CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A Ingekomen stukken

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente HelmondBij agendapunt: Ter kennisname17.486 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ingekomen stukken Nummering

2026-07-A77

Onderwerp

A77 M. de Kort inzake ontslag als wethouder van de gemeente Helmond

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

01-06-2026

Datum raadsvergadering

07-07-2026

Hoofddocument

A77 M. de Kort inzake ontslag als wethouder van de gemeente Helmond

Nummering

2026-07-A78

Onderwerp

A78 MRE Regionale Uitvoeringsstrategie Voorzieningen

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

03-06-2026

Datum raadsvergadering

07-07-2026

Hoofddocument

A78 MRE Regionale Uitvoeringsstrategie Voorzieningen

Nummering

2026-07-A79

Onderwerp

A79 Brief beroepsvereniging VPPG inzake 3.3.4 rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

08-06-2026

Datum raadsvergadering

07-07-2026

Hoofddocument

A79 Brief beroepsvereniging VPPG inzake 3.3.4 rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers

1

Nummering

2026-07-A80

Onderwerp

A80 20260617 Informatiebrief BO Brainport 27 mei 2026

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

17-06-2026

Datum raadsvergadering

07-07-2026

Hoofddocument

A80 20260617 Informatiebrief BO Brainport 27 mei 2026

Nummering

2026-07-A81

Onderwerp

A81 Ontslag raadslid Tuerlings per 18 juni 2026

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

18-06-2026

Datum raadsvergadering

07-07-2026

Hoofddocument

A81 Ontslag raadslid Tuerlings per 18 juni 2026

Nummering

2026-07-A82

Onderwerp

A82 Nederlandse Vereniging voor Raadsleden Reactie VPPG

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

22-06-2026

Datum raadsvergadering

07-07-2026

Hoofddocument

A82 Nederlandse Vereniging voor Raadsleden - Reactie VPPG

Nummering

2026-07-A83

Onderwerp

A83 Zienswijze uitbreiding investering nieuwbouw GR Blink

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

24-06-2026

Datum raadsvergadering

07-07-2026

Hoofddocument

A83 Zienswijze uitbreiding investering nieuwbouw GR Blink

Van: Kort, Martijn de Verzonden: maandag 1 juni 2026 09:23 Onderwerp: Ontslag als wethouder van de gemeente Helmond

Geachte voorzitter en leden van de gemeenteraad, Middels deze brief deel ik u mede dat ik op eigen verzoek mijn ontslag indien als wethouder van de gemeente Helmond. Enkele dagen geleden is bekend geworden dat ik word voorgedragen als wethouder in de gemeente Roosendaal. Ik wil deze voordracht graag aanvaarden. De geplande installatievergadering van het nieuwe college in Roosendaal is 2 juni aanstaande. Onder voorbehoud van de benoeming door de raad op 2 juni, zal mijn ontslag ingaan op 3 juni aanstaande. Ik dank u voor de prettige samenwerking in de afgelopen periode waarbij we, met de aankomende afscheidsmomenten, vanzelfsprekend inhoudelijk nog nader stil zullen staan. Met vriendelijke groet,

Martijn de Kort Wethouder Economie, Arbeidsmarkt, Financiën, Mobiliteit, Energie en Werk&Inkomen Postbus 950, 5700 AZ Helmond Huis voor de Stad, Weg op den Heuvel 35, 5701 NV Helmond

Aan gemeenteraden en colleges van de 21 deelnemende gemeenten

uw kenmerk

uw brief van

onderwerp Regionale Uitvoeringsstrategie Voorzieningen

ons kenmerk 100629-4210/JLO/WBR

datum 2 juni 2026

e-mailadres j.louisa-muller@metropoolregioeindhoven.nl

Geachte gemeenteraden en colleges, De groei van onze regio gaat gepaard met een toenemende vraag naar maatschappelijke voorzieningen, zoals scholen, zorgvoorzieningen, sportaccommodaties en ontmoetingsplekken in wijken en dorpen. Om deze groei in goede banen te leiden en ook een kwaliteitssprong te laten zijn, hebben de 21 gemeenten binnen de MRE gezamenlijk een Regionale Uitvoeringsstrategie Voorzieningen opgesteld. U bent eerder, in april 2025, geïnformeerd over de afronding van de verkennende fase in het kader van de voorzieningen, waaronder de uitkomsten van de nulmeting (huidige situatie), de quick scan bekostiging basisvoorzieningen en de adaptieve lijst van topvoorzieningen. Het Dagelijks Bestuur van de MRE heeft nu de regionale uitvoeringsstrategie vastgesteld in haar vergadering van 18 mei jl. Dit is gebeurd nadat alle colleges de gelegenheid hebben gekregen in te stemmen met de Regionale Uitvoeringsstrategie Voorzieningen als regionaal document en aandachtpunten voor de eigen gemeente mee te geven aan het DB van de MRE1. Met deze brief informeren wij uw raad over deze regionale strategie en de betekenis hiervan voor uw gemeente. Aanleiding De groei van de regio vraagt niet alleen om extra woningen en infrastructuur, maar ook om voldoende maatschappelijke voorzieningen. Wanneer voorzieningen niet tijdig meebewegen met

1 Het DB heeft deze reacties meegenomen in haar besluitvorming. Het DB ziet hierin belangrijke

aandachtspunten voor het vervolgproces en de uitwerking in het werkplan van de MRE.

de groei van het aantal inwoners, kan dit leiden tot druk op bestaande voorzieningen en een afname van leefbaarheid en sociale samenhang. De Regionale Uitvoeringsstrategie Voorzieningen geeft richting aan hoe gemeenten gezamenlijk willen zorgen dat het voorzieningenniveau meegroeit met de bevolkingsgroei en bijdraagt aan een leefbare regio. De strategie vormt daarnaast een belangrijke basis voor gesprekken met het Rijk en andere partners over hun bijdragen aan de bekostiging van de maatschappelijke voorzieningen. Doel van de regionale strategie De strategie heeft als doel om van de verwachte schaalsprong van de regio een kwaliteitssprong te maken. Dit betekent dat de groei van het aantal inwoners wordt benut om tegelijkertijd te investeren in een sterke en aantrekkelijke leefomgeving. Voorzieningen spelen daarin een belangrijke rol. Zij dragen bij aan ontmoeting, gezondheid, ontwikkeling en sociale cohesie en vormen daarmee een belangrijke basis voor brede welvaart in de regio. Vier regionale prioriteiten Binnen de brede voorzieningenopgave is op basis van advies van de betrokken wethouders van de 21 gemeenten en met brede steun van de colleges gekozen voor bestuurlijke focus op vier prioritaire thema’s: 1. Onderwijshuisvesting Door de groei van het aantal inwoners zal ook het aantal leerlingen toenemen.

Regionale afstemming is nodig om tijdig voldoende onderwijsvoorzieningen te realiseren. 2. Eerstelijnszorg en GGZ De druk op huisartsenzorg en geestelijke gezondheidszorg neemt toe door bevolkingsgroei en vergrijzing. Samenwerking met zorgpartners en regionale afstemming zijn noodzakelijk om de toegankelijkheid van zorg te borgen. 3. Sport en bewegen, inclusief dorps- en wijkcentra Sportvoorzieningen en ontmoetingsplekken dragen bij aan gezondheid, preventie en sociale samenhang. Door de groei van de regio ontstaat extra vraag naar sportaccommodaties en plekken voor ontmoeting. 4. Ontmoeten (dorps- en wijkcentra) Vanwege het belang van plekken waar inwoners elkaar vanzelfsprekend kunnen ontmoeten, meedoen en sociale samenhang ontstaat, zijn dorps- en wijkcentra, in welke vorm dan ook, toegevoegd als prioriteit. Deze prioriteiten geven richting aan de regionale samenwerking op het gebied van mee laten groeien van de basisvoorzieningen. Rol van gemeenten en de regio De verantwoordelijkheid voor het realiseren van voorzieningen ligt primair bij gemeenten en maatschappelijke partners. De MRE vervult daarbij vooral een ondersteunende rol, waar regionaal samenwerken toevoegt als som die meer is dan de 21 delen. De regionale samenwerking richt zich onder andere op: • het maken van gezamenlijke strategische keuzes;

