RN 020 Meerjarenplanning en financiering Hoogspanningsmasten - Bijlage 4 - Haalbaarheidsstudie verkabeling Helmond v3.0 Definitief
Tekst van het document
HAALBAARHEIDSSTUDIE HELMOND
Het verkabelen 150 kV Eindhoven Oost – Helmond Zuid 115 t/m 121 & Het reduceren van het magneetveld in de 380kV hoogspanningsverbinding Maasbracht -Eindhoven mast 117 t/m 120 TenneT TSO B.V.
Rapport nr.: 19-1341 Datum: 2020-01-17
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341. www.dnvgl.com/Energy
Blz. i
Projectnaam:
Haalbaarheidsstudie Helmond
DNV GL - Energy
Rapport titel:
Het verkabelen 150 kV Eindhoven Oost –
Energy Advisory
Helmond Zuid 115 t/m 121 & Het reduceren van Postbus 9035 het magneetveld in de 380kV
6800 ET ARNHEM
hoogspanningsverbinding Maasbracht Eindhoven mast 117 t/m 120 Klant:
TenneT TSO B.V., Utrechtseweg 310 Arnhem
Tel: +31 26 356 9111
Contactpersoon:
Jeroen van Essen
KvK 09006404
Datum:
2020-01-17
Project nr.:d
68586 (TenneT)
Organisatie unit:
Combinatie Sweco Nederland | DNV GL
Rapport nr.:
19-1341
Geschreven door:
Beoordeeld door:
Goedgekeurd door:
E. Kaub
N.R. Koster
J. Schamhardt
Senior Engineer
Projectmanager
Teammanager
M. Moes Omgevingsmanager Copyright © DNV GL 2019 All rights reserved. Unless otherwise agreed in writing: (I) This publication or parts thereof may not be copied, reproduced or transmitted in any form, or by any means, whether digitally or otherwise; (ii) The content of this publication shall be kept confidential by the customer; (iii) No third party may rely on its contents; and (iv) DNV GL undertakes no duty of care toward any third party. Reference to part of this publication which may lead to misinterpretation is prohibited. DNV GL and the Horizon Graphic are trademarks of DNV GL AS.
DNV GL Distributie: ☒ Onbeperkte distributie (intern en extern) ☐ Onbeperkte distributie binnen de DNV GL Groep ☐ Onbeperkte distributie binnen DNV GL Netherlands B.V. ☐ Geen distributie (vertrouwelijk) Versie Datum
Reden voor uitgave
Auteur
Beoordeeld
Goedgekeurd
0
2019-11-06
Eerste uitgave
E. Kaub
N.R. Koster
J. Schamhardt
1
2019-11-12
DEFINITIEF
N.R. Koster
J. Schamhardt
2
2019-12-17
DEFINITIEF
N.R. Koster
J. Schamhardt
3
2019-01-17
DEFINITIEF
N.R Koster
J. Schamhardt
M. Moes E. Kaub M. Moes E. Kaub M. Moes E. Kaub
DNV GL Netherlands B.V.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341. www.dnvgl.com/Energy
Blz. ii
Inhoud 1
MANAGEMENT SAMENVATTING ........................................................................................ 1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Doelstelling
2
1.3
Resultaten HBS
2
1.4
Aanbeveling
2
1.5
Schematische weergave werkwijze
3
2
INLEIDING ..................................................................................................................... 4
3
UITGANSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ....................................................................... 6
3.1
Uitgangpunten techniek
6
3.2
Uitgangspunten planologie & vergunningen
7
3.3
Uitgangspunten ZRO’s
9
3.4
Uitgangspunten projectbeheersing
9
4
INVENTARISATIE KNELPUNTEN ...................................................................................... 11
5
VERKABELEN VAN 150KV VERBINDING HELMOND OOST – HELMOND ZUID ......................... 12
5.1
Inleiding
12
5.2
Oplossingsvariant Noord
12
5.3
Oplossingsvariant Zuid
16
5.4
Mogelijke extensie van oplossingsvarianten
20
5.5
Conclusie van de oplossing varianten
22
6
AANPASSING 380KV VERBINDING EINDHOVEN – MAASBRACHT ......................................... 24
6.1
Inleiding
24
6.2
Oplossingsvariant 1A
25
6.3
Oplossingsvariant 1B
27
6.4
Oplossingsvariant 1C
31
6.5
Conclusie van de oplossingsvarianten
32
7
AANBEVELINGEN VOOR MOGELIJK VERVOLGSTAPPEN....................................................... 34
8
REFERENTIES ............................................................................................................... 38
Appendix A Appendix B Appendix C Appendix D Appendix E Appendix F Appendix G
Mastbeelden optie 1A Kritische eisen Ondersteunende tekeningen Mastbeelden optie 1B Mastbeelden optie 1C G-waardebepaling Geraakte woningen binnen 50 meter zone
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341. www.dnvgl.com/Energy
Blz. iii
1
MANAGEMENT SAMENVATTING
1.1 Aanleiding Nabij de wijk Brandevoort in Helmond lopen hoogspanningsmasten door de bebouwde kern. In 2012 heeft er een reconstructie van het hoogspanningsnet plaats gevonden ter hoogte van de wijk Brandevoort te Helmond. Deze reconstructie is gebaseerd op de RIVM-versie 3.0. Nu geldt RVIM-versie 4.1. De RIVM-versie wijziging heeft tot gevolg dat er nu woningen binnen de magneetveldzone vallen. Het ministerie van EZ (economische Zaken) heeft bepaald dat de wijk Brandevoort in aanmerking komt voor de wet VET-regeling nabij Helmond1. Daaropvolgend heeft het college van B&W besloten een haalbaarheidsstudie uit te laten voeren om de EM-zone te reduceren in de bestaande 380/150kV combilijn in de wijk Brandevoort. De EM-zone wil men reduceren door de 150kV bovengrondse verbinding te verkabelen en daarna de fase configuratie in de 380kV masten aan te passen. De lijn ter hoogte van Brandevoort maakt deel uit van de combinatielijn. Een combinatielijn omvat een reeks combimasten waar twee of meer netspanningen op aanwezig zijn. In dit geval omvat de combinatielijn 2 verschillende spanningen namelijk; 150kV en 380kV. Zie in onderstaand figuur 1 de betreffende lijn en het projectgebied.
Figuur 1 Projectlocatie De combinatielijn huisvest voor iedere spanning 2 verschillende circuits:
1
380kV; o
380 kV Maasbracht - Eindhoven (wit);
o
380 kV Maasbracht - Eindhoven (zwart);
150kV; o
150 kV Helmond - Eindhoven Oost (oranje);
o
150 kV Helmond - Eindhoven Oost (paars).
https://www.helmond.nl/Media%20Helmond.nl/Documenten%20Helmond/Bewoners/Bouwen/(Nieuw)bouw/Hoogspanningslijnen/161108Beantwoording-vragen-bijeenkomst-8-november-2016.pdf
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 1
1.2 Doelstelling Voor de haalbaarheidstudie zijn 2 deelonderzoeken uitgevoerd: 1. Het verkabelen van de 150 kV-hoogspanningsverbinding Eindhoven Oost – Helmond Zuid tussen masten 115 t/m 121; Hiervoor zijn 3 alternatieven onderzocht: Variant Zuid, Variant Noord en variant van mast 014 en mast 021. 2. Het reduceren van het magneetveld in de 380kV hoogspanningsverbinding Maasbracht Eindhoven tussen masten 117 t/m 120 (waarbij de 150kV verbinding is verkabeld). Hiervoor zijn 4 alternatieven onderzocht, Variant A,B en C.
1.3 Resultaten HBS Het verkabelen van de 150 kV-hoogspanningsverbinding Eindhoven Oost – Helmond Zuid tussen masten 115 t/m 121 is niet mogelijk. Het tweede knelpunt voor een reductie van het magneetveld van de 380kV lijn tussen masten 117 en 120 tot 45m bleek eveneens niet mogelijk. Daarmee is het niet mogelijk om een voor gemeente Helmond een passende oplossing te bieden voor beide doestellingen.
1.4 Aanbeveling De conclusies zijn gedeeld met betrokken partijen en besproken. Daaruit zijn een aantal mogelijke vervolgen stappen opgesteld welke een verder studie noodzakelijk maken, maar niet binnen de huidige kaders mogelijk zijn en daarmee niet binnen de scope van de initiële vraag passen.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 2
1.5 Schematische weergave werkwijze Voor de totstandkoming van dit rapport zijn de onderstaande proces stappen doorlopen en is het rapport afgerond met aanbevelingen tot mogelijk vervolgstudies welke zijn weergegeven in paragraaf 6.5 In hoofdstuk 0 is een inventarisatie gedaan van de
Inventarisatie beschikbaar data
twee knelpunten waar in dit document een onderzoek naar is gedaan of er oplossingen binnen de kaders zoals weergegeven in hoofdstuk 3 mogelijk zijn.
