RN 076 Wijziging Visie op Wonen, Welzijn en Zorg november 2022
Tekst van het document
Een visie op Wonen, Welzijn en Zorg gemeente Helmond (2023-2030)
Pagina
2022
1
November
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
Inhoud: pagina 3
1. Inleiding
pagina 5
2. Korte schets problematiek
pagina 10
3. Ontwikkelingen en Oplossingsrichtingen
pagina 18
4. Wat voor stad wil Helmond zijn?
pagina 28
5. De opgave voor de komende 10 jaar
pagina 29
Bijlagen
pagina 41
Pagina
2
Samenvatting
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
Pagina
Helmond wil een stad zijn waar voor iedereen een plek is. We willen een Helmond waarin iedereen meedoet en meetelt. Inwoners die oog hebben voor elkaar, voor eenzaamheid, zeker onder ouderen. Een gezonde en een veilige stad, aldus enkele passages uit de strategische agenda, Helmond, stad in beweging, - voor een duurzame, sociale en economisch vitale toekomst. In het streven een inclusieve stad te zijn draagt de gemeente een belangrijke verantwoordelijkheid, zeker op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Om invulling te geven aan deze verantwoordelijkheid heeft de gemeente Helmond, in overleg met de zorgpartijen en de woningcorporaties deze visie op Wonen, Welzijn en Zorg opgesteld. Naast het verkrijgen van inzicht in het huidige zorgstelsel en de aanwezige voorzieningen formuleert deze visie ook de woonzorg opgave voor de periode 2020- 2030. In de visie wordt geconstateerd dat het huidige zorgstelsel op (korte-) termijn niet houdbaar is. Dit vraagt om een andere benadering van de vraag naar zorg, een vraag die zowel in omvang als complexiteit toeneemt. Door vergrijzing, het langer zelfstandig blijven wonen, minder intramurale zorg, een tekort op de arbeidsmarkt en een stijging van de kosten is een andere benadering van de problematiek noodzakelijk. Deze benadering start bij preventie. Preventie door bescherming tegen ziekten, maar ook het bevorderen van een goede gezondheid.
Voorts wordt in de visie geconcludeerd dat zelfredzaamheid en samenredzaamheid een belangrijke rol gaan vervullen in het invullen van de zorgvraag. Meer naar elkaar om kijken, elkaar helpen en ondersteunen. Dit vraagt om een forse inzet van onze inwoners en mantelzorgers. Maar ook om een zorgstructuur die hierop aansluit. Samenwerking tussen de betrokken partijen is in dit kader van essentieel belang. Deze samenwerking moet tot stand komen op wijk- en buurtniveau. Er moet ruimte voor ontmoeting worden geboden. De woningvoorraad zal op deze ontwikkeling moeten worden aangepast, en aanzienlijk moeten worden uitgebreid met toegankelijke woningen, waar zorg op maat kan worden verleend.
3
Samenvatting
Pagina
4
In hoofdstuk 5 van deze visie is de opgave voor de periode tot 2030, zowel kwantitatief als kwalitatief, verwoord. De opgave komt neer op: - 185 beschermd wonen - 25 beschut wonen - 340 geclusterd wonen - 140 aangepaste woningen - 1.085 nultredenwoningen - 900 woningen in de genoemde categorieën in de sociale huur - focusgroepen: jeugdzorg, 18 – 23 jaar, uitstroom intramuraal, 24 uursvoorziening, dak- en thuislozen en forensische zorg En we zetten in op: - preventie en bewustwording - samenredzaamheid - doorstroming op de woningmarkt - spreiding over de stad – draagkracht en draaglast - spreiding van woon-/zorgvoorzieningen over de stad - innovatie en nieuwe woonconcepten - digitalisering - regionale samenwerking - samenwerking tussen betrokken partijen
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
1. Inleiding
1
Bevolkingsprognose Noord Brabant 2020
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
Pagina
1.2. Doelstelling Deze visie heeft drie doelstellingen. 1. Het eerste doel van deze visie is inzicht te krijgen in het huidig zorgstelsel en de reeds aanwezige voorzieningen. 2. Het tweede doel is inzicht te krijgen in de opgave op het gebied van wonen en zorg voor de gemeente Helmond in de komende periode (2020 – 2030). Dit is van belang omdat: a. het aantal ouderen (75 jaar en ouder) aanzienlijk zal toenemen in de komende periode; b. de gemiddelde levensduur in Noord Brabant1 toeneemt (80,7 jaar voor mannen, 83,8 jaar voor vrouwen in 2020 terwijl in 1990 deze nog 75,5 respectievelijk 80,5 bedroeg); c. ouderen en kwetsbare personen vaker en langer zelfstandig blijven wonen; d. niet alle ouderen al in een voor hen geschikte woning leven; e. er tevens een grote diversiteit bestaat tussen ouderen; f. er steeds meer mensen met kanker, dementie en hart- en vaartziekten komen, en het aantal leefstijl gerelateerde aandoeningen toe neemt; g. hierdoor de zorgkosten steeds hoger worden; h. door minder intramurale zorg en hogere levensduur er sprake is van meer complexe zorg thuis; i. het gebruik van jeugdzorg en basis Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) neemt sterk toe, met als gevolg een toenemende druk op het zorgaanbod; j. er in toenemende mate tekorten ontstaan in het verlenen van (professioneel) passende hulp of zorg;. k. de druk op mantelzorgers en vrijwilligers toe neemt;
5
1.1. Waarom een visie op Wonen, Welzijn en Zorg Helmond wil een stad zijn waar voor iedereen een plek is. We willen een Helmond waarin iedereen meedoet en meetelt. Inwoners die oog hebben voor elkaar, voor eenzaamheid, zeker onder ouderen. Een gezonde en een veilige stad, aldus enkele passages uit de strategische agenda, Helmond, stad in beweging, - voor een duurzame, sociale en economisch vitale toekomst. In het streven een inclusieve stad te zijn draagt de gemeente een belangrijke verantwoordelijkheid, zeker op het gebied van wonen en zorg.
l. de omvang en de diversiteit in doelgroepen welke een beroep doen op passende hulp of zorg steeds groter worden;
3. Ten derde moet de visie inzicht geven hoe ingespeeld kan worden op de geconstateerde ontwikkelingen. Daarbij staat centraal de vraag “Wat voor stad wil Helmond zijn?”. De visie op Wonen, Welzijn en Zorg moet eveneens een bijdrage leveren aan: - het tegengaan van de tweedeling in de stad; - een meer evenwichtige opbouw van de bevolking en woningvoorraad in wijken en buurten; - het bevorderen van zelfredzaamheid en samenredzaamheid; - een passend aanbod van wonen en zorg gericht op doorstroming; - en het bevorderen van een inclusieve samenleving. Hoewel ouderen een belangrijke doelgroep zijn als het gaat om wonen en zorg, is dit zeker niet de enige doelgroep. Een ieder die om wat voor reden dan ook niet volledig in staat is zich zelf te redden en in meer of mindere mate enige ondersteuning of begeleiding nodig heeft verdient aandacht op het gebied van wonen en zorg. Voor het bestuurlijk overleg Wonen en Zorg2 is het bovenstaande aanleiding geweest te adviseren in 2021 een WoonZorgVisie voor de gemeente Helmond op te stellen. Om op de ontwikkelingen te kunnen inspelen is het van belang dat door middel van samenwerking tussen de betrokken partijen een gedeelde urgentie ontstaat. Op grond van deze samenwerking wordt een gezamenlijke visie ontwikkeld om te komen tot voldoende passende huisvesting en zorg voor de diverse aandachtsgroepen.
Naast Wonen en Zorg heeft ook Welzijn een belangrijke plaats in deze visie. Welzijn is de basis voor een gezond leven.
2
Het bestuurlijk overleg wonen en Zorg bestaat uit bestuurders van zorgpartijen (Savant , Zorgboog, Regionaal Autisme Centrum, ORO, Jeugdzorg Brabant, GGZ), Stichting Maatschappelijke Opvang Helmond, de LEV groep, de woningcorporaties (Woonpartners, Volksbelang, woCom, Compaen, Woonbedrijf en Bergopwaarts) en de gemeente Helmond.
