Programmabegroting 2023-2026
Tekst van het document
Inhoudsopgave 1 Inleiding ...................................................................................................................................................... 1 1.1 Begroting 2023-2026 ................................................................................................................................. 1 1.2 Financiële begroting in 1 oogopslag .......................................................................................................... 7 2 Budgettair kader en financiële ontwikkelingen .......................................................................................... 9 2.1 Grondslagen begroting ............................................................................................................................ 11 2.2 Budgettair kader ...................................................................................................................................... 12 2.3 Beschikbare ruimte .................................................................................................................................. 13 2.4 Besteding beschikbare ruimte .................................................................................................................
16 2.5 Investeringen ........................................................................................................................................... 19 2.6 Meerjarenraming ..................................................................................................................................... 22 3 Beleidsprogramma’s ................................................................................................................................ 24 3.1 Programma 01: Veiligheid en handhaving ............................................................................................... 24 3.2 Programma 02: Werk en inkomen........................................................................................................... 29 3.3 Programma 03: Zorg en welzijn ............................................................................................................... 34 3.4 Programma 04: Jeugd en onderwijs ........................................................................................................ 40 3.5 Programma 05: Cultuur, toerisme en recreatie....................................................................................... 45 3.6 Programma 06: Sport en bewegen ..........................................................................................................
51 3.7 Programma 07: Economisch beleid en werkgelegenheid ....................................................................... 54 3.8 Programma 08: Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting ..................................................................... 61 3.9 Programma 09: Stedelijke vernieuwing ................................................................................................... 68 3.10 Programma 10: Verkeer en mobiliteit ................................................................................................... 73 3.11 Programma 11: Openbare ruimte en natuurbescherming .................................................................... 79 3.12 Programma 12: Milieu ........................................................................................................................... 85 3.13 Programma 13: Bestuur en organisatie ................................................................................................. 94 3.14 Algemene dekkingsmiddelen............................................................................................................... 102 4 Verplichte paragrafen ............................................................................................................................
108 4.1 Lokale heffingen .................................................................................................................................... 108 4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................................................... 117 4.3 Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................................................... 126 4.4 Financiering ........................................................................................................................................... 129 4.5 Bedrijfsvoering ....................................................................................................................................... 134 4.6 Verbonden partijen ............................................................................................................................... 139 4.7 Grondbeleid ........................................................................................................................................... 158 5 Bijlagen ..................................................................................................................................................
164 5.1 EMU-saldo ............................................................................................................................................. 164 5.2 Overzicht structureel lasten en baten ................................................................................................... 164 5.3 Overzicht incidentele lasten en baten ................................................................................................... 165 5.4 Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves .................................................................... 174 5.5 Reserves en voorzieningen .................................................................................................................... 175 5.6 Investeringsprogramma (IVP) ................................................................................................................ 177 5.7 Kansrijke investeringen 2023-2025 ....................................................................................................... 178 5.8 BBV Indicatoren ..................................................................................................................................... 179 5.9 Overzicht van geraamde baten en lasten per taakveld .........................................................................
182 5.10 Taakvelden per programma .................................................................................................................. 184 5.11 Financiële positie ................................................................................................................................... 186
1 1.1
Inleiding Begroting 2023-2026
Begin juni 2022 werd het Ambitieakkoord “Een sterker Helmond voor iedereen” gepresenteerd. Een inclusief, duurzaam en levendig Helmond: dat staat centraal in het akkoord. In een situatie waarin de kansen enorm zijn – kijk naar de schaalsprong die aanstaande is – maar waar dat ook geldt voor de uitdagingen. Tweedeling, bestaanszekerheid die onder druk staat en een klimaatverandering die onverminderd doorgaat. De kunst is om de kansen en uitdagingen met elkaar te verbinden. Problemen van nú op te lossen, maar wel op een manier die leidt tot structurele verbeteringen waar we ook in 2040 en verder de vruchten van plukken. Dat is de rode draad van de begroting die voor u ligt.
Brede Welvaart: groei als middel Brede Welvaart is het fundament van het Ambitieakkoord én van deze begroting. Kortgezegd: winst moet niet het ultieme doel zijn van economische groei, maar is het middel om de inclusieve, duurzame en levendige stad voor elkaar te krijgen. Het werken aan Brede Welvaart vraagt per definitie een integrale aanpak en werkwijze die de afzonderlijke beleidsterreinen overstijgt. Het ene vraagstuk moet helpen het andere op te lossen. Aanleg van natuur om ontmoeting en gezondheid te stimuleren. Verduurzaming van vervoer om de stad en bedrijventerreinen bereikbaar te houden. Ondersteunen van verenigingen om eenzaamheid te bestrijden. Die integrale aanpak willen we ook in onze begrotingssystematiek zichtbaar maken. De voorliggende begroting is in dat opzicht een tussenstap. Nieuwe accenten zijn zichtbaar binnen de 13 programma’s, vooral in de paragrafen ‘beleidsintensivering’. Maar uiteindelijk willen we toe naar een indeling die is gebaseerd op de principes van Brede Welvaart. Het was te kort dag na de verkiezingen, om die verandering al in deze begroting door te voeren. De volgende begroting maken we die nieuwe indeling wel zichtbaar en uiteraard doen we dat in samenspraak met de gemeenteraad. Ook de ‘impactanalyse van de schaalsprong’ waar de gemeenteraad via een motie om heeft gevraagd, krijgt daarin een vaste plek.
Van schaalsprong naar kwaliteitssprong Helmond is een belangrijke steunpilaar in de economische ontwikkeling van deze regio. En deze ontwikkeling gaat hard. Brainport is van grote betekenis voor de economie van ons land en biedt daarmee ook kansen om onze stad in sociaal opzicht sterker te maken. Om koploper te blijven in de innovatieve economie moet talent ontwikkeld, aangetrokken én behouden blijven. Daarvoor is regionaal en lokaal een schaalsprong nodig wat betreft woningen, arbeidsplaatsen en aantrekkelijke voorzieningen. Voor Helmond gaat het – tot 2040 – om zo’n 15.000 nieuwe woningen en evenzoveel nieuwe banen. Liever dan schaalsprong spreken we over een kwaliteitssprong. Want meer huizen en meer banen zijn uiteindelijk randvoorwaardelijk. Het gaat erom dat we het leven in de stad beter maken voor zoveel mogelijk inwoners. De basis voor die kwaliteitssprong wordt volgend jaar gelegd: in 2023 staan de nodige besluiten op stapel. Bijvoorbeeld over het centrum, waar twee-derde van de nieuwe woningen gaat landen. Op een duurzame manier, met ruimte voor groen en water. We gaan op zoek naar de juiste mix tussen wonen, winkelen, werken en verblijven. Zodat ons centrum de centrale en levendige ontmoetingsplek wordt voor Helmond en de regio, voor oud én jong.
Tegelijkertijd willen we een betere spreiding van sociale huurwoningen over de stad, krijgt verduurzaming van de bestaande woningvoorraad prioriteit en investeren we in ons eigen living lab voor innovatieve oplossingen: Brainport Smart District, de wijk van de toekomst.
1
Er komen daarnaast enkele visies aan die de kwaliteitssprong verder inkleuren. Zoals de omgevingsvisie, die in veel opzichten de paraplu vormt voor de ontwikkeling van onze stad. Want daarin bepalen we hoe we de wijken versterken, welke ruimte we geven aan economische ontwikkeling en duurzaamheidsmaatregelen, en welke aanpassingen nodig zijn om de stad bereikbaar te houden. In 2023 is het aan de gemeenteraad om daar knopen over door te hakken. Verder wordt er komend jaar volop gewerkt aan diverse ‘deelvisies’ die een uitwerking geven van het Ambitieakkoord en/of de omgevingsvisie. Zoals de cultuurvisie, die ervoor moet zorgen dat kunst en cultuur meegroeien met het ambitieniveau van onze stad. Daarop vooruitlopend is er in 2023 al geld gereserveerd voor de ontwikkeling van urban-activiteiten; onderzoek toont aan dat dat op dit moment wordt gemist. Ook ontwikkelen we in 2023 een gerichte aanpak tegen discriminatie om zo de inclusiviteit te verhogen, en komt er een integrale kijk op het ouderenbeleid; vergrijzing maakt dat urgent, vooral voor degenen die niet meer goed meekomen in de samenleving. Eind 2022 wordt de visie op wonen, zorg en welzijn besproken in de gemeenteraad, die vooral voor kwetsbare groepen belangrijk is en bijdraagt aan vermindering van de tweedeling in onze samenleving.
