CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 074 APV Hulptekst in kleur 3e wijziging

Gemeenteraad 26 september 2023, gemeente HelmondBij agendapunt: Derde wijziging Algemene Plaatselijke verordening Helmond 202025.191 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking van rechtswege bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 4.3.8 Afstand van de erfgrens De afstand als bedoeld in artikel 5:42, tweede lid Burgerlijk Wetboek bedraagt: a. voor bomen: 0,5 meter; b. voor heesters en heggen: nihil

Afdeling 4

Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast

Artikel 4.4.1 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke (artikel 4:13 VNG) 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4.5.1 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of

APV Helmond 2020 (derde wijziging)

Blz. 32 van 45

Met opmerkingen [JH69]: In ledenbrief VNG 2022 (zomerupdate) wordt voorgesteld de term ‘opheffing’ te vervangen door ‘beëindiging’

d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening een provinciale verordening. Artikel 4.4.2 Handelsreclamegebied In deze afdeling wordt verstaan onder handelsreclamegebied: een gebied zoals weergegeven op de bij deze verordening behorende kaart (zie bijlagen). Artikel 4.4.2a Omgevingsvergunning handelsreclame (artikel 4:15 VNG) 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag op of aan een onroerende zaak en zichtbaar vanaf een openbare plaats of op een openbare plaats handelsreclame te maken of te voeren, of te laten maken of te voeren, door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding. 2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. indien de handelsreclame op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. in het belang van de verkeersveiligheid; c. ter voorkoming van hinder voor de omgeving. 3. Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor: a.

handelsreclame op gevels van panden gelegen buiten de door het college aangewezen handelsreclamegebieden, voor zover wordt voldaan aan de door het college vastgestelde nadere regels; b. overige door het college aangewezen handelsreclame, voor zover wordt voldaan aan de door het college vastgestelde nadere regels; c. voorwerpen op of aan de openbare weg als bedoeld in artikel 2.1.5.1 van deze verordening. 4. Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op handelsreclame: a. in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die kennelijk niet gericht is op zichtbaarheid vanaf de weg; b. op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door de overheid; c. die betrekking heeft op een openbare verkoop of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak en voor zolang deze feitelijke betekenis heeft; d. die betrekking heeft op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, voor zover deze geplaatst is op eigen terrein en voor zolang deze feitelijke betekenis heeft; e. dienstbaar aan het openbaar vervoer. 5. Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking van rechtswege bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Afdeling 5

Kamperen buiten kampeerterreinen

Artikel 4.5.1 Definitie (artikel 4:17 VNG) In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

APV Helmond 2020 (derde wijziging)

Blz. 33 van 45

Met opmerkingen [JH70]: Deze term springt meer in het oog en dekt beter de lading dan het (oude) opschrift “Begripsomschrijving”.

Artikel 4.5.2 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen (artikel 4:18 VNG) 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stadsgezicht. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking van rechtswege bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 4.5.3 Aanwijzing kampeerplaatsen (artikel 4:19 VNG) 1. Artikel 4:18, eerste lid, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 2. Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd in artikel 4.5.2, vierde lid.

HOOFDSTUK 5

ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE

Afdeling 1

Parkeerexcessen en stopverbod

Artikel 5.1.1

(vervallen) (artikel 5:1 VNG)

Artikel 5.1.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke (artikel 5:2 VNG) 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het eerste lid genoemde persoon. 3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van vijfentwintig meter met als middelpunt een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 4. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de ontheffing als bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking van rechtswege bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5.1.2a Te koop aanbieden van voertuigen (artikel 5:3 VNG) 1. Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod verlenen.

APV Helmond 2020 (derde wijziging)

Blz. 34 van 45

3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5.1.3 Defecte voertuigen (artikel 5:4 VNG) Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren. Artikel 5.1.4 Voertuigwrakken (artikel 5:5 VNG) 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het verbod geldt niet op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Artikel 5.1.5 Kampeermiddelen en andere voertuigen (artikel 5:6 VNG) 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan gedurende zeven achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben; b. te plaatsen of te hebben in de openlucht op particulier terrein voor zover zichtbaar vanaf een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op situaties waarin wordt voorzien door de Verordening wegen Noord-Brabant 2010 (Interim) omgevingsverordening Noord-Brabant.

