CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

CN MIRT-onderzoek Ontwikkelpad uitgebreid

Opiniecommissie Inwoners 26 januari 2021, gemeente HelmondBij agendapunt: Verstedelijking en mobiliteit Helmond 2040 - resultaten MIRT studie (19.05-20.35 uur; 90 minuten)21.747 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

•

De verstedelijkingsopgave leidt tot fors meer inwoners, arbeidsplaatsen en voorzieningen en daarmee tot meer

•

mobiliteit. De stedelijke nabijheid zorgt er wel voor dat per inwoner en arbeidsplaats de verplaatsingsafstanden

gekwantificeerd en dit geeft de onderbouwing dat een stabilisatie OF

of zelfs afname van autogebruik haalbaar is terwijl fiets en OV

afnemen.

met een factor 2 tot 3 toenemen. Voorwaarde hierbij is wel Vraagvolgend multimodaal

dat het mobiliteitsysteem hier ook voor ingericht wordt; van

Gedurende dit MIRT-onderzoek zijn twee routes verkend om met

•

’Oplossen binnen de modaliteit’

openbare ruimte tot parkeeroplossingen tot treinfrequenties.

deze opgaven om te gaan:

•

Grote ingrepen capaciteit A2/N2 en Noordoost

•

OV, fiets en hubs verbeteren als basiskwaliteit

Het omgekeerde geldt ook. Verstedelijken terwijl het

vestigingsklimaat

verplaatsingsgedrag hetzelfde blijft als voorheen, betekent

Centraal parkeren aan de rand als dat nodig is voor

‘tegenwind’. Er zijn dan forse capaciteitsuitbreidingen nodig

gebiedskwaliteit

op de weg (Randweg en Noordoost) om de groei te faciliteren.

•

Maar er zijn ook nog steeds knelpunten op het spoor en er is nog Op basis van de inzichten uit het MIRT-Onderzoek wordt

steeds de noodzaak de OV-bereikbaarheid van de toploacties

voorgesteld te kiezen voor een mobiliteitstransitie. Argument

te versterken ten dienste van het vestigingsklimaat. Ook veel

hiervoor is dat deze oplossingsrichting optimaal gebruik maakt

investeringen in het fietsnetwerk en stedelijke infra zijn nog

van de verstedelijking en daardoor veel efficiënter en robuuster

steeds nodig om de verstedelijkingsoperatie te faciliteren.

uitpakt. Bovendien biedt het meer kansen voor een kwalitatief

Kortom, stevig verstedelijken zonder ander mobiliteitsgedrag

sterk en duurzaam stedelijk gebied.

leidt al snel tot én, én, én. En daarmee tot blijvend hogere investeringen.

64

3.4. Opbouw van het ontwikkelpad Doelstelling en afbakening van het ontwikkelpad

Ruimtelijke ontwikkeling en knelpunten leiden de dans

Het ontwikkelpad is een taktische uitwerking van de

Startpunt voor het ontwikkelpad zijn de ruimtelijke

ruimtelijke principes en principekeuzes voor mobiliteit. Het

ontwikkeling en de geprognosticeerde knelpunten

ontwikkelpad is dus nadrukkelijk geen open verkenning van

in het mobiliteitssysteem (zie Feitenrelaas). Beide

alle denkbare paden voor het SGE maar een uitwerking van

kunnen aanleiding zijn om ingrepen te doen in het

de specifieke keuze zoals verwoord in de principes. Het

mobiliteitssysteem. Deze ‘aanleidingen’ zijn in het

ontwikkelpad voegt aan die principes drie aspecten toe:

ontwikkelpad gemarkeerd met de letters K en V. Het

•

Mogelijke ingrepen om de principes te operationaliseren.

realiseren van 21.000 woningen is bijvoorbeeld gekoppeld

•

De onderlinge afhankelijkheden tussen de ingrepen.

