CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Dalvoordeweg (9-4-2021)

Gemeenteraad 15 juni 2021, gemeente HellendoornBij agendapunt: Gewijzigd bouwen zonnepark Dalvoordeweg te Daarle14.659 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing

Omgevingsvergunning Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle

April 2021

Status: Definitief

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle”

Plannaam: Plantype: Datum: Versie:

Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning April 2021 Definitief

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

2

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ................................................................................................................... 4 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 5 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE PROJECTGEBIED ..................................................... 8 2.1

BESCHRIJVING PROJECTGEBIED EN OMGEVING ................................................................................................... 8

HOOFDSTUK 3 GEWENSTE SITUATIE .................................................................... 10 3.1 3.2 3.3

AANLEIDING ............................................................................................................................................. 10 VOORNEMEN ............................................................................................................................................ 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 13

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 14 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 16 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 24

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 27 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 27 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 27 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 28 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 29 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 30 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 31 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 32 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 33 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 34

HOOFDSTUK 6 6.1 6.2

UITVOERBAARHEID ...................................................................... 38

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID.......................................................................................................... 38 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................................................................................ 38

HOOFDSTUK 7 VOOROVERLEG EN ZIENSWIJZEN ...................................................... 39 7.1 7.2

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 39 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 39

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................................... 40 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4

INPASSINGSPLAN................................................................................................................................ 41 WIJZIGING INPASSINGSPLAN................................................................................................................. 42 MEMO COMMUNICATIE, PARTICIPATIE EN COMPENSATIE ........................................................................... 43 NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................................ 44

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

3

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing betreft een actualisatie van de ruimtelijke onderbouwing die ten grondslag heeft gelegen aan de op 17 juli 2019 verleende omgevingsvergunning voor het realiseren van een zonnepark aan de Dalvoordeweg in Daarle. Door gewijzigde inzichten ten aanzien van de capaciteit dat vanaf het zonnepark aan het elektrischiteitsnet kan worden geleverd, dient voorliggende ruimtelijke onderbouwing voor een gewijzigde vergunningsaanvraag. De wijzigingen ten opzichte van de vergunde situatie hebben betrekking op een verdichting van het zonnepark en het doorbreken van het broekbos ten noordwesten van het zonnepark. Hier is in voorliggende ruimtelijke onderbouwing rekening mee gehouden. Zowel op nationaal als op lokaal niveau zijn doelen gesteld om duurzame energie te stimuleren. Nationaal gezien heeft de overheid het doel gesteld om in 2050 geheel zelfvoorzienend te zijn met betrekking tot de energiebehoefte. In de ‘Duurzame Energievisie Hellendoorn’ die de raad van de gemeente Hellendoorn in 2017 heeft vastgesteld, is een lokale doelstelling opgenomen om 20% CO 2 te reduceren in 2020 ten opzichte van 2008. De reductie van de CO2 uitstoot is enerzijds te behalen door minder energie te gebruiken en anderzijds door energie op een duurzame manier op te wekken. ESBE – Europe Solar Techniek en Solar Proactive willen hieraan bijdragen.

ESBE – Europe Solar Techniek en Solar Proactive zijn voornemens op een perceel aan de Dalvoordeweg te Daarle (nabij het perceel Daarleseweg 47 te Den Ham), een zonnepark te realiseren. Het perceel staat bekend als gemeente Hellendoorn, sectie AB, perceelnummer 182. Het perceel is circa 7 hectare groot en biedt ruimte aan 17.856 grondgebonden zonnepanelen. Een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend bij de gemeente Hellendoorn, waarmee wordt afgeweken van de in 2019 verleende vergunning en het geldend bestemmingsplan. Voorwaarde hiervoor is onder meer de aanlevering van een ruimtelijke onderbouwing. Hierin dient te worden aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling uit ruimtelijk oogpunt verantwoord en in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggend ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied aan de Dalvoordeweg ten noorden van het dorp Daarle. De ligging van het projectgebied ten opzichte van het dorp Daarle en de ligging ten opzichte van de directe omgeving wordt weergegeven in afbeelding 1.1. Het perceel ligt tegen de gemeentegrens aan met de gemeente Twenterand.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het projectgebied (Bron: ArcGIS)

Huidig planologisch regime

Het projectgebied is gelegen binnen de begrenzing van bestemmingsplan “Buitengebied” van de gemeente Hellendoorn. Dit bestemmingsplan is op 20 april 2009 vastgesteld door de gemeenteraad van Hellendoorn en onherroepelijk geworden op 15 juni 2011. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding opgenomen. De indicatieve begrenzing van het projectgebied is met de rode lijn weergegeven.

