2026-archeobeleid-Helmond-v2.4 - def
Tekst van het document
Indien een bodemingreep in twee (of meer) categorieën valt, dan geldt de strengste categorie voor het hele plangebied. Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning te kunnen beoordelen, zijn diverse gegevens en documenten nodig, waaronder: •
Het doel, aanleiding en aard van de werkzaamheden;
•
Het adres en een kaart met de exacte locatie van de werkzaamheden;
•
Plantekeningen met de voorgenomen diepte (profielen) en oppervlakte (vlak) van de bodemingreep;
Om een vergunning te kunnen verkrijgen, moet de aanvrager de archeologische waarde van het terrein laten bepalen door middel van onderzoek. Dit begint met een toets op de Archeologische Beleidskaart van de gemeente. Het college van burgemeester en wethouders kan vervolgens voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden, zoals: •
het aanpassen van het bouwplan zodat archeologische waarden behouden blijven;
•
het laten uitvoeren van een verkennend archeologisch onderzoek;
•
het laten uitvoeren van een archeologische opgraving;
•
het laten begeleiden van de werkzaamheden door een archeologisch bureau.
Archeologische werkzaamheden moeten altijd uitgevoerd worden door een gecertificeerd archeologisch onderzoeksbureau en door daarvoor gekwalificeerde KNA-archeologen en gecertificeerde specialisten. De meldplicht voor ‘toevalsvondsten’ geldt altijd, ook wanneer geen vergunning is vereist. Pagina 40 van 51
6.2 Uitvoering van archeologisch onderzoek Initiatiefnemers die ingrepen in de bodem plannen op een locatie met een archeologische waarde of verwachting volgens categorie 1 tot en met 6 moeten rekening houden met een archeologisch onderzoek. Het archeologisch onderzoek is verplicht wanneer de bodemingreep groter is dan de grenzen volgens de categorie van archeologische waarde of -verwachting. Indien de bodemingrepen in twee (of meer) categorieën valt dan geldt de strengste categorie. Er is dan namelijk een gedeeltelijk verhoogd risico op het verstoren van archeologische resten. Programma van Eisen voor archeologie Archeologisch onderzoek wordt altijd uitgevoerd op basis van een Programma van Eisen (PvE). Dit PvE wordt door het bevoegde gezag (de gemeente Helmond) goedgekeurd. Bij ruimtelijke ingrepen in het buitengebied, waarbij sprake is van een ontgronding, is de provincie Noord-Brabant bevoegd gezag. Het Programma van Eisen (PvE) voor het archeologisch onderzoek wordt opgesteld door, of in samenwerking met, de gemeentelijk archeoloog of door een opgravingsbureau. In het PvE worden aanleiding, onderzoeksvragen, methoden en technieken gemotiveerd. Het PvE wordt beoordeeld door de gemeentelijk archeoloog en goedgekeurd door het bevoegde gezag. Het PvE wordt ook voorgelegd aan de depothouder van archeologische bodemvondsten.
Archeologisch veldwerk: opgravingen Het archeologisch onderzoek bestaat uit veldwerk (documenteren en verzamelen), het verwerken van de resultaten (uitwerken gegevens, specialistisch onderzoek) en het aanleveren van een standaard rapportage aan het bevoegd gezag en documentatie en vondsten aan het archeologisch depot. Opgravingen worden uitgevoerd door archeologiebureaus die gecertificeerd zijn volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).42 Richtlijnen en protocollen voor diverse onderdelen van het archeologisch veldwerk en onderzoek worden door de beroepsgroep zelf opgesteld in samenwerking met de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) en het Centraal College van Deskundigen (CCvD).43 Het veldwerk en specialistisch onderzoek wordt uitgevoerd door daarvoor opgeleide en gekwalificeerde KNA archeologen. In Nederland is een kwalificatiesysteem opgetuigd voor de actorregistratie van archeologen.44 De RCE onderhoudt een actuele Nationale Onderzoeksagenda voor Archeologie (NOaA) en stimuleert daarmee een grote variatie aan (wetenschappelijke) onderzoeksvragen.45 Na het archeologisch veldwerk wordt een evaluatierapport opgesteld en krijgt de gecertificeerde instelling twee jaar de tijd om de gegevens van de opgraving en het specialistisch onderzoek van sporen en vondsten te rapporteren en onderzoeksvragen te beantwoorden.
