Beantwoording technische vragen Programmabegroting 2026-2029
Tekst van het document
Programmabegroting 2026-2029 Technische vragen Hieronder treft u de technische vragen van de Programmabegroting 2026-2029. De vragen zijn gesteld door de fracties: Samen 0492, Lokaal Sterk , VVD, Helder Helmond, DENK, Groen Links (10/10). In de concept programmabegroting 2026-2029 zoals aangeboden aan de Raad op 23 september kwamen pagina 34 en 35 tweemaal voor. In deze beantwoording verwijzen de paginanummers naar de hernummerde pagina's.
1
*Algemeen* Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
1
Algemeen Fractie: VVD Vraag: Wanneer wordt er een publieksversie van de begroting 2026–2029 gepubliceerd? Het zou wenselijk zijn dat deze vóór de besluitvorming door de gemeenteraad beschikbaar is, zodat inwoners tijdig inzicht krijgen in de begroting en de keuzes die worden gemaakt. Antwoord: De publieksversie is identiek aan de gepubliceerde versie die te vinden is via de website van de gemeenteraad bij de betreffende vergadering. Daarnaast is de afdeling Financiën bezig om de begrotings- en verantwoordingsdocumenten van de gemeente Helmond digitaal weer te gaan geven via een portaal.
Nr.
Technische vraag:
Ingediend 10-10
2
Gesteld door:
Algemeen Vraag: Is het mogelijk om in de koptekst van elke pagina in een kleine lettergrootte de naam van het hoofdstuk op te nemen? Bijvoorbeeld in deze vorm [Hoofdstuk 4 – Subparagraaf 4.1]. Dit komt de leesbaarheid ten goede. Antwoord: Wij nemen deze wens mee voor volgende P&C-producten.
Fractie: GroenLinks
Nr.
Gesteld door:
Technische vraag:
Ingediend 10-10
3
Algemeen Vraag: In zowel de papieren als digitale versie zijn 2x de pagina’s 34 en 35 opgenomen. Daardoor klopt de pagina verwijzing van de inhoudsopgave niet. Kunt u dit aanpassen? Antwoord: Dit is gecorrigeerd
2
Fractie: GroenLinks
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
4
Algemeen Fractie: Lokaal In de begroting staat dat subsidies voor maatschappelijke instellingen niet langer sterk automatisch worden geïndexeerd, terwijl de huren van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed wél jaarlijks worden verhoogd. Hierdoor ontstaat een situatie waarin instellingen ieder jaar iets minder financiële ruimte overhouden om hun activiteiten uit te voeren Vragen: a. Kan het college toelichten wat de financiële consequenties zijn van deze verschillende indexeringswijzen voor instellingen die zowel subsidie ontvangen als gemeentelijke huisvesting gebruiken? b. En hoe wordt geborgd dat deze instellingen hun exploitatie structureel sluitend kunnen blijven voeren binnen de huidige financiële kaders? Antwoord: Subsidies aan maatschappelijke organisaties worden niet automatisch geïndexeerd. Dit past binnen het karakter van een subsidie: het is een bijdrage aan activiteiten van maatschappelijk belang, geen volledige kostendekking. Het subsidievolume maakt onderdeel uit van de totale gemeentelijke begroting en wordt, net als andere onderdelen, jaarlijks binnen de beschikbare financiële kaders afgewogen. De huren van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed worden wél jaarlijks geïndexeerd, conform de reguliere afspraken in het gemeentelijk vastgoedbeleid en vanwege de wettelijke plicht tot marktconforme verhuur.
Daarmee worden de feitelijke kostenstijgingen voor beheer en onderhoud evenredig verdeeld over alle gebruikers. Ook instellingen die niet in gemeentelijke panden zijn gehuisvest, worden immers geconfronteerd met vergelijkbare huurontwikkelingen op de markt. Het is de verantwoordelijkheid van organisaties zelf om een sluitende exploitatie te voeren en binnen de ontvangen middelen keuzes te maken over hun activiteiten en bedrijfsvoering. Uiteraard blijft de gemeente in gesprek met instellingen over de financiële haalbaarheid en maatschappelijke effecten van beleid, maar het uitgangspunt blijft dat subsidies bijdragen aan de uitvoering van publieke taken binnen redelijke financiële kaders, niet aan volledige kostendekking van de exploitatie.
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
5
Algemeen Fractie: Lokaal Vraag: Op welke wijze monitort het college de afwijkingen tussen de geraamde sterk indexering en de werkelijke prijsstijgingen en hoe wordt de raad hierover tussentijds geïnformeerd? Antwoord: Er is geen expliciete monitoring van afwijkingen tussen de toegepaste indexering en werkelijke prijsstijgingen Eventuele afwijkingen in het algemeen op budgetten zijn onderdeel van de reguliere financiële sturing binnen de P&C-cyclus. Eventuele relevante effecten worden, zoals gebruikelijk, bij de voortgangsrapportages (Bestuursrapportages en Jaarrekening) voorgelegd en toegelicht aan de raad.
3
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
6
Algemeen Fractie: Helder Vraag: Hoe borgt het college dat de gemiddelde lastendruk niet sneller stijgt dan de Helmond koopkrachtontwikkeling van inwoners? Antwoord: De koopkrachtontwikkeling van de inwoners van de gemeente Helmond in 2026 is door ons niet te voorspellen. Wel baseren wij de ontwikkeling van de woonlasten zoveel als mogelijk op objectieve factoren. Het CPB voorspelt voor 2026 een gemiddelde salarisstijging in de private sector van 4,1%. En de inflatiecorrectie van 2,7% is gebaseerd op de werkelijke ontwikkeling van de consumentenprijsindex volgens het CBS.
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
7
Algemeen Fractie: Helder De begroting wordt in 2026 en 2027 sluitend gemaakt met incidentele middelen. Welke Helmond risico’s lopen inwoners wanneer deze middelen wegvallen en hoe wordt voorzien in structurele dekking? Antwoord: In 2026 en 2027 zijn we niet structureel dekkend, maar we zijn in staat een sluitende begroting te presenteren door incidentele middelen in te zetten. Dit zijn incidentele middelen waarvan wij zeker zijn dat deze beschikbaar zullen zijn. Gezien er voldoende incidentele middelen voorhanden zijn lopen de inwoners geen risico. Vanaf 2028 zijn we structureel dekkend.
4
*Inleiding* Pagina 1 - 5 Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
8
Op pagina 1 De begroting laat een structurele ombuiging zien van € 13,5 mln in 2026 oplopend tot € 18,5 mln in 2029.
Fractie: Helder Helmond
Welke concrete posten (met bedragen) dragen hier > € 1 mln per jaar aan bij? En hoe is hun realisatiegraad ingeschat (percentage uitvoerbaarheid)? Welke maatschappelijk effecten worden verwacht voor inwoners, met name in het sociale domein en bij lokale voorzieningen? Antwoord: Het totaaloverzicht van alle ombuigingen kunt u vinden in 6.12, pagina 211 van de begroting. In de betreffende thema's worden alle ombuigingen tevens toegelicht, waar ook een link is gelegd met eventuele maatschappelijke gevolgen.