Artikel 5.1.5a Bevestigen vervoermiddelen aan straatmeubilair e.d. Het is verboden een fiets, snorfiets, bromfiets of ander voertuig te bevestigen aan niet daarvoor bestemd straatmeubilair, verkeersmeubilair en gemeentelijke groenvoorzieningen. Artikel 5.1.6 Reclamevoertuigen (artikel 5:7 VNG) 1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5.1.7 Parkeren van grote voertuigen (artikel 5:8 VNG) 1. Het is verboden binnen de bebouwde kom een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren, behoudens op de door het college aangewezen plaatsen, waar dit parkeren naar zijn oordeel niet schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente of niet buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met zaterdag, dagelijks van 05.00 tot 18.00 uur. 3. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. 4.

Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt voertuigen als bedoeld in artikel 5.1.5, eerste lid voor zover deze voertuigen niet langer dan zeven achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg worden geplaatst of gehouden. 5. Op de ontheffing als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking van rechtswege bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5.1.8 Uitzichtbelemmerende voertuigen (artikel 5:9 VNG) 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2.4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.

APV Helmond 2020 (derde wijziging)

Blz. 35 van 45

Met opmerkingen [JH71]: Zie eerdere opmerking bij artikel 2.1.5.1 lid 7.

2. Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. Artikel 5.1.9 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan (artikel 5:10 VNG) 1. Het is verboden een voertuig te parkeren of te laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.

Met opmerkingen [JH72]: Deze bepaling komt te vervallen. COVM wil geen feitcode aan deze verbodsbepaling koppelen omdat de bepaling in strijd wordt geacht met art. 10 RVV 1990. Idem het ministerie van I&W. Bepaling is door ontbreken feitcode niet handhaafbaar. Zie ledenbrief VNG juli 2022 en raadsvoorstel.

Artikel 5.1.10 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen (artikel 5:11 VNG) 1. Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan. 2. Dit verbod is niet van toepassing op: a. de weg; b. voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam; c. voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die mede of uitsluitend voor dit doel zijn bestemd. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Artikel 5.1.11 Overlast van fietsen of bromfietsen (artikel 5:12 VNG) Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

Afdeling 2

Met opmerkingen [JH73]: In ledenbrief VNG 2022 (zomerupdate) wordt voorgesteld de term ‘opheffing’ te vervangen door ‘beëindiging’

Collecteren, venten en standplaatsen

Artikel 5.2.1 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving (artikel 5:13 VNG) 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt gehouden. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing Artikel 5.2.2 Definitie (artikel 5:14 VNG) 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a.

het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5.2.4;

APV Helmond 2020 (derde wijziging)

Blz. 36 van 45

Met opmerkingen [JH74]: Verwijzing klopt niet langer als gevolg van wijziging van artikel 160 Gemeentewet waarbij het oude eerste lid onder h is vernummerd tot eerste lid onder g.,

c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5.2.3. Artikel 5.2.2a Ventverbod (artikel 5:15 VNG) 1. Het is verboden te venten op door het college aangewezen openbare plaatsen, dagen of uren en op zondagen en maandag tot en met zaterdag tussen 22.00 en 08.00 uur. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994; b. het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard. 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid is het venten van gedrukte en geschreven stukken verboden op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen, dagen of uren. 4. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden in het eerste en derde lid. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5.2.3 Standplaatsen (artikel 5:17 VNG) 1. In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2.

Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24. Artikel 5.2.4 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (artikel 5:18 VNG) 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5.2.4a Toestemming rechthebbende (artikel 5:19 VNG) Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. Artikel 5.2.5 Afbakeningsbepalingen (artikel 5:20 VNG) 1.

Artikel 5.2.4, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de (Interim) omgevingsverordening Noord-Brabant. 2. De weigeringsgrond van artikel 5.2.4, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

APV Helmond 2020 (derde wijziging)

Blz. 37 van 45

Met opmerkingen [JH75]: Twee keer artikel 5.2.4 Vandaar hernummering met toevoeging a.

