Printversie transcript
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSINFORMATIEBIJEENKOMST VEILIGHEID VAN GEMEENTE HELMOND d.d. 14 januari 2021
Opening door de voorzitter Jan Roefs De voorzitter: Donderdag 14 januari, half acht. Wij gaan beginnen. Welkom aan u allen, raads- en commissieleden, collegeleden, inleiders en belangstellenden, die via de livestream luisteren en/of kijken. In het bijzonder welkom aan de heer Ulrich van de Galan Groep, die een Quickscan heeft uitgevoerd naar de veiligheidsaanpak in Helmond. Mijn naam is Jan Roefs en ik ben vanavond uw voorzitter. Op initiatief van de burgemeester wordt nu een informatieve sessie over veiligheid als vervolg op de bijeenkomst voor de zomer 2020 gehouden. Het doel van de bijeenkomst is om de raad bij te praten over de recente ontwikkelingen op het terrein van veiligheid en over de wijze waarop wij in het nieuwe jaar onze prioriteiten zien. De bijeenkomst staat open voor alle raads- en burgercommissieleden en is zeker bedoeld voor de portefeuillehouders, woordvoerders veiligheid om zo met elkaar tot een verdiepende en informatieve sessie te komen. Ieder onderdeel bestaat uit een korte presentatie, waarna vervolgens de fractie cq woordvoerders veiligheid vragen kunnen stellen en suggesties kunnen meegeven. De bijeenkomst vindt digitaal plaats, zoals u zult begrijpen, en zoals gebruikelijk wordt de bijeenkomst voor belangstellenden ook live uitgezonden. Als u ingelogd bent, zet u het geluid en het beeld uit.
Pas als ik u het woord geef, zet u het geluid en beeld aan en dat gaat, zoals u weet, via het digitale handje. Het is nu vijf over half, niet helemaal, maar toch, wij zullen zeggen vijf over half acht en ik wil als eerste de burgemeester Elly Blanksma, portefeuillehouder Openbare Orde & Veiligheid het woord geven. Zij zal een terugblik geven op 2020, maar vooral vooruit kijken, inleiding op de prioriteiten, op het gebied van veiligheid en leefbaarheid in Helmond in 2021. Burgemeester, aan u het woord. Burgemeester Elly Blanksma, portefeuillehouder Openbare orde & Veiligheid - Terugblik op 2020 en inleiding op de prioriteiten op het gebied van veiligheid en leefbaarheid in Helmond in 2021 Mevrouw Blanksma: Dank u wel, voorzitter. Goedenavond allemaal. Fijn dat wij vanavond weer, weliswaar digitaal, elkaar spreken over het onderwerp Leefbaarheid en Veiligheid, zo zou ik het willen noemen. Wij zijn gewend om met elkaar in gesprek te gaan over deze thema’s en vanavond hebben wij een informatieve bijeenkomst, waar wij inderdaad even terugkijken, de stand van zaken met veiligheid, met betrekking tot de veiligheid en de openbare orde. Belangrijk is dat wij daar ook de politie voor hebben uitgenodigd, mevrouw De Veen is hier aanwezig om ons bij te praten wat de stand van zaken is en hoe het beeld is van onze veiligheidssituatie in onze stad.
Daarnaast willen wij ook met elkaar vooruitblikken over, zeg maar, onze veiligheidssituatie, zoals die op dit moment is, maar ook hoe wij daar tegenaan kijken en daar hebben wij eind vorig jaar een opdracht voor verleend aan de Galan Groep om de, is een, zeg maar, een mate van objectivering van onze veiligheid, onze inspanningen op veiligheid om dat is, zeg maar, een quickscan op in te richten. Dat hebben wij laten doen met het gevoel van: doen wij de juiste dingen? Doen wij ze intensief genoeg? En dat komt er op neer, als je even terugkijkt naar, zeg maar, ons veiligheidsbeeld, dan zie je toch eigenlijk een vrij stabiel beeld met betrekking tot, zeg maar, de objectieve en de subjectieve gevoelens rondom veiligheid en wij voelen ook, dat als wij het hebben over de wat diepgaande hardere problematiek in veiligheid, dat wij zeggen: wij komen nooit echt eigenlijk aan de voorkant van de problemen. En dat gevoel, je zou kunnen zeggen, bijna dat onderbuikgevoel, dat was eigenlijk de aanleiding om de Galan Groep eens te vragen om eens te objectiveren, om eens te kijken van: hoe gaan wij nou op het gebied van veiligheid om op dit gebied, maak eens een analyse en maak ook eens een vergelijking met vergelijkbare steden, die ook vergelijkbare problematieken hebben, zoals Helmond. Vanavond zullen wij die presentatie en dat zal de Galan Groep zelf
doen, die hebben een uitgebreid onderzoek, hebben zij plaats laten vinden en daaruit blijkt, maar dat is een korte samenvatting, zou je kunnen zeggen, dat wij met heel beperkte middelen enorm veel werk verzet hebben, daardoor op een aantal punten echt wel vooruitgang hebben geboekt, als wij kijken naar onze woninginbraken, onze autokraken, onze vernielingen, zakkenrollers, dan zie je echt wel 10, 20, 30% minder delicten op dat gebied, maar als je het hebt over de echte drugscriminaliteit, de wat zwaardere criminaliteit, zie je nauwelijks vooruitgang. En dan zal ook, zeg maar, wij hebben ook eens gekeken van hoeveel besteden wij nu aan veiligheid in onze gemeente? Dan kan ik toch wel zeggen dat wij eigenlijk een problematiek hebben, gelijk een stad als, zeg maar, een grootstedelijke problematiek, een stad van 200.000 inwoners en wij hebben een budget gelijk een dorpsbudget en dat wil zeggen dat wij ongeveer 25 euro gemiddeld per inwoner besteden aan veiligheid, openbare orde en veiligheid en vergelijkbare steden zitten minstens op het dubbele of wel eens ooit op het driedubbele.
Nou, daar willen wij het vandaag ook met jullie over hebben, om eens te kijken van: hoe kan dat nou? En uiteindelijk is het zo dat wij met dit onderzoek, een plan van aanpak willen hebben om te kijken, om aan de voorkant te komen van onze veiligheidsproblematiek en dus voor het voorjaar nog bij jullie hierop terug te komen. Ik begrijp heel goed, wij krijgen nu die presentatie zo meteen, na de presentatie zal ik direct het onderzoek, want wij hebben echt de keuze gemaakt om het onderzoek niet vooraf aan jullie doen toe te komen, maar eerst, zeg maar, door de Galan Groep een presentatie te laten verrichten om even de opbouw van het onderzoek, hoe is men tot het onderzoek gekomen en de resultaten en dan krijgt u, zeg maar, direct na die presentatie het volledige onderzoek en wij komen daar in de loop van het jaar met elkaar nog verder over te spreken, dus voelt u zichzelf vanavond absoluut vrij om met de Galan Groep in discussie te gaan over dit onderzoek en voelt u zich ook gewoon vrij om uiteindelijk, zeg maar, in het verloop van de behandeling van dit onderzoek, in de loop van het jaar, dat wij daar dan ook verder politiek met u over zouden, graag over willen spreken om daar de juiste prioriteiten te stellen.
Ik zou, voorzitter, het hier als inleiding wel bij willen laten, om vervolgens ook eerst de politie even de stand van zaken in onze stad weer te geven en dan de Galan Groep een presentatie te laten geven en vervolgens dan onze hoofd openbare orde en veiligheid, de heer van Houwelingen en Désirée Lesger even in te zoomen aan het einde van deze avond op de stedelijke problematiek, de binnenstadsproblematiek en de aanpak die wij daar hebben. En daar kunnen we uiteraard ook volledig de discussie met elkaar over aangaan. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Dank. Dank u wel, burgemeester. De burgemeester zal nog een bijdrage verzorgen aan het einde van deze vergadering. Dan heeft u ook de gelegenheid om haar nader vragen te stellen cq opmerkingen mee te geven. Haitske de Veen en/of Sjaak Santegoets, teamchefs van het basisteam Peelland - Toelichting op het actuele veiligheidsbeeld in Helmond De voorzitter: Ik wil nu het woord geven aan mevrouw Haitske de Veen. Zij is één van de teamchefs van het basisteam Peelland van de politie en zij geeft een toelichting op het actuele veiligheidsbeeld in Helmond en na afloop geef ik u graag de gelegenheid om vragen of opmerkingen te plaatsen. Mevrouw De Veen, aan u het woord, welkom. Mevrouw De Veen: Goedenavond. Even een test of ik goed te horen ben. De voorzitter: Helemaal prima. Gaat uw gang. Mevrouw De Veen: Helemaal goed.
