CN MIRT-onderzoek Ontwikkelpad uitgebreid
Tekst van het document
Brainportregio Eindhoven 18 november 2020
MIRT-Onderzoek Verstedelijking en Mobiliteit Brainportregio Eindhoven
Verstedelijking en Mobiliteit
ONTWIKKELPAD
MIRT-Onderzoek
Inleiding MIRT-Onderzoek Verstedelijking en Mobiliteit Brainportregio Eindhoven Het MIRT onderzoek Brainportregio moet leiden tot
spelen daarin wereldwijd een steeds belangrijkere
De scope, de beoogde resultaten en de
Het totale onderzoek bestaat uit drie hoofdelementen:
een gedeeld beeld over de aard, omvangen en urgentie
rol. Deze krachtige economische ontwikkeling
afgesproken aanpak van deze projecten
•
Bijlage 1: Feitenrelaas
van de samenhangende opgaven op het gebied van
leidt tot groeipijn, met name op verstedelijking en
blijven (vooralsnog) ongewijzigd. Wel wordt
bereikbaarheid en verstedelijking.
bereikbaarheid. Alleen al ASML trekt maandelijks
uitdrukkelijk ingezet op het maken van een
honderden nieuwe medewerkers aan. Het is nu ook
integrale afweging. De verstedelijkingslocaties en
Gedurende het BO-MIRT van 2019 hebben partijen de
tevens juist de grote uitdaging om talenten aan
bereikbaarheidsmaatregelen tussen nu en 2030
afspraak gemaakt om ernaar te streven om in een jaar
Brainport te binden voor behoud en doorontwikkeling
worden in dit onderzoek in principe als autonoom
tijd een MIRT-Onderzoek Brainportregio te verrichten.
van het unieke economische systeem. Hiervoor dient
meegenomen als die reeds zijn vastgesteld. Een
Letterlijk is het volgende afgesproken (Afsprakenlijst
Brainport een duurzame kwalitatieve schaalsprong
uitkomst van dit MIRT-onderzoek kan zijn dat plannen
Bestuurlijke Overleggen MIRT 20 en 21 november
te maken om toekomstbestendig te blijven en
niet of gewijzigd worden uitgevoerd, omdat de nu
2019):
aantrekkelijker te zijn voor talent en (toekomstige)
beoogde oplossing van deze projecten onvoldoende
•
Bijlage 2: Ontwikkelperspectieven
‘Rijk en regio spreken af om gezamenlijk een
bewoners, werkgevers en werknemers (BNA, REOS,
bijdraagt aan de totaal opgaven van de Brainportregio
gebiedsgericht en integraal MIRT-onderzoek te starten
BrainportCity, EIK XL). De bereikbaarheid van de regio,
in het perspectief van 2040.
voor de Brainportregio. Het onderzoek moet leiden
die nu al onder druk staat, zal als gevolg van deze
tot een gedeelde perceptie tussen Rijk en regio over
verstedelijking de komende decennia verslechteren. De
Het voorliggende rapport het resultaat is van
de urgentie, aard, omvang, onderbouwing en aanpak
huidige infraprojecten in de regio zijn ontoereikend om
ontwerpend onderzoek met theoretische
van de samenhangende opgaven op het gebied van
de groei te accommoderen en de mobiliteitsproblemen
ontwikkelperspectieven (‘hoeken van het speelveld)’
verstedelijking en bereikbaarheid’.
op te lossen. Een schaalsprong is nodig om een
en mogelijke stappen in een ontwikkelpad, met een
‘Op basis van dit beeld worden strategische
adequate oplossing te bieden.
focus op de onderlinge afhankelijkheden. Het is
•
Ontwikkelpad (dit document)
hoofdkeuzes gemaakt. Het streven is om tijdens het
geen ‘eindbeeld 2040’ en geen ‘blauwdruk’ dat kan
BO-MIRT van 2020 beslissingen te nemen over een
Momenteel wordt er o.a. gewerkt aan plannen voor
worden vastgesteld, maar een tool om het gesprek te
adaptief ontwikkelpad inclusief maatregelenpakket’.
het stationsgebied Eindhoven (EIK XL), Binnenstad
faciliteren over mogelijke ingrepen en afhankelijkheden
Eindhoven, mobiliteitshubs, de Randweg A2/N2, de
ten dienste van verdere uitwerking en uiteindelijke
Brainportregio is de kennismotor van de Nederlandse
bundelroutes noordoost, en de regionale uitwerking
besluitvorming.’
economie en kent een bovengemiddelde economische
van toekomstbeeld OV. De fase waarin deze projecten
groei van 2,5% over de afgelopen 10 jaar. De groei
verkeren en de ‘hardheid’ variëren. Alleen door een
wordt vooral veroorzaakt door de kennisintensieve
gezamenlijke en integrale aanpak ontstaat inzicht en
maakindustrie. In die kenniseconomie is nabijheid
overzicht in de feitelijke situatie en de opgaven voor de
en uitwisseling van kennis van essentieel belang.
Brainportregio, wat nodig is voor de ontwikkeling van
Metropolitane gebieden, zoals de Brainportregio,
oplossingsrichtingen.
Inhoudsopgave
MIRT-Onderzoek Verstedelijking en Mobiliteit Brainportregio Eindhoven 1.
De Opgave 4
1.1.
Opgave Ecosysteem Brainportregio
5
1.2.
Segregatie en integratie Geografie van topsector HTSM
7
1.3.
De verschillen zijn groot Het SGE is geen homogene regio
10
1.4.
Ruimte gezocht voor woningbouw
11
1.5.
Keuzes maken voor bereikbaarheid
13
1.6.
Capaciteit dwingt om systeemkeuze te maken rond 2030
16
2.
Inhoudelijke lessen 19
2.1.
Methode Ontwerpend onderzoek
20
2.2.
Impact van de woondeal
24
2.3.
Bevindingen Ruimte 26
2.4.
Bevindingen Bereikbaarheid 41
3.
Ontwikkelpad 59
3.1.
Inleiding op het Ontwikkelpad
3.2.
Principekeuzes Ruimte 61
3.3.
Principekeuzes Mobiliteit 63
3.4.
Opbouw van het ontwikkelpad
65
3.4.1. Ontwikkelpad Knelpunten
67
3.4.2. Ontwikkelpad Ruimtelijke Ontwikkeling
68
60
3.4.3. Ontwikkelpad Spoor 69 3.4.4. Ontwikkelpad Hoogwaardig Openbaar Vervoer
70
3.4.5. Ontwikkelpad Mobiliteitstransitie
71
3.4.6. Ontwikkelpad Automobiliteit
72
3.5.
73
Afhankelijkheden in het Ontwikkelpad
1.
De Opgave
1.1. Opgave Ecosysteem Brainportregio Opgaven Brainportregio Eindhoven op snijvlak
woningvoorraad van het SGE - is de vraag hoe om te
economie, ruimte en mobiliteit
gaan met die ruimtelijke setting.
Brainportregio heeft economische kracht en potentie. Brains en techniek, daar is de regio goed in. De
Vragen die daar bij spelen:
successen van afgelopen jaren zijn alom bekend, maar
•
Welke ruimtelijke constellatie (fysieke inrichting de
om de internationale concurrentiepositie van deze
regio) van de Brainport vraagt het HTSM-cluster de
‘kennis- en techniekhub’ in de toekomst ook waar
komende decennia?
te maken is versterking van de ruimtelijke structuur
•
In het Feitenrelaas is geconstateerd dat er
noodzakelijk: het voorzieningenniveau en de (inter)
voldoende bedrijventerreinen voorhanden zijn
nationale bereikbaarheid heeft een kwaliteitsimpuls
maar dat er wel een kwaliteitsopgave is. Aan welke
nodig om in het internationale krachtenveld niet
kwaliteiten is er behoefte?
achterop te raken. De opdrachtgevende partijen van dit
•
Waaruit bestaat de ruimtelijk economische
onderzoek, de ministeries van IenW, BZK, de provincie
samenhang tussen het westelijk en oostelijk deel
Noord-Brabant en de gemeente Eindhoven, stellen dat
van de regio? Wat is hierin de opgave voor de
er - in samenwerking met andere gemeenten binnen
toekomst?
de Metropoolregio Eindhoven - een schaalsprong ten
•
Wat zijn kwalitatieve opgaven voor de Brainport,
aanzien van verstedelijking en bereikbaarheid nodig
bijvoorbeeld op economisch en sociaal vlak, die in
is om toekomstbestendig te blijven, aantrekkelijker
de realisatie van de woonopgave centraal zouden
te zijn voor talenten en een goede kwaliteit van de
moeten staan?
leefbaarheid te behouden.
