CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

Procesverslag bijlage bij formatieverslag

Gemeenteraad 9 juni 2026, gemeente HelmondBij agendapunt: Presentatie en bespreking aangeboden coalitieakkoord14.261 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Procesverslag formatie Helmond 2026 Bijlage bij het formatieverslag

1

In dit verslag wordt het proces beschreven dat is doorlopen om tot de coalitie, het coalitieakkoord en de collegesamenstelling te komen. Opdracht van de formateur Helder Helmond werd bij de gemeenteraadsverkiezing van 18 maart jl. de grootste partij in Helmond en kreeg hierdoor het initiatief voor de coalitievorming. De formateur had de opdracht om, op basis van de uitkomsten van de verkiezingen en het verslag van de informateur, te komen tot een stabiel en bestuurlijk krachtig college voor de bestuursperiode 2026-2030. Daarbij heeft de formateur de onderhandelingen tussen de formerende partijen begeleid. Het doel van deze onderhandelingen was om te komen tot een breed gedragen coalitieakkoord en een voorstel voor de samenstelling van het college en de verdeling van wethoudersportefeuilles. Motorblok De formateur is gestart om met Helder Helmond het proces af te stemmen. Daarbij is het verslag van de informateur het belangrijkste uitgangspunt geweest. Vanaf het begin zijn CDA Helmond en VVD Helmond meegenomen in de gesprekken. Bij de eerste gesprekken met dit “motorblok” bleek al snel dat Lokaal Sterk een logische aanvulling zou zijn. Daarmee is de basis voor het motorblok stevig en solide. Om het motorblok een stabiele meerderheid te geven zijn er door de formateur twee partijen overwogen.

D66 Helmond omdat deze vanuit het verslag van de informateur als passende ervaren bestuur partij was genoemd. Daarnaast is Forum voor Democratie Helmond door Helder Helmond specifiek benoemd. Hierbij was de wens te onderzoeken of voldoende politieke consensus is voor een rol voor Forum voor Democratie in de coalitie. Toelichting op het proces Het motorblok heeft een aantal uitgangspunten benoemd: - Betrekken van inhoudelijke specialisten - Coalitieakkoord op hoofdlijnen - Uitwerking van het coalitieakkoord in een college-uitvoeringsprogramma Vanuit deze uitgangspunten is het motorblok parallel aan de inhoudelijke uitwerking gesprekken gaan voeren met FVD Helmond en D66 Helmond. In de gesprekken met beide partijen zijn zowel inhoudelijke als relationele onderwerpen besproken. Ook hebben er nog aanvullende “keukentafel” gesprekken plaatsgevonden tussen individuele partijen en FVD Helmond. Op advies van de formateur is een afwegingskader opgesteld om de uiteindelijke keuze vorm te geven. Uiteindelijk zijn de partijen gezamenlijk tot de keuze voor D66 Helmond gekomen. Hierbij hebben bestuurlijke ervaring en inhoudelijke programmatische aansluiting een belangrijke rol gespeeld. Nadat D66 Helmond was bijgepraat over uitgangspunten en al inhoudelijk besproken thema`s, zijn de formerende partijen verdergegaan met inhoudelijke vormgeving van het coalitieakkoord.

In goede harmonie met inhoudelijke sterke discussies is het akkoord tot stand gekomen. Hierbij is gekozen voor een drieluik om tot de inhoud te komen. Stap 1 voorlichting vanuit specialisten, Stap 2 inhoudelijk gesprek over koerswijzigingen, accenten en onderbouwing en Stap 3 vastleggen in het akkoord. Overlegmomenten Er werd beoogd om de formatie in een korte tijd af te ronden. Door de bereidwilligheid van de betrokken partijen om zich hiervoor vrij te maken, kon met een ambitieuze planning worden gewerkt. Op de volgende momenten hebben plenaire overleggen plaatsgevonden: 16 april 2026 21 april 2026 22 april 2026 24 april 2026

16:00 – 18:00 9:00 – 21:00 9:00 – 18:00 12:00 – 16:00

27 april 2026 28 april 2026 6 mei 2026 7 mei 2026

19:30 – 22:00 9:00 – 15:00 9:00 – 17:00 9:00 – 17:00

15 mei 2026 18 mei 2026 19 mei 2026 21 mei 2026

9:00 – 17:30 9:00 – 12:00 9:00 – 18:00 13:00 – 17:00

Tijdens de formatie ontvangen informatie Tijdens het formatieproces hebben diverse themasessies plaatsgevonden, die door de ambtelijke organisatie werden verzorgd. Ook zijn er vragen gesteld aan de ambtelijke organisatie. De ontvangen informatie is benut bij het opstellen van het coalitieakkoord. Omwille van transparantie zijn de slides die gebruikt zijn tijdens de themasessies online te raadplegen (bijlage 2). Dit geldt ook voor de beantwoording van de schriftelijk gestelde vragen (bijlage 1).

2

Bijlage 1 bij het procesverslag

Beantwoording schriftelijke vragen en memo’s

3

Inhoud Leefomgeving ........................................................................................................................................... 5 Waterbergingsgebieden ........................................................................................................................ 5 Gebiedspaspoorten .............................................................................................................................. 6 Energie ..................................................................................................................................................... 6 Reductie broeikasgassen ..................................................................................................................... 6 Aardgasvrije woningen ......................................................................................................................... 7 Tijdelijkheid CDOKE-middelen in relatie tot aantrekken medewerkers ................................................ 7 Oude infrastructuur ............................................................................................................................... 7 Huidige focus energietransitie ..............................................................................................................

8 Mobiliteit ................................................................................................................................................... 8 Levensduur Kasteel-Traverse............................................................................................................... 8 Economie.................................................................................................................................................. 8 Kansen voor verbreding slimme maakindustrie ................................................................................... 8 Opbrengst investeringen in campussen ............................................................................................... 8 Arbeidsmarkt .......................................................................................................................................... 10 Groep met steeds grotere afstand tot de arbeidsmarkt...................................................................... 10 Loketfunctie bij elkaar brengen onderwijs en vraag bedrijfsleven...................................................... 10 Memo Studentenhuisvesting in Helmond ...........................................................................................

11 Cultuur .................................................................................................................................................... 13 Bibliotheek-Kunstkwartier ................................................................................................................... 13 Kunsthal .............................................................................................................................................. 14 Kostendekkende huur culturele instellingen ....................................................................................... 15 Samenwerking met provincie ten aanzien van de depotfunctie ......................................................... 15 Cultuureducatie ................................................................................................................................... 15 Samenleving ........................................................................................................................................... 16 Spreidingswet ..................................................................................................................................... 16 Zorg & Ondersteuning ............................................................................................................................

19 Memo verlenging Winterkouderegeling .............................................................................................. 19 Memo Vestiging woonzorginstellingen ............................................................................................... 20 Sporten & Bewegen ............................................................................................................................... 21 Sportaccommodaties .......................................................................................................................... 21 Organisatie ............................................................................................................................................. 22 Doorwerken na de AOW-leeftijd ......................................................................................................... 22 HR-jaarverslag .................................................................................................................................... 22 Financien ................................................................................................................................................ 22 Afbouw financiële risico’s grondpositie Nieuw-Brandevoort...............................................................

22 Overzicht ombuigingen ....................................................................................................................... 25 Subsidies en dekkingsbronnen........................................................................................................... 28 Hondenbelasting ................................................................................................................................. 32

4

Tijdens de formatie in Helmond in 2026 heeft de formateur diverse schriftelijke vragen neergelegd bij de ambtelijke organisatie. In dit document staan de gestelde vragen en de antwoorden hierop.