pagina 2 van 3

• het afstemmen van plannen en investeringen; • het delen van kennis en ervaringen; • het versterken van de gezamenlijke belangenbehartiging. De strategie vormt daarmee een gezamenlijk kader voor samenwerking, terwijl gemeenten verantwoordelijk blijven voor de lokale keuzes, programmering en uitvoering. Lokale betekenis voor uw gemeente De lokale betekenis van de Regionale Uitvoeringsstrategie Voorzieningen kan voor elke gemeente verschillend zijn, afhankelijk van aard, omvang en urgentie van de lokale opgave. In deze uitvoeringsstrategie heeft de regio gezamenlijk koers bepaald. De focus verschuift nu naar uitvoering. Het initiatief hiervoor ligt primair bij u als gemeente, in nauwe samenwerking met maatschappelijke partners. Vervolg De Regionale Uitvoeringsstrategie Voorzieningen vormt een kader voor de verdere regionale samenwerking en wordt de komende periode verder uitgewerkt in een werkplan met concrete acties. Voor gemeenten betekent dit dat de strategie wordt betrokken bij toekomstige beleidsontwikkeling en bij investeringsafwegingen rond maatschappelijke voorzieningen. Eventuele concrete voorstellen worden aan uw raad voorgelegd via de reguliere lokale beleids- en planning- en controlcyclus. Met vriendelijke groet, het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven, de secretaris,

de voorzitter,

G.A.G.H. Wouters

J.R.V.A. Dijsselbloem

pagina 3 van 3

Uitvoeringsstrategie voorzieningen MRE

Mei 2026

vooraf

Dit document is de uitvoeringsstrategie voorzieningen van de MRE

INHOUD

2

03

Vooraf

04

#1 Inleiding

10 11 12

#2 Uitgangspunten 2.1 Ambitie 2040 2.2 Uitgangspunten regionale samenwerking

15 16 20 22 24 26

#3 Actielijnen per domein 3.1 Actielijn zorg en welzijn 3.2 Actielijn onderwijs en kinderopvang 3.3 Actielijnen cultuur 3.4 Actielijn sport 3.5 Actielijn recreatief groen

28

#4 Vervolg

Uitvoeringsstrategie Metropoolregio Eindhoven

In deze uitvoeringsstrategie maken de 21 gemeenten afspraken om te zorgen dat het aanbod van voorzieningen meegroeit met de bevolkingsgroei en aansluit bij de ambitie voor brede welvaart. In het document formuleren we onze ambitie, uitgangspunten voor regionale samenwerking en vertalen we deze naar benodigde acties. Dit vraagt iets van de hele regio: van de gemeenten, van de MRE-organisatie en van maatschappelijke partners. De uitvoeringsstrategie is opgesteld met betrokkenheid vanuit alle gemeenten. Ook is een aantal maatschappelijke partners geconsulteerd.

De uitvoeringsstrategie wordt nog verder besproken met gemeenten en partners De uitvoeringsstrategie is opgesteld om richting te geven aan de gezamenlijke inzet in de regio én als inhoudelijke onderlegger voor de vervolggesprekken met het Rijk. In dat kader wordt de uitvoeringsstrategie op 19 januari 2026 geagendeerd in het DB. Het dagelijks bestuur van de MRE heeft geen besluitbevoegdheid over acties die bij gemeenten en maatschappelijke partners zijn belegd. Daarom markeert de bespreking in het DB een belangrijk startpunt, maar niet het einde van het proces. Na agendering volgt een fase waarin de uitvoeringsstrategie verder wordt besproken met partners en waarin gemeenten het gesprek voeren binnen hun eigen bestuurlijke gremia, zoals colleges en raden. Binnen de MRE wordt in deze periode verkend hoe het voorzieningenvraagstuk bestuurlijk en organisatorisch goed kan worden ingericht en verankerd.

3

#1 INLEIDING

Sociaal maatschappelijke ontwikkeling als randvoorwaarde voor groei in balans Zuidoost-Brabant groeit explosief. Door de groei van krachtige economische motor van de Brainportregio worden er tot 2040 circa 100.000 woningen gebouwd en groeit het aantal inwoners naar verwachting met ca. 20% tot 25%1. Een groot deel hiervan betreft nieuwkomers. Deze groei is flink groter dan het Nederlands gemiddelde van ca. 6,5%. De regio Zuidoost-Brabant staat daarmee voor een fundamentele ‘schaalsprong’. Die schaalsprong biedt kansen, maar stelt ons ook voor de vraag hoe we een regio blijven waar mensen zich thuis voelen, erbij horen en gezond kunnen leven. Iedereen moet mee kunnen doen – onze huidige inwoners én nieuwkomers, uit binnen- en buitenland. Deze schaalsprong, aangejaagd door de sterke economische ontwikkeling van Brainport, vraagt niet alleen om meer woningen en infrastructuur, maar ook om een stevige sociaal-maatschappelijke groeistrategie die rekening houdt met het toenemende beroep op voorzieningen. Hiermee bouwen we aan een zorgzame en vitale samenleving en investeren we in sociale cohesie. Dit is cruciaal voor het welzijn van alle inwoners. Alleen door een integrale en lange termijn aanpak, waarin fysieke, economische én sociale ontwikkeling hand in hand gaan, kunnen we zorgen voor een regio waar iedereen prettig kan leven vanuit alle aspecten van brede welvaart.

De groei van de regio is een uitdaging, maar biedt ook kansen. Groei kan juist bijdragen aan het behoud

en de versterking van voorzieningen die anders onder druk zouden komen te staan, met name in dorpen en kleinere kernen. Bovendien biedt de groei kansen om voorzieningen slimmer te organiseren en te vernieuwen, bijvoorbeeld door multifunctioneel gebruik en betere regionale samenwerking. Voorzieningen zijn cruciaal voor brede welvaart. Voorzieningen zijn de plekken waar inwoners elkaar ontmoeten en waar activiteiten plaatsvinden die zelfen samenredzaamheid en levenskwaliteit versterken. De druk op sociaal-maatschappelijke voorzieningen is nu al merkbaar en zal verder toenemen. Het is van belang dat scholen, kinderopvang, huisartsenzorg, sportvelden, bibliotheken, jeugdzorg en culturele voorzieningen toegankelijk blijven bij een schaalsprong van deze omvang. Tegelijkertijd zijn deze voorzieningen bepalend voor het vestigingsklimaat en de sterke economische motor van de Brainportregio: naast bedrijvigheid is het bieden van een prettige leefomgeving hierin onmisbaar. Voldoende en passende maatschappelijke voorzieningen zijn hierbij de basis.

Van schaalsprong naar kwaliteitssprong: een regionale opgave In het Beethovenconvenant wordt erkend dat de ruimtelijke schaalsprong alleen kan slagen als ook de sociaal-maatschappelijke basis meegroeit. Brede welvaart is en blijft daarbij het leidend perspectief van onze samenwerking. Vanuit brede welvaart als kompas en een breed gedragen verantwoordelijkheid, slaan de 21 gemeenten de handen ineen om het voorzieningenniveau naar een hoger niveau te

1 Bron: Bevolkingsontwikkeling tot 2040

Zuidoost-Brabant (Provincie NoordBrabant, Brainport Development, GGD Brabant-Zuidoost).

4

Uitvoeringsstrategie Metropoolregio Eindhoven

5

tillen: de kwaliteitssprong. Voorzieningen zijn immers de plekken waar mensen elkaar ontmoeten en de basis voor brede welvaart wordt gelegd. De kwaliteitssprong betekent dat de bestaande voorzieningen moeten meegroeien met de groei van de regio om de kwaliteit op peil te houden, en dat nieuwe (inter)nationale topvoorzieningen aan de regio moeten worden toegevoegd om echt een sprong in kwaliteit te maken die past bij de internationale positie van de regio. Rijk en regio erkennen dat voorzieningen integraal onderdeel zijn van gebiedsontwikkeling en de toekomstige leefomgeving, en verkennen samen de financiële arrangementen om dit goed te integreren. Daarom hebben ze afgesproken de gevolgen van de schaalsprong voor voorzieningen als onderwijs, zorg, bibliotheken en cultuur in kaart te brengen en te bezien wat dat fysiek én financieel betekent. Opeenvolgende onderzoeken die vanuit de MREsamenwerking het afgelopen jaar zijn uitgevoerd laten een consistent beeld zien: met het huidige voorzieningenniveau redden we het niet. Om van de schaalsprong een kwaliteitssprong te maken zijn investeringen nodig in voldoende en passende

voorzieningen. Tegelijkertijd bieden gerichte investeringen en regionale samenwerking perspectief om vanuit de groei het voorzieningenaanbod structureel te versterken. Vanuit deze inzichten is het nu tijd om de stap te zetten naar acties. Een leefbare regio is een opgave voor ons allemaal. Van Rijk tot gemeenten en van overheid tot bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties; dat is een samenwerking die de schaal van individuele gemeenten overstijgt. Daarom werken we in de regio samen aan een gezamenlijke richting en de acties die nodig zijn in de gehele regio.