Nou, hartstikke fijn dat ik ook de gelegenheid krijg om het politiebeeld even met u te delen. Zoals het u niet zal zijn ontgaan, is ook de politie het laatste halfjaar vooral bezig geweest met coronamaatregelen. Het is drukker op straat hebben wij gezien, dan in de eerste lockdown, in maart en
dat zie ook terug in de handhavingcijfers. De laatste zes maanden hebben wij in totaal 252 verbalen geschreven en dat zijn er een stuk meer dan in de eerste lockdown in maart. Zoals u allemaal weet en ook hebben wij dat besproken in de raadsvergadering van 7 juli, hebben wij rellen gehad in juni en die hebben wij gelukkig niet meer gezien in een later tijdstip in dit jaar. 2020 is geen normaal jaar geweest voor de politie en daarom zullen de cijfers ook afwijken in plaats van andere jaren en dat heeft uiteraard ook weer te maken met de coronamaatregelen. En dit is ook te zien in de criminaliteitsvormen. Als wij het hebben over de misdrijven, dan zien we een flinke daling van de woninginbraken, 27%, en ook voor de straatroven, waarin een daling van 44% te zien is, zien wij dat terug. Het openlijk geweld hebben wij ook een daling van 19% en dat durven we wel te relateren aan sluiting van de horeca en dat er geen enkel evenement heeft plaats gevonden. Als wij dan kijken dat er toch wel een stijging is, dan zien wij de stijging in vooral de overlastmeldingen en ook daar, dat kunnen we relateren aan corona. Mensen zijn veel thuis en wat je dan ziet, is dat burenruzies met 47% gestegen zijn en het zal u ook niet ontgaan zijn dat overlast jeugd enorme sprongen gemaakt heeft in de toename en daar zien wij zelfs een toename van 123%.
Daarnaast hebben wij nog steeds extreem veel last van overlast van verwarde personen. Daar is de politie toch wel erg druk mee en dat heeft een stijging geresulteerd van 33%. Wij zien ook veel verschoven criminaliteit naar online misdrijven, daar hebben wij het op 7 juli ook al over gehad en dan hebben wij het vooral over de zogenaamde WhatsApp-fraude of vrienden in nood-fraude. Die is flink gestegen en dat is 50,3%. Waar wij als politie erg blij mee zijn, is dat wij nu een landelijke aanpak hebben en dat zaken gebundeld worden en dat wij ze ook toegewezen krijgen vanuit het land als er een verdachte is, wat in ons gebied en nu ook in Helmond woonachtig is en dan zullen wij die zaken ook aanpakken om er zo zorg voor te dragen dat deze stijging vermindert. Als wij kijken naar de integrale aanpak, dan weet u allemaal dat wij flink bezig zijn om in Wijk 10 het aan te pakken en daar hebben wij ondanks de coronamaatregelen toch veel werk verzet. En dan wil ik nog eventjes terugkomen op de overlast vuurwerk. U heeft het allemaal gezien dat wij in de gemeente Helmond veel overlast hebben gehad van vuurwerk.
Nou, dat kunnen wij ook relateren aan corona, maar ook aan het verbod op vuurwerk en uiteindelijk, ja, heeft dat geresulteerd in een actie op 27 november en de brieven die de burgemeester gestuurd heeft en daar hebben wij als politie toch wel het effect van gezien, waar het toen aanzienlijk verminderd is met de overlast van vuurwerk en ook oud en nieuw is rustig verlopen, waarbij wij gelukkig in de gemeente Helmond geen excessen gehad hebben of grote openbare orde-problematieken. En dat is even het veiligheidsbeeld zoals ik dat met u kan delen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Veen, voor uw bijdrage. Is er behoefte aan een reactie vanuit de zijde van de gemeenteraad? Of is het een helder verhaal, dat is ook prima. Zo niet, dan zou ik mevrouw, sorry, ja, de heer Smits, de heer Berry Smits heeft een vraag of opmerking. Gaat uw gang. De heer Smits: Dank u wel, voorzitter. U weet, en misschien wel meerdere mensen, dat ik altijd hamer op het feit dat onze inwoners ook een onderdeel zijn van hun veiligheid en veiligheidsbeleving, hè? Nu hoor ik net mevrouw De Veen zeggen dat zij wijkteams heeft. In hoeverre betrekken de wijkteams dat naar de burgers en dan bedoel ik meestal weer op buurtpreventie bij, bij dit soort werk? De voorzitter: Mevrouw De Veen.
Mevrouw De Veen: Ja, ik weet niet, ik heb niet gezegd dat er heel veel wijkteams, wat wij natuurlijk doen, wij hebben wijkagenten en die worden voor 80% van hun tijd worden die vrijgesteld. Die zijn altijd bereikbaar en kunt u altijd bereiken om veiligheidsproblematieken mee te bespreken. Wij haken graag aan bij buurtpreventie en dat hebben wij ook met de burgemeester afgesproken, dat wij daar zeker aan zullen meewerken.
De voorzitter: Dank u wel. Anderen? De heer Smits? De heer Smits: Even een kleine reactie, voorzitter, wel laat, maar is gebleken sinds de rapportage eind vorig jaar dat met name die buurtpreventieprojecten een beetje in elkaar aan het zakken zijn. Merkt u dat ook? De voorzitter: De burgemeester wil daar even graag op reageren. En dan geef ik mevrouw De Veen ook nog de gelegenheid, als ze daar behoefte aan heeft. Burgemeester? Mevrouw Blanksma: Ja, met betrekking tot de buurtpreventieteams, wij zijn heel trots op de buurtpreventieteams die wij hebben. Wij zien, zeg maar, een stabiel iets afnemend, zeg maar, aantal buurtpreventieteams, maar wij zien weer daarentegen een stijgende WhatsApp-groepen en de corona, het jaar 2020 heeft echt, zeg maar, voor de buurtpreventieteams het werk moeilijker gemaakt. Je ziet ook wel dat het rustiger op straat is, het straatbeeld is rustiger, de teamchef heeft net heel duidelijk aangegeven, bijvoorbeeld net als de woninginbraken, dus echt de straatonregelmatigheden, die zijn vorig jaar duidelijk wat afgenomen. Je ziet ook de activiteiten van de buurtpreventieteams juist in die Covid-tijd wat, ja, die vinden het moeilijker en dat is wat afgenomen.
Wij hebben daar op dit moment, zeg maar, gaan wij gewoon kijken hoe wij kunnen helpen zodra de Covid, zodra het weer wat meer mag, om direct weer door te starten van waar wij voor de coronacrisis wij bezig waren en daar komen wij heel graag bij u op terug. Het inkakken vind ik geen juiste benaming, het is echt heel voorzichtig omgaan met niet teveel mensen op straat zichtbaar te zijn en ik hoop echt dat wij, zodra het weer wat mag, dat wij elkaar weer heel goed kunnen vinden, samen met de wijkagenten, buurtpreventieteams en ik ben het helemaal met mijnheer Smits eens, wij doen het echt samen met onze inwoners en zoals hij ook weet, ik ben grote fan van de wijkagenten, maar zeker ook van de buurtpreventieteams en de WhatsApp-groepen en laten wij die kracht en dat netwerk in onze stad koesteren en ook daar dadelijk weer nieuw leven inblazen als alles, zeg maar, weer mag, zoals vanouds. De voorzitter: Dank u wel, burgemeester … De heer Smits: Voorzitter? Als ik mag? De voorzitter: Ja, mijnheer … De heer Smits: Ik heb nog even een opmerking… De voorzitter: Sorry, mijnheer Smits. Heeft mevrouw De Veen nog behoefte aan een reactie of aanvulling? Of is het duidelijk? Mevrouw De Veen: Nee, het is duidelijk, dank u wel. De voorzitter: Duidelijk.
