Programmabegroting 2022-2025 (verbeterd exemplaar; def versie)
Tekst van het document
Inhoudsopgave 1 Inleiding ...................................................................................................................................................... 1 1.1 Begroting 2022-2025 ................................................................................................................................. 1 1.2 Financiële begroting in 1 oogopslag .......................................................................................................... 6 2
Budgettair kader en financiële ontwikkelingen .......................................................................................... 8 2.1 Grondslagen begroting ............................................................................................................................ 10 2.2 Budgettair kader ...................................................................................................................................... 10 2.3 Beschikbare ruimte .................................................................................................................................. 11 2.4 Besteding beschikbare ruimte ................................................................................................................. 15 2.5 Investeringen ........................................................................................................................................... 17 2.6 Meerjarenraming ..................................................................................................................................... 19 2.7 Hoofdpunten weerstandsvermogen ....................................................................................................... 21
3
Beleidsprogramma’s ................................................................................................................................ 22 3.1 Programma 01: Veiligheid en handhaving ............................................................................................... 22 3.2 Programma 02: Werk en inkomen........................................................................................................... 27 3.3 Programma 03: Zorg en welzijn ............................................................................................................... 32 3.4 Programma 04: Jeugd en onderwijs ........................................................................................................ 38 3.5 Programma 05: Cultuur, toerisme en recreatie....................................................................................... 45 3.6 Programma 06: Sport en bewegen .......................................................................................................... 49 3.7 Programma 07: Economisch beleid en werkgelegenheid ....................................................................... 52 3.8 Programma 08: Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting .....................................................................
59 3.9 Programma 09: Stedelijke vernieuwing ................................................................................................... 65 3.10 Programma 10: Verkeer en mobiliteit ................................................................................................... 69 3.11 Programma 11: Openbare ruimte en natuurbescherming .................................................................... 74 3.12 Programma 12: Milieu ........................................................................................................................... 80 3.13 Programma 13: Bestuur en organisatie ................................................................................................. 87 3.14 Algemene dekkingsmiddelen................................................................................................................. 93
4
Verplichte paragrafen .............................................................................................................................. 98 4.1 Lokale heffingen ...................................................................................................................................... 98 4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................................................... 107 4.3 Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................................................... 116 4.4 Financiering ........................................................................................................................................... 119 4.5 Bedrijfsvoering ....................................................................................................................................... 124 4.6 Verbonden partijen ............................................................................................................................... 128 4.7 Grondbeleid ........................................................................................................................................... 148
5
Bijlagen .................................................................................................................................................. 154 5.1 EMU-saldo ............................................................................................................................................. 154 5.2 Overzicht structureel lasten en baten ................................................................................................... 154 5.3 Overzicht incidentele lasten en baten ................................................................................................... 155 5.4 Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves .................................................................... 163 5.5 Reserves en voorzieningen .................................................................................................................... 164 5.6 Investeringsprogramma (IVP) ................................................................................................................ 166 5.7 Kansrijke investeringen 2023-2025 ....................................................................................................... 167 5.8 BBV Indicatoren .....................................................................................................................................
168 5.9 Overzicht van geraamde baten en lasten per taakveld ......................................................................... 171
5.10 Taakvelden per programma .................................................................................................................. 173 5.11 Financiële positie ................................................................................................................................... 177
1 1.1
Inleiding Begroting 2022-2025
Voor u ligt de laatste begroting van deze collegeperiode. Een begroting die financieel sluitend is. We hebben in Helmond ons huishoudboekje gelukkig goed op orde. We borduren in deze begroting voort op de beleidsambities zoals we die in ons coalitieakkoord hebben verwoord, maar we geven zeker ook ruimte aan het nieuwe college om op veel terreinen hun eigen prioriteiten te stellen. Dat hebben we zo afgesproken bij de Voorjaarsnota; in 2022 ligt het accent op het afronden van bestaande ambities.
Onze drijfveer We hebben de afgelopen jaren de volgende opgave steeds voor ogen gehouden: we willen de tweedeling in de stad voorkomen en verminderen, en tegelijkertijd Helmond ontwikkelen op een duurzame manier. Dat doen we met empathie en door bruggen te slaan in de samenleving. Maar ook door keuzes te maken die soms pijn kunnen doen. Het algemeen belang gaat niet altijd hand in hand met het persoonlijk belang en de (financiële) bomen groeien niet tot in de hemel.
Tegengaan van tweedeling Als we kijken naar het tegengaan van de tweedeling moeten we vaststellen dat de urgentie alleen maar is gegroeid. De eerste helft van onze collegeperiode was het nog ‘business as usual’, maar dat veranderde op slag met het uitbreken van de coronacrisis; nu anderhalf jaar geleden. Een ongekende tijd brak aan in de wereld, in ons land, en dus ook in Helmond. We hebben aan alle kanten geprobeerd de effecten van deze crisis te verzachten. Niet alleen met behulp van steunmaatregelen van het rijk, maar ook door zelf flink extra te investeren via de Crisis- en Herstelnota die breed werd omarmd in de gemeenteraad. Deze investering was hard nodig, want corona is veel meer dan enkel een gezondheidscrisis. Lijdzaam ondergaan zou de tweedeling in onze stad zeker verder hebben aangejaagd. De uitdaging was zonder corona al groot. Want lang niet iedereen profiteert van de economische ontwikkeling. Mensen maken zich zorgen of ze in de toekomst nog wel een woning kunnen krijgen. Relatief veel gezinnen in Helmond leven in armoede of hebben grote schulden. In sommige Helmondse wijken leven mensen zeven jaar korter dan in andere wijken. Het verschil in jaren dat mensen in goede gezondheid leven is zelfs nog groter. Het maakt dus echt uit waar je wieg staat. Wij vinden dat onacceptabel; alle Helmonders verdienen gelijke kansen.
De aanpak van de sociale tweedeling is ingewikkeld en een zaak van lange adem. En dus zeker ook een thema waarvan we hopen dat het volgende college daar net zoveel prioriteit aan geeft. Het gaat om wonen, (transformeren van) kwetsbare wijken, opleiding, werk en inkomen, gezondheid, armoede, schulden, veiligheid, enzovoorts. Al die thema’s hangen ook nog eens met elkaar samen. In deze begroting ziet u veel maatregelen en investeringen die de tweedeling tegengaan. Met maximale focus op preventie. Dit doen we natuurlijk samen met onze partners in de stad. We zetten verder in op het verbeteren van de gezondheid van onze inwoners en het versterken van de sociale structuur in de wijken die dat het hardst nodig hebben. We plegen interventies voor de korte en langere termijn om de jeugd perspectief te bieden, pakken energiearmoede aan en zetten samen met het onderwijs in op het vergroten van kansengelijkheid. Met en vanuit de regiegroep onderwijs- en arbeidsmarkt blijven we werken aan duurzame versterking van de arbeidsmarkt, waarbij corona heeft gezorgd voor versnelling van een aantal thema’s.
1
In de transitie van het sociaal domein versterken we onze rol als strategisch partner en opdrachtgever van de organisaties en instellingen waarmee we samenwerken. De herijking van het subsidiestelsel sluit daar naadloos op aan en ook met de inmiddels afgeronde aanbesteding van de Sociale Teams zetten we een belangrijke stap in de versterking van die opdrachtgeversrol. We verbeteren daarmee de zorg en ondersteuning voor onze inwoners, door dat laagdrempeliger, sneller en eenvoudiger te maken. Zodoende dragen we bij aan een Helmond waar rondkomen, meedoen en vooruitkomen echt centraal staan.