We werken vanuit één regionale opgave, maar erkennen de noodzaak voor lokale invulling, accenten en verschillen Hoewel alle gemeenten in de regio de komende jaren groeien - en velen sterker dan het landelijke gemiddelde - verschillen de opgaven per gebied. De regio kent een rijke diversiteit aan woonmilieus,

van stedelijke centra tot dorpen en buitengebied. Veel behoeften zijn hetzelfde – iedereen wil een huisarts, goede school en sportvoorzieningen – maar het aantal en de inrichting van de voorzieningen moet ook passen bij lokale behoeften. De schaalsprong vraagt dus niet om één uniforme aanpak, maar om keuzes die passen bij de schaal en identiteit van iedere plek. Tegelijkertijd vraagt deze variatie ook om meer samenhang: individuele keuzes hebben steeds vaker regionale effecten en vragen om afstemming en gezamenlijke investeringsafwegingen.

2 Actualisatie MIRT-onderzoek Brainportregio (2025).

6

Uitvoeringsstrategie Metropoolregio Eindhoven

Een aanzienlijk deel van de woningbouw en werkgelegenheid concentreert zich in de regionale knopen en gebiedsgerichte ontwikkelpaden (zie ook onderstaand figuur)2. In deze gemeenten zal de druk op voorzieningen daardoor snel en zichtbaar toenemen. De sterke verdichting die hier plaatsvindt, vraagt om zorgvuldige ruimtelijke keuzes: binnen beperkte ruimte moet op tijd plek worden gevonden voor voorzieningen. Ook in gemeenten die minder

hard groeien, ligt er een opgave. Door hun eigen groei, maar ook zeker door de groei in buurgemeenten. Wanneer de regio groeit, voelt elke gemeente de effecten, bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit, voorzieningengebruik, recreatie en soms ook in de identiteit van een gebied. Zo worden stedelijke gebieden meer geconfronteerd met verdichtingsvraagstukken en capaciteitsdruk; landelijke gemeenten hebben ook te maken met opgaven als behoud van voorzieningen en de lokale identiteit. De uitdagingen verschillen dus per gemeente, maar raken elkaar onderling. De MRE-gemeenten erkennen de verschillen in opgaven maar ook de onderlinge afhankelijkheid: door gezamenlijk te sturen op groei, voorzieningen en ruimte ontstaat een evenwichtige ontwikkeling van de hele regio. Deze strategie vormt tevens de basis voor een regionale investeringsagenda en voor het gesprek met het Rijk over hun bijdrage aan de voorzieningenopgave.

7

SCOPE Een uitvoeringsstrategie voorzieningen als basis voor actie

De centrale vraag die we hiermee beantwoorden is: hoe maken we van de schaalsprong een kwaliteitssprong?

De huidige urgentie op het voorzieningenvraagstuk en de behoeften aan gezamenlijke richting is de aanleiding voor deze uitvoeringsstrategie. In deze uitvoeringsstrategie formuleren we:

Daarbij maken we expliciet wie daarin welke rol heeft. De verantwoordelijkheid voor het programmeren van maatschappelijke voorzieningen ligt primair bij de gemeenten. Tegelijkertijd vraagt de regionale samenhang van de schaalsprong om een aanvullende rol van de MRE-samenwerking en -organisatie, zoals het verbinden van partners, het coördineren van de gezamenlijke koers en het versterken van de regionale positie richting provincie en Rijk. Bovendien hebben ook domeinnetwerken en samenwerkingsverbanden in de regio een belangrijke rol in de uitvoering. Hier gaan we in de rest van de strategie nader op in.

n een gezamenlijke visie op het voorzieningenniveau dat nodig is om Zuidoost-Brabant in 2040 leefbaar, inclusief en aantrekkelijk te houden; n de opgave die volgt uit de schaalsprong en uit maatschappelijke trends; n richtinggevende keuzes voor de toekomst van het regionale voorzieningenlandschap; n concrete acties voor de komende jaren, inclusief afspraken over samenwerking en rolverdeling.

Deze strategie richt zich op de voorzieningen in de Brainportregio. Daarmee bedoelen we de fysieke gebouwen en plekken waar maatschappelijke functies worden uitgevoerd: schoolgebouwen, kinderopvanglocaties, buurthuizen, sportvelden, theaters, huisartspraktijken en vergelijkbare maatschappelijke infrastructuur. We onderscheiden vijf domeinen: zorg & welzijn, cultuur & evenementen, onderwijs & kinderopvang, recreatief groen en sport. De uitvoeringsstrategie richt zich op de vraag hoe we in 2040 als regio over voldoende en kwalitatief goede voorzieningen beschikken. Het vertrekpunt is de maatschappelijke functie die een voorziening vervult; gebouwen zijn daarvoor een randvoorwaarde. Daarom richt deze strategie zich niet alleen op wat we fysiek moeten bouwen, maar ook op wat er inhoudelijk nodig is om voorzieningen daadwerkelijk te laten werken voor inwoners en hun omgeving en het waarom van deze voorzieningen. Deze strategie is geen uitputtend overzicht: het gaat om de voorzieningen die vanuit de schaalsprong het meest relevant en beïnvloedbaar zijn voor gemeenten op regionaal niveau. Sommige voorzieningen zijn wél als belangrijk naar voren gekomen, maar vallen buiten de scope van deze strategie. Dat geldt bijvoorbeeld voor commerciële voorzieningen zoals detailhandel en horeca.

Sommige andere voorzieningen, zoals maatschappelijke opvang en veiligheidsvoorzieningen (denk aan politiebureaus en brandweerkazernes), zijn in dit traject niet naar voren gekomen als regionale opgave maar zijn uiteraard ook van groot belang. Deze voorzieningen zijn vaak al op een andere tafel belegd. Deze strategie staat in nauw verband met andere MRE-programma’s die zich richten op kernopgaven van de regio, zoals bereikbaarheid (mobiliteit), woningbouw en verstedelijking (ruimte en wonen) en het versterken van groen en landschap (Vitale Groene Leefomgeving). Elk van deze programma’s benadert de schaalsprong vanuit een eigen perspectief, maar raakt aan dezelfde centrale opgave: het opvangen van groei op een manier die de kwaliteit van de leefomgeving versterkt. Juist in samenhang bezien bepalen deze programma’s hoe de regio de schaalsprong benut als kwaliteitssprong voor wonen, werken, bereikbaarheid en voorzieningen. Daarnaast bouwt deze strategie voort op eerdere trajecten, zoals de nulmeting voorzieningen (BRO) en de quickscan bekostiging (Deloitte).

Leeswijzer In het eerste hoofdstuk geven we een inleiding op het vraagstuk. In het tweede hoofdstuk beschrijven we de uitgangspunten voor de uitvoeringsstrategie. Dit is de kapstok voor de actielijn per domein. Daarin werken we uit welke acties en keuzes nodig zijn. We sluiten af met afspraken over regionale samenwerking, monitoring en de vervolgstappen om van uitvoeringsstrategie naar uitvoering te komen.

8

Uitvoeringsstrategie Metropoolregio Eindhoven

9

#2 UITGANGSPUNTEN Dit hoofdstuk legt de basis voor de uitvoeringsstrategie. We schetsen de gezamenlijke ambitie voor 2040: een richtinggevend kompas voor keuzes die we als 21 gemeenten maken. Deze ambitie vormt het gezamenlijke kader, met ruimte voor gemeenten en maatschappelijke partners om hieraan een passende lokale invulling te geven.