Nou, dan de heer Smits en dan vervolgens … De heer Smits: Nou, heel even dan naar het woordgebruik, misschien verkeerd verstaan, maar ik bedoel niet inkakken, ik bedoel meer inzakken. Even een woordspeling, die misschien wat beter uitkomt. De voorzitter: Een klein verschil, inderdaad. De heer Mol en dan komt de heer Van der Burgt. De heer Mol: Dank u wel, voorzitter. Ik ben wat later ingeschakeld, misschien is het al ter sprake gekomen, de drugsoverlast, met de drugsoverlastdealers, is dat meer of minder tijdens deze corona? Had ik graag een antwoord daarop.
De voorzitter: Nou komen er verschillende reacties, ik stel voor dat wij die even gaan bundelen en dan geef ik dadelijk mevrouw De Veen en de burgemeester reactie om te reageren. Ik zag een handje van de heer Mol en dan de heer Van den Bogaard. Of sorry, de heer Van der Burgt, neem mij niet kwalijk. De heer Van der Burgt en dan de heer Van den Bogaard. De heer Van der Burgt: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb alle begrip voor de politie en ik begrijp ook de belasting, zeker in deze tijd, maar als je nu over bereikbaarheid praat en je hebt het over je 0900-nummer, dat nodigt echt, echt niet uit aan de burgers om bepaalde zaken te melden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Bogaard. De heer Van den Bogaard: Ja, dank je wel, voorzitter. Wij hoorden net in het verhaal dat de overlast van jongeren enorm is toegenomen, meer dan 100%, dan ben ik wel benieuwd naar wat voor overlast dat precies is en of daar ook preventief actie op wordt ondernomen, ook in samenwerking met bijvoorbeeld het jongerenwerk om de jongeren toch bezig te houden of anderszins ervoor te zorgen dat die overlast verminderd wordt? Daar hoor ik graag wat meer over, dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Maráczi? Mevrouw Maráczi: Ik sluit daar graag even op aan.
Vanuit mijn eigen ervaring ervaren wij heel veel overlast van de jongeren bij ons werk en hier is al menigeen gesprekken geweest met de wijkagent, met onder andere ook jeugdzorg voor jeugdinstellingen en zo, alleen ja, lost het tot op heden voor ons nog niets op en ik zou ook graag, want ik wil het ook altijd graag aan de collega’s uitleggen, want die mopperen altijd van: wij bellen de politie, maar er gebeurt niets en ik zie niemand. Wat is reëel hierin? Wat kan de politie daar in betekenen en ja, wat is overlast, jongeren die bij elkaar staan? Of, ja, wat kan ik eigenlijk mijn collega’s meegeven van: ja, wat is reëel? Wat kunnen wij verwachten? En wat kunnen we niet verwachten? De voorzitter: Dank u wel. De heer Yeyden. De heer Yeyden: Dank u wel, voorzitter. Ja, ook even aangaande mevrouw De Veen: wat heeft corona voor effect gehad op de bedrijfsvoering van de politie? Ook op de bezetting? Met andere woorden: stel dat we afgelopen jaar niet in corona gezeten hadden, wat had u nog graag willen doen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan komen wij bij de beantwoording. Ik wil eerst graag mevrouw De Veen het woord geven. Mevrouw De Veen: Ja, dank u wel. Ik begin bij de vraag over de drugsoverlast of die verminderd is tijdens de corona. Wij zien daar in het afgelopen jaar een stijging van drugs- en alcoholoverlast van 26%.
Wat wij wel zien is dat het op bepaalde momenten rustiger geweest is op straat en dat resulteert ook in minder overlast van drugsaanbod in Wijk 10, maar ik kan niet zeggen dat dit veel meer verminderd is. Wij zijn er uiteraard integraal hard mee aan de slag en daar heeft u ook eerder uitleg over gekregen, maar dat het helemaal weg is: nee, dat kan ik helaas niet zeggen. Dan wilde ik graag ingaan op de vraag over de klachten omtrent het benaderen van de politie en dan met 0900-8844. De klachten zijn ons bekend en wij vinden dat ook heel erg vervelend, de wachttijden, maar het kan inderdaad ook zomaar zo zijn dat u iemand uit een andere eenheid aan de lijn krijgt, omdat wij dat zo ingeregeld hebben als landelijke politie. Ik wil u wel met klem benadrukken dat wij wel social media hebben, elke wijkagent heeft social media, ook daar kunt u een persoonlijk bericht sturen. Het kan zijn dat u dan niet meteen bericht krijgt, maar wij zijn wel op verschillende manieren zijn wij bereikbaar.
En uiteraard als het spoed is, bel dan altijd 112. Dan werd er een vraag gesteld of eigenlijk twee vragen over de overlast jeugd en de flinke stijging. Nou, wij willen die toch wel relateren aan de coronamaatregelen. Wat wij op een gegeven moment gezien hebben, is dat jeugd toch naar buiten wilde en wij krijgen enorm veel meldingen van overlast jeugd en dan ging het vooral ook over de samenscholing. Als wij maar met vier personen bij elkaar mocht komen, dan stonden zij met meer personen bij elkaar. Wij hebben daar zoveel als mogelijk, hebben wij daarop geacteerd, omdat corona uiteraard één van onze prioriteiten is en was en de vraag was ook of wij activiteiten hebben ontwikkeld voor de jeugd. Nou, dat kan de burgemeester mogelijk beter beantwoorden, maar wij hebben in samenspraak met de gemeente, met jongerenwerk, met jeugd of jongerenwerk, hebben wij zeker constant contact over: kunnen wij activiteiten organiseren? Nou, dat hebben wij eerder gehad in de zomervakantie, maar ook over de kerstvakantie hebben wij daar meerdere activiteiten in ontplooid en eentje daarvan is ook het online gamen, gamen met de politie. Helaas heeft de, hardere lockdownmaatregelen hebben ons daarin beperkt, maar toch proberen wij om zoveel als mogelijk daar activiteiten voor te organiseren in samenspraak met de partners.
Nou, wat is reëel? Wat kunt u verwachten van de politie? Dat was net ook een vraag in de overlast van jeugd. Nou, in principe leven wij in een maatschappij, waarin wij hopen dat wij elkaar aanspreken, dus als u last heeft van jeugd, dan hopen wij dat u de jeugd aanspreekt en ook aangeeft waar u dan last van heeft en dat u met elkaar in gesprek blijft, maar wij zijn ons daar zeker van bewust dat dat niet altijd nog mogelijk is. Ja, dan wil ik u toch op het hart drukken dat u altijd kan bellen. Wij doen dat ook in samenspraak met de boa’s van de gemeente, die zijn er ook om en met jongerenwerk, om de overlast van de jeugd zoveel als mogelijk te beperken en ik kan daar niet een concreet antwoord op geven, ja, wanneer wij dan wel daarin schieten en wanneer niet, maar als wij een criminele jeugdgroep hebben, zullen wij uiteraard als politie daarin de regie pakken en dat aanpakken. Dan werd er nog een laatste vraag gesteld over de coronamaatregelen of die effect hebben gehad op de bedrijfsvoering.
Wij hebben gelukkig niet veel uitval gehad en dat heeft ons wel geholpen om onze diensten, zoals wij die moeten leveren, om die gevuld te houden en ja, wat wij dan anders hadden gedaan, ja goed, wat ik u net uitgelegd heb, is dat de criminaliteitsvormen gewijzigd zijn en daar hebben wij ons nu op gefocust en was dit niet aan de gang geweest, dan waren de woninginbraken waarschijnlijk ook hoger geweest, de straatroven et cetera en dan hadden wij ons daar volledig op gefocust. Dus wij zijn daar heel flexibel in, in de veiligheidsproblematiekaanpak. De voorzitter: Dank u wel. De heer Martijn de Rieter. De heer De Rieter: Ja, dank u wel voorzitter. Er werd net al aangehaald over de prioritering. Onze fractie heeft nog wel vragen over met oud en nieuw. Er is natuurlijk veel druk bij de politie komen te liggen, er zijn natuurlijk ook veel manschappen ingezet, corona komt erbij, het vuurwerk waar extra op gehandhaafd wordt. Hoe was daar de prioritering? Dat is de eerste vraag en daarnaast hebben wij ook van veel meldingen in Helmond te horen gekregen, dat de politie dan wel ter plaatse is geweest en dat dan inwoners dan vaak, ja, teleurgesteld zijn over het, ja, dan zeggen zij: dan is de politie wel gekomen, maar dan het niet ingrijpen daarvan. Ja, kent de politie deze geluiden? En daar ben ik wel benieuwd naar een reactie op.