Eerste knelpunt welke is uitgewerkt in hoofdstuk 0:
Verkabel 150kV verbinding
Verkabelen van de 150kV lijn tussen masten 115 en 121.
0,4µT zone 380kV binnen eis gemeente
Ja
Afronding studie zonder aanpassing 380kV
In paragraaf 0 is er antwoord gegeven op deze vraag en deze is met Nee beantwoord en daarmee was het noodzakelijk om een oplossing te vinden de bestaande 380kV verbinding.
Nee
Tweede knelpunt welke is uitgewerkt in hoofdstuk 6:
Aanpassen 380kV verbinding
Reduceren magneetveld van de 380kV lijn tussen masten 117 en 120 tot 45m. In paragraaf 6.5 is er antwoord gegeven op deze vraag en deze is met Nee beantwoord en daarmee is
0,4µT zone 380kV binnen eis gemeente
Ja
Afronding studie met aanpassing 380kV
het niet mogelijk om een voor gemeente Helmond een passende oplossing te bieden voor de initiële vraag zoals weer gegeven in hoofdstuk 2.
Nee
Overleg met Gemeente en TenneT over vervolg stappen
Dit antwoord is reeds in overleg met alle betrokken partijen besproken en daaruit zijn een aantal mogelijke vervolgen stappen opgesteld welke een verder studie noodzakelijk maken, maar niet binnen de huidige kaders mogelijk zijn en daarmee
Afronding studie met aanbeveling voor vervolgstudies
niet binnen de scope van de initiële vraag passen. De mogelijke vervolgstudies zijn weergegeven in hoofdstuk 7.
Zoals te zien in het gevolgde proces is het antwoord op de initiële vraag van de gemeente Helmond om de bestaande magneetveldzone te reduceren en de 150kV verbinding te verkabelen, dat dit niet mogelijk is binnen de huidige gestelde kaders.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 3
2
INLEIDING
In 2012 heeft een reconstructie van het hoogspanningsnet plaats gevonden ter hoogte van de wijk Brandevoort te Helmond (zie Figuur 2-1). Deze reconstructie is gebaseerd op de RIVM-versie 3.0 en is voor deze reconstructie ook van toepassing. Echter de gemeente heeft TenneT verzocht om op basis van RVIM-versie 4.1 de situatie te beschouwen.
Figuur 2-1
De combiverbinding door de wijk Brandevoort (rood=380kV blauw=150kV)
Op basis van het geldende voorzorgsbeleid, neergelegd in het beleidsadvies magneetvelden van de rijksoverheid (zie voor het beleidsadvies rivm.nl/hoogspanningslijnen), bestaat er voor TenneT geen aanleiding om een reconstructie van de bestaande 380/150 kV hoogspanningsverbinding ter plaatse uit te voeren. Bestaande woningen die in de specifieke magneetveldzone van de huidige verbinding liggen (en eerder door de gemeente Helmond via een bestemmingsplanprocedure in de nabijheid van de verbinding zijn toegestaan), kunnen in dat verband aangemerkt worden als bestaande gevallen. Bestaande woningen zijn derhalve geen nieuwe gevoelige bestemmingen in de zin van het beleidsadvies. Het beleidsadvies magneetvelden is immers niet van toepassing op bestaande gevallen. Hoewel TenneT op basis van het beleidsadvies niet gehouden is om de specifieke magneetveldzone te versmallen, bestaat er vanuit de gemeente Helmond niettemin de wens deze zone te versmallen naar 2x45 meter vanuit het hart van de verbinding. Op basis van de Wet VET komt de 150 kV-verbinding (die onder de 380 kV hangt) voor verkabeling in aanmerking. De 380 kV-verbinding blijft derhalve bovengronds aanwezig ter plaatse. In het licht van de verkabeling van de 150 kV verbinding heeft de gemeente Helmond gevraagd of het specifieke magneetveld van de 380 kV-hoogspanningsverbinding naar 2x45 meter versmald kan worden.
In dit rapport worden deze mogelijkheden onderzocht.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 4
De gemeente Helmond wil daarom een haalbaarheidsonderzoek laten uitvoeren, welke gesplitst is in de volgende twee onderdelen:
Het deels verkabelen van de 150 kV-hoogspanningsverbinding Eindhoven Oost – Helmond Zuid tussen masten 115 t/m 121.
Het reduceren van het magneetveld in de 380kV hoogspanningsverbinding Maasbracht Eindhoven tussen masten 117 t/m 120 (met als uitgangspunt dat de 150kV verbinding is verkabeld in de ZRO-strook van de 380 kV verbinding).
Aanvullend op de haalbaarheidstudie van de kabelverbinding wil TenneT beschouwd zien wat het effect is omtrent de haalbaarheid wanneer de kabelverbinding aanvangt bij mast 014 (mast 014 = mast 122) en aansluit op mast 021 (mast 021 = mast 115) van de verbinding Eindhoven Oost- Helmond Zuid 150kV.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 5
3
UITGANSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN
3.1 Uitgangpunten techniek 3.1.1
0,4µ magneetveldzone
De magneet veldzone is bepaald volgens de vigerende RIVM-richtlijn 4.1. De gemeente Helmond heeft een maximale magneet veldzone opgegeven tussen mast 117 en 120 zie hiervoor Tabel 3-1. De nieuwe magneetveld zone wordt getoetst aan deze tabel. Ten tijde van de realisatie was versie 3.0 vigerend bij het verkrijgen van de vergunningen. Tabel 3-1
Gewenst 0,4µT magneetveldzone na verkabelen 150kV verbinding Veldsterkte
MBT-EHV380 117-118 MBT-EHV380 118-119 MBT-EHV380 119-120
0.4 0.4 0.4
Berekende afstand 0.4 0.4 0.4
Gewenste Specifieke zone (afgerond) -45 -45 -45
45 45 45
Aan de door de gemeente Helmond aangegeven zone ligt de rapportage “Reconstructie 380kV lijn Maasbracht – Eindhoven en 150kV lijn Eindhoven Oost – Helmond Zuid te Helmond”, ref. TE112200-R37 MJ rev.1, dd. 11 januari 2012 ten grondslag. Voor de zone 0.4µ geldt dat deze is gebaseerd op het jaargemiddelde.
3.1.2
Geleider
Voor de fase geleider de AMS620 (4 bundel 500mm) aangehouden. Deze geleider configuratie is toekomst bestendig omdat hij geschikt is voor 4000A. In de berekeningen die onder handreiking 3.1 zijn uitgevoerd is als uitgangspunt meegenomen een ontwerpcapaciteit van 4000A. De (combi)masten zijn tevens op deze zwaardere capaciteit ontworpen.
3.1.3
Impact omgeving tijdens reconstructie
Voor de werkzaamheden is de wens uitgesproken door de gemeente om de Ecozone aan de noordzijde van de verbinding tussen mast 119 en 117 te ontzien voor bouwwerkzaamheden. Tussen mast 117 en 115 liggen sportvelden waarvoor ook de wens geldt deze te ontzien voor bouwwerkzaamheden.
3.1.4
VNB
Voor de verbinding MBT-EHV380 geldt dat er maximaal 1 circuit buiten bedrijf gesteld mag worden, hierbij geldt een maximale teruggave tijd van 3 uur. Indien niet aan deze eis voldaan kan worden, wordt dit expliciet benoemd. Er dient altijd 1 circuit in bedrijf te blijven.
3.1.5
TenneT standaarden en Eisen
Er zal gebruik gemaakt worden van de door TenneT opgestelde standaarden en specificaties. Tijdens de kick-off is door TenneT aangegeven dat het toepassen van Wintrack masten niet is toegestaan.
3.1.6
Mechanische aspecten
Voor de mechanische aspecten zal er een vergelijk gedaan worden tussen de huidige krachten op de mast en fundatie en nieuwe berekende krachten. Hierna kan een aanname gedaan worden voor de benodigde aanpassingen. Er zijn geen 3D modellen van masten gemaakt welke gebruikt kunnen voor detail berekeningen.
3.1.7
Kabelberekeningen
Voor de kabelberekeningen worden geen aanvullende onderzoeken en/ of metingen uitgevoerd ten behoeve van het bepalen van de G-waardes. Er wordt gebruikt gemaakt van de reeds aanwezige
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 6
informatie zoals weergegeven in Appendix F. Verder wordt het kabelsysteem getoetst conform het PVE 06.000 en de SPE 06.359 als het reconstructie document AMN 17-312.