Duurzame ontwikkeling Groen is geen keuze, groen is de norm. Zo formuleerden wij het ruim drie jaar geleden in ons coalitieakkoord. De afgelopen jaren hebben we daar weer nieuwe stappen in gezet. We stimuleren groene initiatieven van inwoners, het Burgemeester Geukerspark is aangelegd, er wordt steeds meer aardgasvrij gebouwd, we zijn druk bezig met klimaatadaptatie en in regionaal verband dragen we ons steentje bij aan de Regionale Energie Strategie. We investeren in natuurontwikkeling en verduurzaming van ons warmtenet. Binnenkort presenteren we de Warmtevisie en eind 2021 zijn alle inwoners geïnformeerd over de warmteplannen per wijk. En een belangrijke stap, ook in het kader van het tegengaan van tweedeling, is de financiële impuls om energiearmoede te bestrijden. Tegelijkertijd zijn er nog veel stappen nodig om ervoor te zorgen dat we in 2045 een klimaatneutrale stad zijn. Daarom gaan we volop door met het verduurzamen van bedrijventerreinen, wordt Brainport Smart District een wijk waar duurzaamheid voorop staat en verduurzamen we ook ons eigen vastgoed. Met het Huis voor de Stad in de categorie ‘zelf het goede voorbeeld geven’. We verbeteren de luchtkwaliteit en gaan verder met het terugdringen van restafval. En bij al onze inspanningen om onze stad duurzamer te maken, betrekken we zoveel mogelijk inwoners en bedrijven.
Mooie voorbeelden zijn het Energiehuis, de onlangs gestarte energiekaravaan en de Operatie Steenbreek: meer groen en minder stenen in de Helmondse tuinen. Met al deze initiatieven hopen we een goede basis te hebben gelegd voor de komende bestuursperiode. Want de verwachting is dat verduurzaming de komende jaren alleen maar hoger op de Europese en landelijke agenda komt te staan, en daar zullen we als Helmond in mee moeten (en willen!) gaan.
Waar veel samenkomt: de schaalsprong We hebben de afgelopen jaren veel gesproken over de schaalsprong van Helmond. We willen groeien als stad, en dan vooral ook in het centrum. De woningnood is hoog in ons land, dus juist nu hebben we daarvoor de wind in onze rug. Laat het helder zijn: groei is niet het primaire doel van de schaalsprong, maar vooral een middel. Want bovenal willen we de sprong maken naar een stad met meer draagkracht, meer werkgelegenheid, nieuwe bezoekers en betere – ook culturele – voorzieningen. Zodat we de sociale basis onder onze stad versterken en ons primaire doel weer een stapje dichterbij brengen: de tweedeling verminderen. En door daarbij kritisch te kijken hoe we de stad en vooral het centrum bereikbaar houden, kunnen we ook bijdragen aan slimmer en meer duurzaam vervoer en minder belasting van ons milieu en leefklimaat. Kortom, de schaalsprong raakt aan een groot aantal beleidsterreinen en wordt daarmee hét integrale dossier voor de komende jaren. Dat bovendien moet leiden tot vooruitgang op zowel sociaal, economisch als ecologisch vlak (conform de duurzaamheidsbalans die Telos heeft ontwikkeld).
2
In verbinding met de samenleving We merken dat inwoners steeds meer zeggenschap willen over hun eigen leefomgeving. Die betrokkenheid juichen we toe! Dat past ook in de nieuwe Omgevingswet, die juist wat betreft communicatie met de omgeving veel verantwoordelijkheid legt bij (particuliere) initiatiefnemers. Brainsport Smart District is daar overigens een mooi voorbeeld van, waar toekomstige inwoners al vanaf het prille begin meedenken over de inrichting van hun wijk. Als gemeentelijke organisatie en bestuur willen we die ruimte volop geven. Tegelijkertijd zijn we in veel gevallen ook de vergunningverlener die zich aan wettelijke regels moet houden. En het komt natuurlijk ook weleens voor dat de wensen in een wijk uiteen lopen. We brengen tegenstrijdige deelbelangen zo goed mogelijk bij elkaar, maar het doorhakken van knopen hoort ook bij onze rol. Als het nodig is moeten we er als lokale overheid ook echt zijn voor onze inwoners. Mooi voorbeeld daarvan was onze rol bij de niet afgebouwde woningen in de Houtse Akkers; we hebben daar laten zien hoe je als bestuur naast je inwoners kunt gaan staan die volledig klem waren komen te zitten. Om onze inwoners zo goed mogelijk te betrekken, ontwikkelen we in de eerste helft van 2022 een nieuw participatiebeleid.
Zo hopen we relatie, vertrouwen en begrip tussen gemeente en inwoners te versterken, resulterend in betere besluiten, meer draagvlak en meer inwoners die de mogelijkheid voelen en nemen om iets te betekenen voor onze samenleving. Uiteraard gaat het niet alleen om ruimtelijke ontwikkelingen, maar beslaat dit het héle werkveld van de gemeente. Participatie gaat voor ons ook hand in hand met het inzetten van ervaringsdeskundigen. Zo gebruiken we bijvoorbeeld in het sociaal domein, bij onderwerpen zoals laaggeletterdheid en toegankelijkheid, de kennis en kunde van mensen die er dagelijks mee te maken hebben. Zij weten als geen ander waar we nog stappen kunnen zetten om de tweedeling tegen te gaan. Het is juist van belang om oog te hebben voor diegenen die minder geneigd zijn van zich te laten horen. Ook hún betrokkenheid is belangrijk! Tegelijkertijd willen we de komende maanden het gesprek aangaan met onze partners in de stad over hoe we lessen kunnen trekken uit de coronacrisis. Hoe zorgen we ervoor dat waardevolle nieuwe ideeën, ontstane samenwerkingen en initiatieven behouden blijven? Ook dat gaat helpen om de samenwerking en de relatie tussen overheid en samenleving te verstevigen.
Van ambitie naar realisatie Helmond is een ambitieuze gemeente. Als college werken we hard aan de uitvoering van het coalitieakkoord, maar daarnaast vliegen er met regelmaat nieuwe ambities naar binnen. Soms uit de koker van het college, soms uit de koker van de gemeenteraad en regelmatig ook uit de koker van inwoners, bedrijven en samenwerkingspartners. We weten al langer dat de omvang van onze organisatie daarin niet is meegegroeid. De accountant stelde eerder vast dat we als Helmond de problematiek van een 100.000-plus gemeente hebben, maar de formatie van een 100.000-min gemeente. En toch willen we grote stappen zetten op sociaal- en duurzaamheidsvlak, stijgt het aantal bouwinitiatieven en hebben we onszelf ook nog eens een nieuwe horizon aangemeten: de schaalsprong. Nog te weinig durven we af te schalen: iets erbij kan altijd, maar dan moet er ook iets af. Met als gevolg dat het, populair gezegd, piept en kraakt in onze organisatie en in ons lokale bestuur. Dat piepen en kraken is ook voelbaar buiten onze organisatie, want te weinig ambtelijke uren betekent vaak ook dat initiatieven uit de samenleving niet verder kunnen. Kortom, we moeten als raad, college en organisatie scherper zijn in onze prioriteitsstelling en beter kijken naar wat haalbaar is. Dit jaar zijn we overigens wel gestart met het maken van een inhaalslag; er komen zo’n 45 functies bij.
We merken daarbij dat veel gemeenten tegen precies hetzelfde 3
aanlopen en óók een inhaalslag maken. Met deze krappe arbeidsmarkt levert dat een behoorlijke concurrentieslag op om de beste talenten naar binnen te trekken. Juist daarom is het belangrijk dat Helmond als werkgever aantrekkelijk blijft. Het perspectief van een nieuwe en moderne werkomgeving gaat daar zeker bij helpen. Tegelijkertijd blijven we ook scherp op het bieden van aantrekkelijke (ook secundaire) arbeidsvoorwaarden.
Behandelprocedure De bestuurlijke behandelprocedure van de Programmabegroting 2022-2025 is als volgt: · College van Burgemeester en wethouders 28 september 2021 · Raad (Algemene beschouwingen en vaststelling) 9 november 2021
Autorisatie en opzet begroting Met deze begroting autoriseert de raad het college op programmaniveau om uitgaven te doen. Dit geldt voor het totale begrotingsbudget per programma, het investeringsbudget per programma en de bijbehorende mutaties over reserves. Het college is daarmee bevoegd uitvoering te geven aan de doelstellingen van het betreffende programma. Voorwaarde daarbij is dat het college bij de besteding van de budgetten binnen de grenzen van de geautoriseerde budgetten blijft. Binnen deze grenzen is het college bevoegd om de wijze van besteding van een programmabudget aan te passen (uiteraard wel met inachtneming van de te bereiken resultaten van het betreffende programma). Bij de jaarverantwoording legt het college verantwoording af aan de raad over de uitvoering (zijnde de besteding van de budgetten en de bereikte resultaten) van het betreffende programma. Tussentijds wordt hierover gerapporteerd door middel van bestuursrapportages (Beraps). De Programmabegroting voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording (hierna BBV).
