CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 033 Gezinshuis Weyerweg 51 – inpassing in bestemmingsplan - Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51

Gemeenteraad 25 mei 2021, gemeente HelmondBij agendapunt: Gezinshuis Weyerweg 51 - inpassing in bestemmingsplan9.397 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

www.arom.nl

Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Ruimtelijke onderbouwing

Opdrachtgever: Gezinshuis ‘de Glimlach’

Datum vrijgave 17 juli 2020

Rapportnummer:

Opstellers:

20HELM-WEYER-03

mr. Q.W.J. (Krijn) de Ruijter W.J.M. (Wies) van Heugten

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Inhoud 1

INLEIDING…………………………………………………………………………………………………………………….3 1.1 Aanleiding ......................................................................................................................... 3 1.2 Ligging plangebied ......................................................................................................3 1.3 Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................3 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................6

2

HET PROJECT……………………………………………………………………………………………………………….7 2.1 Huidige situatie ...........................................................................................................7 2.2 Beschrijving plangebied en omgeving ........................................................................8 2.3 Gewenste situatie .......................................................................................................8

3

BELEIDSKADER……………………………………………………………………………………………………………..9 3.1 Rijksbeleid ...................................................................................................................9 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) ........................................9 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ..............................9 3.1.3 Wet natuurbescherming ..........................................................................9 3.1.4 Duurzame ladder verstedelijking ...........................................................10 3.1.5 Erfgoedwet en Omgevingsrecht .............................................................10 3.1.6 Conclusie ................................................................................................11 3.2 Provinciaal beleid ......................................................................................................11 3.2.1 Brabantse Omgevingsvisie .....................................................................11 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant .....................................12 3.3 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................13 3.3.1 Structuurvisie Helmond 2030 .................................................................13 3.3.2 Waterplan Helmond 2012-2015

............................................................14

4

OMGEVINGSASPECTEN……………………………………………………………………………………………….15 4.1 Inleiding ....................................................................................................................15 4.2 Externe veiligheid .....................................................................................................15 4.3 Luchtkwaliteit ...........................................................................................................19 4.4 Watertoets ................................................................................................................22 4.5 Geur ..........................................................................................................................25 4.6 Cultuurhistorie en archeologie .................................................................................26 4.7 Geluid........................................................................................................................27 4.8 Flora- en Fauna .........................................................................................................27 4.9 Bedrijven- en milieuzondering ..................................................................................28 4.10 Klimaat, energie en duurzaamheid ...........................................................................30 4.11 Verkeer en parkeren

.................................................................................................30 4.12 Kabels en leidingen ...................................................................................................31

5

UITVOERBAARHEID………………………………………………………………………………………….32 5.1 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................32 5.2 Nut en noodzaak .......................................................................................................32 5.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...........................................................................32 5.3.1 Wettelijk overleg ....................................................................................32

Blad 2 van 35 juli 2020

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

1

Blad 3 van 35 juli 2020

INLEIDING

1.1 Aanleiding Initiatiefnemer wenst aan het perceel, gelegen aan de Weyerweg 51 een gezinshuis te realiseren. Het perceel is kadastraal bekend Gemeente Helmond, sectie Y, nr. 1182. In het vigerende bestemmingsplan ‘buitengebied Helmond’ is het perceel bestemd als ‘wonen’ met gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone, straalpad’. Gebruik ten behoeve van een gezinshuis is op basis van het bestemmingsplan niet toegestaan. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing geldt als onderlegger voor het afwijkingsbesluit. Hiermee wordt het realiseren van het gezinshuis juridisch-planologisch geregeld.

1.2

Ligging plangebied

De projectlocatie is, in groter verband bezien, gelegen ten zuidoosten van Helmond. De locatie ligt ten zuiden van de wijk Brouwhuis, aan de rand van de gemeentegrens. De het centrum van Deurne ligt nagenoeg op dezelfde afstand van de locatie als het centrum het centrum van Helmond. Navolgend is een afbeelding opgenomen waarop de ligging van de locatie globaal is aangegeven.

Afbeelding: Ligging projectlocatie in groter verband De projectlocatie is bereikbaar via de Wolfsputter Baan, Rochadeweg en de Weyerweg. 1.3 Vigerend bestemmingsplan De projectlocatie is geregeld het volgende bestemmingsplan: ➢ ‘Buitengebied Helmond’, dat geconsolideerd is en werd vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 31 oktober 2012. Navolgend is een uitsnede van de verbeelding weergegeven waarbij de projectlocatie in het blauw is omlijnd.

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 4 van 35 juli 2020

Afbeelding: Uitsnede bestemmingsplan De gronden zijn bestemd als ‘Wonen’. Op het perceel is één woning toegestaan. Een woning is ‘een gebouw geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden’. Een huishouden is een ‘alleenstaande, dan wel twee of meer personen waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling’. Onderlinge verbondenheid omvat in vast verband levende relatiepartners en personen met een bloedverwantschap tot en met de tweede graad. Het gebruik van de woning als ‘maatschappelijk’ ten behoeve van een gezinshuis is binnen deze bestemming niet toegestaan. De vestiging van een gezinshuis op locatie is daarom niet toegestaan. Initiatiefnemers verzoeken daarom om af te wijken van het bestemmingsplan. ‘Wonen’ of ‘maatschappelijk’? Het scheiden van wonen en zorg levert vraagstukken op. Een zorglocatie heeft doorgaans in het bestemmingsplan de bestemming ‘maatschappelijke doeleinden’ en het is niet zonder meer toegestaan om verblijfseenheden om te zetten naar gewoon ‘wonen’. Andersom is het niet zomaar toegestaan om een bestemming ‘Wonen’ om te zetten naar ‘Maatschappelijk’.

