RN 083 Grondstoffenbeleidsplan Helmond 2026-2028
Tekst van het document
GEMEENTE HELMOND
Grondstoffenbeleidsplan 20262028
JMA, 13 oktober 2025 Utrechtseweg 9, 3704 HA Zeist T. 030 699 15 99 - info@jma.nl www.jma.nl
Inhoudsopgave
5.5
Overzicht verwacht effect op restafval en grondstoffen .............................29
6.
Financieel beleid en tarievenstructuur ........................................29
Samenvatting .......................................................................................3
6.1
Kosten per maatregel (per afvalstroom of beleidslijn) ................................30
6.2
Tarievenstructuur en verwachte financiële ontwikkeling 2026-2028 ..........31
7.
Planning en besluitvorming ........................................................32
8.
Conclusie ....................................................................................33
1.
Inleiding ........................................................................................5
1.1
Kadernotities ................................................................................................5
2.
Evaluatie huidige beleid ...............................................................6
2.1
Huidige situatie.............................................................................................6
2.2
Vergelijking met Blink-gemeenten (regionaal) ...........................................11
2.3
Vergelijking met Nederlandse gemeenten .................................................12
3.
Beleidskaders en doelstellingen 2026-2028 ...............................13
3.1
Landelijk doelstellingen en ontwikkelingen ................................................13
3.2
Gemeentelijke visie en speerpunten ..........................................................14
3.3
Doelstellingen en Ambities beleidsperiode 2026-2028 ..............................15
4.
Participatie aanpak .....................................................................17
4.1
Participatiecanvas ......................................................................................17
4.2
Inwonerparticipatie .....................................................................................17
4.3
Medewerkersparticipatie ............................................................................19
5.
Beleidsscenario’s........................................................................21
5.1
Optimalisatie afvalscheiding.......................................................................21
5.2
Verlagen restafval ......................................................................................24
5.3
Zwerfafval en bijplaatsingen.......................................................................26
5.4
Communicatie en participatie – wijkgerichte aanpak .................................28
Bijlage 1 – Verslag Verdiepende Dialoog - Gemeente Helmond .......34
Samenvatting De gemeente Helmond heeft de afgelopen jaren significante stappen gezet in haar grondstoffenbeleid. Met de invoering van diftar, uitbreiding van GFE-inzameling voor hoogbouw, optimalisatie van de milieustraat en inzet van de GRIP-wagen en communicatie is de hoeveelheid fijn restafval per inwoner gedaald van 195 kg (2020) naar 103 kg (2024), terwijl het scheidingspercentage is gestegen naar 70%. Het Grondstoffenbeleidsplan 2026–2028 vormt de derde fase in de langetermijnaanpak van de gemeente richting een circulaire economie. De focus ligt op het verder verminderen van restafval, verbeteren van de kwaliteit van grondstoffen, verfijning van het huidige systeem door het inzetten op maatwerk en een intensievere samenwerking met inwoners, uitvoeringspartners en maatschappelijke organisaties. Beleidsdoelen 2026–2028 De gemeente Helmond stelt de volgende concrete en meetbare doelen voor 2026-2028: Doelstelling Fijn restafval Grof restafval Totaal restafval Recyclingpercentage Scheidingspercentage Beheersing bijplaatsingen/zwerfafval Afvalstoffenheffing
Huidige situatie (2024) 103 kg/inwoner/jaar 19 kg/inwoner/jaar 122 kg/inwoner/jaar ca. 60% ca. 70% Structureel knelpunt
Doelstelling (2028) ≤ 90 kg/inwoner/jaar ≤ 15 kg/inwoner/jaar ≤ 105 kg/inwoner/jaar ≥ 65% ≥ 75% Beheersbaar, meetbaar niveau Zo min mogelijk stijging
Deze doelen zijn ambitieus maar haalbaar, mits er gericht gestuurd wordt op gedrag, kwaliteit en wijkgerichte ondersteuning. Aanpak: gefaseerd, wijkgericht en op data gebaseerd In de eerste twee beleidsjaren (2026–2027) zet Helmond nadrukkelijk in op leren en verfijnen: Onderzoek naar aanvullende nascheiding op afgekeurde PMD-vrachten; Pilots met GFE-containers, GFE-zakjes, verlaging inzamelfrequentie restafval en wasbare luiers; Plaatsing extra textielcontainers; Monitoring van vervuiling en inzamelprestaties per wijk, met datagedreven sturing en betere meldingenstructuur; Start wijkgerichte aanpak met behulp van het Citisens onderzoek.
Pagina 3 van 36
In 2028 wordt, op basis van deze inzichten, een beslissing genomen over aanvullende maatregelen zoals het verlagen van de inzamelfrequentie voor restafval in de laagbouw naar 1x per 4 weken in de gehele gemeente. Deze maatregel wordt op basis van de resultaten van de pilot overwogen en voornamelijk als blijkt dat de doelstelling van 90 kg fijn restafval anders niet binnen bereik ligt. Zo voorkomt de gemeente overhaaste systeemkeuzes en behoudt zij flexibiliteit. Samenwerking en rollen Deze beleidsperiode vraagt nadrukkelijk om intensieve samenwerking: Inwoners worden actief betrokken via pilots, gerichte communicatie en de wijkaanpak. Partners zoals wijkmanagers, woningcorporaties, boa’s en afvalcoaches worden betrokken bij afvalpreventie en hergebruik. Uitvoeringspartner Blink speelt een sleutelrol: van praktische uitvoering tot monitoring, signalering, en communicatie op wijkniveau. Helmond verwacht van Blink actieve betrokkenheid bij het realiseren van gedragsverandering, kwaliteitsverbetering en het leveren van uitvoerbare scenario’s en oplossingsrichtingen. Effecten en verwachte kosten De jaren 2026–2028 vallen samen met het zogeheten ‘ravijnjaar’, waarin financiële druk op gemeenten en huishoudens oploopt. Helmond kiest ervoor om in deze periode geen aanvullende kostprijsverhogende systeemwijzigingen door te voeren.
In plaats daarvan wordt gestuurd op efficiëntie, preventie en kwaliteit, zodat het afval- en grondstoffenbeheer betaalbaar blijft maar er nog steeds wordt gestuurd op het verminderen van restafval en de toename van gescheiden inzameling. Het benodigde budget voor de uitvoering van alle voorgenomen maatregelen is €3,60 per huishouden boven op de huidige afvalstoffenheffing. Het effect van de maatregelen wordt verwacht op een afname van 15 kg restafval (grof en fijn) in totaal. Het scheidingspercentage stijgt daarmee tot 74%. Deze cijfers zijn exclusief de impact van de wijkgerichte aanpak. Bij succes in deze uitvoering kan het restafval nog verder dalen en kan het scheidingspercentage stijgen tot de doelstelling van 75%.
Kosten, excl. btw
€ /jaar
€/huishouden/jaar
Totaal kosten/opbrengst
€ 151.736
€ 3,60
Milieu
ton/jaar
kg/inw/jaar
Verwachte afname restafval
-1.420 ton
- 15 kg
Kg restafval grof per inwoner per jaar
19 kg
Kg restafval fijn per inwoner per jaar
88 kg
Kg restafval totaal
107 kg
Verwacht totaal scheidingspercentage
74%
Conclusie Met dit plan kiest Helmond voor een evenwichtig, toekomstbestendig grondstoffenbeleid waarin ruimte is voor maatwerk en bijsturing op basis van praktijkervaring. Door de juiste balans tussen ambitie en haalbaarheid, en tussen participatie en sturing, blijft Helmond zich actief ontwikkelen richting een circulaire samenleving. Minder restafval, betere kwaliteit van grondstoffen en een sterke samenwerking met inwoners en partners vormen daarbij de rode draad.
Pagina 4 van 36
1. Inleiding De gemeente Helmond heeft in de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet naar een duurzamer grondstoffenbeleid en een circulaire economie. Met een gefaseerde en realistische aanpak, afgestemd op de specifieke eigenschappen van de gemeente, wordt gewerkt binnen de kaders van het landelijke VANG-beleid (Van Afval Naar Grondstof). Tot en met 2020 richtte het VANG Huishoudelijk Afvalbeleid zich op het verminderen van de hoeveelheid restafval per inwoner tot onder de 100 kilo, met als doel een zo hoog mogelijk scheidingspercentage te bereiken. In de afgelopen jaren is de focus verschoven naar een recycledoelstelling. Volgens deze nieuwe benadering moet in 2035 minstens 65% van het huishoudelijk afval gerecycled worden. Dit gaat over het daadwerkelijke aandeel gerecyclede grondstoffen nadat het gescheiden is ingezameld. Hierdoor ligt de nadruk niet langer uitsluitend op het verminderen van restafval, maar vooral op het verhogen van het aandeel recyclebaar materiaal binnen het totale afval. Daarnaast vormt het Circulair Materialenplan (CMP), opvolger van het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3), een belangrijke pijler onder het huidige beleid. Dit plan stuurt op hoogwaardige verwerking van materiaalstromen, ketensluiting en het behoud van materiaalkwaliteit.
