A Ter kennisname geanonimiseerd
Tekst van het document
Op dit moment is daar nog geen concreet zicht op. Er zal wel per fonds worden gekeken of de huidige fondsen wellicht ook beter kunnen worden ondergebracht in een vergelijkbaar construct
Voor dit fonds gelden specifieke afspraken met onderliggende overeenkomsten (Brainport Dev, Fiscus etc). Voor de Beethoven Onderzoek de onderbrenging van het Regionaal Bereikbaarheidsfonds middelen wordt momenteel beoordeeld of hier een vergelijkbare in de voorgestelde BV-beheerstructuur inrichting beter past Randvoorwaarden invulling bestuursposities in BV’s en bestuursstichting
Hoe zijn de rapportage lijnen vormgegeven
Publieke zeggenschap Is in de huidige opzet vastgelegd dat publieke meerderheid én doorslaggevende zeggenschap in alle lagen (Fondsbeheer B.V., Bestuursstichting, Woonfonds B.V.) blijvend zijn? Zo ja: waar; zo nee: waarom niet? AVA als centrale beslispoort Is in het huidige voorstel geborgd dat de AVA van Woonfonds B.V. (uitgeoefend door Fondsbeheer B.V.) alle hoofdkeuzes (beleid, regelingen, financiering, deelnemingen) vooraf moet goedkeuren én dat dit in één compact AVA-kader wordt gebundeld en periodiek herijkt?
Fondsbeheer B.V. rapporteert ten minste 1 maal per jaar aan MRE via de jaarstukken. Hierin zijn de activiteiten van Woonfonds B.V. opgenomen (die via de jaarstukken weer ten minste 1 maal per jaar rapporteerd aan Fondsbeheer B.V.). Woonfonds B.V. rapporteerd eveneens middels de jaarstukken aan de bijdragende private partij. Ja dit is in alle lagen geborgd. MRE is 100% eigenaar van Fondsbeheer B.V. die op haar beurt weer 100% eigenaar is van Woonfonds B.V. In de statuten van de bestuursstichting is opgenomen dat a) het bestuur 5 zetels telt waarvan MRE voor 4 zetels benoemingsrecht heeft b) alle besluiten met een gewone meerderheid genomen dienen te worden (afgezien van specifieke afwijkingen hierop die zijn opgenomen in statuten). Daarmee is volledige publieke meerderheid en doorslaggevende zeggenschap in alle lagen geborgd De MRE moet als uiteindelijke aandeelhouder goedkeuring geven voor belangrijke strategische beslissingen van Fondsbeheer B.V. en Woonfonds B.V. De bestuursstichting is enkel belast met het besturen van Woonfonds B.V. Met deze taakstelling is een aanvullend AVAkader met periodieker hereiking niet van grote toegevoegde waarde terwijl de bestuurlijke last hiermee wel toeneemt
Ja dit is in alle lagen geborgd. MRE is 100% eigenaar van Fondsbeheer B.V. die op haar beurt weer 100% eigenaar is van Private betrokkenheid met waarborgen Woonfonds B.V. In de statuten van de bestuursstichting is Is in de huidige opzet vastgelegd dat partnerbetrokkenheid mogelijk is, opgenomen dat a) het bestuur 5 zetels telt waarvan MRE voor 4 maar alleen zetels benoemingsrecht heeft b) alle besluiten met een normale met expliciete waarborgen zodat publieke sturing niet kan verwateren meerderheid genomen dienen te worden. Daarmee is volledige (toetreding/ontheffing, rechten, limieten)? Waar is dit geregeld? publieke meerderheid en doorslaggevende zeggenschap geborgd
Onafhankelijke tegenkracht bij de BestuursstichtingIs in het huidige voorstel voldoende tegenkracht geregeld bij de Bestuursstichting(onafhankelijk orgaan/commissie, belangenregister, recusal-regels)? Zo ja: waar; zonee: waarom niet?
In het huidige voorstel is de tegenkracht bij de Bestuursstichting primair door middel van de benoemingsstructuur en voorschriften inzake tegenstrijdig belang geregeld. De Bestuursstichting omvat vijf bestuurders, waarvan vier door de MRE worden benoemd en één door ASML, hetgeen een meerderheid aan publieke zijde waarborgt. In geval van een tegenstrijdig belang bij één bestuurder blijven de overige bestuurders bevoegd, waarbij de kans dat alle vijf bestuurders een dergelijk conflict ondervinden als gering wordt beschouwd. Er is geen onafhankelijk orgaan, zoals een raad van toezicht (RvT), voorzien, in verband met de beperkte schaal van Woonfonds B.V. De reden voor de beperkte regeling ligt in de focus op eenvoud en kostenefficiëntie in relatie tot de complexiteit van het construct, met behoud van publieke zeggenschap via benoemingsrechten.
Mandaten en meer-ogen-principe Is in het huidige voorstel een helder mandaten- en drempelkader opgenomen met een meer-ogen-principe voor hogere bedragen/risico’s (twee handtekeningen, limieten, rapportage)? Waar is dit geborgd? Statutenwijziging en ontbinding Is in de huidige stukken geregeld dat statutenwijziging en ontbinding niet kunnen zonder voorafgaande publieke instemming en verzwaarde besluitvorming? Zo ja: waar; zo nee: waarom niet?
RapportagecyclusIs een transparante, lichte rapportagecyclus nu al vastgelegd (periodieke voortgang +jaarlijkse evaluatie op hoofdlijnen richting MRE/raad)? Waar staat dit?
Ja, het meer-ogen-principe is geborgd door middel van een tweehandtekeningenregime. Het bestuur van de Bestuursstichting is bevoegd Woonfonds B.V. te vertegenwoordigen waarbij twee bestuurders gezamenlijk mogen ondertekenen (artikel 8.2 van de statuten van de Bestuursstichting). Dit regime is in daarmee ook van toepassing op transacties. Er is geen expliciet mandaat- en volmachtenreglement met financiële drempels of limieten voor hogere bedragen of risico's met de regeling en constructie is dit ook niet aan de orde. Financiële middelen gaan pas stromen na afronding en vaststelling van projecten. Er is hiermee dus geen sprake van financiering waarmee financiële risico's zouden kunnen ontstaan. Aanvullend dient te worden vermeld dat het bestuur van een B.V. (in dit geval dus de bestuursstichting) bevoegd is de B.V. te vertegenwoordigen, binnen een B.V. wordt niet gewerkt met mandaten.
Voor Woonfonds B.V. en Fondsbeheer B.V. geldt dat enkel de MRE kan besluiten tot statutenwijzigingen en/of ontbinding (als hjenig aandeelhouder). Ja, er is een minimum rapportageverplichting vastgelegd: ten minste eenmaal per jaar wordt gerapporteerd, zoals vermeld in de statuten. Fondsbeheer B.V. rapporteert minstens jaarlijks aan de MRE via de jaarrekening, waarin de activiteiten van Woonfonds B.V. zijn opgenomen. Woonfonds B.V. rapporteert eveneens via de jaarrekening aan Fondsbeheer B.V. en de bijdragende private partij. Aanvullende afspraken kunnen hierover worden gemaakt. De cyclus is licht en transparant, maar niet beperkend of onnodig belastend. De wens voor aanpassing op basis van behoeften (zonder te tornen aan het minimum van jaarlijkse rapportage) wordt erkend, maar niet voorafgaand dwingend vastgelegd.
Staatssteun en terugvordering Is er in het huidige voorstel een eenvoudig, openbaar uitvoeringskader voorzien dat de staatssteunregels respecteert en terugvordering bij niet-realisatie of overcompensatie mogelijk maakt (clawback)? Waar is dit opgenomen?
Middels de VEX-verordening zijn criteria, KPI's, prioritering van publiek belang en clawback- of opschortende voorwaarden bij nietrealisatie of overcompensatie vastgelegd. De mogelijkheid om private partijen te subsidiëren is niet uitgesloten in de statuten, maar de B.V. neemt de opzet en voorwaarden van de VEX-regeling over, die staatssteunbestendig is.
Hoe worden de afwegingscriteria voor de verkenning van een regionaal bereikbaarheidsfonds in een BV-vorm bepaald?