EIK XL en aan het inzetten van een mobiliteitstransititie op

•

Het aspect tijd.

gebiedsniveau. En het moment waarop knelpunten op de Randweg verwacht worden, bepaalt wanneer daar ingrepen

Daarmee biedt het ontwikkelpad een kader om na te denken

nodig zijn. Knelpunten en ruimtelijke ontwikkeling zijn in het

over benodigde ingrepen, timing, afhankelijkheden en

ontwikkelpad in de tijd geplaatst maar kunnen eerder of later

adapativiteit. Doel van het ontwikkelpad is de betrokken

actueel blijken. Bijvoorbeeld als de autonome mobiliteitsgroei

partijen te ondersteunen in hun besluitvorming. Over welke

langzamer gaat dan verwacht of als de keuze gemaakt

zaken moet op welk moment duidelijkheid komen en wat zijn

wordt om de ruimtelijke ontwikkeling van de zuidwestlob te

daarbij de relevante afhankelijkheden? Het ontwikkelpad is

versnellen. De ingrepen in het mobiliteitssysteem moeten

een tool en geen blauwdruk. Preferenties in besluitvorming

dan meebewegen. Hoewel de ingrepen dus globaal in de tijd

zijn van meer afhankelijk dan hetgeen in dit ontwikkelpad is

uitgezet zijn, zijn het de afhankelijkheden die bepalend zijn.

weergegeven. Het ontwikkelpad beoogt vooral het gesprek te faciliteren over wat nodig is door inzicht te bieden in

Monitoring

samenhang en afhankelijkheden.

Adapatieve sturing op basis van een ontwikkelpad valt of staat bij een goede monitoring van zowel de opgave, als de ingrepen en de effectiviteit daarvan. In het vervolg op dit MIRT-onderzoek moet die monitoring verder vorm krijgen.

De afbeelding links komt opgeknipt terug

Voor het thema mobiliteit kan daarbij worden aangesloten op

in 3.4.1 t/m 3.4.6. Het totaalbeeld is ook

de binnen SmartwayZ.NL beproefde werkwijze.

apart opgenomen als bijlage 3.

Klik door naar: Opbouw I en II / Knelpunten (K) / Ruimtelijke ontwikkeling (V,R) / Spoor (T) / HOV (B) / Mobiliteitstransitie (M) / Automobiliteit (A) / Afhankelijkheden

65

Afhankelijkheden zijn gemarkeerd met dit symbool

De integrale keuzes zijn gemarkeerd met dit symbool

De agenderende opgaven zijn gemarkeerd met dit symbool

Afhankelijkheden binnen het mobiliteitsysteem

Integrale keuzes EIK XL, Netwerkstrategie

onderscheid tussen ingrepen die later in de tijd kunnen

Nieuwe onderwerpen op de agenda

Ook binnen het mobiliteitsysteem zijn er

en ontwikkelrichting Eindhoven

plaatsvinden (bijvoorbeeld een ombouw van de N2) en

Het keuzesymbool is ook ingezet voor een aantal

afhankelijkheden. Deze zijn deels fysiek. Bijvoorbeeld

De onderlinge afhankelijkheden maken dat over een

principekeuzes die eerder gemaakt moeten worden om

onderwerpen waarin dit MIRT-onderzoek beoogt

doordat de Brainportlijn en de Randweg in dezelfde

aantal opgaven eerder duidelijkheid moet komen, dan

op andere onderdelen verder te kunnen.

