CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

B1 Advies aanwijzing lokale publieke omroep. (GEANONIMISEERD)

Gemeenteraad 10 september 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Voor advies naar college21.615 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Parklaan 64 5613 BH Eindhoven Tel. 040 – 26 49 649

STATUTENWIJZIGING (Stichting Lokale Omroep en Televisie Helmond (Slot)) Heden, negen november tweeduizend eenentwintig, verschenen voor mij, mr. Johannes __________________ Henricus van Rooij, notaris, gevestigd in de gemeente Eindhoven: ______ 1. de heer Jasper Pieter Ragetlie, wonende te 5754 DV Deurne, De Meent 16, ______ geboren te Schiedam op twee januari negentienhonderddrieënzeventig, zich ________________ legitimerende met zijn paspoort, nummer NP330LRL3, gehuwd; ________ 2. de heer Bartholomeus Cornelis Josephus de Waal, wonende te 5551 NW ____ Valkenswaard, René Smeetsstraat 27, geboren te Waalre op vijftien december _____ negentienhonderdachtenzestig, zich legitimerende met zijn paspoort, nummer _____________________ NMJHL0H78, ongehuwd en niet geregistreerd als partner. _______________________________________________ De comparanten verklaarden: _____________________________________________________________ INLEIDING. ___ Te Helmond is gezeteld de stichting: Stichting Lokale Omroep en Televisie Helmond __ (Slot), welke stichting kantoorhoudt op het adres Penningstraat 55, 5701MZ Helmond, __________________________________________ hierna ook te noemen: de stichting. _____ De stichting is ingeschreven in het handelsregister aangehouden bij de Kamer van __________________________________ Koophandel onder dossiernummer 41089760.

_ Bij akte op vijfentwintig juni negentienhonderdvierentachtig (25-06-1984) verleden voor _____ mr. A.P.Th. Mostermans, destijds notaris te Helmond, werd de stichting opgericht. ___ De statuten van de stichting zijn laatstelijk gewijzigd bij akte op tweeëntwintig februari ______ tweeduizend tien (22-02-2010) verleden voor mr. J.A. Meijer, notaris te Helmond. ___________________________ Nadien zijn de statuten van de stichting niet gewijzigd. _______________________________________ BESLUIT TOT STATUTENWIJZIGING. Door het bestuur van de stichting is besloten om de statuten van de stichting te wijzigen, ____________________________________________ op de wijze zoals hierna vermeld. __ Voorts werden door het bestuur van de stichting de comparanten gemachtigd om deze ________________________________________ statutenwijziging tot stand te brengen. ___ Van deze besluiten blijkt uit een onderhandse verklaring, welke aan deze akte wordt _______________________________________________________ gehecht (bijlage 1). _____________________________________________________________ WIJZIGING.

Ter uitvoering van het vorenstaande verklaarden de comparanten de statuten bij deze te ________________________________________________________ wijzigen als volgt: _________________________________________________________________ NAAM _______________________________________________________________ Artikel 1 _____________________________ De stichting draagt de naam Stichting DitisHelmond. _________________________________________________________________ ZETEL _______________________________________________________________ Artikel 2 _____________________________ De stichting heeft haar zetel te gemeente Helmond.

pagina 1 van 8

_________________________________________________________________ DOEL _______________________________________________________________ Artikel 3 __________________________________________________ De stichting heeft tot doel: ______ 1. het verzorgen van media-aanbod bestemd voor de gemeente of gemeenten ____ waarvoor zij door het Commissariaat voor de Media als publieke lokale media_____________ instelling is aangewezen; hierna te noemen het verzorgingsgebied; __ 2. het op lokaal niveau uitvoeren van de publieke mediaopdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften _ die in het verzorgingsgebied waarop de instelling zich richt leven, en het verrichten _____ van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen; ______ 3. zij gebruikt haar zendtijd geheel voor een media-aanbod dat in het bijzonder _________________________________ betrekking heeft op het verzorgingsgebied; _______ 4. zij tracht dit doel en al hetgeen daarmee in de ruimste zin verband houdt te _ verwezenlijken door het aanwenden van alle geoorloofde middelen, welke voor de ______________________________ verwezenlijking van haar doel bevorderlijk zijn; ____________________ 5. zij is niet dienstbaar aan het maken van winst door derden.

