CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-archeobeleid-Helmond-v2.4 - def

Gemeenteraad 12 mei 2026, gemeente HelmondBij agendapunt: Vernieuwen archeologische waardenkaart en beleid10.647 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verder met Verleden Archeologie beleid van de gemeente Helmond 2026

Archeologisch beleid gemeente Helmond 2026

In opdracht van

Gemeente Helmond

Opgesteld door

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven

Auteurs

Jesper de Raad & Theo de Jong

Datum

30 april 2026

Status

definitieve versie 2.4

Pagina 2 van 51

Verder met Verleden Het grondgebied van Helmond heeft een ruim verleden. Op diverse plekken liggen overblijfselen in de bodem die duidelijk maken dat vanaf de steentijden mensen hier hun thuis hadden. Het zijn plekken waar in het verleden mensen het leven vierden: waar ze woonden, speelden en werkten. Maar ook waar ze uiteindelijk aan de aarde zijn toevertrouwd. Die overblijfselen in de bodem zijn van belang voor kennis over de prehistorie en geschiedenis van Helmond, zodat we leren waar we vandaan komen.

Pagina 3 van 51

Samenvatting Archeologiebeleid is een wettelijke taak voor gemeenten. Gemeenten bepalen zelf de waardering en omgang met het eigen erfgoed. Daarbij volgen zij wet- en regelgeving, richtlijnen en voorschriften vanuit de Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap, de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB). De Indicatieve kaart Archeologische Waarden (IKAW 2008) en de Archeologische Monumentenkaart van het Rijk (AMK-2012) en Cultuurhistorische Waarden Kaart (CHW-2025) van de Provincie richten zich op cultuurhistorische waarden van nationaal of provinciaal belang. Vanwege de schaalgrootte richten deze kaarten zich meer op hoofdlijnen met betrekking tot archeologie en erfgoed. Lokale archeologische beleidskaarten en bijbehorend beleid staan voor lokale cultuurhistorische belangen en zijn daardoor uitgebreider en verfijnder. De Archeologische Beleidskaart en bijbehorend archeologiebeleid van Helmond (2026) zijn leidend na vaststelling door de gemeenteraad. De Archeologische Beleidskaart en bijbehorende beleidsregels van Helmond (2026) worden opgenomen in het actuele omgevingsplan en de omgevingsvisie en zijn vanaf 2026 geldend voor ontwikkelingen en vergunningsaanvragen. Voor het hele grondgebied van de gemeente Helmond geldt een meldingsplicht voor ‘toevalsvondsten’.

Toevalsvondsten zijn onverwachte vondsten die vanuit het oogpunt van archeologische monumentenzorg vermoedelijk van algemeen belang zijn. Wat is nieuw in 2026? Vanaf 2026 wordt onderscheid gemaakt in zeven categorieën van gebieden met archeologische waarden of verwachtingen. Het archeologisch monument, gebieden met hoge archeologische waarde en hoge archeologische verwachting zijn onveranderd. Gebieden met middelhoge archeologische verwachting zijn onderverdeeld in landschappelijk hooggelegen en laaggelegen gebieden. De voorwaarden voor de verstoringsoppervlakte en verstoringsdiepte zijn verfijnd ten opzichte van 2017: 1. Archeologisch monument: bij elke bodemingreep is aandacht voor archeologie nodig. 2. Hoge archeologische waarde: bij ingrepen groter dan 50m2 en dieper dan 30cm -mv . 3. Hoge archeologische verwachting: bij ingrepen groter dan 100m2 en dieper dan 40cm -mv.is aandacht voor archeologie nodig. 4. Hoge archeologische verwachting: bij ingrepen groter dan 250m2 en dieper dan 40cm -mv is aandacht voor archeologie nodig. 5. Middelhoge archeologische verwachting: bij ingrepen groter dan 2500m2 en dieper dan 40cm -mv is aandacht voor archeologie nodig. 6. Lage archeologische verwachting: bij ingrepen groter dan 25.000m2 en dieper dan 40cm -mv is aandacht voor archeologie nodig. 7.

Geen archeologische verwachting: bij bodemingrepen is hier geen aandacht voor archeologie (meer) nodig.

Pagina 4 van 51

Afbeelding 1. Overzicht met archeologische waarden en -verwachtingen (Categorie 1 t/m 7) en bijbehorende aandacht voor archeologie.

Pagina 5 van 51

Inhoudsopgave Samenvatting ..........................................................................................................................................................4 Inhoudsopgave ..................................................................................................................................................6 1. Archeologie voor Helmond ............................................................................................................................8 1.1 Aanleiding .........................................................................................................................................................8 1.2 Bronnen voor de archeologische beleidskaart ..................................................................................................9 1.3 Archeologische waarden en verwachtingen ...................................................................................................10 2.

Archeologische waarden ..............................................................................................................................12 2.1 De archeologische beleidskaart ......................................................................................................................12 2.2 Voorwaarden bij bodemingrepen ...................................................................................................................14 2.3 Archeologische monumenten (blauw) ............................................................................................................14 2.4 Terreinen van (hoge) archeologische waarde (rood) ......................................................................................14 2.5 Gebieden met een hoge archeologische verwachting, landschappelijk hooggelegen (paars) ........................15 2.6 Gebieden met een hoge archeologische verwachting, landschappelijk laaggelegen (okerkleur) ...................15 2.7 Gebieden met een middelhoge archeologische verwachting (beige) .............................................................15 2.8 Gebieden met een lage archeologische verwachting (lichtgeel) .....................................................................15 2.9 Gebieden zonder archeologische verwachting (grijs) .....................................................................................16

2.10 Esdekken .......................................................................................................................................................16 2.11 Water ............................................................................................................................................................16 3. Archeologische waardering onderbouwd .....................................................................................................17 3.1 Archeologische waardenkaart voor Helmond .................................................................................................17 3.2 Het onderzoeksgebied .....................................................................................................................................17 4.

Methoden en bronnen...........................................................................................................................21 4.1 Bronnen en aanpak .........................................................................................................................................21 4.2 Verwachtingsmodel ........................................................................................................................................23 4.3 Het fysieke landschap .....................................................................................................................................24 4.4 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) ....................................................................................................27 4.5 Inventariseren van archeologische vondsten ..................................................................................................27 4.6 Cultuurhistorische inventarisatie ....................................................................................................................28

5. Aantasting van het bodemarchief ................................................................................................................30 5.1 Provinciaal geregistreerde ontgrondingen .....................................................................................................30

Pagina 6 van 51

5.2 Waterberging en natuurontwikkelingen .........................................................................................................32 5.3 Bodemsaneringen ...........................................................................................................................................33 5.4 Ondergrondse afvalcontainers ........................................................................................................................35 5.5 Bouwinitiatieven .............................................................................................................................................30 5.6 Archeologische onderzoeken ..........................................................................................................................36 6.

Het archeologische proces ...........................................................................................................................39 6.1 Planvorming en aanvraag van een omgevingsvergunning .............................................................................40 6.2 Uitvoering van archeologisch onderzoek ........................................................................................................41 6.3 Langdurig beheer van documentatie en bodemvondsten...............................................................................42 6.4 Educatie op locatie ..........................................................................................................................................42 6.5 Kosten van archeologie verdeeld ....................................................................................................................44 6.