Gemeenten, waaronder Helmond, worden geacht hun beleid af te stemmen op deze uitgangspunten, waarbij afvalpreventie en het stimuleren van hergebruik boven recycling centraal staan. Helmond heeft de VANG-doelstellingen vertaald in de voorgaande beleidsplannen op een voor haar haalbaar tijdspad. Deze ambities staan omschreven in Kadernotitie en Kadernotitie 2.0.
1.1 Kadernotities 1.1.1 Kadernotitie (fase 1 – 2014-2022) De ambities in fase 1 waren onder andere gefocust op: • Het verhogen van het scheidingspercentage tot 65%; • Het gemakkelijker maken van afvalscheiding (door meer inzamelmiddelen); • Verlaging budgetten afvalbeheer; • Investeren in communicatie. 1.1.2 Kadernotitie 2.0 (fase 2 – 2021-2025) Ondanks de genomen maatregelen lag het scheidingspercentage nog achter op de zelf gestelde doelstelling van 65%. In Kadernotitie 2.0 zijn daarom aanvullende ambities en maatregelen voorgesteld:
Pagina 5 van 36
• • • • • •
Het verhogen van het scheidingspercentage naar 75%; Diftar als inzamelstrategie; GFT-inzameling verbeteren; Inzet GRIP-wagen en afvalcoach; Optimalisatie milieustraat; Verhogen communicatieve inzet.
1.1.3 Grondstoffenbeleidsplan (fase 3 – 2026-2028) Het Grondstoffenbeleidsplan 2026-2028 bouwt voort op de eerdere beleidsfases en richt zich op een periodieke verfijning van het huidige beleid. De focus ligt op het verder terugdringen van restafval, het verhogen van de kwaliteit van herbruikbare grondstoffen en het beheersbaar houden van de kosten voor afval- en grondstoffenbeheer. Dit vraagt om een toekomstbestendig inzamelsysteem en een strategie die zowel afvalscheiding als afvalpreventie stimuleert. Dit beleidsplan vormt fase 3 binnen de lange termijnaanpak van Helmond. Het document is opgebouwd uit de volgende onderdelen: 1. Evaluatie van het huidige beleid, inclusief de behaalde resultaten en leerpunten. 2. Beleidskaders en doelstellingen voor de periode 2026-2028, met aandacht voor restafvalreductie, recycling en kostenbeheersing. 3. Participatieaanpak, waarin wordt toegelicht hoe inwoners en stakeholders worden betrokken bij de verdere verfijning en implementatie van het grondstoffenbeleid. 4. Scenario’s en maatregelen, waarin verschillende mogelijkheden worden geschetst om de beleidsdoelen te realiseren, rekening houdend met operationele en financiële randvoorwaarden. Met dit plan zet de gemeente Helmond een volgende stap in de richting van een circulaire economie, waarin afval steeds meer een grondstof wordt en het milieu wordt ontzien.
Door middel van een realistisch, haalbaar en toekomstbestendig beleid blijft Helmond werken aan een duurzaam afval- en grondstoffenbeheer, samen met haar inwoners en partners.
2. Evaluatie huidige beleid De afgelopen jaren lag de focus op het verminderen van restafval en het verbeteren van het scheidingspercentage door de invoering van diftar (gedifferentieerd tarief op restafval) voor zowel laag- als hoogbouw en de uitrol van de Groente, - Fruit, - Tuinafval en Etensresten (GFT+E) inzameling voor de hoogbouw. In onderstaande paragraaf wordt ingegaan op de stand van zaken van het huidige grondstoffenbeleid en de vergelijking met landelijke en regionale trends op het gebied van afvalprestaties.
2.1 Huidige situatie 2.1.1 Wijze van afvalinzameling en ophaalfrequentie Bij laagbouwwoningen worden restafval, GFT+E en OPK ingezameld met minicontainers in verschillende maten, die bewoners aan huis gebruiken. PMD-afval (Plastic, Metaal en Drankkartons) wordt aangeboden in speciale zakken. Voor glas, textiel en luiers zijn aparte verzamelcontainers beschikbaar op centrale locaties. Bij hoogbouwcomplexen maken bewoners gebruik van gezamenlijke inzamelvoorzieningen, zoals onder- of bovengrondse containers in de openbare ruimte of inpandige containers binnen het appartementencomplex (De Veste). De inpandige containers zijn uitsluitend bedoeld voor herbruikbare stromen. Andersoortige afval- en grondstoffenstromen zoals KCA, elektrische apparaten en grof afval mogen worden ingeleverd bij andere brenglocaties zoals de supermarkt, GRIP-wagen en de milieustraat. Fractie
Laagbouw
Frequentie
Hoogbouw
Restafval
Minicontainer aan huis (140 l of 240 l)
1x per 2 weken
Verzamelvoorziening
GFT+E
Minicontainer aan huis (140 l of 240 l)
1x per 2 weken
Verzamelvoorziening
PMD
PMD-Zakken
1x per 2 weken
Verzamelvoorziening of PMD-Zakken
OPK
Minicontainer aan huis (140 l of 240 l)
1x per 4 weken
Verzamelvoorziening
Glas
Verzamelvoorziening
-
Verzamelvoorziening
Textiel
Verzamelvoorziening
-
Verzamelvoorziening
Luiers
Verzamelvoorziening
-
Verzamelvoorziening
Pagina 6 van 36
2.1.2 Kosten en tarieven: ontwikkelingen en kostenstructuur De gemeente Helmond heeft diftar gefaseerd ingevoerd. Eerst in de laagbouw en later in de hoogbouw. Dit heeft effect gehad op de afvalstoffenheffing voor beide groepen. De laagbouw betaalde tot 2023 nog een verschil in vast tarief gebaseerd op de grootte van de restafval container. Later is dit gelijk getrokken en betaalt men één vast tarief. Tot 2024 betaalden de bewoners in hoogbouw een vast bedrag gebaseerd op de gemiddelde hoeveelheid aanbiedingen van restafval in de ondergrondse container. Vanaf 2024 zijn de bewoners in hoogbouw gaan betalen per aanbieding van restafval en is er ook voor hen een tarief op restafval ingevoerd. De hoogte van dit tarief houdt rekening met dat gemiddeld minder volle zakken worden aangeboden in de ondergrondse containers dan in minicontainers. De prijs per liter ligt daardoor iets lager voor inwoners van hoogbouw. Ook voor hen is een daling van het vaste tarief zichtbaar per 2024. Ieder huishouden in Helmond betaalt nu hetzelfde vaste tarief.
2.1.3 Afvalprestaties 2021-2024 Al het afval van één inwoner van Helmond bij elkaar geeft gemiddeld iets minder dan 400 kilo afval per jaar. Hiervan wordt 70% vooraf gescheiden als grondstoffen en blijft er 30% over wat als (grof) restafval wordt verbrand. In de afgelopen jaren is de hoeveelheid restafval in grote hoeveelheden gedaald, door de invoering van diftar en de inzet op het gescheiden inzamelen van grondstoffen.
