RN 020 Meerjarenplanning en financiering Hoogspanningsmasten - Bijlage 4 - Haalbaarheidsstudie verkabeling Helmond v3.0 Definitief
Tekst van het document
De benodigde minimale afstand van geleiders tot hart van mast in ontwerp zoals voorgelegd door Petersburg (optie 1A) is 5,01 meter en voldoet daarmee niet aan de vereiste 5.9 meter. Ontwerp optie 1A voldoet niet aan eis AM-Req-0993.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 25
6.2.2
Mastbeeld
Eis AM-Req-0997 stelt dat als in een bestaande hoogspanningslijn één of enkele masten moeten worden gemodificeerd of vervangen, het mastbeeld of maststramien dat kenmerkend is voor die hoogspanningslijn gehandhaafd te blijven. Met deze oplossingsvariant wordt het bestaande mastbeeld nauwelijks aangetast. Ontwerp optie 1A voldoet aan eis AM-Req-0997.
6.2.3
Magneetveldzone
De gemeente eist dat de magneet veldzone 0,4uT tussen mast 116 en 120 niet verder dan 45 meter (weerszijden) van de hartlijn van de verbinding mag komen te liggen. Voor Optie 1A is er een berekening uitgevoerd waarbij de volgende waardes naar voren zijn gekomen: Tabel 6-2
Resulterende 0,4µT magneetveldzone na mastbeeld aanpassing Veldsterkte
MBT-EHV380 117-118 MBT-EHV380 118-119 MBT-EHV380 119-120
0.400 0.399 0.399
0.399 0.399 0.396
Berekende afstand A1 A2
Specifieke zone (afgerond) A1 A2
-46.50 -47.50 -48.50
-45 -50 -50
46.50 47.50 48.75
45 50 50
Hieruit valt te concluderen dat tussen mast 118 en 120 niet voldaan kan worden aan de eis. In Appendix G - Tabel 8-1 is een overzicht gegeven van woningen welke binnen een 0,4µT magneetveldzone van 50 meter komen te vallen. De door DNV GL berekende waarden wijken af van de door Petersburgs Consultant berekende waarden in de haalbaarheidsstudie [3]. Tijdens tussentijdse besprekingen met de Gemeente Helmond, Petersburgs Consultants, TenneT en DNV GL, heeft DNV GL middels een memo een onderbouwing gegeven van de gehanteerde input zie ook referentie [3] Voor de berekening is ervan uit gegaan dat een AMS620 4-bundel gemonteerd is en dat de stroom 4000A bedraagt. Ontwerp optie 1A voldoet niet aan de gemeente eis omtrent de breedte van de 0,4µT magneetveldzone.
6.2.4
Realisatie
Het vervangen van een groot deel van het mastlichaam heeft als gevolg dat de geleiders tijdelijk van de mast los gemaakt dienen te worden. Hierbij zal het desbetreffende of beide circuits uit bedrijf genomen moeten worden. Voor TenneT is het tegelijkertijd uitbedrijf nemen van beide circuits niet mogelijk omdat daarmee de bedrijfsvoering zodanig wordt verstoord dat de levering van voldoende vermogen binnen het 380kV netwerk niet gegarandeerd kan worden. Een mogelijk alternatief is om een of beide circuits om te hangen naar tijdelijke getuide masten waarmee beide of minimaal 1 circuit inbedrijf kunnen blijven. De inzet van tijdelijke masten vereist dat er in de nabijheid van de bestaande masten voldoen ruimte is voor het plaatsen van deze tijdelijke masten. Deze benodigde ruimte is bepaald in tekening 10078156031-001 in Appendix C. Als onderlegger hiervoor is een 2D tekening gebruikt waarin de huidige en in aanbouw zijnde gebouwen zijn weergegeven. In Figuur 6-2 zijn de tijdelijke mast locaties weergegeven en is middels de donkerblauwe cirkels de mogelijke positionering van de tuidraden opgenomen. Deze tuidraden worden in een cirkel van circa 40 meter om het middelpunt van de tijdelijke mast gesitueerd.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 26
Figuur 6-2
Detail locatie overzicht voor tijdelijke masten
Tevens dient er voldoende afstand gehouden te worden t.o.v. van de huidige verbinding om de werkzaamheden veilig te kunnen uitvoeren. Dit grens van dit gebied ligt op 30 meter aan weerzijden van de hartlijn van de verbinding. De minimale afstand tussen de bebouwing en de hartlijn van de verbinding is circa 45 meter. Hiermee kan geconcludeerd worden van de benodigde minimale ruimte van circa 70 meter niet gehaald kan worden en de optie met tijdelijke masten daarmee niet realiseerbaar is. Voor mast 117 geldt dat hierin ook antennes aanwezig zijn van een externe telecomprovider, deze zullen verwijderd moeten worden en zouden daarna eventueel op nieuw in de mast geplaatst kunnen worden. Dit zal met de desbetreffende telecomprovider besproken moeten worden. De werkzaamheden zullen dus effect hebben op de service van deze telecomprovider in het zendbereik van de antennes. Ontwerp optie 1A kan niet gerealiseerd worden zonder beide circuits uit bedrijf te nemen.