De knelpunten rond de zorglocaties binnen de Wro hebben alles te maken met hoe wonen en zorg van oudsher in twee gescheiden domeinen is vormgegeven: verschillende wettelijke kaders, ministeries, statistieken en verschillende spelers die met elkaar spelregels opstelden om het aanbod te reguleren. Deze twee werelden kregen ieder hun eigen plek in de ruimtelijke ordening: intramurale voorzieningen werden geschaard in het ‘maatschappelijk’ domein en huisvesting in het wonen-domein. De laatste decennia is de grens tussen de domeinen zorg en wonen geleidelijk aan verlegd. De maatschappelijke opvatting is dat mensen die (intensieve) zorg nodig hebben zoveel mogelijk een gewoon leven verdienen. Deze verschuiving in opvattingen in de samenleving heeft zijn weerslag gekregen in de weten regelgeving. De laatste jaren is deze ontwikkeling in een stroomversnelling geraakt. Bestemmingsplannen zijn daarop echter nog niet aangepast (Bron: ‘Wonen en zorg en de ruimtelijke ordening’, Handreiking voor het oplossen van ruimtelijke knelpunten bij de transformatie of

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 5 van 35 juli 2020

ontwikkeling van woonzorglocatie, Aedes Actiz – Kenniscentrum Wonen-Zorg, d.d. 1 oktober 2015, p. 1 en 2). Uit jurisprudentie blijkt dat ook minder traditionele woonvormen binnen de bestemming ‘wonen’ kunnen vallen. Er moet dan wel sprake zijn van nagenoeg zelfstandige bewoning: de zorg bestaat uit specifieke ondersteuning voor de algemene dagelijkse levensbehoeften en de bewoners hebben geen voortdurende zorg nodig (Zie ABRvS d.d. 29 februari 2012, zaaknummer 201201266/1/A1 en 201201266/2/A1). Uit jurisprudentie blijkt verder dat er sprake dient te zijn van ‘nagenoeg zelfstandig wonen’ en ‘een zekere mate van verbondenheid’ om van de functie ‘wonen’ te spreken. Wanneer er wordt gestreefd naar ‘nagenoeg zelfstandig wonen’ worden de volgende aspecten meegenomen. - Of er geen voortdurende begeleiding aanwezig is; - De begeleiding heeft een ondersteunende rol; - Geen therapeutische of medische zorg, het verblijf in de woning maakt geen deel uit van een (verplicht) behandeltraject; - De bewoners hebben geen eigen dagbesteding; - De bewoners hebben een eigen zit/slaapkamer. (Zie onder meer ABRvS d.d. 10 juli 2013, zaaknummer 201210179/1/A1). Aan verschillende aspecten voldoet dit gezinshuis. De bewoners hebben een eigen slaapkamer en dagbesteding. Tevens maakt het verblijf in de woning geen deel uit van een behandeltraject op het gebied van therapeutische of medische zorg.

Er is echter wel voortdurend begeleiding aanwezig (het kan onder meer om kinderen gaan) en deze begeleiding heeft een ondersteunende rol. Deze rol is het nabootsen van een gezin, de ‘ouders’ wonen daarom op locatie en zijn verantwoordelijk voor de kinderen. Of sprake is van ‘een zekere mate van verbondenheid’ wordt veelal aan de hand van de volgende aspecten getoetst: - Gezamenlijk gebruik van de maaltijden; - De bewoners zijn vrijwillig in het huis gaan wonen; - Gemeenschappelijke woonkamer, keuken en in voorkomend geval sanitair; - Er is sprake van een verdeling van de huishoudelijke taken; - De bewoners zijn voor onbepaalde tijd een met gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband met elkaar aangegaan. (Zie ABRvS d.d. 10 juli 2013, zaaknummer 201210179/1/A1) Er is een zekere mate van verbondenheid in het gezinshuis. Er wordt gezamenlijk gegeten; er is een gezamenlijke woonkamer, keuken en sanitair; de huishoudelijke taken worden verdeeld over alle bewoners en de bewoners zijn hetzij vrijwillig hetzij op grond van uithuisplaatsing in het gezinshuis gaan wonen. De bewoners zijn echter niet voor onbepaalde tijd een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband aangegaan met elkaar.

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 6 van 35 juli 2020

Een gezinshuis benadert daarom deze vorm van verbondenheid maar is gezien de aard en organisatorische grondslag (rechtspersoon) van de opvang geen huishouden. Bovendien verandert de continuïteit en de samenstelling van het gezinshuis wat niet overeenkomt met de definitie van een huishouden. Een gezinshuis wordt daarom gezien als een ‘maatschappelijke’. Om die reden verzoekt initiatiefnemer om een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het project, waarbij wordt ingegaan op de huidige en gewenste situatie. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 het beleidskader aan de orde. Hoofdstuk 4 gaat in op de omgevingsaspecten. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid gegeven en wordt de behoefte onderbouwd.

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

2

Blad 7 van 35 juli 2020

HET PROJECT

In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van het plangebied en het plan met betrekking tot de ruimtelijke kwaliteit. 2.1

Huidige situatie

het perceel is gelegen aan de Weyerweg 51. Op navolgende afbeelding is de locatie vanaf bovenaf weergegeven.

Afbeelding: Projectlocatie van bovenaf bezien (Bron: StreetSmart, d.d. 11 juni 2020) Het perceel is in de huidige situatie in gebruik als woning. Navolgend is een vooraanzicht van de woning weergegeven.

Afbeelding: Projectlocatie vanaf de Weyerweg (bron: Gezinshuis De glimlach 2020)

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

2.2

Blad 8 van 35 juli 2020

Beschrijving plangebied en omgeving

De locatie is gelegen aan de rand van Helmond, in het buitengebied van de wijk Brouwhuis. In de omgeving van de locatie liggen voornamelijk grote woonhuizen afgewisseld met agrarische bedrijven. Bovendien ligt de locatie op twee minuten rijden van de A67, tien minuten van het centrum van Helmond en vijf minuten lopen van de Vlierdense bossen.

2.3

Gewenste situatie

Het is gewenst om op het perceel een gezinshuis op de richten. Een gezinshuis is een kleinschalige vorm van jeugdhulpverlening. Vaak wonen hier kinderen en jongeren die door omstandigheden langdurig (langer dan twee jaar) uit huis zijn geplaatst en geen mogelijkheid hebben om door te stromen naar familie of een pleeggezin. In gezinshuis ‘de Glimlach’ wonen zes kinderen of jongeren en een echtpaar die verantwoordelijk zijn voor de verzorging en begeleiding van deze jeugdigen. Dit echtpaar heeft 24 uur per dag de zorg voor deze jeugdigen. Op deze manier kan het gezinshuis de jeugdigen een thuis bieden en hen het gevoel geven dat ze in een gezin opgroeien. Deze kinderen en jongeren hebben de leeftijd van 0 tot 23 jaar. Er wonen maximaal 6 kinderen en jongeren tegelijk op in het gezinshuis. Bovendien wordt er gestreefd naar zo een stabiel mogelijke situatie waarbij continuïteit belangrijk is. Daarom wordt er gestreefd naar een stabiele samenstelling binnen het gezinshuis waarbij de kinderen en jongeren zo lang mogelijk in dezelfde samenstelling komen te wonen. De woonbestemming blijft op het perceel. Voor maatschappelijke functie wordt afgeweken van het bestemmingsplan.

