CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 082 Regels Vaststelling Hoogeind I

Gemeenteraad 15 oktober 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan Hoogeind I15.751 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

32

de goothoogte mag maximaal 3 m bedragen; de bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen, vermeerderd met de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens tot een maximum van 6 m.

bestemmingsplan Hoogeind I

11.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a.

b. c.

bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 1 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen maximaal 2 m mag bedragen, mits gesitueerd op een afstand van minimaal 3 m achter de voorgevellijn; de bouwhoogte van vlaggenmasten mag maximaal 5 m bedragen; de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 3 m bedragen.

11.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.2.2 d onder 1 en 2 voor het bouwen in de zijdelingse perceelsgrens, mits: a. b. c. d. 11.4

belangen van derden niet onevenredig worden aangetast; de verkeersveiligheid niet in het geding komt; er geen eigen parkeerplaats op eigen erf verloren gaat; er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren bestaan. Specifieke gebruiksregels

11.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d.

11.5

de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten, zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten; horeca; permanente of tijdelijke bewoning in bijgebouwen; aan huis gebonden beroepen, in het geval dat: 1. de oppervlakte voor de beroepsuitoefening per woning meer bedraagt dan 30% van de begane grondoppervlakte van de woning en de daarbij behorende bijgebouwen dan wel in ieder geval meer bedraagt dan 60 m²; 2. door de beroepsuitoefening onevenredige overlast of hinder voor de woonomgeving ontstaat; 3. detailhandel plaatsvindt, niet zijnde detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit in direct verband met de betreffende beroepsuitoefening; 4. de beroepsuitoefening nadelige invloed heeft op de afwikkeling van het verkeer en/of een onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt. Afwijken van de gebruiksregels

11.5.1 Aan huis gebonden bedrijf Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.4.1 onder a voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf, mits: a.

b. c. d.

de woning als zodanig blijft functioneren, waarbij in ieder geval de bedrijfsvloeroppervlakte per woning maximaal 30% van de begane grondoppervlakte en de bij de woning behorende bijgebouwen mag bedragen, met dien verstande dat de bedrijfsvloeroppervlakte in ieder geval maximaal 60 m² mag bedragen; het betreft een bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2, zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten; door de bedrijfsuitoefening geen onevenredige overlast of hinder voor de woonomgeving ontstaat; er geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit in direct verband met de betreffende beroepsuitoefening;

bestemmingsplan Hoogeind I

33

e.

34

de bedrijfsuitoefening geen nadelige invloed heeft op de afwikkeling van het verkeer en/of een onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt.

bestemmingsplan Hoogeind I

Artikel 12

Leiding - Gas

12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Gas' bestemde gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor: a. b. c.

de bescherming, aanleg en/of instandhouding van ondergrondse gastransportleidingen; het beheer en onderhoud van de leiding; de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding.

12.2 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemmingen van deze gronden, mogen op of in deze bestemming begrepen grond uitsluitend worden gebouwd bouwwerken tot een maximum bouwhoogte van 3 m ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de ondergrondse gastransportleiding. 12.3 Afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 12.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige aan deze gronden gegeven bestemmingen, indien de veiligheid van de leidingen hierdoor niet wordt geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten. Vooraf dient advies te worden ingewonnen bij de betreffende beheerder. 12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals (licht)masten, wegwijzers en straatmeubilair; het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen; het permanent opslaan van goederen.

12.4.2 Weigeringsgrond Een omgevingsvergunning aanlegactiviteit mag alleen en moet worden geweigerd: a.

b.

indien door het uitvoeren van de werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen; een omgevingsvergunning aanlegactiviteit wordt niet verleend dan nadat advies is verkregen van de leidingbeheerder.

bestemmingsplan Hoogeind I

35

12.4.3 Uitzondering Geen omgevingsvergunning aanlegactiviteit is nodig voor: a. b.

werken en werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer betreffen; werken en werkzaamheden die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip verleende vergunning.

12.5 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van bepalilngen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen voor desbetreffende gronden van toepassing zijn.

