CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 068 Voorjaarsnota 2023

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente HelmondBij agendapunt: Vaststellen van de Voorjaarsnota 2023.17.843 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarnaast hebben we een eigen, lokale detailhandelsvisie. Deze past binnen de kaders van de nieuwe regionale visie; een en ander bijt elkaar niet. Topsectoren: Foodtech Brainport (FTB) Samen met partners zoals de provincie Noord-Brabant, ondernemers uit de food- en maakindustrie, onderwijs (mbo, hbo en wo) de BOM en Brainport Development is in 2022 een concept visie en concept uitvoeringsagenda tot stand gekomen voor de doorontwikkeling van FTB. Deze wordt nu verder uitgewerkt, waarbij het uitgangspunt is dat naast de gemeente en provincie ook de ondernemers en het onderwijs zich meerjarig committeren aan de realisatie van de doorontwikkeling. Binnenkort vindt besluitvorming plaats door de raad, waarna gestart kan worden met de uitvoering. Onderdeel van de concept uitvoeringsagenda is bijvoorbeeld de fysieke doorontwikkeling van het park/de campus, een impuls op community building, het actief ophalen van innovatievragen bij het bedrijfsleven, een communicatiecampagne, etc. Topsectoren: Automotive Campus Nadat in 2022 is besloten om de privatisering niet door te zetten, zijn de gesprekken tussen gemeente en diverse betrokken partijen in volle gang. Doel is om te komen tot een slagvaardige campusorganisatie. Het gaat hierbij om onderwerpen als de campusstructuur, de eigendomspositie, de zeggenschap en de financiering voor benodigde investeringen.

Voor ons staat voorop dat voldoende geborgd wordt dat de campus zich op een publiek passende manier verder ontwikkelt. Naar verwachting wordt dit nog dit jaar 19

aan de raad voorgelegd, waarna er, bij positieve besluitvorming, gestart kan worden met de uitvoering. Ook de netwerkcongestie is een belangrijk aandachtspunt in de doorontwikkeling komende jaren. Dit vraagt om de nodige lobbyinzet richting het ministerie van EZK, om verdere uitbreiding en nieuwe vestigingen mogelijk te blijven maken. Cultuuraanbod laten meegroeien met de schaalsprong De komende tien jaar moeten we onze culturele voorzieningen kwalitatief en kwantitatief laten meegroeien met de schaalsprong die we in Helmond gaan maken. Het ambitieniveau voor cultuur moet omhoog, zodat we meer aansluiting vinden bij de andere grote steden in Brabant. We werken aan de aanwas van onderop, zoals bij het Annatheater, het stimuleren van broedplaatsen en het ontwikkelen van de urban scene. Maar we werken ook aan de doorontwikkeling van onze cultuurinstellingen, met het verzelfstandigen van het Speelhuis en het toegankelijker maken van de Kunsthal. Zonder het aantasten van het voorzieningenniveau en de toegankelijkheid van Bibliotheek Helmond-Peel en Kunstkwartier blijkt een gezamenlijke huisvestiging niet mogelijk. Deze eerdere bezuinigingstaakstelling willen we ongedaan maken. Er mogen geen drempels voor cultuurdeelname zijn; alle Helmonders moeten cultuur kunnen maken en meemaken.

Daarom stellen we dit jaar samen met de stad een cultuurvisie op voor de lange termijn, inclusief meerjarige uitvoeringsagenda. We zijn ook voornemens te gaan investeren in de evenementen die in Helmond worden georganiseerd. Dit is van groot belang met het oog op het behoud van een aantrekkelijk evenementenaanbod dat veilig in Helmond georganiseerd kan worden. Door onder andere gestegen kosten en aangescherpte veiligheidseisen lopen de kosten voor organisatoren steeds verder op. Daarnaast kampen zij met tekorten aan personeel en vrijwilligers. Daarom is het nodig om organisatoren meer te ondersteunen bij het opstellen van een deugdelijke vergunningaanvraag. Ook het erfgoedbeleid wordt geactualiseerd. Daar hoort ook een uitvoeringsprogramma bij. Ons erfgoed vertelt het verhaal van de stad en zorgt ervoor dat we ons thuis voelen in Helmond. Bij grote veranderingen in onze leefomgeving biedt erfgoed herkenning en houvast. Ons erfgoed speelt dan ook een belangrijke rol bij de flinke groei die we als stad doormaken. De erfgoedvisie beschrijft hoe we ons erfgoed kunnen behouden en ontwikkelen, zichtbaar en beleefbaar kunnen maken voor jong en oud. Het gaat daarbij zowel om immaterieel als materieel erfgoed.

20

1.5 Bestuur & organisatie Bij een deel van Nederland is het vertrouwen in de overheid laag. Met name in wat meer perifeer gelegen regio’s. Zij voelen politiek-maatschappelijk onbehagen. Dit uit zich onder meer – ook in Helmond – door lage opkomstpercentages bij verkiezingen. Ook hier zien we de tweedeling in de samenleving terug (zie ook Atlas van Afgehaakt Nederland, 2021). Andere overheid Voor het vertrouwen in de overheid is het in ieder geval van belang dat onze dienstverlening op orde is. We willen een overheid zijn die benaderbaar is, luistert en doet wat nodig is. We analyseren daarom interactief hoe de huidige dienstverlening in de gemeente Helmond door de direct betrokkenen wordt beleefd/ervaren. Op basis van de uitkomsten van de analyse komen we tot een plan van aanpak. Realisatiekracht In de eerste Voorjaarsnota van dit college wordt een weergave gegeven van de prioriteiten voor 2024 en verder. Tegelijkertijd constateren wij dat er nog keuzes gemaakt dienen te worden richting de begroting. Reeds vele jaren maakt de accountant in het jaarverslag de opmerking dat er een aanzienlijk gat zit tussen de in de begroting opgevoerde programma’s en het vermogen van de organisatie om dit ook te leveren. Dat wordt vooral zichtbaar in het investeringsprogramma waarbij tot nu toe slechts een deel van de opgenomen bedragen ook daadwerkelijk werd uitgegeven.

Vele jaren lag het investeringsvolume dat kon worden gerealiseerd rond de 25 miljoen euro per jaar. Een aantal maatregelen, zoals een stevige impuls in de organisatie, maakt dat wij voor 2023 op ongeveer 60 miljoen euro afkoersen. Voor 2024 zal de organisatie-impuls naar verwachting nog wat extra opleveren en zullen wij in de toekomst naar verwachting tussen de 70 en 80 miljoen kunnen investeren. De versterking van de organisatie loont, zo is de conclusie. Toch zijn er ook zorgen want de extra capaciteit is bijna volledig ingezet voor extra taken en niet in verlichting van de werkdruk. Ook de druk op de arbeidsmarkt speelt ons parten waardoor we op (duurdere) inhuur moeten leunen en kennis en expertise soms snel weer wegvloeit. Tegelijkertijd loopt er een organisatieontwikkeling waarbij de sturing in de organisatie wordt versterkt en vereenvoudigd. De implementatie kost tijd en aandacht en zal pas op termijn vruchten afwerpen. Ondertussen gaat de dienstverlening vanzelfsprekend door. De achterstand aan investeringen uit voorgaande jaren (per 01/01/2023 ongeveer € 155 miljoen) wordt in aanloop naar de begroting 2024-2027 opnieuw beoordeeld en realistisch geraamd. Op zichzelf zijn het allemaal investeringen die nodig zijn, maar tezamen met jaarschijf 2024 vormen ze een bedrag van € 180 miljoen. Samen met nieuwe ambities past dit niet binnen de capaciteit van de organisatie.