Portefeuilleverdeling
Burgemeester Elly Blanksma Openbare Orde & Veiligheid, Integriteit, Bestuurs- Juridische Zaken en Kabinet & Protocol. 4
Wethouder Erik de Vries Sociale Zaken (inclusief Participatiewet), Armoedebeleid, Stedelijk Beheer (inclusief riolering), Natuur en Water Projectwethouder Centrumontwikkeling (inclusief kermis en markt) Wethouder Andrew Harijgens Duurzaamheid (inclusief energie en milieu), Mobiliteit (inclusief parkeren), Cultuur (inclusief evenementen), Communicatie (inclusief stadsmarketing) en Toerisme & Recreatie Projectwethouder Energietransitie Wethouder Harrie van Dijk Zorg en Welzijn (inclusief Wet maatschappelijke ondersteuning), Ouderen, Wijken (incl. wijkgericht werken, wijkaccommodaties), Sport en Personeel & Organisatie Projectwethouder Sport en (be)Leefcampus De Braak Wethouder Gaby van den Waardenburg Stedelijke Ontwikkeling, Ruimte, Wonen, Arbeidsmigranten, Vergunningen & Handhaving, Vastgoed, Afval en Regionale Samenwerking & Public Affairs Projectwethouder Omgevingswet Wethouder Cathalijne Dortmans Jeugd (inclusief jeugdhulp, kindvriendelijke stad en actieplan jongeren), Onderwijs, Gezondheid, Diversiteit & Inburgering en Global Goals Projectwethouder Brainport Smart District Wethouder Serge van de Brug Economische Zaken en Innovatie (inclusief Brainport, Automotive, Food Tech), Arbeidsmarkt, Financiën (inclusief inkoop), Grondzaken, Burgerzaken en Digitalisering (ICT) Projectwethouder Glasvezelnetwerk Gemeentesecretaris Erik de Ruiter Algemeen directeur ambtelijke
organisatie, Secretaris college van burgemeester en wethouders
5
1.2
Financiële begroting in 1 oogopslag
6
7
2
Budgettair kader en financiële ontwikkelingen
Algemeen 2021 stond vooral nog in het teken van corona en maatregelen om de coronacrisis te bestrijden. Door de hoge vaccinatiegraad lijkt het virus langzaam onder controle te komen en dit heeft zijn weerslag op de vrijheden van inwoners, maar ook op de economie. Langzaamaan keren we weer terug naar het 'oude' normaal. Dat wil nog niet zeggen dat we er daarmee zijn. De impact is nog steeds groot. In de programmabegroting 2021 - 2024 is dit onderkend en uw raad heeft impulsmiddelen ter grootte van € 11,7 miljoen beschikbaar gesteld om de structuur van de stad te versterken. Het betreft een impuls voor meerjarige maatregelen, waarmee in 2021 een begin is gemaakt. Eventuele structurele effecten van de coronacrisis zijn op dit moment nog niet in te schatten. Voor de maatregelen die in 2020 en 2021 genomen zijn, hebben we compensatie van het Rijk ontvangen en hiervoor rapporteren we bij de bestuursrapportages en de jaarrekening. Sinds de start van de coronacrisis monitoren we welke risico's we als gevolg van corona lopen. Een actualisatie daarvan is opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risico's. Als één of meerdere risico's zich voordoen, is ons weerstandsvermogen toereikend om deze op te vangen.
Landelijk zijn er ontwikkelingen die van invloed zijn op de financiële positie van onze gemeente: De nieuwe integrale verdeling van het gemeentefonds pakt positief uit voor onze gemeente. Zowel in de eerste indicatie die gebaseerd was op de jaarcijfers van 2017 maar ook de actualisatie daarvan naar 2019. De geactualiseerde cijfers worden betrokken bij de bestuurlijke consultatie van het verdeelvoorstel. Besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling wordt overgelaten aan een nieuw kabinet en de invoeringsdatum wordt waarschijnlijk 1 januari 2023. Op dit moment mogen wij nog niet anticiperen op een voordelige uitkomst van de herverdeling voor onze gemeente, waardoor dit effect nog niet is opgenomen in deze begroting. Inmiddels is bekend dat het oordeel van de arbitragecommissie over de toereikendheid van de financiering van de jeugdzorg, leidt tot extra budgetten voor gemeenten. Voor 2022 zijn hierover harde afspraken gemaakt en deze zijn ook zo opgenomen in deze begroting. Voor de jaren 2023 tot en met 2025 is de afspraak gemaakt dat gemeenten de bedragen als stelpost mogen opnemen. Hiervoor geldt een maximum van 75%. Dit is inclusief de stelpost van (landelijk) € 300 miljoen waarmee we al rekening hielden in de programmabegroting 2021 2024. Daadwerkelijke besluitvorming over de financiering van de jeugdzorg wordt overgelaten aan een nieuw kabinet.
De gevolgen van de motie Nijkerken-de Haan over de financiering van loonkostensubsidie op basis van realisatie. Helmond/de regio zet het instrument loonkostensubsidie veelvuldig in en de verwachting is dat de uitwerking van de motie een positief effect heeft op de BUIGmiddelen. Budgettair beeld De programmabegroting 2021 – 2024 was meerjarig sluitend. Echter, in 2024 zijn onderdelen incidenteel gedekt uit onder andere de reserve sociaal domein. Daardoor start 2025 met een negatief saldo van bijna € 1 miljoen. De wijzigingen van de gemeentefondsuitkering die volgen uit de circulaires leiden vanaf 2023 tot een negatieve bijstelling van de beschikbare ruimte. Om de begroting sluitend te maken en geen extra bezuinigingen door te hoeven voeren, maken we gebruik van de mogelijkheid om 75% van de middelen voor jeugdzorg op te nemen als stelpost. Deze stelpost is geen budgettaire garantie. Een nieuw kabinet besluit over structurele financiën en noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdzorg in de toekomst effectief en beheersbaar te houden. Het opnemen van de stelpost zorgt voor een positief vertrekpunt voor de programmabegroting 2022 - 2025.
8
Bij de Voorjaarsnota 2021 heeft u besloten om in 2022 zoveel mogelijk in te zetten op het verder uitvoeren en afronden van bestaande ambities. Voor de jaren daarna kan een nieuw bestuur eigen accenten leggen. De in deze begroting opgenomen beleidsintensiveringen doen zich voor als gevolg van nieuwe ontwikkelingen en bijstellingen ten aanzien van het bestaande beleid. Deze worden in het betreffende programmahoofdstuk verder toegelicht. Incidentele ruimte Omdat we al jaren de geplande investeringen maar voor een beperkt deel uitgeven, is de hele investeringsportefeuille tegen het licht gehouden. Dit met als doel te komen tot een betere en reëlere spreiding van de uitgaven over toekomstige jaren. Door een betere planning van de investeringen ontstaat incidenteel ruimte in de hiervoor gereserveerde kapitaallasten. Deze ruimte is in deze begroting als incidentele dekking opgenomen. In 2022 gaat het om een bedrag van € 1 miljoen en in 2023 om € 1,5 miljoen. Sociaal Domein De afgelopen jaren is de vraag naar Jeugdhulp en Maatschappelijke Ondersteuning aanzienlijk toegenomen. Aanvankelijk moesten de toegenomen kosten opgevangen worden binnen het totale budget van het Sociaal Domein. Dit uitgangspunt was echter niet langer te handhaven, waardoor bij de programmabegroting 2021 - 2024 structureel € 4,1 miljoen beschikbaar is gesteld vanuit de algemene middelen.