Literatuurlijst .........................................................................................................................................45 Bijlage 1. Archeologische beleidskaart 2026.........................................................................................................47 Bijlage 2. Archeologieprojecten Helmond tot 2026 ..............................................................................................47 Bijlage 3. ODZOB regiomodel ................................................................................................................................47 Bijlage 4. Archeologische kenniskaart, opgravingsvlakken en resultaten tot 2026 ..............................................47 Bijlage 5. Beschrijving archeologisch gewaardeerde gebieden TAW ....................................................................47 Bijlage 6. Handleiding voor de archeologische beleidskaart gemeente Helmond ................................................47 Bijlage 6. Archeologische literatuur Helmond op jaar ..........................................................................................51

Pagina 7 van 51

1. Archeologie voor Helmond 1.1 Aanleiding Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Op landelijk en provinciaal niveau zijn kort daarop kaarten gemaakt met cultuurhistorische waarden voor Rijk en Provincies.1 In navolging daarvan is in 2008 ook voor Helmond een archeologiebeleid en een archeologische waardenkaart opgesteld.2 Op basis van nieuwe inzichten en ontwikkelingen is de archeologische waardenkaart in 2017 bijgewerkt naar een archeologische beleidskaart. Inmiddels zijn we weer bijna tien jaar verder. De invoering van de Omgevingswet in 2024, de voorgenomen grootschalige ontwikkelingen in de stad tot 20403 en actuele inzichten maken het nodig om het archeologiebeleid uit 2008 en de archeologische beleidskaart uit 2017 onder de loep te nemen en waar nodig aan te passen en te herzien. Dit is tevens de wens en de opdracht die in 2023 is geformuleerd in ‘Samen aan de slag’ de Erfgoedvisie van de gemeente Helmond.4

Waarom archeologie beleid voor Helmond? In 2017 stelde de gemeente Helmond het archeologiebeleid en de bijbehorende beleidskaart vast. Deze beleidskaart heeft als doel informatie te leveren voor afweging en besluitvorming over beheer, behoud en ontwikkeling van het archeologische bodemarchief. Doel van deze kaart en beleid is het archeologisch erfgoed te beschermen en beschikbaar te houden voor toekomstige generaties. Uitgangspunt van Europees archeologiebeleid is ‘behoud in situ’, het behouden van vaak eeuwenoude resten in de bodem zelf.5 De daaruit in 2016 volgende erfgoedwet6 is opgenomen in het omgevingsplan en de omgevingsvisie. Gemeenten zijn er zelf verantwoordelijk voor dat erfgoedbeleid een plek krijgt in het omgevingsplan. Nieuwe inzichten Na het vaststellen van de archeologische beleidskaart in 2017 zijn verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd. Deze leverden een kenniswinst op over de bewoningsgeschiedenis van Helmond. De verworven kennis en inzichten over archeologische waarden en verwachtingen zijn aanleiding voor vernieuwing van de beleidskaart. Ook de invoering van de Omgevingswet in 2024 maakt een inpassing van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart nodig. Het archeologiebeleid moet helder en doelmatig zijn: de archeologische waarden en -verwachtingen zijn te motiveren en aantoonbaar.

Het delen en toegankelijk maken van resultaten van archeologisch onderzoek is een belangrijk doel. Archeologische resultaten roepen ook weer nieuwe vragen op zodat we steeds verder bouwen aan het verleden van Helmond.7 Bescherming is maatwerk We moeten zuinig zijn op archeologische resten in de bodem. Bij voorkeur blijven sporen en vondsten in de bodem behouden (‘in situ’). Wanneer dat niet mogelijk is wordt de archeologische informatie veilig gesteld door middel van een opgraving. Informatie over 1 AMK, IKAW en CWK. 2 Gemeente Helmond beleidsplan Archeologie versie Helmond 2008-2012 3 Omgevingsvisie Helmond 2040, Wij zijn Helmond: 15-17, 24. 4 Erfgoedvisie gemeente Helmond, Samen aan de slag: 18, 26 27, 34-35. 5 Verdrag van Malta, Verdrag van Valetta, 1992. 6 Erfgoedwet, hoofdstuk 5. 7 Indicatieve kaart archeologische waarden, RCE, RAM-155, Met name hoofdstuk 4 en 5.

Pagina 8 van 51

sporen en structuren, maar ook de vondsten, worden dan duurzaam in een archeologisch depot opgeslagen voor toekomstig onderzoek(‘ex situ’). De vernieuwde archeologische beleidskaart toont de plaatsen in de gemeente Helmond waar een archeologische bescherming op rust. Voor bepaalde ingrepen in de bodem is een vergunning verplicht en moet worden voldaan aan voorwaarden. Op de archeologische beleidskaart zijn plekken aangewezen met een verschillende beschermingswaarde. De archeologische waarden variëren tussen hoog, middelhoog en laag. Bij ingrepen in de bodem is de omvang (m2) en diepte (cm beneden maaiveld) leidend voor de voorwaarden die in de omgevingsvergunning worden opgenomen voor archeologisch onderzoek. Voor bepaalde bodemingrepen is maatwerk noodzakelijk. Deze worden hierna nader uitgelegd. Toevalsvondsten Voor het hele grondgebied van de gemeente Helmond geldt een meldingsplicht voor ‘toevalsvondsten’. Toevalsvondsten zijn onverwachte vondsten die vanuit het oogpunt van archeologische monumentenzorg evident of vermoedelijk van algemeen belang zijn.8 Uitgangspunt is dat de bodem zo min mogelijk wordt aangetast en dat eeuwenoude overblijfselen van (verre) voorouders in de bodem bewaard blijven. Toch is het onvermijdelijk dat bij ontwikkelingen in de bodem wordt gegraven.

Denk daarbij aan bouwputten, wegtaluds, bodemverbetering bij aanplant of aanleg van ondergrondse afvalcontainers, waterberging, rioolbuizen, kabels en leidingen. 1.2 Bronnen voor de archeologische beleidskaart Voor een actueel beeld van de (verwachte) aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden zijn diverse bronnen geraadpleegd: archeologische vondsten en vindplaatsen, onderzoeksrapporten van eerdere opgravingen en relevante historische literatuur op lokaal en regionaal niveau. Het sinds 2017 in Helmond uitgevoerd archeologisch onderzoek is verwerkt in de nieuwe beleidskaart. Regiomodel voor archeologie Daarnaast is voor Zuidoost Brabant een model ontwikkeld waarin alle bekende vindplaatsen uit verschillende perioden zijn gekoppeld aan landschappelijke ligging.9 Op basis van dit model kunnen verwachtingen over archeologische waarden worden geformuleerd. Deze modeluitkomsten zijn vervolgens getoetst aan bestaande inventarisatiegegevens en verfijnd met actuele kennis van het fysieke en historische landschap. Het resultaat is een verantwoord instrument voor onderbouwing van het archeologiebeleid en de bijbehorende beleidskaart. Historische bronnen Met behulp van historische kaarten en literatuur is bepaald waar tussen de 16e en 19e eeuw – en mogelijk al vanaf de late middeleeuwen – kerken, kastelen, hoeven, wegen en voorden lagen.

Een belangrijke bron hierbij zijn de cultuurhistorische inventarisaties (2020-2025) van de gemeente Helmond.10 De historische wegen, waterlopen, woonkernen en gehuchten zijn

8 VNG begrippen. toevalsvondst.

9 Het regiomodel is opgesteld door de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB). 10 Opgesteld door Flexus/Contrei tussen 2020 en 2026.

Pagina 9 van 51

met behulp van de kadasterkaart uit 1832 overgenomen op de huidige digitale ondergrond, met dank aan de Stichting Historische Geografie Brabant voor dit regio-brede initiatief.11 De bodem in kaart Informatie over bodem is verkregen via het DINO-loket.12 Ten slotte zijn gegevens over nieuwbouw, afgravingen en ander grondverzet verzameld en geanalyseerd om recente verstoringen in kaart te brengen.13 1.3 Archeologische waarden en verwachtingen De archeologische beleidskaart onderscheidt gebieden waar specifieke vrijstellings- en ondergrenzen gelden met betrekking tot bodemingrepen (afb. 2, bijlage 1). De voorwaarden gelden voor zowel de diepte (cm -maaiveld) als de omvang (oppervlakte in m2) van de ingreep (tabel 1). Zodra een bodemingreep in een archeologisch gewaardeerd gebied beide grenzen overschrijdt is archeologisch onderzoek nodig. De archeologische beleidskaart wordt opgenomen in omgevingsplannen met ‘gebiedsaanwijzingen van het type Functie’. Bij gebiedswaarde Archeologie behoren dan per categorie (maatwerk)regels. Beschermingsniveau in zeven categorieën Om te voorkomen dat dit erfgoed in de bodem (het ‘bodemarchief’) ongezien weggeschept wordt, is bij elk gebied met een archeologische (verwachtings-)waarde aangegeven wat kan en mag en onder welke voorwaarden in oppervlakte en diepte (tabel 1).

