CN MIRT-onderzoek Bestuurlijk document
Tekst van het document
ook samen met het succes van de mobiliteitstransitie
Ook in de regionale kernen buiten het randgebied
(H)OV, hubs), fiets, parkeer-/locatiebeleid, en intelligent
regionale (H)OV-structuur. Met de plannen voor
en de gekozen mobiliteitsoplossingen.
liggen opgaven voor het behouden en versterken
verkeersmanagement (C-ITS) en vandaaruit onder
Eindhoven Internationale Knoop XL is daarvoor een
van de leefbaarheid. De ambitie om de Brainport te
meer in gedragsverandering, werkgeversaanpak,
start gemaakt.
versterken biedt ook de regio kansen om daaraan een
Mobility as a Service, deelmobiliteit en smart logistics.
17
Ontwikkeling van een ‘ontwikkelvisie stationsomgeving
hoofdwegennet verminderen. Het is de gezamenlijke
Samengevat in vijf punten:
Helmond’ is belangrijk, om zo de verstedelijking en
verantwoordelijkheid van de regio om dit verder door te
•
mobiliteitstransitie vorm te geven.
ontwikkelingen tot een fijnmaziger netwerk van lokale
regionale bereikbaarheid van Brainport op het HWN
hubs die zorgen voor een optimale uitwisseling in het
en OWN met daarbij voldoende aandacht voor hun
multimodale mobiliteitssysteem.
onderlinge samenhang. Zo ligt er een relatie tussen
Een robuust systeem van radiale en tangentiële OVverbindingen is voor een betere OV-ontsluiting van
De nadere uitwerking is gericht op de (boven)
het functioneren van de Randweg A2/N2 en de
regio en de economische toplocaties, noodzakelijk. Dit
Het sterk verbeteren van het (e-) fietsnetwerken/
Ring in Eindhoven;
‘green & smart’ mobiliteitssysteem van de toekomst
voorzieningen, zowel in en rond Eindhoven, richting
heeft daarnaast ook een versterkende werking op de
economische toplocaties alsook het realiseren van
noordzijde Batadorp – Ekkersrijt) en noordoostzijde
ruimtelijk- economische structuur. Daar komt bij dat
metropolitane fietsroutes en fast- en slowlanes is
van Eindhoven en de regio.
het innovatieve mobiliteitssysteem een stimulans
essentieel. Het uitbouwen van een smart fietsnetwerk
is voor de regionale investeringen in R&D. Dat geeft
dat voorbereid op toekomstige light vehicles en wonen,
van het doorgaande, regionale en stedelijke verkeer
een toekomstvaste impuls aan werkgelegenheid en
werken en voorzieningen met elkaar verbindt zorgt
in het belang van de mobiliteitstransitie
toegevoegde waarde in de regio, maar ook daarbuiten.
voor een optimaal fietsklimaat en het stimuleren van
Realisatie van een tangentiele (H)OV-lijn maakt
ketenreizen.
•
•
•
verknoping van de tangentiele lijn met Eindhoven
Gericht op het ontvlechten en optimaal faciliteren
Hetgeen kan worden bereikt door een functieverandering van de N2 naar een
bovendien dat er elders minder geïnvesteerd hoeft te worden in de (hoofd)infrastructuur. Een goede
Met focus op de Randweg A2 (in het bijzonder de
stadsautoweg (2x3 70km/h), het doortrekken
I.
TOEKOMSTVASTE OPGAVEN
van deze stadsautoweg aan de noordzijde van
WEGINFRASTRUCTUUR
de Randweg en een robuuste afwikkeling van het
Centraal is vanzelfsprekend. Een extra verknoping met
We hebben geleerd uit het MIRT-onderzoek dat
verkeer tussen Eindhoven en Helmond via het
het spoor aan de noordzijde biedt een extra plus in de
mobiliteitstransitie alleen onvoldoende is. Er zijn
huidige tracé JF. Kennedylaan – Ring Noordoost –
OV-ontsluiting. Dit behoeft nog nadere uitwerking.
ook ingrepen nodig in de weginfrastructuur om de
N270.