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
9
Op pagina 1 Fractie: staat dat de gemeente "in balans" wil ontwikkelen op sociaal-cultureel, ecologisch en Samen 0492 economisch vlak. Vraag: Hoe wordt deze balans concreet gemeten, en welke indicatoren worden hiervoor gebruikt? Antwoord: We verwijzen naar de toelichting bij De Strategische Koers op Hoofdlijnen – Brede Welvaart als leidende principe (pag 35). De gemeente is “in balans” als het sociaal-cultureel, ecologische en economisch vlak even goed gaat en de groei gelijk op gaat. Het onderliggende model is van PON & Telos en zij hebben een meting ontwikkeld die is gebaseerd op zo’n 125 indicatoren. Ter illustratie: onder de sociaal-culturele pijler hangt o.a. het thema economische participatie. Om hier een score op te bepalen wordt gekeken naar indicatoren als besteedbaar inkomen, bijstandsgerechtigden en langdurig laag inkomen. Een ander voorbeeld: voor het thema gezondheid wordt gekeken naar indicatoren als levensverwachting, zorgkosten en vaccinatiegraad. Zo zijn aan alle thema's indicatoren gekoppeld. In de onderzoeksverantwoording is het volledige overzicht van indicatoren terug te vinden: Onderzoeksverantwoording Nationale Monitor Duurzame Gemeenten
5
De overige technische vragen die zijn gesteld over de Inleiding van de Begroting 2026-2029 zijn inhoudelijk gekoppeld aan de onderliggende teksten elders in de Begroting. Omdat meerdere fracties vergelijkbare vragen hebben gesteld bij dezelfde onderwerpen, zijn deze gebundeld beantwoord. Dat geeft overzicht en voorkomt herhaling. In de onderstaande tabel is terug te vinden: - in de eerste drie kolommen: de pagina uit de Inleiding, het onderwerp en de fractie die de vraag stelde; - in kolom vier en vijf: de bijbehorende paginanummer en het onderwerp in de Begroting 20262029; - in kolom zes: het nummer van de technische vraag, waarbij het antwoord terug te vinden is. Pagina Inleiding
Onderwerp
Fractie
2
Schaalsprong kwaliteitssprong
VVD
4
Opgeschoonde kredieten Sociale tweedeling
Helder Helmond VVD
26
VVD
70
3
Interne crisisorganisatie Warmtebedrijf
VVD
73
4
Woonlasten
126
4
OZB tarief
Helder Helmond VVD
4
Tarief containerlediging
4
Parkeertarieven
VVD, Helder Helmond; Helder Helmond
2
3
pagina Begroting onderliggende tekst 14-15,65
Bij welk onderwerp
Vraag nr
Woningbouw en fysieke leefomgeving, stedelijk vernieuwing Investerings programma Programma 1 Meedoen , rondkomen, vooruitkomen Veiligheid
19
131
127
Warmtetransitie en verdere verduurzaming Ontwikkeling woonlasten Onroerende zaak belastingen Afvalstoffenheffing
129
Parkeerbelasting
175
37-57
127
6
43 56
121
168 170 173, 174
*Begroting in 1 oogopslag* Pagina 10-11 Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
10
Op pagina 10 Fractie: staat dat de gemeente slimmer wil inkopen. Welke concrete besparingen zijn hiermee Samen 0492 gerealiseerd, en hoe wordt dit gemeten? Vraag: Welke concrete besparingen zijn hiermee gerealiseerd, en hoe wordt dit gemeten? Antwoord: In par. 4.5.1 is onder de kop “Centraal bestelsysteem / Inkoop tot betaling” toegelicht op welke manier de gemeente slimmer wil inkopen. De ombuiging die hiermee gemoeid is, is te vinden in de tabel in par. 4.5.1. Omdat het de begroting voor 2026 betreft zijn deze besparingen nog niet gerealiseerd. In de bestuursrapportages in 2026 zult u op de hoogte gehouden worden van de voortgang. Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
11
Op pagina 10 Fractie: VVD Vragen: a. In de visual staat Optimalisatie gebruik Huis van de Stad, oftewel bezuiniging, en dat wordt ingezet op het efficiënter inzetten van het Huis voor de Stad en het verminderen van externe inhuur van vergaderruimtes. Wat houdt deze optimalisatie concreet in en wat betekent dit voor medewerkers? b. Wat is de beoogde besparing door enerzijds het verminderen van externe inhuur van personeel (en wat is het huidige totaalbedrag aan externe inhuur), en anderzijds het verminderen van externe inhuur van vergaderruimtes (en wat is het huidige totaalbedrag daarvan)? Antwoord: De maatregel ‘Efficiënter inzetten Huis voor de Stad’ richt zich op een efficiëntere benutting van de beschikbare ruimtes. In de praktijk betekent dit dat overleggen en bijeenkomsten beter worden gespreid over de week. Op drukke dagen (zoals maandag, dinsdag en donderdag) kan zo worden uitgeweken naar momenten waarop meer ruimte beschikbaar is, bijvoorbeeld op woensdag of vrijdag. Dit vraagt geen structurele aanpassing van werkplekken of bezetting, maar bevordert een doelmatiger gebruik van het gebouw. De maatregel ‘Efficiënter inzetten Huis voor de Stad’ levert een structurele besparing op van € 274.000. De maatregel ‘Harmoniseren inhuurbudgetten’ betreft het harmoniseren en centraal aansturen van inhuurbudgetten en levert een structurele besparing op van € 1.000.000.
Beide bedragen zijn opgenomen op pagina 212 van de begroting. Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
12
Op pagina 11 Fractie: staat dat de gemeente "scherpe keuzes" moet maken vanwege dalende inkomsten van Samen 0492 het Rijk. Welke concrete keuzes zijn gemaakt, en hoe zijn deze afgewogen tegen de ambities van de schaalsprong en kwaliteitssprong? Vraag: Welke concrete keuzes zijn gemaakt, en hoe zijn deze afgewogen tegen de ambities van de schaalsprong en kwaliteitssprong? Antwoord: De scherpe keuzes waar op pagina 11 naar wordt verwezen, zijn uitgewerkt in het pakket van 87 ombuigingen (bijlage 6.12). Deze zijn getoetst aan het afwegingskader uit paragraaf 4.2.3 (p. 40) van de Voorjaarsnota 2025. Daarbij is gestuurd op maatregelen die aansluiten bij de strategische doelen, zo min mogelijk impact hebben op inwoners en vooral gericht zijn op efficiency, herprioritering en temporisering van groei.
7
*Budgettair kader en financiële ontwikkelingen* - inleiding Pagina 12-15 Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
13
Op pagina 12 Fractie: VVD In de begroting staat het voornemen om in 2026 “zoveel als mogelijk bestaande ambities voort te zetten, te intensiveren of af te ronden”. Tegelijk bevat de begroting op meerdere plekken intensiveringen en nieuwe ambities, zonder dat daar altijd een concrete dekking of evaluatie tegenover staat. Daarnaast wordt op verschillende oplaatsen verwezen naar “nog niet opgenomen projecten”, “nader uit te werken investeringen” en “stelposten”. Dat maakt dat de werkelijke financiële ruimte voor het volgende college onduidelijk is. Vraag: Kan worden toegelicht welke beleidsintensiveringen en investeringen nog geen structurele dekking hebben, en hoe wordt voorkomen dat hiermee nieuwe financiële verplichtingen worden opgelegd aan de volgende raad zonder uitgewerkt budget of besluitvorming? Antwoord: Alle beleidsintensiveringen die wij uw raad in deze begroting 2026 voorleggen, zijn volledig gedekt. Hetzelfde geldt voor de investeringen in het investeringsprogramma (IVP) 2026 en de meerjarig vastgestelde investeringen. Voor de (voorgenomen) investeringen 2027-2029 geldt dat deze, conform ons beleid, opnieuw zowel beleidsmatig als financieel integraal afgewogen worden binnen de investeringsruimte die beschikbaar is bij de begroting 2027 in relatie tot de prioritering die uw raad aangeeft voor de te realiseren gemeentelijke doelstellingen. Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
14
Op pagina 12: Fractie: VVD “Ondanks dat de meicirculaire 2025 enige (incidentele) verbetering liet zien voor de financiën van gemeenten, moeten we constateren dat het zogenaamde ‘ravijnjaar’ enkel uitgesteld is naar 2028, en het ravijn bovendien dieper wordt dan verwacht. Vanaf 2028 zijn door het kabinet juist extra bezuinigingen ingeboekt, gebaseerd op maatregelen die nog in wetgeving omgezet moeten worden.” Vraag: Welke bedragen aan rijkskortingen vanaf 2028 zijn in de meerjarenraming verwerkt, en op basis van welke uitgangspunten of aannames zijn deze doorgevoerd? Antwoord: In de meerjarenraming hebben we rekening gehouden met de kortingen uit de meicirculaire 2025. Dit zijn de aanvullende kortingen voor de jeugdzorg vanaf 2028, zijnde de indexatie van de opbrengst van de besparingen uit de Hervormingsagenda en de aanvullende besparingen die gedekt zouden moeten worden uit de eigen bijdrage jeugdzorg en het sturen op trajectduur. In de tabel op pagina 20 van de begroting staan deze kortingen vermeld. Daarbij hebben we de laatste twee, naar advies van de VNG en standpunt toezichthouder, budgettair neutraal verwerkt. Oftewel, we verwachten dat er vanuit het Rijk wetgeving komt die ons als gemeente in staat stelt om de kortingen te compenseren zij het via extra opbrengsten dan wel een vermindering van kosten.