Ook voor 2022 en latere jaren zijn extra middelen nodig, met name voor Werk en Inkomen & Zorg en Welzijn. Een analyse van de beschikbare budgetten van de afgelopen jaren laat zien dat voor deze onderdelen de kosten structureel gestegen zijn, in totaal voor een bedrag van € 1,35 miljoen. Dit komt door onder andere de aanzuigende werking van het abonnementstarief, maar ook door een toename van de aanspraak op bewindvoering via bijzondere bijstand. Dit zijn overigens ook landelijke ontwikkelingen. Daarnaast hebben we ook te maken met meerkosten als gevolg van een cao-stijging van de lonen bij de zorgaanbieders Wmo. Hier hebben wij geen invloed op. Dit risico blijft in de toekomst ook spelen bij zowel de Wmo als de Jeugdwet. De kosten voor jeugdhulp lijken zich te stabiliseren en zelfs af te nemen. Met de huidige ontwikkeling van het beroep op de jeugdzorg achten wij het verantwoord de beschikbare middelen met € 0,7 miljoen per jaar te verlagen. Binnen de openeinderegelingen van het Sociaal Domein houden we rekening met een kostentoename van per saldo € 0,65 miljoen. Bij de jeugdhulp bestaat wel het risico van stijgende kosten doordat de druk op zorgaanbieders toeneemt. Dit uit zich bijvoorbeeld in het ophogen van tarieven, het uitbreiden van aanbod en in een langere duur van dienstverlening. Inmiddels erkent ook het Rijk dat gemeenten kampen met tekorten in de jeugdzorg.
Daarom is voor 2022 extra budget toegekend en mogen gemeenten op basis van de uitspraak van de arbitragecommissie voor de jaren 2023 - 2025 in hun ramingen uitgaan van verwachte extra rijksmiddelen tot een maximum van 75%. In de extra budgetten wordt (landelijk) rekening gehouden met een afloop van € 1,3 miljard in 2022 naar € 800 miljoen in 2028. Er ligt daardoor een opgave bij gemeenten om te komen tot een hervormingsagenda waarin zowel afspraken gemaakt worden over een structureel financieel kader als maatregelen. Het doel daarvan is de uitgaven voor jeugdzorg beter beheersbaar te maken en te zorgen voor effectieve zorg voor kinderen die dat nodig hebben. Dit leidt tot een transformatieopgave voor jeugdhulp, waarvoor we binnen deze begroting ook middelen beschikbaar stellen. Door diverse toevoegingen aan de reserve Sociaal Domein uit onder andere de Programmabegroting 2021 - 2024 en het rekeningresultaat 2020 is deze reserve voldoende gevoed. We stellen voor om deze reserve te maximeren op € 10 miljoen. 9
2.1
Grondslagen begroting
Grondslagen Voor de begroting 2022 hebben we de onderstaande grondslagen en uitgangspunten gehanteerd.
Omschrijving
Grondslagen
Lonen en sociale lasten
2%
Prijzen Algemene uitkering
2,10% Meicirculaire 2021
Onroerendezaakbelasting Overige lokale heffingen: - Afvalstoffenheffing / rioolheffing - Overige heffingen Tarieven
WOZ-waarde en tariefindex 0,4%
Omslagrente Aantal inwoners Aantal woningen (exclusief recreatie)
1% 93.044 41.822
2.2
Kostendekkend Zie paragraaf lokale heffingen Kostendekkend
Budgettair kader
Ter voorbereiding op de Programmabegroting 2022 - 2025 hebben we voor de zomervakantie de Voorjaarsnota 2021 opgesteld en in uw raad behandeld. Deze Voorjaarsnota bevatte een geactualiseerd meerjarenperspectief waarin ook noodzakelijke- en nieuwe ontwikkelingen zijn opgenomen. Deze zijn nu concreet vertaald in de Programmabegroting 2022 - 2025, waarbij het meerjarenperspectief structureel sluitend is. De actualisatie van het budgettair kader leidt tot het volgende budgettaire beeld: - is negatief / (bedragen x € 1.000)
Actuele begroting 2021-2024 Budgettair beeld
2022 Begroting
Oorspronkelijke begroting 2021-2024
2023
2024
2025
Meerjarenbegroting
449
485
185
-965
0
0
0
0
Saldo actuele begroting 2021-2024
449
485
185
-965
Nieuwe ontwikkelingen begroting 2022-2025
2022
2023
2024
2025
Algemene uitkering Vrije budgetruimte
8.356 1.000
4.395 1.500
3.067
2.282
Totaal beschikbare ruimte
9.356
5.895
3.067
2.282
Beleidsintensiveringen Overige technische mutaties
-9.805 0
-6.345 0
-3.285 33
-1.280 0
Totaal besteding beschikbare ruimte
-9.805
-6.345
-3.252
-1.280
Saldo ontwerp begroting 2022-2025
0
35
0
37
Verwerkte raadswijzigingen
Beschikbare ruimte
10
Toelichting Het startpunt voor het actueel budgettair kader is de vastgestelde Programmabegroting 2021 - 2024. Dit beeld is vervolgens geactualiseerd bij de Voorjaarsnota en tijdens de behandeling hiervan heeft uw raad ook keuzes en denkrichtingen aangegeven. Deze zijn nu concreet vertaald in deze begroting. Hierbij maken we onderscheid tussen structurele (jaarlijks terugkerende) baten en lasten en de inzet van incidentele middelen. In de tabellen in het vervolg van dit hoofdstuk zijn deze opgenomen als S (structureel) of I (incidenteel). De begroting is structureel in evenwicht. Hiermee voldoen we aan de regelgeving en de provincie toetst hierop vanuit haar rol als toezichthouder. Beschikbare ruimte: ruimte ontstaat enerzijds door externe ontwikkelingen, zoals het gemeentefonds en anderzijds door meevallers of het vrijmaken van budgetten. In deze begroting leiden de extra middelen voor jeugdzorg tot extra ruimte. Daarnaast is de planning van de investeringen herzien. De verschuiving van investeringen naar latere jaren, leidt tot lagere kapitaallasten in de eerste jaren. De ruimte die hierdoor ontstaat, wordt ingezet als dekking voor deze begroting. In paragraaf 2.3 is een specificatie en een toelichting opgenomen van de beschikbare ruimte. Besteding beschikbare ruimte: de ruimte die ontstaat wordt ingezet voor beleidsintensiveringen.
Een overzicht hiervan is opgenomen in paragraaf 2.4 en in de afzonderlijke programma's worden deze toegelicht. De in deze begroting opgenomen beleidsintensiveringen doen zich voor als gevolg van nieuwe ontwikkelingen en bijstellingen ten aanzien van het bestaande beleid In het saldo van de Programmabegroting 2022-2025 zijn alle bekende ontwikkelingen verwerkt, waarna het meerjarig saldo over alle jaren positief - en daarmee structureel sluitend - is.
2.3
Beschikbare ruimte
In deze paragraaf geven we inzicht in de financiële uitgangspositie voor de begroting 2022-2025 en de budgettaire bestedingsruimte die we beschikbaar hebben.