Afbeelding 1.2

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Buitengebied” (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Op basis van het bestemmingsplan “Buitengebied” is het projectgebied voorzien van de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde’, de gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – Verwevingsgebied’ en de aanduidingen ‘Specifieke vorm van waarde – kleinschalig landschap’ en ‘Specifieke vorm van waarde – reliëf’. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning Gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ zijn onder andere bestemd voor agrarische bedrijvigheid en de instandhouding van de aldaar voorkomende landschaps- en natuurwaarden. Ter plaatse van het projectgebied gaat het om de landschaps- en natuurwaarden ‘kleinschalig landschap’ en ‘reliëf’. Vanwege de gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – Verwevingsgebied’ zijn binnen de bestemming meer wijzigingsbevoegdheden met betrekking tot positionering en verplaatsing van agrarische bouwvlakken. De voor ‘Waarde - Archeologische verwachtingswaarde’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor onderzoek naar en bescherming van naar verwachting aanwezige archeologische waarden. Doordat binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ enkel (beperkte) bouw- en gebruiksmogelijkheden ten dienste van de bestemming zijn toegestaan (agrarisch), is het realiseren van een zonnepark niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Om het voornemen te realiseren, wordt bij een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan ex artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure).

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing zal aantonen dat er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’.

1.4

Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing

Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3o Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van een ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een ruimtelijke onderbouwing de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Bro van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggend project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4.

5.

6.

een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.9; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 7; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit zal voor een ieder ter inzage worden gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 6.

Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. 8.

9.

een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 5.7. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 5 is aandacht besteed aan diverse relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. De milieu- en omgevingsaspecten zijn beschreven in hoofdstuk 5.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het projectgebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Hellendoorn beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In de hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 7 gaat in op vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

HOOFDSTUK 2 2.1

HUIDIGE SITUATIE PROJECTGEBIED

Beschrijving projectgebied en omgeving

Het projectgebied is gelegen in het noordoosten van de gemeente Hellendoorn. Het projectgebied wordt aan de noordwestzijde begrensd door een watergang. Ten oosten vormen agrarische gronden en ten zuidoosten een houtwal de begrenzing. Ten zuiden van het projectgebied is de Dalvoordeweg-Daarleseweg aanwezig. Het projectgebied is onbebouwd en bestaat uit agrarische gronden met een aantal kleine waterlopen. De belangrijkste ruimtelijke structuurdrager in en om het projectgebied betreft het Overijsselsch Kanaal. De functionele structuur in en om het projectgebied wordt hoofdzakelijk gevormd door agrarische gronden en verspreid gelegen agrarische bedrijven en woonpercelen. In afbeelding 2.1 en 2.2 zijn respectievelijk een luchtfoto en straatbeelden opgenomen waarin de huidige situatie van het projectgebied (rode belijning) is weergeven.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto ligging projectgebied (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

Afbeelding 2.2

Straatbeelden projectgebied (Bron: Google Streetview)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