•
Wat zijn de belangrijkste opgaven voor de toekomst van de Brainport in de connecties op
De economische prestaties van de regio Eindhoven
verschillende schaalniveaus; in de regio, met
kennen een historie waarbij vanuit Philips een groot
de andere steden (B5, agglomeratie NL) en
belang bestond bij de inrichting van de stad. Naast
internationaal?
ontwikkellocaties en productiefabrieken nam het bedrijf initiatief voor woningbouw en bijvoorbeeld sportverenigingen (PSV). De economische, ruimtelijke en maatschappelijke structuur zijn in de regio vergaand geïntegreerd. Met het de schaalsprong uit de woondeal - 62.000 woningen is 31% van de totale
•
Drie verschillende schaalniveau’s (zie Feitenrelaas) •
Welke mobiliteitsstrategie past het beste bij de behoeften van de Brainport na 2030?
•
Stedelijk gebied Eindhoven (SGE) bestaande uit
•
Voor de verplaatsingspatronen is een het
Oirschot, Best, Son&Breugel, Nuenen, Helmond,
studiegebied vergroot met Boxtel, Meierijstad,
Geldrop-Mierlo, Veldhoven, Waalre en Eindhoven
Uden en Boekel omdat blijkt dat deze gemeenten
Metropoolregio Eindhoven (MRE): voorgaande
een significante relatie hebben met Eindhoven.
gemeenten aangevuld met Laarbeek, Gemert-
Daarom hebben we apart een “Daily Urban
Bakel, Deurne, Asten, Someren, Heeze-Leende,
System” benoemd waarin deze gemeenten zijn
Cranendonck, Valkenswaard, Bergeijk, Eersel,
meegenomen.
Bladel, Reusel-De Mierden
5
Figuur 1.1.1.
Ecosysteem Brainport •
Supply chain wordt supply netwerk. Uitdaging: vroegtijdig betrekken van toeleverketen en verschillende divisies (ontwerp, inkoop, productie en service) bij het ontwerp is cruciaal voor concurrentie op prijs en kwaliteit.
•
Plekken en netwerken voor ontmoeting van ideeën en mensen. Voorbeelden: het oude Philips netwerk, Brainport Industries en de Brainport Industries Campus.
•
Gedeelde innovatie, faciliteiten en risicodragende projecten (kraamkamer). Samenwerking nodig voor investering. Voorbeeld: vroegere Natlab, HTCE HighTechXL. Competenties van industriele eindproducenten en en toeleverbedrijven in maakindustrie bundelen.
•
Samenwerking onderwijs en bedrijfsleven (door schaarste talent). Steeds complexer en hoogopgeleider. Geen MBO niv. 1&2.
•
Focus: meester van onderscheidende technologie om daar vervolgens verschillende toepassingen op te baseren voorbeeld: nauwkeurig bewegen en positioneren (mechatronica) in agri-food). Groei in: Halfgeleider-industrie (chips en software), Analytische industrie (elektronenmicroscopen, röntgenstraling,
“Uitdagingen: aantrekken en behoud van talent, fysieke nabijheid, ontmoetingsplekken, aantrekkelijk vestigings- en verblijfsklimaat, samenwerking, agglomeratiekracht en (internationale) connectiviteit.” (*) Webinar ‘Meesters in de maakindustrie’ 8 juli 2020
protonentherapie) en toepassingen in materiaalonderzoek en Health care.
6
1.2. Segregatie en integratie Geografie van topsector HTSM Ruimtelijke opbouw van de Brainport in retrospectief.
afnemen wat de ingenieurs bedachten. De organisatie
Jarenlang was Philips de grote economische
moest antwoorden vinden op behoeften uit de
kracht van de regio Eindhoven. In de regio werkten
markt. Gezien het tijdsgewricht en de internationaal
90.000 mensen in dienst bij Philips. Er heerste, van
opkomende industrieën geen onvoorstelbare keuze. De
onderhoudsmonteur tot ingenieur en directie, trots
consequenties waren echter enorm. Reorganisaties en
op de wereldwijd baanbrekende uitvindingen die
verandering van strategie leidden er toe dat er in 2010
het bedrijf herkenbaar maakte. Kennis en innovatie
nog maar 9.000 mensen in de Brainport bij Philips in
stonden centraal. De hele organisatie was er op
dienst zijn. Een deel van de productontwikkeling heeft
gericht de beste uitvindingen van de wereld te
het bedrijf ge-out-sourced naar de ‘keten’.
plegen. Hiertoe werd een bedrijfscultuur in het leven geroepen welke uitging van leren en proberen. Talenten
In de huidige Brainport zijn 5 grote industriële
werden middels de zogenaamde ‘denkspleten’ op de
eindproducenten - ook wel OEM’ers worden genoemd
verschillende NatLab’s op Strijp, De Hurk (Beatrix)
(Original Equipement Manufacturer) - met een
en Waalre (nu HTC) grootgebracht tot zelfstandige
industriële output van tegen de 1 miljard per jaar of
ingenieurs. Deze kraamkamers van talent en innovatie
meer. Deze OEM bedrijven richten zich met name
waren waardevol voor de carrière van de werknemer.
op de voor- en achterkant van het productieproces:
Door een gezamenlijke start kon men elkaar ook later
de ‘research en development’ aan de voorkant en de
nog goed vinden. Letterlijk, fysiek in de organisatie,
‘sales en service’ aan de achterkant van het proces.
als ook in taal, had men aan een half woord genoeg.
Het volledige proces van design & engineering,
Een ander wezenlijk voordeel van deze werkcultuur
prototyping & industrialization, component production
was dat er focus was op technologische ontwikkeling
en system integration wordt uitbesteed aan een keten
en innovatie. Rangen en standen doen er niet zoveel
van toeleveranciers. Het Brainportcluster omvat een
toe als je samen bent opgegroeid en een inhoudelijke
kleine driehonderd van dergelijke bedrijven. Deze
gedrevenheid hebt om baanbrekende innovaties te
bedrijven, verschillend van omvang en kunde, staan
plegen. De focus lag bij de technologie.
in directe verbinding met de OEM of leveren aan
Voor 1965: Bedenken, Onderzoeken, Ontwerpen, Testen, Maken en Verkopen op een beperkt aantal locaties in de stad.
Na 1965: Uitsortering en decentralisatie van activiteiten. Groei keert zich van de stad af. Herontwikkeling van binnenstedelijke industriële terreinen.
Geschiedenis van de Eindhovense bedrijventerreinen gaat over uitsortering en decentralisatie van activiteiten
een toeleverancier. Dit heeft geleid tot vergaande In de jaren ‘90 veranderde dit. Philips veranderde
specialisatie van bedrijven, gepaard gaande met
van strategie. In plaats van inhoudgedreven vond er
intensieve samenwerking. De vraag is hoe robuust
een verschuiving plaats naar marktgericht. Hiermee
deze kwaliteiten zijn voor toekomstige trends zoals
kwam ook het opleidingenmodel onder druk te staan.
internationalisering, digitalisering en de opkomst van
Niet langer was men overtuigd dat de markt zou
nieuwe sleuteltechnologieën.
7
De topsector HTSM (‘high tech systems & materials’) biedt
dergelijke plekken. Korte termijn gaat voor duurzaam
blijken succesfactoren van bloeiende economische
haar heen maar ook een sterkere interactie van de
67.454 (2017) banen in Brabant en is verantwoordelijk
economisch model.
regio’s. En waar in steden als Utrecht en Amsterdam
toplocaties, het stedelijke gebied, de woongebieden en
(of internationaal: Londen) dit soort stedelijke
natuur daarbuiten.
voor ruim een derde van de totale banengroei in de regio in 2018. Ruim 11% van alle HTSM in
In toenemende mate leidt het besef ,dat innovatie
interactiemilieus al lang verbonden zijn met de daar
Nederland is te vinden in de Brainport Eindhoven.
en hoogwaardige technologische productie
belangrijkste economieën, ontbreekt die verbinding
Een tweede invalshoek om een aantrekkelijker en
Alhoewel er landelijk een daling te zien is in het aantal
mensenwerk is, tot een herinterpretatie van de
in de Brainport met haar HTSM cluster nog in grote
vooral ook een robuuster economisch ecosysteem te
industriebanen groeit de industrie sector (waarvan
werkgebieden. Als het de grootste uitdaging van de
mate. Sterker nog: de ontwikkelrichting van de meest
ontwikkelen wordt geïntroduceerd door de opvatting
HTSM onderdeel is) fors vanaf 2010 in de Brainport
sector is om voldoende gekwalificeerd en getalenteerd
dynamische gebieden (vb. ASML, BIC, HTC maar ook
dat de Brainport een sterke eenzijdige afhankelijkheid
regio Eindhoven. De industriesector is de grootste
personeel aan te trekken dan blijkt, naast primaire
in mindere mate TU/e) is van de stad afgekeerd, het
heeft ten aanzien van het HTSM cluster. De kennis
sector in de regio en voorziet in 17% van de totale
arbeidsvoorwaarden, een aantrekkelijke werkomgeving
landschap in. Het lijkt een begrijpelijke keuze vanuit
en kunde van de Brainport is een competentie die
werkgelegenheid (landelijk 7,7%).
