A Ingekomen stukken
Tekst van het document
Daarbij wordt aandacht geschonken aan geschikte locaties voor multifunctionele sportaccommodaties waarmee op een slimme manier op de groeiende en diversifiërende sportbehoefte kan worden ingespeeld.
MRE:
n De MRE-gemeenten wegen eind 2026 in gezamenlijkheid af of en hoe de innovatie-aanpak onderwijshuisvesting ook toegepast kan worden op binnensportaccommodaties
MET OF VIA PARTNERS: In samenwerking tussen de MRE en Brainport voor Elkaar wordt geïnventariseerd welke mogelijkheden er zijn om financiering voor voorzieningen in de regio aan te trekken, bijvoorbeeld in PPS-constructies.
............................................................................
Dit vraagt om een mogelijk nieuw te realiseren multifunctionele topsportevenementenlocatie.
............................................................................ Acties in de regio zijn: MRE: n Gemeenten voeren in MRE-verband een gezamenlijke verkenning uit (in de vorm van een maatschappelijke kosten-baten analyse) naar behoeften en mogelijkheden voor een nieuw te realiseren topsportevenementenlocatie. Op basis van de uitkomsten wordt besloten of er een verder traject wordt belopen richting planvorming en realisatie, en welke partners daarbij worden aangehaakt.
n De MRE faciliteert gemeenten indien gewenst om de IHP’s vorm te geven met door het delen van voorbeelden en het stimuleren van onderlinge uitwisseling Hiervoor kan worden aangesloten bij de handreiking van het Kenniscentrum Sport en Bewegen.
24
Uitvoeringsstrategie Metropoolregio Eindhoven
25
3.5 Actielijn recreatief groen UITDAGINGEN
ACTIES IN DE REGIO
De MRE staat bekend als een regio waar wonen, recreatie in het groen en hoogwaardige natuurgebieden hand in hand gaan. De regio kent een grote diversiteit aan natuur- en cultuurlandschappen met belangrijke functies voor mens en natuur, met daarbinnen waardevolle samenwerkingen zoals de Groote Heide, Nationaal Park De Peel en Van Gogh Nationaal park. Het is van vitaal belang dat deze gebieden die functies bij de schaalsprong van de regio kunnen blijven vervullen. Daarbij zorgen we voor een goede aansluiting tussen de regionale uitvoeringsstrategie voorzieningen en het programma Vitale Groene Leefomgeving, zodat ruimtelijke ontwikkeling en natuurkwaliteit elkaar versterken. We zien daarbij twee opgaven.
Voor de acties sluiten we aan bij het programma Vitale Groene Leefomgeving, dat recent binnen de MRE-samenwerking is vastgesteld. De doelstellingen van dit programma passen direct bij de opgave om van de schaalsprong een kwaliteitssprong te maken: een regio waar groei samengaat met gezondheid, biodiversiteit, recreatie en een aantrekkelijk landschap. Voor het programma Vitale Groene Leefomgeving wordt momenteel een uitvoeringsagenda opgesteld. De MRE monitort de samenhang van deze uitvoeringsagenda en de regionale uitvoeringsstrategie. Vanuit de uitvoeringsstrategie zien we de volgende acties, die vanuit het oogpunt van voorzieningen focus kunnen toevoegen op het bestaande programma Vitale Groene Leefomgeving.
1 | Natuurbeheer- en behoud in balans met recreatiedoelen. Het groen moet plaats bieden aan zowel de natuur en aan inwoners die het groen willen opzoeken. Het belangrijkste daarbij is om te borgen dat het groen als ‘voorziening’ in balans is met de natuur (denkend aan de biodiversiteit, waterberging, stikstofreductie) en ook dat verschillende recreatiedoeleinden in balans zijn (beweegroutes, sportfaciliteiten, horeca).
............................................................................
2 | Het ontsluiten en toegankelijk houden van groen. De schaalsprong binnen de MRE resulteert in druk op groene ruimte in het landelijke gebied die door bewoners wordt opgezocht voor recreatie. Om die druk in goede banen te leiden is goede ontsluiting en kwaliteitsverbetering van bestaande natuur- en cultuurgebieden nodig én is ook de ontwikkeling in nieuwe groengebieden en –verbindingen van belang.
Dit vraagt om uitbreiding van toegankelijke groene gebieden die het woon- en leefklimaat in de regio versterken.
............................................................................ Daarvoor gaan we als regio werken aan een robuust groenblauw netwerk van stedelijk groen (waaronder parken) en diverse soorten landschappen (waaronder beekdalen en natuurgebieden). Acties in de regio zijn: G EMEENTEN : Gemeenten versterken natuurgebieden en regionale parken als dagelijkse recreatievoorziening, door in te zetten op het realiseren van groene verbindingen rond verdichtingsgebieden en zorgen dat in nieuwe wijken groene ruimte structureel wordt verankerd. Bij de eventuele ontwikkeling van nieuwe natuurgebieden sluiten gemeenten aan bij de reeds uitgevoerde verkenning naar top- en regionale groenvoorzieningen (zoals natuurgrenspark De Groote Heide, Park De Peel, Van Gogh Nationaal Park, landgoed Gulbergen en de Wielewaal).
............................................................................
Dit vraagt ten tweede om een bereikbare groene leefomgeving.
............................................................................ Deze draagt bij aan gezondheid, welzijn, klimaatadaptatie en biodiversiteit. De acties in de regio zijn: G EMEENTEN : n Gemeenten zetten structureel in op het vergroenen van schoolomgevingen, zorginstellingen, speel- en sportvoorzieningen en woonwijken. n Gemeenten passen natuur-inclusief ontwerp toe in de openbare ruimte, waarbij de basiskwaliteit natuur geldt als ondergrens voor stedelijk gebied.
MRE: De MRE-gemeenten zetten in op het gezamenlijk realiseren van onder andere toegankelijke wandel- en fietsroutes van kernen naar natuur en het realiseren van (H)OV-haltes nabij recreatiepunten.
De derde lijn uit het programma Vitale Groene Leefomgeving richt zich op een toekomstbestendig agrarisch landschap. Deze lijn raakt slechts zeer beperkt aan het voorzieningenvraagstuk en ligt daarom buiten de directe scope van deze strategie. We formuleren om deze reden geen specifieke acties voor deze lijn.
MET OF VIA PARTNERS: Partners (zoals Staatsbosbeheer, Brabants Landschap, de Provincie en waterschappen) werken samen met gemeenten aan de inrichting, het beheer en de toegankelijkheid van natuur- en recreatiegebieden.
26
Uitvoeringsstrategie Metropoolregio Eindhoven
27
#4 Vervolg
Met deze uitvoeringsstrategie hebben we als regio een fundament gelegd voor de ontwikkeling van het regionale voorzieningenniveau richting 2040. Op basis van de nulmeting hadden we al kwantitatief inzicht in huidige voorzieningenaanbod en waar het knelt. Met de uitvoeringsstrategie hebben we een gezamenlijke ambitie bepaald, uitgangsprincipes geformuleerd over de samenwerking, en per domein geschetst wat er nodig is om de ambitie te halen. De komende periode staat in het teken van daadwerkelijke uitvoering. In dit hoofdstuk schetsen we hoe we deze stap zetten: via programmering van voorzieningen door gemeenten en partners en een samenhangend vervolgproces binnen de MRE waarin gemeenten, partners en de MRE aan de slag gaan om de strategie concreet te maken en tot realisatie te brengen.
Van uitvoeringsstrategie naar programmering In deze uitvoeringsstrategie heeft de MRE gezamenlijk koers bepaald. De focus verschuift nu nadrukkelijk naar uitvoering. Het initiatief hiervoor ligt primair bij individuele gemeenten, in nauwe samenwerking met maatschappelijke partners. In de komende periode zijn gemeenten aan zet om de uitgangspunten en keuzes uit de uitvoeringsstrategie te vertalen naar concrete uitvoeringsplannen per gemeente. Waar de opgave daarom vraagt, stemmen gemeenten deze programmering subregionaal of regionaal met elkaar af. De MRE organiseert en faciliteert deze afstemming en signaleert knelpunten waar regionale keuzes of besluitvorming nodig zijn. Ook coördineert de MRE de vertaling van gemeenten in een regionale investeringsagenda, ten behoeve van het BO Brainport. Zo zetten we gezamenlijk de stap naar doen.
