CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

WEB Programmabegroting 2024

Gemeenteraad 7 november 2023, gemeente HellendoornBij agendapunt: Programmabegroting 2024-202735.197 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Programmabegroting 2024

INHOUDSOPGAVE

Dit is een uitgave van de

Willem Alexanderstraat 7

Telefoon: (0548) 630 000

gemeente Hellendoorn:

7442 MA Nijverdal

Fax:

(0548) 610 505

oktober 2023

Postbus 200

Email:

gemeente@hellendoorn.nl

7440 AE Nijverdal

Website: www.hellendoorn.nl

INHOUDSOPGAVE

2

Inhoudsopgave Inleiding 4 Financieel meerjarenbeeld 7 Programma 1:

Werk, economie en inkomen

29

Programma 2: Jeugd en Wmo

37

Programma 3: Cultuur, onderwijs en sport

46

Programma 4: Mobiliteit en bereikbaarheid

55

Programma 5: Woon- en leefomgeving

62

Programma 6: Bestuur, veiligheid en dienstverlening

70

Programma: Overhead

78

Paragrafen Paragraaf 1:

Lokale heffingen

81

Paragraaf 2:

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

93

Paragraaf 3:

Onderhoud kapitaalgoederen

105

Paragraaf 4:

Financiering

112

Paragraaf 5: Bedrijfsvoering

118

Paragraaf 6:

Verbonden partijen

123

Paragraaf 7:

Grondbeleid

131

Paragraaf 8:

Informatieveiligheid en privacy

137

Paragraaf 9: Duurzaamheid

140

Paragraaf 10:

Trends en ontwikkelingen

144

Paragraaf 11:

Open overheid

148

Bijlage 1

Kerngegevens

151

Bijlage 2

Overzicht baten en lasten per product

153

Bijlage 3

Autonome ontwikkelingen, nieuw beleid en

Bijlagen

vervangingsinvesteringen

160

Bijlage 4

Overzicht baten en lasten per taakveld

163

Bijlage 5

Beleidsindicatoren

166

Bijlage 6

Reserves en voorzieningen

168

Bijlage 7

Lijst specifieke subsidies 2023

171

Bijlage 8

De 17 Global Goals

182

INHOUDSOPGAVE

3

Inleiding

INHOUDSOPGAVE

4

Inleiding

ciaal als lokaal niveau. De Tweede Kamerverkiezingen op

We presenteren u hierbij de programmabegroting 2024.

22 november 2023 zullen leiden tot een nieuw kabinet in

Het is een begroting waaruit blijkt dat we scherp aan de

2024, met nieuwe beleidsplannen en keuzes. De provin-

wind moeten zeilen en keuzes te maken hebben. Keuzes

ciale verkiezingen in maart 2023 en de installatie van het

omdat niet alles meer kan en omdat niet alles tege-

nieuwe college van Gedeputeerde Staten op 12 juli 2023

lijk kan. Dit komt door teruggelopen inkomsten in het

hebben al geleid tot nieuwe benaderingen met betrek-

Gemeentefonds, maar ook door personele en materiële

king tot de energieopgave en de rol van de provincie

krapte. We moeten vaker 'nee’ zeggen. Dit vraagt om

daarin. Op lokaal niveau kennen we ook een onrustige

een heldere visie van de dingen waarop we juist ‘ja’

politieke periode, waarin het niet helder is welke (coali-

willen en moeten zeggen.

tie)afspraken nog gelden. In deze begroting hebben we het collegeprogramma 2023-2026 als basis genomen.

Meerjarige tekorten

Hierdoor zijn we voorzichtig in de uitvoering van het

We presenteren een meerjarenbegroting die in 2024

collegeprogramma, terwijl we ons ook bewust zijn van

sluitend is, maar een structureel tekort laat zien vanaf

de noodzaak om vooruitgang te blijven boeken.

2026. In lijn met de ledenbrief van de VNG laten we dit tekort zichtbaar in de begroting staan. We verwachten

Omgevingsvisie

meer duidelijkheid over de budgetten voor de komen-

Hoe we in de toekomst naar onze leefomgeving kijken

de jaren na de vorming van het nieuwe kabinet en de

en hoe we omgaan met ontwikkelingen in die omgeving

vaststelling van hun meerjarenbegroting. De eerste

leggen we vast in de gemeentelijke Omgevingsvisie.

signalen hierover zijn niet positief. De 17e Studiegroep

In deze omgevingsvisie geven we een plek aan ontwik-

Begrotingsruimte adviseert een koerscorrectie van € 17

kelingen zoals de energietransitie, noodzakelijke aan-

miljard op de Rijksbegroting voor de aankomende kabi-

passingen in het landelijk gebied, de gewijzigde wo-

netsperiode. De overheidsfinanciën verslechteren door

ningmarkt en sociale thema’s zoals gezondheid. In 2024

onder andere de gestegen rentelasten en een verwachte

zetten we met de samenleving concrete stappen, in lijn

sterke stijging van de uitgaven. Wat het nieuwe kabinet

met de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 van kracht

hiermee doet, zien we naar waarschijnlijk na de nieuwe

wordt. De omgevingsvisie vormt daarmee het kader,

kabinetsformatie. Ook geven zij aan dat de complexiteit

de paraplu voor de ontwikkelingen in de leefomgeving.

van maatschappelijke uitdagingen vragen om een brede

Deze manier van werken zetten we ook in op andere

blik op welvaart. Niet alles kan worden opgelost met

beleidsterreinen. Zo zorgen we voor een naadloze over-

extra uitgaven.

gang van strategie naar tactisch en operationeel niveau.

Bovendien zien we dat de overheid structurele taken

Visie sociaal en maatschappelijk domein

overdraagt aan gemeenten met incidentele middelen,

De visie op het sociaal en maatschappelijk domein, die

die niet altijd toereikend zijn. Dit vereist dat we meer

binnenkort wordt vastgesteld, vormt ook een kader. We

projectmatig met deze incidentele budgetten omgaan.

werken aan een gezonde, sterke en inclusieve samen-

Voor de begroting van 2025 en daarna starten we een

leving. We willen de sociale cohesie in onze gemeente

project om te komen tot een weerbaardere en wendbare

verhogen. Hiervoor onderzoeken we of de inzet van

begroting. Hierbij willen we meer gevoel en meer grip

gebiedsambtenaren daar een bijdrage aan kan leveren.

op onze begroting ontwikkelen.

Door concreet aan de slag te gaan met het bevorderen van een gezonde samenleving en het aanpakken van

Maatschappelijke opgaven

eenzaamheid, bijvoorbeeld door als JOGG-gemeente

De komende jaren staan we voor een aantal aanzienlijke

aan de slag te gaan, leveren we een bijdrage van het

uitdagingen, zoals de transformatie van het platteland,

bereiken van onze doelen. Vitaliteit in de samenleving

het behouden van de leefbaarheid ervan, de betaalbaar-

hang niet alleen af van gezonde burgers, maar ook

heid van (jeugd)zorg, klimaatverandering, huisvesting

van vitale bedrijven, vitale verenigingen en een goede

en integratie van nieuwkomers, en de realisatie van

bereikbaarheid in onze gemeente. Dit zijn enkele van de

betaalbare woningen voor starters en mensen met een

randvoorwaarden voor onze inwoners om mee te kun-

middeninkomen. Deze uitdagingen vereisen een stabiel

nen doen in de samenleving. Ook hieraan leveren we in

bestuur en consistent beleid, zowel op nationaal, provin-

2024 een bijdrage.

INHOUDSOPGAVE

5

Meedoen als voorwaarde

Veel toeristen weten onze gemeente te vinden, dit is een

Meedoen in de samenleving door het hebben van be-

mooie ontwikkeling, ook voor onze ondernemers. Wel

staanszekerheid en het beheersen van de basisvaardig-

geeft dit druk op natuurgebieden, hierop ontwikkelen we

heden is van wezenlijk belang voor het gevoel een vol-

een recreatievisie.

waardig onderdeel van de samenleving te zijn. In 2024 zullen we nog steeds de gevolgen ervaren van stijgende

Tenslotte

prijzen en toenemende armoede. Ons nieuwe armoe-

Samenvattend, zal 2024 gekenmerkt worden door aan-

debeleid dat de komende maanden wordt vastgesteld,

zienlijke uitdagingen op zowel fysiek als sociaal-maat-

richt zich op specifieke doelgroepen die extra ondersteu-

schappelijk vlak. De budgetten die we hiervoor tot onze

ning nodig hebben: gezinnen, jongeren en ouderen.

beschikking hebben sluiten niet altijd aan bij wensen en ambities. Het vraagt daarom om het maken scherpe keu-

Bedrijvigheid en toerisme

zes. Door het ontwikkelen van duidelijke visies, bepalen

De bedrijven in onze gemeenten hebben de afgelopen

we waartegen we ‘ja’ zeggen. Met het vertalen ervan

jaren een moeilijke periode gekend door corona. Door

naar concrete uitvoeringsplannen, zijn we in staat om

steunmaatregelen en hoge economische groei is het

proactief te reageren op deze ontwikkelingen en onze

negatief effect beperkt gebleven. Momenteel is de in-

wendbaarheid te vergroten.

flatie hoog en is er een tekort aan arbeidskrachten, hier hebben veel bedrijven last van. Landelijk zijn er meer

Zoals ook in het rapport van de 17e studiegroep begro-

faillissementen. We volgen nauwlettend de gevolgen

tingsruimte wordt aangegeven, geldt ook voor Hellen-

van geopolitieke gebeurtenissen en afnemen economi-

doorn:

sche groei voor onze gemeente, bedrijven en inwoners. Gezien de verwachte vraag naar bedrijfsgronden, maar

Regeren is koers bepalen en keuzes maken.

we nog maar weinig uitgeefbare bedrijfskavels hebben, zoeken we naar mogelijkheden om aan deze vraag te voldoen.