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
Pagina
1.4. Achtergronden Kadernota Sociaal Domein gemeente Helmond In de kadernota Sociaal Domein Helmond 2019 -2022 zijn een drietal strategische doelen geformuleerd:
6
1.3. De wijze van tot stand komen Deze visie is tot stand gekomen in samenwerking met de partijen die deelnemen aan het bestuurlijk overleg. In twee werkgroepen is eerst een analyse van beschikbare data gemaakt alsmede een antwoord gegeven op de vraag “Wat voor stad wil Helmond zijn?”. De uitkomsten hiervan zijn verwerkt in een concept notitie die wederom met de hiervoor genoemde samenwerkingspartners is besproken.
3 4
1 Kamerstukken II, 2019-2020, 31765, nr. 454 advies 'Oud en zelfstandig in 2030. Aangepast REISadvies', commissie Wouter Bos
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
Pagina
Taskforce Wonen en Zorg Rijksoverheid In de brief van 18 oktober 2020 Langer thuis – Wonen en Zorg hebben de minister voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister voor Milieu en Wonen gezamenlijk de aanpak rond huisvesting voor ouderen gepresenteerd3. Daarbij hebben zij een plan van aanpak van de Taskforce Wonen en Zorg aangekondigd. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Actiz, Aedes en de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) zijn gezamenlijk de Taskforce Wonen en Zorg gestart. Hiermee wil men het aanpakken van de lokale woonopgave voor zelfstandig wonende ouderen kracht bij zetten. De Taskforce stimuleert dat overal gemeenten, woningcorporaties en zorgorganisaties met elkaar afspraken gaan maken over de opgaven op het gebied van wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid. Dit sluit aan bij de aanbevelingen van de commissie Toekomst Zorg Thuiswonende Ouderen4. De Taskforce komt de volgende aanbevelingen: 1. eind 2020 in alle gemeenten een concrete analyse is gemaakt van de lokale opgaven op het gebied van wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid voor ouderen en andere mensen met een ondersteunings- of zorgbehoefte, dat deze analyse wordt vertaald in ambities en keuzes, en wordt vastgelegd in een woonzorgvisie. 2.
in 2021 in alle gemeenten prestatieafspraken worden gemaakt over wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid, als basis om tot uitvoering te komen van concrete plannen. 3. in de komende jaren in alle gemeenten projecten in uitvoering gebracht worden die inspelen op de opgaven op het gebied van wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid.
7
1. Ieder jaar zijn meer inwoners in staat om mee te doen, rond te komen en vooruit te komen; 2. Inwoners die via de lokale toegang ondersteuning krijgen zijn na afloop meer tevreden met de situatie op de leefdomeinen en/of meer zelfredzaam; 3. Inwoners kunnen ook in de toekomst op kwalitatief goede ondersteuning blijven rekenen. Helmond werkt toe naar een sociaal stelsel dat in 2023 binnen de financiële kaders van het Sociaal Domein blijft. De basisstrategie om deze strategische doelen te realiseren is gericht op een beweging naar zorg en ondersteuning die meer nabij, preventief (vroegtijdig), in samenhang en eenvoudiger is. Kortweg: naar laagdrempelige ondersteuning, die doet wat nodig is. De kadernota spreekt de ambitie uit dat er voldoende woningen zijn voor onze inwoners, die tijdig beschikbaar zijn en passen bij de doelgroep. Voor iedereen, dus ook voor kwetsbare inwoners. Met aandacht voor de draagkracht en sociale cohesie in buurten en wijken (spreiding, leefbaarheid en veiligheid). De directe leefomgeving draagt bij aan het (langer) zelfstandig kunnen (gaan) wonen. Met partners wordt een traject gestart om de huisvestingsbehoefte voor kwetsbare inwoners met verschillende mate van zorg-/ondersteuningsbehoeften in kaart te brengen. Deze zetten we vervolgens af tegen de beschikbare en passende woonmogelijkheden.
Op basis daarvan gaan we oplossingen ontwikkelen, met ruimte voor innovatieve concepten op het terrein van o.a. huisvesting, woningtoewijzing, urgentieverklaringen. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheden voor het scheiden van wonen en zorg. Met deze visie wordt invulling gegeven aan de doelstelling van deze kadernota.
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
8 Pagina
Programmalijnen Ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport en ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport lopen op dit moment een drietal programmalijnen die betrekking hebben op wonen, welzijn en zorg: a. Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO), inmiddels verlopen. b. Eén tegen eenzaamheid – verlengd 2022-2025. c. Integraal Zorgakkoord. In het WOZO-programma wordt een nieuwe norm vastgelegd: “zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan”. De partijen in de ouderenzorg werken toe naar ouderenzorg en -ondersteuning waarbij ouderen zo veel mogelijk zelfredzaam zijn door zo nodig (opnieuw) aanleren van vaardigheden, fit blijven, hulpmiddelen gebruiken en hulp uit de omgeving. Het doel van het WOZOprogramma is om de komende jaren een verandering op gang te brengen waardoor deze nieuwe norm in heel Nederland werkelijkheid wordt. Het programma Eén tegen eenzaamheid is recent verlengd voor nogmaals een periode van 4 jaar. Het doel van dit programma is eenzaamheid in Nederland verminderen, zodat meer mensen meedoen in de samenleving en zij het gevoel hebben dat zij ertoe doen. Om voort te kunnen bouwen op de resultaten uit de vorige programmaperiode werkt Eén tegen eenzaamheid langs drie actielijnen aan: 1. Meer bewustwording in de samenleving over eenzaamheid; 2.
Meer maatschappelijk initiatief tegen eenzaamheid; 3. In alle gemeenten een lokale aanpak tegen eenzaamheid. Op 16 september 2022 is het Integraal Zorgakkoord ondertekend door diverse zorgpartijen, de VNG en het Ministerie van VWS. Hierin is de ambitie opgenomen om de zorg voor alle Nederlanders toegankelijk, kwalitatief goed en betaalbaar te houden. Daar is volgens de opstellers van het IZA het volgende voor nodig: Zorgen voor gelijke toegang tot zorg, van goede kwaliteit, voor alle groepen in de samenleving. Daarbij houden we rekening met de diversiteit van de bevolking. Inzetten op gezondheid en welzijn door middel van preventie en ondersteuning, zodat zorgvragen voorkomen worden of minder zwaar worden. Dit betekent het bevorderen van een gezonde leefstijl en het versterken van de zelfredzaamheid van mensen. Gemeenten en andere niet-medische partijen spelen hierin een essentiële rol. Afremmen van medicalisering. Niet bij alle zorgvragen past een medisch antwoord. Zorg kán een antwoord zijn, maar ook hulp in het sociale domein, ondersteuning door lotgenoten, beweegaanbod of een combinatie. Optimaal inzetten van de beschikbare capaciteit de we hebben, zonderverspilling van tijd, energie en geld. Verminderen van administratieve lasten. Behouden van de professionals in de zorg.
Zorgen voor werkplezier, een veilige werkomgeving en de fysieke en mentale gezondheid van zorgprofessionals. Werken vanuit vertrouwen in plaats van wantrouwen. Gegevensuitwisseling als essentiële randvoorwaarde voor goede en veilige zorg.
Bewezen innovaties snel en effectief verspreiden en zorg die niet (meer) passend is afschalen. Gericht ondersteunen van (schaarse) zorgmedewerkers door technologische toepassingen (eHealth). Inzetten op zorg met een minimale impact op klimaat, milieu en leefomgeving. Dat vraagt om groene en klimaatneutrale zorg, met spaarzaam en circulair gebruik van grondstoffen en materialen. De uitwerking van het IZA is beschreven in een achttal werkagenda`s waar de ondertekenaars, waaronder de gemeenten in de komende 4 jaar gezamenlijk mee aan de slag gaan.