Afdeling 3

Openbaar water en waterstaatswerken

Artikel 5.3.1 Begripsomschrijvingen (artikel 5:23 VNG) a vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten. b. woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd. Artikel 5.3.1a Voorwerpen op, in of boven openbaar water (artikel 5:24 VNG) 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een voorwerp als bedoeld in het tweede lid of een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben. 2. Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 3. De verboden in het eerste en derde lid gelden niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. Artikel 5.3.2 Ligplaats woonschepen (artikel 5:25 VNG) 1.

Het is verboden met een woonschip een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een woonschip beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een woonschip op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen met betrekking tot het aantal woonschepen. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, Woningwet, Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de Waterwet. Artikel 5.3.3 Aanwijzingen ligplaats woonschepen 1. Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5.3.2 bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een woonschip aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. 2.

De rechthebbende op een woonschip is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. 3. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de Woningwet, Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de Waterwet. Artikel 5.3.5 Beschadigen van waterstaatswerken (artikel 5:28 VNG) 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, vaarten, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. 2. Het verbod van het eerste lid geldt niet in situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de (Interim) omgevingsverordening Noord-Brabant of de Vaarweg- en kadeverordening Helmond 2008. Artikel 5.3.6 Reddingsmiddelen (artikel 5:29 VNG) Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. APV Helmond 2020 (derde wijziging)

Blz. 38 van 45

Artikel 5.3.6a Zwemmen en baden in openbaar water 1. Het college kan bij openbare kennisgeving plaatsen of gedeelten van de gemeente aanwijzen waar het niet geoorloofd is in openbaar water te zwemmen of te baden. 2. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan beperkt worden tot de in de openbare kennisgeving vermelde dagen en uren. Artikel 5.3.7 Veiligheid op het water (artikel 5:30 VNG) 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet en de (Interim) omgevingsverordening Noord-Brabant. Artikel 5.3.7a Brugklimmen en springen in openbaar water 1. Het is verboden op bruggen en fonteinen te klimmen of hiervan af te springen in openbaar water. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet en de (Interim) omgevingsverordening Noord-Brabant. Artikel 5.3.7b Naaktrecreatie 1. Het is verboden om op openbare plaatsen naakt te recreëren. 2. Het verbod uit het eerste lid geldt niet op het met borden als zodanig aangeduid terrein langs de noordelijke oever van de plas Berkendonk.

Afdeling 4

Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden

Artikel 5.4.1 Crossterreinen (artikel 5:32 VNG) 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod geldt niet in situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren. Artikel 5.4.2 Beperking verkeer in natuurgebieden (artikel 5:33 VNG) 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2.

Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;

APV Helmond 2020 (derde wijziging)

Blz. 39 van 45

b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod geldt voorts niet: a. op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; b. binnen de bij of krachtens de Provinciale milieuverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als ‘toestel’. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking van rechtswege bij niet tijd beslissen) niet van toepassing.

Afdeling 5

Vuurverbod

Artikel 5.5.1

Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken (artikel 5:34 VNG) 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor zover het betreft: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod geldt niet in situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de (Interim) omgevingsverordening Noord-Brabant. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking van rechtswege bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Afdeling 6

Overleden gezelschapsdieren

Artikel 5.6.1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a. de wet: Wet dieren; b. gezelschapsdieren: dieren als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit houders van dieren; c. aangifteplichtige: degene die als eigenaar of houder van een gezelschapsdier, bij het overlijden van dit dier, verplicht is daarvan aangifte te doen op grond van de wet; d. verzamelplaats: het gedeelte van de Milieustraat aan de Gerstdijk te Helmond dat bestemd is om overleden gezelschapsdieren in ontvangst te nemen.

APV Helmond 2020 (derde wijziging)

Blz. 40 van 45

Artikel 5.6.2 Overbrengen naar verzamelplaats 1. De aangifteplichtige is gehouden het gezelschapsdier uiterlijk op de eerste werkdag, die volgt op de dag waarop dat gezelschapsdier is overleden of in die toestand is aangetroffen, te vervoeren naar de verzamelplaats en daar aan te geven en voor destructie af te staan. 2. Tot het tijdstip van afgifte is de aangifteplichtige gehouden het overleden gezelschapsdier zodanig te bewaren, dat vermenging met ander materiaal wordt voorkomen. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing voor zover het overleden gezelschapsdier wordt begraven: a. op een terrein dat in particulier eigendom is; b. op een dierenbegraafplaats of c. in geval van crematie, op het terrein van het dierencrematorium. 4. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing voor zover het overleden gezelschapsdier ter destructie wordt achtergelaten bij een dierenarts.

