E. VNG stukken
Tekst van het document
Mentale gezondheidsnetwerken (MGN, ontwikkelagenda) Doelgroep: het verkennend gesprek is één van de functies binnen een mentaal gezondheidsnetwerk (MGN) en is bedoeld voor personen met psychische klachten én problemen op andere levensdomeinen voor wie een domeinspecifieke aanpak met zorg of ondersteuning door alleen de huisarts, sociaal domein of ggz naar verwachting niet volstaat. Daarnaast heeft een M N nog drie f ncties het onderho dt een ’transfermechanisme’ orgt voor informatie over wachttijden en aanbod in sociaal domein en ggz en organiseert domeinoverstijgend casusoverleg. In het IZA is afgesproken dat er in elke regio een MGN komt. 7
Te nemen stappen in de doorontwikkeling: • Elkaar (h)(er)kennen in de regio, zodat bij alle verschillende professionals bekend is wat er in de andere domeinen aan aanbod beschikbaar is • Rol als verbindende schakel voor andere basisfunctionaliteiten binnen het leefgebied mentale gezondheid Belangrijkste inhoudelijke aandachtspunten/opgaven: • De afspraken uit het regiospecifieke MGN-transformatieplan tot uitvoer brengen. Hierin is een expliciete koppeling met het regiobeeld en regioplan opgenomen. N.B.: de looptijd van het transformatieplan is korter dan van de werkagenda, dus uitvoering na de looptijd van het transformatieplan moet in de werkagenda geborgd worden. Samenhang met andere basisfunctionaliteiten/aanpakken: sociaal verwijzen, laagdrempelige steunpunten
Vitaal ouder worden/ouderen Valpreventie Doelgroep: thuiswonende ouderen van 65 jaar en ouder met een verhoogd valrisico. Benodigd landelijk dekkend aanbod: • Afspraken met betrokken partijen uit het sociaal domein ten behoeve van opsporen van senioren met een verhoogd valrisico en afnemen valrisico-inschatting bij 14% van de 65+ers. • Elke oudere kan via de eigen gemeente een erkende valpreventieve beweeginterventie volgen in de eigen of een nabijgelegen gemeente. In totaal neemt jaarlijks 3% van de 65+ers met een verhoogd valrisico deel aan een valpreventieve beweeginterventie. • Voorlichting over valpreventie als onderdeel van vitaal ouder worden. • Structureel sport- en beweegaanbod, geschikt voor ouderen. De omvang en het type aanbod verschilt per gemeente. Belangrijkste inhoudelijke aandachtspunten/opgaven: • Alle eerstelijnsprofessionals en sociaaldomeinprofessionals die met ouderen werken hebben een belangrijke rol in het opsporen. • Maak heldere afspraken over toeleiding/verwijzing naar valpreventieve beweeginterventies en wie verantwoordelijk is voor de deelnemers. Samenhang met andere basisfunctionaliteiten/aanpakken: ketenaanpak overgewicht en obesitas volwassenen, sociaal verwijzen
Leefstijl Ketenaanpak overgewicht en obesitas volwassenen Doelgroep: Voor het signaleren en bespreekbaar maken van overgewicht en vaststellen wat er speelt bestaat de doelgroep uit volwassenen vanaf een licht verhoogd gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico (GGR) en hoger. Vanuit deze basisfunctionaliteit wordt aanvullend aanbod georganiseerd voor:
8
•
volwassenen met een licht verhoogd GGR (in de basis is deze groep aangewezen op het reguliere basisaanbod, maar een deel zal hiermee onvoldoende bereikt worden bv. door beperkte zelfredzaamheid of andere belemmeringen). • volwassenen vanaf een matig verhoogd GGR. Benodigd landelijk dekkend aanbod: • Centrale zorgcoördinator die kijkt waarop ingezet moet worden en ook de verbinding kan maken met sociale basis in het sociaal domein; • Beweegaanbod voor de doelgroep; • Aanbod gericht op gezondheidsvaardigheden en leefstijl voor de doelgroep; • Individuele ondersteuning voor de doelgroep in het sociaal domein (zoals buurtsportcoaches, leefstijlcoaches, gewichtsconsulenten en beweegmakelaars); • Gecombineerde Leefstijl Interventie. Belangrijkste inhoudelijke aandachtspunten/opgaven: • Opsporen en signaleren: afspraken dat professionals vanuit het sociaal domein en de zorg (incl. tweede lijn) overgewicht signaleren en het gesprek hierover voeren; • Borgen probleemanalyse: voldoende professionals vanuit de zorg die overgewicht/GGR kunnen vaststellen en kunnen nagaan wat onderliggende factoren zijn. • De rol van Centrale Zorgcoördinator is nieuw. Momenteel wordt gewerkt aan het financieringsvraagstuk van deze inzet. Samenhang met andere basisfunctionaliteiten/aanpakken: ketenaanpak overgewicht en obesitas kinderen, sociaal verwijzen.
Kansrijk opgroeien Kansrijke Start Doelgroep: (Toekomstige) ouders in een kwetsbare situatie in de eerste 1000 dagen van het kind (van drie maanden vóór de bevruchting tot ongeveer 2 jaar). Benodigd landelijk dekkend aanbod: • Elke gemeente en regio heeft een coalitie Kansrijke Start, bestaande uit partijen uit medisch, sociaal, publiek en informeel domein. • Op basis van de situatie in de regio en gemeente maken partijen onderbouwde keuzes welk hulp- en ondersteuningsaanbod en welke interventies nodig zijn en kopen deze in bij de betrokken organisaties. • Samenwerkingsafspraken op uitvoerings-, organisatie- en bestuurlijk niveau, zowel lokaal als regionaal. Belangrijkste inhoudelijke aandachtspunten/opgaven:
•
Zorgen dat professionals uit medisch, sociaal, publiek en informeel domein het belang van de 1e 1000 dagen en hun rol bij het vroegsignaleren kennen en vervolgens (weten hoe te) handelen. • Samenwerken met of betrekken van ouders met ervaring, mensen met ervaringskennis, ervaringsdeskundigen, sleutelfiguren, sleutelpersonen en/of cliëntparticipatie. • De basisfunctionaliteiten Integrale Gezinspoli en Nu Niet Zwanger maken onderdeel uit van de basisfunctionaliteit Kansrijke Start. Samenhang met andere basisfunctionaliteiten/aanpakken: overgewicht en obesitas volwassenen, sociaal verwijzen, rookvrije start en overgewicht en obesitas kinderen.
9
Integrale gezinspoli (nieuwe aanpak, g ’ g g w w ) Doelgroep: (aanstaande) gezinnen die tijdens de zwangerschap en/of met hun jonge kind (tot circa 2 jaar), een tweedelijns zorgbehoefte hebben - of hier hoog risico op lopen - en waar - al dan niet tijdelijk - kwetsbare sociale omstandigheden spelen. Deze doelgroep is een subgroep van de gehele Kansrijke Start-doelgroep. Benodigd landelijk dekkend aanbod: • Eén kernteam met vaste gezichten vanuit medisch, publieke gezondheid en sociaal domein, met een brede blik op zowel medische als sociale factoren en daarmee een bundeling van expertise over kwetsbare sociale en medische omstandigheden die van invloed kunnen zijn op (aanstaande) gezinnen in de eerste 1.000 dagen. • Eén aanspreekpunt voor het gezin, in elk geval voor hun vragen/behoeften over inzet vanuit/contacten met partijen uit het sociaal domein. • De benodigde expertise is op één plek beschikbaar, waar mogelijk buiten het ziekenhuis in een ‘h iskamercontext’ in plaats van een medische context odat ge innen ich snel op hun gemak voelen. • Multidisciplinair overleg (MDO) met afvaardiging vanuit medisch, publieke gezondheid en sociaal domein. Bijvoorbeeld elke week of twee weken per poli over de (aanstaande) gezinnen in kwetsbare sociale omstandigheden.
