CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A13 Jaarstukken VRBZO

Gemeenteraad 23 mei 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Ter kennisname26.018 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In juni zijn de inhoudelijke beleidsontwikkelingen en bestedingsdoelen ter kennisname besproken in het BVO Crisisbeheersing, BVO Risicobeheersing en het Dagelijks Bestuur. Dit leidt tot onderstaande begrotingswijziging. Alle baten komen uit het programma Financiering. 2) Eerste opvang vluchtelingen Oekraïne “Veiligheidsregio's zijn door de minister aangewezen om de coördinatie en eerste opvang van vluchtelingen uit Oekraïne te organiseren en financieren. Conform het “kostenbesluit eerste opvang ontheemden Oekraïne” vergoedt het Rijk integraal de meerkosten (nadelen). Het uitgangspunt hierbij is een kostenneutrale uitvoering van taken. Bij de eerste opvang van Oekraïners werken we samen met diverse partners. In dit verband is vooral de inzet van de gemeente Eindhoven vanuit de regionale ‘hub-functie’ relevant. De gemaakte (meer) kosten hebben vooral betrekking op de inhuur van personeel en kosten en voor reguliere exploitatie en facilitaire zaken. Voor deze kosten hebben we, conform de regeling, dit jaar 2 keer een voorschotbedrag aangevraagd bij het Rijk: -

In april vroegen we een voorschotbedrag aan van € 1.100.000 voor het 1e halfjaar van 2023.

-

In augustus vroegen we een voorschotbedrag aan van € 575.000 voor het 2e halfjaar van 2023.

Beide keren is het voorschot toegekend en betaald door het Rijk. Bij de jaarverantwoording 2023 worden eventuele voor-/ nadelen verrekend. De verdere prognose van deze post is afhankelijk van het verloop van de crisis/oorlog, maar de baten en lasten zullen altijd in evenwicht zijn. 3) Interne verschuivingen Onze organisatie stuurt de organisatie binnen de kaders van de begroting. Wel komt het hierbij voor dat voordelen binnen het ene programma worden ingezet binnen een ander programma, bijvoorbeeld voor de uitvoering van organisatie brede projecten. Met deze wijziging verwerken we deze inzet in de begroting. Het betreft: -

Inzet van €400.000 incidenteel budget voor ondersteuning organisatie ten behoeve van projecten baseline informatiebeveiliging overheid (BIO), optimalisatie HR processen, arbeidsmarktcommunicatie en het door ontwikkelen van leiderschap.

De dekking van bovenstaande komt uit een incidenteel voordeel op kapitaalslasten doordat niet alle investeringen conform planning zijn uitgevoerd. Alle voordelen op kapitaalslasten vallen in de begroting van onder het programma Brandweerzorg (programmaproduct Incidentbestrijding). Al deze wijzigingen zijn incidenteel.

52

Jaarstukken 2023

5.2.4

Exploitatiebegroting na wijzigingen

Onderdeel Brandweerzorg Crisisbeheersing Financiering Ond. Org. Totaal

Lasten Primair € 40.409.847 € 3.799.747 € 33.593€ 9.900.890 € 54.076.891

Baten Bestuurlijk 1e wijziging 2e wijziging 3e wijziging 4e wijziging Begroting Primair Bestuurlijk 1e wijziging 2e wijziging 3e vorig jaar actueel vorig jaar wijzi €0 €0 € 27.251 € 2.164.359 € 309.900- € 42.291.557 € 637.569- € 14.500€ 31.777€ 27.251€0 €0 €0 € 192.345 € 144.090 € 4.136.182 € 46.500- € 14.500 €0 €0 € 0 € 2.760.484 € 0 € 2.760.484€ 955.810 € 922.217 € 53.392.822€0 € 2.728.707€0 €0 €0 €0 € 403.780 € 610.000 € 10.914.670 €0 €0 €0 €0 € 0 € 2.760.484 € 27.251 € 0 € 1.400.000 € 58.264.626 € 54.076.891€0 € 2.760.484€ 27.251-

53

Jaarstukken 2023

6. Analyse resultaat 2023 De jaarrekening 2023 sluit af met een positief gerealiseerd saldo van baten lasten van € 1.010.542. Dit is ongeveer 2% van de totale begroting van € 58,2 miljoen. Belangrijkste oorzaak is een incidentele onderbesteding op de extra BDuR uitkering. In onderstaande tabel is weergegeven op welke onderdelen van de programma’s van VRBZO dit overschot ontstaan is.

6.1

Analyse van het resultaat 2023

In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is een uitgebreide analyse per programma onderdeel opgenomen op de afwijkingen tussen de begroting en de realisatie gesplitst naar loonkosten, kapitaallasten, overige lasten, overhead en overige verrekeningen (intern) en de baten. Dit zijn de belangrijkste redenen voor het resultaat:

54

Jaarstukken 2023 Extra BDuR: € 954.000 Eind 2022 maakte het Rijk bekend dat zij structureel extra geld beschikbaar stellen voor de versteviging van crisisbeheersing en informatiemanagement. We krijgen vanaf dit jaar structureel € 1,4 miljoen van het Rijk. We zetten vol in op versteviging van deze domeinen. Dit gaat met name om extra personele capaciteit (formatie). We zien tegelijk dat het uitbreiden van de teams op personeelsvlak een intensief traject is en tijd vraagt. Daarnaast is de werving van nieuwe medewerkers afhankelijk van de beschikbaarheid van geschikte kandidaten. Daarom hebben we in 2023 een incidentele onderbesteding van 953.600 op de extra BDuR. Dit is incidenteel omdat we gedurende het jaar al veel nieuwe medewerkers hebben aangenomen. We gaan het bestuur voorstellen om met deze incidentele onderbesteding op de BDuR een bestemmingsreserve te vormen, zodat we het geld op korte termijn kunnen gebruiken voor versterking van de organisatie. Overschot BDUR naar overlopende passiva 2024: € -954.000 De onderbesteding uit de extra ontvangen BDuR nemen we op de balans op als overlopende passiva. De brede doeluitkering wordt niet door het Rijk teruggevorderd. Het bedrag besteden we in 2024 aan de BDuR gerelateerde doelen.

Kapitaalslasten: € 711.000 Enkele investeringen worden niet dit jaar gerealiseerd waardoor we incidenteel een onderbesteding hebben op de kapitaalslasten. Deze investeringen zijn vooral gericht op speciale voertuigen. We zijn bij de brandweer nog bezig met beleidsvorming om een goede keuze te maken in de aanschaf van de juiste voertuigen voor lange termijn. De incidentele ruimte gebruiken we om extra voortgang te creëren in project gericht op het realiseren van de visie (uitvoeringsagenda). Projecten: € -986.000 De incidenteel beschikbare kapitaalslasten investeren we in de doorontwikkeling rondom visie. Diverse incidentele kosten voor projecten, onder andere: inhuur van expertise voor o.a. brandrisicoprofiel, herijking beroepsbrandweer, instructeurs vakbekwaamheid, baseline informatiebeveiliging overheid (BIO), optimalisatie HR processen en arbeidsmarktcommunicatie. We constateren hierbij dat projectkosten voor bedrijfsvoering structureel worden. Hoewel onderwerpen vaak incidenteel zijn, worden we ieder jaar geconfronteerd met nieuwe ontwikkelingen die structureel geld kosten voor mensen en middelen. Besteding extra gemeentelijke bijdrage: € 0 In de begroting 2023 kregen we incidenteel extra budget van € 600.000 van gemeenten om de opgelopen achterstand in plannen door m.n. de coronacrisis in te lopen.