Verder komt er een mobiliteitsvisie, die de basis legt voor een bereikbare stad waarin tegelijkertijd klimaat, gezondheid en leefomgeving voorop staan. Voor deze visie is het uitvoeren van diverse onderzoeken noodzakelijk. Op het gebied van klimaat en energie hebben we nog grote stappen te zetten. De klimaatverandering gaat onverminderd door en de gevolgen daarvan worden steeds merkbaarder. Uiterlijk in 2035 willen we een klimaatneutrale stad zijn en in 2050 volledig klimaatbestendig. In 2023 intensiveren we diverse projecten die daaraan bijdragen. Op verschillende terreinen is al eerder koers bepaald en ook dat is terug te vinden in deze begroting. Zoals de economische visie die in 2022 is vastgesteld, met aandacht voor de krapte op de arbeidsmarkt en versterking van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Ook voor versterking van de veiligheid is in 2021/2022 koers bepaald en dat ziet u in deze begroting onder andere terug in de uitbreiding van de BOA-capaciteit, meer ondersteuning van buurtpreventie, tegengaan van ondermijning en de integrale aanpak van risicojeugd.
Sociaal beleid wordt doorgezet Op sociaal vlak wordt een groot deel van het eerder in gang gezette beleid voortgezet. Denk aan het Stadsleerbedrijf en aan de sociale teams die begin 2022 buiten de gemeente zijn gepositioneerd. De sociale teams vormen ook de komende jaren de ruggengraat van onze aanpak om iedereen te laten meedoen, rondkomen en vooruitkomen. Multifunctionele wijkaccommodaties kunnen op onze ondersteuning rekenen en het Helmonds Preventieakkoord (gezond eten en bewegen) blijven we met volle kracht uitvoeren. Dat geldt ook voor de Helmondse Educatieve Agenda, die moet zorgen voor gelijke kansen voor jeugdigen. Bijvoorbeeld via schoolbibliotheken, de verlengde schooldag en passende kinderopvang. Buurtsportcoaches stimuleren sporten en bewegen, ook de komende jaren. En we gaan uitzoeken hoe we een Helmondpas kunnen invoeren, zodat sport- en culturele voorzieningen ook voor mensen met een laag inkomen bereikbaar worden. Natuurlijk gaan we volop door met de realisatie van Sport- en Beleefcampus De Braak, waar sport, onderwijs en sociale binding samenkomen.
Bestaanszekerheid: fonds geeft extra ondersteuning De tweedeling is in Helmond helaas nog niet opgelost. Armoede is een hardnekkig (generatie)probleem. De bestaanszekerheid van teveel Helmonders staat onder druk. In het Ambitieakkoord hebben we al aangekondigd extra in te zetten op preventie en vroegsignalering en op het geven van bekendheid aan regelingen die we hebben. Verder krijgen meer mensen de kans om 2
van inkomensondersteuning gebruik te maken. Ook gaan we door met ondersteuning van de lokale coalitie Ruimte om te Leven die de positie van mensen met een achterstand wil verbeteren. Tegelijkertijd hebben we vandáág te maken met forse prijsstijgingen, aangejaagd door de energieprijzen die de pan uit rijzen. De gevolgen zijn voor iedereen merkbaar. Zowel inwoners die het al moeilijk hadden, als inwoners boven het minimum die voorheen wel rond konden komen, raken in de knel. Voor velen van hen leidt dit tot problemen. De situatie is dan ook niet langer houdbaar. Ingrijpen vanuit de overheid om mensen te helpen het hoofd boven water te houden is nodig. Allereerst is dat een taak van onze Rijksoverheid. Op Prinsjesdag heeft de Rijksoverheid substantiële maatregelen aangekondigd, die voor een groot deel van onze inwoners tot lagere kosten moet leiden. Als gemeente spannen we ons echter ook in om onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties te steunen. Daarvoor stellen we een koopkrachtfonds in van € 10 miljoen. Dit fonds is bedoeld om aanvullende regelingen te financieren om de gevolgen van de energiecrisis te dempen en de koopkracht te stutten. Samen met onze partners in de stad werken we aan een pakket dat op korte termijn van kracht wordt. Waarbij we ook op zoek gaan naar maatregelen die een blijvend effect hebben, zoals energiebesparing.
Overigens kunnen we als gemeente niet alle problemen oplossen en proberen we ons te richten op het ledigen van de grootste nood, in aanvulling op de maatregelen die het Rijk heeft genomen.
Andere overheid Doen wat nodig is in plaats van doen wat regel is. Waarbij niet het systeem, maar de uitwerking in de praktijk leidend is. Dat is de kern van de ‘Andere Overheid’ die we de komende jaren willen vormgeven. We willen een actieve, betrouwbare en dienstbare overheid zijn die niet gaat zitten afwachten maar durft te experimenteren en het voortouw neemt. Die gelijke gevallen gelijk behandelt (geen willekeur), maar ook ziet wanneer gevallen níet gelijk zijn en maatwerk nodig is. Samen met de organisatie gaan we deze omslag maken, waarin overigens de eerste stappen al zijn gezet. Zo loopt binnen het sociaal domein het project ‘Maatwerk Leveren en Leren’, waarbij een tijdelijke hulpstructuur is gecreëerd om professionals in staat te stellen meer maatwerk te leveren als de situatie van kwetsbare inwoners daarom vraagt. De ervaring met dit soort experimenten willen we breed uitdragen in de organisatie. Ook de invoering van de nieuwe omgevingswet, versterking van het wijkgericht werken en ons participatiebeleid zijn onderdeel van deze andere overheid. We gaan participatie naar een hoger niveau brengen; eind 2022 wordt het nieuwe beleidskader en bijbehorend stappenplan besproken in de gemeenteraad. Maar participatie is (bijna) altijd maatwerk, dus ook hier zijn de ‘mindset’, duidelijkheid en transparantie belangrijker dan processen en protocollen.
Een mindset die óók van andere initiatiefnemers wordt verwacht die met participatie aan de slag gaan. Verder willen we ruimte bieden aan experimentele vormen van participatie; samen met de gemeenteraad werken we dat verder uit.
Basis op orde Helmond mag zich gelukkig prijzen met een gemotiveerde organisatie. Dat is extra zichtbaar geworden in de afgelopen jaren waarin we van crisis naar crisis holden. Er werd veel inzet gevraagd én gekregen. Maar het maakte ook zichtbaar dat onze organisatie kwetsbaar is. We hebben een slanke organisatie, en dat gaat knellen gezien de kwaliteitssprong die we met onze stad voor ogen hebben. Maar het zit ‘m ook in de kwantiteit: meer inwoners vragen meer dienstverlening, meer vergunningen, meer ondersteuning van maatschappelijke initiatieven. Op een aantal kwetsbare posities wordt de organisatie versterkt, in aanvulling op de inhaalslag die in 2022 is ingezet. 3
Tegelijkertijd blijven we aandacht besteden aan goed werkgeverschap, met ruimte voor ontwikkeling en doorstroming. Het nieuwe Huis voor de Stad gaat zeker ook helpen bij het creëren van prettige werkomstandigheden; dat is belangrijk voor het werven en binden van personeel.
Lastendruk De gemeentelijke lastendruk wordt bepaald door de OZB en de riool- en afvalstoffenheffing. Deze lastendruk stijgt in 2023 met 3,72% voor een huis met gemiddelde waarde. De riool- en afvalstoffenheffingen zijn gebaseerd op de werkelijke kosten; dat is wettelijk zo bepaald. In onze gemeente zien we dat in 2023 de jaarlijkse rioolheffing voor een huishouden met ongeveer 1 euro daalt, en de afvalstoffenheffing met ongeveer 7 euro stijgt. De OZB stijgt met 6%. Zouden we een volledige inflatiecorrectie doorvoeren, dan zou het gaan om een stijging van 8,7%. Gezien de huidige prijsstijgingen waar iedereen mee te maken heeft, kiezen we daar niet voor. Deze verhoging van 6% betekent voor een huis met een gemiddelde waarde, een stijging van 22,50 euro per jaar.