een sterke troef te zijn. Het uit zich in de ontwikkeling
een individuele, private afweging maar hoe houdbaar
sectoroverstijgend volop benut zou kunnen worden. De
van het campusmodel in verschillende gedaanten, op
is dat op de lange termijn? Het vraagt om een
regio zou hier met het oog op de toekomst een forse
Ruimtelijk zien we een hele duidelijke weerslag van de
verschillende plekken en uiteenlopend qua succes. De
strategisch gesprek over de lange termijn in triple helix
inzet op moeten leveren door een ruimtelijke setting
segregatie van het productieproces. Het Brainport
meest succesvolle tot nu toe is de High Tech Campus
verband in de context van dit MIRT -Onderzoek.
te creëren die naast ondersteunig van het hightech
adagium van ‘zand tot klant’ - waarbij zand een
Eindhoven waar de identiteit van de plek zo sterk is
De regio ontleent haar kwaliteit en identiteit aan haar
profiel ook verdere verbreding van economische
verwijzing is naar silicium, grondstof voor chips -
geworden dat er wereldwijde bekendheid is opgetreden
suburbane leefmilieus en aanbod van grootschalige
activiteiten bespoedigd. De Brainport staat voor een
bestaat uit afzonderlijke stappen in het proces van
en dat internationaal het hebben gewerkt op de High
omringende natuurgebieden die diep doordringen in
kennis en kunde die breed toepasbaar is, dat zou
de supplychain, ieder met een eigen businesscase
Tech Campus als een ‘CV-builder’ wordt gezien.
het stedelijke milieu, alhoewel deze sterk onder druk
meer tot expressie moeten komen in hoe de regio zich
staat van toenemende logistieke activiteiten (verdozing
manifesteert. Het vraagt om sterke interactiemilieus op goed bereikbare plekken.
en rentabiliteit van investeringen. Het heeft zijn weerslag op de geografie van de regio waarbij grofweg
Het belang van de werkomgeving krijgt bovendien
van het landschap), veroudering van industriële
de activiteiten op de integrale Philipslocaties zijn
een nieuwe dynamiek door de toenemende rol van
terreinen en aanwezigheid van een steeds verder
uitgeplaatst en verspreid over bestaande en ook veelal
software, met daarmee een nieuw type werknemer
geïndustrialiseerde landbouw (meer dan 15.000.000
Een nadere beschouwing van de typologie van
nieuwe werkgebieden. Daar gelden de regels van de
in de high tech industrie. Deze nieuwe doelgroep in
kippen in Metropoolregio Eindhoven), een slechte
toplocaties is opgenomen in bijlage 2.
klassieke bedrijventerreinen: goedkoop bouwen en
het personeelsbestand hecht nog meer waarde aan
luchtkwaliteit en forse opgaven met betrekking tot de
logistieke processen als leidende principes voor de
‘hypercaffeïnated’ plekken: een stedelijke(re) omgeving
klimaatopgave (o.a. hittestress, droogte, waterberging).
ruimtelijke inrichting, verzegeld met hekken rondom
waarin spontane en verrassende ontmoetingen,
het perceel om het eigendom te beschermen.
inspiratie en voorzieningenaanbod in hoge mate
Om blijvend te kunnen concurreren met Europese
De zo noodzakelijke interactie tussen mensen om
aanwezig zijn maar ook een stedelijke identiteit
kennis- en innovatieregio’s is een stevige inzet op
de open innovatie te stimuleren is een algemeen
aanwezig is waar een klimaat ontstaat voor een
agglomeratiekracht noodzakelijk: een versterking
belang en daarmee niet vertegenwoordigd op
cultuur die past bij de regio. Juist die ‘community’s’
van de verbindingen van de regio met de wereld om
8
Figuur 1.2.1.
Opgave in perspectief De verschuiving van supply chain naar supply netwerk zorgt
•
voor trendbreuk in opzet bedrijventerreinen Gemengde woon-werkmilieus en de bredere
bedrijf of sociale groep •
ontwikkeling naar innovation districts kunnen een rol spelen voor de verbeterde internationale concurrentiepositie van Brainport door een grotere
Engagement: interactie met mensen in de eigen
Trendbreuk: supply netwerk vraagt om fysieke nabijheid: wonen, werken, onderzoeken en ontmoeten in een integraal systeem. Dus.. niet meer ruimte nodig maar kwaliteitsimpuls: fysieke nabijheid en ontmoeting van mensen.
Exploration: interactie met mensen van een ander bedrijf of groep
•
Energy: groter totaal aantal interacties ongeacht herkomst
aantrekkingskracht op de belangrijke doelgroep van internationaal talent.
Brookings en het Global Institute on Innovation Districts (GIID) vertalen dit naar innovatiedistricten
Bij het inrichten van professionele werkomgevingen
welke worden gedefinieerd als geografische
gaat het om de correlatie tussen persoonlijke
omgevingen waar leading-edge anchor instituties
interactie, productiviteit en innovatie. Sociaal-
en bedrijven zich clusteren en verbinden met
wetenschappelijke analyses op dit gebied heeft
startups, incubators en accelarators. Ze zijn
steevast als belangrijkste uitkomst dat face-to-face
fysiek compact en zeer toegankelijk en bieden
interactie tussen werknemers het allerbelangrijkste is
een mix van bedrijfsvestiging, kantoorruimte en
(onafhankelijk van waar die interactie over gaat).
ontmoetingsplekken.
Naarmate technologie onderlinge afstanden ogenschijnlijk kleiner en onbeduidende maakt,
Brainport heeft lange tijd een succesvolle strategie
wordt fysieke nabijheid en face-to-face contact
gevolgd waarbij dedicated werkmilieus ontstonden
juist belangrijker. Dit vormt een stimulans voor de
buiten de stad. Inmiddels zien we een internationale
Essen, Duitsland
veronderstelde en middels diverse casestudies
trend waarbij de ontwikkeling 180 graden is gedraaid.
Inwoners Essen: 583.000 Grootte campus: 280 hectare
vastgestelde uitkomsten van hogere productiviteit,
Om interactie aan te moedigen en een aantrekkelijk
meer innovatie (nieuwe productlanceringen), hogere
werkklimaat te bereiken vindt vergaande integratie
verkopen. Out of sight, out of sync.
plaats. Dat zien we niet alleen bij de concurrerende
|
Erlangen, Duitsland |
ThyssenKrupp AG
Siemens AG
Inwoners Erlangen: 112.000 Grootte campus: 90 hectare
technologie hubs in Azië (Jurong Lake District, De werkomgeving moet mensen uitnodigen en
Singapore) maar ook dichter bij huis in Duitsland (zie
uitlokken om ’in botsing te komen’ (‘collide’) met
afbeeldingen).
anderen, zowel van binnen de organisatie als daarbuiten. Harvard Business Review duidt op basis
ASML
NTS
Brainport Industries Campus
van onderzoek drie relevante vormen van interactie:
9
1.3. De verschillen zijn groot Het SGE is geen homogene regio Het westelijk deel van de regio (met name Eindhoven,
vertegenwoordiging van bedrijven uit de HTSM sector.
Veldhoven, Best en ook Son en Breugel) beschikt over
vooralsnog niet wegnemen, bovendien is de campus
het ecosysteem Brainport ondersteunen (denk
meer georiënteerd op samenwerkingen met bedrijven
aan toeleveranciers als bijvoorbeeld MCB en Wilvo
relatief veel arbeidsplaatsen. Het oostelijk deel van SGE
Daar waar op de bedrijventerreinen aan de
en kennisinstellingen in en rondom Eindhoven dan
maar ook aan thematisch bedrijventerreinen als het
wordt gekenmerkt door relatief veel woningen. Deze
westzijde van de regio mensen werken die vanuit
dat er in en rondom Helmond sprake is van een
Kempisch bedrijvenpark in Hapert). De kwaliteit van
verschillen tussen gemeenten in de regio komen terug
alle richtingen bereid zijn ver te reizen zien we aan
onderscheidend ecosysteem op basis van automotive.
de kleine kernen staat, door de ambitie om ook in vele
in de ontwikkeling van arbeidsplaatsen. Veldhoven
de oostzijde bedrijvigheid met een minder sterke
Buiten de verschillen tussen oost en west van het
kernen mee te groeien qua bedrijventerreinen, onder
en Oirschot zijn daarin uitschieters met een groei van
aantrekkingskracht: de arbeidsmarkt is aan de
stedelijk gebied zijn de verschillen nog groter tussen
druk. Sterker nog, het vestigingsklimaat van de hele
bijna 20% in de afgelopen 10 jaar. Eindhoven groeit met
oostzijde een meer lokale aangelegenheid. Het
het stedelijk gebied en het meer landelijke gebied
regio staat hiermee onder druk (denk aan: verdwijnen
bijna 7%.