In het evaluatierapport worden de eerste resultaten gedeeld en wordt een voorstel gedaan voor de uitwerking van sporen en vondsten. Het evaluatierapport wordt beoordeeld door het bevoegd gezag en na goedkeuring uitgevoerd. 42 SIKB-kwaliteitsnorm KNA. 43 SIKB richtlijnen. 44 Beroepsregister Nederlandse archeologen. 45 NOaA
Pagina 41 van 51
Na oplevering van het standaard rapport worden documentatie en vondsten aangeleverd aan het gemeentelijk depot voor bodemvondsten van Eindhoven en Helmond. Digitale informatie van het project wordt langdurig opgeslagen in het landelijke systeem DANS: Data Station Archaeology.46 6.3 Langdurig beheer van documentatie en bodemvondsten Een belangrijk deel van de archeologische vondsten uit Helmond bevindt zich momenteel in het Erfgoedhuis in Eindhoven.47 Hier werken archeologen van de gemeenten Eindhoven, Helmond en de Omgevingsdienst Zuidoost Noord-Brabant samen met vrijwilligers aan het verwerken, inventariseren, restaureren en ontsluiten van archeologische vondstmaterialen.48 Het langdurig beheer van bodemvondsten vindt plaats in een gezamenlijk depot voor bodemvondsten van de gemeenten Eindhoven en Helmond. Het archeologisch depot voldoet aan de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. De provincie Noord-Brabant heeft hiervoor vergunning verleend.49 Beide gemeenten onderhouden deze opslaglocatie met geklimatiseerde ruimten voor archeologische resten. Voor het aanleveren van bodemvondsten zijn voorwaarden opgesteld.50 Het archeologische depot van de gemeenten Eindhoven en Helmond bevindt zich momenteel in Eindhoven. Op deze tijdelijke locatie zijn ontwikkelingen gepland. Gezocht wordt naar een nieuwe locatie voor het gezamenlijk depot.
6.4 Educatie op locatie De resultaten van archeologisch onderzoek behoren tot ons gemeenschappelijke erfgoed. Graag delen we verworven kennis met inwoners, bezoekers, betrokkenen en andere geïnteresseerden. Bijzondere archeologische objecten zijn tentoongesteld in het Museum Helmond, locatie Kasteel.51 Daar is onder andere aandacht voor bodemvondsten van de opgravingen van de middeleeuwse moerasburcht het ‘Oude Huys’ (afb. 23).52 Momenteel is ook in het Huis voor de Stad een kleine expositie van bodemvondsten uit Helmond ingericht. Deze is voor inwoners, bezoekers en medewerkers van de gemeente Helmond vrij te bezoeken. Educatie doen we niet alleen in het Museum Helmond of Huis voor de Stad, maar bij allerlei evenementen en op diverse locaties. Wanneer de resultaten tijdens een opgraving spectaculair zijn, dan wordt een open dag voor geïnteresseerden, omwonenden en scholen opgetuigd. Ook worden resultaten en archeologische vondsten getoond op historische locaties en bij openingen (afb. 24). Tijdens themadagen zoals de Nationale Archeologiedagen, Open Monumentendagen, de Maand van de geschiedenis of de regionale Kerktorendag worden diverse onderwerpen uit het verleden uitgelicht en gepresenteerd vanuit een archeologische invalshoek. Tijdelijke kleine exposities worden op diverse locaties ingericht.
