CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 075 Klimaatcontract Eindhoven Helmond digitaal A4

Gemeenteraad 26 september 2023, gemeente HelmondBij agendapunt: Stedelijk Klimaatcontract Eindhoven -Helmond13.539 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

KLIMAATCONTRACT EINDHOVEN EN HELMOND Juli 2023

Stedelijk Klimaatcontract

Inhoud Stedelijk Klimaatcontract

5



A. Commitments

5



3. Werkwijze en proces: dialoog met de stad



16



48



4. Organisatie en governance

Bijlagen

12

19



2. Stadsthema’s en missies



1. Huidige situatie: baseline en gap 2030

3. Monitoring en evaluatie

8

16



B. Missieplan





2. Doel: fossielvrij, circulair en klimaatbestendig





1. Inleiding

3



Samenvatting

49

50

Stedelijk Klimaatcontract

2

Samenvatting in concrete actieplannen en/of projecten. Dit Stedelijk Klimaatcontract is tot stand gekomen dankzij de inbreng van een grote groep betrokken inwoners en partijen uit de twee steden en de regio. Belanghebbenden van wie de bijdrage onontbeerlijk is om de ambitie van fossielvrije, circulaire en klimaatbestendige steden waar te maken. Er is veel steun en commitment getoond en input geleverd en het contract dat voorligt is het resultaat van dit gezamenlijk doorlopen proces. Tegelijkertijd leidt een dergelijke grote verandering tot onzekerheden en vragen omdat een transitie niet vaststaat. De partijen gaan nu met elkaar aan de slag om de noodzakelijke versnelling voor het bereiken van de klimaatdoelen in te zetten. Dit doen zij door samen aan de slag te gaan met missies in de steden gericht op de energietransitie, het verduurzamen van de steden en het aanpassen van de omgeving aan de gevolgen van klimaatverandering. De samenwerkingscoalities die worden opgezet, werken de missietrajecten verder uit

FOSSIELVRIJ LEIDERSCHAP

CIRCULAIR

KLIMAATBESTENDIG

HET VOORTOUW NEMEN VOOR VERANDERING

Door mee te doen aan de EU missie erkennen Eindhoven en Helmond dat klimaatverandering sneller en beter aangepakt moet worden. Eindhoven en Helmond willen duurzame en gezonde gemeenten zijn waar het nu en in de toekomst fijn wonen, werken en recreëren is. De missie is gericht op de lange termijn om de noodzakelijke transitie te realiseren: een Klimaat Deltaplan Eindhoven-Helmond dat de koers aangeeft om stapsgewijs toe te werken naar fossielvrije, circulaire en klimaatbestendige steden. Een belangrijke mijlpaal op de weg daar naar toe is de ambitie om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Centraal staan zes richtinggevende principes die van toepassing zijn op alle drie de speerpunten (fossielvrij, circulair en klimaatbestendig) en die nodig zijn om de ambitie ‘klimaatneutraal in 2030’ waar te maken. Het gaat om de volgende zes principes: leiderschap, eigenaarschap, gedrag, impact, inclusief en innovatie. In het Stedelijk Klimaatcontract onderscheiden we de vier stadsthema’s: vitale binnenstad, leefbare wijken, bestendige bedrijvigheid en robuuste regio. Elk stadsthema heeft specifieke kenmerken en vraagstukken en dat vraagt om een gerichte aanpak (maatwerk). Actuele opgaven rondom verduurzaming, verstedelijking, klimaat, bereikbaarheid en dergelijke komen samen in de vier stadthema’s.

EIGENAARSCHAP VERANTWOORDELIJKHEID WORDT GEVOELD EN GENOMEN GEDRAG

GEDRAGSVERANDERING IS ESSENTIEEL BIJ DE TRANSITIE

IMPACT

GERICHT OP ZOVEEL MOGELIJK IMPACT

INCLUSIEF

IEDEREEN MOET MEE KUNNEN DOEN

INNOVATIE

SOCIALE EN TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELING

Stedelijk Klimaatcontract

3

Stedelijk Klimaatcontract

4

A. 1.

Commitments

Inleiding

TRANSITIE IS NIET LANGER EEN KEUZE Door mee te doen aan deze klimaatmissie erkennen Eindhoven en Helmond dat klimaatverandering een transitie is die sneller en beter aangepakt moet worden. Eindhoven en Helmond willen duurzame en gezonde gemeenten zijn waar het nu en in de toekomst fijn wonen, werken en recreëren is. Door de uitstoot van gassen warmt de aarde op. Het klimaat verandert. Dit merken we aan het weer dat -met de hete zomers en flinke regenbuien- extremer wordt en voor overlast zorgt. Dit geeft risico’s voor de gezondheid en veiligheid van onze inwoners. Daarnaast worden fossiele brandstoffen en grondstoffen steeds schaarser. Daarom kiezen we voor duurzame energie, minder energieverbruik, het vergroenen van de gebouwde omgeving, de overgang naar duurzame mobiliteit en maken we onze leefomgeving klaar voor het veranderende klimaat. Klimaatverandering moet worden behandeld als de crisis die het is. Er is experimenteerruimte nodig waardoor waar nodig ook wet- en regelgeving kan worden aangepast en omgebogen. Werken aan deze transitie vraagt maximale gezamenlijke inspanning en ruimte om anders te denken en te doen. Naast samenwerkende partijen is een brede, maatschappelijke verandering nodig die impact heeft op de economie in de Brainportregio en op het dagelijks leven van onze inwoners. Het vraagt om een ingrijpende en structurele verandering en het heeft

gevolgen voor de manier waarop we onze binnensteden, wijken en bedrijventerreinen inrichten, hoe we bouwen, warmte en elektriciteit opwekken en gebruiken, hoe we ons verplaatsen, materialen hergebruiken en onze (toekomstige) arbeidskrachten in de regio opleiden en naar werk begeleiden. De opgave voor Eindhoven en Helmond is groot, des te meer omdat de steden in de komende jaren sterk gaan (door)groeien. De Brainportregio maakt een schaalsprong op weg naar 2040 met extra woningen, extra werklocaties en investeringen in het mobiliteitssysteem. Eindhoven en Helmond nemen hun verantwoordelijkheid, zetten alles op alles en nemen het voortouw om de daarvoor noodzakelijke stappen te zetten. Dat vraagt om leiderschap, om het maken van scherpe keuzes en eigenaarschap omdat de maatschappelijke beweging van onder op een belangrijke drijvende kracht is voor de transitie. En om de inzet van kennis en kunde van Brainport die direct bijdraagt aan de deze uitdaging, in onze regio en daarbuiten.

OVER DIT STEDELIJK KLIMAATCONTRACT Dit Stedelijk Klimaatcontract is tot stand gekomen dankzij de inbreng van een grote groep betrokken partijen en inwoners uit de twee steden en de regio. Belanghebbenden van wie de bijdrage onontbeerlijk is om de ambitie van fossielvrije, circulaire en klimaatbestendige steden waar te maken. Met dit contract verankeren Eindhoven en Helmond hun klimaatambities. Op de onderliggende uitgangspunten heeft een brede coalitie van partners zich gecommitteerd. Er is veel steun en commitment getoond en input geleverd en het contract dat voorligt is het resultaat van dit gezamenlijk doorlopen proces. De partijen gaan nu met elkaar aan de slag om de noodzakelijke versnelling voor het bereiken van de klimaatdoelen in te zetten. Door in te zetten op missies in de steden gericht op de energietransitie, het verduurzamen van de steden en het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering. De twee steden werken uit op welke manier de missies kunnen worden getrokken en/of ondersteund. De samenwerkingscoalities die

Stedelijk Klimaatcontract

5

worden opgezet, werken de missietrajecten verder uit in concrete actieplannen en/of projecten. Daarbij wordt aangegeven wat er nodig is om de actieplannen en/of projecten te kunnen uitvoeren, zoals afspraken tussen partijen over de wijze van samenwerking en de te bereiken doelen, noodzakelijke aanpassingen op het gebied van wet- en regelgeving, benodigde capaciteit, uitbreiding van de netinfrastructuur, meer bewustwording, gedragsverandering, beschikbaarheid van voldoende middelen etc. De nieuwe inzichten die dat oplevert, worden continu meegenomen bij lopende en nieuw te starten activiteiten. Het Stedelijk Klimaatcontract raakt veel beleidsterreinen. Het contract vervangt niet de zelfstandige programma´s of beleidsinzet, maar is een ‘call to action’ om de energieen klimaatdoelen in de verschillende beleidsterreinen te incorporeren gericht op een fossielvrij, circulair en klimaatbestendig Eindhoven en Helmond.