________________________________________________________ BEGUNSTIGERS _______________________________________________________________ Artikel 4 _____ 1. Begunstigers zijn zij die zich bereid verklaard hebben de stichting financieel te _____________ steunen met een door het bestuur vast te stellen minimum bijdrage. _____________________ 2. Het bestuur beslist omtrent de toelating van begunstigers. _ 3. De rechten en plichten van een begunstiger worden in het huishoudelijk reglement ____________________________________________________ nader vastgelegd. ________________________________________________________ GELDMIDDELEN _______________________________________________________________ Artikel 5 __ De geldmiddelen van de stichting bestaan uit de bijdragen van de begunstigers, uit de _______ eventuele uitgifte van een programmablad, uit eventuele verkrijgingen ingevolge ____ subsidies, donaties, erfstellingen, legaten en schenkingen en tenslotte uit eventuele ______________________________________________ andere opbrengsten en baten. ______________________________________________________________ BESTUUR _______________________________________________________________ Artikel 6 __________________ 1. Het bestuur van de stichting bestaat uit tenminste drie leden. ___ 2.

Het aantal leden wordt met inachtneming van het in het eerste lid bepaalde door ____________________________ het bestuur met algemene stemmen vastgesteld. ______ 3. Voorzover zij niet bij de oprichting zijn aangesteld, worden de bestuursleden _____________________________________________ benoemd door het bestuur. ___________ 4. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een _____________________________________________________ penningmeester. ____ 5. De bestuursleden worden benoemd voor een periode van drie jaar, waarbij het __________________________________ bestuur een rooster van aftreden opstelt. _____ 6. Aftredende bestuursleden zijn terstond herkiesbaar; een tussentijds benoemd ______________ bestuurslid neemt op het rooster de plaats in van zijn voorganger. _ 7. Bij het ontstaan van een of meer vacature(s) in het bestuur, zullen de overblijvende _ bestuursleden of zal het enig overblijvende bestuurslid met algemene stemmen zo _____ spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee maanden, na het ontstaan van de _____ vacature(s) daarin voorzien door de benoeming van een of meer opvolger(s).

pagina 2 van 8

___ Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook een of meer leden ontbreken, _____ dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende __________________________________________ bestuurslid, een wettig bestuur. ____ 9. De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden; zij ________________ hebben recht op vergoeding van de door hen gemaakte kosten. ___ 10. Niet tot bestuurslid benoembaar zijn personen die in dienst zijn van of werkzaam __________________________________________________ zijn voor de stichting. _________________________________________ EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP _______________________________________________________________ Artikel 7 ___________________________________________ Het bestuurslidmaatschap eindigt: ______________________________________ a. door overlijden van een bestuurslid; ___________________________ b. bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen; _________________________________ c. bij schriftelijke ontslagneming (bedanken); _________________ d. bij ontslag op grond van artikel 298 boek 2 Burgerlijk Wetboek. __________ BESTUURSVERGADERINGEN EN BESLUITVORMING IN HET BESTUUR _______________________________________________________________ Artikel 8 ____ 1.