8
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
15
Op pagina 12: Fractie: Helder Vraag: Welke bedragen (mln € per jaar) vallen weg als de incidentele rijksmiddelen Helmond jeugdzorg na 2027 vervallen? Wat betekent dit concreet voor het saldo 2028-2029 (zonder stelposten)? Antwoord: In de tabel op pagina 20 kunt u zien dat in 2026 en 2027 de volgende bedragen wegvallen € 3,2 miljoen en (afgerond) € 3 miljoen. Zonder stelposten zouden we uitkomen op een plus van € 357.000 in 2028 en (afgerond) € 4 miljoen in 2029. Deze bedragen staan ook vermeld in de tabel op pagina 13. Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
16
Fractie: VVD Op pagina 13 en 73: Vraag: Netcongestie: welke projecten lopen hierdoor financieel schema‑risico (grondexploitatie/IVP)? Kunt u de mitigatie en tijd‑/geld‑impact geven? Antwoord: Alle bedrijven en voorzieningen die een grootverbruikersaansluiting nodig hebben, hebben te maken met netcongestie. Zij komen op een wachtlijst. De netbeheerders doen geen uitspraak over de maximale wachttijd. Onze inschatting is dat de wachttijd minimaal tot 2035 is. We proberen dit te mitigeren door in gemeentelijke projecten extra maatregelen te nemen waardoor het pand toch met een kleinverbruikersaansluiting uit kan. De haalbaarheid en de meerkosten hiervan verschillen per project. Nieuwe werklocaties, zoals het Regionaal Bedrijventerrein en Varenschut Noord hebben ook te maken met netcongestie. De RES-MRE is met Tennet en Enexis in gesprek om te achterhalen in welk jaar er weer netruimte vrijkomt en hoeveel. Eind 2025 – begin 2026 verwachten we hierover meer duidelijkheid. Dan is er ook beter zicht op de gevolgen voor de ontwikkeling van werklocaties en de strategische keuzen die daarin gemaakt kunnen worden. In het algemeen geldt: om projecten die moeten wachten op een stroomaansluiting toch te realiseren zijn creatieve oplossingen nodig. Bijvoorbeeld het combineren van netbewust bouwen met lokale opwek, energieopslag en slim energiemanagement.
Zowel per pand maar ook per wijk of per bedrijventerrein. De Autoriteit Consument en Markt komt in 2026 met een nieuw kader voor het maatschappelijk prioriteren van stroomaansluitingen. De kans bestaat dat de regels voor kleinverbruikers hierin aangescherpt worden. Wij houden uw raad op de hoogte van de ontwikkelingen en de consequenties voor Helmond. Dat doen we onder meer via de voortgangsrapportages voor de majeure projecten. Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
17
Op pagina 13 en 73 en 195 Fractie: VVD Vraag: Netcongestie. Eerdere begrotingen (2023-2026) meldden dat het ondergronds brengen van de 150 kV-hoogspanningslijn door Brandevoort in uitvoering was, met een gereserveerd voorbereidingsbudget. In de huidige begroting 2026-2029 wordt dit project niet meer genoemd en is er 2,9 miljoen onttrokken aan de reserve hoogspanning Brandevoort. Waarom is dit gedaan en wat is de huidige stand van zaken van het project verkabeling van de 150 kV-lijn in Brandevoort? Antwoord: Het project verkabelen van de 150 kV-hoogspanningslijn door Brandevoort is nog in uitvoering en bestaat uit verschillende fasen. Door prioritering van TenneT is het project vertraagd. Binnenkort wordt verwacht dat TenneT kan starten met de tweede fase van het project, het opstellen van het Basisontwerp. Voordat hiermee gestart gaat worden komt het college eerst met een advies over de offerte hiervoor naar de gemeenteraad voor een akkoord. Dit is zo afgesproken in de raadsvergadering van 12 juli 2022. De onttrekking van 2,9 miljoen is bedoeld om de investering af te kunnen dekken. Deze middelen worden daarom toegevoegd aan de dekkingsreserve kapitaallasten.
9
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
18
Op pagina 13 Fractie: Helder Vraag: Netcongestie wordt genoemd als risico voor grondexploitaties. Welke Helmond kwantitatieve doorrekening is gemaakt van de impact op de GREX bij een vertraging van 1 jaar in Nieuw Brandevoort (in mln €)? Antwoord: Voor Nieuw Brandevoort is nog geen grondexploitatie vastgesteld. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat 1 jaar vertraging op een grondexploitatie in de huidige marktomstandigheden geen grote effecten heeft op het verwacht eindresultaat van de grondexploitatie omdat de rente waarmee gerekend moet worden op dit moment nog steeds 1% is. Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
19
Op pagina 14, 15, 65, inleiding pagina 2 Fractie: VVD Vragen: a. In de inleiding (pagina 2) wordt gesteld dat de schaalsprong van Helmond ook een kwaliteitssprong moet zijn. Wat gaan inwoners concreet merken van deze kwaliteitssprong in verhouding tot de schaalsprong? b. Specifiek voor Brandevoort: hoe wordt de uitbreiding van circa 1.500 woningen naar 3.800–5.000 woningen ook voor de bestaande inwoners concreet een kwaliteitssprong? c. c. Worden hiervoor ook meetbare kwaliteitsindicatoren ontwikkeld, en hoe worden die gemonitord? Antwoord: a. De kwaliteitssprong betekent kwaliteit van leven, het welzijn van bewoners bevorderen en bijdragen aan een aantrekkelijke, duurzame, en inclusieve samenleving. Groen, sport en spel, openbaar vervoer, zorg, onderwijs, detailhandel en horeca worden algemeen erkend als kwaliteiten om rond te wonen. Met de ontwikkeling van woningen maken we ook ruimte voor groen, bewegen en ontmoeten. Het Burgemeester Geukerspark en het 25 Septemberpark zijn hier concrete voorbeelden van. Ook een gezond omgevingsklimaat hoort daarbij met het verbeteren van de luchtkwaliteit en het verminderen van geluidsoverlast. Door het bevorderen van actief en veilig verplaatsen door de stad, zoals lopen en fietsen en nabijheid van voorzieningen, zoals basisvoorzieningen binnen 10 minuten fietsen, draagt dit bij aan de woonkwaliteit van de Helmondse inwoners.
Verder dragen nieuwe woningen bij aan het terugdringen van het woningtekort, bieden meer opties voor doelgroepen die het lastig hebben en meer keuzevrijheid in woningtypen. Daarnaast maakt het doorstroming mogelijk. Ook zorgen meer inwoners voor meer draagvlak onder voorzieningen zoals horeca, winkels, sport- en cultuurvoorzieningen, waardoor het aanbod kan blijven voortbestaan en ook kan worden uitgebreid waar mogelijk. b. De ontwikkeling van Nieuw Brandevoort zorgt voor draagvlak voor de bestaande voorzieningen in Brandevoort en draagt daarmee bij aan de instandhouding van voorzieningen en de mogelijke uitbreiding daarvan. De nieuwe woningen maken het aanbod van de wijk Brandevoort diverser waardoor ook voor bestaande inwoners meer opties in woningtypen ontstaan en doorstromingsmogelijkheden ook toenemen. De ontwikkeling van woningbouw en de inrichting van het gebied aan de noordzijde van het station draagt ook bij aan de beleving en sociale veiligheid van dit gebied. De ambitie en kaders voor Nieuw Brandevoort worden uitgewerkt in een visie waarbij aansluiting wordt gezocht qua infrastructuur, groenstructuur, maar ook in recreatief opzicht en qua opbouw van woningdichtheid en bouwhoogte. En ook zijn er op termijn meer inwoners die gebruik kunnen maken van de trein en daarmee ontstaan ook kansen om de frequentie van de treinen in de toekomst mogelijk te verhogen. c.
Voor de monitoring gebruiken we onze reguliere monitoring met de Telos Duurzaamheidsbalans (Tilburg University) waarmee de vooruitgang op sociaal, ecologisch en economisch kapitaal wordt gevolgd. Daarnaast is de Kennisagenda Helmond ontwikkeld met daarin de monitor Vinger aan de Pols waarmee we elk kwartaal een zo actueel mogelijk beeld schetsen van de staat van de stad.
10
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
20
Op pagina 14 Fractie: Helder Vraag: Er wordt gerekend met 15.000 extra woningen tot 2040. Welke aantallen zijn Helmond concreet opgenomen voor 2026-2029 in de begroting (per jaar)? En hoeveel vergunningen zijn nu al verleend of in procedure? Antwoord: In de begroting is opgenomen (p. 60) dat het doel is de woningvoorraad met 3.000 woningen uit te breiden in 2026-2029. Nr.
