B2 ODZOB Aanbieding herziene ontwerpbegroting 2023 en ontwerpbegroting 2024 met meerjarenraming 2025-2027
Tekst van het document
Postbus 8035 5601 KA Eindhoven T: 088 369 03 69 I: www.odzob.nl
Aan: De leden van de gemeenteraden in Zuidoost-Brabant en de leden van provinciale staten Noord-Brabant.
uw kenmerk
uw bericht van
ons kenmerk
datum
Z-2023-002044/ D.2023-
15 maart 2023
040000 onderwerp
contactgegevens
Ontwerp herziene begroting 2023
:
k.vandaal@odzob.nl
Ontwerpbegroting 2024 met meerjarenraming
tel.
:
088 369 03 69
2025-2027 Geachte leden van de gemeenteraad, leden van provinciale staten, Bijgaand ontvangt u de ontwerp herziene begroting 2023 en de ontwerpbegroting 2024 met de meerjarenraming 2025-2027 van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). De gemeenteraden en provinciale staten worden in de gelegenheid gesteld om zienswijzen uit te brengen op beide begrotingen. Heeft u vragen? Neem dan deel aan één van de informatiebijeenkomsten. Op voorspraak van het algemeen bestuur organiseert de ODZOB een informatiebijeenkomst over de (financiële) stand van zaken bij de dienst. Deze fysieke bijeenkomst vindt plaats op 5 april aanstaande. Daarnaast organiseren de 4 regionale GR-en (MRE, GGD, VRBZO en ODZOB) een tweetal gezamenlijke informatiebijeenkomsten over de ontwerpbegroting 2024. Ook voor deze online bijeenkomsten, die plaatsvinden op 13 en 19 april 2023, bent u van harte uitgenodigd. Zienswijzen voor 15 juni indienen Wilt u zienswijzen uitbrengen? Dit kan tot uiterlijk 15 juni aanstaande door een e-mail te sturen naar j.lepair@odzob.nl. Deze termijn is, ten opzichte van eerdere jaren, met ruim 3 weken verruimd. Mochten er onverhoopt op een later moment zienswijzen aan ons worden voorgelegd, dan kunnen wij niet garanderen dat deze verwerkt worden in de op te stellen reactienota.
Het is de bedoeling dat het dagelijks bestuur van de ODZOB deze reactienota vaststelt in de vergadering van 6 juli 2023. De vastgestelde reactienota wordt meteen daarna naar alle gemeenteraden en provinciale staten verzonden. Dit vloeit voort uit recente wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Na het zomerreces, op 14 september 2023, worden de definitieve versies van de herziene begroting 2023 en de begroting 2024 aan het algemeen bestuur van de ODZOB ter besluitvorming voorgelegd.
pagina 1 van 5
Toelichting op de ontwerp herziene begroting 2023 en ontwerpbegroting 2024 Kaders en uitgangspunten In december 2022 stelde het algemeen bestuur van de ODZOB twee belangrijke documenten vast; de kaderbrief 2024 en het financieel perspectief 2023. Dit is anders dan te doen gebruikelijk. Aanleiding voor deze andere aanpak is dat de eerder vastgestelde begroting 2023 van de ODZOB gestoeld is op inmiddels volstrekt achterhaalde uitgangspunten. De inflatie die zich in 2022 ontwikkelde was de hoogste inflatie die ons land kende in het naoorlogse tijdperk. Deze inflatie was er mede debet aan dat de ODZOB in 2022 middelen uit de algemene reserve moest inzetten om de ontstane tekorten af te dekken. Het algemeen bestuur stemde in met het opstellen van een (compacte) ontwerp herziene begroting voor 2023, naast het opstellen van de ontwerpbegroting 2024. Beide begrotingsdocumenten worden ter zienswijze aan de gemeenteraden en provinciale staten aangeboden. Nieuwe Cao voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen Waar in december 2022 nog onduidelijkheid bestond over de gevolgen van de nieuwe, nog af te sluiten, Cao voor medewerkers van gemeenten en gemeenschappelijke regelingen, kwam eind februari 2023 het bericht naar buiten dat werkgevers en vakbonden een principeakkoord hebben bereikt.
De cijfermatige doorvertaling van dit akkoord maakt onderdeel uit van de beide begrotingsdocumenten. Als gevolg hiervan stijgen de gemiddelde uurtarieven voor 2023 en 2024 verder dan werd aangegeven in de kaderbrief 2024 en het financieel perspectief 2023. In deze documenten werd overigens al nadrukkelijk gewaarschuwd voor een verdere tariefstijging als gevolg van de nieuwe Cao. Het principeakkoord heeft een tweeledig gevolg; enerzijds betreft dit de hogere salariskosten en anderzijds gaat het om een stijging in het aantal niet-werkbare dagen. Vanaf 2023 betreft het één extra bovenwettelijke verlofdag; hierdoor komt de declarabiliteitsnorm voor 2023 uit op 1.313 uur per fte. Vanaf 2024 komt daar één extra feestdag (5 mei) bij. Gevolg hiervan is dat de declarabiliteit in 2024 nog iets verder afneemt, namelijk tot 1.306 uur per fte. Ontwerp herziene begroting 2023 De opgestelde ontwerp herziene begroting 2023 is een compact document waarin enkel de onderdelen worden toegelicht die wijzigen als gevolg van het vastgestelde financieel perspectief 2023. Hierbij gaat het om het ziekteverzuim, de declarabiliteitsnorm en het gemiddeld uurtarief. Het aantal declarabele uren is ten opzichte van de eerder vastgestelde begroting 2023 niet gewijzigd. Het betreft 245.000 uren voor 2023.
De declarabiliteitsnorm ligt, als gevolg van het verwachte hogere ziekteverzuim en het bereikte Cao-akkoord, op 1.313 uur per fte. Daarnaast wordt ingegaan op het versterken van de reservepositie van de ODZOB. Het voorlopige resultaat over 2022 is zodanig dat er een bedrag van circa € 530.000 resteert in de algemene reserve. Om te komen tot het vastgestelde minimum van € 1,2 miljoen is er een eenmalige storting van € 670.000 nodig. Op basis van de voorlopige cijfers over 2022 is in de herziene begroting 2023 gepresenteerd waar de eenmalige bijdrage per deelnemer op uitkomt. Nadat de jaarstukken 2022 definitief zijn vastgesteld kan het definitieve overzicht met de benodigde eenmalige bijdragen worden opgesteld. Besluitvorming over de daadwerkelijke versterking van de reservepositie vindt plaats bij het vaststellen van de herziene begroting 2023 (de AB-vergadering van 14 september 2023).
pagina 2 van 5
Ontwerpbegroting 2024 Zoals te doen gebruikelijk is de ontwerpbegroting gebaseerd op de meest recente werkprogramma’s. Vervolgens is, in afstemming met onze deelnemers, in beeld gebracht welke ontwikkelingen er worden verwacht die impact hebben op de programmering voor 2024. Hierbij gaat het onder andere om de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging bouwen en de bevoegdheidsverschuiving van de bodemtaken (van provincie naar gemeenten). Daarnaast neemt het omzetvolume toe wegens werkzaamheden wegens sloopmeldingen/asbestsaneringen en meldingen gesloten bodemenergiesystemen. Het geraamd aantal declarabele uren voor 2024 komt uit 249.000. De declarabiliteitsnorm ligt, als gevolg van de Cao-ontwikkelingen, iets lager dan in 2023 en komt uit op 1.306 uur per fte. Zoals toegelicht in de Bestuursrapportage 2022 kende de ODZOB in 2022 een hoog ziekteverzuim; dit kwam in 2022 uiteindelijk op een gemiddelde van ruim 8% uit. In het najaar van 2022 zijn acties opgestart om dit verzuim zoveel als mogelijk te beteugelen. Mede hierdoor daalde het ziekteverzuim in de eerste maanden van 2023 naar ruim 7%. Tijdens de informatiebijeenkomsten wordt hier nader op ingegaan. In de loop van 2023 komt er duidelijkheid over de toekomst van Samen Sterk in Brabant (SSiB). Onder regie van de ODBN is er een toekomstvisie opgesteld die reikt tot aan 2030.
