RN 054 Jaarverantwoording 2020
Tekst van het document
Verwerking compensatiemaatregelen 2020 op een later moment In het derde steunpakket corona zijn ook een aantal compensatiemaatregelen opgenomen die betrekking hebben op 2020 maar waarvan de exacte verdeling en het bedrag per gemeente nog niet bekend is. Deze zijn ook in de eerdergenoemde raadsinformatiebrief benoemd. Over de financiële consequenties hiervan informeert het Rijk ons op een later moment. In verband met het ontbreken van een concrete toekenning en beschikking van deze middelen, verwerken we deze middelen niet in deze jaarrekening over 2020. De verwerking zal plaatsvinden in 2021 na de formele beschikking van de bedragen aan onze gemeente.
92
Overzicht per hoofdproduct Toelichting afwijking hoofdproduct 910 Organisatie algemeen Dit hoofdproduct laat een voordelig saldo zien van € 4,1 miljoen. Bij de 2e Bestuursrapportage 2020 is een voordeel van ruim € 3,3 miljoen gepresenteerd dat ook in het saldo van dit hoofdproduct tot uitdrukking komt. Zoals ook is vermeld bij de toelichting op de reserves is er in 2020 550k minder ingezet voor organisatieontwikkeling. Toelichting afwijking verrekening met de reserves hoofdproduct 910 Organisatie algemeen Dit hoofdproduct heeft een nadelig saldo van € 549.000. Het saldo wordt met name veroorzaakt door lagere onttrekking van € 500.000 van de reserve organisatieontwikkeling. Deze lagere onttrekking heeft een incidenteel karakter en wordt veroorzaakt door minder inhuur voor specifieke expertise dan verwacht. Een aantal grote trajecten wordt in 2021 verder opgepakt. Toelichting afwijking hoofdproduct 944 Overige financiële middelen Dit hoofdproduct heeft een nadelig saldo van € 711.000. Dit wordt voor het grootste deel veroorzaakt door een nadeel op de renteomslag van per saldo € 565.000. Conform de voorgeschreven systematiek van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) wordt het renteomslagpercentage bij de begroting berekend.
Het gehanteerde omslagpercentage was 1%, maar de prognose was dat het werkelijke omslagpercentage lager zou zijn, namelijk 0,76%, met een positief resultaat van € 565.000 tot gevolg. Echter bij de herrekening van het renteomslagpercentage bij deze jaarrekening op basis van de realisatie bedroeg het renteomslagpercentage 0,69%. Dit is een afwijking groter dan 25% en het BBV schrijft dan een verplichte correctie voor. Deze is doorgevoerd, waarbij de werkelijke rentelasten van 0,69% zijn doorbelast naar de programma's. Door deze lagere doorbelasting ontstaat een voordeel op de programma's. Het bij de begroting geprognosticeerde positieve resultaat van € 565.000 op dit hoofdproduct wordt daardoor niet gehaald en leidt tot een nadeel. De budgetten voor kosten betalingsverkeer, overige bancaire kosten en dividenduitkeringen geven een voordeel van € 135.000. Dit komt vooral doordat we geen debetsaldi op onze bankrekeningen hebben en dus geen rente hoeven te betalen. Het garantieproduct ABN AMRO is per 3 september 2020 beëindigd. Hierbij is een bedrag uitgekeerd van bijna € 5,2 miljoen (het gegarandeerd resultaat van ruim € 5 miljoen en extra rendement). De marktwaarde van de belegging per de einddatum van drie september 2020 is lager is dan de marktwaarde van ruim € 5,4 miljoen op onze balans per 1 januari 2020.
Dit samen met de beheerkosten voor de belegging geeft een nadeel van € 280.000. Toelichting afwijking hoofdproduct 970 Algemene uitkeringen Het resultaat op de gemeentefondsuitkering 2020 is bovenaan deze paragraaf afzonderlijk toegelicht. Voor de verplichtingen die nog in 2021 moeten worden besteed, is een voorstel tot resultaatbestemming ingediend. Toelichting afwijking hoofdproduct 991 Overhead Dit hoofdproduct laat een voordelig saldo zien van € 236.000. Binnen dit hoofdproduct maken we onderscheid tussen materiele budgetten en personele budgetten. Samen met HP992 resteert er op personeel een tekort van ongeveer 0,5 miljoen. Dit tekort wordt veroorzaakt door minder rendabele uren en hogere kosten voor inhuur. Dit resulteert in een lagere doorbelasting naar de programma’s.