HOOFDSTUK 3 3.1

GEWENSTE SITUATIE

Aanleiding

Duurzame energie is een belangrijk item en wordt in de toekomst een steeds belangrijker item. Forse inspanningen op het gebied van energiebesparing en hernieuwbare energieopwekking zijn noodzakelijk om minder afhankelijk te zijn van fossiele grondstoffen zoals kolen, olie en gas. Om de doelstellingen van energietransitie te halen, zijn naast zonnepanelen op daken ook veldopstellingen van zon noodzakelijk. Met het goedkoper worden van zonnepanelen en verruimde mogelijkheden in wet- en regelgeving zijn grote grondgebonden zonnevelden financieel steeds beter haalbaar. De ruimte om deze te realiseren ligt (vanwege de ruimtevraag en beperkte schaduwwerking) hoofdzakelijk in het buitengebied. Zo ook de in dit plan besloten locatie, die aan verschillende locatiecriteria voor een zonnepark voldoet. De locatie is voldoende groot, kan eenvoudig worden aangesloten op het energienet en kent weinig tot geen schaduwwerking. De voorgenomen ontwikkeling is op 17 juli 2019 reeds vergund. Door gewijzigde inzichten in de netcapaciteit in de omgeving. Dit heeft geresulteerd in een verdichting van het zonnepark om zodoende efficiënter en meer elektriciteit op te kunnen wekken. Om te duiden wat de verschillen zijn tussen de vergunde situatie en hetgeen door middel van een gewijzigde vergunning wordt aangevraagd, is onderstaande tabel opgesteld.

Betreft Areaal dat wordt bedekt met zonnepanelen Hoogste punt zonnepanelen Laagste punt zonnepanelen Afstand tussen de panelen Aantal te leggen panelen Afmeting panelen

3.2

Vergund 2,5 hectare

Gewijzigde vergunning 3,15 hectare

2,03 meter 0,8 meter 2,780 meter 12.500 panelen 1mx2m

2,01 meter 0,7 meter 2,780 meter 17.856 panelen 1 m x 1,7 m

Voornemen

Het beoogde plan ziet toe op de realisatie van een zonnepark aan de Dalvoordeweg in het buitengebied van de gemeente Hellendoorn. Het perceel is gelegen nabij het perceel Daarleseweg 47 (gemeente Twenterand). Het zonnepark krijgt een oppervlak van circa 7 hectare. Het zonnepark zal bestaan uit 17.856 grondgebonden zonnepanelen en hiermee een capaciteit hebben van 6.606,72 Kwp. De zonnepanelen worden op het zuiden georiënteerd. Het zonnepark wordt via de Zuidelijke kanaaldijk ontsloten. Ter plaatse van het projectgebied zal tevens sprake zijn van meervoudig grondgebruik. Mede gezien de hoogte van de panelen, zal ten behoeve van het onderhoud van het terrein graasdieren (zoals schapen) rondom en onder de panelen grazen. In afbeelding 3.1 is de gewenste situatie ter plaatse van het projectgebied opgenomen. In bijlage 1 is het volledige inpassingsplan opgenomen. Hierin zijn de aanduiding op het inpassingsplan duidelijk weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

10

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

Afbeelding 3.1

Gewenste situatie projectgebied (Bron: Solar Proactive)

Zoals ook in afbeelding 3.1 is weergegeven, wordt het zonnepark landschappelijk ingepast. Hierna wordt nader op de landschappelijke inpassing ingegaan. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar het inpassingsplan opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting. Opgemerkt wordt dat na aanleiding van de gewijzigde vergunningsaanvraag het inpassingsplan beperkt is gewijzigd. Ten behoeve van de netaansluiting, dient het broekbos ten noordwesten van het zonnepark te worden doorbroken. In afbeelding 3.2 en bijlage 2 is dit weergegeven. Per mail (d.d. 18 augustus 2020) is door de provincie aangegeven dat er geen bezwaar is tegen deze doorbraak.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

Afbeelding 3.2

Doorbraak Broekbos (Bron: Solar Proactive)