Daarnaast worden op scholen archeologielessen verzorgd binnen de onderwijsthema’s (jagers en verzamelaars,
46 DANS
47 Erfgoedhuis Eindhoven. 48 Verenigd in de ‘Archeologische Vereniging Kempen- en Peelland’. 49 BRL SIKB 4000
; brief Provincie Noord-Brabant 19 december 2019; kenmerk C2238019/4631620.
50 Aanleveren bodemvondsten archeologiedepot.
51 Museum Helmond, kasteel. 52 Het archeologieproject ’van scherf tot museumstuk’.
Pagina 42 van 51
vroegste boeren, Romeinen e.d.). Resultaten worden ook gedeeld door middel van lezingen en publicaties via dagbladen, tijdschriften of bijdragen in rapporten en boeken.
Afbeelding 23. Archeologische vondsten vormen het uitgangspunt voor het schoolproject ‘van scherf tot museumstuk’. In samenwerking met het Museum Helmond en CultuurContact. Erfgoed van waarde voor inwoners Helmond heeft een actief erfgoedveld, omgang met verleden en erfgoed wordt met veel belangstelling, maar (gelukkig) ook kritisch, gevolgd door geïnteresseerde inwoners. Aandacht voor erfgoededucatie is ook een belangrijke opgave voor de komende jaren. De Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed heeft met het programma FARO doelen gesteld over het betrekken van inwoners bij het lokale erfgoed.53 Faro benadrukt de maatschappelijke en verbindende waarde van cultureel erfgoed. Erfgoed zorgt voor verbinding tussen inwoners en samenleving. Het project ‘Helmond in 100 Stukskes’ is een van de eerste voorbeelden in het kader van het programma Faro. Het project is in 2019 door de Stichting Archeologie en Publiek gewaardeerd met de Grote Archeologie Prijs.54
53 Faro RCE. 54 Helmond in 100 Stukskes.
Pagina 43 van 51
Afbeelding 24. Bij opgravingen worden open dagen voor bezoekers georganiseerd (links: Liverdonk 2019) of schoolklassen uitgenodigd om te leren van het historische verhaal (rechts: Bakelse Beemden 2014).
6.5 Kosten van archeologie verdeeld Het Verdrag van Valletta benadrukt dat de overblijfselen van vroegere samenlevingen in de bodem ons gemeenschappelijk Europees erfgoed vormen en beschermd en beheerd moeten worden. Het verdrag legt de verantwoordelijkheid voor het financieren van archeologisch onderzoek en documentatie bij de partij die de bodem verstoort. Dit is bekend als het ‘verstoorder-betaalt-principe’. Het betekent dat degene die de bodem verstoort, bijvoorbeeld bij bouwprojecten, verantwoordelijk is voor de kosten van archeologisch onderzoek: van veldwerk tot en met specialistisch onderzoek en rapportage van resultaten. Na afloop van het archeologisch onderzoek worden documentatie van het veldwerk (foto’s, tekeningen, vondstinventarisaties en specialistische onderzoeksresultaten) en het vondstmateriaal (artefacten van aardewerk, glas, metaal, hout, leer, bot/been en specimen van flora en fauna) overgedragen aan de lokale of provinciale overheid. Vanaf dat moment is de overheid verantwoordelijk voor langdurig beheer, opslag en ontsluiting van de archeologische resultaten. Daarvoor zijn gemeentelijke en provinciale depots ingericht met geklimatiseerde ruimten voor optimale bewaring en duurzame opslag. De (blijvende) kosten daarvan zijn voor de lokale, provinciale of rijksoverheid.
Pagina 44 van 51
4.
Literatuurlijst
•
Arts, N., 2008. Beleidsplan Archeologie gemeenten Eindhoven en Helmond. Intern rapport Archeologisch Centrum Eindhoven en Helmond. Eindhoven.
•
Datema , R.R., 1990. Een archeologische kartering, inventarisatie en waardering ten behoeve van de Ruimtelijke Ordening in de Gemeente Helmond. RAAP rapport 47. Amsterdam.
