A Ter kennisname geanonimiseerd
Tekst van het document
Ingekomen stukken Hoofddocument: A1 Strategische positionering SGE Nummering
2025-11-A1
Onderwerp
A1 Strategische positionering SGE
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
25-09-2025
Datum raadsvergadering
11-11-2025
Hoofddocument
A1 Strategische positionering SGE
Hoofddocument: A2 N279 Veghel - Asten Nota van Zienswijzen Reikwijdte en Detailniveau milieueffectrapportage Nummering
2025-11-A2
Onderwerp
A2 N279 Veghel Asten Nota van Zienswijzen Reikwijdte en Detailniveau milieueffectrapportage
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
06-10-2025
Datum raadsvergadering
11-11-2025
Hoofddocument
A2 N279 Veghel - Asten Nota van Zienswijzen Reikwijdte en Detailniveau milieueffectrapportage
Hoofddocument: A3 Position Paper SMO Helmond (GEANONIMISEERD) Nummering
2025-11-A3
Onderwerp
A3 Position Paper SMO Helmond (GEANONIMISEERD)
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
07-10-2025
Datum raadsvergadering
11-11-2025
Hoofddocument
A3 Position Paper SMO Helmond (GEANONIMISEERD)
1
Hoofddocument: A4 Onderzoeksrapport De Gouden Driehoek Nummering
2025-11-A4
Onderwerp
A4 Onderzoeksrapport De Gouden Driehoek
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
07-10-2025
Datum raadsvergadering
11-11-2025
Hoofddocument
A4 Onderzoeksrapport De Gouden Driehoek
Hoofddocument: A5 Senzer aanbiedingsbrief Kwartaalrapportage Q2 van 2025 Nummering
2025-11-A5
Onderwerp
A5 Senzer aanbiedingsbrief Kwartaalrapportage Q2 van 2025
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
07-10-2025
Datum raadsvergadering
11-11-2025
Hoofddocument
A5 Senzer aanbiedingsbrief Kwartaalrapportage Q2 van 2025
Hoofddocument: A6 Rectificatie beantwoording zienswijzen begroting Blink 2026 (GEANONIMISEERD) Nummering
2025-11-A6
Onderwerp
A6 Rectificatie beantwoording zienswijzen begroting Blink 2026
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
09-10-2025
Datum raadsvergadering
11-11-2025
Hoofddocument
A6 Rectificatie beantwoording zienswijzen begroting Blink 2026 (GEANONIMISEERD)
2
Hoofddocument: A7 Informatiebrief AB Senzer Aankoop locatie Engelseweg Nummering
2025-11-A7
Onderwerp
A7 Informatiebrief AB Senzer Aankoop locatie Engelseweg
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
13-10-2025
Datum raadsvergadering
11-11-2025
Hoofddocument
A7 Informatiebrief AB Senzer Aankoop locatie Engelseweg
Hoofddocument: A8 Informatiebrief Evaluatie Luchthaven Eindhoven Overleg Nummering
2025-11-A8
Onderwerp
A8 Informatiebrief Evaluatie Luchthaven Eindhoven Overleg
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
15-10-2025
Datum raadsvergadering
11-11-2025
Hoofddocument
A8 Informatiebrief Evaluatie Luchthaven Eindhoven Overleg
Hoofddocument: A9 Monitor Verstedelijkingsakkoord SGE Nummering
2025-11-A9
Onderwerp
A9 Monitor Verstedelijkingsakkoord SGE
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
21-10-2025
Datum raadsvergadering
11-11-2025
Hoofddocument
A9 Monitor Verstedelijkingsakkoord SGE
3
Hoofddocument: A10 TNO-Jaarrapportage Regionaal Meetnet Luchtkwaliteit 2024 Nummering
2025-11-A10
Onderwerp
A10 TNO Jaarrapportage Regionaal Meetnet Luchtkwaliteit 2024
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
21-10-2025
Datum raadsvergadering
11-11-2025
Hoofddocument
A10 TNO-Jaarrapportage Regionaal Meetnet Luchtkwaliteit 2024
Hoofddocument: A11 Mensen in armoede niet voorbereid op noodsituaties Nummering
2025-11-A11
Onderwerp
A11 Mensen in armoede niet voorbereid op noodsituaties
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
21-10-2025
Datum raadsvergadering
11-11-2025
Hoofddocument
A11 Mensen in armoede niet voorbereid op noodsituaties
Hoofddocument: A12 GGD Eerste begrotingswijziging 2025 Nummering
2025-11-A12
Onderwerp
A12 GGD Eerste begrotingswijziging 2025
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
24-10-2025
Datum raadsvergadering
11-11-2025
Hoofddocument
A12 GGD Eerste begrotingswijziging 2025
4
Hoofddocument: A13 Cloosterman inzake het functioneren van de overheid Nummering
2025-11-A13
Onderwerp
A13 Cloosterman inzake het functioneren van de overheid
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
28-10-2025
Datum raadsvergadering
11-11-2025
Hoofddocument
A13 Cloosterman inzake het functioneren van de overheid
Hoofddocument: A14 Brief week van de Pleegzorg Nummering
2025-11-A14
Onderwerp
A14 Brief week van de Pleegzorg
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
30-10-2025
Datum raadsvergadering
11-11-2025
Hoofddocument
A14 Brief week van de Pleegzorg
Aan de leden van de gemeenteraden in het stedelijk gebied
Uw brief van
Uw kenmerk
Afdeling/Ambtenaar
SGE Secretariaat Onderwerp
Strategische positionering SGE
Ons kenmerk
Datum
18 september 2025
Geachte heer/mevrouw, In het begin van deze raadsperiode heeft u de Samenwerkingsagenda SGE 2023 vastgesteld. Gedurende de bestuursperiode is de regionale samenwerkingslandschap veranderd. Het Bestuurlijk en Ambtelijk Platform van het SGE hebben daarom besloten de samenwerking kritisch tegen het licht te houden en de strategische positionering van het SGE in ons samenwerkingslandschap opnieuw te bepalen. Op 17 september hebben het Bestuurlijk en Ambtelijk Platform deze positionering gezamenlijk vastgesteld en afspraken gemaakt over de uitwerking daarvan. Strategische positionering SGE De schaalsprong heeft het noodzakelijk gemaakt om op meer onderwerpen in MREverband samen te werken. Tegelijkertijd vindt nog steeds het grootste deel van de schaalsprong plaats in het stedelijk gebied en hebben we elkaar meer dan ooit nodig om alle opgaven te kunnen realiseren. In bijgaand rapport leest u hoe we het SGE willen positioneren in het veranderende samenwerkingslandschap. Daarbij blijft er ruimte voor het ontwikkelen en uitvoeren van een eigen programma. Daarnaast willen we de samenwerking binnen het SGE ook benutten voor de voorbereiding, die dienend is aan de besluitvorming binnen MRE-verband en de uitvoering onder regie van de MRE. Zo benutten we realisatiekracht van het SGE optimaal.
Komende maanden gaan wij deze strategische positionering, in afstemming met de MRE-organisatie, inhoudelijk verder uitwerken. Dit willen we in de huidige bestuursperiode afronden, zodat we de volgende periode met volle kracht vooruit kunnen. Ondertussen blijven we uiteraard werken aan de uitvoering van ons Jaarprogramma en blijven we u daarover informeren via de kwartaalberichten.
w: www.stedelijkgebiedeindhoven.nl, t: @StedelijkGebied, y: Stedelijk Gebied Eindhoven
Vragen / opmerkingen Heeft u naar aanleiding van bovenstaande vragen en/of opmerkingen over de strategische positionering van het SGE? Neemt u dan gerust contact op met uw vertegenwoordiger in het Bestuurlijk Platform. U vindt uw vertegenwoordiger op www.stedelijkgebiedeindhoven.nl/over-sge/bestuurlijk-platform Met vriendelijke groeten, Namens het Bestuurlijk Platform van het Stedelijk Gebied Eindhoven Dhr. J.C.J. (Jos) van Bree (voorzitter)
w: www.stedelijkgebiedeindhoven.nl, t: @StedelijkGebied, y: Stedelijk Gebied Eindhoven
Strategische positionering SGE Uitwerking van strategische functies en voorgesteld vervolgproces
Auteur: Tjin Bremer & Jelle van Ophoven Versie: Definitief Datum: Utrecht | 18 september 2025
SGE
Aanleiding Het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) is volop in beweging. De samenwerking tussen negen gemeenten (‘als ware één gemeente’) heeft zich over de jaren bewezen en moet zich tegelijkertijd verhouden tot nieuwe omstandigheden. Zo neemt de bredere Metropoolregio Eindhoven (MRE) een steeds grotere rol in, wat iets doet met de positionering van het SGE. Over wat de aangepaste/nieuwe rol moet zijn, bestaan verschillende opvattingen, welke zijn gevat in een aantal memo’s, een one-pager e.d. Mede met het oog op naderende bestuurswisselingen is nu de tijd rijp om de opvattingen te concretiseren en met elkaar scherpe keuzes te maken over de strategische positionering van het SGE: wat is ons bestaansrecht? Waar zijn we van? Hoe verhoudt zich dat tot de MRE? Hoe organiseren we het met elkaar?