Leefomgeving Waterbergingsgebieden Vraag: In hoeverre zijn waterbergingsgebieden nodig? Antwoord: We spreken over twee soorten waterberging: Waterbergingsgebieden aangewezen door provincie / waterschappen. In Helmond zijn drie gebieden aangewezen als waterbergingsgebied. Daarnaast hebben we nog een reservering voor waterbergingsgebied staan in en rondom Croy, in het beekdal van de Goorloop. Op dit moment blijft die reservering staan, mogelijk voor toekomst. Dat gebied is nog niet als zodanig ingericht. Deze gebieden worden ingezet voor waterberging als door de grote hoeveelheid (langdurige) regen het watersysteem vol komt te zitten. Doordat de bodem dan is verzadigd, komt elke druppel snel in sloten en beken terecht. Dat betekent extra afvoer van water én hogere waterstanden. Onze gemeentelijke normen en richtlijnen bij waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente Helmond werkt aan het verhogen van de waterbergingsnorm om de stad klimaatbestendig te maken. De ambitie is inderdaad om de norm voor waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen te verhogen. Dit is in lijn met landelijke richtlijnen, zoals de nationale maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Voorheen werd vaak uitgegaan van een norm van 60 mm (60 liter per /m2 verhard oppervlak) om wateroverlast door extreme hoosbuien te voorkomen.

Dit verschuift in de Uitvoeringsagenda klimaatbestendig Helmond 2026-2030 naar hogere eisen (richting 100 mm of meer in extreme scenario's). Denk bijvoorbeeld aan de hoosbuien zoals op 4 mei 2026. Het huidige beleid is dat de opgave voor waterberging (per ontwikkeling) kan verminderen als gekozen wordt voor groene maatregelen. Groene maatregelen worden beloond met een lagere bergingsnorm. Dit omdat groene maatregelen bijdragen aan andere doelen, zoals tegengaan verdroging, verminderen hittestress en vergroten biodiversiteit. De groene maatregelen worden uitgewerkt in relatie met de basiskwaliteit natuur. We hebben nu enkel een online rekentool voor de waterbergingsopgave, we gaan toe naar een tool waarin ook de groene maatregelen zijn meegenomen.

5

Gebiedspaspoorten Vraag: Kan inzicht worden gegeven in de gebiedspaspoorten? Antwoord: Per gebied is een gebiedspaspoort uitgewerkt. Dat is een gedetailleerd kaartbeeld waarin de natuur, het landschap en de klimaatopgaven zijn opgenomen en de ontwikkelrichting is geduid. Deze zijn te vinden op de online GIS-viewer: geohelm01.helmond.nl. In de GIS-viewer wordt verwezen naar de Natuur- en Landschapsvisie.

Energie Reductie broeikasgassen Vraag: Waar staan we als Helmond ten opzichte van de doelstelling om in 2030 een reductie van 55% van de broeikasgassen te hebben behaald? En waar staan we landelijk? Antwoord: Dit wordt gemonitord via de Regionale klimaatmonitor. Onderstaande grafieken geven een beeld. Hierin is te zien dat de uitstoot van broeikasgassen vanaf 2021 sterker afnam dan daarvoor. Dit was het gevolg van de hoge energieprijzen als gevolg van geopolitieke spanningen en de start van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Door de hoge energieprijzen hebben mensen en bedrijven hun gedrag aangepast (thermostaat lager, productieprocessen aangepast) en is er meer geïnvesteerd in het isoleren van woningen. We zien dat het aardgasverbruik in 2024 weer wat gestegen is. Structurele maatregelen (o.a. isolatie, aanpassen bedrijfsprocessen) zorgen voor een structureel effect, maar we zien ook dat de gedragscomponent deels prijsafhankelijk is en weer teniet gedaan kan worden.

6

Aardgasvrije woningen Vraag: Hoever zijn we ten opzichte van de ambitie om in 2030 8.100 woningen (of een equivalent daarvan) aardgasvrij te hebben? Antwoord: De woningbouwcorporaties zijn de afgelopen jaren op tempo gekomen met het verduurzamen van hun woningbestand. Dit gebeurt op basis van landelijke afspraken tussen Rijk en Aedes (prestatieafspraken verduurzaming). Om hoeveel woningen het tot nu toe in Helmond gaat, moet nagevraagd worden. Voor particuliere woningen heeft de gemeente geen totaaloverzicht. Tijdelijkheid CDOKE-middelen in relatie tot aantrekken medewerkers Vraag: Hoe verhoudt de tijdelijkheid van CDOKE-middelen zich tot het aantrekken van mensen (met waarschijnlijk een vast contract)? Antwoord: Het uitgangspunt in de organisatie is dat structurele formatie wordt gefinancierd uit structurele middelen. CDOKE-middelen zijn door de vorige minister van KGG toegezegd tot en met 2030. Hoewel de middelen tot nu toe een tijdelijk karakter hebben, heeft het Rijk altijd aangegeven dat gemeenten erop moet kunnen vertrouwen dat middelen voor de energietransitie structureel beschikbaar komen en blijven. We hopen dat hierover in de aanstaande meicirculaire meer duidelijkheid komt. Oude infrastructuur Vraag: Wat gebeurt er met oude infrastructuur voor aardgas? Antwoord: Het uitgangspunt is dat infrastructuur die niet meer gebruikt wordt, verwijderd wordt.

Dit staat in de Wibon (Wet informatieuitwisseling boven- en ondergrondse netten). In sommige gevallen kan een leiding die niet meer in gebruik is blijven liggen, mits deze ‘onklaar’ gemaakt is en de beheerder van de leiding bekend is. Overigens kunnen leidingen voor het transport van aardgas in sommige gevallen hergebruikt worden voor het transport van andere (gasvormige) stoffen, waaronder waterstof.

7

Huidige focus energietransitie Vraag: Waar ligt op dit moment de focus voor het bevorderen van de energietransitie? Antwoord: De focus ligt momenteel op: - Het isoleren van panden - Het besparen van energie - Het verminderen van de piekvraag - De wijkaanpak voor het aardgasvrij maken Het advies is om de wijkaanpak voor het aardgasvrij maken te temporiseren in verband met de netcongestie. En om nog meer aandacht te geven aan besparen en dempen van de piekbelasting.

Mobiliteit Levensduur Kasteel-Traverse Vraag: Wat is de levensduur van de Kasteeltraverse? Dit in relatie tot een meerjarig beeld van benodigde investeringen en het programmeren van ontwikkelingen. Antwoord: De raad is maart jl. geïnformeerd over het project Reconstructie Kasteel-Traverse met een raadsinformatiebrief. In deze brief is ook gerefereerd aan de Kasteel-Traversebrug en de toegenomen opgave voor herstel. Momenteel vindt er ontwerpwerk plaats welke technische maatregelen nodig zijn voor verlenging van de levensduur van de brug. Bij verlenging van de technische levensduur kan de brug weer 15 jaar mee. In dit najaar wordt hierover besluitvorming verwacht in het college van B&W.

Economie Kansen voor verbreding slimme maakindustrie Vraag: Waar liggen kansen om binnen de slimme maakindustrie te verbreden? Antwoord: Er liggen enerzijds kansen om de slimme maakindustrie meer te verbinden met de andere speerpuntsectoren Food Tech en Automotive. Daarnaast liggen er kansen in de diversificatie, bijvoorbeeld door middel van verbreding naar sectoren als veiligheid en defensie en mogelijk ook de zorg en de bouw. Die inschatting is gebaseerd op: 1. De economische visie (cross over van maakindustrie met Food Tech en Automotive) 2. De diversificatiestrategie van Brainport Development 3. Relevante maatschappelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld verhoging NAVO-norm naar 5% en kansen door aanbestedingen defensie). Opbrengst investeringen in campussen Vraag: Wat hebben onze investeringen in campussen opgeleverd? Hoe meten we de effecten van de subsidies die we verstrekken? Antwoord: Automotive Campus Vanaf 1 juli 2023 zijn diverse subsidies verleend aan de Automotive Campus. Met deze investeringen is gewerkt aan: - Bewaking van het Automotive Campus concept; - Fysieke doorontwikkeling van de AC, met aandacht voor netcongestie en het bouwrijp maken van grond; - Aantrekken van nieuwe bedrijven voor de AC; 8

-

Uitbouwen van het ecosysteem op en rondom de campus en versterking van het vestigingsklimaat (community building); Medewerking verlenen aan een nieuwe beheersstructuur (was PPS-constructie, nu aankoop AC). Algemene activiteiten gericht op werkgelegenheid, bedrijvigheid, innovatie en mobiliteit; Specifieke activiteiten gericht op ontwikkeling en exploitatie van de campus.