6.2.5
Bestemmingsplan & Vergunningen
Bij uitgebruik name van de bestaande verbinding, waarbij de bestaande masten vervangen worden door nieuwe masten, is geen ruimtelijke procedure aan de orde. Wel zijn enkele tijdelijke uitvoeringsvergunningen aan de orde. Wanneer masten tijdelijk op een andere locatie geplaatst worden, om zo de werkzaamheden aan de bestaande masten mogelijk te maken, dient dit middels een afwijkingsprocedure van het bestemmingsplan geregeld te worden (kruimelgeval regeling, tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan voor een periode van maximaal 10 jaar (Besluit Omgevingsrecht Bijlage II, artikel 4 lid 11). Tevens zijn verschillende vergunningen aan de orde gedurende de uitvoeringsfase (denk aan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden en de bouw van de (tijdelijke) masten en moet mogelijk afstemming gezocht worden met particuliere grondeigenaren.
6.3 Oplossingsvariant 1B In deze optie wordt het mastlichaam behouden en worden de geleiders dichter naar het hart van de verbinding geplaatst. Dit wordt gerealiseerd middels een Braced-V-isolator configuratie waarbij de geleiders op een veilige spanningsafstand van het mastlichaam komen te hangen. De vereiste magneetveldzone wordt hierbij als maatgevende eis genomen. Een voorbeeld van een Braced-V-isolator configuratie op opgenomen in Figuur 6-3.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 27
Figuur 6-3
Voorbeeld braced-V-isolator configuratie
Om de gewenste magneetveldzone te bereiken zijn de volgende aanpassingen benodigd:
Voor steunmast 117, 118 en 120 o
Fasegeleiders dichter naar het mastlichaam verplaatsen
o
Midden- en onderfases dichter naar bovenfases verplaatsen
Hoekmast 119 o
Fasegeleiders dichter naar het mastlichaam verplaatsen, conform voorstel Petersburg.
Om het bovenstaande aanpassingen te realiseren wordt voorgesteld om voor de steunmasten het mastlichaam grotendeels te vervangen. Een overzicht van de masttypes is weergegeven in Tabel 6-3 Overzicht masttypes en mastbeelden. Tabel 6-3
Overzicht masttypes en mastbeelden
Mastnummer
Masttype
Masbeeld
117 118 119 120
S+9 tc (steunmast) S+0 tc (steunmast) HB+0 tc (hoekmast) S+0 tc (steunmast)
Appendix D, Figuur 8-4 Appendix D, Figuur 8-4 Appendix A, Figuur 8-3 Appendix D, Figuur 8-4
6.3.1
Onderhoudbaarheid
Het nieuwe mastbeeld dient te voldoen aan de TenneT eis AM-Req-0993 waarin wordt gesteld dat tijdens onderhoud er altijd minimaal 1 circuit in bedrijf dient te blijven. De eis tekst en onderbouwing is zichtbaar in Appendix B. Hieruit blijkt dat de minimale afstand van de geleiders tot hart van de mast 5,9 meter moet bedragen.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 28
Figuur 6-4
Kortste afstand fase geleider tot hartmastlichaam optie 1B
Voor de afstand van 5,9 meter geldt al dat het ontwerp zoals voorgelegd (optie 1B) deze niet voldoet aangezien de afstand tot minimaal 1 geleider slechts 5,3 meter bedraagt. Buitenlangs klimmen is geen optie en verhoogt de kans op ongelukken. Buitenlangs klimmen verhoogd de kans op betreding in de ergonomische zone wanneer de zeeg uitzwaait. Ontwerp optie 1B voldoet niet aan eis AM-Req-0993.