Behandelprocedure De bestuurlijke behandelprocedure van de Programmabegroting 2023-2026 is als volgt: · College van Burgemeester en wethouders 27 september 2022 · Raad (Algemene beschouwingen en vaststelling) 10 november 2022
Autorisatie en opzet begroting Met deze begroting autoriseert de raad het college op programmaniveau om uitgaven te doen. Dit geldt voor het totale begrotingsbudget per programma, het investeringsbudget per programma en de bijbehorende mutaties over reserves. Het college is daarmee bevoegd uitvoering te geven aan de doelstellingen van het betreffende programma. Voorwaarde daarbij is dat het college bij de besteding van de budgetten binnen de grenzen van de geautoriseerde budgetten blijft. Binnen deze grenzen is het college bevoegd om de wijze van besteding van een programmabudget aan te passen (uiteraard wel met inachtneming van de te bereiken resultaten van het betreffende programma). Bij de jaarverantwoording legt het college verantwoording af aan de raad over de uitvoering (zijnde de besteding van de budgetten en de bereikte resultaten) van het betreffende programma. Tussentijds wordt hierover gerapporteerd door middel van Bestuursrapportages (Beraps). De Programmabegroting voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording (hierna BBV).
4
Portefeuilleverdeling
Burgemeester Elly Blanksma Openbare Orde & Veiligheid, Integriteit, Bestuurs- en Juridische Zaken en Kabinet & Protocol, Handhaving (coördinatie) en Participatie (coördinatie). Wethouder Cathalijne Dortmans Jeugd, Onderwijs, Gezondheid, Brede welvaart/ Global Goals, Programma Andere Overheid, Preventie, Inburgering, 'Ruimte om te leven', Wijkwethouder Mierlo-Hout. Wethouder Erik de Vries Sociale Zaken, Armoedebeleid, Centrumontwikkeling, Schulddienstverlening, Participatiewet, Horeca, Vergunningen en Handhaving, Wijkwethouder Binnenstad en Centrum. Wethouder Gaby van den Waardenburg Stedelijke Ontwikkeling, Wonen en grondzaken, Schaalsprong Brainport, Ruimtelijke ordening, Omgevingswet, Vastgoed, Straatnamencommissie, Wijkwethouder Dierdonk en Helmond-Noord. Wethouder Harrie van Dijk Sport, WMO, Inclusie, Personeel en organisatie, Huis voor de Stad, De Braak, Wijkaccommodaties, Wijkwethouderschap (coördinatie), Antidiscriminatie en diversiteit, Wonen en zorg, burgerzaken, Wijkwethouder Helmond-West en Brandevoort.
5
Wethouder Marita van Lierop Cultuur, Evenementen, Ouderenbeleid, Vrijwilligers en mantelzorgers, Stadsmarketing, Public Affairs, Toerisme en recreatie, Monumenten, Dierenwelzijn, Afval, Wijkwethouder Rijpelberg en HelmondOost. Wethouder Martijn de Kort Economie, Arbeidsmarkt, Innovatie, Financiën (inclusief inkoop), Automotive Campus, Arbeidsmigranten, Digitalisering, Glasvezelnetwerk, Regionale samenwerking, Wijkwethouder Stiphout/ Warande. Wethouder Arno Bonte Duurzaamheid, Klimaatadaptatie, Mobiliteit, Energietransitie, Milieu, Openbare ruimte, Natuur en water, Brainport Smart District, Wijkwethouder Brouwhuis. Gemeentesecretaris Erik de Ruiter Algemeen directeur ambtelijke organisatie, Secretaris college van burgemeester en wethouders
6
1.2
Financiële begroting in 1 oogopslag
7
8
2
Budgettair kader en financiële ontwikkelingen
Algemeen Het zijn onzekere tijden. De economie ligt nu weer zwaar onder druk door de oorlog in Oekraïne en de gevolgen die dat heeft voor onze energiemarkt en de stijgende prijzen voor voedsel en materialen. De inflatie is in 2022 nog nooit zo hoog geweest. Dit vraagt onorthodoxe maatregelen van de overheden om te voorkomen dat een groot deel van haar inwoners in de financiële problemen komen. Zowel vanuit Europa als vanuit het Rijk worden enorme financiële steunpakketten voorbereid om de torenhoge energieprijzen voor de mensen die deze niet meer kunnen opbrengen te vergoeden. Ook wordt er onderhandeld om maxima te stellen aan deze prijzen. Tenslotte neemt het Rijk allerlei maatregelen om de inflatie van naar verwachting meer dan 10% in 2023 te compenseren met diverse maatregelen. Koopkrachtfonds van € 10 miljoen We horen en zien in de stad dat er veel onzekerheid is over het effect van de rijksmaatregelen en of deze daadwerkelijk voldoende verlichting bieden voor de komende winter. Daarom vinden wij het noodzakelijk om op korte termijn extra ondersteuning te bieden aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties die ondanks de landelijke maatregelen kopje onder dreigen te gaan. Wij hebben inmiddels een gemeentelijk team hiervoor ingericht. Momenteel werkt dit team, waar mogelijk in samenwerking met partners uit de stad concrete voorstellen uit.
Deze zullen gericht zijn op het creëren van een vangnet en het geven van extra lucht voor mensen die dat nodig hebben. Inzet is om zo snel als mogelijk eerste maatregelen in te voeren, die zullen worden bekostigd vanuit het hiervoor ingestelde Koopkrachtfonds van € 10 miljoen. In de 2e Berap 2022 hebben we hiervoor al € 5 miljoen vrijgemaakt. Tot slot komen er mogelijk nog middelen beschikbaar vanuit het jaarrekeningresultaat Senzer 2021 die hiervoor dan ingezet kunnen worden. Landelijke ontwikkelingen Landelijk zijn er ontwikkelingen die van invloed zijn op de financiële positie van de gemeente (zie ook paragraaf 2.3.1 ontwikkelingen algemene uitkering). Het Rijk heeft het accres slechts aangepast tot en met het jaar 2025 en daarna weer bevroren op het niveau van 2023. Ook de opschalingskorting is opgeschort tot 2025. Consequentie van deze besluiten is dat 2026 bij alle gemeenten fors in de min gaat, het zogenaamde ravijnjaar. De VNG is met het Rijk in gesprek hoe we hier mee moeten omgaan. De provincie schrijft voor dat het 1e jaar of het laatste begrotingsjaar structureel in evenwicht moet zijn. Dit betekent dat structurele uitgaven gedekt moeten worden met structurele inkomsten. We zijn erin geslaagd om aan uw raad een structureel sluitende begroting voor te leggen betreffende begrotingsjaar 2023. Echter voor het jaar 2026 hebben we nog een forse uitdaging te gaan.
De omgevingswet wordt vooralsnog ingevoerd per 1 januari 2023. Dit gaat op een geleidelijke manier. Aangezien nog niet alle wetgeving gereed is, hebben we eventuele financiële mutaties nog niet verwerkt. Vooralsnog gaan we er ook vanuit dat de structurele consequenties budgettair neutraal zijn (naar verwachting minder kosten, maar ook minder inkomsten). Budgettair beeld Gezien de onzekere situatie waarin we ons bevinden (energiecrisis, hoge inflatie, stijgende prijzen) en de grote uitdagingen waar wij als gemeente voor staan (energietransitie, mobiliteitsopgave, schaalsprong, bestrijden tweedeling) nemen wij slechts voor 2023 nieuw beleid. Daar waar het gaat om personele uitbreidingen, regionale afspraken en/of autonome ontwikkelingen zijn deze wel structureel opgenomen. Dit geeft ons ruimte om de crisis waarin we ons nu bevinden te managen, de organisatie op sterkte te brengen en gericht onderzoeken te doen.