agenderend te zijn. Belangrijke voorbeelden zijn

ruimte liggen en oplossingen dus op eenzelfde

dat de ingreep zelf noodzakelijk is. Dit type ‘integrale

moment verkend moeten worden. Maar er zijn

keuzes’ zijn in het ontwikkelpad aangegeven met

De strategische keuze met betrekking tot de

Helmond, een ontwikkelagenda voor de kernen en het

ook ‘systeemafhankelijkheden’. De belangrijkste

een rood vlak en een keuzesymbool. De belangrijkste

Ontwikkelrichting heeft betrekking op ruimtelijke

landschap en het (hiervoor al aangehaalde) maken

is de modal-shift die beoogd wordt met de

voorbeelden zijn EIK XL, de netwerkstrategie en

keuzes in de toekomst die met terugwerkende

van een slimme keuze voor de stedelijke ontwikkeling

mobiliteitstransitie. Die moet de automobiliteit

ontwikkelrichting Eindhoven. EIK XL heeft duidelijkheid

kracht structurerend zijn voor de ontwikkeling van

van Eindhoven voor de periode na realisatie van de

beperken terwijl het OV-gebruik juist toeneemt. Het

nodig voor het totale gebied om de urgente

de toplocaties en vice versa. Als de uitkomst van

plannen voor het centrum. Over deze onderwerpen zijn

tempo en de mate waarin de transitie dus slaagt, is

ontwikkelopgave en aanpak van het busstation te

de Campusstrategie is dat - om internationaal een

in het MIRT-onderzoek belangrijke lessen geleerd en

van invloed op de ingrepen in OV en wegsysteem

kunnen starten.

concurrerend aanbod te houden - er een vergaande

dit is aanleiding om ze als kansen te agenderen. Stuk

integratie van verstedelijking rondom en op de

voor stuk is uitwerking nodig voordat vervolgstappen bepaald kunnen worden.

in later jaren. Ook op kleinere schaal zijn er dit

het stationsgebied (inclusief stationsknoop) van

soort afhankelijkheden. Het systeem van hubs

Dat vraagt echter een plan voor het totale gebied

toplocaties noodzakelijk dan geeft dat richting aan

functioneert pas goed als het natransport geregeld

waarin ook toekomstige ruimteclaims voor station en

de Ontwikkelrichting van de regio. Bij een keuze voor

is en er maatregelen zoals parkeerbeperkingen op de

spoorknoop uitgewerkt zijn. Ook al kan zo’n ingreep

een vergaande integratie van de toplocaties ligt het

eindbestemming genomen zijn.

zelf misschien op een later moment zijn beslag

bijvoorbeeld voor de hand dat binnen de tijdshorizon

krijgen. De netwerkstrategie moet een uitwerking

tot 2040 de oriëntatie op een nieuwe spoorknoop

bieden voor de voorgestelde principeoplossing voor

rondom Acht af valt.

het stedelijk wegennet van Eindhoven en de Randweg. Duidelijkheid over die strategie is nodig om voor al die wegen vervolgstappen te bepalen en om te kunnen sturen op afhankelijkheden in ruimtelijke ontwikkeling of een tracé voor de Brainportlijn. Ook hier is dus een

Klik door naar: Opbouw I en II / Knelpunten (K) / Ruimtelijke ontwikkeling (V,R) / Spoor (T) / HOV (B) / Mobiliteitstransitie (M) / Automobiliteit (A) / Afhankelijkheden

66

3.4.1. Ontwikkelpad Knelpunten Auto 2025-2030

noordoostkwadrant Ring. Relatie met implementie

een relatie met zowel verbeteringen van het HOV-net op

•

concept stadsautoweg Eindhoven’.

de radialen als de Brainportlijn (inclusief verknoping met

Eindhoven (o.a. aantal perrons). Bij realisatie van het

(K5) Verkeer- en barriereproblematiek Kasteel-Traverse

het spoor).

ROVT pakket 2030 en bijbehorende reizigersgroei

(K9) Verbeteren (inter)nationale spoorconnectiviteit.

ontstaan er diverse knelpunten. Deze hebben een relatie

Deze ambitie heeft een relatie met zowel ontwikkelingen

met de aanpak van de stationsknoop.

(K1) Matige congestie op Randweg A2, A67 en A50. Relatie met korte termijn aanpak Randweg.

•

•

(K2) Matige congestie op diverse locaties Bundelroutes.

Helmond. Relatie met pakket middelgrote maatregelen

Relatie met aanpak bundelroutes tot 2030.

Helmond.

•

Auto 2030-2040

OV 2025-2030

op het spoor als op de knopen (EIK XL en verknoping

•

•

Brainportlijn met spoor in noordwesten).

(K3) Zware congestive op Randweg A2, A58, A67 en A50. Relatie met ingrepen op de Randweg vanaf 2030: ‘implementie concept stadsautoweg Eindhoven’ en

•

eventuele aanpak hoofdrijbanen op later moment. •

(K4) Zware congestie op John F. Kennedylaan en

•

(K6) NMCA knelpunt spoor Helmond-Eindhoven. Relatie

•

•

(K11) Capaciteitsknelpunt spoorknoop en station

(K12) Perron capaciteit Helmond. Verhoging van de IC-frequentie vraagt uitbreding van perrons. Dit heeft

met ROVT pakket voor 2025 en 2030.