Technische vraag:
Ingediend 10-10
Gesteld door:
21
Op pagina 14. Fractie: Vraag: In de begroting worden verschillende indexeringen gebruikt, uiteenlopend van GroenLinks 2,2% tot 4,1%. (Pagina 14). Wij gaan ervan uit dat deze indexeringen ergens op gebaseerd zijn, maar blijkbaar niet op het algemene indexcijfer van het CBS. Kunt u dit toelichten? Antwoord: De Programmabegroting 2026-2029 is een verdere uitwerking van de Voorjaarsnota 2025. In de voorjaarsnota 2025 staat in paragraaf 3.4 op pagina 18 toegelicht hoe de indexeringen per categorie tot stand zijn gekomen. Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
22
Op pagina 15: “Een deel van onze financiële positie wordt beïnvloed door exploitatie-uitgaven en investeringen die we nu doen om de beoogde kwalitatieve schaalsprong te realiseren. (…) Hiervoor krijgen wij geen aparte financiële middelen.” Vraag: Wat is het totaal aan exploitatie-uitgaven en investeringen dat in de periode 2026–2029 aan de schaalsprong is toegerekend, en welk effect heeft dit op het begrotingssaldo op langere termijn? Antwoord:
Fractie: VVD
Voor het antwoord op deze vraag verwijzen we naar hoofdstuk 3, pagina 15 (Schaal- en kwaliteitssprong). Daar is onderstaande tabel opgenomen:
11
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
23
Op pagina 15 Fractie: VVD Vragen: a. In de begroting van vorig jaar werd vermeld dat de Investeringskalender Schaalsprong nog moest worden uitgewerkt. In de huidige begroting staat dat hieraan nog steeds wordt gewerkt. Waarom is deze investeringskalender in één jaar tijd nog niet uitgewerkt of aan de raad voorgelegd? b. In de begroting staat: “Wij zijn voornemens deze voor het einde van deze collegeperiode met uw raad te delen.” Kan het college toelichten welke projecten op dit moment nog buiten de investeringskalender en de begroting vallen, wat het financiële risico hiervan is voor de komende jaren, c. en hoe dit zich verhoudt tot de structurele financiële ruimte voor de volgende raad? d. In de begroting 2025–2028 was daarnaast € 50.000 opgenomen voor communicatie en inwonerparticipatie binnen de Schaalsprong. Klopt het dat deze in de huidige begroting is verdwenen en waarom? Antwoord: a. De investeringskalender is een complex geheel. Het gaat niet alleen om de ontwikkeling van woningbouw- en werklocaties, maar ook de daarmee samenhangende aanpassingen in het mobiliteitsysteem en de ontwikkeling van voorzieningen zoals scholen, sportvoorzieningen, parken. Dit vraagt onderzoek om vast te kunnen stellen wat nodig is en ook wanneer. Sommige investeringen overschrijden ook de gemeentegrenzen, bijvoorbeeld de energietransitie en netcongestie.
Ook de investeringskalender die wij komend voorjaar aan u voor willen leggen zal nog geen afgerond geheel zijn, het zal nog enkele jaren kosten om deze compleet te krijgen. Dit is niet anders dan het traject in andere gemeenten, ook Eindhoven is hier al meerdere jaren mee bezig. b. Zie antwoord a. Hier kunnen wij op dit moment dus nog geen nadere informatie over geven. c. Een (voorgenomen) investering raakt pas aan de structurele financiële ruimte voor de raad wanneer deze is opgenomen in een door de raad vastgestelde begroting of bestuursrapportage. Dat is dus nog niet aan de orde met de (voorgenomen) investeringen in de Investeringskalender Schaalsprong. d. In het overzicht van ombuigingen in 6.12 onder algemene dekkingsmiddelen in de programmabegroting is aangegeven dat het budget van de Schaalsprong met € 50.000 wordt verlaagd. Dat staat op pagina 212 van de programmabegroting. Dit is een verlaging op het gehele budget en is niet voor een specifiek onderdeel geoormerkt. De toelichting vindt u op pagina 121 van de programmabegroting.
12
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
24
Op pagina 15 Fractie: Helder Vraag: De schaalsprong vraagt jaarlijks circa € 5,4 mln aan intensiveringen. Hoe wordt Helmond dit bedrag verdeeld tussen woningbouw, mobiliteit, duurzaamheid en leefomgeving? En hoe worden de maatschappelijke baten voor inwoners inzichtelijk gemaakt? Antwoord: De huidige verdeling is als volgt: Woningbouw 2,8 miljoen Mobiliteit 1 miljoen Leefomgeving 1,6 miljoen Voor het inzichtelijk maken van de maatschappelijke baten voor inwoners maken we gebruik van onze monitoring via de Telos Duurzaamheidsbalans (Tilburg University) waarmee de vooruitgang op sociaal, ecologisch en economisch kapitaal wordt gevolgd. Daarnaast is de Kennisagenda Helmond ontwikkeld met daarin de monitor Vinger aan de Pols waarmee we elk kwartaal een zo actueel mogelijk beeld schetsen van de staat van de stad. Overigens is dit een tussenstand, in de Investeringskalender Schaalsprong zullen wij met een bijgestelde prognose komen.
13
*Budgettair kader en financiële ontwikkelingen* - grondslagen
begroting Pagina 16 Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
25
Op pagina 16 Fractie: Lokaal De begroting rekent met een omslagrente van circa 1%. sterk Vraag: Wat is het effect op het begrotingssaldo als de marktrente met 0,5 of 1 procentpunt stijgt? Antwoord: In de paragraaf financiering gaan we in op de verwachte financieringsbehoefte, deze wordt voor 2026 gesteld op 100 miljoen. Voor de bepaling van de rentelasten wordt uitgegaan van actuele rentetarieven, de 3maands Euribor (korte termijn) en 10jaars staatsopbligaties (lange termijn). Wanneer deze percentages in de praktijk 0,5 of 1 procentpunt hoger uitvallen en we daadwerkelijk 100 miljoen moeten lenen, blijven we nog steeds binnen de marge om een renteomslagpercentage van 1% toe te passen. We mogen in de begroting namelijk met 0,5 afwijken van het gehanteerde percentage. Deze renteomslag wordt toegerekend aan onze grondexploitaties en investeringen op de balans. Een afwijkend percentage heeft dus een effect op onze investeringsruimte.
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
26
Op pagina 16 Fractie: Lokaal De gemeentelijke indexering bedraagt 2,2%, terwijl de feitelijke kostenstijging hoger sterk ligt. Vraag: Hoe groot is het financiële risico dat hierdoor ontstaat, bijvoorbeeld bij de Gemeenschappelijke Regelingen en bouwprojecten in onze stad? Antwoord: In de begroting 2026 is al rekening gehouden met de bijdragen die we verstrekken aan de gemeenschappelijke regelingen (GR-en). Daarbij geldt voor de 4 grote GR-en overigens dat de budgetten waaruit de bijdragen die wij hen verstrekken, geïndexeerd worden met de door hen zelf berekende en gehanteerde indexpercentages. Voor onze investeringsprojecten geldt dat we bij het opstellen van de begroting 2026 de uitgaven reëel gepland hebben volgens de verwachte kostenontwikkeling van die projecten.
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
27
Op pagina 16 Fractie: Helder Vraag: De indexatie voor belastingen en heffingen bedraagt 2,7%, maar de totale Helmond woonlasten stijgen met 4,1%. Kunt u inzichtelijk maken welke groepen inwoners het meest worden geraakt en welke maatregelen worden genomen om kwetsbare inwoners te ontzien? Antwoord: De totale stijging van 4,1% wordt veroorzaakt door een combinatie van factoren, waaronder de indexatie van tarieven (2,7%) en hogere kosten binnen de afval- en rioolheffing. De stijging is daarmee niet voor alle huishoudens gelijk: het effect hangt af van het type woning, verbruik en huishoudsamenstelling. Kwetsbare inwoners worden zoveel mogelijk ontzien via bestaande regelingen, zoals de gemeentelijke minimaregelingen en kwijtschelding van belastingen voor inwoners met een laag inkomen.
14
*Budgettair kader en financiële ontwikkelingen* - budgettair kader Pagina 17-18 Nr.
Technische vraag:
Ingediend 10-10
28
Op pagina 17 en 33 Vraag: De tabel 'Budgettair beeld' op pagina 17 presenteert de post "Realiseren ombuigingen 2026-2029" met de volgende bedragen (in duizenden euro's): € 13.507 (2026), € 18.513 (2027), € 18.540 (2028), en € 18.540 (2029). De tabel 'Ombuigingen per begrotingsthema en -programma' op pagina 33 presenteert de totalen als volgt: € 13.509 (2026), € 15.759 (2027), € 18.534 (2028), en € 18.513 (2029).
