RN 048 Bijlage 2 Nota beantwoording zienswijze onttrekkingsbesluit
Tekst van het document
Nota van zienswijzen, Onttrekking aan het openbaar verkeer van het parkeerterrein op de hoek Dorpsstraat-Kloosterstraat te Stiphout. 1.
Inleiding
Op 26 januari 2024 is een ontwerpbesluit ter inzage gelegd met het voornemen om het parkeerterrein, gelegen op de hoek van de Dorpsstraat 38 en Kloosterstraat te Stiphout, op de percelen kadastraal bekend als Stiphout B 3998 en B 3999, te onttrekken aan het openbare verkeer en een nieuw te realiseren parkeerterrein als openbare weg in de zin van de Wegenwet te bestemmen. Het ontwerp-onttrekkingsbesluit met bijbehorende stukken heeft met ingang van die datum gedurende zes weken, tot en met 8 maart 2024, ter inzage gelegen in de Stadswinkel van de gemeente Helmond en was digitaal in te zien via gemeenteblad en de website van de gemeente. Gedurende de hiervoor genoemde termijn van zes weken heeft eenieder zienswijzen kunnen indienen op het ontwerpraadsbesluit en de bijbehorende stukken. Van deze zienswijzemogelijkheid is op de wettelijk voorgeschreven wijze kennis gegeven door toezending van het ontwerpraadsbesluit naar belanghebbenden, en door bekendmaking van de terinzagelegging van het ontwerpraadsbesluit met bijlagen in het digitale Gemeenteblad van de gemeente Helmond. In deze Nota van zienswijzen worden de ingekomen zienswijzen gericht samengevat en voorzien van een beantwoording. Daarbij is aangegeven of het ontwerpraadsbesluit en het bijbehorende voorstel naar aanleiding van de ingediende zienswijzen al dan niet gewijzigd worden vastgesteld.
De beantwoording van de ingediende zienswijzen vindt plaats aan de hand van de onderwerpen die in de verschillende zienswijzen naar voren zijn gebracht. Hierdoor wordt voorkomen dat bij de beantwoording onnodig in herhaling wordt vervallen. Veel zienswijzen hebben namelijk betrekking op dezelfde onderwerpen. Er is daarbij geprobeerd een logische volgorde aan te brengen in de verschillende onderwerpen. Vervolgens is de lijst met individuele zienswijzen opgenomen, waarbij in de beantwoording wordt verwezen naar de nummers van de betreffende onderwerpen. Mocht de zienswijze betrekking hebben op een onderwerp dat is aangepast in het raadsvoorstel, dan wordt dit in de conclusie opgemerkt (ongeacht of de specifieke zienswijze heeft geleid tot aanpassing van het raadsvoorstel). Tot slot is als bijlage bij deze Nota van zienswijzen een lijst met indieners opgenomen, gekoppeld aan de verschillende nummers. Zo kan iedere indiener zien welk nummer aan zijn of haar zienswijze is gekoppeld. 2.
Overzicht indieners zienswijze
In totaal zijn er 516* zienswijzen ontvangen waarvan twee zienswijzen zijn voorzien van respectievelijk 39 en 23 handtekeningen. Een lijst van alle indieners met de bijbehorende nummers is als bijlage bij deze Nota van zienswijzen opgenomen. *Op 13 juni 2024 zijn de zienwijzen van Dhr. Van Ledden en van de Wijkraad Stiphout-Warande toegevoegd omdat deze zienswijzen niet bij de eerdere stukken zaten maar wel tijdig zijn ingediend.
In de hierna volgende tabel hebben we een samenvatting van de verschillende onderwerpen opgenomen en van antwoord voorzien.
1
Nota van zienswijzen, Onttrekking aan het openbaar verkeer van het parkeerterrein op de hoek Dorpsstraat-Kloosterstraat te Stiphout. 3.
Beantwoording per onderwerp
Onderwerp 1. Beoordelingskader
Samenvatting inhoud zienswijze(n) Het onttrekkingsbesluit kan niet worden genomen omdat er geen omgevingsvergunning is verleend voor het bouwplan van het gezondheidscentrum. Ook is het niet aannemelijk dat alsnog een omgevingsvergunning voor het bouwplan kan worden verleend, omdat er diverse gebreken aan het bouwplan kleven. Verder zijn er ook privaatrechtelijke belemmeringen die in de weg staan bij de realisatie van het bouwplan.
Beantwoording Wij hebben geconstateerd dat veel zienswijzen betrekking hebben op de inhoud van het bouwplan van het toekomstige gezondheidscentrum met bijbehorende appartementen. Het is daarom goed om het beoordelingskader voor dit onttrekkingsverzoek uiteen te zetten, zodat duidelijk is welke onderwerpen wel of niet een rol kunnen spelen bij de beoordeling van het nu voorliggende raadsvoorstel. Het voorliggende raadsvoorstel bestaat uit twee onderdelen: het onttrekken van het huidige ’oude’ parkeerterrein op de hoek van de Kloosterstraat en Dorpsstraat aan de openbaarheid, en het verlenen van medewerking aan het toekennen van de bestemming openbare weg aan het feitelijk al aanwezige ’nieuwe’ parkeerterrein. Het nieuwe parkeerterrein bestaat uit delen van het oude parkeerterrein en het terrein achter de monumentale woningen aan de Kloosterstraat 9-11. Op het nieuwe parkeerterrein worden na de realisatie van het bouwplan 26 parkeerplaatsen beschikbaar gesteld als openbare parkeerplaatsen, waar eenieder kan parkeren. Naast de monumentale woningen ligt een strook die eveneens als één parkeerplaats is meegerekend. Het onttrekken van een weg aan de openbaarheid is een bevoegdheid die op grond van artikel 9 van de Wegenwet toekomt aan de gemeenteraad.
Bij het nemen van een onttrekkingsbesluit dient de gemeenteraad de betrokken belangen op een evenwichtige wijze tegen elkaar af te wegen. Het spreekt voor zich dat bij deze belangenafweging het moet gaan om de betrokken belangen. Oftewel: de belangen die samenhangen met de rechtsgevolgen van het onttrekkingsbesluit zelf, en niet met andere besluiten die hier vanuit juridisch oogpunt los van staan. Verder is van belang dat de raad een ruime mate van beleidsen beslissingsruimte heeft bij de beoordeling van onttrekkingsverzoeken. De aanleiding voor het onttrekkingsverzoek is het verzoek van GHC, dat op deze locatie een gezondheidscentrum wil realiseren. Bij de beoordeling van het verzoek van GHC en het belang van GHC bij dat verzoek hoeft niet vooruit te worden gelopen op de beoordeling door het college van de omgevingsvergunning voor het bouwplan. Het is juist andersom. Ervan uitgaande dat het parkeerterrein een openbare weg is in de zin van de Wegenwet – hetgeen nog onderwerp is van een hoger beroepsprocedure – is voor het verlenen van de gevraagde omgevingsvergunning nodig dat wij eerst medewerking verlenen aan de onttrekking van het parkeerterrein aan de openbaarheid. Het belang van GHC is er in gelegen dat haar aanvraag om een omgevingsvergunning niet op voorhand moet worden afgewezen omdat zij bouwt op een openbare weg.