2.3.1
Beschikbare ruimte gemeentefonds
In de Voorjaarsnota 2021 informeerden wij u over de stand van de algemene uitkering van het gemeentefonds op basis van de september- en decembercirculaire 2020. De beide circulaires leidden onderaan de streep tot een negatieve bijstelling van de beschikbare ruimte vanaf het begrotingsjaar 2022. De gemeentefondsuitkering waar we van uitgaan bij het opstellen van de Programmabegroting 2022-2025 wordt volgens onze uitgangspunten gebaseerd op de meicirculaire 2021. In onderstaande tabel zijn de effecten van de drie circulaires verwerkt. - Is negatief (bedragen x 1.000)
Beschikbare ruimte
2022
Beschikbare ruimte septembercirculaire gemeentefonds 2020 Beschikbare ruimte decembercirculaire gemeentefonds 2020 Beschikbare ruimte meicirculaire gemeentefonds 2021 Extra rijksmiddelen jeugd Beschikbare ruimte algemene uitkering
11
€ € € € €
-120 -252 428 8.300 8.356
2023
€ € € € €
57 -363 -300 5.000 4.395
2024
2025
I/S
€ 11 € 11 S € -387 € -387 S € -1.157 € -1.442 S € 4.600 € 4.100 S € 3.067 € 2.282
Compensatie voor tekorten in de jeugdzorg In de voorjaarsnota 2021 hebben we u geïnformeerd over de extra middelen voor de jeugdzorg als gevolg van het oordeel van de arbitragecommissie over de toereikendheid van de financiering van de jeugdzorg. Op dat moment was nog niet bekend met welke bedragen we rekening konden houden. Deze zijn inmiddels bekend en opgenomen in de tabel met beschikbare ruimte (extra middelen jeugdzorg). Voor de jaren 2023 en verder geldt nog steeds dat het nieuwe kabinet beslist over de definitieve budgetten voor de jeugdzorg. Tussen het Rijk, de VNG en de provinciale toezichthouders is wel afgesproken dat gemeenten in hun meerjarenraming rekening mogen houden met een maximum van 75% van het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen. Dit is zo bepaald vanuit het oogpunt van behoedzaamheid en in het licht van de afspraken rond de Hervormingsagenda dat gemeenten ook zelf kostenbesparende maatregelen kunnen nemen. 1. Ontwikkeling van de gemeentefondsuitkering De gemeentefondsuitkering in de Programmabegroting 2022-2025 is gebaseerd op de meicirculaire 2021. Daarnaast zijn ook de meerjarige effecten van de september- en decembercirculaire 2020 verwerkt in het perspectief. De ontwikkeling van de gemeentefondsuitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven.
Via de normeringssystematiek (trap op/trap af) hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van de algemene uitkering. Als onderdeel van het steunpakket ter bestrijding van de gevolgen van corona is de jaarlijkse toename en/of afname van het gemeentefonds (accres) bevroren in de jaren 2020 en 2021. Met ingang van 2022 zal dit weer een rol gaan spelen. Nieuw verdeelmodel gemeentefonds De gemeentefondsuitkering vormt de grootste inkomstenbron voor gemeenten. De verdeling ervan onder gemeenten was aan herziening toe. Begin 2021 is een nieuw verdeelmodel gepresenteerd met een eerste indicatie van de financiële effecten voor individuele gemeenten. Naar aanleiding van kritische vragen van de Raad voor het Openbaar Bestuur (hierna: ROB) over de nieuwe verdeling is het verdeelvoorstel nog eens kritisch tegen het licht gehouden. Dit heeft medio juli 2021 geleid tot een aangepast verdeelvoorstel. Deze ligt ter advies voor aan het ROB en de VNG. Het is aan een volgend kabinet om een besluit te nemen over de invoering van het nieuwe verdeelmodel voor het gemeentefonds. Daarbij dringen gemeenten ook aan om afspraken te maken over de toereikendheid van de omvang van het gemeentefonds. De ingangsdatum van de nieuwe verdeling staat gepland voor 1 januari 2023. 2.
Inzet van de gemeentefondsmiddelen In het gemeentefonds zijn ook middelen opgenomen die voor een bepaalde taak beschikbaar worden gesteld. Omdat deze gekoppeld zijn aan een zeker doel worden deze middelen - maar ook eventuele kortingen op deze uitkeringen - conform ons beleid doorvertaald naar de betreffende beleidsterreinen. Het effect hiervan op het budgettaire beeld is daardoor nihil. In onderstaande tabellen is opgenomen welke wijzigingen het betreft en in welk programma de middelen worden ingezet. Hierbij is een onderverdeling gemaakt in wijzigingen voor de integratieuitkeringen Sociaal Domein en alle overige wijzigingen. Een inhoudelijke toelichting op de wijzigingen is opgenomen in de raadsinformatiebrief 78 van 29 juni 2021.
12
Integratie-uitkeringen Sociaal Domein - Is negatief (bedragen x 1.000)
Prog. Budgetwijzigingen Sociaal Domein meicirculaire 2021 2 Participatie: Re-integratie nieuwe doelgroepen 2 Participatie: WSW 2 Inzet middelen participatie bij Senzer 3 Beschermd wonen: indexatie 4 Voogdij/18+: indexatie Totaal
2022 € € € € € €
2023
25 86 -111 653 1.054 1.706
€ € € € € €
28 70 -98 793 1.054 1.846
2024 € € € € € €
30 60 -90 804 1.054 1.857
2025 € € € € € €
32 72 -105 803 1.054 1.857
I/S S S S S S
Overige wijzigingen - Is negatief (bedragen x 1.000)
Prog. Taakmutaties en decentralisatie-uitkeringen meicirculaire 2021 2 Inburgering 2 Armoedebestrijding kinderen 3 Maatschappelijke opvang en OGGz 3 Vrouwenopvang 3 Rijksvaccinatieprogramma 3 Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening 4 Compensatieregeling en verrekening Voogdij 18+ 4 Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg 14 Wet Open Overheid (2022-2026) 14 Wet Open Overheid Totaal
2.3.2
2022 € € € € € € € € € € €
57 -9 -18 17 21 37 -50 29 94 79 259
2023 € € € € € € € € € € €
31 -9 -18 17 21 37 -50 29 94 100 254
2024 € € € € € € € € € € €
20 -9 -18 17 21 37 -50 29 94 120 263
2025 € € € € € € € € € € €
8 -9 -18 17 21 37 -50 29 94 140 270
Vrije budgetruimte
Landelijk spelen er een aantal ontwikkelingen met betrekking tot de loonkostensubsidie en de herverdeling van het gemeentefonds, die financieel gezien positief zijn voor de gemeente Helmond. Echter deze mogen we nog niet inzetten totdat het kabinet hierover een besluit genomen heeft. Vandaar dat deze in onderstaande tabel als pm zijn opgenomen. Door een realistischere raming van onze investeringsportefeuille hebben we in 2022 en 2023 incidenteel middelen kunnen vrijspelen. - Is negatief (bedragen x 1.000)
Progr. Vrije budgetruimte 2 Loonkostensubsidie - motie via ministerie SZW 13 Reëel ramen investeringen 14 Verwacht herverdelingseffect algemene uitkering Totaal
2022 pm 1.000 €
1.000 €
2023 pm 1.500 pm 1.500 €
2024 pm pm - €
2025 I/S pm S I pm S -
Loonkostensubsidie (motie via ministerie SZW) In de Tweede Kamer is een motie aangenomen om de loonkostensubsidie onderdeel te laten zijn van het BUIG-budget. Helmond/de regio zet het instrument loonkostensubsidie veelvuldig in en de verwachting is dat een herverdeling leidt tot een positieve bijstelling van de BUIG-middelen. Reëel ramen investeringen Om de planning van de investeringen beter aan te laten sluiten bij de uitvoering, actualiseren we deze jaarlijks. Dit geeft een beter beeld van de spreiding van de investeringen over de toekomstige jaren. Financieel gezien betekent een verschuiving in tijd een lagere kapitaallast in de eerste jaren, doordat een investering later gereed komt. De ruimte die hierdoor ontstaat wordt in deze begroting als incidentele dekking opgenomen.
13
I/S S S S S S S S S I S
Verwacht herverdelingseffect algemene uitkering De eerste berekeningen van de herverdeling van het gemeentefonds pakken positief uit voor onze gemeente. Besluitvorming over de invoering hiervan wordt echter overgelaten aan een nieuw kabinet en de invoeringsdatum wordt waarschijnlijk 1 januari 2023. Op dit moment mogen wij een mogelijk voordelige uitkomst nog niet verwerken in de begroting.
14
2.4
Besteding beschikbare ruimte
In voorgaande paragraaf is inzicht gegeven in de financiële uitgangspositie voor de begroting 20222025 en de budgettaire bestedingsruimte die beschikbaar is. In deze paragraaf gaan we in op de besteding van die ruimte. De bestedingen die aangeduid zijn met een I zijn incidenteel en die met een S zijn structureel.