Dat betekent dat er voor de begroting 2024 kritisch gekeken moet worden naar de investeringen (nieuw voor oud), de fasering en prioritering van de investeringen, ook in het licht van waar de actualiteit om vraagt. Op deze manier ontstaat voor 2024 een begroting verder die een beter beeld geeft van de plannen voor de komende jaren. Dienstverlening Om tegemoet te komen aan de verwachtingen en behoeften van inwoners en de veranderende samenleving, is het wenselijk en noodzakelijk om een sterke innovatieve impuls te geven aan onze producten, diensten, processen, organisatie en onze medewerkers. Dit komt samen in de visie op Dienstverlening. We zetten in op: 21

-

-

Brede benadering: De gemeente biedt dienstverlening via verschillende kanalen, zoals fysieke loketten, telefonische ondersteuning, online platformen en mobiele applicaties. Persoonlijke aandacht: De dienstverlening is gericht op persoonlijke aandacht en klantgerichtheid. Efficiënte processen: Er wordt gebruik gemaakt van moderne technologieën, automatisering en digitalisering om de afhandeling van aanvragen, verzoeken en meldingen te versnellen. Transparantie en communicatie: Er wordt heldere informatie verstrekt over de beschikbare diensten, de vereiste stappen, de benodigde documentatie en eventuele kosten. Daarnaast houden we inwoners op de hoogte van de voortgang van hun aanvragen. Feedback en verbetering: inwoners kunnen hun ervaringen en suggesties met betrekking tot de dienstverlening met ons delen. Op basis van deze feedback voeren we verbeteringen door en optimaliseren we de dienstverlening voortdurend.

Omstreeks april 2024 wordt Het Huis voor de Stad geopend. Dit is het hart van onze dienstverlening én het visitekaartje van de Gemeente Helmond. Wet digitale overheid Op 1 juli 2024 treedt de wet digitale overheid in werking, die tot doel heeft de digitale dienstverlening van de overheid te verbeteren en de digitale communicatie tussen de overheid en inwoners te bevorderen. Het streven is om een moderne, efficiënte en gebruikersvriendelijke digitale overheid te creëren die aansluit bij de behoeften en verwachtingen van de samenleving. De belangrijkste aspecten zijn: -

Toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid: Dit betekent dat de diensten zodanig ontworpen en ingericht moeten zijn dat ze voor iedereen begrijpelijk en bruikbaar zijn. Authenticatie en identificatie: de wet regelt de manier waarop inwoners zich kunnen identificeren en authentiseren bij digitale diensten van de overheid. Gegevensbescherming en privacy: de Wet digitale overheid bevat bepalingen voor de bescherming van persoonsgegevens en de privacy van inwoners. Digitale archivering: de wet bevat regels voor het digitaal archiveren van overheidsinformatie. Samenwerking en standaardisatie: bevordering van de ontwikkeling en implementatie van gemeenschappelijke digitale standaarden, om samenwerking tussen overheidsorganisaties te faciliteren.

Digitale stad Helmond In 2024 is voor nagenoeg de gehele gemeente een adequaat glasvezelnetwerk gerealiseerd voor zowel huisaansluitingen als voor innovatieve, digitale ontwikkelingen in en vooral voor de stad. Ook de in BrabantStad-verband geïnitieerde Brabantring, een glasvezelnetwerkverbinding tussen de grootste Brabantse steden, zal dan operationeel zijn. In het nieuwe Huis voor de Stad zal een zogenaamd opstappunt – aansluiting op de Brabantring - gerealiseerd worden. Daarmee worden wij als gemeente een (regionaal) knooppunt in deze ontwikkeling. Het blijven inzetten op het spoor van digitale inclusie zien we als een harde randvoorwaarde voor het realiseren van de maatschappelijke opgaven. De verschillende doelgroepen (o.a. ouderen, jongeren, anderstaligen) bedienen we daarbij zoveel mogelijk op maat. Om dat verantwoord en in actief contact met de stad te kunnen doen, is structurele borging van voldoende inzet van middelen en goed gekwalificeerde mensen noodzakelijk. En dat binnen de kaders die we daar onder andere vanuit informatieveiligheid, privacy en ethiek bij willen en/of moeten respecteren. Een ontwikkeling die binnen de invulling van onze strategische personeelsplanning een prominente plek krijgt. 22

Omgevingswet: integraal werken, participatie en een efficiënte dienstverlening De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Via het instrumentarium van de Omgevingswet werken we aan de grote opgaven in het fysieke domein. We hebben in 2023 de omgevingsvisie vastgesteld. Hierin hebben we de strategische koers voor onze stad uitgezet. De omgevingsvisie geeft de kaders voor de uitwerking in omgevingsprogramma’s, waarin we concreter aangeven hoe we de doelen uit de visie gaan realiseren. Dit kunnen gebiedsprogramma’s zijn, maar ook thematische uitwerkingen van een beleidsdomein. Hiervoor werken we onder andere aan de volgende producten: -

Het omgevingsplan, waarin we alle regels in het fysieke domein (voor zover we die nog willen stellen) opnemen. We beginnen met het gebied Mierlo-Hout (vaststelling in 2024) en werken van daaruit verder naar één gemeentedekkend omgevingsplan, uiterlijk in 2029. - Omgevingsprogramma’s, waarin we concreet maken hoe we de doelen uit de visie willen realiseren. - Doorontwikkeling van onze dienstverlening en (digitale) informatievoorziening. We betrekken inwoners en andere stakeholders bij het opstellen en evalueren van beleid en bij ontwikkelingen (participatie). Binnen de kaders van de strategische lange termijn-koers bieden we ruimte aan lokaal maatwerk en initiatieven. Beleidskader participatie Voorsorterend op het nieuwe participatiebeleid dat dit jaar nog wordt vastgesteld, wordt al gewerkt aan het verder professionaliseren van participatie binnen de gemeente. Hiervoor is een kwartiermaker participatie begonnen die werkt aan het opzetten van een Helmondse aanpak. Hoewel maatwerk per onderwerp of project altijd nodig blijft, wordt er zo ook gewerkt aan een meer eenduidige lijn binnen de organisatie waar het gaat om participatie met de samenleving.

23

2.

Financieel perspectief

Uitgangspunt voor 2024 is dat we zoveel mogelijk inzetten op het realistisch uitvoeren van het ambitieakkoord. Nieuwe kansen en mogelijkheden pakken we, zeker daar waar deze bijdragen aan onze strategische koers. En als we aanpassingen aan ons beleid noodzakelijk achten, passen we deze toe. Hierbij houden we rekening met het financiële perspectief, het financiële afwegingskader en de slagkracht van de organisatie. Bij het toekennen van financiële ruimte voor nieuwe ambities hanteren we als uitgangspunt dat er een concreet plan aan ten grondslag moet liggen. De afweging om nieuwe ambities wel of niet te kunnen honoreren wordt pas gemaakt bij de programmabegroting 2024-2027. Op dat moment wordt op integrale wijze gekeken naar hoe beschikbare middelen én ambities kunnen worden gecombineerd, bijdragend aan de strategische doelen zoals we die voor Helmond voor ogen hebben. In deze voorjaarsnota geven we de ambities weer inclusief de financiële overwegingen. Deze overwegingen worden toegelicht in de hoofdstukken 2 en 3 en willen we bespreken met de raad. We brengen u daarmee in positie en de richting die u daarbij aangeeft nemen we mee bij de programmabegroting 2024-2027.

2.1 Budgettair beeld 2.1.1

Samenvattend beeld meerjarenperspectief

Voor het bepalen van het budgettair kader 2024–2027 gaan we uit van de stand bij de programmabegroting 2023-2026. Ten opzichte van deze begroting is er een aantal wijzigingen geweest die aan u voorgelegd zijn bij de eerste bestuursrapportage (1e berap) van 2023. Deze zijn budgettair neutraal. In onderstaande tabel zijn deze wijzigingen verwerkt in de actuele stand van de programmabegroting 2024. Het meerjarige beeld wijzigt door verschillende ontwikkelingen: • Wijzigingen van het gemeentefonds, die volgen uit de circulaires: de raming in de begroting 2023 is gebaseerd op de meicirculaire 2022. Via raadsinformatiebrieven informeren we u over de gevolgen van de september- en decembercirculaire. Bij deze voorjaarsnota worden deze verwerkt in de beschikbare ruimte; • Autonome ontwikkelingen/reeds genomen besluiten; • Noodzakelijke ontwikkelingen; • Positieve effecten door rijksbeleid of eerdere -nog niet gekwantificeerde- besluiten; • Nieuwe ambities.