Deze investeringen hebben opgeleverd: - Jaarlijkse groei mensen op de campus van 15%. Van 416 mensen in 2015 naar 1.750 in 2025; - 1.250 + banen, > 500 studenten en 64 bedrijven. 25 labs en test faciliteiten; - 100 events en 20.000 bezoekers per jaar; - Ecosysteem: aantrekken van startups en scale-ups; - Innovatie samenwerking met OEM's; - Toegevoegde waarde voor GH en regio op zowel economisch als maatschappelijk vlak; - Het faciliteren van ons eigen groeiende MKB is van groot belang; - AC is één van de parels van Brainport; - Vlaggenschip voor de Helmondse economie: pijler in economisch beleid. Food Tech Brainport In 2022 is in opdracht van de gemeente Helmond en de provincie Noord-Brabant een traject gestart om te komen tot een visie op de doorontwikkeling van FTB. Op 10 september 2024 is de visie vastgesteld door de gemeenteraad. De raad heeft toen kennisgenomen van het meerjarig uitvoeringsplan dat is opgesteld door het bedrijfsleven. Daarin heeft het bedrijfsleven aangegeven hoe zij zich committeren aan de realisatie van de toekomstvisie. Door de raad is €1.000.000 gereserveerd voor de uitvoering van de visie. Gedurende het visietraject zijn voor de jaren 2022 en 2023 exploitatiesubsidies verleend. Het bedrijfsleven heeft daarvoor cofinanciering geleverd:

Deze investeringen hebben opgeleverd dat de continuïteit van FTB als innovatieve hotspot geborgd was. Na het vaststellen van de visie door de raad op 10 september 2024 zijn subsidies verleend voor de uitvoering van de visie. Ook daarvoor heeft het bedrijfsleven cofinanciering geleverd.

*moet nog vastgesteld worden. Met de subsidie voor de tweede helft van 2024 zijn de eerste stappen gezet om de nieuwe toekomstvisie voor FTB uit te voeren. Er is draagvlak gecreëerd bij mogelijke samenwerkingspartners, er is gewerkt aan de (inter)nationale zichtbaarheid en er is samenwerking opgezet met partners in het onderwijs, met ondernemersnetwerk Food Connection Zuid, Next Tech Food Factories en Noves de Peel.

9

De subsidie van 2025 is enerzijds gebruikt voor het versterken van de samenwerking met de partners in het ecosysteem, het vergroten van de zichtbaarheid en anderzijds voor het realiseren van aanpassingen in de panden van FTB. De panden zijn zodanig aangepast dat ze toegankelijker zijn geworden voor andere bedrijven om zich te vestigen. Op die manier kunnen meerdere bedrijven zich vestigen. De subsidieaanvraag voor 2026 ter hoogte van €250.000 moet nog behandeld worden. Monitoring effecten Om in aanmerking te komen voor de gereserveerde middelen voor de periode tot 2027, dienen zowel FTB als Stichting Automotive Campus jaarlijks een jaarplan in met concrete activiteiten en resultaten. Op basis van het jaarplan wordt besloten tot het verlenen van een subsidie en het uitbetalen van een voorschot. Het voorschot wordt bij de vaststelling van de subsidie omgezet in een definitieve betaling. Daarnaast worden de effecten als het gaat om de investering in de Automotive Campus ook gemonitord in de vergaderingen van de Raad van Toezicht. Als gemeente maken we daar onderdeel van uit

Arbeidsmarkt Groep met steeds grotere afstand tot de arbeidsmarkt Vraag: Tijdens de themasessie Economie & Cultuur werd vermeld dat er een groep is met een steeds grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Wat zien we op dat vlak? Antwoord: We zien enerzijds dat het percentage werkenden (arbeidsparticipatie) op dit moment historisch hoog is. De arbeidsmarkt is krap, de werkloosheid is laag en werkgevers zijn voortdurend op zoek naar talent. Tegelijkertijd zien we een groep met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt die om verschillende redenen niet of minder goed mee kan. De arbeidsmarkt verandert steeds sneller en sociale en technologische ontwikkelingen vragen om wendbaarheid en vaardigheden (skills) die niet voor iedereen haalbaar zijn. Daarnaast zien we dat de huidige druk op de arbeidsmarkt in relatie tot demografische ontwikkelingen (steeds minder mensen doen steeds meer werk) leidt tot ‘nieuwe’ groepen op de arbeidsmarkt die (tijdelijk) een afstand tot de arbeidsmarkt en belemmeringen naar werk ervaren. Denk hierbij aan een stijging van het aantal werkenden met een psychische kwetsbaarheid, het aantal jongeren in de bijstand dat toeneemt of internationaal talent zoals statushouders of arbeidsmigranten waarvoor duurzaam werk niet vanzelfsprekend is. Juist in een krappe arbeidsmarkt als dit is alle talent hard nodig.

Loketfunctie bij elkaar brengen onderwijs en vraag bedrijfsleven Vraag: Er is sprake van een verplichte loketfunctie voor het bij elkaar brengen van onderwijs en de vraag vanuit het bedrijfsleven. Wat doen we daaraan? Antwoord: Er is een verplichte loketfunctie voor alle vragen rondom werk en ontwikkeling van inwoners en werkgevers. In dit kader wordt in elke arbeidsmarktregio momenteel gewerkt aan het opzetten van een Werkcentrum. In de arbeidsmarktregio Helmond-De Peel is deze lijn al eerder ingezet vanuit de regionale behoefte van partners. Sinds september 2024 is in dit kader het Werkcentrum Helmond-De Peel operationeel. Sinds april 2026 kent het Werkcentrum Helmond-De Peel ook een fysieke inlooplocatie (Churchilllaan) en wordt gewerkt met regionale inlooppunten. Opdrachtgever van het Werkcentrum Helmond-De Peel zijn alle partners van het Regionaal Beraad Helmond-De Peel (VNONCW, FNV, CNV, UWV, Ter AA, Senzer, gemeenten, SBB, Brainport Development).

10

Memo Studentenhuisvesting in Helmond Er wordt gekeken naar de vraag in welke omvang Helmond studentenhuisvesting wil en kan realiseren. In dit memo wordt hier een beschouwing op gegeven. Afspraken Verstedelijkingsakkoord In het verstedelijkingsakkoord van 2020 heeft Helmond toegezegd 300 studenteneenheden te realiseren. Herijkte Woondeal 2025: onzelfstandige eenheden 2.280 x 0,15 voor Helmond = 342 met start bouw voor 2030. In de woondeal worden onzelfstandige eenheden apart geteld, zelfstandige vallen onder de afspraak van 15.800. Vooralsnog is 342 de afspraak, maar het is goed na te denken over wat we willen en wat goed is voor de stad. Een aanbod van 800-1000 lijkt daarbij passend. Zoals afgesproken met het rijk groeit Helmond voor de eigen ontwikkeling, maar ook voor de opgave in de regio. Daar waar de ontwikkeling voor zichzelf grotendeels vastligt door de demografische ontwikkeling en een veranderende woningbehoefte, biedt de groei voor de regio de kans om nieuwe doelgroepen naar onze stad te trekken. Studentenhuisvesting kan daarbij relatief eenvoudig worden toegevoegd aan het al bestaande programma, omdat het een zeer lage parkeernorm kent (deze moet nog wel worden aangepast in de beleidsregel). Concrete vraag naar Studentenhuisvesting Het tekort aan studenteneenheden in de regio loopt op van 1.500 naar 5.400 in 2032. Hierdoor moet de TU/e nu studenten weigeren.