bereikbaarheidsopgaven op te lossen. Deze liggen met
•
Bezien in combinatie met de inpassing van
Bij dit stevige OV-profiel hoort een systeem
name in de Randweg en de noordoostelijke kant van
onder andere de tangentiele (H)OV-lijn, regionale
van slimme en goed gepositioneerde, regionale
Eindhoven. Alvorens tot gedetailleerde afspraken te
mobiliteitshubs en regionale fietsroutes.
mobiliteitshubs, die cruciaal zijn voor een comfortabele
komen, is het nodig hiervoor een verdiepende studie te
overstap van de auto op een ander vervoermiddel
verrichten.
op een manier die past binnen het ecosysteem van Brainport. Voor regionale hubs is al het nodige uitgewerkt dat de bereikbaarheid van de economische toplocaties moet bevorderen en de druk op het
18
Hoofdstuk 5. Ontwikkelpaden Het ontwikkelpad is een tactische uitwerking van
een adaptieve tool en geen blauwdruk. Om dit als
gekoppeld EIK XL en aan het inzetten van een
de tijd geplaatst, maar kunnen eerder of later actueel
(hoofd)keuzes. Het ontwikkelpad voegt aan de
sturingsmiddel te gebruiken is monitoring en jaarlijkse
mobiliteitstransitie op gebiedsniveau.
blijken. Bijvoorbeeld als de autonome mobiliteitsgroei
strategische hoofdkeuzes twee aspecten toe, namelijk
herijking essentieel.
de onderlinge afhankelijkheden tussen de ingrepen
langzamer gaat dan verwacht of als de keuze
OPBOUW VAN HET ONTWIKKELPAD
gemaakt wordt om de ruimtelijke ontwikkeling van
en het aspect tijd. Daarmee biedt het ontwikkelpad
Startpunt voor het ontwikkelpad zijn de ruimtelijke
Ruimtelijke ontwikkeling en knelpunten. Het realiseren
de zuidwestlob te versnellen. De ingrepen in het
een kader om na te denken over benodigde ingrepen,
ontwikkeling en de geprognosticeerde knelpunten
van 21.000 woningen is bijvoorbeeld gekoppeld EIK
mobiliteitssysteem moeten dan meebewegen. Hoewel
timing, afhankelijkheden en adaptiviteit. Doel van het
in het mobiliteitssysteem (zie Feitenrelaas). Beide
XL en aan het inzetten van een mobiliteitstransitie
de ingrepen dus globaal in de tijd uitgezet zijn, zijn het
ontwikkelpad is de betrokken partijen te ondersteunen
kunnen aanleiding zijn om ingrepen te doen in het
op gebiedsniveau. Het moment waarop knelpunten
de afhankelijkheden die bepalend zijn.
in hun besluitvorming. Over welke zaken moet op
mobiliteitssysteem. Deze aanleidingen zijn in het
op de Randweg A2 verwacht worden, bepaalt
welk moment duidelijkheid komen en wat zijn daarbij
ontwikkelpad gemarkeerd met de letters K en V.
wanneer daar ingrepen nodig zijn. Knelpunten en
de relevante afhankelijkheden? Het ontwikkelpad is
Het realiseren van 21.000 woningen is bijvoorbeeld
ruimtelijke ontwikkeling zijn in het ontwikkelpad in
19
Afhankelijkheden binnen het mobiliteitssysteem.
later moment zijn beslag krijgen. De nadere studie
Ook binnen het mobiliteitssysteem zijn er
moet een uitwerking bieden voor de voorgestelde
afhankelijkheden. Deze zijn deels fysiek. Bijvoorbeeld
principeoplossing voor het stedelijk wegennet
doordat de tangentiele lijn en de Randweg A2
van Eindhoven en de Randweg. Duidelijkheid
in dezelfde ruimte liggen en oplossingen dus
over die strategie is nodig om voor al die wegen
op eenzelfde moment verkend moeten worden.
vervolgstappen te bepalen en om te kunnen sturen
Maar er zijn ook ‘systeemafhankelijkheden’. De
op afhankelijkheden in ruimtelijke ontwikkeling of
belangrijkste is de modal-shift die beoogd wordt met
een tracé voor de tangentiele lijn. Ook hier is dus een
de mobiliteitstransitie. Die moet de automobiliteit
onderscheid tussen ingrepen die later in de tijd kunnen
beperken terwijl het OV-gebruik juist toeneemt. Het
plaatsvinden (bijvoorbeeld een ombouw van de N2) en
tempo en de mate waarin de transitie dus slaagt, is
principekeuzes die eerder gemaakt moeten worden om
van invloed op de ingrepen in OV en wegsysteem
op andere onderdelen verder te kunnen.