In de loop van 2023 vindt besluitvorming hierover plaats in ieder algemeen bestuur van de Brabantse omgevingsdiensten. De huidige bekostiging loopt door tot en met 2024. Dit geldt ook voor de beschikbaar gestelde middelen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Na 2025 vervalt deze incidentele deelnemersbijdrage. Fitte organisatie Zoals toegelicht in de paragraaf Bedrijfsvoering is het uitgangspunt voor de ODZOB een fitte organisatie, waarbij fit zowel betrekking heeft op de gezondheid van onze medewerkers als op die van de ODZOB. Mede door het hoge ziekteverzuim in 2022 is de fitheid van de ODZOB verder onder druk komen te staan. Vandaar dat in 2023 en 2024 vooral de aandacht gericht is op het weer fit krijgen van de ODZOB. Dit gaat niet vanzelf. Vandaar dat voor 2023 en 2024 een tariefsverhoging is voorzien. In de jaren daarna moet er voortdurende aandacht zijn om een fitte organisatie te blijven. Op dit moment kan niet worden uitgesloten dat de noodzakelijke blijvende aandacht voor een fitte organisatie permanente maatregelen vergt. Dit wordt de komende jaren duidelijk en zal zo nodig een passende plaats krijgen in de volgend jaar op te stellen ontwerpbegroting 2025. Tariefontwikkeling In de kaderbrief 2024 en het financieel perspectief 2023 werd de tariefontwikkeling geschetst exclusief de gevolgen van de nieuwe Cao die van toepassing is op de ODZOB.
Op basis van het bereikte principeakkoord is in beeld gebracht met welke aanvullende kosten rekening gehouden moet worden en wat hiervan het effect is op de tariefontwikkeling.
pagina 3 van 5
In het financieel perspectief 2023 is het volgende beeld gepresenteerd over de tariefontwikkeling: Ontwikkeling
Structureel
Vastgesteld gemiddeld uurtarief begroting 2023
Tijdelijk
€ 102,50
Doorwerking bijgestelde indexering uit 2022
€ 4,12
Bijgestelde indexering 2023
€ 1,94
Lagere declarabiliteit: 1.320 uur/fte
€ 2,05
Voorlopig gemiddeld uurtarief 2023
€ 108,56
€ 2,05
Voortschrijdend inzicht (in de herziene begroting 2023) toont de volgende tariefopbouw: Ontwikkeling
Structureel
Voorlopig gemiddeld uurtarief 2023
Tijdelijk
€ 108,56
Principeakkoord nieuwe Cao voor 2023
€ 2,05
€ 3,60
Maatregelen beteugelen ziekteverzuim (fitte organisatie) Gemiddeld uurtarief herziene begroting 2023
€ 0,95 € 112,16
€ 3,00
De tariefontwikkeling voor 2024 is als volgt: Ontwikkeling
Structureel
Gemiddeld uurtarief herziene begroting 2023
Tijdelijk
€ 112,16
Loonontwikkeling uit de MEV 2023 (2,2%)
€ 2,45
Prijsontwikkeling uit de MEV (2,0%)
€ 2,17
Nieuwe Cao: extra feestdag vanaf 2024
€ 0,74
Gemiddeld uurtarief begroting 2024
€ 117,52
€ 3,00
€ 3,00
Er zijn (tijdelijk) middelen nodig om weer een fitte organisatie te worden, dit leidt tot een tariefstijging van € 0,95. Dit als aanvulling op de compensatie wegens de lagere declarabiliteit (dit is het effect van het hoger ziekteverzuim op het uurtarief: € 2,05). Als gevolg hiervan bevat het gemiddeld uurtarief in de begroting 2024 een tijdelijke component van € 3,00 per uur. Weerstandsvermogen en risicomanagement In beide begrotingen wordt, zoals gebruikelijk, aandacht besteed aan de risico’s die de ODZOB loopt, de mogelijke impact daarvan en de mate waarin de ODZOB beschikt over een financiële buffer om eventuele risico’s het hoofd te kunnen bieden. De geactualiseerde risico-inventarisatie toont dat de risico’s met de grootste potentiele impact een verwachtingswaarde kennen van ruim € 1,3 miljoen. Dit sluit aan bij de voor 2023 bestuurlijk vastgestelde streefwaarde van de algemene reserve, die uitkomt op een bandbreedte van € 1,2 tot € 1,5 miljoen. Mede als gevolg van het negatieve resultaat over 2022 is de hoogte van de algemene reserve per ultimo 2022 gedaald tot € 530.000. In december 2022 nam het algemeen bestuur van de ODZOB een principebesluit over het versterken van de algemene reserve tot de minimumwaarde van € 1,2 miljoen.
pagina 4 van 5
Vandaar dat in de herziene begroting 2023 is uiteengezet wat de eenmalige extra bijdrage per deelnemer is die nodig is om de algemene reserve tot het minimumniveau te verhogen. Meer informatie of vragen Mocht u naar aanleiding van deze brief nog vragen of opmerkingen hebben, dan kunt u contact met ons opnemen via het bovengenoemde telefoonnummer of e-mailadres. Op www.odzob.nl/raadsleden en www.odzob.nl/statenleden vindt u meer informatie over ons dagelijkse werk aan een gezonde en veilige leefomgeving in Zuidoost-Brabant. Bij vragen van financieel-technische aard verzoeken wij u vriendelijk doch dringend deze zo snel mogelijk bij ons kenbaar te maken. Samen met de (ambtelijke) contactpersoon van uw organisatie zullen we eventuele vragen van een passend antwoord voorzien. Wij verwachten dat dit de bestuurlijke beraadslaging ten goede zal komen. Met vriendelijke groet, Het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant,
J.C.J. van Bree
M. van Dort
voorzitter
secretaris
Bijlagen: •
Ontwerp herziene begroting 2023
•
Ontwerpbegroting 2024 met meerjarenraming 2025-2027
In afschrift aan: •
Colleges van Burgemeester & Wethouders gemeenten Zuidoost-Brabant/ Gedeputeerde Staten provincie Noord-Brabant
•
AB-leden
•
GPO-leden
pagina 5 van 5
HERZIENE BEGROTING 2023 Versie 14 maart 2023
Herziene begroting 2023 Versie 14 maart 2023
In opdracht van
Dagelijks Bestuur Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven
Auteur
Kees van Daal
Datum
14 maart 2023
Status
Vastgesteld door dagelijks bestuur
Herziene begroting 2023
2
Inhoudsopgave
1
INLEIDING ................................................................................................................................................. 4
2
PARAGRAFEN ............................................................................................................................................ 5
3
4
2.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing .............................................................................................. 5
2.2
Bedrijfsvoering.......................................................................................................................................... 6
FINANCIELE BEGROTING ........................................................................................................................... 7 3.1
Overzicht van baten en lasten .................................................................................................................. 7
3.2
Toelichting op het overzicht van baten en lasten ..................................................................................... 7
3.3
Opbouw gemiddeld uurtarief ................................................................................................................... 9
3.4
Verloop reserves ..................................................................................................................................... 11
3.5
Versterken reservepositie ....................................................................................................................... 11
BIJLAGEN ................................................................................................................................................ 13 4.1
Specificatie bijdrage per deelnemer ....................................................................................................... 13
4.2
Overzicht baten en lasten (exploitatie) .................................................................................................. 14
4.3
Risico-inventarisatie ............................................................................................................................... 15
Herziene begroting 2023
3
1
INLEIDING
Voor u ligt de herziene begroting 2023 van de ODZOB. Deze begroting is gebaseerd op de uitgangspunten uit het financieel perspectief 2023 zoals dit in december 2022 door het algemeen bestuur werd vastgesteld. Deze herziene begroting voor 2023 is compact van opzet. Anders dan bij een reguliere begroting het geval is, wordt nu enkel ingegaan op de gevolgen van de loon- en prijsontwikkelingen en de neerwaarts bijgestelde declarabiliteit als gevolg van de herijkte ziekteverzuimprognose. Dat betekent dat in deze herziene begroting 2023 niet wordt ingegaan op: •
De beleidsbegroting
•
Het programmaplan
•
De paragrafen financiering en verbonden partijen
•
De prognosticeerde balans
•
De meerjarenraming 2024-2026
Op 22 februari 2023 werd bekend dat de werkgevers en vakbonden van gemeenten en gemeenschappelijke regelingen een principeakkoord hebben bereikt over een nieuwe Cao voor 2023. De financiële gevolgen van dit principeakkoord zijn verwerkt in de voorliggende herziene begroting 2023.