Verloop vast tarief €270,00 €250,00 €230,00 €210,00 €190,00 €170,00 €150,00 Laagbouw 140l Laagbouw 240l Hoogbouw
2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 €203,40 €213,12 €197,46 €223,56 €206,52 €230,52 €225,84 €235,44 €246,72 €219,06 €246,00 €206,52 €230,52 €225,84 €203,40 €213,12 €237,46 €244,36 €251,72 €230,52 €225,84
Laagbouw 140l
Laagbouw 240l
Hoogbouw
€10,00 €8,00 €6,00
€8,60
€9,72
€8,94
€5,00
€5,20
€5,65
€-
€-
€-
2021
2022
2023
€4,00 €2,00 €-
Laagbouw 140l
€10,40
€10,69
€6,05
€6,22
€2,16
€2,22
2024
2025
Laagbouw 240 l
Hoogbouw 60 l
In onderstaande tabel is zichtbaar wat een huishouden in Helmond gemiddeld in 2024 betaalde aan afvalstoffenheffing. Inwoners die vanwege een medische indicatie meer restafval hebben kunnen een korting in de kosten aanvragen. Minicontainer of verzamelcontainer
Vast tarief 2024
Variabel tarief 2024
Totaal
Minicontainer 140 liter
€230,50
6x €6,05
€266,80
Minicontainer 240 liter
€230,50
8x €10,40
€313,70
Verzamelcontainer 60 liter (zak)
€230,50
22x €2,16
€278,02
Pagina 7 van 36
2020
2021
2022
2023
2024
Fijn restafval
195
137
126
110
103
Grof restafval
48
33
30
20
19
Totaal ongescheiden
243
170
156
130
122
Scheiding % afval
53%
63%
65%
68%
70%
Recycling %
Verloop variabel tarief €12,00
Afvalhoeveelheden in kg/inw/jaar
60%
* afvalhoeveelheden op basis van CBS-cijfers
In 2021 is diftar voor de laagbouw ingevoerd, vanaf 2024 is deze methode ook ingezet voor de hoogbouw. Dit resulteerde in een daling naar 103 kg fijn restafval per inwoner per jaar. Ook het grof restafval is afgenomen, mede dankzij strengere toegangscontrole bij de milieustraat en scherpere controle op juiste afvalscheiding. In 2024 bedroeg de hoeveelheid grof restafval 19 kg per inwoner. Het scheidingspercentage is gestegen tot 70%. Sinds 2023 wordt daarnaast ook het recyclepercentage als indicator gebruikt: dit geeft aan welk deel van het gescheiden ingezamelde afval daadwerkelijk wordt gerecycled. Voor Helmond is 2024 het eerste jaar waarin dit recyclepercentage is berekend. Op basis van de beschikbare cijfers komt dit uit op circa 60%. Volgens deze berekening wordt de landelijke doelstelling van 2030 hiermee behaald. Dit cijfer moet echter met enige nuance worden bekeken, omdat het deels is gebaseerd op inschattingen van de verwerkbaarheid van de ingezamelde stromen.
Aantal ledigingen minicontainers restafval Grondstoffen in kg/inw/jaar
2020
2021
2022
2023
2024
GFT+E
93
107
96
100
106
PMD
21
30
29
27
31
Oud papier en karton
48
48
43
40
47
Glas
20
21
19
19
18
Textiel
6
6
5
6
6
721.901
359.064
2020 In de afgelopen jaren is een gestage stijging zichtbaar in de hoeveelheid gescheiden ingezamelde grondstoffen. Deze toename is mede te danken aan de invoering van diftar in de hoogbouw in 2024 en aan de gerichte inzet op GFE-inzameling in hoogbouwlocaties. De uitbreiding van de voorzieningen voor GFE in deze woonvormen heeft geleid tot een groei van de ingezamelde hoeveelheid van GFT+E, die in 2024 is uitgekomen op gemiddeld 106 kg per inwoner per jaar. Naar verwachting zal deze groei nog lichtelijk doorzetten in de komende periode. Ook de overige grondstofstromen, zoals PMD en papier, laten een lichte stijging zien.
2021
322.312
2022
270.027
266.811
2023
2024
De hoeveelheid ledigingen van GFT+E-containers in Helmond is de afgelopen jaren relatief stabiel gebleven, met een lichte stijging in de periode 2020–2023. In 2020 werden er 444.136 ledigingen geregistreerd, oplopend naar een piek van 465.547 in 2023. In 2024 is een lichte daling zichtbaar naar 449.594 ledigingen. Het is voor inwoners mogelijk om gratis een extra groene container aan te vragen en meer dan één container per inzamelronde GFT+E aan te bieden.
Uitzondering hierop vormen de stromen glas en textiel. De hoeveelheid ingezameld glas is licht gedaald, mogelijk als gevolg van gedragsverandering of verminderde consumptie. De textielinzameling is stabiel gebleven, wat duidt op een blijvende uitdaging in het verhogen van de textielscheiding.
Aantal ledigingen minicontainers GFT+E 460.938
465.294
465.547 449.594
444.136 2.1.4 Ledigingen restafval en GFT+E De invoering van diftar heeft duidelijk effect gehad op het gedrag van inwoners in Helmond. In 2020, voorafgaand aan de invoering van het gedifferentieerde tarief, werden nog ruim 721.000 ledigingen van restafvalcontainers geregistreerd. Na de introductie van diftar in de laagbouw (2021) daalde dit aantal fors naar 359.064 tot 266.811 in 2024. Deze afname weerspiegelt een gedragsverandering bij inwoners, waarbij restafval vaker wordt vermeden of beter wordt gescheiden. Het bevestigt dat het financiële prikkelmechanisme van diftar effectief bijdraagt aan de reductie van restafval.
Pagina 8 van 36
2020
2021
2022
2023
2024
2.1.5 Samenstelling restafval In de restafvalcontainer zit nog altijd meer dan alleen restafval. Uit een onderzoek van de Afvalspiegel (2025) komt naar voren dat in Helmond 84 kilo van de 103 kilo restafval uit recyclebare grondstoffen bestaat. Dit is op basis van wat er jaarlijks per inwoner wordt aangeboden via de grijze container. Dit houdt in dat maar 19 kilo (18,6%) daadwerkelijk restafval is. Het grootste deel van het restafval bestaat uit GFT+E (34 kilo, 33%) en luiers (13 kilo, 13%). Hier valt dus nog de meeste winst op te behalen. Het figuur laat zien wat er gemiddeld in het aangeboden restafval aan afval en grondstoffen zit in Helmond. Dit is een gewogen gemiddelde tussen de sorteeranalyses van de laagbouw, Stiphout, de Veste en de verzamelcontainers.
Sorteeranalyse 2025 Gewogen gemiddelde
GFT OPK PMD
1,1% 0,0% 0,7% 2,4% 0,5%
Glas
18,6%
Textiel 33,0%
Overig hygiënisch papier AEEA (elektronische apparatuur) Overig Kunststof
2,9% 8,3% 4,4% 13,1%
9,2% 3,0% 2,9%
Pagina 9 van 36
Luiers
2.1.6 Scheidingspotentie Het scheidingspotentieel geeft inzicht in de hoeveelheid grondstoffen die momenteel gescheiden worden ingezameld, en in het deel dat nog onterecht in het restafval terechtkomt. Het toont daarmee waar nog verbeterkansen liggen voor het optimaliseren van afvalscheiding door inwoners. Het potentieel is gebaseerd op resultaten uit de sorteeranalyse en betreft daarmee een momentopname. Hoewel deze gegevens waardevolle richting geven, betreft het een inschatting die in de praktijk enigszins kan afwijken van de feitelijke situatie. GFT+E (Groente-, Fruit-, Tuinafval en Etensresten) Van de totale 140 kg GFT+E-afval per inwoner wordt momenteel 106 kg gescheiden ingezameld. Er zit echter nog 34 kg GFT+E in het restafval (24%). Hiervan is 2 kilo tuinafval en de rest 32 kilo groente, fruit en etensresten. Dit betekent dat ruim 20% van het GFT+Eaanbod nog onbenut blijft. Hier is aanzienlijke winst te behalen, vooral door met name etensresten beter te scheiden. PMD (Plastic-, Metaal- en Drinkverpakkingen) Bij PMD-afval is 31 van de 40 kg goed gescheiden. Toch zit er nog 9 kg PMD in het restafval, wat neerkomt op 23% van het totale potentieel. Dit duidt op een kans om het scheidingspercentage verder te verhogen, echter is 31 kilo gescheiden inzameling per inwoner al aan de hoge kant in vergelijking met andere gemeenten met vergelijkbare hoogbouwklasse.