Prioriteiten op basis van impact en urgentie 1 | Onderwijshuisvesting Onderwijshuisvesting is een wettelijke gemeentelijke kerntaak en randvoorwaardelijk voor kansengelijkheid en het vestigingsklimaat. De groei van het aantal leerlingen leidt, zonder tijdige besluitvorming, tot structurele maatschappelijke knelpunten. Dit thema is bestuurlijk al eerder als prioritair aangemerkt
28
Uitvoeringsstrategie Metropoolregio Eindhoven
in het BO Brainport. In dat kader wordt momenteel in afstemming met het Rijk een pilot innovatieve regionale aanpak voor onderwijshuisvesting voorbereid, gericht op versnelling, kostenbeheersing en flexibiliteit in schaal en gebruik. 2 | Eerstelijnszorg en GGZ De druk op eerstelijnszorg en GGZ neemt nu al sterk toe. Met de groei van de regio komt dit sterker onder druk. Bereikbaarheid en beschikbaarheid van deze voorzieningen zijn cruciaal voor de gezondheid, het welzijn en de participatie van inwoners. Gemeenten hebben hier beperkte directe zeggenschap; sturing ligt grotendeels bij zorgaanbieders, zorgverzekeraars en landelijke kaders. Juist daarom is regionale samenwerking noodzakelijk. Gezamenlijk optrekken versterkt de bestuurlijke positie richting partners en Rijk, ondersteunt het tijdig reserveren van ruimte in gebiedsontwikkelingen en stimuleert innovatie en preventie. Het arbeidsmarktvraagstuk is hierbij mede bepalend: structurele tekorten aan zorgprofessionals maken regionale afstemming en gezamenlijke inzet onontbeerlijk. 3 | Sport en bewegen Sportvoorzieningen zijn een gemeentelijke verantwoordelijkheid en dragen bij aan preventie, gezondheid en sociale cohesie. Ze spelen een belangrijke rol bij het opvangen van effecten van de schaalsprong en demografische veranderingen.
Regionale afstemming en fasering zijn nodig om, in een context van schaarse ruimte en middelen, niet meer van hetzelfde te realiseren maar het gezamenlijke ecosysteem slim te benutten. 4 | Wijk en buurtcentra Als eerste ambitie van deze strategie is bepaald: Ontmoeting is vanzelfsprekend in wijken, dorpen en kernen. De prioriteit voor wijk en buurtcentra, in welke vorm dan ook, komt direct voort uit deze ambitie.
29
Vervolg langs drie sporen Naast de programmering door gemeenten en partners pakt de MRE het vervolgproces expliciet op. De komende periode richt de MRE het traject daarom verder in langs drie samenhangende sporen.
Spoor 1. Vervolgproces met gemeenten en partners De uitvoeringsstrategie is opgesteld binnen de MRE, maar de daadwerkelijke uitvoering vraagt om eigenaarschap van gemeenten en betrokken partners. In dit spoor staat het gezamenlijk doorleven, concretiseren en toepassen van de strategie centraal. Gemeenten zijn aan zet om de strategie te vertalen naar concrete, lokale uitvoeringsplannen. Zij geven hieraan invulling door het bepalen van aantallen, locaties en projecten voor maatschappelijke voorzieningen. Dit sluit uiteraard aan bij bestaande processen zoals integrale huisvestingsplannen en gebiedsontwikkelingen6. Daarbij wordt ook gekeken naar randvoorwaarden zoals benodigde capaciteit, samenwerking en financiering. De MRE vervult in dit spoor een coördinerende en faciliterende rol. De MRE-organisatie voert in de komende maanden gesprekken met gemeenten, maatschappelijke partners, netwerken en gremia om de strategie te laten landen, de implicaties per domein en per gemeente te bespreken en te werken aan een gezamenlijke inzet richting het Rijk (zie ook spoor 3).
Het doel van dit spoor is kortom om gezamenlijk tot uitvoering te komen. Concrete acties zijn: n Het voeren van verdiepende gesprekken met en tussen gemeenten, relevante maatschappelijke partners en relevante netwerken; n Het betrekken van colleges en gemeenteraden, en het afstemmen binnen de verschillende domeinnetwerken; n Vertalen van de regionale uitvoeringsstrategie naar lokale programmering door gemeenten.
Spoor 2. Vervolgproces binnen de MRE
De rol van de MRE is daardoor mede afhankelijk van de opdracht die de gemeenten meegeven in de regionale agenda en van de middelen die beschikbaar zijn. Concrete acties zijn: n Verkennen hoe het thema voorzieningen structureel kan worden ingebed binnen de MRE; n Opzetten van een programmatische aanpak binnen de MRE-organisatie gericht op voorzieningen; n Organiseren van periodieke monitoring, inclusief indicatoren, datastromen en rapportagemomenten; n Maken van procesafspraken over besluitvorming, afstemming en evaluatiemomenten.
Op dit moment is het voorzieningenvraagstuk nog niet structureel verankerd in de MREgovernance. Sturing op voorzieningen verloopt via meerdere gremia – poho Economie, poho Ruimte & Wonen en de Kwaliteitssprongtafel – waarvan de laatste geen officieel MRE-gremium is. Bovendien is het onderwerp nog niet expliciet opgenomen in de regionale agenda of structureel financieel belegd.
Spoor 3. Vervolgproces met Rijk en provincie
Dit spoor is daarom gericht op een duurzame inbedding van het thema voorzieningen in het algemeen en deze uitvoeringsstrategie in het bijzonder in de MRE. Dit wordt meegenomen bij het opstellen van het volgende samenwerkingsakkoord. Hierbij is in ieder geval aandacht voor de bestuurlijke positionering, de rol van bestaande gremia – inclusief de kwaliteitssprongtafel - en de benodigde ambtelijke capaciteit en middelen.
n Het bundelen van gezamenlijke knelpunten in de regio; n Het voorbereiden van het Bestuurlijk Overleg Brainport, en het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving, waar afspraken worden gemaakt over rijksbijdragen aan het realiseren van de regionale opgaven. n Het afstemmen met de provincie over hun rol, investeringen en instrumentarium.
Uit de uitvoeringsstrategie komen opgaven en ambities naar voren die niet uitsluitend regionaal of lokaal kunnen worden opgepakt en waarvoor afstemming met het Rijk en de provincie noodzakelijk is. In dit spoor bereidt de MRE deze externe inzet voor. Dit omvat:
Governance De governance op de uitvoeringsstrategie is in lijn met de rollen. De MRE voert regie op de regionale voorzieningenstrategie via een programmatische aanpak onder aansturing van een wethoudersdriehoek voorzitters van het poho Economie, poho Ruimte & Wonen en de Kwaliteitssprongtafel. Deze driehoek bewaakt de integraliteit tussen domeinen en stuurt op voortgang. De komende maanden wordt gekeken of de governance van de MRE wordt aangepast in het nieuwe samenwerkingsakkoord. Gemeenten behouden altijd hun eigen mandaat: zij besluiten zelfstandig over de voorzieningen die zij realiseren, de investeringen die zij doen en de partners waarmee zij samenwerken. Waar opgaven gemeentegrenzen overstijgen, kunnen gemeenten kiezen voor bovenlokale samenwerking om capaciteit, expertise en investeringen te bundelen.
Planning en evaluatie Om de uitvoeringsstrategie goed te laten aansluiten bij de actuele stand van zaken op het gebied van voorzieningen, wordt de strategie jaarlijks besproken in het DB. Het DB kijkt naar de voortgang, de effectiviteit van de gemaakte keuzes en de vraag of actualisatie of bijstelling nodig is. Op die manier blijft het document actueel en richtinggevend. Een eerste herijking vindt eind 2026 plaats, wanneer de gesprekken met gemeenten en partners zijn afgerond en de opgedane inzichten kunnen worden verwerkt.
6 Ter ondersteuning van deze stap is in de bijlage per gemeente inzichtelijk gemaakt waar de belangrijkste opgaven en aandachtspunten liggen, op basis van de
analyses in dit traject. Deze bijlage vormt geen vaststaand kader, maar kan dienen als startpunt en richtinggevende input voor gemeenten bij het opstellen van hun uitvoeringsplannen.