Herziene begroting 2023
4
2
PARAGRAFEN
Aangezien de herziene begroting 2023 vooral ingaat op financiële ontwikkelingen is het van belang om in te gaan op de ontwikkeling van het weerstandsvermogen en op actuele ontwikkelingen in de bedrijfsvoering. Voor de andere paragrafen geldt dat de impact van de herziening beperkt van omvang is. Vandaar dat daar niet verder op wordt ingegaan. 2.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Om adequaat en effectief te kunnen reageren op onvoorziene situaties met een onbekende impact dient de ODZOB te beschikken over een financiële buffer. Hierdoor kan de ODZOB risico’s opvangen zonder dat dit leidt tot een extra financiële bijdrage van de deelnemers. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de ODZOB kan beschikken om onvoorziene kosten te dekken; dit betreft de algemene reserve. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de ODZOB loopt. Om het weerstandsvermogen te kunnen duiden is inzicht nodig in de aard en omvang van risico’s en in de beschikbare weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen komt tot uitdrukking in de verhouding (ratio) tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit.
𝑅𝑎𝑡𝑖𝑜 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑣𝑒𝑟𝑚𝑜𝑔𝑒𝑛 =
𝐵𝑒𝑠𝑐ℎ𝑖𝑘𝑏𝑎𝑟𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡 𝐵𝑒𝑛𝑜𝑑𝑖𝑔𝑑𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡
Indien deze ratio kleiner is dan 1, betekent dit dat de potentiële impact van de geïnventariseerde risico’s groter is dan de beschikbare weerstandscapaciteit. Het deel dat de ODZOB niet zelfstandig kan afdekken dient door de deelnemers in hun eigen weerstandsvermogen te worden afgedekt. De algemene reserve bedraagt, rekening houdend met het voorlopige resultaat over 2022, ultimo 2022 € 0,53 miljoen. Hierdoor is de omvang van de algemene reserve niet meer in overeenstemming met de regionale richtlijn én onvoldoende groot om gekwantificeerde risico’s af te kunnen dekken. De meest recente risico-inventarisatie is opgenomen in bijlage 4.3. De risico’s met de hoogste potentiële impact kennen een verwachtingswaarde van circa € 1,30 miljoen en de risico’s met een minder grote impact hebben een totale verwachtingswaarde van circa € 0,52 miljoen. In 4GR-verband is, omwille van de eenvoud, afgesproken dat de streefwaarde van de algemene reserve wordt gebaseerd op het totaal van de baten in de begroting. In het geval van de ODZOB betekent dit, uitgaande van een batentotaal tussen de €20 miljoen en €30 miljoen, dat de streefwaarde van de algemene reserve ligt tussen de €1,2 miljoen en €1,5 miljoen. Om de algemene reserve aan te vullen tot de minimumwaarde van € 1,2 miljoen is een éénmalige storting van ruim € 0,67 miljoen nodig. De weerstandsratio komt ultimo 2022 uit op circa 0,41.
Indien de algemene reserve wordt aangevuld tot een bedrag van € 1,2 miljoen, stijgt de weerstandsratio (per ultimo 2023) naar 0,93.
Herziene begroting 2023
5
2.2
Bedrijfsvoering
Fitte organisatie Een fitte organisatie is in staat om de juiste doelen vast te stellen in verbinding met zijn omgeving. Deze organisatie weet zich aan te passen aan veranderingen en aan toekomstige behoeften. Dit kan alleen in een klimaat waarin mensen zich kunnen ontwikkelen, verantwoording mogen nemen en voldoening scheppen in hun werk. Een fitte organisatie draait dus om voldoende én de juiste mensen op de juiste plek die met elkaar de processen zodanig kunnen vormgeven dat ze in staat zijn zich op een comfortabele manier aan te passen aan complexe opgaven van de toekomst. Fit heeft hierbij zowel betrekking op wendbaarheid als op conditie. Vitale en wendbare medewerkers zijn van belang om toekomstige uitdagingen het hoofd te kunnen bieden. De ODZOB wil graag een fitte organisatie zijn, maar dit gaat niet vanzelf. Om doelen te bereiken in een dynamische omgeving moet gewerkt worden aan een blijvend aanpassingsvermogen. Werken aan de fitheid van de ODZOB bestaat uit het investeren in het omgevingsbewustzijn van medewerkers, maar ook uit het trainen in meer systematisch denken en door te werken met data. Het betreft uiteraard ook het vermogen om in teamverband met collega’s, deelnemers en ketenpartners samen te werken. Mede door het hoge ziekteverzuim in 2022 is de fitheid van de ODZOB verder onder druk komen te staan.
Vandaar dat in 2023 en 2024 vooral de aandacht gericht is op het weer fit krijgen van de ODZOB. Dit gaat niet vanzelf. Vandaar dat voor 2023 en 2024 een tariefsverhoging is voorzien. In de jaren daarna moet er voortdurende aandacht zijn om een fitte organisatie te blijven. Op dit moment kan niet worden uitgesloten dat de noodzakelijke blijvende aandacht voor een fitte organisatie permanente maatregelen vergt. Dit wordt de komende jaren duidelijk en zal zo nodig een passende plaats krijgen in de volgend jaar op te stellen ontwerpbegroting 2025.
Herziene begroting 2023
6
3
FINANCIELE BEGROTING
3.1
Overzicht van baten en lasten
Overzicht van bat en en last en Baten
Begroting 2023 Lasten
Saldo
Baten
Herziening 2023 Lasten
23.502.763
16.486.683
7.016.081
26.403.901
18.800.193
23.502.763
16.486.683
7.016.081
26.403.901
18.800.193
7.603.707
- Basistaken
10.516.766
7.377.285
3.139.481
11.867.895
8.412.511
3.455.384
- Verzoektaken
12.985.997
9.109.397
3.876.600
14.536.006
10.387.683
4.148.323
2.097.749 25.600.512 0 0 0 0 25.600.512
1.619.081 18.105.764 0 7.484.748 10.000 0 25.600.512
478.667 7.494.748 0 -7.484.748 -10.000 0 0
2.356.691 28.760.592 669.226 0 0 0 29.429.818
1.837.933 20.638.127 0 8.112.465 10.000 0 28.760.592
518.758 8.122.465 669.226 -8.112.465 -10.000 0 669.226
0 0 25.600.512
0 0 25.600.512
0 0 0
-669.226 -669.226 28.760.592
0 0 28.760.592
-669.226 -669.226 0
Programma Programma Lokale dienstverlening Deelprogramma Opdrac hten
Programma Regionale samenwerking Totaal Programma's Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing VPB Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves Toevoeging en ont rekking reserves Mutatie reserves Totaal toevoeging en ontrekking aan reserves Saldo van baten en lasten na mutatie reserves
3.2
Saldo 7.603.707
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
De vastgestelde begroting 2023 is gebaseerd op de ramingen uit werkprogramma’s voor 2022 en het collectief programma 2022. Aan dit fundament is in de voorliggende herziene begroting 2023 niet getornd. In totaal gaat het hierbij om 245.000 declarabele uren. Wat wél is aangepast is het gemiddeld uurtarief voor 2023. In het financieel perspectief 2023 was nog geen rekening gehouden met de gevolgen van de nieuwe Cao die van toepassing is op de medewerkers van de ODZOB. Er is inmiddels een principeakkoord bereikt. Op basis van onveranderde urenramingen en bovenstaande tariefstijging komt het totaal van het programma Lokale Dienstverlening uit op € 22,16 mln. Het geraamd volume van opdrachten buiten de werkprogramma’s (inclusief niet-deelnemers) komt uit op € 4,24 mln. Hierdoor komt het totaal van dit programma uit op € 26,40 mln. Het programma Regionale Samenwerking (voorheen het collectief programma) sluit op een bedrag van € 2,36 mln. De totale baten tellen op tot € 28,76 mln. Bij de algemene dekkingsmiddelen is een (incidentele) opbrengst van € 0,67 mln. geraamd. Dit betreft de eenmalige extra deelnemersbijdrage om het weerstandsvermogen aan te vullen tot het minimumniveau van € 1,2 mln. Inclusief deze eenmalige bijdrage komen de baten uit op € 29,05 mln. De lasten bestaan grotendeels uit personeelsgerelateerde kosten, waaronder salarissen en kosten externe inhuur.