3.2 Uitgangspunten planologie & vergunningen Bij de onderbouwing van de publiek- en privaatrechtelijke haalbaarheid van het project, is uitgegaan van onderstaande uitgangspunten. Deze uitgangspunten bepalen mede de haalbaarheid en de keuze voor een specifiek tracé. Bij toetsing van onderstaande uitgangspunten is uitgegaan van het Standaard programma van eisen PVE.00.002 Planologische traceringsuitgangspunten en locatie-eisen (versie 3.0 25 januari 2019) en PVE.00.003 Publieke en Private rechten (versie 3.0 25 januari 2019).
Ligging tracé: de algemene traceringsuitgangspunten zijn deels van toepassing, omdat hier sprake is van verkabeling binnen een bestaand tracé. Als traceringsuitgangspunt is gehanteerd dat de belemmeringenstrook/ZRO-strook van de bestaande hoogspanningslijnen waar mogelijk gevolgd wordt. Daar waar de kabel als gevolg van technische of ruimtelijke factoren niet binnen de huidige belemmeringenstrook/ZRO-strook gelegd kan worden, wordt nagegaan in hoeverre een bestemmingsplanwijziging moet worden doorlopen om dit juridisch planologisch mogelijk te maken
Ruimtelijke besluiten: van de betreffende tracés worden de vigerende bestemmingsplannen en verordeningen et cetera nagegaan. Uitgangspunt is dat in dit stadium op dit onderdeel geen vooroverleg plaatsgevonden heeft met bevoegd gezagen. Het is daarmee niet bekend in hoeverre een bepaald tracé de voorkeur boven een ander tracé heeft op grond van het vigerende juridische kader. Tevens is niet bekend in hoeverre het bevoegd gezag (de gemeente) voornemens is mee te werken aan een eventuele bestemmingsplan wijziging. In de BO-fase dient wel overleg plaats te vinden met de bevoegd gezagen. De kans dat niet meegewerkt wordt aan een herziening, wordt laag ingeschat;
Publiekrechtelijke vergunningen: ten behoeve van deze haalbaarheidsstudie is een vergunningenscan opgesteld met een overzicht van vergunningen die zich bij uitvoering van de verkabeling minimaal voordoen. Welke ontheffing uiteindelijk noodzakelijk is, hangt af van het gekozen tracé en de uitvoeringswijze;
Archeologie en cultuurhistorie: bij de aanleg van een ondergrondse kabel bestaat de kans dat een archeologisch waardevol gebied doorkruist wordt. Bij bovengrondse lijnen vormt dit, met uitzondering van de fundamenten van de masten, geen directe belemmering. Bij ondergrondse kabels kunnen daarvoor bijzondere voorwaarden gelden vanuit het bevoegd gezag. Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek (en afhankelijk van de uitkomsten daarvan, aanvullend onderzoek) geven hierover uitsluitsel. Ten behoeve van deze studie wordt geen (bureau)onderzoek verricht. In het vigerende bestemmingsplan Brandevoort Oost (onherroepelijk 26 september 2019) is tussen mast 115 en 116 ter hoogte van de sportvelden sprake van een dubbelbestemming WaardeArcheologie-2 (middelhoge verwachtingswaarde). Bij de aanleg van de kabel in het terrein met de archeologische dubbelbestemming, is op grond van het vigerende bestemmingsplan wel een omgevingsvergunning voor werkzaamheden noodzakelijk. Dit omdat de ingreep in de bodem dieper komt te liggen dan 0,5 meter beneden maaiveld. Er zou geen omgevingsvergunning noodzakelijk zijn wanneer maximaal 2500 m2 afgegraven zou worden en niet dieper dan 0,50 meter (kabels worden op een diepte met een dekking van 1,2 meter t.o.v. maaiveld gelegd) zou worden gegraven. (Artikel 17.3.3 uit de regels van het bestemmingsplan).
Op de website ww.archeologieinnederland.nl (van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) is voorts geen registratie bekend van terreinen van hoge archeologische waarden binnen het plangebied. In deze haalbaarheidsstudie is de archeologische beleidskaart van de gemeente Helmond (vastgesteld 26 september 2017) geraadpleegd. Deze vermeldt geen monumenten.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 7
Natuur: hierbij is onderscheid te maken tussen gebiedsbescherming en soorten bescherming: de nabijheid van bijzondere natuurgebieden, zoals Natura 2000-gebieden en gebieden die aangewezen zijn als Natuur Netwerk Nederland (voormalige Ecologische Hoofdstructuur), kunnen van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van het project. Bij de aanleg van een ondergronds leiding tracé bestaat het risico dat zowel in de realisatiefase als in de exploitatiefase ecologische waarden aangetast worden. Ten aanzien van soortenbescherming dient ecologisch onderzoek inzicht te geven in het voorkomen van beschermde diersoorten binnen het projectgebied die als gevolg van de werkzaamheden gehinderd kunnen worden. Deze haalbaarheidsstudie voorziet niet in een bureaustudie. Dit vergt in de volgende fase nader onderzoek waaruit eventuele mitigerende maatregelen volgen. Beide alternatieven voor de kabeltracés kruisen een gebied waarvoor in het bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘waarde-ecologie’ opgenomen is. Binnen deze bestemming is het in principe niet toegestaan zonder omgevingsvergunning een ondergrondse kabel aan te leggen. De voorwaarde voor het verkrijgen van deze vergunning is dat geen onevenredige afbreuk gedaan wordt aan de ontwikkelde dan wel te ontwikkelen ecologische waarden. In het kader van gebiedsbescherming dient na de uitspraak van de Raad van State d.d.
29 mei 2019 berekend te worden in welke mate de uitstoot van stikstofoxiden in de aanleg- en gebruiksfase significant negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden (met stikstofgevoelige habitattypen). Een AERIUS-calculatie geeft hier inzicht in. De uitkomst hiervan bepaalt het vervolgtraject. WNB (Wet Natuur Bescherming) vergunning wel of niet noodzakelijk op grond van de uitstoot en eventuele mitigerende maatregelen.
Na bepaling van de voorkeursvariant dient op basis van de resultaten van milieuonderzoeken een m.e.r.-beoordeling opgesteld te worden die voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. Dit vindt plaats in de vervolgfasen. In het Besluit milieueffectrapportage zijn activiteiten opgenomen die m.e.r. (beoordelings-en meldingsplichtig zijn. De aanleg van een nieuwe ondergrondse 150kV-verbinding maakt onderdeel uit van de D-lijst (D24.2), maar de drempelwaarde van 5 km in gevoelig gebied (circa 1800 meter, waarvan circa 1400 meter in gevoelig gebied) wordt niet overschreden. Dat betekent dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden opgesteld. Doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is om op objectieve wijze informatie te verzamelen en te presenteren over mogelijk relevantie milieugevolgen van het project. Op basis van de aanmeldingsnotitie kan de gemeente besluiten of een verdere m.e.r.-procedure al dan niet aan de orde is. Het uitgangspunt hierbij is ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat er geen m.e.r. nodig is, tenzij er sprake is van ‘belangrijke nadelige gevolgen’ voor het milieu. Het besluit op de aanmeldingsnotitie dient de gemeente te nemen voordat het definitieve ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd.
Bodem: de milieukundige kwaliteit van de bodem, bijvoorbeeld de aanwezigheid van bodemverontreiniging, is medebepalend voor de haalbaarheid van een tracé. Het bodemloket (www.bodemloket.nl) biedt globaal inzicht in welke locatie in het verleden onderzocht en gesaneerd zijn. Binnen de huidige ZRO zijn diverse locaties in het verleden onderzocht en gesaneerd. Ten behoeve van deze tracéstudie is geen verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek dient in de vervolgfase uitgevoerd te worden;
Landschappelijke inpassing: het project voorziet in het ondergronds brengen van de 150 kV lijn. Het heeft niet tot doel een landschappelijke ‘verbetering’ na te streven door alle verbindingen ondergronds te brengen. Landschappelijke inpassing ziet vooral toe op het zoveel mogelijk intact laten van de ecologische zone;
Water: volgens het Programma van Eisen van TenneT conformeert TenneT zich aan het convenant Kabels en leidingen in waterkeringen. Daarom realiseert TenneT geen assets in/nabij een waterkerings- of vrijwaringszone (bijvoorbeeld een dijk), tenzij gemotiveerd aangetoond wordt dat
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 8
realisatie elders minder wenselijk of maatschappelijk onverantwoord is en realisatie in dit gebied ook uitvoerbaar gemaakt kan worden. Het beoogde tracé bevindt zich niet in een boringvrije zones en/of waterwingebied (op grond van de Verordening Ruimte Noord-Brabant, geconsolideerd januari 2019).;
Niet gesprongen explosieven (NGE): TenneT hanteert het uitgangspunt om in principe geen assets te realiseren in gebieden waar aanleiding bestaat om te veronderstellen dat niet gesprongen explosieven aanwezig kunnen zijn. In deze haalbaarheidsstudie is geen (bureau)onderzoek uitgevoerd naar NGE. Gemeente Helmond beschikt over een gemeente dekkend vooronderzoek naar NGE. In dit rapport en de bijhorende kaart is aangegeven welke gebieden mogelijk verdacht zijn voor de aanwezigheid van NGE.