Pagina
9
In het voorjaar van 2022 is door het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het programma “Een thuis voor iedereen” gepresenteerd als onderdeel van de Nationale Woon- en Bouwagenda. Dit programma heeft als doel te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Dit wil het programma bereiken middels een viertal actielijnen, namelijk: 1. Voldoende woonruimte 2. Evenwichtige verdeling 3. Combineren wonen, zorg, welzijn en werk 4. preventie
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
2. Korte schets van de problematiek
Pagina
In Helmond neemt de bevolking op basis van de provinciale prognose 2020 toe naar bijna 1.05.000 inwoners in 2040. Dit aantal zal daarna nog verder toenemen, terwijl het uitgangspunt is zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. In het najaar van 2021 heeft de gemeente Helmond ervoor gekozen om een kwalitatieve schaalsprong te gaan maken, uitgaande van het realiseren van 5.000 woningen extra ten opzichte van de bevolkingsprognose, met name door de vorming van een stedelijk woon/werkmilieu in en rond het centrum. De verwachting is dat hierdoor de bevolkingsgroei nog verder toe zal nemen dan geraamd in de provinciale bevolkingsprognose. De schaalsprong is nog niet meegenomen in deze probleemschets, vooralsnog wordt uitgegaan van de cijfers uit de provinciale bevolkingsprognose. Wordt rekening gehouden met het volledig uitvoeren van de schaalsprong in de periode tot 2040 dan stijgt het aantal inwoners naar circa 115.000.
10
2.1. Bevolkingsontwikkeling De Nederlandse bevolking zal in de komende periode doorgroeien naar 18 miljoen mensen, terwijl na 2060 zelfs een ontwikkeling naar meer dan 20 miljoen mensen wordt voorzien. Is er momenteel nog sprake van 2.6 miljoen ouderen (65 jaar en ouder), dit aantal zal in 2030 al de 3 miljoen passeren. Een belangrijk deel van deze doelgroep heeft een leeftijd van 80 jaar of ouder (in 2030 ruim 1,2 miljoen mensen). Bij ongewijzigd beleid nemen de collectieve zorguitgaven voor 65+-ers toe van € 40 miljard in 2020 tot € 60 miljard in 2040. Slechts een beperkt deel van de bevolking zal/kan gebruik maken van zorg in een verpleeg-/verzorgingshuis (intramurale zorg).
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
2.2. Vergrijzing Nederland “vergrijst”. Momenteel zijn er in Nederland 2,6 miljoen ouderen (65 jaar en ouder). Een belangrijk deel van deze doelgroep heeft een leeftijd van 80 jaar of ouder (in 2030 ruim 1,2 miljoen mensen). In Helmond zal het aantal ouderen naar verwachting met 61 % toenemen van 15.930 in 2020 tot 25.630 in 2040. En ook hierbij is sprake van een sterke toename van het aantal 80-plussers. Door de sterke relatieve stijging van het aantal ouderen, neemt de grijze druk toe, zoals in onderstaande tabel is weergegeven. Met grijze druk wordt het aantal 65+-ers ten opzichte van het aantal 20-64-jarigen bedoeld. Toename grijze druk: 2021 2030 2040 Landelijk 33,7% 41% 48,1% Helmond 28,8% 35,7% 44,9% Bron: provincie Noord-Brabant
Pagina
11
2.3. Langer zelfstandig blijven wonen/Extramuralisering Naast de demografische ontwikkelingen speelt ook extramuralisering, ofwel meer zorg thuis en minder in instellingen, een grote rol op het gebied van wonen en zorg. Sinds de decentralisatie in 2015 is in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) opgenomen dat gemeenten beleid moeten maken dat erop gericht is dat cliënten zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven. Ook zijn de toegangscriteria voor opname in een zorginstelling, met name voor ouderen, met de komst van de Wet langdurige zorg, Wlz, (als vervanger van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten- AWBZ) fors aangescherpt. Het verzorgingshuis is door deze beweging inmiddels verdwenen en door een tekort aan geschikte woningen voor ouderen is een gat ontstaan tussen ‘thuis’ en ‘verpleeghuis’. Niet alleen in de ouderenzorg, maar ook in de zorg voor mensen met een psychiatrische aandoening is sprake van extramuralisering. Eind 2015 bracht de commissie Dannenberg een advies uit over de toekomst van beschermd wonen: “Van beschermd wonen naar een beschermd thuis”. Het uitgangspunt was hierbij om toe te werken naar meer sociale inclusie. Zodat ook mensen met een psychische kwetsbaarheid volwaardig deel kunnen nemen aan de maatschappij.
Het streven is dat geleidelijk steeds meer mensen in hun eigen wijk kunnen blijven wonen en daar kunnen herstellen, met begeleiding, behandeling en behoud van en met hulp van hun sociale netwerk. Waar mogelijk in de vorm van een “beschermd thuis”, indien nodig in combinatie met ambulante behandeling.
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
Pagina
2.4. Aandachtsgroepen Zoals hiervoor is aangegeven richt wonen en zorg zich niet alleen op ouderen. Er is inmiddels een grote diversiteit ontstaan in doel- of aandachtsgroepen. Op 8 juli 2021 verscheen hierover het rapport “Een thuis voor iedereen ” van de interbestuurlijke werkgroep versterking beleid huisvesting aandachtsgroepen. Tot de aandachtsgroepen rekenen zij arbeidsmigranten, dak- en thuisloze mensen, ouderen, sociaal urgenten en dreigend daklozen, medisch urgenten en rolstoelafhankelijken, statushouders, studenten, uitstroom intramurale situatie en woonwagenbewoners. In mei 2022 heeft het ministerie VRO het programma “Een thuis voor iedereen” gepubliceerd. Het programma ‘Een thuis voor iedereen’ heeft als doel te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen, met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Deze doelgroepen vragen allemaal om woonruimte, vaak met extra’s zoals begeleiding of een specifieke woning/woonvorm. Dit maakt de huisvestingsopgave voor aandachtsgroepen een integrale opgave: het gaat niet alleen over de juiste woning maar ook over een lage huurprijs, ondersteuning in de buurt, (mantel)zorg in de nabijheid, bestaanszekerheid en meedoen in de maatschappij.
Niet alleen neemt hierdoor de druk op de woningmarkt toe, het veroorzaakt ook problemen met de leefbaarheid in wijken en buurten. Dit vraagt om een gerichte wijk- en buurtaanpak, waarin een balans gevonden wordt tussen de diverse leefstijlen en zorgvragers.
12
Ten aanzien van jeugdhulp is in het “Ambitieakkoord Gemeenten Een 10 voor de jeugd5 opgenomen: “wonen doe je zo thuis als mogelijk”. Onder thuis wordt verstaan dat je als kind in principe bij beide of in ieder geval bij één van je biologische ouders woont. In sommige gevallen draagt de thuissituatie niet bij aan de ontwikkeling van het kind en/of is er sprake van kindfactoren waardoor opgroeien in de thuissituatie moeizaam gaat. Wanneer de situatie vraagt om specialistische jeugdhulp of gezinsondersteuning is deze in de eerste plaatst gericht op het behoud van de thuissituatie. Wanneer thuis wonen niet meer tot de mogelijkheden behoort, gaat de voorkeur uit naar een woonvorm die het beste past bij de omstandigheden van de jeugdige. Een woonvorm die zo dicht mogelijk bij de leefomgeving van de jeugdige ligt. Langer zelfstandig wonen heeft niet alleen betrekking op voor de doelgroep geschikte woonvormen. Vaak is sprake van maatwerk en zijn extra’s nodig zoals begeleiding of een prikkelarme omgeving. Het gaat niet alleen over de juiste woning maar ook over de betaalbaarheid van een woning (niet alleen huurprijs, maar de totale woonlasten), ondersteuning in de buurt, (mantel)zorg in de nabijheid, bestaanszekerheid en meedoen in de maatschappij. Om deze integrale opgave te realiseren is samenwerking tussen de betrokken partijen van groot belang.
5
De gemeente Helmond, de Peelgemeenten (Deurne, Someren, Asten, Gemert-Bakel en Laarbeek) en Dommelvallei + (Nuenen, Son en Beugel, Waalre en Geldrop-Mierlo) vormen een nieuwe inkoopregio voor de inkoop van jeugdhulp, genaamd: Een 10 voor de jeugd. Door samen te werken borgen de tien gemeenten de kwaliteit en continuïteit van de zorg aan kinderen die jeugdhulp nodig hebben.
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
In regionaal verband (Stedelijk Gebied Eindhoven6) is in 2016 afgesproken jaarlijks maximaal 25% van de vrijgekomen sociale huurwoningen aan deze doelgroepen toe te wijzen. Dit gebeurt op basis van de Huisvestingsverordening gemeente Helmond 2020, waarin een urgentieregeling is opgenomen (meer informatie over deze urgentieregeling is opgenomen in bijlage 11).