Steun vanuit het Rijk en Europa is cruciaal! De lokale overheden en partijen kunnen het niet alleen. De benodigde systeemverandering zal alleen de gewenste resultaten opleveren als deze uiteindelijk wordt geïmplementeerd op alle overheidsniveaus, inclusief het nationale en EU-niveau. Steun aan deze missie vanuit het Rijk en de EU met woorden is niet voldoende. Lange termijn betrokkenheid van het Rijk en de EU is noodzakelijk om de systemische veranderingen die nodig zijn voor klimaatneutraliteit te bereiken. Het vraagt om nieuwe vormen van samenwerking en nieuwe investeringsprogramma’s en financieringsmodellen. Die ruimte moet dan ook nu al geboden worden, ook als de benodigde wetgeving er nog niet is. Het Missielabel moet steden helpen toegang te krijgen tot de benodigde financiële middelen om de noodzakelijke veranderingen van het systeem en beleid te vergemakkelijken, en dat niet alleen lokale overheden moet aanspreken, maar ook bedrijven, maatschappelijke en andere partners en inwoners. Ondersteuning op maat die rekening houdt met nationale, regionale en lokale omstandigheden, belemmeringen en kansen. Voorwaarde is dat het Rijk en Europa op korte termijn duidelijkheid bieden over hun rol en de concrete bijdrage bij de uitvoering van de klimaatmissie in Eindhoven en Helmond. Wij vragen hen dit te doen op basis van deze eerste versie van het contract.

EEN KLIMAAT DELTAPLAN EINDHOVEN-HELMOND Eindhoven en Helmond zijn ambitieus: de steden groeien, maar willen tegelijkertijd ook groener, duurzamer en gezonder worden. Zodat ze nu én in de toekomst fijne en gezonde plekken zijn om te wonen, werken en recreëren. Eindhoven en Helmond moeten op volle kracht door, om straks niet nog verder achter de feiten aan te lopen, met de in gang gezette energietransitie, het verduurzamen van de steden en het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering. Omdat we hierbij ruimte nodig hebben om lange termijnplannen te verwezenlijken en transities tijd nodig hebben, werken we dit Stedelijk Klimaatcontract uit in een gezamenlijk Klimaat Deltaplan voor de twee steden. De huidige inzet van de gemeente Eindhoven heeft als doel een reductie van broeikasgassen met minimaal 55% in 2030 en minimaal 95% in 2050. De huidige inzet van de gemeente Helmond is om in 2035 een klimaatneutrale stad te zijn. Via de Europese klimaatmissie willen de twee steden een flinke versnelling realiseren en hebben zij gezamenlijk de ambitie om in 2030 klimaatneutraal te zijn en in te zetten op circulariteit en klimaatbestendigheid. Deze missie moet leiden tot de noodzakelijke doorbraken die nodig zijn om de klimaatdoelen voor beide steden te halen. We schalen bestaande projecten op en starten met nieuwe projecten.

Ook richten we ons op bewustwording, gedragsverandering en de noodzakelijke systeemveranderingen. Het behalen van de doelen biedt kansen voor onze inwoners, onze steden en de regio. Het aanpakken van klimaatverandering draagt bij aan een groene, fijne en gezonde stad om in te wonen. Het isoleren en verduurzamen van onze woningen zorgt voor een lagere energierekening. Daarnaast kan het kennis en innovatie ecosysteem van de Brainportregio als geen ander bijdragen aan slimme oplossingen die wereldwijd een rol spelen in het tegengaan van klimaatverandering. Een grotere onafhankelijkheid van andere landen met betrekking tot energie- en materialen vergroot onze veerkracht voor de gevolgen van geopolitieke ontwikkelingen.

Stedelijk Klimaatcontract

6

Europese klimaatmissie: 100 klimaat neutrale en slimme steden in 2030 Eindhoven en Helmond zijn als duo-stad geselecteerd als koplopende stad voor de Europese klimaatmissie: ‘100 klimaat neutrale en slimme steden in 2030’. De EU-missie is een belangrijke katalysator om de klimaat- en energietransitieambities landelijk en lokaal te realiseren en ook te versnellen. En daarnaast in het krijgen en houden van breed maatschappelijk draagvlak om de klimaatuitdaging aan te pakken. Eindhoven en Helmond zetten in op een brede aanpak met drie speerpunten: fossielvrij, circulair en klimaatbestendig. Een aanpak die verder gaat dan alleen het reduceren van CO2. Het gaat om een breed gedragen klimaatcontract waarbij organisaties, bedrijven en inwoners uit de steden zijn betrokken. Want innovatie en versnelling is niet mogelijk als het niet wordt omarmd door de inwoners en ondernemers van beide steden en de regio. Wij zorgen ervoor dat iedereen mee kan doen aan de transitie. Versnellen van bestaande projecten of opschaling daarvan is niet genoeg om de benodigde versnelling te kunnen realiseren. Het vraagt om het verbinden van maatschappelijke opgaven, domein overstijgende samenwerking, systeeminnovaties en creatieve oplossingen en het wegnemen van barrières om met elkaar de noodzakelijke doorbraken te bewerkstelligen.

Het is het begin van een reis die stopt bij een fossielvrij, circulair en klimaatbestendig Eindhoven en Helmond.

FOSSIELVRIJ

CIRCULAIR

OPBOUW VAN HET STEDELIJK KLIMAATCONTRACT Het Stedelijk Klimaatcontract bevat drie onderling verbonden onderdelen: commitment, acties en investeringen. ƒ Het onderdeel Commitment beschrijft de gedeelde ambitie en strategie van betrokken partijen om toe te werken naar klimaatneutraliteit in 2030. ƒ Het onderdeel Missieplan bevat een overzicht van de missies en acties die nodig zijn om de gedeelde ambitie voor 2030 te verwezenlijken. ƒ Het onderdeel Investeringsplan beschrijft hoe publieke en private middelen aan te trekken voor financiering van de interventies en acties. Zoals aangegeven is de versie die nu voorligt het resultaat van het proces dat in de periode januari tot en met juli 2023 is doorlopen. Het gaat om commitment ten aanzien van de missiehoofdlijnen, vooral omdat veel onderwerpen in samenwerking met de betrokkenen en belanghebbenden nog vorm gaan krijgen, maar ook omdat de uitwerking van de missies geen statisch geheel is en per situatie, tijdstip of ontwikkeling kan verschillen. De uitwerking van de missies naar concrete actieplannen, projecten en investeringen gaat vanaf nu plaatsvinden en kan daarom nog niet in de eerste versie van het contract worden meegenomen. Voor de uitwerking wordt uitgegaan van een modulaire opbouw, waar steeds nieuwe acties en projecten aan worden toegevoegd, waarmee samenwerkingscoalities van verschillende samenstelling aan de slag gaan.

KLIMAATBESTENDIG

Stedelijk Klimaatcontract

7

Doel: fossielvrij, circulair en klimaatbestendig 

2.

De missie is gericht op de lange termijn om de noodzakelijke transitie te realiseren: een Klimaat Deltaplan Eindhoven-Helmond dat de koers aangeeft om stapsgewijs toe te werken naar fossielvrije, circulaire en klimaatbestendige steden. Belangrijk mijlpaal op de weg daarnaartoe is de ambitie om in 2030 klimaatneutraal te zijn.