36

bestemmingsplan Hoogeind I

Artikel 13

Leiding - Hoogspanning

13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanning' bestemde gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor: a. de aanleg, instandhouding en/of bescherming van ondergrondse hoogspanningsverbindingen; b. het beheer en onderhoud van de verbinding; c. de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de verbinding. met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 13.2 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemmingen van deze gronden, mogen op of in deze bestemming begrepen grond uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot een maximale hoogte van 3 m ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de hoogspanningsverbinding; ondergrondse hoogspanningsverbindingen; op of in de in dit artikel bedoelde gronden zijn geen gebouwen en bouwwerken toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen en bouwwerken; indien bestaande gebouwen en/of bouwwerken worden vervangen, vernieuwd of veranderd is dit toegestaan indien de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

13.3 Afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 13.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige aan deze gronden gegeven bestemmingen, mits: a. b.

geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsleiding; vooraf positief schriftelijk advies is verkregen van de betreffende netbeheerder.

13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

e. f.

het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende en/of van hoog opgaande beplanting of bomen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bomen of andere houtgewassen ; het realiseren van ondergrondse bouwwerken; het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding, egalisering of ophoging, het uitvoeren van graafwerkzaamheden of anderszins wijzigen in maaiveld- of weghoogte, en het uitvoeren van heiwerken of anderszins indringen van voorwerpen; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen, alsmede het verhogen of verlagen van het waterpeil; het aanleggen van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere niet opneembare oppervlakteverhardingen;

bestemmingsplan Hoogeind I

37

g.

het aanbrengen en/of slopen van ondergrondse constructies, straatmeubilair, installaties, opstallen of apparatuur anders dan ten dienste van deze in art. 13.1 omschreven bestemming.

13.4.2 Weigeringsgrond Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. b.

hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsleiding; vooraf schriftelijk advies is verkregen van de betreffende netbeheerder.

13.4.3 Uitzondering Geen omgevingsvergunning is nodig voor: a. b. c.

werken en werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer betreffen; werken en werkzaamheden die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende vergunning; verband houden met de aanleg, aanpassing of onderhoud van de betreffende hoogspanningsverbinding en de daarbij behorende voorzieningen.

13.5 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen voor desbetreffende gronden van toepassing zijn.

38

bestemmingsplan Hoogeind I

Artikel 14

Leiding - Hoogspanningsverbinding

14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' bestemde gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor: a. de aanleg, instandhouding en/of bescherming van bovengrondse hoogspanningsverbindingen; b. het beheer en onderhoud van de verbinding; c. de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de verbinding; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 14.2 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemmingen van deze gronden, mogen op of in deze bestemming begrepen grond uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot een maximale hoogte van 3 m ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de hoogspanningsverbinding; bovengrondse hoogspanningsverbindingen met een maximale bouwhoogte van 45 m; op of in de in dit artikel bedoelde gronden zijn geen gebouwen en bouwwerken toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen en bouwwerken; indien bestaande gebouwen en/of bouwwerken worden vervangen, vernieuwd of veranderd is dit toegestaan indien de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

14.3 Afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 14.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige aan deze gronden gegeven bestemmingen, mits: a. b.

geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsleiding; vooraf positief schriftelijk advies is verkregen van de betreffende netbeheerder.

14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het aanbrengen en/of rooien van opgaande beplanting en bomen; het wijzigen van maaiveld- of weghoogte niveau door ontgronding, ophoging of andere graafwerkzaamheden; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen, alsmede het verhogen of verlagen van het waterpeil; het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen; het aanleggen en/of slopen van bovengrondse opstallen, constructies, straatmeubilair, installaties of apparatuur anders dan ten dienste van deze in art. 14.1 omschreven bestemming; het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden.

bestemmingsplan Hoogeind I

39

14.4.2 Weigeringsgrond Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. b.

hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsleiding; vooraf schriftelijk advies is verkregen van de betreffende netbeheerder.