resultaat is een situatie waarbij het effect van de
daaromheen, in de Peel en de Kempen. In dit mozaïek
tegenstellingen stad - land, verdwijnen waardevolle
Voor de huidige geografie kunnen verklaringen uit het
opwaartse spiraal van het westelijk deel niet, of
landschap zijn de kernen de kleinschaligheid voorbij.
dorpsstructuren en landschappen, toename verkeer
verleden worden gevonden (o.a. Philips eigendom,
in ieder geval in veel mindere mate, optreedt aan
Het zijn dorpen met historische kernen die voor een
- terwijl juist in het contrast de kwaliteiten van
clustering rondom technologische hotspots, starten
de oostzijde van de regio. De Automotive Campus
sterke identiteit zorgen, maar ook vaak voorzien
complementariteit het meest tot uitdrukking komen) .
van nieuwe initiatieven in de nabijheid van bestaande
- tussen Eindhoven en Helmond - kan dat beeld
van forse uitbreidingen en bedrijventerreinen die
successen). Duidelijk is dat recente successen in korte tijd een vlucht hebben genomen. In ‘no-time’ hebben plekken als High Tech Campus en ASML een internationale aantrekkingskracht verworven. Daarnaast draagt de ligging van Eindhoven Airport, waardoor een oriëntatie ontstaat tussen Eindhoven centraal station en Noordwest Eindhoven, en de ligging aan de A2/N2 bij aan een sterke bereikbaarheid van het westelijk deel van de regio. Opgemerkt dient te worden dat in het openbaar vervoer hier nauwelijks een rol in speelt. De westzijde van de regio werkt daarmee als een magneet op een groot gebied, het kent een dagelijkse pendel die vanuit alle windrichtingen ver reikt. Het oostelijk deel van de regio laat een veel meer regulier patroon zien wat we herkennen in meer generieke regio’s in Nederland: Gemengde bedrijventerreinen met een minder sterke
Krimp in
Helmond is netto
Veldhoven is een
arbeidsplaatsen
forenzengemeente.
werkgemeente. Relatief
in Nuenen, Waalre,
Wel groei maar relatief
veel werk en weinig
Best en Geldrop-Mierlo.
weinig bedrijvigheid.
woningbouw.
10
1.4. Ruimte gezocht voor woningbouw De Woondeal gaat uit van een woningbouw-
heeft met haar plannen voor het centrum de ambitie
Leiden centrum
ontwikkeling van 62.000 woningen (hoge scenario) tot
uitgesproken om haar huidige identiteit te willen
2040 in MRE. Voor de periode 2019-2023 is door Rijk,
ombuigen naar een meer stedelijk milieu. Daar past
provincie Noord-Brabant en SGE de afspraak gemaakt
verdichting bij en dus ook andere - voor Eindhoven
om 28.232 nieuwe woningen te realiseren, waarvan
nieuwe - woonmilieus. En nu ook de voorkeuren
Inwoners/km2 12.549 Woningen/ha 96 Stedelijkheidsscore 1200 Aandeel gezinnen 5% Huishoudensgrootte 1,3 Auto’s per huishouden 0,3 Aandeel appartementen 68%
15.712 in Eindhoven en 12.530 in ‘overig SGE’. Voor
van de woonconsument veranderen - steeds meer
de periode daarna (tot 2040) zouden nog eens 33.758
gezinnen kiezen bijvoorbeeld voor een stedelijke
woningen gerealiseerd moeten worden, wat deels is
woonomgeving - stelt dat de gemeenten voor een
vastgelegd in harde en zachte plannen; voor meer dan
extra ontwerpopgave.
In Eindhoven 50.000 inwoners binnen de Ring in 32.000 woningen (33 woningen/hectare)
de helft van deze nieuwbouw zullen nieuwe locaties gevonden moeten worden.
Met het toevoegen van ruim 60.000 woningen in de regio hangt het identiteitsvraagstuk boven de
De Pijp Amsterdam Inwoners/km2 23.589 Woningen/ha 156 Stedelijkheidsscore 2600 Aandeel gezinnen 14% Huishoudensgrootte 1,5 Auto’s per huishouden 0,3 Aandeel appartementen 100%
In het algemeen is er een nationale trend
markt. Met de basisafspraak dat er gebouwd dient
waarneembaar waarbij de verschillen tussen stad en
te worden binnen bestaand stedelijk gebied bestaat
ommeland en tussen stedelijkheid en dorpse milieus
het keuzemenu immers uit verdichting van bestaand
groter worden. Ook de groeiprognoses van het SGE /
woongebied en/of transformatie van bijvoorbeeld
MRE laten deze ontwikkeling zien waarbij voor enkele
bedrijventerreinen. Hoe dan ook zal dit impact hebben
de Pijp te komen moeten
kernen zich zelfs een krimpscenario ontplooit.
op de identiteit van bestaande stedelijke, suburbane en
er 120.000 woningen bij
De bevolkingsontwikkeling wordt stevig bepaald door
dorpse milieus binnen het SGE.
Om tot de dichtheid van
binnen de Ring
regionale afspraken en bouwontwikkelingen. Als gemeenten, zoals Geldrop - Mierlo in de afgelopen
Die ontwikkeling wordt overigens versterkt doordat er
jaren, nauwelijks bouwen, dan is dat ook terug te zien
een groeiende behoefte ontstaat onder gezinnen om
in de bevolkingsontwikkeling. Tevens is de vraag hoe
in een stedelijke omgeving te wonen. Dat veronderstelt
de woonwensen van de toekomstige woonconsument
in de eerste plaats dat er sprake is van stedelijkheid
worden geëxpliciteerd. Bouwen voor doelgroepen die
maar in de tweede plaats ook dat er een aanbod is aan
we nog niet kennen neemt ook risico’s met zich mee:
woningtypologie en voorzieningen dat afgestemd is op
het is een nieuwe markt. Tegelijkertijd betekent niet
deze huishoudens.
Den Haag Zeeheldenkwartier Inwoners/km2 14.151 Woningen/ha 88 Stedelijkheidsscore 1900 Aandeel gezinnen 18% Huishoudensgrootte 1,6 Auto’s per huishouden 0,4 Aandeel appartementen 90%
Om tot de dichtheid van
bouwen van woningen specifiek op woonwensen van
het Zeeheldenkwartier
de gewenste nieuwe doelgroepen een bedreiging voor
te komen moeten er
de ambities van de regio. De gemeente Eindhoven
50.000 woningen bij binnen de Ring
11
Figuur 1.4.1.
Woonopgave- en afspraken (+62.000 woningen)
12
1.5. Keuzes maken voor bereikbaarheid Een van de belangrijkste ontwikkelingen van de
kenniseconomie (hightech, zakelijke diensten) die
afgelopen decennia is de toenemende verstedelijking.
zich vooral in de hoofdknopen en assen van het
Wonen en werken concentreren zich in de steden.
interstedelijke netwerk ontwikkelt.
De steden hebben daarbij een relatief jonge en hoogopgeleide bevolking. Het toenemende verschil tussen stedelijk en niet-stedelijk gebied is ook zichtbaar in het mobiliteitsgedrag. De inwoner van het stedelijk gebied verplaatst zich vooral in de stad en tussen de steden. Het aantal verplaatsingen tussen regio en stad groeit juist nauwelijks meer. Het bijbehorende vervoer is de combinatie van fiets en
Provinciale prognoses 2025-2049 (blauw=groei, rood=krimp)
snel openbaar vervoer (trein, metro). De fiets-trein combinatie is de snelst groeiende modaliteit van
De toenemende verstedelijking en de relatie daarvan
Nederland. Onderliggende oorzaken in het verschil
met mobiliteit pakt voor de Brainport niet per definitie
in mobiliteitsgedrag zijn nabijheid, kwaliteit van het
gunstig uit. De stedelijkheid van de Brainport regio
openbaar vervoer en toenemende verschillen tussen
is namelijk beperkt. De economische kerngebieden
de stedelijke en niet-stedelijke populatie, zowel socio-
kenmerken zich door een snelweg-georiënteerde
economisch als in lifestyle en voorkeuren. Ook in
ruimtelijke opbouw. De auto-oriëntatie zorgt er voor dat
Brabant is deze ontwikkeling zichtbaar. Door Pieter
grote delen van de Brainport lastig te bereiken zijn voor
Tordoir is aangetoond hoe de Brabantse steden steeds
de trein-fiets georiënteerde stedeling. De reistijd per
meer als stedelijk netwerk gaan fungeren (2017, P.P.