6
Het SGE wordt gevormd door de gemeenten Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen c.a., Son & Breugel, Oirschot, Veldhoven en Waalre
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
Pagina
2.6. Woningmarktproblematiek De woningmarkt staat al enige tijd onder druk. De gemiddelde inschrijfduur (termijn van inschrijving tot toewijzing van een sociale huurwoning) bij Wooniezie bedroeg in Helmond in 2021 gemiddeld 5,1 jaar. De gemiddelde zoekduur (termijn waarin actief naar een woning wordt gezocht) was in 2021 voor Helmond 14,4 maanden. Zoals uit de tabel blijk, is de slaagkans voor 55+ers op de sociale huurmarkt in Helmond veel hoger dan die voor de leeftijdsgroepen tot 55 jaar. Ook de koopwoningmarkt is in Helmond gespannen. In het eerste kwartaal van 2022 bedroeg
13
2.5. Arbeidsmarktproblematiek In de zorg en welzijn sector zijn circa 1,5 miljoen mensen werkzaam (15 % van alle werkenden). Het gaat om werknemers en zelfstandigen met een hoofdbaan bijvoorbeeld als medisch specialist, pedagogisch medewerker, verpleegkundige of verzorgende, die werken in het ziekenhuis of verpleeghuis, in de wijkverpleging, de thuiszorg, de kinderopvang of de jeugdzorg. Ook personeel in de gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg, huisartsenzorg en sociaal werk valt hieronder. En het gaat niet alleen om mensen die met cliënten, patiënten en kinderen werken, het betreft ook al het personeel met een administratieve of leidinggevende functie. In het Integraal Zorg Akkoord is hierover opgenomen dat, wanneer we doorgaan zoals nu, zou in het jaar 2040 1 op de 4 werknemers in de zorg moeten werken. Dat is niet haalbaar. We willen daarom 1 op de 6 werknemers in de zorg als uitgangspunt houden. We zullen dus met grofweg hetzelfde aantal mensen aan de groeiende zorgvraag moeten voldoen. Daarmee vormen zij ongeveer 1 op de 6 werkenden. Zorg en welzijn is daarmee één van de grootste werkgevers van Nederland. Tegelijkertijd kampt de zorgsector nu al met personeelstekorten en neemt de vraag naar voldoende opgeleid zorgpersoneel de komende jaren naar verwachting alleen maar toe.
Ook omdat naar verwachting in 2030 zo`n 30% van de huidige medewerkers in de ouderenzorg met pensioen is gegaan. Eind 2021 waren er 54.000 vacatures in zorg en welzijn. Deze vacatures zijn moeilijk vervulbaar. De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt van zorg en welzijn hangen onder meer samen met bevolkingsgroei, vergrijzing en technologische ontwikkeling. Naast vergrijzing speelt b.v. de 24-uurs economie en flexibilisering van arbeidscontracten een rol (meer vraag naar kinderopvang). Door een toename aan vraag om begeleiding en zorg steeg ook de behoefte aan personeel. In Zuidoost Brabant zijn circa 52.400 personen werkzaam in de zorgsector. De verwachting is dat dit aantal met 17 % zal moeten toenemen in 2030 (dus een toename met 8.900 personen). Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is in 2019 een actieprogramma Werken in de Zorg gestart. Het tekort aan personeel zal deels opgevangen moeten worden door technologische ontwikkelingen. Daarnaast zal een beroep gedaan moeten worden op personeel afkomstig uit het buitenland.
de krapte-indicator7 in Helmond slechts 1,7. De gemiddelde verkoopprijs in Helmond steeg naar € 415.913,- (voor het eerst stijg deze boven de vier ton). Over een jaar tijd bekeken bedroeg de prijsstijging van koopwoningen in Helmond 24%. Langer zelfstandig wonen vraagt om een aanpassing van de bestaande woningvoorraad. De toegankelijkheid en het kunnen verlenen van zorg op maat, tot en met Volledig Pakket Thuis (VPT) vraagt niet alleen investeringen maar ook de nodige arbeidsinzet. Met een VPT wordt vanuit de Wlz dezelfde zorg en begeleiding verleend als in een zorginstelling, maar dan aan huis in een zelfstandige woning. Het betreft zowel de inzet van productiecapaciteit als de vergunningsprocedures etc. Op dit moment vormt dit één van de knelpunten op de woningmarkt om aan de woningbehoefte te voldoen. Een verhoging van de woningbouwproductie, voor een belangrijk deel gericht op ouderen, zal dit probleem alleen maar doen toenemen. 2.7. Mantelzorg Door het langer zelfstandig blijven wonen moet voor de dagelijkse zorg vaker een beroep gedaan worden op de directe omgeving. Mantelzorg is onbetaalde en vaak langdurige zorg voor zieke familieleden of vrienden. Dit kan verzorging zijn of hulp bij dagelijkse activiteiten. Uit onderzoek van SCP (Sociaal en Cultureel Planbureau) in 2019 blijkt dat veel mensen in Nederland mantelzorg verlenen.
Ongeveer 35% van de 16-plussers (circa 5 miljoen mensen) geven mantelzorg aan bekenden of naasten. Ongeveer 825.000 mensen helpen langdurig (langer dan drie maanden) en intensief (meer dan acht uur per week). In Helmond is het percentage volwassen dat aangeeft mantelzorg te verlenen met 16,4 % hoger dan het landelijk gemiddelde (14,2 %). Door de vergrijzing daalt het aantal potentiële mantelzorgers. Ontwikkeling aandeel potentiële mantelzorgers: 2021 2040 20-64 jarigen per 75+er 4,8 4,6 50-74 jarigen per 85+er 16,3 9,3
Pagina
Door de hiervoor geschetste ontwikkelingen en het feit dat de arbeidsmarkt steeds meer onder druk komt te staan zal in de toekomst steeds vaker een beroep gedaan moeten worden op mantelzorg. Dit vraagt ook een omslag in het denken over de verzorgingsstaat. Niet langer wordt alles van wieg tot het graf geregeld, maar staat zelfredzaamheid en samenredzaamheid voorop.
14
Bron: Waar staat je gemeente (VNG)
7
het aantal te koop staande woningen waaruit een woningzoeker kan kiezen
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
2.8. Eenzaamheid, sociale isolatie, welzijn, activeren Het aantal inwoners van Helmond van 65+ en ouder neemt tot 2040 naar verwachting met 61 % toe. Hierdoor neemt ook de prevalantie van leeftijd gerelateerde aandoeningen, zoals dementie en artrose, toe. Ook wordt een forse toename verwacht van het aantal ouderen dat zich eenzaam voelt, volgens GGD gezondheidsmonitor 2020). In Helmond is op dit moment al sprake van een hoog percentage eenzaamheid onder volwassen (48% van de volwassen geeft aan dat sprake is van emotionele en/of sociale eenzaamheid). In 2040 wordt voor de Metropool Regio Eindhoven (MRE) verwacht dat 6 van de 10 huishoudens 75+ geen enkele mobiliteitsbeperking ondervinden, terwijl bijna een kwart een matige of zware mobiliteitsbeperking zal hebben. Tegenover de noodzakelijke toename van mantelzorg staat een verdere individualisering van onze maatschappij. Veel mensen voelen zich eenzaam, hebben weinig contacten. Wat opvalt is dat het percentage personen met hoge emotionele/sociale eenzaamheidsscore zich het sterkst voordoet in de wijken Helmond-Noord, Helmond-Oost, Rijpelberg, Brouwhuis en Helmond-West. Dit zijn ook de wijken met het hoogste aandeel sociale huurwoningen en een gemiddeld lager besteedbaar inkomen.
Onderdeel van een zorgzame samenleving vormt het opbouwen van een sociaal netwerk/vangnet, waarbinnen mensen betrokken blijven bij de samenleving (blijven meedoen).