• Samenwerkingsafspraken over hoe informele steunorganisaties met vrijwilligers en ervaringsdeskundigen kunnen worden benut om (aanstaande) gezinnen te ondersteunen. Belangrijkste inhoudelijke aandachtspunten/opgaven: • Afspraken over taakverschuivingen – waar relevant – zoals verschuiving van 2e naar 1e lijn, van zorg naar publieke gezondheid en/of sociaal domein en coördinerende rol in publieke gezondheid of sociaal domein. • Een werkproces over hoe wordt afgestemd over de populatie die dreigt in te stromen in het ziekenhuis, met als doel dit zoveel mogelijk voor te zijn en een gezin te helpen in de eigen omgeving. Bijvoorbeeld in overleg eerstelijnsverloskundigen, huisartsen, tweede lijn, Verloskundig SamenwerkingsVerband (VSV), kraamzorg en JGZ. Samenhang met andere basisfunctionaliteiten/aanpakken: Kansrijke Start, Nu Niet Zwanger
Nu Niet Zwanger Doelgroep: 1) mensen in de vruchtbare leeftijd (inclusief minderjarigen) en, 2) in kwetsbare omstandigheden door een combinatie van problemen en/of beperkingen zoals psychische problematiek, verstandelijke beperking, verslaving, dakloosheid, schulden, loverboyproblematiek, of anderszins een (grote) disbalans tussen draagkracht en draaglast. Benodigd landelijk dekkend aanbod: • Structurele regionale coördinatie en expertise: minimaal 2 fte per regio, verdeeld over 3 personen. • Kinderwensverkenning geïntegreerd in de reguliere werkwijze van organisaties in sociaal en medisch domein. • Samenwerkingsafspraken met ziekenhuizen, verloskundigen en huisartsen. • Toegankelijke anticonceptiezorg, inclusief regionaal gemeentelijk budget voor anticonceptie.
10
Belangrijkste inhoudelijke aandachtspunten/opgaven: • Omdat NNZ uitgevoerd wordt door de GGD, is de GGD-regio de natuurlijke schaal om dit uit te voeren. Idealiter geven alle gemeenten binnen dezelfde GGD-regio gezamenlijk opdracht aan de regionale GGD voor de uitvoering van NNZ en verwerken zij deze opdracht in hun beleidskaders. Tegelijkertijd komen GGD-regio/IZA-regio niet overal met elkaar overeen. et is aan de mandaatgemeenten om met h n D’en af te stemmen over de schaal waarop NNZ wordt uitgevoerd en waar besluitvorming plaatsvindt. • De NNZ-aanpak vraagt om goede samenwerking tussen professionals uit verschillende domeinen, waaronder heldere afspraken over verwijzing, consultatie, privacy en casuïstiekbespreking. Samenhang met andere basisfunctionaliteiten/aanpakken: Kansrijke Start, Integrale Gezinspoli
Ketenaanpak overgewicht en obesitas kinderen (ontwikkelagenda) Doelgroep: Kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar met overgewicht of obesitas. De aanpak is van toepassing vanaf een licht verhoogd gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico (GGR) Benodigd landelijk dekkend aanbod (eerste inschatting11, evaluatie in 2028): • Centrale zorgverlener (CZV): 0,2 fte per 1000 jeugdigen • Kinder-GLI-aanbieder: 0,2 fte per 1000 jeugdigen • 0,2-0,4 fte regionale coördinatie per 100.000 jeugdigen Belangrijkste inhoudelijke aandachtspunten/opgaven: • Voor kinderen vanaf een matig verhoogd GGR wordt de intake, analyse en het opstellen van het plan van aanpak door de CZV ingekocht door zorgverzekeraars. • Wanneer de kinder-GLI onderdeel uitmaakt van het plan van aanpak, wordt de CZV voor de rest van het traject ook ingekocht door zorgverzekeraars. Voor kinderen met een licht verhoogd GGR of kinderen vanaf een matig verhoogd GGR waarvan de kinder-GLI geen onderdeel uitmaakt van het PVA wordt de CZV ingekocht door de gemeente. • Gemeenten dragen zorg voor coördinatie op lokaal niveau. Samenhang met andere basisfunctionaliteiten/aanpakken: ketenaanpak overgewicht en obesitas volwassenen, Kansrijke Start
11
Dit aantal is geschat op basis van een aantal aannames, waarbij het landelijk model als basis is gebruikt en geen rekening gehouden is met financiële restricties. In de handreiking worden deze aannames uitgebreider toegelicht.
11
Format voor de werkagenda Samenwerking zorg en sociaal domein voor D5 AZWA
Waarom dit document?
Vanuit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn afspraken gemaakt over basisfunctionaliteiten ter versterking van de samenwerking tussen het zorgdomein en sociaal domein. Als mandaatgemeente of preferente zorgverzekeraar gaat u, in de rol van financiers en regisseurs van de werkagenda, aan de slag met het opstellen van een regionale werkagenda voor deze basisfunctionaliteiten. De opdracht voor de werkagenda is opgenomen in een apart document en is samen met dit format aan u verstrekt. In de opdracht voor de werkagenda staat meer informatie over de inhoud van de werkagenda. In het najaar, uiterlijk op 15 november 2026, wordt aan de regio’s gevraagd een werkagenda op te leveren voor de realisatie van de basisfunctionaliteiten en de aanpakken op de ontwikkelagenda 1 die onder de D5-afspraak vallen. Dit format is op verzoek van het ministerie van VWS, VNG en ZN ontwikkeld als hulpmiddel om regio’s te ondersteunen bij het opstellen van deze werkagenda. Regio’s dienen alle onderdelen uit dit format mee te nemen in hun werkagenda. Het gebruik van dit format is niet verplicht, dus regio’s zijn vrij hun eigen vorm te kiezen.
Inhoud format werkagenda
Het format bestaat uit drie onderdelen: de regionale preventie-infrastructuur (RPI), de verschillende leefgebieden, en per leefgebied de bijbehorende basisfunctionaliteiten en aanpakken op de ontwikkelagenda 1 (lopend en nieuw 1). Een belangrijk onderdeel van het format is de overkoepelende structuur in de regio, de regionale preventie-infrastructuur. De RPI is het geheel aan afspraken, structuren, rollen, middelen en processen dat nodig is om de inzet op gezondheid en preventie duurzaam en domeinoverstijgend te organiseren. Conform de landelijke handreiking omvat de RPI minimaal de volgende vijf onderdelen: 1. Regionale gezondheidsdoelen; 2. Financiële middelen; 3. Regionale samenwerkingsafspraken; 4. Verantwoordelijkheidsverdeling; 5. Kennis en monitoring. De werkagenda is daarnaast opgedeeld in verschillende leefgebieden, waaronder de verschillende basisfunctionaliteiten/aanpakken op de ontwikkelagenda vallen. Per leefgebied wordt overkoepelend uitgevraagd: 1. Gezondheidsdoelen: Welke concrete regionale gezondheidsdoelen gericht op het verbeteren van gezondheid en welzijn heeft de regio voor het leefgebied? 2. Scope en samenhang: Wat valt er binnen het leefgebied en hoe is de samenhang binnen dit leefgebied en met andere leefgebieden geborgd en benut? 3.
Organisatie en rollen: Hoe zijn verantwoordelijkheid, eigenaarschap en uitvoeringscapaciteit voor het leefgebied geborgd in de regio en wat zijn de rollen van betrokken partijen (zowel financiers als uitvoeringspartijen)? Per basisfunctionaliteit/aanpak op de ontwikkelagenda worden vervolgens de IST (huidige situatie), de SOLL (gewenste situatie) en de GAP (wat er nodig is om van huidige situatie naar gewenste situatie te komen) uitgevraagd, aansluitend op het format van de eerder ontwikkelde regioscan.