Er is een acuut tekort in 2026 (enkele 100’en), in 2027 en 2028 is er nieuw aanbod (Eindhoven, Dorgelolaan), vanaf 2029 is er een structureel tekort van 500 eenheden per jaar. Minimale omvang en mix doelgroepen Studentenhuisvesting is interessant vanaf 100 tot 150 eenheden in verband met het plaatsen van een beheerder. Een mix met werkende jongeren binnen het complex is niet wenselijk, een mix tussen WO, HBO en MBO is wel goed mogelijk. Studenten in Helmond Helmond zou een grotere rol kunnen spelen in de huisvesting van studenten. Als onderdeel van Brainport is het belangrijk deze doelgroep van toekomstige vakmensen vast te houden in de regio. Er wordt al gekeken naar steden als Roermond, Weert en Sittard, maar het zou zonde zijn als deze talentvolle doelgroep onze stad voorbij rijdt. Sfeer en levendigheid Studenten zorgen voor sfeer en levendigheid in de stad. Hoe groter de groep die in Helmond gehuisvest wordt, hoe meer sfeer. Dan kunnen ook studentenvoorzieningen worden gerealiseerd, zoals een studentenkroeg, studielokaal, en andere zaken. Dit draagt bij aan de levendigheid van het centrum en het Stationskwartier. Ze zijn ook vaak actief in bijbaantjes, zoals in detailhandel en horeca. Studentenhuisvesting wordt ook vaak ingezet om in nieuw te ontwikkelen gebieden voor placemaking te zorgen (zoals bij Strijp S is gebeurd): de wooneisen zijn vaak minder hoog.

Instroom en vasthouden van talent Studenten zorgen daarmee voor de instroom van hogeropgeleiden, en goede huisvesting zorgt ook voor het vasthouden van Helmondse talenten. Ook starten studenten vaak nieuwe bedrijfjes op, en werken ze aan innovatieve projecten. Het geeft dus ook een economische impuls. Door deze doelgroep aan onze stad te verbinden snijdt het mes dus aan meerdere kanten. Studenten worden uiteindelijk ouder en zoeken dan als starter naar een woning. Ze als student binden aan Helmond is dus zeker interessant voor de toekomst, zeker in gebieden waar we nieuwe doelgroepen (die we nu nog niet zo kennen in Helmond, zie KAW doelgroepenonderzoek1) willen trekken naar Helmond. 1 In augustus 2025 hebben we een doelgroepenonderzoek opgeleverd. Dit document is een inspirerende

bouwsteen voor verschillende gebiedsontwikkelingen in onze stad. We gebruiken dit onderzoek als onderlegger voor differentiatie tussen ontwikkelgebieden, de gebiedsprofilering en ruimtelijke branding. In het centrum en het stationskwartier zien we uitgebreide mogelijkheden voor een gevarieerde mix van bewoners, waaronder studenten. Andere gebieden in onze stad zijn minder geschikt voor studentenhuisvesting.

11

Naast een opgave voor de studenten uit Eindhoven heeft Helmond zelf ook een studentenpopulatie. Op hogeschool De Kempel zitten ca 1150 studenten, terwijl op de Automotive Campus ca 700 studenten rondlopen. Ook op Ter Aa zitten voldoende jonge mensen die op zichzelf zouden willen wonen. Daarnaast studeert veel Helmondse jeugd in Eindhoven, welke ook in Helmond gehuisvest zouden kunnen worden. Daarmee worden jonge talentvolle mensen behouden en gebonden aan de stad. Economie We willen de samenwerking met de TU/e intensiveren en verder uitbreiden. Daartoe gaan we met de TU/e, in samenwerking met het Safety & Security Cluster, o.a. een aantal onderzoekstrajecten op de Automotive Campus starten. Daarmee hebben we de gehele leerlijn op de campus gevestigd. Door huisvesting voor studenten aan te bieden, zijn we een uitstekend alternatief voor Eindhoven en bouwen we aan het toekomstbestendig maken van Helmond. 'De Automotive Campus streeft ernaar om in Europa hét innovatie-, test- en kenniscentrum te zijn voor de ontwikkeling, nicheproductie en implementatie van intelligente duurzame voertuigen met geavanceerde aandrijflijnen en energieopslagsystemen'. Ook op andere economische vlakken wordt de samenwerking met de TU/e verder gezocht. Het toevoegen van studenteneenheden zorgt voor een sterkere band met de Tu/E en Fontys en maakt dit nog interessanter.

Door studenten aan de stad te verbinden binden we jonge vakmensen aan onze stad. Mensen die nodig zijn om de personeelstekorten aan te pakken. Dit is ook de strategie van de TU/e en Fontys, om onze vakmensen van de toekomst op te leiden. Studentenhuisvesting in de stad De student wil voornamelijk een interessante en levendige omgeving. De nabijheid van de stad en openbaar vervoer zijn daarbij zeer belangrijk. Het stationskwartier, en eventueel het centrum, lijken dan ook de aangewezen plekken. Ook voor de stad zelf zijn het Stationskwartier en het centrum de meest interessante locaties. Studenten zorgen daar immers voor levendigheid, en dat kunnen deze gebieden goed gebruiken. Andere locaties, zoals woonwijken of de Automotive Campus, lijken minder geschikt, omdat dat geen levendige omgeving biedt en daarmee het risico op eenzaamheid weer vergroot. Ook mengen werkenden en studenten niet altijd goed door verschillende leefritmes. Parkeernorm In Helmond is de parkeernorm 0,4: het gemiddelde tussen arbeidsmigranten en studenten die nu nog in dezelfde categorie vallen. Dit kan omlaag. Als voorbeeld, in Eindhoven is de norm 0,1, maar voor diverse projecten ook lager. Daarmee neemt het ook geen ruimte in beslag van andere projecten. Daarmee zou ook transformatie van bestaande panden veel eenvoudiger worden.

Mogelijke locaties studententhuisvesting in Helmond Alle locaties liggen op loopafstand van het station, met name rond het Stationskwartier en het centrum. Het grote voordeel is dat studenten een zeer kleine parkeervraag hebben. Daardoor kan het programma relatief makkelijk worden toegevoegd, bovenop het bestaande woningbouwprogramma. Dit biedt kansen met name op plekken waar weinig mogelijkheden zijn om parkeren op te lossen, zoals centrum (wonen boven winkels) en Stationskwartier. Ook de Cacaofabriek lijkt een zeer geschikte locatie.

We zetten in Helmond in op doorstroming van bestaande inwoners én direct bouwen voor huishoudens van buitenaf. Zo zorgen we voor een goede balans. We zien dat Helmond juist extra instroom krijgt vanuit Eindhoven van groepen die zoeken naar betaalbare producten. Met een diversiteit aan woonproducten kunnen we zorgen dat we bouwen voor de stad én de regio.

12

In onderstaande tabel staan de huidige bekende kansrijke locaties opgesomd. Naam locatie EHAD

Aantal eenheden (onzelfstandig) 100 –120 (vh 47 zelfst.)

Wanneer beschikbaar 2028 gereed

Cacaokade (ten zuiden van Cacaofabriek)

150-250

Project kan opgestart worden, grond en bestemmingsplan zijn gereed.