Wij hebben geen aanleiding voor de veronderstelling dat de aanvraag van GHC evident niet tot vergunningverlening kan leiden. Daarmee heeft GHC naar ons oordeel een voldoende duidelijk belang bij het onttrekken van haar perceel aan de openbaarheid. Veel onderwerpen die in de zienswijzen worden genoemd hebben betrekking op de inhoudelijke beoordeling van het bouwplan. Het gaat hierbij onder meer om ruimtelijke bezwaren, zoals de onderbouwing van de parkeerbehoefte en de (financiële) uitvoerbaarheid van het bouwplan, waarbij de anterieure overeenkomst tussen de gemeente en GHC een rol speelt. De beoordeling van het bouwplan
2
Nota van zienswijzen, Onttrekking aan het openbaar verkeer van het parkeerterrein op de hoek Dorpsstraat-Kloosterstraat te Stiphout. vindt echter pas plaats bij de beoordeling van de aanvraag van de omgevingsvergunning. Wij kunnen niet op deze beoordeling vooruitlopen. Dat betekent dus ook dat wij bezwaren tegen het bouwplan die in deze zienswijzeprocedure zijn ingediend niet in deze procedure beoordelen. De eerder verleende omgevingsvergunning voor het bouwplan is vernietigd en er is nog geen nieuwe omgevingsvergunning verleend. Het college van B&W besluit pas na het besluit over het onderhavige onttrekkingsverzoek over een eventuele nieuwe omgevingsvergunning. Indien die vergunning wordt verleend dan staat het belanghebbenden vrij om hun bezwaren tegen het bouwplan alsnog aan te voeren. De huidige onzekerheid of een omgevingsvergunning voor het bouwplan wordt verleend, is evenmin bepalend voor de beoordeling van de verzochte onttrekking. Op dit moment is het zo dat GHC tijdelijk 23 parkeerplaatsen ter beschikking heeft gesteld voor eenieder om te parkeren. GHC heeft verzocht om het te realiseren parkeerterrein, dat in de uiteindelijke situatie bestaat uit 26 parkeerplaatsen (waarover in het vervolg meer), te bestemmen als openbare weg.
De parkeerstrook naast de monumentenwoningen aan de Kloosterstraat 9-11 is niet openbaar maar telt wel mee in het totaal (27 parkeerplaatsen) omdat de woningen met de bijbehorende parkeerplaats onderdeel zijn van de vergunningaanvraag. Deze 26 openbare parkeerplaatsen komen op het terrein waarop de tijdelijke parkeerplaatsen beschikbaar zijn gesteld. Als de gemeenteraad besluit om in te stemmen met het raadsvoorstel, dan wordt het nieuwe parkeerterrein een openbare weg in de zin van de Wegenwet. Op GHC rust dan de wettelijke plicht om de parkeerplaatsen in stand te laten. Mocht GHC deze verplichting niet nakomen, dan kan het college desnoods handhavend optreden om GHC ertoe te bewegen het parkeerterrein open te stellen en te houden voor het openbare verkeer. Verder zijn er ook geen privaatrechtelijke belemmeringen die in de weg staan aan de verzochte onttrekking. Eventuele privaatrechtelijke belemmeringen staan niet in de weg aan de mogelijkheid om een parkeerterrein aan de openbaarheid te onttrekken. De omvang van de gevestigde zakelijke rechten wordt niet op enige wijze geraakt door de onttrekking. Ook ten aanzien van deze bezwaren geldt dus dat deze bezwaren pas een rol kunnen spelen bij het beoordelen bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning.
De conclusie is dat de eventuele bezwaren die betrekking hebben op het bouwplan en de omstandigheid dat een omgevingsvergunning voor het bouwplan momenteel ontbreekt niet in de weg staan aan het onttrekkingsbesluit. De gemaakte belangenafweging en de daarvoor relevante omstandigheden worden in het vervolg van deze Nota van zienswijzen nader toegelicht. 2. Voorschriften Er is op 30 juni 2004 een bouwvergunning door de gemeente Vooropgesteld is de vraag of in strijd wordt gehandeld met de voorschriften die verbonden zijn aan de bouwvergunning 2004 aan zichzelf verleend, op grond waarvan op het bij het bouwvergunning, een handhavingskwestie. Deze handhavingskwestie staat los van de vraag of wij tot / anti-dubbeltelregel multifunctioneel centrum behorende terrein 24 parkeerplaatsen onttrekking van het parkeerterrein aan de openbaarheid mogen besluiten. Het is daarbij overigens nog moeten worden aangelegd en in stand moeten worden maar de vraag of het voorschrift nog geldend is en aan GHC kan worden tegengeworpen. Partijen zijn gehouden. Ook moet een ruimte van 100 m2 worden daarover nog in een juridische discussie verwikkeld. gereserveerd en in stand worden gehouden voor de stalling van fietsen.
Deze voorschriften staan in de weg aan de Het voorschrift uit de bouwvergunning verplicht de gemeente als vergunninghouder om op het bij het onttrekking van het parkeerterrein aan de openbaarheid. multifunctioneel centrum behorende terrein 24 parkeerplaatsen aan te leggen en in stand te houden.
3
Nota van zienswijzen, Onttrekking aan het openbaar verkeer van het parkeerterrein op de hoek Dorpsstraat-Kloosterstraat te Stiphout. Hierbij wordt ook gewezen op de anti-dubbeltelregeling van artikel 3.2.4 Bro (oud), op grond waarvan eenmaal aangewezen parkeerplaatsen voor een ander bouwplan niet opnieuw kunnen worden gebruikt bij het oplossen van de parkeerbehoefte voor een nieuw bouwplan.
Daarbij is niet vermeld of dit al dan niet op de openbare weg dient plaats te vinden. De onttrekking van het parkeerterrein aan de openbaarheid maakt niet dat het voorschrift uit de bouwvergunning zou komen te vervallen. In het verzoek van GHC gaat de openbare weg uiteindelijk 26 parkeerplaatsen omvatten. Dat is meer dan de 24 in de situatie die de vergunning voorschrijft. Dat neemt niet weg dat het college het voorschrift kan intrekken en ons heeft laten weten daartoe ook het voornemen te hebben, omdat een nieuw openbaar parkeerterrein beschikbaar zal zijn dat, na de realisatie van het bouwplan, ruimte biedt aan 26 parkeerplaatsen. Aan de te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwplan zal een voorschrift worden verbonden, waarmee GHC wordt verplicht om op het nieuwe parkeerterrein tenminste 26 openbare parkeerplaatsen aan te leggen en in stand te houden. Voor de tijdelijke situatie – te weten de situatie tot de start van de bouw – heeft GHC toegezegd op het als openbaar te bestemmen parkeerterrein 23 parkeerplaatsen beschikbaar te stellen voor eenieder om daar te parkeren. Hoewel wij ons realiseren dat het aantal parkeerplaatsen ten opzichte van de vergunde situatie er een minder is dan is voorgeschreven in het voorschrift uit de bouwvergunning, zijn wij van oordeel dat de tijdelijke beschikbaarstelling van 23 parkeerplaatsen hier aanvaardbaar is.
Hierbij is relevant dat in de huidige, tijdelijke situatie de parkeerbehoefte in de directe omgeving lager is dan ten tijde van het verlenen van de bouwvergunning in 2004, omdat toen ook gebruikers van de voormalige cafézaal ’t Aambeeld gebruik maakten van de parkeerplaatsen. Dat is nu niet het geval. Ook is het beoogde gezondheidscentrum met bijbehorende appartementen, dat een eigen parkeerbehoefte heeft, in de tijdelijke situatie niet aanwezig. Bovendien kan de extra parkeerplaats, indien en voor zover die benodigd zou zijn in de huidige feitelijke situatie, worden opgevangen in het omliggende openbare gebied. De parkeerbalans, die bij het ontwerpraadsbesluit is opgenomen, wijst uit dat er voldoende parkeergelegenheid beschikbaar is in de directe omgeving van het parkeerterrein om de eventuele extra parkeerdruk te kunnen opvangen. Deze omstandigheden maken dat wij het aanvaardbaar vinden dat in de tijdelijke situatie wordt volstaan met de beschikbaarstelling van 23 parkeerplaatsen. Voor de voorgeschreven fietsenstalling van 100 m2 geldt dat deze nimmer is gerealiseerd. In de oude, feitelijke situatie werden fietsen door de gebruikers van het multifunctioneel centrum en het fanfaregebouw gestald tegen de muren van het gebouw in de aldaar aanwezige fietsenrekken.
Deze situatie verandert niet met de onttrekking van het parkeerterrein aan de openbaarheid, omdat de strook van het parkeerterrein waar de fietsen geparkeerd stonden ook wordt aangewezen als openbare weg. Het enige verschil is dat er tussen het nieuwe parkeerterrein en de stoep een zeer smalle groenstrook wordt aangebracht. Deze groenstrook vormt geen belemmering om fietsen te blijven stallen op de strook voor het multifunctioneel centrum en het fanfaregebouw. Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit.