Proces Om te komen tot een advies over de strategische positionering zijn onderstaande stappen gezet. Dit conceptadvies is een samenvoeging van het het bestuurlijk kader dat is uitgewerkt na de bijeenkomst met het Bestuurlijk Platform op 12 juni en de inzichten die voort zijn gekomen uit de bijeenkomst met het Ambtelijk Platform op 26 juni. Tijdens de bijeenkomst van het Bestuurlijk Platform hebben alle bestuurders een pitch gegeven over wat ze willen bereiken met het SGE en waarvoor ze de andere gemeenten nodig hebben. Dit heeft geresulteerd in de uitgangspunten die op de volgende pagina worden beschreven en tot een eerste uitwerking van de strategische functies. Tijdens de bijeenkosmt met het ambtelijk platform is dit bestuurlijk kader verdiept en vervolgens, in samenspraak met de coördinatoren, tot dit huidige document uitgewerkt. De in dit document opgenomen strategische positionering vraagt om verdere uitwerking/specificering in het vervolg, zie daarvoor het voorgestelde vervolgproces op de laatste pagina. Stappen 1.
Ophalen en toetsen zowel ambtelijk als bestuurlijk (interviews en enquête)
2.
Bestuurlijk Platform – 12 juni
3.
Ambtelijk Platform – 26 juni
1. 1.
Uitwerking bestuurlijk kader Verdiepen bestuurlijk kader
4.
Verrijken uitwerking met coördinatoren – 26 augustus
5.
Bespreking uitwerking in gezamelijk Bestuurlijk- & Ambtelijk Platform – 17 september
Rijnconsult | info@rijnconsult.nl | rijnconsult.nl | +31(0) 30 298 42 50
2
SGE
Uitgangspunten ten aanzien van het SGE Samenwerkingsmotieven voor het SGE verschillen onderling (voor de ene gemeente ook pure noodzaak om de bestuurskracht te borgen, de ander meer vanuit ‘samen kunnen we meer dan alleen’ of meer vanuit de gezamenlijk sterkere strategische positie richting bijvoorbeeld provincie en rijk). Echter, de algehele waardering en erkenning voor het SGE is er, de meerwaarde wordt gezien. Gewaardeerd wordt: 1. De ‘Als ware één gemeente’-gedachte, waarbij op ruimtelijke thema’s over gemeentegrenzen heen wordt samengewerkt (bundeling krachten, vooruitsturen van ‘koplopers’); 2. De slagkracht van de samenwerking (‘het doen’) met daarbij passende concrete resultaten; 3. De intensieve wijze van samenwerken met een hoge mate van onderlinge vertrouwen tot gevolg: er wordt al langere tijd samengewerkt, men kent elkaar; 4. De wijze van organiseren van ambtelijke capaciteit van het SGE waarmee eigenaarschap, nabijheid en efficiënte inzet van kennis en kunde worden geborgd door de inzet van eigen ambtenaren. Tegelijkertijd wordt het toenemende belang van de MRE onderkend, waarbij: 1. Een deel van de (strategische) taken naar de MRE verschuiven/verschoven zijn; 2. Daarbij ook ruimte blijft voor subregionaal werken (grote winst van kleine schaal).
Zo zijn er thema’s SGEspecifiek (of juist specifiek voor andere subregio’s), waarbij het niet wenselijk is om alles op het niveau van de 21 te doen. Soms variëren de tempo’s ook en die verschillen mogen er zijn; 3. De verdeling strategisch enerzijds en tactisch/operationeel anderzijds niet zo zwart wit is. Deze heeft meer nuance en vraagt echt te kijken vanuit de opgave: wat hoort, op welk niveau (regio, subregio, gemeente)? Het regionale samenwerkingslandschap in Zuidoost-Brabant, waar het SGE onderdeel van is, vraagt dat deelnemers elkaar (sub)regionaal regelmatig treffen, wat door sommigen wordt ervaren als bestuurlijke drukte. Dat laat echter ook de nauwe verbondenheid zien, het alternatief is elkaar zelden/nooit spreken en gaan naar een positie van bestuurlijke stilte. De intensiteit ervan wordt verschillend gewaardeerd. Ook dit is een voortdurend spanningsveld dat vraagt om afweging. Aanvullend hierop hebben de centrumsteden (Eindhoven en Helmond) een bijzondere rol richting het samenwerkingslandschap in de regio. Zij hebben ook een rol richting de andere subregio’s.
Strategische positionering van het SGE Vier functies, zowel eigenstandig als in relatie tot de MRE: Gegeven de uitgangspunten en samenwerkingsmotieven heeft het SGE nu en naar de toekomst toe meer dan één functie. De strategische positionering van het SGE is daarbij in te delen in eigenstandige functies en functies in relatie tot de MRE zijnde de regio en het aanspreekpunt voor het Rijk en de provincie, waarvan de 9 SGE-gemeenten deel uitmaken. Dit resulteert in vier functies (zie afbeelding) welke hierna in meer detail worden beschreven. Verdeling van opgaven Tegelijkertijd speelt er een verdelings-/agenderingsvraagstuk. Onderliggende vraag bij elke opgave moet zijn: waar past deze? Daarbij kan de indeling regio, subregio of gemeente gebruikt worden. Echter, in een aantal gevallen zijn andere constellaties (bijv. een aantal gemeenten binnen een subregio, over subregiogrenzen heen) logischer. Deze wijze van werken vraagt dat het rigide redeneren vanuit huidige instituties en bestaande thema’s wordt losgelaten en gekeken wordt vanuit de opgaven. Hier zijn al een tweetal aanzetten/vingeroefeningen voor gedaan, maar het vraagt een verdere uitwerking. Na de nadere toelichting van de strategische functies in dit document, volgt een suggestie voor vervolg op de verdeling van de opgaven a.d.h.v. de functies. Rijnconsult | info@rijnconsult.nl | rijnconsult.nl | +31(0) 30 298 42 50
3
SGE
1. Ontwikkelen eigen programma Beschrijving functie Dit betreft de eigenstandige ontwikkelfunctie van het SGE (‘het denken’), waarbij ruimte is voor het opzetten van initiatieven
(kraamkamer,
incubator).
Door
het
ontwikkelen van een eigen programma kunnen nieuwe SGE-specifieke
vraagstukken
gezamenlijk
worden
opgepakt, of kan een meer eigen invulling/tempo gegeven worden aan bredere thema’s. Het stelt het SGE in staat om regionaal een aanjagersrol te blijven vervullen, waarbij zaken ook regiobreed kunnen worden opgepakt/overgenomen, die bottom up zijn ontstaan. Deze functie betreft een aanvulling op wat gemeenten lokaal al doen, wat dus ook kan betekenen dat iets lokaal wordt losgelaten om dubbelingen te voorkomen en de schaarse capaciteit efficiënt in te zetten. Betekenis in de praktijk Het SGE kan als hart van de MRE-regio ontwikkelingen aanjagen/opzetten. Wanneer er noodzaak is voor versnelling en/of meer of minder prioriteit gegeven wordt aan bepaalde thema’s in de subregio (subregionale accenten). In dit kader worden bijvoorbeeld de ontwikkeling van centrumgebieden, energie/netcongestie en intensivering bedrijventerreinen genoemd. Andere vraagstukken waaraan wordt gedacht, zijn een gezamenlijk programma op gezonde verstedelijking, gezamenlijke aanpak voor verplaatsen van bedrijven, gezamenlijke aanpak woonzorg-behoeften, de opgave rondom groei van voorzieningen i.r.t. de schaalsprong (bv. onderwijshuisvesting en huisartsenzorg) en het ontwikkelen van groen – blauwe structuren/kwaliteit van openbare ruimte in het stedelijk gebied. Deze thema’s zijn niet exclusief voor het SGE, maar in verstedelijkt gebied urgenter/vragen andersoortige aanpak.