14.4.3 Uitzondering Geen omgevingsvergunning is nodig voor: a. b. c.

werken en werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer betreffen; werken en werkzaamheden die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende vergunning; verband houden met de aanleg, aanpassing of onderhoud van de betreffende hoogspanningsverbinding en de daarbij behorende voorzieningen.

14.5 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen voor desbetreffende gronden van toepassing zijn.

40

bestemmingsplan Hoogeind I

Artikel 15

Leiding - Water

15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Water' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. een ondergrondse waterleiding; b. het beheer en onderhoud van de leiding; c. de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de verbinding; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 15.2 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemmingen van deze gronden, gelden de volgende bepalingen; a. b. c.

er mag alleen ten behoeve van deze bestemming worden gebouwd; gebouwen mogen niet worden gebouwd; bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd tot een maximale bouwhoogte van 3 m.

15.3 Afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 15.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige aan deze gronden gegeven bestemmingen, indien de belangen van de leidingen hierdoor niet onevenredig worden geschaad en vooraf advies wordt ingewonnen bij de leidingbeheerder. 15.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het ontgronden, ophogen, egaliseren, afgraven, diepploegen, woelen, en mengen van gronden of anderszins wijzigen van maaiveld-, weg- of terreinhoogte; het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen; het opslaan van materialen of stoffen, die onder bepaalde omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen opleveren.

15.4.2 Weigeringsplicht Een omgevingsvergunning mag alleen en moet worden geweigerd: a.

b.

indien door het uitvoeren van de werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen; een omgevingsvergunning wordt niet verleend dan nadat advies is verkregen van de leidingbeheerder.

bestemmingsplan Hoogeind I

41

15.4.3 Uitzondering Geen omgevingsvergunning is nodig voor: a. b.

werken en werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer betreffen; werken en werkzaamheden die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende vergunning.

15.5 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen voor desbetreffende gronden van toepassing zijn.

42

bestemmingsplan Hoogeind I

Artikel 16

Waarde - Archeologie middelhoog

16.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden verwachte middelhoge archeologische waarden. 16.2

Bouwregels

16.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' aangewezen gronden mag, in afwijking van wat elders in de regels is bepaald, niet worden gebouwd. 16.2.2 Uitzonderingen bouwverbod Het bouwverbod geldt niet: a. b.

c.

d.

voor het verbouwen en/of het plegen van vervangende nieuwbouw van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte en bouwdiepte van een gebouw niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd; voor het bouwen van een bijgebouw of de uitbreiding/oprichting van een hoofdgebouw met een maximum oppervlakte van 2.500 m2 waarbij, binnen dat maximum, dieper dan 0,50 m ten opzichte van het maaiveld mag worden gebouwd; voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, voor zover er geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd met een oppervlakte van meer dan 2.500 m2 waarbij, binnen dat maximum, dieper dan 0,50 m ten opzichte van het maaiveld mag worden gebouwd; indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden, zulks ter beoordeling door de archeoloog: 1. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad; 2. in voldoende mate is gegarandeerd dat de door archeologisch onderzoek vastgestelde of te verwachten archeologische waarden worden veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving; 3. in voldoende mate vaststaat dat de grond ter plaatse is geroerd zodanig dat geen archeologische waarden meer aanwezig kunnen zijn.

16.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 16.2.1 voor het bouwen van bouwwerken ten dienste van de in artikel 16.1 genoemde doeleinden of van een overige aan deze gronden toegekende bestemming, zulks ter beoordeling door de archeoloog, mits: a. b.

c.

met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad; in voldoende mate is gegarandeerd dat de door archeologisch onderzoek vastgestelde of te verwachten archeologische waarden worden veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving; in voldoende mate vaststaat dat de grond ter plaatse is geroerd zodanig dat geen archeologische waarden meer aanwezig zijn.

bestemmingsplan Hoogeind I

43

16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.4.1 Vergunningplicht Het is op of in deze gronden verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h.

het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het aanbrengen van diep wortelende beplantingen en bomen; het rooien van diep wortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; het uitvoeren van grondwerkzaamheden dieper dan 0,50 m ten opzichte van het maaiveld waartoe ook gerekend wordt het aanleggen van drainage, diep woelen, mengen van grond, diep ploegen en ontginnen; het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en daarmee verband houdende constructies; het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; het aanbrengen van verhardingen.