4
Nota van zienswijzen, Onttrekking aan het openbaar verkeer van het parkeerterrein op de hoek Dorpsstraat-Kloosterstraat te Stiphout. 3. Aantal parkeerplaatsen oude situatie
Het aantal parkeerplaatsen in de oude situatie is te laag becijferd. Er zouden niet 21, maar tot wel 27 parkeerplaatsen aanwezig zijn geweest.
Op basis van luchtfoto’s van het oude parkeerterrein voordat dit grotendeels is ontmanteld, valt te zien dat er 23 parkeerplaatsen waren ingetekend. Echter werden niet alle parkeerplaatsen ook daadwerkelijk gebruikt. Zo waren er twee parkeerplaatsen, direct grenzend aan het hekwerk, zo smal dat hier feitelijk nooit auto’s op werden geparkeerd omdat daarvoor geen ruimte was. Hierdoor waren er feitelijk slechts 21 parkeerplaatsen beschikbaar op het oude parkeerterrein. Doordat er effectief 21 parkeerplaatsen verdwijnen ten opzichte van de eerdere feitelijke situatie, heeft GHC toegezegd tenminste 23 parkeerplaatsen beschikbaar te stellen om op te parkeren totdat wordt gestart met de bouw van het gezondheidscentrum. Die plaatsen zijn op dit moment daadwerkelijk aanwezig en kunnen niet worden verwijderd als het nieuwe parkeerterrein tot openbare weg wordt bestemd. Hiermee wordt voorkomen dat er in de toekomst minder parkeergelegenheid beschikbaar zou zijn dan er voorheen feitelijk was. Een eventuele verslechtering ten opzichte van de feitelijke situatie voorheen is bovendien ook niet doorslaggevend voor de vraag of medewerking mag worden verleend aan het onttrekkingsverzoek. Waar het om gaat is dat alle belangen tegen elkaar moeten worden afgewogen.
Wij vinden het aanvaardbaar om medewerking te verlenen aan het onttrekkingsverzoek, omdat zowel in de tijdelijke situatie tot het bouwplan als in de situatie na realisatie van het bouwplan er nog steeds voldoende parkeergelegenheid op het terrein en in de omgeving aanwezig is voor eenieder om te parkeren. Dat laatste wordt in het vervolg van deze Nota van zienswijzen beantwoording zienswijzen nader toegelicht.
4. Aantal parkeerplaatsen toekomstige situatie
In de parkeerbalans wordt uitgegaan van 26 parkeerplaatsen, terwijl in het ontwerpraadsvoorstel wordt gesproken over 28 parkeerplaatsen.
Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit. Het bouwplan voorziet in de realisatie van 27 parkeerplaatsen. Van de beoogde 27 parkeerplaatsen zijn 26 parkeerplaatsen geprojecteerd op het nieuwe parkeerterrein aan de Kloosterstraat, en één parkeerplaats in de vorm van een lange oprit aan de zijde van het monumentale gebouw aan de Kloosterstraat 9-11. In het bouwplan zijn 28 parkeerplaatsen ingetekend. Wij hebben daarbij geconstateerd dat de lange oprit aan de zijde van het gebouw aan de Kloosterstraat 9-11 op de kaart bij het bouwplan is ingetekend als twee afzonderlijke parkeerplaatsen, die achter elkaar liggen. Dit is volgens ons geen weerspiegeling van de uiteindelijke feitelijke situatie. Om die reden kiezen wij ervoor om in het vervolg uit te gaan van één parkeerplaats (een lange oprit), en van een totaal van 27 parkeerplaatsen in de uiteindelijke situatie. Wij hebben naar aanleiding van de ingediende zienswijzen ook opnieuw beoordeeld of het in de uiteindelijke situatie realistisch is dat de parkeerplaats aan de zijde van Kloosterstraat 9-11 in de toekomst ook daadwerkelijk door het openbare verkeer wordt gebruikt om te parkeren. Onze conclusie is dat dit inderdaad geen redelijke veronderstelling is.
Dit vanwege het feit dat de parkeerplaats wordt afgescheiden van de rest van het parkeerterrein door een tussenliggende groenstrook, waardoor het niet voor de hand ligt dat het openbaar verkeer gebruik zal maken van deze parkeerplaats. Het voorgaande betekent dat wij hebben besloten om niet langer uit te gaan van 28 maar van 26 openbare parkeerplaatsen. De resterende parkeerplaats aan de zijde van het gebouw aan de Kloosterstraat 9-11
5
Nota van zienswijzen, Onttrekking aan het openbaar verkeer van het parkeerterrein op de hoek Dorpsstraat-Kloosterstraat te Stiphout. blijft onderdeel van het bouwplan, maar krijgt niet de bestemming openbare weg. Dit zal leiden tot een aanpassing van de bij het raadsvoorstel gevoegde kaart van het nieuwe parkeerterrein. Wij vinden de realisatie van 26 in plaats van 28 openbare parkeerplaatsen in de definitieve situatie aanvaardbaar, omdat er (nog steeds) meer parkeerplaatsen worden gerealiseerd dan er voorheen feitelijk op het parkeerterrein aanwezig waren en omdat er de resterende parkeerbehoefte in de omgeving kan worden afgewikkeld. Dat wordt in het vervolg van deze Nota zienswijzen nader toegelicht.
5. Parkeerbehoefte / parkeerbalans
De parkeerbehoefte van het bouwplan is te laag becijferd. Hierdoor is niet geborgd dat in de toekomstige situatie er nog sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Ook is de bijbehorende parkeerbalans niet juist
Conclusie: de zienswijzen geven aanleiding tot aanpassing van het raadsvoorstel. In het raadsvoorstel wordt opgenomen dat de 26 parkeerplaatsen op het nieuwe parkeerterrein worden bestemd als openbare weg, en dat de parkeerplaatsen naast het gebouw aan de Kloosterstraat 9-11 in eigen gebruik blijven (dus niet openbaar worden) bij de eigenaar maar wel onderdeel zijn van het bouwplan en worden meegerekend. Verder worden de kaart en de parkeerbalans bij het raadsbesluit overeenkomstig aangepast. Dit onderdeel van de zienswijzen heeft betrekking op de beoordeling van de gevolgen van het bouwplan voor het onderdeel parkeren. Zoals wij hierboven bij punt 1 hebben toegelicht gaat het bij de onderhavige procedure niet om de vraag het bouwplan aanvaardbaar is, maar of de betrokken belangen zich verzetten tegen de onttrekking van het parkeerterrein aan de openbaarheid. Het betrokken belang waar het hier om gaat is of er na onttrekking nog wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Dat is onze visie zo. Het nieuwe parkeerterrein bestaat in de tijdelijke situatie uit 23 openbare parkeerplaatsen en, na de realisatie van het bouwplan, uit 26 parkeerplaatsen die voor openbaar gebruik zullen worden bestemd (de parkeerplaatsen naast het monumentale gebouw aan de Kloosterstraat 9-11 zullen niet als openbare weg worden bestemd, maar wel worden meegerekend bij het bouwplan).
Wij hebben in onze eerdere beantwoording in deze Nota van zienswijzen toegelicht waarom deze situatie, op basis van alle betrokken belangen bij het onttrekkingsbesluit, aanvaardbaar is. Als onderdeel van het ontwerpraadsbesluit is een parkeerbalans opgenomen om inzichtelijk te maken wat de gevolgen zijn voor de parkeerbehoefte in de omgeving in het geval het bouwplan wordt gerealiseerd. Het is goed om op te merken dat de onttrekking van het parkeerterrein niet automatisch betekent dat de omgevingsvergunning daadwerkelijk opnieuw wordt verleend. Daarvoor moet de aanvraag omgevingsvergunning opnieuw worden beoordeeld. Bij deze beoordeling worden alle omgevingsrechtelijke gevolgen van het bouwplan opnieuw beoordeeld, waaronder het onderdeel parkeren. Wij hebben op basis van de zienswijzen aanleiding gezien om de parkeerbalans aan te passen. Een van deze aanpassingen is dat wij de ingetekende parkeerplaats(en) langs het monumentale gebouw aan de Kloosterstraat 9-11 niet meer voor twee afzonderlijke parkeerplaatsen meetellen, maar als één lange oprit (parkeernorm 1,3). Ook hebben wij de parkeerbehoefte voor het gezondheidscentrum (de zorgvoorzieningen) aangepast van twaalf naar dertien parkeerplaatsen waardoor voor de huisartsenpraktijk niet met 2 maar 3 parkeerplaatsen (minimum per praktijk) is gerekend . Verder zijn wij uitgegaan van effectief 21 parkeerplaatsen op het terrein.