9
Daarnaast willen we komend jaar ook kijken naar de prioritering en nieuwe spelregels toepassen c.q. stringenter toepassen (bijvoorbeeld nieuw voor oud beleid). Dit nemen we mee in het traject om te komen tot een herziening van de programmabegroting (zie ook paragraaf 4.5.1). Voor het jaar 2026 voorzien we een fors tekort, waarbij we ervan uitgaan dat het Rijk hier wel nog met aanvullende middelen komt. Gezien de eis van de provincie en het tekort in 2026 bieden wij u nu een structureel sluitende begroting voor 2023. De jaren 2024 en 2025 laten nog forse overschotten zien van respectievelijk € 11.950.000 en € 14.500.000. Deze worden verwerkt als stelpost ‘nieuw beleid/grote opgaven 2024-2025’. Indexeringen en lokale heffingen Voor zowel de inkomsten als de uitgaven hanteren we jaarlijks een vaste indexeringssystematiek gebaseerd op publicaties van het Centraal Plan Bureau (CPB) en het Centraal bureau van de Statistiek (CBS). Daarnaast corrigeren we deze begrote indexeringen met de werkelijkheid van de afgelopen 3 jaren. Het beeld wat dan ontstaat ziet er als volgt uit: Prijsindex 2,7% Lonen en sociale lasten 3,0% Subsidies 1,1% OZB en lokale heffingen 6% (indien CPB-indexering gevolgd 8,7%) Kijken we echter naar de huidige verwachtingen, dan zien we forse prijsstijgingen van meer dan 10%.
Daarnaast zien we ook dat diverse cao’s worden afgesloten met loonstijgingen van neer dan 3% per jaar. Instellingen die van ons subsidies ontvangen worden, afhankelijk van hun contract met een energieleverancier, geconfronteerd met forse energie-uitgaven. Om daar waar nodig aanvullende maatregelen te kunnen nemen en eventueel maatwerk te kunnen leveren, hebben we 2023 structureel € 3 miljoen en vanaf 2024 € 2 miljoen structureel als stelpost opgenomen. Daarnaast zal in 2023 de inflatiecompensatie stukken hoger liggen dan nu door het na-ijleffect van onze indexeringssystematiek, hetgeen een structureel effect zal hebben op onze subsidies. Hanteren we daarnaast voor de ozb en de lokale heffingen (exclusief riool en afvalstoffen) de inflatiecorrectie, dan zouden we een indexering moeten toepassen van 8,7%. Ook bij de investeringen hebben we te maken met een stijging van de prijzen. Daar waar dit zich voordoet zullen we in deze begroting en in de andere P&C documenten, indien nodig, aanvullend krediet aanvragen. In zijn algemeenheid hebben we dit opgenomen als risico in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Aanpassing basisbedrag afvalstoffenheffing Over de jaren 2021 en 2022 werd vooraf het vastrecht plus 6 ledigingen in rekening gebracht en de ledigingen daarboven achteraf.
Dat stimuleerde niet om verder te scheiden en ten onrechte werd de indruk gewekt, dat er maar 6 maal afval mocht worden aangeboden. Daarom kiezen wij ervoor om vanaf 2023 vooraf alleen nog maar het vastrecht in rekening te brengen en alle ledigingen achteraf. Tot slot merken wij op dat we voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing 100% kostendekkendheid hanteren. Incidentele ruimte investeringen Omdat we al jaren de geplande investeringen maar voor een beperkt deel uitgeven, wordt jaarlijks de hele investeringsportefeuille tegen het licht gehouden. Dit met het doel een reële spreiding van de uitgaven te genereren. Door een betere planning en het feit dat daardoor investeringsuitgaven doorschuiven ontstaat er incidentele ruimte in de kapitaallasten. In 2023 bedraag deze € 2,3 miljoen. Daarnaast is de reserve kapitaallasten tegen het licht gehouden waardoor ook hier een incidenteel 10
voordeel ontstaat van € 2,5 miljoen. We stellen voor om beide voordelen in te zetten ter dekking van de prijsstijgingen bij de kredieten De Braak (€ 3,6 miljoen) en het Huis voor de Stad (€ 1,26 miljoen). Zie ook paragraaf 2.5 investeringen.
2.1
Grondslagen begroting
Grondslagen Voor de begroting 2023 hebben we de onderstaande grondslagen en uitgangspunten gehanteerd. Omschrijving
Grondslagen
Lonen en sociale lasten
3%
Prijzen
2,7%
Algemene uitkering
Meicirculaire 2022
Onroerendezaakbelasting
WOZ-waarde en tariefindex 6%
Overige lokale heffingen:
6%
Afvalstoffenheffing / rioolheffing
Kostendekkend
Overige heffingen
Zie paragraaf lokale heffingen
Tarieven
Kostendekkend
Omslagrente
1%
Aantal inwoners
94.418
Aantal woningen (exclusief recreatie)
42.545
11
2.2
Budgettair kader
Door de verkiezingen is de aanloop om te komen tot deze Programmabegroting 2023 – 2026 anders dan voorgaande jaren. De basis voor deze programmabegroting is het ambitieakkoord. Hierin was nog geen financiële vertaling opgenomen en de uitwerking van het ambitieakkoord is opgenomen in deze programmabegroting. Jaarlijks actualiseren we het budgettaire beeld op basis van diverse ontwikkelingen: - Wijzigingen van het gemeentefonds die volgen uit de circulaires, waarbij de raming in de begroting is gebaseerd op de meicirculaire; - Autonome ontwikkelingen/reeds genomen besluiten; - Noodzakelijke ontwikkelingen; - Nieuwe ambities. De actualisatie van het budgettair kader leidt tot het volgende budgettaire beeld: - is negatief / (bedragen x €1.000)
Actuele begroting 2023-2026
2023
Budgettair beeld
Begroting
2024
2025
2026
Meerjarenbegroting
Oorspronkelijke begroting 2022-2025
35
0
37
37
Saldo actuele begroting 2022-2025
35
0
37
37
2023
2024
2025
2026
Algemene uitkering
18.110
29.235
36.308
21.760
Totaal beschikbare ruimte
18.110
29.235
36.308
21.760
Reservering loon- en prijsontwikkelingen 2023-2026
-4.000
-7.250
-9.550
-15.050
-65
-295
-1.805
-4.220
-14.080
-9.740
-10.490
-10.415
Nieuwe ontwikkelingen begroting 2023-2026 Beschikbare ruimte
Onontkoombare knelpunten Beleidsintensiveringen 2023-2026 Reservering nieuw beleid / grote opgaven 2024-2025
-11.950
-14.500
Totaal besteding beschikbare ruimte
-18.145
-29.235
-36.345
-29.685
Saldo ontwerp begroting 2023-2026
0
0
0
-7.888
Toelichting Het startpunt voor het actueel budgettair kader is de vastgestelde Programmabegroting 2022 - 2025. Dit beeld is vervolgens geactualiseerd middels de diverse ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld de bijstellingen in de meicirculaire. Bij de mutaties in de begroting maken we onderscheid tussen structurele (jaarlijks terugkerende) baten en lasten en de inzet van incidentele middelen. In de tabellen in het vervolg van dit hoofdstuk zijn deze opgenomen als S (structureel) of I (incidenteel). De begroting is in 2023 structureel in evenwicht. Hiermee voldoen we aan de regelgeving en de provincie toetst hierop vanuit haar rol als toezichthouder. Beschikbare ruimte: ruimte ontstaat enerzijds door externe ontwikkelingen, zoals het gemeentefonds en anderzijds door meevallers of het vrijmaken van budgetten. In deze begroting leiden de extra uitgaven van het Rijk, tot hogere bijdragen voor de gemeenten (trap op, trap af systematiek) en daardoor tot extra ruimte. 12
Daarnaast is de planning van de investeringen herzien. De verschuiving van investeringen naar latere jaren, leidt tot lagere kapitaallasten in 2023. De ruimte die hierdoor ontstaat, wordt ingezet ter dekking van het tekort (ontstaan door de forse prijsstijgingen) bij twee kredieten. Ook wordt voorgesteld om de vrijval in de bestemmingsreserve kapitaallasten hiervoor in te zetten. In paragraaf 2.3 is een specificatie en een toelichting opgenomen van de beschikbare ruimte. Besteding beschikbare ruimte: de ruimte die ontstaat wordt ingezet voor beleidsintensiveringen. Een overzicht hiervan is opgenomen in paragraaf 2.4 en in de afzonderlijke programma's worden deze toegelicht. De in deze begroting opgenomen beleidsintensiveringen doen zich voor als gevolg van nieuwe ontwikkelingen en bijstellingen ten aanzien van het bestaande beleid In het saldo van de Programmabegroting 2023-2026 zijn alle bekende ontwikkelingen verwerkt en zijn de Rijkscirculaires verwerkt tot en met de meicirculaire. Het jaar 2023 is daarmee structureel sluitend. De jaren 2024 en 2025 laten forse overschotten zien welke worden gereserveerd voor nieuw beleid en de voor de grote uitdagingen de komende jaren. Het jaar 2026 is zoals eerder gememoreerd fors negatief.