16.4.2 Afwegingskader vergunningen De genoemde werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, indien en voor zover met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de aanwezige archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan. Indien het niet mogelijk is de door archeologisch onderzoek vastgestelde aanwezige archeologische waarden geheel of gedeeltelijk te behouden, wordt aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving of archeologische begeleiding zal plaatsvinden. 16.4.3 Uitzonderingen vergunningplicht Er is geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden nodig: a. b. c. d. e.

44

ten dienste van het onderzoek naar het behoud, de bescherming en/of het herstel van archeologische waarden; die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen, mits de gronden niet dieper dan 0,50 m worden geroerd; die al in uitvoering zijn dan wel krachtens een verleende vergunning al mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; als deze werken en werkzaamheden onderdeel zijn van een ingreep in de bodem met een maximum oppervlakte van 2.500 m2 en dieper dan 0,50 m ten opzichte van het maaiveld; indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden, zulks ter beoordeling door de archeoloog: 1. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad; 2. in voldoende mate is gegarandeerd dat de door archeologisch onderzoek vastgestelde of te verwachten archeologische waarden worden veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving; 3. in voldoende mate vaststaat dat de grond ter plaatse is geroerd zodanig dat geen archeologische waarden meer aanwezig kunnen zijn.

bestemmingsplan Hoogeind I

16.5

Wijzigingsbevoegdheid

16.5.1 Wijziging Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie middelhoog' wordt verwijderd, indien en voor zover met een archeologisch onderzoek is aangetoond dat: a. b. c.

er geen archeologische waarden aanwezig zijn; in voldoende mate is gegarandeerd dat de door archeologisch onderzoek vastgestelde of te verwachten archeologische waarden zijn veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving; in voldoende mate vaststaat dat de grond ter plaatse zodanig is geroerd dat geen archeologische waarden meer aanwezig zijn.

16.6 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen voor desbetreffende gronden van toepassing zijn.

bestemmingsplan Hoogeind I

45

Artikel 17

Waarde - Ecologie

17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de ontwikkeling van ecologische waarden en de aanleg en instandhouding van een natte en/of droge ecologische verbindingszone. 17.2 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald mag op deze gronden niet worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van deze bestemming met een maximale hoogte van 3 m. 17.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het ontgronden, afgraven, egaliseren, diepploegen en ophogen van gronden; het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; het gebruiken, storten en opslaan van meststoffen, bestrijdingsmiddelen, verontreinigde grond en/of schadelijke stoffen; het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; werken en werkzaamheden die een verandering van de waterhuishouding of het grondwaterpeil tot gevolg kunnen hebben, zoals drainage en (onder)bemaling.

17.3.2 Weigeringsplicht Een omgevingsvergunning mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van de werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ontwikkelde dan wel te ontwikkelen ecologische waarden en de doorgaande verbinding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 17.3.3 Uitzondering Geen omgevingsvergunning is benodigd voor: a. b.

werken en werkzaamheden, die het normale onderhoud en beheer betreffen; werken en werkzaamheden, die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip verleende vergunning.

17.4 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen voor desbetreffende gronden van toepassing zijn.

46

bestemmingsplan Hoogeind I

Artikel 18

Waterstaat - Beschermingszone

18.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Beschermingszone' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming, beheer en onderhoud van primaire wateren overeenkomstig de Keur van het Waterschap Aa en Maas. 18.2

Bouwregels

18.2.1 Algemeen Boven of op de voor 'Waterstaat - Beschermingszone' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de genoemde bestemming worden opgericht. 18.3

Afwijken van de bouwregels

18.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het oprichten van bouwwerken binnen de beschermingszone Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 18.2.1, ten behoeve van het oprichten van bouwwerken binnen de beschermingszone mits: a. b. c.