Voorbeelden van wat het SGE in het verleden zelf heeft ontwikkeld, zijn Woonst, de Urgentieregeling en de Woningbouwmonitor. Het zijn van een kraamkamer en het opzetten van bijvoorbeeld pilots is iets wat op kleinere schaal (subregio) passend is, niet op het niveau van de 21. Nieuwe initiatieven kunnen ook onder de paraplu van het SGE met een bereidwillige coalitie worden opgepakt, dat hoeft niet per definitie met alle negen (waarbij het startgesprek wel altijd met zijn negenen wordt gevoerd). Zo wordt gebruik gemaakt van de slagkracht van het SGE en worden andere SGE-gemeenten in staat gesteld later eventueel alsnog aan te sluiten. Een voorbeeld hiervan in de regio is GLOW. Randvoorwaarden Het (nog) verder inrichten van een systeem van werken volgens de ‘als ware één gemeente gedachte’, waarbij met én voor/namens elkaar, nieuwe initiatieven kunnen worden opgezet en uitgewerkt. Van belang is dat hierbij wordt aangesloten bij de bestaande governance (geen extra bestuurlijke drukte, gebruikmakend van de SGEinfrastructuur) en dat daarbij ruimte wordt gegeven aan deelnemende gemeenten: je mag meedoen, het hoeft niet. Dit vraagt ook een helder bestuurlijk commitment op dit proces.
De vraag is of hiervoor expliciet vraagstukken benoemd moeten/kunnen worden, of dat initiatieven in de praktijk ontstaan en op basis van afstemming wordt bepaald wat opgepakt wordt met (een deel van) het SGE. Meest waarschijnlijke is een combinatie: zowel initiatieven die spontaan ontstaan, als initiatieven die tot stand komen juist doordat er tijd en ruimte wordt gemaakt voor het denkwerk, waarvoor bovengenoemde voorbeelden een eerste aanzet zijn.
Rijnconsult | info@rijnconsult.nl | rijnconsult.nl | +31(0) 30 298 42 50
4
SGE
2. Uitvoeren eigen programma Beschrijving functie In logische aanvulling op het ontwikkelen van eigen initiatieven, is het van belang dat er vervolgens ook uitvoering aan gegeven kan worden. Het SGE behoudt de ruimte om een eigen programma uit te voeren (‘het doen’), aanvullend op de MRE. Dit kan gaan om thema’s die subregio-specifiek zijn of aanvullende thema’s om op samen te werken bovenop/naast de MRE-agenda met een ruimtelijke component. Focus ligt op het behouden en gebruiken van de slagkracht van het stedelijk gebied voor gedeelde uitdagingen. Onder deze functie wordt ook de continuering van de huidige uitvoer geborgd (daar waar huidige thema’s niet directe onder regie van de MRE, functie 4, vallen). Betekenis in de praktijk Stelt het SGE in staat om uitvoering te blijven geven aan een eigen programma, afhankelijk van behoeften van de deelnemende gemeenten. Een voorbeeld van een huidig SGE-specifiek thema is detailhandel (hiervoor is o.a. de gezamenlijke RACD ingericht binnen SGE): speelt specifiek in SGE-gebied, niet zozeer in de andere subregio’s. Het gaat hierbij ook om het continueren van huidige programma’s als 9voor1, de Urgentieregeling, GREX en Coördinatieteam Wonen. Daarnaast gaat het om het uitvoer kunnen geven aan de vraagstukken/thema’s zoals die bij functie 1 zijn beschreven.
Omdat het eigen initiatieven en accenten van het SGE omvat, zijn niet alle SGEgemeenten verplicht mee te doen, coalities zijn ook mogelijk, evenals het later alsnog aansluiten (waarbij dan wel gevraagd wordt in het al bestaande tempo mee te gaan). Randvoorwaarden Het uitvoeren van een eigen programma vraagt (net zoals nu al de bedoeling is) een heldere bestuurlijke opdracht: urgent, tijdgebonden, met commitment op zowel het proces als de resultaten en duidelijkheid over de deelnemende gemeenten (mogelijkheid tot coalition of the willing). Wanneer een coalitie met een vraagstuk aan de slag gaat, vraagt dat bestuurlijke steun of ‘geen bezwaar’ van zowel de deelnemende als de (nog) niet deelnemende gemeenten (zowel deelnemen als niet deelnemen, is een expliciete keuze). Van belang is ook dat de gemeentesecretarissen in de afweging voor mogelijke deelname worden meegenomen, met de vraag: past dit vraagstuk (op inhoud en op inzet/capaciteit)? Een andere voorwaarde is dat de vraagstukken niet ‘de 21’ gemeenten raken en dat er afstemming met de MRE plaatsvindt voordat een nieuw thema wordt uitgevoerd.
Rijnconsult | info@rijnconsult.nl | rijnconsult.nl | +31(0) 30 298 42 50
5
SGE
3. Voorportaal Beschrijving functie ‘De negen’ kennen elkaar op basis van een lange samenwerkingshistorie en hebben in voorkomende gevallen
dezelfde
(lokale)
uitdagingen.
De
voorportaalfunctie houdt in deze in, dat het SGE waar gewenst het vooroverleg (strategische positiebepaling op inhoud en/of beïnvloeding van de strategische agenda) vormt voor de MRE, waarbij het ook mogelijk is dat in het AB MRE en de portefeuillehoudersoverleggen namens de voltallige (of een deel van) het SGE wordt gesproken. Je zou dit ook ‘voorbereiding’ kunnen noemen, die dienend is aan de besluitvorming in MRE. Betekenis in de praktijk De bestaande SGE-governance kan worden gebruikt om samen koers te bepalen voorafgaand aan de MREvergaderingen (wat een mogelijke impact op de volgorde van de bestuurlijke planning betekent). Daarbij is de wens om waar mogelijk in het AB en de portefeuillehoudersoverleggen van de MRE namens het SGE te spreken (of gezamenlijke annotaties te gebruiken), met voor individuele SGE-gemeenten de mogelijkheid om daarvan af te zien en op eigen titel in te spreken. Het zoveel mogelijk met één mond spreken brengt focus aan, bundelt krachten/bespaart tijd en verbetert de besluitvorming doordat er vooraf meer diepgang is op de inhoud. Het namens elkaar spreken, onderstreept ook de onderlinge verbondenheid en het vertrouwen. Op het MRE-niveau wordt drukte verminderd doordat standpunten worden gebundeld en er sneller en potentieel met meer draagvlak kan worden besloten.
Het is ook een manier om lokale belangen vooraf met elkaar te bespreken en alignment te bereiken in plaats van dat pas bij de finale bestuurlijke besluitvorming in de MRE te laten plaatsvinden (i.c. daar met een hele lijst strijdige annotaties geconfronteerd te worden). Voorbeelden waar in dit kader aan gedacht wordt, zijn bijvoorbeeld de zienswijze op de begroting of de ontwikkelstrategie. Randvoorwaarden Belangrijkste voorwaarde is vertrouwen in elkaar hebben en daar ook naar handelen. Dit vraagt (bestuurlijk) commitment op het proces en brede afstemming in de verschillende SGE-gremia ter voorbereiding op de MREagenda, met daarop afgestemde besluitvormingsprocessen, zodat een duidelijk standpunt geformuleerd kan worden. Daarbij is een belangrijke randvoorwaarde dat overeenstemming geen doel op zich is en dat uitstappen/niet meedoen uitdrukkelijk een optie is. Ook zijn tijdige stukken en agendering van de kant van de MRE van belang, zodat bepaalt kan worden wanneer en waarop de voorportaalfunctie zinnig is.
Rijnconsult | info@rijnconsult.nl | rijnconsult.nl | +31(0) 30 298 42 50
6
SGE
4. Uitvoering onder regie van de MRE Beschrijving functie Het SGE voert in opdracht van de deelnemende gemeenten een strak geleid uitvoeringsprogramma uit onder regie van de MRE (de term regie is in lijn met de uitgangspunten uit de onepager). Op de strategische thema’s die bij de MRE zijn belegd, kan het SGE vervolgens de subregionale vertaling maken en uitvoering vormgeven (in opdracht van de deelnemende gemeenten), waarbij ze in haar inrichting op die thema’s zoveel mogelijk aansluit bij de MRE. Betekenis in de praktijk Regiobrede opgaven (doelstellingen en deals met het rijk en provincie) worden op MRE-niveau belegd en vastgesteld, waarna gemeenten de realisatie in de subregio’s (in dit geval in het SGE) gestalte geven, inclusief een heldere formulering van de opgave/deelprojecten die het SGE onder regie van de MRE oppakt. Dit vraagt een aanscherping van het redeneren vanuit opgaven (wat ligt waar?) en voldoende uitvoeringscapaciteit. Afhankelijk van de opgaven kan het SGE meerwaarde bieden door met de gezamenlijke slagkracht uitvoering te geven en resultaten te behalen die bijdragen aan regiobrede én eigen doelen. Deze doelen krijgen lokaal betekenis door focus en realisatie. Randvoorwaarden Vaststelling dat niet per definitie alles dat vanaf MRE niveau wordt ‘gedelegeerd’, op het niveau van het SGE dient te worden opgepakt.