De uitgangspunten voor de opgestelde kostenramingen sluiten aan op het bestuurlijk vastgestelde financieel perspectief 2023. Daar zijn de gevolgen van de nieuwe Cao voor 2023 aan toegevoegd. Bij de besluitvorming over het financieel perspectief 2023 werd een voorlopig bijgesteld gemiddeld uurtarief van €110,61 vastgesteld. Het principeakkoord over de nieuwe Cao heeft een tweeledig gevolg; enerzijds betreft dit de hogere salariskosten en anderzijds gaat het om een stijging in het aantal verlofdagen. Hierdoor komt de geraamde declarabiliteit voor 2023 uit op 1.313 uur per fte in het primaire proces. Het totale Cao-effect leidt tot een tariefstijging van € 3,60. De totale kostenraming sluit op een bedrag van € 28,75 mln. In onderstaand overzicht worden deze kosten op hoofdlijnen gepresenteerd. Hierbij wordt enerzijds de kostentoerekening naar de programma’s getoond en anderzijds het onderscheid naar de belangrijkste kostenrubrieken. Vervolgens wordt een toelichting gegeven op de ontwikkelingen per kostensoort.
Herziene begroting 2023
7
Last en naar kost ensoort en programma
POST
* bedragen x 1€ Programma Lokale dienstverlening
Programma Regionale samenwerking
Personeel
Overhead
Totaal
18.471.362
1.260.196
5.589.919
25.321.477
Uitbesteding
0
0
446.667
446.667
Kapitaallasten
0
0
289.000
289.000
328.832
22.434
1.786.879
2.138.145
18.800.194
1.282.631
8.112.465
28.195.289
0
555.302
0
555.302
18.800.194
1.837.933
8.112.465
28.750.592
Organisatiekosten TOTAAL LASTEN (vóór programmakosten) Externe programmakosten TOTAAL LASTEN
Personeel Om te komen tot de realisatie van circa 245.000 declarabele uren moet de ODZOB over een passende hoeveelheid personeel beschikken. In deze herziene begroting 2023 wordt uitgegaan van 1.313 declarabele uren per medewerker in het primaire proces. Dit komt neer op 233,2 fte, die als volgt zijn verdeeld. •
Primair proces
•
Overhead
46,6 fte
•
Totaal
233,2 fte
186,6 fte (20% van het totaal)
Gemiddelde bezet t ing POST
* aantal in fte's Realisatie 2021
Realisatie 2022
Begroting 2023
Herziening 2023
Dienstverband
180,9
185,0
195,7
185,0
Inhuur / payroll Totaal
36,7
36,0
31,1
217,6
221,0
226,8
48,2 233,2
De toename van het aantal fte ten opzichte van de vastgestelde begroting 2023 vloeit voort uit de lagere declarabiliteitsnorm (te weten: 1.313 uur per fte in het primaire proces) die van toepassing is op de herziene begroting 2023. Het aantal vaste fte in de herziene begroting 2023 sluit aan op de werknemerspopulatie per ultimo 2022, te weten 185 fte. Dit uitgangspunt vloeit voort uit de huidige situatie op de arbeidsmarkt, waarbij het niet alleen een forse uitdaging is om nieuw personeel te werven, maar waarbij het een minstens even grote uitdaging is om het huidige personeel te behouden. Duidelijk is dat de ODZOB bovengemiddelde inspanningen moet leveren om over voldoende gekwalificeerd personeel te kunnen beschikken. Bijvoorbeeld om de flexibele schil beheersbaar te houden. Eind 2022 heeft de ODZOB een aanvraag gedaan bij het ministerie van I&W om, net als alle andere omgevingsdiensten in Nederland, te participeren in het Interbestuurlijk programma (IBP) VTH. De gehonoreerde aanvraag heeft geleid tot een eenmalige specifieke uitkering van € 0,6 miljoen. Deze middelen maken onderdeel uit van de voorliggende herziene begroting 2023 (omzet niet-deelnemers). Onderdeel van dit IBP-VTH is een landelijke arbeidsmarktcampagne om het betekenisvolle werk van de omgevingsdiensten onder de aandacht van potentiële nieuwe medewerkers te brengen.
Herziene begroting 2023
8
3.3
Opbouw gemiddeld uurtarief
In het financieel perspectief 2023 is het volgende beeld gepresenteerd over de tariefontwikkeling: •
Vastgesteld gemiddeld uurtarief begroting 2023
•
Doorwerking bijgestelde indexering uit 2022
€ 4,12
•
Bijgestelde indexering 2023
€ 1,94
•
Lagere declarabiliteit: 1.320 uur/fte
€ 2,05
•
Voorlopig gemiddeld uurtarief 2023
€ 110,61
€ 102,50
Voortschrijdend inzicht toont de volgende bijstellingen: •
Voorlopig gemiddeld uurtarief 2023
•
Principeakkoord nieuwe Cao voor 2023
€ 3,60
•
Maatregelen beteugelen ziekteverzuim
€ 0,95
•
Gemiddeld uurtarief herziene begroting 2023
€ 110,61
€ 115,16
Bij de bespreking van financieel perspectief 2023 werd besloten om te wachten met het verwerken van de gevolgen van de nieuwe Cao tot er hierover meer duidelijkheid zou zijn. Dit is in lijn met de (bestuurlijke) aanpak bij de andere gemeenschappelijke regelingen die samenwerken in 4GR-verband. Het principeakkoord dat werd bereikt zorgt voor de gewenste duidelijkheid. De overeengekomen salarisverhoging komt voor de ODZOB neer op een loonkostenstijging van 7,5%. Er was (vanuit de Macro Economische Verkenning 2023) al rekening gehouden met een loonindexering van 3,3%. Per saldo leidt dit tot een aanvullende loonindexering van 4,2%, ofwel een tariefstijging van € 3,01. Vanaf 2023 hebben onze medewerkers recht op één extra bovenwettelijke verlofdag. Hierdoor daalt de declarabiliteitsnorm van 1.320 uur per uur naar 1.313 uur per fte en stijgt het benodigd aantal fte. Dit leidt tot een verhoging van het uurtarief met € 0,59. Het totaaleffect van het Cao-principeakkoord op het gemiddeld uurtarief komt hiermee uit op € 3,60. Zoals in de afgelopen periode meerdere malen is toegelicht kampte de ODZOB in 2022 met een hoog ziekteverzuim. Hoewel de gehele publieke sector hier in 2022 mee geconfronteerd werd, is het voor de ODZOB van groot belang om dit verzuim te beteugelen.
Aandacht van directie en management voor het personeel en een gedegen begeleiding vanuit de Arbodienst zijn daarbij relevante maar niet voldoende voorwaarden. Uitgangspunt is een fitte organisatie, waarbij fit zowel betrekking heeft op de gezondheid van onze medewerkers als op die van de ODZOB. Er zijn (tijdelijk) middelen nodig om weer een fitte organisatie te worden, dit leidt tot een tariefstijging van € 0,95. Dit als aanvulling op de compensatie wegens de lagere declarabiliteit (effect hoger ziekteverzuim op het uurtarief: € 2,05). Als gevolg hiervan bevat het gemiddeld uurtarief in de herziene begroting 2023 een tijdelijke component van € 3,00 per uur (te weten: € 2,05 + € 0,95). Daarmee ziet de opbouw van het gemiddeld uurtarief voor 2023 er als volgt uit: •
Structurele basis uurtarief herziene begroting 2023
•
Tijdelijke tariefopslag fitte organisatie
•
Gemiddeld uurtarief herziene begroting 2023
Herziene begroting 2023
€ 112,16 € 3,00 € 115,16
9
Berekening gemiddelde uurt arieven
Totaal lasten Vennootschapsbelasting Totaal lasten -/- Waarvan gedekt uit externe programmakosten -/- Algemene dekkingsmiddelen Kosten 2023 na dekking uit programmakosten en algemene dekkingsmiddelen Aantal declarabele uren2) Gemiddeld uurtarief
Direct
Overhead
* bedragen x 1€ Totaal
20.638.127 0 20.638.127
8.112.465 10.000 8.122.465
28.750.592 10.000 28.760.592
555.302 0
0 0
555.302 0
20.082.825
8.122.465
28.205.289
244.933
244.933
244.933
81,99
33,16
115,16
1)
Zie bijlage 4 Overzicht baten en lasten (ex ploitatie) voor een nadere onderbouw ing van de lasten
2)
Aantal directe fte's (186,6 fte) x aantal declarabele uren per directe fte (1.313 uur);
Herziene begroting 2023
10
3.4
Verloop reserves
De ODZOB beschikt naast de algemene reserve over een bestemmingsreserve ter afdekking van de verlofrechten van het personeel. De verwachte ontwikkeling van de reserves wordt hieronder gepresenteerd. Onderstaande presentatie is gebaseerd op de voorlopige realisatiecijfers over 2022. Deze cijfers zijn nog niet geverifieerd door onze accountant en evenmin al bestuurlijk vastgesteld. * bedragen x 1€
Stand en verloop van de reserves Realisatie 2021
Realisatie 2022
1.760.414
1.905.317
530.774
1.200.000
1.200.000
354.143
1.045.965
0
0
0
0
0
0
669.226
0
0
0
2023
2024
2025
2026
Algemene reserve Saldo per 1-1 bij: Resultaat voorgaand boekjaar bij: Aanvulling tot minimumniveau € 1,2 miljoen *
1.200.000
0
167.000
0
0
0
0
af: Implementatiekosten VTH-applicatie
80.497
366.023
0
0
0
0
af: Implementatiekosten Omgevingswet
128.743
19.762
0
0
0
0
af: Opvolging Rekenkameronderzoek
0
31.648
0
0
0
0
af: Berap 2022: resultaat 2022 Saldo per 31-12
0
1.836.076
0
0
0
0
1.905.317
530.774
1.200.000
1.200.000
1.200.000
1.200.000
af: Bestemmingsreserve verlofdagen
Egalisat iereserve verlofkost en 314.541
314.541
481.541
481.541
481.541
481.541
bij:
0
167.000
0
0
0
0
af: Saldo per 31-12
0
0
0
0
0
0
314.541
481.541
481.541
481.541
481.541
481.541
2.219.858
1.012.315
1.681.541
1.681.541
1.681.541
1.681.541
Saldo per 1-1
TOTAAL VAN DE RESERVES
3.5
Versterken reservepositie
De hoogte van de algemene reserve is, zoals eerder al werd verwacht, uitgekomen onder het minimumniveau dat in 4GR-verband is afgesproken en in het najaar van 2022 door het algemeen bestuur van de ODZOB werd bekrachtigd. Bij de vaststelling van het financieel perspectief 2023 / kaderbrief 2024 besloot het algemeen bestuur in december 2022 tot het volgende: •
Instemmen met het principebesluit om de deelnemers éénmalig middelen beschikbaar te laten stellen ter versterking van de algemene reserve, tot een bedrag van € 1,2 miljoen.