Dat sluit beter aan bij de feitelijke situatie zoals deze was en in de toekomst zal worden. Verder wordt in de aangepaste parkeerbalans gewerkt met één
6
Nota van zienswijzen, Onttrekking aan het openbaar verkeer van het parkeerterrein op de hoek Dorpsstraat-Kloosterstraat te Stiphout. cijfer achter de komma, om zo een nauwkeuriger beeld te geven van de parkeerbehoefte van de nieuwe ontwikkeling en de parkeerbehoefte. Uit de aangepaste parkeerbalans blijkt dat in de oude situatie sprake was van een normatieve parkeervraag van 78,8 parkeerplaatsen, met een beschikbare capaciteit van 30,3 parkeerplaatsen. In de nieuwe situatie is er sprake van een parkeervraag van 70,2 parkeerplaatsen ten opzichte van een capaciteit van 35,3 parkeerplaatsen. Het parkeertekort zal dus afnemen van (78,8-30,3=) 48,5 parkeerplaatsen tot (70,2-35,3=) 34,9, afgerond 35 parkeerplaatsen. Het bestaande parkeertekort neemt in de uiteindelijke situatie dus juist af in plaats van dat het toeneemt. Uitgaande van dubbelgebruik (conform de 'beleidsregel parkeren 2020') geeft een reductie van 9,6, afgerond 10 parkeerplaatsen. De resterende parkeerbehoefte van (35-10=) 25 parkeerplaatsen kan worden opgevangen in de omliggende openbare ruimte. In totaal zijn er binnen een straal van 200 meter 140 parkeerplaatsen in de openbare ruimte om te gebruiken voor bezoekers van Dorpsstraat 38. Binnen 100 meter zijn er 61 parkeerplekken beschikbaar.
Uit de tellingen van Mobycon blijkt dat er op het drukste moment in de week 53 parkeerplaatsen vrij zijn binnen een straal van 200 meter van de Dorpsstraat 38, en 21 parkeerplaatsen binnen een straal van 100 meter. Het overgrote deel van de parkeerbehoefte kan dus worden opgevangen binnen een straal van 100 meter en de overige parkeerbehoefte geldt dat de extra loopafstand slechts beperkt is. Bij deze functies past dat binnen de daarvoor gegeven richtlijnen van het CROW en onze beleidsregel parkeren. Verder geldt ten aanzien van de meeste andere momenten in de week dat de parkeerbehoefte volledig binnen een straal van 100 meter kan worden opvangen. Hiermee is geborgd dat de komst van het gezondheidscentrum en de 19 serviceappartementen niet leidt tot een onaanvaardbare parkeerdruk in de omgeving en dat er voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn en zullen blijven voor derden.
6. Inrichting terrein / afmetingen parkeerplaatsen
Conclusie: de zienswijzen geven aanleiding tot aanpassing van het raadsvoorstel. In het raadsvoorstel worden de in de parkeerbalans aangepaste getallen verwerkt. Daarnaast wordt de aangepaste parkeerbalans toegevoegd als onderdeel van het raadsvoorstel. De beoogde inrichting van het nieuwe terrein biedt Net als de parkeerbehoefte is de beoogde inrichting van het parkeerterrein onderdeel van het beoordelen onvoldoende ruimte voor de realisatie van 28 parkeerplaatsen. van de aanvraag omgevingsvergunning. In die procedure wordt onder meer beoordeeld of het Er wordt niet voldaan aan de Beleidsregel Parkeernormen parkeerterrein voldoet aan de eisen en afmetingen die die zijn voorgeschreven op grond van de Helmond 2020, de Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Beleidsregel parkeernormen, en de richtlijnen ASVV 2021 van het CROW. Binnen de Bebouwde Kom 2021 (ASVV 2021) en de CROWrichtlijnen. Bij deze procedure gaat het niet om de vraag of de aanvraag voldoet aan de eisen die gelden voor het onderdeel parkeren, maar of de betrokken belangen zich verzetten tegen de onttrekking van het parkeerterrein aan de openbaarheid. Dat is naar ons oordeel het geval. Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit.
7
Nota van zienswijzen, Onttrekking aan het openbaar verkeer van het parkeerterrein op de hoek Dorpsstraat-Kloosterstraat te Stiphout. 7. Parkeren in de omgeving / tellingen
Er zijn onvoldoende mogelijkheden in de directe omgeving om de parkeerbehoefte van het bouwplan te kunnen opvangen. Daarnaast zijn de uitgevoerde tellingen die ten grondslag zijn gelegd aan de parkeerbalans niet verifieerbaar en onvoldoende representatief. Verder is parkeren in de omgeving alleen mogelijk als daarover vooraf financiële afspraken worden gemaakt met GHC.
Ook dit is een onderdeel dat bij het beoordelen van de aanvraag omgevingsvergunning moet worden beoordeeld, en niet in de onderhavige procedure. In algemene zin is van belang dat de tellingen die zijn uitgevoerd een voldoende representatief beeld geven van de parkeerdruk in de omgeving van het parkeerterrein, in de situatie dat het bouwplan wordt gerealiseerd. Er zijn in april en november 2023 meerdere tellingen uitgevoerd door een gespecialiseerd onderzoeksbureau Mobycon, die zijn gebruikt voor het opstellen van de parkeerbalans. Wij zien geen redenen om te twijfelen aan de juistheid en representativiteit van de uitgevoerde tellingen. Uit de tellingen blijkt dat er te allen tijde meer dan 25 parkeerplaatsen binnen een straal van 200 meter beschikbaar zijn, waarvan – op het drukste moment – 13 (april) respectievelijk 21 (november) parkeerplaatsen binnen een straal van 100 meter. Nu de resterende parkeervraag van het bouwplan kan worden opgevangen binnen het omliggende gebied, bestaat er geen aanleiding om aan te nemen dat het bouwplan leidt tot onaanvaardbare parkeerdruk in de omgeving. Verder geldt dat het aan de gemeente en GHC is om, indien nodig, financiële afspraken te maken over het afwikkelen van een deel van de parkeerbehoefte van het bouwplan op de openbare ruimte.
Nog daargelaten dat derden geen beroep kunnen doen op (het ontbreken van) deze afspraken, spelen deze afspraken slechts een rol bij het beoordelen van de aanvraag omgevingsvergunning. Het ontbreken van deze afspraken is niet bepalend voor de vraag of wij na afweging van alle betrokken belangen medewerking mogen verlenen aan het onttrekkingsverzoek.
8. Parkeerdruk / overlast / onveilige situaties
De onttrekking van het parkeerterrein leidt tot extra parkeerdruk in de omgeving en foutparkeren rondom het parkeerterrein en in de rest van Stiphout. Hierdoor ontstaan er onveilige situaties en overlast.
9. Grondslag tijdelijke parkeerplaatsen / bestemmingsplan
Het is onduidelijk waarop de bevoegdheid is gebaseerd om tijdelijke parkeerplaatsen aan te leggen op het perceel achter de Kloosterstraat 9-11. Op dit perceel rust de bestemming ‘Wonen’. Het realiseren van parkeerplaatsen is op grond van deze bestemming niet toegestaan.
Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit. Het raadsvoorstel leidt niet tot een onaanvaardbare parkeerdruk in de omgeving. Het huidige tijdelijke parkeerterrein wordt bestemd als openbare weg en kan door iedereen worden gebruikt. Daarnaast is en blijft nog steeds voldoende parkeergelegenheid voorhanden om de parkeervraag van het bouwplan én van de omliggende functies af te wikkelen in de openbare ruimte. Wij hebben om die reden ook geen aanwijzingen dat de afwikkeling van het verkeer naar de openbare ruimte leidt tot meer foutparkeren, onveilige situaties of (onaanvaardbare) overlast. Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit. De Wegenwet koppelt de openbaarheid van wegen niet aan het planologisch kader. Een weg kan ook openbaar zijn indien die op grond van een omgevingsplan niet voor alle vormen van verkeer of parkeren mag worden gebruikt. Dat neemt niet weg dat het wenselijk is dat de openbare parkeerplaatsen ook vanuit planologisch perspectief als zodanig mogen worden gebruikt. De onderhavige procedure komt niet in plaats van de planologische procedure. Indien het college de vergunning voor het bouwplan verleent, maakt het nieuwe parkeerterrein daar deel van uit.
Indien de vergunning niet zou worden verleend, kan in een afzonderlijke planologische procedure worden voorzien in het in overeenstemming brengen van het Omgevingsplan met het gebruik als parkeerterrein van het perceel. Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit.
8
Nota van zienswijzen, Onttrekking aan het openbaar verkeer van het parkeerterrein op de hoek Dorpsstraat-Kloosterstraat te Stiphout. 10. Anterieure overeenkomst / exclusief gebruik parkeerplaatsen
De anterieure overeenkomst tussen de gemeente en GHC staat in de weg aan het bestemmen van het nieuwe parkeerterrein als openbare weg. GHC moet op grond van deze overeenkomst 19 parkeerplaatsen op eigen terrein realiseren, die exclusief in gebruik moeten worden gegeven aan de appartementseigenaren.
De anterieure overeenkomst is een overeenkomst die tussen de gemeente en GHC is gesloten in het kader van de financiële afspraken die nodig zijn voor uitvoering van het bouwplan. Derden kunnen geen beroep doen op de hierin gemaakte afspraken, noch kunnen zij aan deze afspraken rechten ontlenen die bepalend zouden zijn voor de beoordeling van het onttrekkingsverzoek. In het bijzonder geldt dat de verplichting om 19 (exclusieve) parkeerplaatsen te realiseren, een verplichting is die GHC is aangegaan tegenover de Gemeente. Dit volgt uit de letterlijke tekst van de anterieure overeenkomst. Alleen de gemeente kan GHC dus aan deze afspraak houden. Het voorgaande neemt niet weg dat in het geval wij besluiten om het nieuwe parkeerterrein als openbare weg te bestemmen, de afspraken in de anterieure overeenkomst op dit onderdeel herziening behoeven. De gemeente treedt hierover nog met GHC in overleg om te komen tot nieuwe afspraken. Het bestemmen van het nieuwe parkeerterrein tot openbare weg heeft hoogstens tot gevolg dat er nieuwe afspraken met GHC moeten worden gemaakt in de anterieure overeenkomst. Het is niet zo dat de huidige afspraken een juridische belemmering zouden opleveren om het parkeerterrein als openbare weg te bestemmen. Wij kunnen nog steeds, ondanks de huidige afspraken met GHC, besluiten om medewerking te verlenen aan het onttrekkingsverzoek.
11. Juridische borging openbaar gebruik
Er is op geen enkele wijze juridisch geborgd dat derden te allen tijde gebruik kunnen en mogen maken van het parkeerterrein.
Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit. De juridische borging van het openbare karakter van het nieuwe parkeerterrein, als wij daartoe besluiten, is vastgelegd in de Wegenwet en de APV Helmond 2020. Op grond van artikel 14 van de Wegenwet moet de eigenaar van het terrein, behoudens beperkingen in het gebruik, al het verkeer over zijn/haar (openbare) weg dulden. Doet hij of zij dit niet, dan bestaat de mogelijkheid van handhavend optreden op grond van de APV. Mocht het terrein bijvoorbeeld feitelijk worden afgesloten voor derden door middel van een hekwerk, dan is dat in strijd met artikel 2.1.5.1 van de APV. In dat geval kan het college besluiten tot op het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang, wat betekent dat het openbare karakter van het parkeerterrein wordt hersteld. Het voorgaande maakt dat met de toekenning van de bestemming openbare weg aan het nieuwe parkeerterrein ook juridisch wordt geborgd dat het parkeerterrein door eenieder kan worden gebruikt om aldaar te parkeren.
12. Erfdienstbaarheden
Er zijn erfdienstbaarheden gevestigd die in de weg zouden staan aan het onttrekken van het parkeerterrein aan de openbaarheid.
Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit. Er is een erfdienstbaarheid gevestigd ten behoeve van het multifunctioneel centrum en de fanfare om te komen van en naar de openbare weg aan de Kloosterstaat. Deze erfdienstbaarheid wordt niet geraakt door de verzochte onttrekking. Het blijft mogelijk om vanuit de betreffende percelen de Kloosterstraat te bereiken. Net als in de oude situatie kan immers nog steeds via het parkeerterrein de Kloosterstraat worden bereikt. Op grond van artikel 14 van de Wegenwet behoort de rechthebbende van een openbare weg al het verkeer over de weg te dulden en is het hem of haar niet toegestaan om de weg af te sluiten voor het
9
Nota van zienswijzen, Onttrekking aan het openbaar verkeer van het parkeerterrein op de hoek Dorpsstraat-Kloosterstraat te Stiphout. openbare verkeer. Indien wij besluiten om het nieuwe parkeerterrein als openbare weg te bestemmen, dan staat het GHC dus niet (meer) vrij om dit parkeerterrein af te sluiten. Oftewel: het parkeerterrein moet dan open worden gehouden voor het openbare verkeer. Dat betekent dat er een rechtstreekse verbinding blijft bestaan tussen de Kloosterstraat en de percelen van het multifunctioneel centrum en de fanfare. De verzochte onttrekking heeft evenmin gevolgen voor de overige (mogelijke) erfdienstbaarheden die ten behoeve van het multifunctioneel centrum en de fanfare zijn gevestigd. Ongeacht ons besluit op het voorliggende voorstel moet GHC de gevestigde erfdienstbaarheid respecteren. De onttrekking van het parkeerterrein aan de openbaarheid maakt ook niet dat deze erfdienstbaarheden niet meer kunnen worden geëffectueerd. Ook na de onttrekking van het parkeerterrein en het bestemmen van het nieuwe parkeerterrein blijven de eerder gevestigde zakelijke rechten op de gronden ongewijzigd.
13. Laden en lossen
De laad- en losmogelijkheden bij het multifunctioneel centrum en het fanfaregebouw worden beperkt door het bouwplan, omdat er onvoldoende ruimte is op het nieuwe parkeerterrein.
Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit. Wij hebben hiervoor uitgelegd dat dit niet de aangewezen procedure is voor een (her)beoordeling van het bouwplan. De ruimtelijke gevolgen van het bouwplan – waaronder de mogelijke gevolgen voor laden en lossen, de bereikbaarheid (bij calamiteiten en in algemene zin) en de exploitatie van de omliggende gebouwen – beoordeelt het college bij de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning. De verzochte onttrekking heeft geen gevolgen voor de laad- en losmogelijkheden op het parkeerterrein. Ook na de onttrekking van het voormalige parkeerterrein kan het multifunctioneel centrum nog steeds worden bevoorraad, kan het afval worden opgehaald en kan de vetvangput worden geleegd. Dat kan namelijk – net als voorheen – via de aldaar aanwezige openbare parkeerstrook die onderdeel uitmaakt van het nieuwe openbare parkeerterrein. Deze parkeerstrook grenst – net als voorheen – aan de percelen van het multifunctioneel centrum en het fanfaregebouw.
14. Inzameling oudpapier en kleding
15. Bereikbaarheid en toegankelijkheid bij calamiteiten / gebruik nooduitgangen
De inzameling van oud-papier en kleding worden beperkt door het bouwplan. Deze inzameling vormt een belangrijke inkomstenbron voor de fanfare. De inzameling is bovendien een belangrijke activiteit in de wijk.
