A8 ODZOB Begroting 2025 en vastgestelde jaarstukken 2023
Tekst van het document
Inmiddels is duidelijk dat het resultaat van de ODZOB over 2023 voldoende groot is om deze éénmalige deelnemersbijdrage daadwerkelijk achterwege te laten.
Jaarstukken 2023 18
Bij het vaststellen van de jaarstukken 2023 en de daarmee samenhangende resultaatsbestemming over 2023 wordt voorgesteld om een bedrag van € 0,67 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve, waardoor deze, na het vaststellen van de jaarstukken 2023 uitkomt op € 1,2 miljoen. Ontwikkeling algemene reserve: •
Stand begin 2023
€ 0,53 mln.
•
Stand eind 2023
€ 0,53 mln.
•
Resultaatsbestemming: versterking algemene reserve
€ 0,67 mln.
•
Stand na vaststellen jaarstukken 2023
€ 1,20 mln.
Risicomanagement komt neer op het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de continuïteit van de organisatie kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen. Anders dan in het verleden het geval was, kiezen de bedrijfsvoeringsmanagers ervoor de risico-inventarisatie voortaan tweemaal per jaar te actualiseren. Per potentieel risico is daarbij bepaald of de kans en/of impact veranderd is ten opzichte van de vorige inventarisatie. De meest recente inventarisatie is opgenomen in bijlage 4.4. De risico’s met de hoogste potentiële impact kennen een verwachtingswaarde van ruim € 1,1 mln. en de risico’s met een minder grote impact hebben een totale verwachtingswaarde van ruim € 0,6 mln. De omvang van de algemene reserve is, na de beoogde resultaatsbestemming over 2023, zowel in overeenstemming met de regionale richtlijn als met de geactualiseerde en gekwantificeerde risico’s. Om een indruk te krijgen van de financiële positie van de ODZOB worden enkele kentallen gepresenteerd: Kenget allen Realisat ie 2022
Begrot ing 2023
Realisat ie 2023
Netto schuldquote
-2,5%
-13,9%
-7,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-2,5%
-13,9%
-7,7%
Solvabiliteitsratio
13,2%
52,7%
24,1%
Structurele exploitatieruimte
0,0%
0,0%
1,8%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Netto schuldquote (streefwaarde: < 100%) De netto schuldquote toont de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve waarde duidt er op dat er per saldo geen sprake is van een schuld. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (streefwaarde: < 100%) Dit kengetal is gelijk aan de ongecorrigeerde versie omdat de ODZOB geen leningen verstrekt. Solvabiliteitsratio (streefwaarde: ≥ 20%) De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin aan de financiële verplichtingen kan worden voldaan. Het betreft het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit alle reserves en het exploitatieresultaat. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele mutaties op de reserves te delen door de totale baten. Jaarstukken 2023 19
Grondexploitatie en belastingcapaciteit Deze kengetallen zijn niet van toepassing op de ODZOB. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De kengetallen van de ODZOB sluiten aan bij wat verwacht kan worden bij een gemeenschappelijke regeling. De solvabiliteit is verbeterd ten opzichte van vorig jaar. De structurele exploitatieruimte heeft voor de ODZOB slechts een beperkte betekenis. Deelnemers mogen verzoektaken enkel onder bepaalde voorwaarden en in beperkte mate verminderen. Daarnaast wordt in de begroting uitgegaan van een kostendekkend gemiddeld uurtarief, waardoor baten en lasten in principe structureel in evenwicht zijn. 2.3.2
Financiering
In deze paragraaf worden de ontwikkelingen en uitgangspunten gepresenteerd met betrekking tot kasgeldlimiet, rente, geldleningen en beleid ten aanzien van treasury. Leningen en kredietfaciliteiten De ODZOB financiert zijn activiteiten voornamelijk door de werkzaamheden op voorschotbasis te factureren. Enkel voor de verzoektaken buiten de werkprogramma’s moet zelf financiering geregeld worden. De ODZOB had in 2023 toegang tot een rekening courant krediet bij BNG van € 1,8 mln. Tijdelijk overtollige middelen worden wegens het verplichte schatkistbankieren bij het Rijk gestald. Rentetoerekening In onderstaand overzicht wordt in beeld gebracht welke relasten en renteresultaat er gerealiseerd zijn en wordt inzicht gegeven op welke wijze rente wordt toegerekend aan taakvelden. Er is enkel sprake van rentetoerekening aan het taakveld overhead. Reden hiervan is, dat vrijwel alle activa van de ODZOB gerelateerd zijn aan het taakveld overhead.
Renteschema
* bedragen x 1€
a
De externe rentelast over de korte en lange financiering
b
De externe baten (idem)
-387.494
Saldo rentelasten en rentebaten
-386.770
c1 c2 c3
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
723
0 0 0 0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1
Rente over eigen vermogen
d2
Rente over vreemd vermogen
-386.770 0 0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
-386.770
e
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
386.770
f
Renteresultaat op taakveld Treasury
0
Jaarstukken 2023 20
Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico op vaste schuld heeft de wetgever de renterisiconorm vastgesteld. De renterisiconorm schrijft voor welk deel van de lange termijn leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. De ODZOB heeft geen langlopende schulden. Daarmee voldoet de ODZOB automatisch aan de norm zoals ook uit onderstaande tabel blijkt.
Renterisiconorm
* bedragen x 1 € 2023
2022
Variabelen 1
Renteherzieningen
0
0
2
Aflossingen
0
0
3
Renterisico (1+2)
0
0
4
Renterisiconorm
5.885.964
4.589.435
5a
Ruimte onder risiconorm
5.885.964
4.589.435
5b
Overschrijding risiconorm
n.v.t.
n.v.t.
Begrotingstotaal
29.429.818
22.947.175
Percentage 20%
5.885.964
4.589.435
Minimumbedrag conform regeling
2.500.000
2.500.000
Berekening rent erisiconorm (4)
Kasgeldlimiet Ter beperking van het renterisico op de netto-vlottende schuld (schulden met een looptijd van minder dan één jaar) heeft de wetgever de kasgeldlimiet vastgesteld. Zo wordt voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct een relatief grote impact hebben op de rentelasten tijdens een boekjaar. Kasgeldlimiet
* bedragen x 1 € KW 1 2023
KW 2 2023
KW 3 2023
KW 4 2023
2022
Kasgeldlimiet 1
2
Vlottende schuld - opgenomen gelden < 1 jaar
-
-
-
-
-
- schuld in rekening courant
-
-
-
-
-
- door derden gestorte gelden < 1 jaar
-
-
-
-
-
- overige schulden/overlopende passiva
1.498.270
3.427.759
4.449.312
510.443
669.602
Totaal vlottende schuld
1.498.270
3.427.759
4.449.312
510.443
669.602
Vlottende middelen - contante gelden in kas - tegoeden rekening courant - overige uitstaande tegoeden Totaal vlottende middelen
3
-
-
-
-
-
13.891.180
12.571.765
13.549.242
5.638.209
4.655.351
6.232.514
317.908
308.231
1.874.223
1.510.117
20.123.695
12.889.673
13.857.473
7.512.432
6.165.468
Toets kasgeldlimiet 3.1 Totaal netto vlottende schuld (1 -/- 2)
-18.625.424
-9.461.913
-9.408.161
-7.001.989
-5.495.866
3.2 Toegestane kasgeldlimiet
2.413.245
2.413.245
2.413.245
2.413.245
1.881.668
Ruimte (3.2 -/- 3.1)
21.038.670
11.875.158
11.821.406
9.415.234
7.377.534
Begrotingstotaal
29.429.818
29.429.818
29.429.818
29.429.818
22.947.175
Normpercentage
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
2.413.245
2.413.245
2.413.245
2.413.245
1.881.668
Berekening t oegest ane kasgeldlimiet
Norm
Jaarstukken 2023 21
Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het begrotingstotaal. Het saldo van vlottende schulden en vlottende middelen wordt afgezet tegen het begrotingstotaal. Voor 2023 bedraagt deze norm € 2.41 mln. Aangezien de vlottende schuld van de ODZOB lager was dan de vlottende middelen, bleef de ODZOB ruimschoots binnen deze norm. 2.3.3
Bedrijfsvoering
Organisatieontwikkeling Medio 2023 stelde het dagelijks bestuur de nota Naar een fitte organisatie vast, als bijlage bij de reactienota op de ontvangen zienswijzen op de herziene begroting 2023 en de begroting 2024. Het betreft een plan om de ODZOB van de juiste impulsen te voorzien met als doel het functioneren van de ODZOB te verbeteren. Daarmee wordt invulling gegeven aan de Meerjarenvisie 2023-2027 en dan vooral op het gebied ‘fundament op orde’, het versterken van de operationele cyclus. Als gevolg van de robuustheidscriteria (Interbestuurlijk Programma, zie paragraaf 2.1.4) in het kader van verbetering van het VTH-stelsel, is in het laatste kwartaal van 2023 de actualisatie van de kwaliteitscriteria voorbereid. Begin 2024 vindt de daadwerkelijke screening bij medewerkers plaats en wordt duidelijk of er op de verschillende onderdelen van de VTH-taakuitvoering voldoende kwaliteit in huis is om het werk goed aan te kunnen en welke (eventuele) aanvullende acties eventueel nodig zijn. De actualisatie voor nieuwe medewerkers zal vervolgens cyclisch plaatsvinden. De impulsen zijn en worden uitgewerkt in concrete maatregelen die deels in 2023 en grotendeels in 2024 ten uitvoer worden gebracht.