•
Jong, Th. De, S. Peters en I. Vossen. 2015. Verwerkt Verleden. Helmond vanaf Prehistorie tot Nieuwe tijd. Sidestone. Leiden.
•
Jong, Th. De, 2025. Helmondse bodemprofielen. Conceptrapport. Helmond.
•
Meulendijks, Th., 2002. De Heerlijkheid Stiphout. Uitgave in eigen beheer. Helmond.
•
Meulendijks, Th., & J. Vogels, .2003. Opt Hout. Een onderzoek naar de (bewonings)geschiedenis van Mierlo-Hout. Uitgave in eigen beheer. Beek en Donk.
•
Meulendijks, Theo H., 2007. Historisch onderzoek naar huizen en veldnamen in De Hage (gemeente Helmond). 1329-1832. Archeologisch Centrum Eindhoven en Helmond ACEH Rapport 05. Eindhoven.
•
Meulendijks, Th., & E. Wijnen, 2018. De geschiedenis van Binderen en haar bewoners. Stichting Archeologische Samenwerkingsverband Helmond en omgeving (SAS). Helmond.
•
Meulenhof, P. van den, 1987. Helmond en haar ontstaan. Bijdrage tot de geschiedenis van Helmond. Uitgave in eigen beheer. Helmond.
•
Meulenhof, P. van den, 2002. Bakelse Geschiedenis. Bakelse bronnen. Uitgave in eigen beheer CDROM. Helmond.
Zie bijlage 7 voor een overzicht van archeologie literatuur met betrekking tot Helmond.
Pagina 45 van 51
Digitale bronnen Monumenten en archeologie Helmond Erfgoedvisie gemeente Helmond Erfgoedverordening gemeente Helmond Erfgoedkaarten ODZOB Erfgoedhuis Eindhoven Depotbeheer Archeologiebeleid gemeente Eindhoven Historische Geografie Brabant Algemeen Hoogtebestand Nederland AHN-viewer Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed, RCE Richtlijnen Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie DANS Conflictarcheologie Toevalsvondsten SIKB NOaA
Pagina 46 van 51
Bijlage 1. Archeologische beleidskaart 2026
Bijlage 2. Archeologieprojecten Helmond tot 2026 Bijlage 3. ODZOB regiomodel Bijlage 4. Archeologische kenniskaart, opgravingsvlakken en resultaten tot 2026 Bijlage 5. Beschrijving archeologisch gewaardeerde gebieden TAW Bijlage 6. Handleiding voor de archeologische beleidskaart gemeente Helmond Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning waarbij de bodem geroerd gaat worden, zal bekeken worden óf er archeologisch onderzoek noodzakelijk is, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn om verantwoord met de archeologische resten om te gaan. Op basis van de archeologische beleidskaart worden aan de verschillende categorieën verwachte of vastgestelde archeologische waarden passende beschermingsmaatregelen gekoppeld. Hoe hoger de archeologische verwachting, des te groter is de kans dat deze bij bodemingrepen aangetroffen worden. In gebieden met een lage verwachting bestaat er alleen bij grootschalige ingrepen een gerede kans op het aantreffen en verstoren van archeologische resten. De oppervlaktecriteria voor de plangrenzen zijn dan ook gebaseerd op de archeologische trefkans. Hoe kleiner deze is, hoe groter een onderzoeksgebied moet zijn om een redelijke kans te creëren archeologische relicten aan te treffen.
