CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A Ter kennisname geanonimiseerd

Gemeenteraad 27 januari 2026, gemeente HelmondBij agendapunt: Ter kennisname21.154 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ook vanuit MRE is dit voorgesteld, daarmee zien wij de gekozen juridische ‘Regeling zonder meer’ als de meest geschikte vorm om in gelijkwaardigheid en gezamenlijk de beoogde samenwerking tussen Meierijstad en MRE vorm te geven.

5

Voorwaarden, spelregels, principes Someren

Positie MRE en interne thematische programmering De bovenregionale samenwerking dient een versterkend effect te hebben op de enorme ontwikkelpotentie binnen de MRE. Dit kan enkel volledig tot bloei komen wanneer de positie van de MRE duidelijk is gedefinieerd in de regelingen en de interne thematische programmering scherp en volledig in orde zijn.

Asten Laarbeek Helmond Someren Gemert-Bakel

Cranendonck reactie in bijzonder op afspraken Weert

Dit vraagt om een verdere versterking van de inhoudelijke MRE-agenda’s én een aanscherping van de agenda voor bovenregionale samenwerking. Wanneer hier zorg voor is gedragen, kan samenwerking buiten regio volledig excelleren. Verankeren belangen Peelgemeenten wonen, werken en mobiliteit en wederzijdse win-win afspraken Wij verzoeken de belangen van de Peelgemeenten op het gebied van wonen, werken en mobiliteit nadrukkelijk te verankeren in de inhoudelijke samenwerkingsafspraken. (De Peelregio neemt immers voor de thema's wonen, werken en mobiliteit een belangrijke positie in binnen de samenwerking met de drie gemeenten / binnen de MRE-regio. Daarbij vragen wij u rekening te houden met logische / natuurlijke en wederzijdse win-win afspraken in de samenwerking / scenario’s. Cranendonck is als gemeente gelegen aan de buitengrens van de MRE en heeft een unieke ligging op het snijvlak van Brainport en Keyport. Juist vanuit deze positie zijn wij groot voorstander van een blik die verder reikt dan de bestuurlijke grenzen van de regio. In onze ervaring is het daily urban system van de Brainportregio immers al

Kennisgenomen. De uitgangspunten van de bovenregionale samenwerking zoals opgenomen in de regelingen onderschrijft dit standpunt. De verdere versterking van de inhoudelijke MREagenda’s is een voortdurend aandachtspunt, wat zeker richting de nieuwe Regionale agenda 20272030 nadrukkelijk aandacht verdient.

De inhoudelijke inbreng van alle MRE-gemeenten, inclusief de Peelgemeenten, is nadrukkelijk meegenomen bij het opstellen en aanscherpen van de inhoudelijke samenwerkingsagenda’s. We onderschrijven de belangrijke rol van de Peelgemeenten t.o.v. deze drie bovenregionale gemeenten.

Kennisgenomen. We onderschrijven de belangrijke rol en positie van Cranendonck t.o.v. Weert.

6

groter dan grondgebied van de MRE-gemeenten. Gezien deze ligging richten wij ons in de reactie in het bijzonder op de samenwerkingsafspraken met de gemeente Weert. Wij zijn in algemene zin voorstander van deze samenwerking, temeer omdat zowel Cranendonck als Weert stevige ambities hebben op het gebied van woningbouw en werklocaties. De nabijheid van onze gemeenten maakt een goede afstemming noodzakelijk. Onze belangrijkste werklocaties liggen immers dicht bij elkaar, en ook op de woningmarkt hebben ontwikkelingen in de ene gemeente direct invloed op de andere.

Cranendonck reactie in bijzonder op afspraken Weert

Cranendonck reactie in bijzonder op afspraken Weert

Wij vinden het daarbij van groot belang dat bij deze samenwerking een aantal principes wordt gehanteerd: Voor partnergemeenten gelden dezelfde spelregels als MRE-gemeenten Omdat het daily urban system groeit, is het voor zowel de partnergemeenten als MRE-gemeenten logisch om samen te werken. Maar wij vinden het wel belangrijk dat deze gemeenten aan dezelfde spelregels worden gehouden. Dit geldt onder andere voor: o De afspraken over het type bedrijvigheid op werklocaties, zoals vastgelegd in de regionale programmeringsafspraken van de MRE. o De afspraken over inbreiden en uitbreiden op het gebied van wonen. Samenwerken moet win-win zijn voor alle betrokken gemeenten Samenwerking hoort bij te dragen aan de ambities van alle betrokken gemeenten, en mag niet ten koste