Figuur 3-1
Bekende ruimingen in de omgeving van het plangebied (bron: www.Beobom.nl)
3.3 Uitgangspunten ZRO’s In deze studie wordt van de betrokken percelen nagegaan in hoeverre er op deze percelen zakelijkrechtovereenkomsten (ZRO’s) gevestigd zijn. In deze fase van de studie kan niet worden vastgesteld in hoeverre een grondeigenaar voornemens is in te stemmen met een bepaald tracé en daarmee bereid is een zakelijk recht af te sluiten. Tevens is niet bekend in hoeverre een eigenaar van gronden waarop reeds een bestaand zakelijk recht rust, bereid is te onderhandelen over het vestigen van een nieuw (aangepast) zakelijk recht. Deze overleggen worden gevoerd door de afdeling Grondzaken van TenneT. In deze haalbaarheidsstudie kan alleen worden aangegeven in hoeverre sprake is van een reeds gevestigd recht, of een zakelijk recht ontbreekt en waar nieuwe rechten moeten worden afgesloten ten behoeve van een nieuw tracé. Uitgangspunt is dat grondeigenaren meewerken aan betreding van de tracés en aan het vestigen van nieuwe rechten.
3.4 Uitgangspunten projectbeheersing 3.4.1
Planningen en doorlooptijden
De in rapportage van haalbaarheidsstudie, basisontwerp en detailontwerp en in het bijzonder voor de realisatiefase aangegeven planningen en doorlooptijden is uitgaan van geen verstorende factoren zoals onder meer: juridische procedures en/of ontbrekende een instemming in het kader van de bedrijfsvoering VNB (Voorziene Niet Beschikbaarheid/ vrij schakelen), belemmeringen door weersgesteldheid.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 9
TenneT zal met betrekking tot de werkzaamheden al hetgeen doen wat redelijkerwijs van haar verwacht mag worden om de beoogde planning te halen. Dit is een inspanningsverplichting van TenneT. Mocht desondanks de beoogde planning toch niet haalbaar blijken, dan treden partijen in overleg om tot een voor beide partijen acceptabele oplossing te komen. Als de uitvoering wordt verhinderd door omstandigheden buiten de invloed van TenneT (zoals het uitblijven van publiek en privaatrechtelijke vergunningen of niet-werkbare dagen) zal TenneT de oplevertermijn verlengen. Bij stagnaties zullen partijen in overleg treden over mogelijke alternatieven ten aanzien van de planning.
3.4.2
Uitsluitingen
In deze paragraaf wordt aangegeven welke activiteiten geen deel uitmaken van de haalbaarheidsstudie en waaraan zo nodig in het vervolg van het project invulling wordt gegeven:
Er is geen rekening gehouden met ondergrondse infrastructuren bij de berekeningen, lees: voor belastbaarheidsberekeningen;
Interne en externe spanningsafstanden bij het plaatsen van een opstijgmast zijn niet getoetst;
Belemmeringen en/of voorzorgsmaatregelen, die perceelbetreding en realisatie aangaande de jaargetijden die mogelijk voorkomen en getroffen kunnen worden, zijn niet beschouwd;
Er zijn geen milieuonderzoeken uitgevoerd.
Met betrekking tot de beïnvloeding is het proces volgens de NEN3654 stap 1 en 2 gevolgd en uitgevoerd. Beïnvloeding van bijvoorbeeld spoorrails en/of spoorkruisingen valt hierbuiten. Gekeken naar de NEN3654 zijn er dus qua beïnvloeding geen uitsluitingen.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 10
4
INVENTARISATIE KNELPUNTEN
Deze haalbaarheidsstudie heeft betrekking op onderstaande door Gemeente Helmond geïdentificeerde knelpunten: 1. Het deels verkabelen van de 150 kV-hoogspanningsverbinding Eindhoven Oost – Helmond Zuid tussen masten 115 t/m 121. 2. Het reduceren van het magneetveld in de 380kV hoogspanningsverbinding Maasbracht Eindhoven tussen masten 117 t/m 120 (waarbij de 150kV verbinding is verkabeld). De volgende knelpunten worden toegelicht in hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 11
5
VERKABELEN VAN 150KV VERBINDING HELMOND OOST – HELMOND ZUID
5.1 Inleiding Onderstaande oplossingsvarianten zijn onderzocht, deze zijn in samenwerking met TenneT en de gemeente Helmond tot stand gekomen: 1. Oplossingsvariant Noord In deze variant is de 150 kV-kabelverbinding aan de noordzijde van de 380kV verbinding gesitueerd. Deze doorkruist de ecozone. Voor deze variant wordt een kabel opstijgpunt gerealiseerd nabij mast 115 en mast 121. 2. Oplossingsvariant Zuid In deze variant is de 150 kV-kabelverbinding aan de zuidzijde van de 380kV verbinding gesitueerd. Deze kabel zal invloed hebben op de aan deze zijde liggende weg “De Voort”. Voor deze variant wordt een kabel opstijgpunt gerealiseerd nabij mast 115 en mast 121. 3. Oplossingsvariant Extension In deze variant worden de kabel opstijgpunten gerealiseerd in mast 014 en mast 021 en zal van de bovenstaande varianten het kabel tracé worden verlengd.
5.2 Oplossingsvariant Noord In deze variant wordt de kabelverbinding ten noorden van de 380kV verbinding aangelegd. Het voordeel is dat hier meer ruimte is echter het nadeel is dat dit circuit een lange boring bevat (hogere kosten). Het voorgesteld tracé is weergegeven in tekening 358141-W205-71-01-003-C0.4 welke Appendix C als bijlage aan dit rapport is toegevoegd.
5.2.1
Uitgangpunten
De ecozone mag worden doorkruist op diverse locaties dient toestemming verkregen te worden om werkterreinen te kunnen aanleggen.
5.2.2
Planologie & Vergunningen
Tabel 5-1
Inventarisatie vigerende bestemmingsplannen en strijdigheden
Ruimtelijk besluit
Status
Wijze van bestemmen
Strijdigheid
Brandevoort Oost
Onherroepelijk 26 september 2012
Dubbelbestemming leiding hoogspanningsverbinding
Knelpunt 2 – Optie Noord: verkabeling mast 115 t/m 121: Geen strijdigheid met vigerende bestemmingsplan
Brandevoort II – Ecozone West De Veste
Vastgesteld 18 november 2015
Dubbelbestemming leiding hoogspanningsverbinding
Knelpunt 2 – Optie Noord: verkabeling mast 115 t/m 121: Geen strijdigheid met vigerende bestemmingsplan
Brandevoort II
Vastgesteld 9 juni 2015
Dubbelbestemming LeidingHoogspanningsverbinding
Knelpunt 2 – Optie Noord: verkabeling mast 115 t/m 121: Geen strijdigheid met
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 12
Ruimtelijk besluit
Status
Wijze van bestemmen
Strijdigheid vigerende bestemmingsplan
Brandevoort II – Liverdonk Oost I
Vastgesteld 9 juni 2015
Dubbelbestemming LeidingHoogspanningsverbinding
Knelpunt 2 – Optie Noord: verkabeling mast 115 t/m 121: Geen strijdigheid met vigerende bestemmingsplan
Buitengebied Geldrop – Mierlo
Vastgesteld 8 november 2010 (tot en met mast 14A), 1e herziening ontwerp 6 april 2017 (tot en met mast 121)
Dubbelbestemming - Leiding
Knelpunt 2 – Optie Noord: verkabeling mast 115 t/m 121: Strijdig met vigerende bestemmingsplan. Dubbelbestemming-Leiding bestemd voor bovengrondse Hoogspanningsleidingen.
Uit bovenstaande inventarisatie van vigerende bestemmingsplannen ten behoeve van Optie Noord, blijkt dat de verkabeling van de 150 kV-lijn tussen mast 115 en 121 niet strijdig is met de regels van deze bestemmingsplannen, met uitzondering van bestemmingsplan Buitengebied Geldrop-Mierlo en bij de realisatie van de opstijgpunten. Bij mast 121 dient het bestemmingsplan te worden herzien ten behoeve van een dubbel bestemming Leiding – Hoogspanning voor een ondergrondse kabelverbinding. Hier komt eveneens een opstijgpunt die volgens het SPVE 00.003 van TenneT bestemd dient te worden met een enkelbestemming Bedrijf. Een mogelijkheid is om voor de verschillende afwijkingen één plan met verschillende postzegel bestemmingsplannen. In Tabel 5-2
Percelen optie noord zijn de percelen opgenomen die door het noordelijk gelegen
kabeltracé gekruist worden. Tabel 5-2
Percelen optie noord
Kadastraal nummer Helmond U 6504
Omschrijving
Gerechtigde/eigendom
Adres
ZRO
Wegen
Gemeente Helmond
Weg op den Heuvel 35 Helmond
Helmond U 6711
Wonen, erf-tuin
Gemeente Helmond
Weg op den Heuvel 35 Helmond
Helmond U 6721
Wegen
Gemeente Helmond
Helmond U 6698
Terrein, akkerbouw
Gemeente Helmond
Weg op den Heuvel 35 Helmond Weg op den Heuvel 35 Helmond
Saranne B.V., TenneT T.S.O. B.V., Enexis Netbeheer B.V. Saranne B.V., TenneT T.S.O. B.V., Enexis Netbeheer B.V. Saranne B.V., TenneT T.S.O. B.V. Saranne B.V., TenneT T.S.O. B.V.