•
Instemmen met het voornemen om dit principebesluit te effectueren bij de vaststelling van de herziene begroting 2023 en begroting 2024, op basis van het financieel resultaat over 2022.
In bovenstaande opzet is, vooruitlopend uit de uitvoering van het aangehaalde principebesluit van het algemeen bestuur, in beeld gebracht dat de algemene reserve in 2023 wordt aangevuld tot het minimumniveau van € 1,2 miljoen. Hiervoor is het nodig dat de deelnemers gezamenlijk een éénmalige extra doen van in totaal € 669.226.
Herziene begroting 2023
11
Dit leidt tot de volgende reeks van eenmalige deelnemersbijdragen:
Deelnemer Deelnemers Gemeente Asten Gemeente Bergeijk Gemeente Best Gemeente Bladel Gemeente Cranendonck Gemeente Deurne Gemeente Eersel Gemeente Eindhoven Gemeente Geldrop-Mierlo Gemeente Gemert-Bakel Gemeente Heeze-Leende Gemeente Helmond Gemeente Laarbeek Gemeente Nuenen Gemeente Oirschot Gemeente Reusel-de Mierden Gemeente Someren Gemeente Son en Breugel Gemeente Valkenswaard Gemeente Veldhoven Gemeente Waalre Provincie Noord-Brabant Totaal
aandeel
storting algemene reserve
3,6% 1,8% 3,5% 1,6% 3,3% 6,1% 1,6% 7,8% 2,2% 6,3% 1,8% 4,4% 6,0% 2,0% 1,9% 1,8% 3,7% 1,5% 2,4% 3,0% 1,2% 32,5%
€ 24.060 € 12.251 € 23.218 € 10.569 € 22.093 € 40.889 € 10.668 € 52.357 € 14.591 € 42.405 € 12.077 € 29.721 € 39.972 € 13.533 € 12.788 € 11.818 € 24.742 € 10.074 € 16.025 € 20.228 € 7.886 € 217.262
100,0%
€ 669.226
Bovenstaande verdeling is gebaseerd op de gerealiseerde omzetvolumes in 2022.
Herziene begroting 2023
12
Herziene begroting 2023 149.333
3.789 3.031 6.146 3.789 3.031 8.420 3.031 28.291 5.389 9.262 2.358 16.840 2.273 2.273 3.031 758 4.631 3.031 3.031 5.389 1.516 30.024 149.333
11.482 11.482 11.482 11.482 11.482 11.482 11.482 11.482 11.482 11.482 11.482 11.482 11.482 11.482 11.482 11.482 11.482 11.482 11.482 11.482 11.482 128.823 369.935
810.783 369.994 541.446 516.372 491.647 1.572.243 369.267 1.640.290 384.412 1.127.774 510.150 968.739 1.176.116 434.701 495.355 391.424 889.035 442.867 459.125 357.591 186.917 8.023.571 22.159.820 3.266.690 977.391 26.403.901
229.688 83.908 140.764 35.163 90.528 580.082 35.063 794.308 123.438 273.692 57.959 465.783 573.216 103.483 52.396 26.340 259.594 107.588 104.101 65.082 30.694 6.059.056 10.291.926 3.266.690 977.391 14.536.007
581.095 286.086 400.682 481.209 401.118 992.162 334.203 845.982 260.974 854.082 452.191 502.956 602.900 331.218 442.959 365.084 629.441 335.279 355.024 292.509 156.224 1.964.515 11.867.895 0 0 11.867.895 369.935
OmgevingsVeiligheid
Samen Sterk in Brabant
Totaal basis- en verzoektaken
Verzoektaken
466.489
14.889 6.567 15.988 7.935 16.112 30.985 6.331 32.625 7.390 24.894 8.179 19.249 22.611 7.815 6.106 7.613 16.321 7.235 8.717 13.065 2.699 183.163 466.489
Voorbereiding Omgevingswet
2.356.691
736.632 380.820 539.519 525.484 510.657 1.507.299 406.467 1.670.348 405.237 1.118.864 499.004 990.217 1.127.287 424.414 503.024 389.450 862.005 446.169 453.656 392.679 192.305 7.694.074 21.775.612 2.954.900 870.000 25.600.512 62.073 51.479 57.565 65.849 73.030 107.806 77.774 210.285 63.063 115.004 44.907 127.918 80.397 37.475 62.096 41.035 70.652 51.962 44.977 74.378 25.926 552.095 2.097.749 0 0 2.097.749 674.559 329.341 481.955 459.636 437.627 1.399.493 328.694 1.460.062 342.175 1.003.860 454.097 862.299 1.046.890 386.938 440.927 348.416 791.352 394.206 408.678 318.301 166.380 7.141.978 19.677.863 2.954.900 870.000 23.502.763 880.519 427.828 606.117 590.349 573.692 1.693.357 456.641 1.876.533 455.259 1.256.975 560.601 1.112.447 1.266.437 476.802 565.116 437.523 968.409 501.243 509.654 441.151 216.043 8.643.816 24.516.511 3.266.690 977.391 28.760.592
69.736 57.833 64.671 73.977 82.045 121.114 87.374 236.243 70.847 129.200 50.451 143.708 90.321 42.101 69.761 46.100 79.374 58.376 50.529 83.559 29.126 620.245 2.356.691
39.576 36.753 31.055 50.772 51.420 70.227 66.531 163.846 46.587 83.563 28.432 96.138 53.956 20.531 49.143 26.247 46.940 36.629 27.299 53.624 13.430 278.235 1.370.934
1.370.934
Totaal bijdrage
Programma Regionale Samenwerking
Programma Dienstverlening
Totaal bijdrage
Totaal collectieve taken
Begroting 2023
Overige taken
Programma Regionale samenwerking
Herziene begroting 2023
Landelijke basistaken
Programma Dienstverlening
4.1
Gemeente Asten Gemeente Bergeijk Gemeente Best Gemeente Bladel Gemeente Cranendonk Gemeente Deurne Gemeente Eersel Gemeente Eindhoven Gemeente Geldrop-Mierlo Gemeente Gemert-Bakel Gemeente Heeze-Leende Gemeente Helmond Gemeente Laarbeek Gemeente Nuenen Gemeente Oirschot Gemeente Reusel-de Mierden Gemeente Someren Gemeente Son en Breugel Gemeente Valkenswaard Gemeente Veldhoven Gemeente Waalre Provincie Noord-Brabant SUBTOTAAL WP's Deelnemers buiten werkprogramma Overige klanten Totaal baten uit opdrachten
Deelnemer
Bat en per deelnemer
4 BIJLAGEN
Specificatie bijdrage per deelnemer
Bovenstaande specificatie is exclusief de eenmalige bijdrage ter versterking van de algemene reserve.