De afweging voor een regionaal bereikbaarheidsfonds in B.V. -vorm wordt bepaald op basis van noodzaak, wenselijkheid en haalbaarheid. Het regionaal bereikbaarheidsfonds is momenteel volledig operationeel. Via dit fonds worden momenteel de BrainportDeal middelen beheerd en ontsloten. Voor de Beethoven middelen worden de inrichtingsopties momenteel onderzocht en vormgegeven.
wanneer gaat deze verkenning plaatsvinden? hoe worden de raden hierbij betrokken en gaat de informatievoorziening plaatsvinden? In de memo worden kanttekeningen geplaatst bij de governance. Duidelijke afspraken en transparantie om betrokkenheid te waarborgen kunnen dit ondervangen. Hoe en wanneer worden de raden daarin (verder) betrokken? Hoe en hoe vaak worden de gemeenteraden geïnformeerd over de voortgang en de besluiten van de Woonfonds B.V.? Kunnen we denken aan een vaste jaarlijkse rapportage of een apart jaarverslag per fonds?
Voor wat betreft de Beethoven middelen is de verkenning al gestart. Daarmee wordt de inrichting van de Brainport deal middelen meegenomen. Verdere verkenning wordt voorzien in Q1 en Q2 van 2026 De raden worden op de gebruikelijke wijze geïnformeerd.
De raden worden op de gebruikelijke wijze geïnformeerd.
De raden worden op de gebruikelijke wijze geïnformeerd.
Wat kan en mag de private partij wél en níet binnen deze bestuursstichting?Is er bijvoorbeeld invloed op de keuze van projecten, of blijft dat volledig bij de publieke bestuurders?En zijn er duidelijke spelregels om belangenverstrengeling te voorkomen?
Goed om notie van te nemen: de private partijen besluiten nadrukkelijk niet over publieke middelen. Woonfonds B.V. is uitsluitend gericht op het ontsluiten van private middelen als cofinanciering voor wooningbouwprojecten in de deelnemende gemeenten. De Bestuursstichting omvat vijf bestuurders, waarvan vier door de MRE worden benoemd en één door ASML, hetgeen een meerderheid aan publieke zijde waarborgt. In geval van een tegenstrijdig belang bij één bestuurder blijven de overige bestuurders bevoegd, waarbij de kans dat alle vijf bestuurders een dergelijk conflict ondervinden als gering wordt beschouwd.
Met de voorgestelde structuur wordt het eenvoudiger om dochter B.V's op te richten, hiervoor is niet telkens een wensen en Betekent dit dat bij elke nieuwe dochter-bv of elk nieuw fonds opnieuw bedenkingen procedure noodzakelijk. Echter, het kan wel wenselijk een formele wensen- en bedenkingenprocedure langs alle raden wordt worden geacht om bij het aantrekken van nieuwe fondsen de raden te doorlopen? Of is de gedachte dat we met dit besluit eigenlijk al vragen wensen en bedenkingen mee te geven vooraleer besloten instemmen met de structuur voor toekomstige fondsen? wordt het fonds in beheer te nemen. Het besluit ligt voor in het AB van MRE. Met de lopende procedure wordt de raden gevraagd om wensen en bedenkingen mee te geven Wat als één van de gemeenten niet instemt met het gevraagde besluit zodat het AB op 25 februari kan besluiten De bestuurders zijn onbezoldigd en ontvangen uitsluitend een Wat verdienen de bestuursleden in de BV? onkostenvergoeding Kunnen gemeenten bij belangrijke strategische beslissingen (zoals het toevoegen van nieuwe fondsen of substantiële aanpassing van criteria) de raden opnieuw via de artikel 25-procedure wensen en Gemeenten zullen op de gebruikelijke wijze betrokken worden. De bedenkingen indienen? (excuses als dit al eerder behandelt is) voorliggende constructie doet daar geen afbreuk aan. Via Woonfonds B.V.
worden ASML middelen beschikbaar gesteld aan Waarom een bestuurslid van ASML? gemeenten.
Wie betaalt dan de aansprakelijkheid verzekering en tot welk bedrag?
De aansprakelijkheidsverzekering wordt betaald uit de fondsmiddelen gereserveerd voor overhead. Het fonds betaald hiermee voor haar eigen uitvoeringskosten
Waarom wil ASML 1/5 van het bestuur leveren, gezien het woonfonds moet handelen in het belang van woonfonds? Zet die bestuurder niet het private belang voorop? Waarom specifiek ASML in bestuursstichting ipv een vertegenwoordiger vanuit het bedrijfsleven?
via Woonfonds A.B. worden voorop middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten. ASML heeft geen doorslaggevende stem en beslist niet over welke projecten wel of niet beschikt worden. De reeds vastgestelde VEX verordening wordt qua voorwaarden en selectie overgenomen door Woonfonds B.V. Via Woonfonds B.V. worden ASML middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten.
op welke manier kunnen de raden hun controlerende taak uitoefenen op dit fonds, Krijgen wij jaarlijks rapporten e.d.
Fondsbeheer B.V. rapporteert ten minste 1 maal per jaar aan MRE via de jaarstukken. Hierin zijn de activiteiten van Woonfonds B.V. opgenomen (die via de jaarstukken weer ten minste 1 maal per jaar rapporteert aan Fondsbeheer B.V.). Woonfonds B.V. rapporteert eveneens middels de jaarstukken aan de bijdragende private partij.
Kan nog iets meer worden toegelicht over hoe we als gemeenteraden onze controlerende rol goed kunnen pakken?
Fondsbeheer B.V. rapporteert ten minste 1 maal per jaar aan MRE via de jaarstukken. Hierin zijn de activiteiten van Woonfonds B.V. opgenomen (die via de jaarstukken weer ten minste 1 maal per jaar rapporteert aan Fondsbeheer B.V.). Woonfonds B.V. rapporteerd eveneens middels de jaarstukken aan de bijdragende private partij.
Het publiek belang is geborgd in de governance (4 bestuurders vanuit Is het publiek belang ergens gedefinieerd in de BV? MRE) en omdat MRE uiteindelijk de enig aandeelhouder is. Hoe hoog is kostenvergoeding, vast? of variabel? Het betreft een onkostenvergoeding voor gemaakte onkosten. Hoe wordt geborgd dat er een goede verdeling is in het bestuur van de fondsen tussen ‘stad en platteland’ zodat ook de vertegenwoordiging van de kleinere gemeentes is geborgd? Dit kan vanuit het AB worden meegegeven in de selectiecriteria volgens welke criteria worden bestuurders van Fondsbeheer BV en de Beheerstichting Woonfonds geselecteerd/geworven? De selectiecriteria worden door het AB opgemaakt Wie kunnen zitting hebben in het bestuur? Burgemeesters, wethouders, raadsleden?
Dit is afhankelijk van het beleid in uw eigen gemeente. Zolang het gemeentelijk beleid het toestaat liggen er vooralsnog geen beperkingen vast in de statuten
heeft de MRE klankbordtafel (vanuit de raden) hierin nog een rol Is een doelstelling opgenomen om bijvoorbeeld minstens 40% van de projecten van de woningcorporaties te laten zijn? Worden extra MRE leden aangenomen hiervoor of past dit in hun functie/salaris
Ja via de AB vergadering De inhoudelijke doelstellingen zijn vastgelegd in de eerder vast gestelde VEX verordening Vooralsnog is de verwachting dat de invulling binnen MRE leden mogelijk zou moeten zijn
Komt er nog een uitgewerkt risicokader, met scenario’s, maximale blootstelling per gemeente en afspraken over buffers en reserves.
Met de voorgestelde structuur en werkwijze is sprake van verminderd risico ten opzichte van de huidige situatie. Eventuele risico's worden geïsoleerd binnen de betreffende B.V. en werken dus in de basis niet door naar MRE gemeenten.
Hoeveel jaarlijkse kosten ontstaan er door deze nieuwe BV structuur? Wordt de structuur van Stimuleringsfonds en Regiodealfonds ook aangepast? Wie bepaalt wie er in dat bestuur komen, zijn er criteria?