INHOUDSOPGAVE

6

Financieel meerjarenbeeld 2024-2027

INHOUDSOPGAVE

7

Inleiding De Programmabegroting 2024 is een begroting die tot stand is gekomen in een roerige politieke periode. Op het moment van besluitvorming zijn gesprekken gaande tussen politieke partijen om te komen tot een nieuwe coalitie en is de samenstelling van het college tussentijds gewijzigd. Vanwege deze onzekerheden is gekozen om de financiële uitwerking van het Helder(s) akkoord in het collegeprogramma, zoals vastgesteld door de raad in april 2023, als uitgangspunt te nemen. De Programmabegroting 2024 is financieel sluitend tot 2026. Evenals vorig jaar is de meerjarige doorkijk niet rooskleurig en omgeven met onzekerheden. De financiële ontwikkelingen vanaf 2026 zijn onzeker door onduidelijkheid over het gemeentefonds, landelijke verkiezingen en de huidige crises op het gebied van klimaat, energie, hoge inflatie, de oorlog in Oekraïne en vluchtelingen. In dit hoofdstuk gaan we in op het financiële beeld voor dit begrotingsjaar en de komende meerjarenperiode. Eerst belichten we de uitgangspunten voor de programmabegroting 2024. Vervolgens laten we met het budgettair perspectief voor de periode 2024-2027 zien welke wijzigingen er op dit moment zijn ten opzichte van de programmabegroting 2023. Bij de financiële positie van de gemeente staan we onder andere stil bij de investeringen, ontwikkeling van de gemeentelijke reserves en de schuldenpositie.

Ook beschouwen we kort de wetgeving omtrent de vennootschapsbelasting. De uiteenzetting van de incidentele baten en lasten is van belang voor de provincie en leidend voor de toezichtsvorm die in 2024 van toepassing is. Tenslotte worden de verwachte landelijke ontwikkelingen beschreven die nog niet in onze begroting zijn opgenomen.

Uitgangspunten programmabegroting 2024 Het vertrekpunt van de programmabegroting 2024 is de programmabegroting 2023 en het coalitieprogramma. Naast het bestaande beleid zijn de verwachte autonome ontwikkelingen en vervangingsinvesteringen opgenomen. Daarbij hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd en verwerkt deze begroting: •

Raadsbesluiten t/m april 2023 met structurele effecten, waaronder de najaarsrapportage 2022.

•

Bestuursrapportage 2023.

•

Meerjarenprognose grondbedrijf 2023, zoals vastgesteld in de raad van 11 juli 2023.

•

De effecten uit de meicirculaire gemeentefonds 2023.

•

Prijsstijgingen: voor de gemeentelijke materiële uitgaven is 8,9% meegenomen. Voor de zorgindexatie is 7,44% opgenomen.

•

Loonontwikkelingen: de basis is de huidige Cao Gemeenten die is ingegaan op 1 januari 2023. Deze loopt tot 31-122023. Er is rekening gehouden met 3% loonstijging, 2% stijging pensioenpremie en 1,5% stijging sociale lasten.

•

Verhoging tarieven, leges, heffingen en belastingtarieven met 7,5%.

•

Het tarief voor OZB beperken we tot 4%.

•

De renteomslag bedraagt in 2024 1,2% en meerjarig 1,4 %.

•

Ter versterking van de financieringspositie doen we een jaarlijkse storting van € 600.000,-- in de financieringsreserve.

•

Voor onvoorziene uitgaven is € 75.000,-- opgenomen.

•

Voor de middelen jeugd gaan we uit van het provinciaal kader, wat betekent dat we 100% van de middelen opnemen in de jaren 2024-2026, maar ook rekening houden met de extra besparing van het Rijk.

•

De SPUK Gala en de te verwachten SPUK klimaatmiddelen zijn (budgetneutraal) verwerkt in deze begroting.

Meerjarenperspectief 2024-2027 We presenteren een meerjarendoorkijk met een positief saldo in de jaren 2024 en 2025. Helaas blijft de meerjarige doorkijk negatief. Vanaf 2026 verandert het Rijk de financieringssystematiek waarbij verruiming van het gemeentelijk belastinggebied wordt betrokken en komt de opschalingskorting in volle omvang terug in het gemeentefonds. Concrete uitwerking van hoe die nieuwe financieringssystematiek eruit komt te zien, ontbreekt nog. Binnen de financiële kaders van het coalitieakkoord van het Rijk leidt dit tot een lastenverzwaring voor de burger, zonder dat daar een hoger voorzieningenniveau tegenover staat. Voor ons als gemeente is dit niet acceptabel. INHOUDSOPGAVE

8

Vooruitlopend op de wijziging heeft het Rijk de ‘trap op trap af’ systematiek buiten werking gesteld en de normeringswijze aangepast. De indexatie wordt vanaf 2026 gebaseerd op het bruto binnenlands product (bbp). Deze index biedt te weinig compensatie voor volumeontwikkelingen. Het Rijk heeft aangegeven € 1 miljard structureel te compenseren, maar dit is onvoldoende om de terugval op te vangen. Hierdoor zien we een vermindering van de gemeentefondsmiddelen van € 4,5 miljoen in de overgang van 2025 naar 2026 en worden we geconfronteerd met een negatieve meerjarenraming. Het college kiest ervoor een realistische begroting aan te bieden met uitgaven en inkomsten die gebaseerd zijn op het huidige takenpakket, ambities uit het collegeprogramma, noodzakelijke investeringen en de huidige inschatting ten aanzien van inflatie. We sluiten met deze begroting met een negatieve meerjarenraming aan bij het begrotingsadvies van de VNG:

Begrotingsadvies VNG: •

Presenteer voor 2024 en 2025 van de meerjarenraming 2025-2027 een sluitende begroting.

•

Breng de lasten in de meerjarenramingen voor 2026 en 2027 in beeld, in de vorm van een realistische begroting. Baseer deze op het huidige takenpakket, de noodzakelijke investeringen, de inflatie, de stijgende rente, de ambities uit uw coalitieakkoord en geschatte mee- en tegenvallers. Naar verwachting zullen de meerjarenramingen 2026 en 2027 dan duidelijk tekorten aangeven.

Een ander complex dossier in deze gemeentebegroting blijft de jeugdzorg. In 2021 heeft het toenmalige kabinet de uitspraak van de Commissie van Wijzen overgenomen over de structurele financiering van de jeugdzorg. De structurele vertaling is daarentegen wel overgelaten aan het volgende kabinet. Er is een hervormingsagenda opgesteld, waarbij € 1 miljard bespaard moest worden. Daarbovenop zijn in het coalitieakkoord aanvullende maatregelen van € 511 miljoen opgenomen. Precieze uitwerking is nog onduidelijk, maar heeft in ieder geval effect op de structurele doorkijk. In de begroting 2023 hebben we 75% ingeboekt van de hervormingsagenda. We nemen nu 100% op voor de jaren t/m 2026, inclusief de extra maatregelen van het Rijk. In 2027 gaan we dus weer uit van 75% van de hervormingsagenda. Het provinciaal toetsingskader geeft aan dat we de middelen van de hervormingsagenda structureel mogen opnemen. Dit doen we niet, omdat ook de provincie aangeeft dat het realisme van de ramingen onzekerder wordt in de toekomst. We houden in deze raming rekening met de opschalingskorting. Dit betekent een negatief effect van € 1,2 miljoen vanaf 2026. Met de uitgangspunten die zijn benoemd komen we tot het perspectief, zoals aangegeven op de volgende pagina. Dit overzicht geeft de specifieke baten en lasten per programma weer.

De algemene dekkingsmiddelen en overhead presenteren we apart van deze lasten en baten. De vennootschapsbelasting is op netto € 12.000,-- geraamd. Dit betreft het onderdeel Vpb over reclameopbrengsten op lichtmasten, rotondes en abri’s. De Vpb over de fiscale winst op grondexploitaties komt ten laste van de bufferreserve.