Het aanvankelijke halfopen tot gesloten landschap van het beekdal is in de tijd opener geworden. Het kanaal met Eiken-, Essen- en Wilgenbeplanting is een belangrijke groene lijn in. Daarnaast zijn er jonge boselementen (ruilverkaveling) en kavelgrensbeplantingen die bijdragen aan het half-open karakter van het landschap. De korrelgrote van de open gebieden tussen de groenelementen varieert van 200 tot 800m. Een zonneakker van 7 ha past binnen deze korrel en wordt door bestaande beplantingen (kanaal- en wegbeplanting en kavelgrensbeplantingen) afgezet met groen. Het versterken van deze groene lijnen is een goede mogelijkheid voor inpassing. De gemeente Hellendoorn, waar Daarle onder valt, heeft in het bestemmingsplan buitengebied van 2009 aangewezen dat natuur en bos noordoostelijk, rond de voet van de stuwwal, een belangrijke ecologische en landschappelijke kwaliteit vertegenwoordigen. Het plangebied grenst hieraan en de bosstrook naast het plangebied is in dit opzicht ook van betekenis. Aan de zijde van de zonneakker wordt een natuur-zoom langs deze bosbeplanting ontwikkeld met soorten beplanting die refereren aan de oorspronkelijke onontgonnen vegetatie van het gebied en een struinpad. Dit voegt een ecologische en een recreatieve waarde toe.

De bestaande sloten in het plangebied dateren van de laatste ruilverkaveling en hebben geen relatie met het oorspronkelijke beekdal wat hier was. Bij het inpassen van de zonneakker wordt de voor de exploitatie meest gunstige zuid-opstelling worden gehanteerd, waarbij aan de rand van de bosstrook ondiepe verbredingen van de sloot op gepaste afstanden de (oorspronkelijk) nattere flora en fauna huisvesten. Voor de waterafvoer worden bestaande greppels gehandhaafd of eventueel gewijzigd zodat ze zowel het teveel aan water afvoeren naar de dijksloot langs het kanaal, als de neerslag kunnen verspreiden van de open doorgangen tussen de panelen naar de bedekte ruimte onder de paneelrijen. De netaansluiting wordt opgesteld aan de noordwestzijde van het plangebied, aan de zuidelijke kanaaldijk. Onder deze weg worden nieuwe kabels en leidingen aangelegd waarop wordt aangesloten. Bovendien is hier al een afrit vanaf de dijk naar een pad tussen de velden. Een toegang aan de kant van de Dalvoorderweg zal in

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

12

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning verband met de verkeersveiligheid op meer weerstand stuiten. Wel zal er ontheffing nodig zijn van het huidige verkeersregime op dit eerste deel van de dijk. Ten opzichte van de in 2019 verleende vergunning, wordt zoals reeds benoemd, tevens een netaansluiting langs de westrand van het zonnepark voorzien. De open rand langs de Zuidelijke kanaaldijk wordt door een broekbos met struweel (ca. 5-10m) afgeschermd zodat direct zicht op het zonnepark wordt beperkt en er een ecologische versterking van de beplanting langs de dijk plaats vindt. Geschikte soorten hiervoor zijn Meidoorn, Sleedoorn, Gelderse roos, Zachte Berk, Els e.a. De open rand van de zonneakker aan de Noordoostzijde behoeft slechts een lichte afscherming in de vorm van een haag. Meidoorn is hier heel geschikt en is ook inheems. De hoogte kan 1,5m zijn zodat de bovenkanten van de panelen hier nog ca. 0.7m boven uit steken. Aan de oost- en zuidzijde wordt een strook van 15-25m niet benut voor het plaatsen van panelen als gevolg van schaduw door de naastgelegen bossingel en bomen. Deze zal buiten het hek blijven en als kruidenrijk grasland worden beheerd met een struinpad voor wandelaars om het landschap meer toegankelijk te maken. De zonneakker kan periodiek beweid worden met schapen.

Het beweiden is mede gericht op het ecologisch beheren van het terrein als ruig kruidenrijk grasland. Doel is om de kruiden te behouden binnen de akker en de biodiversiteit van de flora en de fauna te vergroten. Een schuilhut wordt in combinatie met de netaansluiting gemaakt. De Zuidelijke Kanaaldijk heeft een recreatieve functie en er langs zijn op regelmatige afstanden bomen in de vorm van een geschilde boomstam met twee palen aan iedere zijde. Een dergelijke zitbank kan ook uitzicht geven op het zonnepark en voorzien worden van een informatiebord. De zonnepanelen worden op een metalen onderconstructie geplaatst, waarbij het hoogste punt van de zonnepanelen 2,01 meter bedraagt. De panelen lopen schuin af en de laagste hoogte is 0,70 meter. Zie afbeelding 3.3 waarin dit is weergeven. De panelen worden in een hoek van 14,2 graden geplaatst.