5.2.3
Techniek
In deze optie wordt, daar waar een open ontgraving plaatsvindt, de kabel in het plat vlak gelegd (PvE.06.000 kabels eis AM-Req-1165). De kabelverbinding bestaat uit twee circuits met een tussenruimte van 2,2 meter hart-op-hart van de binnenste kabels, waarmee wordt voldaan aan de eis AM-Req-4229 uit het PvE.06.000 kabels. De kabels dienen te worden aangelegd met een minimale dekking van 1,2 m in de bebouwde omgeving maar in de agrarische gronden dient de dekking 1,8 m beneden maaiveld te zijn (eis AM-Req-4228 uit het PvE.06.000 kabels). Dit wordt door het consortium dan ook uitvoerbaar geacht.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 13
De ecozone zal met een gestuurde boring doorkruist worden, dit wordt gedaan om de ecozone te ontzien als de herstelkosten te beperken. De verbinding bestaat uit 768 m gegraven sleuf en 1285 m gestuurde boringen met een totale lengte van 2053 m De indicatie van de kosten op basis van kabellengte, gegraven sleuflengte en gestuurde boring zijn weergegeven in tabel 5-3.
Tabel 5-3 optie Noord (alleen kabelwerkzaamheden) component
lengte [mtr]
prijs / eenheid
totaal
12.318 768 1.285
€ 170,00 € 80,00 € 900,00
€ 2.094.060,00 € 61.440,00 € 1.156.500,00 € 3.312.000,00
Kabellengte Gegraven sleuf HDD Totale kosten
5.2.4 5.2.4.1
Uitvoering Lijnwerkzaamheden
De bestaande 150kV geleiders worden verwijderd uit de masten vanaf mast 115 t/m 120. Voor het realiseren van een kabelopstijgpunt geldt het volgende;
Mast 120, hier gaat het om een steunmast en deze is niet met aanpassingen om te bouwen naar een eindmast, dus zal het gehele stuk tot boven de 150 kV traverse vervangen moeten worden, ook de geleiders. Dit zal inhouden dat ook een verstoring plaats vindt tijdens de realisatie in de 380kV verbinding. Er dient dus een voorziening getroffen te worden om deze 380kV verbinding in bedrijf te houden, of TenneT moet toestaan dan tijdens het vervangen van het onderstuk van mast 120 de 380kV verbinding uit bedrijf wordt genomen.
Mast 115, hier gaat het om een hoekmast v.w.b. het 150 kV deel (broekstuk). Deze zou door aanpassingen geschikt kunnen worden gemaakt om als eindmast te fungeren.
Voor beide masten geldt dat er een kabelopstijgpunt gerealiseerd moet worden onder de masten.
5.2.4.2
Kabelwerkzaamheden
Doordat de verbinding ten noorden van de weg De Voort wordt aangelegd, is er voldoende ruimte voor de uitvoering. Echter dient er wel rekening te worden gehouden met een hoogtebeperking onder de bestaande hoogspanningslijnen.
5.2.5
Onderhoudbaarheid
Doordat de kabelverbinding voornamelijk langs bebouwd gebied loopt is deze goed bereikbaar. De kabelverbinding wordt in plat vlak gelegd wat betekent dat reparatie/vervanging van een kabel goed uitvoerbaar is. Door in driehoek te liggen ontstaat er meer ruimte. De voorkeur vanuit TenneT gaat uit naar plat vlak in verband met de onderhoudbaarheid.
5.2.6
Omgeving
Deze oplossingsvariant gaat dwars door een ecologische zone (kruiden en faunarijk grasland). Afstemming met de omgeving (direct omwonende en belangenverenigingen) dragen bij aan acceptatie van het voornemen. Hiertoe dient de brochure ‘Landschap en Hoogspanningsnet- Visie en Richtlijnen voor Landschappelijke Inpassing’ geraadpleegd te worden.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 14
Figuur 5-1
5.2.7
Natuurbeheerplan Noord-Brabant (NNN/voormalig EHS)
Projectbeheersing
5.2.7.1
Planning
De doorlooptijd van optie Noord bedraagt minimaal 12 maanden, omdat afgeweken dient te worden van het bestemmingsplan Buitengebied Geldrop-Mierlo. Binnen dit bestemmingsplan is een bovengrondse hoogspanningsverbinding mogelijk gemaakt. Om deze ondergronds mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan herzien te worden. De doorlooptijd van een bestemmingsplanprocedure is circa 12 maanden, exclusief de beroepsfase. Deze duurt doorgaans ook nog eens 12 maanden. Het risico dat gemeente Geldrop-Mierlo niet meewerkt aan deze procedure, wordt laag geacht, in verband met de onder andere de verbeterde landschappelijke inpassing. Tabel 5-3
Doorlooptijd project alternatief Noord
Projectfase
Doorlooptijd
Basisontwerp
4 tot 6 maanden
Bestemmingsplanprocedure Definitief/ uitvoeringsontwerp Definitieve vergunningsaanvragen Realisatie
Circa 12 maanden, excl. Beroep (circa 12 maanden) 4 tot 6 maanden 8 tot 26 weken (afhankelijk van typen vergunningen) 6 tot 8 maanden
5.2.7.2
Kosten
De indicatie van de kosten voor deze oplossingsvariant zijn in tabel 5-4 weergegeven:
Tabel 5-4 optie Noord Kostenpost Vervangen broekstuk mast 121 Mast aanpassingen Opstijgpunt Werkterrein
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
bedrag € 163.000,00 € 87.000,00 € 369.000,00 € 326.000,00
Blz. 15
Tijdelijke Masten Lijnwerkzaamheden Kabelwerkzaamheden Deomontage 150kV geleiders Herstel eco-zone * Uitvoering projectkosten TenneT projectkosten VNB kosten Totale kosten (excl VNB kosten)
€ 217.000,00 € 272.000,00 € 3.312.000,00 € 163.000,00 € 651.000,00 € 1.376.000,00 € 688.000,00 pm € 7.624.000,00
De kostenraming is exclusief eventuele VNB kosten en heeft een nauwkeurigheid van +-30%.
5.2.7.3
Risico’s
De volgende bijzondere risico's zijn van toepassing voor deze oplossingsvariant;
Verkrijgen van VNB, met als eventueel gevolg uitloop project.
Geen toestemming krijgen van het bevoegd gezag voor aanleggen werkterrein en leggen van kabels in ecozone. Een voorzorgsmaatregel zou een gestuurde boring kunnen zijn.
Omdat de masten zeer recent zijn geplaatst wordt het risico dat de aanwezige hoogspanning systemen van slechte kwaliteit zijn of anders dan in As built vermeld zeer klein geacht.
Het verkabelen van de 150kV verbinding kan negatieve gevolgen hebben voor de magneetveldzone van de 380kV verbinding Eindhoven – Maasbracht. De magneetveldzone zal mogelijk groter worden dan de tijdens bestemmingsplanwijziging vastgestelde magneetveldzone van 2x45 meter die vastgesteld is op basis van de handreiking RIVM 3.0.
Eventuele gevolgen voor EM-zone voor kabels vanuit het advies voorzorgbeleid hoogspanning en gezondheid (Co Verdaas juni 2019).
5.3 Oplossingsvariant Zuid In deze variant wordt de kabelverbinding ten zuiden van 380kV verbinding aangelegd. Het voordeel is dat er minder gestuurde boorlengte nodig is. Een nadeel is echter de beperkte werkruimte die beschikbaar is voor deze optie. Het voorgesteld tracé is weergegeven in tekening 358141-W205-71-01-003-C0.4 welke in Appendix C als bijlage aan dit rapport is toegevoegd.
5.3.1
Uitgangpunten
Uitgangspunt is dat het fietspad langs De Voort tijdelijk verwijderd kan worden en later opnieuw worden gepositioneerd tussen de tweetal kabelcircuits.