Bij de archeologische waardering van gebieden met categorie 1 tot en met 7 horen voorwaarden. Deze worden in het volgende hoofdstuk toegelicht.

11 Website: Historische Geografie Brabant. 12 Website: DINOhttps://www.dinoloket.nl/bro-bodemkaart-loket. 13 GIS-viewer gemeente Helmond, Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) en Provincie Noord-Brabant.

Pagina 10 van 51

Categorie Waarde/verwachting archeologie

Oppervlakte bodemingreep

Diepte bodemingreep

Cat. 1

Gemeentelijk archeologisch monument

0 m²

0 cm -mv

Cat. 2

Terrein van (hoge) archeologische waarde

50 m²

30 cm -mv

Cat. 3

Hoge archeologische verwachting, historische kern

100 m²

40 cm -mv

Cat. 4

Hoge archeologische verwachting

250 m²

40 cm -mv

Cat. 5

Middelhoge archeologische verwachting

2.500 m²

40 cm -mv

Cat. 6

Lage archeologische verwachting

25.000 m² en

40 cm -mv

Cat. 7

Geen verwachting (meer)

Tabel 1. De categorieën en verwachtingswaarden met bijbehorende regels ten aanzien van oppervlakte (m2) en diepte (in cm onder maaiveld).

Pagina 11 van 51

2. Archeologische waarden 2.1 De archeologische beleidskaart Op basis van landschappelijke ligging, historische en archeologische kennis, en in de regio verworven inzichten, is een verwachtingsmodel gemaakt. De archeologische verwachtingenen -waardenkaart maakt aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische gebieden in Helmond zichtbaar. Deze zijn weergegeven op de archeologische beleidskaart (afb. 2). Binnen het grondgebied van de gemeente Helmond zijn zeven zones met archeologische verwachtingen of -waarden te onderscheiden:14 1) Gemeentelijk archeologisch monument (blauw); 2) Gebieden met (hoge) archeologische waarden (rood); 3) Gebieden met een hoge archeologische verwachting, landschappelijk hoog (paars); 4) Gebieden met een hoge archeologische verwachting, landschappelijk laag (oker); 5) Gebieden met een middelhoge archeologische verwachting (beige); 6) Gebieden met een lage archeologische verwachting (lichtgeel); 7) Gebieden zonder archeologische verwachting (grijs).

Afbeelding 2. Archeologische beleidskaart 2026 van Helmond.

14 De waardering in kleuren is standaard voor de Omgevingsdienst zuidoost Brabant (ODZOB) en op

regionale schaal vergelijkbaar. Pagina 12 van 51

Pagina 13 van 51

2.2 Voorwaarden bij bodemingrepen Een archeologische beleidskaart maakt keuzes rondom archeologie visueel inzichtelijk. De verschillende archeologische waarden zijn in kleur op kaart aangegeven. Voor bodemingrepen gelden per verwachtingszone specifieke vrijstellingsgrenzen. Deze gelden voor zowel de diepte als de omvang (oppervlakte) van een ingreep. Worden beide grenzen overschreden, dan is archeologisch onderzoek nodig voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Als voor een projectgebied twee of meer categorieën gelden, dan geldt de hoogste verwachting/waarde voor het gehele terrein. De archeologische beleidskaart van Helmond (2026) vormt daarmee een belangrijk instrument binnen de Omgevingswet. De beleidskaart en bijbehorende voorwaarden worden opgenomen in omgevingsplannen. Deze worden met ‘waarde archeologie’ geannoteerd als ‘Gebiedsaanwijzing van het type Functie’. Naast gebieden met een archeologische verwachting zijn in Helmond ook plekken met een vastgestelde archeologische waarde. Het zijn gebieden waar op basis van óf archeologisch onderzoek, óf archeologische waarnemingen en/of historische gegevens van het terrein (vrijwel zeker) vast staat dat hier nog belangrijke archeologische resten in de grond zitten. 2.3 Archeologische monumenten (blauw) In Helmond komen geen archeologische rijksmonumenten voor die zijn beschermd op basis van de Erfgoedwet.

Wel kennen we een gemeentelijk archeologisch monument. Dit is het voormalige terrein van de Abdij van Binderen. De oorspronkelijke grachten van dit terrein zijn tussen 1940 en 1950 opnieuw uitgegraven. Binnen de grachten vonden een tweetal opgravingsprojecten plaats (in 1980 en 1994) die aantonen dat hier nog funderingen, kuilen en andere archeologische sporen in de bodem liggen.15 Op grond van de criteria gaafheid, conservering en wetenschappelijke en cultuurhistorische waarde is de bodem onder Binderen behoudenswaardig. Archeologisch onderzoek is nodig bij alle ingrepen in de bodem (groter dan 0 m2 en dieper dan 0 cm vanaf maaiveld). De bodem van dit archeologisch monument blijft bij voorkeur ongeroerd. 2.4 Terreinen van (hoge) archeologische waarde (rood) De terreinen van (hoge) archeologische waarde bevatten waardevolle archeologische resten in de bodem. Aan de hand van historische of archeologische bronnen is aannemelijk dat hier archeologische sporen en vondsten aanwezig zijn. Voor deze terreinen is op basis van historische bronnen, zoals de kadastrale kaart van 1830, vrijwel zeker dat ook hier archeologische resten in de bodem aanwezig zijn. Voorbeelden zijn: het historische stadscentrum waar al bijna acht eeuwen wordt gewoond, de historische dorpskernen van Stiphout, Mierlo-Hout en Brouwhuis en diverse buurtschappen, die al vroeg in historische bronnen worden vermeld.

Ook de omgeving van de Haag heeft een hoge archeologische verwachting vanwege vermeldingen in de vroegste historische documenten over Helmond én de opgraving van een deel van het burchtcomplex van het Oude Huys.16

15 Van der Sanden 1980, 1981; De Jong 2018; Meulendijks 2018. 16 Arts 2002; De Jong 2016.

Pagina 14 van 51

Archeologisch onderzoek is nodig bij ingrepen met een groter oppervlak dan 50 m2 en een diepte van meer dan 30 cm onder maaiveld. 2.5 Gebieden met een hoge archeologische verwachting, landschappelijk hooggelegen (paars) Dit zijn bekende vindplaatsen nabij historische kernen. Het gaat hier om vindplaatsen met sporen van bewoning en aanverwante activiteiten. Deze gronden voldoen aan de meest geschikte vestigingslocaties: hoog, droog, vruchtbaar en/of een gradiëntsituatie. Op basis van inzichten in andere delen van het Zuid-Nederlandse zandlandschap zijn dit de vindplaatsen uit de late Prehistorie, Romeinse tijd en Middeleeuwen. Archeologisch onderzoek is nodig bij ingrepen met een groter oppervlak dan 100 m2 en een diepte van meer dan 40 cm onder maaiveld. 2.6 Gebieden met een hoge archeologische verwachting, landschappelijk laaggelegen (okerkleur) Locaties met deze waarde hebben een hoge verwachting voor archeologische resten gerelateerd aan een natte context. Het gaat om beekdalen en vennen met vondsten uit de Steentijd en de late Prehistorie, Romeinse tijd en Middeleeuwen. Hier werd niet gewoond, maar hier kunnen wel structuren als voorden, bruggen, sluizen, kadeconstructies of jacht- en visattributen aanwezig zijn.