1
Er wordt een landelijk proces opgesteld voor de nieuwe aanpakken op de ontwikkelagenda. Regio’s doen de toezegging met welke aanpakken ze aan de slag gaan. Indien gewenst kan een regio ervoor kiezen om de nieuwe aanpakken al op te nemen in de werkagenda, maar dat is geen verplichting.
De GAP betreft het projectplan, of beter gezegd: de eigenlijke werkagenda, die de volgende elementen omvat: 1. Projectdoelstellingen; 2. Financieel plan 2; 3. Monitoring 3; 4. Mijlpalenplanning.
Inhoudsopgave werkagenda
1. Regionale preventie-infrastructuur 2. Mentale gezondheid a. Basisfunctionaliteit: Laagdrempelige steunpunten b. Basisfunctionaliteit: Sociaal verwijzen c. Aanpak ontwikkelagenda 1 - lopend: Mentale gezondheidsnetwerken 3. Kansrijk opgroeien a. Basisfunctionaliteit: Kansrijke start a.1 Basisfunctionaliteit: Nu Niet Zwanger (onderdeel van Kansrijke start) a.2 Basisfunctionaliteit: Integrale gezinspoli (onderdeel van Kansrijke start) a.3 Aanpak ontwikkelagenda 1 - nieuw: Rookvrije start (onderdeel van Kansrijke start) b. Aanpak ontwikkelagenda 1 - lopend: Ketenaanpak overgewicht en obesitas kinderen 4. Leefstijl a. Basisfunctionaliteit: Ketenaanpak overgewicht en obesitas volwassenen b. Aanpak ontwikkelagenda 1 - nieuw: Rookvrije Thuiszorg (onderdeel van Nicotinevrij) c. Aanpak ontwikkelagenda 1 - nieuw: Rookvrije Wijkaanpak (onderdeel van Nicotinevrij) 5. Vitaal ouder worden/ouderen a. Basisfunctionaliteit: Valpreventie b. Aanpak ontwikkelagenda 1 - nieuw: Ketenaanpak dementie (incl. preventie) 6. Gezondheidsachterstanden verminderen en voorkomen a. Aanpak ontwikkelagenda 1 - nieuw: Multiproblematiek aanpak (NPLV)
2
Het financiële plan is optioneel voor deze inhoudelijke werkagenda. Er hoeft geen begroting of financieel plaatje in. Voor de monitoring komt nog een landelijke dataset beschikbaar die regio’s kunnen implementeren. Dit is onderdeel van de uitvoeringsfase, dus de exacte monitoring hoeft nog niet in de werkagenda opgenomen te worden.
3
1. Regionale preventie-infrastructuur Onderdelen RPI Toelichting op RPI: Omschrijf beknopt hoe de regionale preventie-infrastructuur in jullie regio is georganiseerd (een visuele toelichting, bijvoorbeeld in de vorm van een afbeelding, volstaat ook).
Regionale gezondheidsdoelen: Omschrijf welke gezamenlijke gezondheidsdoelen in de regio zijn vastgesteld.
Financiële middelen: Omschrijf de financieringsafspraken over de coördinatie en uitvoering.
Regionale samenwerkingsafspraken: Omschrijf welke afspraken er zijn gemaakt omtrent verantwoordelijkheid.
Verantwoordelijkheidsverdeling: Omschrijf hoe de samenwerking over domeinen heen is georganiseerd in een netwerkstructuur en hoe aanspreekbaarheid op de rollen en verantwoordelijkheden is georganiseerd.
Kennis en monitoring: Omschrijf de regionale monitoring van de voortgang op gezondheidsdoelen, digitalisering en de gezamenlijke leer- en datacyclus.
Uitwerking
2. Mentale gezondheid Gezondheidsdoelen (Welke concrete regionale gezondheidsdoelen gericht op het verbeteren van gezondheid en welzijn heeft de regio voor het leefgebied?)
Scope en samenhang (Wat valt er binnen het leefgebied en hoe is de samenhang binnen dit leefgebied en met andere leefgebieden geborgd en benut?)
Organisatie en rollen (Hoe zijn verantwoordelijkheid, eigenaarschap en uitvoeringscapaciteit voor het leefgebied geborgd in de regio en wat zijn de rollen van betrokken partijen?) Financierders:
Uitvoeringspartijen:
2a. Laagdrempelige steunpunten
IST / SOLL / GAP
Onderdelen
Uitwerking
Urgentie: Wat is er bekend over de urgentie van deze basisfunctionaliteit in de regio?
IST
Situatie: In hoeverre is deze basisfunctionaliteit (of onderdelen daarvan) al aanwezig in de regio?
SOLL
Ambitie: Wat is in de regio vastgesteld als een regionaal dekkend aanbod en wat is ervoor nodig om tot een regionaal dekkend aanbod te komen in de regio? Ontwerp: Wat zijn expliciet gemaakte keuzes in de invulling van deze basisfunctionaliteit, en welke keuzes dienen nog gemaakt te worden? Projectdoelstellingen: Omschrijf de SMART-afspraken die zijn gemaakt.
GAP (projectplan)
Financieel plan (optioneel): Welke financiële middelen worden ingezet voor dit onderdeel? Monitoring (optioneel): Omschrijf de manier waarop de voortgang, prestaties en risico’s worden gevolgd en gerapporteerd.
Kwartaal
Mijlpalenplanning
Activiteiten
Verantwoordelijke
Deelresultaat
2b. Sociaal verwijzen
IST / SOLL / GAP
Onderdelen
Uitwerking
Urgentie: Wat is er bekend over de urgentie van deze basisfunctionaliteit in de regio?
IST
Situatie: In hoeverre is deze basisfunctionaliteit (of onderdelen daarvan) al aanwezig in de regio?
SOLL
Ambitie: Wat is in de regio vastgesteld als een regionaal dekkend aanbod en wat is ervoor nodig om tot een regionaal dekkend aanbod te komen in de regio? Ontwerp: Wat zijn expliciet gemaakte keuzes in de invulling van deze basisfunctionaliteit, en welke keuzes dienen nog gemaakt te worden? Projectdoelstellingen: Omschrijf de SMART-afspraken die zijn gemaakt.
GAP (projectplan)
Financieel plan (optioneel): Welke financiële middelen worden ingezet voor dit onderdeel? Monitoring (optioneel): Omschrijf de manier waarop de voortgang, prestaties en risico’s worden gevolgd en gerapporteerd.
Kwartaal
Mijlpalenplanning
Activiteiten
Verantwoordelijke
Deelresultaat
2c. Mentale gezondheidsnetwerken
IST / SOLL / GAP
Onderdelen
Uitwerking
Urgentie: Wat is er bekend over de urgentie van deze aanpak in de regio?
IST
Situatie: In hoeverre is deze aanpak (of onderdelen daarvan) al aanwezig in de regio?
SOLL
Ambitie: Wat is in de regio vastgesteld als een regionaal dekkend aanbod en wat is ervoor nodig om tot een regionaal dekkend aanbod te komen in de regio? Ontwerp: Wat zijn expliciet gemaakte keuzes in de invulling van deze aanpak, en welke keuzes dienen nog gemaakt te worden? Projectdoelstellingen: Omschrijf de SMART-afspraken die zijn gemaakt.
GAP (projectplan)
Financieel plan (optioneel): Welke financiële middelen worden ingezet voor dit onderdeel? Monitoring (optioneel): Omschrijf de manier waarop de voortgang, prestaties en risico’s worden gevolgd en gerapporteerd.