Pagina
15
2.9. Kwetsbare wijken In Helmond zien we grote verschillen tussen de verschillende wijken. Zoals in onderstaande afbeeldingen is te zien is in de wijken waar de concentratie van sociale huurwoningen hoog is (afbeelding links) de sociaal economische status (ses) vaak lager (afbeelding rechts). Dit betreft met name de wijken Centrum, Binnenstad, Helmond Oost, Helmond Noord, Brouwhuis en Helmond West. De sociaaleconomische positie van mensen laat veelal een directe relatie zien met de gezondheidssituatie .De gezondheid van mensen met een lage ses is over het algemeen slechter dan de gezondheid van mensen met een hoge ses. Dit kan deels worden verklaard door het vaker voorkomen van risicofactoren bij mensen met een lage ses, zoals ongunstige woon- en werkomstandigheden, ongezonde leefstijl Aandeel sociale huurwoningen: Kwetsbare wijken:
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
Pagina
2.10. Complexiteit van de samenleving De samenleving wordt steeds complexer. Ze digitaliseert in toenemende mate en stelt steeds hogere eisen aan communicatieve vaardigheden. Voor mensen met een lichte verstandelijke beperking (lvb), laaggeletterden en mensen met autisme is dat nog ingewikkelder dan voor anderen. Zij kunnen moeilijk aan alle eisen en verwachtingen voldoen, omdat hun sociale- en communicatieve vaardigheden beperkt zijn. Ook speelt zelfoverschatting hierbij een rol. Het is voor deze groepen steeds lastiger om zich staande te houden in de maatschappij. Zij ervaren meer dan anderen problemen met het meekomen op school, het verkrijgen en behouden van werk, het voeren van een eigen huishouding en het aangaan en onderhouden van sociale contacten. Mensen met een lvb doen in de huidige situatie al vaker een beroep op ondersteuning en hulp en dat zal in de toekomst door digitalisering en hogere eisen aan communicatieve vaardigheden enkel toenemen. De verwachting is dat bij deze doelgroepen het aantal eenpersoonshuishoudens toe zal nemen. De samenleving wordt steeds meer multicultureel, met soms andere vormen van zorgvraag of juist voor elkaar zorgen. Ook hiervoor zal een passend aanbod moet worden geboden.
16
en werkloosheid. Andersom kan een slechtere gezondheid ook leiden tot een slechtere maatschappelijke positie. Vanwege de verschillen per wijk is het van belang inzicht te krijgen in de factoren die van invloed zijn op de gezondheid. Naast erfelijkheid en leefstijl wordt de gezondheid beïnvloed door verschillende omgevingsfactoren. Het gaat daarbij onder andere om geluid, UV-straling, luchtverontreiniging, voeding, sociale omgeving en werkomgeving. De gemeente Helmond zet met het eind 2020 opgestelde Preventieakkoord in op preventie (want voorkomen is beter dan genezen). Op grond van dit akkoord wordt met meer dan 50 maatschappelijke organisaties samengewerkt om te werken aan het verbeteren van de gezondheid van de inwoners. De uitwerking van het akkoord vindt plaats aan de hand van thematafels: Rookvrij Helmond Gezond eten en bewegen Helmond zorgt dat alcohol en drugsgebruik minder normaal wordt Daarnaast wordt gewerkt aan de verbetering van de leefbaarheid in wijken en buurten. De inkomens- en gezondheidsverschillen van Nederlanders worden steeds groter. Een grote groep mensen lukt het steeds minder goed om mee te komen in onze samenleving. We hebben het dan over mensen met geen of tijdelijke banen, lage inkomens, mensen met een moeilijke thuissituatie en weinig sociale zekerheid.
Zij lopen een verhoogd risico op bestaansonzekerheid, armoede, schulden en slechte gezondheid. Zo leven lager opgeleiden 15 jaar in minder goede gezondheid dan hoger opgeleiden. Ook ervaren zij in hun leven meer eenzaamheid. Daarnaast hebben bestaansonzekerheid en geldzorgen ook stress tot gevolg, wat het juist bemoeilijkt om verbetering in de situatie te brengen. De ongelijkheid groeit. En de coronacrisis heeft deze tweedeling versterkt. Helmond zet in op het terug dringen van deze sociale tweedeling. Samen met het onderwijs, maatschappelijke instellingen, werkgevers, clubs en verenigingen worden stappen gezet om deze sociale tweedeling tegen te gaan de beweging “Ruimte om te leven”.. Zodat inwoners de ruimte ervaren om volwaardig mee te doen. Een meer evenwichtige opbouw van de bevolking en de woningvoorraad moet leiden tot een beter toekomstperspectief voor iedereen.
Pagina
17
2.11. Voorzieningen, ontmoeting en ondersteuning De Kadernota Sociaal Domein gaat uit van een sociale basis die ervoor zorgt dat mensen zo lang dat mogelijk als wenselijk is kunnen blijven participeren zonder een beroep te (hoeven) doen op tweedelijns zorg. Daarbij wordt ondersteuning geboden, het liefst dichtbij en laagdrempelig in de eigen omgeving. Ondersteuning die past bij de vraag van de inwoner en die aansluit bij zijn eigen kracht en mogelijkheden. Een belangrijk middel hiertoe is een gevarieerd en fysiek over de stad verspreid aanbod van collectieve vormen van dagbesteding voor uiteenlopende kwetsbare groepen (denk aan mensen met dementie, niet aangeboren hersenletsel (NAH), eenzame ouderen of mensen van de maatschappelijke opvang). Waarbij vooral gebruik wordt gemaakt van bestaande initiatieven, organisaties en maatschappelijk vastgoed en waarbij vrijwilligers een hoofdrol spelen. Steeds meer ouderen willen geclusterd wonen: in elkaars nabijheid omdat mobiliteit afneemt en met een mogelijkheid om elkaar te ontmoeten. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) stelt in 2021 en 2022 20 miljoen euro beschikbaar voor de bouw van een ontmoetingsruimte in woonvormen voor ouderen8. De regeling kan worden gebruikt voor de bouw van een ontmoetingsruimte in zowel nieuw als bestaand vastgoed.
De regeling staat open voor zowel woningcorporaties, marktpartijen, burgerinitiatieven als zorgaanbieders. Dergelijke ontmoetingsruimten zijn van belang om de hiervoor aangegeven laagdrempelige ondersteuning in de eigen omgeving te kunnen verlenen.
8
Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
3. Ontwikkelingen en Oplossingsrichtingen 3.1. Intramurale zorg Met de sterke stijging van het aantal 75-plussers zal ook het aantal inwoners dat aangewezen is op Wlz-zorg sterk gaan toenemen. Volgens TNO dient de intramurale capaciteit in Zuidoost Brabant hiervoor bijna verdubbeld te worden van 5.614 in 2020 naar 10.513 plekken in 2040. In 2021 zijn een tweetal woningbehoefte onderzoeken uitgevoerd door ABF (in opdracht van de woningcorporaties in Zuidoost Brabant) en STEC9 (in opdracht van de negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE)). In deze rapporten wordt ook ingegaan op de behoefte aan wonen en zorg. Ook in het ABF rapport wordt een sterke stijging van de intramurale zorgvraag in sector Verpleging & Verzorging (V&V) door de sterke toename van 75-plussers voorzien. Het aantal cliënten beschermd wonen in V&V-sector stijgt van 4,4 duizend in 2020 naar 9,6 duizend in 2040, de totale opgave V&V zal in 2040 zo’n 75 procent hoger zijn dan de huidige capaciteit in de Metropool Regio Eindhoven (MRE). Opvallend is dat ABF In sectoren GHZ (Gehandicaptenzorg) en GGZ (Geestelijke Gezondheidszorg) een geringere toename en kleinere aantallen voorspelt. Dit levert voor de benodigde toename van intramurale zorg het volgende beeld op: V&V 3-4 V&V 5 of 7 V&V 6 of 8 V&V9 Gehandicapten GGZ Totaal (Beschut (Beschermd (Beschermd (Revalidatie) Zorg (GHZ) wonen) wonen) wonen) Abf
30
Stec
46
680 284
45
10
100
0
820
15
9
1
400
Pagina
18
3.1.a. V&V- sector (ouderenzorg) Op dit moment wordt de huidige intramurale capaciteit in Zuidoost-Brabant door personeelstekorten niet volledig benut. Er staan dus kamers leeg in zorginstellingen, omdat er onvoldoende personeel is om de benodigde zorg te kunnen leveren. De zorgaanbieders in onze regio geven dan ook aan dat zij niet van plan zijn om intramurale capaciteit toe te gaan voegen. “We gaan niet bouwen voor leegstand.” In april 2021 hebben Aedes, ActiZ, VNG, ZN en de ministeries van BZK en VWS afspraken gemaakt over wonen en zorg voor ouderen. Hierin is onder meer tot doel gesteld dat in de periode tot en met 2030 er 50.000 verpleegzorgplekken bij komen (voorzien als geclusterde woningen en verpleeghuisplekken
9
De gegevens uit het STEC rapport zijn opgenomen in bijlage 5
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
Uit de Regiomonitor 2021 verpleegzorg van Zorgverzekeraars Nederland komt naar voren dat de uitbreidingsplannen van de Wlz-zorgaanbieders richting 2025 niet voldoende zijn om de regionale uitbreidingsopgave uit het TNOonderzoek10 te behalen. In het coalitieakkoord van het huidige kabinet is vervolgens afgesproken om wonen en zorg stapsgewijs te scheiden. In het programma WOZO is daarom afgesproken om de verpleegzorgplekken uit de bestuurlijke afspraken enkel in te vullen met geclusterde vormen op basis van Wlz-zorg thuis. Tot en met 2026 zal het aantal verpleeghuisplekken van 130.000 toenemen tot ca. 135.000, doordat er bouwplannen zijn die zich in een vergevorderd stadium bevinden. Na 2026 wordt ingezet op een verdere stimulering van het scheiden van wonen en zorg, zodat de verpleeghuiscapaciteit structureel weer op 130.000 plekken uitkomt.