Het uitgangspunt is dat de fondsen voorzien in hun eigen uitvoeringskosten. Het voorstel heeft hiermee geen financiële consequenties voor de gemeenten Op dit moment zijn we niet voornemens om het stimuleringsfonds en de RegioDeal onder te brengen in de beschreven structuur Het AB, de criteria worden ook door het AB opgemaakt
Als er geen maximale blootstelling per gemeente wordt afgesproken, hoe voorkomen (kleine) gemeenten, dat verliezen niet alsnog via de MRE-begroting op onze gemeentebegrotingen afgewenteld worden. Ik snap dan nu denk ik de werkwijze, dank. We gaan als gemeenteraad dus via voorstellen van college van B&W over welke projecten we aandragen aan het Woonfonds. Maar hoe bepaalt het Woonfonds welk project wel/niet middelen worden toegekend? Hoe wordt voorkomen dat er over- of ondervertegenwoordiging van bepaalde categorie projecten ontstaat? Kunnen we dan enkel onze wethouder als AB-lid hierop aanspreken? Die dan als AB-lid weer de bestuursstichting van het Woonfonds moet aanspreken? Wat betekent de voorgestelde structuur dan voor gemeenten die zelf ook in een gemeenschappelijke regeling zitten, maar tegelijkertijd ook als raad autonoom zijn. Dienen mogelijke aanvragen dan bij voorkeur namens de 5 kempengemeenten te worden gedaan om kansrijker te zijn, of kan de individuele gemeente eveneens een eigen aanvraag
Met de voorliggende constructie worden eventuele schulden van de B.V geïsoleerd tot die B.V. Daarmee wordt de kans dat deze worden afgewenteld op gemeentebegrotingen geminimaliseerd.
Dit is vastgelegd in de VEX verordening zoals vastgesteld door het AB. Proces en werkwijze binnen de B.V. worden vormegeven conform de VEX verordening U kunt inderdaad uw wethouder als AB lid aanspreken. Op haar beurt kan het AB (waar nodig) interveniëren in de B.V.'s
Het voorliggende construct heeft geen invloed op beoordelingsprocessen zoals vastgelegd in de VEX verordening
doen die volgens de vastgestelde criteria en procedures behandeld gaat worden?
Op welke wijze is inclusief beleid doorverrtaald in het beleid van de fondsen gezien de genoemde sociale opgaven? "Evenredige verdeling" is op basis van inwonersaantal/bouwopgave van gemeenten? Net zoals in Regionale Woondeal? De Rabobank gaar 1 miljars investeren in middenhuur de komende jaren in de regio.Waarom is Rabo niet betrokken? Er zijn momenteel al 3 fondsen in beheer bij de MRE. Nu wordt een overkoepelend fondsenbeheer opgericht waar in ieder geval het nieuwe woonfonds beheer BV onder gehangen wordt. Het is echter niet duidelijk of de andere 3 fondsen (op termijn) ook onder dit fondsenbeheer worden gebracht of separaat blijven. En zo niet, waarom niet gekozen wordt alle fondsen onder dit fondsenbeheer te brengen
Het voorliggende construct is gericht op het ontsluiten van private cofianciering voor projecten gericht op woningbouwversnelling. Er is geen sprake van afwijkend beleid dan dat van MRE binnen de fondsen. Het voorliggende construct heeft geen invloed op beoordelingsprocessen zoals vastgelegd in de VEX verordening Het construct is gericht op het ontsluiten van private co-financiering vanuit ASML. Rabobank draagt niet bij aan Woonfonds B.V. en is zodoende niet betrokken bij dit fonds
Hier is in de voorbereiding wel naar gekeken, hierbij wegen de extra werkzaamheden nog niet op tegen de voordelen (o.a. door de wijze van financieren en tijdigheid). Mocht het in de toekomst wel het geval zijn wordt dit separaat besluiten.
Hoe wordt geborgd dat de MRE ook de enige aandeelhouder blijft van Fondsbeheer BV gezien er volgens de statuten ook andere aandelen mogen worden uitgegeven.
De MRE is via Fondsbeheer BV 100% eigenaar van de Woonfonds BV en toekomstige dochter-BV’s. Dit garandeert volledige publieke controle en sluit externe inmenging uit. Besluitvorming over aandelen gaat hierdoor altijd via de MRE waar de gemeente middels het AB zeggenschap hebben.
Het bestuur wordt aangewezen door de algemene vergadering bestaande uit vergadergerechtigden. Wie zijn de vergadergerechtigden?
Het bestuur van de Fondsbeheer BV en Woonfonds BV worden aangewezen door de algemene vergadering. De vergadergerechtigden zijn de aandeelhouders van de twee BV’s. De MRE is 100% aandeelhouder. Het Algemeen Bestuur van de MRE is het hoogste besluitvormingsorgaan van de MRE en hier vindt de besluitvorming plaats over de aanwijzing van het bestuur.
De aanstelling van het bestuur van de Bestuursstichting is aan het AB van de MRE. Criteria waaraan bestuurders van de Bestuursstichting dienen te voldoen worden nog opgesteld en uiteindelijk vastgesteld in Hoe wordt geborgd dat er een goede verdeling is in het bestuur van de het AB van de MRE. Dit kan als uitgangspunt worden meegegeven fondsen tussen ‘stad en platteland’ zodat ook de vertegenwoordiging aan de vertegenwoordiging in het AB en/of kan worden opgenomen van de kleinere gemeentes is geborgd? in de wensen en bedenkingen. a) Als er geen noodzaak meer is om het fonds te continueren zal de Ter versnelling van realisatie van genoemde aantallen B.V. inderdaad worden opgeheven. (studenten)woning wordt dit fondsenbeheer structuur opgezet. b) a) Als deze aantallen zijn gerealiseerd, wat is of wordt dan de status c) Vooralsnog is daar nog geen aanwijzing voor. Noodzaak is hierin van deze structuur / dit fonds? leidend. b) Blijft fonds na realisatie van genoemde aantallen bestaan en zo ja met welk doel? c) De genoemde woonaantallen is een deel van de totale opgaaf. Gaat de MRE meer van deze fondsen opzetten? d) Op welke wijze blijft het transparant voor deelnemers aan de MRE welke gelden in welk fonds zitten? e) Welke bedreigen of kanttekeningen t.a.v.
de inrichting van een fondsmanagement zijn er voor de deelnemende gemeenten binnen het MRE-verband (anders dan reeds genoemde in bijlage 2 in paragraaf 4)? f) Hoe worden deze mogelijke bedreigen en kanttekeningen gemitigeerd, ondervangen en inzichtelijk gemaakt voor deelnemende gemeenten? g) In het bestuurder van de bestuursstichting worden 4 bestuurders vanuit de MRE benoemt en één bestuurder door ASML.
Op basis van welke criteria is vastgesteld dat ASML het exclusieve benoemrecht krijgt voor één van de bestuurders van de stichting?
Woonfonds B.V. is het vehikel om de private co-financiering vanuit ASML mogelijk te maken. Hiermee vloeien er enkel ASML middelen door Woonfonds B.V. Daarmee is het logisch ASML hierin te betrekken
Zijn alternatieven onderzocht waarbij het benoemrecht wordt belegd bij een collectief van ondernemingen, een ondernemersplatform of brancheorganisatie binnen de MRE? - Zo ja, welke opties zijn overwogen, en waarom zijn deze uiteindelijk niet gekozen? - Zo niet, waarom is dit niet onderzocht en ziet het college aanleiding dit alsnog in kaart te brengen?
Aangezien er enkel ASML middelen beschikbaar worden gesteld via Woonfonds B.V. is het niet logisch bevonden om het benoemrecht bij een andere organisatie of collectief hiervan te beleggen
Hoe wordt geborgd dat de benoemstructuur leidt tot een evenwichtige vertegenwoordiging van de belangen van het gehele regionale bedrijfsleven, en niet slechts van één onderneming?
Woonfonds B.V. is het vehikel om de private co-financiering vanuit ASML mogelijk te maken. Hiermee vloeien er enkel ASML middelen door Woonfonds B.V. Daarmee is het logisch om ASML hierin te betrekken en dit niet te beleggen bij andere gremia
Waarom staat er in de bijlage 5 van de brief dat ASML de partner is, maar blijkt dit niet uit de brief van de Raad aan de gemeente Eersel die slechts spreekt van een bedrijf en een private partner?
De in de brief gebruikte terminologie is gericht op het verhelderen van het voorstel. Het voorstel is gericht op de oprichting van een B.V. structuur waarbij een private partner of bedrijf (in dit geval ASML) deelneemt in een van de entiteiten. In de brief is gekozen voor deze termen om de constructie zo helder mogelijk te omschrijven.
Op welke manier is er gekozen voor BDO als fiscaal adviseur en AKD als juridisch adviseur en waarom is de keuze gevallen op deze adviseurs?
AKD is geselecteerd in verband met zeer specialistische expertise op het gebied van B.V. entiteiten onder een GR waarin publiek private middelen worden gebundeld. BDO is via een meervoudige onderhandse aanbesteding gekozen
Waarom is er in de akte van oprichting van Fondsbeheer B.V. gekozen als doel van de vennootschap voor de ruime omschrijving ‘het verkrijgen, vervreemden, beheren en exploiteren van roerende en onroerende zaken en andere goederen, daaronder begrepen patenten, merkrechten, licenties, vergunningen en andere industriële eigendomsrechten’? Waarom is er in de oprichtingsakte niet gekozen voor een change of control clause waar de MRE gebruik van kan maken als ASML wordt overgenomen door een grote buitenlandse partij die misschien niet het beste voor heeft met onze regio?