Kwartaal
Mijlpalenplanning
Activiteiten
Verantwoordelijke
Deelresultaat
3. Kansrijk opgroeien
Gezondheidsdoelen (Welke concrete regionale gezondheidsdoelen gericht op het verbeteren van gezondheid en welzijn heeft de regio voor het leefgebied?)
Scope en samenhang (Wat valt er binnen het leefgebied en hoe is de samenhang binnen dit leefgebied en met andere leefgebieden geborgd en benut?)
Organisatie en rollen (Hoe zijn verantwoordelijkheid, eigenaarschap en uitvoeringscapaciteit voor het leefgebied geborgd in de regio en wat zijn de rollen van betrokken partijen?) Financierders:
Uitvoeringspartijen:
3a. Kansrijke start
IST / SOLL / GAP
Onderdelen
Uitwerking
Urgentie: Wat is er bekend over de urgentie van deze basisfunctionaliteit in de regio?
IST
Situatie: In hoeverre is deze basisfunctionaliteit (of onderdelen daarvan) al aanwezig in de regio?
SOLL
Ambitie: Wat is in de regio vastgesteld als een regionaal dekkend aanbod en wat is ervoor nodig om tot een regionaal dekkend aanbod te komen in de regio? Ontwerp: Wat zijn expliciet gemaakte keuzes in de invulling van deze basisfunctionaliteit, en welke keuzes dienen nog gemaakt te worden? Projectdoelstellingen: Omschrijf de SMART-afspraken die zijn gemaakt.
GAP (projectplan)
Financieel plan (optioneel): Welke financiële middelen worden ingezet voor dit onderdeel? Monitoring (optioneel): Omschrijf de manier waarop de voortgang, prestaties en risico’s worden gevolgd en gerapporteerd.
Kwartaal
Mijlpalenplanning
Activiteiten
Verantwoordelijke
Deelresultaat
3a.1 Nu Niet Zwanger (onderdeel van Kansrijke start)
IST / SOLL / GAP
Onderdelen
Uitwerking
Urgentie: Wat is er bekend over de urgentie van deze basisfunctionaliteit in de regio?
IST
Situatie: In hoeverre is deze basisfunctionaliteit (of onderdelen daarvan) al aanwezig in de regio?
SOLL
Ambitie: Wat is in de regio vastgesteld als een regionaal dekkend aanbod en wat is ervoor nodig om tot een regionaal dekkend aanbod te komen in de regio? Ontwerp: Wat zijn expliciet gemaakte keuzes in de invulling van deze basisfunctionaliteit, en welke keuzes dienen nog gemaakt te worden? Projectdoelstellingen: Omschrijf de SMART-afspraken die zijn gemaakt.
GAP (projectplan)
Financieel plan (optioneel): Welke financiële middelen worden ingezet voor dit onderdeel? Monitoring (optioneel): Omschrijf de manier waarop de voortgang, prestaties en risico’s worden gevolgd en gerapporteerd.
Kwartaal
Mijlpalenplanning
Activiteiten
Verantwoordelijke
Deelresultaat
3a.2 Integrale gezinspoli (onderdeel van Kansrijke start)
IST / SOLL / GAP
Onderdelen
Uitwerking
Urgentie: Wat is er bekend over de urgentie van deze basisfunctionaliteit in de regio?
IST
Situatie: In hoeverre is deze basisfunctionaliteit (of onderdelen daarvan) al aanwezig in de regio?
SOLL
Ambitie: Wat is in de regio vastgesteld als een regionaal dekkend aanbod en wat is ervoor nodig om tot een regionaal dekkend aanbod te komen in de regio? Ontwerp: Wat zijn expliciet gemaakte keuzes in de invulling van deze basisfunctionaliteit, en welke keuzes dienen nog gemaakt te worden? Projectdoelstellingen: Omschrijf de SMART-afspraken die zijn gemaakt.
GAP (projectplan)
Financieel plan (optioneel): Welke financiële middelen worden ingezet voor dit onderdeel? Monitoring (optioneel): Omschrijf de manier waarop de voortgang, prestaties en risico’s worden gevolgd en gerapporteerd.
Kwartaal
Mijlpalenplanning
Activiteiten
Verantwoordelijke
Deelresultaat
3a.3 Rookvrije start (onderdeel van Kansrijke start) (optioneel onderdeel werkagenda)
IST / SOLL / GAP
Onderdelen
Uitwerking
Urgentie: Wat is er bekend over de urgentie van deze aanpak in de regio?
IST
Situatie: In hoeverre is deze aanpak (of onderdelen daarvan) al aanwezig in de regio?
SOLL
Ambitie: Wat is in de regio vastgesteld als een regionaal dekkend aanbod en wat is ervoor nodig om tot een regionaal dekkend aanbod te komen in de regio? Ontwerp: Wat zijn expliciet gemaakte keuzes in de invulling van deze aanpak, en welke keuzes dienen nog gemaakt te worden? Projectdoelstellingen: Omschrijf de SMART-afspraken die zijn gemaakt.
GAP (projectplan)
Financieel plan (optioneel): Welke financiële middelen worden ingezet voor dit onderdeel? Monitoring (optioneel): Omschrijf de manier waarop de voortgang, prestaties en risico’s worden gevolgd en gerapporteerd.
Kwartaal
Mijlpalenplanning
Activiteiten
Verantwoordelijke
Deelresultaat
3b. Ketenaanpak overgewicht en obesitas kinderen
IST / SOLL / GAP
Onderdelen
Uitwerking
Urgentie: Wat is er bekend over de urgentie van deze aanpak in de regio?
IST
Situatie: In hoeverre is deze aanpak (of onderdelen daarvan) al aanwezig in de regio?
SOLL
Ambitie: Wat is in de regio vastgesteld als een regionaal dekkend aanbod en wat is ervoor nodig om tot een regionaal dekkend aanbod te komen in de regio? Ontwerp: Wat zijn expliciet gemaakte keuzes in de invulling van deze aanpak, en welke keuzes dienen nog gemaakt te worden? Projectdoelstellingen: Omschrijf de SMART-afspraken die zijn gemaakt.
GAP (projectplan)
Financieel plan (optioneel): Welke financiële middelen worden ingezet voor dit onderdeel? Monitoring (optioneel): Omschrijf de manier waarop de voortgang, prestaties en risico’s worden gevolgd en gerapporteerd.
Kwartaal
Mijlpalenplanning
Activiteiten
Verantwoordelijke
Deelresultaat
4. Leefstijl Gezondheidsdoelen (Welke concrete regionale gezondheidsdoelen gericht op het verbeteren van gezondheid en welzijn heeft de regio voor het leefgebied?)
Scope en samenhang (Wat valt er binnen het leefgebied en hoe is de samenhang binnen dit leefgebied en met andere leefgebieden geborgd en benut?)
Organisatie en rollen (Hoe zijn verantwoordelijkheid, eigenaarschap en uitvoeringscapaciteit voor het leefgebied geborgd in de regio en wat zijn de rollen van betrokken partijen?) Financierders:
Uitvoeringspartijen:
4a. Ketenaanpak overgewicht en obesitas volwassenen
IST / SOLL / GAP
Onderdelen
Uitwerking
Urgentie: Wat is er bekend over de urgentie van deze basisfunctionaliteit in de regio?
IST
Situatie: In hoeverre is deze basisfunctionaliteit (of onderdelen daarvan) al aanwezig in de regio?
SOLL
Ambitie: Wat is in de regio vastgesteld als een regionaal dekkend aanbod en wat is ervoor nodig om tot een regionaal dekkend aanbod te komen in de regio? Ontwerp: Wat zijn expliciet gemaakte keuzes in de invulling van deze basisfunctionaliteit, en welke keuzes dienen nog gemaakt te worden? Projectdoelstellingen: Omschrijf de SMART-afspraken die zijn gemaakt.