30
Uitvoeringsstrategie Metropoolregio Eindhoven
31
Postadres Postbus 985, 5600 AZ Eindhoven Bezoekadres Raiffeisenstraat 18, 5611 CH Eindhoven 040 - 2 594 594 info@metropoolregioeindhoven.nl www.metropoolregioeindhoven.nl Fotografie: Berry de Jong, Bart van Overbeeke, Shutterstock Vormgeving: Volle-Kracht
Echt, 4 juni 2026
Geachte raadsleden, Het bestuur van de VPPG vraagt aandacht voor de toepassing van het Rechtspositiebesluit artikel 3.3.4 decentrale politieke ambtsdragers geldend van 01-01-2019 t/m heden. In zeer veel gemeenten hebben vanaf 2014 presidiums, griffiers of gemeenteraden gehandeld in strijd met het Rechtspositiebesluit en het vrije mandaat door alle raadsleden aan te melden als lid van de aan de VNG gelieerde beroepsvereniging NVvR. Op 24 april 2026 heeft de rechtbank een nieuw besluit genomen. De minister is onbevoegd om de VPPG te erkennen als beroepsvereniging voor raadsleden. Het artikel 3.3.4 wordt gehandhaafd. Het lidmaatschap van verenigingen mag volgens het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) niet verplicht worden gesteld. Ook artikel 34 BW boek 2 (Burgerlijk Wetboek) geeft aan dat het lidmaatschap van de vereniging persoonlijk is, tenzij de statuten anders bepalen. De Rechtbank heeft in drie uitspraken de onafhankelijke beroepsvereniging VPPG erkend als een vakvereniging voor raadsleden van lokale partijen. De raadsleden kregen vanaf 2014 in veel gemeenten niet de kans om zelf een keuze te maken tussen de VPPG en de aan de VNG gelieerde NVvR. In het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers van januari 2019 is naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Haarlem de formulering van artikel 3.3.4 gelijk gebleven.
Daarin is expliciet opgenomen dat in elke gemeente het College van B&W bepaalt of de VPPG een beroepsvereniging is die voor ieder raadslid toegankelijk is alvorens de contributie te betalen. Nog afgezien van het feit dat dit besluit in strijd is met het grondrecht van vrijheid van vereniging schuurt het ook met het vrije mandaat van het raadslid zoals dat erkend is in het Rechtspositiebesluit van 2014. Er zijn twee grote bekenden beroepsverenigingen namelijk het Christelijk Nationaal Verbond (CNV) en de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV). Beiden met een andere grondslag om leden te helpen door begeleiding via o.a. belangenbehartiging, coaching en scholing. Dit doet zich ook voor bij de VPPG en de NVvR. De VPPG heeft als grondslag de Grondwet/Gemeentewet en de NVvR het bestuurlijke partijensysteem om raadsleden te begeleiden via o.a. belangenbehartiging, coaching en scholing. De VPPG is opgericht door de leden in 1986 zonder subsidie en de NVvR in 2005 dankzij een forse opstapsubsidie via de VNG en BZK. Iedere gemeente heeft een gemeenteraad die de inwoners vertegenwoordigt. De gemeenteraadsleden weten wat er speelt in de samenleving en stellen kaders voor beleid dat hierop inspeelt. Het beleidsplan dat de gemeente op basis hiervan samenstelt, mag pas uitgevoerd worden als de meerderheid van de raad akkoord
1
gaat. Vervolgens controleren de raadsleden ook of het college van burgemeester en wethouders doet wat nodig is om het gewenste beleid uit te voeren. De gemeenteraad heeft een niet te onderschatten verantwoordelijkheid om de inwoners als geheel te vertegenwoordigen. Taken die de leden vaak doen naast hun vaste baan of studie. Dat betekent dat zij niet dagelijks ondergedompeld worden in de wet- en regelgeving, procedures en werkwijzen waar je bij de overheid en in de politiek mee te maken krijgt. Daarvoor is een griffie ingevoerd zoals in de Eerste en Tweede-Kamer al lang een feit is. De griffier dient klaar te staan om de gemeenteraadsleden individueel te faciliteren en te ondersteunen, zodat zij hun taken goed kunnen uitvoeren. Het raadslid heeft In zijn rol met tegenstrijdige belangen te maken. De griffie dient daarom alle raadsleden individueel en professioneel te adviseren op een onbevooroordeelde en objectieve manier. Een beroepsvereniging heeft een heel andere taak dan de griffie. Individuele belangenbehartiging in onze snel veranderde samenleving heeft de hoogste prioriteit. Kun je de inwoners nog goed vertegenwoordigen in je vrij tijd? Nu de verkiezingen voorbij zijn is het de taak van de griffier om elk raadslid te vragen bij welke beroepsvereniging het zich aansluit.
Het bestuur van de VPPG gaat ervan uit dat de griffier zorgvuldig om zal gaan met de wensen van ieder raadslid over hun keuze voor belangenbehartiging en ondersteuning. Maak uw keuze want de gemeenteraad is het fundament van een grondwettelijke democratische rechtstaat. Met vriendelijke groet, Ing. A.J.G. Zinken, voorzitter Mochten nog vragen zijn dan fons.zinken@vppg.nl
2
Aan de colleges van burgemeester en wethouders en gemeenteraden van de 21 deelnemende gemeenten
uw kenmerk
uw brief van
onderwerp Terugkoppeling BO Brainport 27 mei 2026
ons kenmerk 100725-4239/RLO/WBR
datum 17 juni 2026
e-mailadres r.lintsen@metropoolregioeindhoven.nl
Geachte colleges en raden, Onze regio werkt nauw samen met de Rijksoverheid en de provincie Noord-Brabant om de grote opgaven in onze regio te realiseren. We hebben daarom regelmatig overleg met elkaar, ook op bestuurlijk niveau. In deze brief wordt u geïnformeerd over het bestuurlijk overleg (BO) Brainport van 27 mei 2026. BO Brainport 27 mei 2026 Dit overleg in Den Haag was het eerste overleg met een vertegenwoordiging van ministers en staatssecretarissen van het in februari aangetreden kabinet Jetten. Bij de opening herbevestigde het Rijk het nationale en Europese belang van Brainport. Onze regio is niet alleen economisch van groot belang, maar de samenwerking met de regio dient ook als voorbeeld voor de rest van Nederland. Vanuit regiozijde werd aangegeven dat het op veel vlakken goed gaat met de regio, maar dat ook urgentie wordt gevoeld om de gemaakte afspraken met het Rijk te bewaken, problemen op te lossen en de motor niet te laten vastlopen. Als nationale en Europese groeimotor is de opgave in de regio een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Vervolgens zijn diverse onderwerpen aan bod gekomen: BIC Noord BIC Noord betreft de uitbreidingslocatie van ASML in Nederland. De uitbreiding maakt het mogelijk dat ASML en daarmee ook haar toeleverketen zich langjarig bindt aan Nederland met zowel R&D als productie.
Dit is van groot strategisch belang voor het toekomstig verdienvermogen van Brainport, Nederland en de strategische autonomie van Europa.
Rijk en regio hebben in dit overleg stilgestaan bij de grote stappen die in twee jaar tijd zijn gezet bij de ontwikkeling van BIC Noord. Alles is tot dusver verlopen conform planning. Zo hebben de gemeenteraden van Best, Oirschot en Eindhoven en de provincie Noord-Brabant recent de besluiten genomen die nodig zijn om de ontwikkeling van BIC Noord juridisch mogelijk te maken. De gemeente Eindhoven maakt de grond nu bouwrijp. De start van de ontwikkeling van de campus start binnen enkele maanden. Het feit dat dit gelukt is, is te danken aan de goede samenwerking tussen alle verschillende partners en de aangebrachte focus. Rijk en regio zien het als welkom en waardevol om de geleerde lessen ook toe te passen op andere plekken in het land. Netcongestie Rijk en regio hebben de afgelopen periode diverse stappen gezet, waaronder afspraken over het bevoegd gezag van de netverbinding Wijchen-Oss en de inzet van de gezamenlijke pilot gebiedsfonds die direct heeft geleid tot resultaat en versnelling bij het hoogspanningsstation in Maarheeze. De recent aangekondigde aansluitpauze per 1 juli voor de twee verzorgingsgebieden op ‘code rood’ (Helmond-Zuid en Eindhoven-West) heeft het belang en de urgentie van oplossingen voor netcongestie in de Brainport extra benadrukt. Rijk en regio hebben daarom stevige afspraken gemaakt.