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

3

Blad 9 van 35 juli 2020

BELEIDSKADER

Ontwikkelingen worden breder gedragen naarmate de ontwikkelingen in overeenstemming zijn met de beleidslijnen op de verschillende niveaus. In dit hoofdstuk wordt het beleid en de wetgeving met betrekking tot de te ontwikkelen locatie op verschillende overheidsniveaus beschreven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012)

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld, ter vervanging van de Nota Ruimte. De SVIR is het kader dat de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 benoemt. In de SVIR wijst het kabinet gebieden aan die behoren tot de ‘nationale ruimtelijke hoofdstructuur’, en stelt voor deze gebieden te realiseren doelen op. Ten aanzien van het plangebied De projectlocatie is niet gelegen binnen een gebied dat is aangewezen in de SVIR. Er zijn geen speciale eisen waaraan het plan dient te voldoen met betrekking tot de SVIR. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 22 augustus 2011 vastgesteld. Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van ander overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), zoals die sinds 1 juli 2008 geldt, geeft aan de regering deze mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) regels te stellen over onder andere de inhoud van bestemmingsplannen. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies. Niet alle nationale ruimtelijke belangen staan in het Barro. Het bevat slechts de nationale belangen die via het stellen van regels aan de inhoud van bestemmingsplannen, en andere plannen van lagere overheden, beschermd kunnen worden. Ten aanzien van het plangebied De ontwikkelingen in het plangebied hebben geen specifieke betrekking op de nationale belangen die in het Barro worden genoemd. De ontwikkelingen zijn hiermee niet in strijd met de regels van het Barro.

3.1.3

Wet natuurbescherming

De Wet Natuurbescherming is per 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De bepalingen uit de Europese

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 10 van 35 juli 2020

Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn in de Wet Natuurbescherming verwerkt. De volgende gebieden worden aangewezen en beschermd op grond van de Natuurbeschermingswet: ➢ Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden); ➢ Wetlands. Ten aanzien van het plangebied Het projectgebied is gelegen binnen een straal van 3 km van ‘Natura 2000’-gebied of Wetlands. Onderhavig plan ziet echter op een functiewijziging, dit zal geen gevolgen hebben voor de ‘Natura 2000’- gebieden of Wetlands. 3.1.4

Duurzame ladder verstedelijking

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft in artikel 3.1.6 voor om bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen een afweging te maken ten aanzien van de nut- en noodzaak in relatie tot duurzaamheidsaspecten. Dit is de zogenaamde ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. In artikel 1.1.1, eerste lid, sub i, Bro wordt onder ‘stedelijke ontwikkeling’ verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Het begrip ‘woningbouwlocatie’, zoals opgenomen in de definitie is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Ten aanzien van het plangebied Het project ziet op een toevoeging van de maatschappelijke functie van een bestaand woonhuis tot maatschappelijk gezinshuis. Er is enkel sprake van een functiewijziging, de ladder hoeft in dat geval niet te worden doorlopen (CARRS:2016:ECLI:RVS:2016:1075). 3.1.5

Erfgoedwet en Omgevingsrecht

Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. Vóór 2016 waren er verschillende wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed. Sinds juli 2016 zijn die allemaal samengegaan in 1 wet. In de Erfgoedwet zijn bestaande wetten en regelingen gebundeld, een aantal regels is vernieuwd. Ook staan er regels in om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. • De duiding van erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet (‘wat’) • De omgang met cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Wabo (‘hoe’) Per 1 januari 2012 schrijft artikel 3.1.6, tweede lid, onder a, Bro voor dat gemeenten een beschrijving geven van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De Rijksoverheid wil er hiermee voor zorgen dat er in de monumentenzorg niet alleen oog is voor het monument zelf, maar ook voor de omgeving ervan en het gebied op zichzelf: het zogenaamde gebiedsgerichte erfgoedbeleid.

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 11 van 35 juli 2020

Ten aanzien van het plangebied Er is geen sprake van een monument binnen de projectlocatie. Cultuurhistorische waarden worden niet aangetast. Dit betekent dat de ontwikkeling niet in strijd is met dit beleid.

3.1.6

Conclusie

Het vastleggen van de gewenste functie is mogelijk binnen het Rijksbeleid. Er zijn geen belemmeringen vanuit het Rijksbeleid voor de afwijking van het bestemmingsplan.

3.2

Provinciaal beleid

De Brabantse Omgevingsvisie is momenteel van kracht. Daarnaast is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In de Brabantse Omgevingsvisie staat wat de provincie van belang vindt en hoe de provincie die belangen wil realiseren. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is daarbij een van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen.

3.2.1

Brabantse Omgevingsvisie

In de Omgevingsvisie Noord-Brabant neemt de provincie een voorschot op de Omgevingswet die er komt. Daarbij worden de vele regels worden samengevoegd om zo tot een overzichtelijk geheel te komen. In de Omgevingsvisie kijkt men naar hoe Noord-Brabant er in 2050 uit zal moeten zien en stelt daarbij een aantal meetbare tussendoelen. Zo wordt vastgesteld wat in 2030 op zijn minst voor elkaar moet zijn om op koers te blijven voor 2050. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie (PMWP, Structuurvisie RO, BRUG, PVVP). De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening is nader uitgewerkt in de Interim omgevingsverordening NoordBrabant. De Interim omgevingsverordening is één van de uitvoeringsinstrumenten voor de provincie Noord-Brabant om de genoemde doelen te realiseren. Deze wordt in paragraaf 3.2.2 uitgewerkt. In de Omgevingsvisie worden dorpen anno 2050 geschetst als levendige plekken waar het voor jong en oud goed toeven is. De natuur is weer teruggekeerd in de provincie en dit trekt toeristen en dagjesmensen. In het ‘panorama’ dat wordt geschetst van de provincie, wordt duidelijk hoe om dient te worden gegaan met beslissingen.

En dat bij afwegingen die moeten worden gemaakt het behoud van levenskwaliteit in het hier en nu in sociaal, economisch en ecologisch opzicht niet ten koste mag gaan van de levenskwaliteit elders en later. Daarbij wordt de zogenaamde ‘ronde’ manier van kijken gehanteerd. Dit houdt in dat men kijkt naar wat het initiatief voor ‘people’ in de gemeenschap betekent, wat het voor de ‘planet’ ofwel leefomgeving betekent en wat het oplevert in economisch opzicht of wel ‘profit’.

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 12 van 35 juli 2020

Ten aanzien van het plangebied Onderhavige ontwikkeling heeft geen nadelige effecten voor de levenskwaliteit elders en/of later. Het betreft een gebied waar al bebouwing is en de stedenbouwkundige of landschappelijke structuur wordt met deze uitbreiding niet verslechterd.