Gesteld door: Fractie: GroenLinks
Wat verklaart het grote verschil (bijna 2,8 miljoen euro) tussen beide bedragen voor 2027? Antwoord: In 2027 zijn de te realiseren ombuigingen 18,5 miljoen (pagina 17). De voorgestelde ombuigingen voor 2027 bedragen 15,8 miljoen (pagina 33). Het verschil is 2,8 miljoen. In de tabel “Budgettair kader” op pagina 17 is de regel “Ingroei ombuigingsopgave vanaf 2027” opgenomen voor een bedrag van € 2,8 miljoen. Dit houdt in dat de volledige structurele taakstelling in dat jaar nog niet wordt gerealiseerd. Om te voorkomen dat er in 2027 aanvullende bezuinigingen moeten worden doorgevoerd die direct impact hebben op inwoners en voorzieningen, is ervoor gekozen dit tijdelijk op te vangen met incidentele middelen. Vanaf 2028 is de taakstelling structureel ingevuld en is de begroting structureel in evenwicht. Daarmee wordt de continuïteit van gemeentelijke taken geborgd, terwijl onnodige incidentele maatregelen in 2027 worden voorkomen.
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
29
Op pagina 17 Fractie: Helder Vraag: De saldi laten in 2026 exact € 0 mln en in 2027 € 980.000 positief resultaat Helmond zien. Welke foutmarge (in € en %) hanteert het college in de raming? En wat gebeurt er als de realisatie 1% tegenvalt? Antwoord: Een begroting is altijd een raming. Van elk onderwerp is een doorrekening gemaakt wat de verwachte baten en lasten zijn. Om tot voorliggende begroting te komen zijn de BBV-regels gehanteerd. Er wordt hierbij op voorhand geen rekening gehouden met een foutmarge. Het kan altijd zijn dat de realisatie tegenvalt of meevalt om verschillende redenen. Als de realisatie tegenvalt sturen we bij en passen we de begroting aan in de bestuursrapportages (via uw raad).
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
30
Op pagina 17 Fractie: staat dat de begroting in 2026 en 2027 sluitend wordt gemaakt met incidentele Samen 0492 middelen. Vraag: Welke middelen zijn dit precies, en wat gebeurt er als deze middelen in 2028 en 2029 niet meer beschikbaar zijn? Antwoord: Dit zijn de vrijval van diverse bestemmingsreserves, het voordeel door lagere dan verwachte rentelasten en de vrije ruimte in het kapitaallastenbudget 2026. Een toelichting hierop leest u op pagina 21 van de begroting. In 2028 en 2029 is er geen sprake van een tekort (we hebben dan een structureel sluitende begroting) dat we moeten afdekken. Er zijn in die jaren dus geen incidentele middelen nodig.
15
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
31
Op pagina 17 Fractie: Lokaal In de begroting wordt aangegeven dat Helmond vanaf 2028 structureel in evenwicht is. sterk Vraag: Hoe ziet het structurele saldo eruit wanneer de aangekondigde kortingen op het gemeentefonds vanaf 2028 worden verwerkt? Antwoord Het structurele saldo in de begroting 2026 is, conform ons beleid, berekend op de actuele, financiële ontwikkelingen zoals die in de meicirculaire 2025 zijn gepubliceerd. Hierin is ook al rekening gehouden met de aanvullende kortingen voor de jeugdzorg vanaf 2028, zijnde de indexatie van de opbrengst van de besparingen uit de Hervormingsagenda en de aanvullende besparingen die gedekt zouden moeten worden uit de eigen bijdrage jeugdzorg en het sturen op trajectduur. In de tabel op pagina 20 van de begroting staan deze kortingen vermeld. Daarbij hebben we de laatste twee, naar advies van de VNG en standpunt toezichthouder, budgettair neutraal verwerkt. Oftewel, we verwachten dat er vanuit het Rijk wetgeving komt die ons als gemeente in staat stelt om de kortingen te compenseren zij het via extra opbrengsten dan wel een vermindering van kosten.
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
32
Op pagina 17 Fractie: Lokaal Vraag: Voor welke doelen waren de vrijgevallen bestemmingsreserves oorspronkelijk sterk bedoeld en kunnen hierdoor bepaalde beleidsdoelen of projecten niet meer of slechts deels worden uitgevoerd? Zo ja, om welke specifieke beleidsdoelen of projecten gaat het dan precies? Antwoord De reserves zijn voor een bepaald doel ingesteld met een tijdslimiet. De afgelopen jaren zijn er onttrekkingen voorgesteld aan uw raad, zodat deze doelen bereikt kunnen worden. Bij instelling van de reserve is een globale inschatting gemaakt van de kosten, maar nog niet geconcretiseerd. In de meeste gevallen is het zo, dat er geen concrete plannen meer zijn voor het betreffende doel. Enkele voorbeelden: De reserve corona is voor de crisis-en herstelnota ingesteld voor een bedrag van 11,7 miljoen voor 2021-2024.Voor ruim € 1 miljoen zijn geen bestedingsplannen ingediend. De grootste is Perspectief voor Jongeren, zie ook de toelichting in de jaarrekening 2024 op pagina 21 en 22. Voor bijvoorbeeld de reserve regionale samenwerkingen is het doel geweest om snel in te kunnen spelen op regionale kansen, maar in de praktijk is hier weinig gebruik van gemaakt en worden deze middelen op het moment vastgehouden. Daarnaast is de looptijd van een aantal reserves verlopen. Bij concrete wensen kunnen nieuwe plannen integraal afgewogen worden door uw raad.
16
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
33
Op pagina 17-18, 19-30 ( §3.3–3.6) en Bijlage 6.4 (p.198-.203). Fractie: VVD Specifiek: vrijval bestemmingsreserves €3,244 mln; voordeel rentelasten €1,050 mln; ruimte/voordeel kapitaallasten €1,645 mln. Vraag: Incidentele sluiting 2026–2027: kunt u per post uitsplitsen welke bestemmingsreserves vrijvallen (€3,244 mln) en welke rente-/kapitaallasten-voordelen (€1,050 mln resp. €1,645 mln) het saldo dragen, en aangeven of/wanneer deze ruimte wegvalt? Antwoord: Zoals op pagina 21 genoemd vallen de volgende reserves (gedeeltelijk) vrij voor een bedrag van 3,2 miljoen: Reserve versnellingsagenda duurzaamheid; Reserve organisatieontwikkeling; Reserve regionale samenwerkingen; Reserve saldo begroting 2020; Reserve corona; Reserve automatisering algemeen; Daarbovenop een incidenteel voordeel van 1,05 rentelasten en 1,645 op het kapitaallastenplafond. Al deze middelen vallen vrij. Een gedeelte hiervan wordt ingezet voor het begrotingssaldo en het restant wordt toegevoegd aan de algemene reserve.
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
34
Op pagina 17 Vraag: In 2026 wordt € 3,224 mln aan vrijval reserves en € 1,050 mln rentevoordeel ingezet om de begroting sluitend te maken. Welke structurele lasten staan hier tegenover? En hoeveel van dit bedrag vervalt al in 2027? Antwoord: Hier staan geen structurele lasten tegenover.
Fractie: Helder Helmond
Nr.
Gesteld door:
Technische vraag:
35
Op pagina 17 Fractie: VVD ( §3.2–3.4 Budgettair beeld; tabel ‘Besteding beschikbare ruimte’, (‘Ingroei ombuigingsopgave vanaf 2027’ – €2,754 mln). Vraag: Waarom wordt in 2027 €2,754 mln “ingroei ombuigingsopgave” geboekt, en welke maatregelen vormen dit bedrag? Graag maatregel-, realisatie- en risicooverzicht. Antwoord: In 2027 is een bedrag van € 2,754 miljoen opgenomen als ingroei ombuigingsopgave. Dit houdt in dat de volledige structurele taakstelling in dat jaar nog niet wordt gerealiseerd. Om te voorkomen dat er in 2027 aanvullende bezuinigingen moeten worden doorgevoerd die direct impact hebben op inwoners en voorzieningen, is ervoor gekozen dit tijdelijk op te vangen met incidentele middelen. Vanaf 2028 is de taakstelling structureel ingevuld en is de begroting structureel in evenwicht. Daarmee wordt de continuïteit van gemeentelijke taken geborgd, terwijl onnodige incidentele maatregelen in 2027 worden voorkomen.