Dit geld zetten we in voor crisisbeheersing, informatiemanagement (FieldLab) en leiderschap in het kader van doorontwikkeling. De besteding van deze doelen verliep volgens begroting. Loonkosten (inclusief inhuur): € 151.000 Er is een beperkte incidentele onderbesteding op loonkosten en inhuur. Deze kent een aantal oorzaken. Enerzijds hebben we flink wat vacatureruimte door verloop van personeel en de opdracht vanuit versteviging crisisbeheersing (extra BDuR). Anderzijds ervaren we moeite om deze vaak specialistische vacatures structureel goed in te vullen. Daarbij ervaren we een hoge werkdruk in de organisatie omdat het werk wel gedaan moet worden. Om deze reden huren we meer mensen in, die per saldo vaak duurder zijn. Hogeren indexatie reguliere BDUR: € 270.000 In de begroting rekenen we met een verwachte indexatie op de inkomsten vanuit de BDUR. Het Rijk stelt de indexatie voor de BDUR pas na de zomer (in de september circulaire) in het lopende jaar vast. Door de hoge inflatie

55

Jaarstukken 2023

in het afgelopen jaar viel de indexatie hoger uit dan verwacht. Hierdoor hebben we een structurele meevaller op de BDUR inkomsten. Extra rente inkomsten: € 183.000 In de begroting rekenden we met een zeer laag rentepercentage voor eigen kapitaal. In 2023 steeg de rente aanzienlijk, waardoor onze inkomsten ook hoger waren. We beschouwen deze extra inkomsten als incidenteel, omdat we niet weten hoe rente zich ontwikkelt. Ieder jaar maken we bij het opstellen van de begroting een nieuwe inschatting van de rente ontwikkeling. Verkoop activa en overige dienstverlening: € 358.000 We verkopen onze oude voertuigen en materialen op een veilingmarkt. Deze extra inkomsten zijn dan ook incidenteel. Vorig jaar hebben we meer materieel en materiaal tegen een hogere prijs kunnen verkopen dan waar we in de begroting rekening mee hielden. Daarnaast hadden we ongeveer € 120.000 hogere inkomsten door onder andere een hogere bijdrage voor de Landelijke Forensische Opsporing (LFO) en een vergoeding voor de dienstverlening bij crises bij andere veiligheidsregio’s. Overige exploitatie: € 333.000 In de overige exploitatie zien we op een aantal onderdelen een overbesteding en onderbesteding die per saldo resulteren in een onderbesteding op exploitatie. Hieronder noemen we enkele grote onderwerpen. Bij overbesteding: •

Kosten voor onderhoud van (grote) voertuigen. We hebben de afgelopen jaar meer onderhoud aan onze voertuigen dan begroot. Met name de kosten voor extra preventief en correctief onderhoud bij grote brandweervoertuigen lopen op. Deels doordat voertuigen het einde van hun technische levensduur naderen, deels door gestegen prijzen.

•

Extra kosten voor oefenmaterialen brandweer. We hebben in 2023 nieuw redgereedschap gekocht, waardoor brandweerploegen behoefte hebben aan extra training en oefening. Daar hebben we extra sloopauto’s voor gekocht.

•

Hogere kosten voor de dienstverlening van de accountant. We zijn eind 2022 overgestapt naar een nieuwe accountant waardoor werkzaamheden verschoven. Zo werd de interim controle over 2022 niet in 2022 maar begin 2023 uitgevoerd. Dat leidde incidenteel tot extra kosten in 2023.

Bij onderbesteding: •

Brandstof: we hebben minder uitgegeven aan brandstof dan begroot, omdat we minder verbruik hadden door minder inzetten en door de tijdelijk lagere accijns op brandstof. We beschouwen deze onderbesteding als incidenteel omdat de brandstofprijzen nog erg fluctueren, het verbruik afhankelijk is van het aantal inzetten en de accijnskorting is gestopt.

•

Brandveilig Leven: er zijn minder producten afgenomen door gemeenten dan begroot.

Daarnaast blijkt uit de analyse dat de kosten voor inflatie op individueel contractniveau voor sommige leveranciers lager was dan ingeschat. Tegelijk hadden we een grote kostenpost bewust niet meegenomen in de begrotingswijziging waarin we een extra bijdrage vroegen voor inflatiecorrectie: de energiekosten. Dit was omdat we in 2023 nog profiteerden van relatief lage tarieven voor gas en elektriciteit uit een langdurig contract. Dit contract liep eind 2023 af. In de begroting van 2024 hebben we ook geen rekening gehouden met hogere energiekosten, omdat het onzeker was hoe deze kosten zich zouden ontwikkelen. Onze verwachting is dat deze kosten zullen

56

Jaarstukken 2023

stijgen in 2024 vanwege nieuwe tarieven. De eerste prognose is dat deze kosten met ongeveer € 300.000 per jaar stijgen. Crises: € -10.000 De afgelopen jaren waren er enkele grote crises waar VRBZO een belangrijke rol in had: corona, crisisnoodopvang en de eerste opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. Al deze langdurige crises eindigen voor VRBZO in 2023. Voor meer toelichting verwijzen we naar hoofdstuk 4.7 en 4.8 over de crises in 2023. Nagenoeg alle kosten zijn vergoed, waarmee onze inzet voor deze crises kostenneutraal is. We hebben een klein nadeel op onze inzet op de corona crisis.

57

Jaarstukken 2023

DEEL 2: Jaarrekening In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over het in 2023 gevoerde financiële beleid en beheer van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO). Daarbij is rekening gehouden met de in de loop van 2023 vastgestelde wijzigingen van de begroting 2023. De structuur van de jaarrekening sluit aan bij de vastgestelde programmabegroting. De jaarrekening 2023 bestaat uit: •

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling;

•

De balans voorzien van een toelichting;

•

Overzicht van baten en lasten met toelichting;

•

WNT verantwoording;

•

SiSa verantwoording.

De jaarrekening kent conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) een programmagerichte benadering die voor 2023 voor VRBZO is opgebouwd uit 5 programma’s met daarin 10 programmaproducten: •

•

•

•

Programma 1 Brandweerzorg -

Risicobeheersing

-

Incidentbestrijding

Programma 2 Crisisbeheersing -

GHOR

-

Crisisbeheersing

-

Bevolkingszorg

Programma 3 Financiering -

Bijdragen Gemeenten

-

Bijdragen Rijk

-

Overige financiering en algemene dekkingsmiddelen

Programma 4 Ondersteuning organisatie -

•

1

Ondersteuning organisatie1

Programma 5 Reserves -

Mutaties Algemene Reserve

-

Mutaties Bestemmingsreserves

VRBZO rekent in hoofdlijnen de activiteiten van de sector bedrijfsvoering en de leidinggevenden van het primaire proces tot de

ondersteuning van de organisatie. Huisvesting heeft in de organisatie vooral een taak voor de brandweerzorg en wordt daarom niet tot de ondersteuning van de organisatie gerekend. De medewerkers die onder de ondersteuning van de organisatie vallen hebben vaak ook een uitvoerende of leidinggevende functie bij grote incidenten of rampen.

58

Jaarstukken 2023

1. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin het Algemeen Bestuur de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.