GGD gebouw

60 tot 80

2026-2027

Wonen boven winkels

Nog nader vast te stellen

Nog nader te bepalen

Pastoor Janssenplantsoen

100-200

Ontwikkeling start op z'n vroegst in 2028

Circa 500 - 800

Nog nader te bepalen

Diverse locaties Stationskwartier . Centrum

Wat is nog nodig tot oplevering Ontwikkeling loopt, parkeernorm dient te worden aangepast Nog geen woningbouw gepland want hier zou een school komen. Dus toevoeging op bestaand programma, met lage parkeernorm. Kan ook de Cacaofabriek een flinke impuls geven. Woonbedrijf heeft al interesse getoond. Oplossing voor het parkeren nodig. Als deze omlaag gaat zou het moeten kunnen. Plannen liggen er al heel lang. Parkeren vaak een probleem, met lage norm voor studenten zou dit opgelost kunnen worden. Zorgt voor levendigheid in de stad. Huidige plan is daar voor 10 jaar een parkeergarage neer te zetten. Mogelijk te combineren met kleiner aantal studenteneenheden Gesprekken over invulling locatie als startpunt lopen hierover.

Cultuur Bibliotheek-Kunstkwartier Vraag: Waarom is destijds de samenvoeging van de Bibliotheek en het Kunstkwartier van tafel gegaan? Antwoord: Het klopt dat in 2020 de gemeenteraad een taakstelling van 520k verbond aan het onderbrengen van de organisaties van Kunstkwartier en Bibliotheek Helmond-Peel in één gebouw. Daarbij was op voorhand duidelijk dat het bedrag zou kunnen fluctueren en als randvoorwaarde werd meegegeven dat de taakstelling niet ten koste van het voorzieningenniveau mocht gaan. Uiteindelijk werd in 2023 besloten om de taakstelling te herzien. Het samenvoegen in één gebouw bleek in de praktijk niet uitvoerbaar zonder aantasting van het voorzieningenniveau en het culturele aanbod in de stad. Uit het gevoerde onderzoek bleek dat geen van de verkende opties — gezamenlijke huisvesting, synergievoordelen, verlaging van subsidies of vastgoedmaatregelen — de beoogde besparing mogelijk maakte zonder inhoudelijke verschraling. Wat van te voren efficiënt leek, bleek bij nader onderzoek niet voor een besparing te zorgen. Beide bestaande gebouwen bleken ongeschikt zijn zonder ingrijpende en kostbare aanpassingen, terwijl het behoud van een gelijkwaardig voorzieningsniveau extra locaties en kosten elders in de stad vereiste.

Eventuele besparingen door afstoten van een de gebouwen werden bovendien grotendeels tenietgedaan door investeringen, exploitatiekosten elders en financieel verlies bij verkoop onder de boekwaarde. Daarbij kwam dat beide instellingen financieel al onder druk stonden door de naweeën van corona, sterk gestegen energieprijzen, inflatie en koopkrachtverlies. Tegelijkertijd waren (en zijn) zij gebonden aan regionale samenwerkingsafspraken. Het college concludeerde daarom dat de 13

bezuinigingsopgave niet haalbaar was en besloot de taakstelling te herzien en deze te betrekken bij een bredere, integrale afweging in de toen nog op te stellen Cultuurvisie. Inmiddels is wel, in het kader van de ombuigingen, indirect bezuinigd, in de vorm het niet indexeren van de jaarlijkse subsidie. In 2024 stelde de gemeenteraad de Cultuurvisie 2040 vast. Deze visie zet nadrukkelijk in op strategische doelen als Centrum als verbinder, Leven lang leren, Samen actief en Betrokken jongeren. Om deze doelen te kunnen realiseren, zijn vitale culturele basisinstellingen een expliciete randvoorwaarde binnen het beleid. Ook de ontwikkelingen rondom de Schaalsprong en het meegroeien van voorzieningen is in deze context van belang. Een eenzijdige bezuiniging middels de genoemde taakstelling op juist deze dragende instellingen stond en staat daarmee haaks op de vastgestelde beleidskoers. De gemeenteraad werd met Raadsinformatiebrief 78 hierover geïnformeerd (link: RIB 78 - 12 juni 2023) Kunsthal Vraag: Welke mogelijkheden zijn er om de kosten voor de Kunsthal structureel te verlagen? Antwoord: De vraag is niet eenvoudig te beantwoorden, omdat er sprake is van verschillende onderdelen die elkaar wederzijds beïnvloeden (communicerende vaten). Daarom is het nodig om eerst wat context te geven. Terugbrengen van structurele kosten van de Kunsthal is mogelijk.

De vraag is alleen wat het financieel oplevert. De doorontwikkeling van de Kunsthal is een integrale transformatie van gebouw, programma en publieke functie, waarin inhoudelijke ontwikkeling en ruimtelijke ingrepen in samenhang worden gerealiseerd. Ook de budgetten zijn hierdoor verweven met elkaar. De doorontwikkeling in relatie tot investeringen De investeringsplannen voor de doorontwikkeling van de Kunsthal worden mede mogelijk gemaakt door de Regiodeal, de Vriendenloterij en allerlei andere aan het projectplan verbonden fondsen. Middelen van de gemeente Helmond zijn als cofinanciering opgevoerd bij deze verworven gelden. Dit betekent dat we deze cofinanciering niet stop kunnen zetten zonder consequenties. Dan gaat het niet alleen om middelen die teruggaan naar de subsidieverstrekker en plannen die niet of half gerealiseerd worden, maar ook het verbreken van aangegaan commitment. Dat laatste kan gevolgen hebben voor toekomstige aanvragen bij ministeries, fondsen en dergelijke. De totale doorontwikkeling richt zich op de transformatie van een klassiek, naar binnen gekeerd museum naar een eigentijdse plek midden in de samenleving, waarin de mens centraal staat tussen kunst en erfgoed. De doelen van de investeringen (waarvoor de fondsen zijn verstrekt) worden gerealiseerd via de programmering en inhoudelijke activiteiten.

Die zijn op hun beurt afhankelijk van structurele financiële en personele inzet. Kort gezegd: investeringen leveren pas echt resultaat op als er ook blijvend geld en inzet is voor activiteiten en inhoud. De fondsenwerving is dan wel gericht op investeringen, maar de doelen waarop getoetst wordt, zijn vooral gericht op inhoudelijke doorontwikkeling en (maatschappelijke) effecten. Overigens bestaat een belangrijk deel van de gemeentelijke cofinanciering uit kosten die de gemeente hoe dan ook gaat maken, zoals groot onderhoud en verduurzaming van het bestaande gebouw, waardoor deze middelen efficiënt worden benut binnen de totale ontwikkelopgave. De externe financiering is daarmee expliciet gekoppeld aan de realisatie van de volledige doorontwikkeling, onder andere in relatie tot de schaalsprong. Mogelijke verlaging structurele kosten Mogelijke opties voor het verlagen van structurele kosten zijn bijvoorbeeld het terugbrengen van de openingstijden (zoals een dag minder open), het beperken van publieksprogramma’s of het temporiseren van de opbouw van formatie (fte). Dergelijke maatregelen leveren echter slechts beperkte financiële effecten op en hebben direct impact op de publieksfunctie, toegankelijkheid en de beoogde groei in bezoekersbereik en maatschappelijke betekenis van de Kunsthal.