6.3.2
Mastbeeld
Eis AM-Req-0997 stelt dat als in een bestaande hoogspanningslijn één of enkele masten moeten worden gemodificeerd of vervangen, het mastbeeld of maststramien dat kenmerkend is voor die hoogspanningslijn gehandhaafd te blijven. Binnen deze oplossingsvariant wordt het bestaande mastbeeld aangetast daar de toepassing van Braced-V-isolator ophanging van de geleiders afwijkt van de overige isolator ophang configuraties in de verbinding. Ontwerp optie 1B voldoet niet aan eis AM-Req-0997.
6.3.3
Magneetveldzone
De gemeente eist dat de magneet veldzone 0,4uT tussen mast 116 en 120 niet verder dan 45 meter (weerszijden) van de hartlijn van de verbinding mag komen te liggen. Voor Optie 1B is er een berekening gedaan waarbij de volgende waardes naar voren zijn gekomen. Tabel 6-4
Resulterende 0,4µT magneetveldzone na mastbeeld aanpassing Veldsterkte
MBT-EHV380 117-118 MBT-EHV380 118-119 MBT-EHV380 119-120
0.399 0.397 0.398
0.398 0.397 0.397
Berekende afstand
Specifieke zone (afgerond)
-45.75 -46.00 -47.00
-45 -45 -45
45.75 46.00 47.00
45 45 45
Hieruit valt te concluderen dat tussen mast 117 en 120 voldaan kan worden aan de eis vanuit de gemeente van maximaal 45m. Voor de berekening is ervan uit gegaan dat er een AMS620 4-bundel gemonteerd is en dat de stroom 4000A bedraagt. Ontwerp optie 1B voldoet aan de gemeente eis omtrent de breedte van de 0,4µT magneetveldzone.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 29
6.3.4
Realisatie
Het vervangen van een groot deel van het mastlichaam heeft als gevolg dat de geleiders tijdelijk van de mast los gemaakt dienen te worden. Hierbij zal het desbetreffende of beide circuits uit bedrijf genomen moeten worden. Voor TenneT is het uitbedrijf nemen van de beide circuits niet mogelijk omdat daarmee de bedrijfsvoering zodanig wordt verstoord dat de levering van voldoende vermogen binnen het 380kV netwerk niet gegarandeerd kan worden. Een mogelijk alternatief is om een of beide circuits om te hangen naar tijdelijke getuide masten waarmee beide of minimaal 1 circuit inbedrijf kunnen blijven. De inzet van tijdelijke masten vereist dat er in de nabijheid van de bestaande masten voldoen ruimte is voor het plaatsen van deze tijdelijke masten. Deze benodigde ruimte is bepaald in tekening 10078156031-001 in Appendix C. Als onderlegger hiervoor is een 2D tekening gebruikt waarin de huidige en in aanbouw zijnde gebouwen zijn weergegeven. In Figuur 6-2 zijn de tijdelijke mast locaties weergegeven en is middels de donkerblauwe cirkels de mogelijke positionering van de tuidraden opgenomen. Deze tuidraden worden in een cirkel van circa 40 meter om het middelpunt van de tijdelijke mast gesitueerd. Tevens dient er voldoende afstand gehouden te worden t.o.v. van de huidige verbinding om de werkzaamheden veilig te kunnen uitvoeren.
