CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

E VNG ledenbrieven

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente HelmondBij agendapunt: VNG20.034 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/3

Herstel fout in toelichting op voorstel voor doorontwikkeling VNG governance Een van de voorstellen in het kader van de doorontwikkeling van de VNG governance is het voorstel voor een statutenwijziging waarmee het bestuur de bevoegdheid krijgt om tijdelijk af te kunnen wijken van het maximum aantal van 19 leden van vaste adviescommissies. In de notitie “Doorontwikkeling VNG-governance en voorbereiding grote vacatureronde na raadsverkiezingen 2026” is op pagina 13 abusievelijk vermeld dat het zou gaan om een bevoegdheid van de ALV. Gedachte achter deze statutenwijziging is dat het bij de vorming van nieuwe vaste adviescommissies of de herziening van de opdracht van bestaande vaste adviescommissies wenselijk kan zijn om een commissie tijdelijk uit meer dan 19 leden te laten bestaan. Als het op basis van de evaluatie van de ervaringen met de commissie wenselijk is om dit hogere aantal leden structureel vast te leggen volgt er een voorstel van het bestuur aan de ALV. In een reglement van de commissie kunnen vervolgens nadere regels over omvang en samenstelling van de commissie worden vastgelegd, zoals dat nu bijvoorbeeld bij de commissie Europa & Internationaal het geval is. Bij voorbaat dank voor uw inspanningen om in uw voorbereiding op de Najaars ALV ook de nagekomen stukken mee te nemen.

Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

dr. mr. L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/3

Aan de leden

Datum

26 november 2025 Ons kenmerk

U202500749 Lbr. 25/057 Telefoon

070 373 8393 Bijlage(n)

Onderwerp

Vierde nazending Najaars ALV 28 november 2025

Geachte leden van college en gemeenteraad, In deze vierde nazending voor de Najaars ALV ontvangt u: - de motie Rozendaal “Uitbreiding onderzoek jeugdzorgkosten naar Oekraïense ontheemden “ en het preadvies daarop van het bestuur. Alle bijlagen vindt u terug in de actuele vergaderset voor de Najaars ALV, inclusief nazendingen: https://vng.nl/artikelen/agenda-en-stukken-najaars-alv-28-november-2025 Bij voorbaat dank voor uw inspanningen om in uw voorbereiding op de Najaars ALV ook deze nagekomen stukken mee te nemen.

Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

mr. dr. L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl

1/1

Aan de leden

Datum

27 november 2025 Ons kenmerk

U202500752 Lbr. 25/058 Telefoon

070-373 83 93 Bijlage(n)

2

Onderwerp

Nieuwe versie Model Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van het college Geachte leden van college en gemeenteraad, Hierbij bieden wij u een vernieuwde versie aan van het Model Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van het college. De vorige versie van het model dateerde uit 2005 en was aan een update toe. Wijzigingen in verband met wet- en regelgeving In deze nieuwe versie zijn wijzigingen doorgevoerd in verband met de inwerkingtreding van de Wet open overheid en de wijziging van de artikelen over geheimhouding in de Gemeentewet. Andere opzet Verder is in het nieuwe model gekozen voor een meer concrete en gestructureerde opzet. Zo zijn nu expliciet de dag en het tijdstip van collegevergaderingen benoemd. En is de volgorde van de artikelen aangepast, zodat deze aansluit bij het chronologische verloop van de besluitvorming. Nieuwe bepalingen Daarnaast zijn enkele bepalingen toegevoegd die in veel recent vastgestelde reglementen van gemeenten terugkeren, zoals afspraken over het tijdig aanleveren en afstemmen van stukken voorafgaand aan de vergadering. Eenvoudiger taalgebruik Tot slot is het taalgebruik in de nieuwe versie, waar mogelijk, eenvoudiger. Wettelijke termen zijn alleen gebruikt waar dit noodzakelijk is, zoals bij de term ontstentenis uit de Gemeentewet.

In de toelichting en in de implementatiehandleiding zijn de wijzigingen toegelicht.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

vng.nl

Vragen Neem contact op via info@vng.nl. De modelverordening wordt opgenomen in de Kennisbank Decentrale Regelgeving van Lefebvre Sdu. Bijlagen Bijlage 1: Model Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van het college inclusief toelichting Bijlage 2: Implementatiehandleiding Model Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van het college Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

dr. mr. L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/2

Model Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van het college (nieuw model, december 2025) Leeswijzer modelbepalingen – […] of [iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld de definitie van college. – [(iets)] = een duiding ter illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 3, eerste lid. – [iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 3, eerste lid. – [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 8, derde lid. Nadere uitleg is opgenomen in de VNG ledenbrief en de implementatiehandleiding. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente]; gelet op artikel 52 van de Gemeentewet; besluit het volgende reglement vast te stellen: Reglement van orde van het college van [naam gemeente] houdende bepalingen over de vergaderingen en werkzaamheden van het college (Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van het college [naam gemeente]) Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen Artikel 1.

Definities Dit reglement verstaat onder: - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente]; - gemeentesecretaris: de functionaris bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet van de gemeente [naam gemeente] of de door het college op grond van artikel 106, eerste lid, van de Gemeentewet aangewezen vervanger; - raad: de gemeenteraad van de gemeente [naam gemeente]; - voorzitter: de burgemeester van de gemeente [naam gemeente] of de door het college op grond van artikel 77, eerste lid, van de Gemeentewet aangewezen waarnemer. Hoofdstuk 2 - Verdeling van werkzaamheden en vergaderingen Artikel 2. Verdeling werkzaamheden en vervanging 1. Het college regelt de verdeling van zijn werkzaamheden. 2. Het college regelt de vervanging in geval van verhindering of ontstentenis van de voorzitter en de andere leden van het college. Artikel 3. Dag en plaats van de vergaderingen 1. Het college vergadert in de regel elke [dag noemen] om [tijdstip noemen] als die dag geen algemeen erkende feestdag is. De vergadering vindt plaats op [het gemeentehuis OF (andere plek noemen)]. 2. Het college kan besluiten een vergadering op een andere dag, tijdstip of plaats te laten plaatsvinden of een vergadering niet door te laten gaan. Artikel 4. Extra vergaderingen 1.

Een extra vergadering van het college vindt plaats als de voorzitter dit nodig acht of als een van de andere leden van het college daarom verzoekt en aangeeft wat het bespreekpunt is. 2. De voorzitter roept de extra vergadering zo spoedig mogelijk bijeen en geeft daarbij aan wat tijdens de extra vergadering het bespreekpunt is.

Bijlage 1 VNG ledenbrief, december 2025

Artikel 5. Opnieuw belegde vergaderingen 1. Als de voorzitter vanwege het gebrek aan het aantal vereiste leden een nieuwe vergadering belegt, start deze vergadering minstens [aantal] uur na het tijdstip van de oorspronkelijke vergadering. 2. De gemeentesecretaris zorgt voor een oproep voor deze vergadering en stuurt die uiterlijk [aantal] uur vóór de vergadering aan de leden van het college. Hoofdstuk 3 - Verhindering, ontstentenis en ondersteuning Artikel 6. Verhindering en ontstentenis 1. Bij verhindering of ontstentenis van: a. de voorzitter, informeert de voorzitter diens waarnemer en de gemeentesecretaris daar zo spoedig mogelijk over; b. een ander lid van het college, informeert het lid de gemeentesecretaris daar zo spoedig mogelijk over; c. de gemeentesecretaris, informeert de gemeentesecretaris diens vervanger en de voorzitter daar zo spoedig mogelijk over. 2. In aanvulling op het eerste lid, onder b, informeert een ander lid van het college ook de voorzitter zo spoedig mogelijk over zijn ontstentenis. Artikel 7. Ambtelijke ondersteuning en deelname van derden aan vergaderingen 1. De gemeentesecretaris zorgt, binnen de hem opgedragen taak, voor een vlot verloop van de vergaderingen van het college. 2. Het college kan besluiten derden voor een vergadering uit te nodigen. Hoofdstuk 4 - Voorbereiding vergaderingen [Artikel 8.