Er is gekozen voor een dekkende omschrijving zonder op voorhand zaken expliciet uit te sluiten Met het benoemingsrecht van MRE voor 4 van de 5 bestuurders blijft het publieke regionale belang geborgd.
Voorgesteld wordt om 1 bestuurszetel toe te wijzen aan ASML met het doel inzicht te geven. Wat is de afweging en onderbouwing om een specifiek bedrijf inzicht Gezien het feit dat hier enkel ASML middelen doorheen zullen te geven? stromen is het logisch ASML hierin te betrekken en inzicht te geven Waarin wordt inzicht gegeven? Het inzicht is beperkt tot de activiteiten in Woonfonds B.V. Welke andere weg is onderzocht om inzicht te geven aan belanghebbenden en betrokkenen?
Onder andere een RvC is onderzocht als alternatief. Gezien de beperkte omvang en complexiteit van Woonfonds B.V. is een RvC een zwaar en kostbaar middel om het benodigde inzicht te verschaffen.
INRICHTING FONDSBEHEER Webinar omtrent de voorgestelde inrichting fondsbeheer
Agenda: • Inleiding en context • Huidige inrichting & verwachting • Voorgestelde structuur & praktische uitwerking • Vervolgstappen • Vragen
Voorgestelde inrichting fondsbeheer
Inleiding en context
Voorgestelde inrichting fondsbeheer
Inleiding en context Doel GR-MRE: “De GR is getroffen met het oog op het handhaven en uitbouwen van het kenmerkende economische profiel van de regio, om op die manier het vestigings- en verblijfsklimaat voor inwoners en bedrijven te stimuleren. Daartoe organiseert de Metropoolregio een adequate vorm van samenwerking tussen gemeenten onderling en tussen overheid en maatschappelijke partners ter behartiging van de gezamenlijke belangen” (Artikel 3 GR-MRE)
Taken: • Het opstellen van een regionale agenda. • Het organiseren van de inzet van gemeenten op de thema’s van de regionale agenda. • Het gezamenlijk optrekken van gemeenten, op de thema’s van de regionale agenda naar provincie, Rijksoverheid, Europese en internationale instellingen, -bedrijven en overheden.
• Het inzetten van regionale investerings- en stimuleringsfondsen binnen de thema’s van de regionale agenda (Artikel 4 GR-MRE)
Voorgestelde inrichting fondsbeheer
Inleiding en context De Brainport regio groeit al jaren fors. Met deze schaalsprong ontstaan nieuwe kansen maar ook uitdagingen. Om deze potentie te realiseren en de uitdagingen het hoofd te bieden, zijn gerichte investeringen benodigd. Daartoe is in 2024 het fonds-portfolio uitgebreid met: Regionaal Bereikbaarheidsfonds en RegioDeal
Voorgestelde inrichting fondsbeheer
Inleiding en context Hiermee groeide het beheerde fondsvermogen van € 2 miljoen per jaar naar meer dan € 200 miljoen.
= € 2 miljoen
financiering vanuit inwonerbijdrage
= € 185 miljoen
financiering uit Brainportdeal (en Beethoven na vaststelling)
= € 20 miljoen
financiering uit rijksmiddelen
Voorgestelde inrichting fondsbeheer
Huidige inrichting en verwachting
Voorgestelde inrichting fondsbeheer
Huidige inrichting en verwachting Met het exponentieel groeien van het beheerd fondsvermogen groeide de noodzaak voor robuuste inrichting van het fondsbeheer.
In 2024 is kwartiermaker fondsbeheer gestart met de opdracht een robuuste structuur in te richten en te operationaliseren. Resultaten 2025: - Verplichtingen en verantwoording geborgd in processen, werkwijzen en formulieren - Standaardisering tussen fondsen - Alle RegioDeal projecten beschikt en in realisatie - Regionaal bereikbaarheidsfonds operationeel & aanvragen in beoordeling
Voorgestelde inrichting fondsbeheer
Huidige inrichting en verwachting Met het operationaliseren van de fondsen is eveneens de wens uitgesproken om de VEX-middelen uit Beethoven Wonen via MRE te beheren. Doelstelling Beethoven wonen: realisatie van 17.000 betaalbare woningen en 2.280 studentenwoningen via een grondexploitatie instrument (GREX) en een vastgoedexploitatie instrument (VEX).
Beethoven Wonen € 245 miljoen Rijk € 122,5 miljoen
Regio € 122,5 miljoen
GREX
VEX
€ 163,3 miljoen
€ 81,7 miljoen
75% Rijk
75% Privaat
25% aanvragende gemeenten
25% aanvragende gemeenten
Voorgestelde inrichting fondsbeheer
Huidige inrichting en verwachting De specifiek gestelde eisen aan het beheer van deze VEX-middelen maken het noodzakelijk de inrichting van het fondsbeheer anders te structureren. • Het gaat daarbij specifiek om de eisen met betrekking tot: - Risico beheersing - Scheiding van geldstromen (fondsmiddelen en MRE begroting) - Isolatie van deze middelen van de andere beheerde fondsen
• Naast de specifieke eisen van de VEX middelen is aanvullend rekening gehouden met: -
Publieke controle Efficiëntie in het beheer en kosten Transparantie Schaalbaarheid
Voorgestelde inrichting fondsbeheer
Voorgestelde structuur & praktische uitwerking
Voorgestelde inrichting fondsbeheer
Voorgestelde structuur Randvoorwaarden in nieuw ontwerp 1. Passend binnen bepalingen van de GR-MRE - Bijdragen aan doel en taken GR-MRE
2. Volledig eigendom van de MRE
GR MRE
- Publieke controle over strategische en operationele beslissingen - Publieke verantwoording - Schaalbaarheid door flexibiliteit in het toevoegen van eventuele nieuwe fondsen
3. Betrokkenheid van private partij -
Fondsbeheer BV
Formele rol in governance specifiek binnen Beethoven Wonen VEX Geen inmenging in andere MRE activiteiten Betrokkenheid beperkt tot Beethoven wonen VEX Geen doorslaggevende stem in besteding van middelen
Uitbreidbaar N.t.b.
Voorgestelde inrichting fondsbeheer
Woonfonds
Publiek Regionaal Bereikbaarheidsfonds
Overzicht:
Voorgestelde structuur - MRE: - Enig aandeelhouder van Fondsbeheer B.V.
- Fondsbeheer: functioneert als holding: - Enig aandeelhouder van Woonfonds B.V. - Eventueel toekomstige andere vennootschappen - Woonfonds B.V.: ontvangt de bijdrage van private partijen en
keert deze uit - Bestuursstichting: - Bestuurder van Woonfonds B.V.
13
Kenmerken B.V. • Beperkte aansprakelijkheid: Aandeelhouders zijn in principe niet aansprakelijk voor schulden van de B.V.