2.4.1
Besteding beschikbare ruimte voor beleidsintensivering
De beschikbare ruimte gebruiken we om beleidsintensiveringen te kunnen doen. Hiermee kunnen we op een duurzame manier invulling geven aan de uitdagingen die we als gemeente op meerdere aandachtsgebieden hebben. De intensiveringen hebben onder andere betrekking op veiligheid, het sociaal domein, het voorzieningenniveau, de openbare ruimte en digitalisering. Een overzicht van alle intensiveringen is opgenomen in onderstaande tabel. Een nadere toelichting op deze kosten is opgenomen in het betreffende programmahoofdstuk. - Is nega ti ef (bedra gen x 1.000)
Progr. Beleidsintensiveringen 1 Ophoging budget veiligheid 1 Ophoging budget veiligheid (extra capaciteit) 2 Aanpak ervaringsdeskundige 2 Bijdrage Senzer (nadeel) 2 Dekking reserve Sociaal Domein 2 Bijstellen kostenraming participatie 3 Bijstellen kostenraming wmo 3 Indexering tarieven zorgaanbieders 4 Project STORM 4 Bijstellen kostenraming jeugd 4 Middelen voor transformatie jeugd 4 Besparing invoering sociale teams/transformatie jeugd 5 Voldoen aan wet en regelgeving Cacaofabriek en Speelhuis * 5 Concernvariant speelhuis 6 Raadsbesluit zevenklapper de Braak 6 Toezicht en beheer Berkendonk 7 Arbeidsmarktevents (DTW/DDW) 7 Actieplan bedrijventerreinen 7 Doorontwikkeling Food Tech Brainport 8 Omgevingswet: inventarisatie cultuurhistorische waarden fase 2 8 Omgevingswet - opstellen omgevingsplannen 8 Omgevingswet - dekking uit beschikbaar budget voor actualiseren bestemmingsplannen 11 Onderhoud asfalt Wolfsputterbaan 11 Afsluiting kernwinkelgebied 11 Reiniging City na koopzondagen 12 Energiearmoede (pilot) 13 Indexering kapitaallasten 14 Dekking uit accres gemeentefonds 13 Helmond.
Makers van de toekomst 13 Noodzakelijke aanpassingen Verkiezingen 14 Dekking uit gemeentefondsuitkering 11,14 Areaalontwikkeling 14 Opbrengsten belastingen 14 Uitbreiding personele capaciteit 14 Dekking extra overhead rendabel personeel 14 Dekking stelpost personeel 14 Storting Algemene reserve 14 Terugdraaien onttrekking indexering gemeentefonds 14 Digitale weerbaarheid en privacy 14 Griffie - uitbreiding communicatie 14 Stijging verzekeringspremie brandverzekering €
Totaal
* uitgaande van de wettelijke variant
15
2022 -100 -200 -140
2023
2024
-200
-200
-500 -850 -370 -5 700 -2.000
-295 295 -500 -850 -370 -25 700 -2.000
-570 -45
-570 205 -150
-500 -850 -370 -55 700 -1.000 2.000 -570 310 -65 -150
-150 50
-150 50
-60 -30
-60 -30
-100 -82 82
-82 82
-82 82
-1.000
-1.000
-1.000 500 250
-1.890
-600
-775 -45 -100
-650 -45 -100
2025 I/S I -200 S I I I -500 S -850 S -370 S -100 S 700 S -500 S 2.000 S -570 S 310 S -65 S -150 S I I I I -150 S 50 S I -60 S -30 S I -40 S 40 S I -82 S 82 S -226 S 226 S -1.000 S 500 S 500 S I I -650 S -45 S -100 S
-35 -250 -150 -130
-600 -60 -20 -570
-9.805
€
-6.345
-1.300 -650 -45 -100 €
-3.285
€
-1.280
2.4.2
Overige technische mutaties
Overige technische mutaties komen voort uit diverse wijzigingen uit de autonome mutaties in de individuele begrotingsjaren en zijn budgettair neutraal, behalve in 2023. Het saldo in dat jaar was € 33.000 negatief en dit is verrekend met de ruimte in het kapitaallastenplafond. De overige mutaties hebben betrekking op de volgende onderdelen: Ramen van de mutaties in de diverse grondexploitatieprojecten; De inzet van de diverse door uw raad geautoriseerde bestemmingsreserves in de meerjarenbegroting. In bijlage 5.5 Reserves en voorzieningen is een overzicht opgenomen van alle verrekeningen met reserves; Kapitaallasten voortkomend uit investeringen; Nominale ontwikkelingen (loon- en prijscompensatie); Herziening van de doorbelaste uren over de diverse programma's.
16
2.5
Investeringen
De onderstaande investeringsvoorstellen voor de jaarschijf 2022 worden opgenomen in het Investeringsprogramma 2022 (verder IVP). De investeringsvoorstellen die opgenomen zijn in de jaren 2023 – 2025 komen op de lijst met "kansrijke investeringen". Conform onze nota investeringsbeleid vindt de afweging hierover plaats in de betreffende jaarschijf; voor 2023 is dit de begroting 2023-2026. De kapitaallasten van deze investeringen zijn bij deze begroting wel volledig en meerjarig gedekt. Afwijkend hierop moet de extra investering voor het zwembad in jaarschijf 2023 nu wel worden vastgesteld. Uw raad heeft bij de behandeling van de voorjaarsnota 2021 een motie aangenomen om het zwembad uit te breiden met een sauna en een whirlpool. Dit leidt tot een extra investering van € 225.000 in 2023. Op 13 april 2021 heeft uw raad besloten om de financiële gevolgen voor de huisvesting Jan van Brabant Molenstraat op te nemen in deze begroting. In het investeringsprogramma houden we hiermee rekening voor een bedrag van € 17,7 miljoen (excl. voorbereidingskrediet) voor de jaren 2025 – 2027. Als gemeente zijn we met Jan van Brabant in gesprek om de mogelijkheden voor doordecentralisatie verder te concretiseren. We vragen uw raad de investering voor huisvesting Jan van Brabant in deze begroting vast te stellen, waardoor de jaarlijkse kapitaallasten vanaf 2028 beschikbaar zijn.
Mocht in het vervolgtraject besloten worden tot decentralisatie dan kunnen de jaarlijkse kapitaallasten gebruikt worden als decentralisatiebijdrage. Ten opzichte van de kansrijke investeringen die in de begroting 2021 voor de jaarschijf 2022 waren opgenomen, zijn de volgende nieuwe investeringen toegevoegd: Ophoging vervanging verkeersregelinstallaties € 400.000 Meerkosten brug Geldropseweg € 1 miljoen Evenemententerrein Berkendonk € 100.000 ’t Gulden Land en landschapspark Kloostereind € 470.000 Voorbereidingskrediet Fietspad Brouwhuis-Asten incl. tunnel € 80.000 Daarnaast is door een realistische raming van de investeringen (zoals toegelicht in paragraaf 2.3.2) een aantal investeringen verschoven naar latere jaren.