De bestuursvergaderingen worden gehouden in de gemeente waar de stichting ___ haar woonplaats heeft of, indien alle bestuursleden daarmee instemmen, elders. ______________ 2. Elk kalenderkwartaal wordt tenminste een vergadering gehouden. __ 3. Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden, wanneer de voorzitter ______ dit wenselijk acht of wanneer een van de andere bestuursleden de voorzitter _____ daartoe schriftelijk verzoekt onder nauwkeurige opgave van de te behandelen ____ punten. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft in dier _ voege, dat de vergadering wordt gehouden binnen drie weken na het verzoek, kan de verzoeker, met in achtneming van de vereiste formaliteiten, zelf een vergadering ________________________________________________________ bijeenroepen. _ 4. De oproeping tot de vergadering geschiedt - behoudens het in het derde lid van dit __ artikel bepaalde - door de voorzitter, tenminste zeven dagen tevoren, de dag van oproeping en die van vergadering niet meegerekend, door middel van brieven en/of e-mailberichten dan wel op de wijze als in het huishoudelijk regelement voorzien; in _________ geval van spoedeisendheid kan oproeping ook telefonisch plaatsvinden. 5. De oproepingsbescheiden vermelden, behalve plaats en tijdstip der vergadering, de ____________________________________________ te behandelen onderwerpen. _________ 6.

Bij gelegenheid van een bestuursvergadering waarin alle in functie zijnde _ bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle _ aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook indien de in _________ de statuten opgenomen voorschriften voor het oproepen en houden van __________________________________ vergaderingen niet in acht zijn genomen. _____ 7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij diens _____________________ afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan. ______ 8. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de ______ secretaris of door een van de andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe _____ verzocht; de notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de ___________________ vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd. _____ 9. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de __________ meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of __________ vertegenwoordigd is. Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een 8.

pagina 3 van 8

____ medebestuurslid laten vertegenwoordigen onder overlegging van een, door de ___ voorzitter van de vergadering als voldoende beoordeelde, schriftelijke volmacht. __ Een bestuurslid kan daarbij slechts voor één medebestuurslid als gevolmachtigde ___________________________________________________________ optreden. 10. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in _ de gelegenheid zijn gesteld telefonisch en/of per e-mailbericht dan wel op de wijze ___ als in het huishoudelijk reglement voorzien, hun mening te geven. Van een aldus ____ genomen besluit wordt zoveel als mogelijk onder bijvoeging van de ingekomen _ reacties door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door _________________________________ de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd. __ 11. leder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van een stem. Voor zover deze ____________ statuten geen gekwalificeerde meerderheid voorschrijven worden alle ___ bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte ___________________________________________________________ stemmen. __ 12. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij ____ daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het __ belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.

Wanneer hierdoor ____________ geen bestuursbesluit zou kunnen worden genomen, wordt het besluit ___ desalniettemin genomen door het bestuur onder schriftelijke vastlegging van de _______________________ overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. _____ 13. Indien de stemmen staken bij een stemming, niet een benoeming betreffende, __ wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien bij herstemming de stemmen __________________________ staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. ______ Wordt bij stemming over personen, een benoeming betreffende, de vereiste _ meerderheid niet verkregen, dan vindt op een door de voorzitter te bepalen tijdstip _ herstemming plaats tussen de personen die de meeste stemmen op zich verenigd _______ hebben. Indien bij deze stemming de stemmen opnieuw staken, dan beslist ______________________________________________________ terstond het lot. _ 14. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter of een __ van de andere bestuursleden een schriftelijke stemming gewenst acht en dit voor ____ de stemming kenbaar maakt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, _____________________________________________________ gesloten briefjes. ________________ 15. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. _____ 16.

In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de ___________________________________________________________ voorzitter. ________ BESTUURSTAAK - VERTEGENWOORDIGING - ONTSTENTENIS OF BELET _______________________________________________________________ Artikel 9 ___ 1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van hun ___ taak richten de bestuurders zich naar het belang van de stichting en de met haar ___________________________________ verbonden onderneming of organisatie. ____ 2. Namens de stichting kunnen geen overeenkomsten worden aangegaan tot het ___ kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, noch overeenkomsten, _ waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor ___ een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor de schuld van een derde verbindt. ____________________________________________________________ _ 3. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging

pagina 4 van 8

_________________ komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuurders. ______________________________________________________________ Artikel 10 _ 1. In geval van ontstentenis of belet van een bestuurder zijn de andere bestuurders of __________ is de andere bestuurder tijdelijk met het bestuur van de stichting belast. 2. In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders of van de enige bestuurder is _ de persoon die daartoe door de rechtbank, op verzoek van iedere belanghebbende ________________ wordt benoemd, tijdelijk met het bestuur van de stichting belast. 3. In geval van ontstentenis van alle bestuurders of van de enige bestuurder neemt de _____ in de vorige zin bedoelde persoon zo spoedig mogelijk de nodige maatregelen _________________________ teneinde een definitieve voorziening te doen treffen. _____________________________________ 4. Onder belet wordt ten deze verstaan: _______________________________________________________ a. schorsing; ___ b. ziekte, zonder dat gedurende een termijn van vijf (5) dagen de mogelijkheid ____________ van contact tussen de bestuurder en de stichting heeft bestaan; ____ c. onbereikbaarheid; zonder dat gedurende een termijn van vijf (5) dagen de __ mogelijkheid van contact tussen de bestuurder en de stichting heeft bestaan; ____________________ d. een tegenstrijdig belang als bedoeld in artikel 8 lid 12.

__________________________________ PROGRAMMABELEIDBEPALEND ORGAAN ______________________________________________________________ Artikel 11 _____ 1. De stichting kent een programmabeleid bepalend orgaan. Deze heeft tot taak: ______________________ a. het bepalen van het beleid voor het media-aanbod; _________ b. toetsing van de in het programmabeleid verwoorde uitgangspunten; _________ c. het geven van adviezen, gevraagd en ongevraagd, aan het bestuur; ______ d. het opstellen van een jaarlijkse rapportage aangaande het gevoerde en _____________________________________ gerealiseerde programmabeleid. _______ 2. Voorzover zij niet bij de oprichting zijn aangesteld, worden de leden van het _ programmabeleid bepalende orgaan benoemd door het bestuur. Het aantal leden, met een minimum van vijf, wordt door het programmabeleid bepalende orgaan, met ____________________ in achtneming van het derde lid van dit artikel, vastgesteld. 3. Het programmabeleid bepalende orgaan dient zodanig te zijn samengesteld dat het _ representatief is voor de in het verzorgingsgebied voorkomende maatschappelijke, __________________________ culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. ___ 4.

Bij huishoudelijk reglement dan wel afzonderlijk reglement worden nadere regels ______ gegeven aangaande de samenstelling van het programmabeleid bepalende _____________________________________________________________ orgaan. __ 5. Het programmabeleid bepalende orgaan wijst uit haar midden een voorzitter aan. 6. De vergaderingen van het programmabeleid bepalende orgaan worden bijgewoond ___ door een vertegenwoordiger van het bestuur. Deze heeft een adviserende stem. __________ 7. De leden van het programmabeleid bepalende orgaan worden door het ______ programmabeleid bepalende orgaan benoemd uit een of meer voordrachten, _ behoudens het bepaalde in het achtste lid van dit artikel. Tot het opmaken van zulk ______ een voordracht zijn bevoegd het bestuur, de leden van het programmabeleid _ bepalende orgaan dan wel bij huishoudelijk reglement aan te wijzen organisaties of ______________________________________________ groepen van organisaties. ____ 8. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met _____ tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van het ________ programmabeleid bepalende orgaan, genomen in een vergadering waarin

pagina 5 van 8

___ tenminste twee/derde van de leden van het programmabeleid bepalende orgaan ______________________________________________________ tegenwoordig is. __ 9. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit het programmabeleid bepalende orgaan _____ overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend ____ karakter te ontnemen, dan is het programmabeleid bepalende orgaan vrij in de ______________________________________________________________ keus. ____ 10. Indien er meer dan een bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die ________________________________________________________ voordrachten. __ 11. Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het programmabeleid bepalende __ orgaan zullen de overblijvende leden (of zal het enig overblijvende lid) binnen vier __ maanden na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de benoeming __ van een (of meer) opvolgers(s), met inachtneming van het minimumaantal van vijf ______________________________________________________________ leden. _ 12. Mocht(en) in het programmabeleid bepalende orgaan om welke reden dan ook een __ of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende, ten minste vijf, leden, een ________________________________ wettig programmabeleid bepalende orgaan.