• Aandelenstructuur: Kapitaal verdeeld in aandelen. Aandelen zijn niet vrij verhandelbaar (besloten karakter) en overdracht vereist goedkeuring • Bestuur en zeggenschap: Aandeelhoudersvergadering heeft hoogste macht (staat op afstand van het dagelijks beheer); bestuur voert dagelijks beheer (is volledig bevoegd en verantwoordelijk); een RvC is niet verplicht • Risico-isolatie: Beperkt risico's door rechtspersoonlijkheid
Voorgestelde inrichting fondsbeheer
Kenmerken stichting • Aparte rechtspersoon • Geen winstoogmerk • Geen leden of aandeelhouders • Bestuur is verplicht, RvC/RvT is facultatief • Bestuur kan uit één of meerdere leden bestaan • Vertegenwoordiging door één of meerdere bestuurders
Voorgestelde inrichting fondsbeheer
De diepte in:
Rol bestuursstichting De stichting heeft alleen een bestuur Bestuur bestaat uit 5 leden 4 leden worden benoemd door de MRE
1 lid door ASML Geen RvC (er is een meerhoofdig bestuur) Geen bezoldiging, alleen onkostenvergoeding Bestuursbesluiten: Alleen als meerderheid aanwezig is; Normale meerderheid, tenzij afwijkende regeling in de statuten (bijvoorbeeld bij statutenwijziging) Twee handtekeningensysteem, tenzij specifieke volmacht Als bestuurder van Woonfonds: handelen in belang Woonfonds
De diepte in: Invloed MRE Welke invloed heeft de MRE? Benoeming 4 van de 5 bestuurders Bestuursstichting Invloed als aandeelhouder:
Vaststellen / wijzigen beleid (waaronder beleidsplan, strategie, subsidieregeling); Aangaan / wijzigen / beëindigen overeenkomst voor verkrijgen middelen ten behoeve van een subsidieregeling;
Oprichten van / deelnemen in andere rechtspersonen Jaarlijkse jaarrekening
De diepte in: Een voorbeeld
Woonfonds wil een overeenkomst met een nieuwe private partij sluiten Bestuursstichting moet als bestuurder van Woonfonds tekenen Bestuursbesluit Woonfonds (meerderheid) Minimaal twee bestuurders Bestuursstichting tekenen Bestuursstichting moet vooraf goedkeuring vragen aan Fondsbeheer, die op haar beurt goedkeuring moet vragen aan MRE
De diepte in:
Aansprakelijkheid MRE Wat als het mis gaat? Risico’s zitten in de aparte BV Hoofdregel: BV is aansprakelijk, bestuurder is alleen aansprakelijk als geen ander redelijk denkend en handelend bestuurder hetzelfde zou hebben gehandeld Aansprakelijkheid aandeelhouder is beperkt tot inleg aandeelhouder
Vervolgstappen
Vervolgstappen Datum
Activiteit
05-12-2025
Versturen gebundeld Q&A bestand
23-01-2026
Einde van de periode waarin wensen en bedenkingen kenbaar kunnen worden gemaakt.
09-02-2026
Voorleggen van alle ingediende wensen en bedenkingen aan het Dagelijks Bestuur MRE
25-02-2026
Formele besluitvorming door het Algemeen Bestuur met betrekking tot de oprichting van de BV-structuur op basis van de verzamelde input, reacties en analyses.
Vanaf maart 2026
Oprichting entiteiten en start inrichting
Q3 2026
Structuur operationeel
Voorgestelde inrichting fondsbeheer
Q&A
BEDANKT VOOR UW AANDACHT
Aan Colleges van burgemeester en wethouders en gemeenteraden van de 21 deelnemende gemeenten
uw kenmerk
uw brief van
onderwerp Topvoorziening voor de regio: Rijksmuseum Eindhoven
ons kenmerk 100629-4011/RLI/WBR
datum 11 december 2025
e-mailadres
Geachte colleges en raden, Het Rijksmuseum en gemeente Eindhoven hebben vandaag aangekondigd dat zij de handen ineenslaan om een vestiging van het Rijksmuseum in Eindhoven te realiseren. Daarvoor is een Letter of Intent overeengekomen. Hiermee wordt het mogelijk dat in de toekomst kunstwerken uit de wereldberoemde collectie van het Rijksmuseum in onze regio te bewonderen zijn. ASML heeft de intentie om de komende jaren een betekenisvolle bijdrage te willen leveren als founding partner aan deze culturele topvoorziening voor de regio. Rijksmuseum Eindhoven De vestiging van het Rijksmuseum in Eindhoven sluit aan op de jarenlange ambitie van de regio om een toonaangevend museum met internationale uitstraling en voor een breed publiek te realiseren, een ‘Rijksmuseum onder de rivieren’. Op voorstel van het portefeuillehoudersoverleg economie van de Metropoolregio Eindhoven (MRE) d.d. 26 maart 2025, heeft het Dagelijks Bestuur van de MRE op 14 april 2025 deze ambitie geformaliseerd en besloten om deze topvoorziening op te nemen in de shortlist aan te realiseren topvoorzieningen in de MRE. Met de aankondiging van vandaag is een betekenisvolle stap gezet in de realisatie van deze ambitie. Brainport Eindhoven is een regio van makers waar technologische innovatie en design centraal staan.
Het Rijksmuseum in Eindhoven wordt een dynamische plek waar tentoonstellingen vanuit nieuwe perspectieven gemaakt zullen worden met een focus op creativiteit en vakmanschap. Het museumgebouw komt midden in een groene omgeving aan de Dommel, vlak bij het station Eindhoven Centraal. De oppervlakte van het nieuwe gebouw wordt ruim 3.500 vierkante meter. Het komende jaar wordt het plan nader uitgewerkt. De ambitie is dat het Rijksmuseum in Eindhoven over 6 tot 8 jaar opengaat.
Het belang van het Rijksmuseum In het Rijksmuseum krijgen kunst en geschiedenis betekenis voor een breed samengesteld, hedendaags en (inter)nationaal publiek. Het Rijksmuseum vertelt het verhaal van 800 jaar Nederland. Het museum is wereldberoemd om zijn topstukken van Rembrandt, Vermeer, Frans Hals, Rachel Ruys en vele anderen. De collectie van meer dan één miljoen objecten bestaat uit schilderijen, beeldhouwkunst, meubels, glaswerk en porselein, mode en textiel, foto’s en tekeningen en Aziatische kunst. Met het nieuwe museum in Eindhoven kan het Rijksmuseum de zichtbaarheid van zijn collectie vergroten en wordt kunst toegankelijk voor een breder publiek. Voor meer informatie verwijzen wij naar de raadsbrief die het college van B&W van Eindhoven vandaag heeft verzonden aan de gemeenteraad van Eindhoven: Raadsbrieven Gemeente Eindhoven. Met vriendelijke groet, het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven, de secretaris,
de voorzitter,
G.A.G.H. Wouters.
J.R.V.A. Dijsselbloem.
pagina 2 van 2
Voorstel
Instemmen samenwerkingsagenda’s MRE met Weert, Meierijstad en Venlo
Vergadering Algemeen Bestuur d.d. 17 december 2025
AGENDAPUNT 13
Aan het Algemeen Bestuur, De bovenregionale samenwerking van de MRE met Weert, Meierijstad en Venlo ligt bij het afgelopen DB en dit AB van december 2025 voor ter besluitvorming. Het DB heeft de regelingen getroffen en het AB wordt gevraagd in te stemmen met de samenwerkingsagenda’s. In dit voorstel wordt het recent doorlopen proces toegelicht, inclusief de belangrijkste conclusies en aandachtspunten in de doorlopen zienswijzenprocedure, en de daaruit volgende aanpassingen in de regelingen en samenwerkingsagenda’s. Daarnaast wordt het vervolgproces voor de aankomende maanden beschreven. Stand van zaken Het AB is het afgelopen jaar regelmatig geïnformeerd over de voortgang in de bovenregionale afspraken. Voor het zomerreces hebben de samenwerkingsagenda’s en regelingen tussen MRE en Weert, Meierijstad en Venlo voorgelegen bij de relevante poho’s, het DB en het AB. Direct na het zomerreces heeft het DB een zienswijzenprocedure opgestart, die in november jl. is afgerond. Hieronder wordt dit proces toegelicht, inclusief de belangrijkste conclusies, aandachtspunten en minieme aanpassingen in de regelingen en samenwerkingsagenda’s. Zienswijzenprocedure Het DB heeft mede op advies van de Raadstafel21 besloten om bij het dossier bovenregionale samenwerking (zowel de regelingen als de samenwerkingsagenda’s) de voorhangprocedure (Art. 25.3 GR MRE) toe te passen.
De inbrengen van wensen en bedenkingen door de colleges bij een DB-regeling is geregeld in Art. 26 GR MRE. Die (verplichte) procedure is door de toepassing van Art. 25.3 geïntegreerd in de voorhangprocedure. Het DB heeft van de meeste MRE-gemeenten een zienswijze ontvangen. In de bijgevoegde Nota van beantwoording zienswijzen zijn deze zienswijzen per onderwerp geordend en allemaal van een reactie voorzien. Ook de gemeenten Weert, Meierijstad en Venlo hebben een zienswijzenprocedure doorlopen. De zienswijzen van deze gemeenten zijn ter informatie ook opgenomen in de nota.
Belangrijkste aandachtspunten in zienswijzen -
De bovenregionale samenwerking is een positieve ontwikkeling waarvan breed wordt onderschreven dat dit kansen biedt en de druk op de regio kan verlichten.
De meeste MRE-gemeenten maken duidelijk dat ze de bovenregionale samenwerking met de gemeenten en regio’s om ons heen een begrijpelijke en logische stap vinden. Zeker gemeenten als Weert, Meierijstad en Venlo zijn steeds meer onderdeel van ons daily urban system. De samenwerking kan voor beide partijen een win-win opleveren, en daarbij ook de druk op de regio verlichten. -
De focus en prioriteit moet ook met deze afspraken bij de 21 MRE-gemeenten en de onderlinge opgaven en afspraken blijven.