2.1 Ambitie 2040 Ambitie: een regio waar iedereen meedoet In 2040 is de Metropoolregio Eindhoven een regio waar de groei heeft geleid tot méér kwaliteit van leven. We hebben de schaalsprong benut als hef boom voor een kwaliteitssprong: een regio waar iedereen mee kan doen, zich kan ontwikkelen en prettig kan leven. Brede welvaart vormt het richtpunt. Inwoners voelen zich veilig, gezond, verbonden en ondersteund — in stad én dorpen. Brede welvaart omvat economische, ecologische en sociale componenten: een sterke en inclusieve economie, een gezonde leefomgeving met respect voor natuur en klimaat, en een samenleving waarin mensen zich verbonden en gesteund voelen. Zo is gebouwd aan een regio die niet alleen economisch sterk is, maar die brede welvaart in al haar dimensies voor iedereen realiseert. Onze regio in 2040 is een plek waar: n Ontmoeting vanzelfsprekend is. In wijken, dorpen en kernen zijn laagdrempelige plekken waar mensen elkaar zien, spreken en ondersteunen. n Sociale cohesie sterk is. Inwoners doen mee en kijken naar elkaar om. Nieuwe én bestaande bewoners vinden elkaar gemakkelijk doordat voorzieningen uitnodigen tot participatie. De lokale identiteit wordt gekoesterd. n Gezondheid voorop staat. Sport, bewegen en (mentale) gezondheid maken vanzelfsprekend deel uit van het dagelijks leven.

De omgeving nodigt uit tot bewegen, eerstelijnszorg is dichtbij, en door preventie is de zorgvraag afgenomen. n Ieders talent wordt benut. Goede onderwijs-, kind- en cultuur-voorzieningen zorgen ervoor dat iedereen dichtbij een plek heeft waar je kunt leren, maken, ontdekken en groeien. n Groen overal aanwezig is. Zuidoost-Brabant blijft een regio met zowel stedelijke als meer landelijke kernen, met korte afstanden tot groen, aantrekkelijke parken in alle kernen en groene verbindingen die gezondheid, biodiversiteit en recreatie versterken. n Internationaal op de kaart staat. De regio positioneert zich als één van de centrale regio’s van Nederland met internationale allure door middel van onderscheidende topvoorzieningen.

10

Uitvoeringsstrategie Metropoolregio Eindhoven

Voorzieningen als bouwstenen voor brede welvaart Om deze ambitie te realiseren, zien we voorzieningen nadrukkelijk als dienend aan brede welvaart. Voorzieningen als scholen, sportvelden en buurthuizen zijn geen losse stenen; het zijn plekken waar waarden als gezondheid, ontplooiing en ontmoeting in praktijk worden gebracht. Voorzieningen worden daarom ontworpen en georganiseerd vanuit hun sociaal-maatschappelijke functie. We kiezen voor vijf richtinggevende uitgangspunten: n Basisvoorzieningen zijn nabij. Iedereen moet toegang hebben tot onderwijs, kinderopvang, eerstelijnszorg, sport en groen op passende loop- of fietsafstand. Wat ‘dichtbij’ is, kan per dorp, stad en wijk verschillen. n Voorzieningen zijn integraal onderdeel van ruimtelijke ontwikkeling. Bij elke gebiedsontwikkeling is het meenemen van de maatschappelijke opgave vanaf het begin een ontwerpprincipe. Voorzieningen worden samen met woningen, mobiliteit en groen gepland. Zo bouwen we niet alleen woningen, maar leefbare wijken. n We bouwen doelgericht en vraaggestuurd. We investeren vooraf samen met sociaalmaatschappelijke partners en gebruikers in de juiste randvoorwaarden, zodat voorzieningen passend zijn op de huidige en toekomstige vraag – zowel kwalitatief als kwantitatief. n Niet simpelweg meer van hetzelfde.

Schaarste aan ruimte, mensen en middelen maakt inzet op innovatie en transformatie onmisbaar om het voorzieningenniveau op peil te brengen en te houden. We ontwikkelen actief nieuwe aanpakken die een alternatief bieden in situaties waar knelpunten ontstaan. n Voorzieningen zijn multifunctioneel. Voorzieningen bieden daar waar mogelijk plek voor meerdere doeleinden. Denk aan scholen met ruimte voor sport en cultuur, en buurthuizen waar ook plek is voor zorg. Dat maakt voorzieningen toekomstbestendig, betaalbaar, flexibel in gebruik én plekken voor ontmoeting, mits we dit goed inrichten in samenwerking met sociaalmaatschappelijke partners. Deze uitgangspunten vormen het fundament onder de keuzes die we de komende jaren maken. In de actielijnen werken we uit wat dit concreet betekent

11

voor het realiseren van voldoende en passende voorzieningen per domein. De uitgangspunten zijn daarbij leidend en zorgen voor samenhang tussen de domeinen. Voor de kwantitatieve onderbouwing van wat er nodig is, vormt de nulmeting van BRO het startpunt.

2.2 Uitgangspunten regionale samenwerking De kwaliteitssprong als opgave voor de regio Van een schaalsprong een kwaliteitssprong maken, vraagt inzet van vele partijen. Voor de meeste voorzieningen ligt de primaire verantwoordelijkheid op lokaal niveau; bij gemeenten (zoals buurthuizen, sportvelden en onderwijshuisvesting voor funderend onderwijs) vaak in partnerschap met maatschappelijke partners en marktpartijen (zoals zorgaanbieders, onderwijsinstellingen en kinderopvang). Zij leveren en organiseren de voorzieningen waar inwoners gebruik van maken. Tegelijkertijd is de groei van de Metropoolregio Eindhoven dusdanig sterk en verweven met ruimtelijke en economische ontwikkelingen, dat sociaal-maatschappelijke vraagstukken de grenzen van individuele gemeenten overstijgen. De druk op voorzieningen komt regionaal tot uiting – onze inwoners trekken zich immers weinig aan van gemeentegrenzen in het dagelijks leven – en raakt meerdere domeinen tegelijk. Deze dynamiek onderstreept het belang van een actieve regio, waarin de gemeenten onderling handelen vanuit een sterk gevoel van solidariteit. Dat vraagt wel om een heldere afbakening van rollen: wie doet wat? Daarom beschrijven we hier hoe we de rollen van de betrokkenen zien.

12

Gemeenten als basis voor het openbaar bestuur in de regio, die samenwerken aan gezamenlijke opgaven Gemeenten vervullen een belangrijke regisserende en faciliterende rol in het lokale voorzieningenlandschap. Zij creëren randvoorwaarden – zoals beleid, regelgeving, programmering en planologische mogelijkheden – waarbinnen voorzieningen tot stand kunnen komen en functioneren. Soms staan zij zelf aan de lat voor realisatie van voorzieningen. De precieze rol van gemeenten verschilt per domein en type voorziening. Zo gaat het bij funderend onderwijs bijvoorbeeld vaak om lokale capaciteit en huisvesting, terwijl het in zorg en welzijn eerder draait om afstemming met partners. Veel voorzieningen bedienen een groter gebied dan alleen de gemeente waarin ze staan. In een context van schaarste aan middelen en ruimte, is bovenlokale samenwerking een belangrijke sleutel om een passend voorzieningenniveau te borgen. Dit gaat om samenwerking binnen subregio’s of tussen twee of meer gemeenten, maar niet in de gehele MRE. Binnen het MRE-gebied wordt bewust gekeken welk schaalniveau passend is om voorzieningen te programmeren en realiseren. Hierbij is het uitgangspunt: lokaal waar het kan, bovenlokaal of regionaal waar het moet. Gemeenten kiezen zelf wanneer deelname aan regionale of bovenlokale samenwerking meerwaarde voor hen heeft.