Aanlevering van voorstellen en andere stukken [1.] Voorstellen en andere stukken die voor een vergadering worden geagendeerd, moeten uiterlijk op [dag en tijdstip noemen] vóór die vergadering bij de gemeentesecretaris zijn aangeleverd. [2. De voorstellen en andere stukken moeten zijn afgestemd met het verantwoordelijke lid van het college.] [3. De voorstellen en andere stukken moeten worden aangeleverd via het daarvoor bestemde zaakssysteem.]] Artikel 9. Agenda 1. Voor elke vergadering stelt de gemeentesecretaris een [voorlopige] agenda op en stuurt deze uiterlijk op [dag noemen] vóór de vergadering aan de leden van het college. 2. De vergaderstukken liggen voor de leden van het college [fysieke of digitale locatie noemen] ter inzage. 3. Bij een extra vergadering als bedoeld in artikel 4, eerste lid, stuurt de gemeentesecretaris een agenda en de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk aan de leden van het college. 4. De gemeentesecretaris maakt de agenda [vóór de vergadering OF zo spoedig mogelijk] openbaar. Hoofdstuk 5 - Besluitvorming en verslaglegging Artikel 10. Stemmingen 1. Een voorstel wordt zonder stemming aangenomen, tenzij een van de leden van het college bij het nemen van een besluit om een stemming vraagt. 2. Als een lid van het college bij het nemen van een besluit om stemming vraagt, wordt mondeling gestemd, tenzij het derde lid van toepassing is. 3.

Als een lid van het college dat vraagt, wordt bij het nemen van een besluit over een benoeming, voordracht of aanbeveling van één of meer personen, gestemd bij gesloten en ongetekende stembriefjes. Bijlage 1 VNG ledenbrief, december 2025

4. Als een stemming over een benoeming, voordracht of aanbeveling beperkt is tot één persoon en de stemmen staken, dan vindt in dezelfde vergadering een herstemming plaats. Staken de stemmen over dezelfde benoeming, voordracht of aanbeveling dan weer, dan beslist het lot. 5. Als de stemming gaat over meer dan één persoon en niemand bij een eerste stemming de volstrekte meerderheid heeft verkregen, vindt een tweede stemming plaats tussen de twee personen met de meeste stemmen. Als de stemmen zijn verdeeld over meer dan twee personen, vindt een tussenstemming plaats om te bepalen tussen welke twee personen de tweede stemming plaats zal vinden. Als de stemmen bij de tweede stemming of tussenstemming staken, beslist het lot. [Artikel 11. Parafenbesluit 1. Het college kan in spoedeisende gevallen buiten een vergadering van het college om besluiten nemen in de vorm van een parafenbesluit. 2. Een parafenbesluit komt tot stand als elk lid van het college kennis heeft genomen van het voorstel, de mogelijkheid heeft gekregen om bespreking en stemming over het voorstel in een vergadering te vragen en de meerderheid van het college het voorstel voor akkoord geparafeerd heeft. 3. De gemeentesecretaris vermeldt op het parafenbesluit de datum waarop het besluit tot stand gekomen is.] Artikel 12. Verslag 1. De gemeentesecretaris zorgt voor het verslag van de vergaderingen van het college. 2.

In het verslag staan in ieder geval: a. de naam van de voorzitter, de andere leden van het college die aanwezig waren en de gemeentesecretaris; b. een aantekening van de leden van het college die afwezig waren; c. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van degene die op grond van artikel 7, tweede lid, aanwezig was; en d. een formulering van de door het college genomen besluiten. 3. Stemverhoudingen worden in het verslag vermeld als een lid van het college hierom vraagt. 4. Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld. Artikel 13. Besluitenlijst 1. De gemeentesecretaris stelt aan de hand van het verslag een besluitenlijst van de vergaderingen van het college op. 2. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daar niet tegen verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk via de griffie aan de raad gestuurd en aan de andere personen die die tijdens de vergadering het woord hebben gevoerd. 3. Nadat de besluitenlijst aan de raad is gestuurd, wordt deze openbaar gemaakt en op de website van de gemeente geplaatst. Hoofdstuk 7 - Slotbepalingen Artikel 14. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist het college op voorstel van de voorzitter. Artikel 15. Intrekking oude reglement Het [citeertitel oude reglement] wordt ingetrokken. Artikel 16.

Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement treedt in werking op [datum]. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van het college [naam gemeente].

Bijlage 1 VNG ledenbrief, december 2025

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college op [datum noemen]. De burgemeester, De secretaris, Dit reglement van orde is op [datum noemen] aan de gemeenteraad medegedeeld.

Bijlage 1 VNG ledenbrief, december 2025

TOELICHTING Algemeen Dit reglement geeft uitvoering aan artikel 52 van de Gemeentewet. Daarin staat dat het college een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vaststelt. Volgens de memorie van toelichting gaat het bij de andere werkzaamheden onder andere om de bekendmaking van de besluiten die het college tijdens de vergadering neemt en de onderlinge vervanging van de leden van het college. Naast bepalingen over de vergaderingen van het college, de besluitvorming die daar plaatsvindt en de voorbereiding daarvan, bevat dit reglement dus ook bepalingen daarover. In de artikelsgewijze toelichting wordt daar nader op ingegaan. Artikelsgewijs Alleen de artikelen waarop een toelichting nodig is komen aan de orde. Artikel 2. Verdeling werkzaamheden en vervanging Tijdens het zogenaamde constituerend beraad, de eerste vergadering van het college direct na de raadsvergadering waarin de wethouders zijn benoemd, bepaalt het college welke portefeuilles elk lid van het college heeft en waar elk lid van het college dus voor verantwoordelijk is. Deze verdeling van de portefeuilles kan het college daarna vanzelfsprekend wijzigen als dat nodig is. Daarbij wordt er wel op gewezen dat het college op grond van de wet als geheel de verantwoordelijkheid voor het door het college gevoerde bestuur draagt.

Afspraken over de portefeuilleverdeling en eventuele mandaten die aan de individuele leden van het college zijn verleend doen aan die gezamenlijke verantwoordelijkheid niet af. Verder is van belang dat, naast de verdeling van de werkzaamheden, dit artikel er ook in voorziet dat het college afspraken maakt over de onderlinge vervanging. Ook als het op de waarneming van de burgemeester op grond van artikel 77 van de Gemeentewet aankomt. Artikel 3. Dag en plaats van de vergaderingen Met het eerste lid voldoet het college aan artikel 53, eerste lid, van de Gemeentewet. Daarin staat dat de burgemeester, met inachtneming van hetgeen het college heeft bepaald, dag, plaats en tijdstip van aanvang van de vergaderingen van het college vaststelt. Het uitgangspunt is dat de vergaderingen van het college plaatsvinden in fysieke vorm. Het tweede lid biedt het college vervolgens ruimte om in bijzondere gevallen van de vastgestelde dag, tijd en plaats af te wijken. Dit maakt het ook mogelijk om digitaal te vergaderen. Dit kan bijvoorbeeld ook tijdens het reces als dat nodig is. Als er een digitale vergadering plaatsvindt, zijn de bepalingen uit dit reglement daarop onverkort van toepassing. Artikel 4. Extra vergaderingen Uit het eerste lid volgt dat een extra vergadering plaats kan vinden als de voorzitter dit nodig vindt.