OV naar de economische toplocaties is twee of meer
Tordoir. Netwerken in Brabant, Sociaal-geografische
keer zo groot als met de auto. Terwijl de hoogopgeleide
gehaald. Hoogstedelijkheid beperkt zich tot het
met de vier andere grote steden (G5) – een veel groter
systeemwerking in Noord- Brabant). De hoogopgeleide
kenniswerker dus steeds vaker in het stedelijk gebied
centrumgebied. De omliggende woonwijken tot en
deel van de herkomsten ook ruraal of suburbaan is.
en gemiddeld jongere bevolking groeit en reist voor
woont, werkt en verblijft, is de Brainport maar beperkt
met Veldhoven zijn stedelijk. Datzelfde geldt voor
Daardoor is de stedelijkheid aan twee kanten van
werk en voorzieningen gemakkelijk tussen de steden.
aangesloten op het systeem van fiets en snel openbaar
het centrum van Helmond. De schil met omliggende
de verplaatsing laag en ontbreekt de omgeving en
Naast Brabant maken – vanuit Brabants perspectief -
vervoer dat het stedelijk netwerk vormt.
werkgebieden en buurgemeenten is (laag)suburbaan.
massa voor sterk OV. Los van dichtheden is ook de
ook de Randstad en Nijmegen deel uit van dit systeem.
Het mobiliteitsaanbod (autogericht) hangt sterk samen
De mobiliteit past vrij goed bij deze stedelijkheid
functiemenging beperkt. Echte stedelijke menging en
De Brainportregio is naast een regionaal centrum ook
met de ruimtelijke opbouw. De stedelijkheid van de
niveaus. Het ontbreken van echte hoogstedelijkheid
nabijheid – waarbij fiets en snel openbaar vervoer zo
steeds meer onderdeel van dit stedelijk systeem. Deze
regio is relatief gering. Nergens worden - zoals in de
leidt dus tot een behoorlijke autogeoriënteerd gebied.
goed gedijen – ontbreekt in het overgrote deel van de
ontwikkeling is nauw verbonden met de geavanceerde
andere G5 gemeenten - metropolitane dichtheden
Dit wordt nog extra gevoed doordat – in vergelijking
Brainport.
13
Figuur 1.5.1
Stedelijkheid versus mobiliteit Nabijheid en diversiteit zijn een goede graadmeter voor de auto-afhankelijkheid van een gebied. Globaal gezegd neemt het aandeel aan autoverplaatsingen af naarmate de stedelijkheid toeneemt. Dit komt doordat er meer voorzieningen en functies op korte (loop- en fietsbare) afstand beschikbaar zijn en omdat er meer draagvlak en potentie is voor andere vormen van mobiliteit (tram, metro, HOV-bus en deelmobiliteit) vanwege het grotere reizigersaanbod. Het aandeel niet-auto kilometers neemt sterk toe naarmate de stedelijkheid van een plek toeneemt. Waar een hoogstedelijke inwoner
Toelichting bij het ‘vierkantje’: De horizontale as laat de
De figuren zijn gebaseerd op het ODiN 2004-2017 (Onderzoek
in 2004 gemiddeld nog 1,7 keer zoveel
vervoerwijze verdeling zien (0-100%). De verticale as gaat over
Verplaatsingen in Nederland, CBS) en bewerkt door Studio Bereikbaar.
treinkilometers genereerde als een suburbane
het aantal verplaatsingen per afstandsklasse (0-100%)
inwoner steeg dit tot 2015 tot 2,3 keer. Op basis van doortrekken CBS trend 2006-2015 zou dit verschil richting 2030 doorgroeien
Eindhoven centrum
Utrecht centrum
naar 3,6 keer. In vergelijking met andere steden is het OV-aandeel van Eindhoven beperkt en lijkt er ook minder op de lange afstand gereisd te worden. Er is ook een zekere samenhang met het fietsgebruik; bij een hoog OV aandeel op de lange afstand hoort ook een hoog fietsgebruik op de korte afstand.
14
Eindhoven Airport
Figuur 1.5.2
Stedelijke (inter)nationale connectiviteit
o.a. Sofia, Kopenhagen, Nice, Edinburgh, Londen, Manchester, Budapest, Dublin, Milaan, Rome, Riga, Vilnius, Salzburg, Wenen, Warschau, Lissabon,
De belangrijkste internationale
Porto, Moskou, Belgrado, Bratislava, Barcelona,
zakenpartners voor veel bedrijven uit de
Madrid, Sevilla, Praag, Istanbul, Stockholm
regio zijn gelokaliseerd in Duitsland en België en daarnaast wereldwijd: van USA tot China, Taiwan en Zuidoost-Azie. Om die reden is een verbinding met een internationale Airport-Hub van groot belang, al zal mogelijk de behoefte aan (intercontinentaal) vliegverkeer in het post-coronatijdperk op een (veel) lager niveau liggen. Om die reden is naast goede verbindingen met Amsterdam ook de connectiviteit met Dusseldorf-Airport en eventueel Frankfurt en Brussel-Airport voor de internationale connectiviteit van het bedrijfsleven in Brainport Eindhoven van belang. Overigens is Düsseldorf ook een belangrijke stad voor internationale beurzen en treinknooppunt voor snelle ICE-treinen naar
Kennisagglomeratie
andere grote Duitse agglomeraties. Zie nadere toelichting op de internationale samenwerkingsverbanden van de Brainportregio in bijlage 2
Internationaal spoor
•
KU/Leuven
•
Luik
•
RWTH Aachen University
•
Düsseldorf
•
TU Delft
•
Antwerpen-CS en Leuven naar
•
Universiteit Utrecht/UMC Utrecht
Hamont(grens) -Weert (NMBS 19) •
Eindhoven-Heerlen-Aachen
15
1.6. Capaciteit dwingt om systeemkeuze te maken rond 2030 8 juni 2010 opende Camiel Eurlings de omgebouwde
lange afstand verplaatsingen zitten. De belangrijkste
Randweg Eindhoven. De afgelopen 10 jaar is de
regionale knelpunten zijn de N279 Asten-Veghel,
gerealiseerde capaciteit snel opgevuld met nieuw
Randweg Eindhoven/N2, N270 Deurne-Helmond-
verkeer. De prognose is dat de Randweg A2 Eindhoven
Eindhoven, John F. Kennedylaan en de aansluitende
en de aansluitende snelwegen A50, A2, A58 en A67
wegen op de N2 aan de westkant van Eindhoven.
tegen 2030 volledig benut zijn (90% of meer) ondanks
Bovenstaande geldt in mindere mate voor het OV-
maatregelen op de A58 en A67. De belangrijkste
systeem. De groei (en knelpunten) zitten op een aantal
oorzaken van die groei zijn de ontwikkeling van
spoorverbindingen en op de zware busverbindingen
inwoners en arbeidsplaatsen:
naar Eindhoven centrum, Veldhoven en Eindhoven
•
Een toenemende concentratie van werken
Airport. Ook hier is het effect van groei in de steden,
en daarmee samenhangende grotere
concentratie van werken en toenemende lange
pendelafstanden. Deze ontwikkeling wordt extra
afstand mobiliteit dus zichtbaar. De OV-knelpunten
gevoed doordat de kosten van automobiliteit in de
zijn wel meer specifiek dan die op de weg. Er is
prognoses dalen.
geen sprake van een over de hele linie overbelast
De regio vervult ook een belangrijke knooppunt
systeem. Dat komt allereerst doordat de regio sterk
functie voor doorgaand verkeer, waaronder
autogeoriënteerd is, en dat geldt in nog sterkere mate
een fors aandeel internationaal vrachtverkeer.
voor de werkgebieden. De groei van het OV is zowel
Ook dit interregionale verkeer groeit fors door
absoluut als relatief beperkter. En op veel plekken is
internationalisering en flexibilisering (vracht en
er nog restcapaciteit. Wat ook meespeelt is dat de
zakelijk) en toename van de pendelafstand (woon-
prognoses voor groei van het OV aan de lage kant
werk).
lijken. De afgelopen jaren is het OV sterker gegroeid
•
dan de prognoses aangeven. Als die trend doorzet, zijn Opmerkelijk is dat de automobiliteit in stedelijk gebied
de knelpunten in het OV aanmerkelijk forser dan de
niet meer toeneemt en dat het aantal autoritten per
prognoses aangeven.
inwoner landelijk afneemt. Maar juist de ‘niche’ van
Daarnaast is er de kwalitatieve opgave om het OV
lange afstand verplaatsingen (meer dan 25 kilometer)
concurrerend te maken. De reistijd per OV naar de
groeit en precies dat segment vormt het overgrote
economische toplocaties is twee of meer keer zo groot
deel van de snelwegverplaatsingen. Buiten de snelweg
als met de auto. Omgekeerd, als die opgave wordt
gebeurt ongeveer hetzelfde. Groei en knelpunten
ingevuld zal ook het OV-gebruik substantieel hoger
treden op waar het werken zich concentreert en veel
liggen.