Sommige vraagstukken pakt het SGE gezamenlijk op, in andere gevallen gaat het om eigenstandige rollen en verantwoordelijkheden van iedere gemeente (zie verdelingsvraagstuk opgaven, daar ook verder definiëren van de ‘regie thema’s’). Verder vraagt het commitment op de thema’s waar de MRE regie op voert (en verder inkleuring van hoe regievoering er in de praktijk uitziet), als ook de realisatie dat de subregio’s en regio samen aan de lat staan voor de grote opgaven in de regio (elkaar daarin ook wat gunnen). Qua regie worden duidelijke opdrachten met doelstellingen en planning van de MRE verwacht, andersom mag verwacht worden dat het SGE en/of de individuele gemeenten zich hieraan committeren en resultaatgericht aan de slag gaan. Tegelijkertijd is het SGE ook zelf in staat voorzetten te doen voor (de uitvoer van) opdrachten, wetende wat de regionale opgaven zijn. Bijvoorbeeld op het thema Wonen: de regionale bouwopgave is bekend. Daaruit kan de opgave (aantal te realiseren woningen) voor de SGE-gemeenten worden afgeleid en door de SGE proactief een voorstel gedaan worden hoe deze gerealiseerd kan worden. Zo wordt optimaal gebruik gemaakt van de geprezen uitvoeringsfocus van het SGE en wordt dubbel werk voorkomen.
Rijnconsult | info@rijnconsult.nl | rijnconsult.nl | +31(0) 30 298 42 50
7
SGE
Advies: omarmen strategische positionering en maken verdeling aan de hand van de functies Om een gezamenlijk vervolg te kunnen geven aan de strategische positionering van het SGE, adviseren wij een tweetal volgordelijke stappen: 1.
Gezamenlijk omarmen van de uitgewerkte lijn v.w.b. de strategische positionering van het SGE met bijbehorende vier functies;
2.
Maak vervolgens aan de hand van de vier functies een verdeling van de (huidige) opgaven en leg deze uitwerking voor aan de MRE (zie onderstaande voorgesteld proces op hoofdlijnen).
Vervolgproces: verdeling van opgaven aan de hand van de strategische functies De opgaven voor de regio zijn helder zo blijkt uit de verschillende deals, de hoge ambities en al de effecten van de schaalsprong die met elkaar een plek gegeven moet worden. Het is daarmee uitdrukkelijk ook geen ‘zero sum game’ waarbij regio en subregio’s moeten strijden om thema’s naar zich toe te trekken: de gedeelde taart is groot én groeiende. Het is ook niet zo dat de opgaven op bijvoorbeeld woningbouw of voorzieningen onduidelijk zijn, het is vooral de vraag: wie doet welk deel/waar kan welk deel? Daarbij is de breed gedeelde behoefte vooral om duidelijkheid te scheppen zo ver als dat kan en om vervolgens aan de slag te gaan. Minder tijd en aandacht naar het proces, meer naar de inhoud en de realisatie. Om een verdeling van de huidige opgaven te maken stellen we een actiegericht aanpak voor om te komen tot een advies. De onderliggende vraag daarbij is steeds: welk deel van deze opgave is aan de regio, de subregio of de individuele gemeente? Waarbij het beleggen van taken bij de subregio, uiteraard een keuze is vanuit de individuele gemeenten. Om daar te komen stellen we de volgende stappen voor: 1.
September/oktober 2025: uitwerken van een eerste concept v.w.b. de verdeling van opgaven en wat daarbij op welk niveau ligt. Dit gebasseerd op bestaande informatie: de huidige agenda’s van MRE en SGE en eerdergemaakte uitwerkingen. Als ordenend principe stellen we voor gebruik te maken van verdeling a.d.h.v. strategie, tactiek en operatie. Dit is als eerder beschreven niet altijd omvattend, wat vanzelf tot enkele grijze gebieden en te maken keuzes leidt. Resultaat: eerste aanzet van de verdeling van opgaven en daarmee een concept van wat onder functie 4 (regie van de MRE) en functie 2 (uitvoeren eigen programma) valt vanuit de huidige agenda’s. Deze uitwerking geeft een eerste ordening om vervolgens verder aan te scherpen met de inhoudsdeskundigen.
2.
Oktober 2025: werkbijeenkomsten met de thematrekkers/kopgroepen per thema waarin voortgebouwd wordt op de uitwerking. Inventarisatie met hen begint bij de MRE: welke opgaven/doelstellingen, taken en verantwoordelijkheden liggen onmiskenbaar daar (link aan het Rijk, regie op Beethovendeal, Woondeal etc.). Ga zo alle MRE-thema’s af en maak een vertaling naar wat dat betekent op SGE-niveau (bijv. als het aantal woningen op 62.000 is vastgesteld op MRE-niveau, wat hebben wij als SGEgemeenten dan te doen? En wat daarvan doen we op SGE-niveau/wat doen we als gemeente zelf? En hoe zetten we de stap tot realisatie?). Dit ter voeding van strategische functie 4. Uitvoering onder regie van de MRE. De uitkomsten hiervan worden ambtelijk besproken met de MRE om de aansluiting conform functie 4 te borgen. Resultaat: aangescherpte invulling van de opgaven die op MRE-niveau liggen en hoe de vertaling naar het SGE- en gemeentelijk nvieau vormgegeven kan worden. Daarmee concrete invulling van strategische functie 4 in samenspraak met de MRE.
3.
November 2025: vervolgbijeenkomst met de thematrekkers en coördinatoren vanuit de andere strategische functies van het SGE: wat zijn thema’s die op MRE-niveau liggen, waarop we gezamenlijk overleg willen voeren/een standpunt willen bepalen (3. Voorportaal)? Wat zijn thema’s waarop SGE actief is en MRE niet of waarop we zelf specifiekere uitvoering willen geven (2. Uitvoeren eigen programma)? Resultaat: inzicht in welke van de huidige opgaven/vraagstukken zich lenen voor de voorportaalfunctie (3) en voor het uitvoeren van het eigen programma (2). Eventueel nieuwe vraagstukken die ter sprake komen, kunnen conform functie 1 helpen bij het ontwikkelen van een volgend eigen programma.
Rijnconsult | info@rijnconsult.nl | rijnconsult.nl | +31(0) 30 298 42 50
8
SGE
4.
December/januari 2025: maak op basis van deze uitwerking een voorzet voor de verdeling van de huidige vraagstukken aan de hand van strategische functies. Stem dit advies bestuurlijk op SGE-niveau af, te beginnen bij de portefeuillehouders vanuit de inhoud en vervolgens in het bestuurlijk platform. Resultaat: een gedragen voorstel voor de mogelijke verdeling van opgaven tussen MRE en SGE, met daarbij ook een overzicht van vraagstukken die SGE-specifiek zijn en/of die een andere mate van aandacht en tempo vragen in SGE-gebied.
5.
Januari 2026: voorstel voor de verdeling van opgaven bestuurlijk neerleggen bij de MRE: zo zien wij het voor ons, hoe kijken jullie daarnaar? Toewerkend naar verdelingsafspraken om daarmee concreet aan de slag te kunnen met het maken van project-/uitvoeringsplannen voor de delen van de opgaven die het SGE op zich neemt. Ambtelijk is het verdelingsvoorstel en de doorvertaling reeds besproken (zie stap 2). Resultaat: overeenstemming met de MRE over wat het SGE onder hun regie gaat doen (en hoe die regie eruitziet) en over wat het SGE als eigen programma aanvullend uitvoert.
6.
2026 en verder: Borg de voortdurende dialoog binnen gemeenten, subregio’s en regio waarbij steeds de vraag gesteld wordt: wat is het passende niveau voor deze opgave? Uitgaande van subsidariteit. Van belang om daarbij ook oog te hebben voor de governance van de SGE: waarvoor en wanneer staan raden, en colleges aan de lat? Hoe sluit de thema- en overlegstructuur van het SGE het best aan bij de MRE (en voorkomen we dubbelingen/verminderen we bestuurlijke drukte)? Is het logisch bepaalde Poho’s samen te voegen/anders in te delen etc. Gaat daarbij om het aansluiten van de bredere goverance op de verdeling van opgaven (vorm volgt inhoud).