GAP (projectplan)
Financieel plan (optioneel): Welke financiële middelen worden ingezet voor dit onderdeel? Monitoring (optioneel): Omschrijf de manier waarop de voortgang, prestaties en risico’s worden gevolgd en gerapporteerd.
Kwartaal
Mijlpalenplanning
Activiteiten
Verantwoordelijke
Deelresultaat
4b. Rookvrije Thuiszorg (onderdeel van Nicotinevrij) (optioneel onderdeel werkagenda)
IST / SOLL / GAP
Onderdelen
Uitwerking
Urgentie: Wat is er bekend over de urgentie van deze aanpak in de regio?
IST
Situatie: In hoeverre is deze aanpak (of onderdelen daarvan) al aanwezig in de regio?
SOLL
Ambitie: Wat is in de regio vastgesteld als een regionaal dekkend aanbod en wat is ervoor nodig om tot een regionaal dekkend aanbod te komen in de regio? Ontwerp: Wat zijn expliciet gemaakte keuzes in de invulling van deze aanpak, en welke keuzes dienen nog gemaakt te worden? Projectdoelstellingen: Omschrijf de SMART-afspraken die zijn gemaakt.
GAP (projectplan)
Financieel plan (optioneel): Welke financiële middelen worden ingezet voor dit onderdeel? Monitoring (optioneel): Omschrijf de manier waarop de voortgang, prestaties en risico’s worden gevolgd en gerapporteerd.
Kwartaal
Mijlpalenplanning
Activiteiten
Verantwoordelijke
Deelresultaat
4c. Rookvrije Wijkaanpak (onderdeel van Nicotinevrij) (optioneel onderdeel werkagenda)
IST / SOLL / GAP
Onderdelen
Uitwerking
Urgentie: Wat is er bekend over de urgentie van deze aanpak in de regio?
IST
Situatie: In hoeverre is deze aanpak (of onderdelen daarvan) al aanwezig in de regio?
SOLL
Ambitie: Wat is in de regio vastgesteld als een regionaal dekkend aanbod en wat is ervoor nodig om tot een regionaal dekkend aanbod te komen in de regio? Ontwerp: Wat zijn expliciet gemaakte keuzes in de invulling van deze aanpak, en welke keuzes dienen nog gemaakt te worden? Projectdoelstellingen: Omschrijf de SMART-afspraken die zijn gemaakt.
GAP (projectplan)
Financieel plan (optioneel): Welke financiële middelen worden ingezet voor dit onderdeel? Monitoring (optioneel): Omschrijf de manier waarop de voortgang, prestaties en risico’s worden gevolgd en gerapporteerd.
Kwartaal
Mijlpalenplanning
Activiteiten
Verantwoordelijke
Deelresultaat
5. Vitaal ouder worden/ouderen Gezondheidsdoelen (Welke concrete regionale gezondheidsdoelen gericht op het verbeteren van gezondheid en welzijn heeft de regio voor het leefgebied?)
Scope en samenhang (Wat valt er binnen het leefgebied en hoe is de samenhang binnen dit leefgebied en met andere leefgebieden geborgd en benut?)
Organisatie en rollen (Hoe zijn verantwoordelijkheid, eigenaarschap en uitvoeringscapaciteit voor het leefgebied geborgd in de regio en wat zijn de rollen van betrokken partijen?) Financierders:
Uitvoeringspartijen:
5a. Valpreventie
IST / SOLL / GAP
Onderdelen
Uitwerking
Urgentie: Wat is er bekend over de urgentie van deze basisfunctionaliteit in de regio?
IST
Situatie: In hoeverre is deze basisfunctionaliteit (of onderdelen daarvan) al aanwezig in de regio?
SOLL
Ambitie: Wat is in de regio vastgesteld als een regionaal dekkend aanbod en wat is ervoor nodig om tot een regionaal dekkend aanbod te komen in de regio? Ontwerp: Wat zijn expliciet gemaakte keuzes in de invulling van deze basisfunctionaliteit, en welke keuzes dienen nog gemaakt te worden? Projectdoelstellingen: Omschrijf de SMART-afspraken die zijn gemaakt.
GAP (projectplan)
Financieel plan (optioneel): Welke financiële middelen worden ingezet voor dit onderdeel? Monitoring (optioneel): Omschrijf de manier waarop de voortgang, prestaties en risico’s worden gevolgd en gerapporteerd.
Kwartaal
Mijlpalenplanning
Activiteiten
Verantwoordelijke
Deelresultaat
5b. Ketenaanpak dementie (incl. preventie) (optioneel onderdeel werkagenda)
IST / SOLL / GAP
Onderdelen
Uitwerking
Urgentie: Wat is er bekend over de urgentie van deze aanpak in de regio?
IST
Situatie: In hoeverre is deze aanpak (of onderdelen daarvan) al aanwezig in de regio?
SOLL
Ambitie: Wat is in de regio vastgesteld als een regionaal dekkend aanbod en wat is ervoor nodig om tot een regionaal dekkend aanbod te komen in de regio? Ontwerp: Wat zijn expliciet gemaakte keuzes in de invulling van deze aanpak, en welke keuzes dienen nog gemaakt te worden? Projectdoelstellingen: Omschrijf de SMART-afspraken die zijn gemaakt.
GAP (projectplan)
Financieel plan (optioneel): Welke financiële middelen worden ingezet voor dit onderdeel? Monitoring (optioneel): Omschrijf de manier waarop de voortgang, prestaties en risico’s worden gevolgd en gerapporteerd.
Kwartaal
Mijlpalenplanning
Activiteiten
Verantwoordelijke
Deelresultaat
6. Gezondheidsachterstanden verminderen en voorkomen Gezondheidsdoelen (Welke concrete regionale gezondheidsdoelen gericht op het verbeteren van gezondheid en welzijn heeft de regio voor het leefgebied?)
Scope en samenhang (Wat valt er binnen het leefgebied en hoe is de samenhang binnen dit leefgebied en met andere leefgebieden geborgd en benut?)
Organisatie en rollen (Hoe zijn verantwoordelijkheid, eigenaarschap en uitvoeringscapaciteit voor het leefgebied geborgd in de regio en wat zijn de rollen van betrokken partijen?) Financierders:
Uitvoeringspartijen:
6a. Multiproblematiek aanpak (NPLV) (optioneel onderdeel werkagenda)
IST / SOLL / GAP
Onderdelen
Uitwerking
Urgentie: Wat is er bekend over de urgentie van deze aanpak in de regio?
IST
Situatie: In hoeverre is deze aanpak (of onderdelen daarvan) al aanwezig in de regio?
SOLL
Ambitie: Wat is in de regio vastgesteld als een regionaal dekkend aanbod en wat is ervoor nodig om tot een regionaal dekkend aanbod te komen in de regio? Ontwerp: Wat zijn expliciet gemaakte keuzes in de invulling van deze aanpak, en welke keuzes dienen nog gemaakt te worden? Projectdoelstellingen: Omschrijf de SMART-afspraken die zijn gemaakt.
GAP (projectplan)
Financieel plan (optioneel): Welke financiële middelen worden ingezet voor dit onderdeel? Monitoring (optioneel): Omschrijf de manier waarop de voortgang, prestaties en risico’s worden gevolgd en gerapporteerd.