3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Interim omgevingsverordening. Het is een eerste stap naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 januari 2022 in werking. Om uitvoering te geven aan de Brabantse omgevingsvisie heeft de provincie, wanneer de Omgevingswet in werking is getreden, onder de Omgevingswet verschillende instrumenten tot haar beschikking. De omgevingsverordening is er daar een van. Hierin staan regels en voorwaarden met een bindende werking voor het handelen van burgers, bedrijven, gemeenten en waterschappen. De verordening is gebaseerd op de huidige wetgeving, daarom zijn de nieuwe mogelijkheden die de Omgevingswet straks gaat bieden hierin nog niet verwerkt. Wel is in de opbouw en digitale vormgeving alvast zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en -verordening. Navolgend wordt een uitsnede van de verbeelding van de Interim omgevingsverordening met de planlocatie.

Afbeelding: Uitsnede Interim omgevingsverordening

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 13 van 35 juli 2020

Te zien is de ligging binnen ‘Landelijk gebied’. Hier gelden algemene regels voor de zorgplicht van de omgevingskwaliteit. Het op te richten gezinshuis sluit goed aan op de bestaande bebouwing. Met de realisatie van dit gezinshuis wordt geenszins een aanzet geleverd tot een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 3.3

Gemeentelijk beleid

In onderstaande paragrafen wordt ingegaan op de ruimtelijke kaders die het gemeentelijk beleid stelt aan het voorliggende plan. 3.3.1

Structuurvisie Helmond 2030

In de begin 2014 vastgestelde Structuurvisie Helmond 2030 is de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Helmond voor de periode 2014-2030 vastgelegd. Deze structuurvisie is geen blauwdrukplan met een vastomlijnde koers, maar juist een flexibel meebewegend beleidskader dat beter toegerust lijkt op de snel veranderende (ruimtelijke) behoeften en opgaven van deze tijd. De structuurvisie gaat veel minder dan voorheen uit van een lagenbenadering. In plaats daarvan is de structuurvisie opgebouwd rond een achttal ruimtelijk relevante thema’s die in samenhang het Ruimtelijk perspectief Helmond 2030 vormen. Hieronder is een uitsnede van de structuurvisie weergegeven, waarbij de ligging van het plangebied is aangeduid door middel van een blauwe pijl.

Afbeelding: Uitsnede Structuurvisie Helmond 2030

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 14 van 35 juli 2020

De projectlocatie ligt aan de rand van de wijk Brouwhuis. Het gebied is aangeduid op de structuurvisie als ‘Stad- Land projecten’. De gemeente Helmond wil deze projecten met een proactieve aanduiding voortzetten. Ten aanzien van het plangebied Met de transformatie van een woonhuis naar een gezinshuis met maatschappelijke functie is er sprake van een project dat binnen de structuurvisie pas. Het plan is daarom in overeenstemming met deze structuurvisie. Met de beperkte opwaardering van de functie van een bestaande vrijstaande woning op een royaal perceel is sprake van een incidentele invulling. Het plan is om deze reden in overeenstemming met de structuurvisie.

3.3.2

Waterplan Helmond 2012-2015

Het waterbeleid van de gemeente Helmond is vastgelegd in het Waterplan 2012-2015 met een verlenging tot en met 2018 dat door de gemeenteraad is vastgesteld en geeft de kaders aan waarbinnen het waterbeheer in Helmond vorm moet krijgen. Het gemeentelijke waterplan is een gezamenlijk product van gemeente en waterbeheerder en geeft een uitgewerkte visie op de plaats die het water nu en in de toekomst in Helmond kan innemen. Het geeft daarbij aan wat als gewenste ontwikkeling wordt gezien. De visie is richtinggevend voor het onderdeel water bij planvorming en invulling van projecten. Belangrijke onderwerpen in het Waterplan 2012-2015 zijn: ➢ Water en ruimtelijke ordening; ➢ Water en ecologie; ➢ Beleving van water; ➢ Waterkwaliteit; ➢ Stedelijk grondwater; ➢ Waterketenbeheer (waaronder afkoppelen en de voorkeursvolgorde voor het verwerken van schoon hemelwater); ➢ Beheer en onderhoud van stedelijk water. Op deze wijze wordt het mogelijk het aspect water te betrekken bij integrale beleidsafwegingen en daarbij de consequenties van keuzes voor het water aan te geven. Het onderwerp ‘klimaatadaptatie’ is benoemd in het programmaplan Duurzame en Gezonde Stad. Daar waar mogelijk worden klimaatadaptieve maatregelen al wel meegenomen in projecten en plannen. Ten aanzien van het plangebied Voor het planvoornemen is een watertoetsparagraaf opgesteld (paragraaf 4.6).

Het plan is in overeenstemming met de bovenstaande belangen.

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

4

OMGEVINGSASPECTEN

4.1

Inleiding

Blad 15 van 35 juli 2020

In dit hoofdstuk worden de omgevingsfactoren beschreven. Daarnaast wordt per omgevingsfactor beoordeeld wat de invloed op het plan kan zijn. 4.2 Externe veiligheid Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) geeft aan hoe met de risico’s van de stationaire inrichtingen moet worden omgegaan. Het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling basisnet beschrijven de aanpak van de ruimtelijke besluitvorming waarbij transportrisico’s aan de orde zijn. Deze zijn op 1 april 2015 in werking getreden. De gemeenteraad van Helmond heeft op 10 januari 2012 de Milieuvisie Helmond 2025 “Duurzaam op weg” vastgesteld. Daarin is onder meer het onderdeel externe veiligheid ondergebracht. In de Milieuvisie is hierbij onder andere aangegeven dat risicovolle situaties worden voorkomen en dat bij ruimtelijke ontwikkeling externe veiligheid tijdig wordt betrokken. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het Bevi staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is. Deze inrichtingen brengen risico’s met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten.

Risicokaart Het aspect externe veiligheid is voor deze ontwikkeling beoordeeld aan de hand van de provinciale risicokaart. Het plangebied is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid. Er ligt echter wel een gasleiding nabij de locatie. In het navolgende figuur is een uitsnede van de risicokaart van de provincie NoordBrabant weergegeven waarbij het plangebied is aangeven met een blauwe pijl.

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 16 van 35 juli 2020

Afbeelding: Uitsnede Risicokaart Noord-Brabant, plangebied Transport gevaarlijke stoffen Op 1 april 2015 zijn het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling basisnet in werking getreden. Eveneens is het Basisnet opgesteld, met routes die worden aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het beleid achter het landelijke Basisnet is dat een plafond vastgesteld wordt voor dit vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook worden randvoorwaarden aan de ruimtelijke ordening gesteld. Wegen Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. Een grotere doorgaande weg in de gemeente waarover dergelijke transporten zullen plaatsvinden is de provinciale weg N279, maar ook de A67. De dichtstbijzijnde Basisnetroute is de N279, gelegen op een afstand van circa 250 meter van het plangebied. Gezien de afstand tot deze risicobronnen, ligt het plangebied buiten een eventuele plaatsgebonden risicocontour. Gezien de grote afstand tot de transportas, zullen de effecten op het groepsrisico niet significant zijn. Er kan langs het plangebied wel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvinden van de nietrouteplichtige stoffen (zoals gas), maar de frequentie daarvan is (door het lokale karakter van het transport) dermate laag dat daardoor geen risico’s ontstaan die ruimtelijk relevant zijn.