Zo zijn eerste stappen gezet op het gebied van vitaliteit, heeft een aantal medewerkers de Greenbelt opleiding doorlopen en zijn in 2023 grote stappen gezet in de modernisering van de ICT-voorzieningen. Hierdoor is de stabiliteit van het systeem sterk verbeterd en is de afhankelijkheid van de servers is verminderd (I- Cloud). In 2023 is overgestapt op Microsoft 365 en met de uitlevering van de laptops zal in 2024 een volgende belangrijke stap gezet worden in het realiseren van moderne werkplekken. Medio 2023 is besloten tot invoering van een nieuw financieel systeem: Microsoft Dynamics (Axapta) is met ingang van 2024 vervangen door Afas Profit. Dit was noodzakelijk omdat de financiële software niet langer meer werd ondersteund en steeds meer problemen opleverde. Vanwege de korte voorbereidingstijd zijn de minimale functionaliteiten ingericht en zal op basis daarvan worden doorontwikkeld. De invoering van het systeem moet ertoe leiden dat informatie over de bedrijfsvoering beter en sneller beschikbaar is. Door het gebruik van Afas voor zowel HRM als financiën zal het inzicht in de bedrijfsvoering naar verwachting verbeteren.
Daarnaast is er nadrukkelijk een koppeling gelegd tussen het zaaksysteem PowerBrowser en het tijdschrijven in Afas waardoor naar verwachting het zaakgericht werken wordt verbeterd, de datakwaliteit verbetert en de administratieve last in de werkprocessen wordt verminderd. Daarmee ligt er een basis waarop in de komende jaren kan worden doorontwikkeld. Informatiegestuurd werken wordt binnen de ODZOB inmiddels binnen een aantal projecten toegepast. Zo zijn enkele dashboards ontwikkeld (bijvoorbeeld voor zwemwater en asbest) en werken we informatiegestuurd bij het opzetten van het nieuwe Regionaal Operationeel Kader (ROK). Daardoor wordt gaandeweg meer informatiebewustzijn gerealiseerd bij de ODZOB-medewerkers.
Jaarstukken 2023 22
De samenwerking tussen de drie Brabantse omgevingsdiensten wordt voortgezet op (met name) drie strategische thema’s, die zijn afgestemd met de provincie. Het betreft Energie, Brancheplannen voor de toekomst en Veehouderij. Voor deze onderwerpen wordt gezamenlijk een aantal dashboards ontwikkeld. In september 2023 is besloten tot het uitvoeren van een Medewerkersonderzoek. Bij de totstandkoming van de vragenlijst is een klankbordgroep van medewerkers betrokken geweest. In december is het onderzoek uitgevoerd met een zeer hoge respons (91,1%). In het eerste kwartaal van 2024 zullen op basis van de resultaten de benodigde vervolgacties worden bepaald. De ODZOB heeft in 2023 de doorontwikkeling van PowerBrowser opgepakt om het gebruik verder te optimaliseren en voorbereid te zijn op de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Inmiddels zijn tussen de deelnemers in de gemeenschappelijke omgeving afspraken gemaakt over het beheer en wordt aan de verdere inrichting van het locatiedossier gewerkt. Ter ondersteuning hiervan is een GBO (gemeenschappelijke beheer organisatie) ingericht. Ook de monitoring van de kwaliteit van de gegevens die we in en over processen willen vastleggen wordt hierbij verder geoptimaliseerd en uitgerold. Zo halen we meer uit de informatie die we verzamelen en beschikbaar hebben (Informatiegestuurd werken).
Eind 2023 is gestart met de voorbereiding van een meerjarige verbeter- en ontwikkelaanpak. In het eerste tot en met derde kwartaal 2024 vinden er diverse onderzoeken plaats die ieder op zich inzicht en aanbevelingen opleveren in de stappen die moeten worden gezet. Verder moet de ODZOB uiterlijk 1 april 2026 voldoen aan alle robuustheidscriteria én in het kader van de Meerjarenvisie het fundament op orde krijgen. De opgave is in de kern het binden en boeien van medewerkers, goede werkprocessen en aandacht voor een goede samenwerking met de deelnemers. Niet alles kan tegelijk en daarom is het belangrijk te komen tot een meerjarige, samenhangende aanpak zodat binnen de beschikbare tijd en capaciteit de volgorde en prioritering kan worden bepaald en de sturing en monitoring op de veelheid van activiteiten en projecten kan worden ingericht. In de laatste twee maanden van 2023 is (het functioneren van) de ODZOB enkele keren negatief in het nieuws geweest. In onder meer personeelsbijeenkomsten en informatiebijeenkomsten is extra aandacht besteed aan de vragen en gevoelens die dat bij de medewerkers opriep. Tegelijk is waar nodig actie genomen gericht op het bespreekbaar maken van de zorgen en zijn afspraken gemaakt om die zorgen weg te gaan nemen.
In december is bovendien het eigen ‘verhaal van de ODZOB’ opgesteld en in het kader van de actieve informatieplicht gedeeld met de deelnemers/eigenaren, gemeenteraden en provinciale staten. Eind 2023 is bij twee deelnemers de pilot ‘ODZOB on Tour’ voor raads- en commissieleden met succes uitgevoerd. In 2024 wordt dat uitgerold bij meerdere deelnemers. Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf het boekjaar 2023 moeten gemeenschappelijke regelingen zelfstandig een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording is de schriftelijke verklaring die het dagelijks bestuur afgeeft bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur verklaart daarbij dat zij rechtmatig heeft gehandeld, dat wil zeggen dat alle financiële beheershandelingen zijn verricht in overeenstemming met (externe en interne) wet- en regelgeving en dat alle lasten in het begrotingsjaar vallen binnen de begroting (incl. wijzigingen) zoals door het algemeen bestuur is goedgekeurd. De rechtmatigheidsverantwoording maakt onderdeel uit van de jaarrekening (bijlage 4.6).
