften, intrinsieke motivaties, leefstijl en gedrag. De Citisens-methode kan hierin ondersteunen door op buurtniveau de diverse bewonerssamenstelling van gemeente Helmond weer te geven. In 2019 en 2024 is met de Citisens-methode een betrokkenheidsanalyse uitgevoerd in de gemeente Helmond. Hierbij zijn bewoners op wijk- en postcodeniveau ingedeeld in acht verschillende profielen. Deze methode biedt een eerste beeld van de bewonerssamenstelling op buurtniveau, waarbij profielen inzicht geven in variatie tussen bewoners op het gebied van betrokkenheid, vertrouwen, communicatie en participatie.
Deze analyse vormt een waardevolle bouwsteen in het wijkgerichte beleid, maar niet het vertrekpunt. Dat moet worden gevormd door de problematiek in de wijk zelf: waar doet zich het grootste afvalprobleem voor, en welke gedragingen zijn hierop van invloed? Door vervolgens de communicatievoorkeuren en gedragskenmerken van bewoners mee te nemen, ontstaat een aanpak die zowel probleemgericht als bewonersgericht is. Opzet wijkgerichte aanpak Een wijkgerichte aanpak vraagt om maatwerk, waarbij per wijk wordt gekeken wat er speelt, welke partijen betrokken zijn én welke vorm van participatie past. Voor het behalen van het doel van verbeterde kwaliteit van deelstromen en minder ervaren knelpunten, staat het betrekken van inwoners centraal. Ook wordt het gesprek aangegaan met belangenorganisaties voor inwoners die meer maatwerk nodig kunnen hebben om hun afval goed te scheiden zoals senioren of mensen met een beperking. De aanpak vraagt om een passende samenwerkingsstructuur met onder andere inwoners, wijkmanagers, afvalcoaches, communicatieadviseurs, woningcorporaties en andere sleutelfiguren uit de desbetreffende wijk. Gezamenlijk vormen zij de verbindende schakel tussen de strategische doelstellingen van het grondstoffenbeleid en de dagelijkse leefwereld van bewoners.
Deze samenstelling waarborgt dat wijkgerichte acties gedragen worden door alle relevante partijen en dat signalen vanuit de uitvoering snel kunnen worden teruggekoppeld aan het beleid. Per wijk kan een wijkprofiel worden opgesteld op basis van meerdere informatiebronnen waaronder de betrokkenheidsanalyse (Citisens, 2024), de afvalcijfers, inwonermeldingen en informatie van wijkteams en woningcorporaties. Dit wijkprofiel helpt bij het stellen van
Pagina 28 van 36
prioriteiten, het kiezen van passende communicatiekanalen en het bepalen van de meest effectieve participatievormen. Voor het uitvoeren van de in 5.1 genoemde pilots op de deelstromen GFE en luiers wordt de opgedane kennis van de wijkprofielen en passende communicatiemiddelen ingezet.
afvalpreventie concreet te maken. Het afvalscheidingspercentage zal hierdoor naar verwachting verder stijgen, waarmee de trend van de afgelopen jaren wordt voortgezet. Wel blijft een blijvende en consistente inzet essentieel om deze positieve ontwikkeling vast te houden.
De uitkomsten van de wijkprofielen vormen de basis voor concrete wijkgerichte maatregelen. In sommige wijken kan communicatie via online platforms passend zijn; in andere wijken zijn juist persoonlijke benadering, huis-aan-huisbladen, het meer inzetten op educatie of bijeenkomsten in de wijk het meest effectief. Naast inwoners spelen afvalcoaches, wijkmanagers en woningcorporaties hierbij een actieve rol. Zij blijven zichtbaar aanwezig, spelen in op de behoeften van inwoners, geven uitleg, ondersteunen bewoners waar nodig met en signaleren problemen.