14

Wanneer wordt gekeken naar mogelijkheden om de structurele last te beïnvloeden, is er ook de mogelijkheid van meer inkomsten. Echter het is de vraag of dit realistisch is. In het doorgerekende exploitatiemodel (door een onafhankelijk bureau) is namelijk al rekening gehouden met een toename van inkomsten als gevolg van de uitbreiding van het gebouw, de verwachte groei van bezoekersaantallen en een intensiever publieks- en programma-aanbod. Deze autonome groei maakt daarmee al onderdeel uit van de financiële doorrekening. Aanvullende inkomsten zijn in theorie denkbaar via onder meer entreegroei, betaalde publieksactiviteiten binnen het MakersLab, verhuur van ruimtes, horeca- en winkelopbrengsten en samenwerkingen met onderwijs, bedrijfsleven en fondsen. Echter is het museum gebonden aan wet- en regelgeving, zoals bestemmingsplan, Wet Markt en Overheid, waardoor ruimte voor ondernemen beperkt is. Tegelijkertijd blijft het karakter van de Kunsthal als publieke, toegankelijke voorziening bepalend. De exploitatie is daarom bewust afgestemd op een balans tussen maatschappelijke opdracht en realistisch verdienvermogen. Kostendekkende huur culturele instellingen Vraag: Tijdens de themasessie Economie & Cultuur is gezegd dat een steeds groter deel van de gemeentelijke subsidie naar kostendekkende huur gaat.

Wat betekent kostendekkende huur? Antwoord: Kostendekkende huur is een huurbedrag dat is gebaseerd op de daadwerkelijke kosten van een pand. Het gaat om kosten zoals onderhoud, beheer en rente en aflossing. De huur is daarmee niet gebaseerd op wat een vergelijkbaar pand op de vrije markt zou kosten, maar puur op het volledig terugverdienen van deze gemeentelijke kosten. In de praktijk betekent dit vaak dat de huur aanzienlijk hoger uitvalt dan een marktconforme huur. De drie culturele instellingen Bibliotheek Helmond-Peel, het Kunstkwartier en de Cacaofabriek zijn allemaal gevestigd in een pand van de gemeente en betalen een kostendekkende huur. Deze huur wordt betaald uit de reguliere exploitatiesubsidie. Van het totale subsidiebedrag vloeit dus een aanzienlijk deel direct terug naar de gemeente. Als de subsidie die zij ontvangen niet of minder hard meestijgt, terwijl de huur wél stijgt, gaat een steeds groter deel van hun subsidie direct op aan huurbetalingen aan de gemeente. Daardoor blijft er relatief en absoluut minder budget over voor hun inhoudelijke activiteiten. Dit werkt in de praktijk door als een soort indirecte bezuiniging op het culturele aanbod, omdat meer subsidie “intern” terugvloeit naar de gemeente via de huurconstructie in plaats van dat het beschikbaar is voor programmering en uitvoering.

Samenwerking met provincie ten aanzien van de depotfunctie Vraag: Wordt met de provincie samengewerkt voor de depotfunctie voor archeologische vondsten? Antwoord: Ja, er wordt intensief samengewerkt met de provincie. De provincie treedt daarbij op als toezichthouder voor de conditie van vondsten en ontsluiting van bijbehorende documentatie. Cultuureducatie Vraag: Welke cultuureducatie vindt structureel plaats op scholen (o.a. méér muziek in de klas) en daarbuiten? In hoeverre is er samenwerking hierop tussen scholen, verenigingen en de gemeente? Antwoord: Cultuureducatie onder schooltijd is een kerntaak van CultuurContact. CultuurContact is formeel ondergebracht bij Kunstkwartier, maar is een onafhankelijke en geoormerkte afdeling.

15

Belangrijkste producten en programma’s: - Kunstmenu (primair onderwijs) – structureel cultuurprogramma waarin leerlingen gedurende hun schoolloopbaan kennismaken met alle kunstdisciplines (theater, muziek, beeldende kunst, erfgoed, media). - Cultuureducatie met Kwaliteit (CMK) is een landelijk programma dat scholen ondersteunt bij het structureel verbeteren en verankeren van cultuuronderwijs in het curriculum, zodat alle leerlingen in aanraking komen met kunst en cultuur. - Cultuurweek VO (WAH-week) – culturele week voor de 3e klassen van alle scholen voor voortgezet onderwijs met workshops, voorstellingen en actieve deelname bij culturele instellingen. - Projecten op maat (primair, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs) – flexibele cultuurprojecten afgestemd op de vraag van scholen. - Erfgoededucatie – lespakketten en projecten zoals stadsexploratie, historische verhalen en museumbezoek. - Méér Muziek in de Klas – versterking van muziekonderwijs op basisscholen. - Naschoolse cultuurprogramma’s – creatieve trajecten, vakantieprogramma’s en talentontwikkeling (o.a. portfolioklas en zomerschool). - Sjors Sportief & Creatief – laagdrempelig programma waarmee kinderen kennis maken met sport en cultuur via korte activiteiten. - Professionaliseringstrajecten voor leerkrachten en cultuurprofessionals – trainingen, coaching en kennisdeling.

Financiën De gemeentelijke bijdrage voor CultuurContact is € 355.163,-. Hiervan is € 73.160,- afkomstig uit de SPUK GALA (tijdelijke rijksmiddelen). Deze bijdrage is een geoormerkt deel van de subsidie aan Kunstkwartier, waar CultuurContact formeel onder valt. Vanuit het Ministerie van OCW ontvangt CultuurContact daarnaast sinds 2013 rechtstreeks € 80.663,- voor Cultuureducatie met Kwaliteit (CMK4). De financiering van CultuurContact (en daarmee cultuureducatie in Helmond) is dus deels gebaseerd op tijdelijke rijksmiddelen. Door het ministerie van OCW is aangegeven dat CMK4 (periode 2025-2028) hoogstwaarschijnlijk de laatste periode zal zijn. Het is nog niet duidelijk of en zo ja, op welke wijze er een vervolg komt. Ook Spuk Gala staat onder druk en het is waarschijnlijk dat de bijdrage af zal nemen. Meer Muziek in de Klas Meer Muziek in de Klas is een landelijk programma dat lokaal wordt uitgevoerd. Het zorgt ervoor dat muziekonderwijs structureel wordt ingebed in het primair onderwijs, zodat alle kinderen op school in aanraking komen met zingen, spelen en muziek maken. Om het programma een impuls te geven is aan Stichting Meer Muziek in de Klas Helmond een subsidie toegekend voor twee jaar: in 2024 € 48.000,- en in 2025 € 42.000,-. CultuurContact voert de taak voor de stichting uit.

Het oorspronkelijke plan ging ervan uit dat daarna financiering via het bedrijfsleven en scholen zou lopen. Dat bleek optimistisch en het programma wordt nu mede gefinancierd uit middelen CMK. Meer informatie is te vinden in: RIB 25 - 2024 - Meer Muziek in de Klas. Financiering in de toekomst is onzeker, omdat er geen duidelijkheid is over de toekomst van CMK. Samenwerking met verenigingen Met de verenigingen wordt vooral samengewerkt bij Meer Muziek in de Klas. Er is hiervoor een convenant afgesloten tussen scholen, verenigingen en CultuurContact.

Samenleving Spreidingswet Vraag: In hoeverre is er juridische ruimte om zonder trucen en binnen de rechtsstatelijkheid (vooralsnog) af te zien van het opvangen van asielzoekers in Helmond of om minder asielzoekers op te vangen dan via de spreidingswet wordt beoogd? Op welke manier en onder welke voorwaarden zou dit kunnen plaatsvinden? Antwoord: De juridische ruimte om af te zien van opvang is er niet. Op grond van de Spreidingswet hebben gemeenten een wettelijke taak om opvang van asielzoekers mogelijk te maken. Dit betekent dat de gemeente niet eenzijdig kan besluiten om geen opvang te realiseren of structureel minder opvang te 16

bieden dan wordt opgelegd. Wel bestaat er beperkte beïnvloedingsruimte, met name in de wijze waarop de opgave wordt ingevuld. Er is per gemeente een opgave. Het gaat uiteindelijk om een opgave per regio (regioplan). Dat betekent dat wanneer een gemeente minder of niets wil realiseren de andere gemeenten dit moeten compenseren. Die bereidheid is in de praktijk niet of nauwelijks aanwezig. Bovendien zet dit ook de samenwerking op andere punten in de regio onder druk. Bij het duidingsdebat op maandag 13 april werd gesuggereerd dat Artikel 8 van de Spreidingswet een mogelijke juridische escape zou zijn. Dit is echter niet het geval. Het artikel meldt dat bij niet tijdige realisering het college dit moet melden bij de minister. Het artikel biedt daarmee geen escape. Dit blijkt ook uit de memorie van toelichting. Het ministerie heeft dit op 21 april per mail bevestigd op onderstaande wijze: “Deze melding ontheft een gemeente echter niet van haar wettelijke taak. Wanneer de oplevering van een locatie vertraging heeft, kan de gemeente bijvoorbeeld in de tussentijd noodopvang aanbieden zodat zij toch aan haar opgave voldoet. Het traject van Interbestuurlijk Toezicht zal met of zonder melding gewoon plaatsvinden.