2.3
Beschikbare ruimte
In deze paragraaf geven we inzicht in de financiële uitgangspositie voor de begroting 2023-2026 en de budgettaire bestedingsruimte die we beschikbaar hebben.
2.3.1
Beschikbare ruimte gemeentefonds
In raadsinformatiebrieven informeren wij u over de stand van de algemene uitkering van het gemeentefonds op basis van de circulaires. De (meerjarige) effecten van de circulaires verwerken we via de planning & control documenten. De effecten van de september- en decembercirculaire 2021 zijn bij de 1e Berap 2022 verwerkt. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2023-2026 gaan we, conform onze uitgangspunten, uit van de stand in de meicirculaire 2022. In onderstaande tabel zijn de totale effecten voor de begroting 2023 opgenomen. - is negatief (bedragen x 1.000)
Beschikbare ruimte
2023
2024
2025
2026
I/S
Beschikbare ruimte gemeentefonds uit septembercirculaire 2021 Beschikbare ruimte gemeentefonds uit decembercirculaire 2021 Beschikbare ruimte gemeentefonds uit meicirculaire 2022
€ 2.227 € 2.234 € 130 € 130 S € -66 € -67 € -69 € -69 S € 15.949 € 27.068 € 36.247 € 21.699 S
Beschikbare ruimte algemene uitkering
€ 18.110 € 29.235
€ 36.308
€ 21.760
1. Ontwikkeling van de gemeentefondsuitkering De gemeentefondsuitkering in de Programmabegroting 2023-2026 is gebaseerd op de meicirculaire 2022. Daarnaast zijn ook de meerjarige effecten van de september- en decembercirculaire 2021 verwerkt in het perspectief. De ontwikkeling van de gemeentefondsuitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Via de normeringssystematiek (trap op/trap af) hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van de algemene uitkering. Echter, om voor stabiliteit te zorgen in de financiën van gemeenten heeft het Rijk besloten om voor de jaren 2023-2025 de volume-accressen (de gevolgen van de hogere rijksuitgaven) vast te zetten. Dit betekent dat voor de jaren 2023-2025 het risico op een lagere bijstelling van het accres beperkt is tot een eventuele bijstelling van de loon- en prijsontwikkeling in deze jaren.
13
Het ravijnjaar In 2026 daalt het accres ten opzichte van 2025. Deze daling heeft te maken met het besluit van het Rijk om vanaf 2026 het gemeentefonds niet meer mee te laten groeien met de rijksuitgaven. In het regeerakkoord was in eerste instantie ook vastgelegd dat het extra accres 2022-2025 van dit akkoord, dat bovenop het accres van de septembercirculaire 2021 komt, in 2026 zou worden verlaagd naar € 840 miljoen en dat het accres in de jaren erna op dat niveau bevroren bleef. Later is besloten om de algemene uitkering voor de jaren 2026 en later wel bij te stellen voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen. Tussen het Rijk, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) loopt nu een traject (Lazeroms) om het geschil over dit ravijn te beslechten. Nieuwe verdeling van het gemeentefonds De gemeentefondsuitkering vormt de grootste inkomstenbron voor gemeenten. De verdeling ervan onder gemeenten was aan herziening toe. De afgelopen jaren heeft het Rijk gewerkt aan de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Deze gaat in per 1 januari 2023. Als gevolg van de adviezen van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de VNG heeft het Rijk besloten het ingroeipad –het pad waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien – te beperken tot 3 jaar. Het maximale effect is € 7,50 per inwoner in 2023 en € 15 per inwoner in 2024 en 2025.
Daarmee komt het maximale effect op € 37,50 per inwoner vanaf 2025. De gemeentefondsuitkering voor 2023 en verder vindt plaats volgens de nieuwe verdeling. Voor onze gemeente leidt dit tot structureel extra inkomsten vanaf 2025. De oploop van de opschalingskorting wordt geschrapt in 2023-2025 In 2015 heeft het Rijk een structurele korting toegepast op het gemeentefonds. Deze zogenoemde opschalingskorting loopt op naar landelijk € 975 miljoen vanaf 2025. De gedachte erachter was dat door een grootschalige herindeling van alle gemeenten naar minimaal 100.000 inwoners, een besparing op het gemeentefonds mogelijk was. De zogenaamde ‘taakwijziging’ is vervolgens als niet onderbouwd plan geschrapt, maar de korting bleef staan. In 2020-2022 was de oploop van de opschalingskorting al komen te vervallen. Nu komt de oploop ook te vervallen voor de jaren 20232025. Gemeenten pleiten voor het volledig schrappen van de opschalingskorting. 2. Inzet van de gemeentefondsmiddelen In het gemeentefonds zijn ook middelen opgenomen die voor een bepaalde taak beschikbaar worden gesteld. Omdat deze gekoppeld zijn aan een zeker doel worden deze middelen - maar ook eventuele kortingen op deze uitkeringen - conform ons beleid verrekend met de betreffende beleidsterreinen. Het effect hiervan op het budgettaire beeld is daardoor nihil.
In onderstaande tabellen is opgenomen welke wijzigingen uit de meicirculaire 2022 volgen en in welk programma de middelen worden ingezet. Hierbij is een onderverdeling gemaakt in wijzigingen voor de integratie-uitkeringen en alle overige wijzigingen. Een inhoudelijke toelichting op de wijzigingen leest u in de raadsinformatiebrief 81 over de meicirculaire 2022.
14
- is negatief (bedragen x 1.000)
Programmas Taakwijzigingen en decentralisatie-uitkeringen
1 2 2 2 3 3 3 3 3 4
2023
Extra capaciteit buitengewone opsporingsambtenaren (BOA's) Inburgering: leerbaarheidstoets Armoedebestrijding kinderen Participatie: taken voor wajong en regulier werk Versterken dienstverlening gemeenten: extra geld systeemleren (rapport POK) Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (taakstellende besparing) Valpreventie bij ouderen (taakstellende kostenbesparende preventiemaatregel) Vrouwenopvang (kind- en gezinsbescherming) Maatschappelijke opvang Voogdij 18+
Totaal
2024
€ € € € €
46 24 17 22 25
€ € € € €
46 25 17 23 25
€ € € €
-54 204 -36 166
€ € € €
€
414
€
2025
2026
-81 204 -36 169
€ € € € € € € € € €
46 26 17 23 26 -484 -83 204 -36 173
€ € € € € € € € € €
46 27 17 24 27 -497 -90 5 -36 178
392
€
-88
€
-299
I/S
S S S S S S S S S S
- is negatief en bedragen x 1.000
Programmas Integratie-uitkeringen Sociaal Domein
2 3
2023
Participatie - WSW Beschermd wonen
2024
€ 476 € € 1.256 € € 1.732
Totaal
15
2025
2026
I/S
534 € 388 € 510 S 1.256 € 1.256 € 1.255 S
€ 1.790 € 1.644 € 1.765
2.4
Besteding beschikbare ruimte
In voorgaande paragraaf is inzicht gegeven in de financiële uitgangspositie voor de begroting 20232026 en de budgettaire bestedingsruimte die beschikbaar is. In deze paragraaf gaan we in op de besteding van die ruimte. De bestedingen die aangeduid zijn met een I zijn incidenteel en die met een S zijn structureel.