1.1

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen dan wel schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende en verlofaanspraken en dergelijke. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. 1.1.1

Bezittingen

Vaste activa De investeringen met economisch nut zijn gewaardeerd tegen de verkrijging- of vervaardigingprijs en bijkomende kosten. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Afschrijving vindt plaats vanaf 1 januari na het moment van ingebruikname volgens de lineaire methode, waarbij geen rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. De afschrijvingspercentages zijn gebaseerd op de verwachte levensduur. Afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Op grond wordt niet afgeschreven. Er wordt niet langer afgeschreven dan de vooraf vastgestelde termijn en niet verder dan dat de boekwaarde nihil is. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn conform het interne activabeleid. Indien een investering buiten gebruik wordt gesteld dient een extra afschrijving plaats te vinden indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde. De opbrengstwaarde van een investering die buiten gebruik is gesteld wordt niet in mindering gebracht op een nieuwe investering, maar wordt als bijzondere bate verantwoord. Indien de waarde van een investering duurzaam vermindert in enig jaar wordt deze waardevermindering onafhankelijk van het resultaat in aanmerking genomen. Waardeverminderingen worden op de investering in

59

Jaarstukken 2023

mindering gebracht. Ook indien een vast actief buiten gebruik gesteld wordt, heeft op het moment van buitengebruikstelling een afwaardering van de boekwaarde plaatsgevonden naar de lagere restwaarde. De lasten samenhangend met de uitvoering van klein en groot onderhoud zijn niet levensduur verlengend en zijn daarom niet geactiveerd, maar direct ten laste van de exploitatie of de gevormde voorziening gebracht. Er is geen sprake van gronden in erfpacht. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor oninbaarheid wordt, indien noodzakelijk, een voorziening dubieuze debiteuren getroffen. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Liquide middelen Liquide middelen worden tegen nominale waarde verantwoord. Schatkistbankieren In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden. Er zijn echter een aantal uitzonderingen. Een daarvan is het drempelbedrag. Dat is een minimumbedrag (afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid) dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is bedoeld om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen: niet elke laatste euro hoeft in de schatkist te worden aangehouden. In principe hoeven alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. 1.1.2

Reserves

In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van de reserves is een zaak van het Algemeen Bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra het Algemeen Bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo boekjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. 1.1.3

Schulden

Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Voorzieningen De definitie van een voorziening is een schatting van voorzienbare lasten waarvan het ontstaan in het verleden ligt. De exacte omvang hiervan is onzeker evenals het tijdstip van optreden. Voorzieningen worden opgenomen tegen de nominale waarde. De onderhoudsvoorziening gebouwen stoelt op een meerjarig onderhoudsplan voor het uit te voeren groot onderhoud.

60

Jaarstukken 2023

De voorziening FLO wordt bepaald conform de volgende uitgangspunten: •

De rechten van personeelsleden inzake FLO-overgangsrecht zijn gebaseerd op de huidige bepalingen uit hoofdstuk 9a tot en met 9f van de CAR;

•

De FLO-rechten zijn gewaardeerd op basis van de bij het opmaken van de jaarrekening actuele CAO, actuele inzichten en het actuele FLO beleid.

•

Er is rekening gehouden met een indexatie voor toekomstige loonkostenstijgingen.

•

Bij het opnemen van de verplichting wordt rekening gehouden met de jaarlijkse FLO-bijdrage van gemeenten. Ook deze wordt geïndexeerd.

•

Bij het opnemen van de verplichtingen wordt rekening gehouden met de kans op vervallen van rechten door het overlijden van medewerkers. We hanteren hierbij de sterftecijfers van het CBS als basis.

Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

61

Jaarstukken 2023

2. Balans per 31 december 2023 Hieronder is de balans per 31 december 2023 opgenomen.

62

Jaarstukken 2023

2.1

Toelichting op de balans

2.1.1

Investeringen met economisch nut

63

Jaarstukken 2023

2.1.2

Vlottende activa

64

Jaarstukken 2023

2.1.3

Eigen vermogen

Algemene reserve Deze reserve is bestemd voor het opvangen van financiële risico’s en van schommelingen in de exploitatiesfeer. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van december 2022 is het Nota algemene reserve vastgesteld. Daarmee is tevens besloten dat de hoogte van de algemene reserve niet is gebaseerd op de risico’s waar de organisatie mee te maken heeft, maar gekoppeld is aan de totale baten van de organisatie. Op basis van die notitie is voor VRBZO op basis van de huidige begroting een gewenste omvang van de algemene reserve vastgesteld tussen de €2.000.000 en €2.400.000. Zoals al eerder is aangegeven in het jaarverslag zullen wij de bandbreedte 2.400.000 en 3.200.000 aanhouden. Dit stelt ons in staat om snel en adequaat te handelen in geval dat onvoorziene omstandigheden met een significante financiële impact zich voordoen Bestemmingsreserve VRBZO heeft in 2023 geen bestemmingsreserve

65

Jaarstukken 2023

2.1.4

Voorzieningen

Verloopoverzicht voorzieningen

Onderhoud Gebouw ROC Doelstelling van deze voorziening is het egaliseren van het groot onderhoud aan het pand Engelse Tuin te Waalre, waarin het opleidingscentrum is gehuisvest. De middelen uit deze voorziening worden verkregen uit de exploitatierekening waarbij het uitgangspunt wordt gehanteerd dat de jaarlijks gelijke storting voldoende moet zijn om de meerjarig te onttrekken onderhoudskosten af te dekken. In 2022 is groot onderhoud aan het Regionaal Opleidingscentrum uitgevoerd. Er is daarom ook een nieuw onderhoudsplan opgesteld. In het plan worden vanuit 2023 voor tien jaar vooruit de verwachte onderhoudskosten in beeld gebracht. Op basis van dit plan is nog steeds een jaarlijkse toevoeging aan de voorziening nodig van €70.000. Ook op basis van het oude plan bedroeg de jaarlijkse toevoeging €70.000. FLO Functioneel leeftijdsontslag geeft medewerkers die voor 2006 in dienst waren het recht op een vorm van vroegpensioen, het functioneel leeftijdsontslag (FLO). In 2022 heeft de veiligheidsregio geconstateerd dat er geen sprake is van gelijkblijvende lasten in de meerjarenbegroting. Het bestuur heeft derhalve besloten om vanaf 2020 een voorziening te vormen, mede op aanwijzing van de Provincie als toezichthouder. De voorziening bestaat uit een inschatting van de toekomstige verplichtingen naar rato toegerekend van het aantal gewerkte jaren per balansdatum.