In de veenrijke beekdalen blijven dierlijke resten goed bewaard, waardoor zowel het oorspronkelijke landschap (botanische resten) als de daarin voorkomende fauna bewaard zijn gebleven. Op zones met een moerassige laagte of een oude beekmeander kunnen afvaldumps liggen. Deze gebieden hebben in meerdere perioden vaak ook een rituele betekenis. Speciale voorwerpen zijn hier geofferd zoals vuurstenen bijlen (Steentijd) en bronzen bijlen of lanspunten (Brons-IJzertijd) of munten (Romeinse tijd). In het dal van de Aa, Bakelse Aa en Goorloop zijn al diverse vondsten aangetroffen. Archeologisch (voor-)onderzoek is nodig bij ingrepen met een groter oppervlak dan 250 m2 en een diepte van meer dan 40 cm onder maaiveld. 2.7 Gebieden met een middelhoge archeologische verwachting (beige) Op deze locaties zijn aanwijzingen voor archeologische of historische structuren vooralsnog schaars. Maar het zijn landschappelijk gunstig gelegen gebieden. Ze voldoen aan de verwachting dat de locatie geschikt is voor menselijke activiteiten in het verleden, zoals locatiekeuze voor bewoning, logistiek of ambachtelijke activiteiten. Archeologisch (voor-)onderzoek is nodig bij ingrepen met een groter oppervlak dan 2500 m2 en een diepte van meer dan 40 cm onder maaiveld.

2.8 Gebieden met een lage archeologische verwachting (lichtgeel) Dit zijn gebieden waar, op grond van landschappelijke ligging, historische bronnen of door het (nog) ontbreken van archeologische sporen of vondsten geen aanleiding is voor een archeologische verwachting. Dit betekent niet dat er geen archeologische waarden zijn, maar dat we nog geen argumenten hebben voor een archeologische waardering. Er is altijd een kans op toevalsvondsten. Toevalsvondsten kunnen betekenen dat de lage verwachting beargumenteerd omgezet kan worden naar een middelhoge of hoge archeologische verwachting. Pagina 15 van 51

Archeologisch (voor-)onderzoek is nodig bij ingrepen met een groter oppervlak dan 25.000 m2 en een diepte van meer dan 40 cm onder maaiveld. 2.9 Gebieden zonder archeologische verwachting (grijs) Op deze locaties heeft een ontgronding, bodemsanering of een opgraving plaatsgevonden. Het gebied is aantoonbaar afgegraven. Dit betekent dat het bodemarchief niet meer op oorspronkelijke locatie aanwezig is. Wanneer op deze locaties een (archeologische) opgraving is uitgevoerd dan zijn alle gegevens uit de fysieke bodem verdwenen, maar dit betekent dat het gebied nog wel van historische waarde kan zijn. De informatie over het verleden is dan ex situ beschikbaar. Deze gebieden zijn of worden vrijgegeven voor ontwikkelingen, geen archeologische onderzoek (meer) nodig. 2.10 Esdekken Vanaf de Late Middeleeuwen zijn voormalige akkergronden door plaggenbemesting langzamerhand opgehoogd. Hierdoor zijn zogenaamde esdekken of bolle akkers ontstaan. Deze ophogingslagen hebben oudere bewoningssporen vaak goed geconserveerd. Wanneer aangetoond wordt dat er voldoende buffer voor de archeologische sporen onder de akkerlaag over blijft, kan de vrijstellingsgrens voor verstoringsdiepte mogelijk worden verruimd tot maximaal 50 cm-mv. 2.11 Water Werkzaamheden in, onder of aan wateren kunnen gevolgen hebben voor het archeologisch bodemarchief.

Het opschonen van slootkanten, baggeren, uitdiepen of verleggen van beekbeddingen of vernieuwen van (oever)constructies kunnen een archeologische vindplaats aantasten. Uitgangspunt is de archeologische verwachtingswaarde van omliggend gebied (de oevers) en de bestaande diepte van het water. Specifieke afspraken worden gemaakt wanneer activiteiten of ontwikkelingen zich hier voordoen.

Pagina 16 van 51

3. Archeologische waardering onderbouwd 3.1 Archeologische waardenkaart voor Helmond Het doel van een archeologische beleidskaart is een onderbouwd inzicht in de aanwezige en te verwachten archeologische waarden binnen de gemeente Helmond. Dit is nodig om gedegen advies te geven bij aanvragen van vergunningen voor ingrepen in de fysieke ruimte. In 1990 is voor de gemeente Helmond de eerste archeologische waardenkaart voor het buitengebied van Helmond opgesteld.17 Op de waardenkaart zijn toen 47 vindplaatsen gewaardeerd. In 200818 en 2017 is de archeologische waardenkaart geactualiseerd. Op de archeologische beleidskaart uit 2017 zijn 150 vindplaatsen gewaardeerd. Het actualiseren van deze kaarten vond plaats binnen de Samenwerkingsovereenkomst archeologie Eindhoven en Helmond.19 Nieuwe inzichten leiden tot nieuwe vragen Periodiek actualiseren is nodig door veranderingen in regelgeving, zoals de omgevingswet. Ook opgravingen en ontwikkelingen en aandachtspunten binnen het vakgebied archeologie zorgen voor nieuwe informatie en actuele inzichten. Tegelijkertijd krijgen we daardoor andere en betere archeologische onderzoeksvragen.

Een voorbeeld daarvan is dat ook meer recente bewoningsporen en archeologische resten uit de vorige eeuw (zoals WOII) tegenwoordig binnen het archeologisch onderzoeksveld vallen.20 Bodemingrepen met verschillende belangen Voor een zorgvuldige belangenafweging met andere gebiedsvelden als bodemsaneringen, explosievenonderzoeken, natuurontwikkelingen of het uitgraven van bouwputten, parkeerkelders, waterberging of ondergrondse afvalcontainers, is het essentieel te beschikken over een betrouwbare en actuele archeologische beleidskaart met een heldere onderbouwing en duidelijke regels. Hierna wordt de inhoudelijke achtergrond van de vernieuwde archeologische verwachtingen- en waardenkaart toegelicht en worden waardevolle gebieden benoemd. 3.2 Het onderzoeksgebied: de huidige gemeente Hoewel het feitelijke archiefstuk tegenwoordig ontbreekt, ontving Helmond vermoedelijk in 1232 stadsrechten van de hertog van Brabant, tegelijk met Eindhoven en St. Oedenrode. Helmond lag aan de rand van het Hertogdom Brabant en had vooral een strategische betekenis (afb. 3). Een stadszegel met het randschrift ‘Sigillum burgencium et opidi de Helmont’ (zegel van burgers en de stad Helmond) aan een oorkonde uit 1241 maakt duidelijk dat Helmond toen al stadsrechten had.

Bebouwing was al vroeg aanwezig naast de aanloopwegen buiten de stad zoals de Marktstraat, Binderseind, Heistraat, Molenstraat, Heuvel, Hoogeind, Steenweg en Kromme Steenweg (afb. 4). Eeuwenlang bleef het grondgebied beperkt tot een stadskern, omringd met stadsgrachten en stadswallen, van ongeveer 20 ha.

17 Datema 1990. 18 Arts 2008. 19 De Jong, Peters & Vossen 2015. 20 Conflictarcheologie, RCE, RAM-211.

Pagina 17 van 51

Helmond van ‘stad’ naar ‘gemeente’ Pas met de invoering van de Gemeentewet van Thorbecke (1851) kreeg Helmond de moderne status van gemeente, met een gekozen gemeenteraad, een college van burgemeester en wethouders en formeel vastgelegde gemeentegrenzen. Daarmee is Helmond een volwaardige gemeente in de huidige betekenis van het woord. Nadat het kanaal de Zuid-Willemsvaart (in 1826) gereed was en enkele jaren later (in 1866) de Staats Spoorlijn Eindhoven-Venlo in gebruik werd genomen, kwam veel industriële bedrijvigheid naar Helmond en groeide Helmond snel in aantal huizen en inwoners (afb. 5). Groeiende stad De groei van Helmond is de afgelopen eeuw doorgegaan. De huidige contouren van de gemeente zijn grotendeels in 1968 vastgelegd, toen Helmond haar grondgebied aanzienlijk uitbreidde door annexatie van delen van de omliggende gemeenten Aarle-Rixtel, Bakel, Deurne, Mierlo, Someren en Stiphout. In 1995 volgde nog een wijziging: de wijk Brandevoort (circa 5 km²), destijds behorend tot de gemeente Mierlo, werd toegevoegd aan Helmond (afb. 6). De gemeente Helmond beslaat nu een oppervlakte van 54,75 km² en telt in januari 2026 96.860 inwoners. Daarmee is Helmond qua inwonertal de 33ste grootste stad van Nederland. Voor de komende jaren is een forse schaalsprong in aantal inwoners, huizen en bedrijven gepland en zal Helmond verder groeien.