Het multifunctioneel centrum en het fanfaregebouw zijn onvoldoende bereikbaar voor de hulpdiensten in het geval van calamiteiten. Daarnaast wordt de bruikbaarheid van de nooduitgangen door dit besluit aangetast. Er moet een onafhankelijk onderzoek worden gedaan voordat er een besluit wordt genomen op het onttrekkingsverzoek.
Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit. Aan de feitelijke en juridische mogelijkheden om oud papier in te zamelen verandert niets. De gevestigde erfdienstbaarheden worden niet aangetast door het onttrekkingsbesluit. Mocht de bestemming openbare weg van het nieuwe parkeerterrein in de weg staan aan het plaatsen van de papiercontainer, dan is het college in beginsel bereid om een nieuw aanwijzingsbesluit te nemen en indien nodig ontheffing van het verbod te verlenen als bedoeld in artikel 2.1.5.1 lid 1 APV. Daarmee is ook juridisch geborgd dat de papiercontainer, voor zover daartoe een erfdienstbaarheid is gevestigd, kan blijven worden geplaatst op het nieuwe parkeerterrein. Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit. De verzochte onttrekking heeft geen gevolgen voor de bereikbaarheid van het multifunctioneel centrum en het fanfaregebouw door de hulpdiensten in het geval van calamiteiten noch voor het gebruik van de nooduitgangen. Ook na de onttrekking blijven de gebouwen immers op dezelfde wijze bereikbaar vanaf de Kloosterstraat.
10
Nota van zienswijzen, Onttrekking aan het openbaar verkeer van het parkeerterrein op de hoek Dorpsstraat-Kloosterstraat te Stiphout. Bij de eerder verleende omgevingsvergunning is door de Veiligheidsregio Brabant Zuid Oost beoordeeld of het bouwplan de bruikbaarheid de bestaande nooduitgangen van het multifunctioneel centrum aantast. De Veiligheidsregio heeft geconcludeerd dat dit niet het geval is. Zij heeft ook geconcludeerd dat dat het gebouw van de Fanfare voldoende bereikbaar blijft voor hulpdiensten en er voldoende opstelplaatsen aanwezig zijn voor de hulpdiensten. Verder heeft zij geconcludeerd dat het bouwplan de vluchtroutes van het fanfaregebouw niet aantast. De rechtbank Oost-Brabant heeft de conclusies van de Veiligheidsregio gevolgd bij het beoordelen van de verleende omgevingsvergunning. Om die reden hebben wij geen twijfel aan de juistheid van deze conclusies.
16. Bereikbaarheid en toegankelijkheid gebouwen door derden
Er kan als gevolg van het voorstel niet meer geparkeerd worden in de nabijheid van het multifunctioneel centrum, het fanfaregebouw en de andere omliggende gebouwen. Hierdoor zijn deze gebouwen niet meer bereikbaar voor mensen die slecht ter been zijn en die (zware) muziekinstrumenten meenemen. Ook verder weg gelegen gebouwen, zoals de SintTrudokerk, worden moeilijker bereikbaar.
Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit. De verzochte onttrekking heeft geen gevolgen voor de bereikbaarheid van het terrein door de gebruikers van de omliggende gebouwen. Deze gebouwen blijven immers nog steeds bereikbaar op dezelfde wijze als voorheen. Het is ook niet zo dat er door het onttrekkingsbesluit geen enkele parkeervoorziening meer aanwezig is voor derden op het parkeerterrein. Integendeel: juist om dit te voorkomen, wordt het nieuwe parkeerterrein, dat nu al grotendeels feitelijk aanwezig is en waarop derden met toestemming van de eigenaar mogen parkeren, bestemd als openbare weg. Hiermee is juridisch geborgd dat ook derden gebruik kunnen blijven maken van de nieuwe parkeerplaatsen. Het verschil in loopafstand tussen het oude parkeerterrein en het nieuwe parkeerterrein is bovendien beperkt. Ten opzichte van het oude parkeerterrein wordt de ligging van het nieuwe parkeerterrein beperkt gewijzigd. De strook aan de rechterzijde van het oude parkeerterrein die de entree vormt vanaf de Kloosterstraat, is een onderdeel van het nieuwe parkeerterrein. Daarnaast komen de resterende parkeerplaatsen te liggen op het terrein achter de woningen aan de Kloosterstraat 9-11. Dit gebied ligt nog steeds op loopafstand van de omliggende functies (het multifunctioneel centrum en het fanfaregebouw), en grenst direct aan de voornoemde strook.
De afstand tussen de nieuwe parkeerplaatsen op het terrein achter de Kloosterstraat 9-11 en de parkeerplaatsen die verdwijnen bedraagt ongeveer 20 meter. Dit vinden wij een acceptabele loopafstand. Verder blijkt uit de parkeerbalans dat voor het restant van de parkeerbehoefte voldoende parkeergelegenheid aanwezig is binnen 200 meter van het parkeerterrein. Een groot deel van deze parkeerbehoefte is aanwezig binnen 100 meter van het parkeerterrein. Hoewel wij begrip hebben voor de belangen van mensen die beschikken over verminderde mobiliteit en (zware) instrumenten vervoeren, past deze de loopafstand- voor deze functies binnen de richtlijnen van het CROW en onze beleidsregel parkeren. Wij merken hierbij op dat het nog steeds mogelijk is en blijft om voor de gebouwen van het multifunctioneel centrum en de fanfare (zware) instrumenten te laden en te lossen. Tot slot is het ook niet zo dat op grotere afstand gelegen gebouwen en functies, zoals de Sint-Trudokerk, niet meer bereikbaar zouden zijn als gevolg van de onttrekking. Voor deze functies geldt dat er in de oude feitelijke situatie al sprake was van enige loopafstand tussen deze functies en het oude parkeerterrein. Dat
11
Nota van zienswijzen, Onttrekking aan het openbaar verkeer van het parkeerterrein op de hoek Dorpsstraat-Kloosterstraat te Stiphout. het nieuwe parkeerterrein nu voor een deels verplaatst wordt naar het naastgelegen perceel , vinden wij geen reden om geen medewerking te verlenen aan het voorliggende verzoek. Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit.
17. Exploitatie multifunctioneel centrum / zalencentrum de Smed
Het voorstel zorgt ervoor dat de zichtbaarheid van het zalencentrum vermindert. Daarnaast vermindert de bereikbaarheid, vanwege de afname van het aantal parkeerplaatsen. Dit alles leidt tot een forse terugloop van het aantal bezoekers van het multifunctioneel centrum en het zalencentrum.
De verzochte onttrekking heeft geen gevolgen voor de zichtbaarheid van het multifunctioneel centrum en het zalencentrum. De onttrekking en bestemming van het nieuwe parkeerterrein als openbare weg maakt niet dat het multifunctioneel centrum niet meer zichtbaar zou zijn. De eventuele gevolgen van het bouwplan voor de zichtbaarheid van het multifunctioneel centrum, spelen geen rol in deze procedure. Deze mogelijke gevolgen worden beoordeeld bij het beoordelen van de aanvraag omgevingsvergunning. Wat betreft de terugloop aan parkeerplaatsen wijzen wij erop dat het aantal parkeerplaatsen in de tijdelijke situatie slechts zeer beperkt vermindert ten opzichte van de vergunde situatie, te weten 23 in plaats van 24 parkeerplaatsen. Ten opzichte van de feitelijke situatie, waar een deel van de vergunde parkeerplaatsen niet kan worden gebruikt, is er sprake van een toename van het aantal parkeerplaatsen. Verder zijn er in de toekomstige situatie, na de realisatie van het bouwplan, 26 openbare parkeerplaatsen aanwezig (en één niet openbare parkeerplaats naast Kloosterstraat 9-11). Deze 26 parkeerplaatsen kunnen dan vanwege de bestemming als openbare weg door eenieder worden gebruikt. Het nieuwe parkeerterrein komt voor een deel op dezelfde locatie te liggen als het oude parkeerterrein, en voor het overige deel in de directe nabijheid (achter Kloosterstraat 9-11).