Vervoer via het spoor Op het grondgebied van de gemeente Helmond bevindt zich een spoortracé voor gevaarlijke stoffen. Er is geen plasbrandaandachtsgebied (PAG) aanwezig voor dit spoortracé. Volgens Basisnet geldt dat de veiligheidszone 0 meter bedraagt. Het plaatsgebonden risico vormt derhalve geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. De afstand van het plangebied tot het spoor is ruim 1.500m. Het groepsrisico (GR) vormt om deze reden geen belemmering.

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 17 van 35 juli 2020

Vervoer over het water In de nabijheid van het plangebied is geen water gelegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Hoogspanningslijnen Zonering rond het bovengrondse hoogspanningsnet in Nederland is vastgelegd in de Netkaart van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De Netkaart bevat o.a. gegevens over de netbeheerder en de breedte van de indicatieve zones. In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen hoogspanningsmasten aanwezig. De dichtstbijzijnde hoogspanningsmasten staat op enkele kilometers afstand. Er zijn geen belemmeringen ten aanzien van het plan ten behoeve van hoogspanningslijnen.

Ondergrondse (gas)leidingen Nabij de planlocatie is één relevante risicobron geïdentificeerd met betrekking tot de externe veiligheid, zoals ook blijkt uit de risicokaart. Het betreft de ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding A-585 Buisleiding A-585 heeft een diameter van 1067,00 mm en de druk bedraagt 66,2 bar. De 100%-letaliteitsafstand van deze buisleiding bedraagt 190 meter, de 1%letaliteitsafstand bedraagt 485 meter. De planlocatie ligt op een afstand van ongeveer 125m en valt zowel binnen de 1%-letaliteitsafstand én de 100%- letaliteitsafstand. Voor buisleiding A-585 is er geen sprake van plaatsgebonden risicocontour hoger dan 10-6 per jaar buiten het hart van de ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen in de gemeente Helmond. De gemeente voldoet daarmee aan de wettelijke basisveiligheid. Wel geldt voor de aardgasleiding een belemmeringenstrook van 5 meter vanaf het hart van de leiding. De belemmeringenstrook is niet

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 18 van 35 juli 2020

relevant voor de projectlocatie. Het berekende groepsrisico voor deze buisleiding ligt onder de oriënterende waarde. In die zin kan geconstateerd worden dat in de huidige situatie sprake is van een acceptabel externe veiligheidsniveau. De komst van een gezinshuis zal niet bijdrage in een significante toenamen van het groepsrisico. Voor de geplande ontwikkeling geldt dat het groepsrisico formeel dient worden te verantwoord (beperkte verantwoording). Navolgend wordt dit verantwoord. Beperkte verantwoording groepsrisico Bij het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan en bij het verlenen van een Wabo omgevingsvergunning voor zowel een permanent als tijdelijk planologisch strijdig gebruik dient het groepsrisico, conform artikel 12, eerste lid, van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) te worden verantwoord. De verantwoording kan beperkt blijven indien het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde bedraagt en/of het groepsrisico met minder dan 10% toeneemt. Omdat de personendicht met dit plan beperkt toe neemt zal ook het groepsrisico niet significant toenemen. De verantwoording wordt hierna beperkt toegelicht. Het maatgevend rampscenario bij een hogedruk aardgasleiding is een fakkelbrand die duurt tot dat na het dichtdraaien van afsluiters (zogenaamde inblokken) van de gasleiding de druk afneemt.

Een fakkelbrand ontstaat wanneer door een externe beschadiging (bijvoorbeeld door graafwerkzaamheden) aardgas vrijkomt dat vervolgens door een ontstekingsbron wordt ontstoken. Er is dus een bepaalde kans dat er geen gevaarlijke effecten in de omgeving ontstaan. De afmeting en de richting van de fakkel is afhankelijk van o.a. de leidingdiameter en -druk. Hittestraling is, in combinatie met de blootstellingsduur, bepalend voor de gevolgen voor mensen en objecten. Als na een beschadiging van een hogedruk aardgasleiding niet onmiddellijk een fakkelbrand ontstaat, is er een bepaalde tijd beschikbaar om te vluchten. De hulpverlening is gericht op het veilig stellen van het effectgebied en het voorkomen van ontsteking. De hulpverlening zal proberen de explosieve wolk die wordt gevormd te verdunnen door sproeistralen in te zetten. Indien wel direct een fakkelbrand ontstaat is er voor personen binnen het blootgestelde gebied geen tijd meer om bescherming te zoeken. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote calamiteiten bij een incident te voorkomen. Door een tijdige waarschuwing kunnen deze mensen proberen zo snel mogelijk afstand tot de risicobron te nemen. Tijdige alarmering is van groot belang. Zolang geen sprake is van een lichamelijk of geestelijke beperking is de zelfredzaamheid van personen hoog.

Aangenomen wordt dat personen binnen het plangebied voldoende zelfredzaam zijn. In geval van een incident met gevaarlijke stoffen dient de brandweer de calamiteit zoveel mogelijk te bestrijden. De duur en soort inzet verschilt per scenario. Voor een goede bestrijdbaarheid is het van belang dat het voor de brandweer mogelijk is om: • op tijd ter plaatse te zijn; • voldoende opstelplaatsen te hebben; • voldoende blusmiddelen te hebben.

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 19 van 35 juli 2020

De bereikbaarheid van het plangebied is voldoende. Advies Veiligheidsregio Conform de ‘richtlijn advisering externe veiligheid voor ruimtelijke plannen’ van de Veiligheidsregio Brabant Zuidoost is voor dit bestemmingsplan het standaardadvies toegepast. Hieronder wordt het advies kort beschreven en hoe deze toegepast kan worden voor dit plan. •

Communiceer actief met de omwonenden in het plangebied over de risico’s van de gevaarlijke stoffen. Geef daarbij aan wat omwonenden moeten doen bij een incident, namelijk vluchten van risicobron af. Dit bevordert de zelfredzaamheid van omwonenden. Dit advies geldt ook voor bedrijfshulpverleningsorganisaties.