Daarop is in mindering gebracht de geschatte bijdrage van de deelnemende gemeentes van het uitgangspunt van budgetneutraliteit. Doordat we toekomstige gemeentelijke bijdragen mogen meerekenen, kan de voorziening lager uitkomen. Om die reden is het deel van de gemeentelijke bijdrage dat we gebruiken voor de FLO regeling expliciet zo benoemd in de begroting en is transparant gemaakt voor gemeenten dat een gedeelte van de gemeentelijke bijdrage wordt gebruikt als dekking voor de FLO kosten. Daarbij is expliciet opgenomen dat deze bijdrage niet voor een ander doel kan worden aangewend. Impliciet was dit altijd al het geval. Als we het geld van de FLO kosten aan iets anders zouden uitgeven, is de begroting niet langer reëel in evenwicht. Het bedrag dat we bestemmen voor de FLO regeling sluit aan bij de meerjarig begrote kosten voor de FLO regeling. Wanneer de FLO regeling is afgewikkeld in 2044 dan kan dit leiden tot een vermindering van de gemeentelijke bijdrage. Naar verwachting is het mogelijk de jaarlijkse bijdrage al eerder te verlagen. Per 31 december 2023 is de looptijd van de verplichting en bijdragen van gemeenten als volgt:

66

Jaarstukken 2023

Looptijd

Uitgave

Verplichting

Bijdrage gemeenten Bijdrage ten behoeve gemeenten ten verplichting behoeve lasten

Korter dan 1 jaar

€ 2.281.626

€ 1.516.104

€ 646.161

Tussen 1 en 5 jaar

€ 7.423.846

€ 6.711.437

-€ 2.224.683

Langer dan 5 jaar

€ 16.096.292

€ 10.284.742

-€ 2.805.802

Totaal

€ 25.801.764

€ 18.512.283

-€ 4.384.324

-€ 19.218.560

Zoals blijkt uit bovenstaande tabel is de totale verplichting eind 2023 €19.218.560 Hiervan ontvangen we van gemeenten de komende jaren €18.512.283 Voor het restant hebben we een voorziening van €706.277

FLO 1% compensatieregeling In 2006 is het FLO-overgangsrecht afgesproken; de levensloopregeling was een belangrijke pijler in dat FLOovergangsrecht. In de levensloopregeling spaarde de werkgever d.m.v. een bruto werkgeversbijdrage levensloop voor de medewerker. Deze bruto bijdrage werd via de salarisstrook van de medewerker gestort op een zogenaamde Levenslooppolis Loyalis (later a.s.r.). Het wegvallen van de levensloopregeling per 01-01-2022 leidde er onder andere toe dat werkgevers en vakbonden ter vervanging hiervan een nieuwe regeling hebben afgesproken: de netto FLO spaarregeling. Dit betekende dat alle gespaarde bruto gelden op de lenslooppolissen overgeheveld moesten worden naar een netto spaarregeling. Met als gevolg uitbetaling van bruto gelden en dus verhoogde inkomens voor de medewerkers. Dit overhevelen en het versneld sparen levensloop kan leiden tot een financieel nadeel. Dit financieel nadeel is reden geweest voor werkgevers en vakbonden om een compensatieregeling af te spreken. De compensatieregeling compenseert alleen een nadeel dat toegerekend kan worden aan de kalenderjaren 2019, 2020 en 2021 omdat in deze jaren sprake is gewest van transitie levenslooptegoed en/of versneld sparen levensloop. Eventuele voordelen in het ene kalenderjaar worden verrekend met een nadeel over een ander kalenderjaar.

Alle neveninkomsten, uit loondienst of eigen bedrijf, worden meegenomen tot een bedrag van € 9000. De grens van € 9000 is de uitkomst van onderhandelingen tussen werkgevers en vakbonden. Per kalenderjaar is een drempel aan de orde van 1% van het inkomen van de medewerker. Vandaar ook de naam van de regeling. De werknemer levert bij de werkgever alle benodigde documenten aan. Deze documenten worden doorgestuurd naar het Expertisebureau. Het Expertisebureau beoordeeld en berekend het bedrag waarvoor de medewerker gecompenseerd wordt. Het kan voorkomen dat een gedeelte van de compensatie door de aard van het nadeel niet meteen uitbetaald kan worden. Denk bijvoorbeeld aan kinderen van medewerkers die door de uitbetaling van het levenslooptegoed een lagere studiefinanciering ontvangen. Dit nadeel doet zich alleen voor indien ze hun studie tijdig afronden. De compensatie wordt dan alleen uitbetaald indien het kind de studie tijdig afrond. We vormen in dat geval een voorziening voor deze verplichting. Minnelijke regelingen en RVU (regeling vervroegd uittreden) In 2023 hebben wij een voorziening gevormd voor een aantal medewerkers die middels een minnelijke regeling uit dienst gaan. Naast de loonkosten van deze medewerkers, zijn er over deze minnelijke regelingen RVU-boetes verschuldigd. De kosten die hierbij horen zijn toegevoegd aan de voorziening.

Wanneer de medewerkers uit dienst zijn dan zal de voorziening afnemen. Mochten er nieuwe minnelijke regelingen overeen worden gekomen, dan zal er een toevoeging zijn. Verlofsparen Voor verlofsaldi waarover expliciete afspraken zijn vastgelegd in het kader van verlofsparen moet overeenkomstig de geldende regelgeving een voorziening worden gevormd. In de voorziening is in 2023 een totaal van €82.534 gestort

67

Jaarstukken 2023

2.1.5

Vaste schulden

Verloopoverzicht Vaste Schulden Leningen 1-jan-23 Geldlening 40.81663.02 € 16.865 Geldlening 40.108.862 € 2.000.000 Geldlening 40.111.225 € 4.433.333 Geldlening 40.111.226 € 1.450.000 Geldlening 40.111.424 €0 Geldlening 10.029.473 € 2.970.000 Geldlening 10.029.474 € 1.837.500 Geldlening 40.111.227 € 75.000 Geldlening 40.111.228 € 4.305.000 Geldlening 40.111.229 € 915.000

Opname €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0

Aflossing -€ 16.866 -€ 666.667 -€ 466.667 -€ 100.000

€ 18.002.699

€0

Totaal Leningen

Rentelast 2023 € 391 € 40.688 € 39.390 € 17.303

-€ 660.000 -€ 350.000 -€ 75.000 -€ 420.000 -€ 60.000

31-dec-23 €0 € 1.333.333 € 3.966.667 € 1.350.000 €0 € 2.310.000 € 1.487.500 €0 € 3.885.000 € 855.000

-€ 2.815.199

€ 15.187.500

€ 179.460

€ 13.803 € 11.500 € 32 € 44.171 € 12.183

In onderstaand overzicht wordt nadere informatie over de individuele leningen verstrekt Opname Opname Rente Rente en Leningen Bank datum bedrag Looptijd % aflossing Ten behoeve van 31-decInvesteringen Regionaal 40.81663.02 BNG 93 € 505.965 30 jaar 2,32% Lineair per jaar Opleidingscentrum 23-dec€ Lineair per 40.108.862 BNG 13 8.000.000 12 jaar 2,325% kwartaal Overname Brandweer overige gemeenten 15-jun€ Lineair per 40.111.225 BNG 17 7.000.000 15 jaar 0,93% kwartaal uitvoering investeringsprogramma 15-jun€ Lineair per 40.111.226 BNG 17 2.000.000 20 jaar 1,23% kwartaal uitvoering investeringsprogramma 15-jun€ Lineair per 40.111.424 BNG 17 3.100.000 5 jaar 0,01% kwartaal uitvoering investeringsprogramma 15-jun€ Lineair per 10.029.473 NWB 17 6.600.000 10 jaar 0,507% kwartaal uitvoering investeringsprogramma € Lineair per 10.029.474 NWB 3-jan-18 3.500.000 10 jaar 0,674% kwartaal uitvoering investeringsprogramma € Lineair per 40.111.227 NWB 3-jan-18 1.500.000 5 jaar 0,170% kwartaal uitvoering investeringsprogramma € Lineair per 40.111.228 NWB 3-jan-18 6.300.000 15 jaar 1,065% kwartaal uitvoering investeringsprogramma € Lineair per 40.111.229 NWB 3-jan-18 1.200.000 20 jaar 1,365% kwartaal uitvoering investeringsprogramma