Kwartaal
Mijlpalenplanning
Activiteiten
Verantwoordelijke
Deelresultaat
Op weg naar een werkagenda samenwerking zorg-sociaal D5 AZWA Beste gemeente, regiocoördinator en zorgverzekeraar, Met het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) hebben zorg- en welzijnspartijen samen met overheden aanvullende afspraken gemaakt op het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Zo werken we samen aan toekomstbestendige zorg en ondersteuning voor alle inwoners. Een belangrijk onderdeel van het AZWA is het versterken van de samenwerking tussen het zorgen sociaal domein. Iedere regio en gemeente geeft hieraan invulling via de zogenoemde basisfunctionaliteiten (D5) en investeert in de basisinfrastructuur via onder meer inloopvoorzieningen en lokale teams (D6). Gemeenten ontvangen middelen voor de inzet binnen het sociaal domein, waaronder doorbraakmiddelen, om de opbouw van de basisfunctionaliteiten te versnellen. Deze brief gaat in op de invulling van deze twee afspraken. Doel van de komende periode is het opstellen van een werkagenda per regio. Met het opstellen van de werkagenda werken regio’s toe naar een regionaal dekkend aanbod voor basisfunctionaliteiten in 2030 en het (verder) implementeren van lopende aanpakken op de ontwikkelagenda.
Deze werkagenda is een aanvulling op het regioplan en beschrijft hoe u gezamenlijk de basisfunctionaliteiten de komende jaren gaat uitvoeren en de samenwerking tussen zorg- en sociaal domein bestendigt. De werkagenda is tevens nodig om de middelen via een nieuwe SPUK toe te kennen aan de (mandaat)gemeenten. De werkagenda wordt niet beoordeeld, maar moet wel de goedkeuring van de colleges hebben.
Handvatten voor uw regionale werkagenda
Sinds het ondertekenen van het akkoord in september vorig jaar is gewerkt aan het concretiseren en uitwerken van dit onderdeel van het AZWA. Bij deze brief vindt u handvatten om de werkagenda op te stellen: 1. Opdracht aan regio’s voor het opstellen van de werkagenda; 2. Format voor de werkagenda; 3. Voor gemeenten: proces en inzicht in AZWA-middelen gemeenten via een nieuwe SPUKregeling die later dit jaar wordt gepubliceerd. Deze producten zijn tot stand gekomen met dank aan de input uit de regioscan en de werkgroepen die betrokken zijn bij de handreikingen. De handreikingen per aanpak zijn nog niet beschikbaar. Die volgen na vaststelling door de landelijke thematafel Medisch-Sociaal en Preventie op 26 mei 2026.
Wat vragen wij van u?
Wij vragen u om - als financiers, (mandaat)gemeenten en preferente zorgverzekeraar - in samenspraak met de regionale partners kaderscheppende afspraken te maken conform de opdracht voor de werkagenda. Het gaat om een inhoudelijke werkagenda. De (mandaat) gemeenten en zorgverzekeraars gaan over de financiële middelen.
2
De regionale werkagenda moet uiterlijk op 15 november 2026 door de colleges zijn vastgesteld. Dit betekent in de praktijk dat de werkagenda medio september gereed moet zijn. Na vaststelling kunnen de SPUK-middelen worden toegekend.
Wat kunt u de komende tijd verwachten?
In de komende maanden worden verschillende onderdelen van het AZWA verder uitgewerkt. In onderstaand overzicht kunt u zien welke producten wanneer worden opgeleverd en wat u daarvan kunt verwachten. Na de thematafel Medisch-Sociaal en Preventie van 26 mei: Advies op basis van de regioscan Dit is een faciliterend advies, niet dwingend. Het helpt regio’s om hun eigen accenten te bepalen en om te kiezen in welke volgorde zij de basisfunctionaliteiten willen invoeren, met daarbij een passende inzet van de middelen. Handreikingen van de basisfunctionaliteiten Ter ondersteuning van de implementatie en lopende aanpakken Ontwikkelagenda (Kinderen met overgewicht) Uitwerking van de sociale en gezonde Deze is gericht op gemeenten basisinfrastructuur (D6) Proces aanpakken op de Ontwikkelagenda Doel van de aanpakken op de ontwikkelagenda is om deze door te ontwikkelen tot basisfunctionaliteiten met structurele financiering. Hiervoor is het nodig dat deze aanpakken in meerdere regio’s worden doorontwikkeld en dat wordt aangetoond dat zij bijdragen aan een besparing van zorgkosten. Eind juni: Handreikingen overige aanpakken op de Ontwikkelagenda
Vraag over de verdeling van inzet op nog niet lopende aanpakken (met uitzondering van Aanpak multiproblematiek: NPLV)
• • • • • • • • •
Nicotinevrij Kansrijke Start: rookvrije start Aanpak dementie Aanpak multiproblematiek: NPLV Mentale gezondheidsnetwerken (MGN) Mentale gezondheidsnetwerken (o.a. Verkennend gesprek) Nicotinevrij Kansrijke Start: rookvrije start Aanpak dementie
Tot slot
Op basis van de gemaakte afspraken, is het belangrijk om de uitwerking en uitvoering goed op te pakken. Wij zien de uitwerking en uitvoering als een gezamenlijke opgave. En kijken er dan ook naar uit om de komende jaren in goede samenwerking de afspraken op het snijvlak zorg en sociaal domein om te zetten in concrete resultaten in de wijken. Met vriendelijke groet, VNG, VWS en ZN 22 april 2026 3
Aan de leden
Datum
19 mei 2026 Ons kenmerk
U202600246 Lbr. 26/013 Telefoon
070 373 9393
Onderwerp
Begrotingsadvies 2027-2030
Geachte leden van college en gemeenteraad, Gemeenten bevinden zich nog steeds in een financieel onzekere tijd. Primair wordt dit veroorzaakt door bezuinigingen van eerdere kabinetten en door de ingeboekte besparingsmaatregelen voor de jeugdzorg vanaf boekjaar 2028. Als de beoogde kostendaling niet behaald wordt, dreigen er forse tekorten te ontstaan bij gemeenten. De Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd onder leiding van Tamara van Ark zal begin 2027 een uitspraak doen over de haalbaarheid van deze besparingsmaatregelen en hoe om te gaan met het verschil tussen kosten en beschikbare middelen voor de jeugdzorg bij gemeenten. In het Overhedenoverleg van 13 april jl. heeft het kabinet de afspraak rond de Commissie-Van Ark herbevestigd. Daarbij heeft het kabinet onderstreept dat dit advies zwaarwegend en maatgevend is. Het ligt daarom voor de hand dat in de Voorjaarsnota 2027 (gedeeltelijk) compensatie zal volgen indien de kostenstijging zich voortzet en deze niet verwijtbaar is aan gemeentelijk handelen. Daarom kan het in onze visie niet zo zijn dat gemeenten op dit moment vanwege de oplopende kosten voor de jeugdzorg tal van bezuinigingen moeten doorvoeren op andere beleidsterreinen. Of lasten moeten verhogen om de begroting vanaf 2028 sluitend te krijgen. Dit levert op de korte termijn onzekerheid op voor u als gemeente.