Volgens het beleidsdocument ‘Verantwoording groepsrisico Helmond’ dient de gebruiker van dit gebied zich wel bewust te zijn van de risico’s in dit gebied. Dit betekent dat de gebruiker kennis moet hebben van de juiste handelingsperspectieven om zoveel mogelijk zelfredzaam te opereren. De gemeente Helmond doet dit door al haar burgers te informeren over risico’s en mogelijke handelingsperspectieven, o.a. middels de website van de gemeente. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten op de landelijke informatiesystemen. •

Pas de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening van VRBZO toe. Wanneer een beoogde oplossing aan de beleidsregels voldoet, kunt u ervan uitgaan dat een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening gerealiseerd wordt. De beleidsregels staan op https://www.brandweer.nl/brabant-zuidoost/regionaal-beleid

De situatie ten behoeve van de bereikbaarheid en bluswatervoorziening zal ongewijzigd blijven. Dit houdt in dat er geen nieuwe situaties ontstaan waardoor de hulpdiensten gehinderd kunnen worden. Verder zullen er met dit plan geen nieuwe risicobronnen nabij het plangebied bijkomen, waarbij een behoefte ontstaat aan meer bluswatervoorzieningen. Conclusie Er is geen belemmering ten aanzien van het aspect ‘externe veiligheid’.

4.3

Luchtkwaliteit

Met wet- en regelgeving wil de overheid zorgen voor een goede luchtkwaliteit en burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De belangrijkste is de Wet milieubeheer, titel 5.2: luchtkwaliteitseisen. Verontreiniging is afkomstig van verschillende bronnen zoals verkeer, industrie, landbouw en concentraties van verontreinigende stoffen. Fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) zijn de belangrijkste stoffen in de luchtkwaliteitsregelgeving. Het nastreven van een ‘goede ruimtelijke ordening’ is een reden om de blootstelling aan deze stoffen zoveel mogelijk te beperken. Dit speelt onder andere bij het vaststellen van een bestemmingsplan. Daarom is tussen de

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 20 van 35 juli 2020

luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening een koppeling gelegd. Zo dienen ruimtelijke plannen te worden getoetst aan de in de Wet milieubeheer opgenomen richtwaarden en grenswaarden voor luchtvervuilende stoffen. Besluit niet in betekenende mate In het Besluit niet in betekenende mate en de Regeling niet in betekenende mate is vastgelegd dat wanneer de ontwikkeling niet meer dan 3% bijdraagt aan de grenswaarde, deze niet hoeft te worden getoetst aan de wettelijke grenswaarden. Dit houdt in dat meer dan 1,2 per m 3 wordt aangemerkt als zijnde in betekenende mate. In de regeling niet in betekenende mate is dit gelijkgesteld aan de bouw van 1500 woningen. De transformatie van kantoor naar wonen heeft een dermate kleine verkeersaantrekkende werking dat er geen sprake is van verslechtering van de luchtkwaliteit. Goede ruimtelijke ordening Hoewel er geen verslechtering van de luchtkwaliteit is, dienen ruimtelijke plannen die procedures doorlopen conform de Wet ruimtelijke ordening te voldoen aan een ‘goede ruimtelijke ordening’. De formele definitie daarvan luidt: “het coördineren van de verschillende belangen tot een harmonisch geheel dat een grotere waarde vertegenwoordigt dan het dienen van de belangen afzonderlijk”. Een goede luchtkwaliteit is een van die belangen, ofwel: de luchtkwaliteit dient geschikt te zijn voor de beoogde functie.

In het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) werken het Rijk, provincies en gemeenten samen om gezondheidsschade voor burgers als gevolg van luchtverontreiniging te verminderen. Aan de hand van de monitoringstool van het NSL is bekeken hoe de situatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied is. Vervolgens zijn deze vergeleken met de in onderstaande afbeelding weergegeven grenswaarden, die bepaald zijn in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer.

Tabel: Grenswaarden hoofdstuk 5, titel luchtkwaliteitseisen Wet milieubeheer

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 21 van 35 juli 2020

Navolgend zijn afbeeldingen weergegeven uit de kaarten van de monitoringstool van NO2 (stikstof) en PM-10 (fijnstof).

Afbeelding: montoringstool NSL NO2 (stikstof)

Afbeelding: monitoringstool NSL PM10 (fijnstof)

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 22 van 35 juli 2020

De dichtstbijzijnde meetlocaties zijn in bovenstaande afbeeldingen weergegeven in het turqouiseblauw. De projectlocatie is met de blauwe pijl aangeduid. Uit metingen ter plaatse blijkt dat in 2020, het jaar waarin de meting plaatsvonden, de jaargemiddelde van fijnstof en stikstof onder de grenswaarde uit de wetgeving is. Conclusie Voor fijnstof (PM10) en stikstof (NO2) blijft de jaargemiddelde concentratie onder de 35ug/ m3. De ontwikkeling van het plangebied is derhalve in het kader van fijnstof en stikstof geen bezwaar.

4.4

Watertoets

In deze paragraaf komen de regels aan bod die gelden voor wat betreft de waterhuishouding ter plaatse. De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht voor bestemmingsplannen van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het vooroverleg, op grond van artikel 3.1.1. Bro, met het waterschap geregeld. Ook heeft het besluit een verplichte waterparagraaf in de toelichting van het bestemmingsplan geregeld. Het doel hiervan is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten. De meerwaarde is dat het zorgt voor een vroegtijdige en systematische aandacht voor het meewegen van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Met deze waterparagraaf wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, onder c, van het Besluit ruimtelijke ordening. Deze waterparagraaf is tot stand gekomen met een werkwijze volgens de Handreiking Watertoets. Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater.

Voor het uitwerken van de doelstellingen worden op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. De ecologische ambities worden vooral op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Waterwet In december 2009 is de nieuwe Waterwet van kracht geworden. Hierin zijn de watertaken van de gemeente opgenomen. Een gemeente is verplicht zorg te dragen voor de kwaliteit van het grondwater en afstromende hemelwater. In december 2009 is tevens het Nationaal Waterplan (NWP) door het kabinet vastgesteld. Het NWP beschrijft de maatregelen dien in de periode 2009-2015 genomen moeten worden om Nederland ook voor de toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden. Verder is hierin opgenomen hoe ook de kansen die water biedt te benutten.

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 23 van 35 juli 2020

Nationaal Waterplan 2016 - 2021 De minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken hebben op 10 december 2015 het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan 20162021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan (Wind op Zee buiten 12 nautische mijl en verankering rijksbeleid Deltabeslissingen). Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelf bindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofd-watersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kader stellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. Het Nationaal Waterplan (NWP) bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Het kabinet actualiseert het waterbeleid op een aantal terreinen. ➢ Het beleid met betrekking tot waterveiligheid en zoetwater is met de vastgestelde deltabeslissingen in 2014 fundamenteel veranderd.