De belangrijkste is dat er een gezamenlijke crisisaanpak komt voor de Brainport, vergelijkbaar met de aanpak in het FGUgebied (Flevopolder, Gelderland, Utrecht). Rijk en regio leveren samen met de netbeheerders TenneT en Enexis vóór het zomerreces een concept maatregelenpakket op, inclusief de eerste oplossingsrichtingen en voorstellen voor maatregelen voor de verzorgingsgebieden op ‘code rood’, en een eerste beeld van de benodigde investeringsmiddelen. Het pakket wordt vlak na de zomer vastgesteld waarbij uiterlijk bij het BO Brainport van 12 oktober 2026 verdere (financiële) besluiten genomen gaan worden. De regio kan hierbij gebruik maken van geleerde lessen in de aanpak voor het FGU-gebied. Ook zullen Rijk en regio gebruik maken van de maatregelen die worden uitgewerkt binnen de landelijke versnellingsaanpak netcongestie (inclusief de Crisiswet Netcongestie) om snellere en effectieve oplossingen te implementeren. Deze kunnen ook opgeschaald worden naar andere delen van de provincie en het land. De crisisaanpak voor de Brainport blijft daarom nadrukkelijk onderdeel van de Brabantse Aanpak Netcongestie. Stikstof Op 28 oktober 2025 is met het vorige kabinet geconstateerd dat er niet snel genoeg stikstofruimte ontstaat in de regio en de generieke maatregelen van het Rijk en de provincie Noord-Brabant onvoldoende zijn om natuurvergunningen te verlenen.
Aanvullende maatregelen zijn nodig om sneller natuurdoelen te realiseren, zodat de regio van het slot gaat en maatschappelijke en economische ontwikkelingen in de Brainport weer kunnen doorgaan. De eerste contouren van wat in deze regio aanvullend nodig is zijn sindsdien door Rijk, provincie en regio uitgewerkt in de ‘Brainport Open’-aanpak.
pagina 2 van 6
De minister van LVVN was positief over het gezamenlijk uitgewerkte voorstel voor de ‘Brainport Open’-aanpak. De betrokken bestuurders hebben gezamenlijk uitgesproken zich in te zetten voor deze aanpak. Richting het eind van het jaar zal worden gewerkt aan een uitvoeringsprogramma om de noodzakelijke maatregelen uit te werken en afspraken te maken over de langere termijn van de aanpak. Dit hangt samen met de uitkomst van de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof, die voor de zomer komt met een brief waarin de beleidsvoornemens worden toegelicht waarmee dit kabinet probeert om Nederland van het stikstofslot te halen. Voorzieningen Voor de regio zijn de sociaalmaatschappelijke voorzieningen een topprioriteit om te kunnen groeien in balans en het draagvlak in de regio te behouden. De afgelopen ruim twee jaar heeft de regio het benodigde huiswerk hiervoor gedaan met o.a. een nulmeting en verkenning voorzieningen, en een regionale uitvoeringsstrategie voorzieningen. Bovendien is samen met de ministeries OCW, EZK en BZK/VRO een innovatieaanpak onderwijshuisvesting uitgewerkt. Tot teleurstelling van de regio heeft het kabinet hier bij de Voorjaarsnota 2026 nog geen middelen voor vrijgemaakt, ondanks de positieve houding van de ministeries ten aanzien van de inhoud van het voorstel.
Het Rijk begrijpt deze teleurstelling en is bereid om samen met de regio diverse routes voor dekking te verkennen richting het volgende BO Brainport in oktober. Voor wat betreft de publieke voorzieningen in de breedte doet het Rijk (BZK/VRO) in samenspraak met de regio momenteel een verdiepend onderzoek op de benodigde voorzieningen gerelateerd aan de nieuwbouw en de financiële opgave daarvoor. Het streven is om bij het BO Brainport in oktober de uitkomsten te kunnen presenteren. Mobiliteit De minister van IenW heeft de Tweede Kamer op 16 maart jl. per brief geïnformeerd dat er een fors tekort is op het mobiliteitsfonds en deltafonds (ca. €80 mld.) en dat dit om een prioritering vraagt. Rijk en regio hebben daarom stilgestaan bij meerdere opgaven op het gebied van wonen en bereikbaarheid die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de regio. Dit gaat bijvoorbeeld om de bereikbaarheidsopgave van de gebiedsontwikkeling Helmond Centrum+ en de ov-knoop Eindhoven. Daarnaast hebben de provincie Noord-Brabant en MRE aandacht gevraagd voor tekorten op de exploitatie van de Brainportlijnen. In aanloop naar het BO Brainport is een verdieping tussen Rijk en regio georganiseerd, zoals afgesproken bij het afgelopen BO MIRT.
Dit heeft geleid tot een voorstel van de provincie Noord-Brabant waarbij de provincie een deel van het tekort zou financieren en het Rijk ook om een bijdrage wordt gevraagd. De provincie had duidelijkheid nodig van het Rijk vanwege de aanbesteding van de concessie Zuidoost-Brabant. De minister van IenW heeft vervolgens het proces rondom de prioritering toegelicht. Voor de zomer vindt het debat Strategische Keuzes Bereikbaarheid plaats met de Tweede Kamer, waarbij na de zomer het afweegkader en de bijbehorende lijst met projecten gereed moet zijn.
pagina 3 van 6
Gezien de tekorten en het gebrek aan middelen zullen harde keuzes moeten worden gemaakt door heel het land. De verwachting is dat richting het BO MIRT in november meer duidelijkheid geboden zal kunnen worden, maar dat nu eerst het landelijk proces doorlopen moet worden. We brengen gezamenlijk in kaart wat dit betekent voor de planning van lopende trajecten. Dit betekent ook dat er op dit moment geen ruimte is voor aanvullende afspraken op het vlak van exploitatiemiddelen voor de Brainportlijnen. Versnelling woningbouw In het najaar van 2025 heeft het vorige kabinet Helmond aangewezen als een van de vier nieuwe nationaal grootschalige woningbouwlocaties. Het huidige kabinet heeft in het coalitieakkoord afgesproken om landelijk van 21 naar 30 grootschalige woningbouwlocaties te willen gaan. Vanuit de regio is de propositie van Best onder de aandacht gebracht. Best voldoet vanuit regioperspectief aan alle criteria om aangewezen te worden als nationaal grootschalige woningbouwlocatie. Daarnaast heeft de MRE steun uitgesproken voor het voorstel van de provincie Limburg in het kader van Limburg Centraal, mede gezien de bovenregionale samenwerking met Weert en Venlo. Het Rijk neemt deze inbreng mee in haar afweging. Tot slot hebben Rijk en regio gesproken over aandachtspunten om de woningbouw te versnellen.
Zo heeft de regio zorg uitgesproken over de afwijzing van de Woningbouw op Korte Termijn (WoKT) aanvragen van Best, Deurne en Geldrop-Mierlo in het najaar van 2025. Dit is van belang voor de regio gezien de opgaven van deze en andere regiogemeenten om voldoende woningen te kunnen bouwen. Het Rijk heeft andersom aandacht gevraagd voor de nog volop beschikbare WMRE-middelen om de woningbouw te kunnen versnellen. Rijk en regio blijven volop in contact met alle 21 gemeenten om de huidige beschikbare subsidies onder de aandacht te brengen. Rijk en Regio hebben daarbij afgesproken om zich gezamenlijk in te spannen om de kwantiteit en kwaliteit van de WMRE-aanvragen te verbeteren, gemeenten meerjarig perspectief te bieden, koppelkansen te benutten in de Rijk-regio samenwerking op onderwerpen als stikstof, netcongestie en woningbouw, en bestaande en eventueel aankomende subsidieregelingen zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de behoefte, met als doel zoveel mogelijk woningbouw in de regio versneld te realiseren. Werklocaties Rijk en regio hebben kort stilgestaan bij de ontwikkelingen op het gebied van werklocaties. De regio heeft gewezen op de uitdagingen bij de realisatie van het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost en het lopende gesprek daarover binnen de regio.