Dit grens van dit gebied ligt op 30 meter aan weerzijden van de hartlijn van de verbinding. De minimale afstand tussen de bebouwing en de hartlijn van de verbinding is circa 45 meter. Hiermee kan geconcludeerd worden van de benodigde minimale ruimte van circa 70 meter niet gehaald kan worden en de optie met tijdelijke masten daarmee niet realiseerbaar is. Voor mast 117 geldt dat hierin ook antennes aanwezig zijn van een externe telecomprovider, deze zullen uitgeschakeld moeten worden. Dit zal met de desbetreffende telecomprovider besproken moeten worden. De werkzaamheden zullen dus effect hebben op de service van deze telecomprovider in het zendbereik van de antennes. Ontwerp optie 1B kan niet gerealiseerd worden zonder beide circuits uit bedrijf te nemen.
6.3.5
Bestemmingsplan & Vergunningen
In deze oplossingsvariant zijn geen wijzigingen van toepassing die van invloed zijn op de planologische situatie. Wel zijn vergunningen en mogelijk privaatrechtelijke toestemmingen aan de orde die samenhangen met de uitvoering van de werkzaamheden. Welke ontheffingen en toestemmingen dit zijn, hangt af van de wijze waarop de werkzaamheden uitgevoerd worden.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 30
6.4 Oplossingsvariant 1C In deze optie wordt het mastlichaam behouden zoals deze nu aanwezig is en zal doormiddel van het verwijderen van de traversen de geleiders dichter naar het hart van de verbinding geplaatst worden. Dit zal gedaan worden middels een Braced-V isolator configuratie, zie Figuur 6-3 in hoofdstuk 6.3, waarbij de geleiders op een veilige spanningsafstand van het mastlichaam komen te hangen. Waarbij de onder houdbaarheid als maatgevende eis wordt genomen. Om de gewenste magneetveldzone te bereiken zijn de volgende aanpassingen benodigd:
Steunmast 117, 118 en 120 o
Fasegeleiders dichter naar het mastlichaam verplaatsen
o
Midden- en onderfases dichter naar bovenfases verplaatsen
Hoekmast 119 o
Fasegeleiders dichter naar het mastlichaam verplaatsen, conform voorstel Petersburg.
Om het bovenstaande te realiseren wordt voorgesteld om voor de steunmasten het mastlichaam grotendeels te vervangen. Een overzicht van de masttypes is weergegeven in Tabel 6-5. Tabel 6-5
Overzicht masttypes en mastbeelden
Mastnummer
Masttype
Masbeeld
117 118 119 120
S+9 tc (steunmast) S+0 tc (steunmast) HB+0 tc (hoekmast) S+0 tc (steunmast)
Appendix E, Figuur 8-5 Appendix E, Figuur 8-5 Appendix A, Figuur 8-3 Appendix E, Figuur 8-5
6.4.1
Onder houdbaarheid
Het nieuwe mastbeeld dient te voldoen aan de TenneT eis AM-Req-0993 waarin wordt gesteld dat tijdens onderhoud altijd minimaal 1 circuit in bedrijf dient te blijven. De eis en onderbouwing is zichtbaar in Appendix B. Hieruit blijkt dat de minimale afstand van de geleiders tot hart van de mast 5,9 meter moet bedragen.
Figuur 6-5
Kortste afstand fase geleider tot hartmastlichaam optie 1C
Voor de afstand van 5,9 meter geldt al dat het ontwerp zoals voorgelegd (optie 1B) deze niet voldoet aangezien de afstand tot minimaal 1 geleider maar 6,9 meter is. Ontwerp optie 1C voldoet aan eis AM-Req-0993.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 31
6.4.2
Mastbeeld
Eis AM-Req-0997 stelt dat als in een bestaande hoogspanningslijn één of enkele masten moeten worden gemodificeerd of vervangen, het mastbeeld of maststramien dat kenmerkend is voor die hoogspanningslijn gehandhaafd te blijven. Binnen deze oplossingsvariant wordt het bestaande mastbeeld aangetast daar de toepassing van Braced-V-isolator ophanging van de geleiders afwijkt van de overige isolator ophang configuraties in de verbinding. Ontwerp optie 1C voldoet niet aan eis AM-Req-0997.