Het rijksbeleid dat voortvloeit uit de voorstellen voor deze deltabeslissingen, is in 2014 met een tussentijdse wijziging verankerd in het Nationaal Waterplan 2009-2015 en opgenomen in dit nieuwe Nationaal Waterplan voor de periode 2016–2021; De afgelopen jaren zijn over verschillende beleidsterreinen afspraken gemaakt die raakvlakken hebben met water, zoals afspraken over energie (Energie akkoord), natuur (Natuurvisie), internationale inzet en vernieuwde bestuurlijke verhoudingen (onder meer Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, Bestuursakkoord Water en Deltaprogramma). Deze afspraken zijn verwerkt in dit Nationaal Waterplan. De betreffende beleidsdocumenten blijven van kracht; ➢ Met de vaststelling van dit NWP voldoet Nederland tevens aan de Europese eisen om actuele plannen en maatregelenprogramma's op te stellen volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM). Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie De relevante beleidsontwikkelingen op het gebied van water worden bij het Rijk opgenomen in het Deltaprogramma. Hierin is voor verschillende thema’s beschreven wat het beleid is en hoe het Rijk dat in overleg met overige partners wil gaan bereiken. Het Deltaprogramma bestaat uit verschillende onderwerpen op het gebied van water.

Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie het meest relevant, omdat hierin de consequenties van de klimaatontwikkelingen voor Nederland zijn opgenomen, evenals de maatregelen die we moeten nemen om ‘klimaatadaptief’ te worden. Een deel van deze maatregelen zal ruimtelijke impact hebben. Met ‘klimaatadaptief’ wordt bedoeld: het klimaatrobuust en klimaatbestendig inrichten van Nederland, gegeven de klimaatontwikkelingen die op ons afkomen. Op basis van de internationale en nationale klimaatmodellen is de verwachting dat het weer in Nederland extremer gaat worden. Dat betekent: meer hevige regenbuien (veel neerslag in korte tijd) en langere periodes met droogte en

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 24 van 35 juli 2020

hitte. Dit heeft consequenties voor de leefbaarheid in steden en dorpen en voor bijna alle (economische) sectoren in Nederland. Met het nemen van klimaatrobuuste maatregelen wordt ingespeeld op deze veranderingen waarmee we steden en dorpen leefbaar houden en (economische) schade door wateroverlast, droogte en hitte beperken. Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 Provinciale Staten hebben op 18 december 2015 het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 (PMWP) vastgesteld. Het PMWP staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Het PMWP staat niet op zichzelf. Er is een provinciaal natuurbeleidsplan (Brabant Uitnodigend Groen), een energieplan (Energieagenda) en beleid om de Brabantse agrofoodsector duurzaam te maken (Uitvoeringsagenda Brabantse Agrofood). Het PMWP vult deze plannen aan waar er grote raakvlakken zijn met het milieu- en waterbeleid. Bijvoorbeeld met de Programmatische Aanpak Stikstof. Op deze manier wordt gewerkt aan een integrale benadering van de duurzame fysieke leefomgeving. Beleid waterschap Het beleid van Waterschap Aa en Maas is neergelegd in het Waterbeheerplan 2016-2021. Daarbij zijn watertoets-uitgangspunten voor integraal waterbeheer vastgelegd.

Het waterschap vraagt daarbij aandacht voor de volgende punten: ➢ Ontwikkelen op een hoge en droge locatie; als dit niet lukt dienen aanvullende maatregelen te worden genomen waarmee wateroverlast voldoende wordt tegengegaan; ➢ Gescheiden houden van afvalwater en schoon hemelwater; ➢ Voorkomen van watervervuiling; ➢ Voor schoon hemelwater gelden de afwegingsstappen: hergebruik > infiltratie > bufferingafvoer; ➢ Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen (HNO), een ontwikkeling mag niet leiden tot een hydrologische achteruitgang in en buiten het plangebied, ook mag het geen knelpunt vormen voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruiksfuncties; ➢ Water positief laten bijdragen aan de belevingswaarde van de omgeving; ➢ Water onderdeel laten zijn van meervoudig ruimtegebruik om schaarse ruimte efficiënt te kunnen benutten; ➢ Ruimteclaims voor watergerelateerde onderwerpen in ruimtelijke plannen verwerken. Keur Het waterschap heeft haar regels vastgelegd in de Keur. Navolgende kaart geeft de keur weer, de projectlocatie is aangeduid met een blauwe pijl. Er is te zien dat het plangebied direct grenst aan een beschermd gebied.

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 25 van 35 juli 2020

Afbeelding. Uitsnede keur Aan het perceel verandert niets, enkel het gebruik van de gebouwen. Ten aanzien van water zal er niks veranderen. Riolering Onderhavig plan ziet enkel op een functiewijziging van het perceel, er zijn daarom geen problemen te verwachten met betrekking tot het riool.

Watertoets De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben hun keuren geharmoniseerd. Als onderdeel van dit harmonisatietraject hanteren de waterschappen sinds 1 maart 2015 dezelfde uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Plannen met een verhardingstoename tot 2000 m2 zijn onder de nieuwe keur vrijgesteld van compensatie. Vanuit het watersysteem geredeneerd bestaat er geen aanleiding om onder deze oppervlaktemaat compenserende maatregelen te eisen. Er is gebruik gemaakt van de Watertoets (d.d. 15 juni 2020) via dewatertoets.nl. De resultaten daarvan zijn in bijlage 1 opgenomen. Uit de digitale watertoets blijkt dat met voorgenomen ontwikkeling geen belang van het waterschap gemoeid is. 4.5

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de omgevingsvergunning. De in de wet beschreven minimale vereiste afstanden betreffen afstanden tussen een veehouderij en een geurgevoelig object, zoals een woonhuis. Buiten de bebouwde kom

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 26 van 35 juli 2020

geldt een afstand van 50 meter, binnen de bebouwde kom is dat 100 meter. Daarnaast dient een minimale afstand tot de gevels van dierenverblijven te worden gerespecteerd. Deze afstand is 25 meter buiten de bebouwde kom en 50 meter binnen de bebouwde kom. Geuremissies van industriële bronnen worden getoetst aan de bestaande normstelling in de verleende vergunningen. In het landelijk geurbeleid is bepaald dat door het bevoegd gezag een acceptabel hinderniveau moet worden vastgesteld. Hierdoor kan rekening worden gehouden met de beleving van geur (z.g. geurbelevingswaarden). Conclusie In de directe omgeving van het plangebied is een veehouderij aanwezig. Deze veehouder ligt op 165 meter van het plangebied. Dit is meer dan 50 meter, er zijn daarom geen beperkingen op het gebied van geur. 4.6

Cultuurhistorie en archeologie

In de toelichting van het bestemmingsplan dient, sinds 1 januari 2012, een beschrijving te worden opgenomen over hoe rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden en de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Zoals in paragraaf 3.1 reeds genoemd wordt dit voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), in artikel 3.1.6, tweede lid, onder a. De Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant geeft geen nadere informatie over aanwezigheid van monumentale bebouwing binnen het plangebied of de directe omgeving. Uit de Archeologische beleidskaart van de gemeente Helmond blijkt dat er geen verwachtingen zijn op vondsten van belang in het plangebied, in navolgende afbeelding is van deze archeologische beleidskaart een uitsnede opgenomen.