68

Jaarstukken 2023

Vlottende passiva

69

Jaarstukken 2023

2.2

Niet uit de balans blijkende rechten en plichten

2.2.1

Huurcontracten

De VRBZO huurt op basis van meerjarige huurovereenkomsten 33 locaties waarvan 32 rechtstreeks bij de deelnemende gemeenten en 1 van derden (1 van de Nationale Politie). De huurcontracten zijn aangegaan voor een periode van 5 + 5 jaar (gemiddeld tot en met 2023). De jaarlijkse huurlast bedraagt € 2,1 miljoen. 2.2.2

Terugkoopverplichting

De 2 tijdelijke koopkazernes zijn aangekocht voor de periode van de (BTW-) herzieningstermijn. Na het verstrijken van deze termijn, welke 10 jaar omvat, te starten met tellen in het jaar van ingebruikname, verkoopt VRBZO het gebouw terug aan de gemeente. Het gebruik van het pand wordt daarna vastgelegd in de huurovereenkomst. De bepaling rondom de terugkoop staat beschreven in de terugkoopverplichting welke onderdeel uitmaakt van de koopakte. Hieronder zijn de belangrijkste gegevens opgenomen. Terugkoopverplichting Son en Breugel Valkenswaard 2.2.3

Verkoopdatum 2024 2024

Verkoopprijs € 939.014 € 2.389.250

Onderhoudsfondsen koopkazernes

Gezien de tijdelijke aankoop van de koopkazernes is de insteek gekozen om voor de kooppanden dezelfde rolverdeling aan te houden als bij de huurpanden. Dit betekent dat de gemeenten kunnen kiezen tussen ofwel de gezamenlijk opgestelde demarcatielijst ofwel de algemene bepalingen van het ROZ-model rondom onderhoud en beheer. De gemeente blijft operationeel verantwoordelijk voor de uitvoer van het groot onderhoud, VRBZO stort jaarlijks een bedrag in de voorziening groot onderhoud voor deze werkzaamheden. Het bedrag is gebaseerd op het meerjarig onderhouds- plan (MJOP) van de gemeente aangepast naar de taken conform de gekozen demarcatie, met als doel het uitvoeren van groot onderhoud ten behoeve van instandhouding. Op deze wijze kan de gemeente haar werkwijze voortzetten en de eventueel hieraan gekoppelde formatie in stand houden zodat hierin bij terugkoop door de gemeente geen wijzigingen plaats hoeven te vinden. Tevens wordt de werkwijze al in gang gezet welke ook zal gelden op het moment dat VRBZO het gebouw gaat huren van de gemeente.

Om

deze

samenwerking

en

de

insteek

rondom

de

kosten

vast

te

leggen

is

een

samenwerkingsovereenkomst toegevoegd aan de koopakten. Hierin staat beschreven dat overeen is gekomen dat de gemeente het groot onderhoud uitvoert op basis van het MJOP ten behoeve van de kazerne en dat VRBZO hiervoor een jaarlijkse storting doet. Hierbij wordt de jaarlijkse storting voor 10 jaar groot onderhoud gebaseerd op de geraamde kosten voor de looptijd van 10 jaar inclusief de indexering, waarbij de reeds beschikbare reserves en de renteopbrengsten in mindering gebracht worden op het op te bouwen bedrag. In overleg kan afgeweken worden van de termijn van 10 jaar. Na de termijn van eigendom door VRBZO wordt er een afrekening gemaakt waarbij een vergelijking gemaakt wordt tussen de werkelijke en de begrote kosten van het uitgevoerde onderhoud.

70

Jaarstukken 2023

2.2.4

Investeringsverplichtingen 2023

In 2023 zijn een aantal contracten met partijen afgelopen rondom toekomstige investeringen. Dit zijn bijvoorbeeld investeringen die gestart zijn in 2023 maar waar nog een bedrag voor open staat voor 2024. Bijgevoegd een tabel met verplichtingen. Categorie

Originele waarde verplichting

Huidige waarde verplichting

Toelichting

Verbouwing Post Woensel

€

300.000

€

40.521

Verbouwing ROC

€

95.000

€

26.441

IM COPI voertuig Smartphones Laptops

€ € €

86.133 31.992 34.228

€ € €

86.133 31.992 34.228

Start verbouwing in 2023 met uitloop naar 2024 Start verbouwing in 2023 met uitloop 2024 Besteld in 2023, levering in 2024 Besteld in 2023, levering in 2024 Besteld in 2023, levering in 2024

Totaal

€

547.353

€

219.315

2.2.5

Overige lease- en huurovereenkomsten

Per 1 januari 2019 is met Konica een huurovereenkomst afgesloten voor de huur van multifunctionele printers. De overeenkomst heeft een duur van 5 jaar met een gemiddelde jaarlijkse verplichting van €40.000. 2.2.6

Vennootschapsbelasting

Met ingang van 1 januari 2016 zijn overheidsinstellingen Vpb plichtig. veiligheidsregio’s hebben hierover landelijk overleg gevoerd met de Belastingdienst. Uit een analyse van de activiteiten van VRBZO is in overleg met de Belastingdienst geconcludeerd dat er geen sprake is van ondernemersactiviteiten dan wel dat vrijstellingen van toepassing zijn. Voor de jaren 2018 tot en met 2021 zijn nihil aangiften ingediend. In overleg met de Belastingdienst is besloten dat VRBZO geen aangifte vennootschapsbelasting meer hoeft te doen tenzij er nieuwe activiteiten ontstaan die Vpb plichtig zijn. 2.2.7

Verlofsaldo

In onderstaand overzicht is weergegeven hoeveel procent van het verlof per sector wordt opgemaakt. In de CAO staat opgenomen dat medewerkers minimaal 50% van het gekregen verlof aan de start van een jaar in datzelfde jaar moeten opnemen. Enkel sector bedrijfsvoering voldoet niet aan het minimum van 50%. Omdat er geen sprake is van bovenmatig verlof, classificeert VRBZO het verlofsaldo als stabiel. Het openstaande saldo per eind 2023 bedraagt €1.188.916

De parate dienst is niet meegenomen in bovenstaand overzicht. Het saldo per eind 2023 bedraagt hier €452.544

71

Jaarstukken 2023

2.2.8

Gebeurtenissen na balansdatum

Er hebben zich geen relevante gebeurtenissen voorgedaan die aanmerken als gebeurtenissen na balansdatum volgens de definitie van de BBV.