Jaarstukken 2023 23
VIC (verbijzonderde interne controle) functie Het is de ambitie van de ODZOB om de VIC-functie zodanig in te richten dat deze functioneert als interne beheersingsmaatregel. Dit betekent dat de kwaliteit van de VIC in de toekomst dusdanig moet zijn dat ook de externe accountant volledig gebruik kan maken van de rapportages van de VIC-functie. In 2023 zijn grote stappen gemaakt om de gewenste ambitie te realiseren. In 2024 dient de VIC-functie verder doorontwikkeld te worden om tot de gewenste ambitieniveau te komen. De VIC-functie voert zijn interne controles uit op basis van het bestuurlijk vastgestelde interne controle plan (ICP). De interne controles zijn het kader om te komen tot de rechtmatigheidsverantwoording. Het ICP wordt jaarlijks herijkt vormt de basis van de VIC. In het ICP geeft de VIC-functie aan op welke wijze invulling wordt gegeven aan de uitvoering van de controles en de randvoorwaarden zoals scoping, risico analyse, controle aanpak, materialiteit, dossiervorming en op welke wijze objectieve deelwaarnemingen bepaald worden. De focus van het ICP ligt met name op rechtmatigheid vanwege de rechtmatigheidsverantwoording. De volgende processen zijn gecontroleerd door de VIC-functie: •
Inkoopfacturen
•
Betaalproces
•
Investeringen
•
Sisa
•
Crediteuren bankrekening stamgegevens mutaties
•
Memorialen
•
Crediteuren analyse
•
Lonen & salarissen
•
WNT
•
Voorzieningen
De uitkomsten van de interne controles zijn gerapporteerd in half jaarlijkse rapportages. De openstaande bevindingen van de externe accountant (management letter en accountantsverslag) en de VIC worden gemonitord met behulp van een audit monitor. De audit monitor wordt regelmatig geactualiseerd en zowel besproken met de besproken met de externe accountant als binnen de directe en management van de ODZOB. Uitkomsten rechtmatigheidscriteria Het kader van de (financiële) rechtmatigheidsverantwoording bestaat uit de volgende criteria: •
Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O)
•
Begrotingscriterium
•
Voorwaardencriterium
Onderstaand is per criterium aangeven op welke wijze de ODZOB rechtmatig heeft gehandeld. M&O criterium Het belang van het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik is breed bekend en de organisatie heeft effectieve maatregelen ingeregeld om dit zoveel als mogelijk te voorkomen. Omdat de ODZOB niet over een nota M&O beschikt, is een memo opgesteld waarin aangeven is op welke wijze aan het M&Obeleid invulling wordt gegeven en welke controles de VIC-functie heeft ingebed. Er zijn binnen de ODZOB in 2023 geen signalen geweest over (het vermoeden van) misbruik of oneigenlijk gebruik. De VIC-functie heeft bij het uitvoeren van verschillende controles stil gestaan bij potentiële fraudesignalen (memorialen, prestatielevering en (Europese) aanbestedingen).
Jaarstukken 2023 24
Er is in de zomerperiode een uitgebreide frauderisicoanalyse opgesteld. Deze is in januari 2024 geactualiseerd. Hierbij zijn de opmerkingen van de externe accountant opgevolgd. Begrotingsrechtmatigheid criterium Alle gerealiseerde baten, lasten en mutaties in de reserves in het begrotingsjaar 2023 vallen binnen de contouren van de herziene begroting 2023 (vastgesteld door het algemeen bestuur in september 2023). Een gedetailleerde uiteenzetting hierover is, op advies van de Commissie Bbv, toegevoegd aan paragraaf 4.6 (rechtmatigheidsverantwoording). Voorwaarden criterium Bij het voorwaardencriterium wordt vooral gekeken of de financiële beheershandelingen binnen de ODZOB voldoen aan de voorwaarden zoals die gesteld zijn in de wet- en regelgeving. Hierbij is het normenkader uitgewerkt in een toetsingskader (recht, hoogte en duur). Qua onderbouwing van de verantwoording op dit gebied wordt gebruik gemaakt van de interne controles die worden uitgevoerd om vast te stellen of voldaan is aan het voorwaardencriterium. De voorwaarden criterium heeft voornamelijk betrekking op de (Europese) aanbestedingen analyse. Bij de crediteurenanalyse is naast een marginale ook een drietal significante onrechtmatige financiële beheershandelingen geconstateerd.
Deze hebben betrekking op de (niet-)naleving van de Europese aanbestedingswet- en regelgeving bij de opdrachtverstrekking voor het inhuren van externe adviseurs. De afwijkingen liggen boven de rapportagegrens ad €50.000. De totale waarde van de geconstateerde onrechtmatigheden bedraagt €521.392. Bij andere interne controles zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd. Alle overige financiële beheershandelingen zijn verricht in overeenstemming met (externe en interne) wet- en regelgeving. Omdat de drie genoemde onrechtmatigheden ontstaan zijn in 2023 en doorwerkingskracht hebben naar 2024 is er voor gekozen om de gehele materiële impact op te nemen in de voorliggende jaarstukken 2023. De onrechtmatige bestedingen in 2023 bedragen €325.854 en de geraamde doorlopende bestedingen in 2024 komen uit op een bedrag van €195.538. Deze zijn ook opgenomen onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen. De (beheers)maatregelen ter voorkoming van vergelijkbare onrechtmatigheden in de toekomst zijn tweeledig. Op korte termijn worden, voor zover mogelijk, wijzigingen doorgevoerd in de betreffende inhuurovereenkomsten: •
Een overeenkomst wordt beëindigd per 1/7/2024 in plaats van per 31/12/2024
•
Een overeenkomst wordt zo spoedig mogelijk beëindigd. Vervolgens op correcte wijze een nieuwe inkoopprocedure opgestart
•
Een overeenkomst kent 1/7/2024 als einddatum. Het is de bedoeling dat de betreffende medewerker dan in vaste dienst komt bij de ODZOB.
Daarnaast wordt in beeld gebracht welke aanvullende maatregelen nodig zijn om onrechtmatigheden tijdig te voorkomen en signaleren. Dit vergt afstemming tussen de inkoopadviseurs van Bizob, het inhuurportaal Wizob, het management van de ODZOB en de bedrijfsvoeringsadviseurs van de ODZOB. Daarnaast wordt minimaal 2 keer per jaar een crediteurenanalyse uitgevoerd. De focus ligt daarbij niet enkel op crediteuren waarvan de uitgaven de EU-aanbestedingsdrempel hebben overschreden maar ook over meervoudige en enkelvoudige opdrachten.
Jaarstukken 2023 25
De VIC-functie rapporteert zowel procesmatige bevindingen als bevindingen met financiële impact. Deze bevindingen worden opgenomen in de audit monitor en worden minimaal twee keer per jaar geactualiseerd en zowel besproken met de besproken met de externe accountant als binnen de directe en management van de ODZOB.
Personeel De gerealiseerde gemiddelde bezetting lag onder het niveau van de herziene begroting 2023. Circa 21% van de bezetting bestond uit externe inhuur. Eind 2022 lag dit aandeel iets lager (circa 18%). Het vinden en binden van voldoende en gekwalificeerd personeel is lastig gebleken. Het tekort aan vast personeel kon enigszins worden gecompenseerd door de inzet van meer externe inhuur. De uitstroom van vast personeel lag met 32 fte iets hoger dan de aanwas van nieuw vast personeel (30 fte).