Veelal tegelijkertijd met de opgave om in uw gemeente te komen tot afspraken voor een meerjarig financieel kader voor 2027 tot en met 2030, vanwege de lokale coalitieonderhandelingen. Deze onzekerheid maakt dat de VNG zich genoodzaakt ziet om ook dit jaar een begrotingsadvies af te geven. Onze leden hebben namelijk de wens uitgesproken een eenduidige lijn te hanteren over hoe gemeenten de jeugdzorg in hun begroting opnemen. De onzekerheid wordt nog versterkt door de ingeboekte besparing op de Huishoudelijke Hulp in de Wmo, vanaf 2029. Deze is vastgelegd in het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten, maar hier is nog geen beleidsmatig plan voor opgesteld.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/4
Over de onzekerheid rondom de herijking van het Gemeentefonds geeft de VNG geen begrotingsadvies. Gemeenten dienen hiervan zelf een inschatting te maken, op basis van de informatie uit de meicirculaire 2026. Voor de totstandkoming van dit advies is overleg gevoerd met het provinciaal vakberaad van toezichthouders. Hun zienswijze is opgenomen in het advies. Het begrotingsadvies is ter informatie ook gedeeld met het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK). Het advies sluit aan bij ons begrotingsadvies uit 2025. Begrotingsadvies 2027-2030 1. Maak de begroting voor 2027 sluitend. We adviseren ten minste boekjaar 2027 structureel en reëel sluitend te maken, zodat de toezichthouder de gemeente niet onder preventief toezicht stelt. 2. Breng vanaf 2028 baten en lasten voor jeugdzorg in balans met stelposten, waarbij u de lasten voor jeugdzorg zo realistisch mogelijk raamt. Maak een realistische inschatting voor de kosten voor 2028 en verder, waarbij u aangeeft met welke maatregelen u de beïnvloedbare kosten tracht te verlagen, zoals de toezichthouder wenst. Neem daarnaast de volgende stelposten op: A. Stelpost aanvullende maatregelen Er zijn aanvullende maatregelen gepresenteerd in de Voorjaarsnota 2025 die vanaf 2028 financieel vertaald zijn in een bezuiniging.
Dit gaat onder andere over de invoering van een eigen bijdrage (€ 260 miljoen) en het sturen op de verkorting van de trajectduur (€ 68 miljoen). Het advies is, evenals vorig jaar, om deze maatregelen budgetneutraal te maken: korting versus besparing/inkomsten. Bijvoorbeeld door middel van een stelpost (“Besparing trajectduur” en “Inkomsten eigen bijdrage”). Zienswijze toezichthouder De toezichthouder heeft aangegeven dat hij deze stelposten zal toestaan. Het rijk is immers verantwoordelijk voor tijdige invoering van wet- en regelgeving. Bij uitstel of afstel van wet- en regelgeving geldt dat dit voor rekening en risico rijk is. B. Stelpost Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd Gemeenten doen er alles aan om via besparingsmaatregelen de kosten van jeugdzorg aan te laten sluiten bij het beschikbare budget. Vanaf 2028 is dit vanwege de ingeboekte bezuinigingen een enorme opgave. Begin 2027 zal de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd zich uitspreken over de balans tussen kosten en budget, over 2026/2027 en ook over 2028 en verder. Het is zeer onwenselijk om nu al bezuinigingen op andere beleidsterreinen in te boeken vanwege de groei van de kosten voor jeugdzorg, terwijl het oordeel van de deskundigencommissie begin 2027 pas volgt.
Het advies is om wederom een stelpost op te nemen voor het resterende tekort na realistische raming van de lasten jeugdzorg en de toepassing van de hierboven genoemde stelposten, namelijk de aanvullende maatregelen besparing trajectduur en eigen bijdrage.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/4
Voer in de begroting vanaf 2028 deze nieuwe stelpost op onder de titel “Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd”. De VNG hanteert als uitgangspunt artikel 108 lid 3 van de Gemeentewet: medebewind is voor rekening en risico rijk – dus we brengen baten en lasten voor jeugdzorg in balans. Zienswijze toezichthouder Voor deze stelpost geeft de toezichthouder aan dat hij op basis van de geldende wet- en regelgeving, en het daarop gebaseerde Gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK), niet akkoord kan gaan met deze stelpost. Dit geldt zolang er geen zwart-op-wit toezegging van het kabinet is dat het de kosten volledig compenseert naar aanleiding van de uitspraken van de deskundigencommissie. 3. Gebruik een stelpost voor de huishoudelijke hulp Wmo Vanaf 2029 wordt er structureel € 1 miljard uit het Gemeentefonds genomen, omdat het kabinet het voornemen heeft om de huishoudelijke hulp als algemene voorziening grotendeels te schrappen. Tot op heden is nog onduidelijk hoe dit vorm krijgt, terwijl de korting al wel verwerkt is. Daarmee is het onduidelijk of en in welke mate gemeenten deze kosten moeten blijven maken vanaf 2029. Het advies is om de vanaf 2029 ingeboekte bezuiniging op huishoudelijke hulp via een stelpost teniet te doen onder de titel “Afschaffing huishoudelijke hulp”.
Zienswijze toezichthouder Mogelijk gaan de toezichthouders deze stelpost toestaan, maar dit moeten zij bestuurlijk nog accorderen. Als dat gebeurt, komt er een aanvulling op de begrotingscirculaire. Tot die tijd is het noodzakelijk hierover met de toezichthouder te overleggen. Het rijk is verantwoordelijk voor tijdige invoering van wet- en regelgeving. Bij uitstel of afstel van wet- en regelgeving geldt dat dit voor rekening en risico rijk is. 4. Neem passages op over de stelposten in de risicoparagraaf Er zijn risico’s die gemeenten moeten nemen door het opnemen van deze stelposten. Wij adviseren om hierover deze passages op te nemen in de risicoparagraaf: “In de Voorjaarsnota 2025 zijn afspraken gemaakt over het zwaarwegende advies van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd in 2027 met betrekking tot de kosten die gemeenten maken voor jeugdzorg. Deze afspraken heeft het huidige kabinet in het Overhedenoverleg van 13 april 2026 herbevestigd. Vooruitlopend op deze vervolgafspraken zijn in deze begroting stelposten opgenomen, omdat we erop vertrouwen dat het rijk zich aan de gemaakte afspraken houdt.” “In de Voorjaarsnota 2026 is een korting toegepast op het Gemeentefonds vanwege het afschaffen van de huishoudelijke hulp in de Wmo. Het is nog onduidelijk hoe deze bezuiniging wordt ingevuld, wat maakt dat wij de korting vanaf 2029 via een stelpost tenietdoen.
Deze stelpost is onder voorbehoud van goedkeuring door de toezichthouder.” Gegeven de onzekerheid ten aanzien van het volledig opvolgen van het advies van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd, adviseren wij dat u aanvullend een financiële raming maakt van dit risico en dit verwerkt in uw weerstandsvermogen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/4
Mogelijkheden specifieke stelposten onderuitputting Daarnaast wijzen we u graag op mogelijkheid tot het opnemen van specifieke stelposten onderuitputting, die na toestemming van de toezichthouder kunnen worden benut. Zie hiervoor ook het nieuwsbericht: Aanpassing toezichtskader voor stelposten onderuitputting | VNG. Uw toezichthouder heeft u hierover geïnformeerd in de begrotingscirculaire, en het GTK zal hierop aangepast worden. Meer informatie Mocht u vragen hebben naar aanleiding van deze ledenbrief, dan kunt u contact opnemen met ons Klantcontactcentrum via info@vng.nl of 070-373 83 93. Tot slot De voortdurende onzekerheid over de financiën vraagt veel van u als gemeentebestuur, maar ook van uw gemeentelijke organisatie en uw partners. Zeker in tijden van coalitievorming. Als VNG blijven we ons daarom in alle contacten met het rijk onverkort inzetten om die onzekerheid zo veel mogelijk te beperken. Ik vertrouw erop dat ons advies behulpzaam is bij het gesprek binnen uw gemeente over uw meerjarenbegroting 2027-2030. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
dr. mr. L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/4
Aan de leden
Datum
28 mei 2026 Ons kenmerk
U202600266 Lbr. 26/014 Telefoon
070 373 8393 Bijlage(n)
-
Onderwerp
Actuele ontwikkelingen asiel en migratie
Geachte leden van college en gemeenteraad, De afgelopen periode is de situatie rondom asiel en migratie verder onder druk komen te staan. Doorgaans verloopt de opvang op veel plekken goed, maar helaas niet overal. Op verschillende plekken in het land lopen maatschappelijke spanningen op, met rellen rondom opvanglocaties en een steeds nijpender situatie in de opvangketen, met name in Ter Apel. Met deze ledenbrief informeren wij u over de gesprekken die de VNG hierover heeft gevoerd met het kabinet en de afspraken die we met het kabinet hebben gemaakt. Daarnaast leest u meer over de acties die momenteel worden voorbereid en de ondersteuning die gemeenten vanuit de VNG kunnen verwachten. Spoedoverleg maatschappelijke onrust Op 13 mei heeft de VNG een brief gestuurd aan de minister-president naar aanleiding van de toenemende maatschappelijke onrust rondom asielopvanglocaties. Naar aanleiding van deze brief heeft op 18 mei een extra Catshuisoverleg plaatsgevonden met de minister-president en een afvaardiging van het kabinet. Tijdens dit overleg is gesproken over de maatschappelijke onrust rondom asielopvang, de druk op de opvangketen en de situatie in Ter Apel.