72

Jaarstukken 2023

3. Overzicht baten en lasten 2023 3.1

Overzicht baten en lasten 2023

3.2

Overzicht incidentele baten en lasten per programma

73

Jaarstukken 2023

3.3

Toelichting op overzicht baten en lasten per programma

3.3.1

Programma Brandweerzorg

Gerealiseerde baten en lasten - Programma Brandweerzorg

Lasten en baten

Begroting 2023

Realisatie 2023

Afwijking

Loonkosten Kapitaalslasten Overige lasten Overhead verrekeningen Toevoeging voorziening Overige verrekeningen

€ 26.946.871 € 4.122.828 € 11.218.119 € -1.617.461 € 135.000 €0

€ 27.513.356 € 3.477.037 € 13.015.187 € -1.527.461 €128.275 € 133.151

€ -566.485 € 645.792 € -1.797.069 € -90.000 €6.725 € -133.151

Totaal lasten

€ 40.805.357

€ 42.739.544

€ -1.934.187

Overige baten

€ -711.097

€ -3.235.842

€ 2.524.745

Reserveringen

€ 1.479.807

€ 1.481.407

€ -1.600

Totaal baten

€ 768.710

€ -1.754.436

€ 2.523.145

€ 41.574.067

€ 40.985.108

€ 588.959

Saldo lasten en baten

Loonkosten De loonkosten zijn hoger dan begroot. Dit heeft voornamelijk te maken met de naheffing van de ZVW-premie voor brandweervrijwilligers over de afgelopen vier jaar. Deze naheffing bedroeg € 250.855 over de jaren 2018 tot en met 2021 en € 90.817 over het jaar 2022. De resterende overschrijding heeft te maken met extra inhuur om vacatureruimte tijdelijk in te vullen. Inhuur van personeel is per saldo duurder dan personeel in dienst. Kapitaalslasten Diverse geplande investeringen vinden later dan verwacht plaats. Dit zorgt voor incidenteel lagere kapitaalslasten. Overige lasten Het nadeel op overige lasten wordt vooral veroorzaakt door: •

De lasten van crisisnoodopvang worden financieel technisch in dit programma geboekt. Deze kosten waren niet begroot in de primaire begroting. Totale kosten in 2023 bedroegen € 2.163.478. Deze kosten zijn door het COA volledig vergoed. Meer informatie over de kosten van crisisnoodopvang staat in het jaarverslag in paragraaf 4.8 Crises in 2023: Crisisnoodopvang (CNO).

•

Technische problemen met voertuigen die zich de afgelopen jaren al vaker hebben voorgedaan. Dit brengt hogere onderhoudskosten met zich mee. Daarnaast is de ervaring dat regulier tussentijds onderhoud van voertuigen en materialen vaak duurder uitvalt dan begroot. De inflatie van afgelopen jaar versterkt deze constatering. Hiermee krijgt het tekort in deze post steeds meer een structureel karakter, maar omdat hier onvoldoende duidelijkheid over bestaat, wordt deze post voor nu als incidenteel beschouwd. Kosten voor diverse projecten die we uitvoerden voor brandweerzorg, zoals de handcrew natuurbrandbestrijding en fase 1 van de uitfasering drukluchtschuim (DLS).

74

Jaarstukken 2023

Overige baten De kosten van de crisisnoodopvang komen ten laste van dit programma, de inkomsten die we ontvingen van COA ter compensatie van de gemaakte kosten komen als baten in dit programma. De baten zijn van gelijke omvang als de lasten. 3.3.2

Programma Crisisbeheersing

Gerealiseerde baten en lasten – Programma Crisisbeheersing

Lasten en baten

Begroting 2023

Realisatie 2023

Afwijking

€ 2.792.468

€ 3.701.664

€ -909.196

Kapitaalslasten

€ 63.915

€ 44.451

€ 19.465

Overige lasten

€ 1.505.765

€ 2.146.566

€ -640.802

Overhead verrekeningen

€ -219.573

€ -190.065

€ -29.508

Toevoeging voorziening

€0

€18.770

€ -18.770

Overige verrekeningen

€0

€ -57.017

€ 57.017

Totaal lasten

€ 4.142.575

€ 5.664.369

€ -1.521.794

Overige baten

€ -32.000

€ -1.749.475

€ 1.717.475

Totaal baten

€ -32.000

€ -1.749.475

€ 1.717.475

€ 4.110.575

€ 3.914.893

€ 195.682

Loonkosten

Saldo lasten en baten

Loonkosten Belangrijkste oorzaken voor de overbesteding op loonkosten: •

Loonkosten voor medewerkers die werken voor eerste opvang ontheemden Oekraïne worden in dit programma geboekt. Deze kosten waren niet begroot in de primaire begroting. Tegelijk staan er ook baten tegenover van dezelfde omvang. Meer informatie over de kosten voor de eerste opvang van Oekraïners staat in het jaarverslag in paragraaf 4.7 Crises in 2023: eerste opvang ontheemden Oekraïne.

•

Eind 2022 publiceerde het ministerie van JenV de contourennota ‘Versterking crisisbeheersing en brandweerzorg’. Voor de versteviging van crisisbeheersing en informatiemanagement kregen we extra BDuR inkomsten waarvoor we extra mensen in dienst namen. Het betreft dus een structurele uitbreiding van de formatie.

Overige lasten Het nadeel op overige lasten wordt vooral veroorzaakt door: •

De lasten voor eerste opvang ontheemden Oekraïne worden in dit programma geboekt. Deze kosten waren niet begroot in de primaire begroting en waren 1,7 miljoen in 2023. Tegelijk staan er ook baten tegenover van dezelfde omvang. Meer informatie over de kosten voor de eerste opvang van Oekraïners staat in het jaarverslag in paragraaf 4.7 Crises in 2023: eerste opvang ontheemden Oekraïne.

•

Hogere uitgaven ten opzichte van de primaire begroting door inflatie. De prijzen stegen flink eind 2022, waardoor leveranciers contractueel het recht hadden om hun prijzen te verhogen. De prijsstijgingen waren hoger dan voorzien in de primaire begroting.

75

Jaarstukken 2023

Overige baten Belangrijkste oorzaken: •

De kosten voor de eerste opvang van Oekraïners komen ten laste van dit programma. Via een speciale uitkering (SPUK) ontvingen we van het Rijk een voorschot op de gemaakte kosten. Deze staan als baten in dit programma.

•

De formatie uitbreiding voor de versterking van crisisbeheersing en informatiemanagement wordt gedekt door extra inkomsten uit de BDuR.

3.3.3

Programma Financiering

Gerealiseerde baten en lasten – Programma Financiering

Lasten en baten

Begroting 2023

Realisatie 2023

Afwijking

Loonkosten

€0

€0

€0

Kapitaalslasten

€0

€0

€0

Overige lasten

€ 922.217

€ 102.992

€ 819.225

Overhead verrekeningen

€0

€0

€0

Overige verrekeningen

€0

€0

€0

€ 922.217

€ 102.992

€ 819.225

Bijdragen gemeenten

€ -48.901.008

€ -48.901.008

€0

Bijdragen Rijk

€ -8.620.521

€- 7.935.188

€ 685.333

Overige baten

€0

€ -420.979

€420.979

Totaal baten

€ -57.521.529

€ -57.257.175

€ 1.106.312

Saldo lasten en baten

€ -56.599.312

€ -57.154.183

€ 554.871

Totaal lasten

Overige lasten In de 4e begrotingswijziging van 2023 is onder de uitzonderlijke budgetten van programma financiering het bedrag opgenomen van de extra Bdur-gelden die geprognotiseerd waren om uit te geven. Omdat dit budget in verschillende programma’s is uitgegeven is hier een afwijking van €819.000 zichtbaar. Bijdragen Rijk De indexering van de BDuR ontvangen we altijd in september van het lopende jaar. Door de forse inflatie viel de indexering hoger uit dan begroot. Overige baten Onverwachte renteopbrengsten en voordelen uit verkoop van materieel en materiaal.