10
TNO 2019 R12033 Prognose capaciteitsontwikkeling verpleeghuiszorg
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
Pagina
3.1.b. Gehandicaptenzorg Onder gehandicaptenzorg (GHZ) verstaan we de zorg aan personen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking. In 2020 maakten er in de hele MRE-regio 3.000 cliënten gebruik van intramurale GHZ. Omdat cliënten in de GHZ overwegend jonger zijn dan 65 jaar stijgt de intramurale zorgvraag in deze sector volgens het ABF en STEC-rapport veel minder sterk in de komende decennia. De grootste bevolkingstoename vindt immers in de oudere leeftijdsgroepen plaats. Ten aanzien van de gehandicaptenzorg geeft het CZ zorgkantoor Zuidoost Brabant aan dat : Zuidoost-Brabant een relatief groot aantal zorgaanbieders heeft die een lange historie kent en werken vanuit de (meer traditionele) terreinlocaties; Er in de zorg momenteel vooral personeelstekorten zijn voor zorgprofessionals op mbo-niveau 3 en hoger. Alle beschikbare bronnen duiden voor de komende jaren op blijvende wervingsproblemen. (Regio in Beeld, UWV); Zuidoost-Brabant t.o.v. de overige CZ zorgkantoorregio’s: o Het grootst aantal unieke cliënten in zorg, o Procentueel het hoogste aantal cliënten in zorg inclusief behandeling, en o Veruit het grootst aantal wachtenden op zorg (actief plaatsen, actief wachtend en wacht op voorkeur) heeft.
19
Overigens blijkt uit gesprekken met zorgaanbieders dat de gemiddelde verblijfsduur in de verpleeghuizen aneemtf en vaak al onder 1 jaar zakt. Het verpleeghuis van de toekomst lijkt meer en meer een soort hospice te worden. Waar mensen pas naartoe gaan als het thuis echt, echt, echt niet meer gaat. Dit betekent dat de meeste ouderen die afhankelijk zijn van intensieve Wlz-zorg deze zorg niet in een intramurale setting gaan ontvangen, maar juist in de thuissituatie.
Het aantal Wlz-indicaties, met name voor mensen met een verstandelijke beperking, neemt de laatste jaren toe, terwijl de toegangscriteria voor de Wlz zijn aangescherpt. De problematiek van de cliënten is complexer en zwaarder dan een aantal jaar geleden. Het overgrote deel van de mensen met een Wlz-indicatie gehandicaptenzorg verblijft intramuraal bij een zorgaanbieder. Het zorgkantoor wil de wachtlijsten verminderen door juist de zorg thuis uit te breiden eventueel in combinatie met deeltijdverblijf, en juist niet door het realiseren van meer intramurale capaciteit. Toch wordt door een zorgaanbieder voor mensen met een verstandelijke beperking aangegeven dat vrijwel alle cliënten uit deze doelgroep met een Wlz-indicatie uiteindelijk intramuraal worden opgenomen. Deeltijdverblijf is moeilijk exploitabel en wordt vooral ingezet als toeleiding naar permanent intramuraal verblijf. De intramurale capaciteit voor deze doelgroep zal hierdoor wel enigszins moeten gaan toenemen.
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
Pagina
3.1.d. Jeugdzorg Door de decentralisaties valt jeugdzorg sinds 2015 onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Ook binnen jeugdzorg wordt meer en meer ingezet op preventie en het bieden van ambulante zorg en ondersteuning in de thuissituatie. Voor jeugdigen die niet meer in de thuissituatie kunnen wonen bestaan de volgende mogelijkheden van wonen: ● Wonen in een pleeggezin (pleegzorg) ● Wonen in een gezinshuis ● Wonen in een leef- of behandelgroep van een instelling
20
3.1.c. Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) In 2015 is de financiering van GGZ-wonen overgegaan van AWBZ naar Wmo. Hierdoor is dit een taak van gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders op regionaal niveau geworden. Extramuralisering en ambulantisering hebben in de laatste jaren geleid tot een afbouw van intramurale plaatsen tot 260 in 2020 in de gehele MRE-regio. Per 1 januari 2021 is de Wlz echter opengesteld voor cliënten die vanwege psychische problematiek blijvend aangewezen zijn op 24-uurs toezicht en/of zorg in nabijheid. In de regio Helmond zijn veel meer cliënten dan verwacht overgegaan naar de Wlz. Een groot deel van deze cliënten verblijft niet in een intramurale setting, maar ontvangt ambulante zorg in de thuissituatie. Zorgaanbieders in de GGZ bieden verschillende vormen van zorg vanuit verschillende financieringsstromen (Wmo, Zvw, forensische zorg en Wlz). Ook zij geven aan dat de complexiteit van de doelgroep sterk is toegenomen, mede door een toenemend complexe maatschappij. Ook is de zorgbehoefte van de doelgroep vaak grillig, cliënten maken verbeteringen door of vallen terug. Zowel ABF als STEC voorspellen een zeer beperkte groei van intramurale capaciteit voor de GGZ doelgroep. De aanbieders geven aan dat er altijd een groep zal blijven die echt is aangewezen op langdurige en intensieve intramurale zorg.
Dit is ook de groep die nu veelal intramuraal verblijft, veelal met een Wlz-indicatie. Onduidelijk is hoe de grootte van deze groep zich zal ontwikkelen. Door de ontwikkelingen in de GGZ is er momenteel wel vraag naar intramurale plekken voor cliënten met een tijdelijke intensieve zorgvraag.
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
Pagina
Conclusie intramurale zorg Hoewel het aantal inwoners dat aangewezen is op zware, intensieve zorg met name onder ouderen fors gaat toenemen, zal het aantal intramurale plaatsen nauwelijks toenemen. Deze zwaardere vormen van zorg zullen dus meer dan verwacht in de thuissituatie worden geboden In de modellen van ABF en Stec wordt rekening gehouden met de doorstroom naar intramuraal, die dus naar verwachting niet zal gaan plaatsvinden. Dit betekent dat nog meer inwoners dan verwacht een voor hen geschikte woning nodig hebben.