OV 2030-2040

een relatie met de gefaseerde stationsontwikkeling

(K7)Capaciteitsknelpunt busstation Eindhoven. Relatie

•

Helmond.

(K10) NMCA knelpunten op het spoor richting Tilburg en

met busterminal EIK XL.

’s-Hertogenbosch. Relatie met verhoogde frequenties

(K8 OV-bereikbaarheid toplocaties. Deze ambitie heeft

uit ROVT pakket voor 2030 en 2040.

Klik door naar: Opbouw I en II / Knelpunten (K) / Ruimtelijke ontwikkeling (V,R) / Spoor (T) / HOV (B) / Mobiliteitstransitie (M) / Automobiliteit (A) / Afhankelijkheden

67

3.4.2. Ontwikkelpad Ruimtelijke Ontwikkeling Startpunt voor de ruimtelijke ontwikkeling

kunnen Helmond, kernen, landschap en tot op zekere

structurerende elementen. Deze ontwikkelstap vraagt

noordwesten is er een relatie tussen de Brainportlijn

zijn de plannen voor het centrumgebied van

hoogte ook de toplocaties hun eigen tempo volgen. In

erom tijdig keuzes maken in oriëntatie, volgordelijkheid

en verstedelijking. Verknoping van de Brainportlijn

Eindhoven (21.000 woningen). Deze prioriteit

vervolg op het centrumgebied komt richting 2030 de

en de wenselijkheid van gemengde programma’s op en

met het spoor biedt een ontwikkelkans op een plek

volgt vanuit de huidige planfase maar ook vanuit

volgende ontwikkelstap in beeld. Kerngedachte daarbij

rond de toplocaties. Daarin is ook een belangrijke rol

met extreem goede externe bereikbaarheid. Dit geeft

verstedelijkingslogica. Juist deze ingreep leidt in de

is dat toplocaties en metropolitane kern naar elkaar

weggelegd voor de Brainportlijn. Deze versterkt de OV-

de mogelijkheid om net als voor de zuidwestlob een

Dashboard Verstedelijking tot de metropolitane kern

toe bewegen. Het hoogstedelijk gebied groeit dan

connectiviteit van de zuidwestlob met daarin De Run

programma te ontwikkelingen aan de noordwestkant.

die Eindhoven nu mist. Daarmee is deze ingreep

vanuit de kern in ‘lobben’ vanuit het centrum waarbij

en De Hurk substantieel. Wanneer de Brainportlijn dus

een noodzakelijk startpunt voor verstedelijking en

de verbinding wordt gelegd met de toplocaties of

versneld (relatie groeifonds) gerealiseerd kan worden,

mobiliteitstransitie. Dat betekent niet dat daarbuiten

daarmee zelfs geïntegreerd. De Ring en de HOV-assen

is dit een kans om ook de stedelijke ontwikkeling van

niks gebeurt. Vanuit de ruimtelijke ontwikkelprincipes

vervullen daarin een belangrijke rol als verbindende en

de gehele zuidwestlob naar voren te halen. Ook richting

Klik door naar: Opbouw I en II / Knelpunten (K) / Ruimtelijke ontwikkeling (V,R) / Spoor (T) / HOV (B) / Mobiliteitstransitie (M) / Automobiliteit (A) / Afhankelijkheden

68

3.4.3. Ontwikkelpad Spoor De ontwikkeling van het openbaar vervoer systeem

SGE, waarbij vanuit dit MIRT-onderzoek een paar

in het ontwikkelpad wordt zowel bepaald door

aanvullingen gelden:

brengt een aantal afhankelijkheden naar voren. De

afhankelijkheden binnen het gebied als door meer

•

Doordat het ruimtelijk programma zwaarder is dan

belangrijkste zijn EIK XL (integrale ontwikkeling

autonome knelpunten en de ontwikkelstrategie voor

in de basisprognose en er ingezet wordt op een

knoop en gebied) en de Brainportlijn (relatie met

heel Zuid-Nederland. Zeer recent is de Regionale

mobiliteitstransitie zullen stappen uit de Regionale

Randweg en stedelijke ontwikkeling toplocaties en

Uitwerking van het Toekomstbeeld OV gereed

Uitwerking eerder vroeger dan later in de tijd

zuidwestlob).