Hier wordt tussen de 24-29 kg per inwoner per jaar gescheiden ingezameld. 140 34
40 9
Overig Metaal Hout
106
Klein chemisch afval
31 PMD 2024
Puin en keramiek
GFT+E in restafval
PMD in restafval
Overig afval
Gescheiden ingezameld
Gescheiden ingezameld
OPK (Oud Papier en Karton) Van de 52 kg papier en karton per inwoner wordt 47 kg gescheiden aangeboden. 5 kg belandt nog in het restafval (9%). Dit geeft aan dat deze stroom al goed wordt gescheiden, maar dat er nog ruimte is voor kleine verbeteringen. Glas Van de 21 kg glas per inwoner wordt 18 kg gescheiden ingezameld. De resterende 3 kg (18%) in het restafval is relatief beperkt, maar door extra bewustwording of betere bereikbaarheid van glascontainers kan deze stroom mogelijk verder worden geoptimaliseerd. 52 5 21 47
3 18
OPK 2024 OPK in restafval
Glas in restafval
Gescheiden ingezameld
Gescheiden ingezameld
Textiel 9 3 6
Van de 9 kg textiel per inwoner wordt 6 kg gescheiden ingezameld. Er blijft nog 3 kg (35%) achter in het restafval. Deze stroom wordt landelijk slecht gescheiden en belandt veel in het restafval.
Textiel in restafval Gescheiden ingezameld 2.1.7 Doelstelling kadernotitie 2.0 Doelstelling
Pagina 10 van 36
Behaald?
Het verhogen van het scheidingspercentage naar 75%
Nee, 70%
Diftar als inzamelstrategie
Ja, zowel laag- als hoogbouw
GFT-inzameling verbeteren
Ja, mogelijk gemaakt voor hoogbouw. Echter nog veel ruimte voor verbetering.
Inzet GRIP-wagen en afvalcoach
Ja, GRIP 4x per jaar en inzet afvalcoach
Optimalisatie milieustraat
Ja, focus op toegangscontrole en scheiding
Verhogen communicatieve inzet
Inzet rondom invoering diftar verhoogd. Echter daarna weer reguliere communicatie. Bezetting was niet op orde.
De hoofddoelstelling van het vorige beleidsplan (Kadernotitie 2.0) was een afvalscheidingspercentage van 75%. Deze doelstelling werd destijds al als ambitieus beschouwd, maar diende tegelijkertijd als een waardevolle stip op de horizon. Terugkijkend op de afgelopen beleidsperiode is deze doelstelling nog niet volledig behaald. Op basis van eerdere inschattingen werd in 2024 uitgegaan van een scheidingspercentage van 71% en een totale hoeveelheid restafval van 135 kg per inwoner per jaar. In werkelijkheid lag het scheidingspercentage in 2024 op 70% en de hoeveelheid restafval op 122 kg per inwoner (103 kg fijn en 19 kg grof). Daarmee is Helmond qua kilo’s restafval beter uitgekomen dan verwacht, en komt het scheidingspercentage nagenoeg overeen met de prognose. Om de circulaire ambities daadwerkelijk te realiseren, is verdere verbetering van afvalscheiding en reductie van restafval noodzakelijk. Daarbij speelt niet alleen de kwantiteit, maar ook de kwaliteit van de gescheiden grondstoffen een steeds belangrijkere rol. 2.1.8 Service Bezoeken GRIP-wagen Helmond is in 2021 gestart met de GRIP-wagen: het Grondstoffen Inleverpunt. Vier keer per jaar staat de wagen tussen 09.00 en 18.45 op verschillende locaties in de gemeente Helmond. Dit is een initiatief van de gemeente Helmond, uitgevoerd door Blink om meer klein grofvuil uit het restafval te krijgen.
Denk hierbij aan kleine stukken hout, elektrische apparaten en harde kunststoffen. Om het inleveren van deze spullen te vergemakkelijken wordt de GRIP-wagen ingezet. Jaar
Bezoekers
Kg per bezoeker
2021
2157
8
2022
2528
5
2023
3161
5
2024
5000*
4
Om toch een inzicht te kunnen bieden voor de mate van zwerfafval en bijplaatsingen kan de hoeveelheid ingezameld wijkvegersafval gebruikt worden. Deze cijfers laten een duidelijke toename zien sinds de invoering van diftar.
* Op basis van een inschatting vanwege dubbelingen in de telling.
Op basis van de tabel met bezoekersaantallen en kilo per bezoeker van de GRIP-wagen is een duidelijke ontwikkeling zichtbaar in het gebruik van deze voorziening door inwoners. Waarin 2021 gemiddeld nog 2157 bezoekers gebruikmaakten van de GRIP-wagen, nam dit aantal toe tot 5554 in 2024. Echter is Blink in 2024 gestart met een nieuwe methode voor het tellen van bezoekers, waarbij het aanbieden van KCA (Klein Chemisch Afval) en andere afvalstromen afzonderlijk wordt geregistreerd. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat sommige bezoekers dubbel zijn geteld. Om een voorzichtige en realistische inschatting te maken, wordt daarom voor het jaar 2024 uitgegaan van circa 5.000 unieke bezoekers van de GRIP-wagen. Hoewel het gemiddelde aantal kilogrammen per bezoeker in 2024 (4 kg) lager ligt dan in eerdere jaren, wijst dit juist op de geschiktheid van de GRIP-wagen voor kleinere, huishoudelijke stromen die anders mogelijk in het restafval zouden belanden. De cijfers benadrukken daarmee het nut van deze voorziening als aanvulling op de milieustraat en als praktische stimulans voor betere afvalscheiding aan de bron. 2.1.9 Zwerfafval en bijplaatsingen Zwerfafval en bijplaatsingen zijn al jarenlang een terugkerend aandachtspunt binnen het grondstoffenbeleid van de gemeente Helmond.
Hoewel dit probleem niet nieuw is, heeft het zich in recente jaren versterkt, mede onder invloed van gedragsveranderingen, toenemende verstedelijking en de invoering van diftar. In 2021 is diftar ingevoerd voor de laagbouw en in 2024 ook voor de hoogbouw. Sindsdien wordt restafval per aanbieding afgerekend, wat heeft bijgedragen aan restafvalreductie, maar ook geleid heeft tot meer meldingen van bijplaatsingen bij ondergrondse containers. De hoeveelheid bijplaatsingen is echter moeilijk afzonderlijk te registreren, omdat meldingen via uiteenlopende kanalen binnenkomen (zoals meldingen van inwoners, afvalcoaches, wijkbeheerders en uitvoerende diensten).
Pagina 11 van 36
Wijkvegersafval kg in tonnages per jaar 1295
1400 1200
1009
1354
1100
1000 800 600
662 2020
2021*
2022
2023
2024**
* invoering diftar laagbouw ** invoering diftar hoogbouw
2.2 Vergelijking met Blink-gemeenten (regionaal) Om inzicht te krijgen in de afvalprestaties van de gemeente Helmond is een vergelijking gemaakt met andere gemeenten binnen de Blink-regio, op basis van beschikbare cijfers uit 2023. Helmond scoorde dat jaar het hoogst wat betreft restafval per inwoner, met 130 kg. Op het eerste gezicht lijkt dit ongunstig, maar deze cijfers verdienen nuancering: Helmond is de enige Blink-gemeente met een stedelijk profiel en valt in hoogbouwklasse C, met een aanzienlijk hoger aandeel gestapelde woningbouw. De overige Blink-gemeenten behoren tot hoogbouwklasse D (0–15% hoogbouw), wat het afvalscheidingsgedrag in de praktijk aanzienlijk beïnvloedt. Wat deze cijfers vooral laten zien, is dat Helmond onder aanzienlijk complexere stedelijke omstandigheden tóch goed presteert. Daarbij was diftar voor de hoogbouw op dat moment nog niet ingevoerd, wat betekent dat de verdere verbetering niet is meegenomen in deze cijfers. Helmond neemt daarmee een unieke positie in binnen Blink: als meest stedelijke gemeente weet zij zich goed te meten met gemeenten met gunstigere uitgangsposities, en vormt ze een voorbeeld van wat mogelijk is met gericht beleid en inzet.
Restafval per inw/jr. - Blink gemeenten (2023)
Helmond ter vergelijking
160 140 120 100 Asten 60kg 80
Nuenen 102kg Deurne 74kg
Son en Breugel 103kg Someren 68kg
60 40
Helmond 130kg
Gemert-Bakel 69kg
Laarbeek 74kg
Roosendaal*; 75%
450,00
Katwijk, 57% 400,00
Heerenveen*; 83%
350,00
Ede*, 74%
Oosterhout*; 84% 300,00
Hoogeveen; 66% Helmond*; 65% Assen; 62%
Emmen*, 75%
250,00
2.3 Vergelijking met Nederlandse gemeenten Om tot een betere vergelijking te komen, is het zinvoller om Helmond te vergelijken met gemeenten die qua stedelijkheid en woningbouwsamenstelling op haar lijken. In de volgende grafiek wordt Helmond vergeleken met andere B- of C-klasse gemeenten. Helmond heeft een hoogbouwklasse van 24%, maar is redelijk verstedelijkt. Daarom worden B-gemeenten ook meegenomen in de vergelijking. Plaats
Inwoneraantal
Hoogbouw %
Ede*
123.532
33%
Emmen*
107.000
21%
Assen
70.000
30%
Katwijk
66.600
36%
Roosendaal*
77.559
25%
Hoogeveen
56.000
29%
Oosterhout*
57.924
26%
Heerenveen*
51.787
37%
Helmond*
95.940
24%
Pagina 12 van 36
200,00
50
70
90
110
130
150
170
190
210
*Er wordt uitgegaan van een 2 persoonshuishouden. Gemeenten met * hadden in 2024 een vorm van diftar. Daar is uitgegaan van 6 ledigingen van een 240 liter minicontainer per jaar.