in later jaren. Ook op kleinere schaal zijn er dit soort afhankelijkheden. Het systeem van hubs
Nieuwe onderwerpen op de agenda. Het ontwikkelpad
functioneert pas goed als het natransport geregeld
bevat een aantal onderwerpen waarin dit MIRT-
is en er maatregelen zoals parkeerbeperkingen op de
onderzoek beoogt agenderend te zijn. Belangrijke
eindbestemming genomen zijn.
voorbeelden zijn het stationsgebied (inclusief stationsknoop) van Helmond, een ontwikkelagenda
Integrale keuzes EIK XL en studie naar HWN/OWN.
voor de kernen en het landschap en het maken van
De onderlinge afhankelijkheden maken dat over een
een slimme keuze voor de stedelijke ontwikkeling van
aantal opgaven eerder duidelijkheid moet komen dan
Eindhoven voor de periode na realisatie van de plannen
dat de ingreep zelf noodzakelijk is. De belangrijkste
voor het centrum. Over deze onderwerpen zijn in het
voorbeelden zijn EIK XL en een studie naar de
MIRT-onderzoek belangrijke lessen geleerd en dit is
samenhangende oplossingen op het HWN/OWN. EIK
de aanleiding om ze als kansen te agenderen. Stuk
XL heeft duidelijkheid nodig voor het totale gebied
voor stuk is uitwerking nodig voordat vervolgstappen
om de urgente ontwikkelopgave en aanpak van het
bepaald kunnen worden.
busstation te kunnen starten. Dat vraagt echter een
De afbeelding is beter leesbaar opgenomen in het eindrapport van het MIRT-Onderzoek
plan voor het totale gebied waarin ook toekomstige
In het eindrapport van het MIRT-onderzoek is een
ruimteclaims voor station en spoorknoop uitgewerkt
uitgebreide toelichting op dit ontwikkelpad verbeeld en
zijn. Ook al kan zo’n ingreep zelf misschien op een
beschreven.
20
Hoofdstuk 6. Kosten en alternatieve bekostiging De ambities en opgaven voor de Brainportregio
De set aan instrumenten is een mix van bestaande
weerstand, maar de acceptatie kan verhoogd worden
zijn groot. Het realiseren van 62.000 woningen, de
en nieuwe instrumenten. Onderstaande kansrijke
als men zichtbaar de leefomgeving ziet verbeteren.
mobiliteitstransitie, hubs, gedragsverandering en de
instrumenten uit deze studie zullen de komende
infrastructurele maatregelen vragen de komende
periode verder worden uitgewerkt voor toepassing in
Instrument 15: Regionaal of stedelijk fonds
jaren forse investeringen. Tel daarbij nog een aantal
deze integrale opgave.
Regionale- en stedelijke fondsen zijn niet zozeer van
grote maatschappelijke opgaven met ruimtelijke
belang voor het bekostigen van gebiedsontwikkeling
impact bij, denk aan de opgaven op het gebied van
Instrument 8: Gebiedsinvesteringszone (GIZ)
maar vooral voor het financieren daarvan. De
klimaatverandering, energietransitie en circulaire
De GIZ is een nieuw instrument om de financiering en
fondsen zullen worden gevuld met de bijdragen
economie, en de berg aan investeringskosten wordt
bekostigen van gebiedsontwikkeling te ondersteunen.
van ontwikkelaars, bouwers en de betrokken
nog lastiger te beklimmen.
Een GIZ is een democratisch instrument dat eigenaren
gemeenten. Via deze fondsen worden voorzieningen
van onroerende zaken binnen een afgebakend gebied
betaald die de ruggengraat van de stad vormen:
De investeringsruimte bij overheden is niet oneindig.
in staat stelt om gedurende een gelimiteerde periode
de hoofdinfrastructuur, het openbaar vervoer, het
Een multi-helix aanpak bij het duiden van de opgaven
afspraken te maken over de realisatie van publieke
watersysteem en grote recreatiegebieden. In de
en het vinden van passende oplossingsrichtingen
voorzieningen. De huidige wetgeving voorziet reeds
gemeente Eindhoven is het toepassen van een Fonds
is een eerste (reeds gemaakte) belangrijke stap.