De MRE als vehikel voor samenwerking van gemeenten op het voorzieningenvraagstuk, met ondersteuning van de ambtelijke organisatie De MRE is de samenwerking van 21 gemeenten in een gemeenschappelijke regeling (GR), ondersteund door het (ambtelijk) bureau. Binnen de uitvoeringsstrategie voorzieningen fungeert de MRE als samenwerkingsverband van 21 gemeenten primair als platform voor gezamenlijke strategievorming, afstemming en regie. De uitvoering en besluitvorming over concrete voorzieningen blijven bij de gemeenten. De rol van de MRE krijgt vorm via de volgende vijf samenhangende taken:

Uitvoeringsstrategie Metropoolregio Eindhoven

n Strategiebepaling. Binnen de MRE maken de gemeenten gezamenlijk strategische keuzes m.b.t. het voorzieningenvraagstuk. Dit document vormt de basis. De strategische keuzes bieden richting aan gemeentelijke keuzes en vormen het kader waarbinnen afwegingen over spreiding, schaal, kwaliteit en investeringen in samenhang worden gemaakt. Het MRE-bureau faciliteert dit proces en ondersteunt met kennis en analyses. n Vertegenwoordiging regio. De MRE vertegenwoordigt de regio in het overleg met externe partners, zoals het Rijk en de provincie of in regionale netwerken met maatschappelijk partners. Gemeenten bepalen binnen de MRE eerst hun gezamenlijke standpunt; een afvaardiging van de MRE treedt vervolgens namens de hele regio op als gesprekspartner en belangenbehartiger. n Faciliteren afstemming over regionale en topvoorzieningen. De MRE faciliteert overleg tussen gemeenten over regionale en topvoorzieningen. Gemeenten stemmen plannen en ambities af met aandacht voor locatiebeleid, bereikbaarheid en mogelijkheden voor gezamenlijke of aanvullende financiering. Besluitvorming en uitvoering blijven bij de gemeenten; de MRE-organisatie faciliteert het overleg en ondersteunt bij het inzichtelijk maken van effecten en keuzeruimte.

n Coördinatie. De MRE coördineert de uitvoeringsstrategie voorzieningen. Dit houdt in dat de MRE samenhang bewaakt tussen domeinen en actoren, voortgang monitort, lessen deelt en knelpunten signaleert. n Ondersteunen gemeenten. Het MRE-bureau kan gemeenten helpen om hun uitvoeringskracht en/of kennis te vergroten, bijvoorbeeld via het Realisatiebedrijf of via de gezamenlijk innovatieve aanpak onderwijshuisvesting. Deze ondersteunende rol wordt selectief ingezet waar gezamenlijke uitvoering, bundeling van capaciteit of gedeelde kennisontwikkeling meerwaarde heeft. Dit gebeurt alleen op basis van een expliciete opdracht en van gemeenten.

Maatschappelijke partijen en marktpartijen zijn onmisbare partners voor realisatie Maatschappelijke en marktpartijen zijn onmisbaar om van de schaalsprong een kwaliteitssprong te maken. In de Brainportregio is samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen al decennialang de motor achter het succes van de regio. Deze triple-helixtraditie vormt ook nu de basis om de kwaliteit van leven en brede welvaart duurzaam te versterken.

13

#3 ACtielijnen PER DOMEIN Maatschappelijke partners leveren veel voorzieningen die inwoners dagelijks gebruiken en hebben daarmee hun eigen rol en verantwoordelijkheden. Zij bepalen vanuit hun expertise, wettelijke taak en/of maatschappelijke opdracht hoe hun aanbod wordt georganiseerd. Tegelijkertijd willen we vanuit de Brainporttraditie van samenwerking verder inzetten op publiek-private samenwerkingen met partners om de kwaliteitssprong te realiseren. Daarom betrekken de MRE en gemeenten maatschappelijke partners en marktpartijen structureel bij analyses, programmering en uitvoering. Zo benutten we de kennis die er al is, vergroten we gezamenlijk de realisatiekracht, en zorgen we dat de kwaliteitssprong van de regio breed gedragen en uitvoerbaar is.

Voor de uitvoering van de strategie wordt aangesloten bij bestaande netwerken

de verschillende domeinen coördineren. De gemeenten dragen daarbij vaak de verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke component. De MRE bewaakt vanuit de coördinerende rol de samenhang tussen domeinen en zorgt dat inzichten, knelpunten en kansen vanuit de netwerken worden verbonden tot één regionale beweging. Hoe de verschillende actoren samenwerken, wordt in bovenstaand figuur gevisualiseerd.

Voor de verschillende domeinen zijn acties uitgewerkt In de actielijnen wordt deze rolverdeling uitgewerkt per domein. Per thema staat beschreven welke acties we lokaal, bovenlokaal en regionaal oppakken, welke keuzes we gezamenlijk maken en hoe we uitvoering organiseren om de kwaliteitssprong richting 2040 te realiseren.

In de regio wordt al intensief samengewerkt aan maatschappelijke voorzieningen. Netwerken zoals Brainport voor Elkaar, de Regioraden in het zorgdomein, arbeidsmarktregio’s, samenwerkingsverbanden en onderwijsregio’s, bibliotheeknetwerken, cultuurplatforms en ondernemersverenigingen faciliteren al regionale samenwerking. Bij de uitvoering van deze strategie sluiten gemeenten en de MRE daarom aan bij deze bestaande structuren, zonder ze over te nemen. Deze verbanden staan vaak het dichtste bij de inhoudelijke opgaven, en kunnen vanuit hun eigen expertise en netwerk de acties in

14

Uitvoeringsstrategie Metropoolregio Eindhoven

Dit hoofdstuk werkt de uitvoeringsstrategie uit langs vijf domeinen. Per domein beschrijven we de regionale opgave die voortvloeit uit de schaalsprong, waarbij deze zoveel mogelijk is gekwantificeerd 3. Op basis daarvan worden per domein de acties benoemd die nodig zijn om toe te werken naar een kwaliteitssprong. We onderscheiden binnen elke actielijn drie type acties: Acties voor gemeenten Dit betreft acties die door individuele gemeenten worden opgepakt, eventueel in samenwerking met andere gemeenten en/of maatschappelijke partners, binnen de lokale beleidsruimte.

Acties voor de MRE Dit zijn acties waarin de MRE-samenwerking coördineert of faciliteert, gericht op regionale afstemming, samenhang, monitoring en kennisdeling, uitgevoerd door poho’s, ambtelijke overleggen en de MREorganisatie.

Acties met en via partners Dit betreft acties waarin maatschappelijke partners, instellingen en organisaties een uitvoerende of trekkende rol hebben, op basis van regionale opgaven die door de MRE en gemeenten worden gesignaleerd en geagendeerd, vaak in samenwerking.

De actielijnen zijn nog niet afgestemd met alle colleges en maatschappelijke partners. Dit volgt in de volgende fase (zie ook hoofdstuk 4: vervolg). Zoals beschreven in H2 wordt voor de uitvoering van acties aangesloten bij bestaande regionale structuren voor samenwerking (zoals de Regioraden binnen zorg en de samenwerkingsverbanden binnen onderwijs). 3 De genoemde cijfers zijn gebaseerd op de nulmeting voorzieningen

van onderzoeksbureau BRO en zijn geëxtrapoleerd op basis van de woningbouwontwikkeling uit de Ontwikkelstrategie ambitie 2022– 2040. Het betreft indicatieve cijfers op basis van de huidige inrichting van voorzieningen en een momentopname; de aantallen kunnen worden geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten.

15

3.1 Actielijn zorg en welzijn UITDAGINGEN Door de schaalsprong neemt de druk op de zorg toe. Toegang tot zorg is cruciaal voor inwoners: eerstelijnszorg moet dichtbij en snel beschikbaar blijven, en specialistische zorg moet bereikbaar zijn voor wie dat nodig heeft. Tegelijkertijd schuurt de groei met bestaande capaciteit, personeel en ruimte. We zien de volgende opgaven: 1 | Er is een tekort aan zorgvoorzieningen. Met meer inwoners en een sterke vergrijzing groeit de vraag naar voorzieningen als huisartsen, tandartsen, apotheken, fysiotherapie en GGZ. Op veel plekken knelt dit nu al. De capaciteit is bovendien ongelijk verdeeld: groeigebieden staan onder hoge druk, landelijke gemeenten zijn kwetsbaar voor vergrijzing. De druk op de zorg zal de komende jaren verder toenemen. 2 | Er is niet genoeg personeel. De personeelstekorten gaan de komende jaren toenemen. 3 | Er is niet genoeg (betaalbare) ruimte. De behoefte aan zorglocaties — huisartsenpraktijken, apotheken, gezondheidscentra, en woonzorgvormen — groeit sneller dan de beschikbare ruimte, vooral in verdichtende gebieden. Dit zorgt naast ruimtegebrek ook voor hoge prijzen, die zorgaanbieders niet altijd kunnen betalen. Hierdoor kan nieuwe zorgcapaciteit niet altijd tijdig worden gerealiseerd.