2.4.1
Besteding beschikbare ruimte voor oplossen van knelpunten
Een overzicht van alle knelpunten is opgenomen in onderstaande tabel. Een nadere toelichting op deze kosten is opgenomen in het betreffende programmahoofdstuk. - Is negatief / (bedragen x 1.000)
Progr. Knelpunten 1 Extra bijdrage VRBZO begroting 2023 Totaal programma 1 4 Aanvullende besparingsopgave transitie Jeugdzorg Totaal programma 4 5 Terugdraaien bezuiniging Bibliotheek en Kunstkwartier 2023 5 Onderhoudsbudget Cacaofabriek en Speelhuis 5 Onderhoudsbudget Cacaofabriek en Speelhuis 5 Onderhoudsbudget Cacaofabriek en Speelhuis 5 Verzelfstandiging Speelhuis/Cacaofabriek Totaal programma 5 6 Huuropbrengsten de BraaK Totaal programma 6 11 Extra kosten reiniging wegen 11 Dekking uit afvalstoffen heffing 11 Areaalontwikkeling Totaal programma 11 12 Extra bijdrage ODZOB 2023 Totaal programma 12 13 Bestuur en bestuursondersteuning 13 Griffie 13 Indexering kapitaallasten – dekking accres gemeentefonds Totaal programma 13 AD Areaalontwikkeling 11,AD Opbrengsten belastingen/gemeentefonds AD Indexering kapitaallasten – dekking accres gemeentefonds AD Richtlijn begroting 2023 middelen Jeugdzorg AD Stijging minimumloon Speelhuis, Museum en TD Totaal algemene dekkingsmiddelen
2023 -60 -60
2024 -60 -60
2025 -60 -60 1.100 1.100
-230 90
-250 -125 375 -220 -220 -30 -30 -230 90
-250 -125 375 -180 -180 -30 -30 -230 90
-140 -80 -80 -890 -215
-140 -80 -80 -890 -215
-140 -80 -80 -890 -215
-1.105
-1.105
-1.105
2.100 -50 2.050
1.390 -50 1.340
-1.260 -50 -1.310
-520 -250 -125 375 -210 -730
€
Totaal
16
-65
€
-295
€
-1.805
2026 I/S -60 S -60 1.100 I 1.100 I -250 S -125 S 375 S -155 S -155 -30 S -30 -230 S 90 S -40 S -180 -80 S -80 -890 S -215 S -40 S -1.145 -190 S 230 S 40 S -3.700 S -50 S -3.670 €
-4.220
2.4.2
Besteding beschikbare ruimte voor beleidsintensivering
De beschikbare ruimte gebruiken we om beleidsintensiveringen te kunnen doen. In principe is alleen nieuw beleid opgenomen voor 2023. Behalve waar het niet anders kan. Op basis van een nadere uitwerking bekijken wij of plannen ook in latere jaren door moeten gaan en wat daarvoor nodig is. We kunnen hiermee op een duurzame manier invulling geven aan de uitdagingen die we als gemeente op meerdere aandachtsgebieden hebben. De intensiveringen hebben onder andere betrekking op veiligheid, het sociaal domein, het voorzieningenniveau, de openbare ruimte en digitalisering. Een overzicht van alle intensiveringen is opgenomen in onderstaande tabel. Een nadere toelichting op deze kosten is opgenomen in het betreffende programmahoofdstuk. - Is negatief / (bedragen x 1.000)
Progr. Beleidsintensiveringen 1 Aanpak risicojeugd 1 Nazorg ex-gedetineerde 1 Onderzoek cameratoezicht en inzet flexibel cameratoezicht 1 Onderzoek meer aandacht snijvlak zorg/veiligheid 1 Uitbreiden BOA capaciteit 1 Versterken informatiepositie veiligheids informatieknooppunt 1 Verstevigen buurtpreventie capaciteit en uitvoering 1 Crisisbeheersing en rampenbestrijding Totaal programma 1 2 Draagkrachtnorm verhogen van 120 naar130% fase 1 2 Continueren stadsleerbedrijf 2 Programma onderwijs en arbeidsmarkt 2 Dekking binnen programma 2 2 Externe bijdragen/subsidies Totaal programma 2 3 Gezondheidsaanpak ruimte om te leven 3 Discriminatie onderzoek 3 Integrale kijk ouderenbeleid 3 VN verdrag 3 Programma andere overheid 3 Dekking uit gemeentefondsuitkering Totaal programma 3 4 Gelijke kansen HEA en dekking 4 Dekking binnen programma 4 4 Preventie jeugd 4 Invoeren schoolontbijt Totaal programma 4 5 1e cultuurcoach verlengen, 2e cultuurcoach erbij 5 Regionale samenwerking cultuur SGE culturele voorzieningen en evenementen 5 Verhogen budget evenementen 5 Urban activiteiten Totaal programma 5 7 Actualisatie actieplan bedrijventerreinen 7 Food Tech Brainport 7 Helmond start 7 Dekking binnen programma 7 7 Regionale samenwerking _ innovatie huis de Peel 7 Regionale samenwerking _ SGE 7 Uitwerken economische visie Totaal programma 7 8 Anti
speculatiebeding/opkoopbescherming/zelfbewoningsplicht 8 Huisvesting arbeidsmigranten 8 Rijksbijdrage regeling huisvesting aandachtsgroepen 8 Volkshuisvestings- en woonfonds 8 Visievorming centrum en stationskwartier Totaal programma 8
17
2023 -95 -30 -40 -20 -265 -25 -110 -30 -615 -180 -150 -850 200 300 -680 -400 -50 -100 -35 -400 400 -585 -700 350 -100 -150 -600 -70 -35 -80 -120 -305 -200 -200 -35 35 -130 -60 -200 -790 -145 -500 500 -250 -150 -545
2024 -95
2025 -95
-265
-265
-85 -445 -180 -150 -900 400 300 -530 -200
-360 -180 -150 -900 400 300 -530 -200
-200
-200
-70 -105 -175
-105 -105
-35 35 -130 -60 -150 -340 -145
-35 35 -130 -60 -150 -340 -145
-145
-145
2026 I/S -95 S I I I -265 S I I I -360 -180 S -150 S -900 S 400 S 300 S -530 -200 S I I I I I -200 I I I I I I I -30 S -30 I I -35 S 35 S -130 S -60 S -150 S -340 -145 S I I I I -145
- Is negatief / (bedragen x 1.000)
Progr. Beleidsintensiveringen 9 Vernieuwde aanpak woningbouwversnelling 9 Leefbaarheidsinterventies Rijpelberg, Helmond Noord en Oost Totaal programma 9 10 Onderzoek uitbreiden laadinfrastructuur 10 Opstellen mobiliteitsvisie 10 Regionale samenwerking fietsagenda B5 10 Smart mobility 10 Stimuleren deelmobiliteit / e-mobiliteit, fiets, autoluw 10 Verkeersveiligheid onderzoek Totaal programma 10 11 Vergroening van de stad Totaal programma 11 12 Klimaatadaptatie/ greenlabel/prestatieladder/communicatie 12 Klimaatneutraal in 2035 en Klimaatbestendig in 2050 12 Dekking uit reserve coronafonds (CHN) Totaal programma 12 13 Eerste aanspreekpunt burger uitbreiding KCC 13 Projectleider dienstverlening hospitality 13 Ophogen kapitaallastenplafond Totaal programma 13 AD Digitalisering, Privacy en informatieveiligheid AD Maatschappelijke vastgoed_MJOP gebouwen actualisatie AD Onderwijs AD Armoede AD Schaalsprong AD Talentmanagement AD Teamontwikkelbudget AD Versterking basis personeel AD Extra opbrengst verhoging OZB met 6% AD Stelpost nieuwe beleid / grote opgaven Totaal algemene dekkingsmiddelen
2023 -95 -300 -395 -25 -205 -55 -315 -100 -300 -1.000 -100 -100 -200 -1.200 350 -1.050 -300 -150
-6.965 €
-14.080
2025
2026 I/S I I
-95
-450 -2.800 -500 -415 -595 -1.070 -60 -130 -2.325 930
Totaal
2.4.2
2024 -95
€
-105 -55
-105 -55
-95 -255
-95 -255
-600
-600
-600 -300
-600 -300
-300 -2.800 -660 -415 -595 -600 -60 -130 -2.325 930 -11.950 -18.605
-1.000 -1.300 -2.800 -660 -415 -595 -600 -60 -130 -2.325 930 -14.500 -21.155
-21.690
€
-24.990
I -105 S -55 S I I -95 S -255 I I -600 S I -600 -300 S I -1.000 I -1.300 -2.800 S -660 S -415 S -595 S -600 S -60 S -130 S -2.325 S 930 S I -6.655 €
-10.415
Overige technische mutaties
Overige technische mutaties komen voort uit diverse wijzigingen uit de autonome mutaties in de individuele begrotingsjaren en zijn budgettair neutraal. De mutaties hebben betrekking op de volgende onderdelen: Ramen van de mutaties in de diverse grondexploitatieprojecten; De inzet van de diverse door uw raad geautoriseerde bestemmingsreserves in de meerjarenbegroting. In bijlage 5.5 Reserves en voorzieningen is een overzicht opgenomen van alle verrekeningen met reserves; Kapitaallasten voortkomend uit investeringen; Nominale ontwikkelingen (loon- en prijscompensatie); Herziening van de doorbelaste uren over de diverse programma's.