Rijnconsult | info@rijnconsult.nl | rijnconsult.nl | +31(0) 30 298 42 50
9
Geachte gemeenteraad, Op 29 september 2025 hebben Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (GS) de Reikwijdte en het detailniveau voor het Milieueffectrapport (MER) voor N279 vastgesteld. De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de N279 heeft van 22 april tot en met 2 juni 2025 ter inzage gelegen. Omdat GS van u een zienswijze heeft ontvangen sturen we u hierbij het rapport “N279 Veghel - Asten Nota van Zienswijzen Reikwijdte en Detailniveau milieueffectrapportage” toe. In deze nota kunt u lezen hoe uw zienswijze wordt meegenomen bij het opstellen van het MER. Het antwoord op uw ingediende zienswijze kunt u lezen op blz. 70/135 Zienswijze 63 in het rapport “N279 Veghel - Asten Nota van Zienswijzen Reikwijdte en Detailniveau milieueffectrapportage”. Het rapport is te vinden op: N279 Veghel - Asten Nota van Zienswijzen De N279 is een belangrijke verkeersader tussen Veghel en Asten in Oost-Brabant, essentieel voor de bereikbaarheid en leefbaarheid van de regio. Door toename van verkeer, onder meer door de groei van de Brainportregio, ontstaan er files, verkeersopstoppingen, gevaarlijke situaties en leefbaarheidsknelpunten. De provincie Noord-Brabant en regionale partners werken aan een plan om deze problemen aan te pakken en de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid te verbeteren.
Het project N279 Veghel- Asten streeft naar een optimum in de acceptatie en draagvlak tussen de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Daarbij staan de volgende doelstellingen centraal: · een goede bereikbaarheid van dit deel van de regio Oost-Brabant, als onderdeel van het totale mobiliteitssysteem, voor nu en in de toekomst; · een aangepaste N279 die (zoveel mogelijk) voldoet aan de uitgangspunten van duurzaam veilig, waarmee de verkeersveiligheid verbeterd wordt; · beperken van de hinder en overlast van de aangepaste N279 en het zoveel mogelijk verbeteren van de leefbaarheid. Meer informatie over de N279 is te vinden op de website www.brabant.nl/N279. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groeten, Team MER Programma Milieu en Energie
Postbus 90151, 5200 MC 's-Hertogenbosch | Bezoekadres: Brabantlaan 1, 5216 TV 'sHertogenbosch | +31 73 681 28 12 | Contactformulier | Brabant.nl
Gemeente Helmond Raad, College, Partijvoorzitters Postbus 950 5700 AZ Helmond
Helmond, 7 oktober 2025 Betreft: Position Paper SMO Helmond e.o.
Geacht college en geachte leden van de programmacommissies, Namens SMO Helmond vragen wij met bijgevoegde Position Paper aandacht voor de positie van mensen in kwetsbare situaties. Wij zijn actief binnen de maatschappelijke opvang, het beschermd wonen en ambulante begeleiding in de gemeente Helmond en de Peelregio. De komende gemeenteraadsverkiezingen bieden een belangrijke kans om lokaal een verschil te maken. Voor mensen die dakloos zijn, die te maken hebben met huiselijk geweld of leven met een psychische kwetsbaarheid, is de gemeente vaak hun laatste vangnet én eerste kans op herstel. Een veilig thuis, passende ondersteuning en bestaanszekerheid zijn cruciaal. Onze Position Paper helpt u standpunten in te nemen voor de aandachtsgebieden wonen, armoede, zorg en veiligheid. Wij hebben deze thema’s beschreven op basis van onze praktijkervaring, ondersteund door de landelijke branchevereniging Valente. Wij vertrouwen erop dat u zich met aandacht verdiept in de door ons beschreven maatschappelijke thema’s en vraagstukken. Aandacht voor thema’s die dakloosheid raken vragen we tijdens Wereld Dakloze Mensen Dag op 10 oktober ook aan inwoners van de stad. Enkele medewerkers en cliënten staan dan met onze ‘huiskamer zonder dak’ klaar om laagdrempelig met voorbijgangers in gesprek te gaan over het belang van het oplossen én voorkomen van dakloosheid.
We nodigen u van harte uit in onze huiskamer. We zijn van 13.00 tot 16.00 uur op de Markt in Helmond. Heeft u hierover vragen of ideeën? Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen, wij gaan graag met u in gesprek. Wij hopen van harte dat u deze punten opneemt in uw verkiezingsprogramma voor de komende periode. Uiteraard denken wij graag met u mee en lichten wij onze aanbevelingen verder toe in een gesprek. U kunt daarvoor een afspraak maken met ondergetekende en Charlene van de Laar, beleidsadviseur (06-47116350 | c.v.d.laar@smo-helmond.nl). Met vriendelijke groet, SMO Helmond e.o.
Directeurbestuurder 06-17048743 | k.d.laat@smo-helmond.nl
Position Paper SMO Helmond – Gemeenteraadsverkiezingen 2026
Iedereen telt mee: investeren in bestaanszekerheid, wonen en begeleiding
1.
Pak dakloosheid aan en zorg voor voldoende betaalbare en passende woningen
Het aantal mensen zonder (t)huis groeit enorm. De opvanglocaties zitten overvol en de doorstroom naar een betaalbare, reguliere (huur)woning duurt te lang. Wonen is een mensenrecht: herstel begint pas met een thuis.
2. 3.
Stop huiselijk geweld en zorg voor veiligheid, hulp en opvang Huiselijk geweld wordt vaak doorgegeven van generatie op generatie. Gemeenten kunnen bijdragen aan het doorbreken van deze cirkel.
Zet in op inclusie, herstel en verbinding Mensen met een psychische kwetsbaarheid willen meedoen in de samenleving. Dat vraagt om passende begeleiding, gemeenschappen die verbinden en ruimte voor herstel.
4.
Bestaanszekerheid: pak armoede aan en maak meedoen makkelijker
5.
Zorg voor continuïteit van hulp en ondersteuning
Armoede en schulden leiden tot stress, psychische problemen, huiselijk geweld en dakloosheid. Werk en vrijwilligerswerk dragen bij aan zelfvertrouwen, participatie en herstel.
Iedereen heeft recht op de juiste zorg en ondersteuning op de juiste plek, zonder onderbreking.
Lees verder voor onze oproep aan de Gemeente
1
Position Paper SMO Helmond – Gemeenteraadsverkiezingen 2026 Iedereen telt mee:investeren in bestaanszekerheid, wonen en begeleiding
Wie zijn wij? Bij SMO staan we voor professionele ondersteuning met meerwaarde voor mensen die hun leven (tijdelijk) niet zelfstandig vorm en inhoud kunnen geven. Met een combinatie van opvang, dagbesteding, woonbegeleiding en armoedebestrijding werken we aan een samenleving waaraan iedereen zijn eigen waarde kan toevoegen. Vertrouwd, beschermd en met perspectief. Wij willen dat iedereen gezien wordt, mee kan doen in de maatschappij en zich naar eigen vermogen kan ontwikkelen. Zeker als iemand geen thuis, nauwelijks budget, geen dak boven het hoofd of geen sociaal netwerk heeft. Als er een crisissituatie is, organiseren we opvang met spoed. We bieden mensen de ruimte en instrumenten om zich – vanuit eigen kracht, talent en passie – te versterken; minstens te stabiliseren, liever nog hun leven weer op de rit te krijgen. Zingeving en zinvolle tijdsbesteding zien we daarbij als belangrijk middel. Van daaruit zetten mensen stappen naar een waardig en zelfstandig bestaan. Soms kleine stappen, soms zelfs een stapje terug, maar altijd met het besef dat er perspectief is. Voor de komende raadsperiode vragen wij aandacht voor urgente maatschappelijke thema’s die direct invloed hebben op de bestaanszekerheid van een groeiende groep mensen in Helmond. Dakloosheid, armoede en bestaansonzekerheid vragen landelijk om antwoorden, maar zijn vooral lokaal sterk voelbaar.
De druk op opvangvoorzieningen neemt toe, de woningnood is nijpend, en steeds meer mensen ervaren onzekerheid en stress door schulden of geweld. Gemeenten vervullen, samen met partners, een cruciale rol in het realiseren van structurele oplossingen. Wij doen een dringende oproep om de volgende punten op te nemen in uw verkiezingsprogramma voor de komende raadsperiode.
2
Position Paper SMO Helmond – Gemeenteraadsverkiezingen 2026 Iedereen telt mee:investeren in bestaanszekerheid, wonen en begeleiding
1. Pak dakloosheid aan en zorg voor voldoende betaalbare en passende woningen Het aantal mensen zonder (t)huis groeit enorm. De opvanglocaties zitten overvol en de doorstroom naar een betaalbare, reguliere (huur)woning duurt te lang. Wonen is een mensenrecht: herstel begint pas met een thuis.