24

Onderstaande tabel laat het verloop van de programmabegroting zien inclusief deze genoemde ontwikkelingen. In het vervolg van dit hoofdstuk worden de nieuwe ontwikkelingen verder toegelicht. Meerjarenperspectief exploitatie (bedragen * € 1.000)

2024

2025

2026

2027

- € 14.500 3.434 € -1.250 €

-7.888 €

-8.772

8.866 € -1.264 €

8.866 -1.264

Beschikbare ruimte begroting 2024-2027 Reservering voor nieuw beleid/grote opgaven - begroting 2023-2026 Beschikbare ruimte gemeentefonds uit septembercirculaire 2022 Beschikbare ruimte gemeentefonds uit decembercirculaire 2022

€ € € €

11.950 3.575 -1.249

Totaal budgettaire ruimte begroting 2024-2027

€

14.276 €

16.684

€

-1.170

Autonome ontwikkelingen benodigde middelen voor indexering

€ €

-1.771 € -10.500 €

229 € -10.500 €

229 € -10.500 €

229 -13.500

Beschikbaar 2024-2027

€

2.005 €

6.413 €

-10.557 €

-14.441

2024

2025

2026

2027

€ € €

1.175 € 635 € 2.400 €

1.220 635 € 5.700 €

635 6.400 750 2.300

Onzekerheden Extra incidentele middelen jeugdzorg Meicirculaire: verwachte nabetaling prijsbijstelling 2022 vanaf 2023 Meicirculaire 2023 verwachte loon- en prijsbijstelling Nieuwe financieringssystematiek gemeentefonds vanaf 2027 (BBP) Extra opbrengsten bij verhoging OZB uitgaande van 12%

€ € € €

€

-286

€

2.300 €

2.300 €

635 € 6.200 € € 2.300 €

Totaal budgettaire ruimte begroting 2024-2027

€

6.510 €

9.855 €

9.135 €

10.085

Beschikbaar 2024-2027

€

8.515 €

16.268 €

-1.422 €

-4.356

Bij deze voorjaarsnota 2023 is de budgettaire ruimte in de jaren 2024 en 2025 positief. In verband met een andere bekostigingssystematiek van het gemeentefonds vanaf 2026, nemen de inkomsten vanaf dat jaar af. Dit wordt ook wel het ‘ravijnjaar‘ genoemd en vanaf 2026 is het financiële beeld negatief. Het is nog de vraag of de meicirculaire die recent ontvangen is, voor die jaren extra ruimte biedt. Bij de begroting 2024 is het uitgangspunt dat we in ieder geval voor het jaar 2024 een structureel sluitende begroting aan u kunnen voorleggen. Dat betekent dat tegenover structurele uitgaven/taken ook structurele inkomstenbronnen staan. In hoeverre de jaren 2026 en 2027 sluitend zijn, is afhankelijk van de ontwikkelingen bij het Rijk en daaruit volgend de financieringssystematiek van gemeenten. Op basis van de Voorjaarsnota van het Rijk hebben we alvast een voorzichtige doorrekening gemaakt van de gevolgen voor onze gemeente. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 2.1.4 ‘onzekerheden’ en geeft een eerste indicatie. Na doorrekening van de meicirculaire wordt u via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de gevolgen van het rijksbeleid voor Helmond. Daarbij ontvangt u ook een geactualiseerd meerjarenperspectief.

Landelijke ontwikkelingen Uit de Voorjaarsnota 2023 van het Rijk blijkt dat gemeenten vanaf ravijnjaar 2026 structureel € 3 miljard minder krijgen om hun taken uit te voeren. Om het huidige takenpakket van gemeenten en ambities van het kabinet ongewijzigd te kunnen blijven uitvoeren is een verbetering van het meerjarig financieel perspectief noodzakelijk. Dit is ook de inzet van de VNG, waarbij de focus ligt op de volgende onderdelen: - Herstel van het accres vanaf 2026 en niet pas vanaf 2027 - Definitief schrappen van de opschalingskorting. De gedachte hierachter was dat gemeenten moesten fuseren naar 100.000+ gemeenten. Hierdoor kan efficiënter gewerkt worden, waardoor er minder geld uit het gemeentefonds hoefde te worden betaald. De totale korting bedraagt € 975 miljoen. - Toereikende en stabiele indexering van het gemeentefonds om de loon- , prijs en volumeontwikkelingen op te kunnen vangen, inclusief de stijging van de zorgvraag.

25

Daarnaast bereidt de VNG een begrotingsadvies aan gemeenten voor langs de volgende lijnen: - Maak een sluitende begroting voor de jaren 2024/2025 - Maak voor het jaar 2026 en volgende jaren een reële begroting op basis van het huidige takenpakket en de noodzakelijke investeringen, waarbij een eventueel tekort dat ontstaat duidelijk zichtbaar is. De VNG is in overleg met de provinciale toezichthouders over het financieel toezicht en het indienen van tekortbegrotingen voor de jaarschijven na 2025. We zoeken de balans tussen het realiseren van ambities/opgaven en de beschikbare (structurele) middelen. In de jaren 2024 en 2025 zorgen we voor een sluitende begroting. Doordat de taken en middelen van gemeenten vanaf 2026 ernstig uit balans worden gebracht door het kabinet, laten we de mogelijkheid open om vanaf 2026 een tekort te laten zien. Daarom geven we u in overweging om de adviezen van de VNG en onze provinciale toezichthouder te volgen. Incidentele dekking Incidenteel hebben we extra middelen beschikbaar die we bij deze begroting kunnen betrekken en kunnen inzetten voor kortlopende opgaven (bijv. pilotprojecten): • Inzetten van het jaarrekeningresultaat 2022 van netto ca. € 7 miljoen (dus excl. resultaatbestemming).

Via een apart raadsvoorstel wordt voorgesteld om hiervan € 1,6 miljoen te besteden voor de prijsstijgingen bij het Huis voor de Stad; • Onderuitputting kapitaallasten. Dit bedraagt naar verwachting ca. € 2 miljoen; • Herijking budgetten Crisis- en Herstelnota en Koopkrachtfonds; • Vrijval van reserves.

2.1.2

Toelichting autonome ontwikkelingen/reeds genomen besluiten

Het betreft ontwikkelingen met financiële gevolgen die zich gedurende het jaar voordoen én waar de gemeente geen directe invloed op kan uitoefenen of eerdere genomen besluiten. Onontkoombare knelpunten (bedragen x € 1.000) 1 Extra bijdrage VRBZO begroting 2024 2 Correctie taakstelling transitie Jeugdzorg / taakstelling Sociale Teams* 3 Herziening taakstelling Bibliotheek en Kunstkwartier 4 Herziening erfpachtcanons 5 Food Tech Brainport 6 Extra bijdrage GRR Blink begroting 2024 6 Wegen reiniging en gladheidsbestrijding - dekking uit reguliere indexering 6 Afval - dekking via tarief afvalstoffenheffing 7 Areaalontwikkeling beheer en onderhoud 8 Extra bijdrage ODZOB begroting 2024 9 Indexering kapitaallasten investeringen 9 Dekking uit accres gemeentefonds 10 Omzetten contracten Senzer medewerkers / vrijwilliger Museum Fair practice code 11 Accountantskosten 12 Groei personele kosten (systemen, arbo) door stijgend aantal medewerkers 13 Groei opleidingsbudget (2%) door stijgend aantal medewerkers 14 Areaalontwikkeling personele capaciteit 14 Opbrengsten belastingen/gemeentefonds 15 Ophoging bijdrage VNG

2024 420

2026 420 -2.000 520 103 pm 752 -198 -554

178

178

178

pm 100 170 160

pm 100 170 160

pm 100 170 160

120 €

Totaal

520 103 pm 752 -198 -554

2025 420 -2.000 520 103 pm 752 -198 -554

1.771

120 €

-229

120 €

* betreft taakstelling opgenomen in begroting 2022 die abusievelijk in begroting 2023 verrekend is met de taakstelling Rijk jeugd

26

2027 I/S 420 S -2.000 S 520 S 103 S pm I/S 752 S -198 S -554 S 41 S 178 S 40 S -40 S pm S 100 S 170 S 160 S 185 S -226 S 120 S