Effect restafval en grondstoffen
Voor de uitvoering van de wijkgerichte aanpak zal een aparte projectleider worden aangesteld. Hiervoor wordt circa € 100.000 per beleidsjaar beschikbaar gesteld. Ondersteuning door Blink De rol van Blink is essentieel. Voor een geslaagde wijkgerichte aanpak is het cruciaal dat Blink meer datagestuurd en wijkgericht gaat werken. Sorteringsgegevens, meldingen, afvalgedrag en wijkprofielen moeten systematisch worden benut om effectief te kunnen sturen. Blink wordt gevraagd niet alleen uitvoerend te zijn, maar ook mede-initiërend. Dit vereist extra inzet, eigenaarschap en capaciteit vanuit de organisatie. Wijkgerichte aanpak: keuzes en verwacht effect Wijkgerichte aanpak
Service
Milieu
Kosten
Opzet en uitvoering wijkgerichte aanpak incl. Extra inzet projectleider, afvalcoaches, Blink
Verhogend
Verhogend
Sterk verhogend
5.5 Overzicht verwacht effect op restafval en grondstoffen Onderstaande tabel toont het totale verwachte effect van alle voorgestelde maatregelen gezamenlijk. De frequentieverlaging, het doorleereffect en de grondstofmaatregelen geven een duidelijke impuls aan de reductie van restafval. Ook voor de gescheiden inzameling van grondstoffen wordt een positief effect verwacht, mede door de verschuiving van restafval en het stimuleren van gewenst gedrag. Het effect op het restafval en de grondstoffen kan verder worden versterkt door de wijkgerichte aanpak. Met deze gecombineerde inzet wordt verwacht dat de doelstelling van maximaal 90 kg fijn restafval per inwoner in 2028 binnen bereik komt. Ook wordt een eerste stap gezet in de reductie van grof restafval. De beoogde opbouw van circulaire netwerken en initiatieven, zoals ‘Heel Helmond Repareert’, kan deze beweging versterken door hergebruik en
Pagina 29 van 36
Restafval fijn impuls door frequentieverlaging, doorleereffect GFT+E en effect maatregel textiel Restafval grof impuls door GRIP-wagen GFT+E pilots, doorleereffect 2024, impuls door frequentieverlaging PMD impuls door frequentieverlaging OPK impuls door frequentieverlaging Glas impuls door frequentieverlaging Textiel maatregel, impuls door frequentieverlaging Scheidingspercentage
Kg per inwoner per jaar
Totaal aantal kg per inw. per jaar
Doelstelling 2026-2028
- 15 kg
88 kg
≤ 90 kg
- 0,2 kg
19 kg
≤ 15 kg
+ 7 kg
113 kg
+ 1 kg
32 kg
+ 0,4 kg
47 kg
+ 0,3 kg
19 kg
+ 1 kg
6 kg
+3%
74%
75%
6. Financieel beleid en tarievenstructuur De financiële paragraaf geeft een overzicht van de verwachte kosten en financiële effecten van het voorgestelde grondstoffenbeleid voor de periode 2026–2028. Daarbij wordt gekeken naar de impact van de gekozen maatregelen op de uitvoerings- en verwerkingskosten, personele inzet en het effect op de tarievenstructuur. Dit hoofdstuk dient als afwegingskader voor beleidskeuzes, waarbij de balans gezocht wordt tussen beleidsambities, uitvoerbaarheid en beheersbaarheid van kosten voor inwoners. Vanwege het ravijnjaar en de bredere lastenstijging waar inwoners mee te maken krijgen, is het van groot belang om de kosten beheersbaar te houden en geen disproportionele stijging van de afvalstoffenheffing te veroorzaken.
Grof restafval
6.1 Kosten per maatregel (per afvalstroom of beleidslijn) Onderstaande tabel biedt een overzicht van de voorgestelde maatregelen in dit beleidsplan en duidt aan of er rekening moet worden gehouden met eenmalige of structurele kosten. Restafval – frequentieverlaging (laagbouw)
Eenmalige kosten
Besparing op verwerking: Halvering van het aantal inzamelroutes levert een structurele kostenbesparing op verwerking vanwege de nieuwe impuls die wordt gegeven op het restafval Kosten grondstoffen: Verschuiving van restafval naar GFT+E leidt tot stijging in deze verwerkingskosten. Voor PMD, OPK en glas levert dit inkomsten op. Inzet Blink op routes: Minder routes, maar langere looptijden op routes Aanpassing voor medisch afval Communicatie eenmalig Eenmalige kosten inclusief afschrijvingstermijn Communicatie structureel
GFE hoogbouw Pilot verbetering inpandige GFE-inzameling Aanschaf 30 deksels Aanschaf stickers Pilot 45 liter GFE-containers Communicatie GFE-pilots
Structurele kosten € - 171.472
€ - 26.754
n.v.t.
n.v.t.