Om tot een samenhangende aanpak te komen die ruimte biedt voor werklocaties in Brainport, hebben Rijk en regio afgesproken om langs vier sporen gezamenlijk verdere stappen te zetten: het meenemen van werklocaties in diverse trajecten (inclusief de Nota Ruimte en de Brainportaanpak op stikstof en netcongestie); het versterken van de uitvoeringskracht via het Realisatiebedrijf MRE; het verkennen van creatieve oplossingen voor (financiële) opgaven bij de nieuwe grootschalige werklocaties, te beginnen met Brainport-Oost; en het toekomstbestendig maken van bestaande bedrijventerreinen. Bij het eerstvolgende BO Brainport worden mogelijke vervolgstappen besproken.
pagina 4 van 6
Uitvoeringskracht De regio heeft een toelichting gegeven op de start van het Realisatiebedrijf MRE, mede mogelijk gemaakt door beschikbaar gestelde middelen vanuit het Rijk. Het Realisatiebedrijf MRE richt zich vooral op het versterken van de uitvoeringskracht van de 21 regiogemeenten bij de realisatie van geprogrammeerde projecten op het gebied van mobiliteit, wonen, energie-infrastructuur en regionale bedrijventerreinen. Het Rijk reageerde positief op deze ontwikkelingen en werkt zelf aan het versterken van de coördinatie en het tijdig beschikbaar stellen van de toegezegde middelen. Technologisch concurrentievermogen en innovatie Rijk en regio hebben stilgestaan bij het belang van de gezamenlijke ontwikkeling van (nieuwe) internationale waardeketens en technologieën, om op deze manier de technologieontwikkeling, strategische relevantie en diversificatie van het nationale ecosysteem te kunnen versterken. De regio vraagt om tijdens dit proces ook te komen tot noodzakelijke besluiten om als Nederland concurrerend te blijven. De minister van EZK ziet in deze discussie veel raakvlakken met onderwerpen in de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Verdienvermogen.
Rijk en regio onderschrijven allebei het belang om de Nederlandse innovatieprogramma’s koppelen aan Europese programma’s, (co)financiering te bundelen in samenhang met de regionale ecosystemen, en te zorgen voor verbinding met andere nationale clusters (e.g. Delft, Twente, Nijmegen, Amsterdam). Daarnaast heeft de regio aandacht gevraagd voor campussen en eventuele participatie van andere overheden in m.n. de Brainport Industries Campus (BIC). Rijk, provincie en regio hebben afgesproken elkaar uiterlijk bij het volgende BO duidelijkheid te verschaffen. Talent Tot slot is kort stilgestaan bij de talentpijler van de Rijk-regio samenwerking. Via het Nationaal Versterkingsplan Microchiptalent Brainport Eindhoven wordt uitvoering gegeven aan een belangrijk gedeelte van de talentopgave. Rijk en regio hebben in het gesprek stilgestaan bij de gezamenlijke wens om de huidige systematiek te verbeteren, zodat deze beter aansluit bij de regionale behoefte voor de tweede tranche in de zomer van 2027. Brainport Development en de ministeries van EZK en OCW blijven hierover in gesprek. Achtergrond bij het BO Brainport Het BO Brainport is een periodiek, halfjaarlijks overleg tussen het Rijk en onze regio. Dit overleg is ingesteld na het opnemen van de doorontwikkeling van de mainportstatus van de Brainportregio in het coalitieakkoord Rutte IV dd. 15 december 2021.
In het BO Brainport wordt de doorontwikkeling van de mainportstatus van de Brainportregio besproken aan de hand van de Strategische Agenda Brainport. Inmiddels staan ook voortgang van de gemaakte afspraken uit de Brainportdeal (2022) en het convenant Beethoven (2024) centraal in het overleg. De deelnemers aan Rijkszijde zijn de Minister van Economische Zaken (voorzitter); Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening; Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; de Minister/Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei; Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat.
pagina 5 van 6
Vanuit regiozijde zijn dit de voorzitter Stichting Brainport (tevens voorzitter Metropoolregio Eindhoven), de gedeputeerde Economie van de provincie Noord-Brabant, en de wethouder Economie gemeente Eindhoven tevens voorzitter portefeuillehoudersoverleg (poho) Economie Metropoolregio Eindhoven. Ook de directeur van de Stichting Brainport/Brainport Development en de secretaris-directeur van de Metropoolregio Eindhoven zijn aangesloten bij het overleg. Tot slot Het eerstvolgende BO Brainport staat gepland op 12 oktober 2026. Wij houden u in de tussentijd op de hoogte van verdere relevante ontwikkelingen binnen de hierboven genoemde opgaven.
Met vriendelijke groet, het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven, de secretaris,
de voorzitter,
G.A.G.H. Wouters.
J.R.V.A. Dijsselbloem.
pagina 6 van 6
Helmond, 18-06-2026
Aan de burgemeester van Helmond Voorzitter van de gemeenteraad van Helmond
Betreft: ontslag als lid van de gemeenteraad
Geachte burgemeester, Hierbij dien ik mijn ontslag in als lid van de gemeenteraad van Helmond, met ingang van 18-06-2026. De aanleiding hiervoor is mijn benoeming tot directeur-bestuurder van Bibliotheek Helmond-Peel. Deze functie is naar mijn oordeel niet verenigbaar met het lidmaatschap van de gemeenteraad van Helmond. Ik kijk met grote dankbaarheid terug op de periode waarin ik mij als raadslid, fractievoorzitter, lijsttrekker en later ook als wethouder heb mogen inzetten voor Helmond. Het vertrouwen dat ik daarbij van inwoners, collega-raadsleden en mijn fractie heb gekregen, betekent veel voor mij. Ik verzoek u deze ontslagbrief in behandeling te nemen en de verdere procedure in gang te zetten.
Met vriendelijke groet, Thomas Tuerlings
Postbus 30435 2500 GK Den Haag
Nederlandse Vereniging voor Raadsleden Nassaulaan 12 2500 GK Den Haag raadsleden.nl info@raadsleden.nl
T.a.v. Gemeenteraad en presidium/fractievoorzitteroverleg Datum: Betreft:
22 juni 2026 Lidmaatschap Nederlandse Vereniging voor Raadsleden en reactie op de brief VPPG
Geachte leden van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, Geachte griffier, U heeft begin juni kennis kunnen nemen van een uw raad gerichte brief van dhr. Zinken namens de Vereniging Plaatselijke Politieke Groeperingen (VPPG). In deze brief wordt geschetst dat u als raadslid een keuze zou moeten maken tussen het lidmaatschap van de VPPG enerzijds en dat van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (NVvR) anderzijds. Omdat deze voorstelling van zaken onjuist is en de wettelijke kaders onvolledig worden weergegeven, informeren wij u met dit schrijven graag over de feitelijke en juridische situatie. Het wettelijk kader en de status van de NVvR De belangrijkste misvatting die wij willen wegnemen, is dat er voor uw raad of het college een keuze tussen beide verenigingen voorligt. Dit is niet het geval. Raadsleden kunnen namelijk probleemloos van beide organisaties tegelijkertijd lid zijn; de verenigingen sluiten elkaar geenszins uit. De werkelijke en enige vraag die hier getoetst moet worden, is een juridische en financiële: voldoet een vereniging aan de wettelijke criteria om de contributie door de gemeente te laten vergoeden? Voor de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden is dat onomstotelijk het geval. Vanwege deze status ontvangt de NVvR rijkssubsidie en treden wij op als de vaste, officiële gesprekspartner aan overlegtafels met het parlement, de ministeries en de VNG.
Wij vertegenwoordigen hierin meer dan 6.700 raads- en commissieleden, waarvan het grootste deel via collectief lidmaatschap aan de vereniging is verbonden. Sinds de invoering van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (artikel 3.3.4, zie kader) is de vergoeding van contributie gekoppeld aan de titel 'beroepsvereniging'. Het artikel bepaalt dat de gemeente de contributie vergoedt wanneer het college van oordeel is dat de vereniging voldoet aan de eisen van een voor ieder raadslid toegankelijke, landelijk georganiseerde beroepsvereniging.