Gezien de grote opgaven in onze regio is dit een begrijpelijk en terecht aandachtspunt. De prioriteit van de MRE zal altijd bij de eigen MRE-gemeenten liggen, ook met deze afspraken. Het blijft daarbij nadrukkelijk in ons eigen belang om de samenwerking met deze bovenregionale gemeenten te versterken. -
De uitvoeringskracht in de MRE is een belangrijk aandachtspunt, dus capaciteitsinzet voor bovenregionale samenwerking mag niet ten koste gaan van de regionale opgaven.
De afspraken vragen beperkte inzet vanuit de MRE-organisatie en de MRE-gemeenten. Veel afspraken horen bij bestaande werkzaamheden en vragen dus geen extra capaciteit. Daarnaast hoeft en kan niet alles tegelijk en hebben ook Weert, Meierijstad en Venlo nog huiswerk te doen bij bepaalde afspraken. Het beeld van de MRE, Weert, Meierijstad en Venlo komt hierin geheel overeen. Zie ook het kopje ‘Capaciteit en uitvoering’ verderop. -
Direct betrokken gemeenten en/of subregio’s willen graag nadrukkelijk betrokken worden bij de realisatie van de afspraken, onderdeel uitmaken van de governance, etc.
De (direct betrokken) MRE-gemeenten zijn bij de totstandkoming van de afspraken nauw betrokken geweest. Dit blijft zo, ook in het vervolg. De aankomende weken wordt hierin een flinke stap gezet, o.a. met de regietafel uitvoeringskracht, de bestuursambtenaren van de 21 gemeenten, en in directe afstemming met de direct betrokken gemeenten. Aanpassingen n.a.v. zienswijzen Op basis van de zienswijzen zijn er enkele kleine aanpassingen gedaan in de regelingen en samenwerkingsagenda’s. De regelingen met Weert, Meierijstad en Venlo zijn n.a.v. de ontvangen zienswijzen op één punt eenduidig aangepast. Dit was op verzoek van het MRE. Hiermee willen we explicieter maken dat naast het centrale bestuurlijke en ambtelijke aanspreekpunt ook de betrokkenheid
van andere bestuurders, ambtenaren, etc. van o.a. direct betrokken gemeenten en/of subregio’s mogelijk en juist gewenst is, bijvoorbeeld bij de uitvoering van afspraken, de governance, enzovoort. Daarbij is het verder aan de MRE om hier regio-intern invulling aan te geven. -
Artikel 5.1: Partijen wijzen ieder een bestuurlijk en ambtelijk aanspreekpunt aan, die voor de wederpartij de eerste aanspreekpunten zijn. Partijen betrekken, indien nodig of wenselijk voor de realisatie van de samenwerkingsafspraken, bestuurlijke, ambtelijke en overige belanghebbenden. De governance blijft verder zo licht en functioneel mogelijk.
De samenwerkingsagenda met Weert heeft twee aanpassingen op basis van de zienswijzen van Weert, waarbij de precieze formuleringen gezamenlijk zijn opgesteld. - Bij mobiliteit is in de contextbeschrijving een passage toegevoegd over de verbreding van de A2: “De verbreding A2 Weert-Eindhoven is op langere termijn een gezamenlijk streven, maar de komende jaren niet realistisch. Daarom zetten we éérst in op mitigerende maatregelen die de doorstroming verbeteren, zoals de bus op vluchtstrook en andere goede alternatieven voor de auto, zoals (hoogwaardig) openbaar vervoer en de fiets.” - Bij mobiliteit is één afspraak toegevoegd die al is opgenomen in het MMMP van de MRE: “MRE en Weert trekken gezamenlijk op bij het versterken van de verbinding in het grensgebied tussen o.a. de A2, Weert, Budel en Hamont, samen met de Belgische grensgemeenten.” De samenwerkingsagenda met Meierijstad heeft twee aanpassingen. - Op verzoek van m.n. Laarbeek en ook andere Peelgemeenten is er een toevoeging gedaan om het belang van leefbaarheid en doorstroming expliciet te maken bij de volgende afspraak: “We verkennen samen hoe onze havens en het vervoer over water belangrijker kunnen worden voor onze (circulaire) economie, met inachtneming van de leefbaarheid en doorstroming.” Daarnaast is deze afspraak verplaatst van het hoofdstuk mobiliteit naar het hoofdstuk economie en talent.
- Op verzoek van Son en Breugel is een aanvulling gedaan bij de afspraken over mobiliteit, specifiek de projecten op en rondom de A50. Hierbij is de formulering in het MMMP van de MRE aangehouden: “We werken samen bij projecten op en rondom de A50, zoals de bus op vluchtstrook, de verdere uitwerking van de BRT (Bus Rapid Transit) en Brainportlijn, de verbinding tussen de A50 en het centrum van Veghel, het verkennen van de mogelijkheid voor een extra aansluiting op de A50 ten noorden van Son en Breugel, en de verkenning van mogelijk geschikte locaties voor de noordelijke Brainporthub.” De samenwerkingsagenda met Venlo heeft slechts één kleine aanpassing. - Net als bij Meierijstad is de afspraak over de rol van de havens i.r.t. circulaire economie verplaatst naar het hoofdstuk economie en talent. Vervolgproces - Na de DB-vaststelling van de Nota van beantwoording zienswijzen Bovenregionale samenwerking MRE met Weert, Meierijstad en Venlo en het besluit om deze ter kennisgeving te delen met de colleges en raden van de deelnemende gemeenten en
-
-
-
-
het Algemeen Bestuur, is deze actie in gang gezet. Het AB-voorstel is daarbij ook ter informatie worden meegezonden aan de colleges en raden, zodat zij volledig op de hoogte zijn van de laatste stand van zaken. Na het treffen van de regelingen door het DB (en de instemming van het AB op de samenwerkingsagenda’s) wordt namens het DB gezorgd voor tijdige bekendmaking van de Regeling in het door dat bestuur uitgegeven blad. Dit is ook zo afgesproken in de regeling, en onderdeel van de Wgr. Op 18 en 19 december 2025 zal de voorzitter MRE samen met zijn bestuurlijke counterparts (de burgemeesters van respectievelijk Weert, Meierijstad en Venlo) in bilaterale, bestuurlijke meetings stilstaan bij deze mijlpaal in de samenwerking. Hier zal ook een persbericht over uitgaan. De aankomende weken en maanden worden de afspraken in de samenwerkingsagenda’s en regelingen verder geoperationaliseerd. Hierbij zal aandacht zijn voor inhoudelijke uitwerking, prioritering en fasering, maar ook voor de capaciteits- en governance-vraagstukken, m.n. regio-intern. Dit is ook zo afgestemd met de regietafel uitvoeringskracht en de kring van gemeentesecretarissen. De direct betrokken gemeenten en/of subregio’s worden hierbij nadrukkelijk bij betrokken. De bovenregionale samenwerking wordt in het proces van de Regionale agenda 20272030 meegenomen als een van de bestaande afspraken.
Capaciteit en uitvoering De aankomende weken en maanden staat in teken van de verdere operationalisering van de gemaakte afspraken en heldere (regio-interne) afstemming over de uitwerking van de capaciteitsinzet, prioritering en fasering, governance, enzovoort. De bovenregionale samenwerking is net als werklocaties benoemd als een casus om via de regietafel uitvoeringskracht nader uit te werken. Dit is ook zo afgestemd met de kring van gemeentesecretarissen. De direct betrokken MRE-gemeenten, waaronder Cranendonck, de Peelgemeenten en Son en Breugel, worden hierbij in het bijzonder betrokken. De uitwerking van de capaciteitsinzet voor de bovenregionale samenwerking richt zich allereerst op het jaar 2026. Vervolgens kan de capaciteitsinzet in een MRE-brede aanpak in het proces van de Regionale agenda 2027-2030 worden meegenomen. De verwachte inzet vanuit de MRE en haar gemeenten in 2026 is beperkt. Veel van de afspraken zijn bestaande regionale afspraken, waardoor er geen extra capaciteit nodig is. Daarnaast kan door efficiënt gebruik te maken van bestaande gremia en overlegtafels, het op onderdelen gezamenlijk afstemmen (MRE met Weert, Meierijstad en Venlo samen), en het – in nauwe afstemming met de direct betrokken gemeenten – slim verdelen van taken en verantwoordelijkheden binnen de MRE-samenwerking ook voor een efficiënte en effectieve werkwijze worden gezorgd.