€ 130.325 € 32.152,50
Eenmalige kosten
Structurele kosten
€ 1.806
Zwerfafvalmeting 2x per jaar Bijplaatsing meting 2x per jaar Inzet boa’s op afval
€ 4.000 € 4.000 € 30.000
Inzet wijkgerichte aanpak € 100.000
Wanneer alle kosten en effecten bij elkaar worden opgeteld komen de eenmalige kosten uit op €168.731 in totaal waarvan €50.763 per jaar en €1,20 per huishouden. De structurele kosten komen uit op €100.973 per jaar en €2,40 per huishouden. Dat brengt ons op een totaal van €3,60 extra voor ieder huishouden van Helmond om alle maatregelen te kunnen uitvoeren. Een belangrijke aantekening bij de genoemde bedragen is dat deze tot stand zijn gekomen door de combinatie aan maatregelen die wordt voorgesteld. In het bijzonder zorgt het verlagen van de inzamelfrequentie op restafval naast milieuwinst, een behoorlijke kostenbesparing waardoor er ruimte is om het serviceniveau op andere onderdelen te verhogen zonder dat hier gelijk een forse stijging in de heffing door ontstaat.
Samenvatting
€ 2.300
Kosten, excl. btw
€ 6.100 € 57.906 € 20.000
Eenmalige kosten (kapitaallasten) Structurele kosten, incl. onderhoud en onvoorzien
Investeringskosten
€ /jaar
€/huishouden/jaar
€ 168.731
€ 50.763
€ 1,20
€ 100.973
€ 2,40
€ 151.736
€ 3,60
kg/jaar
kg/inw/jaar
-1.420.332 kg
- 15 kg
Totaal kosten/opbrengst Milieu
Kostenneutraal
Verwerking extra grondstoffen (opbrengst)
Kostenneutraal
Luiers
Pagina 30 van 36
€ 3.250
Zwerfafval en bijplaatsingen
Samenvatting effect en verwachte kosten
Textiel
Pilot Wasbare luiers Aanschaf pakket 10 gezinnen Communicatie promotie pilots
€ 30.000
Heel Helmond Repareert
Inzet (externe) projectleider
PMD
Aanschaf containers
€ - 2.111
Inzet Circulair Netwerk
€ 40.000
Kostenneutraal
Verwerking extra grondstoffen Onderzoek aanvullende nascheiding:
Extra inzet GRIP-wagen 2x per jaar Vermeden verwerkingskosten grof restafval
€ 8.000 € 200
Verwachte afname restafval Kg restafval (grof + fijn) per inwoner per jaar Verwacht totaal scheidingspercentage
nu 122 kg
107 kg
nu 70%
74%
6.2 Tarievenstructuur en verwachte financiële ontwikkeling 20262028 De huidige tarievenstructuur in Helmond is gebaseerd op een gedifferentieerd tariefstelsel (diftar), waarbij vaste en variabele kosten in rekening worden gebracht bij inwoners. In de afgelopen beleidsperiode is dit variabele tarief jaarlijks verhoogd als gedragsprikkel om afvalscheiding te stimuleren. 6.2.1 Verwachte lastenverhoging door het ravijnjaar Vanaf 2026 worden gemeenten geconfronteerd met het zogenaamde ‘ravijnjaar’, waarin het Gemeentefonds fors terugloopt en de financiële ruimte onder druk komt te staan. Landelijk leidt dit tot stijgende lokale lasten. Voor inwoners betekent dit dat zij gevoeliger worden voor verhogingen van de afvalstoffenheffing. Zeker in een stad als Helmond, met relatief veel huishoudens met een lage of middeninkomenspositie, is dit een belangrijke overweging. Tariefstijgingen kunnen negatieve maatschappelijke en politieke reacties tot gevolg hebben. 6.2.2 Verwachte kostenontwikkeling bij Blink Tegelijkertijd worden er ook bij uitvoeringspartner Blink kostenstijgingen verwacht. Deze zijn deels structureel, als gevolg van de nieuwe Cao-afspraken en indexaties, en deels beleidsmatig, door de bredere inzet op wijkgericht werken, communicatie, participatie en handhaving.