Onze oproep aan de gemeente: 1. Geef urgentie voor een betaalbare woning aan álle dak- en thuisloze mensen, zonder te wachten op landelijke wetgeving. 2. Realiseer voldoende betaalbare woningen en maak bij nieuwbouw afspraken over gemengd wonen met minimaal 30% sociale woningen, waarvan minstens 30% voor kwetsbare groepen. 3. Creëer flexibele woonvormen om dakloosheid te voorkomen. 4. Maak duidelijke prestatieafspraken met woningcorporaties vanuit het Nationaal Actieplan Dakloosheid, met Wonen eerst als uitgangspunt. Voorkom huisuitzettingen maximaal en bied altijd een woonalternatief. 5. Zorg voor voldoende maatschappelijke opvang, 24/7 toegankelijk. Schaf boetes voor verblijf op straat definitief af en benut middelen voor opvang van EU-migranten.
3
Position Paper SMO Helmond – Gemeenteraadsverkiezingen 2026 Iedereen telt mee:investeren in bestaanszekerheid, wonen en begeleiding
2. Stop huiselijk geweld en zorg voor veiligheid, hulp en opvang Huiselijk geweld wordt vaak doorgegeven van generatie op generatie. Gemeenten kunnen bijdragen aan het doorbreken van deze cirkel.
Onze oproep aan de gemeente: 1. Zorg voor voldoende gespecialiseerde begeleiding aan huis in risicogezinnen, en bied ook hulp aan plegers. 2. Zet de Wet tijdelijk huisverbod effectief in en zorg voor snelle hulp aan slachtoffers, plegers en kinderen. 3. Borg regionaal voldoende veilige opvangplaatsen volgens de norm van het Verdrag van Istanbul (1 plek per 10.000 inwoners). 4. Bied kinderen in de opvang specifieke hulp, bijvoorbeeld via de methode Veerkracht, en benut ervaringskennis. 5. Regel urgentie voor slachtoffers van huiselijk geweld, zodat uitstroom naar een woning mogelijk is, ongeacht gemeente van herkomst.
4
Position Paper SMO Helmond – Gemeenteraadsverkiezingen 2026 Iedereen telt mee:investeren in bestaanszekerheid, wonen en begeleiding
3. Zet in op inclusie, herstel en verbinding Mensen met een psychische kwetsbaarheid willen meedoen in de samenleving. Dat vraagt om passende begeleiding, gemeenschappen die verbinden en ruimte voor herstel.
Onze oproep aan de gemeente: 1. Bied voldoende vormen van begeleid wonen: van beschermd wonen tot ambulante en community-based begeleiding, dicht bij huis en duurzaam ingericht. 2. Investeer in sterke gemeenschappen waar mensen elkaar kennen en helpen. 3. Benut ervaringskennis en bestrijd stigma door ervaringsdeskundigen structureel te betrekken. 4. Stimuleer preventieve voorzieningen zoals inloopvoorzieningen, respijthuizen en herstelacademies. 5. Maak sociale en technologische innovatie onderdeel van gemeentelijk inkoopbeleid, zodat nieuwe vormen van ondersteuning ook daadwerkelijk vergoed worden.
5
Position Paper SMO Helmond – Gemeenteraadsverkiezingen 2026 Iedereen telt mee:investeren in bestaanszekerheid, wonen en begeleiding
4. Bestaanszekerheid: pak armoede aan en maak meedoen makkelijker Armoede en schulden leiden tot stress, psychische problemen, huiselijk geweld en dakloosheid. Werk en vrijwilligerswerk dragen bij aan zelfvertrouwen, participatie en herstel.
Onze oproep aan de gemeente: 1. Zorg voor inkomen voor jongvolwassenen (18–21 jaar), bijvoorbeeld via leefgeldregelingen zoals het Bouwdepot, dat biedt jongeren in kwetsbare posities financiële steun biedt om aan hun toekomst te werken. Realiseer betaalbare woningen voor jongeren onder 23 jaar. 2. Zet in op vroegsignalering van schulden en snelle schuldhulpverlening, en wees kritisch op de rol van de gemeente als schuldeiser. 3. Gebruik vrijstellingsmogelijkheden van de kostendelersnorm. 4. Zorg ervoor dat werken loont: voorkom financiële terugval bij het aanvaarden van werk en versimpel regels rond bijstand en vrijwilligerswerk. Maak slim switchen tussen bijstand en (vrijwilligers)werk mogelijk. 5. Ondersteun vrijwilligersorganisaties en informele netwerken, en benut ervaringsdeskundigheid bij armoedebestrijding.
6
Position Paper SMO Helmond – Gemeenteraadsverkiezingen 2026 Iedereen telt mee:investeren in bestaanszekerheid, wonen en begeleiding
5. Zorg voor continuïteit van hulp en ondersteuning Iedereen heeft recht op de juiste zorg en ondersteuning op de juiste plek, zonder onderbreking.
Onze oproep aan de gemeente: 1. Stel de inwoner centraal en bied maatwerk en onafhankelijke cliëntondersteuning. 2. Zorg voor continuïteit van ondersteuning bij verhuizing tussen gemeenten. 3. Besteed de middelen die het Rijk beschikbaar stelt voor het sociaal domein ook daadwerkelijk daaraan. 4. Ga uit van vertrouwen tussen gemeente en aanbieders: bied kostendekkende tarieven en verminder administratieve lasten. Vermijd onnodige aanbestedingen. 5. Zorg voor vloeiende overgangen tussen Jeugdwet, Wmo, Wlz en Wfz. Maak domeinoverstijgende samenwerking vanzelfsprekend. Koppel zorg en wonen in één portefeuille bij de wethouder.
7
IBAN NL79 RABO 086 10 00 315
Position Paper SMO Helmond – Gemeenteraadsverkiezingen 2026 t.n.v. SMO Helmond e.o. KvK S 410 881 85 Iedereen telt mee:investeren in bestaanszekerheid, wonen en begeleiding BTW NL8034 56 530 B01
Tot slot De uitdagingen rond wonen, armoede, zorg en veiligheid vragen om stevige keuzes. Met bovenstaande punten kunt u lokaal bijdragen aan het realiseren van landelijke doelen: een samenleving waarin niemand op straat hoeft te slapen, waarin veiligheid en herstel voorop staan en waarin ieder mens de kans krijgt mee te doen. Wij lichten deze aanbevelingen graag verder toe in een gesprek.
Begeleiding thuis Huize d'n Herd De Koning Jobfactory De Bundertjes Super Sociaal
8 St. Hubertusstraat 2 | 5701 TC Helmond | 0492 52 50 98 | info@smo-helmond.nl | www.smo-helmond.nl
Aan de gemeente Helmond T.a.v. het College van B&W t.a.v. de Griffie t.a.v. de fractievoorzitters van de raadsfracties Beste leden van het College van Burgemeester en Wethouders, beste Griffier, beste Fractieleider, Begin maart 2025 heb ik mijn rapport “Wonen onder hoogspanning” afgerond. Naar aanleiding daarvan verschenen er artikelen in het Eindhovens Dagblad en hield ik presentaties bij leden van het College van B&W in Eindhoven, Geldrop-Mierlo en Nuenen ca. Ook verzorgde ik presentaties in de Provinciale Staten van Noord Brabant, bij het Bestuurlijk overleg van de Bereikbaarheidsagenda Regio Oost, bij Woningbouwverenigingen en politieke partijen en bij het Architectuurcentrum Eindhoven. Bij die gelegenheden heb ik aandacht gevraagd voor de visie over de Schaalsprong waar onze regio zich voor geplaatst ziet. Meer in het bijzonder richtte mijn onderzoek zich op de mogelijkheden die ontstaan als vanaf de A50 bij verkeersknooppunt Ekkersrijt in het noordoosten van Eindhoven tot de A67 bij Coevering ten zuidoosten van Geldrop een weg wordt aangelegd (de Beethovenroute of N40). Voor velen was het een verrassing hoe positief dit onderzoek werd ontvangen en hoeveel steun het kreeg bij politieke partijen over de volle breedte van het politieke spectrum.