Voorts kan ook elk ander lid van het college ervoor zorgen dat een extra vergadering plaats vindt. Geregeld is wel dat bij het verzoek om een extra vergadering aangegeven moet worden wat het bespreekpunt is. Dit zodat de voorzitter de andere leden van het college daarover kan informeren als de voorzitter de leden bij elkaar roept (tweede lid). In artikel 9, derde lid, staat tot slot dat de gemeentesecretaris ervoor zorgt dat de leden van het college zo spoedig mogelijk de agenda en de bijbehorende stukken voor de extra vergadering ontvangen. Artikel 5. Opnieuw belegde vergaderingen Het college kan op grond van artikel 56, eerste lid, van de Gemeentewet alleen vergaderen en besluiten nemen als ten minste de helft van het aantal leden van het college bij de vergadering aanwezig is. Als dit niet het geval is, maar er wel een noodzaak is om bepaalde onderwerpen te bespreken of bepaalde besluiten te nemen, dan kan de burgemeester op grond van artikel 56, tweede lid, van de Gemeentewet een nieuwe vergadering beleggen. Tijdens die vergadering kan het college ook met minder dan de helft van het aantal leden vergaderen en besluiten nemen.

Bijlage 1 VNG ledenbrief, december 2025

In dit artikel is wel vastgelegd dat er vanaf het tijdstip waarop de oorspronkelijke vergadering had moeten plaatsvinden, een bepaald aantal uur moet zijn verstreken. Dit om misbruik van de procedure uit de Gemeentewet te voorkomen. Verder staat er in dit artikel hoe de procedure voor het beleggen van de nieuwe vergadering eruit ziet. Uit artikel 56, derde lid, van de Gemeentewet volgt nog dat het college tijdens de nieuwe vergadering alleen kan vergaderen en besluiten over onderwerpen die al voor de oorspronkelijke vergadering geagendeerd waren. Voor andere onderwerpen geldt dat alsnog is vereist dat minimaal de helft van het aantal leden van het college aanwezig is. Artikel 6. Verhindering en ontstentenis Dit artikel geeft weer wie de voorzitter, de andere leden van het college of de gemeentesecretaris moeten informeren als er sprake is van verhindering of ontstentenis. Daarbij is van belang dat van verhindering sprake is als de voorzitter, de andere leden van het college of de gemeentesecretaris een vergadering van het college niet of slechts gedeeltelijk kunnen bijwonen. Van ontstentenis is sprake als zij voor langere tijd niet in staat zijn hun werkzaamheden uit te voeren. Artikel 7.

Ambtelijke ondersteuning en deelname van derden aan vergadering De rol van de gemeentesecretaris bij de vergaderingen van het college is in de artikelen 103 en 104 van de Gemeentewet opgenomen. In het verlengde daarvan is in dit artikel kenbaar gemaakt dat de gemeentesecretaris een vlot verloop van de vergaderingen van het college bevordert. Verder voorziet dit artikel in de aanwezigheid van derden bij de vergaderingen van het college. Artikel 57 van de Gemeentewet geeft indirect aan dat het mogelijk is dat naast de leden van het college en de gemeentesecretaris ook anderen aanwezig zijn. In het reglement is dit expliciet gemaakt. [Artikel 8. Aanlevering van voorstellen en andere stukken Dit artikel bevat de procedure voor het aanleveren van voorstellen en andere stukken voor de vergaderingen van het college.] Artikel 9. Agenda In dit artikel is de procedure rond het versturen van de agenda voor het aanleveren van voorstellen en andere stukken opgenomen. Artikel 10. Stemmingen In de praktijk wordt er in de vergaderingen van het college slechts zelden gestemd. Om die reden is hoofdregel in dit artikel dat geen stemming plaatsvindt, tenzij een lid van het college daarom vraagt. Als een lid van het college om een stemming vraagt, dan is in het tweede lid geregeld dat de stemming in beginsel mondeling is.

Dit is ook bij een stemming over benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen aan de orde, tenzij een lid van het college bij een dergelijke stemming op grond van het derde lid om een stemming via gesloten en ongetekende stembriefjes vraagt. In het vierde en vijfde lid is geregeld hoe het college handelt als de stemmen bij een mondelinge stemming of een stemming via gesloten en ongetekende stembriefjes staken. Bij een mondelinge stemming vindt in de eerstvolgende vergadering een nieuwe stemming plaats. Bij een stemming via gesloten en ongetekende stembriefjes gebeurt dit in dezelfde vergadering. [Artikel 11. Parafenbesluit Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om ook buiten de vergaderingen van het college een besluit te nemen. Omdat de Gemeentewet uitgaat van besluitvorming tijdens de vergaderingen, is dit alleen in spoedeisende gevallen aan de orde. Dus alleen bij uitzondering en als het gaat om een besluit waarvoor geldt dat de besluitvorming in een vergadering niet kan worden afgewacht. Bij dit zogenaamde parafenbesluit voorzien de leden van het college een conceptbesluit van fysieke of digitale parafen.

Uit de jurisprudentie volgt dat het college alleen een parafenbesluit kan nemen als alle leden van het college het conceptbesluit hebben gezien, de mogelijkheid hebben gekregen om bespreking of stemming te vragen en een meerderheid het besluit voor akkoord heeft geparafeerd (ABRvS 16 juli 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AH9850). Dit is dus in het tweede lid vastgelegd. Verder Bijlage 1 VNG ledenbrief, december 2025

moet duidelijk zijn wanneer het besluit is genomen. In het derde lid staat dat de gemeentesecretaris daarvoor zorgt. Dit is dan het moment waarop de meerderheid van het college het voorstel voor akkoord geparafeerd heeft. Vanzelfsprekend moet het besluit tot slot op grond van het reglement of op grond van een vaste praktijk bekend zijn gemaakt.] Artikel 12 en 13. Verslag en besluitenlijst In artikel 12 is vastgelegd wie zorg draagt voor het verslag van de vergaderingen van het college en welke informatie het verslag in elk geval moet bevatten. Artikel 13 gaat vervolgens op de besluitenlijst in. Op grond van artikel 60 Gemeentewet kan de raad regelen van welke beslissingen van het college de raad op de hoogte gesteld wil worden. In het eerste lid van artikel 13 is tegen die achtergrond uitgewerkt hoe de besluitenlijst totstandkomt. Gekozen is voor een regeling waarbij de besluitenlijst snel beschikbaar is en niet gewacht hoeft te worden totdat het verslag is vastgesteld, tenzij daar inhoudelijke, juridische of bestuurlijke redenen voor zijn. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij vertrouwelijkheid, onvolledigheid of benodigde correcties. De besluitenlijst wordt via de griffie aan de raad gestuurd en daarna openbaar gemaakt en op de website geplaatst.