in de oprichting van een bedrijveninvesteringszone
Bovenwijkse Voorzieningen een instrument dat al
Het betrekken van de samenwerkingspartners
(BIZ). Een GIZ is breder dan een BIZ, aangezien een
vaker is toegepast. De eerste gedachten om een
behoort ook in het vervolg tot de opgave. Vanuit
BIZ zich uitsluitend richt op onroerende zaken (die niet
dergelijk instrument te verbreden naar een regionaal
bekostigingsperspectief is er een aantal manieren
hoofdzakelijk als woning dienen). Het vergt een nieuwe
‘bovenwijks’ fonds tekenen zich af.
om naar ruimtelijke ontwikkelingen te kijken. In
wettelijke regeling om een GIZ op te richten. Partijen
opdracht van het Ministerie van IenW is hiervoor
zijn al met elkaar in gesprek om te bezien of voor de
een studie Alternatieve Bekostiging ruimtelijke
ruimtelijke ontwikkelingen van het station een GIZ als
gebiedsontwikkeling, d.d. februari 2020 uitgevoerd.
instrument inzetbaar kan zijn.
Uit deze studie is een set van kansrijke instrumenten gekomen, waarmee de baathebbers bij de bekostiging
Instrument 14: Parkeertarieven
betrokken worden.
Via het uitbreiden van het parkeerbeleid kunnen er lokaal extra opbrengsten gegeneerd worden.
De hoofdgedachte van de studie gaat uit van het
Het gaat dan om het (verder) omzetten van gratis
betrekken van baathebbers bij ruimtelijke ontwikkeling,
parkeerplaatsen naar betaalde parkeerplaatsen en
denk aan bouwers, ontwikkelaar, woningcorporaties,
om het (verder) differentiëren van tarieven naar tijd en
bedrijven, omwonende, reizigers en OV-exploitanten.
plaats. Uitbreiding van betaald parkeren stuit vaak op
21
Hoofdstuk 7. Regie 7.1
GOVERNANCE EN ORGANISATIE
De aansturing van deze integrale, gebiedsgerichte
•
een transitiestrategie met het integreren van
De complexe en langlopende opgave in de
langetermijn opgave vraagt om een integraal triple-
bestaande overlegstructuren waar mogelijk
Brainportregio vraagt om stevige regie en
helixsamengesteld gremium dat de uitwerking
of nodig cq het verduidelijken van rollen en
samenwerking. Partijen moeten zicht hebben op de
en uitvoering van deze verstedelijkings- en
verantwoordelijkheden;
besluitvorming, verdere planvorming -ontwikkeling,
bereikbaarheidsopgave ter hand neemt. Dit moet
-uitwerking en realisatie in de komende decennia.
zich goed verhouden tot de verschillende rollen
uitvoeringsorganisatie als de bestuurlijke
Dat vraagt om een werkwijze waaraan alle partijen
en verantwoordelijkheden ten aanzien van wonen,
organisatie operationeel zijn.
vanuit eigen kracht en verantwoordelijkheid een
werken, mobiliteit bij Rijk, provincie, gemeenten,
bijdrage kunnen leveren. Wij hanteren de volgende
SGE, MRE, marktpartijen en kennisinstellingen
7.2
uitgangspunten om tot deze werkwijze te komen:
zoals deze momenteel fungeren. Hiervoor zal een
De integrale gebiedsgerichte ontwikkeling van
1. voldoende stabiliteit én dynamiek om
transitiestrategie worden opgesteld.
Brainport Eindhoven is een permanent en adaptief
•
eerste helft 2021 moet zowel de
MONITORING
proces. Uitwerking is nodig voor een integraal
‘toekomstbestendig’ te zijn; 2. een werkbare en eenvoudige samenwerkingsvorm,
Vanaf 1 januari 2021 wordt gestart onder de
monitoringssysteem, dat in beginsel doorbouwt op het
governance en heldere basisspelregels op het
verantwoordelijkheid en aansturing van de
monitoringssysteem van het programma SmartwayZ.