In de regeling zijn diverse passages opgenomen waarin dit uitgangspunt aan bod komt, zoals: “De Regionale Agenda van de Metropoolregio Eindhoven is mede richtinggevend. Het bestuur van de Metropoolregio kan geen afspraken maken in strijd met de op dat moment geldende Regionale Agenda, of op thema’s die niet zijn opgenomen in de Regionale Agenda.” “De gemeente Weert/Meierijstad/Venlo en de Metropoolregio Eindhoven spannen zich in om beleidsmatige uitgangspunten, afwegingskaders en definities op elkaar aan te laten sluiten.” Dit wordt onderschreven in de regeling. Zie o.a. hierboven.

7

Cranendonck reactie in bijzonder op afspraken Weert

Cranendonck reactie in bijzonder op afspraken Weert

van de ontwikkelruimte van gemeenten binnen de MRE. MRE is een ecosysteem, dat in eerste instantie zijn eigen problemen oplost Als het oplossen van primaire opgaven binnen dit ecosysteem niet lukt, er dan pas verder gekeken wordt en opgaven niet direct worden uitgeruild. Gezamenlijk optrekken Om actief vanuit de samenwerking en mogelijke co-creatie gezamenlijk in de overleggen, als onderdeel van de MRE- delegatie en Weert, op te trekken. Wij roepen op bovengenoemde principes nadrukkelijk te borgen bij de nadere uitwerking van de afspraken.

Heeze-Leende

Voorwaarden samenwerking Heeze-Leende is een gemeente, die graag samenwerkt. Samenwerken is een essentiële sleutel om zowel gezamenlijke als individuele ambities en beleidsdoelen waar te maken. Wij

Dit sluit goed aan en past binnen de kaders van de regelingen.

Op basis van deze en andere, soortgelijke zienswijzen, is er ter verduidelijking een extra toevoeging gedaan in de regeling: “Partijen betrekken, indien nodig of wenselijk voor de realisatie van de samenwerkingsafspraken, bestuurlijke, ambtelijke en overige belanghebbenden.” Daarmee blijft geborgd dat er één centraal bestuurlijk en ambtelijk aanspreekpunt is per partij voor het geheel van de samenwerking, maar ook dat in de regeling expliciet wordt gemaakt dat bestuurders en/of ambtenaren van bijvoorbeeld direct betrokken MRE-gemeenten kunnen fungeren als contactpersoon of verantwoordelijke voor bepaalde onderdelen en afspraken; regulier of incidenteel onderdeel uitmaken van bilaterale overleggen; regulier of incidenteel zorgen voor de MRE-interne afstemming, enzovoort. Kort samengevat: directe betrokkenheid van gemeenten in onze samenwerking wordt zeer gewaardeerd, is wenselijk en ook absoluut ruimte voor. Dit wordt de aankomende periode in meer detail uitgewerkt, o.a. in afstemming met de regietafel uitvoeringskracht en direct betrokken gemeenten. We onderschrijven deze uitgangspunten, die mede de basis vormen van deze bovenregionale samenwerking.

8

Deurne

Eindhoven

Eindhoven

kunnen de samenwerkingen met Weert, Venlo en Meierijstad omarmen, mits: • Ieder vanuit eigen rol en identiteit een bijdrage kan blijven leveren. • Onze stem niet mag verwateren. • De samenwerkingsagenda’s tussen MRE en respectievelijk Meierijstad, Venlo en Weert bijdragen aan vermindering van de druk (wonen, werklocaties, bereikbaarheid) op de Brainportregio Eindhoven, zodat: o een ieder vanuit de brede welvaart gedachte een eigen plek kan krijgen om te wonen; o industrie en bedrijfsleven zich niet concentreren op één plek; o én we als regio goed bereikbaar blijven. Samenwerken met respect voor verschillen De gemeenteraad van Deurne staat positief tegenover verdere samenwerking. Wij (h)erkennen hierin ook dat belangen soms kunnen schuren en vinden het daarom van belang om actief bij te dragen aan een proces dat recht doet aan de positie van alle betrokken partijen. Wij willen hierin een betrouwbare en constructieve partner zijn. Met interesse hebben wij kennisgenomen van en gesproken over uw initiatief voor bovenregionale samenwerking met deze drie omliggende gemeenten. De opgaven in onze regio zijn groot en leiden ook om ons heen tot uitdagingen. Door samen te werken hieraan, staan we samen sterker. Wij staan daarom positief tegenover deze bovenregionale samenwerkingen. Informeren en betrekken raden Wij blijven graag geïnformeerd en roepen u op de

Kennisgenomen. De constructieve houding wordt gewaardeerd.