Artikel 3.3.4 Indien een raadslid, een wethouder of de burgemeester als zodanig lid is van een voor ieder raadslid, iedere wethouder of iedere burgemeester toegankelijke, landelijk georganiseerde beroepsvereniging die blijkens haar statuten deskundigheidsbevordering of belangenbehartiging van de functie van raadslid, wethouder of burgemeester ten doel heeft of mede ten doel heeft, wordt de contributie van die beroepsvereniging ten laste van de gemeente vergoed, tenzij het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat de activiteiten van de vereniging onvoldoende invulling geven aan het in de eerste volzin bedoelde doel.
De Nederlandse Vereniging voor Raadsleden is de enige onafhankelijke beroeps- en belangenvereniging voor álle raads-, commissie- en eilandraadsleden in Nederland, ongeacht politieke kleur.
1
De Nederlandse Vereniging voor Raadsleden Waar de VPPG zich specifiek richt op plaatselijke politieke groeperingen, richt de NVvR zich primair op de ondersteuning van het raadslidmaatschap in de breedste zin van het woord, alsook de positie van de raad als hoogste orgaan. Wij zetten ons dagelijks in om ervoor te zorgen dat u uw controlerende, kaderstellende en volksvertegenwoordigende rol optimaal kunt invullen. Dit doen wij via de volgende pijlers: • • •
•
Belangenbehartiging en lobby: Wij kaarten de structurele hoge werkdruk, de rechtspositie en de veiligheid van raadsleden rechtstreeks aan in Den Haag. Als officiële gesprekspartner zorgen we dat de stem van de lokale democratie gehoord wordt bij wetswijzigingen. Opleiding en ontwikkeling: Via onze digitale leeromgeving, digitale en fysiek bijeenkomsten bieden wij doorlopende scholing aan over complexe dossiers en positie van het raadslid. Deze zijn ook gratis toegankelijk voor leden. Onderzoek en kennisdeling: Wij voeren doorlopend onderzoek uit naar het functioneren van de gemeenteraden, de tijdsbesteding van raadsleden en de ondersteuning door griffies. Daarnaast ondersteunen we landelijk gefinancierd onderzoek naar thema’s rondom de rol en positie van de raad, en vertalen dit naar praktische handvatten. Individuele ondersteuning: Raadsleden kunnen bij ons terecht voor advies over hun rechtspositie, integriteitsvraagstukken of professionele dilemma's.
Samenwerking en keuzevrijheid We willen benadrukken dat wij niet lijnrecht tegenover de VPPG staan. Beide verenigingen dragen op eigen wijze bij aan de lokale democratie. De Nederlandse Vereniging voor Raadsleden is echter politiek onafhankelijk en maakt geen onderscheid tussen landelijke of lokale partijen. Tot slot herhalen we dat het lidmaatschap, ook bij een collectieve aansluiting vanuit de gemeenteraad, altijd een vrije keuze blijft voor het individuele raadslid. Er is geen sprake van verplichting. Wij vertrouwen erop u hiermee de juiste feiten en kaders te hebben geschetst ten behoeve van uw besluitvorming. Wij wensen u veel succes met uw waardevolle raadswerk.
Met vriendelijke groet,
Petra Paulides Directeur Nederlandse Vereniging voor Raadsleden
2
Gemeenschappelijke Regeling Blink Bestuurssecretariaat Gerstdijk 1 5707 RG Helmond
Helmond, 24 juni 2026 Aan: De gemeenteraden van Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Nuenen, Laarbeek, Someren en Son en Breugel. Onderwerp: Wijziging investeringsbegroting in het kader van de nieuwbouw tbv herhuisvesting Blink naar aanleiding van de vertraging van de herhuisvesting Inleiding Het Algemeen bestuur van De Gemeenschappelijke Regeling Blink (hierna Blink) heef t besloten om de gemeenschappelijke regeling te wijzigen. PreZero Nederland stapt uit de gemeenschappelijke regeling en de huidige samenwerking met PreZero wordt beëindigd. In de g esloten intentieovereenkomst met PreZero is overeengekomen dat Blink tot en met 31-12-2025 gebruik kan blijven maken van het kantoor en de milieustraat aan de Gerstdijk te Helmond. Daardoor moet Blink per 1 januari 2026 over een andere huisvesting beschikken. Daarom zal Blink haar activiteiten verplaatsen naar een andere locatie, bij voorkeur in Helmond. Het gaat hierbij in 1 e instantie om de nieuwbouw van een kantoor, parkeerplaats voor materieel en personeel, werkplaats en een zoutloods. Doordat de besluitvorming pas in het voorjaar van 2025 heef t plaatsgevonden, was de oorspronkelijke planning om eind 2025 de nieuwbouw gereed te hebben niet meer haalbaar. Met PreZero zijn toen nieuwe af spraken gemaakt, met de af spraak per eind 2026 te verhuizen.
In 2025 heef t het AB besloten de meerjarenraming vast te stellen, na een zienswijze procedure. Daarop zijn er inmiddels diverse stappen doorlopen, Door diverse omstandigheden, buiten de invloedsf eer van Blink, heef t de nieuwbouw vertraging opgelopen, zoals eerder aan uw raad is meegedeeld. Af gesproken is indertijd, dat indien de begroting aangepast dient te worden, we hiervoor opnieuw een zienswijzeprocedure zullen volgen. We verwijzen in dit verband ook naar de raadsinf ormatiebrief van 18 maart jongs tleden, waarin we al melding hebben gemaakt van de vertraging van de nieuwbouw (zie b ijlage). Door het AB is een besluit genomen tot herhuisvesting van Blink en daarmee tot nieuwbouw. Er is een proces ingezet met onomkeerbare stappen. Het is niet doenlijk en ook niet mogelijk om het proces van voren af aan opnieuw op te starten. Op basis daarvan dient de ingeslagen weg te worden voortgezet. Uitdaging Doordat de oplevering niet in 2025 zal worden voltooid, maar in 2027, verandert zowel de begroting voor 2027 als de meerjarenbegroting. Met deze zienswijzeprocedure gaan we uitsluitend in op de meerjarenraming, als gevolg van de nieuwe cijf ers voor de nieuwbouw. De begrotingswijziging voor de gehele begroting, waarin nog andere gevolgen becijf erd zullen worden, volgt op een later moment.
Maar gezien de noodzaak, om tijdig met besluiten over de investering voor de nieuwbouw te kunnen komen, is besloten om deze naar voren te halen.