De voorzitter: Dan nog de heer Smits en als er nog anderen zijn, dan graag nu handje, anders laatste ronde. De heer Smits. De heer Smits: Dank u wel, voorzitter. De burgemeester gaf in het begin van de inleiding van vanavond inderdaad een aantal cijfers en die hadden te maken met het budget. Het budget wat ik Midden Helmond, in de benchmarkten, die staat wat dat betreft heel laag, 25 euro per inwoner, als je dat omrekent, kom je ongeveer uit op 2,4 miljoen per jaar voor Helmond. Mijn vraag aan mevrouw De Veen is: stel dat wij u meer
geld zouden kunnen geven, stel dat, betekent dat dat u meer, uw werk beter kunt doen, dat u beter kunt handhaven, meer kunt handhaven en meer van die zaken? Dus dat de veiligheid nog meer wordt gewaarborgd? De voorzitter: Dank je wel, dan krijgen wij de reactie van mevrouw De Veen en dan nog kort even de burgemeester. Mevrouw De Veen. Mevrouw De Veen: Ja, dank je wel. Eerst even de vraag over de prioritering met oudejaarsavond. Dat was een vraag. Nou, in principe was het zo dat prioriteit één was dat wij de openbare orde in Helmond wilde handhaven. Wij wilden geen excessen, wij wilden niet dat er grote feesten kwamen, waarin wij grote openbare ordeproblematiek en daarmee ook de veiligheid, de gezondheid in het geding kwam. Ja, en één van de laagste prioriteiten in die nacht was het handhaven op het afsteken van vuurwerk, dat was bijna niet mogelijk omdat er zoveel vuurwerk om twaalf uur de lucht in ging, dat konden wij als politie, konden wij dat niet behapstukken. En zoals ik u straks al zei, is die nacht voor Helmond extreem rustig verlopen en zijn er geen excessen geweest gelukkig. Dan was er een vraag over dat als de politie ter plaatse komt, dat er dan teleurgesteld gereageerd wordt of dat u daar reacties over krijgt, ook door burgers, dat wij niet ingrijpen zoals u dat graag wil.
Nou, ik hoor graag daarin, ik zou u willen vragen om de burgers, die dat betreft om altijd eventjes nog contact op te nemen met de politie, want wij zijn een lerende organisatie en als het niet goed gegaan is, dan wil ik dat ook weten en dan gaan wij daar zeker mee aan de slag. Als deze vraag ging over het handhaven op vuurwerk, ja, dan wil ik u toch meenemen in hoe moeilijk dat is. Wij komen ter plaatse en er is net een knal geweest, wij weten vaak niet wie dat dan gedaan heeft en het enige wat wij dan nog kunnen doen is het aanspreken van de jeugd, dan wel degenen die daar staan en hun ook op het hart drukken dat zij dat niet meer mogen doen. Uiteraard hebben wij ook gewerkt met onopvallende eenheden en daar hebben wij toch wel successen ook mee geboekt. Dan was nog een vraag en dat heeft dan ook betrekking op het rapport van Galan en of als wij dan meer geld krijgen, wat wij daar dan mee konden doen en of wij dan meer kunnen doen? Nou, ik denk dat dit geld niet gaat over dat het naar de politie gaat, maar uiteraard staan wij er voor open om meer in de samenwerking, de integrale samenwerking op veiligheid de stad Helmond veiliger te maken. De voorzitter: Dank u wel. Nog kort even de burgemeester over het financiële stuk en dan krijgen wij nog één spijtoptant, de heer Manders, maar dan sluiten wij dit onderwerp af. Ik geef eerst het woord aan de burgemeester.
Mevrouw Blanksma: Ja, dat was eigenlijk naar aanleiding van wat de heer Smits vroeg, is eigenlijk een mooi bruggetje naar de Galan Groep, want daar gaan wij het zo meteen over hebben van: meer geld is niet altijd dat het meer oplost, maar wij gaan gewoon eerst eens inzicht verschaffen van wat er nu in zit en wat, zeg maar, de mogelijkheden zijn als er misschien meer menskracht of op een andere manier van het benaderen van de veiligheidproblematiek in Helmond aan de orde zou zijn, dus laten we die vraag even parkeren nadat de Galan Groep heeft gepresenteerd. De voorzitter: Dank je wel, burgemeester. De heer Manders. De heer Manders: Ja, dank je wel, voorzitter. Een vraagje naar aanleiding van wat mevrouw De Veen net zei, zij gaf aan dat het eigenlijk onmogelijk is om een vuurwerkverbod te handhaven. Ik vraag mij dan af hoe zij staat ten opzichte van een landelijk verbod waar onlangs de raad voor gepleit heeft om dat aan te kaarten, als wij nu al zeggen: het is niet te handhaven, dan ga ik er vanuit dat bij een landelijk verbod handhaving ook
onmogelijk gaat worden en dat wij dus eigenlijk met een wetgeving bezig zijn, die misschien wel een wassen neus wordt. Ja, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Veen. Mevrouw De Veen: Ja, wat wij dit jaar gezien hebben, dat is uiteraard een bijzondere situatie, is dat wij een gedeeltelijk vuurwerkverbod hadden en vervolgens, toen mensen al een hoop besteld hadden of mogelijk al in huis gehaald hebben, hebben wij nog een algeheel vuurwerkverbod gekregen. En dat hebben wij gezien, waarschijnlijk uzelf ook, in Helmond om twaalf uur, nou daar ging toch nog wel een hele hoop de lucht in en dat hebben wij op dat moment, hebben wij daar niet op kunnen handhaven, omdat wij daar gewoon niet de mankracht voor hebben. Ja, verder heb ik als politie geen mening over het wel of niet verbod van, een vuurwerkverbod. De voorzitter: Ja, nou zit ik weer een beetje in dubio, mevrouw Koolen, want wij blijven natuurlijk wel zo aan de gang, hè. In een halve zin en dan kan mevrouw De Veen afsluiten, gaan wij verder met het volgende onderwerp, anders lopen we uit de tijd. Heel kort, mevrouw Koolen. Mevrouw Koolen-Van der Zee: Dank u wel, voorzitter. Nou, er triggerde mij iets over het feit van het niet kunnen handhaven op vuurwerk of het niet inschakelen op dat moment.
Er circuleert een filmpje over De Wilma, dat de politie heeft gestaan met busjes, bij hangtafels en jongeren in de straat en er is volop vuurwerk afgestoken, dat daar niet is ingegrepen. Dat filmpje is gewoon te zien op social media, dus het niet handhaven, ik weet niet of dat het juiste beeld is geweest op dat moment. De voorzitter: Dank u wel. Nou, wij nemen dit voor kennisgeving aan. Dank u wel. Dan stel ik voor dat wij dit onderwerp afsluiten. Ronald Ulrich van de Galan Groep - Toelichting op de uitkomsten en aanbevelingen van de quick scan Integrale Veiligheid in Helmond De voorzitter: en dan gaan wij verder naar de heer Ronald Ulrich van de Galan Groep. Hij zal een toelichting geven op de uitkomsten en aanbevelingen van de quickscan, integrale veiligheid in Helmond aan de hand van een PowerPoint presentatie. Ik stel voor dat wij de PowerPoint presentatie afwachten dan krijgt u daarna alle gelegenheid voor uw vragen en op- of aanmerkingen. Mijnheer Ulrich, gaat uw gang. De heer Ulrich: Dank u wel, voorzitter. Deze presentatie is wel goed zichtbaar. De voorzitter: Ja, oké. De heer Ulrich: Prima. De voorzitter: Ja, goed in de microfoon spreken, alstublieft. De heer Ulrich: Zal ik doen. Oké. Goedenavond, mijn naam is Ronald Ulrich van de Galan Groep.