-229

€

-229

1. Extra bijdrage VRBZO begroting 2024 De VRBZO stelt voor 2024 een aanvullende verhoging van de gemeentelijke bijdrage voor van € 420.000. De ontwikkelingen die leiden tot de voorgestelde verhoging zijn: • Een structurele doorwerking van de hogere kosten in 2023 door de hoge inflatie van € 331.000. Bij het bepalen van de bijdrage 2023 (begin 2022) hield de Veiligheidsregio rekening met een kostenstijging van 2.04%. Deze was berekend volgens de systematiek die we met elkaar hadden afgesproken. De werkelijke kosten stegen echter harder dan deze indexering en werken ook structureel door. • De gevolgen van de aangepaste verdeling van het gemeentefonds van € 89.000. In 2023 heeft een herijking van de verdeling van het gemeentefonds plaatsgevonden. Voor Helmond betekende de aanpassing van de verdeling een hogere bijdrage per inwoner uit het gemeentefonds. De verdeling van de totale bijdrage van de VRBZO over de 21 gemeenten in Brabant-Zuidoost is gebaseerd op de verdeelsleutel van het gemeentefonds. Het aandeel van Helmond gaat van 10,63% naar 10,82%. 2. Correctie taakstelling transitie Jeugdzorg In 2022 heeft het Rijk besloten tot een aanvullende besparing op de Jeugdzorg van structureel € 511 miljoen vanaf 2025. Deze is tot een rijksverantwoordelijkheid gemaakt. Concreet betekent dit dat het aan het Rijk is om de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen.

Voor Helmond bedraagt de structureel te realiseren besparing € 3,1 miljoen. In de begroting 2023 hebben we hiervan al € 1,1 miljoen verwerkt. De overige € 2 miljoen, die we in de begroting 2023 abusievelijk hadden verrekend met de taakstelling voor sociale teams, verwerken we in de (meerjaren)begroting 2024. 3. Herziening taakstelling Bibliotheek en Kunstkwartier In het kader van een eerdere bezuiniging werd door de gemeenteraad bepaald dat door het realiseren van gezamenlijke huisvesting voor de instituten Bibliotheek Helmond-Peel en Kunstkwartier een efficiencyslag kon worden gemaakt. Hieraan werd een bezuinigingstaakstelling verbonden van € 520.000 per jaar, ingaande op 1 januari 2023. In de begroting 2023 gaven we al aan dat de taakstelling niet per 1 januari 2023 te realiseren bleek. Inmiddels is het college tot de conclusie gekomen dat gezamenlijke huisvesting zonder dat het voorzieningenniveau wordt aangetast en toegankelijk blijft, niet realistisch en haalbaar is. Ook alternatieve mogelijkheden om toch te komen tot de taakstelling zijn onderzocht en heeft niet tot een oplossing geleid. Herziening van de oorspronkelijke bezuinigingsopdracht betekent een verzoek aan de raad om de taakstelling ongedaan te maken.

Wel zien we kansen om de opgave te betrekken bij de nog op te stellen Cultuurvisie en met een gerichte opdracht aan de vijf grote culturele instellingen om te komen tot synergie en efficiencyvoordelen. 4. Herziening erfpachtcanons In 2016 en 2018 zijn erfpachtovereenkomsten gesloten met het Poolse bedrijf CANPACK op het bedrijventerrein BZOB. De canon van beide overeenkomsten hebben we, conform de afgesloten contracten, herzien in 2023. Door een lagere rente, komen de canons lager uit dan in eerdere jaren. Hierdoor dalen de opbrengsten met € 103.000 per jaar. De volgende herziening vindt plaats in 2026. 5. Food Tech Brainport Samen met o.a. de provincie Noord-Brabant, ondernemers uit de food- en maakindustrie, onderwijs, de BOM en Brainport Development is in 2022 een concept visie en -uitvoeringsagenda opgesteld t.b.v. de doorontwikkeling van Food Tech Brainport (FTB). Deze worden op dit moment verder uitgewerkt, waarbij het uitgangspunt is dat naast de gemeente en provincie, ook het bedrijfsleven en het onderwijs meerjarig commitment geven aan de realisatie van de doorontwikkeling. 27

6. Extra bijdrage GRR Blink begroting 2024 Door diverse indexeringen, de verwerkingstarieven en overige bijstellingen stijgt onze bijdrage aan de begroting (inclusief de projectkosten) van de GRR Blink in 2024 met € 752.000. De stijging kunnen we uitsplitsen naar de volgende producten: • € 198.000 voor Wegen Reiniging en Wegen Gladheidbestrijding. We verwachten deze stijging te kunnen opvangen binnen de reguliere indexering van de beschikbare budgetten; • € 554.000 voor het product Afval (kosten van inzamelen en de milieustraat). We betrekken deze bij de tariefstelling voor het product Afval. Het uitgangspunt daarbij is dat het product Afval verplicht kostendekkend dient te zijn. 7./14. Areaalontwikkeling beheer en onderhoud Jaarlijks stellen we de begroting bij voor areaalontwikkelingen die verband houden met de groei van de stad. Hierdoor kan de gemeente de toegenomen kosten in verband met bevolkingsgroei en groei van het aantal woningen opvangen. Tot en met 2026 is deze toename voorzien in het meerjarenperspectief. Voor de nieuwe jaarschijf 2027 voegen we de jaarlijkse toename van € 226.000 (€ 41.000 beheer en onderhoud en € 185.000 personele capaciteit) toe. Dit financieren we uit de verwachte extra opbrengst Onroerendezaakbelasting (OZB) in 2027 als gevolg van de toegenomen waarde van onroerend goed en uit de bijstelling van het gemeentefonds. 8.

Extra bijdrage ODZOB begroting 2024 In de raadsvergadering van 23 mei 2023 informeerden wij u over een structurele stijging van de bijdrage aan de ODZOB. Dit is het gevolg van onder andere bijgestelde indexeringen over 2022 en 2023 die structureel doorwerken, een verlaging van de declarabiliteitsnorm door de herijkte ziekteverzuimprognose en verwerking van het principe-akkoord CAO voor gemeenten. De stijging bedraagt € 107.000. 9. Indexering kapitaallasten investeringen Bij de programmabegroting 2020 is besloten de vrije ruimte vanuit de kapitaallasten jaarlijks te indexeren. Hierdoor blijft het investeringsvolume in de pas lopen met de prijsstijgingen. De indexeringen voor de jaren 2024–2026 zijn al toegevoegd aan het kapitaallastenplafond in het meerjarenperspectief en voor de jaarschijf 2027 wordt de jaarlijkse toename van € 40.000 toegevoegd. De dekking komt uit het accres van het gemeentefonds. 10. Omzetten contract Senzer medewerkers/vrijwilliger museum Fair practice code In lijn met het Ambitieakkoord 2022-2026 om een inclusieve arbeidsmarkt te creëren, waarin iedereen kan meedoen, rondkomen en vooruitkomen bestaat het voornemen om de uitbesteding van een aantal medewerkers van Senzer bij onder andere het Museum en de Gemeentewerf in 2023 om te zetten in een dienstverband bij de gemeente Helmond.

De financiële uitwerking hiervan zal vanaf 2024 een structureel effect hebben. De omvang van dit financiële effect zal in de uitwerking van de begroting 2024 geconcretiseerd worden. 11. Accountantskosten In 2023 is de accountantsdienst opnieuw aanbesteed. Door de extra controle eisen en het toenemend aantal SiSa regelingen stijgen de kosten met € 100.000 per jaar. Overigens was dit de afgelopen jaren ook al het geval maar hebben we dit telkens incidenteel opgelost via een claim op de financiële ruimte bij de bestuursrapportage (Berap). 12. Groei personele kosten door stijgend aantal medewerkers Met de groei van de organisatie groeien ook de uitgaven in de personele sfeer (niet zijnde loonkosten) mee. Het betreft onder andere uitgaven in het kader van ARBO, bijeenkomsten en juridische kosten. 28

13. Groei opleidingsbudget door stijgend aantal medewerkers In het kader van goed opgeleide medewerkers is het noodzakelijk om het budget voor opleidingen te laten meegroeien met de omvang van de organisatie. Ook in het kader van boeien en binden zijn goede arbeidsvoorwaarden zoals opleidings- en studiefaciliteiten van essentieel belang. Goed opgeleid personeel is een belangrijke basis om taken adequaat te kunnen uitvoeren en ook om een aantrekkelijk werkgever te zijn. 15. Ophoging bijdrage Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) levert onder de noemer Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU) diensten die een meerwaarde hebben voor alle gemeenten. De bijdrage aan het Fonds GGU voor 2024 is structureel hoger dan voorzien in de begroting. Dit komt door een hoge indexatie en door een toename van nieuwe activiteiten, onder andere op het vlak van digitale veiligheid, dienstverlening omgevingswet, contractbeheer hoog specialistische zorg en het WOZ- datacenter.