niveau van bestuur, management en beleid;
programmaraad SmartwayZ.NL en met de integrale
NL voor wat de mobiliteitsaspecten betreft en daarmee
3. een werkstructuur die is gebaseerd op een stevige
multi-helixsamengestelde BAG+. Hierdoor kan direct
ook de basis is voor het volgen van het adaptief
betrokkenheid van overheden met het bedrijfsleven
met de plannen en afspraken worden gestart en
ontwikkelpad. Verstedelijking maakt geen deel uit van
en kennisinstellingen, in een gezamenlijke
wordt voortgebouwd op de kracht van het lopende
de monitoring zoals SmartwayZ.NL hanteert, dus dat
strategie. Hoe dichter bij de fase van uitvoering,
programma SmartwayZ.NL.
zal er nog aan moeten worden toegevoegd.
hoe meer ook de inwoners/reizigers betrokken zijn. Met het oog op de gewenste integraliteit van
De komende periode moeten de contouren van de
zowel het programma als de projecten dienen
organisatie van deze integrale opgave worden verkend.
mobiliteit en ruimte op alle bestuursniveaus te
Nadat partijen afspraken in het BO MIRT hebben
worden vertegenwoordigd, dus op de niveaus van
gemaakt, wordt het volgende uitgewerkt:
overheden, marktpartijen en kennisinstellingen;
•
opgaven en projecten;
4. onderscheid tussen aansturing van de totale integrale Brainport-opgave en aansturing van de projecten die hieruit voortkomen.
governance in relatie tot het programma en de
•
het toedelen van opgaven en projecten (binnen/ buiten de lijn van het programma;
22
Bestuurlijk document 18 november 2020 | vertrouwelijk | BMC
Leden programmaraad SmartwayZ.NL
Met dank aan de leden van
Opgesteld door
Monique List – Ehv
BAG+
Leden projectteam
Agendaleden
Jan-Bert Dijkstra – IenW
Pieter van Geel – Voorzitter
Pieter Dronkert – IenW
Wim Brinker – EZK
Vincent van der Werff – BZK
Monique List – Ehv
Pravesh Baboeram – IenW
Jeroen van den Berg – IenW
Diana Beutink – RWS
Christophe van der Maat – PNB
Renate Overhage – BZK
Jan van der Voet – IenW
Antoinette Maas – MRE
Harry Boschloo – IenW
Marco Bakermans – RWS
Pieter van Ginneken – RWS
Hubert Mackus - PL
Jeroen Heuvelink – BZK
Erwin Dacier – PNB
Christophe Mattousch – RWS
Robert-Jan Smits – Tue
Antoinette Maas – MRE
Sjoerd van Loon – PNB
Rik van Haaren – ProRail
Peter Pardoel – Smart Logistics
Piet Machielsen – SGE
Judith van der Ham – PNB
Ewoud Vink – PNB
Albert Veentra – TKI Dinalog
Karin Weustink – RWS
Robbert de Mug – Ehv
Wim Rechmann – PNB
Daan Quaars – NWP BS Bereikbaar
Wendy de Wild – ProRail
Jan Willem van der Pas – Ehv
Stephan Suiker – Ehv
John Jorritsma – Stichting Brainport
Hubert Mackus – PL
Joost Beenker – Ehv
Robin Wouters – Hlm
Maurice Geraets – NXP
Carlo van de Weijer – Tue
Jean van Zeeland – Ehv
Jacqueline de Rijk-Heeren – Economic Board W-B
Paul van Nunen – Brainport Development
Astrid Zweegers – Ehv
Ronald Slaats – VNO NCW
Silvia van Haeff – Ehv
Christophe van der Maat – PNB
Project-/ en procesmanagement
Ron Nohlmans – Ehv/Regio
Anton Bos – BMC
Leden van het Poho Ruimte SGE
Jeroen IJff – Regio
Charlotte Nauta – BMC
Leden van het Poho Mobiliteit MRE
Elice Steijaert – Regio
Marijn Calkhoven – BMC
Tineke Posno – Hlm Captains of Industry
Stefan Raedts - Hlm
Onderzoeksconsortium
Eindhovensche Fabrikantenkring (EFK)
Rik Derksen – VNO NCW
Manus Barten – Studio Bereikbaar
VNO NCW
Christian Rommelse – Studio Bereikbaar Simon Dona – Dona Stedenbouw
Ambtelijk Opdrachtgevers Harry Boschloo – IenW Jeroen Heuvelink – BZK Gertjan Koolen – PNB Frank van Swol – Ehv