Bijlage 1 VNG ledenbrief, december 2025

Implementatiehandleiding Model Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van het college (nieuw model, december 2025) Inleiding en achtergrond actualisatie Het Model Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van het college is geactualiseerd. De vorige versie van het model dateerde uit 2005 en was aan een update toe. Onder andere in verband met de inwerkingtreding van de Wet open overheid en de wijziging van de artikelen inzake geheimhouding in de Gemeentewet. In het nieuwe model is gekozen voor een meer concrete en gestructureerde opzet. Zo zijn nu expliciet de dag en het tijdstip van collegevergaderingen benoemd. Verder is de volgorde van de artikelen aangepast, zodat deze beter aansluit bij het chronologische verloop van de besluitvorming. Daarnaast zijn enkele bepalingen toegevoegd die in veel recente gemeentelijke reglementen terugkeren, zoals afspraken over het tijdig aanleveren en afstemmen van stukken voorafgaand aan de vergadering. Tot slot zijn de artikelen, waar mogelijk, eenvoudiger en toegankelijker geformuleerd. Wettelijke termen zijn alleen gebruikt waar dit noodzakelijk is, zoals bij de term ontstentenis uit de Gemeentewet. Deze implementatiehandleiding gaat tegen die achtergrond in op de keuzes die het college bij het vaststellen van het reglement nog kan maken.

Voor elk artikel waarbij dat aan orde is, wordt kenbaar gemaakt wat er nog moet worden ingevuld of wat facultatief is en waarom. Daarbij wordt overigens opgemerkt dat de bepaling die het mogelijk maakt om de vergaderingen van het college in het openbaar te laten plaatsvinden is geschrapt. Hoofdregel in artikel 54 van de Gemeentewet is dat de vergaderingen van het college met gesloten deuren plaatsvinden en er zijn geen gevallen bekend waarin het college in het openbaar te vergaderen. Als het college de wens heeft wel in het openbaar te vergaderen, dan moet daartoe alsnog een bepaling aan het reglement van orde worden toegevoegd. Anders staat de Gemeentewet vergaderingen in het openbaar niet toe. Als een vergadering van het college openbaar is, dan staat verder in artikel 53, tweede lid, van de Gemeentewet dat de burgemeester dag, plaats en tijdstip daarvan bekend moet maken. Artikelsgewijs Artikel 1. Definities Aan de definities van college, gemeentesecretaris, raad en voorzitter moet het college de naam van de gemeente toevoegen. Artikel 3. Dag en plaats van de vergaderingen Dit artikel geeft de procedurele kaders voor het organiseren van de collegevergaderingen. In het eerste lid moet het college een keuze maken op welke dag, hoe laat en waar de vergadering in beginsel plaatsvindt. Dit kan bijvoorbeeld zijn: elke dinsdag om 10:00 uur in het gemeentehuis. Artikel 5.

Opnieuw beleggen vergaderingen Dit artikel geeft het college kaders voor het plannen van een nieuwe vergadering wanneer bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten

vng.nl

oorspronkelijke vergadering onvoldoende leden aanwezig zijn. Om misbruik van de regeling te voorkomen, is daarbij geregeld dat er sinds de oorspronkelijke vergadering een bepaald aantal uur verstreken moet zijn. Het is aan het college om een keuze te maken hoeveel uur dit is. Een suggestie is om te kiezen voor 24 uur. De nieuwe vergadering is dan op de volgende dag op hetzelfde tijdstip. Daarnaast moet het college een keuze maken hoeveel uur vóór de nieuwe vergadering de oproep wordt verstuurd. Bij het bepalen van dit laatste tijdstip is het van belang om dat de leden voldoende tijd moeten hebben om ervoor te zorgen dat zij aanwezig kunnen zijn en dat zij zich kunnen voorbereiden. Stel dat de oorspronkelijke vergadering gepland stond op dinsdag om 10:00 uur en er wordt een nieuwe vergadering belegd op woensdag om 10:00 uur, dan ligt het voor de hand ervoor te zorgen dat de oproep voor de nieuwe vergadering uiterlijk dinsdag aan het eind van de middag wordt verstuurd. Artikel 8. Aanlevering van voorstellen en andere stukken Dit facultatief op te nemen artikel geeft het college de mogelijkheid om te bepalen binnen welke termijn de ambtenaren voorstellen en stukken bij de gemeentesecretaris moeten aanleveren, waarbij de dag en het tijdstip moet worden opgenomen (artikel 8, eerste lid).

Een suggestie is om een termijn te hanteren waarbij de stukken uiterlijk drie werkdagen vóór de vergadering worden aangeleverd. Hiermee is er voldoende tijd voor het voorbereiden en verwerken van de stukken voor de vergadering. Het ligt voor de hand bij de keuze ook te betrekken welke keuze er in artikel 3, eerste lid, is gemaakt. Daarnaast bevat dit artikel twee andere leden, waarmee het college kan voorschrijven dat voorstellen en stukken eerst afgestemd moeten worden met het verantwoordelijke lid van het college (artikel 8, tweede lid) en dat deze via het daarvoor bestemde zaakssysteem moeten worden ingediend (artikel 8, derde lid). Dit biedt het college de mogelijkheid het ambtelijke werkproces goed op de besluitvorming in het college te laten aansluiten. Artikel 9. Agenda In het eerste lid moet het college vastleggen op welke dag vóór de vergadering de gemeentesecretaris de agenda en de bijbehorende stukken aan de leden van het college verstuurt. Afhankelijk van de gemaakte keuze in artikel 3 is de suggestie om een termijn van twee werkdagen vóór de vergadering te hanteren. Dit biedt doorgaans voldoende tijd om de vergadering voor te bereiden. Verder moeten gemeenten bepalen of het hier om een definitieve of een voorlopige agenda gaat. In sommige gem Daarnaast moet het college bepalen waar de vergaderstukken ter inzage liggen.

In de regel zal het daarbij om een digitaal vergaderplatform gaan, maar het is ook mogelijk dat de stukken fysiek beschikbaar zijn. Bijvoorbeeld als het om de stukken gaat waarop het college wordt verzocht geheimhouding op te leggen. Tot slot biedt dit artikel de mogelijkheid om expliciet te maken dat het college aan het begin van een vergadering pas de definitieve agenda voor die vergadering vaststelt. Daartoe kan het college aan het eerste lid van dit artikel toevoegen dat de gemeentesecretaris een voorlopige agenda opstelt. Verder kan er dan in het vierde lid voor worden gekozen te bepalen dat de door het college vastgestelde agenda zo spoedig mogelijk openbaar wordt gemaakt. Denkbaar is ook dat gemeenten vanuit oogpunt van transparantie wel al voor de vergadering een (voorlopige) agenda openbaar maken. Artikel 11. Parafenbesluit Dit facultatief op te nemen artikel geeft het college de mogelijkheid om ook buiten de reguliere vergaderingen van het college besluiten te nemen. Deze bevoegdheid is echter beperkt tot Vereniging van Nederlandse Gemeenten

spoedeisende situaties waarbij het niet mogelijk is te wachten tot de volgende geplande vergadering. Dit sluit aan bij het uitgangspunt van de Gemeentewet dat besluitvorming tijdens de vergaderingen plaatsvindt. Het is aan het college om te bepalen of het college deze mogelijkheid wil opnemen of bijvoorbeeld wil volstaan met de mogelijkheid die artikel 3, tweede lid, biedt om digitaal te vergaderen. Artikelen 16 en 17. Slotbepalingen Het college moet in de slotbepalingen nog invullen wat de citeertitel van het oude reglement is, wanneer het nieuwe reglement in werking treedt en wat de citeertitel van het nieuwe reglement is door de naam van de gemeente toe te voegen. Tot slot moet de datum van vaststelling en van mededeling van het nieuwe reglement worden opgenomen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Aan de leden