6.4.3
Magneetveldzone
De gemeente eist dat de magneet veldzone 0,4uT tussen mast 116 en 120 niet verder dan 45 meter (weerszijden) van de hartlijn van de verbinding mag komen te liggen. Voor Optie 1C is er een berekening gedaan waarbij de volgende waardes naar voren zijn gekomen. Tabel 6-6
Resulterende 0,4µT magneetveldzone na mastbeeld aanpassing Veldsterkte
MBT-EHV380 117-118 MBT-EHV380 118-119 MBT-EHV380 119-120
0.400 0.397 0.396
0.400 0.400 0.397
Berekende afstand
Specifieke zone (afgerond)
-51.00 -48.50 -49.50
-50 -50 -50
51.00 48.25 49.25
50 50 50
Hieruit valt te concluderen dat tussen mast 118 en 120 niet voldaan kan worden aan deze eis. In Appendix G - Tabel 8-1 is een overzicht gegeven van woningen welke binnen een 0,4µT magneetveldzone van 50 meter komen te vallen. Voor de berekening is ervan uit gegaan dat er een AMS620 4-bundel gemonteerd is en dat de stroom 4000A bedraagt. Ontwerp optie 1C voldoet niet aan de gemeente eis omtrent de breedte van de 0,4µT magneetveldzone.
6.4.4
Realisatie
Het aanpassen van masten waarbij de traverse verwijderd worden kan uitgevoerd worden, mits er 1 circuits in bedrijf blijft. Voor TenneT is het uitbedrijf nemen van één van beide circuits mogelijk. Voor mast 117 geldt dat hierin ook antennes aanwezig zijn van een externe telecomprovider, deze zullen uitgeschakeld moeten worden. Dit zal met de desbetreffende telecomprovider besproken moeten worden. De werkzaamheden zullen dus effect hebben op de service van deze telecomprovider in het zendbereik van de antennes.
6.4.5
Bestemmingsplan & Vergunningen
In deze oplossingsvariant zijn geen wijzigingen van toepassing die van invloed zijn op de planologische situatie. Wel zijn vergunningen en mogelijk privaatrechtelijke toestemmingen aan de orde die samenhangen met de uitvoering van de werkzaamheden. Welke ontheffingen en toestemmingen dit zijn, hangt af van de wijze waarop de werkzaamheden uitgevoerd worden.
6.5 Conclusie van de oplossingsvarianten Uit de onderzoeken is naar voren gekomen dat geen enkele oplossingsvariant voldoet aan alle gestelde eisen. Op dit moment kan er daarom geen passende oplossing aangedragen worden die aan alle eisen voldoet. In de Tabel 6-7 is per oplossingsvariant weergegeven aan welke eisen wel en niet wordt voldaan.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 32
Tabel 6-7
Optie 1A Optie 1B Optie 1C
Samenvatting van kritische eisen per oplossingsvariant
Onder houdbaarheid
Mastbeeld
Magneetveldzone
Realisatie
Bestemmingsplan & Vergunningen
Voldoet niet Voldoet niet Voldoet
Voldoet Voldoet niet Voldoet niet
Voldoet niet Voldoet Voldoet niet
Niet mogelijk Niet mogelijk Mogelijk
Niet mogelijk Niet mogelijk Mogelijk
Voor deze oplossingsvarianten is niet gekeken naar kosten, dit omdat geen van de oplossingsvarianten mogelijk is en daarmee geen verdere uitwerking heeft plaats gevonden.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 33
7
AANBEVELINGEN VOOR MOGELIJK VERVOLGSTAPPEN
De resultaten uit deze rapportage zijn in diverse overleggen tussen de gemeente Helmond, Peterburg, TenneT en het Consortium Sweco | DNV GL besproken. Tijdens deze gespreken is ook beoordeeld in hoeverre er gestelde eisen afgezwakt kunnen worden, dit bleek echter niet het geval. Wel zijn er in tweede instantie een aantal oplossingsvarianten benoemd die mogelijk in een aanvullend onderzoek verder uitgewerkt kunnen worden. Dit betreft: Alternatief 1: verkabelen van de 150kV en behoud van de bestaande 380kV verbinding: o
Hierbij zal de eis van de gemeente m.b.t. de magneetveldzone losgelaten moeten worden. In een vervolgonderzoek dient bekeken te worden wat de consequenties voor de omgeving zullen zijn en welke maatregelen genomen kunnen worden (zoals bijvoorbeeld het uitkopen van bestaande woningen). Er dient afgeweken te worden van twee vigerende bestemmingsplannen voor het verkabelen van de 150 kV verbinding ter plaatse en de realisatie van twee opstijgportalen.