INHOUDSOPGAVE

9

bedragen x € 1.000 MJR MJR 2026 2027

Rekening 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

MJR 2025

- 20.579 - 24.500 - 11.810 - 10.301 - 18.667 - 7.216 - 93.072

- 28.106 - 28.216 - 13.759 - 11.048 - 19.806 - 8.210 - 109.146

- 24.651 - 29.660 - 17.340 - 11.597 - 16.611 - 8.397 - 108.256

- 24.371 - 28.417 - 14.496 - 12.034 - 15.769 - 8.252 - 103.339

- 24.135 - 27.968 - 14.097 - 11.985 - 13.892 - 8.720 - 100.797

- 17.112 - 27.852 - 13.835 - 12.530 - 13.934 - 9.184 - 94.447

14.075 1.607 4.033 4.558 15.468 2.157 41.898

16.914 1.746 4.361 4.660 14.955 982 43.619

15.790 951 4.294 5.129 10.910 1.236 38.310

15.757 918 4.302 5.370 10.364 1.236 37.947

15.718 1.285 4.289 5.356 8.359 1.395 36.403

8.793 999 4.090 5.401 8.358 1.395 29.034

Programma's

- 51.174

- 65.527

- 69.946

- 65.391

- 64.394

- 65.413

Alg. dekkingsmiddelen, overhead, vpb en onvoorzien Lasten OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Treasury Overhead Onvoorzien Heffing Vpb Totaal Lasten

- 425 - 48 - 43 - 12.884 4 - 13.395

- 558 -1 -8 - 820 - 14.483 - 30 - 12 - 15.912

- 507 -1 - 616 - 15.478 - 75 - 12 - 16.690

- 514 -1 - 42 - 15.642 - 75 - 12 - 16.285

- 516 -1 - 11 - 15.695 - 75 - 12 - 16.309

- 517 -1 31 - 15.766 - 75 - 12 - 16.340

67.164 5.690 3.306 -2 1.873 205 78.237

67.628 5.830 3.191 100 2.007 132 78.890

72.743 6.064 3.456 107 1.158 50 83.578

73.546 6.064 3.456 107 1.090 51 84.314

67.432 6.064 3.456 107 785 51 77.894

66.310 6.064 3.456 107 779 51 76.767

64.842

62.977

66.888

68.029

61.585

60.427

Saldo van baten en lasten

13.668

- 2.549

- 3.058

2.637

- 2.810

- 4.986

Mutatie reserves Mutatie reserves Toevoegingen

- 21.548

- 7.678

- 1.265

- 1.275

- 1.207

- 1.018

Onttrekkingen

13.353

10.569

4.357

156

111

602

Mutatie reserves

- 8.195

2.890

3.092

- 1.119

- 1.096

- 416

5.473

341

34

1.518

- 3.906

- 5.402

Overzicht baten en lasten Saldo van baten en lasten Programma's Lasten 01 Werk, Economie en Inkomen 02 Jeugd en WMO 03 Onderwijs Cultuur en sport 04 Mobiliteit en bereikbaarheid 05 Woon en leefomgeving 06 Bestuur, veiligheid en dienstverlening Totaal Lasten Baten 01 Werk, Economie en Inkomen 02 Jeugd en WMO 03 Onderwijs Cultuur en sport 04 Mobiliteit en bereikbaarheid 05 Woon en leefomgeving 06 Bestuur, veiligheid en dienstverlening Totaal Baten

Baten Uitkeringen Gemeentefonds OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Treasury Overhead Totaal Baten Alg. dekkingsmiddelen, overhead, vpb en onvoorzien

Resultaat

De opbouw van het budgettair perspectief voor de jaren 2024-2027 is hieronder weergegeven. Vervolgens lichten we de achtergronden van de verschillende ramingen kort toe.

INHOUDSOPGAVE

10

bedragen x € 1.000 Meerjarenperspectief

Begroting 2024

MJR 2025

MJR 2026

MJR 2027

854 - 55 - 284

3.317 - 546 - 239 - 45 -7 -7 - 20 3.938

- 2.173 950 - 164 - 45 -7 -7 - 20 3.292 513 213 - 230 - 31 2.291

- 2.065 - 1.323 - 164 - 45 -7 -7 - 18 2.879 1.688 89 210 - 228 - 27 982

Bestaand beleid a Meerjarenschijven begroting 2023 b Structurele doorwerking najaarsrapportage 2022 c Restant dekking collegeprogramma d Aanvullende financiering Reggesteyn e Verduurzaming De Ark f Skatebaan g De Veenbrug h Meicirculaire 2023: Accresontwikkeling en overige budgettaire effecten Meicirculaire 2023: Bijdrage Rijk financieringssystematiek Meicirculaire 2023: Jeugd Meicirculaire 2023: Accres en overige budgettaire effecten i Structurele doorwerking bestuursrapportage 2023 j Vervangingsinvesteringen Totaal bestaand beleid

- 105 5.111

676 220 - 236 - 31 7.020

Autonome ontwikkelingen - Nieuw beleid k Loonontwikkeling 2023 en 2024 l Indexatie materiële budgetten (8,9%) m Indexatie zorgbudgetten (7,44%) n Gesubsidieerde instellingen (inflatie) o Rente-ontwikkelingen p Aanpassing voorzieningen riool en afval q Mutatie toerekening overhead en uren aan investeringen en grex r Vrijval afschrijvingslasten ivm doorschuiving burap en fasering s Autonome ontwikkelingen t Nieuw beleid en uitbreidingsinvesteringen u Restant collegeprogramma v Diverse mutaties Totaal Autonome ontwikkelingen- Nieuw beleid

- 2.358 - 2.400 - 917 - 192 713 - 210 240 820 - 1.950 - 366 - 365 74 - 6.911

- 2.288 - 2.400 - 917 - 192 604 - 103 276 198 - 1.684 - 253 - 315 163 - 6.911

- 2.247 - 2.400 - 917 - 192 325 - 148 97

- 2.292 - 2.400 - 917 - 192 350 - 106 99

- 1.822 - 228 - 252 178 - 7.606

- 1.926 - 224 - 252 67 - 7.793

Belastingmaatregelen w Inflatiecorrectie OZB (7,5%) Beperken inflatie OZB tot 4% x Inflatiecorrectie overige tarieven (7,5%) Totaal belastingmaatregelen

645 - 301 1.150 1.494

645 - 301 1.160 1.504

645 - 301 1.160 1.504

645 - 301 1.160 1.504

Bovenmatige inflatie y Inzet stelpost bovenmatige inflatie (begroting 2023) z Extra kosten gas en elektra Totaal bovenmatige inflatie

200 - 240 - 40

200 - 295 - 95

200 - 295 - 95

200 - 295 - 95

Dekkingsvoorstellen aa Dekking incidentele storting voorziening uit VAR Totaal dekkingsvoorstellen

380 380

-

-

-

Totaal meerjarenperspectief

34

1.518

- 3.906

- 5.402

INHOUDSOPGAVE

11

-7 -7 - 21 3.980 756

Bestaand beleid Het vertrekpunt van deze begroting is de meerjarenraming bij de programmabegroting 2023 met een begrotingssaldo van € 854.000,-- in 2024, € 3.317.000,-- in 2025 en een structureel nadeel van € 2.173.000,-- in 2026 en verder. Zoals in de begroting van 2023 is aangegeven werd dit (tijdelijke) voordeel vooral veroorzaakt door de hogere accressen in het gemeentefonds in de jaren 2023-2025 en de herijking van het gemeentefonds. Vanaf 2026 was er sprake van een zogenaamd ravijn in het gemeentefonds, door het volledig terugkomen van de opschalingskorting en het afschaffen van de algemene accresontwikkeling. Hierdoor is er een forse terugval in onze inkomsten. De najaarsrapportage 2022 laat een negatief meerjarig effect zien van - € 55.000,-- in 2024 en - € 546.000,-- in 2025 en een positief saldo van € 950.000,-- in 2026 doordat het Rijk eenmalig € 1 miljard heeft toegekend als compensatie voor het wegvallen van de algemene accresontwikkeling. Door het eenmalige karakter van deze compensatie is het effect structureel negatief - € 1.323.000,-- vanaf 2027. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat het effect van het miljard voor Hellendoorn € 1,7 miljoen is, en doordat er in de najaarsrapportage ook een structurele post opgenomen voor bovenmatige inflatie (b).