Datum

3 december 2025 Kenmerk

U202500778 Lbr. 25/059 Telefoon

070 373 8393 Bijlagen 2

Onderwerp

Model Verzamelbeleidsregels Participatiewet in balans fase 1 Geachte leden van college en gemeenteraad, Hierbij bieden wij u de Model Verzamelbeleidsregel Participatiewet in balans fase 1 van de VNG aan. Aanleiding Op 1 januari 2026 treedt fase 1 van de Participatiewet in balans in werking. Deze Wijzigingswet introduceert een aantal nieuwe en aangepaste bevoegdheden voor gemeenten, die meer ruimte bieden voor maatwerk binnen de uitvoering van de Participatiewet. Dit heeft dus gevolgen voor beleid en uitvoering bij gemeenten. Om gemeenten daarbij te ondersteunen, heeft de VNG deze Model Verzamelbeleidsregel Participatiewet in balans fase 1 opgesteld. Inhoud van de model Verzamelbeleidsregel Participatiewet in balans fase 1 De Model Verzamelbeleidsregel bevat modelbepalingen voor de volgende vier bevoegdheden die met de Participatiewet in balans worden geïntroduceerd: 1. het vrijlaten van giften in individuele gevallen; 2. het behandelen van bijstandsaanvragen van jongeren vóór afloop van de zoektermijn; 3. het toepassen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure; en 4. het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht. Het model is bedoeld als hulpmiddel, inclusief diverse keuzemogelijkheden en facultatieve onderdelen, waarmee gemeenten op gestructureerde wijze invulling kunnen geven aan de beleidsruimte die de Participatiewet in balans biedt.

De implementatiehandleiding licht nader toe welke keuzes daarbij te maken zijn. Het college is bevoegd tot het vaststellen van de beleidsregel.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

vng.nl

Bijlagen Deze ledenbrief bevat twee bijlagen: Bijlage 1 – Model Verzamelbeleidsregel Participatiewet in balans fase 1 december 2025. Bijlage 2 – Implementatiehandleiding Verzamelbeleidsregel Participatiewet in balans fase 1. Meer informatie De geconsolideerde teksten van de VNG-modellen (met de bijbehorende toelichtingen) zijn te raadplegen via de Kennisbank Decentrale Regelgeving (www.decentraleregelgeving.nl). De VNG modelverordeningen (zonder de toelichtingen) staan ook in Modellen Decentrale Regelgeving (https://puc.overheid.nl/mdr/). Vragen Voor vragen over deze ledenbrief kunt u terecht bij het Klantcontactcentrum van de VNG, via 0703738393 of e-mail: info@vng.nl. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

dr. mr. L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/2

Model Verzamelbeleidsregel Participatiewet in balans fase 1 (nieuw model 2025) Leeswijzer modelbepalingen - […] of (bijvoorbeeld) [tijdstip] = door gemeente in te vullen. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. - [iets] = facultatief. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Combinaties zijn ook mogelijk; bijvoorbeeld een bepaling die zowel facultatief is als een keuzemogelijkheid inhoudt. Let op dat de nummering of lettering bij het niet overnemen van een facultatief artikel, lid, of onderdeel moet worden aangepast. Bij een opsomming wordt zo nodig achter het voorlaatste onderdeel “en” of “of” geplaatst en wordt het laatste onderdeel afgesloten met een “.” of een “,” als er nog een staarttekst volgt.

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van [naam gemeente] over het op basis van de Participatiewet vrijlaten van giften in individuele gevallen, het behandelen van bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoektermijn, het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure en het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht (Verzamelbeleidsregel Participatiewet in balans fase 1 [naam gemeente en eventueel jaartal]) Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente]; gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 31, tweede lid, onderdeel s, 41, elfde lid, 43a, eerste lid, en 44, vijfde lid, van de Participatiewet en de artikelen 15a, eerste lid, en 16a, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; besluit vast te stellen de volgende beleidsregel: Verzamelbeleidsregel Participatiewet in balans fase 1 [naam gemeente] [jaartal] HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente]; - Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; - jongere: de belanghebbende of het gezin, bedoeld in artikel 41, vierde lid, van de Wet;

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl

1/11

- probleemschulden: schulden die naar het oordeel van het college in redelijkheid niet meer afgelost kunnen worden; - schuldregeling: een schuldregeling op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening of de Wet schuldsanering natuurlijke personen; - Wet: Participatiewet; - Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; - zoektermijn: de termijn van vier weken, genoemd in artikel 41, vierde lid, van de Wet; HOOFDSTUK 2. BELEIDSKEUZES Artikel 2. Vrijlaten van giften in individuele gevallen Bij de beoordeling of giften in een individueel geval en uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel s, van de Wet, beschouwt het college de volgende categorieën giften in ieder geval als verantwoord: [keuze maken: (a. giften die worden verstrekt en ingezet voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand verstrekt had kunnen worden; b. giften die worden verstrekt en ingezet voor medisch noodzakelijke kosten; c. giften waarmee probleemschulden zijn betaald die zijn ontstaan voorafgaand aan de ingangsdatum van algemene bijstand; d. giften in natura, niet zijnde een bijdrage die leidt tot een kostenbesparing als bedoeld in artikel 18, achtste lid, van de Wet, met een waarde tot maximaal € [… bedrag noemen]; e. … )]. [Artikel 3.

Het behandelen van bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoektermijn Het college maakt in ieder geval gebruik van de bevoegdheid een aanvraag voor algemene bijstand voor het verstrijken van de zoektermijn in behandeling te nemen als bedoeld in artikel 41, elfde lid, van de Wet, wanneer sprake is van ten minste een van de volgende omstandigheden: [keuze maken: (a. de jongere verblijft in een inrichting of heeft recht op opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wmo 2015; b. de jongere heeft uiterlijk een jaar voorafgaand aan de melding: 1° in een inrichting verbleven; 2° opvang gehad als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wmo 2015; of 3° bij een pleegouder of in een gezinshuis verbleven als bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, van de Jeugdwet. c. voor de jongere gold uiterlijk binnen een jaar voorafgaand aan de melding een kinderbeschermingsmaatregel die werd uitgevoerd door een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 2.4, van de Jeugdwet; d. de jongere een zorgbehoefte heeft; e. de jongere niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen of niet met een woonadres, maar met een briefadres ingeschreven is in de basisregistratie personen; f. de jongere heeft uiterlijk een jaar voorafgaand aan de melding algemene bijstand ontvangen; g.

de jongere heeft probleemschulden, of schulden die naar het oordeel van het college probleemschulden kunnen worden, als de zoektermijn wordt toegepast;

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/11

h. …)]. OF Het college maakt in ieder geval geen gebruik van de bevoegdheid een aanvraag voor algemene bijstand voor het verstrijken van de zoektermijn in behandeling te nemen, als bedoeld in artikel 41, elfde lid, van de Wet wanneer sprake is van een van de volgende omstandigheden [keuze maken: (a. de jongere beschikt over een startkwalificatie; b. de jongere heeft zich naar het oordeel van het college voorafgaand aan de melding onvoldoende ingespannen om arbeid te verkrijgen of te behouden; c. de jongere beschikt over een vermogen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de Wet, van € [bedrag noemen] of meer; d. …)].] Artikel 4. Het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure 1. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om gegevens die bij hem berusten in verband met eerdere bijstandsverlening als bedoeld in artikel 43a, eerste lid, van de Wet, te gebruiken, wanneer: a. dit gebruik leidt tot een voor de belanghebbende minder belastende aanvraag; b. de nieuwe aanvraag is ingediend binnen [termijn noemen: maximaal twaalf maanden] na het eindigen van de algemene bijstand; en, c. de eerdere bijstandsverlening is beëindigd vanwege [keuze maken: (1° werkaanvaarding; 2° een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 13 van de Wet; 3° een verblijf buiten de gemeente, of 4° …)]. 2.