Voor de verschillende gebiedscategorieën gelden verschillende randvoorwaarden die aangeven in welk geval een archeologisch onderzoek noodzakelijk is voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning en in welk geval er geen archeologisch onderzoek nodig is. Op de archeologische beleidskaart worden onderstaande zeven gebiedscategorieën onderscheiden. De bescherming van deze categorieën wordt geregeld met behulp van maatwerkregels in het omgevingsplan (omgevingswaarden). Met onderstaand schema kan aan de hand van de archeologische beleidskaart worden bepaald wanneer archeologisch onderzoek noodzakelijk is: Pagina 47 van 51
De ondergrens van het projectgebied betreft bij een wijziging van het omgevingsplan en bij een omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan het totale gebied waar een (nieuwe) functie wordt toebedeeld. Omdat het Verdrag van Valletta van het principe bescherming in situ uitgaat is het zaak voor die delen die - vooralsnog - niet verstoord worden een beschermingsregime op te leggen. Bij een bouw-, sloop- of aanlegactiviteiten t.b.v. een omgevingsvergunning wordt voor de ondergrens uitgegaan van het oppervlak binnen het projectgebied dat daadwerkelijk verstoord gaat worden. Als voor een projectgebied twee of meer categorieën gelden, dan geldt de hoogste verwachting/waarde voor het gehele terrein. Hieronder worden de voorschriften toegelicht, die gelden voor de verschillende categorieën archeologisch waardevolle en archeologische verwachtingsgebieden zoals deze zijn aangegeven op de archeologische beleidskaart:
Categorie 1: Archeologisch monument. De gemeente Helmond kent één gemeentelijk archeologisch monument, dat op grond van de criteria gaafheid, conservering en wetenschappelijke en cultuurhistorische waarde als behoudenswaardig wordt beschermd. Het archeologisch monument is het voormalige terrein van de Abdij van Binderen. De oorspronkelijke grachten van dit terrein zijn tussen 1940 en 1950 opnieuw uitgegraven. Binnen de grachten vonden een tweetal opgravingsprojecten plaats die aantonen dat hier nog funderingen, kuilen en andere archeologische sporen in de bodem liggen.55 In de gemeente Helmond komen geen archeologische rijksmonumenten voor die zijn beschermd op basis van de Erfgoedwet. Beleidsrichtlijn is dat de bodem van een archeologisch monument ongeroerd blijft. Wanneer dit onmogelijk is, dan moet bij alle bodemingrepen aandacht zijn voor archeologische sporen en vondsten. De voorwaarden voor archeologisch onderzoek gelden voor ingrepen met een groter oppervlak dan 0 m2 en een diepte van meer dan 0 cm vanaf maaiveld. Categorie 2: Gebied van (hoge) archeologische waarde. Bij de terreinen van (hoge) archeologische waarde is middels historisch of archeologisch onderzoek vastgesteld dat er waardevolle archeologische resten in de grond 55 Van der Sanden 1980, 1981, De Jong 2018, Meulendijks 2018.
Pagina 48 van 51
kunnen zitten. Of is aan de hand van andere bronnen overduidelijk dat de dichtheid aan archeologische resten erg groot is. Voor sommige terreinen van archeologische waarde is op basis van historische bronnen, zoals de kadastrale kaart van 1830, vrijwel zeker dat ook hier archeologische resten in de bodem aanwezig zijn. Voorbeelden zijn het historische stadscentrum waar al bijna acht eeuwen wordt gewoond. Maar ook de historische dorpskernen van Stiphout, Mierlo-Hout en Brouwhuis en de diverse buurtschappen, die al vroeg in historische bronnen worden vermeld. Ook de omgeving van de Haag heeft een hoge archeologische verwachting vanwege vermeldingen in de vroegste historische documenten over Helmond én de opgraving van een deel van het complex van het Oude Huys.56 Beleidsrichtlijn is dat archeologisch onderzoek nodig is bij ingrepen met een groter oppervlak dan 50 m2 en een diepte van meer dan 30cm onder maaiveld.