5.3.2
Planologie & Vergunningen
Zie de Tabel 5-11 van geïnventariseerde bestemmingsplannen in paragraaf 5.2.2. Voor oplossingsvariant Zuid geldt dezelfde inventarisatie van vigerende bestemmingsplannen. Uit de inventarisatie blijkt dat de verkabeling van de 150 kV-lijn tussen mast 115 en 121 en de realisatie van de opstijgpunten bij masten 115 en 121 strijdig is met de regels van deze bestemmingsplannen als het gaat om de opstijgpunten en het tracé binnen bestemmingsplan Buitengebied Geldrop-Mierlo. Wanneer TenneT wenst dat voor het opstijgpunt een enkelbestemming Bedrijf gevestigd wordt, dienen de bestemmingsplannen ter plaatse
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 16
van masten 115 en 121 op dit punt herzien te worden (bij mast 121 dient het bestemmingsplan sowieso te worden herzien ten behoeve van een dubbel bestemming Leiding – Hoogspanning voor een ondergrondse kabelverbinding). Een mogelijkheid is om voor de verschillende afwijkingen één plan met verschillende postzegel bestemmingsplannen/plangebieden op te stellen. Het plangebied bestaat dat uit verschillende deelgebieden (opstijgpunten en verkabeling buitengebied Geldrop Mierlo). In de Tabel 5-6 zijn de percelen opgenomen die door het zuidelijk gelegen kabeltracé gekruist worden. Tabel 5-4
Percelen optie Zuid
Kadastraal nummer
Omschrijving
Gerechtigde/eigendom
Adres
ZRO
Helmond U 6504
Wegen
Gemeente Helmond
Weg op den Heuvel 35 Helmond
Helmond U 7371
Wonen, erf-tuin
Gemeente Helmond
Weg op den Heuvel 35 Helmond
Helmond U 6711
Wonen, erf-tuin
Gemeente Helmond
Weg op den Heuvel 35 Helmond
Helmond U 6722
Bedrijvigheid (nutsvoorziening)
Enexis Netbeheer B.V.
Helmond U 6721
Wegen
Gemeente Helmond
Helmond U 6698
Terrein, akkerbouw
Gemeente Helmond
Magistratenlaan 116, ‘sHertogenbosch Weg op den Heuvel 35 Helmond Weg op den Heuvel 35 Helmond
Saranne B.V., TenneT T.S.O. B.V., Enexis Netbeheer B.V. Saranne B.V., TenneT T.S.O. B.V., Enexis Netbeheer B.V. Saranne B.V., TenneT T.S.O. B.V., Enexis Netbeheer B.V. Saranne B.V., TenneT T.S.O. B.V. Saranne B.V., TenneT T.S.O. B.V. Saranne B.V., TenneT T.S.O. B.V.
5.3.3
Techniek
Ten zuiden van de 380 kV lijn is onvoldoende ruimte om de kabelverbinding aan te leggen in plat vlak (AM-Req-1165 uit het PvE.06.000 kabels). Hierdoor dient de kabelverbinding in driehoek worden gelegd waardoor de sleuf circa 1,4 meter smaller kan worden. De kabelverbinding bestaat uit twee circuits met een tussenruimte van 2,3 meter hart-op-hart van de binnenste kabels, waarmee wordt voldaan aan de eis AM-Req-1166 uit het PvE.06.000 kabels. De kabels dienen te worden aangelegd met een minimale dekking van 1,2 m in de bebouwde omgeving maar in de agrarische gronden dient de dekking 1,8 m beneden maaiveld te zijn (AM-Req-1164 uit het PvE.06.000 kabels). Dit wordt door het Consortium dan ook uitvoerbaar geacht. De verbinding bestaat uit 1075 m gegraven en sleuf en 962 m gestuurde boringen met een totale lengte van 2037 m. De indicatie van de kosten op basis van kabellengte, gegraven sleuflengte en gestuurde boring voor deze oplossingsvariant is weergegeven in tabel 5-6.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 17
Tabel 5-6 optie Zuid (alleen kabelwerkzaamheden) component Kabellengte Gegraven sleuf HDD Totale kosten
5.3.4 5.3.4.1
lengte [mtr] 12.222 1.075 962
prijs / eenheid € 170,00 € 80,00 € 900,00
totaal € 2.077.740,00 € 86.000,00 € 865.800,00 € 3.029.540,00
Uitvoering Lijnwerkzaamheden
De bestaande 150kV geleiders worden verwijderd uit de masten vanaf mast 120 t/m 115. Voor het realiseren van een kabelopstijgpunt geldt het volgende;
Mast 120, hier gaat het om een steunmast en deze is niet met aanpassingen om te bouwen naar een eindmast, dus zal het gehele stuk tot boven de 150 kV traverse vervangen moeten worden. Dit zal inhouden dat ook een verstoring plaats vindt tijdens de realisatie in de 380kV verbinding. Er dient dus een voorziening getroffen te worden om deze 380kV verbinding in bedrijf te houden, of TenneT moet toestaan dan tijdens het vervangen van het onderstuk van mast 121 de 380kV verbinding uit bedrijf wordt genomen.
Mast 115, hier gaat het om een hoekmast v.w.b. het 150 kV deel (broekstuk). Deze zou door aanpassingen geschikt kunnen worden gemaakt om als eindmast te fungeren.
Voor beide masten geldt dat er een kabelopstijgpunt gerealiseerd moet worden onder de masten.
5.3.4.2
Kabelwerkzaamheden
Doordat de verbinding ten zuiden van de weg De Voort wordt aangelegd is er beperkt ruimte voor de uitvoering. Het fietspad langs De Voorst zal tijdelijk moeten worden verwijderd en later opnieuw gepositioneerd te worden tussen de twee kabelcircuits. Er dient ook rekening worden gehouden met een hoogtebeperking door de bestaande hoogspanningslijnen
5.3.5
Onderhoudbaarheid
Doordat de kabelverbinding voornamelijk langs bebouwd gebied loopt is deze goed bereikbaar. De kabelverbinding wordt in driehoek gelegd wat betekent dat reparatie/vervanging van een kabel moelijker uitvoerbaar is.
5.3.6
Omgeving
Deze oplossingsvariant heeft geen impact op de ecologische zone. Wel zullen omwonenden hinder ondervinden gedurende de aanlegfase van de kabelverbinding. Dit in verband met wegopbrekingen. Communicatie vooraf is cruciaal voor draagvlak onder omwonenden. Omwonenden kunnen zienswijzen indienen gedurende de bestemmingsplanprocedure en bezwaar maken tegen omgevingsvergunningen, met vertraging tot gevolg.
5.3.7 5.3.7.1
Projectbeheersing Planning
De doorlooptijd van optie Zuid bedraagt minimaal 12 maanden, omdat afgeweken dient te worden van het bestemmingsplan Buitengebied Geldrop-Mierlo. Binnen dit bestemmingsplan is een bovengrondse hoogspanningsverbinding mogelijk gemaakt. Om deze ondergronds mogelijk te maken, dient het
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 18
bestemmingsplan herzien te worden. De doorlooptijd van een bestemmingsplanprocedure is circa 12 maanden, exclusief de beroepsfase. Deze duurt doorgaans ook nog eens 12 maanden. Het risico dat gemeente Geldrop-Mierlo niet meewerkt aan deze procedure, wordt laag geacht, in verband met de onder andere de verbeterde landschappelijke inpassing. Tabel 5-5
Doorlooptijd project alternatief Zuid
Projectfase
Doorlooptijd
Basisontwerp
4 tot 6 maanden
Bestemmingsplanprocedure Definitief/ uitvoeringsontwerp Definitieve vergunningsaanvragen Realisatie
Circa 12 maanden, excl. Beroep (circa 12 maanden) 4 tot 6 maanden 8 tot 26 weken (afhankelijk van typen vergunningen) 6 tot 8 maanden
5.3.7.2
Kosten
De indicatie van de kosten voor deze oplossingsvariant zijn in tabel 5-7 weergegeven:
Tabel 5-7 optie Zuid Kostenpost Vervangen broekstuk mast 121 Mast aanpassingen Opstijgpunt Werkterrein Tijdelijke Masten Lijnwerkzaamheden Kabelwerkzaamheden Deomontage 150kV geleiders Herstel eco-zone * Herstel fietspad Uitvoering projectkosten TenneT projectkosten VNB kosten Totale kosten (excl VNB kosten)
bedrag € 163.000,00 € 87.000,00 € 369.000,00 € 326.000,00 € 217.000,00 € 272.000,00 € 3.030.000,00 € 163.000,00 € 651.000,00 € 174.000,00 € 1.376.000,00 € 705.000,00 pm € 7.533.000,00
De kostenraming is exclusief eventuele VNB kosten en heeft een nauwkeurigheid van +-30%.