76

Jaarstukken 2023

3.3.4

Programma ondersteuning organisatie

Gerealiseerde baten en lasten – Programma ondersteuning organisatie

Lasten en baten

Begroting 2023

Realisatie 2023

Afwijking

€ 6.082.709

€ 6.632.811

€ -550.102

Kapitaalslasten

€ 228.426

€ 183.057

€ 45.369

Overige lasten

€ 2.766.501

€ 2.972.448

€ -205.947

Overhead verrekeningen

€ 1.837.034

€ 1.717.526

€ 119.508

Overige verrekeningen

€0

€ -78.183

€ 78.183

Toevoeging voorziening

€0

€ -73.748

€ 73.748

Totaal lasten

€ 10.914.670

€ 11.353.911

€ -439.241

Overige baten

€0

€ -110.271

€ 110.271

Totaal baten

€0

€ -110.271

€ 110.271

€ 10.914.670

€ 11.243.639

€ -328.969

Loonkosten

Saldo lasten en baten

Loonkosten Meer inhuur dan begroot. Kapitaalslasten Diverse geplande investeringen vinden later dan verwacht plaats. Dit zorgt voor incidenteel lagere kapitaalslasten. Overige verrekeningen Dit betreffen voornamelijk doorbelastingen van inhuur medewerkers ten behoeve van de crisisnoodopvang. Toevoeging voorziening Dit betreft toevoegingen aan de voorzieningen rondom loonkosten voor medewerkers die vallen onder het programma ondersteuning organisatie. Overige baten De hogere baten worden veroorzaakt door: •

Hogere inkomsten dan verwacht door verkoop van afgeschreven voertuigen en materialen.

•

Hogere rente inkomsten door gestegen rente. Onze inkomsten komen in de regel aan het begin van ieder kwartaal binnen, en geven we verspreid door het kwartaal uit.

3.3.5

Mutatie Algemene Reserves

VRBZO had in 2023 geen mutaties algemene reserves. 3.3.6

Mutatie Bestemde Reserves

VRBZO had in 2023 geen bestemmingsreserves.

77

Jaarstukken 2023

3.4

Overzicht aanwending van bedrag onvoorzien

Er is geen bedrag onvoorzien

3.5

Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves

Er zijn geen structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves.

78

Jaarstukken 2023

4. Wet Normering Topfunctionarissen verantwoording Met ingang van 1 januari 2013 is de Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) in werking getreden. Deze wet stelt grenzen aan de maximale bezoldiging voor topfunctionarissen en geeft beperkingen op het gebied van de onderdelen van het beloningspakket. De algemene bezoldigingsnorm voor VRBZO voor 2023 bedraagt €223.000. Voor de WNT geldt een publicatieplicht in de jaarrekening en tevens via de internetsite van de veiligheidsregio. Het inkomen van werknemers die geen topfunctionaris zijn maar wel een bezoldiging ontvangen die boven het algemene maximum uitkomt, moet ook gepubliceerd worden. In de VRBZO diende in het jaar 2023 voor drie personen een berekening gemaakt te worden. Naast de in deze jaarrekening vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2023 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

79

Jaarstukken 2023

4.1.1

Bezoldiging topfunctionarissen

Gegevens 2023 bedragen x € 1

Petra de Kam

Frank Nat

5

Functiegegevens

Directeur

Waarnemend directeur

Aanvang6 en einde functievervulling in 2023

1-1-2023 t/m 31 oktober 2023

1 november t/m 19 november

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)7

1

1

Dienstbetrekking?8

Ja

Ja

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

€142.263,87

€7.583,74

Beloningen betaalbaar op termijn

€18.817,30

€1.170,35

Subtotaal

€161.081,17

€8.754,09

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum10

€185.731,51

€11.608

N.v.t.

N.v.t.

€161.081,17

€8.754,09

Bezoldiging

9

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag11 Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan12 Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling13 Gegevens 202214 bedragen x € 1 Functiegegevens5

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Petra de Kam Directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2022

1-1-2022 t/m 31-12-2022

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)7

1

Dienstbetrekking?8

Ja

Bezoldiging9 Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

€159.606

Beloningen betaalbaar op termijn

€23.181

Subtotaal

€182.787

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum10

€216.000

Bezoldiging

€182.787

80

Jaarstukken 2023

Gegevens 2023 bedragen x € 1

Aart Schoenmaker

Functiegegevens3 Kalenderjaar4 Periode functievervulling in het kalenderjaar (aanvang – einde) Aantal kalendermaanden functievervulling in het kalenderjaar 5 Omvang van het dienstverband in uren per kalenderjaar6

Directeur 2023

2022

20-11 tm 31-12

nbt

146

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum Maximum uurtarief in het kalenderjaar7 Maxima op basis van de normbedragen per maand8 Individueel toepasselijke maximum gehele periode kalendermaand 1 t/m 129

€ 212 €40.734

€30.952

Bezoldiging (alle bedragen exclusief btw) Bezoldiging in de betreffende periode Bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 12 10

€25.180

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag11 Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan12 Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling13

N.v.t. €25.180

N.v.t.

N.v.t.

81

Jaarstukken 2023

4.1.2

Bezoldiging toezichthoudende topfunctionarissen

Gemeente

Burgemeester

Functie AB

Bezoldiging

Asten

Mevr. A. van Extel

Lid AB

€0

Bergeijk

Mevr. A. Callewaert-De Groot

Lid AB

€0

Best

Dhr J.G.M.T. Ubachs

Lid AB

€0

Bladel

Dhr. M.A.G. van den Bosch

Lid AB

€0

Cranendonck

Dhr. F.A.P. van Kessel

Lid AB

€0

Deurne

Mevr. G. Buter

Lid AB

€0

Eersel

Dhr. W. Wouters

Lid AB

€0

Eindhoven*

Dhr. ir. J.R.V.A. Dijsselbloem

Voorzitter AB

€0

Geldrop-Mierlo

Dhr. J. van Bree

Lid AB

€0

Gemert-Bakel

Dhr. M.S. van Veen

Lid AB

€0

Heeze-Leende

Dhr. P.J.J. Verhoeven*

Lid AB

€0

Helmond

Mevr. P.J.M.G. Blanksma

Plv voorzitter AB

€0

Laarbeek

Dhr. F.L.J. van der Meijden*

Lid AB

€0

Nuenen

Dhr. M. Houben*

Lid AB

€0

Oirschot

Mevr. J.C.R. Keijzers-Verschelling

Lid AB

€0

Reusel-De Mierden

Mevr. A. v.d. Ven

Lid AB

€0

Someren

Mevr. D. Blok

Lid AB

€0

Son en Breugel

Mevr. S. Otters-Bruijnen

Lid AB

€0

Valkenswaard

Dhr. drs. A.B.A.M. Ederveen

Lid AB

€0

Veldhoven

Dhr. M.J.A. Delhez

Lid AB

€0

Waalre

Dhr. M.F. Oosterveer

Lid AB

€0

* Vertrekt begin 2024

82

Jaarstukken 2023

5. SiSa verantwoording

83

Jaarstukken 2023

6. Controleverklaring accountant

84

Jaarstukken 2023

7. Vaststelling en ondertekening bestuur Het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost heeft in zijn vergadering van 10 juli 2024 de jaarrekening 2023 definitief vastgesteld. Aldus getekend door het Dagelijks Bestuur, Dhr. ir. J.R.V.A. Dijsselbloem

Mevr. P.J.G.M. Blanksma - Van den Heuvel

Voorzitter,

Plaatsvervangend voorzitter,

Dhr. M.S. van Veen

Dhr. M. Houben

Mevr. A. Callewaert - De Groot

85

Jaarstukken 2023

8. Bijlagen

86

Jaarstukken 2023

8.1

Staat van investeringen 2023

Staat van investeringen 2023 Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost

Balans Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Geheel

Bestuurlijk goedgekeurd €0 € 472.622 € 4.632.964 € 1.312.696

Vervallen krediet €0 -€ 47.622 -€ 10.804 -€ 1.059

Totaal krediet 2023 €0 € 425.000 € 4.622.160 € 1.311.637

Kapitalisaties in 2023 €0 €0 € 1.431.495 € 98.447

Restant kredieten 2023 €0 € 425.000 € 3.190.665 € 1.213.190

€ 2.586.642 € 9.004.924

-€ 1.475 -€ 60.960

€ 2.585.167 € 8.943.964

€ 468.882 € 1.998.824

€ 2.116.285 € 6.945.140

Gronden en terreinen Er zijn geen actieve kredieten voor gronden en terreinen. Bedrijfsgebouwen Vervallen kredieten

€ -47.622

Diverse aanbestedingen die met een positief resultaat zijn afgerond en waarvan de restanten zijn afgeboekt.