17
Toelichtingen op de investeringen uit het IVP zijn opgenomen in de desbetreffende programma's. Bedragen x € 1.000
Progr. Investeringsprogramma 2022
2022 IVP
Ruimte kapitaallastenplafond t.b.v. kapitaallasten Vervangingsinvesteringen 4 Speelvoorzieningen 11 Wegen regulier (ophoging jaarlijks 1 miljoen) 11 Opwaarderen openbare verlichting 11 Vervanging verkeerregelinstallaties (VRI's) 11 Openbaar groen 11 Vervanging bomen 11 Vervanging natuur en recreatie 11 Vervanging brug Geldropseweg Cofinanciering provincie (bereikbaarheidsakkoord) 11 Rijpelbaan 11 Kasteel Traverse 11 Deurneseweg 12 Vervanging containers 12 Rioleringszorg (kostendekkend via rioolrecht) dekking rioolrecht AD Onderhoud en vervanging van de ICT-infrastructuur Nieuw beleid 4 Voorbereidingskrediet Jan van Brabant 4 Investering Jan van Brabant (Totaal 17,7 miljoen - 9 miljoen 2026 en 2,7 miljoen 2027) 6 Uitbreiding faciliteiten zwembad 6 Evenemententerrein Berkendonk 8 t Gulden Land en landschapspark Kloostereind 7 Impuls innovatieve concepten vitalisering bedrijventerreinen 7 Doorontwikkeling Food Tech Brainport 9 Vergroten aantrekkelijkheid Centrum 9 Wijkinvesteringen - herstructurering en leefbaarheidsvraagstukken 10 Uitvoering Fietsagenda Helmond 10 Voorbereidingskrediet fietspad Brouwhuis-Asten incl. tunnel 10 Regionale Bereikbaarheidsagenda 10 Flankerende maatregelen N279 11 Ontsluiting sport en beleefcampus de Braak 12 Uitvoering Natuurontwikkeling in kader van B5-bod AD Verduurzamen gemeentelijk vastgoed Realistische raming investeringsprogramma (excl. dekking)
€ € € € € € € € € € € € € € €
2023 2024 2025 Kansrijke investeringen
250 € 250 € 250 € 250 € 2.000 € 4.000 € 3.600 700 € 700 € 700 € 700 800 € 800 € 800 € 400 285 € 570 € 495 € 450 450 € 450 € 450 € 450 150 € 150 € 150 € 150 2.600 € - € -300 € - € 800 € - € - € 2.600 € - € - € 1.500 60 € 60 € 60 € 60 2.490 € 1.746 € 1.793 € 1.793 -2.490 € -1.746 € -1.793 € -1.793 895 € 405 € 704 € 773 €
€ € € € € €
750 €
750 €
6.000
3.000 850 900
€ 100 € 470 € 250 € 350 €
225 50 470 - € - €
-
- € € 80 €
1.050 € 2.400 €
€ 900 € 1.050 €
2.000 € 2.000 € 2.000 € - € 2.500 € 1.317 € € 250 € 250 € € 250 € 250 12.297 16.926 15.852 24.126
Totaal
1.000 9.600 2.800 2.800 1.800 1.800 600 2.600 -300 800 2.600 1.500 240 7.822 -7.822 2.777 1.500 6.000 225 150 940 250 350 3.000 2.800 4.350 80 6.000 2.500 1.317 500 500 69.201
In eerdere begrotingen zijn de investeringen uit onderstaande tabel meerjarig vastgesteld. Ook voor deze investeringen geldt dat hiervoor een realistische planning is opgesteld. Daardoor zijn bedragen over de jaren verschoven. Het totaal beschikbare krediet wijzigt niet. Meerjarig vastgestelde investeringen Bedragen x 1000 Programma onderwijshuisvesting periode 2018-2025 € 24,4 mln. Huis van de Stad € 37,6 mln. Investering Sportpark de Braak € 33,38 mln. Nieuwe zwemvoorziening € 13,5 mln. Vervanging sluis 9 € 7,3 mln. Totaal (lasten reeds afgedekt)
Herziene investeringsplanning t/m 2020 2021 2022 2023 2024 1.550 1.350 2.650 2.350 6.750 2.550 8.450 16.000 10.600 4.050 1.580 2.500 12.000 8.950 220 680 7.000 5.600 1.060 900 500 3.900 940 9.430 12.960 28.650 34.450 16.640
18
2025 5.500 4.300
9.800
2026 4.250
2.6
Meerjarenraming
Meerjarenbegroting
2022
2023
2024
2025
Lasten (exclusief stortingen reserves) 01 Veiligheid en handhaving
8.620
8.550
8.549
8.492
02 Werk en inkomen
86.690
84.392
83.692
83.167
03 Zorg en welzijn
58.813
58.823
58.452
58.415
04 Jeugd en onderwijs
56.002
55.854
52.753
51.984
05 Cultuur, toerisme en recreatie
13.723
13.357
13.242
13.292
06 Sport en bewegen
7.096
6.863
7.483
10.274
07 Economisch beleid en werkgelegenheid
3.503
2.910
2.776
2.708
08 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
59.538
45.087
44.425
26.423
09 Stedelijke vernieuwing
2.217
2.053
2.081
2.006
10 Verkeer en mobiliteit
2.325
2.066
2.171
2.194
11 Openbare ruimte en natuurbescherming
17.977
18.049
18.157
18.541
12 Milieu
20.684
18.398
18.429
18.423
13 Bestuur en organisatie
12.243
12.972
13.358
13.637
14 Algemene dekkingsmiddelen
40.860
40.590
42.944
44.266
Totaal lasten
390.291
369.965
368.513
353.821
692
617
617
617
02 Werk en inkomen
40.392
40.326
40.326
40.326
03 Zorg en welzijn
3.258
3.258
3.258
3.258
04 Jeugd en onderwijs
6.091
6.091
6.091
6.091
05 Cultuur, toerisme en recreatie
2.807
3.327
3.327
3.327
06 Sport en bewegen
1.499
1.391
1.391
1.391
07 Economisch beleid en werkgelegenheid
369
364
253
253
08 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
57.508
44.228
43.532
25.515
09 Stedelijke vernieuwing
135
135
135
135
10 Verkeer en mobiliteit
129
129
129
129
11 Openbare ruimte en natuurbescherming
4.467
4.467
4.467
4.467
12 Milieu
23.443
22.432
22.432
22.432
13 Bestuur en organisatie
1.799
1.948
1.948
1.948
14 Algemene dekkingsmiddelen
237.437
236.463
237.695
239.248
Totaal baten
380.026
365.176
365.601
349.137
Resultaat programma's
-10.265
-4.789
-2.912
-4.685
Baten (exclusief onttrekkingen reserves) 01 Veiligheid en handhaving
19
Verrekeningen met reserves Stortingen in reserves
2.293
2.474
997
3.747
Onttrekkingen aan reserves
12.559
7.298
3.909
8.469
Totaal verrekeningen met reserves
10.265
4.824
2.912
4.722
0
35
0
37
Totaal resultaat programma's
20
2.7
Hoofdpunten weerstandsvermogen
2.7.1
Ontwikkeling weerstandsvermogen
In deze begroting zijn zowel het risicoprofiel als de beschikbare weerstandscapaciteit geactualiseerd ten opzichte van de jaarrekening 2020. In onderstaande tabel is het verloop van het weerstandsvermogen weergegeven. (bedragen x € 1.000)
Beschikbare weerstandscapaciteit
1-1-2021
1-1-2022
Incidentele weerstandscapaciteit Structurele weerstandscapaciteit Totale weerstandscapaciteit
107.641 2.100 109.741
124.849 3.280 128.129
Totaal aan specifieke risico's
50.583
56.569
2,17
2,27
Weerstandsvermogen
In de financiële verordening is opgenomen dat onze ratio weerstandsvermogen minimaal 1,5 moet zijn. De huidige ratio van 2,27 voldoet daar ruimschoots aan wat betekent dat onze financiële weerbaarheid goed is. Met het inzetten van de ruimte gaan we terughoudend om. Namelijk door ruimte beschikbaar te houden, kunnen we in de toekomst inspelen op eventuele nieuwe ontwikkelingen bijv. op het gebied van corona, maar ook om kostenstijgingen in de bouw op te vangen. Daarnaast hebben we nog uitdagingen op het gebied van duurzaamheid, digitalisering en mobiliteit. Nu en in de toekomst is het belangrijk om een structureel gezonde financiële huishouding te behouden. Een verdere toelichting op het weerstandsvermogen en de risico’s is opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.
21
3
Beleidsprogramma’s
3.1
Programma 01: Veiligheid en handhaving
3.1.1
Wat willen we bereiken?