Wij hebben op verzoek van de burgemeester een quickscan uitgevoerd naar de veiligheidsproblematiek en ik wil u daar kort doorheen nemen. De vraagstelling betrof een aantal zaken, namelijk wat is de aard en omvang van de problematiek? En dan kijk je zowel naar de veiligheidsbeleving als naar de objectieve veiligheid, dus het aantal geregistreerde incidenten en meldingen. De tweede vraag is: als je kijkt naar de aard en omvang van de problematiek, is dan de beschikbare informatie en het beschikbare budget toereikend? Er zijn net natuurlijk al
aantal dingen over gezegd. Het derde is: is de effectiviteit van de huidige aanpak voldoende? Is daar verbetering in mogelijk? En op basis daarvan is gevraagd om te adviseren over de toekomst en de doorontwikkeling van het integrale veiligheidsbeleid. En wat betekent dat voor de organisatie, de formatie en het budget? Wij hebben analyses gedaan van de cijfers, de veiligheidscijfers. Wij hebben analyses gemaakt van gegevens over budgetten en formatie. Wij hebben op basis van stukken en interviews gekeken naar de effectiviteit van de huidige aanpak en wij hebben een vergelijking gemaakt met een aantal andere gemeentes, zowel als je kijkt naar de cijfers, maar ook naar de aanpak met een aantal gemeentes die in ieder geval enigszins lijken op Helmond. Ik zeg al gelijk daarbij, die gemeentes zijn anoniem, maar het zijn wel allemaal gemeentes die een zeker vergelijkbaar profiel hebben, maar het is met hun afgesproken dat wij niet de specifieke namen van de gemeentes zullen noemen. Als je kijkt naar de problematiek, de eerste en het is net ook al gezegd, ons beeld is: de problematiek is bovengemiddeld, zal ik zo meteen toelichten, is hardnekkig en eigenlijk zou je zeggen van: nou, er is wel eens sprake van een grootstedelijk karakter, eigenlijk is het een problematiek die je meer zou verwachten bij een grotere stad.
Dat is zowel als je kijkt naar het aantal geregistreerde delicten, maar ook als je kijkt naar de veiligheidsbeleving en je ziet een soort verwevenheid, dus het is verweven met economische en sociale problematiek, dat is in de wijken het geval, je ziet drugshandel en witwassen, zowel op bedrijventerreinen als in winkelpanden, je ziet jongeren die denken van: nou, misschien is het toch wel aantrekkelijker om in de criminaliteit een carrière te hebben en het is dus moeilijk gegeven die verwevenheid en die hardnekkigheid om de problematiek aan te pakken. Dus het vraagt inzet op vele fronten om dat te doen. Als je het vergelijkt met andere gemeenten van een vergelijkbare omvang is de problematiek in het algemeen groter. Dat neemt niet weg dat er afgelopen jaren veel is gebeurd en veel verbeterd. Ik kom zo meteen nog op die cijfers terug. De objectieve veiligheid is aanzienlijk verbeterd, maar een aantal andere gemeenten, dat kun je ook zien als je naar de AD misdaadmeter kijkt, doen het beter. Overvallen, straatroven, in de jaren die wij bekeken hebben, die vragen aandacht, jeugdoverlast is over de jaren afgenomen, maar wordt nog steeds beleefd als behoorlijk ernstig en de cijfers van dit jaar hebben wij natuurlijk niet meegenomen. Wij hebben gekeken over 2015 tot en met 2018, omdat dat in de AD misdaadmeter toen speelde.
Drank- en drugsoverlast en overlast voor buurtbewoners zijn in die jaren toegenomen. Ondermijning, belangrijk aandachtspunt, zie je niet echt in de cijfers, maar als je kijkt naar de acties van het Peelland Interventie Team zie je wel dat het echt een groot probleem is. De subjectieve veiligheid, die is een aantal jaren achteruitgegaan, is daarna weer verbeterd en als je per saldo over zes jaar kijkt, is die redelijk stabiel gebleven. Het totaalbeeld kun je afleiden uit de AD misdaadmeter, dat is na een verbetering weer verslechterd. Als ik nu dat toepas op de cijfers, dan zie je dat er behoorlijk wat delicten zijn waar het echt niet een beetje, maar echt veel beter is in de periode 2015 tot en met 2018. De laatste kolom geeft aan waar de percentages van, nou 20 tot 40% verbetert, dat geldt niet in die periode voor overvallen en e je ziet het ook dat de AD misdaadmeter in 2011 op de 11 plaats, en 1 is het slechtste, daarna behoorlijk verbetert en weer achteruitgegaan. Als je dan kijkt naar het tweede onderdeel, de budgetten en de formatie, dan zie je eigenlijk en dat is net ook al gezegd, relatief, je kunt zeggen: het is heel efficiënt, maar je kunt eigenlijk beter zeggen: het budget is laag in vergelijking met de referentiegemeenten.
Voor sociale veiligheid 24 euro per inwoner, terwijl de referentiegemeentes, die hebben ruim het dubbele, ook als je het vergelijkt met de grotere groep gemeenten, de gemeenten van 50-100.000 inwoners, daar kijk je dan naar veiligheid in zijn geheel, dus dat is een iets bredere categorie, dan is het 76 euro in Helmond, 98 gemeentes 50-100.000 inwoners en nog wat meer namelijk 108 per gemeente van 100-150.000 inwoners. Wel is het budget voor sociale veiligheid behoorlijk toegenomen de afgelopen 10 jaar, maar dan nog als je het vergelijkt met anderen is relatief laag. Eenzelfde cijfers zie je als je kijkt naar de formatie. Nou is dat altijd ook een beetje lastig hoe je formatie moet berekenen want de functies worden niet allemaal hetzelfde genoemd, maar goed, het geeft wel een goede indicatie in totaal. 3,15 fte per 10.000 inwoners in Helmond, referentiegemeenten meer dan vier fte en dat zit vooral in beperkte formatie voor toezicht en handhaving. Wij hebben ook gekeken naar die
formatie van toezicht en handhaving en als je ziet wat voor formatie er eigenlijk wordt verondersteld om de taken uit te voeren, is dat meer dan er feitelijk beschikbaar is voor het werk op straat. Dus die capaciteit is onvoldoende. Nou, als je die twee dingen samen neemt, dan kom je dus tot een deel hardnekkige problematiek en vanuit verschillende kanten zie je dat budgetinformatie, maar ook wel heel krap zijn, wij zeggen eigenlijk gewoon ontoereikend voor hetgene dat je moet doen. Derde vraag was: kijk naar de bestaande aanpak. Daar hebben wij een aantal punten in de analyse. Het eerste is dat als je kijkt naar de prioriteiten, dus het masterplan integrale veiligheid, dan zijn de prioriteiten die daar genoemd worden, veilige en leefbare wijken en buurten, problematische jeugd en jeugdgroepen en ondermijning, die sluiten aan bij de problemen. Dus daar worden goede dingen gedaan wat dat betreft, goede prioriteiten. Je kunt ook zien dat binnen elk afzonderlijk domein er belangrijke stappen gezet zijn, dat zie je natuurlijk ook aan de verbetering van de objectieve veiligheid en ook na die daling weer een verbetering van de subjectieve veiligheid. Maar dat is wel gebeurd voor een deel nog binnen verschillende domeinen. Als je kijkt naar de problematiek, het karakter grootstedelijk en het hardnekkige, dan is er meer integrale aanpak nodig, dus er zijn echt wel stappen nodig.
Nou is de aanpak op papier, als je naar de stukken kijkt, heel integraal, er staan allerhande woorden als regie, samenwerking, in de keten et cetera. Ik kom er zo meteen op. In de uitvoering is dat nog een opgave. Om de effectiviteit te bepalen zou je eigenlijk alle doelen gekwantificeerd willen hebben, nou, dat is niet altijd zo, dus je kan in die zin niet precies zeggen hoe effectief is het geweest? Je kan wel zeggen: er zijn behoorlijke stappen gezet, alleen anderen doen het nog beter. Als we dan kijken naar een aantal andere elementen in de aanpak, dan is een belangrijke constatering dat het bestuurlijk en ambtelijk, de urgentie en het commitment toenemen. In de gesprekken bleek dat een aantal jaren geleden was er toch wel sprake van behoorlijke verkokering in de ambtelijke organisatie, in de aanpak van veiligheid en zeker de afgelopen 1, 2 jaar, zie je van veel meer integriteit in de aanpak. Veiligheid en leefbaarheid worden meer gecombineerd. Het gaat om perspectief bieden en ingrijpen waar het nodig is.