13
Overzicht baten en lasten (exploitatie)
4.2
* bedragen x 1€ Begroting 2023
Baten
Begroting 2023 vs. Herziening 2023
Herziene begroting 2023
Totaal
Totaal
PROGRAMMA
Aant al uren
Aant al uren
Programma Dienstverlening
23.502.763
229.290
26.403.901
229.290
Programma Collectieve taken
2.097.749
15.643
2.356.691
15.643
258.942
Totaal baten programma's
25.600.512
244.933
28.760.592
244.933
3.160.079
Algemene dekkingsmiddelen Tot aal Bat en
0
669.226
669.226
25.600.512
29.429.818
3.829.305
Begroting 2023 Lasten Totaal 1
PERSONEEL
1.0
Fte
1.1
Salariskosten
1.2 1.4
2.901.137
Herziene begroting 2023 Toerekening aan programma's
Overhead
Totaal
Toerekening aan programma's
Overhead
Totaal
226,8
45,4
181,4
233,2
46,6
186,6
6,4
18.361.916
4.266.446
14.095.470
18.423.566
3.883.887
14.539.679
61.649
Opleidingskosten
345.000
345.000
0
382.505
382.505
0
37.505
Reis- en verblijfskosten
377.000
80.044
296.956
417.983
88.746
329.237
40.983
1.5
Overige personeelskosten
345.546
301.043
44.503
383.110
333.770
49.341
37.564
1.6
Inhuur
3.256.261
398.539
2.857.722
5.714.313
901.012
4.813.301
2.458.052
TOTAAL personeel
22.685.724
5.391.073
17.294.650
25.321.477
5.589.919
19.731.558
2.635.753
2
UITBESTEDING
2.1
Onderzoeken, advies
193.000
193.000
0
446.667
446.667
0
253.667
TOTAAL uitbesteding
193.000
193.000
0
446.667
446.667
0
253.667
3
KAPITAALLASTEN
3.1
Afschrijving gebouwen
90.000
90.000
0
90.000
90.000
0
0
3.3
Afschrijving machines, apparaten en installaties
166.000
166.000
0
166.000
166.000
0
0
3.4
Afschrijving overige materiële vaste activa
32.000
32.000
0
32.000
32.000
0
0
3.6
Rente wegens externe financiering
1.000
1.000
0
1.000
1.000
0
0
289.000
289.000
0
289.000
289.000
0
0 2.772
TOTAAL kapitaallasten 4
ORGANISATIE KOSTEN
4.1
Telefonie (vast / mobiel)
25.500
25.500
0
28.272
28.272
0
4.2
Printen / kopieren
18.000
18.000
0
19.957
19.957
0
1.957
4.3
ICT helpdesk / externe support
160.000
160.000
0
177.393
177.393
0
17.393
4.4
Automatisering / licenties / onderhoud
946.000
629.175
316.825
1.048.839
697.572
351.267
102.839
4.5
Kantoor / drukwerk / porto
66.000
66.000
0
73.175
73.175
0
7.175
4.6
Abonnementen / lidmaatschappen
107.000
107.000
0
118.632
118.632
0
11.632
4.7
Verzekeringen
43.000
43.000
0
47.674
47.674
0
4.674
4.8
Leaseauto's
54.000
54.000
0
59.870
59.870
0
5.870
4.10
Huur gebouw
299.000
299.000
0
331.504
331.504
0
32.504
210.000 1.928.500 25.096.224
210.000 1.611.675 7.484.748
0 316.825 17.611.475
232.829 2.138.145 28.195.289
232.829 1.786.879 8.112.465
0 351.267 20.082.825
22.829 209.645 3.099.066
DIRECTE PROGRAMMAKOSTEN Externe kosten t.b.v. Collectief Programma Externe kosten t.b.v. opdrachten
494.288 PM
0 0
494.288 PM
555.302 PM
0 0
555.302 PM
61.014 PM
TOTAAL programma kosten
494.288
0
494.288
555.302
0
555.302
61.014
25.590.512
7.484.748
18.105.764
28.750.592
8.112.465
20.638.127
3.160.080
4.11
Servicekosten pandgebonden (beheer) TOTAAL organisatie kosten TOTAAL LASTEN (vóór direct e programmakost en) 7 7.1 7.2
TOTAAL PROGRAMMALASTEN Overige last en 8.1
Heffing VPB
8.2
Bedrag onvoorzien TOTAAL overige lasten
TOTAAL LASTEN
10.000
10.000
0
0
0
0
10.000
10.000
0
25.600.512
28.760.592
3.160.080
Gerealiseerd result aat vóór mut at ie reserves
0
669.226
669.226
Toevoegingen aan reserves
0
-669.226
-669.226
Ontrekkingen aan reserves
0
0
0
Gerealiseerd result aat na mut at ie reserves
0
0
0
Herziene begroting 2023
14
4.3
Risico-inventarisatie
Samenvat t ing geïnvent ariseerde risico's ODZOB Classificering Risico
Beheersmaatregel
1) kans
2) effect
3) score
4) verwachtingswaarde
a. St rat egische risico’s
1.1
Bezuinigingen deelnemers die leiden tot een omzetverlaging
Waar nodig een aanpassing in de organisatie doorvoeren. Inhuur waar mogelijk afbouwen. Gedegen communicatie zorgt voor inzicht bij deelnemers over consequenties van dergelijke situaties. Zoveel als mogelijk zoeken naar alternatieve, declarabele werkzaamheden.
15%
€ 500.000
6
€ 75.000
Medewerkers voortdurend atenderen op gevaar. Friendly hackers benaderen voor test. Bewustwordingscampagne: blijvende aandacht! 2023: workshops voor alle medewerkers
15%
€ 600.000
6
€ 90.000
Strakke sturing bij ODZOB en leverancier. Frequente bespreking in ambtelijke stuurgroep.
40%
€ 250.000
6
€ 100.000
40%
€ 400.000
6
€ 160.000
40%
€ 150.000
6
€ 60.000
60%
€ 150.000
8
€ 90.000
40%
€ 500.000
9
€ 200.000
40%
€ 250.000
6
€ 100.000
60%
€ 600.000
12
€ 360.000
40%
€ 150.000
6
€ 60.000
b. Informat ie risico’s 2.5 Ransomware c. Imago/polit ieke risico’s d. Mat eriële risico’s e. Procedure risico’s f. Aansprakelijkheidsrisico’s 6.6 Niet volledige Implementatie VTH-systeem g. Financiële risico’s
7.1 Kosten ontwikkeling ICT voorzieningen
7.2
Niet actuele beheer en investeringsplannen voor apparatuur / faciliteiten en PBM's
7.4 Toename regeldruk vanuit de rijksoverheid
7.5 Personeelskosten te laag begroot
Strategische ICT planning maken voor komende 5 jaar, elk jaar actualiseren en actieplan voor komend jaar opstellen. Aansluiten bij regionale aanbestedingen leidt tot minder 'eigen' keuze- en beheer-mogelijkheden. Meer belangen, waardoor meer afstemming. Beheerfunctie verstevigen. Regie bij Financien, verantwoordelijkheid bij IT en facilitair. Zie ook opmerking nieuwe accountant ML 2022. Ontwikkelingen beoordelen en noodzakelijke gevolgen in uitvoering nemen. Waar nodig verwerken in de begroting. Aandacht voor gedegen governance i.r.t. ministeries en ODNL. Bestuurlijke afspraken make over wijze waarop te verwachten, maar nog niet verwerkte, Cao-effecten verwerkt kunnen worden in herziene begroting 2023 en ontwerpbegroting 2024.
h. Let sel en veiligheidsrisico’s/Arbo en arbeidsrisico’s i. Personeelsrisico’s
10.1 Ziekteverzuim en doorbetaling loonkosten
Niet kunnen beschikken over voldoende en 10.4 gekwalificeerd personeel, zowel vast als inhuur
10.8
Kennisverlies als gevolg van uitstroom van medewerkers / inhuur via flexibele schil
Door betrokkenheid personeel zorgen voor laag ziekteverzuim. Door middel van goede ziekteverzuimbegeleiding (sinds 2023 nieuwe Arbo-dienst) ziekteproces zo mogelijk beperken en re-integratie bevorderen. Strategische personeelsplanning is voorwaarde, uitvoeren van gerichte acties bepalen succes. Gaat bijvoorbeeld om andere manier van werven en benaderen arbeidsmarkt. Middels goed personeelsbeleid mensen binden aan de organisatie. Samen met andere OD's benadrukken meerwaarde werken voor publieke zaak. Middels strategische personeelsplanning zoveel mogelijk vooruitkijken naar natuurlijke uitstroom en opvolgers klaarstomen via persoonlijk ontwikkelplan. Hierdoor verminderen kennis uitstroom. Bij jonge medewerkers is dit moeilijker te voorzien. Middels goed personeelsbeleid mensen binden aan de organisatie.