Afbeelding 3.3

3.3

Indicatie opstelling panelen (Bron: Solar Proactive)

Verkeer en parkeren

De ontsluiting van het zonnepark zal plaatsvinden via een ontsluiting op de Zuidelijke kanaaldijk. Het zonnepark zelf kent een zeer beperkte verkeersaantrekkende werking. Er vinden verkeersbewegingen plaats die uitsluitend samenhangen met het beheer en onderhoud van het zonnepark. Het voornemen zal niet leiden tot een significante verkeersaantrekkende wijziging ten opzichte van de huidige situatie. De omliggend infrastructuur heeft voldoende capaciteit om de afwikkeling van de zeer beperkte verkeersaantrekkende werking van het zonnepark te kunnen verwerken. Het parkeren zal binnen het projectgebied plaatsvinden. Hiervoor is voldoende ruimte beschikbaar. Vanuit verkeerskundig oogpunt zijn er geen bezwaren tegen de in dit plan besloten ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

13

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: •

•

• •

Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet.

4.1.1.3 Duurzame energie Het Rijk zet in op een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening en het geschikt maken van de elektriciteitsinfrastructuur op de langere termijn voor meer decentrale opwekking van elektriciteit. In de Structuurvisie wordt aangegeven dat het aandeel van duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie in de totale energievoorziening omhoog moet. De ambitie is dat Nederland in 2040 een robuust BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

14

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie ver gevorderd is. Het is primair de taak van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening (zoals zonneenergie en biomassa). Het ruimtelijk rijksbeleid voor (duurzame) energie beperkt zich daarom enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig, naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis. 4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.

Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2

Toetsing van initiatief aan uitgangspunten in het rijksbeleid

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Bij het realiseren van een zonnepark gaat het om het realiseren van een technische installatie ten behoeve van het opwekken van elektrische energie. Deze installatie bestaat uit een (serie) bouwwerken, te weten de stellages waar de zonnepanelen op gemonteerd zijn, die op het maaiveld staan. De ontwikkeling van een zonnepark betreft een nieuwe planologische mogelijkheid voor een stedelijke functie. Daarom wordt in voorliggend specifiek geval ervan uitgegaan dat het zonnepark binnen het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking onder de definitie van een stedelijke ontwikkeling vallen. Daarom wordt in dit geval getoetst aan de ladder. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Binnen de provincie Overijssel, als ook de gemeente Hellendoorn, bestaat er een behoefte aan duurzaam opgewekte energie. De provincie Overijssel heeft als doel om 20% duurzame energie op te wekken in 2023. De gemeente Hellendoorn onderstreept dit en heeft als doelstelling om meer energie duurzaam op te wekken.

Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied De behoefte aan de zonnepanelen is niet op te vangen binnen het bestaand stedelijk gebied. Binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Hellendoorn zijn geen aaneengesloten gebieden van 7 hectare beschikbaar. Een locatie van kleinere omvang is ook niet aan de orde. De zonnepanelen hebben immers een grote ruimtevraag. Bij zonneparken is het totale veldoppervlakte namelijk niet bedekt met panelen, er is ruimte tussen de rijen voor onderhoud en voor de vermindering van schaduwwerking. Om voldoende BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

15

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning energieproductie te genereren en te komen tot een gezonde exploitatie is een locatie met een kleinere oppervlakte redelijkerwijs geen optie. Locaties binnen de bebouwde kom zijn dan ook niet aan de orde. Alternatieve locaties in bestaand stedelijk gebied voldoen niet aan verschillende locatiecriteria die gelden voor de realisatie van een zonnepark; voldoende groot, eenvoudige aansluiting op het energienet en geen schaduwwerking. Om binnen het stedelijk gebied voldoende zonne-energie op te wekken vallen namelijk veel gronden af, maar ook daken af. In veel gevallen zijn daken ongeschikt, te klein of is de economische levensduur van vastgoed niet voldoende om zonne-energie opwekking installaties te plaatsen. Het integreren van ecologische meerwaarde, meervoudig ruimtegebruik en zorgvuldige landschappelijke inpassing maakt zonneparken veelal een goed alternatief om tot de gewenste energiedoelstellingen te komen. Geconcludeerd wordt dat er geen andere beschikbare plekken in bestaand stedelijk gebied beschikbaar zijn, die zowel kwantitatief als kwalitatief (beter) geschikt (te maken) zijn voor de beoogde realisatie van het zonnepark in deze omvang.