Kennisgenomen van deze positieve houding.

De raden zullen met regelmaat op de hoogte worden gehouden van de voortgang van de realisatie van de afspraken. Dit is ook opgenomen

9

Governance, rolverdeling, positionering Asten Laarbeek Helmond Someren Gemert-Bakel

Asten Helmond Gemert-Bakel

raden te betrekken bij de verder concretisering en realisatie van de afspraken.

in de regeling (Artikel 6): “Partijen gebruiken hun reguliere rapportages voor melding van de voortgang van de samenwerking”, en: “Indien buiten de reguliere rapportages er aanleiding is voor het verstrekken van informatie of als Partijen om inlichtingen worden gevraagd, verstrekken Partijen die informatie gelijkluidend en zoveel als mogelijk gelijktijdig.”

Rolverdeling MRE-organisatie en 21 gemeenten en positie subregio’s De huidige voorwaarden waarop de bovenregionale samenwerking gebaseerd is, zijn nog niet voldoende inzichtelijk of zijn nog niet voldoende uitgewerkt. De rolverdeling tussen de MRE-organisatie en de 21 gemeenten en de positie van subregio's daarin vragen om verdere verduidelijking, zowel in de regeling als de verdere uitwerking.

De voorwaarden waarop de bovenregionale samenwerking gebaseerd zijn komen aan bod in de regeling. Denk bijvoorbeeld aan het win-win principe, de kaders vanuit onze regionale agenda, en afspraken die niet strijdig mogen zijn met (financiële) afspraken in regio en met partners als Rijk en provincie.

Governance afspraken Er is behoefte aan betere governance afspraken die niet leiden tot één bestuurlijk aanspreekpunt vanuit de MRE-regio, maar juist zorgen voor een meer evenwichtige vertegenwoordiging.

De rolverdeling tussen de MRE-organisatie en de 21 gemeenten (incl. rol subregio’s) is een regiointern vraagstuk. In de regeling is beschreven dat iedere partij zelf zorg draagt voor deze interne afstemming. Dat vraagt dus geen nadere specificatie in de regeling zelf. De rolverdeling tussen de MRE-organisatie, 21 gemeenten en subregio’s wordt op dit moment nog verder uitgewerkt, in samenwerking met de meest direct betrokkenen en bijvoorbeeld de regietafel uitvoeringskracht. Hierbij wordt per afspraak goed gekeken wat prioriteit heeft, hoe deze geoperationaliseerd kan worden, welke fasering logisch is, welke partijen betrokken moeten worden bij de verdere uitwerking, enzovoort. In de regeling was al een passage opgenomen die de onderlinge afstemming binnen de MRE moest borgen: “Iedere partij is zelf verantwoordelijk voor eventueel benodigde afstemming in de eigen organisatie en eigen bestuurlijke omgeving.”

10

Dit houdt onder meer in dat ook actief een gemeente uit De Peel wordt betrokken, waarbij het verder gaat dan enkel het bespreken van de voortgang. Dit is essentieel voor de Peelgemeenten, gezien het feit dat alle drie de beoogde partnergemeenten aan de Peelzijde van de MRE grenzen.

Op basis van deze en andere, soortgelijke zienswijzen, is er ter verduidelijking een extra toevoeging gedaan in de regeling: “Partijen betrekken, indien nodig of wenselijk voor de realisatie van de samenwerkingsafspraken, bestuurlijke, ambtelijke en overige belanghebbenden.” Daarmee blijft geborgd dat er één centraal bestuurlijk en ambtelijk aanspreekpunt is per partij voor het geheel van de samenwerking, maar ook dat in de regeling expliciet wordt gemaakt dat bestuurders en/of ambtenaren van bijvoorbeeld direct betrokken MRE-gemeenten kunnen fungeren als contactpersoon of verantwoordelijke voor bepaalde onderdelen en afspraken; regulier of incidenteel onderdeel uitmaken van bilaterale overleggen; regulier of incidenteel zorgen voor de MRE-interne afstemming, enzovoort.