Totaal risico's categorie 6 t/m 12
€ 3.550.000
€ 1.295.000
Toelichting bij de kolommen: 1.
Voor elk van de risico’s is een kans bepaald. Hiervoor zijn een 4-tal categorieën vastgesteld (5, 15, 40 en 60%). Aan deze kansen zijn respectievelijk de volgende wegingsfactoren toegekend: 1, 2, 3, 4. Situaties die zich zeker voordoen zijn niet als risico benoemd;
2.
Voor elk van de risico’s is ingeschat wat het effect in euro’s is wanneer het fenomeen zich daadwerkelijk voordoet. Aan de hand van de omvang van het effect is ook hier een wegingsfactor toegekend: < € 100.000:
wegingsfactor 1
€ 100.000 - € 500.000:
wegingsfactor 2
€ 500.000 - € 1.000.000: wegingsfactor 3 > € 1.000.000:
wegingsfactor 4
3.
Voor elk van de risico’s is door vermenigvuldiging van de wegingsfactor uit 1) en 2) een totaalscore bepaald. Deze totaalscore is een indicatie voor de ernst van het risico.
4.
Voor elk van de risico’s is door vermenigvuldiging kans en effect de verwachtingswaarde bepaald.
Toelichting bij de rijen: Elke rij bevat een categorie geïdentificeerde risico’s. Wanneer de totaalscore van de betreffende categorie < 6 is, is het risico verder niet opgenomen. De regel is dan blanco. De totale verwachtingswaarde van de risico’s met score < 6 bedraagt circa € 516.250
Herziene begroting 2023
15
BEGROTING 2024 EN MEERJARENRAMING 2025-2027 Versie 14 maart 2023
Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 Versie 14 maart 2023
In opdracht van
Dagelijks Bestuur Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven
Auteur
Kees van Daal
Datum
14 maart 2023
Status
Vastgesteld door het dagelijks bestuur
Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
2
Inhoudsopgave
1
INLEIDING ................................................................................................................................................. 4
2
BELEIDSBEGROTING .................................................................................................................................. 5 2.1
3
4
5
6
Meerjarenvisie 2023-2027 ........................................................................................................................ 5
PROGRAMMAPLAN ................................................................................................................................... 6 3.1
Programma lokale dienstverlening .......................................................................................................... 7
3.2
Programma regionale samenwerking ...................................................................................................... 8
3.3
Algemene dekkingsmiddelen .................................................................................................................... 9
3.4
Kosten overhead ....................................................................................................................................... 9
3.5
Heffing vennootschapsbelasting ............................................................................................................ 10
3.6
Onvoorzien ............................................................................................................................................. 10
PARAGRAFEN .......................................................................................................................................... 11 4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................................................ 11
4.2
Financiering ............................................................................................................................................ 13
4.3
Bedrijfsvoering........................................................................................................................................ 15
4.4
Verbonden partijen................................................................................................................................. 16
FINANCIELE BEGROTING ......................................................................................................................... 17 5.1
Overzicht van baten en lasten ................................................................................................................ 17
5.2
Toelichting op het overzicht van baten en lasten ................................................................................... 17
5.3
Opbouw gemiddeld uurtarief ................................................................................................................. 21
5.4
Uiteenzetting financiële positie en de toelichting .................................................................................. 23
5.5
Meerjarenraming en de toelichting ........................................................................................................ 27
BIJLAGEN ................................................................................................................................................ 28 6.1
Specificatie bijdrage per deelnemer ....................................................................................................... 28
6.2
Overzicht baten en lasten per taakveld .................................................................................................. 29
6.3
Overzicht baten en lasten (exploitatie) .................................................................................................. 30
6.4
Risico-inventarisatie ............................................................................................................................... 31
6.5
Lijst van afkortingen ............................................................................................................................... 32
Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
3
1
INLEIDING
Voor u ligt de begroting 2024 met de meerjarenraming 2025–2027 van de Omgevingsdienst ZuidoostBrabant. Deze begroting is enerzijds gebaseerd op de uitgangspunten uit de Kaderbrief 2024 en toont anderzijds relevante voortschrijdende (financiële) inzichten. De begroting bestaat uit: •
Het programmaplan dat ingaat op de programma’s lokale dienstverlening en regionale samenwerking en daarnaast een toelichting geeft op ontwikkelingen in de overhead.
•
De presentatie van de verplichte paragrafen, voor zover deze voor de ODZOB van toepassing zijn.
•
De financiële begroting die nader ingaat op de ontwikkelingen van baten en lasten en de uiteenzetting van de financiële positie. Tevens wordt hier ingegaan op de meerjarenraming.
•
Bijlagen: de gespecificeerde bijdrage per deelnemer, het exploitatieoverzicht van baten en lasten, de geactualiseerde risico-inventarisatie en het overzicht van baten en lasten per taakveld.
De beleidsbegroting is beperkt van omvang. De reden hiervan is dat in het eerste kwartaal van 2023 de Meerjarenvisie 2023-2027 aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden. Juist deze meerjarenvisie gaat in op uiteenlopende relevante ontwikkelingen. In de voorliggende ontwerpbegroting 2024 past het niet om vooruit te lopen op de vaststelling van deze visie. De in de diverse tabellen gepresenteerde realisatiecijfers over 2022 betreffen de (nog niet) door de accountant geverifieerde cijfers. De referentiecijfers uit de begroting 2023 hebben betrekking op de vastgestelde begroting 2023 en niet op de (nog vast te stellen) herziene begroting 2023.
Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
4
2 2.1
BELEIDSBEGROTING
Meerjarenvisie 2023-2027
In maart 2023 wordt, als opvolger van het concernplan 2019-2022, de meerjarenvisie 2023-2027 voorgelegd aan het algemeen bestuur. Deze visie is het uitgangspunt voor de te volgen koers van de ODZOB voor de komende jaren. Relevante ontwikkelingen die voortvloeien uit deze visie worden op een later moment ingevoegd in de p&c-cyclus. Afhankelijk van de beleidsmatige impact en de daaruit voortvloeiende financiële effecten betreft dit een bijstelling op de begroting 2024 of een opname in de kadernota 2025.
Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
5
3
PROGRAMMAPLAN
De ODZOB streeft naar de succesvolle uitvoering van de opgedragen werkzaamheden op het gebied van de fysieke leefomgeving; zowel voor deelnemers als niet-deelnemende organisaties. In de begroting 2024 worden de volgende programma’s onderscheiden: •
Lokale dienstverlening
•
Regionale samenwerking
In onderstaand overzicht zijn de baten, lasten en saldi per programma weergegeven.
Programmaplan
* bedragen x 1€ Omschrijving
Baten
Lasten
Programma Lokale dienstverlening
28.124.720
19.762.203
8.362.517
Programma Regionale samenwerking
2.466.535
1.905.950
560.584
Algemene dekkingsmiddelen
0
0
0
Overhead
0
8.913.102
-8.913.102
Heffing VPB
0
10.000
-10.000
Bedrag onvoorzien
0
0
0
30.591.255
30.591.255
0
Mutatie reserves
0
0
0
Totaal toevoeging en ontrekking aan reserves
0
0
0
30.591.255
30.591.255
0
Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves
Saldo
Toevoeging en ont rekking reserves
Saldo van bat en en last en na mut at ie reserves
Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
6
3.1
Programma lokale dienstverlening
Wat willen we bereiken? De ODZOB wil, met haar deelnemers, bijdragen aan een gezonde, veilige en gezonde leefomgeving. Wat gaan we daar voor doen? Onder dit programma vallen de werkzaamheden die de ODZOB uitvoert voor zowel haar deelnemers, als voor overige publieke organisaties. Kenmerkend hierbij is de een-op-een relatie tussen de ODZOB (als opdrachtnemer) en de opdrachtgever. De ODZOB richt zich op vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies op inhoudelijke thema’s als milieu, bodem, water, landbouw, duurzaamheid, asbest, bouwen en ruimtelijke ordening. Wat mag het kosten? In onderstaand overzicht worden de baten en lasten, onderverdeeld naar basis- en verzoektaken getoond. De inhoudelijke toelichting volgt in paragraaf 5.2.
Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
7
3.2
Programma regionale samenwerking
Wat willen we bereiken? Ook bij dit programma is een gezonde, veilige en gezonde leefomgeving het uitgangspunt. Consensus tussen de deelnemers is hierbij van groot belang. In gezamenlijkheid wordt het collectief programma vastgesteld door het algemeen bestuur. Gemeentegrens-overstijgende ontwikkelingen, bundeling van expertise en schaalvoordelen liggen vaak ten grondslag aan onderdelen van dit programma. Het programma regionale samenwerking is breder dan het voorheen gebruikte collectief programma. Wat gaan we daar voor doen? Dit programma bestaat momenteel uit de volgende subprogramma’s: • Samen Sterk in Brabant (SSiB) •
Omgevingsveiligheid
•
Programma Omgevingswet
•
Overige collectieve taken
De (provinciebrede) regie en uitvoering van Samen Sterk in Brabant is belegd bij de collega’s van de ODBN. De financiële bijdrage vanuit onze regio loopt via de (begroting van de) ODZOB. De bekostiging van SSiB loopt tot en met 2024. In de loop van 2023 wordt aan elk algemeen bestuur van de Brabantse omgevingsdiensten de toekomstvisie op toezicht en handhaving in het Noord-Brabantse buitengebied voorgelegd; een vergezicht dat reikt tot aan 2030. Op basis hiervan volgt besluitvorming in elk bestuur over de toekomstige bekostiging van SSiB. Om niet vooruit te lopen op deze bestuurlijke afwegingen, maakt SSiB vooralsnog geen onderdeel uit van de meerjarenraming 2025-2027. De regionale werkzaamheden voor de Omgevingsveiligheid maken vanaf 2022 onderdeel uit van het programma. Dit geldt eveneens voor het ODZOB-programma Omgevingswet dat eindigt in 2024 en dat zich in het laatste jaar richt op de nazorg na de daadwerkelijke inwerkingtreding van de nieuwe wet. Het bestuurlijk vastgestelde Collectieve Programma maakt onderdeel uit van de overige collectieve taken. Sinds 2023 is hier een herijkt afwegingskader op van toepassing. Dit leidt tot een scherpere afbakening tussen structurele programmaonderdelen en projecten met een beperkte doorlooptijd. Wat mag het kosten? In volgende overzicht worden de baten en lasten, onderverdeeld naar de subprogramma’s, getoond.
Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
8
Raming van bat en en last en; Programma Regionale samenwerking Omschrijving
Realisatie 2022
* bedragen x 1€ Begroting 2023
Begroting 2024
Bat en Samen Sterk in Brabant (SSIB)
326.763
329.288
387.178
Omgevingsveiligheid
112.576
132.925
156.293
Programma Omgevingswet
483.295
415.233
488.232
Overige collectieve taken
961.121
1.220.302
1.434.832
1.883.755
2.097.749
2.466.535
Lasten
2.013.749
1.619.081
1.905.950
Totaal lasten
2.013.749
1.619.081
1.905.950
Tot aal saldo van bat en en last en
-129.994
478.667
560.584
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
-474.409
0
0
Result aat
344.415
478.667
560.584
Totaal baten Last en
3.3
Algemene dekkingsmiddelen
Onderstaand het (verplichte) overzicht van de algemene dekkingsmiddelen. Voor de ODZOB is dit in de begroting 2024 niet van toepassing. Algemene dekkingsmiddelen
* bedragen x 1€ Realisatie 2022
Omschrijving
Baten Lasten Saldo Algemene dekkingsmiddelen
3.4
Begroting 2023
Begroting 2024
60.470
0
0
nvt
nvt
nvt
60.470
0
0
Kosten overhead
Het Besluit begroten en verantwoorden (Bbv) hanteert als definitie voor de overhead: “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Dit betreft derhalve de overheadfuncties van de ODZOB. Wat mag het kosten? Overhead
* bedragen x 1€ Realisatie 2022
Omschrijving
Begroting 2023
Begroting 2024
Baten
0
0
0
Lasten
7.799.874
7.484.748
8.913.102
Saldo overhead
-7.799.874
-7.484.748
-8.913.102
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
-865.673
0
0
-6.934.201
-7.484.748
-8.913.102
Result aat Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
9
3.5
Heffing vennootschapsbelasting
Net als andere publieke organisaties valt de ODZOB onder de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen. Een klein deel van de onze activiteiten valt onder de Vpb-plicht. Wat mag het kosten? Heffing Vennoot schapsbelast ing Omschrijving
* bedragen x 1€ Realisatie 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Baten
0
0
0
Lasten
32
10.000
10.000
Saldo VPB
-32
-10.000
-10.000
3.6
Onvoorzien
De ODZOB beschikt niet (meer) over een post onvoorzien. Onderstaand overzicht is enkel opgenomen voor het volledige beeld. Wat mag het kosten? Onvoorzien
* bedragen x 1€ Omschrijving
Realisatie 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Baten
0
0
0
Lasten
0
0
0
Saldo Onvoorzien
0
0
0
Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
10
4
PARAGRAFEN
Het Bbv schrijft voor dat in de beleidsbegroting ingegaan dient te worden op een zevental verplichte paragrafen. Voor de thema’s lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen en grondbeleid geldt dat deze niet van toepassing zijn voor de ODZOB. Vandaar dat daar niet nader op ingegaan wordt. 4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Om adequaat en effectief te kunnen reageren op onvoorziene situaties met een onbekende impact dient de ODZOB te beschikken over een financiële buffer. Hierdoor kan de ODZOB risico’s opvangen zonder dat dit leidt tot een extra financiële bijdrage van de deelnemers. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de ODZOB kan beschikken om onvoorziene kosten te dekken; dit betreft de algemene reserve. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de ODZOB loopt. Om het weerstandsvermogen te kunnen duiden is inzicht nodig in de aard en omvang van risico’s en in de beschikbare weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen komt tot uitdrukking in de verhouding (ratio) tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit.
𝑅𝑎𝑡𝑖𝑜 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑣𝑒𝑟𝑚𝑜𝑔𝑒𝑛 =
𝐵𝑒𝑠𝑐ℎ𝑖𝑘𝑏𝑎𝑟𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡 𝐵𝑒𝑛𝑜𝑑𝑖𝑔𝑑𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡
Indien deze ratio kleiner is dan 1, betekent dit dat de potentiële impact van de geïnventariseerde risico’s groter is dan de beschikbare weerstandscapaciteit. Het deel dat de ODZOB niet zelfstandig kan afdekken dient door de deelnemers in hun eigen weerstandsvermogen te worden afgedekt. De algemene reserve bedraagt, rekening houdend met het voorlopige resultaat over 2022, ultimo 2022 € 0,53 miljoen. Hierdoor is de omvang van de algemene reserve niet meer in overeenstemming met de regionale richtlijn én onvoldoende groot om gekwantificeerde risico’s af te kunnen dekken. De meest recente risico-inventarisatie is opgenomen in bijlage 4.3. De risico’s met de hoogste potentiële impact kennen een verwachtingswaarde van circa € 1,30 miljoen en de risico’s met een minder grote impact hebben een totale verwachtingswaarde van circa € 0,52 miljoen. In 4GR-verband is, omwille van de eenvoud, afgesproken dat de streefwaarde van de algemene reserve wordt gebaseerd op het totaal van de baten in de begroting. Het totaal van baten en lasten in de begroting 2024 ligt iets boven de 30 miljoen. Dit leidt er toe dat de streefwaarde van de algemene reserve verschuift naar € 1,5 tot € 2,0 miljoen. Tot en met 2023 is de streefwaarde van € 1,2 tot € 1,5 miljoen van toepassing.
In de herziene begroting 2023 wordt een voorstel gedaan om de algemene reserve aan te vullen tot de minimumwaarde die dan van toepassing is (te weten: € 1,2 miljoen). Hiervoor is in 2023 een éénmalige storting van ruim € 0,67 miljoen nodig. De weerstandsratio komt ultimo 2022 uit op circa 0,41. Indien de algemene reserve in de loop van 2023 wordt aangevuld tot een bedrag van € 1,2 miljoen, stijgt de weerstandsratio (per ultimo 2023) naar 0,93. Risicomanagement betreft het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de continuïteit (van de bedrijfsvoering) van de organisatie kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen. Vandaar dat tweemaal per jaar de risico-inventarisatie wordt geactualiseerd. De meest recente inventarisatie is opgenomen in bijlage 6.4. Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027