Bovendien zijn Weert, Meierijstad en Venlo bij diverse afspraken de partij die het initiatief moet nemen voor de eerste stappen en/of nog huiswerk moet doen, wat daarom voorlopig geen inzet van de MRE vraagt. In de week van 8-12 december ontvangen de regietafel uitvoeringskracht en de direct betrokken gemeenten (ambtelijk en bestuurlijk) de eerste opzet met de (gevraagde) uitwerking van bovengenoemde vraagstukken m.b.t. capaciteit en governance. Op 15 december wordt dit
besproken in de regietafel uitvoeringskracht en in een overleg met de bestuursambtenaren. De ambitie is om de regio-interne afspraken in het eerste kwartaal van 2026 volledig helder te hebben. Rapportage en evaluatie In de regeling is een passage opgenomen over de manier van rapporteren over de samenwerking (Artikel 6): 1. Partijen gebruiken hun reguliere rapportages voor melding van de voortgang van de samenwerking. 2. Indien buiten de reguliere rapportages er aanleiding is voor het verstrekken van informatie of als Partijen om inlichtingen worden gevraagd, verstrekken Partijen die informatie gelijkluidend en zoveel als mogelijk gelijktijdig. Over de evaluatie is het volgende afgesproken in Artikel 9.4: - Partijen evalueren de Samenwerkingsagenda en de Regeling uiterlijk 1 jaar voor het einde van de looptijd van de Samenwerkingsagenda. Partijen nemen uiterlijk 6 maanden voor het einde van de looptijd van de Samenwerkingsagenda een voorlopig besluit om de looptijd van de vigerende Samenwerkingsagenda te verlengen dan wel een aangepaste Samenwerkingsagenda vast te stellen. Artikel 4, 5e lid is van toepassing op een aangepaste Samenwerkingsagenda. Indien Partijen besluiten om de looptijd van de vigerende Samenwerkingsagenda niet te verlengen dan wel geen aangepaste Samenwerkingsagenda vast te stellen, dan verbinden Partijen hieraan tevens een besluit om de Regeling op te heffen.
Overige trajecten De afgelopen weken zijn ook stappen gezet in de samenwerking met de Vlaamse grensregio’s de Antwerpse Kempen en Belgisch Limburg. Dit bouwt voort op het Verkennersrapport Kempen | Limburg opgesteld in de eerste helft van 2024, gevolgd door een conferentie in november 2024. Daar hebben de directeuren van de MRE, Brainport Development, IOK (Kempen) en POM (Limburg) de opdracht gekregen om op directeursniveau tot een potentiële samenwerkingsagenda te komen. Dit proces heeft sinds kort geleid tot een eerste concept samenwerkingscharter (een gezamenlijke intentieverklaring/MoU) met strategische hoofdlijnen voor de samenwerking, en een onderliggende werkagenda die de basis kan vormen voor de inzet de aankomende twee jaar. De economische/innovatieve pijler is hierbij benoemd als de drijvende kracht, aangevuld met meest kansrijke publieke thema’s voor samenwerking: mobiliteit, wonen, werklocaties en landschappelijke structuren. Deze conceptversies worden momenteel getoetst in de relevante gremia, zoals de MRE-poho’s. De agendering van het samenwerkingscharter (de gezamenlijke intentieverklaring) bij het AB is voorzien in februari 2026. Vanwege het internationale karakter en de andere opbouw van deze samenwerking t.o.v. met Weert, Meierijstad en Venlo, kan deze samenwerking niet via de Wgr lopen.
Een zienswijzeprocedure is in deze fase ook nog niet aan de orde, maar kan in het verdere vervolg wel worden ingezet.
De bovenregionale samenwerking met Tilburg en Den Bosch biedt ook kansen. Tegelijkertijd geven zowel MRE, Tilburg als Den Bosch op dit moment prioriteit aan andere trajecten – niet alles kan tegelijkertijd. Ambtelijk en bestuurlijk is er al regelmatig en goed contact. Mocht een intensievere, gezamenlijke verkenning voor beide partijen interessant zijn, dan kan dit alsnog worden opgepakt. Eindhoven, 8 december 2025 Het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven, de secretaris, G.A.G.H. Wouters.
de voorzitter, J.R.V.A. Dijsselbloem.
Het Algemeen Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven; gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur d.d. 8 december 2025; BESLUIT 1. In te stemmen met de Samenwerkingsagenda MRE-Weert; 2. In te stemmen met de Samenwerkingsagenda MRE-Meierijstad; 3. In te stemmen met de Samenwerkingsagenda MRE-Venlo. Eindhoven, 17 december 2025 het Algemeen Bestuur, de secretaris,
de voorzitter,
Reactienota zienswijzen bovenregionale samenwerking Weert, Meierijstad en Venlo
Gemeente Geen zienswijzen Bergeijk Bladel Eersel Reusel-De Mierden Veldhoven Regionale samenwerking Asten Laarbeek Helmond Gemert-Bakel
Zienswijze
Reactie MRE
Geen zienswijze gemeenschappelijke regelingen Kennisgenomen van; geen zienswijze Geen zienswijze Kennisgenomen van; geen zienswijze Geen zienswijze
Kennisgenomen. Kennisgenomen. Kennisgenomen. Kennisgenomen. Kennisgenomen.
Ontwikkelpotentie binnen MRE en mogelijkheden binnen 21 gemeenten Bovenregionale samenwerking mag niet ten koste gaan van de ontwikkelpotentie binnen de MRE en de mogelijkheden binnen de 21 gemeenten. Ook naar de toekomst toe.
In de regeling is concreet opgenomen dat de bovenregionale samenwerking niet ten koste mag gaan van de (financiële) afspraken die we in MREverband hebben gemaakt, inclusief die met partners als Rijk en provincie.
Het is van belang om de positie van de MRE duidelijk te definiëren in de regelingen. Daarnaast moet de interne thematische programmering scherp en op orde zijn. Dit vraagt om een versterking van de inhoudelijke MRE-agenda’s (én een aanscherping van de agenda voor bovenregionale samenwerking), voordat verdere afspraken worden gemaakt over samenwerking buiten de regio. Bergeijk
Zienswijze samenwerkingsagenda’s De bovenregionale samenwerking met resp. Meierijstad, Venlo en Weert mag niet ten koste gaan van de ambities op wonen, werken en mobiliteit zoals vastgesteld
Het verbeteren van de interne thematische programmering vraagt te allen tijde aandacht. Hier wordt doorlopend aan gewerkt, samen met de 21 gemeenten. Het versterken van de inhoudelijke MRE-agenda is een regio-intern vraagstuk, waar bijvoorbeeld in het proces Regionale agenda 2027-2030 ruimte voor is. Het traject bovenregionale samenwerking hangt hier uiteraard mee samen. De agenda’s in de bovenregionale samenwerking zijn door diverse ambtelijke en bestuurlijke rondes al aangescherpt en goedgekeurd, daarnaast verder aangescherpt op basis van de ontvangen zienswijzen. Zie hierboven. Dit geldt ook voor de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. De Ontwikkelstrategie De Kempen is niet door de MRE vastgesteld.
1
in Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant (2023) en Ontwikkelstrategie De Kempen 2024-2040. Regelingen en samenwerkingsagenda’s Geldrop-Mierlo
Geldrop-Mierlo
Heeze-Leende
Gemeenschappelijke regeling “zonder meer” Wij onderschrijven de keuze voor de lichte juridische vorm van een gemeenschappelijke regeling “zonder meer”. Deze biedt een heldere juridische basis zonder dat bevoegdheden worden overgedragen of extra bestuurslagen worden toegevoegd. Daarmee blijft de samenwerking naar verwachting wendbaar en aanvullend. Procesmatig karakter samenwerkingsagenda’s Wij constateren dat de samenwerkingsagenda’s vooral procesmatig zijn ingestoken. Dat biedt ruimte voor verdere concretisering, maar maakt het op dit moment lastig om resultaten meetbaar te maken. Wij verwachten in de verdere uitwerking dat meer concreet wordt welke doelen en resultaten gezamenlijk worden nagestreefd. Inhoudelijke bijdragen van gemeenten Weert, Venlo, Meierijstad Extra aandacht willen we vragen voor onze redenen om de samenwerking te verkennen. Volgens ons is dat de vraag of de bovenregionale gemeenten kunnen bijdragen aan de opgaves in het kader van de schaalsprong. We hadden verwacht dat de samenwerkingsagenda’s al wat meer inhoudelijk zouden zijn uitgewerkt, zeker gezien onze oproep eerder dit jaar om eerst de vraag te beantwoorden of de bovenregionale gemeenten kunnen bijdragen aan onze opgaves en dit eerst uit te werken in gezamenlijke agenda’s, alvorens veel tijd te stoppen in het opstellen van de benodigde governance.