Met zo’n groot draagvlak ligt het voor de hand dat discussie over deze “missing link” de komende jaren uiteindelijk leidt tot positieve besluitvorming over de aanleg. Maar daar hebben we alle steun uit de regio bij nodig. Het enthousiasme waarmee mijn onderzoek werd ontvangen en de steun die ik ervoer waren aanleiding voor de stap contact te leggen met alle besturen, raadsgriffies en politieke partijen van de 21 MREgemeenten en Meierijstad. Mijn doel daarbij is de discussie over deze oplossing in een nieuwe fase te brengen en alle politieke partijen ertoe te bewegen op enigerlei wijze bij de komende Gemeenteraadsverkiezingen aandacht te geven aan deze verbindingsweg. Bij voorbeeld door in het verkiezingsprogramma hierover een passage op te nemen, bij voorkeur de wens om deze weg zo spoedig mogelijk aan te leggen. In bijgaand rapport plaats ik de aanleg van die verbindingsweg in de context van de uitdagingen waar onze regio voor staat, met name de schaalsprong vanwege de economische successen van onze regio. Ik ga in op de voordelen en gevolgen van die verbindingsweg en de grote consequenties ervan. Graag beveel ik het rapport bij u aan in de hoop dat u een van de ambassadeurs wordt van deze oplossing. Mocht u nadere informatie wensen dan houd ik me graag beschikbaar. Ook zal ik u graag desgewenst ter informatie het onderzoeksrapport “Wonen onder hoogspanning” toesturen.
Ik wens u veel inspiratie en een open mind bij het lezen van het rapport “De Gouden Driehoek”. Met vriendelijke groet, Ir. Willem van der Pasch MBM architect en stedebouwkundige
NB Ik heb de contactinformatie verzameld via de website van de gemeente op internet. Mogelijk dat ik niet alles heb kunnen vinden of overgenomen. Daarvoor excuseer ik mij bij voorbaat. Mocht dat blijken dan verzoek ik u vriendelijk deze mail door te sturen naar de bestemde personen.
DE GOUDEN DRIEHOEK
HET SUCCES VAN EEN SLIMME REGIO VERKENNING VAN KANSEN IN EEN TURBULENTE TIJD oktober 2025
Inhoudsopgave van deze verkenning De Gouden Driehoek, het hart van de Metropool Regio Eindhovense
1
Inhoudsopgave
2
Schema van de huidige regionale infrastructuur
2
Aanleiding tot deze verkenning
3
Bereikbaarheid allesbepalend voor succes, infrastructuur, motor van onze economie
4
De historie van de regio
5
Het succes van een slimme regio
6
Wonen onder hoogspanning, samenvatting van het onderzoek
7
Een goed functionerende samenleving
11
Beethovenroute als voorbeeld
13
Kaart van het N40 traject
14
Schema van de bestaande hoofdinfrastructuur (zie ook de afbeelding op pagina 6) Willem van der Pasch
DE GOUDEN DRIEHOEK verkenning van kansen
okt 2025 2/14
DE GOUDEN DRIEHOEK Aanleiding tot deze verkenning Onderzoek “Wonen onder hoogspanning” Op de grens van de Peel en de Meierij stond de boerderij van mijn ouders. Ik groeide op in de natuur temidden van dieren die de grootste bondgenoten van de mens zijn. Mijn ouders, tieners tijdens WO II, staken de handen uit de mouwen en bouwden na de oorlog samen met hun generatiegenoten ons land weer op. Die generatie en dat herbouwde land boden mij de kans te studeren, waardoor ik als architect en stedebouwkundige op mijn beurt een bijdrage aan de samenleving kan geven. Uitgedaagd door de opgave waarvoor Eindhoven en de regio staan om de volgende schaalsprong te kunnen maken en de grote lokale problemen het hoofd te kunnen bieden startte ik het onderzoek hoe transitie van denken en handelen kan leiden tot een haalbare visie voor de stad en de regio die we willen zijn. Dat onderzoek concentreerde zich op de gemeenten Eindhoven, Geldrop-Mierlo en Nuenen ca. Het resultaat was het rapport “Wonen onder hoogspanning” inclusief een kaart van de infrastructuur (zie bijlage). Het bestuur van Eindhoven en de collega’s van de buurgemeenten namen kennis van de resultaten van mijn onderzoek en ik kreeg ook de gelegenheid het te presenteren bij de Mobiliteitsregio en het Provinciebestuur. De terugkoppelingen waren positief en de ontvangers voelden zich geïnspireerd.
In de Provinciale Staten werd zelfs een statenbreed gesteunde motie opgesteld om dit rapport in te brengen bij de besluitvorming van de Rijksoverheid inzake de bereikbaarheid van de regio en infrastructuur rond Eindhoven. De reacties op de publicaties in het Eindhovens Dagblad ondersteunden het positieve gevoel maar lieten ook de kwetsbaarheden van het onderzoek zien.
Vervolgonderzoek “de Gouden Driehoek” Gestimuleerd en uitgedaagd door alle reacties zette ik mijn onderzoek voort. Daarbij richtte ik me vooral op de mogelijkheid om ook de regiogemeenten mede de vruchten te laten plukken van de economische successen van Brainport. Successen die hebben geleid tot enorme kapitaalinjecties van de Provinciale- en Rijksoverheid voor de belangrijkste opkomende industriële en kennisregio van Nederland en misschien wel van heel West-Europa. Ik ga de huidige politieke beschouwing en uitdagende internationale omstandigheden niet uit de weg maar concentreer me bij dit onderzoek toch vooral op de lokale consequenties met de volgende vraag: Hoe kan de hele regio, elke burger, elke ondernemer, elk bestuursniveau, elke maatschappelijke organisatie en elke opleiding, meedelen in dit succes en hoe zetten we de verworvenheden in ten voordele van natuur en milieu, wonen en kwaliteit van leven, vestigingsklimaat en bestaanszekerheid en bovenal perspectief voor de toekomst?
Verkiezingen Al deze uitdagingen liggen op de bordjes van de landelijke maar zeker ook van de lokale politici. En ook op onze bordjes nu wij binnen enkele maanden zowel ons landsbestuur mogen benoemen als ook de verantwoordelijken mogen aanwijzen die straks op lokaal niveau het bestuur in de gemeenten gaan vormen en daarmee de taak op zich gaan nemen de toekomst van ons en alle burgers om ons heen vorm, inhoud en perspectief te bieden. Dat is mijn motivatie voor het vervolg van mijn studie en met die uitdaging ontvangt u hierbij het resultaat. ir. Willem van der Pasch MBM architect en stedebouwkundige Willem van der Pasch
Eindhoven, oktober 2025
DE GOUDEN DRIEHOEK verkenning van kansen
okt 2025 3/14
Bereikbaarheid allesbepalend voor succes Infrastructuur, motor van onze economie In de tachtiger jaren van de vorige eeuw kwam de economie in zwaar weer. De gevolgen van deze recessie waren tot in de negentiger jaren voelbaar. Aanvankelijk was vooral de bouw- en woningmarkt het slachtoffer maar ook de industrie werd niet gespaard. Juist in de sector waar onze regio decennialang zo sterk was kregen wij klappen. Zelfs heftige saneringen konden het tij niet keren. Dank zij Operatie Centurion kon Philips ter nauwer nood worden gered maar voor DAF viel het doek in 1993. Onze regio moest als het ware weer helemaal opnieuw beginnen. Hard werken alleen was al lang niet meer genoeg. Veel meer randvoorwaarden bepalen het succes. Van al die randvoorwaarden is infrastructuur de meest in het oog springende. Iedereen heeft er een haat-liefde verhouding mee. We kunnen niet zonder maar worden tegelijk ook dagelijks met de negatieve kanten ervan geconfronteerd. Juist om die reden is het nuttig even stil te staan bij het belang van een goede bereikbaarheid. Terwijl onze regio worstelde met zoveel economisch malheur werden we zonder dat we het ons realiseerden ook geholpen door een beslissing van doorslaggevend belang voor Noord Brabant.
In de tachtiger jaren was namelijk besloten de brug bij Zaltbommel, waarvan de capaciteit onvoldoende was om het toegenomen verkeer te kunnen verwerken, te vervangen door een nieuwe brug die van grote betekenis zou zijn als Poort van Brabant.
Voorjaar 1995, A2 bij Zaltbommel, Martinus Nijhofbrug, het gat tussen beide brugdelen was op 5 augustus nog twee meter.