gekomen. Deze zet in op een stapsgewijze uitwerking

noodzakelijk blijken.

voor heel Zuid-Nederland. Door die stappen te volgen

•

•

De integraliteit met de gebiedsontwikkeling

Naast de urgentie voor Eindhoven CS voorziet

is er enerzijds een ontwikkelpad dat voorziet in

het ontwikkelpad ook in versterking van de IC-

oplossingen voor de meer autonome knelpunten als

bediening en stationsgebied van Helmond en in

aansluiting bij een logica voor heel Zuid-Nederland. De

een verknoping van Brainportlijn en spoor aan de

stappen sluiten ook goed aan bij de behoefte vanuit

noordwestkant.

Klik door naar: Opbouw I en II / Knelpunten (K) / Ruimtelijke ontwikkeling (V,R) / Spoor (T) / HOV (B) / Mobiliteitstransitie (M) / Automobiliteit (A) / Afhankelijkheden

69

3.4.4. Ontwikkelpad Hoogwaardig Openbaar Vervoer De radiale stedelijke HOV-assen vormen een door

geldt dan ook voor de mobiliteitstransitie en stedelijke

te ontwikkelen basis van het stedelijk en regionaal

ontwikkeling van de toplocaties, het opschalen

vervoersysteem. De tangent (Brainportlijn) is

van hubs en ontwikkeling van de zuidwestlob. Die

een toevoeging die de OV-bereikbaarheid van de

relatie werkt wel twee kanten op. De Brainportlijn

toplocaties versterkt en een verbinding legt tussen de

biedt niet alleen een kans. Om de Brainportlijn en

toplocaties en regionale hubs. Het ontwikkelpad gaat

het netwerk van hubs te laten functioneren is een

uit van een fasering. Eerst stap is het verrijken van OV-

mobiliteitstransitie en stedelijke doorontwikkeling van

netwerk met een tangentiële verbinding langs de A2 die

de topolocaties ook een noodzaak.

gevoed wordt met regionale lijnen vanuit Uden/Veghel, Tilburg-Noord- en Maarheeze. Dat vraagt naast

De HOV-tangent en Brainportlijn zijn nu onafhankelijk

een aanpassing van de lijnvoering op korte termijn

van elkaar weergegeven. Er is wel een zekere

ontwikkeling van hubs, doorstromingsmaatregelen

uitwisseling van reizigers. Die kan relevant zijn voor

en vluchtstrookgebruik. Daarna volgt een

de (detail)fasering maar beïnvloedt het eindbeeld niet.

groeistrategie die uitmondt in een passend innovatief

Uiteindelijk zijn beide nodig en leidt de Brainportlijn

vervoersconcept (Brainportlijn) met vrijliggende

vooral tot het aantrekken van nieuwe reizigers, zeker in

infrastructuur. Een investering vanuit het groeifonds

de connectie met de hubs.

kan die ontwikkeling drastisch versnellen en datzelfde

Klik door naar: Opbouw I en II / Knelpunten (K) / Ruimtelijke ontwikkeling (V,R) / Spoor (T) / HOV (B) / Mobiliteitstransitie (M) / Automobiliteit (A) / Afhankelijkheden

70

3.4.5. Ontwikkelpad Mobiliteitstransitie Het begrip mobiliteitstransitie is binnen het

is om dit soort maatregelen haalbaar en uitlegbaar

werkgevers geven dan het extra zetje.