Hierdoor blijft de druk op het bodemarchief de komende tijd nog hoog.

Afbeelding 3. De oudst bekende kaart van het Hertogdom Brabant. Omstreeks 1535 getekend door Gilles van der Hecken. Helmond [Helmot] en Eindhoven [Endhove] liggen in de noordoosthoek. De ronde kaartvorm is gebruikelijk in de late middeleeuwen (Koninklijke Bibliotheek België (Brussel), inv.nr. 2088-2098, fo87,vo). Pagina 18 van 51

Afbeelding 4. De plattegrond van Helmond uit 1540 is zo nauwkeurig dat huidige infrastructuren als straten, waterlopen en wegen nog altijd herkenbaar zijn (naar Jacob van Deventer, huidige namen toegevoegd).

Pagina 19 van 51

Afbeelding 5. Groei van huizen en inwoners in Helmond vanaf 1200 tot heden.

Afbeelding 6. Het grondgebied van de gemeente Helmond is de afgelopen twee eeuwen fors toegenomen door het toevoegen van deelgebieden vanuit omliggende gemeenten.

Pagina 20 van 51

4. Methoden en bronnen 4.1 Bronnen en aanpak Voor het opstellen van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn meerdere stappen doorlopen. Eerst is het onderzoeksgebied beschreven, waarbij niet alleen de huidige maar ook de gemeentegrenzen van vóór de Gemeentewet van 1851 en de uitbreidingen in 1919, 1968 en 1995 zijn meegenomen. Vervolgens zijn in een Geografisch Informatie Systeem (ArcGISpro) zoveel mogelijk basisgegevens verzameld, waarmee een digitale basisatlas is samengesteld. Deze atlas fungeerde als ruggengraat van de inventarisatie: de geografische kapstok waaraan alle informatie is gekoppeld (afb. 7). De volgende digitale en analoge bronnen zijn gebruikt voor de basisatlas en inventarisatie voor de verwachtingen- en waardenkaart:

•

•

•

 Actuele topografie (Top10NL);  GBKN en de kadastrale ondergrond (gemeente); Google maps en Street view;  Actueel Hoogtebestand Nederland, AHN-4, versie 2014-2012;21  Geologische kaart, inclusief esdekkenkaart;  Geomorfologische kaart (schaal 1:50.000);  Bodemkaart (schaal 1:50.000);  Kadastrale minuutplannen 1832;  Voordt-Pieck, L. 1841:22  Topografie kaarten TDN (Bonnekaartjes) ca 1900 en 1930.23 Topografische kaarten divers 20e/21e eeuw.  Ontgrondingenkaart Provincie Noord-Brabant;24  Veiligheidsrisicokaarten Zuidoost-Brabant voor grootschalige ondergrondse infrastructuur;  Bodemsaneringen en stortplaatsen Provincie Noord-Brabant.25  BAG bestanden gemeente Helmond;  Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) en Archeologische Monumentenkaart (AMK);26  Archeologisch Informatiesysteem (Archis) (RCE);27  Rijks- en gemeentelijke monumenten (RCE en gemeente Helmond);28  Luchtfoto’s (1944 en diverse jaartallen vanaf 2000);  Archeologische waardenkaart 2008 gemeente Helmond, incl. toelichting; Archeologische waardenkaart 2017 gemeente Helmond, incl. toelichting.

21 AHN4 - Geïnterpoleerd DTM | Viewer Actueel Hoogtebestand. 22 Van der Voordt-Pieck 1841. 23 Topotijdreis: 200 jaar topografische kaarten. 24 Ontgrondingen provincie Noord-Brabant. 25 Voormalige stortplaatsen op de kaart. 26 AMK-2014 en IKAW-2008 | Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Archis, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

(RCE). 27 Archis-RCE. 28 Zoeken in het Rijksmonumentenregister, RCE. Pagina 21 van 51

Afbeelding 7. Kaartenprikker van Helmond. De archeologische beleidskaart is mede samengesteld met gegevens uit diverse kaarten.

Pagina 22 van 51

Om tot een actuele archeologische verwachtingen- en waardenkaart voor de gemeente Helmond te komen zijn de volgende stappen doorlopen: 1. 2. •

•

3.

Opstellen verwachtingsmodel zoals dat ook voor de regio Zuidoost Noord-Brabant is opgesteld (ODZOB); Verfijning verwachtingsmodel op basis van het fysieke landschap; Verfijning verwachtingen op basis van de archeologische inventarisatie met opgravingen, archeologische vondsten, veldverkenningsvondsten, vondstmeldingen en bijbehorende literatuur en archeologische opgravingsrapportages; Verfijning van de verwachting op basis van (cultuur)historische inventarisatie, daarvoor zijn de cultuurhistorische inventarisaties van Flexus/Contrei (2020-2026) en het gedigitaliseerde kadastrale minuutplan uit 1832 (door Historische Geografie Brabant) van groot belang; Verfijning verwachtingen op basis van (mogelijke) verstoringen, met gegevens uit de GIS-viewer van de gemeente Helmond met kaartlagen van voormalige stortplaatsen, bodemsaneringen en ondergrondse bouwwerken.

4.2 Verwachtingsmodel De basis voor de archeologische verwachtingen- en waardenkaart van de gemeente Helmond is het archeologische verwachtingsmodel dat door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant voor de Zuid-Nederlandse regio Zuidoost-Brabant (zie bijlage 2) is opgesteld.29 Het archeologisch verwachtingsmodel staat op twee pijlers: de algemene verspreidingspatronen van vindplaatsen en de geomorfologische en bodemkundige context. De verwachting wordt vastgesteld door de relatie te analyseren tussen bekende vindplaatsen in de regio Zuidoost Brabant en hun landschappelijke positie. Uitgangspunt is dat vergelijkbare landschappelijke eenheden een vergelijkbaar potentieel zullen bezitten voor resten uit dezelfde perioden. Om uitspraken te kunnen doen over minder onderzochte gebieden, is gebruik gemaakt van extrapolatie. Daarbij zijn de hoge onderzoeks-intensiteit en vondstdichtheid in bepaalde zones doorgetrokken naar gebieden met een lagere onderzoeks-intensiteit. Op deze wijze ontstaat een methodisch verantwoorde inschatting voor de archeologische verwachting. De kern van deze methode ligt in de kwantitatieve vergelijking tussen het aantal vindplaatsen en de omvang van onderscheiden landschappelijke eenheden.