FOSSIELVRIJ LEIDERSCHAP

CIRCULAIR

SPEERPUNTEN: FOSSIELVRIJ, CIRCULAIR EN KLIMAATBESTENDIG Dit Stedelijk Klimaatcontract vormt de opmaat voor het Klimaat Deltaplan en zet in op de volgende speerpunten: ƒ

KLIMAATBESTENDIG

HET VOORTOUW NEMEN VOOR VERANDERING

EIGENAARSCHAP VERANTWOORDELIJKHEID WORDT GEVOELD EN GENOMEN GEDRAGSVERANDERING IS ESSENTIEEL BIJ DE TRANSITIE

IMPACT

GERICHT OP ZOVEEL MOGELIJK IMPACT

INCLUSIEF

IEDEREEN MOET MEE KUNNEN DOEN

INNOVATIE

SOCIALE EN TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELING

ƒ

­

GEDRAG

FOSSIELVRIJ Beide steden streven naar een fossielvrije stedelijke omgeving per 2030. De uitstoot door de verschillende sectoren als gebouwde omgeving, industrie en mobiliteit moet dan op grond van de Europese klimaatmissie met minstens 80% zijn gereduceerd. Eventuele restemissies moeten worden opgeslagen of gecompenseerd. In eerste instantie ligt de focus op de directe uitstoot (scope 1 en 2): de uitstoot die op het grondgebied van Eindhoven en Helmond wordt veroorzaakt (scope 1) en de uitstoot elders door de productie van elektriciteit voor gebruik in Eindhoven en Helmond (scope 2). De steden zorgen ook voor indirecte uitstoot, buiten het eigen grondgebied (scope 3) zoals door verplaatsingen van en naar de stad en de productie van goederen en voedsel buiten de steden. De reductie van deze ‘scope 3’ uitstoot rekenen de steden ook tot hun verantwoordelijkheid en daarmee ligt de opgave een heel stuk hoger. Het in beeld brengen van de indirecte uitstoot vergt nog nadere uitwerking, zoals een gedegen monitoringsmethode. CIRCULAIR Beide steden streven naar een meer circulaire productie- en consumptie maatschappij. Bij circulariteit gaat het om waarde behoud en het hergebruiken van grondstoffen, materialen en producten. Dit wordt gedaan door duurzaam consumptiegedrag te stimuleren en door circulaire ketens de norm te maken. De zogenaamde R-ladder geeft de mate van circulariteit aan.

De R-ladder heeft zes treden (rethink, refuse, reduce, reuse, repair, recycle) die verschillende strategieën van circulariteit weergeven. Strategieën hoger op de ladder, besparen meer grondstoffen. Hoe hoger een strategie op de R-Ladder staat, hoe meer circulair de strategie is.

Stedelijk Klimaatcontract

8

ƒ

KLIMAATBESTENDIG Beide steden werken voortdurend aan de inrichting van de stad, de openbare ruimte, het stedelijk groen en het water. Daarin moet het aspect klimaatbestendigheid in worden meegenomen. Beide steden streven naar een klimaatbestendige openbare ruimte waarin groen en blauw de basis vormen en waarmee de steden veiliger, aangenamer en gezonder worden gemaakt.

Uitvoering van dit stedelijk klimaatcontract zorgt dat we versneld gaan toewerken naar een fossielvrije, circulaire en klimaatbestendige samenleving. In het stedelijk klimaatcontact staat per missie aangegeven wat de impact is op deze drie speerpunten fossielvrij, circulair en klimaatbestendig (zie voorbeeld hieronder). In het uit te werken Missieplan en Investeringsplan, zal deze kwalitatieve beoordeling zo veel mogelijk gekwantificeerd worden én aangevuld worden met informatie over de (orde grootte van) de benodigde investering.

FOSSIELVRIJ

CIRCULAIR

KLIMAATBESTENDIG

FINANCIEN

energietransitie te volgen. En dat terwijl de vraag naar en aanb od van duurzame elektriciteit alleen maar gaat toenemen. De netwerkcapaciteit knelt dan ook niet alleen inzake de verduurzamingsopgave, ook de woningb ouwopgave en de transitie van onze b edrijventerreinen zullen hiermee te maken heb b en.. (Uitvoerings)capaciteit Er zal er voldoende (uitvoerings)capaciteit nodig zijn bij de gemeenten, en andere partijen om uitwerking te kunnen geven aan de ambities in dit Stedelijk Klimaatcontract. Aanvullend zal de capaciteit van ons arbeidspotentieel niet voldoende zijn om alle benodigde maatregelen te kunnen uitvoeren. De vraag is hoe kan worden voorkomen dat tekorten leiden tot vertraging in de uitvoering. Dit geldt overigens niet enkel voor de handen die ons gaan helpen maar ook voor de benodigde materialen. Randvoorwaarden vanuit Rijk en EU Randvoorwaarden van Rijk en EU op het gebied van onder meer financiën, wet- en regelgeving, fiscaal regime en lokale beleidsruimte zijn cruciaal om lokaal uitvoering te kunnen geven aan de ambities. Intensieve lobby, samen met de andere missiesteden, is daarvoor nodig. In het kader van deze klimaatmissie moet prioriteit worden gegeven aan het creëren van noodzakelijke randvoorwaarden enerzijds en het oplossen van knelpunten die de uitvoering kunnen vertragen of belemmeren anderzijds.

ANDERS DENKEN EN DOEN, DE BASIS

BARRIERES In de huidige situatie zijn er verschillende barrières die moeten worden doorbroken om de gestelde ambities waar te kunnen maken. De randvoorwaarden voor verduurzaming knellen op verschillende terreinen en dat betekent dat het gevraagde tempo niet kan worden behaald. Netcongestie Een cruciale barrière is de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk in onze regio. De capaciteit van het elektriciteitsnetwerk is onvoldoende om de snelheid van de

De inzet op deze speerpunten roept dan ook diverse vragen en uitdagingen op. Een eerste impuls is: ‘het moet sneller, we moeten meer doen.’ Zo plakken we ons huidige groei-denken ook op het duurzaamheidsvraagstuk. Dit vraagstuk vraagt echter om structureel anders te gaan denken en doen, het gaat om het stimuleren van een paradigmashift: van het investeren in ‘economische groei’ naar een circulair en duurzaam economisch model. Een economie waarbij het realiseren van duurzaamheidsdoelstellingen centraal staat, die inspeelt op de economische kansen die innovatie en opschaling van ‘klimaat- en energietechnologie’ de regio kan bieden. En afstapt van het pad van alleen maar economische groei en inzet op het op een andere manier organiseren van grondstoffenwinning, productie, distributie, consumptie en hoe we omgaan met ons afval. Waarin het welzijnsniveau hoog blijft en we binnen de regeneratieve grenzen van het ecosysteem van de aarde blijven. Stedelijk Klimaatcontract

Hiervoor is het nodig om nieuwe paradigma’s te ontwikkelen. Waarbij andere indicatoren worden toegepast zoals bijvoorbeeld het concept van de brede welvaart en de sustainable development goals (SDG’s) van de Verenigde Naties. Door toekomstige generaties en/of de natuur een expliciete stem te geven in de besluitvorming. Of door naast een financiële begroting een ‘CO2-begroting’ te hanteren zodat we weten waar de grootste impact zit, op welke activiteiten CO2 kan worden bespaard en waar prioriteiten moeten liggen. Voor realiseren van een brede gedragsverandering zijn het tonen van leiderschap en nemen van verantwoordelijkheid (eigenaarschap) essentieel. Dat zet vervolgens weer anderen aan om ook in beweging te komen. Zo wordt een zichzelf versterkende beweging in gang gezet en kunnen omslagpunten worden bereikt waarin er blijvende verandering plaatsvindt.

ƒ

EIGENAARSCHAP Een succesvolle transitie is gebaat bij lokaal eigenaarschap en het voelen en nemen van verantwoordelijkheid. Dit leidt tot initiatieven voor verandering. Dat betekent ruimte geven aan inwoners die zelf aan de slag gaan met verduurzaming van hun woning, straat, buurt of wijk. Het stimuleren van lokaal eigenaarschap van de energievoorziening en duurzame mobiliteitsoplossingen. Bijvoorbeeld zonnepanelen, collectieve warmtenetten, of gedeelde elektrische voertuigen. Om op te kunnen schalen zijn nieuwe vormen van eigenaarschap, financiering, samenwerking en een andere rol van de overheid nodig. De gemeenten kunnen initiatieven in de stad helpen om te groeien. Maar wellicht evenzo belangrijk vraagt het ook om eigenaarschap op bestuurlijk en directieniveau. Zodat moeilijke keuzes gemaakt worden en hiervoor ook verantwoordelijkheid genomen wordt. We nemen nu immers besluiten die we pas op lange termijn kunnen toetsen of tot zichtbare oplossingen zullen leiden.

ƒ

GEDRAG Gedrag is complex en als je het wilt veranderen, is er inzicht nodig in wat mensen beweegt. De transitie vraagt om gedragsverandering. Hierbij is het noodzakelijk om in het belang van de inwoners en ondernemers te denken. Het gaat hierbij onder andere om het voor mensen concreet te maken wat ze zelf kunnen doen. Daarnaast door te onderzoeken aan welke collectieve oplossingen de inwoners behoefte hebben en beleid en dienstverlening daarop af te stemmen. Voor gedragsverandering is het niet alleen nodig om te informeren, maar ook om te inspireren, stimuleren en zichtbaar te maken wat we nu al kunnen doen.