De bouw van de Martinus Nijhofbrug startte in september 1992, de brug werd geopend in januari 1996. Onder de titel “Infrastructuur, motor van onze economie” organiseerde ik op 5 augustus 1995 een symposium op de (bijna) gerealiseerde brug. Directeur-Generaal van Rijkswaterstaat Dr. Ir. Gerrit Blom was één van de sprekers. Hij greep in zijn toespraak “Samenwerken is ook bruggen bouwen” die gelegenheid dankbaar aan om het grote belang van deze nieuwe verbinding te onderstrepen. Samen met de genodigden liepen we symbolisch van Gelderland naar Noord Brabant over een provisorisch bruggetje dat het laatste gat van zo’n twee meter tussen de beide brugdelen overbrugde. Opnieuw was er een kloof gedicht tussen de Randstad en Brabant. Het herstel van onze regio kreeg, toen we er in slaagden ons op eigen kracht op te richtten na alle economische tegenslag in de 90-er jaren, een niet te onderschatten boost dankzij deze forse verbetering van bereikbaarheid. Willem van der Pasch
DE GOUDEN DRIEHOEK verkenning van kansen
okt 2025 4/14
De historie van de regio Van Meierij tot Brainport, duizend jaar geschiedenis In de vroege Middeleeuwen lag de macht in onze regio bij heersers uit het oosten. Om de geschiedenis van dit gebied te duiden moeten we zo’n 1.000 jaar terug in de tijd. Rond die tijd was het zwaartepunt van de macht naar het zuidwesten aan het verschuiven. Het gebied binnen de driehoek Den Bosch-Antwerpen-Luik kwam onder gezag van de Hertog van Brabant. Binnen dat Hertogdom werd het oosten van onze huidige provincie bestuurd vanuit Den Bosch als “de Meierij van ’s-Hertogenbosch”. Buiten die bestuurlijke hoofdplaats werd het gebied in vieren (kwartieren) gedeeld: In het noorden het Kwartier van Maasland, het Kwartier van Oisterwijk in het midden, het Kwartier van Kempenland in het zuiden en het Kwartier van Peelland in het oosten.
Nieuwe kaart van de Meierij van ’s-Hertogenbosch van Isaak Tirion (1739)
Onder invloed van handel en religie wijzigde ook binnen die kwartieren de invloed oftewel macht en daarmee de bestuurszetel. De bestuurszetel van Peelland verhuisde van Sint-Oedenrode naar Helmond waaraan het gebied van Gemert werd toegevoegd. Het “Hart van de Meierij” schoof op van Oisterwijk naar Sint-Oedenrode en de bestuurszetel naar Veghel terwijl het noordoostelijk deel (Oss) meer geïsoleerd kwam te liggen. In het zuiden werd Lommel ingeruild voor Luyksgestel en ging de zetel van Kempenland van Oirschot naar Eindhoven.
Willem van der Pasch
DE GOUDEN DRIEHOEK verkenning van kansen
okt 2025 5/14
Brainport, de Gouden Driehoek van Zuidoost Brabant Op de vleugels van de economische ontwikkelingen gaan die verschuivingen van invloed nu nog steeds door. Zuidoost Brabant oftewel de Metropool Regio Eindhoven bestrijkt bijna 30% van Noord Brabant en strekt zich uit vanaf de Mierden aan de Belgische grens in het westen tot Helenaveen aan de Limburgse grens in het oosten en van Dorplein in het zuiden tot Elsendorp en de Mortelen in het noorden. De Kempen en de Peel vormen met het zuidelijk deel van de Meierij de MRE waar inmiddels ook Meierijstad economisch en logistiek deel van uit maakt. De lokale infrastructuur markeert de Gouden Driehoek zoals bovenstaand kaartje en het schema op pagina 2, het binnenblad van dit rapport, laten zien.
Bestaande hoofdinfrastructuur in de Gouden Driehoek met de N40 (zie ook het schema op pagina 2)
Het succes van een slimme regio De cultuur van de regio Van historisch besef en cultuurbeschouwing tot instrument voor een inclusieve en competitieve samenleving. Zoals infrastructuur de motor is van de economie zo is samenwerking de olie van de inclusieve maatschappij. Hier komt het bij elkaar. De Peel, de Kempen en de Meierij bundelen loyaliteit & arbeidsethos, vakmanschap & kennis en handelsgeest & ondernemerschap met bestuurskracht in Brainport tot onderwijs, techniek en innovatie. Wat deze regio zo bijzonder maakt is de wil, ja zelfs het aangeboren verlangen om samen te werken. Het besef dat je vooruit komt door samen de schouders eronder te zetten. Hier spreekt het Brabantse hart en de gemoedelijkheid. Je gunt het elkaar. Juist het accepteren van wat met een mooi woord interdependentie heet (onderlinge afhankelijkheid en op elkaar vertrouwen) leidt tot de unieke kracht van de regio: samenwerking. Daaruit is Brainport ontstaan. Willem van der Pasch
DE GOUDEN DRIEHOEK verkenning van kansen
okt 2025 6/14
Het is geen verrassing dat in de negentiger jaren bestuurders en economen de “Triple Helix” benoemden. Zij herkenden die uniciteit van Zuidoost Brabant. Dankzij die “bond” tussen overheid, ondernemers en onderwijs nam het succes van Brainport zo’n enorme vlucht.
MRE, de Metropool Regio Eindhoven (810.000 inwoners en ruim 400.000 arbeidsplaatsen) verwacht een groei van 25%
Het succes na de “bijna dood verklaring” van begin negentiger jaren toen DAF failliet ging en Philips aan het infuus lag kwam volledig op het conto van de veerkracht, het innovatieve vermogen en het besef hoe belangrijk samenwerking is. Maar dat succes confronteert ons ook met onszelf. Niet alleen met de lusten maar ook met de lasten, de verantwoordelijkheid trouw te blijven aan je genen en iedereen te laten delen in dat succes. Zoals de Fransen dat zo mooi uitdrukken: “Noblesse Oblige”. Samenwerken is presteren, delen en gunnen. Als je de sterkste wilt blijven zul je iedereen mee moeten nemen, ook de zwakkeren. Zij zijn het juist die dat succes mede mogelijk maakten. Niet de hoogte van de top van de piramide is de maatstaf maar de breedte van de basis bepaalt of het succes blijvend is.
Wonen onder hoogspanning De Beethovenroute maakt de schaalsprong mogelijk Het onderzoek “Wonen onder hoogspanning” laat zien welke ingrepen nodig zijn om de regio klaar te stomen voor de schaalsprong waartoe ze uitgedaagd wordt. Het rapport legt niet alleen de kwetsbaarheid bloot maar laat ook zien dat er lef nodig is om de uitdaging te lijf te gaan. Met “pappen en nathouden” gaat het niet lukken om de economische ontwikkeling die voor de deur staat in goede banen te leiden, daarover zijn alle partijen het eens.. We praten niet over een bedrijventerrein en een paar woonwijken maar over een regio met 810.000 inwoners waar ten minste een kwart aan arbeidsplaatsen bij komt en dus ook een kwart extra inwoners en huishoudens! Die ingrepen zijn mogelijk door één fundamentele beslissing, de aanleg van de N40, de Beethovenroute, dit is de verbinding tussen de A50 bij Son en de A67 ten zuidoosten van Geldrop. Vergelijk de betekenis van de Martinus Nijhofbrug bij Zaltbommel voor de bereikbaarheid en de economie van Noord Brabant.
Willem van der Pasch
DE GOUDEN DRIEHOEK verkenning van kansen
okt 2025 7/14
Gouden Driehoek Die beslissing (zie ook bijgevoegde kaart) heeft grote consequenties waarvan de hele regio de vruchten kan plukken. Onderstaande afbeelding toont schematisch de situatie. De paarse driehoek vormt de infrastructuur die de Peel, de Kempen en de Meierij verbindt. In het oosten is dat de N279, in het zuiden de A67 en in het westen de A50 en de A2. Binnen deze driehoek liggen de meeste bedrijven van Brainport. Deze “slimme” driehoek vormt de kern van Brainport, de economisch sterkste regio van Nederland. Vandaar de naam “Gouden Driehoek”.
De Gouden Driehoek ligt centraal in de Metropool Regio Eindhoven en vormt het hart van Brainport.
Schematisch zijn alle toevoerwegen weergegeven. Dagelijks komen via die wegen 310.000 voertuigen naar de paarse driehoek (en rijden er ook weer vandaan). Dat zijn 113 miljoen auto’s en vrachtauto’s per jaar. Een groot deel daarvan, ruim 190.000 (oftewel 70 miljoen per jaar,) wurmt zich dagelijks over de Poot van Metz. Dagelijks rijden ook ruim 70.000 voertuigen over de Kennedylaan. Daarvan rijdt 2/3de tot 3/4de niet Eindhoven in maar gaat door naar Nuenen, Helmond. Geldrop of de A2 richting Weert. Per jaar rijden dus 16 tot 19 miljoen auto’s teveel over de Kennedylaan. De aanleg van de N40, de rode lijn in het schema, maakt het mogelijk om al dit verkeer uit de stad te weren en een veiligere en gezondere woonomgeving met plaats voor meer woningen te maken.