______________ EINDE LIDMAATSCHAP PROGRAMMABELEIDBEPALEND ORGAAN ______________________________________________________________ Artikel 12 ___________ 1. Het lidmaatschap van het programmabeleid bepalende orgaan eindigt: __ a. indien het lid van het programmabeleid bepalende orgaan heeft opgehouden ____________________________ vertegenwoordiger te zijn van een stroming; __________________________________________________ b. door bedanken. ___ 2. Elk lid van het programmabeleid bepalende orgaan treedt uiterlijk vijf jaar na zijn _ benoeming af, volgens een door het programmabeleid bepalende orgaan te maken __________________________________________________ rooster van aftreding. _ 3. De aftredende is terstond herbenoembaar voor ten hoogste éénmaal de maximale ___________________________________________________ benoemingstermijn. __________________________________________ REDACTIE - HOOFDREDACTEUR ______________________________________________________________ Artikel 13 _____ 1. De stichting kent een redactie, bestaande uit een door het bestuur te bepalen ___ aantal medewerkers onder wie een hoofdredacteur, belast met de leiding van de ___ redactie.

Het redactiestatuut, de taakomschrijving van de redactie en de nadere _____ regels ter zake van de verhouding tussen hoofdredacteur, redactie en andere ________ organen van de stichting worden goedgekeurd door het programmabeleid ____________________________________________________ bepalende orgaan. ___ 2. De hoofdredacteur wordt door het bestuur, na overleg met het programmabeleid __________________________________________ bepalende orgaan, aangesteld. ______ 3. De hoofdredacteur kan uitsluitend met instemming van het programmabeleid bepalende orgaan door het bestuur worden ontslagen; zodanig besluit dient tevoren __ eveneens aan overleg met de redactie te worden onderworpen, indien het ontslag __________________________________ op journalistieke gronden wordt verleend. _________ 4. Het bestuur kan de hoofdredacteur in de uitoefening van zijn functie voor onbepaalde tijd schorsen; de schorsing vervalt indien niet binnen een maand na het _ schorsingsbesluit het in het derde lid van dit artikel bedoelde overleg een aanvang ______________________________________________________ heeft genomen. ______ 5. De overige leden van de redactie worden op voorstel van de hoofdredacteur benoemd door het bestuur. Ontslag wordt hen verleend door het bestuur na overleg

pagina 6 van 8

_ met de hoofdredacteur. Wil het ontslag op journalistieke gronden verleend kunnen worden, dan behoeft het de voorafgaande instemming van de hoofdredacteur en de ____________________________________________________________ redactie. _________ 6. Voor de inhoud van alle uitzendingen en voor alle werkzaamheden is de _______________ hoofdredacteur verantwoording verschuldigd jegens het bestuur. _________________________________________ COMMISSIES EN WERKGROEPEN ______________________________________________________________ Artikel 14 _______________________ 1. Het bestuur kan commissies en werkgroepen instellen. ________ 2. Bij huishoudelijk reglement worden taak en werkwijze van commissies en _______________________________________________ werkgroepen vastgelegd. _____ JAARVERSLAG - RAPPORTAGE PROGRAMMABELEIDBEPALEND ORGAAN ________________________________________ REKENING EN VERANTWOORDING ______________________________________________________________ Artikel 15 __________ 1. Het stichtingsjaar is tevens boekjaar en loopt van één januari tot en met _________________________________ eenendertig december van hetzelfde jaar. ______ 2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanig ___ aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen _______________________________________________ kunnen worden gekend. ___________ 3.