ƒ

IMPACT Het gaat hierbij om de impact van sectoren of activiteiten op bijvoorbeeld de uitstoot van broeikasgassen. Op basis van inzicht in de stand van zaken kunnen prioriteiten worden bepaald en kan de inzet worden gericht daar waar de impact het hoogst is.

RICHTINGGEVENDE PRINCIPES Centraal staan zes richtinggevende principes die van toepassing zijn op alle drie de speerpunten (fossielvrij, circulair en klimaatbestendig) en die nodig zijn om de ambitie ‘klimaatneutraal in 2030’ waar te maken. Het betreft de volgende principes: ƒ

LEIDERSCHAP Voor grote maatschappelijke opgaven als deze is leiderschap nodig. Partijen, organisaties en inwoners die niet wachten op de landelijke politiek of beleid, maar zelf het voortouw nemen in de verandering. Er is al een groot aantal koplopers in Eindhoven en Helmond: inwoners en ondernemers die veel tijd steken in het verduurzamen van de stad en het stimuleren van anderen. Deze koplopers zijn cruciaal om de verandering aan te jagen en te versnellen. Ze pionieren met nieuwe oplossingen, delen hun kennis en ervaringen en inspireren anderen om ook aan de slag te gaan. Zeker als de initiatieven een collectief karakter krijgen, kunnen koplopers veel impact hebben. Belangrijke keuzes vragen erom op basis van een duidelijke visie te kiezen voor de lange termijn en daarmee soms voor de kort termijn pijnlijke wegen te kiezen.

Stedelijk Klimaatcontract

10

ƒ

INCLUSIEF De energietransitie en de benodigde acties raken direct de dagelijkse levens van de inwoners. Iedereen moet kunnen deelnemen in de transitie naar een klimaatneutraal 2030. De gevolgen van de overgang naar fossielvrije, circulaire en klimaatbestendige steden zijn niet voor iedereen gelijk. Sommige inwoners of wijken zijn kwetsbaarder of profiteren minder van de kansen die de transitie biedt. Er is extra aandacht nodig voor inwoners met lage- en middeninkomens om er voor te zorgen dat er een eerlijke verdeling van baten en lasten ontstaat. Het is belangrijk dat alle inwoners mee kunnen praten, denken en doen in de transitie. Extra inzet is daarvoor noodzakelijk. De diversiteit van de steden moet zichtbaar zijn in de te volgen aanpak.

ƒ

INNOVATIE De aanpak van de klimaatproblemen vraagt om nieuwe kennis en opschaling van innovatieve trajecten, zowel op technisch als sociaal gebied. Dit moet verder worden gestimuleerd en gefaciliteerd.

AANPAK VIA STADSTHEMA’S EN MISSIES Een integrale aanpak van de opgave vraagt om op maat gemaakte oplossingen voor elk deel van de twee steden. Daarom zijn er vier stadsthema’s gedefinieerd: ƒ Vitale Binnenstad ƒ Leefbare Wijken ƒ Bestendige Bedrijvigheid ƒ Robuuste Regio Actuele opgaven rondom verduurzaming, verstedelijking, klimaat, bereikbaarheid en dergelijke komen samen in deze vier stadthema’s. Elke uitdaging of opgave komt op er een andere manier tot uiting en dus kan de aanpak per stadsthema verschillen. Voor ieder stadsthema zijn, in samenspraak met de stad, missies geformuleerd. Sommige missies zijn voor meerdere stadsthema’s hetzelfde, andere zijn specifiek uitgewerkt voor één stadsthema.

Stedelijk Klimaatcontract

11

3.

 erkwijze en proces: W dialoog met de stad

Een stedelijk klimaatcontract met en voor de stad kan alleen slagen als het gedragen wordt door de samenleving. Daarom is er samenwerking en co-creatie nodig tussen inwoners, overheden, bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen en andere organisaties in onze twee steden en in de regio. Daarvoor is een dialoog met de twee steden opgezet.

DOORBRAAK-, SOLUTIONS- EN TRANSITIELAB In het kader van de dialoog met de stad is er een drietal interactieve stakeholderevents, ‘labs’, georganiseerd: een Doorbraaklab, een Solutionslab en een Transitielab.

DOORBRAAKLAB

SOLUTIONSLAB

WELKOM

WELKOM

GEZAMELIJKE VISIE

INSPIRATIE / IDEEGENERATIE

De opzet van het Doorbraaklab in Helmond en Eindhoven op respectievelijk 13 en 16 februari 2023 was om te komen tot een gezamenlijke visie op de klimaatopgave. Kijken waar we als steden staan met de klimaatopgave en tot welke doorbraken kan worden gekomen. Op 13 maart 2023 vond het Solutionslab plaats in Eindhoven. In dit lab gingen ruim 200 partners, inwoners en experts aan de slag met het definiëren van mogelijke oplossingen om de Klimaatmissie van Eindhoven en Helmond te realiseren. Er zijn veel nieuwe oplossingen bedacht als aanvulling op al wat er al loopt in de regio. De oplossingen voor de vier stadsthema’s (vitale binnenstad, leefbare wijken, bestendige bedrijvigheid en robuuste regio) vormden de basis voor de missies voor de twee steden die verderop in dit document worden toegelicht.

TRANSITIELAB WELKOM

TRANSITIESTAPPEN

ACTIEAGENDA OPLOSSINGSRICHTINGEN DOORBRAAK SESSIES OP DE INHOUDELIJKE THEMA’S

PRESENTATIES

COMMITMENT / DOEN! Stedelijk Klimaatcontract

12

De doorbraken en oplossingsrichtingen uit de voorgaande bijeenkomsten zijn vervolgens meegenomen naar het Transitielab op 14 april in Helmond. Hier zijn de missies gepresenteerd en konden de betrokken partijen hun commitment aangeven voor het Stedelijk Klimaatcontract en konden zij intekenen op één of meerder missies voor de vier stadsthema’s. Zo is gezamenlijk de transitie in gang gezet naar een fossielvrij, circulair en klimaatbestendig Helmond en Eindhoven. In de bijlage zijn de verslagen van de drie lab’s toegevoegd.

KLIMAATCONFERENTIES Daarnaast zijn er in beide steden twee klimaatconferenties georganiseerd, waarbij bij de inwoners input is opgehaald voor de missie. Tijdens de 1e klimaatconferentie op 30 maart (Helmond) en 3 april (Eindhoven) gingen inwoners met elkaar in gesprek over de toekomst van hun stad. Discussie vond plaats in een ‘open space’ setting en gezamenlijk zijn inwoners aan de slag gegaan met mogelijke oplossingen, onderwerpen en suggesties rondom de verschillende thema’s en vragen. Samen met de doorbraken en oplossingsrichtingen uit de voorgaande lab-bijeenkomsten zijn de suggesties van de inwoners meegenomen naar het Transitielab. Tijdens de 2e Klimaatconferentie op 10 juli (Eindhoven) en 12 juli (Helmond) stond centraal hoe inwoners en experts elkaar kunnen versterken bij het uitvoeren van initiatieven, projecten en ideeën. Tijdens de lab’s en klimaatconferenties hebben een groot aantal partijen aangegeven zich te willen committeren aan de missie. De input hebben we gebruikt om te komen tot de gezamenlijke missies. Een overzicht van alle missies, reacties en betrokken organisaties is te vinden via de volgende link: wat-als-het-ons-lukt.vercel.app/missies. Dit overzicht biedt inzicht in de voortgang van de missies en wordt regelmatig geactualiseerd.

Stedelijk Klimaatcontract

13

Stedelijk Klimaatcontract

14

Parallel aan dit proces lopen binnen de beide steden trajecten om te komen tot een Eindhovens Masterplan Mobiliteit en een Helmondse Mobiliteitsvisie. Inhoudelijke afstemming heeft gedurende dat traject plaatsgevonden.