Bezetting: abeidsmix
* aantallen x 1 Fte Primaire begrot ing 2023
Herziene begrot ing 2023
Gemiddelde bezet t ing 2023
Dienstverband
195,7
185,0
178,9
180,6
Inhuur / payroll
31,1
48,2
47,8
46,5
40,4
TOTAAL bezet t ing in FTE's
226,8
233,2
226,7
227,1
222,9
Primaire begrot ing 2023
Herziene begrot ing 2023
Gemiddelde bezet t ing 2023
181,4 45,4 226,8
186,6 46,6 233,2
180,0 46,7 226,7
Bezet t ing in Ft e's
Bezetting Bezet t ing in Ft e's
Primair proces Overhead TOTAAL bezet t ing in FTE's
Ult imo 2023
Gemiddelde bezet t ing 2022 182,5
* aantallen x 1 Fte Gemiddelde Ult imo bezet t ing 2023 2022 180,2 46,9 227,1
176,7 46,2 222,9
Ruim 20% van het personeelsbestand was in 2023 werkzaam in een overheadfunctie. Deze verhouding ligt iets hoger dan de raming uit de herziene begroting 2023. Het ziekteverzuim is in 2023 uitgekomen op een gemiddelde van 6,6%. Hiermee is een duidelijk herstel ingezet ten opzichte van vorig jaar (8,1%) maar ligt het nog wel iets boven 2021 (5,9%). Het ziekteverzuim over 2023 sluit aan bij de toelichting hierover in de Bestuursrapportage 2023. De ODZOB streeft er naar om het ziekteverzuim terug te brengen naar 6% (liefst nog daaronder). De meldingsfrequentie (gele lijn in de onderste figuur) ligt, zoals bij nagenoeg alle organisaties, hoger in het eerste en laatste kwartaal van het jaar. In het laatste kwartaal van 2023 is zowel het ‘lang’ verzuim als ‘extra lang’ verzuim afgenomen ten opzichte van het kwartaal daarvoor.
Jaarstukken 2023 26
2.3.4
Openbaarheidsparagraaf
In de Wet open overheid (Woo) is bepaald dat in de jaarlijkse begroting aandacht besteed moet worden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet. Daarnaast moet in de jaarlijkse verantwoording verslag van de uitvoering ervan gedaan worden, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. In het eerste kwartaal van 2023 heeft de ODZOB zich gebogen over de vraag hoe de wettelijke taak- en bevoegdheidsverdeling eruit ziet tussen een gemeenschappelijke regeling en haar deelnemers bij het afdoen van Woo-verzoeken, met betrekking tot informatie die in mandaat (van deelnemers) is opgesteld. De kernvraag die hierbij op tafel lag was: heeft de ODZOB mede tot taak om namens haar deelnemers te beslissen op Woo-verzoeken aangaande VTH-informatie? In samenspraak met een gespecialiseerd extern adviesbureau is hierbij, door het dagelijks bestuur, geconcludeerd dat: ‘De verantwoordelijk deelnemer (van de ODZOB) dient op dergelijke Woo-verzoeken te besluiten, ongeacht of dit verzoek is ingediend bij de verantwoordelijke deelnemer of de ODZOB en ongeacht of de informatie in mandaat is vervaardigd door de ODZOB. De ODZOB kan uitsluitend op Wooverzoeken besluiten indien daartoe een specifiek mandaat is verleend door de desbetreffende deelnemer(s). Ook in geval van verstrekt mandaat zal een besluit op een Woo-verzoek in naam van de desbetreffende deelnemer zijn’.
Bovenstaande conclusies zijn zowel in het ambtelijke regionale overleg (GPO) als op individuele basis tussen opdrachtgever en opdrachtnemer (zijnde de ODZOB) aan de orde gesteld. Jaarstukken 2023 27
2.3.5
Verbonden partijen
Sinds 2018 is de ODZOB aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob). Deze stichting is uitgegroeid tot een expertisecentrum op het gebied van inkoop en aanbestedingen, waar inmiddels meer dan 35 publieke organisaties bij aangesloten zijn. De ODZOB heeft een indirect bestuurlijk belang (via vertegenwoordiging in de Vergadering van Aangeslotenen) en een financieel belang in de Bizob, vandaar dat Bizob hier als verbonden partij wordt gepresenteerd. Informatie betreffende verbonden partij Bizob: a) Het financiële belang van de ODZOB bestaat uit een afnameverplichting van een aantal dagdelen waarvoor de ODZOB een financiële vergoeding dient te verstrekken. Deze afname kan jaarlijks maximaal met 15% verlaagd worden. Als het bestuur van Bizob voorziet dat niet aan de opeisbare verplichtingen voldaan kan worden, zal het bestuur een plan opstellen en presenteren aan de vergadering van aangeslotenen. Bij een tekort kan het bestuur besluiten de dagvergoeding met terugwerkende kracht te verhogen. b)
De ODZOB heeft zich voor 2023 gecommitteerd aan een afnameverplichting van 126 dagen. Hier stond een vergoeding van ruim € 86.000 tegenover.
c)
Het eigen vermogen van Bizob bedraagt ultimo 2023 €358.695 en het (voorlopig) resultaat over 2023 bedraagt €943.507.
d)
Het financiële risico voor de deelnemende organisaties bestaat hoofdzakelijk uit de personeelslasten van de concerninkopers. Het risico voor Bizob is beperkt van aard, doordat de deelnemers minimaal vier jaar capaciteit inkopen waardoor de personele capaciteit bij vermindering van het aantal uren ingeperkt kan worden en de vaste kosten beheerst kunnen worden.
Jaarstukken 2023 28
3
Jaarrekening
3.1
Balans per 31 december 2023
De in de onderstaande balans opgenomen bedragen zijn vóór resultaatsbestemming. Balans Ult imo 2023
ACTIVA
Ult imo 2022
Vast e act iva
* bedragen x 1 € Ult imo 2022
Ult imo 2023
PASSIVA Vast e passiva
Mat eriële vast e act iva Investeringen met een economisch nut
545.150 545.150
528.121 528.121
Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Resultaat boekjaar voor bestemming Voorzieningen Spaarverlof Bovenmatig verlofsaldo Transitievergoedingen
Totaal vaste activa
545.150
528.121
Vlot t ende act iva
Totaal vaste financieringsmiddelen
2.480.854 1.200.000 748.798 532.056
1.012.315 530.774 481.541 0
314.737 43.174 158.951 112.612
88.264 23.824 64.440
2.795.590
1.100.579
Vlot t ende passiva
Uit zet t ingen met een rent et y pische loopt ijd kort er dan 1 jaar Te vorderen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Liquide middelen Banksaldi
Overlopende act iva De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Europese overheidslichamen - het Rijk - overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
7.260.359
5.914.998
1.856.349
1.466.407
5.386.136
4.404.881
17.874
43.710
252.072 252.072
250.470 250.470
2.229.047
Net t o vlot t ende schulden met een rent et y pische loopt ijd kort er dan 1 jaar Overige schulden
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
510.443
669.602
510.443
669.602
6.980.594
5.878.803
1.724.544
1.473.086
960.748
644.534
4.295.302
3.761.183
955.395 De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, uitgesplitst naar: - Europese overheidslichamen - het Rijk - overige Nederlandse overheidslichamen
1.817.595
529.828
411.451
425.567
Totaal vlottende activa
9.741.478
7.120.863
Totaal vlottende passiva
7.491.037
6.548.405
TOTAAL ACTIVA
10.286.628
7.648.984
TOTAAL PASSIVA
10.286.628
7.648.984
3.2
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening * bedragen x 1€
Overzicht van bat en en last en Primaire begro t ing 2023
He rziene begro t ing 2023
Realisat ie 2023
Bat en
Last en
Saldo
Bat en
Last en
Saldo
Bat e n
Last en
Saldo
Pro gramma Programma Lokale Dienstverlening
23.502.763
16.486.683
7.016.081
26.403.901
18.800.193
7.603.707
26.535.330
18.146.361
8.388.969
- Basistaken
10.516.766
7.377.285
3.139.481
11.867.895
8.412.511
3.455.384
11.995.315
7.892.948
4.102.367
- Verzoektaken
12.985.997
9.109.397
3.876.600
14.536.006
10.387.683
4.148.323
14.540.015
10.253.413
4.286.602
2.097.749
1.619.081
478.667
2.356.691
1.837.933
518.758
2.373.065
1.585.778
787.286
2.097.749
1.619.081
478.667
2.356.691
1.837.933
518.758
2.049.516
1.585.778
463.738
0
0
0
0
0
0
323.549
0
323.549
25.600.512
18.105.764
7.494.748
28.760.592
20.638.127
8.122.465
28.908.394
19.732.139
9.176.255
0
0
0
669.226
0
669.226
392.506
0
392.506
- Overige algemene dekkingsmiddelen
0
0
0
669.226
0
669.226
0
0
0
- Overige opbrengsten
0
0
0
0
0
0
392.506
0
392.506
Kosten van de overhead
0
7.484.748
-7.484.748
0
8.112.465
-8.112.465
0
8.092.863
-8.092.863
Heffing VPB
0
10.000
-10.000
0
10.000
-10.000
0
7.359
-7.359
Bedrag onvoorzien
0
0
0
0
0
0
0
0
0
25.600.512
25.600.512
0
29.429.818
28.760.592
669.226
29.300.900
27.832.361
1.468.539
Algemene reserve
0
0
0
0
669.226
-669.226
0
669.226
-669.226
Bestemmingsreserve Fitte Organisatie
0
0
0
0
0
0
0
215.791
-215.791
Bestemmingsreserve Nazorg Omgevingsw et
0
0
0
0
0
0
0
51.466
-51.466
Totaal toevoeging en ontrekking aan reserves
0
0
0
0
669.226
-669.226
0
936.483
-936.483
25.600.512
25.600.512
0
29.429. 818
29.429.818
0
29.300.900
28.768.844
532. 056
Programma Regionale Samenw erking - Programma Regionale Samenwerking 2023 - Saldo 2023
Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen
Totaal saldo van baten en lasten To evo eging en o nt rekking re serves
Gere aliseerde result aat
Het resultaat over 2023 komt, inclusief de verwerkte mutaties in de reserves, uit op €532.056 positief.