Voorafgaand aan het gegevensgebruik gaat het college bij een belanghebbende ten minste na of er wijzigingen zijn in de volgende gegevens: a. het hoofdverblijf; b. de gezinssituatie; en c. het inkomen en het vermogen. 3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraagprocedure van een uitkering, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de Ioaw. Artikel 5. Het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht 1. Het college is in ieder geval van oordeel dat individuele omstandigheden ertoe noodzaken bijstand toe te kennen vanaf een dag gelegen voor de dag waarop een belanghebbende zich heeft gemeld als bedoeld in artikel 44, vijfde lid, van de Wet als: a. er omstandigheden zijn die rechtvaardigen, dat belanghebbende zich niet eerder heeft gemeld, zoals in een van de volgende situaties het geval kan zijn [keuze maken: (1° de belanghebbende was niet in staat om bijstand aan te vragen; 2° de belanghebbende was niet op de hoogte van de mogelijkheid om bijstand aan te vragen; 3° een aanvraag voor een passende en toereikende voorliggende voorziening is afgewezen; 4° een eerdere bijstandsaanvraag is buiten behandeling gesteld of afgewezen omdat de aanvrager niet tijdig alle benodigde gegevens aan het college heeft verstrekt;

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/11

5° de belanghebbende had onvoldoende zicht op de hoogte van zijn inkomen of vermogen, bijvoorbeeld als gevolg van een flexibel arbeidscontract, een echtscheiding, een erfenis of detentie; 6° de belanghebbende heeft met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning gekregen)]. b. er omstandigheden zijn die erop wijzen dat het ernstige gevolgen voor de belanghebbende heeft, als de bijstand niet wordt toegekend voorafgaand aan de melding, zoals in een van de volgende situaties het geval kan zijn [keuze maken: (1° de belanghebbende heeft [keuze maken: (probleemschulden OF betalingsachterstanden)]; 2° na de melding is executoriaal beslag gelegd op de middelen van belanghebbende of is belanghebbende is failliet verklaard; 3° na de melding is de huur van woonruimte opgezegd, de zorgverzekering geroyeerd, of gas, licht of water afgesloten)]. 2. Het college kent de bijstand toe vanaf de dag waarop het recht op bijstand is ontstaan. Deze dag ligt maximaal [termijn noemen: maximaal drie maanden] maanden vóór de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld. 3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de toekenning van een uitkering, bedoeld in artikel 16a, vierde lid, van de Ioaw. HOOFDSTUK 3. SLOTBEPALINGEN Artikel 6.

Evaluatie Binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze beleidsregel onderzoekt het college de doeltreffendheid en de effecten van deze beleidsregel in de praktijk. [Artikel 7. Intrekking De beleidsregel [citeertitel beleidsregel] wordt ingetrokken.] Artikel 8. Inwerkingtreding en overgangsrecht 1. [Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking. OF Deze beleidsregel treedt in werking op […(datum noemen).] 2. Besluiten die zijn genomen voor de datum waarop deze beleidsregel in werking is getreden, blijven in stand totdat daarover opnieuw wordt beslist.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/11

Artikel 9. Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als Verzamelbeleidsregel Participatiewet in balans fase 1 [naam gemeente en eventueel jaartal].

Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, [naam secretaris] de burgemeester, [naam burgemeester]

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5/11

Toelichting Algemeen Op 1 januari 2026 is de Participatiewet (de Wet) gewijzigd door de Participatiewet in balans en door de Verzamelwet SZW 2026. De wijzigingen door de Participatiewet in balans treden gefaseerd in werking. Deze beleidsregel ziet op het invullen van de beleids- en uitvoeringsruimte van het college op een viertal bevoegdheden uit de eerste fase. Deze bevoegdheden bieden het college onder voorwaarden de mogelijkheid om: i. ii. iii. iv.

vrijgelaten giften te verruimen; de vier weken zoektermijn voor jongeren achterwege te laten; bij het college berustende gegevens te hergebruiken en daarmee de aanvraag voor belanghebbenden te vereenvoudigen; en, met terugwerkende kracht bijstand te verlenen tot maximaal drie maanden voor de melding.

Voor de laatste twee bevoegdheden (hergebruik van gegevens en terugwerkende kracht) geldt daarenboven dat het college deze ook kan inzetten voor de aanvraag van een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw). Dit komt in de beleidsregel ook tot uiting in de artikelen 4, derde lid, en 5, derde lid. Artikelsgewijs In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die (onderdelen) van bepalingen behandeld die nadere toelichting behoeven. Artikel 1. Definities In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in de beleidsregel. Voor het overige gelden de definities uit de Participatiewet of de Algemene wet bestuursrecht. Enkele van de begrippen uit de beleidsregel worden hieronder nader toegelicht. Probleemschulden In de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) wordt het begrip ‘probleemschulden’ (of: 'problematische schulden') niet gedefinieerd. Wel wordt aangegeven voor wie schuldhulpverlening is bedoeld.

In artikel 1 van de Wgs staat: ‘het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg.’ Voor de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) geldt een vergelijkbaar criterium. In de definitie zijn iets eenvoudiger woorden gebruikt om dit uit te drukken. Daarbij speelt ook de overweging, dat het niet de bedoeling is om exact te gaan boekhouden bij het beoordelen van iemands financiële situatie. Het is voldoende dat ‘naar het oordeel van’ het college iemand zijn schulden niet meer kan aflossen of is gestopt met betalen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6/11

Schuldregeling Een schuldregeling is een betaalregeling met schuldeisers voor de aflossing van problematische schulden. De gemeente is verantwoordelijk voor schuldhulpverlening en kan met de schuldeisers en de schuldenaar een schuldregeling treffen, op grond van de Wgs. Daarnaast kan de rechter een wettelijke schuldsanering uitspreken, op grond van de Wsnp. In beide gevallen leidt een schuldregeling ertoe dat na afronding belanghebbende een ‘schone lei’ krijgt. Zoektermijn Onder ‘zoektermijn’ wordt verstaan: de termijn van vier weken nadat een jongere (tot 27 jaar) zich heeft gemeld om algemene bijstand aan te vragen. Pas na die termijn kan een aanvraag worden ingediend en door het college in behandeling worden genomen (enkele uitzonderingen daargelaten, zie artikel 41, vierde lid, van de Wet). Artikel 2. Vrijlaten van giften in individuele gevallen In artikel 2 zijn regels opgenomen over het vrijlaten van giften in het kader van artikel 31, eerste lid, onderdelen m en s, van de Wet. Het begrip ‘gift’ wordt hier niet nader omschreven. Uit de wetshistorie van achtereenvolgende bijstandswetten en de jurisprudentie daaromtrent blijkt dat het bij een gift moet gaan om een bevoordeling van de ontvanger, met een onverplicht karakter (vrijgevigheid), zie bijv. ECLI:NL:CRVB:2016:1160.