Vergeleken met andere B- of C-klasse gemeenten in Nederland bevinden de afvalprestaties van Helmond zich in de middenmoot. De grafiek hierboven toont de gemiddelde afvalstoffenheffing afgezet tegen het aantal kilo's restafval (fijn en grof) per inwoner, per jaar. De grootte van de cirkel geeft het scheidingspercentage weer. De opbouw van de afvalstoffenheffing verschilt per gemeente. Gemeenten maken hierin eigen beleidskeuzes, zoals het al dan niet meenemen van kosten voor straatreiniging of het sociaal domein (bijvoorbeeld compensatie voor minima) in de afvalstoffenheffing. Daarnaast kiezen sommige gemeenten ervoor om een deel van de kosten te dekken uit reserves, waardoor de afvalstoffenheffing niet volledig kostendekkend is. Hierdoor geven de gepresenteerde cijfers slechts een indicatie. Helmond (in het rood) bevindt zich qua positie tussen gemeenten als Ede en Emmen. In vergelijking met deze gemeenten kent Helmond een iets hogere afvalstoffenheffing, maar ook een vergelijkbare hoeveelheid restafval per inwoner. Gemeenten als Roosendaal en Katwijk hebben een hogere heffing én meer restafval, terwijl onder andere Oosterhout gunstiger scoort op beide indicatoren. Helmond sluit qua prestaties aan bij deze groep, maar heeft nog ruimte om het restafval per inwoner verder terug te brengen.
3. Beleidskaders en doelstellingen 2026-2028 De manier waarop we in Nederland omgaan met afval en grondstoffen is sterk aan het veranderen. De klimaatcrisis, schaarste van natuurlijke hulpbronnen en de impact van vervuiling vragen om een fundamentele omslag richting een circulaire economie. In dit kader heeft de Rijksoverheid in het programma Nederland Circulair in 2050 uitgesproken dat onze economie in 2050 volledig circulair moet zijn. Dit betekent dat grondstoffen op een efficiënte en verantwoorde wijze worden ingezet en hergebruikt, zonder schadelijke emissies naar het milieu.
3.1 Landelijk doelstellingen en ontwikkelingen 3.1.1 Doelstellingen Deze ambitie is vertaald in het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3), de opvolger het Circulair Materialenplan (CMP), en het uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstof (VANG). Hierin zijn onder andere de volgende doelstellingen opgenomen: Verminderen van de totale hoeveelheid afval per inwoner; Maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar in 2020, met een streven naar 30 kg in 2025; Een hergebruik- en recyclingpercentage van 85% (2023); Verbetering van de kwaliteit van gescheiden ingezamelde grondstoffen.
Bron: duurzaamheid.nl
3.1.2 Ontwikkelingen De context waarin gemeenten hun grondstoffenbeleid vormgeven, verandert in hoog tempo. Verschillende landelijke (en internationale) ontwikkelingen hebben invloed op de haalbaarheid, betaalbaarheid en richting van gemeentelijk afval- en grondstoffenbeheer. Voor een toekomstbestendig en realistisch grondstoffenbeleid is het van belang om rekening te houden met deze ontwikkelingen. Stijging van afval- en grondstoffenbeheerkosten
Hoewel deze doelen richtinggevend zijn, wordt in de praktijk erkend dat de doelstelling van 30 kg restafval per inwoner in 2025 voor de meeste gemeenten, inclusief Helmond, nog niet haalbaar is. De gemeente Helmond onderschrijft echter wél de ambitie en kiest ervoor om stap voor stap toe te werken naar een circulaire samenleving. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij het Circulair Materialenplan van de rijksoverheid en wordt het beleid opgebouwd volgens de principes van de R-ladder1: Refuse, Reduce, Reuse en Recycle. Een meer toegankelijke variant hiervan is de Trap tegen Troep. De trap laat per trede zien hoe we beter met producten kunnen omgaan. In plaats van afdanken werken we toe naar hergebruik of zelfs preventie. Hoe hoger op de trap hoe beter.
De afgelopen jaren zijn de kosten voor afval- en grondstoffenbeheer fors toegenomen. Dit komt onder meer door stijgende prijzen voor energie, materialen, transport en personeel. Gemeenten worden geconfronteerd met hogere tarieven voor inzameling en verwerking van afval door de stijgende prijzen voor gas, elektriciteit, grondstoffen en salarissen. Deze trend zet naar verwachting de komende jaren door en vraagt om een efficiënte inrichting van het inzamelsysteem, verwerking van grondstoffen en zorgvuldige afwegingen in de tariefstructuur. Verbrandingsbelasting en CO₂-heffing Om de verbranding van restafval te ontmoedigen, heeft het Rijk de verbrandingsbelasting in de afgelopen jaren verhoogd van €13 naar ruim €39 per ton. Daarmee maakt de verbrandingsbelasting op dit moment gemiddeld 1/3 uit van de verwerkingskosten van restafval. De verwachting is dat deze de komende jaren nog verder verhoogd gaat worden
1 R-ladder - Strategieën van circulariteit | RVO.nl
Pagina 13 van 36
en dat dit effect dus nog sterker wordt. Daarnaast wordt een CO₂-heffing ingevoerd voor afvalverbrandingsinstallaties. De Koninklijke Nederlandse vereniging voor afval en reinigingsdiensten (NVRD) verwacht dat dit op termijn leidt tot een extra kostenpost van €2 tot €15 per ton restafval in 2030. Gemeenten zullen deze meerkosten waarschijnlijk moeten doorberekenen in de afvalstoffenheffing. Verlaging acceptatiegrens grondstoffen Verwerkers staan een bepaalde mate van vervuiling van grondstoffen toe. Voor GFT+E was de gemiddelde vervuiling 1-4%. Echter, een duidelijke trend is zichtbaar waarbij deze grens naar beneden wordt bijgesteld. In gesprekken met gemeenten en inzamelaars wordt zelfs gesproken over een toekomstige afkeurgrens van 2,5%. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, is het essentieel dat gemeenten en inzamelaars investeren in kwaliteitsverbetering van grondstoffen zoals GFT+E. Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) De komende jaren wordt de rol van producenten verder vergroot. Zij worden financieel en organisatorisch verantwoordelijk voor de inzameling, verwerking en recycling van producten zoals textiel, verpakkingen, matrassen en elektrische apparaten. Voor gemeenten kan dit enerzijds leiden tot lagere kosten, maar anderzijds vraagt het om goede communicatie over de mogelijkheden van grondstoffen elders inleveren.