De kosten voor 2026 zijn niet opgenomen in de begroting maar worden als incidentele kosten uit de voorziening gedekt. Vanaf 2027 wordt de doorrekening van deze kosten meegenomen in de begroting. 6.2.3 Rekening houden met bestaande context Helmond hanteert, vergeleken met andere middelgrote gemeenten, gemiddelde tarieven. In de afgelopen jaren zijn veel optimalisaties doorgevoerd, wat betekent dat er weinig ruimte meer is voor kostenverlagende maatregelen zonder kwaliteitsverlies. Tegelijkertijd moeten nieuwe beleidsmaatregelen, zoals de wijkgerichte aanpak of de verlaging van inzamelfrequentie, met terughoudendheid worden vertaald naar hogere lasten. Ook sociaal beleid blijft hierin leidend: huishoudens met een medische indicatie kunnen blijvend aanspraak maken op een extra restafvalcontainer, en minima worden via gemeentelijke regelingen financieel ondersteund. Deze correcties blijven ook in de komende jaren noodzakelijk om gelijke toegang tot het inzamelsysteem te waarborgen.
Pagina 31 van 36
7. Planning en besluitvorming De uitvoering van het grondstoffenbeleid 2026–2028 wordt stapsgewijs aangepakt. Daarbij staat het principe eerst leren, dan doen centraal. Helmond kiest voor een gefaseerde benadering waarin ervaring uit pilots, wijkgerichte trajecten en monitoring leidend is voor het al dan niet opschalen van maatregelen. Op die manier worden beleid en uitvoering in samenhang ontwikkeld, met oog voor effectiviteit, uitvoerbaarheid en draagvlak. 2026 – Leren en verfijnen Het jaar 2026 staat in het teken van verdiepen en verfijnen. De gemeente start met de uitvoering van de wijkgerichte aanpak, inclusief lokale werksessies en gedragsinterventies. Tegelijkertijd wordt ingezet op het verbeteren van de gescheiden inzameling van specifieke grondstoffen. Dit gebeurt onder andere via pilots voor GFE in de hoogbouw, het stimuleren van wasbare luiers en de uitbreiding van textielinzameling op nieuwe locaties. Daarnaast worden de voorbereidingen getroffen voor de pilot verlaging inzamelfrequentie van restafval zodat deze 1 januari, met een nieuw belastingjaar, begint en wordt gestart met het onderzoek naar aanvullende nascheiding van PMD-afval bij verzamelcontainers in de hoogbouw.
2028 – Uitvoering en herijking Indien op basis van de resultaten uit de pilots is gekozen voor het doorvoeren van een verlaging van de inzamelfrequentie in heel Helmond, start de uitvoering daarvan in 2028. In dit jaar wordt ook de balans opgemaakt: wat heeft het beleid tot dan toe opgeleverd, waar zitten de verbeterpunten en hoe kan Helmond zich verder ontwikkelen richting de doelen op het gebied van circulariteit en afvalpreventie? Besluitvorming In 2028 wordt gestart met het formuleren en besluiten van het vervolgbeleid na deze periode. Evaluaties van de wijkgerichte aanpak, effectmetingen van de pilots en signalen uit de samenleving vormen hiervoor de basis. 2026
2027
Onderzoek aanvullende nascheiding
Opschaling wijkaanpak
Start pilots GFE
Start pilots frequentieverlaging restafval bij laagbouw
Start pilots luiers
Tussenevaluatie
Extra containers textiel
Besluitvorming In 2026 wordt een keuze en planvorming voor het toekomstige beheersniveau van zwerfafval en bijplaatsingen gemaakt. 2027 – Doorontwikkeling, tussenevaluatie en beleidskeuzes In 2027 worden succesvolle onderdelen van de wijkgerichte aanpak gecontinueerd en uitgebreid naar andere wijken. Op basis van monitoring en evaluaties worden waar nodig aanpassingen gedaan in communicatie, voorzieningen of inzet van partners. Vanaf 1 januari start de pilot met de verlaagde inzamelfrequentie. Op basis van de volledige cijfers uit 2026 en een nieuwe peiling onder inwoners, wordt een tussenevaluatie opgesteld en voorgelegd aan de raad. Hierin komen de eerste bevindingen en meningen aan bod over de pilots en maatregelen die zijn gestart in 2026. Indien hier grote beleidsmatige wijzigingen uit volgen wordt de raad betrokken. Besluitvorming Tegelijkertijd wordt in 2027 een besluit genomen over het structureel doorvoeren van maatregelen uit de uitgevoerde pilots.