Jaarstukken 2023 29
3.3
Toelichting op de balans
3.3.1
Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Algemeen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (Bbv) daarvoor aan provincies, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen geeft. De waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten. Tenzij anders is vermeld worden de activa gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop deze betrekking hebben. Vaste Activa De activa zijn onder te verdelen in immateriële, materiële en financiële vaste activa. De ODZOB beschikt enkel over materiële vaste activa. Materiële vaste Activa De materiele vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de van derden ontvangen investeringsbijdragen en afschrijvingen. De verkrijgingsprijs bestaat uit de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van het product of dienst en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Afschrijvingen worden lineair berekend op basis van de geschatte economische levensduur vanaf de ingebruikname van een actief. Hierbij gelden de volgende termijnen: Gronden en terreinen
n.v.t.
Woonruimten
n.v.t.
Bedrijfsgebouwen
10 jaar
*
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
n.v.t.
Vervoersmiddelen
5 jaar
Machines, apparaten, installaties •
Apparaten
5 jaar
•
Hardware
4 jaar
Overige materiële vaste activa •
Software
4 jaar
•
Inventaris
5 jaar
* afschrijvingen bij bedrijfsgebouwen: einde huurcontract indien resterende termijn korter dan 10 jaar is
Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat in enig boekjaar ten laste gebracht van dit resultaat. Een activum dat buiten gebruik gesteld of afgestoten wordt, wordt afgewaardeerd indien de restwaarde lager is dan de resterende boekwaarde. Een eventuele verkoopopbrengst wordt aangewend ter dekking van de resterende boekwaarde. Vlottende activa De vlottende activa zijn onder te verdelen in voorraden, uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar, liquide middelen en overlopende activa. De vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Uitzettingen met een looptijd < 1 jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening wegens oninbaarheid aangebracht.
Jaarstukken 2023 30
Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Vaste passiva De vaste passiva zijn eigen vermogen, de voorzieningen, en de vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer. Vaste passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Voor zover het algemeen bestuur gedurende het jaar besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen, verliezen en risico’s per balansdatum die niet exact bekend zijn, maar redelijkerwijs geschat kunnen worden en worden gevormd voor risico's die hierop van toepassing zijn. Daarnaast worden voorzieningen gevormd voor kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, mits deze kosten hun oorsprong vinden in het (voorafgaand) begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van de lasten over de betreffende begrotingsjaren. De ODZOB kent momenteel drie voorzieningen.
Vaste schulden De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van een jaar of langer. De vaste schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de gedane aflossingen. Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn kortlopende schulden en overlopende passiva opgenomen. Kortlopende schulden Hieronder worden onderhanden werk, te betalen aan openbare lichamen en overige schulden verantwoord. De waarderingsgrondslagen voor onderhanden werk zijn bij de activa weergegeven. De overige posten worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Baten en lasten algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden verwerkt indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Een uitzondering vormen overlopende posten uit hoofde van jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Deze worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.
Rechtmatigheid Het algemeen bestuur heeft op 12 oktober 2023 het normenkader van de relevante wet- en regelgeving voor de rechtmatigheid vastgesteld.
Jaarstukken 2023 31
3.3.2
Toelichting op de balans per 31 december 2023
ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa De ODZOB kent uitsluitend materiële vaste activa met een economisch nut. Onderstaand overzicht toont de samenstelling van deze materiële vaste activa en het bijbehorende verloop over het afgelopen boekjaar.
Staat van materiële vaste activa Omschrijving
* bedragen x € 1 Boekwaarde per 1-1-2023
Invest eringen Afschrijvingen
Boekwaarde per 31-12-2023
Bedrijfsgebouwen
253.379
2.241
-85.135
170.485
Machines, apparaten en installaties
261.558
262.100
-155.900
367.758
Overige materiële vaste activa
13.184
0
-6.277
6.907
Tot aal
528.121
264.342
-247.313
545.150
De in de bovenstaande tabel getoonde investeringen zijn in onderstaande tabel afgezet tegen het beschikbare budget:
Investeringen
* bedragen x € 1 Omschrijving
Bedrijfsgebouwen
Rest ant krediet 2022
Primaire begrot ing 2023
Herziene begrot ing 2023
Invest eringen 2023
Rest ant krediet 2023
2.241
2.241
0
Machines, apparaten en installaties
475.814
262.100
213.714
Tot aal invest eringen
478.055
264.342
213.713
De in 2023 gerealiseerde investeringen (ter waarde van €264.342) passen binnen het beschikbare, deels doorgeschoven, krediet van €478.055. De realisatiewaarden per type investering zijn binnen het beschikbaar gestelde krediet gebleven. De investering in bedrijfsgebouwen betreft 3 nieuwe vaatwassers. De investeringen getoond onder machines, apparaten en installaties bestaan o.a. uit de aanschaf van geluidmeters (€26.000), laptops (€60.000), audiovisuele apparatuur (€27.000), computernetwerk (€80.000) en een netwerkserver (€16.000) Het restantkrediet van wordt doorgeschoven naar 2024 en zal worden ingezet voor het reeds in gang gezette traject voor de aanschaf van ‘moderne IT-werkplekken’.
Jaarstukken 2023 32
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De volgende posten zijn op de balans opgenomen: * bedragen x 1 € Ult imo 2022
Ult imo 2023
Omschrijving Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatksit met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Totaal uitzettingen
1.856.349
1.466.407
5.386.136 17.874 7.260.359
4.404.881 43.710 5.914.998
Van de post vorderingen op openbare lichamen heeft voor het grootste deel betrekking op de deelnemers van de ODZOB. Het betreft voornamelijk de facturen inzake uitvoering van basis- en verzoektaken. Het overige deel van de vorderingen heeft betrekking op niet-deelnemende organisaties. De vorderingen zijn relatief jong. Op balansdatum is 94% van de vorderingen jonger dan 30 dagen. Geen enkele vordering is ouder dan 6 maanden. De ODZOB werkt met voorschotfacturatie voor de werkprogramma’s. Na afloop van het jaar worden de eindafrekeningen opgesteld en verzonden. Volgens de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) neemt de opdrachtgever binnen zes weken na ontvangst van zijn eindafrekening een beslissing over de acceptatie hiervan. De post uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar betreft het aanhouden van liquide middelen bij het Rijk in het kader van schatkistbankieren; overtollige middelen worden in de vorm van een rekening-courant bij het Rijk ondergebracht. De volgende tabel geeft inzicht in de mate waarin de ODZOB de drempelbedragen (maximumbedrag dat niet afgestort hoeft te worden bij het Rijk in het kader van schatkistbankieren) gebruikt heeft.