VAN DIALOOG NAAR SAMENWERKING Dit is het begin. Het begin van een reis richting een fossielvrij, circulair en klimaatbestendig Eindhoven en Helmond. De dialoog zetten we om in een samenwerking, waarbij coalities van betrokken partijen en inwoners aan de slag zijn en gaan met projecten en acties binnen de stadsthema’s. Per stadsthema worden missieteams geformeerd. De leden van een missieteam werken intensief (samen) aan een missie. In de teams zitten partijen vanuit de overheden, onderwijs- en kennisinstellingen, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en inwoners. Samen gaan de missieteams bepalen hoe en wat er moet gebeuren rond een missie. Vanuit beide gemeenten worden de missieteams ondersteund en gefaciliteerd. Dit wordt nog nader uitgewerkt. Hiervoor bestaat geen blauwdruk of standaard proces. We weten vrij goed wat ons te doen staat, maar veel minder hoe dat te doen. Gezocht moet worden naar de juiste aanpak voor de verschillende missies.

Stedelijk Klimaatcontract

15

B.

BASELINE EN GAP 2030

Missieplan

1. Huidige situatie: baseline en gap 2030 HUIDIG BELEID Het huidige beleid wordt uitgevoerd aan de hand van verschillende programma’s en initiatieven op nationaal, regionaal en lokaal niveau. Op lokaal niveau gaat het onder meer om de volgende beleidsdocumenten: voor Eindhoven om het Klimaatakkoord, de Energieagenda, het Circulaire Economie Actieplan, het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en de Regionale Energie Strategie. Op lokaal niveau gaat het onder meer om de volgende beleidsdocumenten: voor Eindhoven om het actieplan Klimaatneutraal in 2050, de Klimaatverordening 2016, het Klimaatplan 2021-2025, de Uitvoeringsagenda 2021-2025, Beleidsnota zonneparken en windturbines, Eindhoven Circulair, Water- en Klimaatadaptatie Aanpak en: voor Helmond om het Strategisch programma duurzame en gezonde stad, Klimaatbeleid: Klimaatneutraal in 2035, de Transitievisie Warmte en de Uitvoeringsagenda Klimaatbestendig Helmond 2021-2025. Het huidige beleid is gericht op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, het bevorderen van duurzame energiebronnen, het verduurzamen van woningen en gebouwen, het stimuleren van elektrisch rijden, het stimuleren van een circulaire economie en het voorkomen en beperken van wateroverlast, hittestress en droogte. En er is continu beleid in ontwikkeling om te zorgen dat we aan de landelijke klimaatdoelstellingen kunnen gaan voldoen.

In de twee steden is in de afgelopen paar jaar al een relatief beperkte vermindering van de directe CO2 uitstoot bereikt ten opzichte van 2018. Gelet op de urgentie van het klimaatvraagstuk is een extra inspanning bovenop het huidige beleid noodzakelijk om de landelijke doelen te halen en om de ambitie van een fossielvrij, circulair en klimaatbestendig Eindhoven en Helmond te realiseren. In de bijlage is een overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsdocumenten op het gebied van klimaat, energie en duurzaamheid.

In het kader van het Stedelijk Klimaatcontract worden alle maatregelen in beeld gebracht die impact hebben op de CO2-uitstoot van de twee steden. Allereerst om aan te geven waar we staan (baseline) en wat de restopgave is richting 2030 en verder (gap). De gap-analyse is een analyse van de huidige (bruto) CO2-uitstoot min de te verwachten (netto) CO2-reductie in 2030 van de huidige beleidsdoelen. De restopgave (gap) vormt de basis van de klimaatopgave waar het Stedelijk Klimaatcontract zich op richt als het gaat om het eerste speerpunt ‘fossielvrij’. Monitoring van CO2 en andere broeikasgassen vindt al enige tijd plaats, onder andere via de klimaatbegrotingen van beide steden. Voor de andere twee speerpunten circulair en klimaatbestendig moet monitoring nog verder worden ontwikkeld om een goed beeld baseline en gap te verkrijgen. Dat vraagt om nadere uitwerking. Aan de hand van uitgevoerde acties en maatregelen wordt teruggekeken op de voortgang van de uitvoering en ontstaat er inzicht in wat wel of niet werkt en wat er beter kan. Ook blikken we vooruit via het periodiek actualiseren van de restopgave. Zo weten we of we op koers liggen en of er aanvullende acties nodig zijn. Voor de gap-analyse is uitgegaan van de volgende sectoren: ƒ Wonen: alle woningen. ƒ Dienstverlening: overige gebouwen in de gebouwde omgeving (bijv.

winkels, scholen, sportcentra, kantoren buiten grote industrieterreinen et cetera). ƒ Mobiliteit: wegverkeer, exclusief het verkeer op snelwegen. Luchthavens en scheepvaart niet meegerekend. ƒ Industrie: alle uitstoot van de bedrijven in beide steden. Per sector is het huidige beleid in beeld gebracht en is rekening gehouden met de groei van de steden en regio. Voor de analyse is vooralsnog alleen de directe CO2uitstoot (scope 1 en 2) meegenomen, in lijn met de uitgangspunten van de Europese klimaatmissie waarin de scope 1 en 2 emissies meetellen. Om ervoor te zorgen dat steden maximale emissiereducties op hun grondgebied bereiken, beveelt de Europese missie aan als richtlijn te streven naar een niveau van ‘restemissies’ binnen de stadsgrenzen in 2030 van maximaal 20%, met de mogelijkheid dat het resterende deel van de CO2 emissies kan worden opgeslagen of gecompenseerd. Zie bijlagen bestaande beleidsdocumenten pagina 50. Stedelijk Klimaatcontract

16

Bruto uitstoot is de uitstoot voor het peiljaar 2018. Vermindering van uitstoot ten opzichte van 2018 op basis van (de verwachte prognose) huidig beleid en bestaande projecten. *** De reguliere EU-opgave is om 55% uitstoot te reduceren ten opzichte van 1990. **** Het doel van de EU-klimaatmissie is 80% reductie. waarbij het resterende deel van emissies wordt gecompenseerd of opgeslagen. * **



Methode en disclaimer Voor de gap-analyse is uitgegaan van het basisjaar 2018 (de informatie van 2018 is het meest nauwkeurig) en het referentiejaar 2030. Per sector is bepaald wat de reductieopgave is: de huidige beleidsdoelen zijn vertaald naar CO2-reductie. Voor Eindhoven en Helmond is daarvoor zoveel mogelijk dezelfde methode gebruik. Naast het volledig uitvoeren van het beleid, is uitgegaan van een verwachte prognose wat betreft CO2-reductie in 2030. Daarb ij is wel uitgegaan van de versnelling die Europa, het Rijk en Eindhoven-Helmond heb b en ingezet onder andere via niet vrijb lijvende afspraken met diverse sectoren en dat deze inzet uiterlijk in 2030 volledig wordt gerealiseerd. Besparing elektriciteitsmix betreft Rijksbeleid en is apart zichtbaar gemaakt in de grafiek. In de analyse is in deze fase op onderdelen nog uitgegaan van aannames. Daarom dient in de cijfers rekening te worden gehouden met een nauwkeurigheidsmarge van plus/min 20%. De gap-analyse blijft zich (door) ontwikkelen met inzichten in de komende jaren. Op die manier worden de berekeningen ook steeds nauwkeuriger.

Hierna een overzicht van de resultaten uit de gap-analyse.



In dit stadium zijn scope 3 emissies vanuit de klimaatmissie nog niet vereist. Op dit moment zijn er ook nog onvoldoende gegevens beschikbaar om een gap-analyse uit te voeren voor de indirecte CO2-uitstoot (scope 3). Om dit te kunnen doen, zijn we afhankelijk van gedegen, uniforme en nationale monitoringsmethoden. Verder is het ook wenselijk om in de toekomst inzicht te krijgen in het consumptiegedrag van beide steden. Tot op heden zijn hier te weinig gegevens voor beschikbaar.

Onderstaand een toelichting op de gap-analyse voor de te onderscheiden sectoren:

­

ƒ

WONEN Zo’n 26% van de totale uitstoot komt voort uit woningen. Met de uitvoering van het huidige beleid, zoals het Nationaal Isolatieprogramma en de Transitievisie Warmte, wordt de uitstoot voor een deel gereduceerd.

Stedelijk Klimaatcontract

17

Een versnelling kan worden gerealiseerd door bijvoorbeeld extra in te zetten op de aanleg van warmtenetten en meer zonnepanelen op daken van woningen te realiseren. ƒ

INDUSTRIE De uitstoot van de industrie van beide steden vormt, volgens de berekening in de gap-analyse, ongeveer 35% van de totale uitstoot. Op dit moment vinden er veel initiatieven plaats om de uitstoot van de industrie terug te dringen. Denk hierbij aan het aanbrengen van bijvoorbeeld warmtenetten. Naar verwachting kan de uitstoot van de industrie bij de uitvoering van het huidige klimaatbeleid in 2030 worden gehalveerd. Versnellen kan door in te zetten op waterstof en meer warmtenetten op industrieterreinen, maar ook door meer bedrijfsprocessen te elektrificeren.