Pagina 32 van 36
2028 Invoering geslaagde maatregelen (bij besluit) Start frequentieverlaging restafval laagbouw (bij besluit) Evaluatie gehele beleidsperiode Start ontwikkeling nieuw beleid
Start monitoring zwerfafval en bijplaatsingen Start wijkaanpak Besluitvorming
Besluitvorming
Keuze beheersniveau zwerfafval en bijplaatsingen
Keuze frequentieverlaging restafval laagbouw Keuze doorvoeren geslaagde maatregelen (uit pilots)
Besluitvorming Nieuw grondstoffenbeleid
8. Conclusie De gemeente Helmond heeft met dit grondstoffenbeleidsplan voor de periode 2026–2028 gekozen voor een doordachte, stapsgewijze aanpak op maat waarin lokale context en samenwerking centraal staan. De koers is ambitieus, maar bewust gefaseerd: eerst leren en verbeteren op wijkniveau, dan pas grotere systeemkeuzes. Daarmee bouwt Helmond voort op de ingezette lijn uit eerdere beleidsfases, maar scherpt zij haar inzet op cruciale onderdelen verder aan. Centraal in dit plan staat de reductie van fijn restafval naar maximaal 90 kg per inwoner per jaar in 2028. De afgelopen jaren is al aanzienlijke vooruitgang geboekt met een daling van 195 kg (2020) naar 103 kg (2024). Maar de stap naar 90 kg vraagt om verdere verfijning van beleid, vooral gericht op gedragsverandering en optimalisatie van voorzieningen. In de eerste twee beleidsjaren wordt daarom niet ingezet op grootschalige systeemwijzigingen, maar op gerichte pilots, wijkgerichte ondersteuning en monitoring van gedrag en effecten. Pas in 2028, op basis van tussentijdse resultaten van de pilots, wordt overwogen om de inzamelfrequentie voor restafval in de laagbouw te verlagen voor alle inwoners van één keer per twee weken naar één keer per vier weken, mits dit nodig is om de 90 kgdoelstelling alsnog te realiseren.
Op basis van het verwachte effect wordt geconcludeerd dat de doelstelling van 90 kg fijn restafval in 2028 haalbaar is. Naar verwachting zal de frequentieverlaging en de andere maatregelen het fijn restafval reduceren naar 88 kg per inwoner per jaar en het scheidingspercentage laten oplopen tot 74%. Het effect van de wijkgerichte aanpak is hier nog niet in meegenomen en kan er voorzorgen dat de cijfers nog verder verbeteren. Naast de reductie van fijn restafval richt het beleid zich op het verlagen van grof restafval naar maximaal 15 kg per inwoner per jaar, het verhogen van het afvalscheidingspercentage naar 75% en het behalen van een recyclingpercentage van 65%. Deze laatste indicator, de werkelijke recycling na verwerking, is steeds belangrijker geworden binnen het landelijke beleid en vormt ook voor Helmond een nieuw ijkpunt. Daarbij gaat het niet alleen om méér gescheiden inzamelen, maar vooral om het verbeteren van de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen. Vervuiling van PMD, GFT+E en textiel vormt nog steeds een belemmering voor hoogwaardige recycling, en wordt daarom in deze beleidsperiode nadrukkelijk
Pagina 33 van 36
aangepakt door maatwerk te bieden in de wijk met op de doelgroep afgestemde communicatie, gerichte pilots en fysieke aanpassingen van voorzieningen. Voor grof restafval wordt een verdere stap gezet richting reductie door de uitbreiding van de inzet van de GRIP-wagen. De ontwikkeling van circulaire netwerken en initiatieven kan dit verder versterken. Ook het scheidingspercentage zal hierdoor naar verwachting licht stijgen. Wel blijft een structurele en consistente inzet noodzakelijk, met oog voor gedragsverandering, monitoring en bijsturing. Een belangrijke pijler onder dit beleid is de samenwerking met inwoners, maatschappelijke partners, uitvoerende diensten en ketenpartijen. Helmond kiest ervoor om deze beleidsperiode sterker in te zetten op participatie en lokale samenwerking, onder andere door zich te richten op de wijk en het benutten van kennis van wijkmanagers, afvalcoaches en uitvoerende medewerkers. Ook initiatieven zoals de GRIP-wagen en het Circulair Netwerk bieden kansen om hergebruik en afvalpreventie dichter bij de samenleving te brengen. Tegelijkertijd is dit ook een beleidsperiode waarin meer gevraagd wordt van uitvoeringspartner Blink. De gemeente verwacht van Blink niet alleen een solide uitvoering van de dagelijkse inzameling, maar ook een actieve rol bij monitoring, gedragsbeïnvloeding, datagedreven sturing en het leveren van input voor optimalisaties.