Investeringskosten en de kapitaallasten In 2025 is door het AB vastgesteld een totale investeringsbegroting voor de nieuwbouw van € 11.500.000,00. Hierna volgt de tabel 1 die indertijd daar als onderbouwing bij is gevoegd . rente%
Aankoop grond Parkeren materieel Opslagterrein & parkeren kantoor Gebouwen Indirecte kosten
Bedrag prijspeil 1-1-2024 2.800.000 1.852.000 588.000 4.906.000 852.000
Bedrag prijspeil 1-1-2026 2.800.000 1.962.876 623.202 5.199.712 903.008
Totaal
10.998.000
11.488.798
Aankoop bouwrijpe grond Ruwbouw Afbouw Installaties Toplaag asfalt Overige terreininrichting
Bedrag prijspeil 1-1-2024 2.800.000 3.787.069 927.836 2.100.621 233.126 1.147.692
Bedrag Afschrijvings- Afschrijving prijspeil termijn per jaar 1-1-2026 2.800.000 0 0 4.013.793 50 80.276 983.384 25 39.335 2.226.381 15 148.425 247.083 10 24.708 1.216.402 80 15.205
Totaal
10.996.344
11.487.043
Investering locatie Blink
Berekening kapitaallasten
307.950
Rente 1e jaar
4,00
Kapitaallast 1e jaar
112.000 160.552 39.335 89.055 9.883 48.656
112.000 240.828 78.671 237.481 34.592 63.861
459.482
767.432
Tabel 1
Door de vertraging is een aantal kosten gestegen (dan wel is de verwachting dat deze stijgen). Zo is de grondprijs gestegen (bij prijspeil 2024 – 2026 is geen rekening gehouden met een prijsstijging van de grondprijs), maar ook de bouwkosten zijn f link gestegen, mede als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten van zeer recente datum. Tenslotte zijn er ook enkele posten bijgekomen, die eerder niet voorzien waren, bijvoorbeeld voor de gladheidsbestrijding, werkplaats en wasplaats. De totale investering is gestegen van € 11.500.000 naar € 15.285.000, een verhoging derhalve van € 3.785.000,00, of tewel bijna 34%. Overigens is een deel van de investering voor de zoutloods en het materieel voor de gladheidsbestrijding, die (momenteel) alleen door Helmond wordt af genomen, en dus ook alleen aan Helmond zal worden doorbelast. Dit betref t ca. 10% van de gehele investeringsbegroting. Zoals verleden jaar ook al is aangegeven, is de nieuwbouw voor Blink geen luxe, maar noodzakelijk geworden als gevolg van de ontvlechting van PreZero. Oorzaken De overschrijding kent verschillende oorzaken. Indexering
De begroting is oorspronkelijk opgezet begin 2024. De gehanteerde indexering van deze begroting naar prijspeil 2026 destijds is niet passend gebleken. Daardoor zijn de naar 2026 geïndexeerde investeringskosten te laag ingeschat. Extra investeringen
Tijdens de uitwerking van de def initieve plannen is gebleken dat bepaalde voorzieningen niet of niet juist in de begroting zijn opgenomen. Dit betref t de zoutloods, een werkplaats en een wasplaats. Grondprijs
De in de oorspronkelijke begroting opgenomen grondprijs is verhoogd, wat tijdens het opstellen en indexeren van de begroting niet bekend was. Er zijn nadrukkelijk indertijd geen def initieve af spraken
over de grondprijs gemaakt, eenvoudig omdat er op dat moment nog geen toestemming was vanuit het AB om deze te maken. De grondprijs maakt een wezenlijk deel uit van de kostenstijging. Oorlog Midden-Oosten
Door de vertraging eerder dit jaar is met het uitbreken van de oorlog in het Midden-Oosten ook een f orse kostenstijging onvermijdelijk gebleken voor materialen, brandstof kosten en daarmee gepaard gaande kostenstijgingen voor personeelskosten. Hoewel we begrijpen, dat dit een f linke stijging is, moeten we tegelijk vaststellen, dat de invloed van Blink hierop zeer beperkt is. We zijn indertijd al uitgegaan van een zeer kostenbewuste uitvoering van de nieuwbouw. Daardoor zijn er relatief weinig (tot geen) mogelijkheden, daarop nog besparingen te realiseren. Blink heef t nadrukkelijk behoef te aan de nieuwbouw, die zeer bescheiden is, maar toch kosten met zich mee brengt. Algemeen
Uit een verleden jaar gehouden landelijke benchmark hebben we kunnen opmerken, dat Blink in vergelijking tot andere inzamelbedrijven in Nederland, erg laag zit in de kosten. Hieruit kan de conclusie worden getrokken, dat er weinig lucht zit om te bewegen. Desalniettemin is Blink ervan overtuigd, de komende jaren nog kostendempende maatregelen te kunnen tref f en, met name in het zoeken naar meer synergie in de werkzaamheden voor de verschillende gemeenten, door beleid van de verschillende gemeenten nog nauwer op elkaar af te stemmen. Gevolgen voor de gemeenten In Tabel 2 is uiteengezet welke gevolgen dit heef t, zowel voor de huisvestingslasten voor alle gemeenten binnen Blink als voor de zoutloods, die we alleen voor Helmond f aciliteren. Onderdelen Berekening kapitaallasten aankoop bouwrijpe grond ruwbouw afbouw installaties toplaag asfalt overige terreininrichting totaal
Investering prijspeil 1-1-2026 prijspeil 1-7-2027 bedrag prijspeil bedrag prijspeil bedrag prijspeil afschrijvings- afschrijving per rente 1e jaar kapitaal-last 1e afschrijving per rente 1e jaar kapitaal-last 1e Delta kapitaallasten 1-1-2024 1-1-2026 1-7-2027 termijn jaar 4% jaar 4% jaar 4% jaar 4% 2027 t.o.v. 2026 2.800.000 2.800.000 3.600.000 0 112.000 112.000 144.000 144.000 32.000 3.787.069 4.013.793 5.397.860 50 80.276 160.552 240.828 107.957 215.914 323.872 83.044 927.836 983.384 1.322.482 25 39.335 39.335 78.671 52.899 52.899 105.799 27.128 2.100.621 2.226.381 2.994.099 15 148.425 89.055 237.481 199.607 119.764 319.371 81.890 233.126 247.083 332.284 10 24.708 9.883 34.592 33.228 13.291 46.520 11.928 1.147.692 1.216.402 1.635.851 80 15.205 48.656 63.861 20.448 65.434 85.882 22.021 10.996.344 11.487.043 15.282.575 307.950 459.482 767.432 414.140 611.303 1.025.443 258.011
Berekening kapitaallasten Huisvesting aankoop bouwrijpe grond Huisvesting ruwbouw Huisvesting afbouw Huisvesting installaties Huisvesting toplaag asfalt Huisvesting overige terreininrichting totaal
bedrag prijspeil bedrag prijspeil bedrag prijspeil afschrijvings- afschrijving per rente 1e jaar kapitaal-last 1e afschrijving per rente 1e jaar kapitaal-last 1e Delta kapitaallasten 1-1-2024 1-1-2026 1-7-2027 termijn jaar 4% jaar 4% jaar 4% jaar 4% 2027 t.o.v. 2026 2.800.000 2.800.000 3.600.000 0 112.000 112.000 144.000 144.000 32.000 2.970.686 3.148.535 4.234.237 50 62.971 125.941 188.912 84.685 169.369 254.054 65.142 892.266 945.684 1.271.782 25 37.827 37.827 75.655 50.871 50.871 101.743 26.088 1.918.905 2.033.786 2.735.092 15 135.586 81.351 216.937 182.339 109.404 291.743 74.806 219.930 233.097 313.476 10 23.310 9.324 32.634 31.348 12.539 43.887 11.253 1.137.991 1.206.120 1.622.023 80 15.076 48.245 63.321 20.275 64.881 85.156 21.835 9.939.778 10.367.223 13.776.610 274.770 414.689 689.459 369.518 551.064 920.583 231.124
Berekening kapitaallasten aankoop bouwrijpe grond ruwbouw afbouw installaties toplaag asfalt overige terreininrichting totaal
bedrag prijspeil bedrag prijspeil bedrag prijspeil afschrijvings- afschrijving per rente 1e jaar kapitaal-last 1e afschrijving per rente 1e jaar kapitaal-last 1e Delta kapitaallasten 1-1-2024 1-1-2026 1-7-2027 termijn jaar 4% jaar 4% jaar 4% jaar 4% 2027 t.o.v. 2026 0 816.383 865.258 1.163.623 50 17.305 34.610 51.915 23.272 46.545 69.817 17.902 35.570 37.700 50.700 25 1.508 1.508 3.016 2.028 2.028 4.056 1.040 181.716 192.595 259.007 15 12.840 7.704 20.543 17.267 10.360 27.627 7.084 13.196 13.986 18.808 10 1.399 559 1.958 1.881 752 2.633 675 9.701 10.282 13.828 80 129 411 540 173 553 726 186 1.056.566 1.119.820 1.505.965 33.180 44.793 77.973 44.621 60.239 104.860 26.887
Totaal Totaal Totaal Totaal Totaal Totaal
Zoutloods Zoutloods Zoutloods Zoutloods Zoutloods Zoutloods
Tabel 2
De eerste 4 kolommen betref f en de investering, zowel op prijspeil 2024, als 2026, en met de jongste gegevens, prijspeil 2027. Daarnaast zijn de verschillende af schrijvingstermijnen benoemd. In de twee serie kolommen staan de kapitaallasten gebaseerd op prijspeil 2026 en in de laatste serie kolommen de kapitaallasten volgens de jongste inf ormatie. De opbouw en het verloop van de kapitaallasten is weergegeven in Tabel 3:
Financiering Rente Afschrijving Totale kapitaallast Delta kapitaallast
Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3 Jaar 4 15.282.575 14.868.435 14.454.296 14.040.156 611.303 594.737 578.172 561.606 414.140 414.140 414.140 414.140 1.025.443 1.008.877 992.311 975.746 16.566 16.566 16.566
Tabel 3
Jaar 1 staat voor het eerste volle jaar dat de investering wordt geactiveerd (dat wil zeggen, de lasten worden genomen). In de jaren daarna worden de kapitaallasten lager, omdat er dan wordt af gelost op de lening, waardoor de rente ook daalt. De gevolgen voor de 9 gemeenten wordt in tabel 4 duidelijk gemaakt:
Tabel 4
In tabel 4 zijn de meerkosten van de investering uitgedrukt ten opzichte van de naar 2026 geïndexeerde oorspronkelijke investeringsbegroting. Het ef f ect van deze hogere kapitaallasten is per gemeente verschillend, maar met name voor de gemeente Helmond verhoudingsgewijs groter omdat de zoutloods voor hun rekening komt. Gevolgen voor de inwoners In onderstaande tabel 5 is te zien, welk ef f ect de stijging van de kapitaallasten per gemeente heef t op de jaarlijkse kosten per huisaansluiting (variatie van € 1,05 tot € 2,99) c.q. per inwoner (variatie van € 0,45 in gemeente Asten tot € 1,34 in gemeente Helmond).