Na vaststelling van de begroting 2023 is er een aantal raadsbesluiten genomen, waarbij is afgesproken dat het financieel effect ervan opgenomen zou worden bij de begroting 2024. De financiële verwerking van het collegeprogramma is vastgesteld in de raad van 4 april 2023. Hierbij was onvoldoende (meerjarige) dekking; dit saldo wordt nu meegenomen in het perspectief (c). Voor de vernieuwbouw van Reggesteyn is extra financiering beschikbaar gesteld. Meerjarig is het budgettair effect € 45.000,--. Gezien fasering van het project is de verwachting dat de kosten pas vanaf 2025 daadwerkelijk worden gemaakt. Ook voor de verduurzaming van de Ark, de aanleg van het skatepark en de nieuwbouw van de Veenbrug nemen we de extra dekkingsposten op zoals afgesproken in de besluitvorming (e, f, g). Gemeentefonds (h) Voor 2024 en 2025 wordt de bestaande normeringssystematiek toegepast, maar vanaf 2026 worden geen accresstijgingen meer gedaan door het kabinet. Dan is het accres gesplitst in een vaststaand volumedeel en een loon- en prijsdeel dat wordt geïndexeerd op basis van CPB-cijfers. Dit zorgt voor een inkomstendaling na 2025, het zogenaamde 'ravijn' in de gemeentefondsontwikkeling. Het extra miljard dat het Rijk in de septembercirculaire voor 2026 heeft toegezegd, wordt structureel gemaakt.

Maar dit is onvoldoende om de verwachte terugval te compenseren en het Rijk geeft nog geen uitsluitsel over de opschalingskorting, waardoor vanaf 2026 deze korting weer volledig wordt meegerekend. In het coalitieakkoord is opgenomen dat bij het uitwerken van een nieuwe financieringssystematiek, de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken. Over de ontwikkelingen hierover tasten we nog in het duister. Een vergroting van het gemeentelijk belastinggebied leidt tot een lagere uitkering uit het gemeentefonds. Het kabinet stelt in deze circulaire de extra middelen voor de jeugdzorg voor de jaren 2024 en 2025 vast. Hierbij gaat het kabinet uit van een lager besparingsbedrag, waardoor de rijksbijdrage hoger wordt. Ook passen we de inkomsten aan op de provinciale toets, waarbij we 100% opnemen voor ook de jaarschijf 2026 van het bedrag zoals opgenomen in het advies van de Commissie van Wijzen. Vanaf 2027 houden we vast aan de 75% stelpost gezien de onzekerheden ten aanzien van het realisme van de maatregelen uit het pakket van de Commissie van Wijzen. De structurele doorwerking van de bestuursrapportage is negatief € 105.000,-- in 2024, € 236.000,-- in 2025, € 230.000,-in 2025 en € 228.000,-- vanaf 2027 (i).

Vervangingsinvesteringen (j) Voor deze begroting stellen we voor om € 5.961.000,-- aan vervangingsinvesteringen op te nemen bovenop de al bestaande besluitvorming van de investeringsbudgetten. Hierin zijn de volgende grote vervangingsinvesteringen (> € 100.000,--) opgenomen: uitvoering mobiliteits- en fietsvisie 2027 (€ 400.000,--), klimaat adaptieve maatregelen 2027 (€ 486.000,--), rioolrenovatie 2027 (€ 246.000,--), vervanging installaties drukriool en gemalen 2027 (€ 150.000,--), vervanging riolering 2027 (€ 853.000,--), vervanging wegen 2027 (€ 460.000,--), vervanging openbare verlichting 2027 (€ 125.000,--), vervanging drie huisvuilwagens 2027 (€ 900.000,--), vervanging container op huisvuilwagens (zijlader) INHOUDSOPGAVE

12

2027 (€ 100.000,--), vervanging huisvuilwagen (achterlader) 2027 (€ 250.000,--), investeringen ICT, werkplek en wifi 2027 (€ 613.000,--), vervanging tractiemiddelen 2027 (€ 525.000,--) en renovatie dakbedekking sporthal Bachlaan 2027 (€ 175.000,--). Daarnaast vragen we voor twee projecten in 2024 extra budget aan, aangezien de investeringskosten in het afgelopen jaar zijn gestegen door de hoge inflatie. Dit is voor het project verduurzaming Het Ravijn (€ 225.000,--) en voor project gasloos maken HvC&B (€ 150.000,--). In het jaar van investeren bekijken we of de investering daadwerkelijk nodig is en voor welk bedrag. De kapitaallasten van een investering starten met ingang van het jaar volgend op de investering.

Investering Begroting (nieuw) 2024 5.961 -

Vervangingsinvesteringen Totaal vervangingsinvesteringen

MJR 2025 - 31

bedragen x € 1.000 MJR MJR 2026 2027 - 31 - 27

In bijlage 3 is het volledige overzicht van de vervangingsinvesteringen opgenomen.

Autonome ontwikkelingen Dit zijn ontwikkelingen die niet direct door het gemeentelijk beleid te beïnvloeden zijn, maar die wel invloed hebben op de gemeentelijke financiën. De verschillende loon- en prijsontwikkelingen (k t/m n) zijn doorberekend conform de uitgangspunten van de programmabegroting 2023. Ten aanzien van de loonontwikkeling houden we rekening met een stijging van de Cao met 3%, 2% voor stijging pensioenpremie en 1,5% voor stijging sociale lasten. Daarnaast ramen we evenals vorig jaar een stelpost voor stijging premies. Doordat er vertraging is in de uitvoering van investeringswerkzaamheden én we in 2022 een flink rekeningsaldo hadden, hebben we meer geld in kas dan bij de voorgaande begroting was ingeschat. Daarom hoeven we pas later nieuwe geldleningen aan te trekken. Momenteel krijgen we rente op ons liquiditeitsoverschot: het geld dat bij de schatkist wordt geparkeerd. Ons voordeel op de rentelasten ligt daarom structureel lager dan waarmee in de vorige begroting rekening is gehouden (o). De voorgaande indexeringen en aanpassingen van budgetten hebben effect op de kostentoerekening aan de egalisatie voorzieningen riool- en afvalstoffenheffing. Daarnaast is ook de methode van overheadtoerekening gewijzigd zodat we straks kunnen werken zoals de vernieuwde notitie Overhead van de BBV voorschrijft.

Die gaat in per begrotingsjaar 2025, maar we anticiperen vast op de te verwachten wijzigingen (p,q). Bij de bestuursrapportage 2023 is voor € 19 miljoen aan investeringen doorgeschoven naar latere jaren. Hierdoor ontstaat in 2024 een incidentele vrijval van de afschrijvingslasten. Tevens is bij het opstellen van deze begroting de fasering van investeringen aangepast. Dit levert voor 2025 een voordeel op (r). Bij het actualiseren van de budgetten zijn diverse voorstellen tot autonome ontwikkelingen ingediend (s).

Investering Begroting (nieuw) 2024 - 1.950

Autonome ontwikkelingen Totaal autonome ontwikkelingen

INHOUDSOPGAVE

13

MJR 2025 - 1.684

bedragen x € 1.000 MJR MJR 2026 2027 - 1.822 - 1.926

In bijlage 3 is het volledige overzicht van de autonome ontwikkelingen opgenomen. De belangrijkste autonome ontwikkelingen (> groter dan € 50.000,--) zijn hieronder toegelicht (de nummers verwijzen naar de tabel in bijlage 3): Loonkosten Nieuw beschut ten gevolge van nieuwe instroom (1.01) Er is een nieuwe doorrekening gemaakt van de regeling Nieuw Beschut vanuit de Participatiewet die vanaf 2015 de Wsw vervangt. Op dit moment hebben we meer personen in Nieuw Beschut geplaatst dan de (voorlopige) taakstelling. We gaan uit van een toename van vier personen per jaar. Loonkosten Sociale werkvoorziening en hieraan gerelateerde kosten (1.02) Er is een nieuwe doorrekening gemaakt van de loonkosten van de sociale werkvoorziening, de ‘oude regeling Wsw. Vanaf 2015 is instroom in de Wsw niet meer mogelijk. Actualisatie was noodzakelijk doordat de uitstroom in werkelijkheid anders is gebleken dan vooraf geraamd. Dit levert over de jaren een fluctuerend beeld op. Gebundelde uitkering (1.03) Recente aanpassing van de berekeningssystematiek op het onderdeel loonkostensubsidie heeft tot gevolg dat de hoogte van de BUIG voor de gemeente Hellendoorn beter aansluit bij de hoogte van de uitgaven. We hebben hierdoor structureel een voordeel in deze begroting kunnen verwerken van € 244.000,--.