18.4

het belang van het primaire water niet onevenredig wordt aangetast; bebouwing mogelijk is op grond van de onderliggende bestemming; het bevoegd gezag wint, alvorens een omgevingsvergunning te verlenen, advies in bij de waterbeheerder zijnde het waterschap. Specifieke gebruiksregels

18.4.1 Gebruik van de gronden Op de gronden binnen de dubbelbestemming 'Waterstaat - Beschermingszone' zijn de gebods- en verbodsbepalingen van de Keur van het Waterschap Aa en Maas van toepassing.

bestemmingsplan Hoogeind I

47

Artikel 19

Waterstaat - Waterkering

19.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming, beheer en onderhoud van dijken en kaden met een waterkerende functie. 19.2 Bouwregels Op en in de voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd, behoudens bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke noodzakelijk zijn voor bescherming, beheer en onderhoud van de waterkering. 19.3 Afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 19.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige aan deze gronden gegeven bestemmingen, mits: a. b.

hiertegen uit hoofde van de waterkerende functie geen bezwaar bestaat; vooraf positief schriftelijk advies is verkregen van de beheerder van de waterkering.

19.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de in 19.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

het aanleggen en/of verharden van wegen en paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 100 m²; het aanbrengen van onderbemaling of het anderszins verlagen van de grondwaterstand; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; het graven, verbreden, verdiepen, dempen of anderszins wijzigen van oppervlaktewateren; het ophogen, verlagen, afgraven, vergraven, egaliseren of anderszins wijzigen van het maaiveldniveau; het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem; het mengen, ontginnen, woelen, diepploegen of uitvoeren van andere grondbewerkingen; het rooien en/of vellen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; het aanbrengen of verwijderen van transport-, energie-, telecommunicatie-, of drainageleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

19.4.2 Weigeringsgrond Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. b.

de werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden geen belemmering vormen voor de werking van de waterkering; vooraf advies is ingewonnen bij de betrokken beheerder van de waterkering.

19.4.3 Uitzondering Geen omgevingsvergunning is nodig voor: a. b.

48

werken en werkzaamheden die het normale onderhoud, beheer en/of gebruik betreffen; werken en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip verleende omgevingsvergunning.

bestemmingsplan Hoogeind I

19.5 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen voor de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

bestemmingsplan Hoogeind I

49

50

bestemmingsplan Hoogeind I

Hoofdstuk 3 Artikel 20

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplan Hoogeind I

51

Artikel 21 a.

b.

c.

52

Algemene bouwregels

Op de gronden, begrepen in het plan, is het verboden te bouwen, een bouwwerk of een complex van bouwwerken op te richten/bouwen, indien daardoor een ander bouwwerk of complex van bouwwerken met het daarbij behorende bouwperceel, hetzij niet langer zal blijven voldoen aan, hetzij in grotere mate zal gaan afwijken van het plan. Voor het uitvoeren van ondergrondse bouwwerken, geen gebouw zijnde alsmede ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde, gelden, uitgezonderd het bepaalde in de artikelen 9.3, 12.4, 13.4, 15.4, 16.4 en 17.3 van dit plan, geen nadere beperkingen. Voor het bouwen van ondergrondse gebouwen gelden de volgende bepalingen: 1. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan onder hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, uitgezonderd de zichtbare delen van de ondergrondse gebouwen; 2. de verticale diepte mag ten hoogste 3 m bedragen.

bestemmingsplan Hoogeind I

Artikel 22

Algemene gebruiksregels

22.1 Algemeen Het is verboden de in het plan begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en). 22.2 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b.

c.

d. e. f. g. h. i. j. k.

stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar-, of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; stort- en/of opslagplaats van brand- en explosiegevaarlijke stoffen, waaronder begrepen consumenten-, professioneel- en theatervuurwerk alsmede detailhandel in consumenten-, professioneel- en theatervuurwerk, uitgezonderd de opslag van consumentenvuurwerk ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - vuurwerkopslag'; het beoefenen van de modelvliegtuigsport alsmede voor het racen of crossen al dan niet in wedstrijdverband met motorvoertuigen, motoren, bromfietsen, scooters en fietsen; militaire oefeningen, uitgezonderd marsoefeningen waarbij geen motorvoertuigen worden gebruikt; volkstuinen, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin'; een seksinrichting, dan wel ten behoeve van prostitutie; een coffeeshop; een amusementshal voor speel- en gokautomaten; een kienhal; een casino.