In zoverre verandert de afstand vanaf de parkeerplaatsen tot de omliggende functies niet of nauwelijks. Een terugloop van het aantal bezoekers als gevolg van een positief besluit op het onttrekkingsverzoek, valt daarom niet te verwachten. Op basis van de parkeerbalans en de uitgevoerde tellingen kan worden geconcludeerd dat weliswaar een deel van de parkeerbehoefte van het bouwplan en de omliggende functies landt in de aangrenzende openbare ruimte, maar ook dat er te allen tijde genoeg parkeerruimte aanwezig is binnen 200 meter van het plangebied, en op de meeste momenten zelfs binnen 100 meter.
18. Monumentale status gebouw Kloosterstaat 9-11
Het nieuwe parkeerterrein tast de monumentale status van het gebouw aan de Kloosterstraat 9-11 aan. Dit is in strijd met de Omgevingswet. Het voorstel garandeert geen inrichting die correct en passend is bij een gemeentelijk monument. Ook is geen advies gevraagd van de monumentencommissie.
Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit. De bestemming van het parkeerterrein achter het gebouw aan de Kloosterstraat 9-11 als openbare weg, heeft geen rechtsgevolgen voor de monumentale status van dat gebouw. Ook het bouwplan, dat hier niet ter beoordeling voorligt, verandert niets aan de monumentale status van het gebouw. De monumentale status van het gebouw heeft gevolgen voor de (bouw)activiteiten die in en rondom het gebouw mogen plaatsvinden. Voor gemeentelijke monumenten geldt op grond van artikel 9 van de Erfgoedverordening Helmond 2011 – die geldt totdat er regels in het omgevingsplan worden opgenomen – dat het verboden is om een gemeentelijk monument te beschadigen en te vernielen. Ook is het verboden om zonder omgevingsvergunning een beschermd gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te
12
Nota van zienswijzen, Onttrekking aan het openbaar verkeer van het parkeerterrein op de hoek Dorpsstraat-Kloosterstraat te Stiphout. verplaatsen, in enig opzicht te wijzigen, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht. Het voorstel leidt niet tot activiteiten als genoemd in de hiervoor aangehaalde verbodsbepalingen. Om die reden staat de -mogelijk- monumentale status van het gebouw ook niet in de weg aan het bestemmen van het parkeerterrein als openbare weg. Evenmin is voor het toekennen van de bestemming openbare weg een advies vereist van Monumentencommissie. Een dergelijk advies is alleen vereist bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een activiteit in strijd met artikel 9 van de Erfgoedverordening. Die activiteiten zijn bij de beoordeling van het voorliggende verzoek niet aan de orde. Verder geldt ook hier dat het bouwplan in deze procedure niet ter beoordeling voorligt. Onderwerpen als de beoogde inrichting van het gebied zijn bij uitstek elementen van het bouwplan die bij het verlenen van de omgevingsvergunning moeten worden beoordeeld. Indien hiervoor een advies van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (de monumentcommissie is hierin opgegaan) benodigd is, dan wordt dat aangevraagd en worden de aanbevelingen van de Adviescommissie meegenomen bij de besluitvorming op de aanvraag.
Dat is bij de eerdere beoordeling van de aanvraag ook zo gedaan.
19. Overlast nieuw parkeerterrein
Het parkeerterrein wordt nu verplaatst naar de achtertuin van het gebouw aan de Kloosterstraat 9-11. Dit leidt tot overlast voor de naastgelegen bewoners, waarvan de tuin grenst aan het nieuwe parkeerterrein. Ook leidt het voorstel tot geluidsoverlast.
Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit. Voor zover met dit onderdeel van de zienswijzen wordt gedoeld op de vrees voor overlast en onveilige situaties door een toename van de parkeerdruk in het gebied, wijzen wij op onze eerdere beantwoording onder 8. De ligging van het nieuwe parkeerterrein ten opzichte van het oude parkeerterrein verandert slechts in beperkte mate. Het enige noemenswaardige verschil is dat een deel van de vervangen parkeerplaatsen wordt gerealiseerd op het terrein achter het monumentale pand aan de Kloosterstraat 9-11. De afstand tussen de te verdwijnen parkeerplaatsen en de nieuwe parkeerplaatsen is beperkt (ca. 20 meter). Wij verwachten niet dat deze beperkte verplaatsing van parkeerplaatsen leidt tot overlast, althans niet tot een noemenswaardige toename van eventuele overlast die in de oude situatie, met het parkeerterrein aan de Kloosterstraat, al werd ervaren. Voor wat betreft de gevreesde geluidsoverlast geldt wederom dat dit geen mogelijk rechtsgevolg is van het onttrekkingsbesluit maar van het bouwplan op grond waarvan het gezondheidscentrum en de woningen worden gerealiseerd. Dit is dus een aspect dat moet worden beoordeeld bij de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning.
Het college dient bij de beoordeling van de aanvraag ook bij het onderdeel geluid ervoor te zorgen dat het bouwplan voldoet aan de wettelijke eisen. Daarmee wordt gegarandeerd dat eventuele negatieve ruimtelijke gevolgen worden getoetst bij de definitieve beoordeling van het bouwplan. En indien nodig verbindt het college voorschriften aan de te verlenen omgevingsvergunning om te verzekeren dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de nieuwe woningen.
13
Nota van zienswijzen, Onttrekking aan het openbaar verkeer van het parkeerterrein op de hoek Dorpsstraat-Kloosterstraat te Stiphout. Mochten er toch ruimtelijke gevolgen zijn voor het gewijzigde gebruik van de gronden ten opzichte van de huidige bestemming, dan worden deze gevolgen beoordeeld bij het beoordelen van de aanvraag omgevingsvergunning voor het nieuwe bouwplan. Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit.
20. Gebruik voor evenementen en buitenactiviteiten
Het parkeerterrein is nodig voor de organisatie van evenementen en andere buitenactiviteiten.
Het is niet zo dat met de onttrekking van het parkeerterrein er iets verandert ten aanzien van de mogelijkheden om op het terrein evenementen en buitenactiviteiten te realiseren. Ook in de huidige situatie is er nog steeds toestemming nodig van de eigenaar van de grond nodig om dergelijke evenementen en activiteiten te organiseren. Dat was in het verleden niet anders: ook toen is telkens toestemming gevraagd aan de voormalige grondeigenaar, de eigenaar van cafézaal ’t Aambeeld. Dat het oude parkeerterrein mogelijk een openbare weg is, maakt dat niet anders. De openbaarheid heeft namelijk alleen tot gevolg dat de eigenaar het gebruik van het parkeerterrein door het openbare verkeer moet dulden. De eigenaar hoeft geen andere, niet verkeersgerelateerde activiteiten op het terrein te gedogen. In zoverre verandert er dus ook niets ten opzichte van de oude situatie. Voor zover met deze zienswijze bedoeld wordt dat op de gronden van het oude parkeerterrein het gezondheidscentrum wordt gebouwd, is dit geen rechtsgevolg van het onttrekkingsbesluit maar van het bouwplan. De gevolgen hiervan worden beoordeeld bij de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning.
21. Invloed op het verenigingsleven / culturele activiteiten / sociale cohesie
Het verdwijnen van het parkeerterrein heeft nadelige gevolgen voor het verenigingsleven in Stiphout en de culturele activiteiten in de omliggende gebouwen. Ook vervult het parkeerterrein (ten behoeve van de omliggende functies) een belangrijke sociale functie in het dorp, die door dit voorstel dreigt te verdwijnen.
Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit. Dit onderwerp raakt de beantwoording van andere onderwerpen, die eerder in deze Nota van zienswijzen zijn beantwoord. Zo hebben wij eerder gemotiveerd uiteengezet dat er na de onttrekking nog steeds voldoende parkeerbehoefte aanwezig is in de (directe) omgeving. Wij willen hieraan toevoegen dat wij wel degelijk oog hebben voor de culturele en sociale activiteiten op het parkeerterrein en in de omliggende gebouwen. Dit neemt niet weg dat wij menen dat, met de beschikbaarheid van een nieuw openbaar parkeerterrein in de directe nabijheid van de omliggende gebouwen, in combinatie met de beschikbare parkeerplaatsen in de aangrenzende openbare ruimte, de eventuele negatieve gevolgen voor de bereikbaarheid van de omliggende gebouwen bijna volledig worden weggenomen. Die omstandigheden zijn doorslaggevend geweest bij de afweging van de betrokken belangen, en bij het voorstel om medewerking te verlenen aan het voorliggende voorstel. Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit.