ontwikkelpad in vrije enge zin gehanteerd. Want ook de

te maken. Omgekeerd is de mobiliteitrransitie ook

openbaar vervoer maatregelen en ruimtelijke ingrepen

noodzakelijk om de gebieden überhaupt stevig te

Het tweede element vormen de smartlanes. Dit

vormen hier een onlosmakelijk deel van. Het thema

kunnen verdichten. Het centrumgebied Eindhoven

concept vormt de volgende stap na realisatie van een

‘mobiliteitstransitie’ richt zich binnen het ontwikkelpad

is hierbij voorloper om parkeren op afstand,

sterk regionaal fietsnet. De smartlanes bieden niet

op een pakket gebiedsgerichte maatregelen en op het

lage parkeernormen, hubs met deelmobiliteit en

alleen ruimte aan (e)fietsers maar ook aan een keur

versterken van het fietsnetwerk. De gebiedsgerichte

mobiliteitsdiensten als eerste te implementeren.

innovatieve voertuigen voor personen en logistiek die

maatregelen (openbare ruimte, parkeren, deelmobiliteit,

Voor de toplocaties kan de ontwikkeling er wat

zich stil, schoon, ruimte-efficiënt en met een veilige

gebiedshubs, stedelijk fietsnetwerk) zijn gekoppeld

anders uitzien. Bijvoorbeeld eerst centraal en betaald

snelheid voortbewegen. Het ontwikkelpad voorziet

aan de stedelijke ontwikkeling en de ruimtelijke

parkeren aan de rand in combinatie met een meer

erin eerst een agenda op te stellen en daarna in circa

ontwikkeling van de toplocaties. Logica daarachter

campus-achtige inrichting. Innovatief natransport

10 jaar dit netwerk uit te rollen. Daarmee is er een

is dat verstedelijking de noodzakelijke voorwaarde

en stimulerende mobiliteitsarrangementen vanuit

robuuste basis infrastructuur voor slimme regionale

verplaatsingen waarop de regio haar innovatie- en ontwikkelkracht vollop kan laten zien.

Klik door naar: Opbouw I en II / Knelpunten (K) / Ruimtelijke ontwikkeling (V,R) / Spoor (T) / HOV (B) / Mobiliteitstransitie (M) / Automobiliteit (A) / Afhankelijkheden

71

3.4.6. Ontwikkelpad Automobiliteit Voor het autonerwerk is de eerste stap het uitwerken

Dit kan uitgewerkt worden op de volgende manier:

het doortrekken van dit model aan de noordzijde.

van een netwerkstrategie, in nauwe samenhang

•

De hoofdrijbanen van de Randweg blijven volledig

Wanneer er ondanks de mobiliteitstransitie

en bundelroutes gehandhaafd. Dit principe

met de totale mobiliteit- en verstedelijkingstrategie..

beschikbaar voor bovenregionaal verkeer.

extra capaciteit nodig blijkt (in de stad en/of op

blijft toekomstvast door beperkte groei

Doel hiervan is om de globale oplossingsrichting

Richting 2040 zal blijken of er nog ingrepen

de Randweg) dan wordt dit primair gezocht in

(mobiliteitstransitie) en waar nodig gerichte

die uit dit MIRT-Onderzoek naar voren komt nader

op de hoofdrijbanen nodig zijn, dit hangt af

versterking van dit stadssnelweg systeem aan de

capaciteitsuitbreidingen (adaptiviteit). Voor de

te valideren en uit te werken. Startpunt voor de

van de groei van bovenregionaal verkeer en de

rand.

verbinding tussen Helmond en de westkant van de

oplossingsrichting is de combinatie van verstedelijking

mobiliteitstransitie SGE.

Binnen Eindhoven wordt met een ‘zacht

SGE wordt de voorkeursroute via A67 versterkt.

en mobiliteitstransitie. Daarmee wordt de hoeveelheid

•

•

•

•

Regionaal blijft het principe van robuuste rand

Het autoverkeer van, naar en binnen Eindhoven

sectorenmodel’ verkeer zoveel mogelijk naar buiten

Er wordt nu gewerkt aan het uitwerken een korte

autoritten beperkt. Ingrepen in het netwerk moeten

wordt zoveel mogelijk buitenom afgewikkeld, via

afgeleid. De Ring krijgt hierdoor een meer lokale

termijn strategie voor de Randweg. Deze is in

dan bijdragen aan het mogelijk maken van de

Randweg en John F. Kennedylaan. Dit kan ingevuld

functie. Hierdoor is er ruimte om verstedelijking en

lijn met de beschreven strategie en helpt om de

verstedelijking en het invullen van de restopgave van

worden door de herdefiniëring van de N2 tot

de regionale bundelroute door Eindhoven blijvend

opgave een aantal jaar naar achter te schuiven.

het autoverkeer.

stadssnelweg met robuuste capaciteit inclusief

te faciliteren.