bestemmingsplan Hoogeind I

53

Artikel 23

Algemene afwijkingsregels

23.1 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a.

b.

c.

d.

in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van deze maten, met uitzondering van de oppervlaktematen als genoemd in artikel 5.4.2; de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,5 m, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouw zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m; de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 m.

23.2 Voorwaarden Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 1 kan slechts worden verleend, mits: a. b.

54

de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad en; het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.

bestemmingsplan Hoogeind I

Artikel 24

Algemene wijzigingsregels

24.1 Wijzigen van het plan Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen en bouwgrenzen met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. b.

de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad en; het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.

bestemmingsplan Hoogeind I

55

Artikel 25 25.1

Algemene aanduidingsregels

geluidzone - industrie

25.1.1 Algemeen De gronden ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijheid van inrichtingen. 25.1.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de daar voorkomende bestemmingen mogen geen nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige objecten worden gebouwd. 25.2

milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied

25.2.1 Algemeen De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening. 25.2.2

Bouwregels

In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag de verticale diepte van een bouwwerk niet meer dan 3 m onder maaiveld bedragen. 25.2.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 25.2.2 voor het bouwen van een bouwwerk met een verticale diepte van meer dan 3 m onder maaiveld, met dien verstande dat: a. b.

het bouwwerk of de bouwwerkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening; en voor de afweging over het verlenen van de omgevingsvergunning advies van gedeputeerde staten wordt gevraagd.

25.2.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, en werkzaamheden Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c. d. e.

56

het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; het gebruiken, storten en opslaan van meststoffen, bestrijdingsmiddelen, verontreinigde grond of schadelijke stoffen; het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; en werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die een verandering van de waterhuishouding of het

bestemmingsplan Hoogeind I

grondwaterpeil tot gevolg hebben, zoals drainage en (onder)bemaling. Uitzonderingen Het in lid 25.2.4 vervatte verbod geldt niet voor gevallen als bedoeld in artikel 2.8 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant of de verordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet.

Voorwaarden Een omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 25.2.4 wordt door burgemeester en wethouders niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van gedeputeerde staten. 25.3

milieuzone - boringsvrije zone

25.3.1 Milieuzone - boringsvrije zone De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening. 25.3.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, en werkzaamheden a. Het is verboden om boringen of grondwerkzaamheden te verrichten zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden, als de diepte meer is dan 10 m beneden maaiveld. b. De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de werkzaamheden de beschermende kleilaag kunnen aantasten. 25.4

veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation

25.4.1 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation' is geen nieuwe vestiging of uitbreiding van de bestaande bedrijfsvloeroppervlak van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen toegestaan. 25.4.2 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation' het volgende: er mogen ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation' geen beperkt kwetsbare objecten en kwetsbare objecten worden gebouwd. 25.4.3 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen: het gebruik van de gronden en bouwwerken binnen 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation' voor beperkt kwetsbare objecten en kwetsbare objecten.

bestemmingsplan Hoogeind I

57

25.5

vrijwaringszone - vaarweg

25.5.1 Algemeen De ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - vaarweg' aangegeven zone dient ter bescherming van een goede en veilige doorvaart van de scheepvaart op de rijksvaarweg. 25.5.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de daar voorkomende bestemmingen mogen er binnen de vrijwaringszone geen bouwwerken worden gebouwd met uitzondering van bouwwerken gerelateerd aan of ten behoeve van de rijksvaarweg. 25.5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 25.5.2 ten behoeve van het bouwen van bouwwerken, onder de voorwaarde dat deze op grond van de daar voorkomende bestemmingen zijn toegestaan en belemmeringen worden voorkomen voor: de veiligheid van de scheepvaart; de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten; het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg; zulks in overleg met, en na toestemming van, de beheerder van de rijksvaarweg.