Laarbeek

Someren

Governance afspraken Er is behoefte aan betere governance afspraken die een evenwichtige vertegenwoordiging van elke subregio waarborgen in de totstandkoming, uitwerking en naleving van afspraken. Dit is essentieel voor de Peelgemeenten, gezien het feit dat alle drie de beoogde partnergemeenten aan de Peelzijde van de MRE grenzen. Governance afspraken Met het betrekken van één van de Peelgemeenten bij het bestuurlijke aanspreekpunt

Kort samengevat: directe betrokkenheid van gemeenten in onze samenwerking wordt zeer gewaardeerd, is wenselijk en ook absoluut ruimte voor. Dit wordt de aankomende periode in meer detail uitgewerkt, o.a. in afstemming met de regietafel uitvoeringskracht en direct betrokken gemeenten. De afspraken zijn tot stand gekomen onder meer via de reguliere MRE-structuur (werkgroepen, AO's, poho's), waarbij gemeenten die zich hiervoor hebben gemeld nog nadrukkelijker zijn betrokken bij de totstandkoming. Voor de verdere uitwerking en naleving van de afspraken zullen regio-intern goede afspraken worden gemaakt, waarbij we o.a. de regietafel uitvoeringskracht benutten. Zie antwoorden hierboven.

11

Valkenswaard

vanuit de MRE-regio zorg je ervoor dat er een goede evenwichtige vertegenwoordiging is. Gezien het feit dat de beoogde partnergemeenten aan de Peelzijde van de MRE grenzen is een vertegenwoordiging vanuit de Peelgemeenten een logische toevoeging op wat er nu al is. Op deze wijze wordt ieders belang op een goede wijze vertegenwoordigd wat de samenwerking nog krachtiger maakt. Werkbare governance Daarnaast achten wij het van belang dat de bestuurlijke en ambtelijke governance zo eenvoudig mogelijk wordt ingericht, om onnodige complexiteit en vertraging in besluitvorming te voorkomen. Een toename van overlegstructuren of besluitvormingslagen kan immers de slagkracht in de uitvoering aanzienlijk verminderen.

We onderschrijven het uitgangspunt om de governance zo licht mogelijk te houden volledig. Er zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van bestaande gremia en overlegstructuren. Voor eventueel nieuwe afspraken in de toekomst (nu nog niet aan de orde) is het uiteraard cruciaal om deze te toetsen aan de bijdrage aan onze gezamenlijke opgaven en de uitvoerbaarheid/capaciteitsvraag.

Wij pleiten er daarom voor dat nieuwe afspraken alleen worden toegevoegd wanneer deze aantoonbaar bijdragen aan het realiseren van de gezamenlijke opgaven én uitvoerbaar zijn binnen de beschikbare capaciteit. Deurne

Om deze samenwerking duurzaam en effectief vorm te geven, willen wij enkele belangrijke aandachtspunten meegeven, gericht op het versterken van de basis en het inhoudelijk afstemmen van de samenwerking. Versterking basis – rolverdeling, governance, uitvoeringscapaciteit, financiële impact Een succesvolle bovenregionale samenwerking begint bij een sterke interne organisatie. De gemeenteraad van Deurne benadrukt het belang van:

We onderschrijven het belang van een sterke interne organisatie van de MRE-samenwerking. Hier wordt hard aan gewerkt, zodat we met onze 21 gemeenten zo goed mogelijk vooruit kunnen met onze regionale opgaven. De prioriteit ligt hierbij uiteraard bij de uitvoering en capaciteit van onze 21 gemeenten. Zie antwoorden hierboven m.b.t. de opmerking rondom governance. De capaciteitsvraag voor de MRE-organisatie en de 21 gemeenten is zeer beperkt; het gaat hier veelal om afspraken die onderdeel zijn van bestaande werkzaamheden en