Klik door naar: Opbouw I en II / Knelpunten (K) / Ruimtelijke ontwikkeling (V,R) / Spoor (T) / HOV (B) / Mobiliteitstransitie (M) / Automobiliteit (A) / Afhankelijkheden

72

3.5. Afhankelijkheden in het Ontwikkelpad Ruimtelijke Ontwikkeling V1-3

T5

B1-3

R2

M1

T5: De realisatie van een stationsknoop bij Eindhoven Acht

R2: De realisatie van een stationsknoop bij Eindhoven Acht

B1-B3 en M1: Het op flinke schaal functioneren van de

V1-3: Relatie tussen de verstedelijking van het centrum van

biedt een kans voor verstedelijking in de Noordwest richting. Deze

biedt een kans voor verstedelijking in de Noordwest richting. Deze

regionale hubs is enerzijds afhankelijk van snel en direct

Eindhoven tot metropolitane kern, ontwikkeling aan de Ring

knoop is met een IC-station de best bereikbare plek van de

knoop is met een IC-station de best bereikbare plek van de

OV met de Brainportlijn (B1 – B3) en anderzijds van

en de verder ontwikkeling van de toplocaties. De onderlinge

Brainport met OV en auto.

Brainport met OV en auto.

gebiedsmaatregelen (parkeerkosten, parkeren op afstand,

relatie volgt uit het ontwikkelprincipe dat toplocaties

Openbaar vervoer

en metropolitane kern naar elkaar toe bewegen. Het hoogstedelijk gebied groeit dan vanuit de kern in ‘lobben’ vanuit het centrum waarbij de verbinding wordt gelegd met de toplocaties of daarmee zelfs geïntegreerd.

R1-3 R1-3: Dit zijn de drie mogelijke ontwikkelrichtingen van

V4

B1-3

R1-3

B1-3: Relatie tussen de ontwikkeling van de radiale HOV-assen

V4: De verstedelijking van Helmond heeft een

(B1) Brainportlijn (B2 en B3) en de ontwikkelrichting. De HOV-

programmatische relatie met de gefaseerde ontwikkeling

assen zijn belangrijke structurerende elementen voor

van het stationsgebied van Helmond.

ontwikkeling in een specifieke richting. Realisatie van as en gebiedsontwikkeling gebeuren daarom bij voorkeur

V1

integraal. De Brainportlijn legt een snelle verbinding tussen

Eindhoven in vervolg op de realisatie van de plannen voor het

V1: De ontwikkeling van Centrum Eindhoven heeft een

de hubs en toplocaties en versterkt de OV-bereikbaarheid

centrumgebied. Onderlinge relatie in volgordelijkheid, aantal

relatie met EIK XL. Een belangrijk deel van het woon- en

van de toplocaties. Dat maakt ook een gemengde stedelijke

woningen en aanbod van stedelijke woon- en werkmilieus.

werkprogramma landt in het stationsgebied. Ook keuzes in

ontwikkeling van de toplocaties mogelijk. De Brainportlijn

de infrastructuur (HOV, auto en fiets) binnen EIK XL werken

leidt er ook toe dat het gebruik van de radiale HOV-assen

door in het hele centrumgebied en visa versa.

iets lager komt. Datzelfde geldt dan ook voor de busterminal.