18
2.5
Investeringen
De onderstaande investeringsvoorstellen voor de jaarschijf 2023 worden opgenomen in het Investeringsprogramma 2023 (verder IVP). De investeringsvoorstellen die opgenomen zijn in de jaren 2024 – 2026 komen op de lijst met "kansrijke investeringen". Conform onze nota investeringsbeleid vindt de afweging hierover plaats in de betreffende jaarschijf; voor 2024 is dit de begroting 2024-2027. De kapitaallasten van deze investeringen zijn bij deze begroting wel volledig en meerjarig gedekt. Meerkosten van de Braak € 4,8 miljoen (2025) Afwijkend hierop moet de extra investering voor de Braak in jaarschijf 2025 nu wel worden vastgesteld, aangezien uw raad al eerder tot dit project heeft besloten. In juli 2022 is uw raad via RIB 82 meegenomen in de verwachte stijging van het MFSA. Dit tekort wordt veroorzaakt door de extreme mondiale prijsstijgingen en bestaat uit hogere prijzen voor onder andere materialen en lonen. Het tekort wordt gezamenlijk opgevangen met OMO. Vanwege de wettelijk bepaalde zorgplicht voor adequate onderwijshuisvesting draagt zal de gemeente ook gedeeltelijk bij aan het tekort van OMO.
Ten opzichte van de kansrijke investeringen die in de begroting 2022 voor de jaarschijf 2023 waren opgenomen, zijn de volgende nieuwe investeringen toegevoegd: Ophoging vervanging verkeersregelinstallaties € 1.040.000; Meerkosten Huis voor de stad € 1.260.000 en WKO installatie € 300.000; Meerkosten projecten cultuur (waaronder Evenemententerrein Berkendonk) € 100.000; Vervanging sportvelden € 800.000; Ondergrondse containers € 3.500.000; Vervanging cameratoezicht € 100.000; Voorbereiding vergroenen van de stad € 250.000; 30km zones in Helmond Noord en Dierdonk € 750.000; Groen en adaptief wijkpark Brouwhuis € 500.000; Bibliotheek op iedere Helmondse school € 170.000. Incidentele dekking De ruimte die ontstaat door de reële planning van investeringen en de vrijval van de bestemmingsreserve kapitaallasten (zie paragraaf 2.3) zetten we in ter dekking van het tekort bij twee kredieten: Meerkosten de Braak (€ 3,6 miljoen); Huis voor de Stad (€ 1,260 miljoen).
19
Bedragen x € 1.000
Progr. Investeringsprogramma 2023 Vervangingsinvesteringen 1 Vervangen camera's cameratoezicht 4 Speelvoorzieningen 4 Skatevoorzieningen 4 Onderwijshuisvesting: Integraal Huisvestingsprogramma 6 Vervanging sportvelden 6 Meerkosten de Braak 6 Dekking Ons Middelbaar Onderwijs 6 Dekking incidentele middelen 11 Wegen regulier (ophoging jaarlijks 1 miljoen) 11 Opwaarderen openbare verlichting 11 Vervanging verkeerregelinstallaties (VRI's) 11 Openbaar groen 11 Vervanging bomen 11 Vervanging natuur en recreatie 11 Kasteel Traverse 11 Deurneseweg 12 Rioleringszorg (kostendekkend via rioolrecht) 12 dekking rioolrecht 12 Vervanging containers 12 dekking afvalstoffenheffing 12 Ondergrondse containers 12 dekking afvalstoffenheffing 13 Huis voor de stad 13 Dekking incidentele middelen 13 Huis voor de stad WKO installatie 13 Dekking Huis voor de stad WKO installatie politie AD Onderhoud en vervanging van de ICT-infrastructuur Nieuw beleid 5 Projecten cultuur 5 Bibliotheek op iedere Helmondse School 8 t Gulden Land en landschapspark Kloostereind 8 Wonen 9 Vergroten aantrekkelijkheid Centrum 9 Wijkinvesteringen - herstructurering en leefbaarheidsvraagstukken 10 Groen en adaptief Wijkpark Brouwhuis 10 30km-zones in Helmond-Noord en Dierdonk 10 Uitvoering Fietsagenda Helmond 10 Regionale Bereikbaarheidsagenda 10 Flankerende maatregelen N279 11 Voorbereiding vergroenen van de stad 11 Vergroenen
van de stad 12 Uitvoering Natuurontwikkeling in kader van B5-bod AD Verduurzamen gemeentelijk vastgoed Realistische raming investeringsprogramma (excl. dekking)
20
2023 IVP
2024 2025 2026 Kansrijke investeringen
Totaal
100 0 0 0 800 0 0 0 2.000 700 1.740 570 450 150 100 0 1.746 -1.746 60 -60 3.500 -3.500 1.260 -1.260 300 -300 405
0 250 65 PM 700 0 0 0 4.000 700 1.420 495 450 150 2.500 1.500 1.793 -1.793 60 -60 0 0 0 0 0 0 704
0 250 0 PM 300 4.800 -1.200 -3.600 3.600 700 1.710 450 450 150 0 0 1.793 -1.793 60 -60 0 0 0 0 0 0 773
0 250 0 PM 300 0 0 0 3.600 700 1.870 450 450 150 0 0 1.793 -1.793 60 -60 0 0 0 0 0 0 773
100 750 65 0 2.100 4.800 -1.200 -3.600 13.200 2.800 6.740 1.965 1.800 600 2.600 1.500 7.125 -7.125 240 -240 3.500 -3.500 1.260 -1.260 300 -300 2.655
150 170 470 0 0 525 500 750 1.500 0 0 250 0 0 0 18.196
1.250 0 0 350 0 525 0 750 2.250 3.000 0 0 1.075 250 250 24.487
1.375 0 0 350 3.000 900 0 0 2.450 3.000 2.500 0 1.075 0 250 29.936
150 0 0 350 0 850 0 0 1.125 2.000 0 0 1.075 0 0 15.946
2.925 170 470 1.050 3.000 2.800 500 1.500 7.325 8.000 2.500 250 3.225 250 500 88.565
In eerdere begrotingen zijn de investeringen uit onderstaande tabel meerjarig vastgesteld. Ook voor deze investeringen geldt dat hiervoor een realistische planning is opgesteld. Daardoor zijn bedragen over de jaren verschoven. Het totaal beschikbare krediet wijzigt niet. Meerjarig vastgestelde investeringen Bedragen x 1000 Programma onderwijshuisvesting periode 2018-2025 € 24,4 mln. Huis voor de Stad € 37,6 mln. Investering Sportpark de Braak € 43,83 mln. Nieuwe zwemvoorziening € 13,725 mln. Vervanging sluis 9 € 7,3 mln. Jan van Brabant (inclusief voorbereiding) € 19,2 miljoen. € 2,7 miljoen gepland in 2027 Totaal (lasten reeds afgedekt)
t/m 2021 1.150 4.725 4.675 910 1.950
Herziene investeringsplanning 2022 2023 2024 1.300 5.300 6.900 19.900 12.975 5.000 17.200 6.300 6.000 250 25 25
2025 1.000 17.000 265 5.300
2026 8.750 -
-
-
750
750
6.000
9.000
13.410
27.525
30.025
25.125
29.565
17.750
De Meerkosten van de Braak van € 4,8 miljoen en Huis voor de Stad van € 1,260 miljoen zijn niet in bovenstaand overzicht opgenomen.