De gemeente behoudt hierbij haar inzamelplicht. Circulair Materialenplan (CMP) Het Circulair Materialenplan biedt richtlijnen voor het duurzaam en circulair beheren van 69 specifieke materiaalstromen, zoals textiel, bouw- en sloopafval, verpakkingen en elektrische apparaten. Per stroom worden ambities, beleidslijnen en gewenste verwerkingsroutes geschetst, met nadruk op het voorkomen van afval, het behouden van materiaalkwaliteit en het stimuleren van hergebruik boven recycling. Gemeenten worden geacht om te sturen op hoogwaardige verwerking, ketensluiting en circulaire waarde. Gemeenten worden geacht hun beleid en uitvoering af te stemmen op de uitgangspunten van het CMP. Dit betekent sturen op hoogwaardige verwerking, ketensluiting en circulaire waarde van materialen en keuzes die de kwaliteit van grondstoffen verbeteren. Digitalisering en datagedreven afval- en grondstoffenbeheer Een belangrijke trend is de verdere digitalisering van het afval- en grondstoffenbeheer. Gemeenten investeren in containermanagementsystemen, toegangscontrole en
Pagina 14 van 36
monitoring via chips en sensoren. Dit biedt kansen voor efficiëntere inzameling, betere sturing op gedrag en onderbouwde beleidskeuzes, maar vraagt ook om aandacht voor privacy, communicatie en beheer. Regionale samenwerking en schaalvergroting Steeds meer particuliere afvalinzamelaars trekken zich terug uit de markt voor huishoudelijk afval. De oorzaak ligt onder andere in strengere eisen aan kwaliteit, kostenbeheersing, personeelskrapte en veranderende wet- en regelgeving. Dit dwingt gemeenten tot strategische keuzes: zij moeten zelf een eigen inzameldienst opzetten of de samenwerking zoeken met omliggende gemeenten binnen een publiek georganiseerd samenwerkingsverband. Door schaalvergroting, kostendruk en complexere regelgeving sluiten steeds meer gemeenten zich aan bij regionale samenwerkingsverbanden of gemeenschappelijke regelingen, zoals Blink. Deze samenwerking maakt het mogelijk om kennis te bundelen, efficiënter te werken en gezamenlijk te sturen op beleidsdoelen. Deze ontwikkelingen benadrukken de complexiteit van het afval- en grondstoffendomein. Voor Helmond betekent dit dat beleidskeuzes zorgvuldig moeten worden afgestemd op zowel landelijke kaders als lokale uitvoerbaarheid. Kostenbeheersing, kwaliteit van grondstoffen en het vergroten van de betrokkenheid van inwoners blijven daarin cruciale pijlers.
3.2 Gemeentelijke visie en speerpunten Hoewel de landelijke VANG-doelstellingen richtinggevend zijn, kiest de gemeente Helmond bewust voor een realistische, stapsgewijze benadering. Hierbij wordt rekening gehouden met de uitvoerbaarheid van beleid, de lokale context en het belang van draagvlak onder inwoners en uitvoerende partijen. Helmond streeft naar een toekomstbestendig grondstoffenbeleid dat aansluit bij de circulaire ambities van Nederland én het kllimaatbeleid van de gemeente, maar stelt tegelijkertijd de eigen haalbaarheid, effectiviteit en kostenbeheersing centraal. Het klimaatbeleid van Helmond vormt hierin een belangrijke leidraad. De gemeente heeft als doel om in 2035 klimaatneutraal te zijn en in 2050 volledig klimaatadaptief. Afvalverwerking speelt hierin een cruciale rol. De manier waarop afval wordt ingezameld en verwerkt, beïnvloedt direct de uitstoot van broeikasgassen. Door afval zoveel mogelijk te voorkomen, te hergebruiken en te recyclen, wordt niet alleen de milieubelasting beperkt, maar draagt de gemeente ook actief bij aan haar klimaatdoelen.
Om richting te geven aan het grondstoffenbeleid voor de periode 2026–2028 zijn vier strategische speerpunten vastgesteld:
Verfijnen van de afvalinzameling op wijkniveau De komende jaren richt Helmond zich op het verfijnen van de bestaande inzamelstructuur, met maatwerk per wijk als uitgangspunt. In plaats van grootschalige systeemveranderingen, ligt de focus op het verbeteren van de inzameling daar waar knelpunten worden ervaren of extra potentie ligt. Dit betekent onder meer het optimaliseren van inzamelmiddelen per woningtype, het inspelen op behoeften van specifieke wijken en het verbeteren van de gebruikservaring voor inwoners. Tegelijkertijd wordt gebruikgemaakt van technologische toepassingen zoals digitale monitoring en containermanagement, waarmee gericht gestuurd kan worden op gedrag, service en kwaliteit. Deze verfijnde, gebiedsgerichte aanpak moet leiden tot meer gebruiksgemak, betere afvalscheiding en uiteindelijk minder restafval, met behoud van beheersbare kosten en lokaal draagvlak. Afvalpreventie en stimulering van hergebruik Het voorkomen van afval is de meest duurzame oplossing. Helmond wil afvalpreventie structureel verankeren in het beleid door het stimuleren van hergebruik, reparatie en delen. Dit gebeurt onder meer via ondersteuning van circulaire initiatieven zoals de GRIP-wagen, lokale kringloopactiviteiten en het beoogde Circulair Ambachtscentrum.
Daarnaast worden specifieke doelgroepen, zoals jonge gezinnen, actief ondersteund met pilots voor wasbare luiers en voorlichting over duurzaam consumptiegedrag. Ook wordt gekeken naar manieren om voedselverspilling en onnodige verpakkingen tegen te gaan, in samenwerking met scholen, verenigingen en maatschappelijke partners.
Kwaliteit deelstromen verhogen Een goed systeem alleen is niet voldoende: het succes van afvalscheiding hangt in belangrijke mate af van het gedrag van inwoners. Om de kwaliteit te verhogen van gescheiden deelstromen, met name textiel, pmd en GFT+E, en het voorkomen van vervuiling investeert de gemeente in gerichte communicatie, educatie en participatie. Helmond wil bewoners actief ondersteunen met duidelijke informatie, motiverende voorbeelden en lokale begeleiding, bijvoorbeeld via afvalcoaches, buurtinitiatieven en digitale communicatiekanalen.
Financiële houdbaarheid en tarieftransparantie Stijgende kosten voor verwerking, belastingmaatregelen en investeringen in duurzaamheid maken het noodzakelijk om zorgvuldig om te gaan met de beschikbare middelen. Helmond houdt grip op de afvalbegroting door te sturen op kostenefficiëntie
Pagina 15 van 36
en de vermindering van restafval (en zo de kosten voor verbrandingsbelasting). Daarbij blijft tarieftransparantie richting inwoners belangrijk: duidelijkheid over wat zij betalen en welke service zij daarvoor ontvangen, draagt bij aan vertrouwen en draagvlak.
3.3 Doelstellingen en Ambities beleidsperiode 2026-2028 Voor de komende beleidsperiode worden duidelijke en realistische doelstellingen gesteld. Deze doelstellingen sluiten aan bij de landelijke ambities voor een circulaire economie, maar zijn afgestemd op de lokale situatie, de beschikbare middelen en het maatschappelijke draagvlak. Centraal staan het reduceren van restafval, het verbeteren van de kwaliteit van gescheiden stromen, het verhogen van het scheidingspercentage, het beheersbaar houden van bijplaatsingen en zwerfafval, en het betaalbaar houden van de dienstverlening aan inwoners. De verwerking van afval zal helaas niet goed goedkoper worden in de toekomst, maar op deze wijze willen we inwoners in de gelegenheid stellen om zelf aan de knoppen te draaien als het gaat om extra betalen per lediging. 3.3.1 Restafvalreductie: naar maximaal 90 kg fijn restafval en 15 kg grof restafval per inwoner per jaar in 2028 Met 103 kg fijn restafval en 19 kg grof restafval per inwoner per jaar heeft Helmond grote stappen in de goede richting gezet. Toch blijft er ruimte voor verbetering. Het doel voor deze beleidsperiode is om de hoeveelheid fijn restafval terug te brengen naar maximaal 90 kg per inwoner per jaar en het grof restafval naar maximaal 15 kg per inwoner per jaar in 2028.
In deze beleidsperiode wordt toegewerkt naar deze doelstelling door verfijning van het bestaande systeem, gerichte gedragssturing, inzet op afvalpreventie en ondersteuning op wijkniveau. 3.3.2 Verhogen van de recyclinggraad naar 65% Momenteel wordt circa 60% van het huishoudelijk afval in Helmond daadwerkelijk gerecycled. Dat cijfer is bepaald op basis van alle ter verwerking aangeboden deelstromen. Het kan zijn dat hier nog stoorstoffen inzitten die later alsnog worden afgekeurd wegens vervuiling. Het percentage wordt hier niet op gecorrigeerd. Met 60% recyclinggraad wordt het landelijke doel van 2020 gehaald. De volgende landelijke ambitie is een recyclingpercentage van 65% in 2035. Helmond stelt zich, met de strategische speerpunten voor 2026-2028 in gedachten, het doel om deze recyclinggraad (65%) al in 2028 te behalen door in te zetten op het verbeteren van de kwaliteit van gescheiden deelstromen en het verminderen van restafval. Met bijzondere aandacht voor het verbeteren van de kwaliteit van GFT+E, PMD en textiel. Door de wijk in te gaan, heldere communicatie, inzet van afvalcoaches en aanpassing van voorzieningen kan de afkeur omlaag en de herbruikbaarheid van grondstoffen omhoog. Ook samenwerking met verwerkers en het beter borgen van acceptatievoorwaarden bij inzameling zijn daarbij essentieel.