Denk aan het gericht oppakken van problemen op de kwaliteit van grondstoffen, het leveren van actuele inzameldata, en het flexibel kunnen inspelen op wijkgerichte aanpassingen. Samenwerking betekent hierin niet alleen afstemming, maar ook gedeeld eigenaarschap over het behalen van beleidsdoelen. Kortom, het Grondstoffenbeleidsplan 2026–2028 is geen blauwdruk die op voorhand alles vastlegt, maar een adaptieve strategie waarin de gemeente Helmond ruimte houdt om te leren, bij te stellen en waar nodig op te schalen. Met duidelijke doelen, het bieden van maatwerk, meetbare resultaten en een gezamenlijke inzet met inwoners, medewerkers, partners en Blink, wordt voortgebouwd aan een duurzaam en toekomstbestendig grondstoffenbeleid waarin afval steeds meer plaatsmaakt voor waardevolle grondstoffen.
Bijlage 1 – Verslag Verdiepende Dialoog Gemeente Helmond Inleiding
Bredevoort
Drie Eikenbeemden (parkeerplaats Sportpark Brandevoort) 14:15-15:15 uur Broederwal (NS Station Brandevoort) 15:30-16:30 uur
De volgende vragen zijn tijdens de gesprekken gesteld: Wat vindt u van de GRIP-wagen? Wat is voor u het belang van afval scheiden? Wat maakt afval scheiden voor u makkelijk of juist moeilijk? Hoe zou de gemeente u (beter) met afvalscheiding kunnen helpen?
Om inzicht te krijgen in de houding van inwoners ten aanzien van afvalscheiding en het gebruik van de GRIP-wagen (Grondstoffen Inleverpunt), zijn begin april 2025 korte gesprekken (verdiepende dialoog) gevoerd met bewoners van de gemeente Helmond. Deze gesprekken vonden plaats op locaties waar de GRIP-wagen aanwezig was. Omdat de wagen vooral inwoners aantrekt die al actief bezig zijn met afvalscheiding, stonden veel geïnterviewde bewoners open voor het onderwerp. Dit bood een laagdrempelige en kansrijke gelegenheid om in korte tijd waardevolle inzichten op te halen.
Ervaringen met de GRIP-wagen
Tijdens de gesprekken zijn vier centrale thema’s behandeld: ervaringen met de GRIPwagen, motivaties voor afvalscheiding, drempels en gemak bij afvalscheiding en ondersteuning vanuit de gemeente hierin. De gesprekken werden gevoerd aan de hand van vaste vragen, waarbij vooraf opgestelde antwoordopties als leidraad zijn gebruikt. Inwoners konden meerdere antwoorden per vraag geven en hadden de mogelijkheid om aanvullingen te geven.