We willen een stad zijn waar men graag woont, werkt en verblijft. En waar iedereen meedoet en zich veilig voelt. Dit vereist een stevige basis op het gebied van leefbaarheid en veiligheid, in en rond de woning, in de straat en in de buurt. Maar ook in het centrum van de stad, in winkelgebieden en op bedrijventerreinen. We werken hard en voortvarend aan het zo goed mogelijk voorkomen van veiligheidsproblemen, het vergroten van het veiligheidsgevoel en het verder versterken van leefbaarheid in onze stad. Leefbaarheid en veiligheid gaan daarbij hand in hand. Problemen die zich tóch voordoen, pakken we zoveel mogelijk integraal aan. Samen met onze partners zoals politie, Openbaar Ministerie, welzijnsinstellingen, onderwijs en andere gemeenten. En vooral ook samen met onze inwoners en ondernemers. Want in die samenwerking ligt de sleutel om te komen tot een veilige stad en een veilige regio. Het gaat echter niet alleen om het betrekken van de inwoners en ondernemers, maar ook om hen medeverantwoordelijk te laten zijn. En dat veronderstelt ook dat zij zelf keuzes moeten kunnen maken in en voor een aanpak. Met de overheid in een faciliterende rol. Want de inwoners en ondernemers kennen hun stad op hun duimpje. Zo zeggen we al: ‘de buurt weet het altijd’.
De volgende highlights benoemen we: We werken verder aan de ontwikkeling van een compleet, actueel, integraal en dynamisch beeld van de stad, zodat we snel op ontwikkelingen kunnen inspelen. We gebruiken hoogstaande informatietechnologie die ons 24/7 in staat stelt de ontwikkelingen te volgen. De technologisch hoogstaande oplossingen die in de Brainportregio worden ontwikkeld, kunnen met het oog op veiligheid en leefbaarheid hun meerwaarde bewijzen. In de aanpak van criminaliteit zijn we hard en duidelijk; we tolereren geen inbreuken op de openbare orde, geen zogenoemde wijk- of straatkoningen. Maar bovenal staat preventie centraal. Preventie op korte en lange termijn. We investeren in het voorkomen dat jeugdigen kiezen voor het criminele pad. Dat doen we door integraal met alle mogelijke partners te werken aan een goed alternatief voor jongeren: op school, in de kerk of moskee en op straat. We verhogen de betrokkenheid van inwoners door onder andere initiatieven uit de wijken, zoals buurtpreventieteams en WhatsAppgroepen te stimuleren. Samenwerking is er met woningcorporaties, scholen, de LEV-groep en vanzelfsprekend met veiligheidspartners zoals politie en het Openbaar Ministerie. We willen een vergroting van het algemene veiligheidsgevoel in Helmond en daarmee samenhangend een verder versterking vaan de leefbaarheid.
Het aantal misdrijven (geweldsdelicten, woninginbraken, diefstallen) moet verder omlaag, maar ook de ervaren overlast van verstorend gedrag. Als preventieve maatregelen niet meer helpen en de situatie daarom vraagt wordt samen met de politie en het Openbaar Ministerie ingegrepen. Slim cameratoezicht kan dit goed ondersteunen. Deels door de preventieve werking van de aanwezigheid van camera’s, maar ook door het effect van repressief optreden naar aanleiding van opgenomen beeldmateriaal. Verder wordt in het kader van de aanpak “High impact Crimes” ingezet op het verminderen van het bezit van messen onder jongeren. Georganiseerde criminaliteit werkt als een ‘hindermacht’ op de positie van de overheid. Nationaal maar zeker ook lokaal. Deze hindermacht remt het behalen van de doelstellingen en resultaten van ons (lokaal) bestuur. Zicht krijgen en houden op de parallelle economie die de criminele wereld vormt, is daarom van belang voor een effectieve aanpak. Dat doen we door informatie te delen tussen alle relevante regionale partners en het versterken van ons Informatieknooppunt. 22
Dat moet leiden tot effectieve interventies en harde klappen aan het adres van criminele netwerken, structuren en sleutelfiguren. Vooral de facilitators in de bovenwereld zullen van ons horen. Zij spelen immers een bepalende rol in de vermenging van onder- en bovenwereld. Verder blijven we samen met de andere Brabantse steden optrekken inzake het doorbreken, frustreren en wegsnijden van de criminele industrie. Meerjarig beleidsperspectief We werken conform het Masterplan Integrale Veiligheid 2019-2022 Helmond en het Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) beleid Fysieke Leefomgeving 2019-2022, waarbij in het masterplan de volgende drie integrale veiligheidsthema’s centraal staan: Prioriteit 1: Veilige en leefbare wijken en buurten; Prioriteit 2: Problematische jeugd en jeugdgroepen; Prioriteit 3: Ondermijning. De wijkagenda’s die in het Masterplan Integrale Veiligheid 2019-2022 staan beschreven zijn opgegaan in gemeentebrede “Wijkontwikkelingsplannen”. Vanuit Veiligheid & Naleving participeren we hierin actief. We maken gebruik van nieuwe technologieën die ons in staat stellen om op een andere wijze effectief in het veiligheid- en leefbaarheidsvraagstuk te zijn. Aangezien innovatie wordt versterkt door samenwerking versterken we ons met partners zoals, Brainport Development, de grote Brabantse steden (B5) en de regio Oost-Brabant en de Peelgemeenten.
In 2022 blijven we inzetten op de verbinding tussen zorg en veiligheid. De wereld waarin we leven wordt complexer en de gevolgen daarvan zien we in het veiligheidsdomein. Complexe (meervoudige) casuïstiek rond personen en/of gezinnen is vaak hardnekkig en leidt regelmatig tot overlast en/of geweld. Door een goede, proactieve verbinding tussen zorg en veiligheid zullen situaties minder gemakkelijk escaleren en wordt een duurzaam veiligheidsresultaat bereikt. We stimuleren en faciliteren actieve deelname van inwoners en ondernemers bij de bevordering van de veiligheid en leefbaarheid. Vooral voor preventie en het veiligheidsgevoel is dit cruciaal, want veiligheid begint bij onze inwoners en ondernemers zelf. Dit vraagt ook van ons als organisatie om samen met onze partners – actief in de wijken te zijn en hoofdzakelijk vanuit daar te werken. Om bovenstaande te bereiken werken we voor een deel samen met de volgende verbonden partijen; Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost en Stichting Zorg en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost Een toelichting op de verbonden partijen is te vinden in de paragraaf verbonden partijen. Eventuele concrete beleidsresultaten, buiten de reguliere taken, voor het aankomende jaar zijn te vinden onder het kopje “wat gaan we ervoor doen” van dit programma.
3.1.2
Wat gaan we ervoor doen?
Ontwikkelingen Door de samenloop van ontwikkelingen sinds 2020 zien we dat de samenleving meer dan voorheen op de proef wordt gesteld om met elkaar invulling te geven aan een gezonde, veilige en daarmee leefbare woon- en werkomgeving. Dit leidt tot een toenemende druk op de kwaliteit en capaciteit van zowel het integrale veiligheidsbeleid als de uitvoering van toezicht en handhaving.
23
Wat gaan we het aankomende jaar doen? Versterkingsplan Binnenstad-Oost 2020-2022 In juli 2020 heeft de gemeenteraad ingestemd met het “Versterkingsplan Binnenstad-Oost 20202022”. Dit versterkingsplan bevat uiteenlopende interventies om op alle leefdomeinen in het gebied verdere verbetering te bereiken. Doel van het plan is om ervoor te zorgen dat in de Binnenstad-Oost bewoners, bezoekers en ondernemers zich prettig voelen, wet- en regelgeving wordt nageleefd, een acceptabel niveau van ‘veiligheid dichtbij’ is bereikt en ongewenst gedrag van jeugd ‘duurzaam’ vermindert. Zodat de focus meer komt te liggen op perspectief en inclusie. Hiervoor intensiveren we onder andere de integrale jeugdaanpak met zowel preventieve als repressieve componenten, stellen we een verkeersplan op en zetten we een stadsmarinier (vanaf 2021) in die in de wijk aanwezig is voor inwoners en ondernemers. Op die manier werken we vanuit de haarvaten van de wijk. In het aankomende jaar bepalen we met welke intensiteit we dit plan vervolgen. Aanpak ondermijning Fenomenen als drugsproductie en -handel, fraude en witwassen, mensenhandel en cybercrime gaan óók aan Helmond niet voorbij. Georganiseerde criminaliteit werkt ondermijnend en de integriteit en veiligheid van de uitoefening van publieke taken staan daarmee onder druk.