“Meer fiets en OV in Eindhoven. In het centrum daalt het autoverkeer. Op de Ring, daar buiten en op de Randweg stijgt het autoverkeer”. Jaarlijkse procentuele groei (2011 en 2018)
16
Richting toekomst is de vraag welke bereikbaarheidsstrategie
De vraag is echter in welke richting. Een autostrategie
de bereikbaarheid maar staat ver af van de huidige
de Brainport wil hanteren. Wanneer op de huidige voet
vraagt bij iedere uitbreiding stevigere ingrepen
structuur van de Brainport. De ‘derde weg’ van Smart
voortgegaan wordt, moet het autosysteem vanaf
waarbij het hoogst bereikbare is dat de huidige
is nog onzeker en daarmee de vraag of de Brainport
2030 opnieuw een forse capaciteitssprong maken.
bereikbaarheidskwaliteit behouden blijft. Een OV- en
hier haar toekomst van afhankelijk wil maken.
Die zal ruimtelijk en financieel net zo ingrijpend zijn
fietsstrategie is beter opschaalbaar en verbetert
als de vorige en nagenoeg de gehele hoofdstructuur raken. Het uitdijende systeem met steeds meer lange afstand mobiliteit maakt daarbij kwetsbaar. Om de reistijden acceptabel te houden moet de doorstroming goed zijn maar juist die langere afstanden zorgen voor meer autokilometers en zetten de doorstroming
Ontwikkeling intensiteiten snelwegen rondom Eindhoven Bron: 1980 tot 2020 jaarrapportages RWS en NDW, 2030 en 2040: NRM HOOG’
onder druk. In andere regio’s wordt verstedelijking in combinatie met OV en fiets ingezet als middel om
In het centrum daalt het autoverkeer.
te kunnen groeien zonder dat de automobiliteit te
Op de Ring, daar buiten en op
sterk toeneemt. Dat ligt echter ver af van de huidige
de Randweg stijgt het autoverkeer.
opbouw van de Brainport. De afgelopen jaren heeft de regio met ‘smart’ en ‘hubs’ gezocht naar een ‘derde weg’ waarbij de gespreide opbouw toch samengaat met een duurzaam multimodaal en opschaalbaar mobiliteitssysteem. Dit heeft ondanks een aantal successen echter nog niet geleid tot oplossingen met een substantieel aandeel in het mobiliteitssysteem. Het lijkt een riskante strategie om de toekomst van de Brainport na 2030 afhankelijk te maken van het slagen van deze mobiliteitsinnovaties.
Kortom, rond 2030 is de belasting van het hoofdwegennetwerk zodanig dat er keuzes voor de toekomst van het mobiliteitsysteem gemaakt moeten worden. Het is weer tijd voor een sprong.
17
Figuur 1.6.1.
Functioneren netwerken
18
2.
Inhoudelijke lessen
2.1. Methode Ontwerpend onderzoek Hoofdstuk 2 beschrijft de lessen die getrokken zijn uit het ontwerpend onderzoek met ontwikkelperspectieven. Doel van dit onderzoek was leren welke integrale
6 x perspectief
keuzes voor ruimtelijke ontwikkeling en bereikbaarheid effectief zijn om de opgave van de Brainport in te vullen. De ontwikkelperspectieven zijn theoretische ‘eindbeelden’ voor 2040. Niet bedoeld om een voorkeur te kiezen, wel om lessen uit te trekken. De gehanteerde aanpak is iteratief en interactief (in werkaterliers): •
In de eerste iteratie zijn 6 perspectieven verkend. Het trendperspectief (doortrekken
Metropool
Bandstad
Netwerkstad
Rurbania
Regionale Ontwikkeling
Trend
Netwerk
Regionale Ontwikkeling
van de lijn) en het Regionaal Ontwikkelperspectief (combinatie van bestaande plannen) vervulden de rol van Benchmark. Daar tegenover zijn vier perspectieven gesteld waarmee de hoeken van het speelveld zijn verkend. •
In de tweede iteratie zijn 5 verdiepende case-studies uitgevoerd: stedelijke verdichting Helmond, versterking kern Geldrop, IC-knoop ‘Noordas’, gemengd stedelijk gebied De Run-De Hurk en metropolitaan centrummilieu Eindhoven.
•
In de laatste iteratie is geconvergeerd naar drie perspectieven. Met opnieuw Regionale Ontwikkeling als benchmark in het midden en twee uitdagers of de flanken, een sterk stedelijk Metropool perspectief en een stedelijke doorontwikkeling van de
5 x gebiedscasus
toplocaties in het Netwerk perspectief.
De effecten van de ontwikkelperspectieven zijn kwantitatief onderzocht met de Dashboard Verstedelijking en de verkeersmodellen BBMA en NRM. De Dashboard Verstedelijking is in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken ontwikkeld door Studio Bereikbaar, naar een initiatief van het College van Rijksadviseurs. Deze tool brengt op strategisch niveau de effecten van verstedelijkingsmodellen in beeld op aspecten als stedelijke dichtheid, mobiliteit, meekoppelkansen energietransitie en toegang tot groen. BBMA ZOB is het regionaal verkeersmodel dat integraal het gebruik van
3 x perspectief
auto, OV en fiets prognosticeert voor de regio Zuidoost Brabant. Het NRM zuid is specifiek gebruikt om het effect van de mobiliteitstransitie inclusief regionale hubs op de rijkswegen te valideren. De systematische beschrijving en effectbepaling van dit ontwerpend onderzoek zijn te vinden in bijlage 2. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste lessen achter elkaar gezet en toegelicht vanuit een selectie van de resultaten.
Metropool
20
Metropoolperspectief
Toelichting perspectief Metropool De kern van de onderzoeksvraag achter perspectief Metropool is of we door maximaal in te zetten op een OV-systeem doorstroming kunnen bereiken op het wegennet zonder grote aanpassingen daaraan te doen. De Brainportregio wordt zodoende echt aangehaakt op het intercity netwerk van agglomeratie NL en de lokale Brainportring (OV) krijgt, door de toevoeging van een 2e ICknoop in Eindhoven, een enorme impuls. Openbaar vervoer wordt concurrerend met de auto.
Voorwaarde in het verstedelijkingsmodel is een sterk Eindhoven Centrum als vertrekpunt. Door ook de ruimte in de ring op te zoeken kan de ontwikkeling van centrum Eindhoven opgeschaald worden naar 30.000
Infra-maatregelen: •
woningen. Helmond profiteert van de verbeterde
Versterking HOV-radialen en Brainportlijn met extra kwaliteit
•
intercity bereikbaarheid van de regio, is aangesloten op
Hogere treinfrequenties conform Toekomstbeeld OV 2040 met extra IC-knoop Noordwest en extra
het intercitynetwerk en heeft kans om door te groeien
IC-bediening Helmond •
naar een centrum met 12.000 woningen.
Mobiliteitstransitie in (hoog)stedelijke gebieden (centrum en Ring met ruime omgeving en Noordwest).
De noordwestknoop, waar de nieuwe IC-knoop ter
•
Snelle regionale fietsinfrastructuur
•
N2 omgebouwd naar 2x3 70 km/uur.
(20.000 woningen), maar ook voor andere functies. De huidige toplocaties worden in dit perspectief optimaal per HOV ontsloten en hebben alle ruimte om specifieke HTSM-activiteiten te ontplooien. Om een scherp
Stedelijkheid
ICknopen. Hier is niet alleen ruimte voor woningbouw
Toegevoegde FTE
gepositioneerd ten opzichte van de andere twee
Toegevoegde woningen
hoogte van de Anthony Fokkerweg ligt, wordt sterk
onderzoeksresultaat te krijgen is er in dit perspectief geen woningbouw geprojecteerd buiten deze drie ICknopen.
21
Netwerkperspectief
Toelichting perspectief Netwerk Het netwerkperspectief is opgebouwd in de overtuiging dat internationale toplocaties in de toekomst worden gekenmerkt door geïntegreerde werkmilieus waarbij de aantrekkelijkheid van de werkomgeving bepalend is voor het aantrekken van talent. We brengen de stedelijke kwaliteiten naar de toplocaties. Dat betekent een forse woningbouwopgave bovenop de groei van arbeidsplaatsen in de lobben van de regio: zuidwest en noordwest worden zwaar geprogrammeerd en daarmee ondergaan deze gebieden een grote identiteitsverandering.
Eindhoven centrum ontwikkelt zich hier ook sterk rondom de internationale knoop met een balans waarin
Infra-maatregelen:
ook werkgelegenheid zwaar is vertegenwoordigd. Dit
•
Versterking HOV-radialen
•
Hogere treinfrequenties conform Toekomstbeeld OV 2040
perspectief kent geen Brainport HOV-lijn (tangent) en
•
het OV is stevig opgehangen aan de radialen.