Aangezien het banksaldo op een vast tijdstip automatisch afgeroomd wordt en er na dit tijdstip nog betalingen binnen kunnen komen, is het mogelijk dat het drempelbedrag in incidentele gevallen overschreden wordt. Dit is 2023 niet voorgekomen. Benutting drempelbedrag schatkistbankieren
* bedragen x 1.000 € Verslagjaar 2023
(1)
Drempelbedrag
1.000
1.000
1.000
1.000
Kwart aal 1
Kwart aal 2
Kwart aal 3
Kwart aal 4
(2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
250
220
250
250
(3a) = (1) > (2)
Ruimte onder het drempelbedrag
750
780
750
750
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
0
0
0
0
1.000
1.000
1.000
1.000
Kwart aal 1
Kwart aal 2
Kwart aal 3
Kwart aal 4
22.500
19.999
23.003
23.003
(1) Berekening drempelbedrag
Verslagjaar
(4a)
Begrotingstotaal verslagjaar
29.420
(4b)
Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
29.420
(4c)
Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als Drempelbedrag het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. (2) Berekening kwart aalcijfer op dagbasis buit en 's Rijks schat kist aangehouden middelen
0
(5a)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)
(5b)
Dagen in het kwartaal
90
91
92
92
(2) - (5a) / (5b)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
250
220
250
250
De post overige vorderingen betreft vorderingen bij privaatrechtelijke instellingen (jonger dan 30 dagen).
Jaarstukken 2023 33
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uitsluitend uit een tegoed bij de Bank Nederlandse Gemeenten, waarover vrij kan worden beschikt. Daarnaast kan de ODZOB (bij dezelfde bank) beschikken over een rekening courant krediet van €1,8 mln. Hiervan is nog nooit gebruik gemaakt. * bedragen x 1 € Ult imo 2023
Ult imo 2022
Bank BNG
252.072
250.470
Tot aal liquide middelen
252.072
250.470
Omschrijving
Overlopende activa De overlopende activa zijn als volgt onderverdeeld: * bedragen x 1 € Ult imo 2022
Ult imo 2023
Omschrijving Overige nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende activa
1.817.595
529.828
411.451 2.229.047
425.567 955.395
De post overige nog te ontvangen bedragen betreft voornamelijk nog te factureren bedragen aan openbare lichamen voor reeds verrichte werkzaamheden. Daarnaast is er een post voor nog te ontvangen omzetbelasting opgenomen. Dit betreft de afdracht omzetbelasting 4e kwartaal 2023. Dit geldt eveneens voor de nog te ontvangen rente over het 4e kwartaal 2023 wegens het schatkistbankieren. De post vooruitbetaalde bedragen betreft uitgaven die in 2023 gedaan zijn voor het kalenderjaar 2024.
PASSIVA Vaste financieringsmiddelen Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het resultaat over boekjaar 2023 bedraagt €532.056 (dit is inclusief de mutaties in de reserves). Dit betekent dat het eigen vermogen op 31 december 2023, bestaande uit de algemene reserve, de egalisatiereserve verlofkosten en het resultaat 2023, uitkomt op €2.480.854.
Eigen vermogen
* bedragen x 1 € Ult imo 2022
Result aat s best emming 2022
Toevoegingen ont t rekkingen 2023
Ult imo 2023
Algemene reserve
530.774
0
669.226
1.200.000
Bestemmingsreserves
481.541
0
267.257
748.798
0
0
532.056
532.056
1.012.315
0
1.468.539
2.480.854
Naam reserve
Resultaat voor bestemming Tot aal eigen vermogen
Jaarstukken 2023 34
Reserves Staat van reserves
* bedragen x 1 € Saldo 1 januari 2023
Mut at ies voorgaand boekjaar
Toevoegingen 2023
Algemene reserve
530.774
0
669.226
0
0
1.200.000
Totaal algemene reserves
530.774
0
669.226
0
0
1.200.000
Bestemmingsreserve Nazorg Omgevingswet
0
0
51.466
0
0
51.466
Bestemmingsreserve Fitte Organisate
0
0
215.791
0
0
215.791
Egalisatie reserve verlofkosten
481.541
0
0
0
0
481.541
Totaal bestemmingsreserves
481.541
0
267.257
0
0
748.798
1.012.315
0
936.483
0
0
1.948.798
Naam reserve
Verminderingen Ont t rekkingen Saldo 31 afschrijvingen 2023 december 2023 op act iva 2023
Algemene reserve
Best emmingsreserves
Tot aal van de reserves
Bestemmingsreserves De ODZOB beschikt over een drietal bestemmingsreserves. De egalisatiereserve verlofkosten is gevormd omdat het tegoed aan verlofdagen in feite een claim is op de toekomstige capaciteit. Immers wanneer dat verlof opgenomen wordt zal dat resulteren in lagere baten aangezien de capaciteit ontbreekt om opdrachten uit te voeren, dan wel zal dit resulteren in meer inhuur om de opdrachten alsnog uit te kunnen voeren. Voor de (gedeeltelijke) afdekking van dat deel van deze jaarlijkse arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume beschikt de ODZOB over deze reserve van €481.541. Bij het vaststellen van de Bestuursrapportage 2023 besloot het algemeen bestuur een tweetal (tijdelijke) nieuwe bestemmingsreserves te introduceren. De eerste nieuwe reserve is ten behoeve van de inzet voor de nazorg op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deelnemers van de ODZOB leveren hiervoor (via het programma Regionale Samenwerking) een bijdrage in 2023 en 2024. Omdat verwacht wordt dat de af te dekken kosten in het kader van de nazorg op de Omgevingswet doorlopen naar 2025, maar dat het niet nodig lijkt te zijn om hiervoor om aanvullende deelnemersbijdragen te vragen, is tot de instelling van deze reserve besloten. De andere nieuwe bestemmingsreserve is opgericht ter dekking van de kosten die nodig zijn voor het traject ‘Naar een fitte organisatie’.
Ter dekking hiervan besloot het algemeen bestuur tot een tijdelijke tariefsopslag van €0,95 per uur (in de jaren 2023 en 2024). Het jaar 2023 heeft voornamelijk in het teken gestaan van de voorbereidingen van dit traject, dat in 2024 gerealiseerd en afgerond moet worden. Middels deze nieuwe reserve worden de in 2023 niet bestede middelen doorgeschoven naar 2024.
Voorzieningen De ODZOB beschikt over een drietal voorzieningen, te weten: •
Spaarverlof
•
Bovenmatig verlofsaldo
•
Voorziening transitiekosten
Staat van voorzieningen
* bedragen x 1 € Ten gunst e van de rekening van bat en en last en vrijgevallen bedragen
Saldo 1 januari 2023
Toevoegingen 2023
Spaarverlof
23.824
19.350
0
0
43.174
Bovenmatig verlof
64.440
94.511
0
0
158.951
Transitievergoedingen
0
112.612
0
0
112.612
Totaal voorzieningen
88.264
226.473
0
0
314.737
Naam voorziening
Aanwendingen 2023
Saldo 31 december 2023
Voorziening
Jaarstukken 2023 35
Bij het opstellen van de jaarstukken 2022 zijn er een tweetal voorzieningen in het leven geroepen wegens het spaarverlof en het bovenmatig verlofsaldo van het ODZOB-personeel. De Commissie Bbv heeft bepaald dat zowel voor het spaarverlof van medewerkers als voor het bovenmatig verlofsaldo een voorziening moet worden gevormd. In 2021 heeft de ODZOB hierover een positon paper opgesteld. De wijze hoe de ODZOB met dit onderwerp omgaat is onlangs geactualiseerd. De waarde van het spaarverlof bedroeg per ultimo 2023 €43.147; een toename van €19.350 te opzichte van vorig jaar. De waarde van het bovenmatig verlofsaldo steeg met €94.511 tot een bedrag per ultimo 2023 van €158.951. Ter voorbereiding van de voorliggende jaarstukken 2023 werd de conclusie getrokken dat er nog een derde voorziening gevormd moest worden; dit betreft de voorziening transitievergoedingen. De reden voor de vorming van deze voorziening is gelegen in een arbeidsrechtelijk geschil met een medewerker van de ODZOB. Hoewel de rechter in 2023 al een uitspraak deed in dit geschil, was deze uitspraak nog niet onherroepelijk geworden ten tijde van het opstellen van de jaarstukken 2023. Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn kortlopende schulden en overlopende passiva opgenomen.
Netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De netto vlottende schulden bestaan uitsluitend uit de post overige schulden en hierbij gaat het om in 2023 ontvangen, maar nog niet betaalde facturen van leveranciers. Ult imo 2023
Omschrijving
* bedragen x 1 € Ult imo 2022
Overige schulden
510.443
669.602
Tot aal net t o-vlot t ende schulden
510.443
669.602
Overlopende passiva De overlopende passiva zijn als volgt opgebouwd:
Ult imo 2023
Omschrijving Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, uitgesplitst naar Europese overheidslichamen, het Rijk en overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende passiva
* bedragen x 1 € Ult imo 2022
1.724.544
1.473.086
960.748
644.534
4.295.302
3.761.183
6.980.594
5.878.803
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v. jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.
Jaarstukken 2023 36
In deze post is voor een bedrag van €1.724.544 aan kosten verantwoord die op 2023 betrekking hebben, maar waarvoor de factuur pas in 2024 wordt ontvangen. Dit betreft onder andere de nog te betalen loonbelasting over 2023. De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Dit betreft een tweetal specifieke uitkeringen; energie toezicht & handhaving (Ministerie van Economische Zaken & Klimaat) het interbestuurlijk programma VTH (Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat). Verloop vooruit ont vangen SISA-gelden Ult imo 2022
Omschrijving Interbestuurlijk programma VTH Toezicht en handhaving energiebesparingsplicht TOTAAL SISA gelden
196.943 447.592 644.534
Ont vangst en 399.998 522.269 922.267
* bedragen x 1 € Ult imo Best edingen 2023 154.212 451.841 606.053
442.729 518.020 960.748
Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen. Deze post bestaat geheel uit schulden aan overheidslichamen en bedraagt per balansdatum €4.295.302 en is als volgt opgebouwd: •
Vooruit ontvangen bedragen
€2.733.122
•
Vooruit ontvangen ISV-gelden
€1.562.180
Voor de ISV-middelen gelden geen specifieke termijnen over de daadwerkelijke besteding ervan.
Verloop vooruitontvangen ISV-gelden Omschrijving
* bedragen x 1 € Ult imo 2022
Ont vangst en
Best edingen
Ult imo 2023
Gemeenschappelijk budget regio
1.494.705
49.304
1.445.401
Budget individuele gemeenten
116.779
0
116.779
49.304
1.562.180
TOTAAL ISV gelden
1.611.484
Jaarstukken 2023 37
0
Niet uit de balans blijkende verplichtingen De niet uit de balans blijkende verplichtingen hebben betrekking op langlopende overeenkomsten waar één of meerdere verplichtingen uit voortvloeien. Dit betreft ook de verplichtingen die slechts voor één jaar of korter zijn aangegaan en ultimo van dat jaar nog voortduren. In onderstaand overzicht zijn uitsluitend de belangrijkste contracten opgenomen, waarbij de verplichting een totale waarde van €25.000 overstijgt.
Niet uit de balans blijkende verplichtingen Omschrijving
* bedragen x 1 € Tot aalbedrag rest ant loopt ijd
Financiële dekking
Huisvest ing Huurverplichting pand Wal 28 te Eindhoven
840.000
reguliere begroting
Schoonmaakkosten
84.000 27.000
reguliere begroting
Service-management ICT-omgeving
245.000
reguliere begroting
Licentiekosten
432.000
reguliere begroting
Accountant kosten
110.000
reguliere begroting
Lease kosten auto's
82.000
reguliere begroting
Arbodienstverlening
90.000
reguliere begroting
Salarisverwerking
36.000
reguliere begroting
Postverwerking
40.000
reguliere begroting
Beveiliging
reguliere begroting
Aut omat isering
Overig
In aanvulling op bovenstaand overzicht nog een opmerking over de arbeidskostengerelateerde verplichtingen. De waarde van het niet opgenomen verlof bedraagt per ultimo 2023 ruim €1.107.000. Voor een tweetal specifieke componenten (spaarverlof en bovenmatig saldo) zijn voorzieningen opgenomen voor een totaalbedrag van €202.000. Van het resterende bedrag van circa €905.000 wordt ruim €481.000 afgedekt via de bestemmingsreserve verlofdagen. Het restant, te weten €424.000, wordt vervolgens gepresenteerd bij de niet uit de balans blijkende verplichtingen. In de Kadernota rechtmatigheid van de Commissie Bbv is uiteengezet dat ervoor gekozen kan worden om de doorwerking van een rechtmatigheidsfout uit een meerjarig contract te beperken tot het jaar van de constatering van de rechtmatigheidsfout. Hiervoor is het nodig om verplichtingen die volgen uit dergelijke contracten op te nemen in de niet uit de balans blijkende verplichtingen. In de rechtmatigheidsverantwoording is aangegeven dat bij een drietal dossiers onrechtmatige financiële beheershandelingen zijn vastgesteld. De impact hiervan betreft naast concrete bestedingen in 2023 ook een raming van doorlopende bestedingen in 2024. De waarde hiervan bedraagt €195.538.
Jaarstukken 2023 38
3.4
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
3.4.1
Overzicht van baten en lasten * bedragen x 1.000 €
Bat en en last en Herziene begro t ing 2023
Realisat ie 2023
Afwijking realisat ie t .o .v. begro t ing
Totaal baten
29.430
29.301
-129
Totaal lasten
28.761
27.832
-928
To t aal saldo van bat en en last en
669
1.469
799
Mutatie reserves
-669
-936
-267
0
532
532
Gerealiseerde result aat
Onderstaande ontwikkelingen hebben tot het resultaat van €532.056 geleid: Begroot resultaat
€0
Mutaties baten: Hoger volume basistaken voor deelnemers
€127.420
Lager volume verzoektaken voor deelnemers
-/- €917.928
Hoger volume verzoektaken niet-deelnemers
€921.937
Hoger volume programma regionale samenwerking
€16.374
Geen deelnemersbijdrage weerstandsvermogen
-/- €669.226
Overige inkomsten (o.a. rentebaten)
€392.506
Minder baten
-/- €128.917
Mutaties lasten: Hogere doorbelaste externe programmakosten*
€899.864
Lagere personeelslasten
-/- €1.784.241
Lagere kosten onderzoek en advies
-/- €95.610
Lagere kapitaallasten
-/- €39.996
Hogere organisatiekosten
€94.394
Lagere vennootschapsbelasting
-/- €2.641
Minder lasten
€928.230
Resultaat exclusief mutaties reserves
€845.181
Storting bestemmingsreserve Omgevingswet
€51.466
Storting bestemmingsreserve Fitte Organisatie
€215.791
Resultaat inclusief mutaties reserves
€532.056
de hogere doorbelaste externe programmakosten maken voor een even groot bedrag onderdeel uit van de hogere baten;
*
per saldo heeft dit geen invloed op het resultaat.