58

bestemmingsplan Hoogeind I

Artikel 26 26.1

Overige regels

Parkeren

26.1.1 Parkeereis a. Bij nieuwbouw, uitbreiding en/of functieverandering van een gebouw dient op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid te worden gerealiseerd en vervolgens in stand te worden gehouden. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, indien wordt voldaan aan de 'Beleidsregel parkeernormen Helmond 2020' als vastgesteld op 17 december 2019. Indien deze beleidsregel gedurende de werking van dit plan wordt gewijzigd, dient aan de gewijzigde beleidsregel te worden voldaan. b. Bij nieuwbouw, uitbreiding en/of functieverandering van een gebouw waarvoor een behoefte bestaat voor ruimte voor het laden of lossen van goederen dient hieraan op het betreffende perceel tenminste voldaan te worden. 26.1.2 Afwijken van de parkeereis Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 26.1.1 indien: a. b. c.

het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte en/of laad- en losruimte wordt voorzien; uit de bedrijfsvoering (aantoonbaar) blijkt dat minder parkeerplaatsen noodzakelijk zijn; geheel of gedeeltelijk wordt voorzien in de aanleg van parkeerplaatsen in het openbaar gebied, mits: 1. door de aard van de bebouwing fysiek geen ruimte is voor de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein; 2. ter compensatie kan worden voorzien in een parkeerplaats in de openbare ruimte; 3. de noodzaak vanuit een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing wordt aangetoond.

26.1.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van de maatvoering van de parkeervoorzieningen, zoals bedoeld in artikel 26.1.1 indien dit, gelet op de feitelijke omstandigheden, noodzakelijk is. 26.2

Waterberging

26.2.1 Voorwaardelijke verplichting waterberging a. bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen staat vast dat wordt voorzien in een waterberging; b. de maatvoering, het functioneren en de instandhouding van de waterberging, worden vastgesteld met toepassing van de beleidsregel 'Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen', vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 12 december 2023; c. als de onder 26.2.1 onder b bedoelde beleidsregel wordt gewijzigd, dient de nieuwe (gewijzigde) beleidsregel te worden toegepast; d. het college van burgemeester en wethouders kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 26.2.1 onder a als het realiseren van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is. 26.2.2 Uitzondering Artikel 26.2.1 is niet van toepassing op aanvragen voor een omgevingsvergunning waarbij de bij de ontwikkeling beoogde aan te leggen verharding minder dan 50 m2 bedraagt.

bestemmingsplan Hoogeind I

59

60

bestemmingsplan Hoogeind I

Hoofdstuk 4 Artikel 27

Overgangs- en Slotregels

Overgangsrecht

27.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 27.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 27.3 Persoonsgebonden overgangsrecht a. Onder bestaand gebruik als bedoeld in artikel 27.2 sub a wordt voor wat betreft het met dit plan strijdige gebruik van het perceel(sgedeelte) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen persoonsgebonden overgangsrecht' uitsluitend verstaan het gebruik van het terrein voor wonen door bestaande gebruikers. b. Met betrekking tot de bewoning als bedoeld onder a wordt als bestaande gebruiker aangemerkt het gezinshoofd en diens partner die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Helmond staan ingeschreven en daar woonachtig zijn. c.

De bestaande gebruiker wordt het recht toegekend om de als woonwagenstandplaats in gebruik zijnde gronden als zodanig in gebruik te houden, waarop ten hoogste 1 woonwagen geplaatst mag zijn. d. Het persoonsgebonden overgangsrecht als bedoeld onder a eindigt zodra: 1. de betreffende persoon verhuist; 2. de betreffende persoon komt te overlijden; 3. de betreffende persoon de bestaande woonwagen van de standplaats verwijdert, tenzij het een vervanging van de bestaande woonwagen betreft.

bestemmingsplan Hoogeind I

61

Artikel 28

Slotregel

Deze regels kunnen worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Hoogeind I'.

62

bestemmingsplan Hoogeind I

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14431694/1