Voor elke eenheid (bijvoorbeeld een dekzandrug met hoge zwarte enkeerdgrond) is het percentage vindplaatsen afgezet tegen de oppervlakte van die eenheid binnen het onderzoeksgebied. De resultaten zijn vervolgens vertaald naar verwachtingsscores: een ondervertegenwoordiging leidt tot een lage verwachting, een evenredige tot een middelhoge en een duidelijke oververtegenwoordiging tot een hoge verwachting. Deze systematische koppeling van geomorfologische eenheden, bodemeenheden en bestaande vindplaatsen resulteert in een statistisch onderbouwd verwachtingsmodel. Dit model is de methodologische basis voor archeologische waarden en verwachtingen voor Helmond. Uit het verwachtingsmodel van Zuidoost-Brabant blijkt bijvoorbeeld dat de helft van alle vindplaatsen uit de regio Zuidoost-Brabant is aangetroffen op de dekzandruggen, meestal 29 Regio Zuidoost-Brabant: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Best, Gemert-

Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. Pagina 23 van 51

bedekt door een plaggendek. De archeologische verwachting voor zowel hoge als lage dekzandruggen is in deze hele regio dan ook hoog voor alle perioden. In de tabellen van bijlage 2 is de archeologische verwachting per landschappelijke eenheid (bodem en geomorfologie) op basis van de archeologische gegevens verdeeld naar de verschillende tijdsperioden. Daaruit wordt duidelijk dat de verwachting voor Steentijd en latere perioden van elkaar verschilt per landschappelijke eenheid. 4.3 Het fysieke landschap Aangezien de bewoningsontwikkeling en de keuze om ergens te gaan wonen, sterk beïnvloed is door landschappelijke omstandigheden, is analyse van het fysieke landschap een belangrijk onderdeel van het archeologische verwachtingsmodel. Dat geldt ook voor de gemeente Helmond omdat belangrijke delen van het grondgebied, door bebouwing, niet zijn gekarteerd op de bodemkaart, de geologische kaart en de geomorfologische kaart. Hogere dekzandgronden Voor Helmond is de landschappelijke ondergrond (het fysieke landschap) met meer recente gegevens uit het DINO-loket en veldwaarnemingen meer gedetailleerd in beeld gebracht. Op deze kaart zijn bijvoorbeeld de oude vennen, dekzandruggen, stuifzanden en de beekdalen zo goed mogelijk gereconstrueerd. Dit mede aan de hand van het kadastrale minuutplan uit 1832 en topografische kaarten (afb.

8), toponiemen-onderzoek30 en de relatie tussen bodem en topografie. Uit wat bekend is over vestigingskeuzes en landschapsgebruik door de tijd heen, blijkt dat de aanwezigheid van waterlopen en dekzand-opduikingen (dekzandruggen, -koppen en -kamduinen) bepalend is voor menselijke activiteiten.31 Op basis van het gereconstrueerde fysieke landschap zijn deze gebieden uitgelicht, die een hogere archeologische verwachting krijgen dan de omliggende arealen. Naast lage en hoge dekzandruggen betreft het kamduinen. Deze duinen kunnen van laat-glaciale ouderdom zijn, maar ook laatmiddeleeuws en alle dateringen daartussen. Opvallend is dat Steentijd vindplaatsen zich vaak concentreren op de kamduinen. Laaggelegen beekdalen In het beekdal van de Goorloop en de Aa komen op diverse plaatsen nog gebieden voor waar in de bodem nog ijzerhoudend (moeras-)veen aanwezig is. Hier kunnen nog bijzondere archeologische resten bewaard zijn gebleven zoals houten constructies en skeletresten van prehistorische dieren. Maar het veen bevat ook plantenresten en pollen die de ontwikkeling van het natuurlijke landschap en de opkomst van landbouwgewassen laten zien. Deze gebieden hebben daarom hoge waardering gekregen. De archeologische verwachting is op basis van het fysieke landschap als volgt verfijnd (tabel 2):

30 Beijers & Van Bussel 1996; Meulendijks 2002, 2003, 2007, 2018; Van den Meulenhof 1987, 2002. 2012. 31 RCE, RAM-155, hoofdstuk 4.

Pagina 24 van 51

Landschappelijke eenheid

Archeologische verwachting

Dekzandruggen (incl. hoge en lage dekzandruggen)

Hoog

Kamduin

Hoog

Restveen

Middelhoog

Ven en laagte in relatief hoog gelegen zone

Hoog (incl. zone van 200m rondom)

Tabel 2. De archeologische verwachting op landschappelijke eenheden.

Pagina 25 van 51

Afbeelding 8. Topografische kaarten vanaf 1850 tot 2025. Eeuwenlang was Helmond een klein stadje. De bebouwing is vanaf 1960 sterk toegenomen met woonwijken en industriegebied.

Pagina 26 van 51

4.4 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) De digitale hoogtekaart AHN4 is samengesteld op basis van metingen uit de periode 2019 tot en met 2021. Met behulp van lasertechnologie, uitgevoerd vanuit vliegtuigen, is uiterst gedetailleerde 3D-hoogte-informatie verzameld. Hierdoor is van vrijwel elke vierkante meter in Nederland de maaiveldhoogte tot op circa vijf centimeter nauwkeurig vastgelegd.32 De kaart van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is een bijzonder nuttige bron voor het herkennen van de verschillende maaiveldhoogten. Laaggelegen beekdalen en moerassige gronden en hoger gelegen akkergronden en stuifzandgebieden zijn direct herkenbaar. De eerste versie van het AHN(1) toont nog de meest oorspronkelijk landschappelijke situatie (afb. 9). De nieuwste versie van het AHN(4) laat zien hoe grootschalige natuurontwikkelingen en bebouwing het landschap hebben veranderd.

Afbeelding 9. Het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN) toont de relatieve maaiveldhoogten die met laseraltimetrie (lidar) techniek zijn samengesteld. De laaggelegen beekdalen (groen-blauw) en hooggelegen stuifzandgronden (Bakelse bossen en Vlierdense heide) (oranje-rood). 4.5 Inventariseren van archeologische vondsten Particuliere vondstmeldingen worden geregistreerd zodat meer kennis wordt verkregen over vondsten en vindplaatsen in Helmond. Met deze informatie kan de waardering van gebieden op de archeologische beleidskaart beter worden onderbouwd. Op de website van de

32 Actueel Hoogtebestand Nederland

Pagina 27 van 51

gemeente Helmond (2025) is een vondstmeldingsformulier beschikbaar zodat inwoners gemakkelijk hun vondst eenvoudig kunnen melden. Veldverkenningen Al vele jaren worden akkers en braakliggende gebieden, vooral in Mierlo-Hout en Brandevoort, afgespeurd naar oppervlakte-vondsten.33 Door nauwkeurige registratie van de vindplaats en inventarisaties van de vondsten geven deze veldverkenningen inzicht in de ruimtelijke verspreiding van nederzettingen uit diverse perioden vanaf de Steentijden, late Prehistorie, Romeinse tijd en Middeleeuwen. Op deze manier zijn in Mierlo-Hout en Brandevoort al meer dan 250.000 archeologische vondsten aan de oppervlakte verzameld, waaronder (meer dan) 2000 bewerkte vuurstenen uit de Steentijd (afb. 10). De vondstlocaties en archeologische verwachting zijn op de archeologische beleidskaart meegewogen.

Afbeelding 10. Archeologievrijwilligers verzamelen sinds 1975 archeologische oppervlaktevondsten op verschillende akkers in Mierlo-Hout en Brandevoort. Op dit kaartje is de verspreiding van steentijdvondsten op de verschillende akkers weergegeven. 4.6 Cultuurhistorische inventarisatie Naast archeologische vondsten en onderzoeken, geven historische bronnen aanwijzingen voor mogelijk aanwezige vindplaatsen. De archeologische verwachtingen- en waardenkaart is dan ook verder verfijnd naar aanleiding van locaties die bij de cultuurhistorische inventarisatie 33 Door archeologievrijwilligers Henk Goossens (Mierlo-Hout, vanaf 1975) en Henk Simons (Mierlo, vanaf 1980).

Pagina 28 van 51

voor de erfgoedkaart en de cultuurhistorische waardenkaart34 naar boven zijn gekomen (afb. 11).

Afbeelding 11. Cultuurhistorische objecten zoals gemeentelijke monumenten (groen) en rijksmonumenten (paars) op de waardenkaart van het centrumgebied van Helmond. Karakteristieke gebouwen of stadsgezichten (rood) verdienen een beschermende status (naar Flexus/Contrei 2024).