Restant kredieten

€ 425.000

Momenteel worden twee verbouwingen (ROC en post Woensel) uitgevoerd en zullen in 1e kwartaal 2024 gereed zijn.

Vervoermiddelen Vervallen kredieten

€ -10.804

Diverse aanbestedingen die met een positief resultaat zijn afgerond en waarvan de restanten zijn afgeboekt.

Restant kredieten

€ 3.190.665

De onderbesteding op vervoermiddelen heeft verschillende oorzaken: Bij een voertuig is de levertijd langer dan waar we rekening mee hielden. De levering zal in de eerste helft van 2024 plaatsvinden. Het schuimblusvoertuig verwachten wij in 2026 geleverd te krijgen. Enkele investeringen zijn uitgesteld omdat deze voertuigen technisch nog goed zijn en voor een aantal is beleid in ontwikkeling.

Machines, apparaten en installaties Vervallen kredieten

€ -1.059

Diverse aanbestedingen die met een positief resultaat zijn afgerond en waarvan de restanten zijn afgeboekt.

Restant kredieten

€ 1.213.190

We nemen steeds meer ICT diensten af (bijvoorbeeld als SaaS of IaaS), in plaats van zelf eigenaar te zijn van hard- en/of software. In een komende wijziging laten wij een groot deel aan kredieten vervallen en stellen we voor de bespaarde kapitaalslasten in te zetten als exploitatiebudget voor ICT diensten. Door de complexiteit is deze wijziging nog in voorbereiding. Voor de overige kredieten ontwikkelen we beleid. We stellen voor deze kredieten beschikbaar te houden. Voor één onderdeel zijn de levertijden langer en zullen begin 2024 geleverd gaan worden.

87

Jaarstukken 2023

Overige materiële vaste activa Vervallen kredieten € -1.475

Restant kredieten

€ 2.116.285

Diverse aanbestedingen die met een positief resultaat zijn afgerond en waarvan de restanten zijn afgeboekt. • •

•

Het nieuwe redgereedschap wordt momenteel uitgeleverd en zal naar verwachting in de zomer van 2024 volledig in gebruik zijn genomen. Voor vervanging van communicatiemiddelen is nieuw beleid in ontwikkeling en we stellen voor het krediet beschikbaar te houden. Voor één onderdeel van deze investering heeft het opstellen van het nieuwe beleid vertraging opgelopen en wordt voorgesteld deze kredieten beschikbaar te houden. Kredieten voor bepakkingen en een permanente luchtbewaking ten behoeve van ademlucht zullen in 2024 gerealiseerd gaan worden.

88

Jaarstukken 2023

8.2

Staat van gemeentelijke bijdragen 2023 na wijziging

Gemeente Asten Bergeijk Best Bladel Cranendonck Deurne Eersel Eindhoven Geldrop-Mierlo Gemert-Bakel Heeze-Leende Helmond Laarbeek Nuenen c.a. Oirschot Reusel-De Mierden Someren Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre Totaal

Aandeel in bijdrage 2,09% 2,90% 3,16% 2,89% 2,76% 3,98% 2,73% 34,41% 4,27% 3,70% 2,00% 10,63% 2,74% 2,53% 2,30% 1,87% 2,44% 1,90% 3,67% 5,38% 1,65% 100,0%

Bijdrage 2023 primair € 977.339 € 1.352.177 € 1.472.150 € 1.347.677 € 1.283.859 € 1.853.440 € 1.273.592 € 15.942.189 € 1.986.486 € 1.726.149 € 935.258 € 4.937.495 € 1.277.447 € 1.179.215 € 1.071.231 € 873.529 € 1.136.890 € 886.554 € 1.705.171 € 2.501.227 € 773.745 € 46.492.820

1e wijziging 2023 € 50.363 € 69.934 € 76.082 € 69.678 € 66.348 € 95.858 € 65.835 € 828.702 € 102.775 € 89.198 € 48.211 € 256.014 € 65.989 € 60.866 € 55.281 € 45.034 € 58.663 € 45.649 € 88.276 € 129.621 € 39.809 € 2.408.186

Bijdrage 2023 na 1e wijziging € 1.027.702 € 1.422.111 € 1.548.232 € 1.417.355 € 1.350.207 € 1.949.298 € 1.339.427 € 16.770.891 € 2.089.261 € 1.815.347 € 983.469 € 5.193.509 € 1.343.436 € 1.240.081 € 1.126.512 € 918.563 € 1.195.553 € 932.203 € 1.793.447 € 2.630.848 € 813.554 € 48.901.006

89

Jaarstukken 2023

8.3

Taakvelden

90

Jaarstukken 2023

8.4 Bijlage kosten gemeente Eindhoven eerste opvang ontheemden Oekraïne

Kosten HUBs EHV 202301 tm 202306 HUB Kronehoefstraat HUB Kentalis

In gebruik tm 202203 voor 25 vd 130 plekken. Kosten naar rato toegerekend. Aantal plekken hier miv 012023 omlaag ivm naderende ontmanteling. In gebruik va 202204 voor 25 plekken. Kosten aula gerelateerd aan VR. Inzet Springplank voor 25/120 deel toegerekend aan CNO

Transitiekosten HUB Kronehoefstraat (43082) HUB Kentalis (43082) HUB Stelpost ivm raambekleding HUB Stelpost onvoorzien (tevens afronding)

202301

202302

-

-

202303 319.159,23 8.000,00 13.211,36

202304

202305

202306

-

-

-

Exploitatiekosten HUB Kronehoefstraat (44034) HUB Kentalis (44034)

49.237,48 18.441,65

51.376,28 18.441,65

50.026,28 18.441,65

59.867,74

59.867,74

59.867,74

niet-locatiegebonden kosten (43053)

1.211,20

3.350,00

2.000,00

2.500,00

2.500,00

2.500,00

68.890,33

73.167,93

410.838,52

62.367,74

62.367,74

62.367,74

Totaal H1 2023

740.000,00

91

Jaarstukken 2023

8.5

Bijlage Rechtmatigheidsverantwoording

Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur In deze rechtmatigheidsverantwoording geeft het dagelijks bestuur aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met door de Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Deze verantwoording betreft de rechtmatige uitvoering van de taken en omvat het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium bij de desbetreffende financiële beheershandelingen en transacties. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 14 december 2023 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief mutaties in de reserves en is daarmee vastgesteld op € 1.899.191. Conclusie Het dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. Er zijn geen afwijkingen geconstateerd buiten de gestelde grens.

In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het dagelijks bestuur ook beschreven welke actie zij onderneemt om afwijkingen in de toekomst te voorkomen.

92

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14103186/1