Begeleiding en dagbesteding en huishoudelijke ondersteuning (2.01) Naar aanleiding van gewijzigde aantallen cliënten, indicatiewaardes en verzilveringspercentages zijn de verschillende prognoses opnieuw doorgerekend. Daarnaast is er ook sprake van een nieuwe aanbesteding van de huishoudelijke ondersteuning, waarbij hogere tarieven worden gerekend en een andere tarievenstructuur ontstaat. Dit heeft een negatief effect. De jaarschijf 2024 van de stelpost groeivraag zorg kan vrijvallen en dekt een deel van de extra kosten. Hogere kosten doelgroepenvervoer (2.02) Door de nieuwe aanbesteding van het doelgroepenvervoer worden we geconfronteerd met hogere kosten voor deze taak; structureel moeten we € 382.000,-- extra opnemen. Onderzoek reële tarieven Wmo en jeugdzorg (2.04) Regionaal wordt onderzocht of de huidige tarieven bij Wmo en Jeugdzorg reëel zijn. De voorlopige uitkomsten van dit onderzoek zijn dusdanig dat we in deze begroting rekening hebben gehouden met forse meerkosten (€ 700.000,--) omdat de huidige tarieven onder het reële niveau lijken te liggen. Meerkosten Drie Milieus Voorziening (2.05) De wijzigingen in deze (zware) jeugdhulp naar meer kleinschaligheid zorgen voor extra kosten. We nemen structureel € 100.000,-- extra budget op.

Cao-stijging gesubsidieerde instellingen (3.01) Bij de grote, beroepsmatig werkende gesubsidieerde instellingen is geïnventariseerd welke Cao-consequenties ze verwachten voor 2024 en dit is als autonome ontwikkeling opgenomen. Voor de waarderingssubsidies die naar vrijwilligersorganisaties gaan, geldt dat die met de reguliere inflatiecorrectie voor materiële kosten zijn opgehoogd. Voorziening bruggen en tunnels (4.02) Tijdens inspectie van bruggen en tunnels in 2023 is gebleken dat de staat van het areaal minder goed was dan verwacht. Ook inflatie zorgt voor extra kosten. Hierdoor moeten we de jaarlijkse storting in de voorziening civiele kunstwerken verhogen met € 59.000,--. Bovendien is er in 2024 een eenmalige extra storting noodzakelijk van € 380.000,-- om de voorziening op peil te houden.

INHOUDSOPGAVE

14

Bijdrage Omgevingsdienst Twente (5.01) De hogere bijdrage Omgevingsdienst Twente (ODT) is verwerkt in deze begroting. De bijdrage wordt vanaf 2024 gebaseerd op de verwachte afname van uren per deelnemer. Daarnaast zijn ook bij de ODT-begroting hoge indexaties opgenomen voor loon- en prijsontwikkelingen. Structureel effect is € 283.000,--.

Nieuw beleid (t) Naast het bestaande beleid en autonome ontwikkelingen zijn er voorstellen voor nieuw beleid en uitbreidingsinvesteringen. Investering Begroting (nieuw) 2024 380 - 366

Nieuw beleid Totaal nieuw beleid en uitbreidingsinvesteringen

MJR 2025 - 253

bedragen x € 1.000 MJR MJR 2026 2027 - 228 - 224

Schoolzorgondersteuner (2.06) We willen kwalitatief goede, laagdrempelige hulp (signalering, diagnostiek en behandeling) bieden binnen de basisschool aan kinderen en hun directe omgeving. Hierbij is het verwachte en gewenste effect dat doorverwijzing naar jeugdhulp af zal nemen. We willen de inzet van de SZO voortzetten en beperkt uitbreiden in 2024. Hiervoor is incidenteel € 60.000,-- nodig in 2024. In 2024 volgt een evaluatie. Gezinswerker (2.07) De eerste resultaten van de pilot laten positieve resultaten zien. Daarom willen we de werkwijze in 2024 voortzetten; hiervoor ramen we incidenteel € 60.000,--. Eind 2023 hebben we de pilot geëvalueerd. Consulent Leerlingenvervoer (2.08) We willen de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van leerlingen zo goed mogelijk ontwikkelen en stimuleren. Daarnaast is het nodig om het leerlingenvervoer door te ontwikkelen en om voldoende ingericht te zijn op de toegenomen complexiteit van casussen. Om de pilots te kunnen continueren is incidenteel € 20.000,-- extra budget nodig. In 2023 en 2024 evalueren wij de inzet en het resultaat. Beloningssysteem zwemlessen (3.02) We willen de doorstroom vanuit het Ouder & Kind zwemmen bevorderen. Het lessysteem wordt specifieker ingericht voor kinderen in de leeftijdscategorie van 4 jaar. Voor het opzetten en ontwikkelen van dit zwemlesconcept wordt € 20.000,-- budget opgenomen.

Kunstschildering eerste verdieping en uitkijktoren ligweide (3.03) De wanden van algemene ruimten in Het Ravijn en de uitkijktoren van de ligweide moeten worden opgeknapt. We willen deze door een kunstenaar laten beschilderen in de stijl van Het Ravijn en passend in de omgeving. Hiervoor wordt een bedrag van € 8.000,-- opgenomen. Uitbreiding beregeningsinstallatie en herstel ligweide (3.04) De ligweide heeft de laatste jaren veel hinder/schade ondervonden door droogte. De werkzaamheden aan het gazon worden gekoppeld aan het uitbreiden van de sproei-installatie. We nemen € 30.000,-- investeringsbudget op in 2027. Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (3.05) Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs wordt momenteel opgesteld in samenwerking met de schoolbesturen. Ervaring leert dat aanpassingen in onderwijshuisvesting gepaard gaan met grote (investerings)bedragen die een substantieel effect kunnen hebben op de raming van de gemeentebegroting. Op dit moment is nog niet helder welke (financiële) effecten dit plan gaat hebben; daarom is dit opgenomen als PM post. INHOUDSOPGAVE

15

Investeringsprogramma wegen (4.03) Bij het vaststellen van het beleidsplan wegen heeft het college van B en W ingestemd met het opstellen van een nieuw meerjaren investeringsprogramma wegen. We verwachten een forse vervangingsbehoefte van het wegenareaal op basis van de technische levensduur. Hiervoor is te weinig investeringsbudget beschikbaar. Hoe groot de investeringen worden, is nog niet geheel duidelijk, maar mogelijk is dit een gemiddelde vervangingsinvestering van € 3,2 miljoen per jaar in de eerste vijf jaren. Dit heeft fors effect op de structurele doorkijk in het gemeentelijk perspectief. In afwachting van nadere uitwerking ramen we deze post vooralsnog als PM. Afsluiting Grotestraat door plaatsen van bollards (4.04) De Grotestraat is getransformeerd van een verkeersader in een fijne plek om te verblijven. De straat is op drukke momenten afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. De afsluiting, die met borden wordt aangegeven, wordt echter met voeten getreden. Het aanvankelijke plan om te handhaven met camera's is door het Openbaar Ministerie afgewezen. We nemen € 350.000,-- investeringsbudget op om de Grotestraat te kunnen afsluiten met bollards.

Extra formatie voor het uitvoeren van gemeentelijke watertaken (4.05) In het beleidsplan ‘Samen leven met water’ is aangegeven dat er uitbreiding van capaciteit nodig is om het water- en rioleringssysteem bedrijfszeker te laten functioneren. Daarnaast zorgen ook de woningbouwopgave, het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG) en het principe dat water en bodem sturend worden bij de inrichting van nieuwe woon- en werkgebieden voor een toename en uitbreiding van gemeentelijke watertaken. Daarnaast vraagt de ambitie voor het klimaatadaptief inrichten van onze leefomgeving meer ambtelijke inzet. Om deze taken te kunnen uitvoeren nemen we 1,5 fte extra formatie op in deze begroting. Akkerrandenproject (5.02) In navolging van het bloemrijke akkerranden project in Haarle, wordt in 2024 voor alle bewoners van het buitengebied subsidie beschikbaar gesteld voor de aanleg en het onderhoud van bloemrijke akkerranden. Dit doen wij om de biodiversiteit in het buitengebied te vergroten. Hiervoor stellen we € 30.000,-- beschikbaar. Flexibele schil publieksbalie (99.02 en 99.03) Om de dienstverlening te bieden zoals de gemeente Hellendoorn dit wenst, wordt vanaf 2024 een flexibele schil gecreëerd. Die is nodig om onder meer uitval door ziekte en verlof en piekmomenten rondom vakanties op te kunnen vangen.

We nemen een structurele post op van € 28.000,-- per jaar en voor de jaren 2024-2028 een extra post van € 25.000,-- per jaar om een flexibele schil te kunnen inhuren.

Restant besluitvorming collegeprogramma (u) Het collegeprogramma is opgesteld voor de periode 2023-2026. Hierbij is een besluit genomen over de financiële punten die betrekking hadden op 2023 met de structurele doorwerking daarvan. De benodigde middelen voor de jaren 2024 t/m 2026 zijn meegenomen in de integrale afweging voor de begroting 2024. Er is gekozen om de voorstellen onverkort over te nemen. Dit leidt ertoe dat er voor 2024 € 365.000,-- en structureel € 252.000,-- wordt opgenomen voor onder andere een beleidsmedewerker inclusie, een beleidsmedewerker wonen en een participatiemedewerker. Daarnaast is er budget beschikbaar gesteld voor onder andere introductie van de sociale kaart en bestrijding eenzaamheid. Een overzicht is opgenomen in bijlage 3.