HOOFDSTUK 6

SANCTIE-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 6.1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van bepalingen die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 3. In geval van overtreding van de bij of krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, als bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.

Met opmerkingen [JH76]: Is enige tijd geleden al geschrapt uit het model van de VNG. Komt in de praktijk ook niet voor en is daarmee verworden tot een “dode letter”.

Artikel 6.2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, behoudens Hoofdstuk 3, zijn belast: a. de (opsporings)ambtenaren als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering; b. de medewerkers van de Afdeling Veiligheid en Naleving van de gemeente Helmond, de afdeling Preventie van de Veiligheidsregio Brabant Zuid-Oost en de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, voor zover het taakvelden betreft waarvan het toezicht aan hen is toevertrouwd; c. de door het college aangewezen buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering, voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld. en 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten. 3. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens Hoofdstuk 3 van deze verordening bepaalde zijn belast de ambtenaren van het Prostitutie Controle Team en het Peelland Interventie Team.

Toelichting: Met het invoegen van dit nieuwe lid wordt de het mogelijk om een bestuurlijke boete op te leggen ter handhaving van de regels gesteld krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s. De hoogte van deze boete is maximaal gelijk aan een geldboete van de derde categorie. Voorheen was de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete opgenomen in de Brandbeveiligingsverordening (ingetrokken per 31 juli 2018). Met het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (zie ook artikel 2:25 APV) wordt in het onderwerp van de in de Brandbeveiligingsverordening neergelegde regels voorzien. De raad is ingevolge artikel 64, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s nog steeds bevoegd om bij verordening (APV) te bepalen dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd voor overtreding van de regels, gesteld krachtens artikel 3 van de Wet veiligheidsregio’s. Doordat de Brandbeveiligingsverordening is vervallen, is de bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen nu ondergebracht in de APV.

Artikel 6.3 Binnentreden van woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.

APV Helmond 2020 (derde wijziging)

Blz. 41 van 45

Met opmerkingen [JH77]: Nieuw lid dat nog ontbrak.

Artikel 6.4 Intrekking oude verordening De Algemene plaatselijke verordening Helmond 2008 wordt ingetrokken. Artikel 6.5 Overgangsbepaling 1. Besluiten, genomen krachtens de Algemene plaatselijke verordening Helmond 2008, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Op aanvragen om een besluit ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening en waarop nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden, wordt beslist met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. 3. Op een aanhangig bezwaar- of beroepschrift gericht tegen een besluit dat genomen is voor de inwerkingtreding van deze verordening, wordt beslist met toepassing van deze verordening 4. De inwerkingtreding van deze verordening heeft geen gevolgen voor de geldigheid van de nadere regels, beleidsregels en uitvoeringsbesluiten (aanwijzingsbesluiten) genomen krachtens de Algemene plaatselijke verordening Helmond 2008, voor zover de rechtsgrond waarop deze besluiten zijn gebaseerd is vervat in een bepaling van gelijke strekking in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken. Artikel 6.6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2020.

Artikel 6.7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Helmond 2020.

De volgende bijlagen maken onverkort deel uit van deze verordening: 1. Bepalingen zoals bedoeld in artikel 2.1.1.2a 2. Kaart 130067 Speelautomatengebied zoals bedoeld in artikel 2.3.3.10 3. Kaart 060254 Handelsreclamegebied zoals bedoeld in artikel 4.4.2

Met opmerkingen [JH78]: Hoort hier niet thuis en kan worden verwijderd.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 3 december 2019. De raad voornoemd, de voorzitter,

APV Helmond 2020 (derde wijziging)

de griffier,

Blz. 42 van 45

Bijlage 1 Bepalingen zoals bedoeld in artikel 2.1.1.2a APV Helmond 2020 (Gebiedsontzeggingen)