2.1.3

Benodigde middelen voor indexering

De indexeringssystematiek en de daaruit volgende indexeringspercentages worden toegelicht in paragraaf 2.2.1. De toepassing van die percentages leidt tot het volgende beeld: Indexering (bedragen x € 1.000) Beschikbare ruimte indexering Reguliere reservering 2024 via gemeentefonds Extra reservering begroting 2023 Totaal beschikbare ruimte Inzet voor indexering Benodigde indexering lonen op basis van uitgangspunten begroting 2024 Benodigde indexering prijzen op basis van uitgangspunten begroting 2024 Benodigde indexering subsidies op basis van uitgangspunten begroting 2024 Reservering indexering loon- en prijs 2027 Totaal nodig voor indexering €

Tekort

2024

2025

2026

2027

5.500 5.000 10.500

5.500 5.000 10.500

5.500 5.000 10.500

5.500 5.000 10.500

-2.100 -8.100 -10.800

-2.100 -8.100 -10.800

-2.100 -8.100 -10.800

-21.000

-21.000

-21.000

-2.100 -8.100 -10.800 -3.000 -24.000

-10.500

€

-10.500

€

-10.500

€

-13.500

De totale indexering bedraagt op basis van dit overzicht € 21 miljoen (en € 24 miljoen vanaf 2027). Ter dekking van dit bedrag is € 5,5 beschikbaar vanuit het gemeentefonds. Daarnaast is bij de begroting 2023 vanaf jaarschrijf 2024 structureel € 5 miljoen extra beschikbaar gesteld voor bovenmatige prijsstijgingen. Deze extra middelen zijn niet voldoende om de totale indexering op te vangen.

2.1.4

Onzekerheden

De Voorjaarsnota van het Rijk geeft een vooruitblik op de rijksbegroting voor de komende jaren. De vertaling hiervan voor gemeenten wordt opgenomen in de meicirculaire 2023 en de resultaten daarvan zijn bij het opstellen van onze voorjaarsnota nog niet bekend. Op basis van enkele actuele onderwerpen uit de Voorjaarsnota van het Rijk is een doorrekening gemaakt met de gevolgen daarvan voor onze gemeente. Of de gedane aannames terecht zijn wordt duidelijk bij de meicirculaire. Actuele onderwerpen uit de voorjaarsnota van het Rijk en overige ontwikkelingen: Hervormingsagenda Jeugd Het Rijk en de VNG hebben op 18 april van dit jaar laten weten dat een financieel principeakkoord bereikt is voor de Hervormingsagenda Jeugd. Eén van de financiële afspraken in het principeakkoord is dat de huidige besparingsreeks (€ 374 miljoen voor 2023, € 463 voor 2024, € 563 voor 2025) voor 2023 tot en met 2025 bevroren is op het niveau van € 374 miljoen. Voor 2026 staat de besparing, zoals voorzien, op € 961 miljoen en loopt op tot iets meer dan € 1 miljard voor 2027.

29

Nabetaling prijsbijstelling 2022 vanaf 2023 In de Najaarsnota 2022 heeft het kabinet aangekondigd een extra prijsbijstelling van € 300 miljoen over 2022 uit te keren in verband met de uitzonderlijke prijsstijgingen voor 2022. Dit bedrag wordt in de Voorjaarsnota 2023 bijgesteld naar € 127 miljoen structureel vanaf 2023. Reguliere loon- en prijsbijstelling De mutatie van de loon- en prijsindexering is in de Voorjaarsnota van het Rijk geactualiseerd. Dit leidt ook tot een bijstelling van de budgetten voor gemeenten. Structurele rijksbijdrage vanaf 2026 Vooruitlopend op de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026 heeft het kabinet in de septembercirculaire 2022 in 2026 eenmalig € 1 miljard beschikbaar gesteld. In de Voorjaarsnota 2023 is aangekondigd dat dit bedrag vanaf 2027 structureel beschikbaar komt. Indexatie op basis van het bruto binnenlands product Vanaf 2026 wordt het gemeentefonds niet langer via de normeringssystematiek ‘samen de trap op en samen de trap af’ geïndexeerd. In de Voorjaarsnota 2023 is besloten om het gemeentefonds voor de volume-ontwikkeling vanaf 2027 te indexeren op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. Hiervoor is in de Voorjaarsnota 2023 een budget gereserveerd van € 150 miljoen in 2027 en € 300 miljoen in 2028.

2.2 Nieuwe ontwikkelingen 2024-2027 2.2.1

Nominale ontwikkelingen

Bij het opstellen van de programmabegroting is het uitgangspunt dat bepaalde budgetten worden geïndexeerd voor loon- en prijsontwikkelingen. Deze indexeringen zijn gekoppeld aan landelijke indexcijfers. Het gaat hierbij om de verwachte stijging van de personele lasten als gevolg van caoaanpassingen en om de verwachte bijstelling van het prijsniveau van de opgenomen budgetten in de begroting. Hiermee worden deze budgetten geactualiseerd naar het loon- en prijsniveau 2024. Deze aanpassingen dekken we uit de uitkering van het gemeentefonds, waarin loon- en prijscompensatie is opgenomen, uit de inflatie van belastingen en tarieven van de gemeente Helmond, maar ook uit de stelpost van € 5 miljoen die bij de begroting 2023 hiervoor beschikbaar is gesteld (vanaf jaarschijf 2024). Zoals ook aangegeven in paragraaf 2.1.3 is deze dekking niet toereikend en zijn extra middelen nodig om de indexeringen op te vangen. Het tekort bedraagt € 10,5 miljoen in de jaren 20242026 en vanaf 2027 € 13,5 miljoen.

Op basis van de systematiek die we ieder jaar toepassen, worden de volgende indexeringen bij de programmabegroting 2024 toegepast: • Indexering van subsidiebudgetten: 9,44% (Voor de gemeenschappelijke regelingen (MRE, GGD, ODZOB en VRBZO) geldt een andere, meer specifieke systematiek voor de indexering) • Indexering van prijsgevoelige interne budgetten: 12,8% • Indexering van belastingtarieven, leges en heffingen: 12,0% • Indexering huuropbrengsten: pm • Indexering van eigen loonkosten: 3%

30

Een toelichting op de systematiek van indexeren, is opgenomen in het vervolg van deze paragraaf. De hoge percentages worden vooral veroorzaakt doordat we een correctie doorvoeren over de afgelopen 3 jaren. De uitwerking hiervan is opgenomen in de volgende tabel:

Correctie percentage 2021-2023 2024 Subsidies Prijzen OZB

5,84% 10,40% 4,40%

3,60% 2,40% 7,60%

percentage tbv begroting 2024 9,44% 12,80% 12,00%

Duidelijk is dat de huidige systematiek van indexeren een groot beslag legt op de beschikbare ruimte en daarmee de mogelijkheid om nieuwe ambities uit te voeren. Hiermee ligt de vraag voor of toepassing van de huidige systematiek gewenst is of dat we hiervan afwijken. Daarbij kunnen we betrekken welke tarieven andere gemeenten (waaronder de B5) toepassen en wat hun overwegingen daarbij zijn. In zijn algemeenheid zien we dat de B5 gemeenten lagere percentages hanteren, wat voornamelijk komt doordat zij geen correctie over voorgaande jaren toepassen. Daarvoor in de plaats nemen ze of een stelpost op of ze nemen dit meer in de paragraaf weerstandsvermogen en risico’s in de begroting. Elke verlaging van de indexering met 1% levert een voordeel op van: - € 630.000 bij prijsgevoelige interne budgetten - € 1.070.000 bij subsidiebudgetten. Een verlaging van het OZB-tarief met 1% leidt tot een lagere bijdrage van € 230.000 (= nadeel voor de begroting).