12

1. Heldere rolverdeling tussen de MREorganisatie, de 21 aangesloten gemeenten en subregio’s. Dit voorkomt onduidelijkheid en bevordert een efficiënte samenwerking. 2. Evenwichtige governance, waarbij de Peelgemeenten actief en structureel worden betroken. Dit is van belang gezien de geografische ligging en inhoudelijke betrokkenheid bij de partnergemeenten. 3. Voldoende uitvoeringscapaciteit binnen de MRE. Voordat nieuwe afspraken worden gemaakt, moet de personele en inhoudelijke basis op orde zijn. Dit voorkomt overbelasting en waarborgt kwaliteit. Onze opmerking is in lijn met de door de raad eerder afgegeven zienswijze op de conceptbegroting van de MRE (datum 27 mei 2025): Totdat deze regionale basis op orde is vragen wij om gepaste terughoudendheid met de (capaciteits)inzet op bovenregionale samenwerking. Dit signaal geven wij opnieuw af. Daarnaast vragen wij ook inzichtelijk te maken wat de capaciteitsvraag richting gemeenten gaat zijn. 4. Financiele impact. Wij vragen om afspraken te verduidelijken met betrekking tot (eventuele) kostenverdeling, inzet en verantwoordelijkheden. Ambtelijke capaciteit, uitvoeringskracht, slagkracht Asten Faciliteren samenwerking en kennis Laarbeek uitwisselen Helmond Vanuit zowel de regeling als Gemert-Bakel samenwerkingsagenda's wordt nu niet duidelijk welk beslag dit legt op de organisatie van de MRE en/of gemeenten.

Het blijft onduidelijk hoe de samenwerking praktisch wordt gefaciliteerd, welke concrete

niet of nauwelijks extra inzet vragen. Indien er een rol is voor capaciteitsinzet vanuit individuele gemeenten, dan zal dat vrijwel geheel op eigen verzoek zijn, bijvoorbeeld omdat deze gemeenten direct betrokken willen zijn vanwege hun geografische ligging (zoals ook aangegeven in deze zienswijze). Het is naast het regionale belang ook in het belang van individuele gemeenten om bij deze afspraken betrokken te zijn. Dit proces wordt de aankomende weken en maanden, o.a. in afstemming met de regietafel uitvoeringskracht, verder uitgewerkt. Op dit moment is geen financiële impact voorzien o.b.v. de huidige afspraken. In de regeling is een afspraak opgenomen die ruimte biedt om dit waar nodig wel te doen, waarbij het uiteraard moet passen binnen de bevoegdheden van de partijen: “Indien nodig of wenselijk voor de uitvoering en realisatie van de afspraken zoals vastgelegd in de Samenwerkingsagenda, kunnen Partijen, voor zover bevoegd, ook randvoorwaardelijke afspraken maken, inclusief financiële afspraken.”

Zie mede de antwoorden hierboven. De uitvoeringskracht en capaciteit van de MRE is gezien de grote opgave een cruciaal aandachtspunt voor de samenwerking van onze 21 gemeenten. Hier wordt hard aan gewerkt, waaronder via recente afspraken met Rijk, regio en bedrijfsleven (de ontwikkeling naar realisatieteams), en via de afstemming in de

13

stappen daarvoor nodig zijn en wat de financiële consequenties zijn op de korte tot middellange termijn.

Someren

Geldrop-Mierlo

Aanvulling hierop is dat ook uitwisseling van kennis wordt toegezegd die niet (alleen) bij de MRE, maar bij de gemeenten zelf zit. Wij vinden het essentieel om de basis en personele capaciteit binnen de MRE op orde te hebben voordat er afspraken met bovenregionale partnergemeenten worden gemaakt waar extra uitvoeringscapaciteit mee gemoeid gaat. Faciliteren samenwerking en kennis uitwisselen Met het nog beter in kaart brengen van de consequenties voor de organisaties van zowel de MRE als de gemeenten zorgen we ervoor dat er een helder beeld kan worden getoond van de samenwerking en de financiële consequenties op de korte tot middellange termijn. Aanvulling hierop is dat ook uitwisseling van kennis wordt toegezegd die niet bij de MRE, maar bij de gemeenten zelf zit. Door eerst de basis en de personele capaciteit binnen de MRE volledig op orde te hebben, kan er wanneer er behoefte is aan extra uitvoeringscapaciteit een vliegende start worden gemaakt met de bovenregionale partnergemeenten. Regionale uitvoeringskracht De regionale samenwerking binnen de MRE is voor ons het vertrekpunt. Wij achten het van belang dat de inzet op bovenregionale samenwerking de regionale uitvoeringskracht niet onder druk zet. De samenwerking met Meierijstad, Venlo en Weert moet daarom ’lean‘ worden georganiseerd

regietafel uitvoeringskracht over capaciteitsvraagstukken. De benodigde inzet voor de bovenregionale samenwerking is op dit moment zeer beperkt. De Peelgemeenten en andere direct betrokken MREgemeenten worden nadrukkelijk betrokken bij de verdere uitwerking van deze samenwerking.

Zie hierboven. De prioriteit ligt uiteraard bij de samenwerking met onze 21 MRE-gemeenten. Daarbij is nadrukkelijk aandacht voor het op orde hebben van de personele capaciteit.