93
Toelichting afwijking verrekening met de reserves hoofdproduct 991 Overhead Dit hoofdproduct heeft een voordelig saldo van € 278.000. Het saldo wordt veroorzaakt door een lagere toevoeging aan de reserve ERD WGA en ZW. Daarnaast zijn er een aantal lagere onttrekkingen uit reserves zoals Huis voor de stad en de reserve automatisering. Bij het Huis voor de stad hebben nog niet alle werkzaamheden voor de (verplaatsing van de) automatiseringsomgeving plaatsgevonden in 2020. Dit zal in 2021 alsnog afgerond worden. Vanwege vertraging van de implementatie van het financieel pakket vinden een deel van de werkzaamheden nog in 2021 plaats. Toelichting afwijking hoofdproduct 992 Doorbelasting overhead Dit hoofdproduct laat een nadelig saldo zien van € 644.000. De extra te realiseren overhead is niet volledig gerealiseerd. De doorbelasting naar de programma’s valt hierdoor lager uit waardoor de voordelen verspreid in de jaarrekening landen. Dit hoofdproduct dient samen genomen te worden met HP991.
94
5
Paragrafen
95
5.1
Lokale heffingen
5.1.1
Uitgangspunten tarievenbeleid
Het inflatiecorrectiepercentage voor belastingtarieven voor 2020 bedroeg 1,8%. Daar waar een afwijkend percentage van toepassing was wordt dit vermeld in de onderstaande tekst. Daarnaast mogen de tarieven van rechten die vallen onder een wettelijke beperking (m.n. leges, rioolheffing en afvalstoffenheffing) maximaal kostendekkend zijn. De corona-crisis heeft dit jaar nadrukkelijk haar stempel gedrukt op de belastingheffing, met name daar waar het om belastingheffing voor (een deel van de) bedrijven gaat. Inkomsten van marktgelden, leges, toeristenbelasting vallen beduidend lager uit dan geraamd. Voor de precariobelasting geldt zelfs, dat een belangrijk deel van de tarieven op nul is gezet via een wijziging van de verordening. Hiermee wilde de gemeente de zwaarst getroffen sectoren zoals horeca en detailhandel lucht bieden in deze moeilijke periode.
5.1.2
Ontwikkeling woonlasten
Een belangrijk uitgangspunt tijdens deze bestuursperiode was in het coalitieakkoord vastgelegd: een gemeentelijke lastendruk (OZB, riool- en afvalstoffenheffing) die voor de inwoners in zijn totaliteit – exclusief de inflatiecorrectie – niet omhoog mocht gaan. Voor het jaar 2020 is het hiervoor genoemde percentage voor de inflatiecorrectie, zijnde 1,8% toegepast. De woonlasten kunnen worden bekeken vanuit het perspectief van de gebruiker van een woning (meestal de huurder), maar ook vanuit dat van de eigenaar van dat pand. Belastingen die tot woonlasten voor gebruikers leiden: Jaar Rioolheffing Afvalstoffenheffing 2017 2018 2019 2020
225,96 212,28 210,00 201,72
(bedragen x € 1.000)
Totaal
198,96 199,80 203,40 213,12
424,92 412,08 413,40 414,84
Verandering totaal t.o.v. voorgaand jaar -4,81% -3,02% 0,32% 0,35%
Als er sprake is van een woning waarvan de eigenaar ook gebruik maakt, betaalt deze ook Onroerendzaakbelasting (OZB). Hier is duidelijk te zien, dat de meerjarige ontwikkeling gematigd is, waarbij de gemiddelde stijging beperkt blijft tot net onder de inflatiecorrectie. Over de periode 2017 tot en met 2020 zijn de gemiddelde woonlasten in totaal met 2,0% gestegen. Belastingen die tot woonlasten voor eigenaren/gebruikers leiden: Jaar OZB* Rioolheffing Afvalstoffenheffing 2017 2018 2019 2020
321,00 336,50 340,00 346,00
225,96 212,28 210,00 201,72
198,96 199,80 203,40 213,12
(bedragen x € 1.000)
Totaal
745,92 748,58 753,40 760,84
* Voor de bepaling van de OZB-lasten is uitgegaan van de gemiddelde waarde van een woning van € 197.000 in 2017, tegen € 228.000 voor het belastingjaar 2020.
96
Verandering totaal t.o.v. voorgaand jaar 0,47% 0,36% 0,64% 0,99%