21
● Wonen in JeugdzorgPlus (gesloten jeugdhulp) Hierbij is het uitgangspunt dat jeugdigen geplaatst worden in een setting die zo thuis is als mogelijk. Jeugdzorg en met name JeugdzorgPlus, de zwaarste vorm van jeugdhulp, ligt al langere tijd onder vuur. In 2019 verscheen daarom een breed gedragen actieplan met 2 doelen namelijk: 1. Voorkomen dat jongeren in JeugdzorgPlus terecht komen 2. Verbeteren van de zorg in JeugdzorgPlus. Het aantal plaatsingen in de JeugdzorgPlus is inmiddels gedaald van 1719 plaatsingen in 2018 naar 1175 plaatsingen in 2021. Het totaal aantal kinderen dat verbleef in de JeugdzorgPlus daalde van 2135 in 2018 naar 1584 in 2021. Helmond valt in de Jeugdzorgregio Zuid (provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg). Voor deze regio daalde het aantal plaatsingen van 375 in 2018 naar 324 in 2021 en het aantal unieke kinderen in JeugdzorgPlus van 321 in 2018 naar 279 in 2021. Begin 2022 presenteerde stichting Het Vergeten Kind een petitie, een manifest en een rapport over JeugdzorgPlus, waarin wordt opgeroepen deze zware vorm van jeugdhulp op te heffen. De gezamenlijke jeugdbranches (BGZJ) omarmen de richting die Het Vergeten Kind kiest met deze acties. JeugdzorgPlus wordt nu vooral geboden op terreinen in oudere gebouwen ingericht op “ouderwetse” instellingszorg; gesloten afdelingen voor relatief grote groepen met veel slaapkamers rondom een grote woonkamer.
Vanuit het actieplan wordt ingezet op kleinschaligere woonvormen, bij voorkeur in de wijk (zo thuis als mogelijk) en hiervoor zijn door het Rijk in 2021 ook financiële middelen beschikbaar gesteld. Pactum, de zorgaanbieder die in onze regio JeugdzorgPlus biedt, kan zich vinden in de wens om de zorg kleinschaliger te organiseren en willen afschalen van 140 naar ongeveer 60 plekken. Kleinschaliger betekent echter ook vaak moeilijker exploitabel. Daarnaast is dan ook het beschikbaar kunnen houden van plekken voor crisisopvang een uitdaging. Immers, met de huidige financiering, kost een lege plek geld. In het ambitieakkoord wonen van een 10 voor de jeugd is aangegeven dat er een inventarisatie zou worden gemaakt van de noodzakelijke wooncapaciteit in de jeugdzorg voor de komende jaren. Hierin zou ook worden meegenomen voor welk type aanbod groei en/of krimp van het aanbod noodzakelijk is. Helaas is deze inventarisatie nog niet afgerond. Wel komt uit een eerste verkenning naar voren dat groei nodig is in de wooncapaciteit, maar dat ook in de jeugdzorg met name een tekort is aan personeel en/of pleegouders. Ondertussen wordt landelijk gewerkt aan de Hervormingsagenda Jeugd. Deze hervormingsagenda heeft als doel betere en effectievere hulpverlening aan jeugdigen binnen een financieel beheersbaar stelsel en wordt naar verwachting in het najaar van 2022 vastgesteld
11
Waar ga ik wonen als ik oud ben en zorgbehoevend
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
Pagina
3.2 Extramurale zorg We moeten met naar verwachting een minder aantal (zorg)medewerkers meer zorgvragers helpen bij een afname van mantelzorginzet. De uitdaging in de extramurale zorg zit vooral in het voorveld, in preventie, voorkomen van zware zorg (bijvoorbeeld door logeerzorg, intermitterend verblijf, reablement) bij mensen thuis, met nieuwe (woon)concepten waarin wonen, zorg en welzijn worden gecombineerd. Dit doen we door het gedachtegoed van positieve gezondheid te omarmen. Maar ook door bij te dragen aan het vormen van communities, zoals gemengd wonen, waarin er voor en met elkaar gezorgd wordt (eigen regie en samenredzaamheid) en op zoek te gaan naar sociale en technologische innovaties. Dit kunnen we alleen doen met de partners in het veld. De driehoek van betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit die voor de zorg geldt moet opengebroken worden tot een vierkant: de vierde dimensie is maatschappelijk bewustzijn dat de zorg van ons allemaal is. Alleen samen kunnen we de grote uitdagingen die er op ons afkomen aanpakken en vormgeven. Oplossingsrichtingen voor de zorg: 1. Brede maatschappelijke discussie met bewustwording voor alle burgers over hoe ze naar hun eigen situatie of die van hun naasten kijken.
Hoe ziet mijn netwerk eruit, van wie kan ik hulp vragen als er iets gebeurt, waar wil ik wonen als ik ouder word? Maar ook: voor wie kan ik iets betekenen als er een (hulp)vraag is. De campagne: “Praten over morgen” van Actiz maar ook andere bewustwordingscampagnes moeten ons helpen de burger meer regie te laten voeren en zijn zelfredzaamheid en eigen regie te bevorderen. Daarnaast bewustwording van de noodzaak tot samenredzaamheid en inzetten op ‘normaliseren’ van beperkingen. Onze kwetsbare inwoners met bijvoorbeeld een verstandelijke beperking of een psychiatrische aandoening hebben nu veelal te maken met stigmatisering. Terwijl zij vaak slechts een beperkte hulpvraag hebben voor hun omgeving en ook iets voor hun omgeving zouden kunnen betekenen.
22
In het hele land zien veel zorgorganisaties een omslag plaatsvinden van klassieke intramurale instellingen naar moderne combinaties van wonen en zorg. Waarbij wonen en zorg gescheiden zijn en de cliënten zo veel mogelijk zelfstandig wonen. Daarnaast zal er wel een groep inwoners blijven die aangewezen is op intramurale zorg in een instelling. In het rapport van de Rabobank11wordt over wonen en zorg aangegeven dat er een kanteling plaatsvindt van ‘zorg naar leven’, waardoor vastgoed belangrijker wordt en zorg meer ondersteunend. Wat die 'kanteling van zorg naar leven' precies inhoudt? Allereerst dat een woon-zorgcomplex er meer dan vroeger op gericht is dat bewoners zich thuis voelen en inspraak hebben. Zij willen de indruk hebben dat zij een zo zelfstandig en volwaardig mogelijk leven leiden. Verplegers of vrijwilligers helpen met de dagelijkse activiteiten en de medische zorg, maar altijd op zo'n manier dat het gevoel van zelfstandigheid optimaal blijft. Dit gevoel wordt vaak nog extra versterkt met technologie, zoals domotica, leefcirkels en valdetectie. Bovenstaande insteek betekent ook het een en ander voor het vastgoed van zorgorganisaties. Zij zoeken naar een verschijningsvorm voor hun aanbod die past bij de hedendaagse behoefte.
Er zijn inmiddels diverse verschijningsvormen, die vaak ook geen 'verzorgingshuis' meer worden genoemd; denk aan 'woonzorgcentra', 'woonzorggroepen' of 'beschermd wonen'. Gebouwen zijn vaker onderdeel van een woonwijk en de opzet is kleinschaliger dan voorheen. Zo zijn er kleine woongroepen voor dementerenden. En waar een verpleeghuis wel groot is, zijn bewoners vaak opgedeeld in kleine, overzichtelijke groepen.
bron: STEC rapport
Pagina
3.3. Wonen Uitgaande van het langer zelfstandig wonen zal een belangrijk deel van de hiervoor geschetste problematiek moeten worden opgelost in een combinatie van wonen en zorg. Dit geldt zowel voor de doelgroep ouderen als voor de overige aandachtsgroepen. De bevolking van de gemeente Helmond zal, afhankelijk van de woningbouwproductie, toenemen met 7.000 tot 10.000 inwoners in 2030. Ervan uitgaande dat circa 1 % van deze bevolking zorg ontvangt in een intramurale vorm, dient 99 % min of meer zelfstandig te wonen. Volgens het STEC rapport zijn in 2030 in totaal 10.320 geschikte woningen nodig, verdeeld naar: - geclusterde woonvormen: 2.170 (toename + 290) - aangepaste woningen: 1.740 (toename + 180) - nultreden woningen: 10.320 (+ 1.250) Dit houdt in dat jaarlijks 175 woningen voor de aandachtsgroepen geschikte woningen moeten worden toegevoegd. Afhankelijk van de woningbouwproductie derhalve 35 tot 25 % van de jaarlijks te realiseren nieuwe woningen. Een deel van deze behoefte kan ook gerealiseerd worden in de bestaande woningvoorraad of bestaand vastgoed (b.v. kantoren) door verbouw en woningaanpassing. Vanwege de vergrijzing, een toename van het aantal 65-plusser met 30 % in 2030, ofwel een absolute toename met 8.320 personen, dient het aantal toegankelijke woningen fors te worden uitgebreid.