A. Een gebiedsontzegging ingevolge artikel 2.1.1.2a, eerste lid, APV Helmond 2020 kan uitsluitend worden gegeven bij de volgende geconstateerde feiten en voor de daarbij vermelde duur: Duur eerste ontzegging maximaal één week: - Lokaalvredebreuk (artikel 138 Wetboek van Strafrecht) - Niet voldoen aan bevel of vordering (artikel 184 Wetboek van Strafrecht) - Belediging van ambtenaar in functie (artikel 267 Wetboek van Strafrecht) - Deelnemen aan vechtpartijen (artikel 306 Wetboek van Strafrecht) - Diefstal, afpersing, afdreiging, verduistering, oplichting en flessentrekkerij (artikel 310 t/m 312, 317 en 318, 321, 326 en 327 Wetboek van Strafrecht) - Baldadigheid (artikel 424 Wetboek van Strafrecht) - Dronken de orde verstoren (artikel 426 Wetboek van Strafrecht) - Opdringen/volgen (art. 426bis Wetboek van Strafrecht) - Openbare dronkenschap (artikel 453 Wetboek van Strafrecht) - Verboden toegang voor onbevoegden (art.

461 Wetboek van Strafrecht) - Orde verstoren in openbare inrichting (artikel 2.3.1.11 APV Helmond 2020) - Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen (artikel 2.4.6 APV Helmond 2020) - Gebruik lachgas (artikel 2.4.7 APV Helmond 2020) - Verboden drankgebruik (artikel 2.4.8 APV Helmond 2020) - Vechten in het openbaar (artikel 2.4.10a APV Helmond 2020) - Voorhanden hebben van messen/voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt (artikel 2.4.11 APV) - Openlijk softdrugsgebruik en gebruik lachgas als drug (artikel 2.7.2 APV Helmond 2020)

Met opmerkingen [JH79]: Volgorde in onderstaande opsommingen is nu geclusterd. Cosmetische wijziging dus.

Duur eerste ontzegging maximaal twee weken: - Openlijke geweldpleging (artikel 141 Wetboek van Strafrecht) - Wederspannigheid (artikel 180 Wetboek van Strafrecht) - Mishandeling (artikel 300 Wetboek van Strafrecht) - Zware mishandeling (artikel 302 Wetboek van Strafrecht) - Vernieling en vandalisme (artikel 350 Wetboek van Strafrecht) - Schieten, vuurwerk of vuur met brandgevaar (art. 429 onder 1 Wetboek van Strafrecht) - Verboden wapenbezit (Wet wapens en munitie) - Overtreding van artikel 2 of 3 van de Opiumwet - Drugshandel op straat (artikel 2.7.1 APV Helmond 2020) - Openlijk gebruik harddrugs (artikel 2.7.2 APV Helmond 2020)

Met opmerkingen [JH80]: Onder B gaat het over twee weken; vanuit eenduidigheid beter om in weken te spreken dan in dagen.

B. Een gebiedsontzegging ingevolge artikel 2.1.1.2a, derde lid, APV Helmond 2020 kan uitsluitend worden gegeven bij de volgende geconstateerde feiten en voor de daarbij vermelde duur: Duur tweede ontzegging maximaal twaalf weken: - Overtreding van een opgelegde gebiedsontzegging (artikel 2.1.1.2a APV Helmond 2022) binnen de in de beschikking genoemde termijn. - Bij herhaalde overtreding van een of meer hierboven onder A genoemde feiten.

APV Helmond 2020 (derde wijziging)

Blz. 43 van 45

Onder B gaat het over twee weken; vanuit eenduidigheid beter om in weken te spreken dan in dagen.

Met opmerkingen [JH81]: Toegevoegd omdat het eerste lid niet de recidivegevallen afdekt.

Bijlage 2 Kaart 120067 Speelautomatengebied zoals bedoeld in artikel 2.3.3.10 APV Helmond 2020.

APV Helmond 2020 (derde wijziging)

Blz. 44 van 45

Bijlage 3 Kaart 060254 Handelsreclamegebied zoals bedoeld in artikel 4.4.2

APV Helmond 2020 (derde wijziging)

Blz. 45 van 45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12970522/1