Aantal voorbeelden die genoemd worden en die blijken zowel bestuurlijk in de samenwerking integraliteit, als in de uitvoering, is het versterkingsprogramma Binnenstad Oost, de samenwerking tussen veiligheid, jeugd en zorg, daar is nog wat te doen, maar daar zie je ook echt stappen, vooral gericht op jeugd en op verwarde personen en de aanpak met ondermijning, als je kijkt naar de samenwerking politie, gemeente, OM, belastingdienst en het PIT. Dus daar worden echt belangrijke stappen gezet. Een tweede belangrijke constatering is dat niet alleen op het gebied van veiligheid, maar breder er echt stappen worden gezet naar meer integraliteit in de ambtelijke organisatie, het doorbreken van de verkokering, een directieteam dat meer kijkt naar verbindende samenwerking, veiligheid inmiddels ook benoemd als een prioriteit van het directieteam, er is een directeur verantwoordelijk voor veiligheid en je ziet wel dat er behoefte is aan meer flexibele en integrale werkvormen om dat samen te doen. Dit zijn, wat ons betreft, ook echt allemaal dingen waar je op kan voortbouwen, dus wij zeiden net: er is wat te doen op het gebied van integraliteit, maar je ziet ook dat er basis is om daar verder dingen te doen. Dat neemt niet weg dat de praktijk nog weerbarstig is.
Executiekracht en doorzettingsmacht zijn echt dingen die aandacht vragen: ga het nou echt in de praktijk doen, niet alleen maar beleid maken, maar het ook uitvoeren. Aan de ene kant is het heel erg uitvoeringsgericht, dat is veiligheid altijd, maar het kan ook zijn dat wij daarmee teveel incident geleefd wordt. Aan de andere kant zie je dat er soms te weinig praktisch uitgevoerd wordt. Het doorlopen van de PDAC-cyclus gebeurt niet systematisch, er wordt niet goed gekeken, geëvalueerd en bijgestuurd. Dit is nog, ondanks wat ik net zei, verkokering. Het is niet altijd helder wie de rollen, wie de verantwoordelijkheden heeft en hoe de processen lopen. Dus hier is echt nog wel een stap te zetten, dan kan er worden voortgebouwd op wat ik net zei, wat er in de gemeente al gebeurt, maar er is nog wel een opgave. Een tweede element is: in hoeverre wordt er informatiegestuurd gewerkt. Het beleid is dat zeker. Er zijn veel data, er zijn ook goede dashboards in de zin van dat er goed gerapporteerd wordt. Wij hebben ook rapportages aan de raad gezien die daar mooi in zijn, maar het is nog niet hetzelfde als dat er altijd systematische analyses worden toegepast. Want dan moet je namelijk die gegevens bij elkaar brengen, kijken
waar op je gaat kijken, daar analyses op toepassen en op basis daarvan je inzet bepalen. Het eerste wat je dan ziet, is dat de capaciteit op dat gebied beperkt is. 1, 2 fte red je het niet mee om dit allemaal te doen. Tweede, het zijn niet altijd, doelen zijn niet altijd concreet gemaakt, maar de voortgang wordt ook niet systematisch gemonitord en geanalyseerd, dat is ook nog een opgave. Het derde en dat is voor een deel ook met de ketenpartners, niet in de klassieke ketenpartners, maar voor een deel wel daarnaast, is dat het belangrijk is om meer informatie te delen, samen te analyseren en te zorgen dat je daarmee een verdeeld beeld krijgt. Daardoor ontbreekt dus ook een integraal en actueel beeld van de problematiek. Je hebt niet altijd scherp: wat is er nu aan de hand? En dat maakt het weer moeilijk om de inzet echt daarop af te stemmen. Nou, dat belemmert dus een informatiegestuurde aanpak. Dus hier zijn er opgaven om het te verbeteren. Volgend punt is wijkgericht werken, het beleid is gericht op een wijkgerichte aanpak, maar wat je ziet, is dat veiligheid nog onvoldoende is aangesloten bij de wijkaanpakken. Dus er zijn wijkaanpakken in het sociaal domein, in het fysiek domein, maar veiligheid moet daar meer bij worden aangesloten. En dat beperkt weer de integrale aanpak in de wijken, omdat veiligheid daar niet mee samenhangt.
En dat beperkt ook de samenwerking met andere partijen, dus hier ligt echt een opgave, maar ook een kans om het te gaan verbeteren. Je ziet natuurlijk dat in Binnenstad Oost in ieder geval daar wel stappen gezet worden, maar je zou dat verder kunnen uitwerken. Nog een punt is wanneer resultaatgericht en proformatisch werken. Ik zei net al: niet altijd goed vastgesteld in bestuurlijke uitvoeringsplannen, er wordt veel op losse projecten gestuurd en teveel incidentgedreven gewerkt, dit vraagt ook een sterkere kwaliteit, executiekracht en positie van de afdeling veiligheid en naleving. En dan gaat het om programmamanagement, om projectmanagement en ook een frontlinesturing dat je dus ook in de uitvoering de mensen neerzet die daar verbinding kunnen maken, die doorzettingsmacht hebben. Dit zal ook in de aanbevelingen terugkomen. De samenwerking met de ketenpartners loopt goed in de klassieke veiligheidsketen, bij zorg en sociaal domein worden er echt stappen gezet, maar het vraagt nog wel op onderdelen aandacht. De aanbevelingen. Algemeen: het is wenselijk om te komen tot een meer integrale aanpak, waarbij je dus kan voortbouwen op wat er al speelt. Focus daarbij op de grootste problemen, want als je overal dingen doet, dan ga je verdunnen en dat is ook niet nodig, want de problematiek is geconcentreerd op een aantal zaken.
Versterkte executiekracht, werken we meer samen over de grenzen van domeinen en verhoog het budget. Dit is alleen maar zinvol en mogelijk als er ook echt een gedeeld gevoel van urgentie bestaat, bestuurlijk en ambtelijk, om veiligheid te zien als een randvoorwaarde voor een goed leef- en werkklimaat. En veiligheid en leefbaarheid, preventie en als het nodig is, repressie ook met elkaar te combineren. En dat moet je dan zien als een gezamenlijke opgave. Nou, ik zei al: daar zijn de afgelopen jaren echt stappen gezet, maar dat is ook nodig om dat door te zetten. Dat vraagt dus integraliteit in de aansturing. Nou, een optie die wij voorstellen van: denk aan de stuurgroep Veilig waar de betrokken verantwoordelijke portefeuillehouders in zitten, dat vraagt integrale aansturing vanuit het directieteam, veiligheid zou ook een showcase kunnen zijn voor de nieuwe manier van werken en dat vraagt een programmatische aanpak onder leiding van programmamanagement. Hier ook zal je programma Binnenstad Oost echt als een belangrijke voorbeeld kunnen zien, daarvan kunnen leren en het op andere plekken ook toepassen. Breng focus aan in de aanpak en richt je dus op de drie kernpunten en niet per definitie op alle andere dingen, dus breng daar echt focus op aan, dan kan je meer bereiken. Binnenstad Oost, jeugdzorg en veiligheid en ondermijning, neem ze ook echt als speerpunten aan.
Ga meer datagedreven werken, dus investeer in je intelligence om informatiegestuurd te werken en bundel de formatie en breidt die uit op dat gebied en maak ook op dat punt meer nog afspraken met de ketenpartners. En zorg dat je op wijkniveau echt overlegt om af te stemmen, zodat je inzet beter op de problematiek kan worden afgestemd. Wijkgericht werken, nou ik zei net al: het is belangrijk dat veiligheid aansluit en onderdeel uitmaakt van de bestaande werkplannen, ook hier weer focus, maak gebiedsanalyses en voer integrale wijkteams in, je zou kunnen kijken naar een decentraal budget, zodat je ook snel zaken kan oppakken in de wijk. De ergste wijken zou je kunnen doen aan het model van Stadsmariniers, zoals dat in Rotterdam is, je zou het op een iets andere manier, maar
zorg dat er mensen zijn met doorzettingsmacht en benut de wijkvisies uit de omgevingswet als katalysator, want dan moet je namelijk ook een integrale visie maken en pak het op die manier op. Volgend punt is de samenhang tussen veiligheid, zorg en jeugd. Ik zei al: daar zijn goede stappen gezet, maak er nog meer afspraken over en kijk vooral naar de samenwerking tussen het GO-team en het zorg- en veiligheidshuis, want op dat punt zijn er echt nog stappen te zetten. De laatste, investeren in de afdeling veiligheid en naleving. Eigenlijk wat ik net al zei, project en programmamanagement, toezicht en handhaving zou meer aan gedaan moeten worden en zorg dat zowel het strategisch vermogen, als de uitvoeringskracht versterkt wordt, ga verder en bouw voort op wat ook al gebeurt in regionale samenwerking. Daar zijn heel veel mogelijkheden bij de taskforce, bij het Pit, om te zorgen dat die regionale samenwerking ook gebruikt wordt en zorg wel dat dat goed ondersteund wordt, die bestuurlijk samenwerking, want dan kan je er veel gebruik van maken. En als laatste budgetinformatie. Als je kijkt naar het verschil met de referentiegemeenten, zeggen wij: het is goed om in de komende jaren echt fors te investeren, 50 à 100% toename en richt je op intelligence, op de afdeling veiligheid en naleving, op toezicht en handhaving, opdat versterkingsprogramma Binnenstad Oost.