5.3.7.3
Risico’s
De volgende bijzondere risico's zijn van toepassing voor deze oplossingsvariant;
Verkrijgen van VNB voor een van beide circuits, gevolg uitloop project.
Omdat de masten zeer recent zijn geplaatst wordt het risico dat de aanwezige hoogspanning systemen van slechte kwaliteit zijn of anders dan in As built vermeld zeer klein geacht
Het verkabelen van de 150kV verbinding kan negatieve gevolgen hebben voor de magneetveldzone van de 380kV verbinding Eindhoven – Maasbracht. De magneetveldzone zal mogelijk groter worden dan de tijdens bestemmingsplanwijziging vastgestelde magneetveldzone van 2x45 meter die vastgesteld is op basis van de handreiking RIVM 3.0.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 19
Eventuele gevolgen voor EM-zone voor kabels vanuit het advies voorzorgbeleid hoogspanning en gezondheid (Co Verdaas juni 2019).
5.4 Mogelijke extensie van oplossingsvarianten De kabelverbinding wordt doorgetrokken langs de bestaande hoogspanningslijn naar mast 014 en mast 021. Het voorgesteld tracé is weergegeven in tekening 358141-W205-71-01-001tm002-C0.4 welke in Appendix C als bijlage aan dit rapport is toegevoegd.
5.4.1
Uitgangpunten
Dit is een uitbereiding van optie Zuid of optie Noord, er is voor dit additionele deel uitgegaan van een gegraven sleuf.
5.4.2
Planologie & Vergunningen
Zie hiervoor ook de conclusies uit paragrafen 5.2.2 en 5.3.2 mast 14 bevindt zich binnen de gemeentegrenzen van gemeente Geldrop-Mierlo. In het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Geldrop-Mierlo 1e herziening is de hoogspanningsverbinding bestemd als ‘dubbelbestemming-leiding’. Hierin wordt een bovengrondse hoogspanningsleiding mogelijk gemaakt. Het ondergronds brengen van de 150 kV-verbinding is daarmee strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Tevens is het beleid van TenneT om opstijgpunten te bestemmen met een enkelbestemming. Hierin is nu niet voorzien in het vigerende bestemmingsplan, dit geldt eveneens ter plaatse van mast 115. Om deze strijdigheid binnen bestemmingsplan Buitengebied Geldrop-Mierlo op te lossen dient het bestemmingsplan herzien te worden: voor de kabel dient een dubbelbestemming Leiding – Hoogspanning opgenomen te worden, bestemd voor ondergrondse hoogspanningskabels. Voor het opstijgpunt een enkel bestemming Bedrijf. Dit laatste geldt ook voor bestemmingsplan Brandevoort Oost. Een mogelijkheid is om voor de verschillende afwijkingen één plan met verschillende postzegel bestemmingsplannen/plangebieden op te stellen. Het plangebied bestaat dat uit verschillende deelgebieden (opstijgpunten en verkabeling buitengebied Geldrop Mierlo). Dit dient afgestemd te worden tussen TenneT en de gemeente.
5.4.3
Techniek
De uitvoering (gegraven sleuf in driehoek of plat vlak) is afhankelijk van de gekozen optie bij De Voort noordzijde of zuidzijde. De verbinding wordt verlengd met twee gestuurde boringen en een stuk gegraven sleuf. Hier is uitgegaan van de gemiddelde waarde voor verlenging van optie A en optie B. De verlenging bestaat uit 459 m gegraven en sleuf en 149 gestuurde boringen met een totale lengte van 608 m Voor de gegraven sleuf is een gemiddelde prijs aangehouden voor een configuratie in platvlak of driehoek. De indicatie van de kosten op basis van kabellengte, gegraven sleuflengte en gestuurde boring zijn weergegeven in tabel 5-8.
Tabel 5-8 optie extension (alleen kabelwerkzaamheden) component Kabellengte Gegraven sleuf HDD Totale kosten
lengte [mtr] 3.648 459 149
prijs / eenheid € 170,00 € 80,00 € 900,00
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
totaal € 620.160,00 € 36.720,00 € 134.100,00 € 790.980,00
Blz. 20
5.4.4 5.4.4.1
Uitvoering Lijnwerkzaamheden
Bij deze optie zullen mast 14 en mast 21 als eindmasten gebruikt gaan worden. Dit zijn beide hoekmasten en zouden dus aangepast kunnen worden om te voldoen als eindmast. Om te bepalen welke aanpassingen exact noodzakelijk zijn zullen de masten gemodelleerd moeten worden in het basisontwerp. Hiernaast zal er onder de traverse van beide masten een kabelopstijgpunt gerealiseerd worden en wordt er een hekwerk geplaatst.
5.4.4.2
Kabelwerkzaamheden
Voor de kabelwerkzaamheden zijn er geen bijzonderheden ten opzichte van de optie Zuid en Noord, wel zal het kabeltracé iets langer worden.
5.4.5
Onderhoudbaarheid
Geen extra bijzonderheden ten opzichte van optie Zuid en Noord.
5.4.6
Omgeving
Verkabeling van de 150 kV tussen mast 14 en 21 vindt voor een groot deel plaats onder private gronden. Hierover dient met grondeigenaren afstemming bereikt te worden. In deze fase is onbekend in hoeverre grondeigenaren welwillend staat tegenover ondergrondse verkabeling. Tevens dienen twee opstijgpunten gebouwd te worden. Ook hiervan is niet bekend in hoeverre grondeigenaren hieraan mee willen werken. Het past binnen het beleid van TenneT om deze gronden in haar eigendom te hebben. Hierover dient vroegtijdig afstemming gezocht te worden door rentmeesters van TenneT met betreffende grondeigenaren.
5.4.7 5.4.7.1
Projectbeheersing Planning
Doorlooptijd van de optie zal inclusief variant Noord of Zuid minimaal 24 weken bedragen. Dit exclusief ontwerp, bestemmingsplan- en vergunningsdoorlooptijden.
5.4.7.2
Kosten
Tabel 5-9 optie extension Kostenpost Vervangen broekstuk mast 121 Mast aanpassingen additioneel Opstijgpunt Werkterrein Tijdelijke Masten Lijnwerkzaamheden Kabelwerkzaamheden additioneel Demontage 150kV geleiders VNB kosten Totale kosten (excl VNB kosten)
bedrag -€ 162.000,00 € 22.000,00 € 0,00 € 0,00 -€ 217.000,00 € 0,00 € 791.000,00 € 0,00 pm € 434.000,00
De kostenraming is exclusief eventuele VNB kosten en heeft een nauwkeurigheid van +-30%.
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 21
5.4.7.3
Risico’s
De volgende bijzondere risico's zijn van toepassing voor deze oplossingsvariant;
Verkrijgen van VNB voor een van beide circuits, gevolg uitloop project.
Omdat de masten zeer recent zijn geplaatst wordt het risico dat de aanwezige hoogspanning systemen van slechte kwaliteit zijn of anders dan in As built vermeld zeer klein geacht
Het verkabelen van de 150kV verbinding kan negatieve gevolgen hebben voor de magneetveldzone van de 380 kV verbinding Eindhoven – Maasbracht. •
Tabel 5 7 Resulterende 0,4µT magneetveldzone (RIVM-richtlijn 4.1) na verkabelen 150kV verbinding in paragraaf 5.5.
•
Dit tracé loopt door meerdere gemeentes en daarmee kan er stagnatie in vergunningsproces ontstaan.
5.5 Conclusie van de oplossing varianten Tabel 5-6
Afweging matrix
Item Planologie & Vergunningen Ruimtelijk besluit Publiekrechtelijke vergunningen Grondzaken/ ZRO's Techniek TenneT Standaarden Onderhoudbaarheid Uitvoering Realiseerbaarheid Locatie & Bereikbaarheid Ombouw/ VNB Impact andere infrastructuur Omgeving Stakeholders Impact op EM-zone Impact op installaties derden* Algemeen Planning/ Doorlooptijden Kosten Risico's Voldoet, passende oplossing**
*
Optie Noord
Optie Zuid
Optie Extension
Gelijkwaardig Positief Gelijkwaardig
Gelijkwaardig Gelijkwaardig Gelijkwaardig
Gelijkwaardig Gelijkwaardig Negatief
Voldoet Normaal
Voldoet Normaal
Voldoet Normaal
Complex Redelijk Complex Groot
Complex Redelijk Complex Groot
Normaal Redelijk Complex Groot
Positief Verlagend Groot
Gelijkwaardig Verlagend Groot
Gelijkwaardig Verlagend Groot
Gelijkwaardig Gelijkwaardig Gelijkwaardig Passend
Gelijkwaardig Gelijkwaardig Gelijkwaardig Passend
Gelijkwaardig Verhogend Verlagend Passend+
De impact op de bestaande 380kV verbinding Eindhoven – Maasbracht is negatief doordat de magneetveld zone negatief beïnvloed zal worden.