Gezien de extreem hoge percentages en de claim daardoor op de budgetten, geven we u in overweging of de huidige systematiek van indexeren nog de gewenste systematiek is om toe te passen voor de begroting 2024 en/of deze incidenteel aan te passen. Indexering subsidiebudgetten De indexering van subsidies vindt plaats op basis van een gewogen gemiddelde (80%/20%) van de loonen prijsstijgingen voor de collectieve sector (publicatie Macro Economische Verkenning, M.E.V). Voor de prijsstijging wordt de prognose van de prijs overheidsconsumptie netto materieel (IMOC) gehanteerd. Voor de loonstijging wordt uitgegaan van de prijs overheidsconsumptie beloning werknemers. In de loop van het begrotingsjaar vinden geen tussentijdse mutaties meer plaats. Wel wordt de structurele doorwerking c.q. daadwerkelijke afwijking verrekend in het percentage van het volgende jaar. Voor de programmabegroting 2024 komt de indexering uit op 9,44%. Zoals aangegeven geldt voor de gemeenschappelijke regelingen (MRE, GGD, ODZOB en VRBZO) een andere, meer specifieke systematiek voor de indexering. Dit op basis van eerder gemaakte afspraken. Indexering van prijsgevoelige interne budgetten Het indexeringspercentage voor prijsgevoelige budgetten wordt gebaseerd op de prijs overheidsconsumptie netto materieel (IMOC) zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning.

In de loop van het begrotingsjaar vinden geen tussentijdse mutaties meer plaats. Wel wordt de structurele doorwerking c.q. daadwerkelijke afwijking verrekend in het percentage van het volgende jaar. Voor de programmabegroting 2024 komt de indexering uit op 12,8%. Deze indexering is ook van toepassing op de inkomstenposten. Dit met uitzondering van belastingtarieven, leges en heffingen en van huuropbrengsten van gebouwen. Deze hebben een eigen indexering. 31

Indexering van belastingtarieven, leges en heffingen In het tarievenbeleid is het toepassen van inflatiecorrectie op de tarieven het uitgangspunt. In de afgesproken systematiek worden de jaarlijkse bijstellingen afgeleid van de consumentenprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de loop van het begrotingsjaar vinden geen tussentijdse mutaties meer plaats. Bij de bepaling van het percentage voor de programmabegroting vindt ook een nacalculatie over het voorgaande jaar plaats. Het indexeringspercentage voor de tarieven 2024 komt daarmee uit op 12,0%. Uitgangspunt is dat dit percentage wordt toegepast op alle tarieven voor belastingen, heffingen en leges. Als bij heffingen en leges de opbrengsten hierdoor de kosten overstijgen, worden vervolgens de opbrengsten, en daarmee de tarieven, overeenkomstig naar beneden bijgesteld. Indexering huurprijzen De gemeentelijke gebouwen, die aan derden worden verhuurd, worden geïndexeerd op basis van de CBS-index voor huurprijzen in de vrije sector volgens de consumentenprijsindex (CPI) met als peildatum augustus. Aangezien deze peildatum nog in de toekomst ligt, kunnen we dit pas meenemen bij het opstellen van de programmabegroting 2024. Loonkostenontwikkelingen De laatste afgesloten cao voor gemeenten loopt tot en met 31 december 2023. Hoe de lonen zich daarna zullen ontwikkelen is nu nog niet duidelijk.

We houden voor de programmabegroting 2024 rekening met een kostenstijging van 3%. Zodra er meer bekend is over de nieuwe cao zullen we bekijken in hoeverre bijsturing nodig is.

2.2.2

Ontwikkeling woonlasten

De woonlasten kunnen worden bekeken vanuit het perspectief van de gebruiker van een woning (meestal de huurder), maar ook vanuit dat van de eigenaar van dat pand. De huurder van een pand heeft alleen te maken met de lasten voor Riool- en Afvalstoffenheffing. Deze zijn in deze Voorjaarsnota voor 2024 nog gelijk gehouden en worden geactualiseerd zodra meer gegevens bekend zijn. De tarieven van deze heffingen vallen ook onder een wettelijke beperking, welke inhoudt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn. Een tabel met overzicht van de huurderslasten is daarom op dit moment nog niet zinvol. Als er sprake is van een woning waarvan de eigenaar ook gebruik maakt, betaalt deze ook onroerendzaakbelasting (OZB). Het inflatiecorrectiepercentage voor belastingtarieven voor 2024 is conform onze systematiek 12,0%. Hiermee wordt in onderstaande tabellen het tarief OZB verhoogd. De eerste tabel geeft de situatie over het huidige jaar 2023 weer; in de tweede tabel zijn de cijfers voor 2024 opgenomen bij een aantal verschillende woningwaardes. De eerste waarde komt overeen met die van een gemiddelde woning.

32

Tabel: Huidige tarieven 2023 bij verschillende woningwaardes (in €)

Woningwaarde 2023

310.000

400.000

600.000

800.000

1.000.000

Rioolheffing 2023 Afvalstoffenheffing 2023 OZB 2023 Eigenaar/ gebruiker

186,96 251,72 368,00 806,68

186,96 251,72 474,50 913,18

186,96 251,72 712,00 1.150,68

186,96 251,72 949,50 1.388,18

186,96 251,72 1.187,00 1.625,68

Tabel: tarieven 2024 uitgangspunt Riool en Afval vooralsnog 0% (wordt nog bijgesteld) en OZB +12,0% bij verschillende woningwaardes (in €) Woningwaarde 2024

326.000

420.000

630.000

840.000

1.050.000

Rioolheffing 2024 Afvalstoffenheffing 2024 OZB 2024 Eigenaar/ gebruiker

186,96 251,72 412,00 850,68

186,96 251,72 532,00 970,68

186,96 251,72 797,00 1.235,68

186,96 251,72 1.064,00 1.502,68

186,96 251,72 1.329,00 1.767,68

Wijziging t.o.v. 2023

5,45%

6,24%

7,39%

8,21%

8,73%

* uitgangspunt Afval is basis inclusief 8 ledigingen.

Gezien het hoge percentage geven we u in overweging of de huidige systematiek van indexeren nog de gewenste systematiek is om toe te passen voor de begroting 2024 en/of deze incidenteel aan te passen.

2.2.3

Ontwikkelingen gemeentefonds

Wijzigingen systematiek De gemeentefondsuitkering vormt de grootste inkomstenbron voor gemeenten. Met betrekking tot de indexering heeft het Rijk besloten tot twee belangrijke wijzigingen: 1. Voor de periode 2022–2025 is het volumedeel vastgezet op de stand van de Voorjaarsnota 2022 van het Rijk. Dit betekent dat het gemeentefonds voor die periode alleen nog wijzigt als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. Hierdoor is de financiering vanuit het Rijk stabieler en zijn er minder wijzigingen bij de circulaires. 2. Vanaf 2026 wordt het gemeentefonds niet langer automatisch via de normeringssystematiek geïndexeerd. Daarmee vervalt de koppeling aan de rijksuitgaven (trap op trap af). Het gereserveerde accres vanaf 2026 wordt wel bijgesteld als gevolg van de jaarlijkse loon- en prijsontwikkeling, zoals deze door het CPB geraamd wordt. Bij de Voorjaarsnota is besloten om het gemeentefonds vanaf 2027 te indexeren op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. Het vertrekpunt voor de programmabegroting 2024-2027 De gemeentefondsuitkering, waar we van uitgaan bij het opstellen van de programmabegroting 20242027, wordt conform onze uitgangspunten gebaseerd op de meicirculaire 2023. Deze is eind mei beschikbaar gesteld.

Daarnaast zijn ook de meerjarige effecten van de september- en decembercirculaire 2022, zoals verwerkt bij de 1e Berap 2023, meegenomen in het perspectief. 33

De besteding van de gemeentefondsuitkering De algemene uitkering is een vrij besteedbaar middel voor gemeenten. In het Helmondse beleid zetten we de zogenoemde taakmutaties, de decentralisatie- en integratie-uitkeringen onverkort in voor de betreffende beleidsterreinen.

34

3.