3.3.3 Verhogen van het scheidingspercentage naar 75% Helmond heeft op dit moment een scheidingspercentage van circa 70%. Dit cijfer laat zien dat veel inwoners al actief scheiden, maar ook dat het plafond nog niet is bereikt. De ambitie om het scheidingspercentage te verhogen naar 75% in 2028 is een voortzetting van de doelstelling uit het vorige beleidsplan. Destijds is deze norm nog niet gehaald, wat aantoont dat extra inzet nodig is om dit niveau daadwerkelijk te bereiken. Dit vraagt om optimalisatie van de bestaande inzamelstructuur (zoals voorzieningen voor hoogbouw en specifieke doelgroepen), gerichte gedragsinterventies en waar nodig het uitbreiden van faciliteiten. Monitoring op wijkniveau waarbij aansluiting wordt gezocht met wat er al in de wijk speelt en leeft, en het gebruik van sorteerdata helpen om doelgericht bij te sturen. 3.3.4 Beheersbaarheid van bijplaatsingen en zwerfafval Zwerfafval en bijplaatsingen blijven een zichtbaar knelpunt in de openbare ruimte. De gemeente Helmond stelt zich ten doel om deze overlast structureel beheersbaar te houden. In plaats van te streven naar een onrealistisch doel van geen bijplaatsingen wordt ingezet op monitoring, preventie en gerichte actie op hotspots.
3.3.5 Kostenbeheersing en bescherming van de inwoner in economisch moeilijke tijden De jaren 2026–2028 vallen samen met een bredere financiële druk op huishoudens als gevolg van het zogenoemde 'ravijnjaar', waarin veel gemeentelijke lasten moeten laten stijgen door landelijke bezuinigingen. De gemeente Helmond stelt zich dan ook ten doel om de kosten voor afvalinzameling en verwerking zo beheersbaar mogelijk te houden, met behoud van een kwalitatief goed serviceniveau. Door in 2026 geen grote systeemwijzigingen door te voeren, voorkomt de gemeente dat de afvalstoffenheffing extra stijgt. Tegelijk wordt ingezet op efficiëntie, preventie en restafvalreductie, om kosten op termijn juist te kunnen beperken. Doelstelling Fijn restafval Grof restafval Totaal restafval Recyclingpercentage Scheidingspercentage Beheersing bijplaatsingen/zwerfafval Afvalstoffenheffing
Huidige situatie (2024) 103 kg/inwoner/jaar 19 kg/inwoner/jaar 122 kg/inwoner/jaar ca. 60% ca. 70% Structureel knelpunt
Doelstelling (2028) ≤ 90 kg/inwoner/jaar ≤ 15 kg/inwoner/jaar ≤ 105 kg/inwoner/jaar ≥ 65% ≥ 75% Beheersbaar, meetbaar niveau Zo min mogelijk stijging
Deze doelstellingen vormen het uitgangspunt voor de uitvoering en verdere ontwikkeling van het grondstoffenbeleid in Helmond. Ze zijn ambitieus, maar haalbaar, mits de juiste
Pagina 16 van 36
balans wordt gevonden kostenbeheersing.
tussen
gedragsbeïnvloeding,
systeemoptimalisatie
en
Onderbouwing en keuze voor de mate van invloed
4. Participatie aanpak De gemeente Helmond hecht grote waarde aan participatie bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid. Sinds de vaststelling van de visie op burgerparticipatie in 2007 en het beleidskader participatie in 2024, vormt samenwerking met inwoners en belanghebbenden een integraal onderdeel van het gemeentelijk handelen. Met de invoering van de Omgevingswet per januari 2024 krijgt participatie een nog prominentere plaats in het werken aan een toekomstbestendige leefomgeving. Voor het grondstoffenbeleidsplan 2026-2028 wordt ingezet op een brede participatieaanpak, waarbij drie groepen worden betrokken: inwoners, medewerkers en de gemeenteraad. Doel is om in een vroegtijdig stadium relevante signalen, behoeften en ideeën op te halen en deze mee te nemen in de beleidsvorming. Door middel van enquêtes, verdiepende gesprekken en beeldvormende bijeenkomsten wordt gericht input verzameld over de huidige dienstverlening, knelpunten in de afvalscheiding, gewenste verbeteringen en strategische keuzes ten aanzien van onder andere frequentie, kwaliteit en landelijke doelstellingen. De uitkomsten van dit participatietraject worden in dit hoofdstuk behandeld.
4.1 Participatiecanvas Voorafgaand aan het participatietraject is het participatiecanvas ingevuld om helderheid te verkrijgen over de doelen van de participatie en de daarbij behorende mate van invloed. Dit instrument biedt structuur in de voorbereiding van participatie en helpt bij het maken van bewuste keuzes over de rol van betrokkenen in het beleidsproces. Doelstellingen participatie: Het raadplegen van bewoners over het huidige en toekomstige grondstoffenbeleid; Het creëren van draagvlak voor aanstaande beleidskeuzes; Het ontwikkelen van beleid dat aansluit op de gemeentelijke afval- en grondstoffen doelstellingen; Het benutten van de kennis en ervaring van gemeentelijke medewerkers.
Voor deze participatiedoelen is gekozen omdat er nadrukkelijk behoefte is aan input van zowel inwoners als medewerkers, met het oog op toekomstgerichte beleidsvorming. De gekozen mate van invloed is Raadplegen. Dit betekent dat meningen, ervaringen, wensen en ideeën worden opgehaald via enquêtes, interviews en dialoogmomenten. Deze input wordt zorgvuldig meegenomen bij de beleidsontwikkeling. De uiteindelijke besluitvorming blijft echter bij het college en de gemeenteraad. Deze keuze past binnen de wettelijke kaders van het grondstoffenbeleid, terwijl het tegelijkertijd ruimte biedt om bewonerservaringen en praktijkinzichten in te zetten voor beleidsverbetering.
4.2 Inwonerparticipatie Inzicht in de ervaringen, motivaties en knelpunten van bewoners is essentieel om effectieve en gedragen maatregelen te ontwikkelen. Een belangrijke centrale vraag daarbij is: wat zijn drempels voor inwoners om afval goed te scheiden? Via een verdiepende dialoog bij de GRIP-wagen en aanvullende bewonersenquêtes is gerichte input opgehaald. Deze gesprekken bieden waardevolle inzichten in zowel de praktische als gedragsmatige aspecten van afvalscheiding en vormen daarmee een belangrijke bouwsteen voor dit beleidsplan. 4.2.1 Verdiepende dialoog met inwoners In week 14 van 2025 heeft een verdiepende dialoog plaatsgevonden bij de GRIP-wagen. Het doel van deze bijeenkomst was om in korte tijd waardevolle en kwalitatieve input op te halen over ervaringen met afvalscheiding, belemmeringen die inwoners ervaren en mogelijke verbeterpunten. De dialoog vormde een aanvulling op de brede bewonersenquête en gaf ruimte voor een meer persoonlijke en contextgerichte uitwisseling. In totaal zijn er 86 bewoners gesproken en de vragen die werden gesteld luidden als volgt: Wat vindt u van de GRIP-wagen? Wat is voor u het belang van afval scheiden? Wat maakt afval scheiden voor u makkelijk of juist moeilijk? Hoe zou de gemeente u (beter) met afvalscheiding kunnen helpen?
Belangrijkste bevindingen 1.
Pagina 17 van 36
Wat vinden inwoners van de GRIP-wagen? De GRIP-wagen wordt overwegend positief beoordeeld. Bewoners waarderen de laagdrempelige toegang, de nabijheid van locaties en de mogelijkheid om kleine
hoeveelheden afval in te leveren zonder naar de milieustraat te hoeven. Verbeterpunten die werden genoemd zijn: meer flexibiliteit in dagen en tijden, de wens om meer dan één tas in te mogen leveren, en duidelijkere communicatie over locaties en openingstijden. 2.
3.
4.