ƒ

DIENSTVERLENING Circa 22% van de uitstoot, zoals berekend in de gap-analyse, is afkomstig van de overige gebouwde omgeving in Eindhoven en Helmond (geen woningen of industrie). Verwacht wordt dat deze uitstoot per 2030 gehalveerd kan worden met het huidige beleid. Onderdeel hiervan is onder andere het beleidsuitgangspunt dat alle kantoren en utiliteitsgebouwen verduurzaamd worden naar minimaal energielabel C, maar ook het volgen van de Europese EED richtlijnen. De restopgave kan verkleind worden door het verder verduurzamen van de warmtevoorzieningen en het ontwikkelen van warmtenetten.

ƒ

MOBILITEIT De overige 17% van de uitstoot, zoals berekend in de gap-analyse, wordt gevormd door mobiliteit. Wat hierbij opvalt, is dat mobiliteit verantwoordelijk is voor bijna 40% van de totale CO2-uitstoot in de gemeente Helmond. Hier is nog een grote slag te slaan qua verduurzaming. De netto reductie zoals nu berekend, is grotendeels gebaseerd op een inschatting van diverse maatregelen vanuit verschillende onderzoeken. Het gaat om onder andere het autoluw maken van het centrum en het instellen van een zero-emission zone.

17%

Wonen 26%

26%

Dienstverlening 22% Industrie 35%

35% 22%

Mobiliteit 17%

Samengevat zijn er op basis van de gap-analyse drie factoren als onderdeel van de 'autonome ontwikkeling' die een relatief grote impact hebben op de verdere reductie van CO2, namelijk: 1. Een vermindering van het energieverbruik door extra inzet op besparing, het isoleren van woningen, het aanpassen van alle naoorlogse woningen naar energielabel A/B en vooroorlogse woningen naar energielabel D, het aanpassen van utiliteitsbouw naar label C voor besparing en energielabel A/B voor isolatie en het aanpassen van bedrijfspanden naar energielabel C; 2. Een vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen voor industriële processen door elektrificatie; 3. En een versnelling naar duurzame vormen van energievoorziening zoals warmtenetten en all-electric.

Stedelijk Klimaatcontract

18

2. Stadsthema’s en missies In het Stedelijk Klimaatcontract onderscheiden we de vier stadsthema’s: vitale binnenstad, leefbare wijken, bestendige bedrijvigheid en robuuste regio. Elk stadsthema heeft zijn specifieke kenmerken en vraagstukken en dat vraagt om een gerichte aanpak (maatwerk). Actuele opgaven rondom verduurzaming, verstedelijking, klimaat, bereikbaarheid en dergelijke komen samen in de vier stadthema’s. Sectoraal beleid alleen is niet langer toereikend. Een breed perspectief is nodig waarbij fysieke en sociale opgaven met elkaar worden verbonden, met een breed palet aan partijen en maatschappelijke partners. Vanuit ieder stadsthema zijn er missies geformuleerd. Aan deze missietrajecten wordt middels diverse projecten uitwerking gegeven. Dit zijn deels al bestaande lopende projecten. Deze worden aangevuld met de nieuwe projecten die voortkomen uit de geformuleerde missies. Daarbij wordt gekeken hoe de missies bijdragen aan de reductie van CO2 (impact) en de andere richtinggevende principes. Ook kunnen missies over de verschillende stadsthema’s heen worden gecombineerd als het gaat om vergelijkbare opgaven en stakeholders. Per missie is aangegeven wat we gaan doen, wat er nodig is en wat verwachte impact is. De impact is kwalitatief aangegeven op basis van de relatieve bijdrage aan de drie speerpunten (zie onderstaande figuur als voorbeeld).

FOSSIELVRIJ

CIRCULAIR

KLIMAATBESTENDIG

Voorbeeld, voorbeeld 2, etc

Voorbeeld, voorbeeld 2, etc

Voorbeeld, voorbeeld 2, etc

Stedelijk Klimaatcontract

19

Stedelijk Klimaatcontract

20

2.1 Vitale Binnenstad In de binnensteden ligt de grootste uitdaging om, vanuit de eigenschappen die een dichtbevolkte stad heeft, een transitie in beweging te zetten zonder dat hierbij een onevenredige druk op de leefbaarheid, sociale inclusie en omgeving komt. Hiervoor moeten overheden, ondernemers en inwoners samen de verantwoordelijkheid nemen. De binnensteden van Helmond en Eindhoven krijgen te maken met een forse verstedelijkingsopgave. In Helmond worden 10.000 woningen in het centrum gebouwd, en in Eindhoven 21.000 woningen binnen de ring. Dit biedt zowel uitdagingen als kansen om de veranderingen aan woningen, infrastructuur en natuur op een groene en klimaatvriendelijke manier tot stand te brengen en te zorgen dat deze opgave bijdraagt aan de kansen die er voor inwoners en ondernemers zijn. We zijn ons er natuurlijk ook van bewust dat de ruimtelijke inpassing van benodigde klimaatopgaves een uitdaging is in een bestaande stedelijke omgeving. Stapelen is geen optie. Een integrale aanpak waarbij de doelstellingen van morgen het uitgangspunt zijn, is voorwaarde. Op de volgende pagina’s zijn de missies voor dit stadsthema geformuleerd.

Stedelijk Klimaatcontract

21

BEELDEND VERHAAL VITALE BINNENSTAD (2030-2040-2050)

KLIMAATBESTENDIG

Promoten lange termijn gedrags verandering en acties

Promoten lange termijn gedrags verandering en acties

Promoten lange termijn gedrags verandering en acties ­

CIRCULAIR

­

FOSSIELVRIJ

­

Wat we gaan doen Er wordt ingezet op goed toegankelijke informatie voor iedereen die zelf actie wil ondernemen, maar ook op doelgroepgerichte communicatie die meer mensen bij het klimaatverhaal betrekt en tot actie aanzet. Voor veel mensen is het klimaatverhaal namelijk nog ‘ver van hun bed’. Een gezamenlijke doelgroepgerichte communicatiecampagne kan hieraan bijdragen. Waarin wordt verbeeld hoe de binnensteden van Eindhoven en Helmond eruit zien in 2030, 2040 en 2050.

Wat er nodig is Er zijn ambassadeurs en koplopers nodig om het verhaal te vertellen en anderen te motiveren, te inspireren en te enthousiasmeren. Ook dient het verhaal consistent te zijn (voor zowel Eindhoven als Helmond) en onderdeel te worden van het verhaal wat ook op andere dossiers verteld wordt. Ook hier geld dat een integrale blik op de stad en haar ontwikkeling de basis moet zijn. Impact Een brede coalitie van Eindhovense en Helmondse actoren zet zich in voor het promoten en bevorderen van een fossielvrije, circulaire en klimaatbestendige (binnen) steden. Het draagt zodoende bij aan alle drie de speerpunten.

Stedelijk Klimaatcontract

22

CIRCULAIRE BINNENSTAD EN DUURZAAM CONSUMEREN Wat we gaan doen Het consumptiegedrag vormt een groot deel van onze CO2-footprint. De meeste consumptiegoederen worden buiten de Brainportregio geproduceerd en de uitstoot bevindt zich grotendeels in ‘scope 3’. Maar de impact van deze goederen is groot en de bijdrage aan de klimaatopgave enorm. In deze missie staat met name (gedrags) verandering bij de consument centraal. Op basis van de treden van de R-ladder wordt ingezet op selectiever en duurzamer aankoopgedrag, meer her(stel)- en deelgebruik van goederen en diensten, het elimineren van single-use producten en een sterk lokaal georiënteerde economie. Bewustwording is hierbij een belangrijke eerste stap. Er is dan ook een duidelijke link met het missieverhaal van de stad. Aangezien we niet enkel inzetten op de klimaatopgave maar ook zien dat de gezondheid en een verantwoorde verhouding tussen dierlijk en plantaardig belangrijk is, wordt ook de voedselconsumptie onderdeel van deze missie. Wat er nodig is Een directe link naar de missies circulaire bedrijvigheid en lokale en seizoensgebonden productie. Een verandering in onze mindset is nodig en het nemen van gezamenlijke verantwoordelijkheid, niet alleen door inwoners, maar ook producenten, distributeurs, winkelketens en reclamebureaus en dergelijke.