16

ACTIES IN DE REGIO Ook de sociale basis in dorpen en wijken staat onder druk door bevolkingsgroei, vergrijzing, individualisering en internationalisering. Gemeenten ervaren knelpunten in de bemensing, financiering en toegankelijkheid van voorzieningen, terwijl de behoefte aan ontmoeting, preventie en gemeenschapsvorming juist toeneemt. In het licht van de schaalsprong zien we de volgende opgaven: 4 | Bestaande voorzieningen sluiten niet altijd goed aan op de behoeften van alle doelgroepen. Nieuwe groepen, zoals internationale gezinnen, ervaren drempels door taal, cultuur en onbekendheid. Ook jongeren voelen zich niet altijd aangesproken door de huidige buurthuizen en ontmoetingsplekken. 5 | Tekorten in vrijwilligers en ondersteunende beroepskrachten. Veel voorzieningen in de sociale basis draaien op vrijwilligers, maar het wordt steeds lastig om voldoende vrijwilligers te vinden.

Uitvoeringsstrategie Metropoolregio Eindhoven

............................................................................

Dit vraagt om het versterken van de samenwerking tussen de regio en zorgpartners.

............................................................................

............................................................................

Dit vraagt om innovatie en transformatie.

............................................................................

De opgaven in zorg en welzijn raken gemeenten, zorgaanbieders, verzekeraars en welzijnsorganisaties gezamenlijk. De bestaande regionale overlegstructuren – zoals de Regioraad Eindhoven– de Kempen en de Peel (IZA), Duurzaam Gezond en Wonen-Welzijn-Zorg – zijn de plekken waar deze samenwerking vorm moet krijgen. Onze acties zijn:

De demografische ontwikkelingen maken duidelijk dat traditionele uitbreiding van zorgcapaciteit ontoereikend is. De regio wil zorg en welzijn anders organiseren, vernieuwen en slimmer samenwerken. Innovatie past bij het DNA van Brainport en wordt een cruciaal antwoord op de toekomstige zorgvraag. Hier wordt ook al aan gewerkt in de Regioraden. Onze acties zijn:

G EMEENTEN :

G EMEENTEN :

n De 21 gemeenten brengen de bestuurlijke overleggen op zorg & welzijn in kaart: wie doet wat, waar worden welke thema’s besproken en hoe sluiten de verschillende overlegstructuren op elkaar aan. Dit beeld helpt de bestuurders om de diverse gremia in zorg en welzijn te verbinden, versnippering te voorkomen, en geen nieuwe structuren op te tuigen.

De gemeenten agenderen binnen de Regioraden hoe innovatie en transformatie in de zorg verder kunnen worden gestimuleerd.

n De bestuurders van de 21 gemeenten organiseren hun vertegenwoordiging in Regioraden en eventuele andere regionale samenwerkingsverbanden via een gezamenlijke liaisonfunctie, ingevuld door enkele gemeenten, om de gemeentelijke inbreng beter te coördineren en te versterken. Zij richten, eventueel in MRE-verband, een overleg in dat dient als voorportaal voor voorbereiding en afstemming richting de Regioraden (Eindhoven-De Kempen en Peel Duurzaam Gezond). Hier kunnen knelpunten vanuit de hele regio worden geagendeerd. Gemeenten bewaken of partners tijdig anticiperen op de schaalsprong en stellen daarbij gerichte vragen over de voortgang: zijn de partijen op koers, welke plannen zijn ontwikkeld voor ziekenhuizen, huisartsen en GGZ, en welke ondersteuning van gemeenten of de MRE is daarbij nodig? Dit doen ze vanuit een gedeeld kader, in lijn met deze uitvoeringsstrategie. Ook ambtelijk bundelen de gemeenten hun capaciteit door vertegenwoordiging op thema’s bij de IZA-tafels te coördineren.

MRE: De MRE kan via de inzet van het Stimuleringsfonds een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van nieuwe productmarktcombinaties gericht op zorginnovaties, ontwikkeld door het bedrijfsleven, die aantoonbaar bijdragen aan het verlichten van de zorgdruk en de vernieuwing van de zorg te stimuleren.

17

...........................................................................

Dit vraagt om gericht inzetten op voldoende personeel en het verbreden van het arbeidspotentieel.

............................................................................ ............................................................................

Dit vraagt om een uitbreiding van voorzieningen op de juiste plek.

............................................................................ Op basis van globale schattingen zijn 200-300 aanvullende praktijklocaties nodig in de MRE om het huidige voorzieningenniveau op peil te houden met de groei van het inwoneraantal. Dat betekent een uitbreiding van tientallen huisartspraktijken, tandartspraktijken, fysiotherapiepraktijken, apotheken, GGZ-instellingen en verloskundigenpraktijken. Voor de realisatie van voorzieningen staan aanbieders en zorgverzekeraars aan de lat. Gemeenten kunnen in de ruimtelijke planning ruimte bieden voor passende (multifunctionele) huisvesting en gezamenlijk bijdragen aan een evenwichtige spreiding van zorgvoorzieningen. Onze acties zijn: G EMEENTEN : De 21 gemeenten verkennen gezamenlijk mogelijkheden voor provinciale financiering voor platforms als Wonen– Welzijn–Zorg om samenhang in voorzieningen te versterken.

Ook na inzet op innovatie en preventie (zie hieronder en actielijn sport) zullen de arbeidstekorten in de zorg en welzijn in de toekomst blijven toenemen. De regio wil zich profileren als een aantrekkelijke regio om in te (blijven) werken, zowel voor professionals als voor vrijwilligers. Onze acties zijn: G EMEENTEN : n De 21 gemeenten delen goede initiatieven om vrijwilligers te binden en boeien. n De 21 gemeenten verkennen met maatschappelijke partners gemeentelijke handelingsperspectieven om zorgpersoneel aan te trekken en te behouden, inclusief de mogelijke inzet van een regiobrede urgentieregeling via huisvesting.

MET OF VIA PARTNERS: Er is behoefte om onbenut arbeidspotentieel, met name van expat-partners, aan te boren voor de zorg- en welzijnssectoren. De gemeenten willen dat werkgevers worden gestimuleerd om ruimte te bieden voor maatschappelijke deelname binnen werktijd. Gemeenten agenderen dit vraagstuk bij Brainport voor Elkaar.

MET OF VIA PARTNERS: De zorgkaart in de regiobeelden vraagt om actualisatie. Deze kaart biedt een integraal overzicht van zorg- en welzijnsvoorzieningen en ondersteunt (boven)lokale programmering, spreiding en ruimtelijke keuzes, met specifieke aandacht voor GGZ-voorzieningen. De MREorganisatie neemt het initiatief om een actiehouder voor deze actualisatie te organiseren.

18

Uitvoeringsstrategie Metropoolregio Eindhoven

............................................................................

Dit vraagt om nieuwe vormen van sociale infrastructuur die ontmoeting, preventie en gemeenschapsvorming mogelijk maken.

............................................................................ Welzijn en zorg zijn nauw met elkaar verbonden: een sterke sociale basis voorkomt zwaardere zorg en draagt bij aan gezondheid, veiligheid en leefbaarheid. De sociale basis is primair een lokale verantwoordelijkheid; gemeenten kennen hun buurten immers het best. De MRE ondersteunt door kennisuitwisseling te faciliteren. Onze acties zijn: G EMEENTEN : n Elke gemeente verankert welzijn als ruimtelijk principe. Dat betekent in ieder geval dat voorzieningen vanaf het begin worden meegenomen bij gebiedsontwikkeling. n Gemeenten delen goede voorbeelden en kennis op het gebied van multifunctionele voorzieningen. Denk aan programma’s van eisen, ontwerpprincipes en beheermodellen. Gemeenten bepalen zelf welke voorzieningen ze realiseren.