Tabel 5
Rol van de gemeenteraden Zoals verleden jaar met de gemeenteraden is af gesproken, en conf orm artikel 35 lid 1 van de WGR worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld om voordat het Algemeen Bestuur over dit voorstel tot begrotingswijziging een besluit neemt, een zienswijze kenbaar te maken. Indien een gemeenteraad hiervan gebruik wenst te maken, dient deze zienswijze 12 weken na verzenden van dit concept besluit binnen te zijn. Reacties kunnen per mail worden verzonden aan: theo.lemmen@mijnblink.nl of per post: Blink, Gerstdijk 1, 5407 RG Helmond .
Namens het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Blink
bestuurssecretaris dhr. Th.H.W.M. Lemmen
Gemeenschappelijke Regeling Blink Bestuurssecretariaat Gerstdijk 1 5707 RG Helmond
Helmond, 25 maart 2026 INFORMATIEBRIEF TEN BEHOEVE VAN RAADSLEDEN VAN DE DEELNEMENDE GEMEENTEN IN BLINK Geachte leden van de gemeenteraad, Graag informeren wij uw raad met deze informatiebrief over de nieuwbouwplannen van GR Blink. 1 Aanleiding Op 16 april 2025 bent u door GR Blink via een informatiebrief geïnformeerd over de voorbereidingen die getroffen worden om de herhuisvesting van GR Blink naar een nieuwbouwlocatie aan de Beemdweg in Helmond mogelijk te maken. Ook heeft GR Blink in 2025 op 16 april en 7 mei een raadsinformatiebijeenkomst georganiseerd waarin de achtergronden van de herhuisvesting Blink nader zijn toegelicht. Inmiddels zijn er een aantal stappen gezet en heeft GR Blink beter zicht op de planning en uitvoering van de nieuwbouw. Met deze raadsinformatiebrief brengen wij u op de hoogte van de laatste stand van zaken. 2 Welke stappen zijn tot nu toe gezet Eind 2024 / begin 2025 oplevering natuurtoets Conclusie uit deze toets is dat er nader onderzoek gedaan moet worden naar soorten die aangetroffen zijn, maar ook naar soorten waarvan men vermoedt dat ze aanwezig kunnen zijn (zoals de Grote Vos, Vermiljoenkever, alpensalamander,). -
Juli 2025 conceptrapportage Nader onderzoek Flora en Fauna
Het nader onderzoek kent een vaste doorlooptijd van circa een half jaar waarin op een vast aantal momenten onderzoek gedaan wordt naar de mogelijke aanwezigheid van beschermende soorten. Uitgangspunt hierbij is dat als deze soorten aanwezig zouden kunnen zijn, er gehandeld moet worden alsof ze aanwezig zijn. Uit het Nader onderzoek komt naar voren dat er mogelijk marterachtigen in de omgeving aanwezig kunnen zijn. Verder worden larven van de Vermiljoenkever aangetroffen. -
Oktober 2025 Ontheffingsaanvraag omgevingswet beschermde natuurwaarden
Medio oktober 2025 is de ontheffingsaanvraag ingediend bij de Omgevingsdienst Brabant Noord. De definitieve versie van het rapport Nader onderzoek Flora en Fauna is meegestuurd met de aanvraag voor de omgevingsvergunning. Verder is eind november een projectplan aangeleverd over hoe om te gaan met de aanwezigheid van marterachtigen en de vermiljoenkever.
Gemeenschappelijke Regeling Blink Bestuurssecretariaat Gerstdijk 1 5707 RG Helmond
-
27 februari Ontheffing omgevingswet beschermende natuurwaarden (omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit)
Uiteindelijk hebben bovengenoemde stappen 27 februari 2026 geleid tot verlening van de ontheffing. De vergunning (ontheffing) spreekt echter wel van een verbodsperiode tussen 1 maart en 31 augustus. Dit betekent dat het rooien van het bos na 1 september 2026 kan plaatsvinden. In dezelfde periode (mei 2026 – september 2026) worden ook de volgende stappen gezet: -
Aanvraag stroomaansluiting
-
Doorlopen participatietraject
-
Doorlopen bouwteamfase tot Uitvoering.
3 Nog te nemen stappen en aangepaste planning De volgende stappen moeten nog genomen worden: Opheffen bomenbeschermingsgebied Rooien bomen Bodemonderzoek Bouwrijp maken grond Verkoop perceel vanuit gemeente Helmond aan GR Blink Aanvraag bouwvergunning Start uitvoering Het gebied is in het verleden aangewezen als bomenbeschermingsgebied. Door ontheffing te verlenen voor de bomenbescherming op de beoogde locatie, kunnen de bomen gekapt worden en kan gestart worden met het een bodemonderzoek. Nadat het bodemonderzoek is afgerond, kan de aanvraag voor een bouwvergunning afgerond worden, de grond bouwrijp gemaakt worden en de grond vanuit gemeente Helmond overgedragen worden aan GR Blink. Zoals het er nu uitziet, kan het rooien van de bomen pas na 1 september van start gaan. Dan zou in week 45 (ongeveer medio november) de overdracht van de grond kunnen plaatsvinden en met de bouw gestart kunnen worden. Rekening houdend met een bouwtijd van ca. 9 maanden, is de verwachting dat de nieuwe opleverdatum van de locatie medio juli 2027 gaat worden. Na oplevering heeft GR Blink nog een aantal maanden nodig om verhuizing te realiseren. De verwachting is daarmee dat Blink in september 2027 het nieuwe pand aan de Beemdweg in gebruik kan nemen. Dit is ca. 9 maanden later dan aanvankelijk gepland was.
4 Vervolgstappen In de tussentijd wordt onderzocht of het bodemonderzoek onder ecologische begeleiding al deels al eerder gestart kan worden. Als dan alles meezit, zou daar mogelijk ca. 1,5 maand tot 2 maanden mee gewonnen kunnen worden. De oplevering zou dan in plaats van medio juli naar begin juni kunnen schuiven, met een verhuizing van Blink naar de nieuwe locatie rond begin augustus 2027.
Gemeenschappelijke Regeling Blink Bestuurssecretariaat Gerstdijk 1 5707 RG Helmond
Zowel de verhuurder van de huidige locatie aan de Gerstdijk als die van ’t Cour hebben aangegeven dat GR Blink langer gebruik kan maken van de locaties. De huisvesting van GR Blink blijft dus gewaarborgd. 5 Financiële consequenties Het is op dit moment nog niet bekend wat de financiële consequenties van deze vertraging zijn. Het is al wel duidelijk, dat er financiële consequenties mee gemoeid zullen zijn. Zo zullen we langer onze huidige huurkosten moeten dragen (in 2027). Daarnaast zijn de kosten voor de verwerving van de grond inmiddels gestegen en in relatie met de meest recente geopolitieke ontwikkelingen heeft de aannemer al aangekondigd, om de verleden jaar aangeboden prijs niet te kunnen handhaven. GR Blink zal daarom een begrotingswijziging op gaan stellen, die, zoals afgesproken, voor zienswijze aan u zal worden voorgelegd.
Helmond, 25 maart 2026 Voorzitter Mw. M.M.E.L. Van Lierop
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
bestuurssecretaris dhr. Ing. Th.H.W.M. Lemmen