Mobiliteitstransitie in (hoog)stedelijke gebieden (centrum, Ring en gemengde toplocaties).
Er is een forse structurele capaciteitsuitbreiding van
•
Snelle regionale fietsinfrastructuur
•
Flinke capaciteitsuitbreiding Randweg en aansluitende snelwegen
de A2/N2 noodzakelijk om de bereikbaarheid van de
Stedelijkheid
in de andere twee perspectieven.
Toegevoegde FTE
BSD fors, maar in het centrum wat minder stevig dan
Toegevoegde woningen
toplocaties te garanderen. Helmond groeit rondom
22
Regionale ontwikkelperspectief
Toelichting perspectief Regionale ontwikkeling Een stapeling van regionale plannen. Zwaartepunt van het perspectief is de centrumontwikkeling en een verstedelijking langs de HOV-radialen van Eindhoven en een weginfra-oplossing (ruimtelijk nader uit te werken) tussen A50 en N279.
Openbaar vervoer volgt het Regionaal OVtoekomstbeeld, de bundelvariant uit de studie Brainportlijn is daar onderdeel van. Op de A2/N2 wordt capaciteit verruimd met een aanpak gericht op knelpunten (korte termijn maatregelen). Gemeenten rondom Eindhoven worden allemaal voor een uitdagende inbreidingsopgave gesteld, ook Helmond transformeert in en rond het stationsgebied fors.
Infra-maatregelen: •
Brainportlijn en versterking HOV radialen.
•
Hogere treinfrequenties conform Toekomstbeeld OV 2040
Groei van werkgelegenheid is deels - als het gaat
•
om echte Brainport activiteiten – verspreid over de
Mobiliteitstransitie in (hoog)stedelijke gebieden (centrum en Ring).
economisch toplocaties en ontwikkelt deels in een meer algemene economische groei simultaan aan de
•
Snelle regionale fietsinfrastructuur
•
Ingreep autonetwerk noordwest (bypasses Helmond en Eindhoven)
Stedelijkheid
Toegevoegde FTE
Toegevoegde woningen
verdichtingsopgave verspreid in stedelijk gebied.
23
2.2. Impact van de woondeal Met de afspraak om maximaal 62.000 woningen aan de regio toe te voegen is impliciet gekozen voor
Les: de voorliggende opgave gaat over transformatie en inbreiding
een grootschalige transformatie van het stedelijk
36x
gebied. Dat die verstedelijkingsopgave, zoals in de woondeal is vastgelegd, met name binnen bestaand stedelijk gebied zal moeten plaatsvinden benadrukt en versterkt die fundamentele keuze. Overigens leert een analyse van het ‘groen’ rondom de stedelijk gebieden dat uitbreidingen daar door planologische bescherming (Nationaal Natuurnetwerk Brabant, Natura 2000) nauwelijks mogelijk is.
19x 62.000 woningen betekent een toevoeging van 31% woningen aan de totale woningvoorraad van SGE. Voor een uitleglocatie van het type ‘Leidsche Rijn-Vleuten-De Meern’ (omvat 30.000 woningen) is geen ruimte. Er zijn locaties in binnen bestaand stedelijk gebied die ‘opgevuld’ kunnen worden en er zijn verouderde werklocaties die op termijn
5x
getransformeerd kunnen worden naar woningbouw. Met deze opportunistische benadering wordt het
9x
totaal echter niet gehaald. Bovendien zou het eerst dicht zetten van de ruimte structuur ingrepen mogelijk in de weg staan. De transformatie van de regio zal dus moeten worden aangevlogen door
13x
8x
vanuit een nieuwe spatial fix (Richard Florida, The great Reset) - ofwel een nieuwe ruimtelijke setting moten worden aangevlogen.
24
Impliciet onderdeel van het kiezen voor een
nieuwe voltijdbaan (1 FTE). Een verhoudingsgetal
beschouwen”. Daaraan gekoppeld is het advies daarbij
evenwicht te brengen. Onze inschatting, ook op basis
verstedelijkingsstrategie (die leidt tot een groei met
van 1:1. De argumentatie is dat elk huishouden
een generatie vooruit te kijken, waarmee wordt gedoeld
van de prognoses van de verschillende werklocaties,
62.000 woningen en bijbehorende arbeidsplaatsen)
gemiddeld 1 inkomen uit een voltijdbaan heeft.
op het rekening houden met lange termijneffecten van
is dat met de komst van 62.000 woningen het verschil
zijn een nieuwe orde van stedelijkheid, een nieuwe
Dit verhoudingsgetal is gebaseerd op het landelijk
woningbouw op gebied van bijvoorbeeld duurzaamheid
wel enigszins gedempt zal worden maar er nog steeds
orde van mobiliteit en werklocaties; hogere woon-
gemiddelde en is niet regio-specifiek. Bij regio’s
(CO2-uitstoot) en mobiliteitsbewegingen.
een forse groei zal optreden die groter is dan het aantal
en werkdichtheden, andere mobiliteitsprofielen en
met een belangrijke werkgelegenheidsfunctie en
een veranderende identiteit van -op zijn minst delen
daarmee samenhangende hoge inkomende pendel
De groei van het aantal banen in de Brainport ten
tot 2040 -bij de komst van 62.000 woningen- 72.000
van- de regio en met name de steden. Dat geldt voor
(voorbeeld: Metropoolregio Amsterdam) ligt het
opzichte van woningen was tussen 2006 en 2016
banen (uitgedrukt in hele fte’s) bij zullen komen.
alle ontwikkelperspectieven die binnen de boven
aantal banen hoger dan het aantal woningen. Een
bijna 2:1. Met andere woorden: per woning ontstonden
geschetste kaders mogelijk zijn.
groot deel van mensen die in de regio werken, woont
twee banen. Die in verhouding forse groei van banen
Nota bene: voor de groei van het aantal studenten
buiten de regio. Voor regio’s met een beperkte
zien we overigens ook - weliswaar in iets mindere
en leerlingen is geen inschatting gedaan. Een nadere
72.000 arbeidsplaatsen
werkgelegenheidsfunctie is dit andersom, meer
mate - terug in de MRA en U10. Gesteld kan worden
feitelijke onderbouwing voor de 72.000 FTE is te vinden
Naast de groei van het aantal woningen moet ook
woningen dan voltijdbanen. Het CRa adviseert het Rijk
dat de woningbouwopgave van 62.000 dus deels een
in bijlage 2.
rekening gehouden worden met de groei van het
dan ook “woningbouw-opgave op regionaalniveau te
inhaalslag betekent om banengroei en woningmarkt in
woningen. We hebben daarom als aanname dat er
aantal arbeidsplaatsen. De groei van het aantal arbeidsplaatsen is moeilijk vast te pinnen op een exact
SGE exl. Stedelijke functie + beschermde ruimte
getal. er zijn veel variabelen die de groei beïnvloeden: hoe ontwikkelt de regionale economie zich? Is er
Vraag: als niet transformatie en inbreiding. Waar bouwen we dan?
ca 7.200ha
sprake van doorzetting van de trend van concentratie van arbeidsplaatsen en een kennisintensivering van de industrie? Of vindt er een disruptieve ontwikkeling
Inzoom op niet beschermde gronden (in zwart, thv Middelbeers)
plaats van een productieproces die juist minder arbeidsintensief is en waardoor de huidige trend afgebogen wordt? Het College van Rijksadviseurs (CRa) adviseert het Rijk over ruimtelijke kwaliteit. In hun Dashboard verstedelijking (2018) – waarin wordt gekeken naar de maatschappelijke meerwaarde van de woningbouwopgave tot 2040 - komt het beeld naar voren dat er grofweg 1 woning nodig is voor elke
Wat past er in 7.200 hectare? (rekenend met verschillende dichtheden) SGE (42.670 hectare | 198.030 woningen) Opgave 62.000 woningen = +31%)
Rekenvoorbeeld extensief. Almere Oosterwold (0,3 woningen/ha) = max 2.160 woningen Rekenvoorbeeld regulier. Dorpskernen SGE (bandbreedte circa 5-10 wo/ha) • 5 wo/ha = 36.000 woningen • 10 wo/ha = 72.000 woningen (90% bebouwen)
Rekenvoorbeeld Stedelijk. Meerhoven / Brandevoort (25 wo/ha) • 25wo/ha = 180.000 woningen (=35% bebouwen) Let op: ook bedrijvigheid, recreatie, waterberging, energie-opgave, etc. hebben een ruimtevraag.