Daarmee wordt aangesloten bij de omschrijving van ‘gift’ in artikel 7:186, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek: Een gift is iedere handeling die ertoe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van het eigen vermogen verrijkt’. Voor het aannemen van een gift is het dus nodig dat sprake is van een drietal vereisten: de verarming van de gever, de verrijking van de ontvanger, als gevolg van een (onverplichte) handeling uit vrijgevigheid waar partijen zich bewust van zijn (zie ook Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:HR:AD7272). Als het gaat om giften in natura die bestemd zijn voor kosten waarin de algemene bijstand voorziet, spreken we over ‘bijdragen die leiden tot een kostenbesparing’ (zie ook artikel 18, achtste lid, van de Wet). Deze zgn. besparingsbijdragen worden niet als middel aangemerkt, die als inkomen of vermogen bij de bijstandverlening betrokken moeten worden. Zij kunnen echter wel leiden tot verlaging van de algemene bijstand, vanwege lagere bestaanskosten. Met toepassing van artikel 18, eerste lid, van de Wet wordt de bijstand dan afgestemd op die lagere bestaanskosten (individualiseringsbeginsel). Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij de regelmatige ontvangst van boodschappen of het betalen van de zorgpremie of huur door derden.

Zulke besparingsbijdragen van derden vallen ook onder de giftenvrijlating van thans maximaal € 1.200 per kalenderjaar. Zij vallen echter niet onder de surplus-regeling voor giften, die in het individuele geval gelet op artikel 31, eerste lid, onderdeel s, van de Wet, vrijgelaten kunnen worden bovenop de algemene vrijlating van € 1.200 per kalenderjaar. Daarom is het nodig beide soorten bijdragen goed af te bakenen. In de Participatiewet geldt een gift als middel dat vrijgelaten wordt als dat in het individuele geval verantwoord is in het kader van de bijstandsverlening (artikel 31, tweede lid, onderdeel s). Dit artikel blijft ongewijzigd, maar ingevoegd wordt, dat giften en kostenbesparingen tot een bedrag van € 1.200,- per kalenderjaar in ieder geval niet tot de middelen worden gerekend (artikel 31, tweede lid, onderdeel m). Dit bedrag wordt periodiek aangepast. De wetgever heeft niet beoogd beleidsruimte te bieden om dat bedrag categoriaal te verhogen of te verlagen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7/11

Gemeenten die giften thans tot een hoger bedrag vrijlaten, staan voor de stap om hun beleid daarop aan te passen. Wel is voorstelbaar, dat tijdelijk een hoger bedrag wordt vrijgelaten, met een beroep op artikel 31, tweede lid, onderdeel s, van de Wet. Het is immers aan het college om te bepalen in welke gevallen het verantwoord is om giften vrij te laten. Bepalend is, dat een belanghebbende door de gift niet in een positie komt die niet langer verenigbaar is met bijstandverlening. Daarvoor zijn aanknopingspunten te vinden in de financiële situatie van de belanghebbende. Als er beslag op de uitkering ligt, of als de belanghebbende een schuldregeling heeft getroffen, zal dit bijvoorbeeld eerder aanleiding vormen om giften in het individuele geval buiten beeld te houden, dan als er geen financiële problematiek speelt. Naast de categoriale vrijlatingsregeling kan het college verder invullen onder welke omstandigheden het al dan niet verantwoord is om giften buiten beeld te houden bij het beoordelen van het recht op bijstand. In dit artikel zijn aanknopingspunten gegeven op basis waarvan giften in het individuele geval door het college in elk geval buiten beschouwing worden gelaten. Eerste lid Ook giften in natura kunnen als middel bij de bijstandverlening betrokken worden.

Gaat het om giften in natura voor kosten waarin de algemene bijstand voorziet, dan kunnen die als besparingsbijdragen worden aangemerkt en moet beoordeeld te worden of deze leiden tot afstemming van de algemene bijstand. Andersoortige giften in natura (bijv. een antieke klok) kunnen als middel in aanmerking worden genomen als het om zaken gaat die in redelijkheid te gelde gemaakt kunnen worden. In onderdeel d zijn daaraan grenzen gesteld. [Artikel 3. Het behandelen van bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoektermijn Voor alle jongeren tot 27 jaar geldt een zoektermijn van vier weken na de melding voor algemene bijstand. In deze zoektermijn van vier weken wordt van hen verwacht dat zij zoeken naar werk of scholing. Voor jongeren vanuit het praktijkonderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs geldt een uitzondering. Dat geldt ook voor jongeren met een medische urenbeperking of die behoren tot de doelgroep die in aanmerking komt voor loonkostensubsidie. Zij kunnen direct een aanvraag indienen, en de gemeente moet deze aanvraag direct in behandeling te nemen.

Aan artikel 41 van de Wet, waar de zoektermijn is geregeld, wordt een elfde lid toegevoegd: ‘In afwijking van het vierde lid kan het college de aanvraag voor het verstrijken van de termijn van vier weken in behandeling nemen, indien naar het oordeel van het college de omstandigheden van de belanghebbende of het gezin daartoe aanleiding geven.’ Het twaalfde lid voegt daaraan toe, dat het college de jongere na de melding dan in de gelegenheid stelt om direct zijn aanvraag in te dienen. Uitgangspunt blijft, dat zelfredzame jongeren werk zoeken of zich voor een opleiding aanmelden. Daarmee investeren zij in hun toekomst. Maar dat is niet voor alle jongeren een realistisch

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

8/11

perspectief. Voor jongeren in kwetsbare omstandigheden wordt met deze wetswijziging de mogelijkheid geboden om de zoektermijn achterwege te laten. [In artikel 3 worden groepen jongeren genoemd voor wie de zoektermijn achterwege blijft, omdat zij zich in kwetsbare omstandigheden bevinden. De genoemde omstandigheden gelden als indicator voor de aanwezigheid van kwetsbare omstandigheden. OF In artikel 3 worden groepen jongeren genoemd voor wie die zoektermijn in ieder geval geldt. De hier genoemde jongeren worden geacht zich in omstandigheden te bevinden die een zoektermijn passend maken.] Artikel 4. Het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure De aanvraagprocedure voor algemene bijstand is voor veel inwoners ingewikkeld en wordt als (te) lang ervaren. Vooral bij een korte periode van werk of bij flexibel werk moet de – behoorlijk uitgebreide - aanvraagprocedure steeds weer opnieuw doorlopen worden en zit men lang in financiële onzekerheid. Door de combinatie van een aantal maatregelen wordt de (behandeling van de) aanvraag sneller en eenvoudiger. Eén van die maatregelen is de vereenvoudigde (of verkorte) aanvraagprocedure, op grond van het nieuwe artikel 43a: ‘1.