Investeringen

3.1 Uitwerking investeringen 2024 (IVP) en kansrijke investeringen In de programmabegroting 2024-2027 worden de gemaakte keuzes met betrekking tot het investeringsprogramma voor de jaarschijf 2024 aan de raad voorgelegd. Naast het investeringsprogramma (IVP) 2024 wordt in de programmabegroting 2024-2027 een inventarisatie opgenomen van kansrijke investeringen voor latere jaren (2025 en later). Deze vormen weer het vertrekpunt bij de voorjaarsnota 2024. Als voorbereiding op de programmabegroting 2024 en het bijbehorende investeringsprogramma worden bij deze voorjaarsnota investeringswensen benoemd, die de komende jaren een rol gaan spelen in het investeringsbeleid. Openstaande investeringen Het kenmerk van investeringen is dat ze vaak niet binnen een jaar worden uitgegeven. Door een veelvoud van omstandigheden kunnen investeringen vertraging oplopen of juist versneld gerealiseerd worden. Per 1 januari 2023 staat er € 180 miljoen open aan kredieten. Dit is inclusief de vastgestelde investeringen voor 2023 en de meerjarig vastgestelde investeringen, zoals de investeringen voor het IHP fase 1 en De Braak. Daarbij merken we wel op dat deze investeringen vaak al enige jaren geleden zijn gevoteerd waardoor de enorme prijsstijgingen van het afgelopen jaar waarschijnlijk nog zullen leiden tot bijstelling van deze kredieten. Via de reguliere P&C-cyclus leggen we deze aan de raad voor.

In de onderstaande tabel vindt u op hoofdlijnen waar deze openstaande kredieten uit bestaan en de huidige investeringsplanning.

Krediet (bedragen * € 1000)

De Braak IHP Huis voor de Stad Jan van Brabant Sluizen Zwembad Bereikbaarheidsagenda Wijkontwikkeling Hoogspanningsmasten brandevoort Bovenwijkse vz centrum noord Fietsagenda Ondergronds containers Verduurzaming gebouwen Automatisering Onderhoud wegen/groen Sport Cultuur Vri's Bedrijventerreinen natuurnetwerk B5 Overige Totaal autonome ontwikkelingen

openstaande bedragen

37.200 24.300 18.100 19.200 11.200 8.900 3.400 5.500 2.900 6.700 3.400 3.900 1.000 2.900 14.900 1.400 2.300 2.900 1.500 1.400 7.200 180.200

2023

2024

2025

2026

2027

5.000 1.600 17.100 300 0 8.400 2.200 2.000 200 1.700 3.400 2.700 700 2.700 8.700 1.000 300 2.900 800 600 4.900

15.400 3.600 1.000 1.300 500 300 1.200 1.000 1.200 1.000

16.800 7.900

8.000

3.200

6.000 10.700 200

9.000

2.600

700 700 2.000

600 800 2.000

600

600

67.200

37.500

48.100 20.400

6.400

600

35

1.200 300 200 4.300 400 1.300 700 700 1.900

2028

1.900 700

100 400

Investeringsprogramma (IVP) en kansrijke investeringen Zoals aangegeven in de inleiding zijn in de begroting 2023–2026 de investeringen uit onderstaande tabel als kansrijk opgenomen. Bij de begroting 2024-2027 wordt een besluit genomen over de investeringen in jaarschijf 2024 (ca 25 miljoen). De andere jaren zijn kansrijk en komen in latere jaren in het besluitvormingstraject. Aan de vervangingsinvesteringen is jaarschijf 2027 toegevoegd. Nieuwe afwegingen voor nieuw beleid worden meegenomen in de begroting 2024–2027. Het investeringsprogramma voor de jaarschijf 2024 heeft invloed op de vrije ruimte van het kapitaallastenplafond vanaf 2025, omdat een investering het volgende jaar na gereedmelding pas kapitaallasten gaat genereren. Als nieuwe afwegingen worden toegekend, heeft dit effect op de ruimte in de kapitaallasten. Het investeringsprogramma 2024 en de kansrijke investeringen 2025-2027 op basis van de begroting 2023–2026 zijn in onderstaande tabel weergegeven. Hierbij maken we onderscheid tussen vervangingsinvesteringen, die vrijwel jaarlijks om een nieuwe investering(tranche) vragen en incidentele investeringen als gevolg van nieuw beleid, waarbij vervanging niet periodiek aan de orde is. De vervangingsinvesteringen hebben een noodzakelijk karakter en hebben een hogere prioriteit dan de investeringen als gevolg van nieuw beleid. Bedragen x € 1.000

Progr. Investeringsprogramma 2024

4 4 4 6 6 6 6 11 11 11 11 11 11 11 11 12 12 12 12 AD 6 8 9 9 10 10 10 10 11 12 AD

2024 IVP

Vervangingsinvesteringen Speelvoorzieningen Skatevoorzieningen Onderwijshuisvesting: Integraal Huisvestingsprogramma Vervanging sportvelden Meerkosten de Braak Dekking Ons Middelbaar Onderwijs Dekking incidentele middelen Wegen regulier Opwaarderen openbare verlichting Vervanging verkeerregelinstallaties (VRI's) Openbaar groen Vervanging bomen Vervanging natuur en recreatie Kasteel Traverse Deurneseweg Rioleringszorg (kostendekkend via rioolrecht) dekking rioolrecht Vervanging containers dekking afvalstoffenheffing Onderhoud en vervanging van de ICT-infrastructuur Nieuw beleid Projecten cultuur Wonen Vergroten aantrekkelijkheid Centrum Wijkinvesteringen - herstructurering en leefbaarheidsvraagstukken 30km-zones in Helmond-Noord en Dierdonk Uitvoering Fietsagenda Helmond Regionale Bereikbaarheidsagenda Flankerende maatregelen N279 Vergroenen van de stad Uitvoering Natuurontwikkeling in kader van B5-bod Verduurzamen gemeentelijk vastgoed Totaal investeringen vervanging en nieuw beleid

36

2025 2026 2027 Kansrijke investeringen

Totaal

250 65 PM 700 0 0 0 4.000 700 1.420 495 450 150 2.500 1.500 1.793 -1.793 60 -60 704

250 0 PM 300 4.800 -1.200 -3.600 3.600 700 1.710 450 450 150 0 0 1.793 -1.793 60 -60 773

250 0 PM 300 0 0 0 3.600 700 1.870 450 450 150 0 0 1.793 -1.793 60 -60 773

250 0 PM 300 0 0 0 3.600 700 1.870 450 450 150 0 0 1.793 -1.793 60 -60 773

1.000 65 0 1.600 4.800 -1.200 -3.600 14.800 2.800 6.870 1.845 1.800 600 2.500 1.500 7.172 -7.172 240 -240 3.023

1.250 350 0

1.375 350 3.000

150 350 0

0 0 0

2.775 1.050 3.000

525

900

850

0

2.275

750 2.250 3.000 0 1.075 250 250 24.487

0 2.450 3.000 2.500 1.075 0 250 29.936

0 1.125 2.000 0 1.075 0 0 15.946

0 0 2.000 0 0 0 0 12.396

750 5.825 10.000 2.500 3.225 250 500 82.765

Sparen voor toekomstige opgaven Naast de bovenstaande kansrijke investeringen uit de programmabegroting 2023 liggen er voor de komende jaren ook nog grote investeringsopgaven, bijvoorbeeld IHP fase II, BSD, Stationskwartier, Stadse AA en uitgaven op het gebied van duurzaamheid, mobiliteit en schaalsprong. Deze investeringen vragen vanaf 2024 veel middelen, die nu niet beschikbaar zijn. Voor een aantal van deze investeringen geldt dat ze een langere termijn kennen, waarbij wij in overweging geven om te gaan sparen voor deze uitgaven door middel van een jaarlijkse storting (bijvoorbeeld een gedeelte van het jaarrekeningresultaat) in een nieuwe, daarvoor te bestemmen reserve. Wij geven u in overweging om te gaan sparen voor de verwachte grote uitgaven. Dekking hiervoor kan worden gevonden middels een (gedeeltelijke) storting van het jaarrekeningresultaat.