14
Nota van zienswijzen, Onttrekking aan het openbaar verkeer van het parkeerterrein op de hoek Dorpsstraat-Kloosterstraat te Stiphout. 22. Structuurvisie / Gebiedsvisie
Het voorstel is in strijd met de Structuurvisie Stiphout en de Gebiedsvisie Stiphout, waarin op deze locatie een groene parkeerpleinfunctie is voorzien.
23. Bouwinitiatief eerder geweigerd
Een eerder bouwinitiatief is geweigerd in 2019.
24. Vernietiging omgevingsvergunnin g
De Structuurvisie Stiphout 2009 en de Gebiedsvisie Stiphout 2022-2035 zijn ambitiedocumenten waarin de gemeente haar ambities heeft geformuleerd voor de beoogde ruimtelijke invulling van Stiphout. De gebiedsvisie uit 2022 geeft een geactualiseerde uitwerking van de gebiedsopgaven in Stiphout voor 2022-2035. Hierin is aangegeven dat in de openbare ruimte een nieuwe balans moet ontstaan met andere ruimteclaims zoals ontmoeting en groen. Daarbij moet gedacht worden, naast concentratie, aan dubbelgebruik van parkeervoorzieningen. Het parkeeronderzoek wat daarvoor destijds is gehouden toonde aan dat daarvoor mogelijkheden zijn. Naar ons oordeel staan deze documenten niet in de weg van het onttrekken van het perceel aan de openbaarheid. Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit. De eerdere (principe)weigering van het bouwinitiatief heeft betrekking op de beoordeling van de aanvaardbaarheid van een ander bouwplan, waaraan een andere ruimtelijke afweging ten grondslag heeft gelegen. De (principe)weigering van dat andere bouwplan is niet relevant voor de beoordeling van dit onttrekkingsverzoek.
Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit. Het voorstel is in strijd met de uitspraak van de bestuursrechter De vernietiging van de omgevingsvergunning staat niet in de weg bij het onttrekken van het parkeerterrein van de rechtbank ’s-Hertogenbosch. In de uitspraak is de aan de openbaarheid. De uitspraak heeft immers betrekking op de eerder verleende omgevingsvergunning omgevingsvergunning voor het bouwplan vernietigd. voor het bouwplan en niet op het voorliggende onttrekkingsverzoek. Dat de eerder verleende omgevingsvergunning is vernietigd, betekent dat een nieuwe beslissing op de vergunningaanvraag moet worden genomen, met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank (behoudens de uitkomst van het hoger beroep). De rechtbank heeft daarbij onder meer geoordeeld dat in het geval het oude parkeerterrein een openbare weg in de zin van de Wegenwet is, wij moeten besluiten om dit parkeerterrein aan de openbaarheid te onttrekken (als er voor dit onderdeel geen Verklaring van geen bedenkingen; vvgb wordt verleend) voordat een nieuwe omgevingsvergunning wordt verleend. Zie hiervoor de uitspraak van de rechtbank onder paragraaf13. Daarmee ligt dit voorstel in het verlengde van de opdracht die door de rechter is gegeven.
25. Ontbreken verklaring van geen bedenkingen (vvgb)
Er is geen vvgb verleend ten aanzien van het beoogde bouwplan, en ten aanzien van de onttrekking van het parkeerterrein aan de openbaarheid.
Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit. De rechtbank heeft in zijn uitspraak geoordeeld dat in het geval het oude parkeerterrein een openbare weg in de zin van de Wegenwet is, de raad moet besluiten om ofwel het parkeerterrein aan de openbaarheid te onttrekken, ofwel een vvgb moet afgeven Het gaat dus om een keuzemogelijkheid, en niet om twee cumulatieve voorwaarden. In dit geval heeft GHC ervoor gekozen een onttrekkingsverzoek in te dienen. Artikel 9 lid 1 Wegenwet bepaalt dat een weg aan de openbaarheid kan worden onttrokken bij een besluit van de raad. Nu daartoe een verzoek is ingediend, zal de raad op dit verzoek ook moeten beslissen. In het geval wij besluiten om het parkeerterrein aan de openbaarheid te onttrekken is een vvgb voor dit besluitonderdeel dan niet meer nodig. Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit.
15
Nota van zienswijzen, Onttrekking aan het openbaar verkeer van het parkeerterrein op de hoek Dorpsstraat-Kloosterstraat te Stiphout. 26. Betrouwbaar bestuur
Uw college heeft geen hoger beroep ingesteld tegen de vernietiging van het bouwplan, maar wil nu toch het parkeerterrein aan de openbaarheid onttrekken. Dit staat haaks op de beginselen van een betrouwbare overheid.
Het is juist dat het college geen hoger beroep heeft ingesteld tegen zowel de uitspraak van de rechtbank op de eerder verleende omgevingsvergunning als de uitspraak op de ingediende handhavingsverzoeken tegen het afsluiten van het oude parkeerterrein en het naleven van de voorschriften uit de bouwvergunning uit 2004. Dat neemt niet weg dat wij het door GHC ingediende onttrekkingsverzoek wel moeten beoordelen, dit met inachtneming van alle betrokken belangen. Voor ons is van belang dat in het geval het parkeerterrein aan de openbaarheid wordt onttrokken, er wordt geborgd dat er voldoende parkeergelegenheid blijft bestaan voor eenieder die in de nabijheid van het multifunctionele centrum, het fanfaregebouw en de andere omliggende voorzieningen wil parkeren. Wij vinden dat het voorliggende verzoek hierin voorziet, omdat tegelijkertijd met de onttrekking er een nieuw parkeerterrein wordt gerealiseerd dat tevens tot openbare weg wordt bestemd. Bovendien worden er tot aan de bouw van het gezondheidscentrum tijdelijk parkeerplaatsen beschikbaar gesteld op ditzelfde terrein. Verder zijn er na de realisatie van het parkeerterrein meer parkeerplaatsen aanwezig dan eerder zijn vergund en bestaat er voldoende ruimte om de resterende parkeerbehoefte af te wikkelen in de omliggende openbare ruimte. Deze omstandigheid is doorslaggevend geweest bij de afweging van alle betrokken belangen.
Conclusie: de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit.
27. Participatie / alternatieven
Er heeft geen participatie plaatsgevonden. Ook ontbreekt er een participatieverslag en zijn belanghebbenden niet in de gelegenheid gesteld om alternatieven voor het bouwplan aan te dragen.
Op de voorbereiding van een beslissing op een verzoek om een weg aan de openbaarheid te onttrekken is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb van toepassing. Dit volgt uit artikel 11 lid 2 van de Wegenwet. Die procedure voorziet erin dat een ontwerpbesluit ter inzage wordt gelegd, waartegen zienswijzen kunnen worden gericht. Op deze wijze is geborgd dat belanghebbenden in een vroeg stadium worden betrokken bij de besluitvorming. Wij merken hierbij op dat op grond van het vigerende participatiebeleid de verantwoordelijkheid voor het inrichten van het participatieproces bij de initiatiefnemer ligt, en ook heeft plaatsgevonden. Het college kan GHC echter niet verplichten om te kiezen voor een bepaalde vorm van participatie. Het voorgaande neemt niet weg dat het participatieproces een onderdeel is dat thuishoort bij de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning, en geen onderdeel vormt in de onderhavige onttrekkingsprocedure. Het voorgaande geldt ook voor eventuele alternatieven voor het bouwplan. Nog daargelaten dat het college een besluit moet nemen op de aanvraag zoals die voorligt, kunnen wij alternatieven voor het bouwplan alleen in onze afweging betrekken als deze voldoende concreet zijn en tijdig kenbaar worden gemaakt. Deze alternatieven kan het college dan betrekken bij de beoordeling van het bouwplan.