Positieve punten die vaak genoemd zijn: De GRIP-wagen staat op veel en goed bereikbare locaties (27) Inwoners kunnen kleine hoeveelheden afval (wat in een boodschappentas past) kwijt zonder naar de milieustraat te hoeven (27) De wagen is goed toegankelijk voor mensen zonder auto of met beperkte mobiliteit. Dit komt weer door de kleine afstand tot de wagen en de vele locaties (12)
Verspreid over twee dagen in de eerste week van april 2025 waren er twee adviseurs van JMA aanwezig om de bezoekers van de GRIP-wagen te interviewen. In totaal zijn er 86 bewoners gesproken. De gesprekken vonden plaats op de volgende locaties en tijdstippen: Binnenstad Helmond
Advocaat Botsplein (parkeerplaats Lidl) 10:15-11:15 uur Ameidewal 11:30-12:30 uur
’t Hout
Janssen en Fritsenplein (parkeerplaats Albert Heijn) 10:15-11:15 uur Wilgehoutstraat (parkeerplaats R.K.S.V Mierlo-Hout) 11:30-12:30 uur
Het initiatief van de GRIP-wagen wordt overwegend positief ervaren. Hier zit de kanttekening aan dat er alleen bewoners zijn bevraagd die zelf naar de GRIP-wagen toe kwamen. De bewoners die dus wellicht minder positief zijn en daarom ook niet hun afval komen brengen, zijn daardoor niet gesproken en kunnen dus ook niet in deze analyse worden meegenomen. Deze vraag zal daarom terugkomen in de bewonersenquête om hier een representatiever beeld van te kunnen schetsen.
29 27 27
Ik ben tevreden, hoeft voor mij niet... Makkelijk wanneer ik weinig spullen wil... De GRIP-wagen staat op veel en goed... Toegankelijker voor mensen zonder... Goede selectie grondstoffen Hulp bij het sorteren ter plekke Gratis optie om spullen in te leveren Makkelijk om zo afval te scheiden Zo hoef ik niet naar de kringloop
12 4 3 3 2 1 0
5
10
15
20
25
30
35
Verbeterpunten: De communicatie over locaties en tijden is voor sommige bewoners niet helder. Men moest voor hun gevoel actief opzoek naar de tijden en locaties van de GRIP-wagen. Informatie via huis-aan-huisbladen wordt gemist of over het hoofd gezien. Hier ligt een kans voor verbetering in de offlinecommunicatie (7) Sommige bewoners willen meer dan één tas afval kunnen inleveren (4) De wagen mag vaker langskomen en op meer uiteenlopende tijden, zodat ook werkenden of mensen met andere verplichtingen beter bediend worden (2)
46
Milieu beschermen / duurzaamheid
20
Hergebruik van grondstoffen mogelijk maken
16 14
Gewoonte / automatisme Kosten besparen voor mezelf
6
Minder restafval produceren
4 4
Goed voorbeeld geven aan kinderen + voor... Bijdragen aan een schonere leefomgeving
1 1 0
Overzicht en gemak in huis Boetes of regels voorkomen
7
Mag meer communiceert worden over...
Geen belang / ik vind het niet belangrijk
4
Meer dan een tas in kunnen leveren
0
2
Andere inlevermomenten
20
30
40
50
De GRIP-wagen mag vaker komen
1
Drempels en gemak bij afvalscheiding
Wat mag er wel en niet gebracht...
1
Communicatie over wat er met afval...
1
Als vervolgvraag op de redenen voor afvalscheiding werd er gevraagd wat er makkelijk of moeilijk werd ervaren om goed afval te scheiden in/rondom huis.
Duidelijkere informatie bij de wagen...
1
Meer soorten afvalstromen kunnen...
1 0
1
2
3
4
5
6
7
Motivaties voor afvalscheiding Als tweede onderwerp is ingegaan op de vraag of bewoners ook thuis afval scheiden, en om welke redenen zij dit wel of niet doen. De voornaamste reden voor afscheiding onder de respondenten is het beschermen van het milieu en duurzaamheid. 46 respondenten gaven dit antwoord. Andere veelgenoemde redenen waren: hergebruik van grondstoffen (20), uit gewoonte of automatisme (16), en kostenbesparing (14). Geen van de respondenten gaf aan afvalscheiding onbelangrijk te vinden. Echter moet hier ook de kanttekening bij worden geplaatst dat de ondervraagde bewoners meer betrokken zijn bij afvalscheiding aangezien zij gebruik maken van een initiatief als de GRIP-wagen.