De melding zorgt ervoor dat de monitoring vanuit het ministerie beter kan plaatsvinden.” Voor de volledigheid artikel 8 “Indien zich feiten of omstandigheden voordoen die maken dat de terbeschikkingstelling, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, of vergunningverlening, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder b, naar verwachting niet tijdig kan worden gerealiseerd, maakt het college hier onverwijld melding van aan Onze Minister.” Is er casuïstiek in andere gemeenten op dit vlak? Er zijn veel gemeenten die in de praktijk terughoudend zijn in het aanbieden van opvangplekken, onder andere doordat het vorige kabinet de Spreidingswet niet erg serieus nam en gemeenten niet voldoende steunde wanneer zij wel hun nek uitstaken. Er zijn echter geen voorbeelden van gemeenten die juridisch succesvol structureel onder hun opgave blijven zonder dat dit regionaal is opgelost. Als gemeenten en provincies er op regionaal niveau onderling niet uitkomen om een taakstelling te herverdelen, stelt het Rijk een verdeling vast. Dat is het uiteindelijke verdeelbesluit en dat is leidend voor de opgave die we krijgen. Daarmee vervalt eveneens de mogelijkheid om onder de opgave uit te komen.

Welke instrumenten zet het Rijk in om toezicht te houden en te handhaven? Het Rijk beschikt over meerdere instrumenten om naleving te waarborgen: - Verdeelbesluit: het Rijk stelt vast hoeveel opvangplekken per gemeente gerealiseerd moeten worden - Bestuurlijke regie: via provinciale en landelijke regietafels wordt gestuurd op voortgang - Interbestuurlijk toezicht: het Rijk vraagt informatie op, roept gemeenten ter verantwoording en geeft waarschuwingen of aanwijzingen. De eerste brieven in dit proces zijn rond 9 april 2026 verzonden aan gemeenten die niet aan hun taakstelling voldoen. - Aanwijzingsbevoegdheid: gemeenten kunnen verplicht worden om opvanglocaties te realiseren. Het Rijk kan afdwingen dat gemeenten aan hun taakstelling voldoen en de regie volledig overnemen. Los van de taakstelling in het kader van de Spreidingswet zijn er landelijk extra (crisis) noodopvangplekken nodig. Het ligt in de lijn der verwachting dat hiervoor specifiek wordt gekeken naar gemeenten die zich niet goed genoeg inzetten om de reguliere taakstelling te halen. Gemeenten die zich passief opstellen kunnen dus via een aanwijzing tot (crisis) noodopvang alsnog gedwongen worden actie te ondernemen los van de taakstelling Spreidingswet.

Regionaal afspraken maken over aantallen op te vangen asielzoekers Om deze vraag verder te beantwoorden is inzicht in het proces rondom de spreidingswet/taakstelling behulpzaam. Hieronder volgt een kort overzicht van hoe dit er in de praktijk aan toe gaat.

17

Fase 1: Capaciteitsraming Het Rijk (via o.a. Ministerie van Justitie en Veiligheid en COA) stelt vast hoeveel opvangplekken landelijk nodig zijn. De totale opgave wordt verdeeld over provincies en gemeenten. Op dit moment is de nieuwe verdeelronde gestart welke eind 2026 moet zijn afgerond. Fase 2: Het gezamenlijk vaststellen van een Regio Plan. In het Regio Plan dient de provincie Noord Brabant een voorstel in bij het Rijk voor de taakstelling, zoals die uiteindelijk zal worden vastgelegd in het verdeelbesluit. Gemeenten hebben daar via het Sub-Regionaal overleg (Sub-Regionale Tafel genoemd, ook wel SRT) inspraak in. Via deze SubRegionale Tafels komt elke regio in onderling overleg met een voorstel bij de provincie. Bij de Provinciale Regie Tafel (ook wel PRT) worden deze voorstellen beoordeeld en samengevoegd tot één geheel, wat als zijnde Regio Plan wordt ingediend bij het Rijk. Fase 3: Vaststelling verdeelbesluit De staatssecretaris van Ministerie van Justitie en Veiligheid stelt definitief vast hoeveel opvangplekken per gemeente gerealiseerd moeten worden. Wanneer een gemeente of provincie via voorgaande weg te weinig opvangplekken aanbiedt, is de minister bevoegd daarvan af te wijken ten behoeve van het vast te stellen verdeelbesluit. Dit verdeelbesluit bevat de definitieve taakstelling die we als gemeente opgelegd krijgen.

Fase 4: Na vaststelling van het verdeelbesluit bestaat de mogelijkheid om bezwaar te maken en eventueel een beroep in te stellen bij de rechtbank. Stand van zaken Momenteel bevindt dit proces zich aan de start van bovengenoemde fase 2. Via het SRT dienen we met onze regiogemeentes tot een voorstel te komen. Aan deze tafel hebben we invloed op de uiteindelijke taakstelling. Het is daarbij van belang te weten dat onze taakstelling op basis van het huidige verdeelbesluit bestaat uit het opvangen van 100 AMV en 250 reguliere asielzoekers. Tijdens de onderhandelingen voor het voorgaande Regio Plan hebben we gebruik gemaakt van de onderhandelingsruimte aan de sub regionale regietafel om aantallen uit te ruilen. Helmond heeft destijds een grotere taakstelling voor wat betreft AMV op zich genomen, in ruil voor een mindering op het aantal reguliere opvangplekken. Deze zijn door regiogemeenten opgenomen. In totaal kwamen we daarmee op een lager aantal uit dan in de capaciteitsraming was vastgesteld. In de praktijk leveren we op dit moment concreet 50 AMV opvangplekken en geen enkele reguliere plek. Daarnaast is het realiseren van nog eens 50 AMV opvangplekken in voorbereiding via dossier Smalstraat. Daarmee hebben we niet voldaan aan hetgeen we destijds aan de Sub Regionale regietafel hebben aangegeven.

Volgens de nieuwe capaciteitsraming (welke eind 2026 moet zijn omgezet naar een verdeelbesluit dient Helmond 462 opvangplekken te leveren, waarvan er 39 geschikt zijn voor AMV. Deze capaciteitsraming is dus de start van het gesprek in de Sub Regionale regietafel. Niet mogelijk is: - Het eenzijdig afzien van opvang. - Structureel onder de opgave blijven zonder compensatie. - Het niet uitvoeren van een opgelegde taak zonder consequenties. Het huidige kabinet geeft aan te zullen handhaven. Gezien het oplopende tekort aan opvangplekken zal dit ook noodzakelijk zijn. Helmond heeft niet aan haar taakstelling voldaan. Daarmee is er dit keer wellicht weinig ruimte aan de Sub Regionale Tafel voor uitruil dan wel herverdeling onder buurgemeenten. De wet biedt nadrukkelijk ruimte voor regionale afspraken. Binnen de provincie worden aan de provinciale regietafel afspraken gemaakt over de verdeling van de totale opgave. Gemeenten kunnen daarbij aantallen onderling verdelen of uitruilen. Voorwaarde is dat de totale provinciale opgave wordt gerealiseerd. Naast de opvang van asielzoekers hebben gemeenten ook te maken met op opvang van Oekraïense ontheemden, het huisvesten van statushouders en de huisvesting van arbeidsmigranten. Mogelijk dat er ook op dit punt tot een soort van “uitruil” kan worden gekomen.