Alternatief 2: verkabelen van de 150kV en verhogen van de 380kV masten:
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 34
o
Hierbij wordt afgeweken van twee vigerende bestemmingsplannen voor het verkabelen binnen gemeente Geldrop Mierlo, alsmede voor de realisatie van een opstijgportaal bij masten 121 en 115. Het verhogen van de mast wordt uitgevoerd middels het vervangen van het broekstuk (het onderste deel van mast). Hierbij dient gekeken te worden welke verhoging noodzakelijk is. Ook dient beoordeeld te worden of bij het verhogen gebruik gemaakt kan worden van vijzels waarbij een of beide circuits in bedrijf gehouden kunnen worden (zie Figuur 7-1
Figuur 7-1
Verhogen van vakmast met 1 of beide circuit in bedrijf).
Verhogen van vakmast met 1 of beide circuit in bedrijf
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 35
Alternatief 3: verkabelen van de 150 kV, 380kV verbinding blijft zoals bestaand en de buiten bedrijf gestelde 150kV geleiders worden als passieve compensatie gebruikt: o
Door Petersburg is er reeds onderzoek gedaan naar deze optie, zie referentie [2]. Wel zal hiervoor met het RIVM gesproken moeten worden want deze oplossing valt binnen de huidige richtlijn m.b.t. tot magneetveld zones. Het rapport van Petersburg geeft op dit moment nog niet de gewenste magneetveldzone, maar dat zou in een verder onderzoek misschien wel mogelijk zijn.
Figuur 7-2 Mastbeeld verandering bij passieve compensatie
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 36
Alternatief 4: verkabelen van de 150 kV en aanpassen van 380kV verbinding waarbij middels fasesplitsing de magneetveldzone naar 45 meter teruggebracht kan worden: o
Deze oplossing is op andere locaties door TenneT toegepast. Het probleem is dat bij deze verbinding de fases per circuit onder elkaar hangen. Dit houdt in dat er een constructies voor fase wisselingen in de masten aangebracht dienen te worden. Dit houdt ook in dat het gebied waarin dit uitgevoerd moet worden uitgebreid wordt ten opzichte van het huidige scope gebied tussen mast 117 en 120.