Jaarstukken 2023 39
De belangrijkste mutaties in de lasten hebben zich voorgedaan in de personele kostensfeer (in totaal betreft dit een bedrag van €1.784.241). De gemiddelde bezetting lag in 2023 6,5 fte onder de raming uit de herziene begroting. Het aantal vaste fte’s lag 6,1 fte onder de raming en de externe inhuur bleef 0,4 fte achter bij de raming uit de herziene begroting 2023. De gerealiseerde loonkosten van het eigen personeel zijn lager dan was begroot. Per fte bedraagt het verschil €7.139. Afgezet tegen gemiddeld 178,9 fte vast personeel komt dit neer op een voordeel van €1.227.167. Het achterblijvend aantal fte zorgt daarnaast voor een voordelig effect van €660.811. De gemiddelde kosten voor externe inhuur lagen €5.638 per fte hoger dan was geraamd. Afgezet tegen gemiddeld 47,8 fte externe inhuur betekent dit een nadelig effect van €269.511. Daartegenover stond een (beperkt) voordelig effect omdat het aantal externe fte achter bleef bij de raming (€43.178). De opleidingskosten en de reis- en verblijfskosten bleven achter bij de ramingen uit de herziene begroting. De overige personele kosten zijn hoger uitgekomen dan de raming. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een storting van ruim €226.000 in de voorzieningen wegens spaarverlof en bovenmatig verlofsaldo en in de nieuwe voorziening transitievergoeding. •
Lagere gemiddelde loonkosten
-/- €1.227.167
•
Minder personeel in vaste dienst
-/- €660.811
•
Hogere gemiddelde kosten externe inhuur
•
Minder externe inhuur
-/- €43.178
•
Lagere reis- en verblijfskosten
-/- €128.772
•
Lagere opleidingskosten
-/- €136.045
•
Hogere overige personele kosten
€269.511
€142.221
Tariefontwikkeling Het gerealiseerde tarief van €115,14 komt nagenoeg overeen met het tarief uit de herziene begroting 2023. Het werkelijk aantal declarabele uren is lager dan werd geraamd. Dit geldt ook voor het aantal fte’s. Kenget allen Primaire Herziene Realisat ie 2023 begro t ing 2023 begro t ing 2023
Uurtarief (excl. uren gedekt uit algemene reserve)
€ 102,50
€ 115,16
€ 115,14
Declarabele uren
245.000
245.000
235.614
FTE's direct
181,4
186,6
180,0
Gemiddeld aantal declarabele uren per directe FTE
1.350
1.313
1.309
Ziekteverzuim
4,5%
6,0%
6,6%
FTE's Direct
181,4
186,6
180,0
Overhead
45,4
46,6
46,7
226,8
233,2
226,7
Totaal
De gerealiseerde gemiddelde declarabiliteit is uitgekomen op 1.309 uur per fte. Dit nagenoeg gelijk aan de raming in de herziene begroting 2023 en beduidend beter dan in 2022 (namelijk 1.264 uur per fte).
Jaarstukken 2023 40
Programma Lokale Dienstverlening Het programma lokale dienstverlening herbergt zowel basis- als verzoektaken. De baten bestaan uit de in rekening gebrachte bedragen voor uitgevoerde werkzaamheden. De lasten bestaan uit uren van ODZOBmedewerkers en daarnaast uit externe, door te belasten, programmakosten. * bedragen x 1€
Pro gramma Lo kale Dienst verlening Herziene begro t ing 2023
Realisat ie 2023
Afwijking realisat ie t .o .v. begro t ing
Basistaken
11.867.895
11.995.315
127.420
V erzoektaken
14.536.006
14.540.015
4.009
Totaal baten
26.403.901
26.535.330
131.429
Basistaken
8.412.511
7.892.948
-519.563
V erzoektaken
10.387.683
10.253.413
-134.270
Totaal lasten
18.800.193
18.146.361
-653.833
To t aal saldo van bat en en last en
7.603.707
8.388.969
785.262
0
0
0
Bat en
Last en
Toevoegingen aan reserves Ontrekkingen aan reserves
0
0
0
Gerealiseerde result aat
7.603.707
8.388.969
785.262
De gerealiseerde baten zijn in lijn met de raming uit de herziene begroting en komen €131.000 hoger uit dan was begroot. In de begroting zijn geen externe programmakosten opgenomen aangezien deze budgetneutraal zijn. In de jaarrekening komen deze vanzelfsprekend wel tot uitdrukking. De realisatie van deze (doorbelaste) kosten kwam uit op €932.173. De gepresenteerde lasten bestaan uit de doorbelasting van kosten, exclusief de overhead, naar dit programma. De werkelijke lasten lagen €654.000 onder het (herziene) begrotingsniveau. Het gerealiseerde saldo van baten en lasten op dit programma ligt €785.000 boven de raming.
Programma Regionale Samenwerking In de herziene begroting 2023 was geen rekening gehouden met de doorgeschoven middelen uit 2022. De beschikbare middelen voor 2023 kwamen hierdoor uit op €2.373.065. Pro gramma Regio nale Samenwerking Baten
Begroting 2023
Saldo 2022
Budget 2023
Realisatie 2023
Saldo 2023
Samen Sterk in Brabant
369.935
369.935
337.906
32.029
Omgevingsveiligheid
149.333
149.333
118.471
30.862
Voorbereiding Omgevingsw et
466.489
466.489
415.023
51.466
Overige collectieve taken
1.370.933
16.374
1.387.307
1.178.115
209.192
Totaal
2.356.691
16.374
2.373.065
2.049.516
323.549
Jaarstukken 2023 41
* bedragen x 1€
Pro gramma Regio nale Samenwerking Herziene begrot ing 2023
Realisat ie 2023
Afwijking realisat ie t .o .v. begro t ing
Samen Sterk in Brabant (SSIB)
369.935
337.906
-32.029
Omgevingsveiligheid
149.333
118.471
-30.862
Voorbereiding Omgevingsw et
466.489
415.023
-51.466
Overige collectieve taken
1.370.934
1.178.115
-192.819
Subtotaal
2.356.691
2.049.516
-307.175
Overige baten
0
323.549
323.549
Totaal baten
2.356.691
2.373.065
16.373
Lasten
1.837.933
1.585.778
-252.155
Totaal lasten
1.837.933
1.585.778
-252.155
518.758
787.286
268.528
Toevoegingen aan reserves
0
51.466
51.466
Ontrekkingen aan reserves
0
0
0
Gerealiseerde result aat
518.758
735.821
217.062
Bat en
Last en
Tot aal saldo van bat en en last en
De gerealiseerde baten zijn hoger dan de raming uit de herziene begroting (zoals hiervoor is toegelicht). In deze realisatie is een bedrag van €323.549 opgenomen als ‘overige’ baten. Dat vergt enige toelichting. De bijdragen voor het programma Regionale Samenwerking worden eenmalig, voorafgaand aan de uitvoering van het programma, volledig bij de deelnemers in rekening gebracht. Uitgangspunt is dat het programma volledig wordt gerealiseerd. Er bestaan geen bestuurlijke afspraken over hoe er gehandeld moet worden in een situatie waarbij een significant deel van het programma niet is uitgevoerd. Dat betekent dus ook dat het geen automatisme is dat de niet-benutte middelen worden doorgeschoven naar het volgende jaar om alsnog de niet uitgevoerde werkzaamheden uit te voeren. In 2023 was er sprake van bovenstaande bijzondere omstandigheid. De waarde van de niet uitgevoerde werkzaamheden bedraagt €230.590. Daarnaast is het zo, dat met het vaststellen van de herziene begroting 2023, het algemeen bestuur instemde met een verhoging van het gemiddeld uurtarief van €110,61 tot €115,16. Omdat dit besluit pas werd genomen in september 2023 kon daarna pas actie ondernomen worden om dit besluit te effectueren. Het effect van deze tariefverhoging op het programma Regionale Samenwerking bedraagt €92.959. Dit bedrag is tot op heden niet als ‘naheffing’ bij de deelnemers in rekening gebracht.