**
Hier is de impact ander infrastructuur niet meegenomen, hierover wordt verderop in dit hoofdstuk meer uitleg over gegeven.
Wanneer ervoor gekozen wordt om een ondergrondse kabel aan te leggen, dient hiervoor een ruimtelijke procedure (bestemmingsplan) doorlopen te worden. De kans dat de gemeente hieraan haar
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 22
medewerking verleent, is groot. De risico’s zitten vooral bij particuliere grondeigenaren in het geval van de uitgebreide kabelvariant. Zij dienen medewerking te verlenen. Voor beide oplossingsvarianten geldt dat deze gevolgen hebben voor de magneetveldzone van de bestaande 380kV verbinding Eindhoven – Maasbracht. Deze 0,4µT magneetveld zone zal ca 60 meter aan weerzijde van het hart van de verbinding komen te liggen, zie de gesteld 45 meter te krijgen. Tabel 5-7 voor exacte zone afstanden. Hiermee voldoet de nieuwe ontstane situatie niet aan de eis van de gemeente Helmond om de 0,4µT magneetveld zone op maximaal 45 meter aan weerzijde van het hart van de verbinding te houden. Dit heeft als gevolg dat er gevoelige bestemmingen binnen de 0,4µT magneetveld zone komen te liggen, dit al gevolg dat er dan de verbinding niet meer binnen RIVM-richtlijn 3.0 valt, welke ten tijde van de realisatie van oorspronkelijke verbinding van toepassing was. Om dit te voorkomen is in het vervolg van de haalbaarheidsstudie gekeken welke mogelijkheden er zijn om de zone wel binnen de gesteld 45 meter te krijgen. Tabel 5-7
Resulterende 0,4µT magneetveldzone (RIVM-richtlijn 4.1) na verkabelen 150kV
verbinding Veldsterkte MBT-EHV380 117-118 MBT-EHV380 118-119 MBT-EHV380 119-120
0.398 0.396 0.396
0.396 0.398 0.396
Berekende afstand A1 A2
Specifieke zone (afgerond) A1 A2
-60.25 -59.00 -59.50
-60 -60 -60
60.25 59.00 59.75
60 60 60
Dit is een verbetering t.o.v. de magneetveldzone van 75m aan weerszijde welke zo ontstaan als de bestaande situatie wordt berekend met de RIVM-richtlijn 4.1 i.p.v. de tijdens de realisatie van de verbindingen geldende RIVM-richtlijn 3.0, zie referentie [5] voor de berekeningen uitgevoerd door Petersburg Consultant in opdracht van de gemeente Helmond. Door TenneT is aanvullende gevraagd om te bekijken wat er gebeurt als we de 150kV kabel mee nemen in de magneetveld zone heeft dit dan negatieve of positieve gevolgen voor de maximale zone. Dit is afwijkend van het vereiste zoals nu gegeven in de richtlijnen van RIVM. DNV GL heeft hiervoor een EMC-model opgesteld en een berekening uitgevoerd. Daaruit is het volgende te concluderen;
Aan de zijde waar de kabel gesitueerd is neemt de magneetveldzone met ca 2m toe t.o.v. de zone weergegeven in de gesteld 45 meter te krijgen.
Tabel 5-7. Dit houdt in dat dan over het gehele deel tussen mast 117 – 121 de magneetveld zone op 60 meter komt te liggen. Dit is wanneer de stroom voor beide verbindingen in dezelfde richting lopen.
Als de stroom tegenovergesteld is dan neemt de zone met ca 1,5 meter af alleen volgens RIVM moeten we nog steeds met de “worst case” rekening houden en blijft de berekende zone op 60 meter liggen.
De invloed van de kabel is minimaal als we kijken naar de magneetveld zone aan kant waar de kabel niet aanwezig is.
Deze berekening is gedaan conform “Notitie Randstad rekenmethodiek magneetvelden Randstad 380 kV verbinding 3 november 2011” zie referentie [4].
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 23
6
AANPASSING 380KV VERBINDING EINDHOVEN – MAASBRACHT
6.1 Inleiding Het beoogde verkabelen van de bestaande 150kV verbinding Eindhoven oost – Eindhoven zuid heeft gevolgen voor de bestaande 380kV verbinding Eindhoven – Maasbracht, tussen mast 117 en 120, zal de magneetveldzone groter worden. Dit is ook aangegeven in de gesteld 45 meter te krijgen. Tabel 5-7 in paragraaf 5.5. De gemeente Helmond eist dat de magneet veldzone binnen 45 meter aan weerzijde van de hartlijn van de 380kV verbinding blijft. Om dit te kunnen bewerkstellen zijn er een drietal opties onderzocht passend binnen de standaard kaders voor mogelijke alternatieven:
Oplossingsvariant 1A Hierbij wordt de door Petersburg Consultants aangedragen oplossing op haalbaarheid beoordeeld (zie ook referentie document [1]). In deze oplossing worden de fasegeleiders dichter bij elkaar gebracht middels het vervangen van een groot deel van de bestaande masten 117 t/m 120 vanaf het broekstuk omhoog.
Oplossingsvariant 1B In deze optie wordt het mastlichaam behouden en worden de geleiders dichter naar het hart van de verbinding geplaatst. Dit wordt gerealiseerd middels een Braced-V-isolator configuratie waarbij de geleiders op een veilige spanningsafstand van het mastlichaam komen te hangen. De vereiste magneetveldzone wordt hierbij als maatgevende eis genomen.
Oplossingsvariant 1C In deze optie wordt het mastlichaam behouden zoals deze nu aanwezig is en zal doormiddel van het verwijderen van de traversen de geleiders dichter naar het hart van de verbinding geplaatst worden. Dit zal gedaan worden middels een Braced-V-isolator configuratie, zie Figuur 6-3 in hoofdstuk 6.3, waarbij de geleiders op een veilige spanningsafstand van het mastlichaam komen te hangen. Waarbij de onder houdbaarheid als maatgevende eis wordt genomen.
Gedurende het ontwerpproces zijn een aantal kritisch ontwerp eisen naar voren gekomen. De oplossingsrichtingen zijn beoordeeld op deze punten:
Onderhoudbaarheid: Kan de mast onderhouden worden met minimaal 1 circuit in bedrijf.
Mastbeeld: Kan het bestaande mastbeeld min of meer doorgezet worden zoals deze reeds aanwezig is.
Magneetveldzone: Kan de nieuwe geleider configuratie voldoen aan de eis van de gemeente om de 0,4µT magneetveldzone binnen de 45 meter aan weerzijde van de verbindingen te houden.
Vergunbaarheid: Passen de alternatieven binnen het huidige bestemmingsplan en welke vergunningen dienen aangevraagd te worden.
Realisatie: Kan de voorgestelde oplossingsvariant gerealiseerd worden en wat is hiervoor nodig (aan bijvoorbeeld VNB en tijdelijke voorzieningen).
DNV GL - Energy – Rapport nr. 19-1341 – www.dnvgl.com/Energy
Blz. 24
6.2 Oplossingsvariant 1A Door Petersburg Consultants is in 2016 in opdracht van de gemeente Helmond een haalbaarheidsstudie gedaan naar magneetveldarme 380kV masten. De oplossingsvariant 1A bekijkt of deze haalbaarheid past binnen de kritische ontwerp eisen zoals beschreven in paragraaf 1.1. De aanpassingen betreffen de masttypes zoals weergegeven in Tabel 6-1. Om de gewenste magneetveldzone te bereiken zijn de volgende aanpassingen door Petersburg Consultants voorgesteld:
Steunmast 117, 118 en 120 o
Fasegeleiders dichter naar het mastlichaam verplaatsen
o
Midden- en onderfases dichter naar bovenfases verplaatsen
Hoekmast 119 Fasegeleiders dichter naar het mastlichaam verplaatsen
o
Om het bovenstaande te realiseren wordt voorgesteld om voor de steunmasten het mastlichaam grotendeels te vervangen. Tabel 6-1
Overzicht masttypes en mastbeelden
Mastnummer
Masttype
Masbeeld
117 118 119 120
S+9 tc (steunmast) S+0 tc (steunmast) HB+0 tc (hoekmast) S+0 tc (steunmast)
Appendix A, Figuur 8-2 Appendix A, Figuur 8-1 Appendix A, Figuur 8-3 Appendix A, Figuur 8-1
6.2.1
Onder houdbaarheid
Eis AM-Req-0993 waarin wordt gesteld dat tijdens onderhoud er altijd minimaal 1 circuit in bedrijf dient te blijven. De eis tekst en onderbouwing zijn weergegeven in Appendix B. Hieruit blijkt dat de minimale afstand van de geleiders tot hart van de mast 5,9 meter moet bedragen.
Figuur 6-1
Kortste afstand fase geleider tot hartmastlichaam optie 1A