Zet daar dus in die wijken met de grootste problemen, zet in op ondermijning, in samenhang tussen veiligheid, jeugd en zorg. Belangrijk punt als laatste, omdat het budget eigenlijk te laag is in de bijdrage die je krijgt, te laag is in vergelijking tot de ernst en omvang van de problematiek, zou het goed zijn om te lobbyen bij het Rijk voor extra geld op dit gebied voor Helmond, want eigenlijk, de burgemeester zei het al, grootstedelijke problematiek en dorpsbudget, nou misschien is dat iets te strak gezegd, maar het geeft wel aan van: er is een discrepantie tussen de middelen die je krijgt en de ernst van de problematiek. De voorzitter: Ik dank je wel, mijnheer Ulrich. Een heel verhaal, maar goed kort en bondig gebracht, daar houden wij van. Nog één punt, ik was zojuist door de weersomstuit vergeten om mevrouw Haitske de Veen te bedanken voor haar bijdrage, dat wil ik bij deze nogmaals doen. Mevrouw De Veen, hartelijk dank. Mijnheer Ulrich, dank voor deze quickscan. Ik begrijp van de griffie dat zo dadelijk alle leden van de gemeenteraad, de burgemeester, gemeenteraadsleden krijgen een RIB, raadsinformatiebrief, tezamen met het rapport. Vragenronde - Fracties krijgen de gelegenheid om vragen te stellen aan de opsteller van de quick scan De voorzitter: Maar ik geef u nu al de gelegenheid om vragen cq opmerkingen te stellen cq aan te geven aan de heer Ulrich.
Wie mag ik daarvoor het woord geven? Het loopt nog niet storm. Misschien dat de burgemeester nog even kort toe kan lichten en dan gaan we aan de slag. Mevrouw Blanksma: Nou, ik kan me indenken dat dit bijna, ja, een overval van informatie is, dat is best heel veel informatie en wij willen graag met u, als raad, naar aanleiding van dit rapport en alle aanbevelingen, dit is, zeg maar, ook in het college besproken en wij gaan hier voor de zomer met jullie uitgebreid op in om te kijken hoe wij, zeg maar, invulling kunnen geven aan de aanbevelingen die in dit rapport zijn opgetekend en uiteraard doen wij dat graag in samenspraak, ook met de gemeenteraad. De voorzitter: Dank u wel, burgemeester. Dan is nu het woord aan de gemeenteraad en dan wil ik beginnen met mevrouw Janssen, dan de heer Rieter en dan de heer Manders. Mevrouw Janssen. Mevrouw Janssen-Jansen: Ja, dank u wel voorzitter. Ik had een vraag aan mijnheer Ulrich: heeft u enig idee om hoeveel fte wat zo’n uitbreiding zou kosten? Of waar moeten wij dan aan denken, als gemeenteraad? De voorzitter: Als u wilt, kunt u meteen antwoorden, mijnheer Ulrich, want er komen wel erg veel vragen, anders wordt het wel erg veel op een hoop. Gaat uw gang.
De heer Ulrich: Ja. Nou, als je kijkt naar de uitbreiding, wij zeiden 50-100%, dus dan heb je het inderdaad over een 2 miljoen, dat soort bedragen mogelijk, dus het gaat om een fors bedrag. Of dat allemaal in formatie of in andere budgetten moet, dat is weer een volgende vraag, want je moet kijken: waar wil je het aan besteden? De voorzitter: Dank je wel. Dan komen wij bij de heer Martijn Rieter en dan de heer Theo Manders. De heer Rieter: Ja, dank u wel voorzitter. En dank u wel de heer Ulrich voor de presentatie. Ja, ik kan toch wel zeggen dat onze fractie toch wel zorgwekkende cijfers, ja, dat ook het zinsdeel capaciteit van de formatie is ontoereikend voor het bereiken van de ambitie. Ja, zorgwekkend nogmaals. In de aanbevelingen staat dat er bijvoorbeeld een stadsmarinier. Dit is eigenlijk meer ook een vraag richting de burgemeester. Volgens mij hebben wij dit al ooit eerder in een RIB toegezegd gekregen.
Wat is de status daarvan? Een vraag aan de heer Ulrich: in de presentatie, zoals ik het goed begrepen heb, waren de cijfers liepen maar tot en met 2019, dus mijn vraag is dan eigenlijk: waarom is dan 2020 of liever 2018, waarom is 2019 en 2020 dan, ja, 2020 snap ik trouwens dat die niet is meegenomen, maar 2019, waarom die er dan niet bij inbegrepen is? Ik heb nog een vraag, even kijken, ja, er wordt ook geconcludeerd dat er, ja, FTE, vergelijken met andere gemeentes, dat wij daar in tekort schieten. In hoeverre kan camera’s daarin, ja, bij schieten? Dus dat wij meer camera’s plaatsen in plaats van dus fte inzetten, dat daar misschien wat over verteld kan worden en tot slot, dat is ook eigenlijk een vraag voor de burgemeester. Er wordt gezegd voor lobbyen bij het Rijk. Wij hebben al vaker gehoord van u dat u dat doet, maar kan u ook iets concreets vertellen over, ja, lobbyen over meer middelen en dergelijke en ja, tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil graag de heer Ulrich het woord geven en dan kan de burgemeester aanvullen. Dank u wel. De heer Ulrich: Dank u wel. Twee vragen werden naar mij gesteld. De cijfers over 2019.
Wij hebben gekeken naar de AD misdaadmeter en die was toen niet over 2019 beschikbaar en de reden waarom wij die als basis hebben genomen, is omdat dat ook vergelijkbare cijfers met andere gemeenten altijd goed oplevert, dus daarom hebben wij 2019 niet meegenomen. De vraag over fte versus camera’s. Nou, camera’s kunnen natuurlijk voor een deel een oplossing bieden, dat levert, zijn bijna ook altijd nog politieke discussies over camera’s. Je moet alleen altijd wel kijken, dat camera’s ook weer capaciteit vragen. Aan de ene kant om ze uit te lezen, aan de andere kant om te zorgen voor de opvolging. Dus het is niet zo dat dat per definitie alleen maar tot vermindering leidt, het leidt tot andere inzet van fte’s. De voorzitter: Dank je wel. Burgemeester? Mevrouw Blanksma: Ja, twee vragen richting mijn zijde, gaat over de stadsmarinier. Die sollicitatie loopt op dit moment. Het is ook niet makkelijk om een stadsmarinier te werven, maar wij zijn daar heel druk mee doende en de tweede is de lobby naar het rijk. Dat doen wij al en daar hebben wij ook al extra geld voor gekregen, maar dat is duidelijk nu te weinig als wij het rapport nu horen.