Per einde van elk boekjaar worden de boeken der stichting afgesloten. ________ 4. Het bestuur stelt binnen zes maanden na afloop van het stichtingsjaar zijn __ jaarverslag op en de penningmeester doet, onder overlegging van een balans en ________ een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het _ afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. De jaarrekening wordt opgesteld conform de _____ eisen die het Commissariaat voor de Media stelt en die zijn opgenomen in het ________ Handboek Financiële Verantwoording Publieke Lokale Media instellingen. __ 5. Het programmabeleid bepalende orgaan stelt binnen zes maanden na afloop van ___________ het stichtingsjaar de jaarlijkse rapportage aangaande het gevoerde en gerealiseerde programmabeleid vast, zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid onder d, ____________________________________________________ van deze statuten. _____________________________________ 6. Het bestuur stelt de jaarstukken vast. _ 7. Na vaststelling kan door eenieder kennis worden genomen van het jaarverslag, de _______ rapportage van het programmabeleid bepalende orgaan en de jaarstukken. ____________________________________________________ STATUTENWIJZIGING ______________________________________________________________ Artikel 16 ___ 1.

In de statuten van de stichting kan geen wijziging worden aangebracht dan door __ een besluit van het bestuur, genomen in een vergadering waartoe is opgeroepen met de mededeling dat bij die gelegenheid een wijziging van de statuten zal worden _________________________________________________________ voorgesteld. _____ 2. Het besluit tot wijziging van de statuten moet worden genomen met algemene ___________ stemmen in een vergadering waarin alle bestuursleden aanwezig zijn. _ 3. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is ______ opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd. ___ 4. De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, _____ alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen in het handelsregister waar de _______________________________________________ stichting is ingeschreven. ___________________________________________ ONTBINDING EN VEREFFENING ______________________________________________________________ Artikel 17

pagina 7 van 8

__ Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit _________________ is het bepaalde in het tweede lid van artikel 16 van toepassing. _ 2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van _______________________________________________ haar vermogen nodig is. _________________________________ 3. De vereffening geschiedt door het bestuur. _______ 4. De vereffenaars dragen er zorg voor dat van de ontbinding van de stichting _______ inschrijving geschiedt in het register bedoeld in het vierde lid van artikel 16. _____ 5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel als ___________________________________________________ mogelijk van kracht. _ 6. Een eventueel batig liquidatiesaldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen ___ nut beogende instelling met een soortgelijke doelstelling of van een buitenlandse ___ instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die ________________________________________ een soortgelijke doelstelling heeft. __ 7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden ___________ stichting gedurende dertig jaar berusten onder de jongste vereffenaar. ____________________________________________ HUISHOUDELIJK REGLEMENT ______________________________________________________________ Artikel 18 _ 1.

Het bestuur stelt een huishoudelijk reglement vast waarin die onderwerpen worden ____________________________ geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat. _____ 2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet of deze statuten. 3. Het bestuur is te allen tijde bevoegd het huishoudelijk reglement te wijzigen of op te _____________________________________________________________ heffen. ___ 4. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van het reglement is het bepaald in het __________________________________ tweede lid van artikel 16 van toepassing. _________________________________________________________________ SLOT. _ De comparanten zijn mij, notaris, bekend en de identiteit van de bij deze akte betrokken __ comparanten is door mij, notaris, aan de hand van de daartoe bestemde documenten _____________________________________________________________ vastgesteld. __ WAARVAN AKTE in minuut is verleden te Eindhoven op de datum als in het hoofd van _ deze akte vermeld. Na zakelijke opgave van de inhoud van deze akte en een toelichting ___ daarop door mij notaris aan de comparanten hebben dezen verklaard van de inhoud _ tijdig tevoren te hebben kennisgenomen en op volledige voorlezing geen prijs te stellen.

_________ Vervolgens is deze akte beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna door de _____________________________________ comparanten en mij, notaris ondertekend. Volgt ondertekening. 1.

UITGEGEVEN VOOR AFSCHRIFT

pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14406391/1