Alles overwegende kan geconcludeerd worden dat de realisatie van het zonnepark op de beoogde locatie voldoet aan de ladder.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De beleidsambities worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden - duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit - waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. Voor onderliggend initiatief wordt op de belangrijkste rode draden en kwaliteitsambities in gegaan. Duurzaamheid Eén van de vier kwaliteitsambities die de koers bepalen van provinciale sturing op duurzaamheid is een duurzame energiehuishouding. De provincie ambieert in Overijssel een duurzame energiehuishouding: hernieuwbare energie voor iedereen beschikbaar en betaalbaar. Ingezet wordt op het vergroten van het aandeel energie uit bronnen als zon, wind, biomassa en ondergrond.

In 2023 moet 20% van de energiebehoefte uit hernieuwbare bronnen bestaan, de ambitie voor 2030 ligt op 30%. Dit wordt bereikt door ondernemers, bewoners en organisaties te stimuleren te investeren in het efficiënter gebruik van energie, de opwekking van hernieuwbare energie en het aanpassen van de energie-infrastructuur. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

16

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2017

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. 2. 3.

Of – generieke beleidskeuzes; Waar – ontwikkelingsperspectieven; Hoe – gebiedskenmerken.

Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of – generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.

4.2.3.3 Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

17

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

Afbeelding 4.1

4.2.4

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Toetsing aan de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Of – generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn de artikelen 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en 2.1.8.2 (Realisatie zelfstandige opstelling zonnevelden) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (Artikel 2.1.3) lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: •

•

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

18

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning lid 2: Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: •

dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; o dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijsel Zoals reeds aangegeven in paragraaf 4.1.2 is de behoefte aan zonnepanelen niet op te vangen in het bestaand stedelijk gebied. Binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Hellendoorn zijn er geen aaneengesloten gebieden van circa 7 hectare beschikbaar. Daarnaast voldoen alternatieve locaties niet aan verschillende locatiecriteria die gelden voor de realisatie van zonneparken; voldoende groot, eenvoudige aansluiting op het energienet en geen schaduwwerking. Om binnen het stedelijk gebied voldoende zonneenergie op te wekken vallen namelijk veel gronden, maar ook daken af. In veel gevallen zijn daken ongeschikt, te klein of is de economische levensduur van vastgoed niet voldoende om zonne-energie-installaties te plaatsen. Geconcludeerd wordt dat het realiseren/uitbreiden van een zonnepark op de beoogde locatie in overeenstemming is met het gestelde in artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening. Ruimtelijke kwaliteit (Artikel 2.1.5; leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2.

In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 (leden 1, 2, 3 en 5) van de Omgevingsverordening Overijssel De ruimtelijke kwaliteit van de locatie wordt versterkt door het aanbrengen van beplanting langs de randen van het zonnepark. Hierdoor wordt het zonnepark voor een groot gedeelte aan het zicht onttrokken. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar het inpassingsplan opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting. Toetsing aan het ontwikkelingsperspectief vindt plaats in de navolgende subparagraaf. Realisatie zelfstandige opstelling zonnepanelen (Artikel 2.1.8.2) 1. 2.

3.

In de Groene Omgeving mogen zelfstandige opstellingen van zonnepanelen uitsluitend worden toegestaan als tijdelijk (mede)gebruik van de gronden. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de opstelling van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen in de Groene Omgeving als de maatschappelijke meerwaarde is aangetoond én is aangetoond dat het verlies van ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. De maatschappelijke meerwaarde als bedoeld in lid 2 dient te worden onderbouwd vanuit de volgende criteria: a. de mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik; b. maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken en/of te compenseren; c. de mate waarin wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied; d. de bijdrage die geleverd wordt aan maatschappelijke doelen. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

19

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning 4.