17
*Budgettair kader en financiële ontwikkelingen* - beschikbare
ruimte
Pagina 19-22 Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
36
Op pagina 20, 48 Fractie: Lokaal Vragen: sterk a. Hoe is het financiële effect van de landelijke Hervormingsagenda Jeugd concreet verwerkt in de meerjarenraming? b. Zijn er scenario’s doorgerekend voor verschillende uitkomsten? Antwoord Het financiële effect van de landelijke hervormingsagenda is verwerkt conform de landelijk gehanteerde uitgangspunten met daarbij de mogelijke besparingsmogelijkheden (inzet POH) of extra baten (invoering eigen bijdrage). Nr.
Technische vraag:
Ingediend 10-10
Gesteld door:
37
Op pagina 21 Fractie: Vraag: Lezen wij de begroting goed (pagina 21) dat in het Sociaal Domein ruim 3 mio GroenLinks gedekt wordt met incidenteel geld (vrijval diverse bestemmingsreserves) of is dit structurele vrijval omdat we deze bestemmingsreserves niet meer gaan gebruiken voor de oorspronkelijke doelen waarvoor ze bestemd waren? Antwoord: De incidentele vrijval van reserves en het sociaal domein staan los van elkaar. Pagina 19, 20 en de tabel bovenaan pagina 21 betreffen de beschikbare ruimte uit het gemeentefonds. Het vervolg van pagina 21 gaat over de Beschikbare ruimte “overig”. We hebben onze reserves getoetst aan het beleidskader van uw raad waarbij vooral beoordeeld is in hoeverre de gereserveerde middelen nog benodigd zijn voor de afgesproken doelen, met als resultaat dat € 3,2 miljoen kan vrijvallen. Deze vrijval wordt ingezet als dekking voor de begroting in 2026. Overigens worden resultaten in het sociaal domein in Helmond al jarenlang verrekend met de egalisatiereserve Sociaal Domein. *Budgettair kader en financiële ontwikkelingen* - besteding
beschikbare ruimte Pagina 23-24 Nr.
Technische vraag:
Ingediend 10-10
38
Gesteld door:
Op pagina 24 Fractie: Vraag: Er is een investering opgenomen voor theaterstoelen van het Speelhuis. GroenLinks (Pagina 24) deze wordt gedekt door de reserve theater het Speelhuis. Moeten wij dit zo lezen dat vanaf 2027 het onderdeel Speelhuis een eigen paragraaf/hoofdstuk in de begroting heeft? Antwoord: Nee dit is niet het geval. Het Speelhuis vormt geen afzonderlijke hoofdstuk/paragraaf. De vermelding is apart opgenomen, omdat het strikt genomen een beleidsintensivering betreft. De investering in de stoelen maakt onderdeel uit van deze intensivering en is daarom separaat toegelicht. Deze investering wordt gedekt vanuit de egalisatiereserve van Het Speelhuis.
18
*Budgettair kader en financiële ontwikkelingen* - investeringen Pagina 25-29 Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
39
Op pagina 25 Fractie: Helder Vraag: Wat is de reden dat het vervangen van sportvelden wordt doorgeschoven naar Helmond 2028 en 2029? En om welke sportvelden gaat het? Antwoord: Voor de natuurgrasvelden op Sportpark De Beemd en Sportpark De Rijpel stond een toplaagrenovatie, drainage en een beregeningsinstallatie vervangen gepland. Gezien de ontwikkelplannen op Sportpark De Beemd is het op dit moment niet verstandig om de toplaag van deze velden te vervangen. Daarnaast blijkt uit de controle via het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) dat de velden voor beide sportparken nog van voldoende kwaliteit zijn, uiteraard blijven we de kwaliteit ten alle tijden monitoren. Het vervangen van de toplaag van een natuurgrasveld brengt bovendien een lange hersteltijd met zich mee, waardoor de betreffende vereniging het veld ongeveer een jaar niet kan gebruiken. Om die reden proberen we dergelijke ingrepen zo veel mogelijk te beperken of uit te stellen en pas te vervangen als het invloed heeft op de sportbeoefening. Nr.
Technische vraag:
Ingediend 10-10
40
Gesteld door:
Op pagina 26 Fractie: Vraag: Er is geld opgenomen voor de vervanging van sportvelden. Welke velden zijn GroenLinks dit en wordt hier zoals in het verleden afgesproken geen rubberen infill meer gebruikt? En wordt bij de vervanging ook gekeken naar de effecten van hittestress, klimaatadaptatie en gezondheid? Antwoord: Volgend jaar staat het vervangen van de toplaag van het kunstgrasveld op Sportpark De Rijpel op de planning. In 2019 is via Raadsvoorstel 35 besloten om bij de vervanging van kunstgrasvelden geen rubberen infill (SBR) meer toe te passen. In plaats daarvan worden alternatieve, milieuvriendelijkere materialen gebruikt. De keuze voor het type infill wordt per project gemaakt op basis van actuele inzichten, innovaties en sporttechnische eisen. Inmiddels wordt er geen gebruik meer gemaakt van microplastics. Het afgelopen jaar zijn op Sportpark De Braak en Sportpark Brandevoort mineraal (zand) ingestrooide velden gerealiseerd. Daarnaast blijven we, onder andere op het gebied van hittestress en klimaatadaptatie, de ontwikkelingen rondom de aanleg van kunstgrasvelden volgen.
19
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
41
Op pagina 26 Vraag: In de begroting staat “opwaarderen openbare verlichting”. Betekent dit dat de bestaande openbare verlichting wordt vervangen door nieuwe, duurzame en energiezuinige LED-verlichting? Slimme straatverlichting met sensoren dimt bij weinig beweging, wat echter ook kan leiden tot onveilige situaties doordat voorbijgangers niet goed kunnen zien of er iemand in de buurt staat. Wordt bij de plaatsing en afstelling van deze verlichting rekening gehouden met meldingen van inwoners over donkere of onveilige plekken, zodat energiebesparing niet ten koste gaat van het veiligheidsgevoel? En wordt er ook rekening gehouden in de begroting met extra budget voor de resultaten voor verlichting (conform advies burgerberaad) op donkere plekken of zoals binnen het Donkere Dagen Offensief?
Fractie: VVD
Antwoord: Ja, openbare verlichting is en wordt vervangen door LED verlichting. In Helmond dimt de openbare verlichting niet op basis van sensoren. De sensor kent maar 2 standen: aan bij beweging en uit als er geen beweging (meer) is. Als een sensor een klein beetje beweging detecteert gaat de verlichting aan. Dat signaal geeft de sensor ook door aan de sensoren die verderop in de straat staan. Op die manier wordt meteen de hele straat verlicht. Op deze manier gaat het energie besparen nooit ten koste van de kwaliteit van de openbare verlichting. Indien er meldingen bekend zijn wordt daar rekening mee gehouden, zover dat mogelijk is en binnen de kaders die zijn opgesteld. In de huidige begroting is op dit moment geen rekening gehouden met extra budget. Nr.
Technische vraag:
Ingediend 10-10
Gesteld door:
42
Op pagina 27 Fractie: Vraag: Er worden voor de jaren 2026 en 2027 behoorlijke investeringen opgenomen GroenLinks voor cultuur. Wij hebben bij de investering voor de Kunsthal aangegeven niet meer voor verrassingen te willen komen staan en in een vroeg stadium bij investeringen betrokken te willen worden. Graag duidelijkheid waarvoor deze 2 posten zijn opgenomen. Antwoord: De investering voor 2026 is bedoeld voor het ontwerpen van een brede accommodatie voor watersportverenigingen / strandpaviljoen (horeca) bij de recreatieplas Berkendonk. In 2027 zijn de investeringen bedoeld voor doelen uit de Cultuurvisie, met name “Ruimte voor de creatieve makers in Helmond: Werkplaatsen, ateliers, studio’s, presentatie Placemaking voor ontwikkeling van de stad Aandacht voor mbo, techniek en ambacht” (cultuurvisie Helmond pagina 18) Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
43
Op pagina 26 en inleiding pagina 4 Fractie: Helder Vraag: Welke omvang (in mln €) van de openstaande kredieten uit eerdere jaren wordt Helmond nu opgeschoond, en hoeveel % hiervan is langer dan 3 jaar onbenut gebleven? Antwoord: Hiervoor verwijzen we u naar de 2e BERAP 2025, hoofdstuk 5.6 en bijlage 2. Gebaseerd op het gevoteerde investeringskrediet in € wordt bij de 2e BERAP ’25 en de komende jaarrekening bijna de helft van de openstaande kredieten afgesloten (180 miljoen). 0,7% hiervan is de afgelopen 3 jaar onbenut gebleven.