MRE: n De MRE-samenwerking zet zich in om het sociaal-maatschappelijk perspectief een vaste plek te geven in regionale planvorming en rond grote ruimtelijke opgaven, mede door dit op te pakken in overleggen over ruimte, wonen en economie. n De MRE faciliteert een werkgroep van een ‘coalition of the willing’, waarin gemeenten en partners samenwerken aan uitwisseling, inspiratie en toepassing van multifunctionele concepten in lokale gebiedsontwikkeling. Hierbij werken we samen met sociale sleutelfiguren en maatschappelijke partners uit o.a. onderwijs, cultuur en zorg. Zo proberen we ook nieuwe doelgroepen te bereiken, zoals internationale werknemers, jongeren, ouderen en mensen met beperkte mobiliteit.

19

3.2 Actielijn onderwijs en kinderopvang UITDAGINGEN 1 | Sterke groei van het aantal kinderen. Tot 2040 groeit het aantal leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs naar verwachting met circa 20%. Dat vraagt om grootschalige uitbreiding van onderwijshuisvesting en voldoende leerkrachten en ondersteunend personeel. Dit betekent ook veel voor het aantal opvangplekken dat nodig is. 2 | Toenemende instroom van kinderen met ondersteuningsbehoefte. De instroom van kinderen met een lichamelijke en/of verstandelijke handicap en kinderen met een langdurige somatische ziekte, zal volgens prognoses toenemen. In totaal groeit de instroom tot 2040 naar verwachting met 800 –1.200 leerlingen4. Dit vraagt enerzijds om uitbreiding van het speciaal onderwijsaanbod5. Anderzijds krijgen reguliere scholen daarnaast meer leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften, wat extra specialistische expertise, aanpassingen en zorgstructuren vraagt.

ACTIES IN DE REGIO 3 | Sterke groei van internationale leerlingen. Tot 2032 worden ongeveer 8.000 extra internationale leerlingen verwacht ten opzichte van 2024. Dit vraagt om uitbreiding van internationale scholen én ondersteuning van reguliere scholen in taal, professionalisering en inclusie. Deze ondersteuning kan gepaard gaan met een extra/veranderende ruimtebehoefte. 4 | Tekort aan personeel. Het leraren- en pedagogisch medewerkerstekort neemt door groei in de MRE nog harder toe dan landelijk. Hierdoor komt de onderwijskwaliteit onder druk te staan en dreigen nieuwe gebouwen ongebruikt te blijven door gebrek aan personeel. 5 | Kansengelijkheid staat verder onder druk. De groei kan de verschillen tussen kinderen vergroten, door o.a. taalachterstanden en sociale problematiek. Zonder extra inzet op gelijke kansen dreigt de kloof tussen leerlingen met verschillende achtergronden verder te groeien.

............................................................................

Dit vraagt om geregisseerde regionale samenwerking op innovatie in bouw en organisatie van onderwijshuisvesting.

............................................................................ Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting, maar de omvang en urgentie van de opgave vragen om een andere werkwijze. Bovendien is er onvoldoende financiële ruimte binnen bestaande financiering. Daarom moeten we slimmer, flexibeler, sneller en meer gezamenlijk bouwen om de groei voor te blijven. Onze acties zijn: G EMEENTEN : n Elke gemeente actualiseert indien nodig voor eind 2026 hun Integrale Huisvestingsplannen (IHP’s) en brengt in kaart waar uitbreiding, nieuwbouw of vervanging nodig is. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij een regionaal prognosemodel dat rekening houdt met bevolkingsgroei, woningbouw, internationale instroom en bovenlokale stromen, zodat gemeenten en schoolbesturen beschikken over één gezamenlijk beeld van de toekomstige vraag. De inzichten uit het Decisio-onderzoek, uitgevoerd i.o.v. BPD, worden hierin meegenomen. n Gemeenten stemmen bovenlokaal af over de programmering van onderwijsvoorzieningen met een bovenlokaal karakter, zoals speciaal onderwijs en, waar relevant, voortgezet onderwijs. Er worden afspraken gemaakt over locaties, benodigde vierkante meters, investeringsmomenten en benutting van bestaande capaciteit. Hierbij worden in ieder geval de onderwijsregio’s en samenwerkingsverbanden betrokken.

MRE:

4 In de periode 2017 – 2021 lag de groei in de MRE op 26% van het aantal kinderen dat deelneemt aan het SO, vergeleken met 18% landelijke groei. 5 Vanuit het Rijk wordt ingezet op Inclusief Onderwijs in 2035. Dat betekent dat kinderen welkom zijn op een school dichtbij huis, en krijgen ook kinderen met een specifieke

ondersteuningsbehoefte zoveel mogelijk les op reguliere scholen. Deze ontwikkeling kan invloed hebben op de benodigde voorzieningen binnen het onderwijs.

20

Uitvoeringsstrategie Metropoolregio Eindhoven

............................................................................

Dit vraagt om meer middelen voor een sterkere inzet op kansengelijkheid.

............................................................................ Om alle kinderen gelijke ontwikkelkansen te bieden, moeten onderwijs, opvang, zorg en ondersteuning veel meer als één geheel functioneren. Zo zetten we in op een doorlopende leerlijn van 0 – 13 jaar. De acties zijn: G EMEENTEN : Elke gemeente zet in op verbreding van het aanbod van voor- en vroegschoolse educatie (VVE), waarin deelname van alle doelgroepen, met speciale aandacht voor kinderen met een taalachterstand of migratieachtergrond, wordt gestimuleerd.

MRE: De MRE voert gesprekken met het Rijk over een aanpassing van de bekostiging van VVE-middelen, omdat de instroom van internationale werknemers niet worden gevat in de huidige maatstaven (CBS-achterstands-scores).

MET OF VIA PARTNERS: Via Brainport Development wordt structureel ingezet op kennisuitwisseling en professionalisering rond internationalisering, inclusie en taaldiversiteit. Een regionaal expertisepunt ontwikkelt instrumenten, verzamelt best practices en ondersteunt scholen via een professionaliseringsprogramma, zodat zij beter zijn toegerust op een diverse en groeiende leerlingenpopulatie. Dit geldt voor zowel reguliere scholen (PO en VO), internationale scholen en volwassenenonderwijs aan internationale ouders.

De MRE faciliteert een werkgroep van een ‘coalition of the willing’, waarin gemeenten en partners samenwerken aan uitwisseling, inspiratie en toepassing van multifunctionele concepten in lokale gebiedsontwikkeling. Hierbij werken we samen met sociale sleutelfiguren en maatschappelijke partners uit o.a. onderwijs, cultuur en zorg. Zo proberen we ook nieuwe doelgroepen te bereiken, zoals internationale werknemers, jongeren, ouderen en mensen met beperkte mobiliteit.

21

3.3 Actielijn cultuur UITDAGINGEN

ACTIES IN DE REGIO

Cultuur is de ruggengraat van sociale cohesie en vestigingsklimaat: cultuur draagt bij aan identiteit, innovatie, gemeenschapszin, mentale gezondheid en aantrekkingskracht van onze regio. Zeker in het licht van de schaalsprong is cultuur daarom van grote waarde. Het speelt een belangrijke rol in het faciliteren van ontmoeting, behouden van lokale identiteit en versterken van het regionale profiel. Er zijn echter meerdere opgaven voor cultuurvoorzieningen om die rol in praktijk goed in te vullen:

............................................................................

1 | Het culturele aanbod sluit nog niet overal aan op de behoeften in de regio. In de steden groeit de behoefte aan een internationaler en meertalig aanbod, terwijl dorpen en kleinere kernen juist hechten aan het versterken van hun lokale identiteit en verenigingsleven. Voorzieningen bewegen soms nog onvoldoende mee met deze uiteenlopende publieksgroepen en vormen van cultuurbeleving. Daardoor wordt cultuur niet overal optimaal benut als plek voor ontmoeting en verbinding. 2 | Kleine podia, verenigingen en makers hebben te weinig passende ruimte. De lokale basisinfrastructuur kampt met een gebrek aan geschikte huisvesting. Door de schaalsprong en nieuwe wijken groeit de vraag sneller dan het aanbod, waardoor juist in uitbreidingsgebieden plekken voor ontmoeting en creativiteit ontbreken. 3 | Er is behoefte aan meer culturele (top)voorzieningen. De snelle bevolkingsgroei vergroot de vraag naar cultureel aanbod. Bovendien zijn sterke topvoorzieningen cruciaal voor de aantrekkingskracht van de Brainportregio en het kunnen blijven binden van talent, bedrijven en bezoekers.

............................................................................