8
Drempels: Bewoners noemden meerdere factoren die afvalscheiding bemoeilijken. De grootste drempels zijn:
Onduidelijkheid over wat bij welk afval hoort, vooral bij PMD (14) Bijplaatsingen. Afval naast containers zorgt voor overlast en is voor veel bewoners een frustratiepunt (9) Te weinig ruimte in huis voor aparte inzamelbakken of zakken (6)
14
Onduidelijkheid over wat waar hoort... Bijplaatsingen (te) weinig ruimte in huis voor aparte... Communicatie kan beter Luiers apart, maar weinig plekken Geen of te weinig inzamelmiddelen GFT stinkt in de zomer, graag extra... Betalen per milieustraat bezoek Onhandige of onduidelijke ophaaltijden Geen vervoer naar milieustraat of...
9 6 3 3 3 2 1 1 1 0
Positieve ervaringen:
Pagina 35 van 36
10
2
4
6
8
10
12
14
16
De voorzieningen zijn toegankelijk (genoeg) (19) Een algemene indruk dat alles prima geregeld is (15) Duidelijke communicatie en instructies (15) Voldoende inzamelmogelijkheden (12)
19
De voorzieningen zijn toegankelijk... Een algemene indruk dat alles prima...
15
Duidelijke communicatie en instructies
15 12
Voldoende inzamelmogelijkheden 0
5
10
15
20
Wat opvalt is dat duidelijke communicatie en instructies het scheiden van afval voor bewoners makkelijker maakt. Gebrekkige communicatie kan daarentegen tot verwarring leiden. Daarnaast spelen zaken als ruimte in huis en logistiek ook een rol bij de ervaring van de bewoner.
Ondersteuning vanuit de gemeente De ondersteuning van de gemeente wordt door veel ondervraagden positief beoordeeld. 39 respondenten hadden geen verdere hulpvraag of verbeterpunten. Belangrijkste suggesties: Simpele informatie over afvalstromen (6) Meer of betere communicatie via bekende kanalen (5) Verlengde openingstijden van de GRIP-wagen en milieustraat (4) Hoewel veel mensen dus tevreden zijn, blijkt er nog winst te behalen op het gebied van communicatie en bereikbaarheid.
6
Simpele informatie over afvalstromen Meer of betere communicatie via... Meer of langere openingstijden van... Meer containers in de wijk (glas, PMD,... Inzamelmiddelen beschikbaar stellen... Kosten milieustraat binnen... Minder regels, simpeler maken Beloningen of stimulansen Drempel verlagen voor mensen... Grofvuil vaker ophalen Nascheiding van PMD
5 4 3 3 2 2 2 2 1 1 0
1
2
3
4
5
6
7
Conclusie Deze analyse van de afgenomen interviews bij de GRIP-wagen in de gemeente Helmond toont aan dat de meerderheid van de bewoners positief is over de GRIP-wagen en gemotiveerd is om afval te scheiden, met als voornaamste reden het milieu. De GRIPwagen wordt zeer gewaardeerd en speelt een belangrijke rol in het vereenvoudigen van afvalscheiding. Tegelijkertijd zijn er wensen voor betere communicatie, praktische hulpmiddelen en verbeterde toegankelijkheid. Daarnaast bestaat de kanttekening dat de interviews wellicht een eenzijdig beeld tekenen van de inwoners van de gemeente Helmond, die inwoners die naar de GRIP-wagen toe komen. Tot slot moet bij deze resultaten rekening worden gehouden met de aard van de doelgroep: de gesproken bewoners zijn gemotiveerd als het gaat om afvalscheiding en duurzaamheid. Voor een volledig beeld is aanvullend onderzoek (zoals een bewonersenquête) noodzakelijk. De inzichten uit deze gesprekken vormen waardevolle input voor het opstellen van het gemeentelijk grondstoffenbeleid voor de periode 2026–2028. Ze worden meegenomen bij het bepalen van nieuwe beleidsmaatregelen, verbeteringen in de communicatie en eventuele aanvullende initiatieven, zoals aanpassingen in de inzet van de GRIP-wagen. Hiermee draagt dit bewonersonderzoek direct bij aan een beleid dat beter aansluit bij de behoeften en ervaringen van inwoners.