Door gerichte actiecampagnes, goed gedrag te belonen, het stimuleren van circulair ondernemerschap en het toepassen van nieuwe circulaire businessmodellen. Waar het kan moet direct worden ingezet op 100% circulair duurzaam inkopen. En het is nodig om circulair en duurzaam écht toegankelijk te maken: met ruilwinkels op toplocaties, repair cafés en circulaire hotspots in de binnensteden.

Impact De doelstelling is om de uitstoot van consumptie drastisch te verminderen door selectiever te consumeren. Door ander (koop)gedrag van de consument en een langere levensduur van producten worden er minder producten gemaakt en aangekocht. Hierdoor wordt de uitstoot van CO2 verminderd en wordt een relatief grote bijdrage geleverd aan een circulaire economie.

FOSSIELVRIJ

CIRCULAIR

Kortere ketens, lokale materialen

Lagere materiaalintensiteit

Stedelijk Klimaatcontract

KLIMAATBESTENDIG

23

VERDUURZAMEN GEBOUWDE OMGEVING: HET NIEUWE NORMAAL OPSCHALEN Wat we gaan doen Naast de nieuw te ontwikkelen woningen en bedrijfsgebouwen (zie volgende missie) is er in de binnenstad ook versnelling nodig op grootschalige, collectieve verduurzaming van de bestaande huur- en koopwoningen. Hier gaat het over het isoleren van woningen, het aansluiten op nieuwe warmtenetten, het installeren van warmtepompen, het verlagen van de waterconsumptie et cetera. Hierbij is een sterke link aanwezig met de missie iedereen kan meedoen. Omdat we hierbij ook kijken naar hoe en of alle inwoners en bedrijven deze transitie mee kunnen maken en hoe iedereen hierin kansen krijgt.

FOSSIELVRIJ

CIRCULAIR

KLIMAATBESTENDIG

Reduceren energiebehoefte

Wat er nodig is Deze opgave vraagt om actie op het wegwerken van drempels in de huidige regelgeving, het stimuleren van verduurzaming via ondersteuningsmaatregelen en ook een strategie om de verduurzaming te versnellen. Samen met de inwoners en de eigenaren van huur- en koopwoningen. Het verduurzamen van de gebouwde omgeving vereist een multi-stakeholder aanpak en actieve benadering en ondersteuning van huurders en eigenaren waarin de mens en eigenaarschap centraal staat. Resultaat Het resultaat is dat op grote schaal energie wordt bespaard, het wooncomfort in de woningen verbetert en dat er wordt bespaard op de energiekosten. Dat draagt bij aan het speerpunt fossielvrij.

Stedelijk Klimaatcontract

24

HET NIEUWE NORMAAL: CIRCULAIR EN BIOBASED BOUWEN Wat we gaan doen De binnensteden van Helmond en Eindhoven hebben een forse verstedelijkingsopgave. Om ervoor te zorgen dat de nieuwbouw die hiermee gepaard gaat geen toename van de CO2-uitstoot oplevert (we bouwen voor morgen niet de stad van gisteren), is het uitgangspunt om (in fases) enkel nog biobased, circulair en klimaatneutraal te bouwen. Dit betekent hergebruik van materialen vóór nieuwe productie en dat bij eventueel gebruik van nieuwe materialen er zo weinig mogelijk CO2-uitstoot en andere milieuschade gepaard gaat met de productie ervan. Om de warmtevraag van de gebouwen maximaal te reduceren, dient er bij de nieuwbouw maximaal ingezet te worden op isolatie, luchtdichtheid, ventilatie en duurzame warmteafgifte. Ook voorzien we alle nieuwe ontwikkelingen van een materialen paspoort zodat we in elk geval inzicht hebben in de wijze waarop en waarmee de fysieke omgeving tot stand is gekomen en wat het ons kan opleveren voor de toekomst. Daarnaast is het nodig om de bestaande woningvoorraad en gebouwen van bedrijven in beide steden zo goed mogelijk te benutten en vol in te zetten op besparen en isoleren. Wat er nodig is Het is nodig om gezamenlijk met alle partijen te werken aan de nieuwe visie op bouwen.

Het gaat om onder meer het aanjagen van de markt en het versterken van de ketens voor biobased en circulair bouwen, samen met producenten, banken, bouwers, corporaties en overheden. Zorgen voor de beschikbaarheid en toegankelijkheid van circulaire en biobased materialen. De woondeal is hierin een eerste goede stap. Daarnaast gaat het om het optimaliseren van wet- en regelgeving en over het opnemen van eisen in tenders. De kennis en data over nieuwe bouwmaterialen en reststromen moet worden uitgebreid en gedeeld, zowel voor professionals als particulieren. Eenduidige informatie over materialen en kosten (true pricing) is van belang. Er wordt voorgebouwd op bestaande initiatieven zoals Building Balance, Van Land naar Pand, Cirkelstad, het Urban Development Initiative en het project Bouwmijn dat focust op urban mining en een circulaire bouwecnomie. Hier is een sterke link met de missie lokaal geproduceerde materialen.

Impact Het resultaat is dat op grote schaal energie wordt bespaard, CO2 wordt vastgelegd en dat de emissie door de toepassing van CO2-intensieve materialen wordt voorkomen. Door zoveel mogelijk gebruik te maken van hergebruikte, lokale en/of biobased materialen verlagen we de behoefte aan nieuw materiaal. Ook bouwen we woningen en gebouwen die passen bij de doelstelling en bijdragen aan de opgave voor klimaatbestendigheid. Deze missie draagt bij aan alle speerpunten.

FOSSIELVRIJ

CIRCULAIR

KLIMAATBESTENDIG

Korte ketens, minder CO2 intensieve productie

Hergebruik bestaande materialen, biobased bouwen

Goede isolatie, goede doorluchting

Stedelijk Klimaatcontract

25

KLIMAATNEUTRALE MOBILITEIT, DE BINNENSTAD IS AUTOLUW Wat we gaan doen De binnensteden van Helmond en Eindhoven hebben een forse verstedelijkingsopgave. Om de steden bereikbaar te houden en om een goede leefkwaliteit te garanderen, dient er op een andere manier te worden omgegaan met mobiliteit in de binnenstad. Om duurzame alternatieven te bevorderen, is een andere inrichting van de binnensteden nodig. Met minder focus op de auto en waarbij voorzieningen (winkels, groen, sport, cultuur) binnen 10-15 minuten bereikbaar zijn vanaf de woon-/werkplek, te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer. Dit betekent enerzijds een verschuiving van het individueel autogebruik naar duurzamere alternatieven zoals lopen en fietsen, openbaar vervoer (OV) en deelmobiliteit. Door het ontwerp van de binnenstad aan te passen, sturen we op een transitie naar andere mobiliteit (STOMP) en wordt er ruimte gecreëerd voor groen in de binnensteden. Anderzijds vraagt het ook een vergroening van het huidige voertuigenpark, om innovatie en investeringen in het voertuig, maar ook in het huidige netwerk van laadinfrastructuur en e-fuelpunten. Wat er nodig is Er is een directe link met de missie inzake het verhaal van de binnenstad en consumentengedrag, en groen en water als basis. Het gaat onder meer om een andere inrichting van de openbare ruimte.

Het OV moet aantrekkelijker worden gemaakt (een landelijke en regionale taak) en deelmobiliteit moeten worden bevorderd (een regionale opgave) met goede aansluitingen op het OV (een regionale opgave). Elektrificatie en emissieloze distributie wordt verder gestimuleerd (door nationale of Europese regelgeving). Lokaal moet de netwerkcongestie hierin geen remmende factor zijn. Eén van de challenges van het Cities 4.0 project is gericht op het vinden van alternatieve oplossingen voor particulier autobezit: ‘Last generation of private car owners challenge’. Het Cities 4.0 project is een samenwerking van 4 Europese innovatie-ecosystemen (Brainport Eindhoven/Helmond, Leuven, Turku en Bologna).

Impact De emissie van CO2 in de binnenstad wordt gereduceerd en er zijn minder nieuwe vervoersmiddelen nodig. De kwaliteit van de publieke ruimte wordt verhoogd met meer ruimte voor groen, klimaatadaptatie, voetgangers, fietsers en spelende kinderen. Deze missie draagt zo bij aan alle speerpunten.