Dat betekent niet minder mensen opvangen, maar mogelijk meer van een bepaalde doelgroep. Als we echter op dit punt inzoomen op Helmond zien we dat we op alle onderdelen niet goed genoeg de taakstellingen halen. 18

Voor het eerstvolgende verdeelbesluit geldt dat de fase van regionale afstemming de belangrijkste beïnvloedingsruimte biedt. Na vaststelling van het verdeelbesluit bestaat de mogelijkheid om bezwaar te maken en eventueel een beroep in te stellen bij de rechtbank. Hoewel dat mogelijk is, is de ruimte om het verdeelbesluit succesvol aan te vechten nihil. - Het Rijk heeft een wettelijke bevoegdheid om dit besluit te nemen - Het besluit is vaak gebaseerd op objectieve verdeelcriteria (zoals inwonertal en draagkracht) - Er is sprake van een nationaal belang (opvangcapaciteit) - Gemeente Helmond heeft de opgave vanuit het voorgaande verdeelbesluit niet waargemaakt. Te verwachten uitspraken vanuit Europa, de Eerste Kamer en de Tweede Kamer Op nationaal niveau is het kabinet voornemens de Spreidingswet verder uit te voeren en daar ook op te handhaven. Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat de wettelijke verplichting voor gemeenten op korte termijn vervalt. Dit betekent dat de lijn van verplichte bijdrage van gemeenten aan opvang wordt voortgezet. De huidige minister zet zich daar actief voor in, onder andere omdat het landelijke tekort aan opvangplekken voor een steeds nijpendere situatie zorgt. De Eerste Kamer heeft de Asielnoodmaatregelenwet verworpen, het tweestatusstelsel is wel aangenomen.

Hiermee worden asielzoekers in twee groepen verdeeld, vluchtelingen (vervolging op basis van ras, godsdienst of politieke overtuiging) en subsidiair beschermden (oorlogsvluchtelingen). Voor deze laatste groep worden de regels voor nareis veel strenger. Op Europees niveau zal de invoering van het EU Asiel- en Migratiepact op 12 juni 2026 van kracht worden en het pact ziet toe op: - een eerlijkere verdeling van asielverzoeken tussen lidstaten. - versterking van buitengrensprocedures. - versnelling van asielprocedures en terugkeer. Het pact heeft geen directe werking op de gemeentelijke opvangplicht op korte termijn. Op langere termijn kan het leiden tot wijzigingen in de instroom en doorstroom.

Zorg & Ondersteuning Memo verlenging Winterkouderegeling Aanleiding voor dit memo is de besluitvorming die momenteel door het college plaatsvindt en die niet kan wachten op de installatie van het nieuwe college. Aan het college ligt het voorstel voor om de vergunning voor uitvoering van de Warmtekouderegeling bij De Kamenij met drie jaar te verlengen. Het college wil de formerende partijen tijdig informeren. Na de besluitvorming in het college volgt het proces voor besluitvorming door de raad. Dit zal onder verantwoordelijkheid van het nieuwe college plaatsvinden. Wat is de Winterkouderegeling (WKR) De winterkouderegeling (WKR) is een specifieke vorm van opvang voor dak- en thuislozen waarbij iedere buitenslaper wordt opgevangen op het moment dat de weersomstandigheden ontoelaatbare gezondheids-risico’s kunnen opleveren. De opvang voorziet in bed-bad-brood, en als mensen ervoor openstaan (doorgeleiding naar) hulpverlening. Het betreft de opvang van zowel mannen als vrouwen van achttien jaar en ouder. Sommigen zijn in afwachting van een passende plek. Anderen zijn zorg mijdend, maar komen tijdens de winterkoude toch naar de opvang. Ook niet-rechthebbenden kunnen gebruik maken van de winterkouderegeling. Niet-rechthebbenden zijn mensen die in Nederland verblijven maar geen recht hebben op voorzieningen zoals een uitkering of opvang.

Dit zijn bijvoorbeeld EU-arbeidsmigranten die geen rechten hebben opgebouwd of uitgeprocedeerde asielzoekers. De maatschappelijke opvang is wettelijk verankerd in de Wet maatschappelijke opvang 2015 (Wmo 2015), waarin is vastgelegd dat centrumgemeenten (Helmond is centrumgemeente voor de Peelregio) verantwoordelijk zijn voor het bieden van opvang aan kwetsbare groepen. De WKR vormt hierop een aanvullende, bovenwettelijke voorziening als vangnet bij extreme weersomstandigheden. Deze vorm van opvang vloeit ook voort uit internationale mensenrechtenverdragen. De uitvoering wordt betaald uit de reguliere middelen voor maatschappelijke opvang. 19

De WKR in Helmond De winterkouderegeling start in Helmond vanaf de eerste nachtvorst of uiterlijk op 1 december en eindigt op 1 april of na de laatste nachtvorst. De winterkouderegeling wordt uitgevoerd door SMO in nauwe samenwerking met bemoeizorg, politie, adviseur openbare orde en veiligheid en de trajectregisseurs van de gemeente. De afgelopen drie winters is de WKR uitgevoerd in De Kamenij. Deze locatie is in 2023 in gebruik genomen omdat het aantal dak- en thuislozen toenam. De opvang paste niet meer in de reguliere locaties van SMO. Gemiddeld worden dagelijks 35-40 personen opgevangen, in de leeftijd van 18 tot 70 jaar. Het betreft vooral mannen. Er zijn tijdens de WKR korte lijnen tussen omwonenden, SMO, politie en gemeente. Handhaving en politie zijn extra aanwezig op de locatie en in de omgeving. Signalen van overlast worden door omwonenden gemeld in een app en daarop wordt passend gereageerd vanuit de betrokken samenwerkingspartijen. Aanleiding voorstel verlenging vergunning voor 3 jaar In 2023 is een vergunning afgegeven voor 1 jaar, en in 2024 nogmaals voor 2 jaar. De verstrekte omgevingsvergunning voor de WKR bij De Kamenij is na afgelopen winterseizoen verlopen. Voor 1 november 2026 moet daarom opnieuw een locatie aangewezen worden voor de uitvoering van de nachtopvang in de winterperiode.

Het voorstel is om de afspraken voor deze locatie voor drie winters vast te leggen. Uitstel besluitvorming is niet mogelijk vanwege het te doorlopen vergunningstraject De vergunningsaanvraag voor uitvoering van de WKR bij De Kamenij moet via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) naar de raad, met besluitvorming vóór 1 november. Dit proces geeft geen ruimte om het besluit door te schuiven naar het nieuwe college, want dan ligt er geen vergunning voor de winterperiode 2026-2027 start. Er is op korte termijn geen zicht op een andere locatie In voorbereiding op dit voorstel is gekeken naar alternatieve locaties. Deze zijn niet gevonden. Kosten voor huur en/of kosten voor noodzakelijke aanpassingen waren onevenredig hoog waardoor dit financieel niet haalbaar bleek. Of er was sprake van een disbalans in spreiding van kwetsbare doelgroepen over de stad, of in draagkracht van de buurt. We verwachten niet dat een alternatief makkelijk en snel gevonden wordt. Met een vergunning voor 3 jaar creëren we duidelijkheid naar alle betrokkenen, en kunnen we weer goede werkafspraken borgen. Daarnaast geeft een meerjarige vergunning tijd om alternatieven te (onder-)zoeken en het participatietraject met toekomstige omwonenden zorgvuldig vorm te geven. Als er binnen de vergunningsperiode een alternatief is, kan sneller afscheid genomen worden van de inzet bij De Kamenij.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17057055/4