In aanvulling op het gestelde onder 2 geldt voor nieuwe ontwikkelingen die plaatsvinden op gronden die vallen binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water en die niet zijn aangeduid als Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), geldt de voorwaarde dat de compensatie door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving gericht dienen te zijn op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.8.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Het projectgebied is in de toekomstige situatie ook te gebruiken voor agrarische doeleinden, enkel de mogelijkheid voor het realiseren van een zonnepark wordt toegevoegd. Op de wenselijkheid van het plan is in hoofdstuk 3 en in paragraaf 4.1.2 uitvoerig ingegaan. Het plan kent daarnaast een grote maatschappelijke meerwaarde (zie ook hoofdstuk 7). De locaties kent geen ecologische en/of landschappelijke waarden die (onevenredig) geschaad worden. Door het aanbrengen van beplanting langs de randen nemen de ecologische en landschappelijke waarden toe. Hiermee wordt voldaan aan artikel 2.1.8.2 van de Omgevingsverordening. Waar – ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie Overijssel vorm gegeven. Hiervoor gelden de gebiedskenmerken als onderligger. In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving van belang.

In de groene ruimte gaat het - kort door de bocht - om het behoud en de versterking van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: • • •

de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap; wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap.

Afbeelding 4.2

Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

20

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning Het projectgebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’. “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap” Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Schaalvergroting in de landbouw en opwekking van hernieuwbare energie krijgen ruimte in het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap, onder de voorwaarde van zorgvuldige inpassing in het kleinschalige landschap. Ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Met name de verschuiving van eenzijdige volumeproductie en kostprijsreductie naar specialisatie en omgevingsgericht ondernemen in de landbouw is hier kansrijk voor het behouden van een sterke concurrentiepositie. Waardevermeerdering ontstaat door het benutten van de specifieke gebiedskwaliteiten, en van het maatschappelijk draagvlak voor kwaliteitsproductie en -producten.

Ook verbreding van economische activiteiten op het erf, bijvoorbeeld met zorg, recreatie of landwinkels, krijgt de ruimte. Door directe verkoop bij de boer ontstaan korte ketens en meer waardering voor het agrarisch product. Toetsing aan het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’ Het plan, waarbij een zonnepark wordt gerealiseerd, past binnen het geldende ontwikkelingsperspectief. Het plan voorziet in de opwekking van hernieuwbare energie, te weten zonne-energie en draagt daarmee bij aan de verduurzaming ter plaatse. In hoofdstuk 5 wordt aangetoond dat de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven niet wordt belemmerd. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' en de ‘Laag van de beleving’ worden in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien voor het projectgebied geen specifieke eigenschapen vanuit deze lagen gelden. Hierna wordt ingegaan op de relevante kenmerken ter plaatse van het projectgebied. 1.

De Natuurlijke laag

De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier 'van nature' op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Het projectgebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'dekzandvlakte en ruggen' en ‘beekdalen en natte laagtes’. In afbeelding 4.3 is dit weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

21

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

Afbeelding 4.3

De Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

"Dekzandvlakte en ruggen" De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. “Beekdalen en natte laagtes” Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting.

Toetsing aan de 'Natuurlijke laag' De voorgenomen ontwikkeling tast de, al dan niet aanwezige, hoogteverschillen in het projectgebied niet aan. De grondgebonden zonnepanelen worden op een frame geplaatst waardoor de grond minimaal geroerd wordt. Daarnaast worden de rondom het projectgebied bestaande groenvoorzieningen versterkt waardoor het projectgebied op een landschappelijk verantwoorde wijze wordt ingepast. Voor een nadere toelichting hierop wordt beschreven naar het inpassingsplan opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Natuurlijke laag”.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

22

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning 2.

De laag van het agrarische cultuurlandschap

In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het projectgebied is op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ aangeduid met het gebiedstype ‘maten en flierenlandschap’. In afbeelding 4.4 is dat weergegeven.