Dit vraagt om uitbreiding van de lokale basisinfrastructuur met diverse voorzieningen.

............................................................................ Op basis van globale schattingen zijn er door de groei van de regio zo’n 30 nieuwe culturele voorzieningen nodig. Musea, bibliotheken en theaters zijn bijvoorbeeld belangrijke pijlers van de lokale en regionale culturele basisinfrastructuur. Ook zijn er voorzieningen nodig voor o.a. kleine podia, filmhuizen, ateliers en verenigingen. Door samenwerking, multifunctioneel gebruik en sterke lokale verankering te organiseren, kan de culturele basis meebewegen met de groei van de regio.

............................................................................

Dit vraagt om meer regionale samenwerking op het gebied van cultuur.

............................................................................ Cultuurparticipatie gaat over gemeentegrenzen heen. De uitbreiding van voorzieningen moet goed op elkaar worden afgestemd. Alleen door cultuur als één regionaal ecosysteem te benaderen, kunnen we vraag, aanbod en investeringen beter op elkaar laten aansluiten. Onze acties zijn:

Dit vraagt om sterke regionale en topvoorzieningen en een helder regionaal profiel dat past bij de identiteit van Brainport.

............................................................................ Topvoorzieningen versterken de aantrekkingskracht van de regio en spelen een rol in internationale profilering. Deze voorzieningen bieden hoogwaardige (internationale) programmering die lokale en regionale instellingen niet kunnen realiseren. Deze voorzieningen worden gerealiseerd op bereikbare plekken. Onze acties zijn: G EMEENTEN :

G EMEENTEN :

G EMEENTEN :

n Gemeenten zorgen individueel voor voldoende en passende ruimte voor cultuur, onder meer door cultuur structureel mee te nemen in gebiedsontwikkeling.

n Gemeenten betrekken regionale culturele ambities expliciet bij lokale besluitvorming over ruimte, bereikbaarheid en gebiedsontwikkeling, zodat cultuur vroegtijdig wordt meegenomen in ruimtelijke keuzes.

n Gemeenten stimuleren gedeeld en flexibel gebruik van culturele ruimtes, zodat voorzieningen efficiënt worden benut en ook toegankelijk zijn voor verschillende doelgroepen en initiatieven.

MRE: De MRE-organisatie vervult een ondersteunende rol door gemeenten te faciliteren bij het uitwisselen van ervaringen en oplossingen.

MET OF VIA PARTNERS: n De MRE-gemeenten stimuleren culturele organisaties om binnen regionale netwerken te werken aan afstemming en complementariteit in hun programmering. n De MRE vraagt cultuurpartners te verkennen of een coördinerende rol vanuit gemeenten bijdraagt aan betere afstemming, samenhang en effectiviteit van programmering en investeringen.

n Topvoorzieningen worden gezamenlijk gedragen binnen de regio: gemeenten maken gezamenlijke afspraken over investeringsbijdragen en publieksbenadering, zodat topvoorzieningen hun regionale functie goed vervullen. n Gemeenten verkennen gezamenlijk de meerwaarde van een gedeeld cultureel regioprofiel dat de unieke identiteit van Brainport weerspiegelt (bijvoorbeeld rond design, technologie, innovatie, creativiteit en ambacht) en welke aansluit op de historie en het immateriële erfgoed die de regio hebben gevormd. Dit profiel vormt een richtinggevend kader voor investeringskeuzes, programmering en regionale marketing.

MRE: n De MRE coördineert de ontwikkeling van topvoorzieningen door regionale afstemming te organiseren over criteria, locatiekeuzes, ruimtelijke inpassing, fasering en investeringsvolgorde. Daarbij wordt de shortlist regionale en topvoorzieningen als uitgangspunt genomen en doorontwikkeld.

MET OF VIA PARTNERS: n Maatschappelijke partners (zoals culturele instellingen) ontwikkelen onderscheidende, hoogwaardige programmering die aansluit bij het Brainportprofiel en bijdraagt aan internationale uitstraling.

22

Uitvoeringsstrategie Metropoolregio Eindhoven

23

3.4 Actielijn sport

ACTIES IN DE REGIO

UITDAGINGEN In de Brainportregio is een breed aanbod van openbare sportvoorzieningen van groot belang. Sport speelt ten eerste een verbindende rol in de samenleving en is daarnaast een belangrijk onderdeel van de lokale identiteit van de regio en de diverse kernen. Naast deze sociale component is sport onmisbaar als het gaat om de vitaliteit en het welzijn van de inwoners van de MRE en is het een belangrijk onderdeel van preventiebeleid van gemeenten. Met de schaalsprong – en de fysieke ruimte die dit kost – moet binnen de MRE worden geborgd dat er voor iedereen, en op alle niveaus, voldoende ruimte is om te sporten, waarbij in ieder geval basisportvoorzieningen dichtbij huis beschikbaar moeten zijn. We zien de volgende opgaven als het gaat om het behouden en versterken van de maatschappelijke waarde van sport in de MRE: 1 | Door groei dreigt een tekort aan sportvoorzieningen. Als gevolg van ruimtelijke opgaven loopt het aantal vierkante meters voor sportruimte in het hele land steeds verder af. Hoewel verspreid over de MRE relatief veel sportvelden per inwoner zijn te vinden, is de ruimtelijke en demografische druk door de schaalsprong met name in stedelijke gebieden hoog, en dreigt toenemende krapte voor bestaande en nieuw te realiseren sportvoorzieningen.

Naast beschikbare ruimte, zijn financiële middelen voor exploitatie en onderhoud van voorzieningen beperkt en is het een continue uitdaging voor veel verenigingen en gemeenten om voldoende vrijwilligers aan zich te binden die essentieel zijn voor het dagelijkse sportaanbod en het beheer van de locaties.

............................................................................ 2 | De regio moet inspelen op brede behoeften voor sporten en bewegen. De manier waarop inwoners sporten en bewegen verandert en is steeds minder vereniging-gebonden. Daarbij hoort ook de ruimte voor uniek sporten. De opmars aan bijvoorbeeld urban sports en cricket vraagt van gemeenten binnen de MRE, in samenwerking met de sportaanbieders, dat zij tijdig en adequaat een passend voorzieningenniveau mede mogelijk maken. De opgave is daarmee zowel het versterken van het bestaande, als het brengen van meer diversiteit in het aanbod. 3 | De regio wil een groter podium bieden aan topsport. In de MRE-regio is op dit moment geen grootschalig multifunctionele (indoor) sportvoorzieningen die kan worden ingezet voor het hosten van topsportevenementen. Het bieden van een podium aan topsport onderstreept het belang van sport in de samenleving als verbindende en inspirerende kracht kan de MRE daarnaast sterker op de kaart zetten, ook internationaal.

Dit vraagt om uitbreiding van het aantal lokale breedtesportvoorzieningen in de gehele MRE.

............................................................................ Daarbij gaat het om uiteenlopende faciliteiten zoals de sportvelden, sporthallen en ook de zwembaden. Op basis van een minimale (landelijke) norm van ca. 1 sportveld per 1.000 inwoners betekent de groei van de regio dat er zo’n 200 sportvelden gerealiseerd moeten worden om het voorzieningenniveau op peil te houden. Daarnaast zijn er naar schatting ca. 20 nieuwe sporthallen en ca. 10 nieuwe zwembaden in de regio nodig de komende jaren. Gemeenten hebben hierin een belangrijke eigen verantwoordelijkheid in het realiseren van voldoende voorzieningen, maar bovenlokale samenwerking maakt het mogelijk om slimmer gebruik te maken van de beschikbare capaciteit. Acties in de regio zijn: G EMEENTEN : n Elke gemeente heeft voor eind 2027 via actuele Integrale Huisvestingsplannen Sport en Bewegen de effecten van de schaalsprong in hun eigen gemeente in beeld. Met het IHP maken de gemeenten (via een beknopte inventarisatie) op concreet niveau inzichtelijk welke voorzieningenopgave zij op de middellange en lange termijn zien. Deze actie en vervolgstappen worden in nauwe afstemming met het ambtelijk en bestuurlijke overleg sport en bewegen (VSG) in de regio vormgegeven. n Gemeenten stemmen hun IHP’s bovenlokaal af om tot optimalisatie van (nieuw te realiseren) sportaccommodaties te komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17138892/1