Wij doen dat via de taskforce, de taskforce, wij hebben ook in het wijkversterkingsplan met betrekking tot de binnenstad, hebben wij daar extra middelen voor gekregen, maar dat blijven wij doen en ik denk zeker met dit rapport in de hand en de diepgaande problematiek in het Helmondse, alle reden om hier fors op in te zetten via taskforce, om daar extra middelen voor naar Helmond te halen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij nu even bundelen, want ik verwacht dat er reactie komt op eerdere antwoorden. Wij beginnen met de heer Van der Zanden, dan krijgen wij mevrouw Tamarinof, dan de heer
Manders, dan de heer Yeyden en dan de heer Smits. Wij beginnen met de heer Van der Zanden. Kort en bondig als het kan. De heer Van der Zanden: Ja, ik heb even een vraag aan mijnheer Ulrich over de stadsmarinier. Wat houdt die functie precies in en in welke gemeenten zijn al goede resultaten geboekt met dat instrument van de stadsmarinier? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij naar mevrouw Tamarinof. Wij gaan nu even bundelen, anders gaat het te lang duren. Mevrouw Tamarinof: Ja. Ik heb, denk ik, een vraag aan de burgemeester, of misschien ook wel aan mijnheer Ulrich. Ik zit niet zo goed in het onderwerp, maar wat ik niet helemaal goed begrijp, is dat er gelobbyd moet worden bij het Rijk, als wij het dan hebben over zoveel fte per 10.000 inwoners: waarom kijken ze dan niet gewoon naar hoeveel inwoners heb je en krijg je dan gewoon zoveel geld daarvoor? Waarom moet iedereen daarvoor lobbyen? Dat begrijp ik niet helemaal goed. De voorzitter: Dank u wel. De heer Manders. De heer Manders: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik wil graag ook nog wat extra uitleg, want er wordt nu, onze gemeente wordt vergeleken wat betreft de formatie, hoeveel geld geven wij uit per inwoner, maar criminaliteit heeft toch ook te maken met bijvoorbeeld hoeveel uw gemeente fysiek stopt in bijvoorbeeld het aanpakken van verloederde wijken.
Als een gemeente daar ontzettend veel geld in stopt, dan heeft dat effecten op de criminaliteit. En zou een gemeente duidelijk minder nodig hebben, gezien de grootte van de gemeente, in vergelijk met andere gemeentes, dus u heeft het continu over integrale aanpak, maar eigenlijk zou je bij de vergelijking van die cijfers veel meer dingen moeten meewegen, dan alleen sec het aantal inwoners en hoeveel men uitgeeft. Ik kan mij voorstellen dat gemeenten die ontzettend veel in jeugd investeren, in onderwijs investeren, in begeleiding van jeugd, naar werk investeren, in nieuwe wijken investeren, dat die gemeentes veel minder geld nodig hebben voor de veiligheid. En dan kom je met een conclusie: ja, ze geven relatief weinig uit voor veiligheid, dus ik zou daar graag een antwoord op willen. Dank je wel. De voorzitter: Dank je wel. De heer Yeyden. De heer Yeyden: Dank u wel, voorzitter. De quickscan die loopt of is gehouden van 2015 tot 2018 en daar worden ook de conclusies op gebaseerd. Was dit anders geweest als ‘19, met name ‘19 daarin mee was genomen, omdat vanaf ‘19 ook extra middelen voor ondermijning hebben gekregen en ook ondermijning meer op de kaart is gekomen.
Zou het dan anders zijn geweest, de conclusies? En u geeft ook aan over informatiedelen, dat er meer informatiedeling moet komen: kunt u ook aangeven hoe en op welke wijze de verschillende instanties geoorloofd informatie kunnen delen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik stel voor dat wij deze vragen nu gaan beantwoorden, krijgen dadelijk mevrouw Maráczi en de heer Smits het woord. Anders wordt het wel erg veel op een hoop, ook voor het overzicht. De heer Ulrich. De heer Ulrich: Dank u wel. De stadsmarinier. De stadmarinier is eigenlijk een functie waarbij iemand in de frontlijn kijkt naar de samenwerkingen en de samenhang tussen de verschillende betrokkenen en hoe je daar in kan sturen. Het is ooit in Rotterdam begonnen, dat waren eigenlijk, zeg je meer, ga vanuit de uitvoering
sturen en niet vanuit de beleidskant. Daarnaast is het ook in een aantal andere steden, het heeft duidelijk meerwaarde gehad op die plekken en het is vooral van belang om dat te doen in die plekken waar hardnekkige problematiek, waar veel partijen moeten samenwerken, waarbij die samenwerking niet vanzelf goed loopt. Het zijn ook mensen die een behoorlijk mandaat hebben en daarmee dus ook de mogelijkheden om door te kunnen pakken. Ik zal iets zeggen, technisch, over de lobby Rijk, voor de rest zal natuurlijk de burgemeester daar wat over kunnen zeggen. Kijk, waarom is dat nodig en waarom gaat het niet vanzelf op basis van cijfers over het aantal plaatje? In het gemeentefonds wordt geen geld gegeven specifiek alleen voor veiligheid, dus het gaat steeds om een afweging van vrij brede kenmerken en soms, dan wordt eigenlijk gewerkt met gemiddelden over wat ergens in een gemeente speelt en als je een problematiek hebt die afwijkt van dat gemiddelde, dan kan het zijn dat je daar dus gewoon veel minder geld voor krijgt, dan andere gemeenten, terwijl je problematiek groter is. Derde vraag ging ook van: kijk je alleen naar veiligheid of zou je niet veel breder moeten kijken? Dat is een terechte opmerking. Uiteraard als je in andere dingen investeert, heeft dat gevolgen voor veiligheid.
Je zou kunnen zeggen, in zekere zin, dat alles wat je in een gemeente doet, heeft ook effect op de veiligheid, alleen je hebt ook specifieke aanpakken voor veiligheid. Ik ga er vanuit dat, kijk als je kijkt naar gemeenten, die slecht scoren op veiligheid, is het niet per definitie zo dat ze in de fysieke en sociale infrastructuur niets doen en andersom, dus dat er een samenhang tussen zit, ja, of je alleen kan zeggen als je ergens anders investeert, weet je zeker dat het op veiligheid effecten heeft? Dat is ook niet eenduidig te zeggen. Maar het klopt wel, je moet in de breedte kijken en je zou dus ook bij zo’n aanpak van een echt probleemgebied niet alleen maar naar de veiligheidskant, maar eigenlijk naar al die elementen moeten kijken en volgens mij is dat ook de stap die nu gezet wordt. Quickscan, wat zou er gebeuren als je 2019 meeneemt, gegeven dat werd in ieder geval specifiek genoemd, extra geld voor ondermijning? Ik kan niet zeggen wat er sowieso gebeurt, 2019, want die cijfers hebben wij niet. Je kunt wel zeggen dat een deel van de problematiek, die je in 2018 zag, niet specifiek over ondermijning ging en dat extra geld voor ondermijning en extra aanpak van ondermijning op een deel van die cijfers dus ook niet direct impact zal hebben, omdat het een ander soort problematiek is en een ander soort vragen.
De laatste vraag informatiesturing, wat kan er en wat kan er niet? Wat is er geoorloofd? Op zich kan je best met elkaar afspraken maken over wat je wil. Soms is dat echt delen van informatie en bestanden, soms is het ook een signaleringsfunctie. De ervaring leert dat er toch ook wel vaak om andere redenen dan alleen maar de privacyredenen die genoemd worden, met privacy geschermd worden als het gaat om informatiedeling. Je ziet ook aantal plekken waar dat wel gebeurt, dus voor een deel is het bereidheid, voor een deel is het ook kijken hoe je met regelgeving om kan gaan. De voorzitter: Dank u wel. Er zijn een aantal vragen voor de burgemeester. Mevrouw Blanksma: Ja, kort even. Goed punt van de heer Manders. Ik denk dat het, maar je ziet wel een bepaalde mate van correlatie, je ziet dat wij het minder goed doen en dat we minder geld uitgeven. Dus dat zijn gewoon objectieve feiten. En dan de vraag van mevrouw Tamarinof: het is, denk ik, ook een politieke prioriteit, het is niet gelabeld geld, dus als wij, ik noem eventjes over onze handhaving, wij hebben een boacapaciteit, ik dacht zoiets van tussen de 15 en de 17 personen. De benchmark is bij andere gemeentes, is die een verdubbeling van het aantal handhavers, dus boa-capaciteit. Dat is een politieke, bestuurlijke keuze, die wij met elkaar zouden kunnen maken. De voorzitter: Dank u wel.
Dan krijgen wij mevrouw Maráczi en dan de heer Smits. Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Ja, ik wou daar graag op aansluiten, want daar ging mijn vraag eigenlijk ook over, want het is natuurlijk, wij gaan naar een andere manier van werken, meer op preventie en integraal, dus dan denk ik, net als op andere dingen in het sociaal domein ga je dus eerst investeren om later vruchten te kunnen