B1-3 B1-3: Relatie tussen de ontwikkeling van de radiale HOV-assen (B1) Brainportlijn (B2 en B3) en de ontwikkelrichting. De HOV-

Overigens is ten opzichte van de 2040 referentie op HOV-

T2-4

assen en busterminal dan nog steeds sprake van groei.

assen zijn belangrijke structurerende elementen voor

T2-4: De relaties tussen de ontwikkeling van de stationsknoop,

ontwikkeling in een specifieke richting. Realisatie van as

busterminal en gebiedsontwikkeling binnen EIK XL. EIK XL heeft

en gebiedsontwikkeling gebeuren daarom bij voorkeur

duidelijkheid nodig voor het totale gebied om te kunnen

integraal. De Brainportlijn legt een snelle verbinding tussen

starten met de urgente ontwikkelopgave en aanpak van

de hubs en toplocaties en versterkt de OV-bereikbaarheid

het busstation. Dat vraagt een plan voor het totale gebied

van de toplocaties. Dat maakt ook een gemengde stedelijke

waarin ook toekomstige ruimteclaims voor station en

ontwikkeling van de toplocaties mogelijk.

spoorknoop uitgewerkt zijn. Ook al zullen de spoorse

A1 In de ruimtelijke ontwikkeling van Eindhoven buiten het centrum is de Ring een belangrijk verbindend element en ook een kans voor het ontwikkelen van wonen, stedelijke werkmilieus en stedelijk groen. Deze ontwikkeling is afhankelijk van de mogelijkheden om de Ring in de toekomst af te waarderen en stedelijk verkeer buitenom af te wikkelen.

ingrepen zelf misschien op een later moment hun beslag krijgen.

B3

T5

Mobiliteitstransitie

afwaarderen autoinfra, etc.) op de eindbestemming (M1).

Automobiliteit V1,2

R1-3

V1,2 en R1-R3: In de ruimtelijke ontwikkeling van Eindhoven buiten het centrum is de Ring een belangrijk verbindend element en ook een kans voor het ontwikkelen van wonen, stedelijke werkmilieus en stedelijk groen. Deze ontwikkeling is afhankelijk van de mogelijkheden om de Ring in de toekomst af te waarderen en stedelijk verkeer buitenom af te wikkelen.

B1-3 B1-B3: De fysieke inpassing van een Brainportlijn raakt de Randweg. Inpassingskeuzes voor een Brainportlijn en toekomstige ingrepen op de Randweg worden dus bij voorkeur integraal verkend.

M1,2

M1-4 M1-M4: De verschillende onderdelen van de mobiliteitstransitie

M1,2: Basis voor ingrepen op de Randweg is een keuze voor

versterken elkaar. De fietsmaatregelen zijn belangrijk omdat

de mobiliteitstransitie die de groei van het autoverkeer op de

de transitie van autoritten naar fietsritten in absolute

Randweg aanzienlijk beperkt. Het tempo van die transitie en de

aantallen het grootste is. De fietsinfra moet dus de meeste

mate waarin die optreedt bepaalt het moment en de omvang

ritten opvangen.

van eventuele ingrepen op de Randweg.

V1-3

R1-3

V4

V1-V3 en R1-R3: De gebiedsgerichte maatregelen (openbare

V4: De stedelijke ontwikkeling van Helmond is afhankelijk van een

B3 en T5: Een stationsknoop bij Acht heeft een relatie met de

ruimte, parkeren, deelmobiliteit, gebiedshubs, stedelijk

pakket mobiliteitsmaatregelen voor goede ontsluiting van de

Brainportlijn. Vanaf de toplocaties is er door Brainportlijn

fietsnetwerk) zijn gekoppeld aan de stedelijke ontwikkeling en de

nieuwe ontwikkeling en verminderde barrièrewerking van de

en stationsknoop een aanzienlijk snellere verbinding in de

ruimtelijke ontwikkeling van de toplocaties. Logica daarachter

N270/Kasteeltraverse.

richting van ’s-Hertogenbosch en Tilburg. Dat versterkt de

is dat verstedelijking de noodzakelijke voorwaarde is om

OV-connectiviteit van de toplocaties en het draagvlak voor

dit soort maatregelen haalbaar en uitlegbaar te maken.

de Brainportlijn.

Omgekeerd is de mobiliteitstransitie ook noodzakelijk om de gebieden überhaupt stevig te kunnen verdichten.

Klik door naar: Opbouw I en II / Knelpunten (K) / Ruimtelijke ontwikkeling (V,R) / Spoor (T) / HOV (B) / Mobiliteitstransitie (M) / Automobiliteit (A) / Afhankelijkheden

73

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9626159/1