20
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
44
Op pagina 26-27 Fractie: Helder Vraag: Het investeringsprogramma 2026-2029 bevat € 33,8 mln in 2026 en € 35,1 mln Helmond in 2027. Hoeveel van deze bedragen betreft vervanging (structureel noodzakelijk) en hoeveel nieuw beleid, uitgesplitst in mln € en %? Antwoord: In de tabel op pagina 26 (overzicht 1) zijn de vervangingsinvesteringen opgenomen, voor 2026 € 14,6 miljoen (43%) en voor 2027 € 16,6 miljoen (47%). In overzicht 2 op pagina 27 zijn de investeringen nieuw beleid opgenomen, voor 2026 € 19,2 miljoen (57%) en voor 2027 € 18,4 miljoen (53%). Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
45
Op pagina 28 Fractie: Helder Vraag: Voor regisserende en strategische grondaankopen is jaarlijks € 7,5 mln Helmond 2 opgenomen. Hoeveel m of ha grond vertegenwoordigt dit bij de huidige grondprijzen in Helmond? En welk % hiervan is risicodragend zonder vastgesteld exploitatieplan? Antwoord: Dat is heel sterk afhankelijk van de ligging van het gebied en de toekomstige plannen met het gebied. En of er wel of niet een woning of bedrijfsruimte op het aan te kopen gebied aanwezig is. Er is geen algemene prijs voor Helmond waar mee gerekend kan worden. Een aankoop wordt altijd onderbouwd met een taxatierapport en is in principe gebaseerd op de huidige marktwaarde. Bij niet doorgaan van de beoogde plannen kan de aankoop weer in de markt gezet worden tegen de waarde waarvoor die is gekocht. Afhankelijk van de reeds genomen besluitvorming over de toekomstige ontwikkeling kan het zijn dat bij de taxatie rekening wordt gehouden met de toekomstige ontwikkeling. Alsdan wordt de taxatie bij grotere plangebieden veelal gebaseerd op de complexwaarde (= gemiddelde waarde). Bij het onverhoopt toch niet doorgaan van de beoogde plannen lopen we alsdan wel een mogelijk financieel risico. Dit risico kunnen we beheersen door terughoudend te zijn bij het aankopen als er nog te veel onduidelijk is.
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
46
Op pagina 28 Fractie: staat dat de gemeente strategische grondaankopen doet. Samen 0492 Vraag: Welke specifieke gronden zijn aangekocht, en wat is het doel van deze aankopen? Antwoord: In de nota grondbeleid 2024 is opgenomen dat vanaf 2025 jaarlijks een budget van € 2,5 miljoen beschikbaar is voor strategische verwervingen. Dit budget is bedoeld om slagvaardig te kunnen handelen als zich een kans voordoet op een willekeurig gebied in de stad. Dat hoeft dus geen gebied te zijn waar een grondexploitatie is beoogd (daarvoor is namelijk ook een jaarlijks budget van € 5 miljoen per jaar beschikbaar en dat noemen we regisserende verwervingen). Een eventuele strategische aankoop kan dus vanuit alle beleidsterreinen gedaan worden, bijvoorbeeld een specifiek gebouw waar veel overlast is. Als het budget niet wordt gebruikt komt het te vervallen en in het nieuwe jaar komt weer een nieuw budget beschikbaar. In 2025 zijn tot op heden nog geen strategische aankopen gedaan ten laste van het budget voor strategische verwervingen (€ 2,5 miljoen).
21
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
47
Op pagina 28, 30–32 Fractie: VVD §3.5 investeringen en kapitaallastenbudget Vraag: Kapitaallastenplafond: hoe verhoudt de geleidelijke ophoging zich tot de vrijval kapitaallasten 2026? Wat is de meerjarige bandbreedte bij +50bp rente en –10% vertraging in realisatie? Antwoord: 1. Voor een toelichting op het kapitaallastenbudget verwijzen we naar paragraaf 3.5, onderdeel kapitaallastenbudget. De geleidelijke ophoging is structureel nodig om de groei van de stad te ondersteunen voor de schaalsprong. De vrijval van kapitaallasten in 2026 is incidenteel en vloeit voort uit het realistisch plannen van lopende investeringen. 2. Voor een toelichting over het effect van de rente zie vraag 25. Vertraging in realisatie levert incidentele ruimte op, maar heeft geen effect op de meerjarige bandbreedte. De komende jaren zal er juist meer geïnvesteerd worden om de groei van de stad te ondersteunen. *Budgettair kader en financiële ontwikkelingen* - Meerjaren
overzicht Pagina 30 Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
48
Op pagina 30 Fractie: VVD §3.6 Meerjarenoverzicht en §6.4 reserves. Vraag: Wat is het pad naar volledig structurele sluiting in 2027 (zonder incidentele dekking)? Kunt u ook een herstelpad met concrete ombuigingen en tijdslijnen aanleveren? Antwoord: Er is geen afzonderlijk herstelpad richting 2027 nodig. De begroting laat in 2026 en 2027 nog een incidenteel sluitend beeld zien, maar is vanaf 2028 structureel in evenwicht. Daarmee voldoet de gemeente aan de eisen van structureel en reëel begroten. Een aanvullend ombuigingspad zou betekenen dat in 2027 extra maatregelen worden genomen terwijl vanaf 2028 structureel evenwicht al is bereikt. Dat achten wij niet wenselijk. Daarom is ervoor gekozen de tijdelijke afwijking incidenteel op te vangen, zonder inwoners en voorzieningen onnodig te belasten met extra bezuinigingen.
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
49
Op pagina 30 Fractie: VVD §3.6 en Bijlage 6.5 (overzicht reserves) p.200–203. Vraag: Er vindt een toevoeging aan de algemene reserve plaats in 2026 (€1,481 mln). Wat is de beleidsmatige ratio (weerstandscapaciteit, EMU) van deze storting? Antwoord: De ophoging van de algemene reserve heeft een positief effect op de weerstandscapaciteit en heeft geen effect op het EMU-saldo.
22
*Budgettair kader en financiële ontwikkelingen* - Hoofdpunten
weerstandsvermogen Pagina 31
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
50
Op pagina 31 Fractie: VVD “De ratio in deze begroting is met 1,59 hoger dan de meest recente ratio uit de jaarrekening 2024. De oorzaak is gelegen in een lagere risico-inschatting voor de prijsontwikkeling, doordat investeringen naar latere jaren doorschuiven.” Vraag: Hoeveel euro aan risico’s is door dit uitstel van investeringen buiten beschouwing gelaten, en wat zou de ratio weerstandsvermogen zijn als deze investeringen wel op de oorspronkelijke planning waren uitgevoerd? Antwoord: In hoofdstuk 5.2.4 wordt een verdiepende toelichting gegeven op de risico-inschattingen. De toelichting op pagina 31 uit de begroting houdt in dat het risico op prijsontwikkeling lager is ingeschat, van 14 miljoen naar 7 miljoen. De weerstandsratio zou dan uitkomen op 1,53. Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
51
Op pagina 31 staat dat het weerstandsvermogen in 2026 1,59 is en hoger dan in 2024. Vraag: Wat was de exacte ratio van het weerstandsvermogen in 2024? Graag een overzicht van de ratios voor 2022, 2023 en 2024 ter vergelijking. Antwoord: In de grafiek op dezelfde pagina ziet u de ratio’s voor deze jaren.
Fractie Samen 0492
Nr.
Gesteld door:
Technische vraag:
52
Op pagina 31 Fractie: Samen 0492 wordt de stijging van het weerstandsvermogen verklaard door "een lagere risicoinschatting voor de prijsontwikkeling, doordat investeringen naar latere jaren doorschuiven". Vraag: Welke specifieke investeringen zijn doorgeschoven? Antwoord: Het overzicht met doorgeschoven investeringen is te uitgebreid om hier op te nemen. Deze kunt u teruglezen in de 2e Berap 2025 in bijlage 1 op pagina 52 en 53. Daarnaast zijn er investeringen in het IVP doorgeschoven. Zie ook het antwoord op vraag 195.