Enerzijds kan dit worden opgevangen door het realiseren van appartementen, daarnaast bestaat eveneens behoefte aan grondgebonden woningen, in de vorm van (patio-) bungalows. Gezien de omvang van de opgave en de op
23
2. Meer aandacht voor intermitterende interventies en preventie: logeerzorg, tijdelijk verblijf, ambulante behandeling, inzet specialist ouderengeneeskunde in de thuissituatie naast de huisarts, andere inrichting spoedzorgketen (juiste zorg op juiste plaats), reablement (een zorgvrager vragen en leren voor zichzelf te zorgen) en ACP (advanced care planning) waarin je tijdig stilstaat bij wat je wilt aan behandelingen/ ziekenhuisopnames etc als er wat gebeurt. 3. Digital first: inzet van technologie in alle situaties waarin dit mogelijk is. Het gesprek met de klant en zijn netwerk moet gaan over: wat kunt u zelf (leren), welke technologie is voorhanden om u meer eigen regie te laten houden, wat kunnen mantelzorgers voor u betekenen, wat kan het netwerk voor u betekenen en als allerlaatst de vraag: wat moet de professional dan nog aanvullen (schijf van vijf in de thuiszorg). Acceptatie van technologie zit vaak niet bij de klant maar vooral bij de zorgverlener die opgeleid is en werkt met het idee dat zorgen de oplossing is. 4. Nieuwe woonvormen creëren waarin de community gedachte wordt aangejaagd. De 'kanteling van zorg naar leven' betekent ook dat het belangrijker is dan vroeger dat mensen samenleven. Zorg is (kosten)efficiënter te organiseren als de ontvangers van die zorg dicht bij elkaar in de buurt wonen bijvoorbeeld in hetzelfde gebouw of in naast elkaar gelegen woningen.
Met en voor elkaar zorgen wordt gefaciliteerd in complexen met buurtkamer waar ook aandacht is voor welzijn, ontmoeting, een gezonde maaltijd. Hierbij kan ook gedacht worden aan het “mixen” van verschillende huurders en/of van inwoners met of zonder hulpvraag.
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
24 Pagina
termijn veranderende woningbehoeften kan worden geconcludeerd dat als algemeen uitgangspunt bij nieuwbouw en verbouw van woningen gekozen moet worden voor zoveel mogelijk levensloopbestendig bouwen. Naast de meer traditionele woonvormen bestaat er in toenemende mate behoefte aan nieuwe woonconcepten, bij voorkeur gespreid over de stad, welke een bijdrage aan de doorstroming leveren en helpen de ambulante zorg beter te faciliteren. Daarbij kan niet alleen gedacht worden aan woongroepen/woongemeenschappen, zowel voor meerdere generaties als met verschillende doelgroepen, maar ook aan gemeenschappelijk wonen in hofjes (knarrenhof). Alsmede woonvormen waarbij meerdere generaties met elkaar wonen (kangoeroewoningen). Voorts dient in dit kader meer ruimte te worden geboden aan initiatieven vanuit de doelgroepen zelf, in de vorm van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). Belangrijk bij dergelijke projecten is zoveel mogelijk de mogelijkheid van mantelzorg en Samenredzaamheid te faciliteren (b.v. door buurtkamers te realiseren). Een dergelijke benadering werkt alleen indien uitgegaan wordt van een wijkgerichte aanpak. Op wijk- en buurtniveau dient inzicht te bestaan in de behoefte aan wonen en zorg. Tot slot is een betere verdeling van de bestaande woningvoorraad van groot belang.
Door doorstroming naar voor de aandachtsgroepen meer passende huisvesting kan niet alleen een belangrijke bijdrage worden geleverd aan het oplossing van het woningtekort, maar dit biedt ook kansen langer zelfstandig te kunnen blijven wonen. Voldoende, betaalbare en bij de levensfase passende woningen is van groot belang, niet alleen vanwege het langer zelfstandig wonen, maar ook om tijdig uitstroom te realiseren vanuit een intramurale zorginstelling. Naar mate de leeftijd stijgt, daalt de verhuisgeneigdheid. Het op hoge leeftijd verhuizen naar een meer passende woonvorm stuit vaak op financiële bezwaren (nieuwe woning is stuk duurder), maar ook op praktische problemen (het tegen de verhuizing opzien, niet goed weten hoe dit aan te pakken, onvoldoende op de hoogte van de alternatieven). Een woningcorporatie kan een huurder niet dwingen te verhuizen, immers deze geniet huurbescherming. Anderzijds zijn woningcorporaties en woningzoekenden gebaat met enige beweging binnen de woningmarkt (doorstroming) zodat er meer mogelijkheden voor woningzoekenden ontstaan. De vraag is op welke wijze woningcorporaties doorstroming kunnen bevorderen en met name de doelgroep (55 plus) kan verleiden toch te gaan verhuizen. Enkele mogelijkheden zijn hierna op een rijtje gezet: a. voorlichting over de beschikbare mogelijkheden, bijvoorbeeld door een verhuisadviseur Onbekend maakt onbemind.
In een aantal gevallen zullen ouderen niet op de hoogte zijn van eventuele verhuis mogelijkheden (het woningaanbod). Een verhuisadviseur kan een verhuizing begeleiden door te adviseren over de diverse mogelijkheden, maar praktische tips verstrekken (b.v. verwijzing naar een verhuisbedrijf). b. een financiële prikkel instellen, korting nieuwe huurprijs of huurgewenning Een belangrijke barrière voor ouderen vormt de aan de verhuizing verbonden kosten. Zowel éénmalig (verhuizing zelf) als veelal een stijging in huurprijs. Voor de éénmalige kosten zou overwogen kunnen worden om een verhuiskostenvergoeding te verstrekken. Voor wat betreft de stijging in huur kan gedacht worden aan huurgewenning, een verkleining in het verschil tussen oude en nieuwe huur of het zelfs aanbieden van de oude huur. c. voorrang bij toewijzing van een andere woning/bevorderen woningruil
12
Van het aantal huishoudens met ADL beperking woont 6,1 % in niet geschikte woning, 93,1 % geschikt en 0,8 % niet bekend. Het aantal huishoudens met ten minste 1 ADL beperking in 2020 bedraagt 3.210, schatting in 2040 is 4.325 dus tot 2040 2.775 huishoudens erbij. 13 Stimuleringsregeling Wonen en Zorg: De SWZ helpt burgers en sociale ondernemers bij de financiering van kleinschalige innovatieve woonvormen die wonen, ondersteuning en eventueel zorg combineren. In het najaar van 2021 komt daar een tweede regeling bij: De stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting.
Visie op Wonen, Welzijn en Zorg, gemeente Helmond 2022
Pagina
3.4. Samenwerking partijen Vanwege de omvang en complexiteit van de opgave is het van zeer groot belang dat alle partijen samenwerken. Deze samenwerking heeft niet alleen betrekking op het voldoende aanbieden van woningen, c.q. zorg, maar ook op het tijdig signaleren van problemen, het zo efficiënt inzetten van de beschikbare middelen en elkaar
25
Een directe maatregel is het met voorrang toewijzen van woningen aan huishoudens met een leeftijd boven de 55 jaar indien een sociale huurwoning wordt vrij gemaakt. Dit kan specifiek binnen de huidige wijk, of specifiek ten aanzien van nieuwbouw of algemeen om daarmee beweging in de woningvoorraad te krijgen. Uiteraard moet de toe te wijzen woning passend zijn (financieel en wat betreft toegankelijkheid en gebruiksgemak). Een ander instrument is het actief bevorderen van woningruil (jongeren verruilen hun appartementje voor een ruime eengezinswoning van een ouderen). Bij deze maatregelen moet in overweging worden genomen in hoeverre dit invloed heeft op de reguliere toewijzing van woningen. Uit de rapportage Woonruimteverdeling 2020 blijkt dat de slaagkans voor ouderen (55 jaar en ouderen) erg hoog is. Het aantal actief woningzoekenden in deze leeftijdscategorie is niet alleen hoog, doorgaans heeft men ook een langere inschrijfduur. Ook het 55 plus label en de directe bemiddeling van zorgwoningen werkt in hun voordeel. Ongeveer 1/3 van het woningaanbod wordt jaarlijks toegewezen aan ouderen. In dit kader kan ook maatschappelijk toewijzen van huurwoningen worden genoemd.