FOSSIELVRIJ

CIRCULAIR

KLIMAATBESTENDIG

Groene electriciteitsmix, verlaging uitstoot

Minder nieuwe vervoersmiddelen nodig

Meer ruimte voor groen

Stedelijk Klimaatcontract

26

GROEN EN WATER ALS BASIS Wat we gaan doen De verblijfskwaliteit van de publieke ruimte in de binnenstad staat voorop. Groen en water vormen hierin de basis. Een groene, duurzame en gezonde publieke ruimte heeft namelijk een belangrijke functie voor sociale activiteiten, winkelen en recreatie. Bestaande bebouwde ruimte wordt efficiënter benut door functies te combineren, maar ook door binnensteden autoluw in te richten. Hierdoor komt in de binnenstad meer ruimte vrij voor vergroening. Ook dient de bestaande en vrijgekomen ruimte in de binnenstad klimaatadaptief gemaakt te worden. Hierbij kan gedacht worden aan het tegengaan van het zogenaamde ‘hitte-eilandeffect’ in de steden of het nemen van maatregelen tegen weersextremen zoals hevige regenval. Er is een omslag in de huidige aanpak nodig door groen, water en natuur sturend te laten zijn voor de inrichting van de publieke ruimte in de binnensteden. Een publieke ruimte die uitnodigt tot ontmoeting en die tot stand komt met directe inzet en betrokkenheid van de inwoners en maatschappelijke organisaties. Een gecoördineerde aanpak samen met andere opgaven (b.v. de warmtetransitie, mobiliteit) is daarbij noodzakelijk

Wat er nodig is Het zichtbaar maken van de voordelen van een groene en duurzame publieke ruimte (maatschappelijke kosten en baten). Leren van pilots en ‘best practices’ is daarvoor van belang. De opgave van de buitenruimte vraagt onder regie van gemeente een gezamenlijke aanpak. Immers ontwikkelingen in de gebouwde omgeving vragen ook ruimte voor groen, energieopwek en recreatie. Impact De kwaliteit van de publieke ruimte wordt verhoogd met meer ruimte voor groen en ontmoeting. Dit draagt bij aan klimaatbestendige steden, bovendien wordt met groen CO2 vastgelegd. Het draagt daarmee bij aan de speerpunten ‘fossielvrij’ en ‘klimaatbestendig’.

FOSSIELVRIJ

CIRCULAIR

Groen slaat CO2 op

Stedelijk Klimaatcontract

KLIMAATBESTENDIG

Hittestress verlaging, betere water opvang en afvoer

27

2.2 Leefbare Wijken In de woonwijken van Helmond en Eindhoven liggen veel kansen voor verduurzaming en het verhogen van de leefbaarheid. Denk hierbij aan een wijkgerichte aanpak voor bijvoorbeeld isolatie en het creëren van bewustzijn in consumentengedrag en mobiliteitsgedrag. Natuurlijk is alleen een wijkgerichte aanpak niet voldoende om de doelstellingen te behalen, maar op deze manier kan er wel meer slagvaardigheid worden gerealiseerd. De grootste uitdaging ligt in het bewerkstelligen van blijvende gedragsverandering bij de wijkbewoners. De bijdragen van zowel overheid, bedrijven, organisaties en individuele inwoners zijn cruciaal voor het behalen van de doelstellingen. Op de volgende pagina’s zijn de missies voor dit stadsthema geformuleerd.

Stedelijk Klimaatcontract

28

BEELDEND VERHAAL LEEFBARE WIJKEN (2030-2040-2050) Wat we gaan doen Er wordt ingezet op goede toegankelijke informatie voor iedereen die zelf actie wil ondernemen. Ook zetten we doelgroepgerichte communicatie in, die meer mensen bij het klimaatverhaal betrekt en tot actie aanzet. Voor veel mensen is het klimaatverhaal namelijk nog ‘ver van hun bed’. Een gezamenlijke doelgroepgerichte communicatiecampagne kan hieraan bijdragen. Waarin wordt verbeeld hoe de wijken van Eindhoven en Helmond eruitzien in 2030, 2040 en 2050. Wat er nodig is Er zijn ambassadeurs en koplopers nodig om het verhaal te vertellen en anderen te motiveren, te inspireren en te enthousiasmeren. Ook dient het verhaal consistent te zijn (voor zowel Eindhoven als Helmond) en onderdeel te worden van het verhaal wat ook op andere dossiers verteld wordt. Ook hier geldt dat een integrale blik op de stad en haar ontwikkeling de basis moet zijn. Impact Een brede coalitie van Eindhovense en Helmondse actoren zet zich in voor het promoten en bevorderen van fossielvrije, circulaire en klimaatbestendige steden en wijken. Het draagt zodoende bij aan alle drie de speerpunten.

Promoten lange termijn gedrags verandering en acties

Promoten lange termijn gedrags verandering en acties

Stedelijk Klimaatcontract

­

Promoten lange termijn gedrags verandering en acties

­

KLIMAATBESTENDIG

­

CIRCULAIR

­

FOSSIELVRIJ

29

CIRCULAIRE WIJKEN EN DUURZAAM CONSUMEREN

Wat er nodig is Het is nodig dat inwoners en ondernemers anders gaan denken over afval en hergebruik: afval is grondstof. Tegelijkertijd is het nodig om de circulaire economie meer te faciliteren, bijvoorbeeld door repair café’s, tweedehands markten, gereedschapuitleen, en duurzaam gedrag te belonen. Een wijkgerichte aanpak is nodig om bewustwording te creëren, doelgroepgericht met afval om te gaan en duurzaam in te kopen bijvoorbeeld door middel van een wijkconvenant. Ook het gebruik van lokaal geproduceerd voedsel moeten we verder stimuleren.

Impact De doelstelling is om de uitstoot van consumptie drastisch te verminderen, door selectiever te consumeren. Door ander (koop)gedrag van de consument en een langere levensduur van producten worden er minder producten gemaakt en aangekocht. Hierdoor wordt de uitstoot van CO2 verminderd en wordt een relatief grote bijdrage geleverd aan een circulaire economie.

FOSSIELVRIJ

CIRCULAIR

Kortere ketens, lokale materialen

Lagere materiaal inkoop, minder afval, meer hergebruik

Stedelijk Klimaatcontract

KLIMAATBESTENDIG

­

Wat we gaan doen Ook in de wijken liggen veel kansen voor een circulaire economie. Volgens de principes van de R-ladder is het uitgangspunt dat grondstoffen, onderdelen en producten hun waarde zo min mogelijk verliezen en dat we inzetten op zoveel mogelijk hergebruik en deelconcepten. Op het gebied van voedselconsumptie wordt de nadruk gelegd op het stimuleren van een gezonde, verantwoorde verhouding tussen dierlijk en plantaardig. Aandachtspunt is ook het hieraan gekoppelde vraagstuk om afval zoveel mogelijk te voorkomen.

30

HET NIEUWE NORMAAL: CIRCULAIR EN BIOBASED BOUWEN Wat we gaan doen Om ervoor te zorgen dat de nieuwbouw in wijken geen toename van de CO2-uitstoot oplevert, is het uitgangspunt om enkel nog biobased, circulair en klimaatneutraal te bouwen. Dit betekent hergebruik van materialen vóór nieuwe productie. Bij eventueel gebruik van nieuwe materialen dient er zo weinig mogelijk CO2-uitstoot te zijn en met de productie daarvan zo min mogelijk milieuschade. Om de warmtevraag van de gebouwen maximaal te reduceren, dient er bij de nieuwbouw in de wijken maximaal ingezet te worden op isolatie, luchtdichtheid, ventilatie en duurzame warmteafgifte. Wat er nodig is Net als in de binnensteden is het eerst nodig om de bestaande woningvoorraad in beide steden zo goed mogelijk te benutten en vol in te zetten op besparen en isoleren. Daarnaast is het nodig om gezamenlijk met alle partijen te werken aan de nieuwe visie op bouwen. Het gaat om onder meer het aanjagen van de markt en het versterken van de ketens voor biobased en circulair bouwen. Daarnaast gaat om het optimaliseren van wet- en regelgeving en over het opnemen van eisen in tenders. De kennis en data over nieuwe bouwmaterialen en reststromen moet worden uitgebreid en gedeeld, zowel voor professionals als particulieren.

Er wordt voortgebouwd op bestaande initiatieven zoals Building Balance, Van Land naar Pand, Cirkelstad, het Urban Development Initiative en het project Bouwmijn dat focust op urban mining en een circulaire bouweconomie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12995313/1