23
*Budgettair kader en financiële ontwikkelingen* - Ombuigingen Pagina 32-33 Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
53
Op pagina 33 Fractie: staat dat de gemeente in 2026 €13,5 miljoen ombuigt, oplopend naar €18,5 miljoen in Samen 0492 2029. Vraag: Welke specifieke maatregelen zijn genomen om deze ombuigingen te realiseren, en wat zijn de maatschappelijke gevolgen? Antwoord: Het totaaloverzicht van alle ombuigingen kunt u vinden in 6.12, pagina 211 van de begroting. In de betreffende thema's worden alle ombuigingen tevens toegelicht, waar ook een link is gelegd met eventuele maatschappelijke gevolgen.
24
*Beleidsprogramma's* - Algemeen Pagina 35-36 Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
54
Op pagina 35 Fractie: Lokaal De begroting stelt dat Helmond de afgelopen tien jaar op alle vlakken is gegroeid, maar sterk economisch het snelst. Vragen: a. Op basis van welke indicatoren of cijfers is deze conclusie getrokken? b. En in hoeverre vertaalt die economische groei zich daadwerkelijk in een hogere brede welvaart voor inwoners en kleinere mkb ondernemers? Antwoord: a. Dit is de uitkomst van een landelijk gebruikte monitor van PON & Telos. Onder elke pijler (sociaal-cultureel, economisch, ecologisch) hangen verschillende thema's en per thema zijn er indicatoren. De scores van 2024 zijn afgezet tegen de eerdere scores, waaruit blijkt dat de economische pijler het sterkst is en het hardst groeit. b. De gedachte achter het model is dat de drie pijlers tezamen iets zeggen over de groei van brede welvaart. Alleen economische groei is daarvoor niet voldoende. We zien echter ook groei binnen de sociaal-culturele pijler en de ecologische pijler, zij het minder sterk als de economische groei. Met de strategische koers in de Voorjaarsnota 2025 is op basis van dit inzicht nadruk gelegd op een sterkere groei binnen de sociaal-culturele pijler. Hieronder vallen thema's als economische participatie, gezonde leefstijl, zorg, cultuur, onderwijs, veiligheid, wonen en woonomgeving.
*Beleidsprogramma's* - *Programma 1: Meedoen, rondkomen, vooruitkomen* Pagina 37-58 Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
55
Op pagina 37 Fractie: staat dat de gemeente inzet op het voorkomen van problemen in het sociaal domein. Samen 0492 Vraag: Welke concrete preventieve maatregelen zijn genomen, en hoe worden deze gemeten en geëvalueerd? Antwoord: Preventie binnen het sociaal domein wordt via meerdere meerjarenprogramma's, beleidsplannen en uitvoeringsactiviteiten vanuit de sociale basis ingevuld. Denk hierbij aan het meerjarenprogramma Jeugd, Preventie met Gezag, Kansrijke Start, Uitvoeringsplan Armoede en Schulden en Impactgedreven subsidiëren. Hierin staan zowel preventieve als curatieve interventies opgenomen. Monitoring en rapportering hiervan gebeurt via diverse invalshoeken en zijn in te zien via publicaties zoals Staat voor de Jeugd en de Kennisagenda gemeente Helmond.
25
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
56
Op pagina 37-57 en 204-206; inleiding pag 2 Fractie: VVD Vraag: Inleiding pag 2: “Er wordt gewerkt aan het verminderen van de sociale tweedeling en het verkleinen van de gezondheidsverschillen.” Later in het document, binnen Programma 1: Meedoen, rondkomen, vooruitkomen worden wel verschillende onderdelen genoemd, maar nergens is een evaluatie of concreet overzicht opgenomen. Er worden geen meetbare indicatoren of resultaten genoemd. Kan het college aangeven welke resultaten de afgelopen jaren zijn behaald en hoe deze worden verantwoord? Antwoord: Deze opgaven zijn complex en vragen een lange termijn aanpak vanuit verschillende aandachtsgebieden. Deze resultaten zijn ook niet altijd direct te relateren aan één of meerdere acties/interventies die volgen uit het gezondheidsbeleid. Middels de Monitor Kadernota Sociaal Domein (te vinden in de Kennisagenda) monitoren we de staat van de gezondheid van inwoners van Helmond, specifiek binnen het thema gezonde Stad. Deze monitor geeft een trend weer voor een aantal indicatoren voor gezondheidsverschillen in Helmond. Deze cijfers zijn gebaseerd op de meest recente onderzoeken van verschillende bronnen (RIVM, GGD gezondheidsmonitoren).Bij evaluatie van het gezondheidsbeleid, gebruiken we de data uit de kennisagenda van Helmond om doelen bij te stellen en te prioriteren. Resultaten vanuit 2025 zijn nog niet bekend. Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
57
Op pagina 37 e.v. Fractie: VVD Vraag: Helmond heeft relatief veel inwoners met een bijstandsuitkering (zoals ook wordt verwezen naar weetwaarjegemeentestaat.nl). Onderzoekt de gemeente ook of dit “doorloopt in families”, oftewel of er sprake is van een generatie-effect van bijstandsafhankelijkheid? Wat zijn de resultaten van dit onderzoek, of wanneer worden deze verwacht? Kan het college de uitkomsten (of de planning daarvan) met de raad delen? Antwoord: De gemeente Helmond onderzoekt niet het bestaan van een generatie-effect van bijstandsafhankelijkheid. Wel zet de gemeente zich in om generatiearmoede te doorbreken en te voorkomen dat kinderen later in een vergelijkbare situatie terechtkomen als hun ouders. Dit doen we onder andere door het ondersteunen van gezinnen met financiële problemen, versterken van onderwijs- en arbeidskansen en het programma Kansrijke Start.
*Zorg en Welzijn* Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
58
Op pagina 38 Fractie: Vraag: Bij de afronding van de inkoopprocedure voor de ‘Wmo-begeleiding DENK individueel’, in hoeverre wordt van aanbieders verlangd dat zij aantonen cultuursensitief te werken? Wordt dit meegenomen als toetsings- of selectiecriterium bij de gunning? Antwoord: Eind 2023 stelde ons college de inkoopstrategie Wmo 2025 vast, daarin vragen we onder meer zorgaanbieders expliciet om aandacht voor inclusie en diversiteit. Eind januari 2024 informeerden we uw raad hierover via de raadsinformatiebrief Inkoop Wmo 2025. Daarmee gaven we ook invulling aan de motie met betrekking tot cultuursensitiviteit. Inmiddels is cultureelsensitief werken in lijn hiermee expliciet onderdeel van de uitvoeringseisen aan alle aanbieders van Wmo Begeleiding Individueel.
26
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
59
Op pagina 38 Fractie: VVD Vraag: In de begroting wordt aangegeven dat in het eerste kwartaal van 2026 een nieuwe Visie Dakloosheid wordt gepresenteerd. Dit onderwerp is niet opgenomen of aangekondigd in het coalitieprogramma 2022–2026. Gezien de timing vlak voor de verkiezingen, zou het niet logischer zijn om deze visie door de nieuwe raad te laten vaststellen? Antwoord: Het rijk stelde het Nationaal actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2023-2030) vast. Daarin gaf ze centrumgemeenten de opdracht om samen met regiogemeenten een regioplan dak- en thuisloosheid op te stellen uitgaande van zes actielijnen en leidende principes (zie Nationaal Actieplan Dakloosheid | Eerst een thuis). Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
60
Op pagina 39 (tabel), 100, 212-213 Fractie: VVD §4 en Bijlage 6.11 ombuigingen – niet‑indexeren subsidies 2026 (programma 1 en 3) Vraag: Niet‑indexeren subsidies: Kunt u per instelling het effect op prestatieafspraken, reserves/weerbaarheid en continuïteitsrisico geven? Hoe borgt u het behoud van de kwaliteit bij cultuur/sport/jeugd? Antwoord: Het effect van het niet-indexeren verschilt per organisatie, afhankelijk van de omvang van de subsidie en de overige inkomstenbronnen. Een indexering is geen automatisch recht; subsidies worden jaarlijks binnen de totale begroting afgewogen. Daarbij geldt dat kostenstijgingen en een eventuele indexering nooit volledig met elkaar overeenkomen. Instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor een gezonde bedrijfsvoering, inclusief het opvangen van beperkte kostenstijgingen binnen hun begroting. Binnen het reguliere subsidieproces wordt aandacht besteed aan de continuïteit en financiële weerbaarheid van organisaties, zodat signalen over structurele risico’s tijdig kunnen worden besproken. De gemeente borgt de kwaliteit van voorzieningen op het gebied van cultuur, sport en jeugd door middel van afspraken in de beschikking, monitoring en periodiek overleg met de instellingen.