We onderschrijven dit volledig.

14

en mag de primaire opgaven van de 21 gemeenten niet verdringen. Dit sluit aan bij de kaderstellende uitgangspunten, die het Algemeen Bestuur van de MRE in juli 2024 heeft vastgesteld: de samenwerking dient aanvullend te zijn en licht georganiseerd.

Heeze-Leende

De bovenregionale samenwerking biedt ons daarbij de kans samen met omliggende gemeenten onze gezamenlijke opgave in het kader van de schaalsprong te verlichten en onze doelen slimmer en efficiënter te organiseren, met behoud van de bestaande afspraken binnen de MRE. Uitvoeringskracht, slagkracht en financiën Hoewel wij positief zijn over de bovenregionale samenwerking, én het naar uw zeggen niet ten koste gaat van de uitvoeringskracht van de bestaande afspraken, willen wij daar toch aandacht voor blijven vragen. De uitvoeringskracht staat nu al onder druk. Het is nu al complex met 21 gemeenten tot uitvoering te komen. Het buiten de regio gaan samenwerken moet wat Heeze-Leende betreft wel echt veel winwin opleveren. Er zijn al weer heel wat uren besteedt om tot deze conceptteksten en de zienswijzeprocedure te komen. De focus van het werkprogramma MRE is uitvoering en wij vinden dat dit zo moet blijven. Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur dan ook het Algemeen Bestuur en de gemeenteraden inzicht te geven in het mean en lean sturen van de MREdirectie op capaciteitinzet vanuit de MRE voor bovenregionale samenwerking.

We begrijpen dat u hier terecht aandacht voor blijft vragen. De samenwerking met Weert, Meierijstad en Venlo heeft veel potentie. Dit mag echter niet ten koste gaan van de samenwerking van onze 21 gemeenten. De regio-interne afstemming over capaciteitsinzet, governance, etc. wordt in nauwe afstemming gedaan met onze 21 gemeenten, en in het bijzonder de direct betrokken gemeenten. Zoals hierboven eerder is aangegeven, is de benodigde capaciteitsinzet voor deze afspraken beperkt. Indien gemeenten zelf inzet willen leveren vanwege de gewenste (directe) betrokkenheid, dan wordt dat zorgvuldig afgestemd. De huidige werkzaamheden in de bovenregionale samenwerking zijn onderdeel van het MREwerkprogramma 2025-2026, als onderdeel van een uitvoering van een AB-besluit. Het is daarmee een onderdeel van de reguliere werkzaamheden. De reguliere P&C-cyclus biedt hierin inzicht.

Ook verzoeken wij het Dagelijks Bestuur de tot dusver gemaakte kosten en de nog te maken

15

Nuenen c.a.

Valkenswaard

kosten zichtbaar te maken en deze met de participanten te delen. Ambtelijke capaciteit Gelet op de enorme groei van de regio, is het logisch stap om afspraken te maken over bovenregionale samenwerking met gemeenten buiten de regio. Dit kan de regio helpen om de druk op de grote en snelle ontwikkelingen in de regio te verlichten. Tegelijkertijd kennen we een krappe arbeidsmarkt en is er beperkte (ambtelijke) capaciteit beschikbaar. Deze capaciteit hebben we hard nodig om binnen de MRE-samenwerking tot resultaten te komen. Wij verzoeken u dan ook om terughoudend om te gaan met het inzetten van ambtelijke capaciteit op bovenregionale samenwerking en alleen datgene te doen dat noodzakelijk is. Uitvoeringskracht en slagkracht Hoewel wij positief staan tegenover de bovenregionale samenwerking, vinden wij het van belang nadrukkelijk aandacht te vragen voor de uitvoering. Dit mag wat ons betreft niet ten koste gaan van de uitvoeringskracht van de bestaande afspraken, die nu al onder druk staat. Het werkprogramma MRE richt zich primair op de uitvoering van reeds vastgestelde ambities. Het toevoegen van nieuwe opgaven of projecten in het kader van de bovenregionale samenwerking vraagt daarom om duidelijke prioritering en heldere afspraken over capaciteit. Alleen zo voorkomen we dat beschikbare middelen en personele inzet te veel versnipperen.

We onderschrijven dit aandachtspunt. Zie hierboven voor meer toelichting.

We onderschrijven dit aandachtspunt. Zie hierboven voor meer toelichting.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16497823/1