Indien na het eindigen van de algemene bijstand binnen twaalf maanden een nieuwe aanvraag wordt gedaan, kan het college de gegevens die bij hem berusten in verband met de eerdere bijstandsverlening gebruiken, indien dit leidt tot een voor de belanghebbende minder belastende aanvraag. 2. Het college verifieert de juistheid en actualiteit van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, in de beschikbare bronnen en zo nodig bij de belanghebbende.’ Dit nieuwe artikel geeft gemeenten de ruimte om een inwoner die binnen twaalf maanden opnieuw een bijstandsuitkering aanvraagt via een vereenvoudigde aanvraag op korte termijn weer van een uitkering te voorzien. Van deze ruimte is gebruik gemaakt. Het college benut dan de nog aanwezige gegevens over de eerdere bijstandsperiode en vraagt deze niet opnieuw van de belanghebbende. Eerste lid Een vereenvoudigde aanvraagprocedure in combinatie met hergebruik van gegevens, is bij uitstek bedoeld voor situaties waarin aangenomen mag worden dat de omstandigheden niet wezenlijk veranderd zijn, zodat het recht op bijstand eenvoudig is vast te stellen. In het eerste lid zijn enkele situaties beschreven waarbij dat het geval kan zijn. In elk geval mag het hergebruik van gegevens er volgens de wet niet toe leiden dat er sprake is van een meer belastende aanvraag. Tweede lid Sommige gegevens kunnen eerder aan verandering onderhevig zijn dan andere.

Hier is benoemd welke gegevens in ieder geval gecheckt worden op eventuele wijzigingen. Het college kan bij twijfel te allen tijde alsnog om meer actuele informatie vragen bij de belanghebbende. Ook op andere punten. Derde lid

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

9/11

De tekst van het nieuwe artikel 43a van de Wet, is woordelijk herhaald en overgenomen in artikel 15a van de Ioaw. Uit oogpunt van eenduidigheid is in het derde lid opgenomen, dat de beleidsregel die op dit punt geldt voor algemene bijstand, ook van toepassing is op een uitkering op grond van de Ioaw. Er zijn geen inhoudelijke argumenten om voor de uitvoering van de Ioaw op dit punt een andere koers te varen dan voor de Participatiewet. Artikel 5. Het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht Een bijstandsuitkering gaat in op de dag dat het recht ontstaat, maar niet eerder dan de meldingsdatum (art. 44, eerste lid, van de Wet). In de meeste gevallen zal de meldingsdatum daarom de ingangsdatum zijn. Dat betekent dat het niet mogelijk is om een uitkering met terugwerkende kracht toe te kennen. Volgens vaste rechtspraak kan dit bij uitzondering wél als er sprake is van bijzondere omstandigheden. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat iemand om medische redenen niet in staat was om zich eerder te melden en een aanvraag in te dienen.

Omdat deze uitzondering als te beperkt werd ervaren, zijn de mogelijkheden om bijstand met terugwerkende kracht te verstrekken verruimd op grond van artikel 44, vijfde lid: ‘In afwijking van het eerste lid kan het college bijstand toekennen vanaf de dag die maximaal drie maanden gelegen is voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld, indien individuele omstandigheden hiertoe noodzaken.’ Met dit nieuwe lid (kan-bepaling) krijgt het college de ruimte om de bijstand in individuele omstandigheden met maximaal drie maanden terugwerkende kracht toe te kennen. Van die ruimte is in deze beleidsregels gebruik gemaakt. Eerste lid In lijn met de Memorie van Toelichting bij de Wet (Kamerstukken II 2023/24, 36 582, nr. 3, p. 4647) kunnen twee situaties worden onderscheiden: 1. De melding is te laat gedaan als gevolg van de individuele omstandigheden. 2. De gevolgen van de late melding zijn ernstig voor de bijstandsgerechtigde. De wetgever heeft vooral het oog gehad op situaties waarbij het de belanghebbende niet te verwijten was dat de aanvraag (te) laat is ingediend en waarbij de effecten daarvan (te) ernstig zijn. Door terugwerkende kracht toe te passen, kunnen de nadelige effecten worden beperkt, en kunnen bijvoorbeeld verdere betalingsachterstanden en het oplopen van schulden worden voorkomen.

Onderdeel a Hier worden omstandigheden genoemd die naar het oordeel van het college wijzen op een niet verwijtbare te late melding. Voor de onderdelen 1, 2 en 5 geldt, dat het (vooral) gaat om omstandigheden van persoonlijke aard (niet in staat zijn om, bijv. door ziekenhuisopname, en onvoldoende ‘doenvermogen’). Voor de onderdelen 3, 4 en 6 geldt dat het meer om systeemtechnische omstandigheden gaat (bijv. eerst een aanvraag voor WW, daarna, na afwijzing, richting bijstand). De bijstand werkt dan terug tot het moment waarop de inwoner in de betreffende omstandigheden is geraakt (maximaal drie maanden, zie ook het tweede lid). Uiteraard moet dan wel vanaf dat eerdere moment voldaan zijn aan de voorwaarden voor de bijstandverlening.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

10/11

Onderdeel b Als niet met terugwerkende kracht bijstand wordt verleend, kunnen de gevolgen voor de inwoner dermate ernstig zijn, dat alleen al om die reden toch terugwerkende kracht wordt toegepast. In dit onderdeel zijn enkele indicatoren genoemd die terugwerkende kracht kunnen rechtvaardigen. Het gaat vooral om precaire actuele financiële omstandigheden (onderdelen 1 en 2), of problemen die door financiële omstandigheden kunnen zijn veroorzaakt, of daaraan hebben bijgedragen, zoals huisuitzettingen, afsluiting van nutsvoorzieningen of royement van zorgverzekeringen. Een ongeluk komt zelden alleen, vaak is er meer aan de hand dan uitsluitend financiële problematiek, daarom is van belang te benadrukken dat het gaat om indicatoren. Er is ruimte om ook in andere gevallen uit te gaan van terugwerkende kracht. Tweede lid Artikel 44, vijfde lid, van de Participatiewet geeft het college de bevoegdheid om bijstand toekennen vanaf de dag die maximaal drie maanden gelegen is voor de dag waarop de b elanghebbende zich heeft gemeld. Met dit artikellid in de beleidsregel stelt het college vast wat in normale gevallen de maximale termijn voor terugwerkende kracht zal zijn. Derde lid De voorgaande leden zijn ook van toepassing op uitkeringen op grond van de Ioaw.

De tekst van het nieuwe artikel 44, vijfde lid, van de Wet, is woordelijk herhaald en overgenomen in artikel 16a, vierde lid, van de Ioaw. Uit oogpunt van eenduidigheid is aan het derde lid toegevoegd, dat de beleidsregel die op dit punt geldt voor algemene bijstand, ook van toepassing is op een uitkering op grond van de Ioaw. Er zijn geen inhoudelijke argumenten om voor de Ioaw op dit punt een andere koers te varen dan voor de Participatiewet. Artikel 6. Evaluatie Het vaststellen van deze verzamelbeleidsregel, of elementen daarvan, zal er op onderdelen toe leiden, dat het gemeentelijk beleid gewijzigd wordt. Om te beoordelen of dat beleid doel treft, doelmatig kan worden uitgevoerd, en binnen rechtmatigheidsgrenzen blijft, wil het college periodiek onderzoeken en evalueren wat de stand van de uitvoering is. Zowel voor de eigen uitvoering als voor de inwoner is het van belang, dat het beleid regelmatig tegen het licht wordt gehouden, actueel wordt gehouden en op effecten wordt onderzocht. Mogelijk moet na verloop van tijd bijstelling plaats te vinden. Artikel 8. Inwerkingtreding en overgangsrecht Tweede lid Voor besluiten die zijn genomen voor 1 januari 2026, geldt in ieder geval, dat deze in stand blijven totdat daarover opnieuw is beslist. Dat zal bij de giftenregeling het geval kunnen zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16335543/1