21
2.6
Meerjarenraming - is negatief / (bedragen x € 1.000)
Meerjarenbegroting
2023
2024
2025
2026
Lasten (excl. stortingen reserves) 01 Veiligheid en handhaving
9.583
9.494
9.288
9.287
02 Werk en inkomen
88.835
88.278
87.779
87.402
03 Zorg en welzijn
58.224
57.032
56.528
56.362
04 Jeugd en onderwijs
58.172
54.542
53.083
53.025
05 Cultuur, toerisme en recreatie
14.811
14.041
13.841
13.963
06 Sport en bewegen
7.146
7.407
10.742
8.852
07 Economisch beleid en werkgelegenheid
4.125
3.240
3.253
3.251
08 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
70.009
67.146
64.219
33.650
09 Stedelijke vernieuwing
2.755
2.340
2.106
2.097
10 Verkeer en mobiliteit
2.973
2.559
2.848
2.829
11 Openbare ruimte en natuurbescherming
18.016
18.470
18.551
18.812
12 Milieu
20.210
19.452
19.443
19.442
13 Bestuur en organisatie
11.842
13.819
13.649
12.644
14 Algemene dekkingsmiddelen
47.668
66.222
75.152
72.413
Totaal lasten
414.369
424.042
430.482
394.029
638
638
638
638
02 Werk en inkomen
43.454
43.454
43.454
43.454
03 Zorg en welzijn
3.336
3.336
3.336
3.336
04 Jeugd en onderwijs
6.118
6.118
6.118
6.118
05 Cultuur, toerisme en recreatie
3.734
3.734
3.734
3.734
06 Sport en bewegen
1.633
1.603
1.393
1.393
07 Economisch beleid en werkgelegenheid
377
266
266
266
08 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
68.107
65.758
62.554
32.347
09 Stedelijke vernieuwing
135
135
135
135
10 Verkeer en mobiliteit
132
132
132
132
11 Openbare ruimte en natuurbescherming
4.701
4.701
4.701
4.701
12 Milieu
22.870
22.870
22.870
22.870
13 Bestuur en organisatie
1.748
2.217
2.217
2.217
14 Algemene dekkingsmiddelen
253.499
265.802
273.677
262.493
Totaal baten
410.482
420.764
425.225
383.834
-3.883
-3.276
-5.255
-10.195
Baten (excl. onttrekkingen reserves) 01 Veiligheid en handhaving
Totaal resultaat programma's 22
Verrekeningen met reserves Stortingen in reserves
4.827
1.248
3.748
319
Onttrekkingen aan reserves
8.710
4.524
9.003
2.625
Totaal verrekeningen met reserves
3.883
3.276
5.255
2.307
0
0
0
-7.889
Totaal resultaat programma's
23
3
Beleidsprogramma’s
3.1
Programma 01: Veiligheid en handhaving
3.1.1
Wat willen we bereiken?
We willen een stad zijn waar iedereen graag woont, werkt en verblijft. En waar iedereen meedoet en zich veilig voelt. Dit vereist een stevige basis op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. Met als doel om het veiligheidsgevoel te vergroten en de leefbaarheid in onze stad verder te versterken. Door de samenloop van maatschappelijke ontwikkelingen en crises zien we dat de polarisatie toeneemt, en dat de samenleving meer dan voorheen op de proef wordt gesteld. Het valt niet mee om met elkaar invulling te geven aan een gezonde, veilige en daarmee leefbare woon- en werkomgeving. Dit leidt tot een toenemende druk op de capaciteit van de gemeente en haar partners bij de uitvoering van haar beleid.
Het aantal misdrijven (geweldsdelicten, woninginbraken, diefstallen) moet verder omlaag, maar ook de ervaren overlast van verstorend gedrag. We werken verder aan de ontwikkeling van een compleet, actueel, integraal en dynamisch beeld van de stad, zodat we snel op ontwikkelingen kunnen inspelen. Dit doen we in de vorm van een Veiligheidsinformatieknooppunt. We willen voorkomen dat jeugdigen het criminele pad kiezen. Dat doen we door integraal met alle mogelijke partners te werken aan een goed alternatief voor jongeren: op school, in de kerk of moskee, bij (sport)verenigingen en op straat. Preventie staat daarbij centraal, maar moet hand in hand gaan met een passende repressieve aanpak, al dan niet in combinatie met zorg. We verhogen de betrokkenheid van inwoners door initiatieven uit de wijken, zoals buurtpreventieteams en WhatsApp- en vergelijkbare groepen te stimuleren. Samenwerking is er met woningcorporaties, scholen, de LEV groep en vanzelfsprekend met veiligheidspartners zoals politie en het Openbaar Ministerie. We willen meer zicht krijgen en houden op de parallelle economie die de criminele wereld vormt. Dat doen we door informatie te delen tussen alle relevante regionale partners en het versterken van ons Veiligheidsinformatieknooppunt. Effectieve interventies moeten criminele netwerken, structuren en faciliterende partijen aan banden leggen.
We trekken samen met de andere Brabantse steden op in het doorbreken, belemmeren en verminderen van de ondermijnende criminaliteit.
Meerjarig beleidsperspectief In de bestuursperiode 2023-2026 werken we aan de hand van een nieuw integraal veiligheidsbeleid dat eind 2022 aan uw raad wordt voorgelegd ter vaststelling. Integraliteit wordt veel meer dan ‘een manier van werken’. Het ene vraagstuk gaat meehelpen om het andere vraagstuk op te lossen. Binnen onze eigen organisatie en ook samen met onze partners zoals politie, Openbaar Ministerie, welzijnsinstellingen, onderwijs, andere maatschappelijke partners, met onze inwoners en ondernemers. In die samenwerking ligt de sleutel om te komen tot een veilige stad en een veilige regio. Dit vraagt van ons als organisatie om samen met onze partners actief te zijn in de wijken en hoofdzakelijk van daaruit te werken. Een voorbeeld hiervan is de stadsmarinier. Ook blijven we inzetten op de verbinding tussen zorg en veiligheid. De wereld waarin we leven wordt complexer en de gevolgen daarvan zien we in het veiligheidsdomein. We hebben oog voor inwoners die te maken hebben met complexe (meervoudige) problematiek. Door een goede, proactieve verbinding tussen zorg en veiligheid te maken worden risico's op escalatie verkleind.
24
We spannen ons maximaal in om de georganiseerde ondermijnende criminaliteit terug te dringen. Daarmee creëren we voelbaar en zichtbaar impact. De aanpak van ondermijning doen we niet alleen met onze partners maar we werken sterk samen met onze inwoners. Zij zijn de ogen en oren in de wijk. In het najaar van 2022 gaan we met de raad in gesprek over de stand van zaken van het coffeeshopbeleid. We komen dan ook terug op de vervolgstappen. Om bovenstaande te bereiken werken we voor een deel samen met de volgende verbonden partijen: Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost en Stichting Zorg en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost Een toelichting op de verbonden partijen is te vinden in de paragraaf verbonden partijen.
3.1.2
Wat gaan we ervoor doen?
Versterkingsplan Binnenstad-Oost Vanuit het versterkingsplan is in de afgelopen twee jaar integrale inzet geweest om de veiligheid en leefbaarheid in de wijk te vergroten. Onder andere via de aanpak van drugscriminaliteit en met de inzet van de stadsmarinier. In samenwerking met de betrokken partners blijven we investeren in de leefbaarheid en betrokkenheid van onze inwoners en ondernemers. Aanpak ondermijning Fenomenen als drugsproductie en -handel, fraude en witwassen, mensenhandel en cybercrime gaan ook aan Helmond niet voorbij. Georganiseerde criminaliteit werkt ondermijnend en de integriteit en veiligheid van de uitoefening van publieke taken staan daarmee onder druk. Er zijn in de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet om de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit terug te dringen. We blijven op dit gebied inspanningen leveren vanuit de aanpak van ondermijning. Toezicht en handhaving We blijven het Team Toezicht en Handhaving (boa’s) uitbreiden en verder professionaliseren. We koppelen de boa-capaciteit aan wijken en buurten, zodat onze inwoners vaste gezichten hebben en onze boa’s een laagdrempelig aanspreekpunt zijn. Integrale aanpak risicojeugd Om te voorkomen dat kwetsbare jongeren in onze stad afglijden of terechtkomen in de criminaliteit zetten we de integrale aanpak van risicojeugd kracht bij. Jongeren zijn een kwetsbare groep.