Afbeelding 4.4

Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

“Maten en flierenlandschap” Laaggelegen kleinschalig landschap dat zich langs de beken, in de natuurlijke laagten heeft ontwikkeld. Langs de ontwateringssloten haaks op de beek werd vaak hakhout aangeplant. Dit diende tevens als perceelsafscheiding – daar, waar de ontwateringssloot niet altijd watervoerend – was in geval van beweiding. Rond de beek ontstond een lineair landschap, met daaromheen in de natte laagtes een matenlandschap. Kleinschalig landschap langs beken en in laagten met veel variatie in ruimtelijke opbouw: de open ruimte van de watergang, de coulissen van hakhoutstruweel, de open kamers van de hooien weilanden, met hier en daar een broekbos op de nattere plekken. Vloeivelden maakten onderdeel uit van het bemestingssysteem. Het Maten- en Flierenlandschap is veelal de contramal van het essenlandschap en het oude hoevenlandschap en was daar functioneel aan verbonden. Als ontwikkelingen plaats vinden in of nabij het Maten en Flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het historische lineaire landschap met open ‘kamers’ en coulissen, aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toegankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water. Inrichting van nog gave delen richt zich op het behouden van de cultuurhistorische waarden.

Toetsing aan de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ In voorliggend geval wordt het te realiseren zonnepark zorgvuldig landschappelijk ingepast. De bestaande structuren in het gebied worden behouden en waar mogelijk versterkt. Zoals ook uit paragraaf 3.2 blijkt, wordt het projectgebied landschappelijk ingepast door middel van gebiedseigen beplanting. Het plan draagt bij aan BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

23

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Dalvoordeweg, Daarle” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning het versterken van de bestaande ecologische, recreatieve en landschappelijke kwaliteit. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat door middel van de landschapsmaatregelen de kenmerken van het agrarische cultuurlandschap in stand worden gehouden en worden verbeterd. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot het voorliggende bestemmingsplan zijn de hieronder genoemde beleidsstukken het belangrijkst. 4.3.1

‘Beleidskader zon- & windenergie

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Hellendoorn wil op een gebiedsgerichte en zorgvuldige manier stimuleren dat een deel van de energievraag door zonnevelden en windturbines wordt opgewekt, zodat de doelen in de Energievisie kunnen worden behaald. Zorgvuldig betekent ook dat het niet overal kan, daarom stelt de gemeente kaders aan de inpassing van zonnevelden en windturbines in de omgeving. Het nastreven van de doelen kan de gemeente daarnaast niet alleen. Daarom zal de gemeente met een positieve en actieve grondhouding duurzame initiatieven vanuit de samenleving ondersteunen, waaronder duurzame energieopwekking op kansrijke locaties. 4.3.1.2 Uitgangspunten beleid •

• •

• •

Dit beleidskader heeft een geldigheid tot en met 2022. Door in die periode goed te monitoren en te leren van de resultaten, kan het aantal zonnevelden en windturbines in de gemeente Hellendoorn beheerst verder groeien. Windturbines en zonneparken hebben een beperkte levensduur. De gemeente geeft daarom voor windturbines en zonneparken een tijdelijke bestemmingsfunctie af tot maximaal 25 jaar. De gemeente hanteert de provinciale ‘Handreiking Kwaliteitsimpuls zonnevelden’, de ‘Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land’, de ‘Gedragscode Windenergie op Land’ en de ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’. Op voorhand worden geen taakstellingen geformuleerd op aantal hectare zonnepanelen of windturbines. Tevens wijst de gemeente op dit moment ook geen concrete locaties aan. Is er een initiatief voor een windmolen op een bedrijventerrein, dan moet er een totaalplan komen voor de (aan te kopen of te pachten) grond voor de windmolen én voor de grond waarop risicocirkels liggen. Dit totaalplan wordt opgesteld in gezamenlijke verantwoordelijkheid door de initiatiefnemer, de grondeigenaar en de gemeente.

4.3.1.3 Uitgangspunten maatschappelijke inpassing De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners mee kunnen praten, denken en doen. Afhankelijk van de omvang van een project en de impact op de omgeving, worden de onderstaande aspecten daarin zwaarder meegewogen. •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14988749/1