Figuur 7-3 Mastbeeld voor en na fase splitsing
Bij het onderzoeken van deze alternatieven dient tevens beoordeeld te worden of de gekozen oplossingen toekomstbestendig zijn. Zowel de gemeente Helmond als TenneT willen voorkomen dat de masten in de toekomst wederom aangepast moeten worden.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 37
8 1
REFERENTIES Onderzoek haalbaarheid magneetveldarme 380kV masten GE1600300-R01 MV-versie 0.1 d.d. 7 oktober 2016
2
Gereduceerde magneetveldzones door passieve compensatie door 150 kV-geleiders GE180500-N01 Conceptversie 0.4 d.d. 25 januari 2019
3
18-1816 DNV GL Memo uitgangspunten EM-berekening optie 1A
4
Notitie Randstad rekenmethodiek magneetvelden Randstad 380 kV verbinding 3 november 2011
5
Magneetveldberekening Wijk Brandevoort in Helmond GE160200-R01 mp-versie 1.1 d.d. 8 juni 2016
6
Advies Voorzorgbeleid Hoogspanning & Gezondheid, Co Verdaas, d.d. juni 2019
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 38
APPENDIX A Mastbeelden optie 1A
Figuur 8-1
Mastbeeld bestaande en nieuwe situatie S+0tc
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
A-1
Figuur 8-2
Mastbeeld bestaande en nieuwe situatie S+9tc
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
A-2
Figuur 8-3
Mastbeeld bestaande en nieuwe situatie HBtc
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
A-3
APPENDIX B Kritische eisen
AM-Req-0993
Eistekst
Design Constraints
Doel
Quality of Supply
Algemeen en configuratie - Onderhoud-I (05)
Aspect
Maintainability
Circuits dienen zodanig gepositioneerd te worden dat voor werkzaamheden aan één van de circuits (aan een zijde van de mast) dit circuit qua veiligheidsafstanden betreden kan worden, zonder dat de andere circuits in de mast (ook) uitbedrijf moeten. De Wintrackmasten (380/150kV) zijn hierbij uitzonderingen, omdat voor werkzaamheden twee circuits (één paal) uitbedrijf worden genomen. Dit geldt ook voor andere combilijnen.
Compliance
De afstand van de fase zijn zodanig dat de veilige afstand van 5,9 m tussen klimvoorziening en spanningsvoerende delen gehaald kan worden. Bepaling 5,9m = 0,5 (Marge) + 0,25 (1/2 Bundel) + 4,0m (Dv) + 1,0m (Armlengte) + 0,3m (1/2 klimvoorziening).
Gemeente eis 1
Eistekst
Dv bepaald vanuit de NEN3840.
Armlengte en klimvoorziening volgens NEN50341.
Marge standaard vanuit PvE05.000 geldt op alle spanningsafstanden.
Design Constraints
Doel
Maximale magneetveldzone
Aspect
De gemeente geeft aan dat de magneet veldzone 0,4uT tussen mast 117 en 120 niet verder dan 45 meter (weerszijde) van de hartlijn van de verbinding mag komen te liggen.
Compliance
De magneetveldzone voldoet zodra deze de afgeronde waarde van 45 meter niet overschrijdt. Voor de berekening is ervan uit gegaan dat er een AMS620 4-bundel gemonteerd is en dat de stroom 4000A bedraagt.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
B-1
AM-Req-0997
Eistekst
Design Constraints
Doel
Mastbeeld voortzetten
Aspect
Als in een bestaande hoogspanningslijn één of enkele masten worden gemodificeerd of vervangen dan dient het mastbeeld of maststramien dat kenmerkend is voor die hoogspanningslijn gehandhaafd te worden.
Compliance
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
B-2
APPENDIX C Ondersteunende tekeningen Behorende bij dit rapport zijn de volgende tekeningen van toepassing: 10078156-031-001: Opstelling tijdelijke lijn, versie 1.0 10078156-031-002: Contourlijnen mogelijke 0,4µ magneetveldzones, versie 1.0 358141-W205-71-01-003-C0.4: Mast 115 tm 121-Blad 03 358141-W205-71-01-001tm002-C0.4: Mast 21 t/m 14-Blad 01 en 02
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
C-1
APPENDIX D Mastbeelden optie 1B
Figuur 8-4
Mastbeelden optie 1B
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
D-1
APPENDIX E Mastbeelden optie 1C
Figuur 8-5
Mastbeelden optie 1C
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
E-1
APPENDIX F G-waardebepaling Voor het berekenen van de geleiderdoorsnede van de kabel spelen de thermische eigenschappen van de grond rond en, in mindere mate, boven de kabels een zeer belangrijke rol. Voor de bepaling van de thermische weerstand van de grond is gebruik gemaakt van de informatie op de website van DINOloket. DINOloket bevat boorstaten waarin de grondsamenstelling is weergegeven. De locaties van de beschouwde boorstaten voor dit BO is weergegeven in de onderstaande afbeelding en daaronder de betreffende boorstaten (B1 t/m B11).