INHOUDSOPGAVE

16

Diverse mutaties (v) Bij het opstellen van de begroting ontstaan er financieel-technische mutaties door de doorverdeling van kosten naar op de diverse onderdelen. Daarnaast zijn er mutaties door extra toerekening van loonkosten naar investeringen vanwege grote projecten.

Belastingmaatregelen (w, x) De indexatie van de verschillende tarieven is berekend op 7,5%. In deze begroting stellen we voor de indexatie van de OZB tarieven te beperken tot 4%. Reden hiervoor is dat we zien dat de lasten voor onze inwoners op verschillende onderdelen stijgen door de hoge inflatie. Hoewel lonen ook stijgen, is dat voor een deel van onze inwoners onvoldoende om de extra kosten te dekken. Ook heeft de directeur monetaire zaken van De Nederlandse Bank (DNB) Olaf Sleijpen opgeroepen om niet de volledige inflatie door te berekenen om te voorkomen dat we in een loon-prijsspiraal terechtkomen. Daarnaast is in uw raad de wens geuit om in relatie tot andere Overijsselse gemeenten een middenmootpositie in te nemen in de COELO lastendruklijst. Zie ook paragraaf 1.

Bovenmatige inflatie (y, z) Bij de begroting 2023 zijn verschillende stelposten opgenomen die betrekking hadden op bovenmatige inflatie. De stelpost bovenmatige inflatie die was opgenomen, zetten we nu in om een (zeer beperkt deel) van de indexatie te dekken. We zien nog altijd hogere kosten voor gas- en elektra. Hiervoor nemen we extra budget op. Dekkingsvoorstellen (aa) De voorziening bruggen en tunnels blijkt onvoldoende op peil te blijven vanwege extra benodigd onderhoud in 2024. Vanuit regelgeving moet de voorziening gedurende de looptijd altijd voldoende middelen bevatten. Om hieraan te voldoen wordt er een eenmalige extra storting gedaan in de voorziening van € 380.000,--. We stellen voor deze te dekken uit de VAR.

INHOUDSOPGAVE

17

Financiële positie Een gezonde financiële positie van de gemeente voor een begrotingsjaar bestaat uit drie componenten: een sluitende begroting en meerjarenraming, een goede liquiditeits- en solvabiliteitspositie en voldoende weerstandsvermogen. Om meer zicht te krijgen op de liquiditeits- en solvabiliteitspositie, is de begroting en meerjarenraming vertaald naar een geprognosticeerde meerjarenbalans. Net als de balans in de jaarrekening geeft die inzicht in de ontwikkeling van onze bezittingen en schulden over de diverse jaren. Geprognosticeerde meerjarenbalans 2024-2027

Realisatie Ultimo 2022

Begroting Ultimo 2023

Begroting Ultimo 2024

MJR Ultimo 2025

bedragen x € 1.000 MJR MJR Ultimo Ultimo 2026 2027

1.150 117.253 4.654 137 4.432 85 123.057

1.155 123.429 4.656 137 4.361 159 129.241

1.032 142.064 11.291 137 11.011 143 154.386

910 132.545 11.140 137 10.876 127 144.595

829 132.848 10.993 137 10.746 110 144.670

754 131.857 10.845 137 10.614 94 143.456

Vlottende Activa Voorraden VR: Bouwgronden in exploitatie VR: Overige voorraden Uitzettingen met rentetyp. looptijd < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa

- 573 - 598 25 45.654 1.104 9.104 55.288

2.580 2.556 25 30.946 900 3.000 37.427

2.202 2.177 25 0 900 3.000 6.102

1.173 1.148 25 5.679 900 3.000 10.751

865 840 25 -0 900 3.000 4.765

841 816 25 -0 900 3.000 4.741

Totaal activa

178.345

166.668

160.488

155.346

149.435

148.197

35.557 1.552 10.352 97.785 145.246

36.653 - 2.354 10.331 92.231 136.861

37.069 - 7.756 10.335 88.949 128.597

Prognose meerjarenbalans Activa Vaste Activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa FVA: Kapitaalverstrekkingen FVA: Leningen FVA: Uitzettingen > 1 jaar Totaal vaste activa

Passiva Vaste Passiva Eigen Vermogen Begrote exploitatieteoverschotten en -tekorten (cumulatief) Voorzieningen Langlopende schulden Totaal vaste passiva

40.420

37.530

10.231 114.444 165.094

10.147 108.891 156.568

34.472 34 10.492 103.338 148.335

Vlottende Passiva Netto vlott. schulden met rentetyp. looptijd < 1 jaar Overlopende passiva Totaal vlottende passiva

7.081 6.170 13.251

4.900 5.200 10.100

6.953 5.200 12.153

4.900 5.200 10.100

7.373 5.200 12.573

14.400 5.200 19.600

Totaal passiva

178.345

166.668

160.488

155.346

149.435

148.197

INHOUDSOPGAVE

18

Vaste activa Als we de cijfers vergelijken met de laatst vastgestelde balans van de jaarrekening 2022, dan zien we de boekwaarde van de vaste activa stijgen met ruim € 31,3 miljoen tot € 154 miljoen eind 2024. Deze stijging is hoger wij hadden begroot bij de begroting 2023. Dit wordt veroorzaakt door enerzijds de hoge investeringen die begroot zijn in 2023 en 2024 en anderzijds door de verstrekte lening voor de (ver)nieuwbouw van Reggesteyn. De investeringen in 2023 en 2024 zijn hoog, omdat er veel is doorgeschoven. Uitvoering van projecten is een aantal keren vertraagd, eerst door de coronacrisis en daarna door de oorlog in Oekraïne. Materiaal en menskracht zijn schaars wat ook tot vertragingen leidt. We proberen de uitvoering van deze projecten in te halen. We blijven echter nog steeds afhankelijk van de beschikbaarheid van arbeidskrachten en materiaal, want de arbeidsmarkt is krap en beschikbaarheid van middelen en inzet van onderaannemers is op onderdelen lastig. De jaren na 2024 zien we een daling in met name de materiële vaste activa: er wordt in deze jaren minder geïnvesteerd dan afgeschreven. Dit lijkt niet wenselijk omdat we de voorzieningen in stand willen houden. Eén oorzaak hiervan ligt onder meer in het eenmalige karakter van enkele strategische projecten die niet (volledig) vervangen hoeven worden.

We monitoren de komende jaren de volledigheid van de vervangingsinvesteringen. De stijging in de financiële vaste activa wordt veroorzaakt door de lening aan Reggesteyn. Er is in de meerjarenbegroting exploitatieruimte, door middel van een stelpost kapitaallasten, gereserveerd voor het Kruispunt Boomcateweg-Wierdensestraat (2026), die nog niet ter besluitvorming is voorgelegd.

Investeringsplafond € 6,35 miljoen In de vorige begroting is aangegeven dat we nut en noodzaak van het investeringsplafond zouden heroverwegen in relatie tot de financieringspositie. Helaas is het op het moment van opstellen van de begroting nog niet gelukt het beleid op dit punt op een juiste manier te herzien. Op basis van het huidige beleid om de financieringspositie te verbeteren, is de afspraak dat we een gemiddeld investeringsplafond van € 6,35 miljoen (netto) aanhouden. In 2023 en 2024 investeren we respectievelijk ruim € 15 miljoen en € 26 miljoen netto; een stuk meer dan het investeringsplafond. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door doorgeschoven projecten uit voorgaande jaren en anderzijds door het naar voren halen van investeringen in verduurzaming, zoals de aanschaf van warmtepompen voor Het Ravijn. Ook zijn er soms extra onvoorziene investeringen nodig, zoals voor de brug in de Kerkstraat. De te ontvangen investeringsbijdrage voor de Rijksweg is doorgeschoven naar 2025, waardoor in dat jaar het netto volume beperkt blijft tot € 1,2 miljoen. De afgelopen jaren hebben we telkens minder geïnvesteerd dan begroot en ook minder dan het gemiddelde van € 6,35 miljoen. Doordat in eerdere jaren projecten niet konden worden uitgevoerd zien we een hoog investeringsniveau in 2023 en 2024.