Categorie 3: Gebied met een hoge archeologische verwachting, historische kern. Dit zijn bekende vindplaatsen nabij historische kernen. Het gaat hier met name om vindplaatsen gekoppeld aan bewoning (en aanverwante activiteiten). De zones met een hoge kans voldoen het meest aan de locatiekeuzecriteria (hoog, droog, vruchtbaar en/of een gradiëntsituatie), waardoor deze gronden de meest geschikte vestigingslocaties vormden. Op basis van inzichten in andere delen van het Zuid-Nederlandse zandlandschap zijn dit de zones waar de meeste vindplaatsen uit de late prehistorie, Romeinse tijd en middeleeuwen worden aangetroffen. Beleidsrichtlijn is dat archeologisch onderzoek nodig is bij ingrepen met een groter oppervlak dan 100 m2 en een diepte van meer dan 40cm onder maaiveld. Categorie 4: Gebied met een hoge archeologische verwachting. Op locaties met deze waarde is een hoge verwachting en kans op resten gerelateerd aan de natte context. Deze verwachting geldt voor de gebieden die in de betreffende archeologische periode juist vanwege de natte omstandigheden een aantrekkingskracht op de mensen hadden. Het gaat dan met name om beekdalen en vennen in de steentijd en beekdalen in de late prehistorie Romeinse tijd en middeleeuwen. Hier werd niet gewoond, maar door de grote variëteit in flora en fauna kunnen wel kunnen jacht- en visattributen voorkomen.
Ook afvaldumps kunnen verwacht worden, op plekken waar het niemand tot last was, zoals een moerassige laagte of een oude beekmeander. Daarnaast hadden deze zones vaak ook een rituele aantrekkingskracht wat resulteerde in bewust in de laagtes gedeponeerde voorwerpen zoals vuurstenen of bronzen bijlen die in dal van de Aa en Goorloop zijn aangetroffen. Beleidsrichtlijn is dat archeologisch onderzoek nodig is bij ingrepen met een groter oppervlak dan 250 m2 en een diepte van meer dan 40cm onder maaiveld. Categorie 5: Gebied met een middelhoge archeologische verwachting. Op locaties met deze waarde is een middelhoge verwachting aanwezig. Archeologische en historische aanwijzingen zijn schaars of ontbreken. Maar volgens historische kaarten, het Algemeen Hoogtebestand Nederland, geomorfologie en bodemkaarten voldoen deze landschappelijk gunstig gelegen gebieden aan de verwachting dat de locatie geschikt is voor menselijke activiteiten in het verleden, zoals locatiekeuze voor bewoning, logistiek of ambachtelijke activiteiten. Beleidsrichtlijn is dat archeologisch onderzoek nodig is bij ingrepen met een groter oppervlak dan 2500 m2 en een diepte van meer dan 40cm onder maaiveld. Categorie 6: Gebied met een lage archeologische verwachting.
Dit zijn gebieden waar, op grond van landschappelijke ligging, historische bronnen of door het (nog) ontbreken van archeologische sporen of vondsten, geen aanleiding is om hier een archeologische verwachting op te leggen. Dit betekent niet dat er geen archeologische waarden zijn, maar dat we nog geen argumenten hebben voor een archeologische waardering. In deze gebieden is altijd de kans op toevalsvondsten aanwezig. Het is verplicht om dergelijke vondsten te melden.57 Toevalsvondsten kunnen betekenen dat de lage verwachting beargumenteerd omgezet kan worden naar een middelhoge of hoge archeologische verwachting. Beleidsrichtlijn is dat archeologisch onderzoek nodig is bij ingrepen met een groter oppervlak dan 25.000 m2 en een diepte van meer dan 40 cm -mv. 56 Arts 2002, De Jong 2016. 57 Toevalsvondsten | Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Pagina 49 van 51
Categorie 7: Gebied zonder archeologische verwachting. Op deze locaties heeft een ontgronding, bodemsanering of een opgraving plaatsgevonden. Het gebied is aantoonbaar afgegraven. Dit betekent dat het bodemarchief niet meer op locatie aanwezig is. Wanneer op deze locaties een opgraving is uitgevoerd dan zijn alle gegevens uit de fysieke bodem verdwenen, maar dit betekent dat het gebied nog wel van historische waarde kan zijn. De informatie over het verleden is dan ex situ beschikbaar.
Pagina 50 van 51
Bijlage 7. Archeologische literatuur Helmond op jaar
Pagina 51 van 51