Afbeelding: Uitsnede Archeologische beleidskaart Helmond, 2017

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 27 van 35 juli 2020

Conclusie Uit de Cultuurhistorische waardenkaart, de archeologische beleidskaart en ook uit het bestemmingsplan blijkt dat er op de planlocatie geen archeologische verwachtingen zijn. In het gebied gelden geen voorschriften of restricties bij bodemingrepen. Bij toevallige vondsten geldt wel de meldingsplicht uit de Erfgoedwet. Aangezien voorgenomen ontwikkeling ziet in de functieverandering van ‘wonen’ naar ‘maatschappelijk’ en de buitenkant van de woning niet verandert, zullen er geen bodemingrepen plaatsvinden. Mocht dit wel het geval zijn, dan zullen de geldende voorschriften in acht worden genomen.

4.7

Geluid

Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland is wettelijk vastgelegd wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet door middel van geluidsnormen. Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder zijn voor wegverkeerslawaai zones opgenomen, waarbinnen regels zijn gesteld omtrent bescherming van geluidgevoelige objecten. Zo dienen bij de vaststelling van een bestemmingsplan, kortweg binnen zones langs wegen, de waarden zoals vastgesteld in de Wet geluidhinder in zones in acht te worden genomen (art. 76 Wet geluidhinder). Deze ruimtelijke onderbouwing maakt geen geluidgevoelige objecten (artikel 1.2 lid 1 sub c Besluit geluidhinder) mogelijk. Voor geluidsgevoelige gebouwen binnen de zone van een weg geldt (behoudens artikelen 83, 100 en 100a) een voorkeursgrenswaarde van Lden 48 dB. Conclusie De bewoning van het gezinshuis is in (ruimtelijke) uitstaling te vergelijken met een ‘normaal’ huishouden. Momenteel heeft het perceel al een gevoelige functie, dit zal door het gebruik van het woonhuis als gezinshuis niet veranderen. Daarom hoeft het aspect ‘geluid’ niet nader te worden onderzocht.

4.8

Flora- en Fauna

In Nederland is een groot aantal gebieden aangewezen als beschermd natuurgebied. Naast het aanwijzen van Natura 2000 gebieden op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn kunnen gebieden ook als beschermd natuurmonument of beschermd landschapsgezicht worden aangewezen. Daarnaast zijn gebieden als Natuurnetwerk Nederland (NNN) aangewezen. De aanwijzing hiervan vind zijn grondslag in het Besluit algemene regels ruimtelijk ordening (Barro). De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van plant- en diersoorten. Op basis van de onderzoeksplicht (Wro) en de plicht tot het vaststellen van een uitvoerbaar plan dient bij het maken van een toelichting beoordeeld te worden of er belemmeringen aanwezig zijn voor verlening van een

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 28 van 35 juli 2020

eventuele ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor de activiteiten die het plan mogelijk maakt of veroorzaakt. Het plangebied bevindt zich niet in een speciale beschermingszone als bedoeld in de Vogel- en/of Habitatrichtlijn en maakt geen deel uit van de Ecologische hoofdstructuur. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Strabrechtse Heide & Beuven ligt op meer dan drie kilometer afstand, buiten de invloedssfeer van de voornomen ontwikkeling. Conclusie Vanuit het aspect flora- en fauna zijn er geen belemmeringen te verwachten ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling aangezien het om een inpandige functieverandering gaat.

4.9

Bedrijven- en milieuzonering

Bij het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing dienen ook de gevolgen voor het woon- en leefklimaat te worden meegenomen in het kader van de belangenafweging. Er dient te worden beoordeeld of, uitgaande van de maximale mogelijkheden van het plan, geen onoverkomelijke problemen zijn te verwachten. Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’. De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst Bedrijven en Milieuzonering worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning (of verblijfsruimte) die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’.

Het plangebied kan getypeerd worden als ‘rustig buitengebied’ Andersom dient ten opzichte van de thans aanwezige woonbestemmingen rekening te worden gehouden met de richtafstanden vanaf het plangebied. Ter plaatse van de uitbreidingslocatie binnen het plangebied zal sprake zijn van parkeerplaatsen, en een verblijfsruimte.

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51 Gemeente Helmond

Blad 29 van 35 juli 2020

Bestaande bedrijven In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende bedrijven gevestigd. Deels bevinden deze zich op het zuidelijk van het projectgebied gelegen Bedrijventerrein Zuid Oost Brabant. De milieucategorie van de bestaande bedrijven op het Bedrijventerrein Zuidoost Brabant varieert van categorie 2 (met een richtafstand tot woonbebouwing van 30 meter) tot en met categorie 5.1 (met een richtafstand tot woonbebouwing van 500 meter). Gelet op de omgeving van het plangebied dienen de minst milieubelastende bedrijven (globaal tot en met categorie 3.1, richtafstand 50 meter) vooral aan de noordrand van het plangebied te worden gevestigd. Navolgende tabel geeft de meest nabij gelegen bedrijven, het adres en welke richtafstanden van de VNG-brochure hiervoor gelden weer.

Ruimtelijke onderbouwing Weyerweg 51

Blad 30 van 35

Gemeente Helmond

juli 2020

Bedrijf en adres

SBI omschrijving

Vos Logistics Helmond B.V. Graandijk 1 5704RB HELMOND

Opslag in distributiecentra en overige opslag (niet in tanks, koelhuizen e.d.) & Laad-, Los en overslagactiviteiten niet voor zeevaart & Geregeld besloten personenvervoer over de weg

Cat. SBIcode 2008 3.1 52109

Geur

Stof

Geluid Gevaar

30

10

50

50

52242

49393

Nertsenfokkerij Rini Verhoeven B.V. Weyerweg 40 5704 CR Helmond

Financiële holdings

1

6420

0

0

10

0

Arin Pluimvee B.V. Weyerweg 27 5704 CR Helmond Landbouwbedrijf De Groot B.V. Weyerweg 22 A 5704 CR Helmond

Opfokken en/of houden van overig pluimvee

3.2

01479

100

30

50

0

Akker- en/ of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10082616/1