3.2 Realisatiekracht Om te bepalen in hoeverre de openstaande kredieten/investeringen en nieuwe wensen uitvoerbaar zijn, worden ze in aanloop naar de begroting 2024 – 2027 opnieuw beoordeeld en realistisch geraamd. Hierbij leggen we de relatie met het ambitieakkoord en houden we rekening met het realisatievermogen van de organisatie. Gemiddeld blijkt dat onze organisatie € 30-60 miljoen per jaar aan investeringen kan wegzetten. De optelsom van de openstaande kredieten (€ 37 miljoen), de kansrijke investeringen 2024 (€ 24 miljoen) en investeringen voor toekomstige opgaven (PM) kunnen niet allemaal in één jaar worden gerealiseerd. Wij geven u in overweging om aan te geven welke projecten we prioriteit moeten geven en welke projecten getemporiseerd en/of gestopt mogen worden.

Wijzigingen in de uitgavenplanning van de investeringen hebben effect op de ruimte van het kapitaallastenplafond. Door investeringen te temporiseren ontstaat in de eerste jaren (incidentele) ruimte in het kapitaallastenplafond. In latere jaren is het beslag op het kapitaallastenplafond juist hoger, waardoor de ruimte om nieuwe investeringen te doen, afneemt.

37

4.

Risico's

4.1 Overzicht van risico’s De inventarisatie van de risico’s en daarmee de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit, geschiedt binnen de gemeente Helmond door de specifieke risico’s financieel te kwantificeren en algemene risico’s te benoemen. De specifieke risico’s zijn risico’s die van toepassing zijn op Helmond. Allereerst wordt een inschatting gemaakt van de kans dat dit risico zich voordoet. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • • • •

Leningen en borgstellingen (factor 0,05); Zeer klein (factor 0,1); Klein (factor 0,25); Midden (factor 0,5); Groot (factor 0,8); Zeer groot (factor 0,9).

Voor een aantal risico’s zijn al beheersmaatregelen genomen. De kwantificering van deze beheersmaatregel brengen we in mindering op het risico. Per saldo ontstaat dan een restrisico. Het totaal aan restrisico resulteert dan in de benodigde weerstandscapaciteit. Naast de specifieke risico’s kennen alle gemeenten ook algemene risico's. De verschillende risico’s lichten we in de volgende paragraaf toe. Specifieke risico's In onderstaand overzicht staan de gekwantificeerde risico’ en hiermee de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit van de gemeente Helmond. (Bedragen x 1.000)

Nr. Risico's

I/S

kans

Grondslag risico's

Beheersing Dekking Restrisico

1.

I

0,5

100

50

Juridische claims

Reserve Sociaal 1.350 Domein Alg. res. Senzer/ 2.790 Reserve I-deel Reserve SD/ 2.500 Veiligheidsventiel

2a. Openeinderegeling WMO/Jeugd

I

0,5

2b. Participatiewet BUIG

I

0,1

I/S

0,1

3a. Verstrekte geldleningen

I

0,05

19.500

975

3b. Borgstellingen

I

0,05

61.600

3.080

4.

Leegstand Vastgoed

I

0,1

5.500

550

5.

Vennootschapsbelasting

I/S

0,8

1.000

800

6.

Fiscale claims

I

0,2

PM

PM

7.

Cyberrisico's

I

0,1

12.000

1.200

8.

Calamiteiten

I

0,1

6.000

2c.

9.

Externe positionering sociale teams

Claim afval

10. Prijsontwikkeling bouwkosten

I

0,9

1.900

I

0,5

6.000

Risico's Algemeen 11. Grondbedrijf

675

0

279

0

250

0

600 Reserve Afvalstoffen

1.710

0 3.000 10.255

57.100

Totale restrisico Algemeen en Grondbedrijf

57.100 67.355

38

Voor een verdere toelichting op de bovenstaande risico’s verwijzen we naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de nog toe te zenden jaarrekening 2022.

4.2 Omvang weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit is gedefinieerd als: alle middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om risico’s te dekken, zonder dat de begroting en het beleid hiervoor aangepast dienen te worden. De beschikbare weerstandscapaciteit kent zowel een incidentele als een structurele component. Voor de bepaling van het weerstandsvermogen wordt uitgegaan van de stand bij de jaarrekening 2022: (bedragen x € 1.000)

Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve vrij aanwendbaar Algemene reserve grondbedrijf Post onvoorzien incidenteel Incidentele weerstandscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit Structurele weerstandscapaciteit Totale weerstandscapaciteit

81.980 61.607 250 143.837 3.974 3.974 147.811

Incidentele weerstandscapaciteit € 144 miljoen De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit het vrij aanwendbaar deel van de algemene reserve, de algemene reserve grondbedrijf en de post voor onvoorzien. Omvang onbenutte belastingcapaciteit De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de onbenutte belastingcapaciteit. De gemeente Helmond kan haar belastingen verhogen en haar heffingen kostendekkend maken om financiële tegenvallers op te vangen. De omvang van de onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte tussen de feitelijke opbrengst uit het totaal van de onroerendezaakbelasting, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing enerzijds en de opbrengst die de gemeente zou moeten realiseren als zij een beroep zou doen op een aanvullende bijdrage op grond van artikel 12 van de Financiële verhoudingswet (de zogenaamde artikel 12-norm) anderzijds. Volgens die norm moeten de afvalstoffenheffing en de rioolheffing 100% kostendekkend zijn. Berekening onbenutte belastingcapaciteit (bedragen x € 1.000)

Belastingcapaciteit OZB Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal

Huidige inkomsten 23.513 10.814 8.795 43.122

Maximale inkomsten* 27.487 10.814 8.795 47.096

Onbenutte capaciteit 3.974 0 0 3.974

* Dit is de opbrengst aan OZB-belastingen, wanneer de tarieven gelijk zouden zijn aan de artikel 12-norm (0,1800% van de WOZ- waarde). Voor Afvalstoffen- en Rioolheffing geldt dat kostendekking wordt bepaald op begrotingsbasis.

39

4.3 Ratio’s Ratio weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (middelen die beschikbaar zijn om risico’s te dekken) en benodigde weerstandscapaciteit (de risico’s die de gemeente loopt) van de gemeente Helmond. Deze relatie wordt uitgedrukt in een ratio weerstandsvermogen. Voor de gemeente Helmond bedraagt deze: € 147,8 miljoen / € 67,4 miljoen

=

2,19

Een ratio die lager is dan 1,0 duidt op een kwetsbare financiële positie, omdat de beschikbare weerstandscapaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. De berekende ratio van 2,19 voldoet aan de streefwaarde zoals opgenomen in de financiële verordening van minimaal 1,5. Financiële positie Met financiële kengetallen kan de financiële toestand van de gemeente worden gemeten en beoordeeld. Kengetallen stellen het bestuur in staat snel inzicht te krijgen in de stand van zaken op een aantal deelgebieden. Voor de begroting 2023 zijn vijf kengetallen berekend, die het volgende beeld geven: Financële kengetallen

Jaarstukken

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

1.a Netto schuldquote

36,1%

34,6%

28,8%

38,5%

38,6%

44,8%

1.b Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

17,3%

34,6%

28,8%

38,5%

38,6%

44,8%

2.

Solvabiliteitsratio

51,7%

54,8%

58,1%

52,2%

51,5%

49,9%

3.

Structurele exploitatieruimte

4,6%

0,2%

2,1%

0,0%

-0,3%

-2,1%

4.

Grondexploitatie

31,8%

31,3%

28,5%

22,8%

18,9%

18,0%

5.

Belastingcapaciteit

96,3%

97,0%

89,4%

89,4%

89,4%

89,4%

De financiële positie kan beoordeeld worden aan de hand van de ratio’s solvabiliteit en netto schuldquote. Bij de herziening van het financieel beleid zijn normen vastgesteld voor de financiële positie. Om aan te sluiten bij de gemiddelde ratio’s van gemeenten met een vergelijkbare grootte, is de solvabiliteit minimaal 30% en de netto schuldquote 75%. Door de financiële positie te visualiseren is in één oogopslag duidelijk hoe de gemeente Helmond ervoor staat. De groene lijn illustreert onze norm en de kleurvakken sluiten aan op de signaleringsgrenzen van de provincie, waarbij rood slecht is, geel matig en groen goed.

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12909007/3