25
2.3. Bevindingen Ruimte Fundamentele keuzes
De accenten hebben betrekking op de omvang van
Gebiedstransformatie biedt kansen voor nieuwe
van het stedelijk gebied te laden en werken met
Met de afspraak om 62.000 woningen aan SGE toe te
de stedelijkheid in Helmond, door daar met aantallen
typologie en diversiteit
wonen en voorzieningen in een hoogstedelijk milieu
voegen is impliciet de keuze gemaakt om hoofdzakelijk
te variëren ontstaat er een al dan niet hogere
In het onderzoek (zie bijlage Feitenrelaas) is
te combineren. Het vraagt een type bebouwing en
te verdichten in bestaand stedelijk gebied. Weliswaar
mate van stedelijkheid. In Eindhoven ontstaan de
geconstateerd dat de dichtheid van woningen in het
gebiedsontwikkeling waarin een dergelijk ambitie ook
houden alle onderzochte perspectieven rekening met
verschuivingen door een aantal fundamentele keuzes
stedelijk gebied van Eindhoven uitzonderlijk laag is
prioriteit moet zijn, het is geen makkelijke opgave
een verdichtingsopgave voor de kleinere kernen, een
die onder de perspectieven schuil gaan. Wanneer de
vergelijken met steden uit de G4 of kleinere steden
maar het levert de stad en de regio veel op, vooral een
relatief groot aantal woningen voor dergelijke dorpen is
ambitie bestaat om volledig in te zetten op Intercity
als Leiden, Haarlem en Arnhem. Juist deze ruimte
interessant stedelijk gebied met een sterk eigen profiel.
een relatief klein aandeel op het totaal van 62.000.
connectiviteit en nabijheid van treinstations dan moet
in stedelijk gebied maakt het mogelijk om met de
Voor Helmond geldt dat zij met de hefboom van een
een fors aantal woningen worden gerealiseerd rondom
verdichtingsopgave zeer nauwkeurig om te gaan de
ongeveer 10.000 woningen en een evenredig aantal
Door te streven naar een verdichting in
de nieuwe stationsknoop in Eindhoven Noordwest. Het
met de toekomstige identiteit van de steden en de
arbeidsplaatsen haar eigen ambities met betrekking
combinatie met bereikbaarheid hebben we uit
levert een groot aandeel woningen in directe nabijheid
regio. Het biedt kansen om bijvoorbeeld ook voor
tot een sterker autonoom economisch profiel,
de ontwikkelperspectieven geleerd dat het in alle
van een station op (daarover meer in het volgende
gezinnen een aantrekkelijke stad te worden. We zien in
complementaire aan Eindhoven, kan waarmaken. Door
varianten leidt tot een sprong in stedelijkheid van het
hoofdstuk) maar betekent dus ook dat er niet fors
referenties dat juist ook zij in toenemende mate in de
concentratie in het centrum krijgt het stationsgebied
centrum van Eindhoven en Helmond. Het centrum
verdicht kan worden in de zuidwestlob van Eindhoven,
nabijheid van stations en voorzieningen willen wonen
een krachtige impuls: er ontstaat een stedelijk milieu
van Eindhoven gaat volgens de nabijheidsklasse van
van De Run (ASML) in Veldhoven tot aan de ring. Het
en bijdragen aan de diversiteit en levendigheid van de
op een intercity knoop op korte afstand van Eindhoven.
het Dashboard Verstedelijking naar een hoogstedelijk
aantal dat gepaard gaat met deze keuze is ongeveer
stad. Hiervoor zijn - voor Eindhoven - niet gebruikelijke
milieu, Helmond stijgt (bij een toename van ongeveer
17.000 woningen.
gebieds- bebouwings- en buitenruimtetypologieën
Complementariteit als kracht
noodzakelijk.
In de kleinere kernen van het Stedelijk gebied
10.000 woningen, voornamelijk in het centrum) van het huidige suburbane milieu naar een stedelijke
Met andere woorden: hoewel het plaatje van de output
omgeving.
van het Dashboard op het eerste oog maar weinig
De verstedelijkingsopgave heeft naast wonen ook
het landschap zijn complementair aan de steden
Bovendien breidt het stedelijk milieu in Eindhoven, als
verschil laat zien, is juist het de impact van de keuze
betrekking op werken. Alhoewel er op enkele plekken
en dragen zodoende bij aan het vestigingklimaat
gevolg van de toename van het aantal woningen, fors
van dit aantal (17.000) woningen fundamenteel voor
clusters zijn gevormd rondom creativiteit en design
van de regio als totaal. Uit de doorrekeningen van
uit. Daarmee bevestigd het Dasboard Verstedelijking
het ruimtelijk economisch systeem van de regio. Ofwel
(denk aan Design Academy) is het een opgave om
het dashboard bleek dat een woningbouwopgave
dat het toevoegen van 62.000 woningen een grote
wordt ingezet op een integratie en verstedelijking
de Brainport spirit waarmee de regio internationaal
voor deze kernen niet alleen kansen biedt voor het
impact heeft op het stedelijk gebied als totaal. Er is
rondom toplocaties rondom de randweg A2/N2 ofwel
bekend staat ook meer te laten doorleven in het
afstemmen van demografische ontwikkelingen en
geen keuze of de stedelijkheid, en daarmee dus ook
is de inzet een nieuwe stationsknoop met bijbehorende
stedelijk gebied. In het onderzoek hebben we geleerd
het woningaanbod maar juist ook op een thema’s
de identiteit en het mobiliteitsprofiel, van Eindhoven,
economische kansen (nieuw business district) en een
dat in de Brainport in toenemende mate activiteiten
als energietransitie. Voor de daarmee gepaard
Veldhoven en Helmond wordt vergroot. Er zijn wel
zeer hoge mate van nabijheid van woningen bij een - al
plaatsvinden die gericht zijn op onderzoek, testing,
gaande systeemaanpassingen is schaalgrootte van
keuzes met betrekking tot - op het eerste oog -
dan niet reeds bestaande - stationsknoop.
(embedded-) software en schone productie. Dat
belang. En daarmee treedt er een spanningsveld op
biedt een enorme potentie om daarmee de identiteit
met de bestaande identiteit, de contouren van de
accenten.
Eindhoven geldt een ander evenwicht. De dorpen en
26
dorpen in het beschermde omliggende landschap
De kansen dienen zich in een strategie waarbij wordt
industrialisatie van de landbouw versus een ‘stedelijke’
en het uitgangspunt om geen monofunctionele
ingezet op minder automobiliteit in de stedelijke centra
behoefte aan aantrekkelijk uitloopgebied met
grootschalige uitbreidingslocaties toe te voegen (niet
aan en vragen om een nadere uitwerking. Dat daarbij
goede luchtkwaliteit en plek voor klimaatadaptatie
multimodaal ontsloten). Aan het compact bouwen
in Eindhoven is ingezet op het verbinden van het
(bijvoorbeeld berging, verkoeling) en energietransitie
in deze dorpen zit een grens: forse hoogbouw sluit
centrum via drie groene wiggen naar het buitengebied
(opwekken energie). In de verstedelijkingsstrategie in
niet aan op bestaande ruimtelijke kwaliteit en blijkt
is een kans om opgaven op- en af te schalen naarmate
de ontwikkelperspectieven is ingezet op verdichting
ook geen ambitie te zijn. De woonbouwopgave
meer of minder binnenstedelijk. Een goed bereikbaar
van bestaand stedelijk gebied. Dat geeft alle kans om
van het bouwen in de kleine kernen is dus vooral
ommeland is een grote kwaliteit voor het leefklimaat
op het thema regionale groen een kwalitatieve agenda
gekoppeld aan een kwaliteitsopgave: vitaliteit van
van de regio. Vanuit 96% van de woningen binnen
te ontwikkelen die van doorslaggevend belang kan zijn
de voorzieningen, een passend aanbod bij een
het SGE kan binnen een loopafstand van 750 meter
in het ontwikkelen van een Brainport met internationale
veranderende vraag en het inzetten van woningbouw
meer dan 5 hectare groen bereikt worden. Hier schuilt
aantrekkingskracht.
als middel om structuuringrepen te doen op het gebied
echter een kwalitatieve vraag achter: is het groen ook
van energietransitie en klimaatadaptatie. Dat vraagt
daadwerkelijk toegankelijk en beleefbaar?
om een strategische aanpak van deze gemeenten om te voorkomen dat de aantallen (ordegrootte in totaal
Wat opvalt is dat het stedelijk groen (parken in en
6.000 voor Oirschot, Son en Breugel, Nuenen, Geldrop,
rondom stedelijk gebied) in de regio niet intensief
Mierlo en Waalre) binnen de gestelde kaders haalbaar
wordt gebruikt: de cultuur van ontmoeten in het
zijn.
park en collectieve tuinen als vervanging van een eigen tuin ontbreekt in het huidige beeld SGE nog
Groen met betekenis
veelal. Dit gebruik, dat past bij een metropolitaan
De succesvolle verdichtingsopgave stelt hoge
karakter, zal eisen stellen aan de inrichting en
kwaliteitseisen aan de inrichting van de omgeving.
programmering. Helemaal aan de buitenkant van
Die omgeving voorziet in dagelijkse behoeften zoals