Wat is de motivatie van inwoners om afval te scheiden? De belangrijkste motivatie is milieubewustzijn, gevolgd door hergebruik van grondstoffen, gewoonte en kostenbesparing. Geen van de respondenten gaf aan afvalscheiding onbelangrijk te vinden, wat de betrokkenheid onder de geïnterviewde groep benadrukt. Wat maakt afval scheiden makkelijk of juist moeilijk? Duidelijke communicatie en toegankelijke voorzieningen maken afvalscheiding eenvoudiger. Belemmeringen zijn er vooral rondom onduidelijkheid over scheidingsregels (vooral bij PMD), beperkte ruimte in huis en het ontbreken van voldoende inzamelmiddelen. Dit bevestigt het belang van heldere informatie en praktische ondersteuning. Hoe kan de gemeente inwoners beter ondersteunen op het gebied van afvalscheiding? De ondersteuning wordt in grote lijnen positief beoordeeld. Wel zijn er wensen voor betere communicatie via vertrouwde kanalen, ruimere openingstijden van de GRIPwagen en milieustraat, en uitbreiding van voorzieningen in de wijk. Ook werden bijplaatsingen regelmatig genoemd als storend en overlast gevend.
Een volledige weergave van de resultaten is opgenomen in het verslag ‘verdiepende dialoog’ (zie bijlage 1). 4.2.2 Bewonersenquête Om aanvullend inzicht te krijgen in het scheidingsgedrag van inwoners, heeft de gemeente Helmond in mei 2025 een bewonersenquête uitgezet onder het Stadspanel. In totaal vulden 1027 panelleden de vragenlijst geheel of gedeeltelijk in. De uitkomst van de enquête geeft belangrijke aanvullende context bij de afvalcijfers. Sommige keuzes of gedragingen zijn namelijk niet zichtbaar in de inzamelresultaten, maar wel bepalend voor het succes van beleid. In deze paragraaf worden de belangrijkste uitkomsten besproken en geanalyseerd in relatie tot eerdere hoofdstukken.
Pagina 18 van 36
Motivatie om afval te scheiden 54% noemt het milieu als belangrijkste drijfveer, 29% wil vooral de afvalstoffenheffing verlagen. De combinatie van intrinsieke en extrinsieke motivatie sluit aan bij de resultaten van de verdiepende dialoog. Inzameling van GFT+E
Tuinafval: 82% zegt dit (bijna) nooit bij het restafval te doen. Groente/fruit: 75% (bijna) nooit. Etensresten: 70% (bijna) nooit. De verschillen binnen GFT+E zijn opvallend. Vooral etensresten worden vaker bij het restafval aanboden wat overeenkomt met de sorteeranalyse in hoofdstuk 2. Inzameling van PMD 83% geeft aan dat PMD (bijna) nooit in het restafval komt. Ook dit lijkt positief, maar staat deels haaks op sorteeranalyses waarbij in restafval nog PMD wordt aangetroffen. Dit benadrukt het belang van objectieve data naast enquêteresultaten. Inzameling van Papier 85% geeft aan dat papier (bijna) nooit bij het restafval zit. Dit komt overeen met de relatief hoge kwaliteit van deze stroom, zoals ook beschreven in hoofdstuk 3. Inzameling van Glas 81% zegt dat glas (bijna) nooit in het restafval komt. De respons ondersteunt het beeld dat glas goed gescheiden wordt. Kleine resterende hoeveelheden glas in restafval komen mogelijk door gemaksoverwegingen. Inzameling van Textiel 67% zegt textiel (bijna) nooit bij het restafval te doen, maar 32% doet dit af en toe of altijd. Dit is in lijn met de analyse in hoofdstuk 2 dat er 3 kg textiel in het restafval belandt. Verdere uitkomsten De enquêteresultaten bevestigen grotendeels het beeld uit de sorteeranalyse, maar bieden ook extra nuance.
In sommige gevallen (zoals PMD) lijkt het daadwerkelijke gedrag positiever voorgesteld dan objectieve cijfers doen vermoeden. In andere gevallen (zoals etensresten en textiel) ondersteunen de resultaten juist de beleidskeuzes voor gerichte verbetermaatregelen.
De combinatie van statistische data, gedragsinzichten en respons van bewoners blijft essentieel voor het vormgeven van effectief grondstoffenbeleid.
communicatie en consequente handhaving. Gedrag wordt niet alleen gestuurd door regels, maar ook door gemak, groepsnormen en voorbeeldgedrag van buren. Medewerkers geven aan dat gedragsverandering tijd kost en gebaat is bij herhaling.
4.3 Medewerkersparticipatie
Handhaving en personele capaciteit
Naast de actieve rol van inwoners in het grondstoffenbeleid, is ook de betrokkenheid van medewerkers essentieel. Medewerkers zoals wijkmanagers, beleidsmedewerkers en uitvoerende collega’s van zowel de gemeente Helmond als Blink vormen de ogen en oren van de gemeente. Hun ervaringen en inzichten zijn van grote waarde voor het verbeteren en verfijnen van het grondstoffenbeleid. Om deze reden zijn in het voorjaar van 2025 gesprekken gevoerd met diverse sleutelfiguren. De uitkomsten van deze gesprekken zijn meegenomen in de totstandkoming van dit beleidsplan. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste bevindingen. Effecten diftar en vervuiling De invoering van diftar wordt door alle betrokkenen gezien als een belangrijke stap die heeft geleid tot een merkbare daling van het restafval en een grotere bewustwording bij inwoners. De aanvankelijke weerstand is grotendeels verdwenen, zeker bij de laagbouw. Voor de hoogbouw zijn de effecten complexer; er is meer vervuiling zichtbaar. Mede door anoniemer gedrag, beperkte ruimte in huis en minder zicht op consequenties. Zowel Blink als de gemeente signaleren dat vervuiling van grondstoffen zoals PMD en GFT+E structurele problemen zijn. Dit heeft negatieve gevolgen voor de verwerking, omdat vervuilde stromen worden afgekeurd en als restafval worden verwerkt.
Vooral in hoogbouwwijken en bij verzamelcontainers is het aandeel verkeerd aangeboden afval hoger. Medewerkers geven aan dat dit deels komt door anonimiteit en een gebrek aan sociale controle, maar ook door onduidelijkheid over wat er precies wel en niet aangeboden mag worden. Bij PMD is dit voornamelijk het probleem. Maar ook zorgen kroonringen, en het daardoor vroegtijdig aanbieden voor extra uitdagingen. Textielcontainers worden regelmatig opengemaakt of misbruikt door niet-erkende aanbieders. Daarnaast blijven bijplaatsingen van restafval een structureel probleem. In gemeenten met een hoge stedelijkheidsklasse zijn bijplaatsingen een veel voorkomend probleem, dat los staat van het wel of niet hanteren van diftar. Ook voor het invoeren van diftar waren bijplaatsingen in Helmond aan de orde. Diftar heeft gedragsverandering op gang gebracht, maar vraagt om voortdurende ondersteuning en bijsturing om ook de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen te borgen. Het verbeteren van gedrag is volgens betrokkenen alleen succesvol als ook de randvoorwaarden kloppen: voldoende en toegankelijke voorzieningen, begrijpelijke
Pagina 19 van 36
Op het gebied van afval is behoefte aan uitbreiding van de handhavingscapaciteit. De huidige structurele en zichtbare handhaving op afvalovertredingen is onvoldoende om over de volle breedte effectief te handhaven. Vooral bij terugkerende problemen als bijplaatsingen, vroegtijdige afvalaanbieding en vervuiling van containers is handhaving essentieel om gedragsverandering te ondersteunen. Blink geeft aan dat ook de inzet van afvalcoaches en wijkvegers onder druk staat. Door capaciteitsproblemen wordt het steeds lastiger om signalen op te volgen en proactief te acteren op de dienstverlening en communicatie. Dit zet daarmee druk op het functioneren van het gehele afvalsysteem. De gemeente wordt geadviseerd om op meerdere fronten te investeren: juridisch (meer BOA-capaciteit en ondersteuning bij sancties), operationeel (betere afstemming tussen toezichthouders, coaches en buitendienst) en communicatief (heldere gedragsregels, publieksvriendelijke uitleg van beleid en sociale normcampagnes). Milieustraat en GRIP-wagen De milieustraat functioneert goed, met een hoge mate van scheiding (circa 90-95% bij grofvuil). Er is echter potentie voor verbetering door meer te sturen op herbruikbaarheid in plaats van alleen materiaalstromen. Hier sluit het initiatief van een Circulair Ambachtscentrum in de toekomst goed op aan.
De GRIP-wagen wordt als waardevol gezien, maar de stromen die daar worden geaccepteerd verdienen heroverweging. In 2025 is een evaluatie gestart naar het soort grondstoffen, de locaties en de duur van GRIPwagen om in 2026 deze aangepast in te zetten.