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
F-1
Het bepalen van de thermische weerstand van de grond (g-waarde) doormiddel van een grondonderzoek is niet uitgevoerd. Deze waarde is om deze reden geschat op basis van de meest voorkomende grondsoort in boorstaten (B1 t/m B11) in de buurt van de kabelroute die beschikbaar zijn op de website
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
F-2
DINOloket, het uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland [2] en de expertise van DNV GL. De g-waarde is ingeschat voor twee situaties; de gegraven sleuf en de gestuurde boring. Uit de boorstaten komt naar voren dat meeste voorkomende grondsoort zand is met som grote lagen leem. Daarnaast zijn er nog kleinere lagen veen aangetrokken. Deze zijn dunner dan 0,5 m. Er zijn geen diepe boringen gevonden in de database van het DINOloket in de buurt van het beoogde kabeltracé. Dipere boringen (> 15 m) op een afstand van enkele honderden meters geven voornamelijk zandlagen aan op grote diepte met lagen leem. Bij gebrek aan beter informatie is dit ook aangehouden voor de bepaling van de g-waarde voor de gestuurde boringen. In een latere fase dient dit onderzocht te worden door middel van een grondonderzoek. Gegraven sleuf Uit de boorstaten komt naar voren dat in de toplaag alleen zand voorkomt wat goed thermische eigenschappen heeft. Een g-waarde van 0,6 K.m/W dan realiseerbaar eventueel met toepassing van backfillzand. Deze waarde is gebruikt in de belastbaarheidsberekening. Gestuurde boring Uit de boorstaten komt naar voren dat in de diepere grondlagen veel zand voorkomt met daartussen lagen van leem. Uitgaande dat de gestuurde boring in en zandlaag komt te liggen is een g-waarde van 0,5 K.m/W aannemelijk welke waarde ook is aangehouden voor de belastbaarheidsberekeningen.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
F-3
APPENDIX G Geraakte woningen binnen 50 meter zone Voor de optie 1A en 1C geldt dat de zone niet verder teruggebracht kan worden tot 50 meter aan weerzijde van de 380kV verbinding. In Tabel 8-1 de staat een overzicht van de geraakte woningen per vak. Tabel 8-1
Overzicht met geraakte woning binnen 50m zone
Straat
Nummer
Gevel binnen
Perceel binnen
zone
zone
Veld
Coxdonk
17
Ja
Ja
120 - 119
Mommersdonk
66, 64, 62, 60, 58, 56, 54,
Ja
Ja
120 - 119
52, 52, 48, 46, 44, 42, 40, 38, 36, 34, 32, 30, 28 Vliegenbergdonk
onbekend
onbekend
Ja
121 - 120
Tilekenhoek
onbekend
onbekend
Nee
121 -120
Faasenhoek
onbekend
onbekend
Nee
120 - 119
Schrijvershoeve
2, 4, 6, 8, 10, 12, 14, 16,
Nee
Ja
119 - 118
1, 32, 34, 36, 38, 40, 42, 44 Schrijvershoeve
onbekend
onbekend
Ja
118 - 117
Schrijvershoeve
68, 70, 72, 74, 76, 78, 80,
Nee
Ja
118 - 117
82, 84, Besselhoeve
2
Nee
Ja
118 - 117
Zandershoeve
onbekend
onbekend
Nee
118 - 117
Sportvelden
onbekend
Ja
Ja
117 - 115
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
G-1
OVER DNV GL DNV GL is een wereldwijd bedrijf voor kwaliteitsborging en risicobeheer. Vanuit haar streven leven, bezit en het milieu te beschermen stelt DNV GL organisaties in staat de veiligheid en duurzaamheid van hun activiteiten te bevorderen. DNV GL biedt classificering en technische borging, naast software en onafhankelijk, deskundig advies voor de maritieme, de olie- en gasindustrie, energiecentrales en de duurzame energiesector. Daarnaast biedt het bedrijf certificeringsservices en datamanagement voor klanten in uiteenlopende sectoren. Onze medewerkers zijn actief in meer dan 100 landen over de hele wereld en streven ernaar klanten te helpen de wereld veiliger, slimmer en groener te maken.