Daarbij is expliciet door de minister-president en de afvaardiging van het kabinet uitgesproken dat bedreiging en intimidatie van bestuurders, medewerkers, overheidsdienaren en asielzoekers onacceptabel zijn en stevig moeten worden aangepakt, zowel offline als online. Daarnaast hebben we met het kabinet de volgende actiepunten besproken: Alle gemeenten moeten bijdragen aan de Spreidingswet Het kabinet heeft nogmaals bevestigd dat de Spreidingswet geldende wetgeving is en uitgevoerd moet worden door alle gemeenten. Daarbij is aangegeven dat hierop actief gehandhaafd zal worden en dat van iedere gemeente een bijdrage wordt verwacht. Ook de VNG benadrukt het belang van de Spreidingswet. Wij roepen gemeenten die nog (onvoldoende) plekken beschikbaar hebben op om hun bijdrage te leveren.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/3
Verbeteren van uitvoerbaarheid en uitstroom Verder is gesproken over het verbeteren van de uitvoerbaarheid van de opvangketen, het versnellen van de uitstroom van statushouders en het belang van kleinschalige opvanglocaties die passen in onze wijken, dorpen en steden. Ook is benadrukt dat statushouders sneller de taal moeten leren en aan het werk moeten kunnen. Overleg over acute situatie Ter Apel Tot slot hebben we aandacht besteed aan de acute situatie in Ter Apel en de hoge bezettingsgraad bij zowel de asielopvang als de opvang van Oekraïense ontheemden. We hebben afgesproken hierover op korte termijn nader overleg te voeren met minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink. Actie versneld huisvesten statushouders Om de druk op de opvangketen op korte termijn te verlichten, is de VNG een actie gestart om statushouders op zeer korte termijn versneld te huisvesten en daarmee plekken vrij te maken in de opvang. In deze actie trekken wij op met de gemeentelijke netwerken G4, G40, M50, P10, K80 en R8 en de provinciale afdelingen. Gerekend vanuit de solidariteitsgedachte uit de Spreidingswet kan indicatief worden gedacht aan de volgende bijdragen: •
G4- en G40-gemeenten: circa 30 plekken per gemeente;
•
M50- en R8-gemeenten: circa 15 plekken per gemeente;
•
P10-gemeenten: circa 5 plekken per gemeente;
•
K80-gemeenten: circa 2 plekken per gemeente.
Ook gemeenten die niet zijn aangesloten bij een netwerk roepen wij nadrukkelijk op om te kijken welke bijdrage lokaal mogelijk is. Als referentie kunnen de hierboven genoemde aantallen voor de netwerken worden beschouwd. Als iedere gemeente enkele plekken realiseert voor extra/versnelde huisvesting, kan op korte termijn een groot deel van de acute problematiek worden verlicht. De VNG coördineert deze actie en ondersteunt gemeenten waar nodig, bijvoorbeeld bij vragen over maatwerkoplossingen of bekostiging en richting het COA bij koppelingen of herkoppelingen van statushouders. Vanuit het Rijk is aangegeven dat extra kosten die gemeenten in dit kader maken, worden vergoed. Meer informatie over regelingen voor de huisvesting van statushouders is te vinden op de website van volkshuisvestingnederland.nl1. We vragen alle gemeenten om extra huisvestingscapaciteit te bieden en dit aan te melden via migratie@vng.nl. Dit e-mailadres kunt u ook gebruiken voor eventuele vragen aan de VNG. De situatie vraagt inzet van alle betrokken partijen. Juist nu kunnen gemeenten gezamenlijk het verschil maken door extra plekken beschikbaar te stellen en actief mee te werken aan versnelde huisvesting van statushouders. Er wordt daarnaast gezocht naar structurele oplossingen voor de huisvesting van statushouders en andere aandachtsgroepen in een gezamenlijk convenant.
1
https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/huren-en-wonen/online-kennis-enexpertisecentrum/aandachtsgroepen-huisvesting/statushouders-vergunninghouders
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/3
Ondersteuningsteam voor gemeenten De VNG werkt samen met het COA, het ministerie van JenV, het ministerie van BZK en het Nederlands Genootschap van Burgemeesters aan een ondersteuningsstructuur voor gemeenten die te maken krijgen met maatschappelijke spanningen of dreigende problemen rondom opvanglocaties, onder meer door inzet op transparante en zorgvuldige besluitvormingsprocessen en betrokkenheid van omwonenden. Hiervoor wordt een ‘vliegende brigade’ ingericht: het Ondersteuningsteam Asiel, dat gemeenten snel en praktisch kan ondersteunen. Deze ondersteuning kan onder meer bestaan uit: •
communicatieadvies;
•
ondersteuning op het gebied van openbare orde en veiligheid;
•
juridische ondersteuning;
•
bestuurlijke advisering;
•
inzet van ervaren professionals uit gemeenten die eerder met vergelijkbare situaties te maken hebben gehad.
Dit team biedt ondersteuning op maat bij bestuurlijke besluitvorming, communicatie, participatie en openbare orde en veiligheid. Doel is om gemeenten snel, praktisch en laagdrempelig bij te staan met ondersteuning op maat. Gemeenten kunnen hiervoor contact opnemen via: ondersteuningsteamasiel@vng.nl. Gezamenlijke inzet is essentieel De situatie rondom asiel en migratie vraagt momenteel veel van gemeenten. Ondanks de grote druk zien wij dagelijks de inzet van bestuurders, raadsleden en ambtenaren om verantwoordelijkheid te nemen en oplossingen mogelijk te maken. De VNG blijft zich inzetten voor ondersteuning van gemeenten, uitvoerbare afspraken met het rijk en praktische oplossingen voor de opvangopgave. Wij roepen alle gemeenten op om gezamenlijk de schouders onder deze opgave te blijven zetten. Wij blijven met het kabinet in gesprek over oplossingen voor de opvangproblematiek, beheersing van de instroom en de ontwikkelingen rondom het verblijf van Oekraïense ontheemden. Daarbij blijft de VNG ook vasthouden aan de langetermijnkoers die door de leden is onderschreven in de tijdens de ALV van november aangenomen resolutie voor het plan “Van wachtstand naar werkstand”.
Wij blijven inzetten op een asielketen waarin asielzoekers veel sneller gaan deelnemen aan werk, taalonderwijs en samenleving, waarin kansrijke asielzoekers eerder doorstromen naar de regio waar zij uiteindelijk zullen wonen, en waarin nadrukkelijk wordt gekeken naar alternatieve en flexibele vormen van huisvesting, onder meer voor statushouders om de bestaande woningmarkt te ontlasten. Juist door mensen sneller perspectief, participatie en een plek in de samenleving te bieden, versterken we niet alleen de integratie, maar verbeteren we ook de werking en houdbaarheid van de gehele asielketen. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)
dr. mr. L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
3/3