Kennisgenomen. Dit is inderdaad de insteek bij het gebruiken van deze lichtste vorm van de gemeenschappelijke regeling.
Bij de verdere operationalisering van de afspraken in de samenwerkingsagenda’s zal dit zo goed mogelijk worden toegepast.
De samenwerkingsagenda’s hebben vanuit MREperspectief zeker als uitgangspunt dat ze de druk op de regio moeten helpen verlichten, en dat de bovenregionale samenwerking leidt tot een win-win situatie voor beide partijen. De bovenregionale samenwerking is echter geen vervanging van onze verantwoordelijkheid om onze eigen regionale opgaven te realiseren. De opgaven van de MRE blijven hetzelfde. Dit zijn afspraken die we onderling maar ook met provincie en Rijk hebben gemaakt. De MRE kan en wil niet op de stoel van de provincie(s) gaan zitten, bijvoorbeeld waar het gaat om provinciale afspraken over woningbouwaantallen, verdeling werklocaties, etc. Tegelijkertijd helpt het onze regio zeker om de druk te verlichten als we door samenwerking met Weert, Meierijstad en Venlo bijvoorbeeld woningbouw in
2
De agenda’s zijn nu op grote lijnen vooral gericht op afstemmen en kennis uitwisselen en zijn nog algemeen en/of procesmatig van karakter. Dit verlicht de druk op onze regio niet. De vraag blijft: In hoeverre zien de drie bovenregionale gemeenten daadwerkelijk kans om inhoudelijk bij te dragen aan de opgaves van de schaalsprong? Wij vragen dan ook extra aandacht om snel tot nadere uitwerkingen te komen van de nu voorliggende samenwerkingsagenda’s, zodat we gericht druk op onze regio kunnen verminderen.
Waalre
Oirschot Best
Een vraag van onze zijde aan het Dagelijks Bestuur is of het Dagelijks Bestuur (op termijn) een rol ziet in de bovenregionale samenwerking voor Provincie, Rijk en bedrijfsleven? Samenwerkingsagenda 2026-2030 Wij hebben geen bezwaar tegen het aangaan van de samenwerkingen met Weert, Meierijstad en Venlo en de onderliggende regelingen. Wel vragen wij u deze samenwerkingen (en eventuele uitbouw naar andere partners) een plek te geven in de nieuwe samenwerkingsagenda 2026-2030. Verbinding MRE-organisatie, Weert, Meierijstad, Venlo en individuele gemeenten uit MRE De samenwerkingsagenda’s geven wat ons betreft voldoende aanknopingspunten. Meer samenwerking met de regio’s om ons heen is ook logisch, omdat het belang van onze Brainportstrategie en de impact die de schaalsprong heeft onze regio duidelijk overstijgt. Dat u daarbij als juridische grondslag kiest voor de
en in de directe omgeving van de regio kunnen versnellen; sneller en beter mobiliteitsoplossingen kunnen realiseren en onze ecosystemen en werklocatieaanpak beter op elkaar aan kunnen laten sluiten. De potentie van de bovenregionale samenwerking is o.a. onderschreven in de actualisatie van het MIRT-onderzoek. Het DB zet daarom in om bij het a.s. BO MIRT de potentie van de bovenregionale samenwerking op te nemen in de afspraken onder de actualisatie van het MIRT-onderzoek. Het vervolg hierop vraagt nog nadere uitwerking, inclusief de weging of er een rol is (en zo ja, welke) voor andere partners zoals Rijk, provincie(s) en bedrijfsleven. Dat zal in nauwe afstemming met alle betrokken partijen moeten gebeuren. Het Algemeen Bestuur dat aantreedt in de nieuwe bestuursperiode bepaalt wat wordt opgenomen in de nieuwe Regionale Agenda 2027-2030. Daarbij is het wel de insteek dat alle bestaande afspraken dienen als basis en uitgangspunt.
Kennisgenomen. In de regeling was al een passage opgenomen die de onderlinge afstemming binnen de MRE moest borgen: “Iedere partij is zelf verantwoordelijk voor eventueel benodigde afstemming in de eigen organisatie en eigen bestuurlijke omgeving.” Op basis van deze en andere, soortgelijke zienswijzen, is er ter verduidelijking een extra toevoeging gedaan in de regeling: “Partijen betrekken, indien nodig of wenselijk voor de
3
“regeling zonder meer”, de lichtste vorm die de wet ons biedt onder de Wet gemeenschappelijke regelingen, onderschrijven wij. We vragen nog wel (aandacht en) verduidelijking over de verbinding tussen de MRE-organisatie en de gemeenten Weert, Meierijstad en Venlo enerzijds en verbinding met de individuele gemeenten uit de MRE anderzijds (tussen Weert, Meierijstad en Venlo enerzijds en individuele gemeenten uit de MRE anderzijds). De agenda’s en regelingen zijn hierover niet heel specifiek. We kunnen ons voorstellen dat de aanspreekpunten van de samenwerkingen niet alleen vanuit de MRE organisatie en haar bestuurders, maar ook vanuit de direct betrokken MRE gemeenten kunnen komen.
Son en Breugel reactie hoofdzakelijk op afspraken Meierijstad Meierijstad
De gemeente Son en Breugel steunt de voorgestelde samenwerking, mits de ingebrachte aandachtspunten nadrukkelijk worden meegenomen in de uitwerking van de agenda. Gemeente Meierijstad geeft positieve zienswijze af op zowel de concept samenwerkingsagenda als de concept regeling.
realisatie van de samenwerkingsafspraken, bestuurlijke, ambtelijke en overige belanghebbenden.” Daarmee blijft geborgd dat er één centraal bestuurlijk en ambtelijk aanspreekpunt is per partij voor het geheel van de samenwerking, maar ook dat in de regeling expliciet wordt gemaakt dat bestuurders en/of ambtenaren van bijvoorbeeld direct betrokken MRE-gemeenten kunnen fungeren als contactpersoon of verantwoordelijke voor bepaalde onderdelen en afspraken; regulier of incidenteel onderdeel uitmaken van bilaterale overleggen; regulier of incidenteel zorgen voor de MRE-interne afstemming, enzovoort. Kort samengevat: directe betrokkenheid van gemeenten in onze samenwerking wordt zeer gewaardeerd, is wenselijk en ook absoluut ruimte voor. Dit wordt de aankomende periode in meer detail uitgewerkt, o.a. in afstemming met de regietafel uitvoeringskracht en direct betrokken gemeenten. Kennisgenomen.
De relevante passages uit de zienswijze van Meierijstad zijn opgenomen ter achtergrond.
Samenwerkingsagenda sluit goed aan bij ambities uit Toekomstvisie Meierijstad De samenwerking biedt ons de kans om onze ambities uit de Toekomstvisie, met name op het terrein van wonen, economie, talent en mobiliteit te realiseren en de leefbaarheid en kwaliteit van ons voorzieningenniveau te verbeteren.
4
De ambities van Meierijstad sluiten goed aan bij de opgaven, waar de MRE mee te maken heeft en andersom. Door als partners samen op te trekken en concrete afspraken te maken, is de kans groter dat zij elkaar versterken en aanvullen in plaats van met elkaar te concurreren. De samenwerking is daarom gericht op gedeeld voordeel en een duidelijke win-win voor alle partijen. Het betreft afspraken op het terrein van wonen, werken, mobiliteit en voorzieningen. Bij deze afspraken hebben de ambities uit de Toekomstvisie en de algehele leefbaarheid centraal gestaan en zien wij de samenwerking met MRE als een kans om deze ambities te versnellen. Afwegingskader van nota verbonden partijen is toegepast Op 18 januari 2018 heeft de Raad van Meierijstad de nota verbonden partijen vastgesteld. Daarin is een paragraaf ‘Afwegingen bij het oprichten van en deelname aan een verbonden partij’ opgenomen inclusief een besliskader. Op grond van dit besliskader is een publiekrechtelijke deelneming, meer specifiek de lichtste vorm van een Gemeenschappelijke Regeling, ook wel ‘Regeling zonder meer’ genoemd, de meest passende constructie om de Samenwerkingsagenda juridisch te verankeren.