34 Door Flexus/Contrei in de periode tussen 2022 en 2025.

Pagina 29 van 51

5. Aantasting van het bodemarchief Archeologische resten zijn uiterst kwetsbaar en gevoelig voor uiteenlopende vormen van bodemverstoring. In Helmond is de oorspronkelijke bodem al op veel plaatsen aangetast. Vooral landbouwactiviteiten, bouw- en sloopwerkzaamheden en infrastructurele ingrepen hebben geleid tot aantasting van de oorspronkelijke bodem en de daarin aanwezige archeologische resten. Dit betekent echter niet dat daar archeologische waarden per definitie zijn verloren: de mate en aard van verstoring verschillen per locatie en per ingreep. In dit hoofdstuk komen enkele aantastingen van het bodemarchief aan bod: 5.1 Bouwinitiatieven; 5.2 Ontgrondingen; 5.3 Waterberging en natuurontwikkelingen; 5.4 Bodemsaneringen; 5.5 Ondergrondse afvalcontainers; 5.6 Archeologische onderzoeken. 5.1 Bouwinitiatieven Ontwikkelingen en bouwprojecten waarbij bouwputten, kelders, rioleringen, kabels en leidingen en dergelijke worden aangelegd veroorzaken een aantasting van het bodemarchief. Met de archeologische beleidskaart (2026) is in een vroeg stadium van planvorming inzichtelijk op welke gebieden een archeologische waarde of verwachting ligt en welke voorwaarden en maatregels van toepassing zijn. Archeologisch onderzoek in het historische centrum van Helmond en in de oude dorpskernen richt zich vooral op bewoningssporen vanaf de late middeleeuwen.

Archeologische resten bevinden zich vaak al direct onder de huidige vloer (afb. 12). Ontwikkelingen in het buitengebied, onder vroegere akkergebieden, raken archeologische sporen die vooral dateren uit de volle middeleeuwen of eerder, met name Romeinse tijd en late prehistorie (bronstijd en ijzertijd). Sporen daarvan bevinden zich direct onder de oude akkerlagen (afb. 13).

Pagina 30 van 51

Afbeelding 12. Ontwikkelingen in het historisch stadscentrum (Markt 4, 2013). Archeologische sporen van kelders en funderingen liggen direct onder het maaiveld.

Afbeelding 13. Bij ontwikkelingen in het buitengebied liggen archeologische sporen direct onder de oude akkerlagen. Zoals deze paalsporen en potstal van een boerderij bij de Romeinse nederzetting in Brandevoort-Liverdonk (2019).

5.2 Provinciaal geregistreerde ontgrondingen In het verleden is op nogal wat plaatsen zand en grind afgegraven. Deze zijn gebruikt als bouwmateriaal of ten behoeve van de aanleg van snelwegen en het bouwrijp maken van Pagina 31 van 51

woonwijken en bedrijventerreinen. Waar dit tot op grotere diepte is gebeurd, is dit in het landschap te zien aan de daardoor ontstane waterplassen, zoals de vijvers bij de Warande en de zandwinningen bij Berkendonk. Andere ingrepen die de oorspronkelijke bodemopbouw hebben aangetast, zijn de egalisatie van (bolle) akkers en de aanleg van sloten, vijvers en poelen. Dit met name in de periode van ruilverkavelingen tussen 1945 en 1965. De informatie over ontgrondingen is afkomstig uit het provinciaal ontgrondingsregister. Dit gegevensbestand geeft aan voor welke plekken door de provincie Noord-Brabant een vergunning is gegeven tot afgraven. De contouren van de vergunde ontgrondingslocaties vanaf circa 1950 zijn digitaal beschikbaar via de provincie Noord-Brabant.35 5.3 Waterberging en natuurontwikkelingen De (recent) gegraven kanalen, waterplassen, vijvers, wadi’s, waterbergingsgebieden, natuurontwikkelingen in beekdalen en aanleg van ecologische zones zijn nagelopen.36 Bij aanleg van enkele waterbergingsgebieden in de nabijheid van archeologische vindplaatsen zijn archeologische waarnemingen uitgevoerd. Bijvoorbeeld bij de Schootense Loop (2015) en bij de aanleg van een waterharmonica nabij het Romeinse grafveld Ashorst-Sneppenscheut (2020) (afb. 14 en 15). Bij deze werkzaamheden is zicht gekregen op de bodemopbouw ter plaatse.

Eventuele archeologische sporen en vondsten zijn opgetekend.

Afbeelding 14. Aanleg van een nieuwe waterloop voor de Schootense Loop in Brandevoort (1 september 2015).

35 Ontgrondingen - Brabant

.

36 Zoals Bakelse Beemden (Roggen&Roymans 2017) en Goorloop noord (Van Hoof e.a. 2019)

Pagina 32 van 51

Afbeelding 15. Archeologische waarneming bij de aanleg van een waterberging (waterwaaier) nabij Ashorst (Mierlo-Hout) (30 april 2020). 5.4 Bodemsaneringen Op verschillende locaties in Helmond komt verontreinigde grond voor. In het historische centrum van Helmond binnen de vroegere stadsgrachten is een lichte verontreiniging het gevolg van eeuwenoude woonplekken waarbij een houtvuur of kachel het huis of eten verwarmde. De verontreiniging is mede ontstaan door ambachtelijke activiteiten in de historische stad, zoals leerlooiers of smeden. Vaak zijn meer recente bodemverontreinigingen ontstaan door industriële activiteiten. Lokale vuilstortplaatsen zijn in kaart gebracht als gebieden met mogelijke verontreiniging. Locaties met bodemverontreinigingen kunnen alsnog van archeologische waarde zijn. Informatie over verontreinigde bodems wordt bijgehouden door de gemeente Helmond (afb. 16). Informatie over de mate en samenstelling van de verontreiniging is van belang voor het afwegen van de aanpak voor archeologisch onderzoek. Wanneer nodig worden persoonlijke beschermingsmiddelen ingezet. Specifieke afspraken worden gemaakt wanneer mogelijkheden zich voordoen. Zoals bij de sanering van een kleine stortplaats aan de Houtse Parallelweg in 2016 (afb. 17). De verzamelde vondsten vormden de basis voor het succesvolle participatieproject ‘Helmond in 100 Stukskes’.

Pagina 33 van 51

Afbeelding 16. Voormalige vuilstortplaatsen in Helmond (naar: GISviewer gemeente Helmond).

Afbeelding 17. Bij de sanering van een stortplaats in Mierlo-Hout kregen archeologen, tijdens de lunchpauzes, onder voorwaarden, gelegenheid om vondstmateriaal uit de storthopen te verzamelen (26 mei 2016).

Pagina 34 van 51

5.5 Ondergrondse afvalcontainers In 2023 is besloten om in Helmond een groot aantal ondergrondse containers te plaatsen. Voor het plaatsen van de containers worden forse gaten in de bodem gegraven: van 3x3 meter en vier meter diep. De bodemopbouw is van belang in relatie tot de archeologische waarden of archeologische verwachtingen.37 Een groot aantal containers is geplaatst in het centrumgebied van Helmond. Het uitgraven van de kuil voor deze ondergrondse containers gaf de mogelijkheid om de bodemopbouw te documenteren. Bij oudere bodemkarteringen voor geomorfologische en bodemkaarten ontbreken juist gegevens over de opbouw van de bodem in bebouwd stedelijk gebied.38 Bij het plaatsen van de containers in 2023 zijn twintig bodemprofielen gedocumenteerd (afb. 18). Dit leverde een aanzienlijke verfijning op van onze kennis over de bodemopbouw in het bebouwde stedelijk gebied van Helmond (afb. 19 en 20). Daarmee is informatie over dekzandwelvingen, veengronden, leempakketten, (voormalige) akkergronden, stuifzandgebieden, beekdalen en dergelijke verkregen. Deze kennis is niet alleen voor archeologen van waarde, maar ook voor groenbeheerders (welke planten/bomen: nat, droog, leem, zand?), milieukundigen (infiltratie, grondwaterhuishouding, beluchting bodem) en initiatiefnemers (funderingsdiepte, risico's stabiliteit bodem).