Redenen voor dit uitstel zijn al eerder genoemd en hebben te maken met onder meer personele krapte bij de gemeente en uitvoerder, stikstofmaatregelen en beperkingen in nutsvoorzieningen. In de jaren na 2024 ligt het investeringsniveau weer lager. We zien de leningenportefeuille teruglopen naar een niveau waarbij de gecorrigeerde netto schuldquote onder de 90% komt. Dit valt binnen de signaleringswaarden die landelijk zijn voorgesteld. Daarnaast stijgt ook het eigen vermogen waardoor de solvabiliteit stijgt. We constateren dat het investeringsplafond knellend is bij het doen van nieuwe investeringen, maar ook in het doen van noodzakelijke vervangingsinvesteringen. Als we ons moeten beperken tot het investeringsplafond, zullen noodzakelijke vervangingen in bijvoorbeeld het wegennetwerk niet kunnen gebeuren waardoor kapitaalvernietiging dreigt. Dit is een onwenselijke situatie en mag ook niet vanuit provinciaal toezicht. We komen op korte termijn met een voorstel hoe om te gaan met het investeringsplafond en de doelstellingen die er zijn in onder andere het beleid rondom de financieringspositie. Hierin willen we de kaders vastleggen hoe u als raad een financieel gezond meerjarenbeleid kunt voeren. INHOUDSOPGAVE

19

De totale investeringen voor de jaren 2024 tot en met 2027, inclusief investeringen die bij vorige begrotingen al beschikbaar zijn gesteld, zijn:

Investeringen 2024-2027 Uitgaven Begraafplaats Rioleringen (VGRP) Noordzuidverbinding Rijksweg N35 c.a. Mobiliteitsvisie Groen-Blauw Kuperserf Herinrichting Willem Alexanderstraat, Keizerserf en Grotestraat Noord Brug Kerkstraat Fietspad Helmkruidlaan Verkeersregelinstallaties Openbare verlichting Investeringsprogramma wegen Straatreiniging Parkeergarage Groenrenovatie De Höfte Speelvoorzieningen Onderwijshuisvesting Ravijn Sportvelden aanleg en renovatie (kunstgras + natuurvelden) Sport - groot materieel Sport -overig Afvalinzameling Automatisering Herinrichting Huis voor Cultuur en Bestuur Huisvesting Interne uren Onderzoeken woningbouwlocatie Willem de Clercqstraat Renovatie/verduurzaming gemeentewerf Kerkstraat en Vrugtenveen Aanschaf tractiemiddelen Subtotaal uitgaven Inkomsten Opbrengst NZV omleiding Hulsen Rijksweg N35 c.a. Willem Alexanderstraat Groen-Blauw Kuperserf Ravijn Subtotaal inkomsten Totaal

bedragen x € 1.000 MJR MJR 2026 2027

Begroting 2024

MJR 2025

- 98 - 3.389 - 3.249 - 6.487 - 321 - 425 - 725 - 1.000 - 750 - 10 - 125 - 295 - 250 - 100 - 1.780 - 1.345 - 136 - 30 - 391 - 1.031 - 1.401 - 1.215 - 467 - 29 - 410 - 635 - 26.095

- 118 - 2.769 - 1.500 - 332 - 430 - 385 - 500 - 248 - 170 - 125 - 595 - 163 - 10 - 40 - 50 - 63 - 454 - 65 - 449 - 375 - 8.841

- 1.733 - 50 - 400 - 160 - 125 - 340 - 280 - 163 - 80 - 40 - 85 - 30 - 100 - 360 - 65 - 270 - 100 - 375 - 4.756

- 1.799 - 500 - 400 - 275 - 125 - 460 - 90 - 40 - 100 - 205 - 1.394 - 613 - 65 - 272 - 573 - 6.910

0 50 416 3 470

7.604 7.604

25 25

500 500

- 25.625

- 1.237

- 4.731

- 6.410

Voorraden De boekwaarden van de voorraden zijn in de afgelopen jaren sterk gedaald doordat de ‘oude’ grondexploitaties op hun eind lopen. We verwachten in 2023 diverse exploitaties te kunnen afsluiten. Ondertussen is een aantal nieuwe exploitaties opgestart en wordt onderzoek gedaan naar locaties voor toekomstige ontwikkeling van bedrijventerreinen en woningbouwlocaties. In 2024 verwachten we de levering van de laatste kavels uit Hellendoorn Noord fase 1 en van de eerste kavels van De Grave Haarle. Voor alle lopende projecten worden kosten gemaakt voor bouw- en woonrijp maken. Voor de nieuwe projecten zullen ook gronden verworven moeten worden. Welke investeringen voor nieuwe exploitaties nodig zijn, is nog niet bekend en/of ze zijn nog niet vastgesteld en komen hierdoor niet voor in de meerjarenbalans.

INHOUDSOPGAVE

20

Reserves en voorzieningen Realisatie Ultimo 2022

Begroting Ultimo 2023

Begroting Ultimo 2024

MJR Ultimo 2025

bedragen x € 1.000 MJR MJR Ultimo Ultimo 2026 2027

5.473 28.521 6.426 40.420

-0 31.330 6.200 37.530

34 28.133 6.305 34.472

1.552 29.047 6.510 37.109

- 2.354 29.936 6.717 34.299

- 7.756 30.644 6.425 29.313

Voorzieningen Voorzieningen personeel Voorzieningen van derden verkregen middelen Onderhoudsvoorzieningen Overige voorzieningen Totaal Voorzieningen

4.945 3.189 1.401 696 10.231

4.808 3.475 1.394 470 10.147

4.794 3.409 1.819 470 10.492

4.855 3.163 1.864 470 10.352

4.984 2.967 1.909 470 10.331

5.113 2.798 1.954 470 10.335

Totaal

50.651

47.677

44.964

47.461

44.630

39.648

Reserves en voorzieningen Reserves Rekeningsaldo Algemene Reserve Bestemmingsreserves Totaal Reserves

Algemene reserves In de primitieve begroting 2023 was het verwachte saldo van de algemene reserves € 21,3 miljoen. De stijging van € 10 miljoen naar de huidige verwachte stand ultimo 2023 wordt veroorzaakt door het positief rekeningresultaat 2022, het saldo najaarsrapportage 2022, het saldo bestuursrapportage 2023, winstnemingen op de grondexploitaties en boekwinsten verkoop vastgoed. In de jaren erna groeien de algemene reserves door naar € 30,6 miljoen door de reguliere stortingen ter verbetering van de financieringspositie en de toevoegingen vanuit het generatiepact. Bestemmingsreserves De bestemmingsreserves zijn, ten opzichte van de begroting 2023 met € 3,4 miljoen gestegen tot naar verwachting € 6,2 miljoen ultimo 2023 en ontstaan door onder andere de storting in de reserve armoede- en schuldenaanpak, de reserve wachtgelden huidige wethouders, de reserve duurzame energiemaatregelen, de reserve invoeringskosten omgevingswet en de reserve statushouders en ontheemden (Oekraïne). Voorzieningen De verwachte hoogte van de verschillende voorzieningen bedraagt ultimo 2023 € 10,1 miljoen. Ten opzichte van de primitieve begroting 2023 zien we een stijging van € 0,4 miljoen.

INHOUDSOPGAVE

21

Stortingen en onttrekkingen reserves 2023 bedragen x € 1.000 Begroting OnttrekUltimo kingen 2024

Begroting Ultimo 2023

Stortingen

-0 -0

34 34

-

34 34

Algemene Reserve Vrij aanwendbare Reserve Financieringsreserve Bufferreserve grondexploitatie Totaal Algemene Reserve

19.254 8.537 3.539 31.330

356 600 956

- 4.153 - 4.153

15.457 9.137 3.539 28.133

Bestemmingsreserves Reserve Salomonsonhuis / zorgpunt Reserve Armoede- en schuldenaanpak Reserve WWB Reserve groenrenovaties Reserve 1/3-regeling accommodatiebeleid Reserve kunst Reserve rood-voor-rood Reserve reconstructie plattelandsvernieuwing Reserve wachtgelden huidige wethouders Reserve duurzame energiemaatregelen Reserve Co-financieringsfonds N35 Reserve invoeringkosten omgevingswet Reserve revolverend fonds energiewerkgroepen Reserve Statushouders en ontheemden (Oekraïne) Totaal Bestemmingsreserves

164 716 0 7 210 66 80 136 145 665 741 885 120 2.265 6.200

50 100 160 310

- 104 -1 - 100 - 205

164 716 0 7 260 66 80 136 245 721 740 785 120 2.265 6.305

Totaal

37.530

1.299

- 4.357

34.472

Reserves Rekeningsaldo Rekeningsaldo te bestemmen Totaal Rekeningsaldo

In bovenstaande tabel staan de stortingen en onttrekkingen in de verschillende reserves weergegeven voor het begrotingsjaar 2024. De grootste mutaties (> € 50.000,--) lichten we hieronder toe. VAR In de VAR storten we de volgende bedragen: •

€ 58.000,-- terugbetaling centrumplan Nijverdal

•

€ 248.000,-- generatiepact

•

€ 50.000,-- verbeteren financieringspositie

Uit de VAR onttrekken we de volgende bedragen: •

€ 380.000,-- Eenmalige extra storting in voorziening onderhoud civiele kunstwerken

•

€ 3.310.000,-- Bijdrage eenmalige kosten Reggesteyn

•

€ 138.000,-- dekking lokale uitvoering Wsw (vanuit primitieve begroting 2023)

•

€ 217.000,-- incidentele onttrekkingen voorstellen begroting 2023 (vanuit primitieve begroting 2023)

Financieringsreserve Jaarlijks wordt € 600.000,-- in de financieringsreserve gestort ter verbetering van onze financieringspositie. Reserve 1/3-regeling accommodatiebeleid In de reserve 1/3-regeling accommodatiebeleid wordt de reguliere storting gedaan van € 50.000,--.