Afbeelding 18. Ligging van ondergrondse afvalcontainers in de gemeente Helmond.

37 De Jong 2025. 38 Bisschops 1973; Stiboka 1981; Zagwijn 1986.

Pagina 35 van 51

Afbeelding 19. Het opmeten van een bodemprofiel. De bovenste lagen zijn opgehoogd, daaronder ligt een ongestoorde akkerlaag met daaronder een middeleeuwse greppel op een droge dekzandbodem.

\ Afbeelding 20. Oorspronkelijk bodemprofiel van een nat laaggelegen gebied nabij het Straakven. Op de leemrijke bodem ligt een zwart veenpakket met een daarop oude akkerlaag. De bovenste lagen zijn opgehoogd bij aanleg van de woonwijk.

5.6 Archeologische onderzoeken De afgelopen 45 jaren is in Helmond een groot aantal archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat hierbij vooral om kleinschalige opgravingen en proefsleuven. De eerste archeologische opgraving vond plaats op het voormalige abdijterrein van Binderen (1980). Kort daarna volgde de belangrijke opgraving van een deel van het complex van de middeleeuwse burcht ‘Oude Huys’ (1981-1984). In de jaren daarna zijn tientallen kleinere projecten uitgevoerd door de Historische en Archeologische Vereniging Helmont onder toezicht van de provinciaal archeoloog, het instituut voor Pre- en Protohistorie van de Universiteit van Amsterdam of met een regionale opgraafvergunning van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Van prehistorie tot middeleeuwen Pagina 36 van 51

Belangrijke en grote archeologieprojecten zijn uitgevoerd tijdens grote uitbreidingswijken en ontwikkelingen in het centrum (afb. 21 en 22). Met name in Mierlo-Hout (prehistorisch grafveld Ashorst (1992) en nederzettingen uit de ijzertijd (1992) en een Romeinse nederzetting (Slegerstraat (1998-‘99). Grootschalige onderzoeken zijn uitgevoerd in Brandevoort (IJzertijdnederzetting Hazenwinkel (2010), de Romeinse nederzetting in Liverdonk (2019) en een Romeins grafveld bij Kranenbroek, 2012). Ook in het historische centrum van Helmond zijn opgravingen uitgevoerd aan de Markt (onder andere Markt (2012), Ameidestraat (2019), Marktstraat (2023), Koninginnewal (2018, 2020) en Kerkstraat zuid (2020).39 De ‘Kenniskaart’ geeft een overzicht van de archeologieprojecten in Helmond (bijlage 4).40

Afbeelding 21. Opgravingslocaties in het centrum en buitengebied van Helmond met opgravingscodes.

39 Zie Bijlage 4 projectenoverzicht.

40 Zie: De Jong, Peters & Vossen 2015, voor een overzicht van archeologisch onderzoek in Helmond.

Pagina 37 van 51

Afbeelding 22. Opgravingsprojecten in het historische centrum van Helmond.

Pagina 38 van 51

6. Het archeologische proces Archeologisch onderzoek kent verschillende stappen volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).41 Volgens KNA zijn drie hoofdprocessen van belang: inventarisatie, selectie en maatregelen. 1. Inventarisatie vindt plaats door een bureaustudie naar mogelijke archeologische waarden. Met behulp van bronnen, zoals landschappelijke, archeologische en cultuurhistorische informatie (kaarten, literatuur) wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld voor een plangebied. Vervolgens wordt gekeken naar de verwachte impact van de geplande bodemingrepen. Hieruit volgt een advies met betrekking tot vervolgonderzoek of vrijgave; 2. Met een inventariserend veldonderzoek (IVO) wordt de opbouw en mate van intactheid van de bodem vastgesteld. Dit bestaat uit een booronderzoek naar bodemopbouw en archeologische indicatoren. Vervolgens worden proefsleuven aangelegd voor het lokaliseren en begrenzen van archeologische vindplaatsen. 3. Uit deze inventarisaties volgt een waardering van het plangebied met aanbevelingen en maatregelen voor wel of geen verder onderzoek (een vlakdekkende opgraving) naar archeologische sporen en vondsten. Deze waarderingsstappen kunnen worden gecombineerd. De waardering van het plangebied leidt tot een selectieadvies.

De waardering bestaat uit een afweging van belevingswaarde, fysieke kwaliteit en inhoudelijke kwaliteit (criteria: schoonheid, herinneringswaarde, gaafheid, conservering, zeldzaamheid, informatiewaarde, ensemblewaarde en representativiteit). Het advies aan de bevoegde overheid is ‘wel’ of ‘niet’ behoudenswaardig. De bevoegde overheid weegt de archeologisch inhoudelijke en ruimtelijke belangen tegen elkaar af en neemt een besluit volgens beleidsvrijheid. Dit kan zijn: het advies onderschrijven, dan wel daar beargumenteerd van af wijken. Als het niet mogelijk is een vindplaats te behouden (in situ) dan wordt de informatie in het bodemarchief veilig gesteld door middel van een opgraving (ex situ). De vindplaats wordt dan vlakdekkend onderzocht. Archeologische sporen worden gedocumenteerd en vondsten verzameld. Na het verwerken van de resultaten tot een ‘basisrapportage’ worden documentatie en vondsten duurzaam ondergebracht in het gemeentelijk depot voor bodemvondsten en aangeleverd aan en e-depot. De informatie blijft beschikbaar voor later onderzoek of exposities. Wanneer besloten wordt de vindplaats in de bodem te bewaren (in situ), dan worden afspraken gemaakt en maatregelen getroffen voor fysieke bescherming en langdurig behoud. Informatievoorziening en communicatie De gemeente Helmond voert een actief en transparant communicatiebeleid op het gebied van archeologie.

Doel is dat initiatiefnemers, grondeigenaren en inwoners vroegtijdig inzicht hebben in de archeologische consequenties van ruimtelijke ontwikkelingen. De archeologische beleidskaart vormt hierbij een centraal instrument en wordt digitaal ontsloten binnen de gemeentelijke informatiesystemen. De kaart wordt periodiek geactualiseerd op basis van onderzoeksresultaten en nieuwe inzichten. 41 KNA-fasen archeologisch onderzoek.

Pagina 39 van 51

Binnen de gemeente Helmond fungeert de gemeentelijk archeoloog als vast aanspreekpunt voor archeologie. Hij of zij bewaakt de samenhang tussen beleid, toetsing en uitvoering. Er worden werkafspraken gemaakt tussen archeologie, ruimtelijke ordening, vergunningverlening, handhaving en beheer. Bij ontwikkelingen zijn archeologische belangen tijdig inzichtelijk. Het is van belang om in een vroeg stadium met het bevoegde gezag (gemeente Helmond) af te spreken wat nodig is bij een ingreep in relatie tot de archeologische verwachting. Voorop staat ‘maximaal resultaat voor beschikbare middelen’. Dit betekent dat, wanneer mogelijk, sommige stappen in het KNA-proces worden overgeslagen. Het archeologisch proces kent verschillende stappen: 6.1 Planvorming en aanvraag van een omgevingsvergunning; 6.2 Uitvoering van archeologisch onderzoek; 6.3 Het beheer van bodemvondsten; 6.4 Educatie op locatie; 6.5 Kosten van archeologie verdeeld. 6.1 Planvorming en aanvraag van een omgevingsvergunning Gebieden met archeologische waarden (categorie 1 tot en met 6) kennen een maximale toegestane diepte en oppervlakte voor bodemingrepen. Worden de werkzaamheden dieper uitgevoerd of beslaan zij een groter oppervlak, dan is een omgevingsvergunning met voorwaarden vereist. Blijven de werkzaamheden binnen de toegestane grenzen, dan is geen vergunning voor archeologie nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16894421/1