INHOUDSOPGAVE

22

Reserve wachtgelden huidige wethouders De structurele storting van € 100.000,-- in de reserve is bedoeld voor toekomstige wachtgeldverplichtingen. Reserve duurzame energiemaatregelen De storting in de reserve energiemaatregelen bestaat uit de (verwachte) besparing, de onttrekking bestaat uit de verwachte kosten die worden gemaakt (kapitaallasten). Tevens wordt een deel van de middelen aangewend voor de uitvoering van de duurzame energievisie. Reserve invoeringskosten omgevingswet Vanuit het collegeprogramma 2023-2026 zijn uit de reserve middelen (€ 50.000,-- in 2023 en € 100.000,-- in 2024) beschikbaar gesteld voor het opstellen van een nieuwe omgevingsvisie. Geactiveerde voorzieningen Naast de voorzieningen, die we als passiva presenteren, zijn er ook voorzieningen die we aan de activakant in mindering brengen op het betreffende onderdeel. Om u een beeld te schetsen, vermelden wij deze geactiveerde voorzieningen.

Geactiveerde voorzieningen Geactiveerde voorzieningen Voorziening toekomstige verliezen grondexploitatie-A Voorziening dubieuze debiteuren algemeen Voorziening dubieuze debiteuren WWB Totaal Geactiveerde voorzieningen

Realisatie Ultimo 2022

Begroting Ultimo 2023

Begroting Ultimo 2024

MJR Ultimo 2025

bedragen x € 1.000 MJR MJR Ultimo Ultimo 2026 2027

863 355 783 2.001

461 339 783 1.584

471 338 783 1.592

-0 337 783 1.120

-0 335 783 1.118

-0 334 783 1.117

2.001

1.584

1.592

1.120

1.118

1.117

Totaal

Op de geactiveerde voorzieningen wordt aanspraak gemaakt als de verwachte verliezen zich daadwerkelijk voordoen. De voorziening toekomstige verliezen grondexploitatie is eind 2025 volledig ingezet doordat de grondexploitaties zijn afgerond en de verliezen zijn genomen. Voor de voorzieningen dubieuze debiteuren is het lastig om meerjarig een inschatting te geven van het verloop. De voorziening brengen we op het moment van de jaarrekening op peil.

Langlopende geldleningen Het bedrag aan opgenomen langlopende geldleningen daalt vanaf 2016. De komende meerjarenperiode verwachten we een beperkt bedrag aan leningen te moeten aantrekken. De huidige doorkijk geeft aan dat we ultimo 2027 een langlopende schuld hebben van € 89 miljoen. Ook in de jaren daarna verwachten we een beperkte financieringsbehoefte. De afgelopen jaren is het saldo in de schatkist fors opgelopen; hieruit wordt de primaire financieringsbehoefte van de investeringspiek in 2023 en 2024 gedekt. In hoeverre de financieringsbehoefte in 2026 en 2027 daadwerkelijk moet worden ingevuld, hangt voor een groot gedeelte af van de uitvoering van investeringen. Of we volgens planning kunnen investeren, is afhankelijk van voldoende personele capaciteit in onze eigen ambtelijke organisatie, maar ook bij derde partijen. De krapte op de arbeidsmarkt speelt ons parten. Ook beschikbaarheid van nutsvoorzieningen en inzet van bouw- en nutsbedrijven is momenteel een beperkende factor, buiten onze invloedssfeer. Verder is regelgeving vanuit de stikstofproblematiek een remmende factor. De extra rijksinkomsten in de coronaperiode en de voorspoedige verkopen in de grondexploitaties hebben een positieve invloed gehad op onze financieringspositie. De extra lening voor de vernieuwbouw van Reggesteyn verwachten we eerst vanuit de bestaande leningen te kunnen financieren.

Wel zien we dat projecten op het gebied van verduurzaming, infrastructuur en onderwijs extra financiële middelen zullen vragen. Als de huidige prijsstijgingen doorzetten, zal dit zich vertalen in een hoger investeringsniveau. INHOUDSOPGAVE

23

In hoeverre dit leidt tot een extra financieringsvraag is afhankelijk van veel factoren, waaronder de ontwikkeling van de gemeentefonds uitkering.

Uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar Het betreft hier voor een groot deel het overtollige geld dat we hebben uitgezet bij de schatkist. Bij de omzetting van de geldleningen in het voorjaar van 2020 kon niet worden voorzien dat er veel kavels zouden worden verkocht en evenmin dat de uitvoering van investeringen achter zouden blijven door de coronacrisis. Het liquiditeitsoverschot moeten we in de zogenaamde schatkist van het Rijk wegzetten, maar is altijd op te nemen. Bij het verwachte uitgavenpatroon voor de komende jaren kunnen we hier gebruik van maken en hoeven geen nieuwe leningen aan te trekken.

Overige balansposten De overige balansposten (kortlopende vorderingen, liquide middelen en overige vlottende passiva) zijn sterk afhankelijk van incidentele, toevallige factoren, zoals het exacte moment waarop rekeningen worden betaald en inkomsten worden ontvangen. We zijn in onze meerjarenbalans uitgegaan van de gemiddelde standen over de jaarrekeningen van de afgelopen jaren. De bedragen worden om deze reden ook op een constant niveau begroot.

Conclusie balanspositie Door de grote investeringen die het afgelopen decennium zijn gedaan en de leningen die daarvoor moesten worden afgesloten, was onze solvabiliteit laag. Door het beperken van het investeringsniveau en het aanvullen van de algemene reserves is die solvabiliteit verbeterd. De langjarige tekorten in de exploitatie zorgen wel voor onzekerheid in de meerjarenbalans en de reservepositie. Daarom wordt een plan uitgewerkt om te komen tot een sluitende meerjarenraming bij de begroting 2025.

Vennootschapsbelasting Vanaf 2016 zijn gemeenten belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor ondernemersactiviteiten. De gemeentelijke grondexploitaties vallen hier in principe ook onder, indien ze winstgevend zijn. De Vpb is immers een winstbelasting. Voor het onderdeel grondexploitatie is nu duidelijk dat we voor de jaren t/m 2023 niet fiscaal winstgevend zijn geweest, gezien de vele verliezen die er op de destijds nog lopende grondexploitaties zijn genomen. Hierover hebben we overleg gevoerd met de belastingdienst en die is akkoord met het standpunt dat we “niet door de ondernemerspoort” komen. We hoeven dus ook geen vennootschapsbelasting af te dragen. Of we bij de grondexploitaties in de toekomst winstgevend zullen zijn, is afhankelijk van de dan geldende resultaatverwachtingen. Op het moment dat we per saldo op de grondexploitaties winstgevend zijn moet er ook een fiscale openingsbalans worden opgesteld. De fiscus slaat de gemeenten aan voor de ontvangen middelen wegens reclame-inkomsten op lantaarnpalen, abri’s en rotondes en over 1% van de opbrengsten van huishoudelijke afvalstromen moet ook vennootschapsbelasting worden afgedragen. Hiervoor hebben we in de begroting meerjarig een stelpost opgenomen van € 12.000,--, gebaseerd op een Vpb-percentage van 15% over de ‘winst’.

Incidentele baten en lasten Niet alle baten en lasten keren jaarlijks terug; een deel is van incidentele aard. Voor een goed beeld van de financiele positie is het daarom van belang dat we de begroting corrigeren voor dit soort incidentele zaken. Ook het toezicht vanuit de provincie Overijssel is gericht op het duurzaam financieel evenwicht van de begroting en bijbehorende meerjarenraming van gemeenten. Een van de toetspunten is het materieel evenwicht. Dit betekent dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De structurele baten dienen dus gelijk of hoger te zijn dan de structurele lasten.

INHOUDSOPGAVE

24

bedragen x € 1.000 Incidentele baten en lasten Incidentele lasten 01 Werk, economie, recreatie en inkomen Gemeentelijke opvang Oekrainers Particuliere opvang Oekrainers Inburgering i.v.m. toename aantallen 02 Jeugd en Wmo Innovatiefonds Projectplan doorbraakmethode 03 Cultuur, onderwijs en sport Eenmalige bijdrage kosten Reggesteyn Consulent leerlingenvervoer Kunstschildering 1e verdieping Ravijn SPUK GALA - diverse onderwerpen 04 Mobiliteit en bereikbaarheid Garantstellingen en bijdragen kruispunten N35 Aanvulling tot minimum niveau voorziening civiele kunstwerken 05 Woon en leefomgeving SPUK Klimaatgelden Speelplaatsen 06 Bestuur, veiligheid en dienstverlening Invoering nieuwe omgevingswet 99 Overhead Incidentele kosten Verbeterplan informatie- en archiefbeheer Totaal incidentele lasten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14995976/1